Het is 1 januari klokslag twaalf uur. Overal schieten de vuurpijlen door het vaak al met rook verzadigde luchtruim en klinken er fikse knallen terwijl de hemel oplicht, alsof er een oorlog gaande is. Trillende glazen en huisdieren. Het is net of een nieuw tijdperk aanbreekt. Vaak een moment waarbij ik even wegdroom over een komend visseizoen. Een por in mijn zij en een in mijn handen gedrukte pot pils wijzen erop dat mijn gedachten even elders waren…

Sinds afgelopen jaar denk ik te weten waar er goud te halen valt.

 

Tekst & foto’s: Dick van Middelaar

 

Oud en nieuw zit er weer op en na een onrustige nacht gaan de oogjes moeizaam open. Dat het echte visseizoen nog ver te zoeken is besef ik maar al te goed, toch worden er wat plannen uitgedacht. Sinds afgelopen jaar denk ik te weten waar er goud te halen valt. Kennis en ervaring maakt de puzzel steeds meer compleet. Het is hoog tijd dat het een keer gaat gebeuren, die ene breedgeschouderde beer! Aan de gespendeerde uren ligt het niet, ook niet aan de vangsten. Helaas ontspringen de echte dikkerds nog steeds de dans en lijkt die ene dikzak soms een speld in een hooiberg. Dit jaar gaat er extra gas bij en potentiele stekken worden uitgestippeld en aangevoerd.

 

Er vroeg bij

Het voorjaar komt mij net zoals andere jaren veel te moeizaam op gang en ik wil te graag! Bij de eerste écht warme zonnestralen aan de blauwe lucht begint het vissershart sneller te kloppen. De voorjaarsgeuren beginnen mondjesmaat te komen en maken mijn visdrang nóg erger bij het binnentreden van mijn neus. Herinneringen aan voorgaande voorjaren komen direct naar boven terwijl de vogels steeds meer beginnen te fluiten en zich klaarmaken voor hun eerste legsel. Inmiddels hebben de meeste zwanen hun nest al bijna gereed of zit zelfs één van het gespan al te broeden.

Heerlijk om aan het water te zijn… zelfs als ik niets vang.

 

Dat het op zulke dagen vaak maar heel iets opwarmt mag duidelijk zijn. Toch zijn dit de dagen dat het op de juiste stekken wél kan. Een van de eerste ‘zonnige’ weekenden ben ik tegen beter weten in al op één van de twee potentiele stekken te vinden. Ik kom laat in de middag aan en druk een paar banksticks in het riet. Ik vis drie hengels verspreid in de zone en voorzie de stekken van enkele kleine boilies, niks te gek dus. Ik kruip die avond al gauw in de slaapzak en druk nog even een warme kruik richting het voeteneind.

‘s Ochtends word ik wakker in een koud decor. De zon krijgt steeds meer de overhand en begint voorzichtig te schijnen. Een lichte bries blaast het mistige kleed van het water en bevestigt nog eens hoe fris het was. Schimmig aanschouw ik onder de kant een door twee zwanenhalzen gecreëerd hart, een prachtige gewaarwording. Tegen de middag denk ik dat het niet meer gaat gebeuren en pak ik in. Onder het motto; ‘beter te vroeg erbij dan te laat’ keer ik weer richting het thuisfront. Dit soort sessies heb ik gewoon nodig om er ‘in’ te komen, even het gevoel weer oppakken en de drive weer zien te vinden.

 

Tot zover een deel uit het artikel De Bekroning uit de nieuwe editie van Karperwereld  138 die nu in de winkel ligt. Wil je dit voortaan allemaal als eerste lezen en niks missen, neem dan een abonnement. Klik hier voor meer informatie.