Een nieuwe rubriek! Speciaal voor de lezers van Zeehengelsport doen telkens vier ervaren vissers uit de Lage Landen hun tips & tricks uit de doeken voor de komende periode, geholpen door hun kennis, ervaring en sea-sense! We laten ze graag aan het woord…
Bram Cole (B)
Als bootwedstrijdvisser zul je vast deze winter aan het trainen zijn en zoveel mogelijk schar/wijting proberen te strikken. Met welke set-up en onderlijn begin je meestal, en met welke aanpassing ga je vervolgens door wanneer de vangsten tegenvallen, of juist meevallen?
Als competitievisser is het inderdaad belangrijk om zoveel mogelijk volle lijnen te vissen en dan liefst op zo kort mogelijke tijd. Een eenvoudig all-inantwoord bestaat niet, maar ik licht graag een tipje van de sluier op. Favoriete onderlijnen bij het bootvissen met matige tot sterkere stroom zijn zonder twijfel ijzeren afhouders, 1 mm dik en 21 cm lang. Deze voorzien je steevast van een leuke wijting, schar en met wat geluk een gulletje. Zit er meer schar, dan vis ik heel graag met de verkorte versie in ijzer van 18 cm. De afstand tussen de afhouders verklein ik als er veel stroom loopt. De klassieke visserij is vaak traag. Ik geloof meer in een actieve, snelle visserij waarbij je het aas zoveel mogelijk in beweging brengt om aandacht te trekken. Dit kan alleen als je met je hengel in de hand vist en niet te veel lijn geeft.

Valt de stroom weg, dan verdwijnt heel vaak ook de vis. Enkel bij grote voedselnijd blijven de vissen azen. Verdwijnt de stroom, dan moet je zelf zorgen voor actie. De eerste aanpassing die ik dan vaak maak, is de overstap naar een Italiaanse onderlijn, zeer goed gekend bij de strandvissers! Het komt erop neer dat je gaat vissen met een lichter lood (80-120 gram) en zonder afhouders, maar enkel haaklijnen (25-45 cm), en zo de bodem afzoekt om een visje te klissen.
Als de stroom en de wind een robbertje beginnen te vechten, dan slingert de boot van links naar rechts, en dat is het ideale moment om de spreader boven te halen. Een prachtige onderlijn waar ik vele dagen mee geoefend heb voordat ik een optimaal resultaat kon verwezenlijken. Maar zodra je het onder de knie hebt, is het een onmisbare onderlijn. Tegenwoordig zijn er uitstekende versies te verkrijgen bij Robby Fish.
Een snelle, technische visserij, waarbij je op het juiste moment de juiste onderlijn moet boventoveren.
Welke simpele set-up/onderlijn zou je mensen aanraden die voor het eerst (of tweede/derde keer) met een charterboot meegaan op de Noordzee of Westerschelde?
Ik denk dat het belangrijk is dat je als beginnende visser vooraf goed informeert bij de schipper, een ervaren (wedstrijd)visser of je aansluit bij een club. Daar ga je veel gemakkelijker de nodige ondersteuning vinden en waarschijnlijk ook al snel veel meer succes boeken. Als voorzitter van Robby Fish Zeehengelclub weet ik maar al te goed dat wij als club het verschil maken voor vele nieuwe beginnelingen, en dat maakt de vissers en ook ons blij!

Maar als ik toch een basispakketje zou adviseren, zou ik het eenvoudig houden. IJzeren afhouders 18-21 cm, haakmaat 2 en voorzien van enkele ankerloodjes van 180-250 gram. Aankoop van stok en molen: ik zou adviseren deze na een aantal keren aan te schaffen, maar indien je budget het toelaat, koop dan ineens degelijk materiaal, want het zilte is niet de beste vriend van je materiaal. Zelf vis ik bijna altijd met de Robby Fish Pro Boat (300 cm), een Penn Conflict 2 Longcast en als hoofdlijn Whiplash 16/00 of de Spiderwire Smooth 12/00 bij veel stroom. Een perfecte combinatie! Natuurlijk duurt het niet lang of je visbak zal gevuld worden met diverse onderlijnen. Maar maak het jezelf niet te moeilijk!
In mei 2020 vindt het WK Bootvissen plaats in België. Welke vissoorten zullen in jouw ogen de doorslag gaan geven die periode, en welke favoriete landen naast België kunnen volgens jou de top 3 vormen?
Het WK in België gaat er volgens mij eentje worden die in de geschiedenisboeken komt als een paradijs van de platvis, dat hoop ik toch. De weergoden spelen hier een belangrijke rol in. Ons eigen Robby Fish-festival valt ongeveer in dezelfde periode. Ik heb het geluk gehad om de twee laatste edities te mogen winnen met respectievelijk 120 en 80 maatse vissen in 2019 – waarvan 90% platvis. Zeker niet verkeerd qua aantallen als je weet dat je vaak nog eens hetzelfde aantal ondermaatse vissen vangt.
Het zal een snelle, technische visserij zijn, waarbij je op het juiste moment de juiste onderlijn moet boventoveren. Mijn favorieten zijn door alle Nederlandse competitievissers wel gekend, al ben ik niet altijd even voorspelbaar in wanneer ik ze gebruik! Ik ga naar het WK en neem mee: Italiaanse onderlijnen, driepikkel (kiekepoot), spreader, ijzeren afhouders (18-25 cm) en gele plastic afhouders (15/23 cm). Daarnaast combineer ik graag, naargelang de stroming, aanwezige vissoorten en de kleur van het water, met twisters, pareltjes en blinkers. Dit geeft behoorlijk wat opties en dan heb ik nog niets verteld over mogelijk verzwaard vissen of alle mogelijkheden van beazen. Ga ik ook nu niet doen, al zouden sommigen dit wel eens graag horen. Misschien in een editie na het WK .
Naast onze Nederlandse vrienden zijn Italië en Frankrijk volgens mij onze zwaarste tegenstanders. Ik verwacht niet dat het een makkelijke opdracht wordt, maar ‘de lagelandenvissers’ hebben er zin in, daar ben ik van overtuigd. Eindelijk op eigen water!
Als je terugkijkt op 2019, wat is jou dan opgevallen qua vissoorten en visserij?
Het verbaast me keer op keer hoe bepaalde vissoorten terug kunnen opveren nadat de commerciële visserij beperkt wordt. Dit was met de pladijs, tong en nu de zeebaars het geval. Ik hoop van harte dat de strand- en bootvissers in de toekomst een eigen kuststrook krijgen waar enkel de garnalenkotters welkom zijn. Verder is de temperatuur van het water wel wat gestegen de laatste jaren en dat zorgt voor leuke andere habitants zoals alle soorten haaitjes, dorades, tarbotten en rode ponen! Daarom starten wij ook met een volledig nieuwe Robby Fish Topcompetitie waarbij de soorten en het catch & release centraal staan.
Zo, dat was het. Via deze weg wens ik het Nederlandse team heel veel succes met de voorbereiding van het WK Blankenberge!
Ad Bastiaenen (NL)

Je hebt deze wintermaanden best wat gul kunnen vangen op de Nieuwe Waterweg. Kun je aangeven op welke manier je dit iets gerichter aangepakt hebt?
Het is en blijft uitproberen, maar het is begonnen met het vissen op najaarstongen waarbij we toevallig gul haakten. Vanaf dat moment ben ik er gerichter op gaan vissen door de onderlijnen iets aan te passen (lees: grotere haken en kralen) en een specifiek tij te vissen, namelijk het opkomend tij in het donker. De gul heeft de neiging om in het donker naar de kant te komen om te azen, dus dichtbij vissen was het devies. Ongeveer 30 meter was ver genoeg! Als aas gebruik ik pieren en eventueel wat mesheften. De haken dik beazen en afwachten maar. We hadden hier toch wel aardig succes mee; vier tot vijf gullen per persoon en als bijvangst wijting, steenbolk en tong. Kortom, een leuke visserij.
Hoe prepareer jij je qua materiaal op een nacht gulvissen?
Ik probeer mijn materiaal zo beperkt mogelijk te houden in verband met het sjouwen. Ik neem de koffer, de hengels, een steun, de paraplu, verlichting en mijn kar mee. In mijn koffer heb ik verlichting gemaakt; dat scheelt een hoop rommelen in het donker en is handig met beazen.

Op de Waterweg is het aan te raden om stevige hengels te gebruiken vanwege de stroming en het gevecht van een mooie gul. Zelf heb ik twee Yuki Neox 911sf-hengels met daarop twee Shimano 14000 XTD-molens, gevuld met 17/00 gevlochten lijn. Een heerlijke combi! Maar eigenlijk kun je iedere hengel gebruiken met een werpgewicht tussen de 175 en 300 gram.

De hengelsteun is gewoon een simpele driepoot die ik verzwaar met een emmer water. Hierin kun je gelijk je handen wassen en de gevangen vis in doen die je mee wil nemen.
De paraplu gaat altijd mee. We wonen immers in Nederland! Regent het een keer niet, dan kun je altijd nog lekker uit de wind gaan zitten. De verlichting zit, zoals ik al aangaf, in het deksel van mijn koffer. Verder draag ik een goede hoofdlamp en heb ik verlichting op mijn steun, gericht op de hengeltoppen. Toplichtjes gebruik ik niet, daar heb ik een hekel aan. Tenslotte de kleding: dit is afhankelijk van de temperatuur natuurlijk, maar wel altijd wind- en waterdicht.
In mijn koffer heb ik verlichting gemaakt; dat scheelt een hoop rommelen in het donker.
Hoe ziet jouw onderlijn eruit voor het gulvissen op de Waterweg?
Onderlijnen vind ik altijd iets persoonlijks. Je gebruikt gewoon iets waar je vertrouwen in hebt. Bij mij zijn dat er twee. De eerste is er een met drie MKS-afhouders in de kleuren rood, oranje of groen. Deze worden op de lijn geklikt. Vervolgens lijm ik een kraal en een sleeve boven en onder. De staande lijn die ik gebruik is 61/00.

Als haaklijn gebruik ik 17/00 gevlochten lijn. Jazeker, gevlochten lijn. Dit in verband met de geduchte wolhandkrab, die in groten getale de Waterweg en het havengebied onveilig maakt. Op een gevlochten lijn hebben ze namelijk minder grip. De haakkeuze is ook iets persoonlijks. Ik gebruik het liefst Owner Ryusen-bh in maatje 2, of Gamakatsu LS3113 in maat 1 of 2. Maar een andere stevige haak volstaat ook. Om de boel wat op te leuken zet ik er een lichtgevende kraal van Gemini op. Deze kun je oplichten met een UV-lamp. Ik vis zelf eigenlijk altijd met een loodlifter. Ik heb gemerkt dat het toch een voordeel heeft bij het binnendraaien van grotere vissen, als je dichtbij vist. Het loodgewicht varieert meestal tussen de 150 en 210 gram geankerd lood, afhankelijk van de stroming.
Dan mijn tweede onderlijn! Deze is een driehaaks wapperlijn met redelijk korte haaklijntjes van ongeveer 20 cm. Deze zijn van Amnesia 9,1 kg met daarop een rubber stoppertje (aasstop) en een lichtgevende Gemini-kraal. Als haak neem ik hier een Baitholder-haak in de maat 2 of 1, afhankelijk van het merk. Lood en loodlifter zijn hetzelfde als bij de eerste onderlijn.
Is er een peil te trekken op de vangsten of kun je het redelijkerwijs van tevoren inschatten?
Twee simpele antwoorden: nee en nee! Je kunt jezelf alleen maar zo goed mogelijk voorbereiden en ervoor zorgen dat er zo veel mogelijk factoren op hun plaats vallen. Zoals de periode: wij beginnen eind september de najaarstong en de gul te bevissen, en zodra we gul vangen, gaan we daar op over en wordt de tong, wijting en steenbolk bijvangst.
Wel belangrijk is het tij. Opkomend water in het donker vind ik met deze visserij heel belangrijk. De watertemperatuur is belangrijk voor het voedsel van de bovengenoemde vissoorten, dus houd ook die in de gaten. De maan en de wind zijn ook altijd van invloed. Er gaan heel wat theorieën rond, maar net als je denkt dat je het begrijpt, is het precies het tegenovergestelde. Dus vooral blijven proberen, is mijn motto. Of zoals mijn vismaat altijd zegt: vissen is één zijn met de natuur en het is mooi meegenomen als je wat vangt!
Steven Beuckels (B)

Is er een favoriete stek in Vlaanderen waar ze u ’s nachts voor mogen wakker maken?
Zonder twijfel het strand van Knokke! Meer bepaald het stukje strand, gekend als de Lekkerbek; dat ligt tegen het natuurgebied het Zwin en de Nederlandse grens aan. Vanaf oktober tot begin januari is daar altijd goed wijting en schar te vangen. En als er nog een gulletje gevangen zou worden, is het ook zeker daar. Net buiten de kop van de golfbrekers is een diepe stroomgeul waar de vis zich graag ophoudt.
Ook de zomervisserij op zeebaars kan er erg goed zijn. En dan niet alleen op scholenbaars, maar ook op de grotere jongens die tegen hoog water vanuit die stroomgeul het strand en de branding op komen zwemmen. In de zomer kun je er bij valavond en in het donker goed tong vangen, zowel op de koppen van de golfbrekers als vanaf het strand.
Welke materiaaltrends van de laatste jaren hebben uw bijzondere aandacht?
De belangrijkste trend die we de laatste jaren merken, is de gang naar steeds fijnere hoofdlijnen. Mede door de verbeterde productiemogelijkheden van zowel mono als gevlochten lijn, is de trekkracht van dat soort lijnen ook sterk toegenomen. Waar enkele jaren terug 20/00 een absoluut minimum was, is vandaag 16/00 en soms 14/00 heel dikwijls de norm geworden. En dit zeker bij de wedstrijdvissers. Uiteraard spelen hierbij de bodemgesteldheid, de weersomstandigheden en andere factoren zoals wier of ander drijvend vuil een belangrijke rol.

Welke wedstrijd in 2019 is u het best bijgebleven?
Zeker en vast de laatste twee dagen op het WK Strandvissen voor teams/clubs in Duinkerke eind oktober 2019. In de dagen vooraf en tijdens het proefvissen werd het duidelijk dat de vis van heel ver zou moeten komen en dat er geen enkel alternatief zou zijn. Wanneer het dan toch nog lukt om, niettegenstaande de zware concurrentie van topvissers uit alle Europese landen, de laatste twee wedstrijden te winnen en ook het meeste aantal vissen van het toernooi te vangen, ja, dan ga je toch met een meer dan voldaan gevoel van het strand. Dan voel je je beloond voor al die dagen voorbereiding en gedeelde expertise met de teammaten!

Zo weinig mogelijk luchtweerstand is de sleutel tot succes.
In 2020 is het WK Kustvissen in Portugal. Is dit te vergelijken met het WK 2018 in Zuid-Afrika waar u tweede werd?
Die twee met elkaar vergelijken, heeft weinig zin. Zuid-Afrika was een gerichte visserij op gitaarroggen (waarvan er bij momenten massa’s zaten) en het was enkel zaak om zo snel mogelijk de vis op de kant te trekken. Portugal daarentegen zal waarschijnlijk een heel ander verhaal worden. Volgens de ervaringen van mijn teammaten, die er al twee succesvolle WK’s hebben gevist, zou de vis er gevangen kunnen worden tussen de 15 en 150 meter. Er zijn ook redelijk wat verschillende soorten te vangen. Dus zal het zaak zijn om constant in te spelen op de wisselende omstandigheden, zowel qua techniek als aaspresentatie. Het zal zeker niet gemakkelijk zijn. Gelukkig worden we qua materiaal heel goed gesteund door onze sponsors; dit is al een grote zorg minder.

U geldt als een liefhebber en specialist van de afstandsvisserij. Wat is daarbij voor u belangrijk?
Het vissen op afstand is inderdaad een van mijn favoriete bezigheden. Hoewel mijn werptechniek zeker nog voor verbetering vatbaar is, probeer ik dit te compenseren met kracht en explosiviteit. Maar kracht heeft ook zijn limieten, en je moet bijvoorbeeld ook rekening houden met de mogelijkheden van de gebruikte hengel. Als die goed in verhouding staan tot elkaar, dan kom je er het verst mee. Uiteraard speelt de bouw van de onderlijnen een heel belangrijke rol. Zo weinig mogelijk luchtweerstand is de sleutel tot succes. En dan kom je automatisch uit bij de geclipte onderlijn. Drie geclipte, niet al te lange haaklijnen (maximum 20-25 cm) op een body van minimum 65/00 of 70/00 (om de rek tot een minimum te beperken) en, al dan niet met één of meerdere veertjes, de gepaste kraaltjes en kleurtjes, plus een gestroomlijnd lood… die vliegen het verst van al. Succes gegarandeerd!
Hans Hendriks

Hoe zien jouw wintermaanden eruit aan de Noord-Hollandse kust?
Ik woon op tien minuten van de Zuidpier, dus daar ben ik vaak te vinden. Ik ken er de stekken en de mensen, ook als beheerder van de website en Facebookpagina van de IJmuider Zuidpier Zeevereniging (IJVVZ). Zodra de Zuidpier vanwege het weer gesloten is, vis ik regelmatig op het Noordzeekanaal. Veel stekken onder handbereik dus. De wintervangsten zijn vooral schar, wijting en gul, maar door de relatief warme winters ook een enkele zeebaars. Op de stranden vis ik vooral als voorbereiding op wedstrijden en de wedstrijden zelf natuurlijk. In de schemering vissen op het strand heeft mijn voorkeur; de vis aast dan kort onder de kant, maar door de reistijd en loopafstand kies ik gemakshalve vaak voor stekken die snel met de scooter bereikbaar zijn. Helaas zijn scooters binnenkort verboden op de Zuidpier…
Wat vormt de grootste uitdaging bij de wintervisserij aan het Hollandse strand?
Een specifieke uitdaging in de winter is het moment wanneer de vis is weggetrokken, omdat het kustwater te koud is geworden. De vis kan alleen worden bereikt in het donker, of overdag met verre worpen. Het helpt enorm om dan bij laag water op de zandbank te kunnen staan.

Het hele jaar is de uitdaging keuzes maken bij het vinden van de juiste stek, het goede tij en de wind. Bij laag water kan je op de bank staan, of er net overheen werpen. Vaak huist daar de vis. Bij hoog tij moet je afstanden gooien – geen probleem – om net voor de bank of erover te vissen. Bij het vinden van de juiste stek is een beetje branding, of laag water, handig. Zo zie je waar de banken, zwinnen en muien liggen. Ga hoog op een duin staan, dan kun je deze stekken zien. Ik vis vaak aan de kop van een bank. Dan kan ik vanaf één stek in de mui vissen, of tegen de bank ertegenover, en het liefst met de stroming mee. Met afgaand tij sta ik vaak aan de rechterkant van een mui en met opkomend tij juist links. Als je dan op de bank werpt en het juiste werpgewicht gebruikt, zal de aasaanbieding langzaam van de bank het talud afschuiven richting mui, en daar aast de meeste vis.
Welk strandparcours (wedstrijd) in N-H zou je beginnende recreanten/strandvissers willen aanraden om eens te bezoeken? En met welke set-up?
Wijk aan Zee is een eenvoudig en relatief veilig strand. Mooi vlak, met enkele mooie banken en muien. Bijkomend voordeel: de parkeerplaatsen zijn dichtbij en het strand is niet al te breed, zodat je niet ver hoeft te lopen.

Start altijd met een proefworp en test de zeebodem en stroming. Voel je ribbels in de zeebodem, of is de bodem erg zacht, dan is dit waarschijnlijk geen goede stek. Voel je gaten in de zeebodem, dan kan daar (kleine) vis in liggen. Bepaal hoe hard het stroomt en stem je werpgewicht hierop af. Bij voorkeur zo dat deze langzaam schuift in de stroming. Op deze wijze zoekt je aasaanbieding de vis op. Ik vis dus alleen in uiterste nood met geankerde werpgewichten.
Kies simpele onderlijnen met haaklijnen van 40 cm en 60 cm als er weinig stroming en branding staat. Staat er erg veel branding en stroming, dan moeten de haaklijnen kort. Nog een ‘veilig’ advies voor starters: ga liever niet als de wind harder is dan 5 Beaufort, en waad niet dieper dan kniehoog.
Hoe belangrijk is voor jou de keuze van haakmaat, hoofdlijn, zijlijn en zijlijndiameter? En welke aanpassingen doe je wanneer de vangsten tegenvallen?
Ik vis vrijwel altijd met 20/00 nylon als hoofdlijn, met een getaperde voorslag 20-57. Zit er veel apenhaar in het water, dan gebruik ik een hoofdlijn van 22 tot 24/00, volledig getaperd. Deze lijn is sterker en er zitten geen knopen in waar het apenhaar op blijft hangen. Waarom nylon en geen gevlochten lijn? Aanbeten op gevlochten lijn komen hard door, maar de vis stuit dan vaak op harde weerstand. Gevlochten lijn pakt ook meer stroming en gedraagt zich veel onrustiger in de branding dan nylon. Ook zorgt een rekloze lijn ervoor dat meer vis van de haak valt bij het binnenhalen.

Ik gebruik vaak als haak de Gamakatsu F314 nr. 8. Een relatief kleine haak, vlijmscherp met een grote haakbocht. Voor de beginnende strandvisser zijn kleine zeepiertjes of kweekzagers altijd prima. Rijg ze helemaal door op de lijn, zodat de haakbocht en haakpunt vrij zijn. Als haaklijn neem je een iets stijve (onzichtbare) fluorocarbon in de dikte 25 tot 35/00. Deze draait niet in de hoofdlijn bij het bewegen op de zeebodem. Wil je liever een voorgeknoopte, niet te dure onderlijn, dan zijn er goede te koop van het merk Select, zoals bij Nipro Hengelsport.



