Home WITVISSEN NAJAARSVISSERIJ

NAJAARSVISSERIJ

622

WITVIS MASTERCLASS

Herfst, misschien wel de mooiste tijd van het jaar! De natuur maakt zich klaar voor de winter, bomen en struiken laten hun mooiste kleuren zien, en ook de vis maakt zich klaar voor de overwintering. Juist nu kun je op heel veel wateren prachtige vangsten boeken. In deze masterclass geven Edgar Kuus, Bas Boersma en Simon van der Kolk allerlei handige tips en info prijs voor de (late) najaarsvisserij op allerlei verschillende wateren.

Tekst: redactie – Foto’s: redactie, Bas Boersma, Edgar Kuus en Simon van der Kolk

EDGAR KUUS

 

Prachtige visserij!

 

De Randmeren zijn met een soort revival bezig na jarenlang van relatieve stilte. Grote en zware brasems lijken de target. Hoe pak je die specifieke visserij aan?

Klopt! En wat een prachtige visserij is het eigenlijk! Machtig groot water, meestal wind en golven op de kop en een relatief gemakkelijke aanpak. Qua visafstand zit je eigenlijk wel goed tussen 25 en 45 meter, zoek ook hier naar een wat schoner en vlak stukje bodem. Er staan her en der nogal wat planten en ook de bekende driehoekmosseltjes zijn er in grote getale aanwezig!
Op de korte afstanden gebruik ik meestal nylon, dat vist rustiger met de golfslag en een beet zie je echt wel. Wanneer je eenmaal je schone plekje gevonden hebt, kun je beginnen met het aanvoeren van je stek. Ik ga uit van een positieve aanpak, vooral niet te zuinig. Je kunt je voorstellen dat een schooltje brasems van 2 tot 4 kilo aardig kunnen huishouden op je voerplek. Bij aanvang breng ik een 8-tal grote korven. Met World Champion van Champion Feed kies ik een voer wat lekker plakt en waar veel casters, mais en geknipte wormen doorheen gaan. Ik kies bewust voor weinig bewegend aas zoals maden aangezien kleine baarsjes en grondels daar ook verzot op zijn. Deze kleine plunderaars heb je liever niet op je plek voordat de grote brasems komen.

 

Na het aanvoeren zal je vaak even moeten wachten, op zo’n groot water duurt het gewoonweg even voordat de brasems je stek hebben gevonden. Blijf in de tussentijd wel met regelmaat inwerpen om je stek te voorzien van genoeg lekkers. Ook gebruik ik nog steeds dezelfde grote aanvoerkorf. Wanneer de brasems zijn gearriveerd, schakel ik over naar een iets kleiner model, dit vist net iets fijner en werpt natuurlijk ook makkelijker.

Als haakaas volstaan doorgaans mestwormen of dendrobena’s en een haakmaat 10 is eerder regel dan uitzondering. Als ze echt ‘los’ zijn dan is de combi van een maïskorrel met een worm vaak een killer. Let op dat je dikkere onderlijnen gebruikt, een brasem van 4 kilo is echt iets anders dan eentje van een kilo en ze zijn er beresterk! Gebruik rustig 17/00 onderlijnen, de vissen kijken daar echt niet naar daar. Een 12 ft hengel, zelf gebruik ik de Nytro Solus, voorzien van een 1 tot 3 oz top, is prima. De dikte van de tip hangt af van wind en golven. Een 5000 model molen maakt het geheel af. Ga het gewoon eens proberen. Het is echt de moeite waard en zeker ook laat in het najaar sta je versteld van de vangsten die er mogelijk zijn.

 

 

Het Amsterdam-Rijnkanaal is een populair water voor het feedervissen in de herfst, maar zeker ook in de winter. Waar ga je naar op zoek wanneer je een sessie begint met peilen?

Het hangt er een beetje vanaf waar je gaat zitten, er zijn natuurlijk populaire stukken rond Amsterdam, Utrecht en Tiel. Voor alle stukken is het vanzelfsprekend dat je een schoon stukje bodem opzoekt waar je korf niet teveel blijft haken en waar het een beetje vlak is zodat aas en voer niet gelijk wegstromen na een passerende boot.

Peil altijd met hetzelfde gewicht korf, zo kun je goed de diepteverschillen beter ‘voelen’ en de bodem aftasten. Vaak loont het wanneer je net achter een mosselbank of ‘randje’ gaat vissen. Zorg ervoor dat je niet te dicht op deze obstakels gaat vissen want dan loop je het risico dat je lijn alsnog vastloopt bij het drillen van een mooie vis. Een goede en veilige afstand is doorgaans één tot anderhalve meter. Kun je de korf ongeveer een meter vrij bewegen voordat je oneffenheden voelt, zit je aardig goed. Uiteraard kan het ook zo zijn dat je voor deze eerder genoemde mosselbank of vuilrand een mooie bodem hebt.

Een paar grove richtlijnen qua visafstand: bij Amsterdam/Diemen zijn afstanden rond de 20 en 27 meter vaak goede lengtes. Bij Utrecht; rond de 27 meter zijn vaak de betere bodemstructuren te vinden en strak tegen de balk aan de overkant op 90 meter wil ook wel eens goed zijn voor grote brasems. Bij Tiel; vaak rond de 30 en 42 meter, in de winter loont het soms om verder te vissen, zo rond de 55 meter.

Soms wordt er zelfs helemaal tegen de beschoeiing aan de overzijde gevist, op afstanden van 90 meter of meer. Hoe ziet dan jouw montage en lijnopzet eruit?

Als je gaat vissen op deze afstanden van circa 80 meter en meer, dan mag het materiaal allemaal een tandje zwaarder, zowel hengel als molen maar zeker ook voorslag, onderlijnen, haken, en korven. Zelf gebruik ik de 8/00 gevlochten lijn van Nytro, een goed zinkende gevlochten lijn, daarvoor knoop ik een voorslag van 28/00 en wanneer het erg vuil is een getaperde voorslag oplopend tot 32/00. Als korf gebruik je dan minimaal een 80 grams speedkorf.

Als onderlijn gebruik ik ook een nylon die wat dikker is, zeg vanaf 15/00 maar een maatje dikker kan ook gerust in combinatie met een haak 10 of 12. Ik gebruik altijd een vaste montage op deze afstanden, de vis haakt zich vaak vanzelf door de zware korf van zijn plek te trekken. Echt aanslaan is doorgaans niet eens nodig en simpel de hengel oppakken is voldoende. Als vaste montage gebruik ik de zogenaamde doorgeknipte lus waarbij de korf middels een stevige wartel aan het korte zijlijntje wordt gemonteerd en de onderlijn middels een klein lusje aan het langere uiteinde wordt bevestigd. Samen met een ‘long distance’ molen en een zwaardere feederhengel met een werpgewicht tot 120 gram ben je klaar voor deze visserij.

Een ‘longe distance’
molen is soms
noodzakelijk.

Mestpier of dendrobena? Wanneer kies je voor de één of juist voor de ander?
Zelf gebruik ik de dendrobena vooral als aas om door mijn voer te knippen. Ten eerste is een mestpier daarvoor veel te kostbaar en zijn ze zeker in droge perioden slecht verkrijgbaar. Ten tweede kun je dendro’s veel beter bewaren. Wanneer de vis moeilijker aast, kan een zachte mestworm echt het verschil maken ten opzichte van een dendro. Laatstgenoemde vreten ze dan wel aan, maar pakken hem niet goed op. Dat resulteert in aanbeten op je feedertip die niet doorzetten. Een zachte mestworm pakken ze dan vaak wel! Moeten er grotere afstanden geworpen worden, dan blijven de zachte mestwormen slecht op de haak zitten en biedt een dendro weer meer voordelen. Deze zijn wat steviger waardoor ze beter blijven zitten op de haak. Heb je last van actieve grondels op je stek, kan het ook lonen om dendro’s in te zetten, deze vreten ze minder snel kapot waardoor een brasem ook nog een kans krijgt om deze te vinden. Tenslotte zijn dendrobena’s ook beter te bevestigen op een hair, deze manier van vissen kan zeer efficiënt zijn bij het vissen op grote brasem.

Waar zouden we zijn zonder dendrobena’s?

 

De laatste jaren zie je steeds vaker kunststof voerkorven, maar dan met veel gaatjes zoals bij een traditionele gaaskorf. Wat is het voordeel van dit soort voerkorf en wanneer kies je specifiek voor een dergelijk model?

Met plastic korven ben je in staat om meer los aas in de korf te stoppen.


Voerkorven en modellen hebben inderdaad een grote vlucht genomen. Vroeger was er eigenlijk alleen het gaasmodel, nu zijn er talloze uitvoeringen van gaas tot plastic en van open tot dicht. Een groot voordeel van de plastic korven met kleine openingen is dat je aas en voer veel geconcentreerder op je voerplek terechtkomt. De inhoud komt pas op de bodem uit de korf. Dit maakt ook dat je kunt spelen met de vochtigheid van je voer. ‘Sloppy’ voer kun je niet in een gaaskorf proppen, wel in een plastic model. Vaak begin ik de vissessie met een gaaskorf om een kolom van voer in het water te maken waar veel vissen op af zullen komen. Vervolgens schakel ik over op een plastic variant om meer geconcentreerd aas te kunnen brengen op de bodem voor de grotere vissen. Het is een beetje aanvoelen wat het beste werkt. Met plastic korven ben je in staat om meer los aas in de korf te stoppen en zo grotere hoeveelheden geknipte wormen, maden of casters op je plek te krijgen zonder dat deze over een groot gebied verspreid worden. Tegenwoordig zijn ook windowfeeders niet meer weg te denken; hiermee kun je veel los aas brengen en deze dan afdoppen met wat voer. Deze korven gooien veel strakker wat je de mogelijkheid biedt om zonder je afstand te verlengen achter je voer te kunnen vissen. Het gebeurt regelmatig dat vissen zich net voorbij de voerstek ophouden.

 

BAS BOERSMA

Op commercials met F1’s en karper kun je vaak het hele jaar door vangen.

Welke technieken zijn bij uitstek geschikt en effectief voor het vissen op commercials tijdens de herfst of in aanloop naar de winter?

Zodra de temperaturen dalen zal de vis vaak ook letterlijk dalen. De bovenste laag van het water koelt af en de vis laat zich wat verder in het water afzakken. De vis zal over het algemeen ook een stuk voorzichtiger gaan azen. Maar zeker in de herfst azen ze zeker nog om reserves op te bouwen voor de winter. Op vijvers met een goed bestand aan F1’s weet je vrij zeker dat je het gehele jaar door vissen kunt blijven vangen aangezien dit een vissoort is die het hele jaar door blijft azen.

Het is wel zaak om fijner te gaan vissen
zodra het echt kouder wordt.

Zodra de vis voorzichtiger gaat worden, is het vaak beter om dunnere lijnen, lichtere dobbers en kleinere haken en van een fijnere draad te gebruiken. Let wel op dat je ook je elastieken aanpast op je lichtere lijnen. Voor mijn onderlijnen gebruik ik de T1 Super Elite van Trabucco. Een lijn die op hele dunne diameters ontzettend sterk is. Niet alleen in trekkracht, maar ook op de knopen. Deze lijnen stellen mij in staat om heel fijntjes te kunnen vissen. Ik weet dat ik ook een eventueel gehaakte grote vis veilig kan drillen en landen. Vergeet echter niet om ook een wat zwaardere lijn voorhanden te hebben, zeker in de herfst kan op een mooie zonnige dag de vis zomaar volop gaan azen. De vaste stok is dus vaak wel de beste manier om effectief te vissen.

Hardere pellets gebruik ik zelden in de wintermaanden.

 

Welke aassoorten zijn nu favoriet?

Waar je in de zomer vaak veel en voedzaam aas gebruikt, kun je in koudere maanden vaak beter kiezen voor minder en ‘lichter’ aas. Zelf gebruik ik in de koudere maanden veel meer natuurlijk aas zoals maden en casters ten opzichte van de visserij in de zomer wanneer pellets de hoofdmoot vormen. De casters maak ik zelf zodat ik altijd zeker weet dat ik verse en levende casters heb. In de koudere maanden vis ik ook graag met expander pellets in plaats van een harde pellet. Wat je met name in de koudere maanden wilt voorkomen, is dat je de vis te snel verzadigd waardoor ze je haakaas niet meer interessant vinden.

 

Kies je voor zachte expanders of toch voor harde ongeweekte pellets bij de visserij op commercials?

Harde pellets zijn vaak veel olierijker en dus voedzamer dan de expanderpellets. Beide soorten heb je in verschillende formaten. Harde pellets zinken vanzelf en expanders moet je ‘helpen’. Harde pellets gebruik ik in de koudere maanden vrijwel niet, tenzij de vis toch onverwacht goed wil azen. De reden hiervoor is simpel, omdat ik de vis niet te snel wil verzadigen met voedselrijk aas. Expander pellets zijn veel minder voedzaam waardoor de vis langer blijft azen. Ook de zachtheid en de structuur van de expander trekt vaak de minder gretige vissen over de streep om toch je aas te pakken. Zelf gebruik ik altijd de expanders van Bait-Tech. Deze zijn verkrijgbaar in de gangbare 4, 6 en 8 mm varianten, maar tegenwoordig ook in een 2 mm variant, deze zijn tevens heel geschikt om mee te voeren. Wanneer ik met pellets vis, of dit nou harde pellets of expanders zijn, kies ik er meestal voor om met kleinere pellets te voeren dan het exemplaar op of onder de haak. Voor de winter geldt meestal dit ik vis met een 4 mm aasje en dan voer met 2mm pellets.

Een goede vacuümpomp maakt het leven een stuk aangenamer!

Hoe maak je eigenlijk de perfecte expander pellet?

Voor mij zijn er twee manieren om de perfecte expander te krijgen. De eerste manier is met een vacuümpomp. Ik gebruik de pomp van Ringers, omdat die voor mij het fijnste is in gebruik. Je doet de benodigde hoeveelheid pellets in de pomp en vult hem af met water, Plaats het pompgedeelte erop, vervolgens 3 keer pompen zodat alle pellets gezonken zijn, en klaar is kees. Pomp niet onnodig vaak door om te voorkomen dat je de structuur van de pellets kapot maakt. Laat de pellets wel net onder water staan zodat ze niet kunnen indrogen, anders kunnen ze weer gaan drijven.

Zoals gezegd, gebruik ik altijd de pellets van Bait-Tech. Deze pellets hoeven niet perse opgepompt te worden. Plaats ze in een zakje, net onder water en haal zoveel mogelijk lucht uit de zak. Leg ze een nachtje in de koelkast en de volgende ochtend zijn ze klaar voor gebruik. Deze manier van prepareren werkt echter niet bij alle soorten/merken expander pellets.

Op de verpakking van ieder merk staat altijd wel hoe de pellets bereid kunnen worden. Wat ook een mooie bijkomstigheid is wanneer je de pellets met een pelletpomp klaarmaakt, is dat je er kleurstoffen en flavours aan kan toevoegen. Zo kun je dus je ook leuk experimenteren en je eigen touch aan je haakaas geven.

 

 Naar welke specifieke plekken of dieptes ga je op zoek wanneer je een sessie begint met peilen op een zogenaamde Snake-lake?

In de aanloop naar de koudere maanden zoek ik met name naar de plekken net onderaan het talud, zowel aan de zijde waar ik zit als aan de overkant. Ook peil ik een stek uit tegen het talud aan de overzijde waar het ongeveer 1,50 meter diep is. Wanneer je de vis aan de eigen kant aan de gang krijgt, kun je natuurlijk veel sneller handelen dan wanneer je met een lange hengel moet vissen. Vooral tijdens wedstrijden is dat natuurlijk een aanzienlijk voordeel. Vaak is een topset + 1deeltje genoeg om net achter het talud aan de eigen zijde te kunnen vissen. Met hetzelfde tuigje peil ik dezelfde diepte ook uit met de langere hengel, vaak vind ik die rond een meter of acht. Zo kan ik met één tuigje op twee verschillende lengtes vissen, zeer efficiënt! De derde stek is dan op ongeveer 10 meter tegen het talud aan. Ik verwacht de vis op dieper water te vinden in de koudere maanden, dus volledig tegen de overzijde, waar het enkele tientallen centimeters diep is, peil ik niet uit. Ik begin met vissen op de korte lijn onderaan het talud. Mocht het daar niet goed lopen, dan probeer ik of de vis zich op de ondiepere stek ophoudt. Het komt ook geregeld voor dat de vis wel op het diepere wilt azen, maar dan niet aan je eigen kant, en dan heb je natuurlijk je back-up onderaan het talud aan de overzijde. Vang je de vis namelijk ook niet op het ondiepere tegen het talud aan, zal hetgeen je gevoerd hebt voor een deel naar beneden gezakt zijn. Dit beland dus onderaan het talud waar je ook reeds een stek hebt uitgepeild.

 

SIMON VAN DER KOLK

De vaste stok heeft mijn voorkeur.

Hoe ziet jouw plan van aanpak eruit voor het vissen op ‘jouw water’, het Noord Hollands kanaal eruit? Welke vissen kun je daar verwachten?

Mijn voorkeur gaat uit naar de vaste stok. Ik kies meestal voor twee stekken, op respectievelijk 6 en 11.5 meter. Zonder direct een merk voer te willen noemen, kies ik voor een mix van voer en grond in de verhouding 50/50. Op de lange lijn cup ik zes ballen en op de korte lijn volstaan vier ballen. Door mijn voer meng ik wat dode pinkies en casters. Vormen skimmers de hoofdmoot, dan mogen er tevens een paar geknipte wormen bij. Qua dobbergewichten moet je kunnen variëren tussen dobbers van 0,7 tot 1,5 gram, het voorhanden hebben van enkele topsets is dus geen overbodige luxe. Ik geef de voorkeur aan het regelmatig wisselen van je stek en vis liever niet te lang door op één en dezelfde stek. Zo voorkom je dat je een stek kapot vist en de vissen zich terug trekken. Dus, een paar vissen vangen en dan weer wisselen van stek. Dit geeft de vis rust en het vertrouwen om op je plek te blijven azen. Globaal gezien zou je kunnen zeggen dat je tot aan Sinterklaas veel maatvoorns kunt verwachten, de rest van de winter vormen skimmers van rond de 300 gram de hoofdmoot. Voor dit kanaal geldt voor mij dat ik liever geen los aas voer of schiet. Tussendoor bijvoeren doe ik met kleine balletjes voer voorzien van dode pinkies en casters.

De vaste stok heeft mijn voorkeur.

Welke haken, lengte van onderlijn en loodzetting gebruik je bij het vissen met casters op het kanaal? Verschilt dat bijvoorbeeld van de havenvisserij?

Mijn favoriete haak voor het vissen met casters is de Gamakatsu 1310N in de maten 18 en 16 of een Kamasan maat 20 tot 16.

Mijn hoofdlijnen voor de tuigen maak ik van Reflo Power 11/00, de onderlijntjes hebben een lengte van 15 of 20 cm en een diameter van 8/00 en 10/00.

Voor de visserij in de haven kies je doorgaans een robuustere opzet. Snel handelen en vissen tillen in plaats van scheppen vergt aanzienlijk meer van je materiaal. Mijn hoofdlijn kies ik vaak zelfs wel tot 16/00 om in de war raken te voorkomen.

Je hebt tegenwoordig heel veel soorten loodhagels voor het secuur uitpeilen van je dobber. Zit er veel verschil in en waar moet je op letten?

Of er heel veel verschil in de diverse soorten loodhagels zit, verwacht ik eigenlijk niet. Het belangrijkste kenmerk moet zijn dat de inkeping goed gecentreerd zit zodat de loodhagels netjes in het midden vastklemmen op de lijn. Schuif je meerdere loodhagels tegen elkaar dan krijg je een keurige bulk die niet zo gemakkelijk in de war raakt. Ik gebruik altijd een tang met een platte bek om de druk te kunnen reguleren. Je kunt ook dwars op de spleet knijpen met het bekende Stonfo-tangetje om de hagel losser te zetten. Vanaf 0.8 gram gebruik ik overigens altijd een olivette in combinatie met tenminste 4 droppers no.10.

 

Gebruik je ook vaak leem bij het vissen met de stok?

Ik gebruik eigenlijk helemaal nooit leem. Persoonlijk vind ik het veel te duur en de kwaliteit wisselt sterk. Mijn voorkeur gaat uit naar gewone grond. Ik raap in de paartijd van de mollen kuipen vol molshoopaarde, liefst een combi van kleigrond en zavel.

In de winter, zeker in januari, zitten de mannetjes achter de vrouwen aan en juist in die periode werpen ze veel hopen op. Dat is voor mij de tijd om een voorraadje aan te leggen.  In de zomer zijn molshopen aanzienlijk schaarser.

Hoe ziet jouw elastiek-montage eruit voor de visserij op voorn?

Mijn voorkeur gaat uit naar Preston Original Slip elastiek in de maten 4 en 5. Dit elastiek is vanuit de fabriek al gedrenkt in Slip Lubricant waardoor het zeer soepel werkt. Ik zet dit elastiek in een Monoblock top van 1.75m. Buiten de top monteer ik een Drennan dacron connector en een bung met winder achter in het deel om het elastiek te kunnen verstellen qua spanning. Ik gebruik bewust geen zogenaamde hybride elastieken, deze hebben mijns inziens veel te veel rek en dat geeft mij te weinig controle. Bovendien slijten deze elastieken zeer snel en ze zijn nogal prijzig, voor mij geen enkel voordeel.

Nooit lang op één stek vissen.

Wanneer je met regelmaat los aas op je stek schiet, gebeurt het dikwijls dat de vissen hoger in de waterkolom gaan zwemmen om het aas tegemoet te komen. Speel je hier op in door ondieper te gaan vissen of probeer je de vis juist aan de bodem te houden?

Soms probeer ik heel bewust de vis, doorgaans voorn, hoog in het water aan het azen te krijgen, altijd in combinatie met casters. Reden: je bent sneller en vrijwel altijd is de vis die hoog aast, goed aan de maat. Het zelfde geldt ook voor vis die je on the drop vangt. Wanneer ik dit verwacht, dan zet ik altijd een paar topkits met aangepaste tuigen klaar. De dobbers zijn erg licht, meestal 0,2 of 0,4 gram en de lijn is een stuk korter dan de overige tuigen. Het is overigens een misvatting dat je voor deze visserij altijd een gespreide loodzettting zou moeten gebruiken. Wanneer je het lood gegroepeerd tegen de onderlijn plaatst, geeft dit een heel positieve beetindicatie bij het vissen on the drop. Bovendien is een dergelijk loodzetting nagenoeg tangle free en je kunt de dobber makkelijk inzetten. Dat is zeker een voordeel bij gebruik van lichte pennetjes.

‘On the drop’ vang je vaak de grotere vissen.