Helder Water

481

BEHULPZAME NOTITIES

Iedereen weet dat alle vissen ogen hebben. Toch lijkt het er erg vaak op dat sportvissers daar geen rekening mee houden. Vissen zien meer dan we denken, zien ook verder en kunnen zeer zeker gevaar onderscheiden. Vaak worden ze ook geholpen door de helderheid van het water, zeker in de warme zomermaanden.

Tekst & foto’s: Frans Vogels

Ik neem jullie in dit artikel mee met mijn gedachten en bevindingen van de laatste 15 jaar als barbeelvisser. Ik heb in verschillende landen vele rivieren bezocht en bevist. Ik kan je nu al vertellen dat waar je ook vist en hoe de rivier ook heet, de bevindingen vaak overeenkomen. In de warme zomerperiodes staat het waterpeil vaak lager en stroomt het water in de rivieren ook langzamer. Dit heeft tot gevolg dat het water kraakhelder wordt. Stofdeeltjes in het water zakken naar de bodem, algen groeien vaak sneller en de vissen kunnen zich moeilijker verschuilen.

Het is zomer; laag en helder water met minder stroming veroorzaakt een stoflaag op de bodem.

HET LOGBOEK

Doordat het water zo helder is, schuilt daar voor ons sportvisser ook enig gevaar in. Niet alleen zien wij meer, de vissen hebben ons ook sneller in de gaten. Wateren met een diepte tot maximaal 1 meter kennen dan geen geheimen meer. Vanaf de oever zie je het bodemverloop, een bron van zeer belangrijke informatie voor als de waterstand hoger is en het water troebeler. Kortom, noteer zaken als waar eventuele geulen liggen, hoe lang deze zijn en punten waar de geul oploopt naar ondieper water. Kijk naar de obstakels en hoe je deze kunt omzeilen. Markeer daarbij de punten aan de oever, zodat je voor jezelf altijd en gemakkelijk je stek kunt herkennen. Loop desnoods in het water en voel en kijk. Doe dit uiteraard als je naar huis gaat of de stek verlaat…

Een voorbeeld uit mijn logboek: ‘Bij de visplaats, 3 meter naar rechts ter hoogte van de eikenboom. 5 meter uit de kant aanvang geul, die 1 meter breed is naar het midden toe. De geul is 6 meter lang en loopt langzaam op naar een ondieper gedeelte van circa 40 cm. De geul is vlak en schoon.’ Met deze info weet je altijd waar je moet zijn. Stijgt de waterstand, dan wordt vaak ook de rivier breder! Het is dan inschatten waar de geul ligt. Op deze plek wordt de rivier onder de eigen viskant 4 meter breder als de rivier 1 meter stijgt. Oftewel, de geul ligt op dat moment circa 9 meter uit de oever.

WERVELINGEN LEZEN

Stroomnaden en wervelingen aan het oppervlak ‘vertellen’ je vaak meer van de situatie onder water. Waar moet je op letten? Het onderstaande lijkt misschien moeilijk, maar je zult snel ondervinden dat je de onderstaande situaties gaat herkennen!

• Let goed op of de structuur van het water gelijk is over een lange strook. Als de structuur over bijvoorbeeld 15 meter gelijk is, dan wil dat zeggen dat daar de bodem gelijk is zonder obstakels. Het kan zijn dat je daar een grindbodem hebt, die eenzelfde diepte heeft.

• Daar waar je wervelingen ziet in het wateroppervlak, duidt dat op bodemverandering. Dat kan zijn dat het daar ondieper wordt, het water stroomt dan sneller. Wordt het dieper, dan zal de stroomsnelheid afnemen.

• Zijn de wervelingen onregelmatig, dan duidt dat vaak op een obstakel. Erg onregelmatig verraadt een struik, een grote tak of planten. Het lijkt er dan op dat de werveling beweegt; deze krijgt steeds andere vormen, doordat de tak onder water beweegt door de stroming en druk.

• Blijven de wervelingen regelmatig en even groot, dan weet ik dat er iets op de bodem gaande is wat in ieder geval niet beweegt, zoals een grote steen of een boomstam.

De schuimkoppen en wervelingen vertellen dat het water ondiep is en er grote stenen onder het oppervlak liggen. ‘Live’ zal je zien dat het ook sneller stroomt. Hier ligt eerder forel dan barbeel en kopvoorn.

Op deze foto is weliswaar niet te zien dat aan beide oevers het water harder stroomt dan in het midden, maar op de diepere zone in het midden is de stroomsnelheid minder.

PLAT GRAS?

Barbeel en kopvoorn, de vissoorten die ik graag belaag, zijn enorme schuwe vissen, zeker met helder en laag water. Het is belangrijk dat je elke visdag weer opnieuw hun vertrouwen moet winnen. Kom je op een plek die je kent, dan weet je vaak wat je kunt verwachten. Bij onbekende stekken kun je als volgt te werk gaan.

Allereerst zie je aan de oever of er vaker gevist wordt. Kale stukken duiden op een zeer vaak beviste plek. Alleen platgedrukt gras of riet? Dan is er alleen kortgeleden gevist. Observeer als eerste het water. In mijn geval kijk ik naar de stroomnaad, eventueel diepere gedeelten en het gemakkelijkste: zie je barbeel of kopvoorn zwemmen?

Bij helder water kun jij de vis spotten, maar andersom ook!

Zodra ik een schooltje zie, schiet ik met de katapult hennep of kleine pellets in het water. Bij de eerste aanraking met het water weet ik dan al of er op dat stuk rivier druk gevist wordt. Schieten de vissen meteen verschrikt weg, dan weet ik meteen dat de hengeldruk vrij groot is! De vissen herkennen het geluid van wat veroorzaakt wordt door de hennep of pellets. Dit is mooi zichtbaar op de bekende stekken van de Ourthe in de Ardennen. Blijven de vissen rustig liggen, dan weet je dat er zelden of nooit gevist wordt op dat stuk rivier.

 

Natuurlijk is het niet altijd mogelijk om een goede observatie te doen. Als het water dieper is dan 1,5 – 2 meter, dan wordt het vaak moeilijk. Heb je de mogelijkheid om ergens in of op te klimmen, maak daar dan gretig gebruik van. Dan is zichtobservatie bij dieper water soms wel mogelijk, zeker met een zonnetje.

LOW PROFILE

Heb je een stek gevonden die druk bevist wordt, zorg er dan voor dat de vissen jou zo min mogelijk kunnen zien en horen. Blijf zo ver als mogelijk uit de waterkant. Steun hengels zo laag mogelijk af, zo ver als mogelijk uit de kant. Een hengelsteun van 2 meter hoog, kort aan de kant, met daartegen twee hengels van tussen de 3.60 of 4.50 meter lang, dat wekt argwaan! Het is onnatuurlijk en hoort daar niet. De barbeel en kopvoorn zijn echt niet gek en herkennen dit; voor hen een signaal ‘gevaar’. Volhard je toch in zo’n opstelling, dan is een blank een groot risico. Ligt er een oever met veel grind, probeer te vermijden daar over te lopen.

 

VER VAN DE WATERLIJN…

Een verschil tussen wel of niet vangen: houd afstand en loop zo min mogelijk over het grind.

Bij de Grensmaas heb je vaak een lange strook grind tot aan de waterlijn. Daar neem ik een paar meter uit de kant plaats. Steun ook daar je hengels laag af en leg je spullen zo neer dat bewegen voor jezelf minimaal is. Vanaf je stoel moet je kunnen vissen en zoveel mogelijk stil zitten. Maak bij aankomst eerst een voerspoor indien nodig of gewenst en bouw daarna alles rustig op. Ook al is het soms niet makkelijk, probeer altijd rekening te houden met de stand van de zon. Ik prefereer de zon voor me, zodat zo min mogelijk schaduw van mezelf of mijn spullen op het water valt. Een klein dingetje, maar bijzonder belangrijk bij helder water – dit kan het verschil maken tussen vangen en blanken.

VISTRUCJES

Pas altijd je werpgewicht aan de omstandigheden aan. Is het helder, laag water en je zou er met 30 gram kunnen vissen, pak dan geen 40 gram. Op een druk beviste stek gebruik ik geen korven met voer. Ook geen pelletmix die vastgedrukt in de korf blijft zitten. Bij een schone, regelmatige bodem maak ik gebruik van een druppelloodje en bij een ruwere bodem een lege gaaskorf. Ik zorg daarbij dat ik tijdens de inworp zelf zo min mogelijk hoef te bewegen, zittend waar mogelijk.

Alleen vissen met een klein loodje of een steen als werpgewicht werkt in helder water vaak beter.

Ook gooi ik ruim over de visstek, indien mogelijk zeker 10 meter. Ik rem de worp af, dat is een handigheidje wat ik mezelf aangeleerd heb. Net voor de korf het wateroppervlak raakt, duw ik de hengel een stukje naar achteren, wat voor een beetje remming zorgt. Ik laat dan de korf of het loodje een beetje zakken – op 1 meter waterdiepte circa 30 cm – en draai dan snel in tot de montage boven mijn stek is, waarna ik deze laat zakken. Is de waterdiepte 3 tot 4 meter, dan geef ik snel extra lijn zodat de korf ook sneller kan zakken en toch op de goede plek komt. Deze handelingen doe ik bewust en zijn het gevolg van jarenlange ervaringen. De schrikplons voor de vissen is op deze wijze niet recht boven de visplek, maar juist ruim erover. Ook dit detail kan het verschil zijn tussen vangen en blanken!

Nog meer tips: laat je montage zo lang als mogelijk liggen, vervang niet onnodig je aas en verwissel ook niet onnodig van aas. In dit soort situaties moet je elke keer na de worp opnieuw het vertrouwen van de vis winnen! Op een voor jou bekende stek of water weet je met welk aas je goed vangt. Op een onbekende stek doen maden het altijd goed, al selecteer je daarmee niet de specifiek barbeel of kopvoorn. Kaas en pellets zijn iets selectiever en vallen op nieuwe stekken ook vaak in de smaak.

Gooi over de visplek heen om met de plons vis niet te verschrikken!

LOKALE KENNIS

Kom je op een onbekende rivier of stek en je hebt de mogelijkheid om een local aan te spreken, maak daar altijd gebruik van. Ondanks mijn kennis en de vele gelijkenissen tussen viswateren, heb ik ook geleerd dat luisteren naar locals erg belangrijk is!

Mijn standaard montage is een schuivend systeem met een onderlijn van 150 cm. Dit systeem laat me zelden of nooit in de steek. Er staat bewust ‘zelden’ want soms ligt het toch net anders…

Mijn vertrouwde en effectieve schuivende montage met 150 cm onderlijn, maar soms kom je op plekken waar iets anders beter werkt!

Zo viste ik jaren geleden op de Engelse rivier de Severn met mijn gebruikelijke montage. Het water was circa 1 meter diep, kraakhelder en de stroming was redelijk. De breedte was circa 30 meter en aan de overkant lag een omgevallen boom waar ik net tegenaan viste. Ik had een korf van 70 gram nodig om mijn montage te laten liggen. Waarom tegen die omgevallen boom? Omdat het daar wat dieper is en het biedt vis vaak ook schuilmogelijkheden. Ik zat ruim een uur te vissen toen een oude man achter me kwam staan. Na ongeveer een half uur draaide ik binnen, omdat door de lijndruk mijn montage niet meer in de goede lijn lag.

Dat was ook het moment dat de man voor het eerst sprak. “Your hooklink is too short”, was het eerste wat hij zei. “Double it and you gonna catch…” Natuurlijk vond ik het vreemd en probeerde er achter te komen waarom. Hij kon dat niet verklaren, hij zei alleen maar ‘hoe langer de onderlijn, des te meer je gaat vangen’. Ik besloot om een nieuwe onderlijn te knopen; eentje van maar liefst 3 meter! Ingooien daarmee wordt een stuk moeilijker, zeker als je tussen wuivend riet zit… Ook daar leerde hij me snel een trucje: het haakaas zacht in de korf duwen zodat de onderlijn halveert in lengte. Zodra de korf het water raakt moet het haakaas meteen vrij komen. Je raadt het al. In het bijzijn van de oude man ving ik drie barbelen. De volgende avond begon ik weer met mijn standaard montage en kreeg daarop geen beet. Alleen toen ik een extra lange onderlijn monteerde kreeg ik aanbeten en zo ving ik die avond twee barbelen.

Ik pas me graag aan als de situatie daar om vraagt!

Een ander opmerkelijk verschil maakte ik in eigen land mee. Daar wees een local me juist op het feit dat mijn onderlijn te lang was. Volgens hem werkte 50 cm veel beter. Ook daar paste ik mijn montage aan en inderdaad, op die stek vang ik veel meer met een onderlijn van 50 cm dan 150 cm. Vraag me ook bij dit voorbeeld niet waarom, ik weet het echt niet. Het betreft zelfs een druk bezochte plek, waarvan je eerder zou verwachten dat een langere onderlijn die rustig ligt (150 cm lang) veel beter werkt. Het is juist andersom. Kortom, indien nodig pas ik me graag aan.

GEWOONTEDIER

Zeker barbeel heeft vaak een vaste gewoonte. Het zijn een beetje autistische vissen, heeft mijn database van 15 jaar uitgewezen. Het is me al vaak overkomen dat ik een barbeel op nagenoeg dezelfde tijd en dezelfde stek of strook van de rivier terugvang! Op de Franse Maas ving ik drie avonden op een rij dezelfde barbeel van 77 cm tussen 22:18 en 22:55 uur. Mijn recordvis qua lengte is 88 cm, gevangen op de Waal. Deze vis heb ik zes keer gevangen zien worden in twee jaar tijd; vier keer was ik de gelukkige en twee keer tijdens gidsdagen door mijn gasten. Het opvallende: zes keer kwam de vis op dezelfde dag van de week en altijd in een ‘tijdslot’ van slechts 13 minuten, namelijk tussen 16:54 en 17:07 uur! De afgelopen 2,5 jaar heb ik de vis niet meer gevangen, ook is hij niet meer gemeld. Ik vrees dus dat zij niet meer leeft. Wellicht was de laatste vangst (ze woog slechts 3780 gram – het normale gewicht lag op zo’n 6,5 kg) al een voorbode.

De barbeel die ik drie avonden op rij ving; alle keren tussen 22:18 en 22:55 uur.

Samengevat: wil je een water of stek goed leren kennen, noteer dan gegevens! Zo heeft het noteren van mijn vangtijden me enorm geholpen bij het barbeelvissen. Ik kan de keuze maken om op gerichte tijden te vissen en zo ook het blanken tot een minimum proberen te beperken. Tegenwoordig is dat een stuk makkelijker dan vroeger. Sla simpelweg op je telefoon gegevens op. Ook digitale vangstfoto’s hebben een database met onder andere data en tijd. Ook andere afwijkende ervaringen en observaties bij helder water zijn het noteren waard.