Een van mijn goede voornemens voor 2018 is om meer te gaan vissen dan vorig jaar. Waarschijnlijk herkenbaar voor veel andere vissers en het is maar de vraag of, zoals bij veel goed voornemens, dit werkelijkheid gaat worden. Nu de zomertijd weer in ‘standje aan’ staat, is het ook weer mogelijk om na werk te gaan vissen. Een belangrijk fundament van mijn ‘meer gaan vissen plan’.

Zodoende stond bij maandag 9 april een dikke, vette ‘Mark vissen’ in de agenda. Na werk wel te verstaan. Het begon al goed toen ik na 5 minuten op de snelweg al in de file kwam te staan. Niet veel later kwam het besef dat ik het avondeten nog in de koelkast op kantoor had laten staan. Gelukkig had collega Alex, in zijn lunch-ronde naar de supermarkt, een droog wit brood voor me meegenomen. Zodoende had ik letterlijk en figuurlijk nog iets om op te kauwen… Tot overmaat van ramp was van de eerder voorspelde zon en hogere temperaturen geen sprake. Dat laatste heeft bij de visserij op ruisvoorn, zo vroeg in het jaar, bij mij wel de voorkeur.

 

Dat heb ik weer…

Ik weet niet hoe dat bij jullie werkt in dit soort situaties, maar een gevoel van ‘dat heb ik weer’ kon ik niet onderdrukken. Van het gevaar om teveel in zelfmedelijden te belanden was echter geen sprake; het gevoel van de aanstaande vissessie gaf me teveel voorpret.

Ik had me genesteld in een hoekje van het water dat wel vaker voor goede ruisvoorn vangsten garant stond. Brede rietkragen en (opkomende) lelievelden maken het vissen vanaf de kant tot een lastige opgave. Nadat ik mezelf in het waadpak had gehesen banjerde ik door de zompige oeverzone en prikte twee lange banksticks met hengelsteunen in de grond.

Al staand in het water tussen het riet: heerlijk!

Zwemmende trein

Over de ruisvoorns kan ik kort zijn: ik moet nog steeds een aanbeet krijgen. Na ongeveer een half uur vissen zag ik de eerste bruisplek bij mijn stek. In het daar opvolgde half uur verscheen deze plek nog een paar keer, maar mijn waggler bleef doodstil staan. Als uit het niets kwam de dobber omhoog, bleef twee seconden staan en zeilde schuin naar beneden weg.

In mijn eentje geen gehannes met zo’n vis op de kant. In het water onthaken en dan direct terug!

Het nylon strekte zich en in een vloeiende beweging kromde het carbon van de boterzachte matchhengel. Een log gewicht kwam langzaam maar gestaag naar boven; ik verwachte een donkerzwarte vin van een zeelt te zien, maar in plaats daarvan doorbrak een brede, goudkleurige rug met grote schubben het wateroppervlak. Alsof de karper het niet doorhad dat hij gehaakt was! Dit was van korte duur en als een op gang komende trein zwom de vis weg.

 

Een brute schub

De lelievelden die over enkele weken de oeverzone omlijsten, hadden zich na het warme weekend al een weg naar boven gegroeid. In het heldere water zag ik de verse bladeren als kroppen sla staan. Als dat maar goed gaat aan een 18/00 lijntje! De vis zwom recht van me af en stoomde op enkele kroppen sla af. Ik voelde hoe de lijn achter iets bleef hangen en vreesde voor het ergste.

Als een wonder besloot de vis naar rechts af te buigen en het open water op te zwemmen: crisis 1 was afgeslagen. Een fase van lijn nemen en terugwinnen was aangebroken. Hier geen obstakels en dat kwam goed van pas om de vis zichzelf moe te laten maken. Langzaam kwam de vis onder de eigen kant. De karper zwom langzaam naar links, nee, niet naar die takken die in het water liggen! Alsof de vis het rook nam hij een korte versnelling, bijna bij de takken… De vis viel stil en nu was het een kwestie van buigen of barsten, meer terrein kom ik niet prijsgeven! Ik legde mijn hand op de spoel en voelde de demping van de nylon en de zachte hengel. De vis boog weer af richting open water, maar kon geen lijn meer nemen. Opeens gaf de brute schubkaper zich over en lag rustig aan het oppervlak.

 

De eerste scheppoging

Na een eerste mislukte scheppoging met het veel te kleine schepnet moest het bij poging twee wel gaan lukken. De kop kuste het spreiderblok en de achterste helft van de vis stak er buiten. Met wat gehannes verdween de buik en brede rug in het net, de staart past niet en stak uit, maar de buit was binnen. Yes! Ik bekeek de werkelijk briljant gekleurde schub eens goed van dichterbij. De kop zag er getekend uit, een oude vis zo leek het, misschien wel één van het oude bestand. Het dundradige witvishaakje zat maar net door de lip en in één beweging was deze los.

Met een ferme staartslag zie ik de brede rug de diepte in verdwijnen.

Zo’n vis wil je eigenlijk wel op de gevoelige plaat zetten, maar dat was nu lastig aangezien ik in het water stond en zo weinig mogelijk had meegenomen. Om dan met zo’n vis dubbelgeklapte vis op de kant te gaan zeulen, zonder onthaakmat, nee mij niet gezien. Hoe groot de vis was? Ik zal het nooit weten, want enkele ogenblikken later zwom de brede rug weer de diepte in.

 

mark pijnappels Mark Pijnappels is sinds 2011 redacteur van Beet-Rover, Karpermagazine Karper en aanverwante websites.