Home KARPERVISSEN KARPER VERHALEN Polderkarper – Statisch of Pennen?

Polderkarper – Statisch of Pennen?

7

We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2019 van Richard Gans.

Het beste van twee werelden

RICHARD GANS – Als penvisser ben je vaak beperkt tot het vissen met één hengel, terwijl je vergunning toestemming geeft tot meerdere hengels… Vissen met 2 of 3 hengels kan wel, maar dan middels een statische visserij. Helaas doet het statisch vissen snel af aan de charme van het afstruinen van kleine voerstekjes. De naam statisch zegt het al… je bent niet meer mobiel. Dat is jammer, want er zijn genoeg mogelijkheden om mobiel te zijn en toch met meerdere hengels te kunnen vissen zonder de charme van het penvissen te verliezen. Het beste uit twee werelden combineren!

Ik schrik op uit mijn concentratie! Driftig drukt een driftige bestuurder op de langste weg van Nederland zijn claxon in tot het uiterste van zijn kunnen. Het gaat allemaal niet snel genoeg volgens deze driftkikker. De auto voor hem haalt niet snel genoeg in en middels lichtsignalen en wild getoeter probeert hij dit duidelijk te maken. Het gebeurt uiteraard in luttele seconden, ik zit namelijk gewoon stil op mijn stekje vlak langs deze drukke snelweg, ook wel de A7 genoemd. Het voorbijrazende verkeer hoor ik allang niet meer, alleen de ‘niet auto’-geluiden hoor ik. Een sirene, een klapperend vrachtwagenzeil, een gierende imperial of een luidruchtige motorfiets zijn een aantal van de geluiden die ik nog niet kan negeren. Ze zijn me nog vreemd…

SNELWEGSTEK

Drie jaar woon ik nu langs deze snelweg en in die drie jaar ben ik nog nooit zo happy geweest met mijn visserij. Het vissen op karper langs een van de drukste wegen van Nederland heeft mij geen windeieren gelegd. Over gewichten heb ik het niet, dat is voor mij van ondergeschikt belang. Als je kunt kiezen tussen tien kleintjes of tien zware vissen, dan ga je voor de dikke vissen, toch? Tuurlijk! Maar die keuze heb ik hier niet! Of beter gezegd, de keuze van het gemak en rust zonder andere vissers, die heb ik wel en dat is namelijk daar waar de wat kleinere vissen zwemmen. Het hoogste gewicht dat ik hier kan vangen, zal rond de 10 à 12 kilo zijn… en geloof me, dan zit ik al aan de hoge kant.

Desalniettemin kan ik mijn spreekwoordelijke ei prima kwijt in deze visserij en zijn er al aardig wat mooie vissen uitgekomen, en dat op een polderstelsel van ruim 125 km lang. De vis kan werkelijk overal zwemmen, maar door regelmatig een stek te onderhouden en niet te bevissen, blijven de meeste karpers zich ophouden langs de drukke snelweg. Dat deze ringsloot hier ook wat breder is, speelt natuurlijk ook een rol. Alsook de burgergigant die grenst aan deze sloot. Een prettige bijkomstigheid: een snelle hap is zo gehaald!

SNELLE HAP

Over snelle hap gesproken: een karper is zeker ook niet vies van deze snelle hap, die te groot voor de maag van de koper was en dus achteloos in de sloot wordt gesmeten. De restanten hamburgervlees, groenten en krulfrietjes krijgen maar vaak genoeg een zwiep richting sloot… Dat meer dan de helft de sloot niet bereikt, is bijzaak. De rattenpopulatie is bijzonder groot (de ratten zelf ook), dus deze restanten blijven daar niet lang liggen…

Regelmatig laat ik dan ook een pennetje zakken bij deze hamburgerketen. Dit doe ik meestal in de vroege uurtjes, zodat er niet al te veel pottenkijkers of potentiële stekgebruikers aanwezig zijn. De vissen zijn niet bijzonder groot, dus voor het gros van de karpervissers is het niet interessant genoeg. Dat is mooi meegenomen. Mijn ego is bescheiden, net als het formaat vissen dat hier zwemt.

Als ik bijvoorbeeld op mijn ‘thuiswater’ vis, daar waar grotere vissen zwemmen, dan is het haast onmogelijk om een ‘onherkenbare’ vangstfoto te maken. Helemaal in de beginperiode van het jaar. Het riet is dan nog laag, de bosjes niet dichtgegroeid en de bomen nog leeg van blad. Stekherkenning 2.0, dus tel uit je verlies.

Daar heb ik hier dus geen last van. Uiteraard loop ik er niet mee te koop en zal ik, als het even kan, ‘onzichtbaar’ langs de oevers vertoeven. Wekelijks gooi ik hier en daar wat boiliekruim, mais en bollen verspreid over de hele ringsloot. Tijdens de wintermaanden doe ik dit mondjesmaat. Bij een koude, gure oostenwind is door de jaren heen gebleken dat het hier en bij andere polderstelsels uitgestorven is. De dwarssloten zijn dan een toevluchtsoord voor de vissen. Ze kunnen daar in de luwte liggen en zijn vrij van golfslag en windvlagen. Een zuidwester is daarentegen een prima windje, ondanks dat deze ook vol in de sloot staat. Op een of andere manier hebben de vissen hier totaal geen last van. Misschien komt het omdat deze wind wat vriendelijker aanvoelt en het (ondiepe) water enigszins voorziet van zuurstof en warmte. Het is mij te vaak gebeurd dat ik tijdens een oostenwind met een droog net thuiskwam, dus ik waag het er niet meer op.

INTERESSANTE STEKJES

Uiteraard trek ik er vaker op uit om elders in de polder een pennetje te laten zakken. Op dit uitgestrekte waterstelsel kun je in de meest gevarieerde stukken water karper verwachten. Van grote kanalen en diepere plassen tot smalle slootjes en kleine poeltjes. Maar hoe vang je daar de karper?

Wat je in eerste instantie moet doen, is proberen de vis te lokaliseren. Het spreekt voor zich dat een grote, uitgestrekte plas water zich niet goed leent voor een polaroid zonnebril en een petje tegen de zon… Hier kun je het beste een dieptemeter of een peilhengel met dyneema gebruiken om de bodem af te tasten. Maar alleen als er ver uit de kant gevist moet worden. Bij de pen- en/of kantvisserij volstaat de penhengel om snel een beeld van de bodemstructuur te krijgen.

Wel kun je bij deze uitgestrekte plassen interessante stekken vinden in de kantzones. En deze stukken zijn de ideale stekken voor deze visserij. Een overhangende struik, boom of oude steiger zijn de uitgelezen stekken om je geluk te vinden in een bonkig stuk karpervlees. Op de kanalen vind je de beste stekken meestal bij ‘afwijkende’ objecten. Denk aan meerpalen, bruggen, sluizen of bochtige gedeelten van een kanaal. Smalle (polder)slootjes en siervijvers zijn meestal wat makkelijker te ‘lezen’. Het merendeel is ondiep en de vis zit vaker in de bovenste laag van het water. Zo heeft elk water een andere voorbereiding nodig.

MOBIEL VISSEN LOONT!

Eenmaal de stekken gevonden, is het zaak om deze aan te voeren en deze later een voor een af te vissen. Een half uur tot een uur vissen volstaat per stekje. De penhengel is de hengel die de meeste aandacht vraagt. Om toch de kansen te verdubbelen, neem ik steeds vaker een hengel met een ‘vastlood’-montage mee. Soms liggen de stekjes wat dichter bij elkaar en dan is het mogelijk om op deze manier twee aangevoerde stekjes te bevissen. Eén met de pen en de ander met het vaste lood.

Mocht je op een stek last hebben van witvis, kies dan voor de vastloodmontage. Met deze montage is het mogelijk om met grotere, witvisbestendige aassoorten te vissen, zoals boilies en tijgernoten. Vervolgens bevis je met de penhengel een ander stekje. Zo kun je variëren en ben je enorm mobiel. Je kansen vergroten door mobiliteit is misschien wat intensiever dan domweg achter een paar hengels te gaan zitten en wachten op die ene passerende vis, maar veelal vang je door mobiel te zijn meer vissen en in een korter tijdsbestek.

INSTRUMENT

De penhengel is een instrument dat je een beetje moet leren bespelen. Vaak is het even zoeken naar de juiste combinatie van molen, lijn, pennetje, haak en loodzetting. Heb je dit eenmaal gevonden, dan gaat het eigenlijk vanzelf. Je weet op een gegeven ogenblik welke pen bij welke situatie hoort en je gaat steeds scherper vissen door te schuiven met je loodjes.

Onder elk loodhageltje plaats ik een rubber stoppertje. Het voordeel is dat loodhagels na het aanslaan niet verschuiven en je deze er ook minder makkelijk afslaat. En als je loodhageltje verschoven is tijdens de dril, dan zit het stoppertje negen van de tien keer nog op de goede plek. Scheelt weer uitpeilen.

Vis je liggend (zinkend) met het laatste loodje op de bodem, dan kun je erg scherp vissen. Aast de vis met vertrouwen, en dat is in deze periode vaak het geval, dan kun je het laatste loodje (in mijn geval ook het zwaarste loodje) dichter bij de haak schuiven, ik ga tot 5 cm van de haak. Pakt de vis het aas, dan komt je pennetje omhoog en kun je direct aanslaan. Het laatste loodje wordt namelijk opgetild, met dien gevolge dat de pen gaat klimmen (een zogenaamde opsteker).

Als de vis heel voorzichtig aast, dan kun je tussen het laatste loodhageltje en de haak 15 tot 20 cm laten. Langer zou ik nooit gaan; bij een vol azende vis bestaat de kans dat deze het haakaas inslikt. In de toekomst zal ik eens dieper ingaan op de loodzetting en het uitloden van een pennetje.

BONUSHENGEL!

De vastloodhengel die we mee hebben, is eigenlijk een bonushengel en kan met een gerust hart op de steunen achtergelaten worden. De beetmelder hoor je wel vanzelf. Als je niet te veel waarde hecht aan je molen en hengel, dan kun je deze ook gewoon in het gras neerleggen. Alleen zal je dan vaker opzij moeten kijken of je geen zakker krijgt. Vergeet ook niet je slip los te zetten of de molen in de vrijloop! Het is mij meer dan eens overkomen dat ik nog maar net de hengel kon grijpen omdat de slip nog dicht stond…

Eigenlijk vis ik niet met een vastloodsysteem, het is meer een semi-schuivend systeem. De montage is supersimpel: een schuivend lood dat wordt gestopt door een stuitje op ongeveer 30 cm van de rig. De vis heeft dan enige speling en bovendien kunnen we horen/zien als er een vis met het aas speelt. De lichte swinger of hanger hangen we laag, we vissen immers schuivend, en mocht de vis gaan zwemmen, dan klimt deze omhoog. De vis krijgt vanzelf weerstand van de baitrunner en/of zal zich prikken doordat het stoppertje tegen het lood wordt getrokken… een run is geboren!

Waarom zo’n zwaar lood van minimaal 100 gram? We vissen vlak bij de kant, hierdoor ligt er weinig lijn in het water. Na aasopname zal er minder sprake zijn van lijnweerstand om de haak extra te laten prikken. Ik verkies dan zwaarder lood om de haak goed te laten prikken.

Mobiel vissen loont. Door de penhengel en statische hengel op een slimme manier te combineren, kun je mobiel genoeg zijn zonder de charme van het penvissen te verliezen. Het is op deze manier geen vraag ‘pennen of statisch vissen’, maar het beste uit twee werelden combineren!

AAS & VOER

Als aas kunnen we alles gebruiken wat de karper lekker vindt. Van boilies, mais, aardappel, kaas, luncheon meat, maden, wormen tot brood. Het ene aas is wat witvisgevoeliger dan het andere. Met name met grotere boilies kunnen we witvis zo goed als uitschakelen. Maiskorrels prik ik gewoon op de haak, twee of drie stuks, met de haakpunt vrij. Ook knijp ik de harde kern eruit, zodat de inhaking beter is. Bovendien kun je mais prima combineren met een worm erbij geprikt. Als bijvangst is het mogelijk dat je de zeelt op je matje krijgt. Brood is een ware killer voor karper, maar ongelooflijk gevoelig voor witvis. Een pluim op de haak is door witvis zo leeggeplukt. Een grote broodpluim vis ik daarom uitsluitend als ik weet dat er alleen karper in de buurt is.

SEMI-SCHUIVEND

Allereerst schuif ik een stoppertje op de lijn, gevolgd door een kraaltje of bead. Vervolgens een licht speldwarteltje met een wartellood van minimaal 100 gram. Dan schuif ik weer een (rubber)kraal op de lijn om de knoop met de wartel of quicklink te beschermen. Hier knopen we tot slot de rig aan, en klaar is de montage! Het lood hangt in een dunne speldwartel. Mocht er onverhoopt iets op de bodem liggen waarachter het lood kan blijven hangen, dan zal het lichte speldwarteltje openbuigen en de lijn zal weer vrijkomen.