Zet je schrap voor de tong
BRAM COLE – Hopelijk komen vanaf mei onze innig geliefde scheefsmoelen de kustwateren weer in groten getale onveilig maken. De tongvisserij is toch vooral een statische visserij en soms moet je wat geluk hebben om er veel te ‘klissen’. Maar aan succes kun je vaak zelf goed sleutelen, geloof me maar! Graag geef ik enkele tips en tricks mee die je kans van slagen behoorlijk zullen verhogen om deze lekkernij op je bordje te krijgen.
Als bootwedstrijdvisser probeer je steeds meer te vangen dan je collega-wedstrijdvissers, dus vanuit dat idee ga je op zoek naar manieren om het verschil te maken. Vaak wordt je zoektocht en het harde werken beloond, maar soms draait het uit op een teleurstelling. Niet getreurd, dat hoort er nu eenmaal bij. Toch kun je het succes een beetje afdwingen door er klaar voor te zijn en je aanbieding te verfijnen. Ik hoop dan ook dat het de lezers met onderstaande inzichten meer vis oplevert!

Locatie en zoeken
Er zijn criteria die extra belangrijk zijn bij het tongvissen. In grote lijnen is dat natuurlijk niet anders dan bij andere gerichte visserijen. Belangrijk om te weten is dat tongen zich vaak in modderige zonken (kuilen) schuilhouden, omdat daar voor hen vaak een tafel gedekt staat. Het is dus niet toevallig dat je soms meer dan één tong vangt op datzelfde plekje. Wel, daar draait het nu om! Je moet bewust gaan zoeken naar dat ultieme tongstekje en je zoeken focussen op die paar vierkante meters. Als je met twee hengels vist, werp je deze bewust in twee verschillende richtingen; je kunt bijvoorbeeld uptide, dwars op stroom, downtide of gewoon verticaal laten zakken onder de boot. Bij het inwerpen is het belangrijk dat je goed naar de kant kijkt en zoekt naar een herkenningspunt. Schat daarbij tegelijk de geworpen afstand, zodat je bij een tongvangst wederom naar hetzelfde plekje kunt gooien. Houd er wel rekening mee dat de positie van de boot constant wijzigt. Indien je met een van je hengels meermaals succes hebt, dan doe je er goed aan om ook de andere hengel met een identieke onderlijn in dezelfde richting te gooien. Nu je dit allemaal weet, rest enkel nog de juiste concentratie te zoeken om dit lange tijd vol te houden. En dat kost best wat inspanning, en daarom zijn er niet veel die dit goed kunnen.

Onderlijnen en haken
Als je naar de mondopening van een tong kijkt, dan zie je tegenover veel andere vissen dat het allemaal veel kleiner is. Ga dus niet aan de slag met te grote haken. Een langstelige haak in de maat 4 tot 8 is vaak perfect. De grootte van je haak is afhankelijk van welk soort aas je wenst te gebruiken – hierover later meer uitleg.
Vanaf de boot is de topfavoriet onder de lijnen de onderlijn met drie verzwaarde gevlochten afhouders met haakje 6-8. Als haaklijntje volstaat gekleurde (favoriet: zwart of rood) Amnesia 5,4 kg. Indien het hard stroomt, kun je deze verzwaren naar 6,8 kg. Met deze onderlijn kun je perfect het terrein verder van de boot afzoeken. Een niet te missen onderlijn!

Een heel ander verhaal wordt het als je onder de boot vist. Hierbij verkies ik een systeem dat niet te statisch is. Mijn voorkeur gaat hier naar een downtide-lijn waarbij je lijn achter het lood komt. Een licht verzwaarde ‘kippenpoot’ zou ook kunnen. Houd er wel rekening mee dat je voor beide systemen een minimum aan stroming nodig hebt.
Gericht op de wat grotere tongen durf ik zeker ook actief vissen met kleine blinkertjes aan de lijn, die door gecontroleerd en regelmatig te bewegen extra aandacht vragen. Deze monteer ik dan op drie niet-verzwaarde afhouders van ongeveer 21 cm – dit om soepele, zo natuurlijk mogelijke bewegingen mogelijk te maken. Oefening baart kunst, maar zeker het proberen waard.
Belangrijke ingrediënten: Amnesia zwart of rood en langstelige haken. En die schuifloodjes? Hiermee kun je van een niet-verzwaarde lijn heel snel een verzwaarde lijn maken. Het loodje plaats je op je hoofdlijn net boven de onderlijn!
Hierdoor krijg je een dun sappig hapklaar worstje, niet te dik en niet te lang!
Aas: wat doe ik ermee?
Vanuit mijn vele deelnames aan WK’s heb ik geleerd dat aas een van de belangrijkste zaken is die ons succes bepaalt. Welke soort en kwaliteit is belangrijk, maar ook wat je ermee doet is zeer van belang. Daar wil ik even wat dieper op ingaan.
Zagers en kweekzagers zijn favoriet aas en zeker als de zagers ‘los’ zijn en in het natuurlijke habitat aanwezig zijn. Zelf vis ik het liefst met wat dikkere steekzagers, maar maak de stukjes niet te groot. Ze zien er toch altijd zo lekker vol en smakelijk uit – moest ik een tong zijn natuurlijk! Met de kleine kweekzagers is het verstandig om een trosje te maken en hiermee onder de boot te vissen. Zo ga je vermijden dat ze van je haak vliegen bij het inwerpen. De trosjes geven heerlijk veel beweging als je aas vers is en wanneer je het fris bewaard hebt uiteraard.

Ook met zeepieren kun je zeker op tong vissen, geen probleem. Maar probeer het volgende maar eens. Eerst prik je de pier stuk, zodat het merendeel van het vocht eruit vloeit, en daarna ga je deze lichtjes inbinden met bindelastiek en knip je deze naar de gewenste lengte (5-6 cm). Hierdoor krijg je een dun sappig hapklaar worstje, niet te dik en niet te lang! Het nadeel hierbij is wel dat je de discipline moet hebben om dit elke keer bij het opdraaien weer te vernieuwen.

Tappen; absoluut mijn favoriet voor maatse tongen. In tappen heb je vele soorten, waarvan de iets kleinere lichtbruine of de grote zwarte de bekendste zijn. Zo heeft iedereen zijn favoriet waarschijnlijk, maar voor mij hebben de grote dikke zwarte tappen al veruit de meeste en ook de grootste tongen opgeleverd. Nu bestaan er toch een paar puntjes waar je op moet letten. Als je een groter stukje aas wil monteren, moet je ook je haak wat aanpassen. Heel concreet: ik vis graag met haakmaatje vier waarop ik slechts één stuk tap monteer van een 2-3 cm. Om een mooie en niet-tollende aasaanbieding te hebben, kun je deze ook inbinden met dunne bindelastiek.

Op plaatsen waar veel krab en garnalen zitten die steevast je haken binnen de kortste keren leegeten, zou ik aanraden om je aas in te binden en meer gebruik te maken van beweeglijke twisters die de kleine belagers soms toch wat langer op afstand houden, waardoor onze geliefde tongen meer kans krijgen!
Graag zou ik wat meer neerschrijven, maar helaas is de plaats beperkt. Er valt nog veel te vertellen over het tongvissen. Gelukkig leef ik me ook al eens uit door een workshop te geven in mijn topclubje Robby Fish Zeehengelclub. Ik hoop dat jullie extra geprikkeld zijn om met deze informatie aan de slag te gaan. Veel succes en geniet van je hobby!




