Home KARPERVISSEN KARPER VERHALEN Op zoek naar meikarpers

Op zoek naar meikarpers

1
SONY DSC

Beet 50 jaar: een artikel van toen… 2019

RAYMOND HAKKERT – Mei is, mits het weer het toelaat, bij uitstek de maand om karpers struinend te belagen. Deze dynamische manier van karperen is nu het meest effectief! Raymond Hakkert weet als geen ander hoe en waarmee je dat het beste kunt doen.

Het is eindelijk mei! Een fantastische, zo niet dé mooiste karpermaand van het jaar! Het wordt al serieus veel warmer dan voorgaande maanden; de natuur is ontwaakt, vlinders fladderen rond, vogels leggen een ei en karpers staan op knappen. Alle reden om op zoek te gaan naar happende oeverkarpers. Deze maand zijn ze in topconditie en eten zich al schuimend langs de oevers tonnetje rond. De paai staat voor de deur, dus energie stapelen is belangrijk. Die extra speklaag maakt ze bijkomend zeer fotogeniek en de omgeving – in 50 tinten geel en groen – zorgt daarbij voor extra sfeer.

Wedstrijdje wie het puikste V-spoortje kan trekken.

IN HET KANTJE

Met name in mei trekken karpers ontzettend dicht langs oevers. Het lijkt soms wel of ze de kant op willen, op zoek naar wormen in het gras. Dat geldt niet alleen voor de kleine sierwateren, ook op de grote watersystemen vind je ze nu ondiep in de oeverzones. De reden hiervoor is dat het natuurlijke voedsel er volop te vinden is. Watervlooien, vlokreeftjes en slakken ontwikkelen zich in het voorjaar rap door de steeds krachtigere zonnestralen, opgewarmd oeverwater is dan ook ‘the place to be’ waar het tiert van dat spul. Water kleurt soms gewoon oranje van de watervlooien! Onze zonaanbiddende vrienden weten dat maar al te goed en komen graag deze ondieptes opzoeken.

Het lijkt ook wel of ze in de wintermaanden een soort ‘reset’ hebben gekregen, later in het seizoen zijn ze meestal niet zo happig meer om zich zó te laten gaan in het kantje, dat is direct ook dubbelzinnig bedoeld. Deze ondiepe plaatsen waarderen ze niet alleen vanwege het enorme voedselaanbod, ze kunnen elk moment gaan paaien, het voorverwarmde bedje is immers al gespreid.

Al slobberend zoeken ze in deze tijd hun ko(r)stje bij elkaar.

PAUZEVISSEN

Karpers zijn nu door hun uitsloverij vaak eenvoudig waar te nemen. Ze doen zó hun best met dat gespring, gesmak en wedstrijdje wie het puikste V-spoortje kan trekken aan het oppervlak, dat je ze bijna niet kunt missen. Zo kun je, als je goed oplet, in een kort tijdsbestek al wat vangen. Ik noem het gekscherend ‘pauzevissen’, aangezien je in een uurtje al kunt toeslaan, zeker als je ze van tevoren al hebt gevonden of weet te liggen. Het is een kwestie van de weinige spullen pakken, naar de beoogde stek rijden of fietsen, de vis proberen te verleiden en tsjakka! Soms, als je het een beetje in de vingers hebt, lukt dat al binnen een paar minuten na aankomst! Wanneer je dat een paar keer per week doet, of dat nu in je lunchpauze of op de weg naar huis na het werk of ’s avonds na het eten is, dan kun je met een beetje mazzel meer vangen dan de in hun brolly liggende weekendvissers. Dat weekend kun je dan mooi samen met je partner of gezin doorbrengen. Je verdient per direct weer vistijd zullen we maar zeggen.

Deze oersterke schub sloeg ik 2 meter uit de kant aan, met een ‘bezemsteel’ verspeel je ‘m gewoon als het erop aan komt.

BUIGEN OF BARSTEN

Zorg ervoor dat je in het begin van het seizoen je struinsetje compleet hebt. Deze bestaat uit niet meer dan een hengel, een schepnet, een tas, een emmertje voer (drijvend en zinkend los van elkaar) en een onthaakmatje. Even wat over die struinhengel: die stok is je wapen en vist echt het fijnst wanneer deze taai en parabolisch buigend is. Om en nabij de 2 lb, in combinatie met 30/00 nylon en een goed werkende slip, is prima. Tijdens het struinen haak je karpers vaak vlak voor je voeten en de hengeldemping is dan zeer van belang. Geschikte pen- en oppervlaktehengels worden nog maar weinig gemaakt. De meeste fabriekshengels zijn veelal te strak qua buiging en te dunwandig van blank, waardoor ze kwetsbaar zijn. Zoek je een puike struinstok van rond de €100, check dan even Marktplaats. Regelmatig worden er wat oudere (maar onverslijtbare) tweedehands Century Armalite of Sportex-stokken aangeboden die voor deze visserij zeer geschikt zijn. De nieuwwaarde van deze stokken was vaak honderden euro’s. En dat is niet voor niets!

Leg in dit geval een voerspoortje aan, meters verwijderd van de takken.

KORT DOOR DE BOCHT

Over kort gesproken: ik zie YouTube-filmpjes met speciale, ultrakorte struinstokjes van bekende merken, die mooi tussen allerlei boompjes en struiken geduwd worden en waarmee je makkelijker aan zou kunnen slaan. Daar zit wat in, echter zoek je daar in die bosjes letterlijk de ellende op. Als je érgens veel vis verspeelt (met alle gevolgen van dien) is het tussen bomen. Dit kun je dus beter niet doen. Er vlak naast vissen vraagt al de nodige discipline en drilervaring, laat staan er middenin! Vis er gewoon een stukje vanaf en leg bijvoorbeeld een voerspoortje aan, of strooi wat korstjes zo dat de vis met de stroom of wind mee de struiken uitkomt. Dat werkt veel beter, het is vooral een kwestie van geduld. Dus houd je van vissen met gave bekken, ga dan niet in zo’n struik lopen sleuren. Sla je bijvoorbeeld kort bij de kant een woeste vis aan met zo’n ‘bezemsteeltje’, dan gaat deze veelal als een raket linea recta richting het dichtstbijzijnde obstakel. Geen demping kan ze stoppen, het is hard tegen hard.

Je krijgt ook regelmatig te maken met losschieters met deze korte ‘stalkstokjes’. Alle kracht komt namelijk op je haakje te staan. Het is buigen of barsten, er is totaal geen samenspel tussen de summiere rek van het nylon en een mooi buigende hengel. Zo dicht onder de kant vissen met braid (gevlochten lijn) is helemaal ‘not done’. Dat is vragen om bekscheuren en losschieten, en zeker met korte, strakke stokjes. Een lange parabolische hengel (12/13 ft) werkt in je voordeel omdat je met riet en oeverplanten te maken hebt. Met een kort stokje moet je veel dichter op de vis gaan zitten, terwijl je met zo’n langere hengel op acceptabele afstand uit de oever kunt blijven terwijl je inlegt. Je eigen schaduw valt hierdoor ook niet snel over het water.

VEELZIJDIGE HONDENBROKKEN

Bonzo drijft áltijd en in een zak zitten verschillende smaken en maten door elkaar, topper! Koop ze in de aanbieding en in grootverpakking. Pimpen kan, hoeft niet, maar wat vermalen brokken, wat warm water en eventueel olie in combinatie met melasse door je emmer met brokken zorgt wel voor een goedkope maar onweerstaanbare voerwolk!

NOW WE’RE (S)TALKING

Als ‘stoeltje’ gebruik ik de voeremmer. Die emmer is gevuld met drijvende hondenbrokken (Bonzo is een goede) en een zak Frolic, deze laatste zijn zinkend. Zo kun je anticiperen op azende vissen. Niet elke lobbes heeft er namelijk zin in om letterlijk met kop en schouders boven het water uit te gaan om dat lullige brokje van het oppervlak te plukken. Mij is het meerdere malen opgevallen dat met name karpers van het Franse ras met buik (de zogenaamde schotels), die de laatste decennia veel zijn uitgezet, wel interesse tonen maar vaak niet losgaan op drijvende brokjes. Dan is het wel makkelijk als je ook een zinkende soort bij je hebt. Zo’n bruin/rode brok op half water, of in een slechts decimeters diep slootje op de bodem gepresenteerd, laten ze vaak niet links liggen.

Dit dikke ‘bord’ had echt geen trek in drijvende brokjes, een zinkende Frolic bracht soelaas.

Zo’n Frolic of Bonzo bevestig ik middels een baitband (elastiekje) op de haakbocht (maatje 8 semi-klauwhaak). Wat ook kan, is dat je een drijvende (Bonzo) brok middels een paar loodhagels tot pop-up maakt. Hier heb ik al diverse struinuurtjes mee kunnen redden, zeker als je deze aanbiedt ter hoogte/diepte van de zwemmende karper, zeg maar als een soort (old-school) zig rig.

Verder is het natuurlijk nuttig om good old witbrood bij je te hebben, dit kun je drijvend (korst) of langzaam zinkend (vlok) aanbieden. Op het ene water werkt het nog immer super, op het andere (dressuur)water benaderen de karpers brood met de nodige argwaan. Mijn drijvende brokken bied ik meestal bewerkt aan. Dat wil zeggen dat ik een klein deel van tevoren kapotstamp met een steen en deze door de rest meng, in combinatie met wat melasse, olie en een scheut warm water. Zo krijg je een zompige bende in de emmer, wat bij het voeren aan het oppervlak een voerwolk creëert. De deeltjes kapotgemalen brokken werken onweerstaanbaar en via de kleine stukjes gaan ze vaak al snel over op de grotere brokken.

FOAMVERKLIKKERTJE

Houd het simpel: met een drijvend foampje als verklikkertje kun je, ook als de focus op drijvend vissen ligt, snel je aas (langzaam) zinkend aanbieden. Zo kun je lastige klanten alsnog zwevend of op de bodem verleiden.

ULTIEME TARGETVISSERIJ!

Zelf neem ik altijd de tijd en wacht, zittend op mijn voeremmer met een (onmisbare) polaroidbril en petje op, net zolang tot mijn beoogde target overgaat tot azen. Dit is het moment om in actie te komen en je haak met brok te water te laten, maar let op, wel in de buurt van die gewenste rakker natuurlijk. Geduld is van belang! Meteen lukraak in de buurt ingooien resulteert vaak in een kleine wilde rakker die de rest verjaagt, terwijl je juist met deze visserij de mogelijkheid hebt een vis uit te kiezen. Heb je weinig tijd ter beschikking (bijvoorbeeld in je lunchpauze), is het een ander verhaal natuurlijk, dan wil je gewoon wat vangen. Maar dit is dé ultieme targetvisserij, er is geen betere manier binnen de karpervisserij om jouw favoriete vis uit te kiezen. Je moet hem of haar natuurlijk wel aan het azen zien te krijgen én jezelf in bedwang zien te houden. Vooral niet te snel ingooien, wacht op de ultieme kans!

Zonder polaroidbril had ik deze rakker waarschijnlijk niet waargenomen, een onmisbaar item!

Struinen in het voorjaar is een niet te onderschatten tactiek en wapen. Het struinen is niet alleen erg leuk, het jachtinstinct dat met name de jeugd nog kan opbouwen legt een solide basis voor het (karper)vissen op latere leeftijd. Zoiets leer je niet even in een enkel avondje door het riet banjeren, je moet er écht tijd in stoppen. Na de topstruinmaanden mei én juni kun je het hele seizoen verder nog in je tent liggen. Dus ga ervoor!