Home ROOFVIS Diep of Ondiep?

Diep of Ondiep?

533

WAT DOE JIJ DEZE HERFST?

De herfst begint al in september met vaak ronduit heerlijk weer en eindigt ver in december en dan kan het gruwelijk koud zijn! Het vissen in die uitersten verschilt enorm. In de vroege herfst kan het feest op het ondiepe zijn, in de late herfst ligt de snoek verspreid over de plas. Op vaarten, kanalen en veenplassen maakt het niet zoveel uit waar je vist. Daar kan de vis het jaar rond geen kant uit, maar op grote plassen met het flink diepteverloop is het een ander verhaal.

Tekst & foto’s: Bertus Rozemeijer

Net zo variabel als het weerbeeld zijn ook de technieken waarmee je snoek kan kan. Nu kun je jaarrond met veel technieken snoek vangen – dat is ook het boeiende aan het vissen op snoek – maar de herfst opent weer nieuwe mogelijkheden. Zo worstelen we veel minder met planten en kunnen daardoor een veel breder scala aan kunstaas inzetten.

Daarnaast hebben veel snoeken het ondiepe water verruild voor dieper of zelfs zeer diep water. Toch blijven er ook snoeken, zelfs als het buiten gruwelijk koud aanvoelt, nog op het zeer ondiepe rondhangen. Je moet dus een keuze maken wat je wilt doen; ook weer een aspect wat het snoekvissen zo leuk maakt. Om hier een voorbeeld van te geven: ik viste met dood aas en twee hengels op een diepte van zeven en, schrik niet, vijftien meter. Mijn grootste snoek was 115 cm. Vriend Henk Rusman viste met een Grandma plug er op dezelfde dag, en ving ook een snoek van 115 cm op maar twee meter water. Henk had zijn snoek misschien ook met de vlieg kunnen vangen.

Vissen als deze komen vaak net van het randje. Leg twee hengels klaar: een voor het ondiepe de ander om wat dieper te vissen.

OVERVALLEN!

Onvermijdelijk krijgen we nu ook steeds meer te maken met wind. Bakken met wind soms en daar moet je wel mee om kunnen gaan. Het wel of niet kunnen uitvaren hangt van het viswater en de kwaliteit van je boot af. Niet zo lang geleden zag ik op Facebook een foto van een gezonken aluminium boot, die blijkbaar niet was vol geschuimd. Dat was schrikken! Stel je voor dat je door storm overvallen wordt en je boot loopt vol. Natuurlijk kijk je vooraf het weerbericht na. Maar geloof me, ook met veel ervaring en de nodige zorg word je wel eens overvallen door onverwacht natuurgeweld.

Kijk wel uit wat je doet en houd het weer(bericht) in de gaten. Wind kan echt bloedlink zijn.

JE SNAPT HET WEL…

In september en oktober – zeker zolang de temperaturen van het water nog op een redelijk hoog niveau blijven – vis ik het liefst ondiep, maar zoek ik wel vaker de randen naar dieper water op. Ik kies nu vaker voor rubber met gering loodgewicht; meestal tien, maximaal 15 gram. Een shad van 18 tot 20 centimeter kan je behoorlijk ondiep vissen, maar kun je ook af laten zakken en dicht bij de bodem vissen. Ik twitch of jerk het rubber vaak terug maar overdrijf hier niet mee. Over een worp van twintig meter zijn dat een handvol slagen om zo een eventueel volgende, niet geziene snoek toch even te provoceren. Dit werkt bij mij verrassend goed.

Mijn herfstdoos voor snoek.

Daarnaast zoek ik het soms ook op water van minder dan een meter diep, waarbij er vaak anderhalve tot twee meter water onder de boot staat. Je hebt nu zeker nog te maken met planten, maar er zijn ook al grote oppervlakten met vrijwel een plantvrije zone. Je bent daar heerlijk vrij om elk kunstaas te gebruiken, mits het niet te diep loopt en makkelijk te sturen is.

Jerkbaits mogen op het ondiepe zeker niet ontbreken.

 

Zinkende jerkbaits laten dat bijvoorbeeld goed toe. Vis je in het ondiepste water, maak dan de jerkbewegingen niet naar beneden maar schuin omhoog. Daarmee tik je de jerkbait tot net in of onder het oppervlak. Komt je kunstaas dichter bij de boot of onder de kant, laat dan je hengel per slag een beetje dalen om zo je jerkbait op een diepte te houden of gecontroleerd naar een grotere diepte te voeren. Lepels vis ik eigenlijk net zo en omdat vrijwel niemand met lepels vist, en snoek dit kunstaas niet kent… Nou, je snapt het wel!

En natuurlijk de lepel; wat een bakken komen eraan hangen.

NIET TE ZWAAR

Ik ben absoluut geen fan van zware hengels en joekels van kunstaas. Alles in mijn kunstaasdozen heeft een gewicht tot maximaal zo’n 80 gram, maar meestal veel minder. Juist in het ondiepere water heb je aan een lichtere hengel meer als voldoende om ook de dikste snoeken naar behoren te drillen. Denk maar aan hengels met ook een vermogen om maximaal 100 gram te werpen. Juist daarmee zijn gewichten tussen de 60 en 80 gram flink en nauwkeurig op afstand te brengen en blijft het ook leuk kleinere snoek te drillen.

STREAMERS ZWIEPEN

Met de vlieg? Ja natuurlijk!

Ik heb als gids heel wat gasten in de boot gehad die met de vlieg op snoek wilden vissen. Dat lijkt een moeilijke manier om snoek te vangen, maar keer op keer verbaast het me hoe goed snoek op streamers reageert. Ik heb ook absolute beginners in de boot te gast, die er toch in slagen snoek te vangen. Wat valt dan op? Worpen van even over de tien meter lijken al genoeg om snoek te haken! Ik denk ook dat het beter is je niet uit te putten om werpafstand-records te willen breken. Daardoor gaat het structureel mis en put je jezelf enorm uit, waardoor de lol er snel af is. Wil je met vliegvissen beginnen, denk er dan wel aan dat de verhoudingen hier heel anders liggen dan bij het kunstaasvissen. Een Aftma-klasse 10 is echt niet overdreven zwaar, al wordt dit wel gedacht of gezegd. Je vliegenlijn is je werpgewicht en het werpvermogen van je hengel wordt berekend naar het gewicht van de eerste negen meter van je vliegenlijn. Dat is voor een klasse tien ‘maar’ rond de 20 gram en daarmee vis je dus eigenlijk superlicht op het grote water en is het dus ook geen wonder dat ook een kleinere snoek de hengel in een mega boog trekken kan.

Je vist eigenlijk superlicht maar bent toch in staat er dikke bakken uit te trekken.

Worpen van even over de tien meter lijken al genoeg om snoek te haken!

TUINEKSTER

Waait het stevig, dan kies ik er vaak voor slepend te vissen. Niet iedereen is er fan van om een lange visdag in een zwierende en zwaaiende boot te maken en dan is slepend vissen zo gek nog niet. Dat is het natuurlijk ook niet wanneer je het mooiste weer van de wereld hebt, maar ik werp nou eenmaal graag. Slepen moet bij mij wel boeiend zijn en ik wil ook het gevoel hebben nog steeds zelf aan het vissen te zijn. Ik zet wel een hengel in de steun, maar dat is voor de bonus en wat eraan hangt, groot of klein, is bij mij niet als zo waardevol als een vis die je haakt aan de in de hand gehouden hengel. Ik werk er ook echt mee en dat rendeert ook. Die aanbeten alleen al, dat is toch altijd geweldig te ervaren.

Met zoveel wind is het beter te slepen. Je kunt ervoor kiezen heel de dag met de wind en je boot te worstelen, maar dat ben ik althans snel zat.

Slepend vis ik heel graag met een jigkop met daar een stuk rubber op. Om in echt dieper water te vissen gebruik ik wel een ‘bak‘ lood, koppen vanaf 30 gram. Daarmee kan ik, slepend en met een snelheid van tot 5 km/uur, tot goed acht meter diep vissen. Tijdens het slepen trek ik mijn shad in twee, drie schokkende stappen vooruit. Vervolgens laat ik het dan even voor wat het is en breng de shad in een vloeiende beweging terug naar het uitgangspunt. Zodra het ondieper wordt spoel ik een stuk lijn op om dit weer te geven in dieper water. Je bent dus echt druk en ik verlang van mijn vismaten eigenlijk hetzelfde, want echt dat rendeert keer op keer. Een beetje als een aangeschoten tuinekster naar een hengelsteun turen is dus niet mijn ding.

Zware jigkoppen om op diepte te raken.

Waar ik in de zomer, laat in de winter of het vroege voorjaar het liefst ondiep vis, duik ik tijdens de herfst wel eens het diepe in. Dat kan, naarmate de herfst vordert, behoorlijk diep zijn. Ik ga dan niet meer uit dat er aantallen gevangen worden, maar wel grotere vis boven water komt.

Pluk de dag: ook in de herfst zijn de eerste uren vaak het best.

DOOD AAS

Wat vrijwel altijd werkt is de fireball techniek. Vissen met een fireball is niet zoveel anders dan het verticaalvissen. De loodkop is iets anders vormgegeven en je vist met natuurlijk aas in plaats van rubber. Wanneer je gericht op snoekbaars of baars vist en een eventuele snoek voor lief neemt, dan vis je relatief licht. Vissen met de fireball doe ik soms voor een dag of een langere periode achtereen, want het is een leuk spelletje!

Op een lichte hengel – en met een beetje vaardigheid – krijg je ook die grote snoeken er wel uit. Vis je echter gericht op snoek, dan mag je hengel wel een beetje pit hebben. Je moet er tenminste dertig gram aan kunnen hangen. Denk maar mee: loodkoppen van gemiddeld 20 gram en daaraan een aasvis; bij elkaar weegt dat zomaar minimaal vijftig gram. Dat gewicht ‘lost’ in het water wel weer op, maar de weerstand blijft.

AASVIS: FORMAAT & BEVESTIGING

Kies je aasvissen ook niet te groot: tot 20 cm is mijn advies. Bedenk ook dat naarmate de aasvis groter wordt, het steeds lastiger wordt de aasvis goed te presenteren. Tevens blijkt bij groot aas dat het ook niet altijd meevalt om de haak goed te zetten.

Optimaal bevestigd: de aasvis in de rug afgeklemd met een stukje verend staal, over de haakpunt een rubbertje geschoven zodat de aasvis niet zo makkelijk los van de haak komt.

Voor een goede presentatie maakt het niet uit of je nu voor molen of reel kiest. Ik vind wel dat de hengellengte ertoe doet. Die heel korte hengels waar we in het verleden mee aan de slag gingen vind ik niet zo geweldig. Voor de snoek mag het van mij best wat langer zijn, denk aan 210 tot 240 cm. Wanneer de hengel in staat is gewichten tot vijftig gram te verwerken zit je wel goed. Een hengel van 240 cm gebruik ik vaak wanneer het een beetje waait en de drift wat sneller loopt. In dat geval is het wel eens lastig de bodem terug te vinden. Natuurlijk kan je dan zwaardere jigkoppen gebruiken, maar meer lood staat vaak synoniem aan minder aanbeten.

Natuurlijk, je krijgt soms aanbeten waarbij je denkt dat de vis de hengel er ook wil bij opeten…

SUBTIELE AANBEET

Vis je met een stevig windje op de hand, dan ben je beter af met de hengel hoog – 10 uur positie – te houden en de hengel naar elf uur te brengen, daar even te laten en vervolgens weer laten zakken tot de bodem gevoeld wordt. Denk er wel aan: waar je met een shadje, vissend op snoekbaars, best wel pittig, agressief kunt vissen doe je dat met een fireball veel delicater. Tegelijk is gevoeligheid hier echt belangrijk. Vissend met rubber is de aanbeet meestal onmiskenbaar en vaak snoeihard. Dat is bij het vissen met een met een aasvis op een fireball vaak niet het geval. Natuurlijk, je krijgt soms aanbeten waarbij je denkt dat de vis de hengel er ook wil bij opeten, maar vaker is de aanbeet minimaal; niet veel meer dan een beetje weerstand. Daar moet wel op worden gereageerd, want laat je het aan je voorbijgaan, dan zet die aanbeet vaak niet door. Bij twijfel geef je onder de geringste spanning een beetje lijn bij, en dan komt die wat langere hengel echt goed uit de verf, waarop de vis zich meestal wel verraadt. Laat de hengel nu zakken en breng die vervolgens in een vloeiende, doorgaande en snelle beweging omhoog. Meestal is dat meer als voldoende om de haak te zetten.

Fireball vissen lijkt eenvoudig, maar wat kunnen snoeken delicaat aanbijten. Opperste concentratie is een must voor succes.

KEUZES MAKEN

Naast de keuze voor ondiep of diep water en het type aas – dood aas, jerkbaits, streamers, lepels of softbaits – is er in de herfst nog veel meer mogelijk. Het gaat allemaal om keuzes maken. Ik heb een plan van aanpak voor een dag en daar blijf ik bij. Dus als dat werpend vissen op snoek is, dan blijf ik werpen en wissel dit af en toe af door een stukje te slepend te vissen. Al is dat laatste maar om even bij te tanken van al dat werpen. Maak niet de fout om een uur dit en een ander uur dat te doen, om vervolgens een uur later weer een andere techniek toe te passen, want zo’n aanpak pakt vrijwel altijd verkeerd uit.

Septembersnoek ligt echt nog ondiep. De laatste resten planten houden de snoeken soms mooi compact bij elkaar. Deze gast ving een 118 cm en 122 cm op circa tien vierkante meter water.