Nagenoeg elke stad in Nederland heeft ze wel: stadswateren. Singels, slootjes, kanaaltjes, parkvijvers en ringvaarten – de verscheidenheid is groot, net als de visstand. Te veel mensen laten dit watertype links liggen, en dat is onterecht volgens Jonathan ter Voorden. Hij beleeft er namelijk veel plezier aan, onder meer het vissen op zeelt. In deze bijdrage vertelt hij hoe hij dat aanpakt…
Tekst en foto’s: Jonathan ten Voorden
De auteur was meteen verkocht na het vangen van zijn eerste zeelt.
De titel zegt het al, simpele zeelt… Is het vangen van een zeelt zo simpel? Ja en nee. Ik ben verliefd geworden op deze prachtige vis. Sinds drie jaar vis ik er gericht op, en met succes. Hoe ben ik aan het zeelten geslagen en hoe pak ik het aan? Dat zal ik je vertellen… Ik was een jaar of tien, denk ik, en op pad met een hengeltje, dobbertje, brood op de haak. Ik ving het ene voorntje na het andere. Ik vond het wel prima zo, althans voor een poosje. Op een bepaald moment ging ik me namelijk eens verdiepen in andere soorten en kwam een plaatje tegen van een zeelt. Ik zette deze soort meteen op mijn lijstje: een schitterende vis met die rode ogen.
Maar goed, hoe pak je dat aan hè? Hoe vang je er een? Ik deed er eigenlijk niks mee. Totdat we elkaar ontmoetten op die ene dag, op dat ene bungalowpark… Ik had een hengeltje mee, maar niet te veel spullen, want anders paste het nooit in de auto. Inmiddels was ik al getrouwd en had ik twee kinderen. Op een avond zei een campinggast die wel eens naast me zat, afkomstig uit Rotterdam: “moe je ff vijf maje aan de haak doen”. Ik zeg: “ja dag, met mijn telescoophengel zonder elastiek zeker?” Maar hij antwoordde: “ja das leuk joh, wie weet vangie un brasem”. Goed, ik prikte dus vijf maden op de haak. M’n dobber schoof onder, ik voelde een getrek en gesjor met een kracht van heb ik jou daar. “Als mijn lijn maar niet breekt, 16/00 zonder elastiek,” flitste door mijn hoofd. Ik was er al snel achter: dit is geen voorntje, geen baars, help, wat nu? Mijn tegenstander zwom hard naar rechts, en ik maar meelopen. Ik had echter alle geluk van de wereld: deze vis was nogal lui en hield snel op met vechten. Hij kwam boven en… het was een zeelt! Ik kon mijn geluk niet op. Een prachtige donkere zeelt, olijfgroen, rode ogen, spiegelglad. Ik was verkocht, verliefd. Ik was om. Ik moest er meer gaan vangen, dacht ik.
De eerste stappen
Ik hoorde eens de uitdrukking: je moet een beetje denken als die vis. Dat probeer ik tot op heden steeds te doen in mijn visserij.
De auteur houdt van korte hengels omdat de dril dan plezieriger is.
Toen we weer thuis waren, kocht ik meteen mijn eerste feederhengel en wat standaard voerkorfjes. Daar viste ik een poosje mee, maar na verloop van tijd kreeg ik toch veel meer connectie met de methodfeeder. Sindsdien ben ik me steeds meer gaan verdiepen in deze montage bij mijn jacht op deze prachtige vis. Ik schafte me een tweede hengel aan en struinde het internet af, vastbesloten om alles te lezen en leren wat er maar online stond. Van onderlijnmontages tot knopen leggen, van boilies tot voertjes: ik las en keek gretig filmpjes op social media. En ik viste zo vaak ik kon. Ik ving echter de ene na de andere brasem, maar geen zeelt. Ik kreeg tips in de hengelsportzaak voor goede zeeltwateren, maar ook daar lukte het me maar niet. Simpele zeelt? Hmm – blijkbaar zijn ze toch zo simpel niet… Ik kreeg steeds meer het idee dat ik het verkeerd aanpakte.
De lente, als alles weer begint te bloeien en groeien, is een topperiode.
Na een lastige tijd in het oosten des lands verhuisden we met het gezin richting West-Nederland. Ik kon in het oosten maar niet aarden en de zeelt beet er ook niet. Grapje natuurlijk, dat was niet de reden om te verhuizen. In het westen ging ik opnieuw op zoek naar stekken met zeeltmogelijkheden. Zeelt houdt van waterplanten, zoals lelies, waterpest en allerlei andere soorten groen. Daar voelen ze zich thuis, kunnen ze schuilen en vinden ze eten in de vorm van slakjes, wormpjes enzovoort. Ook rietkragen doen het over het algemeen wel goed. Het is daar immers beschut en op koude dagen warm. Ik probeerde er een kanaal en ving daar al gauw aardig wat zeelten. Ik besloot meer plantenrijke stadswateren aan te doen en te proberen, en dat werkte boven verwachting goed.
Stadsgrachten
Mijn favoriete watertype op het moment van schrijven is de stadsgracht. Het zijn vaak oude wateren, soms uit 1600 of ouder, en ze bevatten meestal een groot bestand aan zeelt en karper. Ze liggen vaak uit de wind, en het is er niet zelden ook nog mooi om te zien, wat wil je nog meer? Stadswateren, van welk type dan ook, zijn dus soms echt ideaal. Zeker in nieuwbouwwijken met aangrenzend groot water kunnen verrassend grote zeelten voorkomen. Zelfs in de kleine slootjes tussen de huizen kun je ze vangen. Probeer het maar eens met een pennetje met een stukje brood of wat maden. Dat proberen kost me vaak een sessie waarbij ik niks vang, ook nu nog. Dat is de prijs die je moet betalen om in te schatten waar ongeveer de vis zich bevindt; het is soms even zoeken. Ik heb daar wel een theorie over ontwikkeld: de zeelten liggen vaak in diepere zones, in gebieden met lelies of onder rietkragen.
Via streetview kan je al veel te weten komen over potentiële stekken. Zelfs lelievelden kan je erop zien.
Dat levert tot op heden vaak succes op en vaak ook aantallen. Zeelt is immers nooit alleen. Meestal kijk ik eerst via streetview op Google Maps en bestudeer ik zo via mijn computer een watertje in een dorp of stad. Lijkt het me wat, dan ga ik er eens met de fiets of auto kijken of ik wat actie zie. Het voordeel van stadswater is immers dat je je auto er vaak direct naast of vlakbij kan zetten. Andere keren ga ik gewoon naar het water toe en vis ik meteen al: ik probeer het gewoon, met als motto “wie niet waagt, wie niet wint”. Als je dan succes behaalt op een zelf gevonden watertje waar je eigenlijk nog niets van afweet, geeft dat een gevoel dat ik niet kan omschrijven. Het is wel eens gebeurd dat ik de hele dag had uitgetrokken om nieuwe wateren te proberen, maar de hele dag aan het ploeteren was van water 1 naar water 2 naar water 3. Waar ik ook ging, het leverde allemaal niets op. Nog één water dan, om het af te sluiten. Het lag midden in een woonwijk, lijnvormig, en de harde wind stond precies in de lengte. Ik kwam eraan en er was bijna niet te vissen door de heel steile oevers. Toch probeerde ik het en ik ving acht zeelten in drie uur! Je leest het: de aanhouder wint.
Een andere reden waarom ik graag op stadswater vis is omdat je er vaak mensen tegenkomt. Geen hordes, want dan is het niet meer leuk, maar af en toe een praatje met een voorbijganger met een hond of iemand die komt kijken, daar kan ik wel van genieten. En zeker ook van de nieuwsgierige vraag van een kind dat vraagt: “Meneer, hoe vist u?” Ik hou van aanspraak en geniet van netwerken. Sommige mensen willen absolute rust, en dat kan ook fijn zijn, maar dan ga ik wel op bed liggen slapen.
En ineens bijten ze wel!
Method feeder
Om succes te hebben moet je een met voer of pellets voorziene methodfeeder telkens weer op dezelfde plek gooien om de vis te lokken. Een zeelt kan echter erg lui zijn. Het komt bij mij regelmatig voor dat ik twee uur zit te vissen en niks vang, en vervolgens tien meter opschuif waar ik er dan plots vier in een uur pak. Zeelt kan zich erg “ingraven”. Dat wil zeggen: zichzelf op een laag pitje zetten. Niet bijten, niet bewegen maar gewoon lui op de bodem liggen. Het is een luie, eigenwijze vis die je moet porren. Even je handje onder water steken en aantikken gaat natuurlijk niet, dus dan moet je zelf niet lui zijn. Schuif eens op als je niks vangt in dat ene kleine gebiedje waar je al drie uur zit te vissen. Of kies eens een andere stek op hetzelfde water, en daag ze zo uit om toch te bijten.
De method feeder is vaak ontzettend effectief.
Ik vis momenteel met hengels van 2,70 m lang met een goede blank en een simpele molen uit de 2000- of 3000-serie. Met deze hengels kan ik een meter of 40-50 ver gooien, wat voor de meeste wateren perfect is. Aan een goede zeelt beleef je geweldige sport ermee. Het hoeft allemaal niet groots en duur te zijn. Vissen is voor mij een hobby, een ontspanningsmoment om te ontsnappen aan een druk leven met een drukke baan en een gezin met drie kinderen. Maak het jezelf niet te moeilijk. Een paar steuntjes om je hengel op te leggen en klaar.
Rood voer op basis van vismeel werkt het beste voor de auteur.
Waar ik wel in investeer, is voer. Ik kies altijd voor een duur merk, simpelweg omdat ik daar gewoon de beste ervaringen mee heb. Rood voer op basis van vismeel is een uitstekende keuze voor zeelt, zeker met een toevoeging van hennep. Het is mij regelmatig overkomen dat ik er hennep bij deed en ik de zeelten ineens wel begon te vangen. Ik gebruik eigenlijk altijd een nylon lijn, het liefst minimaal 25/00 dik. Ik vis met onderlijntjes van 10 cm, meestal met haakmaat 12 en dan weerhaakloos, met daaraan een hair. Soms gebruik ik een hair met een stoppertje, soms een hair met een bajonetje – het maakt eigenlijk niet uit.
Ik kies altijd methodkorfjes met elastiek, omdat je dan in mijn ogen meer kans hebt om ook zware vissen en eventueel karpers te drillen. Controleer je elastiek altijd goed op scheurtjes, want het gaat wel eens stuk namelijk. Als aas vis ik altijd met wafters van 8 of 10 mm, het liefst in de kleur rood, oranje of geel. Eén van die drie werkt altijd op zeelt. Er zijn genoeg smaken en kleuren in het goedkopere segment, en dat werkt allemaal prima. Met wormen, maden, mais, kaas, kapucijners enzovoort vissen kan ook. Zeelt is niet zo kieskeurig en eet eigenlijk alles. Ik vis alleen met wafters, want naar mijn gevoel heeft het helemaal geen zin om veel verschillende aasjes mee te nemen. Kortom: zeeltvissen kan zo simpel zijn. Ik zeg altijd maar, denk je echt dat die vis gaat kijken hoe lang of hoe duur jouw hengel is? Nee, het gaat erom dat je ze te slim af bent, dat ze jouw aas willen en jouw voer.
Zorg dat ze jouw aas en voer willen!
Tactiek
Als ik begin met vissen gooi ik altijd niet meer dan vier korfjes op één plek. Het heeft geen enkele zin om een bombardement aan voer te dumpen. Voorvoeren kan, ik doe het nooit omdat ik er simpelweg de tijd niet voor heb. Op lijnvormig water is voorvoeren wel aan te bevelen omdat zulke wateren vaak erg lang zijn, en met wat voeren kan je de vissen soms toch concentreren. Meestal gooi ik om het half uur opnieuw in als ik geen aanbeet krijg. In het begin laat ik de korf soms nog wel langer liggen. Als er wel aanbeten komen, dan probeer ik om de 20 minuten opnieuw in te gooien. Valt het na een uur stil? Probeer dan eens een andere boilie, want dat kan werken. Per water zijn de condities verschillend. Op sommige wateren bijten ze de hele dag door. Op andere wateren weer alleen in de ochtend en avond. Mijn ervaring is dat ze op zanderige bodems vaak groter worden en gedurende de dag meer eetmomenten hebben.
Een zeelt kan aardig groot worden…
De zeelt kan aardig groot worden. Wil je grote zeelt vangen? Ga eens op water vissen waar veel op karper wordt gevist en dat groot is. Ze worden in ideale omstandigheden soms wel 5 kilo zwaar en 65 cm lang. Zeelt is het hele jaar te vangen, ook in de winter. Dan is het wel zoeken naar een speld in een hooiberg, maar het kan, want waar een wil is, is een weg. Ik ben een doorzetter en ook in de winter komt het wel eens voor dat ik er vijf vang in een sessie van drie uur. Voer niet te veel, gooi niet te vaak en vis niet met te groot aas. Aangezien ik het snel koud krijg, blijft het bij spaarzame momenten. Als je dan die ene vis vangt, is het genieten. En dat is het voornaamste: als je maar geniet. Ik probeer er regelmatig tijd voor te maken. Een jaar terug kreeg ik een burn-out en al sinds mijn geboorte worstel ik met hechting en geadopteerd zijn. Vissen is voor mij therapie. Niks hoeft, alles mag.
Vissen is eerst en vooral ontspanning.
Blank ik dan nooit? Ja, natuurlijk wel. Zeelt is erg wispelturig en het komt regelmatig voor dat ik er vandaag 15 vang en de volgende dag op dezelfde plek 0. Ze kunnen zichzelf gewoon uitschakelen, soms zijn ze ontzettend eigenwijs. Voor mij maakt het dat extra leuk… Ik sta altijd open om mensen te helpen en mee te denken. Het heeft mij goede contacten opgeleverd aan de waterkant. Ik ben blij met mijn hobby als er weer een moeilijk moment in mijn leven plaatsvindt. Ik kan erop terugvallen. Het is geen verslaving voor mij, maar een afleiding. Simpel vissen op zeelt, het is genieten. Probeer het ook eens!
Wij gebruiken cookies om onze website en onze service te optimaliseren.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.