De aanpak van Kevin Diederen
De laatste jaren is het echt weer iets waar Kevin Diederen naar uitkijkt. Vanaf het moment dat de winter echt goed is begonnen, verlangt hij, ondanks dat de kou ook zijn charmes heeft, echt naar het voorjaar. Vooral de periode eind april en de maand mei is bij hem geliefd en past perfect bij de visserij waar hij de laatste jaren ongelooflijk van heeft genoten: het gericht vissen op grote zeelten. In deze bijdrage vertelt hij over zijn visserij op een van de meest fascinerende vissoorten die de lage landen rijk is…
Tekst & foto’s: Kevin Diederen

Hoewel ik het absolute merendeel van mijn vistijd nog altijd in het karpervissen steek, heb ik al lange tijd een zwak voor zeelten. Met name de wat grotere exemplaren vind ik indrukwekkende vissen. Als je het geluk hebt om een echt stevig gebouwde zeelt voor je neus te zien liggen, kan je er haast niet anders dan dol op zijn. Na vroeger vooral zeelten van huis-, tuin- en keukenformaat te hebben gevangen met een dobbertje, vind ik het tegenwoordig het leukst om statisch vissend de uitdaging op te zoeken. En die uitdaging vind ik in het gericht bevissen van de echt grote exemplaren. Zeelten die in de Engelse literatuur vaker beschreven worden als de magische grens van 10 lb voorbijgaand. De laatste paar jaar is het me diverse keren gelukt om deze grens van 4,5 kg aan te tikken of zelfs te overschrijden.
Zeldzamer dan je denkt
Zeelten van een dergelijk kaliber zijn helaas een stuk zeldzamer dan velen denken. Tenzij je karpervissers moet geloven. Vaak hoor je ze praten over brasems en zeelten van extreme formaten die ze als bijvangsten krijgen. Hoewel het natuurlijk wel eens zo zal zijn dat er een vis van uitzonderlijk formaat tussen zit, is mijn ervaring dat ze er vaak naast zitten met hun schattingen. Dat maakt het natuurlijk lastig, want juist die tips van bijvoorbeeld karpervissers zijn nog altijd je beste kans voor het vinden van een geschikt water voor de specimen zeeltvisserij. De harde realiteit is dat ik veel tips na goed onderzoek in de prullenbak heb gegooid. Door echter echt daadwerkelijk op onderzoek uit te gaan en locaties te verkennen, heb ik op een aantal verschillende wateren grote zeelten gevangen.
Tot op heden waren dit altijd afgesloten, heldere wateren, die kenmerkend hadden dat er maar weinig vis zat. Doordat het natuurlijke maar ook door vissers in het water gegooide voedsel door minder monden gedeeld moet worden, blijft er veel meer over voor die paar vissen die er wel zwemmen. Mijn ervaring is dat je een sloot waar je flink wat actie kan krijgen van kleinere vissen dus al snel kan skippen als het doel is om een bovengemiddeld grote vis te vangen. Op de wateren waar ik de laatste jaren het gros van mijn uren heb gespendeerd, was het opvallend dat het merendeel van de vissen rond de 55 cm was. Zelden kwamen er vissen kleiner dan dit formaat op de kant en uitschieters naar boven behoorden tot de mogelijkheid. Een lengte van 60 cm is op de juiste wateren zeker goed mogelijk en als het dan ook nog om stevig in het vlees zittende vissen gaat, heb je echt een mega indrukwekkende zeelt te pakken.

Pieken
Omdat ik zelf een voorkeur heb voor wat zwaarder gebouwde vissen en deze visserij liever een korte tijd van het jaar zeer fanatiek beoefen om zo de rest van de tijd mijn focus naar onder andere karper te verleggen, probeer ik te pieken op het juiste moment. Op vrijwel alle plekken waar ik het heb kunnen zien, paaien eerst de brasems, vervolgens karpers en daarna pas de zeelten. En juist in de aanloop naar die paai beginnen de vrouwtjeszeelten, die een stuk groter worden dan de mannetjes, kuitaanzet te krijgen. Tijdens dit proces kunnen de vissen aanzienlijk zwaarder worden.
Afhankelijk van de bouw van de vis, leeftijd en genetische aanleg moet je niet gek opkijken van 10, 15 of in extreme gevallen zelfs ruim 20% toename. Nu is het voor mij overigens niet zo dat de uitslag van een unster doorslaggevend is voor het plezier of de voldoening die ik aan een vis beleef. Maar als ik mag kiezen, heb ik toch liever een grote, zware en tegelijk puntgave vis dan eentje die net is afgepaaid met het bijhorende ingevallen en vaak wat beschadigde lijf. Voor mij betekent dit in de praktijk dat ik het zeeltvissen pas rond eind april oppak om zo tijdens de maand mei te pieken. Hoewel het soms tot in juni kan duren voordat ze afgepaaid zijn, heb ik ook al meegemaakt dat het midden mei voorbij was. Ik heb dus in de winter alvast met potlood wat data omcirkeld om ook dit voorjaar weer slim wat sessies te plannen.

Lekker overdag
Het mooie van deze visserij is dat het goed mogelijk is om lekker overdag vis te vangen. Hoewel je vaak mensen hoort zeggen dat de zeelt zeer vroeg in de ochtend actief is, heb ik gemerkt dat juist op de kraakheldere en vaak wierrijke wateren de tweede helft van de ochtend en zelfs soms de middag beter is.
Het is niet zelden dat ik in de ochtendschemer start met vissen en een stek uren later pas begint te lopen. Toch kies ik er te allen tijde voor om wel al zo vroeg mogelijk de visdag te beginnen. Er gaat namelijk niets boven de dag in alle rust starten en genieten hoe de natuur ontwaakt. Doordat de zoektocht naar buitengewoon goede wateren mij steeds verder van huis brengt, kies ik er wel voor om bij voorkeur voor langere sessies naar de waterkant te gaan.
Zo viste ik in 2024 in totaal 11 visdagen verspreid over 3 sessies op zeelt. Op diverse dichter bij huis gelegen wateren merkte ik namelijk dat vooraf voeren echt grote verschillen maakte. Maar als de viswateren verder van huis liggen, kan het lastig zijn om dit in de praktijk uit te voeren. Door meerdere dagen achter elkaar op een stek door te brengen, kan je dit enigszins nabootsen en ik heb gemerkt dat de tweede of zelfs derde dag bij mij vaak een stuk succesvoller is dan de eerste. Als ik overdag voldoende actie krijg, kies ik er wel voor om ’s avonds de hengels binnen te draaien, tegen de tent te zetten en lekker mijn nachtrust te pakken zonder effectief door te vissen. En die nachtrust kan je na een lekker actieve dag wel goed gebruiken.

De statische uitrusting
Tussen de regels door lezend heb je waarschijnlijk wel al het beeld gekregen dat de manier waarop ik deze visserij beoefen veel raakvlakken heeft met het karpervissen. Door de goede dingen van het statische karpervissen te combineren met wat zaken uit de feedervisserij, krijg je een mooie samensmelting die zowel voor mij als voor flink wat buitenlandse vissers voor grote successen heeft gezorgd.
Mijn voorkeur gaat ernaar uit om met twee of soms zelfs drie hengels op beetmelders te vissen. Dit geeft mij de vrijheid om tussendoor bij te voeren, koffie te zetten, van de natuur te genieten en tal van andere zaken te doen zonder dat ik een teken van leven mis. Hoewel het soms hard kan lopen, kan het namelijk ook soms urenlang doodstil blijven. Als je dan meerdere dagen op rij vist en lange dagen maakt, is het haast onmogelijk om een feedertopje in de gaten te houden.
De hengels die ik gebruik zijn voor mij een compromis. Je wilt namelijk voldoende demping hebben om te kunnen genieten van de dril en losschieters te voorkomen. Maar tegelijk heb je ook de power nodig om ver genoeg en accuraat te werpen en indien nodig sterke vissen uit allerlei narigheid zoals planten te houden. Een 3,60 m lange “specimen” hengel met een testcurve van 1,75 lb is daarbij ideaal. Gecombineerd met een maat 4000 tot 6000 vrijloopmolen en een 10 lb nylon of fluorcarbon hoofdlijn kan ik er altijd mee uit de voeten.

Maden en casters
Als je aan aas voor zeelt denkt, denk je al snel aan methodfeeders en pellets. En deels is dat ook wat ik in mijn visserij gebruik. Ik heb echter wel gemerkt dat met name op wateren met veel natuurlijk voedsel pellets absoluut in het nadeel zijn ten opzichte van levend aas. Binnen de Engelse specimen zeelt scene zijn maden al jaren een van de favoriete aassoorten. Zelf heb ik er ook, vissend met speciale inline maggotfeeders, ongelooflijk goed op gevangen. Door deze feeders met regelmaat te vullen en bijvoorbeeld elk half uur op je stek in te werpen, bouw je al snel een constant spoor van kleine, kruipende voedseldeeltjes op. Tijdens de laatste 3 jaar ben ik echter een nog grotere fan geworden van casters. Maden in een verpopte staat dus.

Met casters heb ik het idee dat de zeelten er mogelijk nog een stuk doller op zijn. De kans is ook groot dat de meer crunchy textuur een grote bonus is en bijvoorbeeld het geluid van hierop kauwende vissen aanlokkelijk klinkt. Feit is overigens dat ze in ieder geval een stuk makkelijker zijn in gebruik. Zelf haal ik mijn casters altijd bij een op het wedstrijdvissen gerichte hengelsportzaak die ze speciaal voor mij vers maakt. Vanwege de grote hoeveelheden die ik gebruik, bestel ik ze vooraf en laat ik ze in halve liter zakjes verpakken.

Deze zakjes kan ik heel makkelijk in de koelkast en ook tijdens het vissen in een grote koeltas of box bewaren. Met behulp van koelelementen blijven ze aan de waterkant makkelijk een midweek goed. Door de casters in de kleinere zakjes te laten verpakken, kan ik steeds pakken wat nodig is. Ik meng ze in riante hoeveelheden met nog een beetje gekiemde hennep en wat 2 mm pellets om zo een voertapijt aan te leggen. Vanwege de combinatie van vaak grotere afstanden en de erg kleine voedseldeeltjes doe ik dit met een speciale spodhengel en Spomb. Zo kan ik precies op dezelfde vierkante meters als waar mijn hengels komen te liggen het aas aanbieden. De casters die ik van een geopende zak over heb, stop ik overigens in een bakje waarna ik ze onder water zet. Zo blijven ze een stuk langer goed en voorkom je dat ze gaan drijven.

Om een stek goed op te starten, begin ik dus altijd met het aanleggen van een voertapijtje. Dat bestaat uit een mix van de casters met een kleine hoeveelheid hennep en wat van de 2 mm pellets die ik ook in een methodfeeder kan gebruiken. Afhankelijk van de hoeveelheid te verwachten vis en ook door gewoon uit te proberen, begin ik vaak met een zestal goed gevulde Spombs. Als ik eenmaal wat vissen heb gevangen, zal ik wederom opnieuw wat bijvoeren. In de tussentijd vis ik met standaard methodfeeders bovenop dit voerbed. De met pellets gevulde feeders zijn als het ware de kersen op de taart. Door te kiezen voor feeders van 45 gram in combinatie met korte onderlijntjes en vlijmscherpe haken zorg je gelijk voor een goed zelfhakend systeem, en dat is dodelijk effectief.

Effectief
In tegenstelling tot wat je bij veel methodfeedervissers ziet, gebruik ik korte 7 cm onderlijntjes gemaakt uit soepel gevlochten materiaal. Door de onderlijn zo kort te houden, zal je zeelten, die een stuk trager azen dan karpers, veel effectiever prikken. Ook blijft het haakaas veel mooier op of in ieder geval tussen de pellets liggen ten opzichte van een wat stijvere nylon of fluorcarbon onderlijn. Vissend met dit systeem heb ik vrijwel geen losschieters gehad.

Om een mooi subtiel geheel te creëren, kies ik voor twee rubberen nepcasters als haakaas. Daar waar ik bij de madenvisserij vrijwel uitsluitend kunstmaden gebruik, heb ik vissend met twee Drennan nepcasters over een bedje van het echte spul ook enorme vangsten meegemaakt. Het werkt dus goed en is ook nog eens lekker praktisch. Twee van die kunststofjes gevist op een haartje met een klein klauwhaakje heeft al honderden zeelten in de fout laten gaan.

Vissen maar!
Als je de spullen en het aas op orde hebt, is het eigenlijk een kwestie van simpelweg proberen. Want plannen maken en dingen voorbereiden is leuk, maar vis vangen is toch echt het uiteindelijke doel. Dat doe je natuurlijk aan de waterkant. Door met de Spomb voorzichtig een stek op te bouwen en regelmatig je methodfeeders daarop opnieuw uit te werpen, zet je al de eerste stappen in de goede richting. De ene keer merk je dat elk half uur opnieuw werpen het beste werkt en op andere momenten of wateren is het lonend om een hengel zelfs meerdere uren te laten liggen. Dat is het mooie natuurlijk van vissen. We raken nooit klaar met dingen uitproberen, leren en genieten.



