DE MACHTIGE WAAL FEEDERAANPAK
De rivier de Waal is een aftakking van de Rijn, maar is desondanks de grootste rivier van Nederland. De breedte en de stroming zijn imponerend op dit uitdagende water. Als je gewend bent om op stilstaande wateren te feedervissen, dan zullen tal van vragen in je opkomen. Arnout van der Stadt en Marcel Boel geven de antwoorden.
Tekst & foto’s: redactie
Wanneer je de kolkende watermassa in de ogen kijkt, wordt één ding duidelijk: de Waal is echt niet het makkelijkste water om te feederen. Neem aspecten als de stroming, drukke scheepvaart, stenen beschoeiingen en de bereikbaarheid van stekken… Dit staat in schril contrast met een doorsnee kanaal of vijver. Aan deze grote rivier kun je het jezelf onnodig moeilijk maken als je de verkeerde aanpak hanteert. In essentie gaat het allemaal om het maken van keuzes. Wat wil je vangen? Waar ga je zitten? Hoe moet je vissen? Hoe zwaar moet de korf zijn? Hoe ga je met de stroming om?

WAT WIL JE VANGEN?
Zo’n beetje alle vissoorten van Nederland kun je op de Waal verwachten. Qua witvis moet je rekenen op brasem, blankvoorn, kolblei, winde, bliek en barbeel. In dat rijtje zitten een aantal ‘stromingsminnende’ soorten, zoals dat heet. “In de hoofdstroom maak je kans op barbeel, ook winde is een soort die zich graag in de stroming bevindt. Andere witvissoorten kun je ook in de stroming verwachten, maar een vis als de barbeel zal je echter niet zo snel ‘naar binnen’ vangen”, aldus Arnout. ‘Naar binnen’ is een vissersterm voor in het kribvak, dus uit de hoofdstroom. Naast zones met rechte oevers – tegenwoordig ook langdammen – kenmerkt de Waal zich met name door de vele kribben van stenen beschoeiingen. Tussen de kribben bestaat de oever vaak uit zand en/of grind. Alhoewel het water ‘naar binnen’ niet in de hoofdstroom ligt, staat er altijd een (keer)stroming.

De cijfers 1 en 2 geven weer waar respectievelijk Arnout en Marcel hebben plaatsgenomen. Het is een schematische weergave, het is niet de exacte visplek. In eerste instantie visten ze naar stek A en B. Stek A is de plek waar je barbeel kunt verwachten. Toen de aanbeten uitbleven, zijn ze meer naar binnen gaan vissen; de stekken C en D leverden opeens wel brasem op. Vanuit deze positie staat de stroming echter haaks op de vislijn, waardoor ze zwaar moesten vissen. Met dat in het achterhoofd zouden ze een volgende keer op stek 3 gaan zitten. Zo komt er minder stromingsdruk op de lijn te staan en kun je lichter en gevoeliger vissen.
Marcel heeft regelmatig op verschillende delen van de Waal gevist en ziet daardoor de verschillen tussen de stekken. “Wat betreft stroming, diepte en bodemgesteldheid en -verloop kunnen de verschillen groot zijn. Het bepaalt ook in grote mate waar je op de krib of op het strandje plaats moet nemen.” Op deze stek, bij Beneden-Leeuwen, kunnen de heren naast elkaar plaatsnemen en vissen ze stroomopwaarts, dus tegen de stroom in. Ze zitten respectievelijk circa 5 en 15 meter van de ‘kop’ van de krib. Als Arnout, die links zit, ietwat schuin naar links vist, vist hij op de rand van de hoofdstroom. Doel: winde en barbeel. Marcel werpt in eenzelfde hoek, maar omdat hij ongeveer 10 meter rechts van Arnout zit, belandt zijn montage in ‘rustiger’ water, met als doel brasem.

Het eerste systeem is een schuivende montage. De korf schuift in een lus, gevolgd door een getwist stuk nylon (als afhouder) en een Preston Quick Change Swivel, met daaraan de onderlijn.
ALS ZE ER NIET ZIJN…
“Normaal gesproken moet je op de rivier vrij snel beet krijgen. Als je binnen het uur nog geen beet hebt gehad, dan leert de praktijk dat het vaak een moeizame dag gaat worden. Vaak ligt er dan gewoon (nog) geen vis in de zone en deze massaal op de stek lokken is vaak lastig”, aldus Marcel. Uitgerekend vandaag blijkt zo’n lastige dag te zijn… Zou het ook te maken kunnen hebben met het zonnige, zomerse weer? Maar volgens beide heren heeft het niet zoveel met aastijden te maken, want witvis is op de rivier doorgaans wel heel de dag te vangen.

In eerste instantie lijkt het een gouden dag te worden, want al na een paar minuten na de eerste worp krijgt Arnout de eerste tekenen van beten. Een paar minuten later ligt de eerste vis in het net: een kolblei van ongeveer 20 centimeter. Dan blijft het stil, veel te stil. Hetzelfde scenario ziet ook Marcel. Dat is ook de rivier; weken geleden kon men op deze plek zoveel vis vangen als men wilde, maar nu ligt dat anders. Na overleg besluiten Marcel en Arnout de lijnen te verleggen om te kijken of er in het kribvak wel vis ligt. In plaats van de spullen in te pakken en de stellage te verplaatsen, werpen ze de voerkorven schuin naar rechts, op een meter of 30 tot 35. De wijze waarop de hoofdlijn nu door het water loopt, is niet ideaal, aangezien de stroming zowat haaks op de lijn staat en zware ankerkorven noodzakelijk zijn.

WEL OF GEEN ANKERS?
Naast een normale voerkorf kun je op de rivier ook een zogenaamde ankerkorf gebruiken. Deze heeft twee ankers die ervoor zorgen dat deze stil op de bodem blijft liggen. • Met een ankerkorf kun je lichter vissen. Marcel en Arnout konden een 60 grams ankerkorf gebruiken, waar een 90 grams normale korf noodzakelijk was om bodem te houden. • Normale korven kun je echter ‘rollend’ aanbieden. Dat wil zeggen dat de korf door de stromingsdruk over de bodem schuift. De bodem moet wel schoon zijn, anders zit je continu vast. Soms vang je beter vis op deze actieve vismanier, soms vang je beter als de korf stil ligt.

Deze switch blijkt de juiste keuze, want al vrij snel haakt Marcel de eerste brasem van de dag. Toeval of niet? Ook Arnout kan even later aan de slag. Er volgen nog meer aanbeten en brasems, maar de periode tussen de actiemomenten blijft langer dan gehoopt. Door tussendoor nog even te vissen op de ‘eerste’ stekken, kijken ze of hier inmiddels vis is gearriveerd. Op deze plekken blijft het echter verdacht stil. Het toont eens te meer aan dat het zoeken naar azende vis de visdag kan redden! Als je op de rivier geen beet krijgt, dan moet je overstappen naar een plan B. Achteraf praten is altijd makkelijk, maar als Arnout en Marcel van tevoren hadden geweten dat in het kribvak vissen de succesformule zou zijn, dan hadden ze hun opstelling op een andere plek neergezet. Met vissen weet je het nooit en dat maakt het zo uitdagend en mooi!




