Home TRAVEL BESTEMMINGEN Megavoorns van de Spaanse Ebro

Megavoorns van de Spaanse Ebro

6

50 jaar Beet, binnen het archief kwamen we dit artikel uit 2017 tegen.. Opvallend is dat het over de Ebro gaat, een rivier die niet bepaald bekendstaat om zijn voornpopulatie. De meeste verhalen over die rivier draaien juist om meerval of karper. Herwin Kwint trok er destijds naartoe om op voorn te vissen.


HERWIN KWINT – Tijdens een familievakantie in Frankrijk, heb ik met Fransman Vincent Hurtes een dag afgesproken om eens samen op de rivier De Lot te vissen. Vincent en ik trekken onze feederhengels krom op talrijke barbelen en kopvoorns uit de rivier de Lot en vertellen elkaar verhalen in het zuiverste Latijn. Vincent fluistert mij echter een verhaal toe dat gaat over grote voorns die hij gevangen heeft op de Spaanse rivier de Ebro. Het verhaal van Vincent over de grote voorns is er eentje die in mijn onstuimige brein blijft hangen…

En zo komt het dat ik jaren later in Barcelona land. Al wachtend bij de transportband krijg ik een déjà-vu. Ik denk aan de geboortes van onze kinderen. Het staren naar een transportband heeft namelijk een gelijkenis. Mijn hengels, ook wel mijn derde kinderen, gaan ter wereld komen. De transportband raakt echter alsmaar leger en nog steeds geen spoor van mijn lange pvc-koker. Plots is de gehele transportband leeg en wordt deze zelfs stopgezet. Geen hengels! Ik zak werkelijk door de grond en visioenen van Kwint op de hartbewaking schieten door mijn lijf. Gelukkig kan een Spaanse vliegveld officier mij vertellen dat ik bij de speciale bagage afdeling moet zijn. En jawel, daar ligt ie, mijn koker, mijn kinderen. Het moet een raar gezicht zijn geweest om een volwassen man, met koker, te zien huppelen door de gate.

Vincent staat in het wachtende publiek. Wanneer ik bij hem in de auto stap zie ik dat we aan aas geen gebrek hebben. Vincent heeft zijn auto tot het dak volgestampt met blikken maïs, grondvoer, gekookte hennep, gebroken maïs en vooral veel miniboilies. En dat alles voor een paar voorns die we vroeger met een zakje Justus en wat maden ook vingen, toch? Nou ja, mochten ze mij ooit bij GGZ opnemen, dan heb ik wat te vertellen in de pauzes, nietwaar?

Voeren

Vanuit Barcelona is het nog twee uur rijden door het prachtige Spaanse landschap voordat we arriveren aan de rivier waar we vier volle dagen de tijd hebben om er te vissen. Uiteindelijk arriveren we in het dorpje Flix in het departement Catalonië. Vincent heeft visvergunningen geregeld bij de federatie van Catalonië en hij heeft als plan om te vissen in het stuwstuk genaamd Riba-Roja.

De Ebro is hier zo ’n vier tot vijfhonderd meter breed en omringd door een vallei van hoge, roodbruin gekleurde rotspartijen waarop her en der groene struiken groeien. Het water is helder en zeer diep. Volgens Vincent is het op dit gedeelte een stuk rustiger met vissers en dat is precies waar ik naar verlang. En zo staat de kleine man uit Drenthe aan een immens groot water dat zijn gelijke niet kent. De soep der onzekerheid wordt opgediend; waar te beginnen, hoe te beginnen? Een brok onzekerheid is wat mij overvalt, zoals zo vaak.

In gebrekkig Engels maken we een plan van aanval. Ik tuig een zware karperhengel op en monteer een zwaar stuk lood om zodoende de dieptes en bodemprofiel te bepalen. Veel worden we er niet wijzer van. Zo ’n veertig meter uit de kant staat zo maar 13 tot 15 meter water en overal is de bodem zo hard als beton en bezaaid met stenen. Wanneer je zoals ik uit Drenthe komt, waar vrijwel geen enkel water dieper is dan tien meter, en waar de bodems uit boterzachte veen bestaan, is dat even omschakelen…

We kiezen voor een langzaam glooiend, schoon stuk bodem en besluiten om op zeven meter diepte een flinke hoeveelheid te voeren om er de volgende dag te vissen. We voeren twee kilo gekookte hennep, vijf kilo gekookte gebroken maïs, vijf kilo grondvoer, twee kilo 10 mm mini boilies en 12 blikken maïs. Dat lijkt veel, maar we hanteren een alles-of-niets-aanpak voor de eerste visdag. Deze hoeveelheid voer brengen we op de plaats door middel van een Spod die we monteren aan een zware karperhengel.

Het aanleggen van voerstekken is bij Nederlandse witvissers een ongehoord tafereel, terwijl het bij witvissers in Ierland, die op de natuurlijke meren vissen aldaar, veelal de standaard is. Ik maak er althans graag gebruik van en al helemaal wanneer de factor tijd beperkt is. Nadat deze monsterklus is gedaan rijden we terug naar het hotel in Flix. Terwijl de vis hopelijk onze voerstek ontdekt, heffen wij het glas op de Ebro en duiken we rond middernacht ons mandje in om zes uurtjes stevig te snurken.

Eerste visdag

Tegen zeven uur staan we aan de oever van de geweldige Ebro. Het is nog aardedonker, maar de stilte overvalt me. Het is stil, muisstil zelfs. Ik kijk naar een grote zwarte leegte en hoor wat kleine vis springen. De hemel is zwaarbewolkt en het is windstil. Tergend langzaam wordt het licht en de vis reageert hierop. En dan ineens weet je dat je aan de Ebro staat. Uit het niets hoor ik dreunen, zware diepe dreunen van springende karpers die zich volledig uit het water verheffen. Ook zie ik voorns, alsof het regent met witvis, zoveel kringen, zoveel leven, het is niet te bevatten. Ik zie zoveel witvis waardoor ik me afvraag of de hoeveelheid voer die we gisteren gebracht hebben, niet na een kwartier al volledig is weggevreten… Het is de hoogste tijd om positie te nemen en de lijnen nat te maken!

Op mijn aasplateau een volle bak rode maden, zoete maïs, gekookte hennep, miniboilies en klevend grondvoer. Ik monteer een grote plastic korf van 40 gram. Als onderlijn pak ik 18/00 mm en haak 14 welke ik volprop met rode maden. Vincent doet nagenoeg hetzelfde maar vist op vijf meter diepte, terwijl ik op zeven meter diepte start met vissen. De korf beland tussen de springende vis. We vangen vis maar naarmate de ochtend vordert, beginnen we allebeide onze twijfels te uiten. We vangen wel voorns, maar deze zijn amper een pond per stuk. En daar zijn we niet voor gekomen. Ook zijn de voorns die we vangen erg beschadigd, vermoedelijk door de paai die onlangs heeft plaats gevonden. Mogelijk zijn de grotere vrouwtjes nog in de paaigebieden?

Ik besluit om met zoete maïs te vissen en de maden achterwege te laten. Vreemd genoeg stoppen de aanbeten per direct. Er is geen enkele interesse in zoete maïs. Vervolgens monteer ik een 8 mm gele pop-up, zo ’n tien centimeter boven de bodem, maar ook dit doet de feedertop niet bewegen. Vreemd, terwijl het sterft van de voorns op mijn voerplek, krijg ik totaal geen respons op zoete maïs of scherp geviste fluo pop-up. Dit is iets wat ik nimmer heb meegemaakt. Ik beaas de haak opnieuw met zoete maïs en besluit de tijd te nemen. Mijn stek kookt letterlijk van de voorn en pas na ruim een half uur zie ik zo’n twijfelachtige flutaanbeet waarop ik reageer. Het is meteen een betere voorn van zo’n 800 gram. Maar het mag niet baten, na een uur krijg ik geen enkele respons meer op zoete maïs, één van de betere instant aassoorten die ik ken. Zodra ik maden op de haak monteer, krijg ik binnen een paar seconden een aanbeet, vaak nog tijdens het afdalen naar de bodem.

Ik verwijder de korf en monteer een wartellood van 50 gram, welke ik zover als mogelijk het water inwerp, ver van de voerstek vandaan. Op de haak vier maden. Het lood belandt op ongeveer 16 á 17 meter diepte en binnen luttele seconden vang ik ook hier een voorn. Dit herhaal ik enkele keren en waar ik mijn aas ook deponeer, binnen no-time hangt er een voorn aan de haak. Doch, allen zijn amper 500 gram. Eén ding is duidelijk, de rivier zit afgeladen vol met voorn. Maar waar zijn die grote kilo voorns waar Vincent over sprak? Hij zelf weet het ook niet en is zichtbaar nerveus aan het worden. Dat is de bedoeling natuurlijk ook weer niet. Door zijn voorgaande sessies eens grondig te analyseren komen we er al snel achter dat de dikke voorns niet meteen de eerste dag kwamen, maar pas de tweede of derde dag. Dat schept vertrouwen en brengt weer wat rust. Geen paniek.

Dag twee, het karpermeer

Aan het einde van de eerste visdag voeren we de stek wederom stevig aan. Ditmaal brengen we het voer verder uit de kant op precies veertig meter waar het zo’n vijftien meter diep is. Dit is voor mij een diepte waarop ik zelden heb gevist en al zeker niet op voorn. Daarbij laten we het grondvoer achterwege en verhogen we het aandeel zoete maïs en miniboilies aanzienlijk. Tien kilo grondvoer is op deze rivier binnen een uur weggevreten. We kiezen expres voor de zoete maïs en miniboilies ook al vielen ze vandaag totaal niet in de smaak.

Door toch voor deze aassoorten te kiezen zijn we er zekerder van dat er aas op de stek blijft liggen aangezien de kleinere voorns dit (nog) niet pakken. We willen selectief op grote voorn vissen en moeten met ons aas door een barrière heen, de barrière van herkenning wel te verstaan. De voorns die op deze rivier zwemmen komen mogelijk hun hele leven niet in aanraking met onnatuurlijk aas. Als karpervisser weet ik dat het erg lang kan duren om de vissen die groot zijn geworden op natuurlijk aas te laten wennen aan onnatuurlijk aas zoals maïs en boilies.

Het is wel een grote gok, want het bestand aan karper is hier groot en die lusten deze aassoorten ook graag. Uit ervaring weet ik dat karpers dergelijke voerplekken kunnen domineren ten nadele van de witvisvangsten en we komen tenslotte voor de voorns. We nemen de gok en voeren de stek stevig aan, zoals gezegd nu op grotere diepte.

Daarna rijden we naar een groot natuurlijk meer waar we ’s avonds laat aankomen. Overal waar we kijken zien we karpers springen. We worden helemaal blij van dit fantastische schouwspel. Het bestand dat we zien is te vergelijken met een commercial, maar dan is het wateroppervlakte honderden keren zo groot. Dankzij het gunstige klimaat, paait de karper hier meerdere keren per jaar en het jongbroed groeit snel in het voedselrijke water. Ondanks de slechte weersvoorspelling besluiten we om hier morgenvroeg in het donker al aanwezig te zijn. En aanwezig zijn we, wederom na een kort nachtje.

Tot onze grote telleurstelling is het vannacht heftig gaan regenen en bij aankomst regent het nog steeds met bakken uit de lucht. De moed zakt ons in de schoenen wanneer we zien dat het water in één nacht een ruime meter is gestegen. Om een lang verhaal kort te maken: de heftige regenval is dusdanig onprettig dat we rond twee uur ermee kappen. We zijn steenkoud, doorweekt en dat alles voor slechts drie aanbeten… Op de terugweg rijden we nog even bij de Ebro langs. Wederom voeren we de stek aan. Die avond staan we al vroeg aan de bar, te vroeg… En ja, het werd laat en gezellig. We proosten de onzekerheid weg en op de kilo voorns.

In pursuit for big roach

Het opstaan verloopt moeizaam, de reden laat zich raden. Eerst maar eens een paar aspirines de keel in. Toch staan we in het donker aan de Ebro. Vandaag is de hemel helder, maar het waait stevig en daarbij is het koud, steenkoud zelfs.

Op de thermometer van de auto zie ik dat het drie graden boven nul is en er staat zeker windkracht vijf á zes. We beginnen met vijf spods vol met zoete maïs en miniboilies. Uiteraard staat de spodhengel afgeclipt, precies op 35 meter. Omdat er op onze voerstek zo ’n vijftien meter water staat, clippen we de feederhengel af op zo ‘n 40 meter. Het voer uit de spod valt immers recht naar beneden, terwijl een feederkorf naar je toe komt tijdens de afdaling en ook nog eens vanwege de opwaartse druk van het water een extra boog veroorzaakt in de lijn. Wie mijn YouTube kanaal eens afspeurt zal hier een filmpje ontdekken hoe ik de juiste afstand exact bepaal.

We starten deze ochtend met de vertrouwde rode maden en na een uurtje vissen heeft geen enkele beaasde haak de bodem nog geraakt. Nog voordat de onderlijn de bodem heeft bereikt volgt er een aanbeet. De vis is massaal op de voerstek aanwezig en daarbij zijn ze vreemd genoeg een formaatje groter dan de eerste dag. Rond elf uur vang ik mijn eerste echt grote voorn van ruim boven de kilo. Tot mijn grote vreugde zie ik dat deze voorn boiliepoep uitschijt. Wel verdikkeme… de grotere vissen azen dus op de miniboilies!

Meteen veranderen we onze montages. Zowel Vincent als ik schakelen meteen over naar een lange boilie-onderlijn van 50 cm 23/00 mm met als aas een 10 mm boilie. Een gouden greep. De grote voorns zitten er wel degelijk, maar kregen gewoon geen kans vanwege de enorme concurrentie van kleinere vis. En de kleinere voorns laten de miniboilies gewoon liggen. Eén en één is drie. In rap tempo vangen we kilo voorns aan de lopende band, allen van vijftien meter diepte.

In de loop van de dag neemt de wind nog feller toe en slaan de golven op de kant. De golfslag beukt op het leefnet en het leefnet beukt op de stenen. We twijfelen geen moment om het leefnet om te keren en de gevangen vissen de vrijheid te laten voordat ze beschadigd raken. De zon schijnt fel en het wordt een woeste visserij aan de woeste golven en tussen de hoge rotsen van de Ebro. Het is voor mij een ongekende situatie om in deze omstandigheden grote hoeveelheden voorns te vangen. Het Spaanse avontuurtje is dik geslaagd, ik klok precies 92 vissen waarvan de meeste rond de kilo wegen. Vele voorns zijn om en nabij de kilo. Een van de toppers weegt 1225 gram, zonder kuit en helemaal leeg. Zou je deze voorns vol met kuit vangen, dan zijn gewichten van 1,5 kilo geen uitzondering. Twee tevreden mannen keren huiswaarts. Ze zijn een avontuur rijker.