Elke week een kijkje achter de schermen bij de Beetredactie. Leuk al die artikelen, foto’s en video’s, maar hoe komt dat tot stand? Verder natuurlijk ook de nodige onzin, humor en ludieke uitspraken. Redacteuren? Het zijn net mensen. Dit keer aan het woord, redacteur Stef Jansens, over korte broeken enzo…

Een paar weken geleden liep ik met collega Alex Boom mee naar buiten toen hij een sigaretje wilde gaan roken. ‘Eventjes de benen strekken en wat frisse lucht happen’. Tijdens die korte pauze kregen we het over werketiquettes. Zo vindt Alex het ongepast om in korte broek naar kantoor te komen, maar zag ik dat met mijn ontblote knieën anders.

Alex is roofvisser in hart en nieren en ging los die laatste zaterdag van mei.

Nu ging afgelopen weekend natuurlijk het roofvisseizoen weer open, het startsein voor heel roofvissend Nederland om de waterkant weer op te zoeken. In Alex zijn geval is hij het ruime sop opgegaan om daar de baarzen, snoekbaarzen en snoeken lastig te vallen; gehuld in korte broek!

Laat in het weekend stuurde hij via Whatsapp al wat positieve berichten over zijn vangsten. Enorme aantallen en ook over de gemiddelde maat van de vis viel al niet te klagen, fantastisch dus!

Diezelfde broeierig warme dag was ook Arnout Terlouw gunstig gezind. Samen met een maatje kroop hij de Polders in voor een van zijn favoriete visserijen: drijvend op graskarpers! Naar eigen zeggen was de sessie wat taai, maar met drie mooie vissen heeft hij absoluut geen reden tot klagen als je het mij vraagt.

Roofvis

Dan bij Sjoerd Beljaars ook al een succesverhaal. Zelfs zijn maatje, die van het snoekbaarzen geen kaas gegeten heeft, ving vis! Toen Sjoerd hem vroeg hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen haalde zijn maatje zijn schouders op en zei: “Nou, gewoon, zo!”  Terwijl hij zijn shad rondom een interessante kribkop smeet en het rubber klakkeloos binnenhaalde.

Vismaatje Simon die snoekbaars op snoekbaars ving en nu regelrecht verslaafd is aan de glasoog.

Geen verfijnde techniek, geen bodemcontact, toch vangen! De snoekbaarzen waren volle bak aan het jagen in alle waterlagen. Ook Sjoerd ving zo zijn eerste snoekbaarzen van het nieuwe seizoen en genoot met volle teugen van de snoeiharde aanbeten.

Ook Sjoerd kon niks misdoen in dat jachttafereel.

Bij mijzelf ging het ook niet heel verkeerd. In het hele weekend ving ik zes karpers. Struinend door het water, op zicht iedere vis aanleggen en met ingehouden adem kijken of een vis het aas pakt, of niet. Enorm spannend!

Nóg spannender werd het die zondagmiddag. De weersvoorspelling kondigt van te voren al ‘verspreid onweer’ aan. Maar als de lucht grijs wordt en het begint te motregen laat ik me niet van de wijs brengen. ‘Dat kan nooit veel zijn, dat is zo wel weer over’, zeg ik tegen mezelf.

Ikzelf ben helemaal dolgedraaid met het struinen op karper.

Zodra ik aan de horizon echter flitsen ontwaar en daarbij ook nog het rommelend geluid van naderend onweer hoor zoek ik een veiliger heenkomen. Hier in het water, met een hengel in mijn hand voel ik me niet veilig en ik kruip een rietkraag in. Daar dompel ik mijn hengel en schepnet onder water en leg ze zo plat mogelijk weg.

“Met daarbij zo nu en dan blikseminslagen die dichterbij komen dan me lief is.”

Zelf hurk ik in afwachting van de bui die gaat komen. Het gaat plenzen, en het houdt niet op. Vijf-en-veertig minutenlang plenst ijskoud hemelwater naar beneden. Met daarbij zo nu en dan blikseminslagen die dichterbij komen dan me lief is. Na die 45 minuten kruip ik verkleumd tot op het bot uit het riet en zie dat alle vis verdwenen is.

De eerste van waarschijnlijk vele!

Dan John Huussen, onze bladmanager. Die was al niet meer te houden. De laatste twee maanden waren een crime voor hem. Vorig jaar boekte hij rond deze tijd indrukwekkende roofbleivangsten en dat smaakt naar meer.

Ook hier was de snoekbaars los.

Ik denk dat er die bewuste zaterdagochtend alleen stofwolkjes zichtbaar waren van John rond zijn huis. Jawel, het was weliswaar taai, maar hij ving zijn eerste geliefkoosde roofblei van het seizoen. Bonus waren nog tal van kleinere snoekbaarzen.

Rudy, de onbetwiste vliegvismeister!

Onze huisfotograaf Rudy van Duijnhoven. Wie hem eens ziet zonder vlieghengel, die krijgt van ons een gouden griffel. Alsof het andere vissen voor de plebs is. Enfin, hij deed bij de opening goede zaken op snoekbaars. Op de vlieg. Zucht! Daarna heeft hij op een karpervijver nog hoge gegooid met de vlieg op karper.

Nou nog leren lachen Rudy. 😉

Mark Pijnappels, inmiddels ook wel Knark genoemd, vraag ons niet waarom. Die opening van het roofvisseizoen ging hij volle bak aan de slag op grote baarzen natuurlijk. Nou nee, hij was met het gezin op stap in een of ander drassig gebied in de Ardennen. Hij blijft ons verbazen en we houden van hem. Onlangs had hij wel een supervet filmpje gemaakt van paaiende brasem.

Terug naar de korte broekendiscussie. Op de broeierig warme maandagochtend van jongstleden komt Alex, gehuld in korte broek, ons kantoor binnen gelopen. ‘Huh, maar… Dat vond je toch ongepast?’ denk ik bij mezelf. Al snel zie ik één vuurrood been. Ik kan een sadistisch lachje niet onderdrukken. Leedvermaak blijft mooi.

Een bordje ‘melaats’ op den nek?

Op de redactie wordt druk gegist wat de reden kan zijn voor dit – net niet in blaren gehulde- verbrande been. Vergeten te smeren? Helemaal niet gesmeerd?  Alex verwijst alle suggesties naar het rijk der fabelen. Zijn verklaring? Zijn zonnebrandcrème was kapot!

Zo zie je het zelden. Benieuwd wat de winkelier zegt als je de zonnebrandcrème terugbrengt met de mededeling dat ie kapot is…

Stef Jansens is sinds 2013 redacteur van Beet-Rovers, Karpermagazine Karper en aanverwante websites.