Schimmen op een zandplaat

18

DENNIS PETERS – In een split second bevind ik me al watertrappelend boven de vis. Mijn hengel in mijn rechterhand, mijn linkerhand helpt me boven water te blijven. Met mijn voeten probeer ik ondertussen de lijn los te krijgen uit de wirwar van de takkenbos waarin deze unit van een karper zich heeft vastgezwommen. Hij mag me niet ontsnappen!

In gedachten zie ik deze bak al in mijn schepnet liggen, maar de realiteit laat me inzien dat dit voorlopig nog niet het geval is. Gelukkig, daar trekt mijn lijn weg en voel ik al terugpeddelend de vis beuken op mijn top. Eenmaal de kant terug opgekropen kan ik de vis drillen en uiteindelijk scheppen. Yes! Wat een euforie, wat een rug, wat een bak, wat een avontuur! De vis blijkt een prachtige two-tone schub te zijn van net onder de twintig kilo. Tussen deze groep vissen zaten nóg grotere schimmen en ik vraag me af welke avonturen ik hier nog meer ga beleven…

Een prachtig two-tone exemplaar.

Nieuwe visgronden

Iedere vangst kent een begin en het begin van dit avontuur is in het kort te omschrijven als een simpele samenloop van omstandigheden. Op zoek naar nieuwe visgronden kom ik na een tip van een collega-visser aanrijden bij een voor mij nieuw water. Zoals ik gewend ben bij nieuwe wateren loop ik eerst een uitgebreide ronde om de plas. Daarbij probeer ik altijd een korte samenvatting te maken over bepaalde onderwerpen die ik belangrijk vind: potentiële stekkeuzes en hotspots, andere vissers en natuurlijk of ik vis spot op bepaalde plekken waaruit ik mijn voordeel kan halen. Na mijn uitgebreide wandeling merk ik al snel dat dit water mij niet het juiste gevoel geeft en ik besluit dan ook in dezelfde regio op zoek te gaan naar wat anders.

Via Google Maps stuit ik op een water dat er interessant genoeg uitziet voor een inspectieronde. Mijn eerste indruk is overweldigend, omdat het een prachtig, kraakhelder meer is met overal groen, lelievelden en overhangende takken. Tot op een meter of twee bestaat de eigen kant uit een vrij ondiepe zandplaat waarna het via een steile wand de dieptes in schiet tot ongeveer een meter of twintig.

Het eerste nachtje, vissend met een statische hengel vanaf de overkant.

Na een poosje goed observeren ben ik inmiddels halverwege de plas en kom bij een dichtbegroeid stuk met bomen, struiken en overhangende takken. Tussen de takken spot ik diverse grote schimmen van vissen die allemaal rond of boven de vijftienkilogrens uit zullen komen. Het is een warme dag en de vissen begeven zich aan het wateroppervlak. Snel haal ik mijn telefoon tevoorschijn en schiet wat foto’s zodat ik ze op een later moment goed kan bestuderen.

Meteen raak

Deze kans mag ik niet aan me voorbij laten gaan. Snel pak ik een hengel uit de auto. Ik ga proberen de vissen bovenin te verleiden met een drijvende hondenbrok. Tussen de takken door strooi ik een aantal losse brokken en tot mijn genoegen beginnen de vissen stuk voor stuk de brokjes naar binnen te slurpen. Zodra deze opraken, waag ik een poging en laat mijn brok zakken, vlak voor de bek van zo’n donkere schim. Niet snel daarna wordt het aas naar binnen geslurpt en geef ik een hijs aan de hengel. Raak!

In mijn poging de vis af te drillen op het nauwe open stukje water zwemt hij zich al snel een paar meter uit de kant vast. Zonder twijfel stap ik het water in en bevind me al gauw in de diepte waardoor ik geen bodem onder mijn voeten meer voel. De rest heb ik aan het begin van dit stuk beschreven…

Rivierspiegel

Na de vangst van deze two-tone schubkarper staat mijn besluit vast. Op dit water ga ik mij de komende tijd vastpinnen om zo uit te zoeken wat voor vissen zich nog meer tussen dit bestand schuilhouden. De school vissen die ik had gespot onder de takken, hingen allemaal rond en boven een keiharde zandplaat, die vrijwel zeker als een veilige plek gezien werd. Het was tijd voor mijn eerste nachtje en ik besloot met slechts één hengel en behulp van een boot de zandplaat te bevissen, maar dan vanaf de overkant. De hengel ging instant op de zandplaat onder de overhangende takken en ik voerde een kilo mix Drukz en Spartans bij. Binnen een zeer korte tijd krijg ik mijn eerste aanbeet en dit bleek meteen een fraaie schub van 16 kilo te zijn. Snel plaats ik de rig weer terug op de stek en krijg kort daarop een minder leuke verrassing te verwerken: controle van de BOA.

Een fraaie schub van 16 kilo.

Ik mis de nachtvisvergunning van de aangesloten hengelsportvereniging. Na de eerder gevangen schub ben ik nu dus degene die hangt… Een flinke boete en weggestuurd worden tijdens deze sessie was absoluut niet iets wat ik voor ogen had. Wat een deceptie. Naar huis gaan is geen optie en ik besluit de nacht door te brengen aan een rivier in de buurt. Het is inmiddels al flink gaan schemeren, maar ik vind een mooi zijstuk van de rivier dat in de luwte ligt. Ik pak wederom mijn spullen uit de auto. Twee hengels gaan net over de overkeien tegen de schuine kant aan. Beide rigs worden voorzien van een dubbele 20mm Drukz-presentatie om zo de witvis tegen te gaan. Dan kruip ik lekker op de stretcher om toch nog een paar uurtjes slaap te kunnen pakken.

Vroeg in de ochtend word ik gewekt als mijn linkerhengel er met een vaart vandoor schiet. Na een flinke dril kan ik het net sluiten om een mooie rivierspiegel van een kilo of twaalf. Na een paar foto’s te hebben genomen krijgt deze weer snel de vrijheid. Mede doordat ‘deze wekker’ zo vroeg is afgegaan, kan ik eens diep nadenken over wat ik met de plas aan moet. De juiste vergunning gaat er komen, dat is natuurlijk de eerste stap!

De zandplaat moet niet meer worden gezien als veilige thuishaven, maar als een plek waar ze onverzadigbaar voedsel kunnen vinden. Een aanpak van slechts een aantal bollen erop zal niet werken. Voor ik naar huis rijd, stop ik nog even bij de plas om het voerplan op te starten. Achter elkaar strooi ik hand na hand Drukz en Spartans over de stek en laat na een kilo of vijf het voer verder zijn werk doen.

RIVIERSPIEGEL

De volgende ochtend keer ik terug en tot mijn verbazing is de stek nu al compleet kaalgevreten. Er is geen enkele bol meer terug te vinden. Dit keer laat ik een dubbele hoeveelheid achter, om 24 uur later terug te keren. Bij aankomst blijkt de hele zandplaat opnieuw helemaal schoon. Deze stek moet mijns inziens verder opgebouwd worden voordat ik hem tot het uiterste kan afromen. Om de kleinere vissen te verzadigen en de grote vissen aan het azen te houden, gaat er dagelijks een kilo of acht voer te water en iedere keer dat ik terug aan het water ben, ligt er geen enkel voerrestje meer op de stek. Het plan lijkt te werken; ik zie vissen heen en weer zwemmen over een kaalgevreten stek, die inmiddels tot een ware kuil is gevormd. Ik voer nog een aantal dagen door tot ik dan eindelijk met veel vertrouwen een sessie kan gaan vissen.

Buiken tegen de bodem en azen maar!

Overweldigend

Mijn gedachten gaan alle kanten op als ik tegen tien uur ’s avonds het inmiddels bekende pad betreed richting de stek. Deze keer zal ik hem bevissen van onder de eigen kant. Dit om de vissen snel te kunnen blokken indien ze de uitvlucht willen nemen richting takken. Omdat ik zo compact heb gevoerd de afgelopen dagen, kies ik voor een korte onderlijn. Door het vertrouwen in het aas zullen de vissen waarschijnlijk snel boilie na boilie wegwerken. Buiken tegen de bodem en azen maar! De rig wordt voorzien van een dubbele 20mm en ik voer maximaal twee handjes vol voer bij. Een snelle aanbeet forceren is wat ik wil. Met heel veel vertrouwen kruip ik in de slaapzak om na een paar uurtjes mijn inzet beloond te zien worden…

Wat een extreem lange schub heb ik gevangen!

De sounderbox geeft tegen de vroege ochtend het geluid waarmee hij mij elk moment van de nacht mag wekken. De slip giert het uit op het moment dat ik mijn spoel pak en het eerste contactmoment heb met de vis aan de andere kant van de lijn. Mijn hengel buigt zich hoepelrond. Met de nodige moeite weet ik de vis uit de takken te houden. Ik voel mijn hart kloppen in mijn keel als ik de armen van het schepnet onder de donkere schim door kan schuiven. Op het moment dat ik tussen de mazen van het schepnet op zoek ga naar de eerste schubben, kan ik mijn ogen niet geloven. Wat een extreem lange schub heb ik gevangen! Voor de derde keer op rij vang ik een prachtige schubkarper, en wat voor één! De naald van de weegschaal breekt door de barrière van de twintig kilo en ik word overmand door een euforisch gevoel. Missie geslaagd!

Deze vis wil ik goed op de foto krijgen en daarom bel ik in alle vroegte mijn moeder op:

“Mam, ben je al wakker? Kun je misschien wat foto’s komen maken van een heel grote vis?” – “Tuurlijk jongen, waar zit je ergens?”

We schieten de nodige beelden van deze geweldige vangst en even later zwemt de schub weer haar vertrouwde omgeving tegemoet. De sessie zit erop en voldaan rijd ik achter mijn moeder aan terug naar het thuisfront.

“Tuurlijk jongen, waar zit je ergens?”

Niet altijd prijs

De dagen na deze succesvolle sessie voer ik stug door. Ik besef eigenlijk dan pas dat ik zo kort onder de eigen kant vis en ook boven op de voerstek heb gedrild. Dit kan dus weleens betekenen dat de vissen de zandplaat niet langer als een veilige plek herkennen. De keren dat ik die week terugkom op de stek om te voeren, is al het voer van de avond ervoor weg, maar tegelijkertijd spot ik er ook geen vis meer. Het aanstaande weekend is het tijd voor een nieuwe nachtsessie om te ontdekken hoe de vork in de steel zit.

Ik vis volgens hetzelfde recept. De korte rig gaat ‘spot on’ op de stek met slechts twee handjes vol voer erbovenop. Die avond krijg ik bezoek van Lex Cuyten, die graag wat meer wil weten over de aanpak en ervaringen die ik heb opgedaan met zijn nieuwe boilielijn. We praten nog even gezellig door en even later ga ik verder vol vertrouwen de nacht in.

Heeft het water nog meer van deze grote vissen te bieden? Stay tuned!

Tegen twaalf uur krijg ik een aantal beetregistraties door van de sounderbox. In een reflex pak ik de hengel op, maar tot mijn verbazing zit er niets meer aan mijn lijn. De gehele laatste meter is verdwenen. Snel maak ik alles weer gereed en leg de presentatie weer terug op de stek. De rest van de nacht verloopt zonder enig teken van leven.

Gelukkig kan ik mij de komende weken nog volledig op dit water blijven richten. Het plan is dan ook om stug vol te houden en tijdens korte nachtjes de stek proberen af te romen, om zo te zien wat voor prachtige vissen zich verder nog schuilhouden in de dieptes van deze plas.