De visserij op zogenaamde ‘snake lakes’ is voor de Engelse visser John Brownlie een van zijn favoriete visserijen geworden. In vergelijking met de openbare Engelse vaarten en kanalen, waar het schrapen is voor vis, is op een zo’n slangvormige commercial een fatsoenlijk net vis bijna gegarandeerd.
Tekst & foto’s John Brownlie
Tijdens wedstrijden moet je enigszins geluk hebben om een goed stek te loten. Op deze commercial zijn er aantal bruggen, de stekken die het dichts bij zo’n brug liggen zijn doorgaans het beste. Maar zelfs als je op zo’n stek loot, dan nog moet je er goed vissen om te winnen. Ik heb het geluk gehad dat ik de laatste tijd twee keer op dat soort plekken kon zitten; beide keren resulteerde dat in de winst. De eerste keer was op een zeer winderige dag met 30 kg, de andere keer met ruim 23 kg.
Wellicht kun je je voorstellen dat bij het opzetten van je setup en gereedmaken van het materiaal de vissen wat verstoord worden. Daarom is de verre oever vaak de plek om te beginnen; door de verstoring zal een groot deel van de vissen hier naartoe trekken. Als de omstandigheden het toelaten, dan is één van de beste methoden het vissen met een expander pellet op een bedje van micro pellets; en dat is precies wat ik ga doen tijdens deze korte oefensessie.

Met de markering als referentie kun je zorgeloos de dobber schuiven
ZWAAR PEILEN
Het perfect presenteren van je dobber en aas is gewoon niet mogelijk zonder het gebruik van een peilloodje. Het beste is om een zware te gebruiken, aangezien je dan het gewicht het best op de bodem kunt voelen. De dobber kun je zo goed afstellen. Onthoud of markeer deze diepte, bijvoorbeeld met een markeerstift of Typ-Ex op de hengel. Soms moet je wat spelen met de visdiepte; vis je met een staande haak, de gehele onderlijn of slechts een deel plat op de bodem? Met de markering als referentie kun je zorgeloos de dobber schuiven, maar stelt me in staat om onmiddellijk terug te keren naar de oorspronkelijke visdiepte zonder dat ik opnieuw een peilloodje moet inleggen.

WEL OF GEEN LIJNER?
Doordat je hier op afstanden tussen de 10 en 14 meter aan de overzijde vist, betekent dit dat je met een vaste hengel de beste controle en nauwkeurigheid hebt om je montage en het voer te plaatsen. Een vaste hengel visserij dus, waarbij mijn vertrouwde Sphere Zero-G Power Partner goed van pas komt. Deze hengel combineer ik met Xitan Micobore 1.9 mm Pink elastiek, met een rating van 7-9. Ideaal voor de gemiddelde grootte van de vis, ongeveer 350 gram, maar je bent ook gemakkelijk in staat om de grotere karpers te landen.

De montage die ik gebruik is relatief eenvoudig en bestaat uit een 0,30 gram zware, korte dobber, model rugbybal vorm, met een relatief dikke, goed waarneembare bovenantenne. Hiermee kun je gemakkelijk het onderscheid maken tussen lijnbeten en echte aanbeten. De bovenlijn is een 16/00 een Cenex Hybrid Power Mono, de 15 cm lange onderlijn is van 11/00 fluorocarbon en als haak een maatje 18.
De meest gebruikelijke verdeling is om zes nummer tien hageltjes te gebruiken, die met zo’n 2,5 cm afstand tot elkaar geplaatst worden. Het laatste loodje plaats ik net op de onderlijn, zodat de lus-in-lus verbinding zich mooi strekt. Daarnaast gebruik ik ook graag een aantal Micro Soft Shots om de dobber heel precies uit te loden, deze kun je indien nodig aanpassen. Tot slot bevestig ik soms twee nummertjes acht ongeveer drie centimeter boven de dobber. Wanneer er iets trek staat op het water, kun je dankzij deze kleine aanpassing de dobber heel stabiel op de plek houden.

BLIJVEN AANPASSEN
De voer- en aasaanpak is vandaag is eenvoudig: 2 mm micro pellets die worden gevoed door een kleine pole cup en 4 mm expanders voor de haak, die gisteravond zijn voorbereid. Tevens heb ik als back-up wat gemalen zoete blikmais op de aastafel staan. Bij aanvang introduceer ik ongeveer twintig micro’s in de pole cup en laat het haakaas direct zakken; binnen enkele seconden haak ik mijn eerste vis, een karper rond een pond zwaar. Dat belooft nog wat voor de rest van mijn visdag!
Er volgen nog meer karpertjes. Om het beste uit de stek te halen is de voertactiek erg belangrijk: ga je de hoeveelheid micro’s gelijk houden, of voer je juist meer of minder? Er bestaan hier geen vaste regels voor, want elke dag is anders, maar zoals vandaag begin ik op een gegeven moment ook vissen vals te haken na het inwerpen. Het teken dat ze vanaf de bodem zijn gekomen en in een hogere waterlaag het zwemmen, dan wel het voer onderscheppen.

Het is vaak veel beter om de nieuwe situatie te omarmen en de dobber ondieper af te stellen, presenteer het haakaas enkele centimeters van de bodem
Als dit gebeurt, dan kun je hier op een aantal manieren op inspelen. Ten eerste kun je proberen wat het gevolg is wanneer je de voerhoeveelheid naar beneden bijstelt. Helpt dit niet, dan kun je ook de loodzetting aanpassen naar een gegroepeerde loodzetting; zodoende zal het haakaas sneller langs de vissen naar de bodem zakken in vergelijking met de verspreide loodzetting die ik bij aanvang hanteerde. Maar veel beter is het om deze nieuwe situatie te omarmen en de dobber zo af te stellen dat je het haakaas een paar centimeter, of soms een stuk meer, van bodem presenteert. Hoeveel? Ook dat is weer een kwestie van blijven aanpassen. Dit betekent misschien minder beten, maar de beten die je vanaf dat moment krijgt resulteert vaak in goed gehaakte vissen. En dat is heel belangrijk, bij elke witvistechniek! Je moet vals haken altijd ten koste van alles proberen te voorkomen; een ‘foul-hooker’ kan de hele stek om zeep helpen en vaak de onderlijn beschadigen. Daarmee gaat kostbare vistijd verloren.




