Wiervissen is de rode draad die door dit nummer loopt. Meer en meer wateren hebben met (extreme) wiergroei te maken, waar het soms echt zoeken is naar nog een redelijk schoon plekje. Feit is dat karpers dol zijn op planten, of het nu wierbedden zijn, stengels of lelievelden. Ze vinden er beschutting en meer dan genoeg natuurlijk voedsel.

Bernd Brink laat zich niet afschrikken door al dat groen. Met de juiste aanpak en een beetje gezond verstand kom je heel ver…

Boudewijn Margadant ondervond dat ook op een onooglijk water wat vrijwel helemaal dichtgegroeid was met wier en daardoor van de radar was verdwenen bij de meeste karpervissers. Observeren en het harde werken (lees; tuinieren, wierharken) betaalde zich uit. Voor de struinende visser bieden wierrijke wateren ook kansen, zeker als je dan met oppervlakte-aas aan de slag gaat.

Voor Paul Garner niets mooiers in de zomermaanden. Hij heeft daarbij nog een extra troef in handen: zijderupspoppen! Verder in dit nummer het gebruik van high tech drones. Mike Thille is een groot fan en een drone behoort inmiddels tot zijn standaarduitrusting. Met een view van bovenaf gaat een hele nieuwe wereld voor je open. Zeker op ondiepe, heldere, zwaarbegroeide wateren!

Dit en meer lees je in Karperwereld 133