Home WITVISSEN WITVIS VERHALEN Hertverwarmende voorjaarszeelt

Hertverwarmende voorjaarszeelt

197

50 jaar Beet Magazine, we nemen een duik in het archief met dit artikel uit april 2019

Zeelt staat vooral bekend als een lente- of zomervis, vooral goed te vangen als de watertemperaturen richting de 15 tot 20 graden gaan. Maar hoe zit het met het vangen van ‘koude’ zeelt in het aller vroegste voorjaar? Daarover proberen zeeltspecialisten Hans Moolenaar en Arend Termorshuizen in dit artikel wat meer duidelijkheid te geven op basis van hun ervaringen.

Tekst: Arend Termorshuizen, foto’s Hans Moolenaar en Arend Termorshuizen

Met aangepast licht materiaal een sportvis van jewelste!

Net zoals veel vissen verblijft de zeelt in bepaalde overwinteringszones van een water. Doorgaans zijn dat de diepere delen, liefst onderaan taluds. Of in wateren tussen bebouwing als daar de mogelijkheid toe is. Zodra de zon wat meer kracht krijgt en de dagen gaan lengen, worden ze actief en zwemmen richting de zones waar ze veelal gaan paaien, later in het voorjaar. Vaak is dat in de loop van mei en zelfs juni. Zeelt paait doorgaans als laatste van onze witvissen. Vermoedelijk te verklaren door het feit dat zijn oorsprong in het oostelijke deel van Europa en Siberië ligt.

In de echte winter verblijven ze in kleine groepjes van maar een paar exemplaren, meestal met dezelfde grootte (vermoedelijk jaarklasse bepaald), maar in het voorjaar verzamelen ze zich in veel grotere groepen en struinen ze specifieke delen van het water af naar voedsel. Die zones moet je dus zien te vinden, en dat is op nieuw water simpelweg een kwestie van uitproberen. Vooral doodlopende kommen, luwe plekken, rietkragen waar later veel planten langs groeien, zijn geliefd bij onze bronsgroene vriend. Logisch, daar is het voedsel aanwezig en het biedt ook voldoende schuilgelegenheid. Tevens warmt het water daar sneller op.

Vismaat Hans met een bijzondere mooi gekleurde zeelt in het opwarmende lentezonnetje.

Jongensvis

Vaak zijn de mannen het eerst op de stekken aanwezig en volgen daarna de dames. Je ziet dat vaak de eerste vangsten de mannetjes zijn, herkenbaar aan die typische vinnenstructuur. Maar al heel snel vermengt zich dat, vanaf april.

Zeelt komt op heel veel wateren voor, van kleine prutslootjes in woonwijken (vandaar de bijnaam ‘jongensvis’) tot de diepere vaarten, plassen en zelfs hele diepe zandgaten. De laatste tien jaar is de zeeltstand flink vooruitgegaan. Dat is gunstig voor ons, want met aangepast licht materiaal is het een sportvis van jewelste. En dat vinden steeds meer vissers, goed te merken aan de opkomst van speciale Facebookgroepen waarbij het alleen maar over deze soort gaat. De groep Tincahunters is in een paar luttele jaren tijd uitgegroeid tot bijna 3500 leden (voorjaar 2019).

Vangkrachtige aasjes: wafters, miniboilies en maden.

Goed te plannen

Je kunt als serieuze zeeltvisser je visserij goed plannen, zeker in het vroege voorjaar van februari, maart en april. Zon is hierbij een cruciale factor. Die zonovergoten februari-, begin maartdagen, liefst zonder al te veel wind, zijn vaak erg positief voor de vangsten. Op ondiepere wateren kun je dan al goed zeelten vangen, zeker op plekken die dicht bij de winterplaatsen liggen. Al is het vaak nog geen echt seriewerk. Dat komt later pas aan de orde als grotere groepen zich hebben verzameld in zones waar ze zich merendeels gaan ophouden voor de start van de paai.

Op ondiepere wateren kies je een stek in de zon, bijvoorbeeld bij wat overhangende bomen, waar de plompenbedden of lelies gaan groeien, een bruggetje of een taludje. Belangrijk is dan dat de koude noorden- of oostenwinden niet op de stek kunnen staan. Warmte is alles. Op dieper water is het voor de ondiepere plaatsen ter plekke vaak nog wat te vroeg, maar daar ligt de zeelt al wel op het talud op weg naar boven. Elke dag bij goed weer kun je ze ietsje ondieper vinden. Ze reizen dan op en neer over zo’n talud.

Een andere factor is de kleur van het water. Iets troebel is zeker gunstig, daar er nog weinig planten zijn. In deze periode betekent ietsje troebel doorgaans ook actieve witvis. We kennen diverse wateren waar, als het water helder is, je beter door kunt rijden naar een andere zone of water.

Aas en aanverwanten

In Engeland zou zoiets als de aascarrousel bestaan, waarmee bedoeld wordt dat de vissen per dag hun aasvoorkeur hebben; op dag 1 liever een made, op dag 2 een zoete maïskorrel en op dag 3 een miniboilie, en dat je nooit precies weet wat die dag de voorkeur heeft.

Toen Hans in 1998 zijn eerste sessies op vroege zeelt begon, was het echter ‘alles maden’ wat de klok sloeg, met zoete maïs als goede tweede, en dat bleef zo voor jaren. Pas de laatste jaren is er een kentering te bespeuren richting de voorkeur voor miniboilies. Sterker nog, de miniboilie vist op veel plekken de made eruit. Dat valt te verklaren uit het gegeven dat steeds meer witvissers methodtactieken met miniboilies inzetten, ook als voer en haakaas. Er is daarmee onder de zeelten grotere acceptatie van miniboilies ontstaan, onbekend maakte klaarblijkelijk onbemind. Al zal Hans, zeker in het vroege voorjaar, de made blijven inzetten.

De laatste jaren vist op veel plekken DE MINIBOILIE de made er uit

Zogenaamd een zomervis, maar het vroege voorjaar is wellicht beter!

Mondjesmaat

Aan een van de twee hengels gaat een inline voerkorf van 56 gram en aan de andere een methodfeeder van 35 of 45 gram. Al vrij snel is te ervaren waar de voorkeur ligt, al verandert die meestal niet met de dag. Wel kan de aasvoorkeur periodiek zijn. Het inzetten van een blockend feedersysteem met helikoptersysteem komt pas aan bod als de waterplanten wat meer gaan groeien.

Zeker in het vroege voorjaar is het zeer belangrijk om vis voor vis te vissen, en de voer- en aasaanbieding daarop ook aan te passen. Dus niet te veel voer en zeker niet verspreid, maar mondjesmaat en ook niet al te veel bijvoeren. Dit gaat anders naarmate het zeeltseizoen vordert. Vlak voor de paai heb je weleens het gevoel er nooit genoeg voer in te kunnen gooien en kunnen vijftien zeelten per man je deel zijn, maar zover is het nog lang niet in het vroege voorjaar.

Met name zo’n platte methodkorf geeft je de kans matig voer te brengen en het toch zo uitnodigend mogelijk te presenteren met een miniboilie of wafter in een goed afstekend kleurtje bovenop het bergje voer. Gebruik tussen haakaas en method een heel kort onderlijntje van maximaal tien centimeter.

Lekker licht

Voor het zeeltvissen willen we pleiten voor de zogenaamde lichte Avon-hengels van 10 tot 12 ft (3 tot 3,60 meter). Zachte hengels, die het kenmerkende stoempen van de zeelt kunnen absorberen en het vissen met dunne lijnen toelaten.

Hans gebruikt voor zijn vroege zeeltvisserij Fox-zeelthengels van 0,75 lb. Daar is hij heel zuinig op, want die worden niet meer gemaakt. Als molens kleine freerunners in de 2500-serie. In het vroege voorjaar is er nog obstakelvrij te vissen en daar past een dunne lijn bij: 20-22/00 (6 lb) is een prima uitgangspositie.

Arend heeft speciale 12 ft-zeelthengels laten bouwen door Ton Temming. Deze 1 lb Masterpiece-hengels zijn het summum om mee te vissen. Werkelijk een doorgaande buiging tot aan het handvat, zodat de echte kracht van de hengel benut kan worden als het nodig is en de slip van de molen optimaal z’n werk kan doen. Op een 12 ft-hengel is een 4000-model freerunner precies op maat. Daarnaast zijn er nog meer hengels op de markt, zoals de iets kortere Classic Tench 1 lb van Leonard Sports.

*(redactie: info is gedateerd uit 2019)

Volop haakaas

Als haak gebruiken we graag de Drennan Barbel Specimen in de maten 11, 12 en 14. Uiterst scherp, sterk en een roundbend-model. Gezien de zachtere en kleinere bek en uit zorg voor de vis, vinden we kleine haken een must. Zeelt is tenslotte geen karper. De haak knopen we met een no-knot aan een zinkende braid van 8-10 lb van circa 8-10 cm. Houd het hairtje kort; zeelt zuigt het aas meestal niet ver naar binnen… Ideaal is een lusje met baitbandje voor een waftertje. Voor maden gebruiken we een Fox Maggotclip L. Aan het eind een lusje en een zachte sleeve zodat deze makkelijk op een quick change swivel geschoven kan worden. De madenkorf plak je grotendeels dicht met watervast tape, zodat de maden vlak bij het haakaas naar buiten komen. Extra voordeel: je kunt zo je rig wat langer laten liggen en wat rust op je stek creëren.

Haakaaskeuze is er volop: van miniboilies en wafters tot maden en wormen. Sommige smaken springen er wel uit. Een van onze favoriete zeeltaasjes zijn de 8 mm-wafters van Spotted Fin, zoals Miracle Berry, Pineapple, Classic Corn en Fruit Zing. De madenclip voorzien we van enkele drijvende kunstmaden of -casters in combinatie met echte maden of casters.

Bij het eerste licht beginnen loont ook in het vroege voorjaar

Kruidig, donker voertje

Als voer gebruiken we een eigen simpel, maar vangend recept van broodmeel, grove polenta, een deel kant-en-klaar grondvoer van Spotted Fin, zoals de Sweet en Krill Super Blend, en kruidige toevoegingen als paprikapoeder. Dat vullen we aan de waterkant aan met een liquid voor extra attractie zoals zoetstof, leverextracten of gefermenteerde voedingssupplementen. Je kunt hier erg creatief mee zijn en zo je eigen topvoertje maken. Een donker, ietwat rood gekleurd voer heeft de voorkeur.

Bij aankomst op de stek voeren we eerst wat balletjes voer zodat dit z’n werk kan doen tijdens het optuigen. In het vroege voorjaar voeren en vissen we erg compact, omdat de vis nog niet heel veel zwemt. Met verschillend haakaas kun je erachter komen wat beter loopt: levend aas of juist iets anders. Afhankelijk van de beten kun je regelmatig voer bijbrengen; twee of drie balletjes zijn genoeg. We moeten ze gretig houden tenslotte.

Zo’n eerste zeelt is elk jaar weer magisch.

Glimmen

Een klein (specimen) net met uitschuifbare steel is erg fijn, zeker als de oever wat breder is. Zo ben je op alles voorbereid, zeker als je alleen vist. Wij gaan nooit zonder onthaakmat vissen; zeelt verdient respect en moet zo voorzichtig mogelijk worden behandeld. Goed nathouden, dan gaan ze ook mooi glimmen op de foto. En kijk niet gek op als je een vroeg ontwaakte karper weet te haken, ook die lusten de voor zeelt aangeboden aasjes als geen ander! In dat geval gewoon rustig blijven; die vissen zijn dan doorgaans ook net wakker en ook op dat lichte materiaal met wat beleid prima te vangen.