Herftsperikelen

1233
Geen hersen- maar herfstspinsels!

Hakbaktijd bij uitstek

Een zichzelf respecterende karpervisser wordt zenuwachtig wanneer er in het najaar een zuidwestenwind opsteekt. En dat is niet voor niets! Ze voelen als het ware aan hun kleine teen dat het wel eens feest kan worden aan het water, daar hebben ze in principe geen barometer voor nodig die het lagedrukgebied aankondigt.

Tekst & foto’s: Raymond Hakkert

We kijken massaal en reikhalzend uit naar dat ‘stormachtige’ najaar. Anno 2024 is het echter de vraag of het wel een groot succes wordt. Nog niet zo lang geleden stond deze periode te boek als ‘makkelijk nog even een serie vangstfoto’s scoren’, voordat de winter intrad. Tegenwoordig komt er meer bij kijken; waar, hoe en wanneer je vist én niet te vergeten hoe nuttig jij je voer inzet heeft flink invloed op het verloop van je sessie. Even makkelijk nog wat dikke vissen scoren, los van de overbevolkte runwatertjes gezien, is er niet meer bij! Op water met weinig hengeldruk is de kans op succes nog behoorlijk, je kunt het een en ander immers nog vrij goed naar je hand zetten. Toch gaat het daar ook regelmatig stroef en blijven serie vangsten uit. Ook al zit de ‘R’ al in de maand, het weer in september zit steeds vaker -vanwege klimaatsveranderingen- niet mee. Een echte najaarsstorm laat lang op zich wachten en/of het is nog bloedheet. Zit je dan met je enorme berg ingeslagen bollen van Hak!

Storm in oktober; Hakbaktijd!

De basis voor een topherfst; topweer! (tussenkop)

Wanneer de windrichting verandert van oost naar zuidoost, moet je alert worden. Houd daarom niet alleen de weersvoorspelling in Nederland maar ook de weerkaarten van heel Europa in de gaten. Daar zie je al dagen van tevoren dat er een depressie richting Nederland komt. Dit is dan de bekende draaikolk, in de vorm van (regen)wolken die vanaf de Atlantische Oceaan in zuidwestelijke richting naar Europa trekt. Dit is altijd een voorbode van een flinke weersverandering. Eerst zal de wind dus naar zuidoost draaien waarbij de luchtdruk al enigszins begint te dalen. Juist de dagen of het etmaal dat de zuidoostenwind waait zijn vaak al veel beter (en soms zeer goed) qua vangsten, dan de periode ervoor met een hogedrukgebied en een noord-, noordoost- of oostenwind. Zuidoost komt eigenlijk altijd na oostenwind met de klok mee. Het is alsof karpers dan staan te trappelen om los te gaan. Sla deze ‘goede zuidoost-dagen’ niet over en wacht niet tot de zuidwester arriveert! Als de ‘gouden’ zuidwestenwind eindelijk waait moet je eigenlijk vrij nemen. Nu moet je vissen!

Lage- versus hogedrukgebied tijdens het karperen:

– Een lagedrukgebied (luchtdruk onder 1015) gaat meestal (maar zeker niet altijd) gepaard met zachte lucht, (zuidwesten)wind en neerslag. Karpers zijn door de beweging en extra zuurstof in het water actief, vooral aan de noordkant van het water. Voerplekken werken nu vaak goed.

– Een hogedrukgebied (luchtdruk boven 1015) gaat meestal gepaard met weinig wind en/of amper tot geen neerslag. Karpers tonen opmerkelijk minder activiteit en zitten vaak in de bovenlaag van het watersysteem. Tipje: Ga nu eens brok- of zigvissen!

In september op groot water gaan ze hamsteren.

Lagedrukgebied 

Meestal draait de wind dus in enkele dagen van zuidoost naar zuidwest (er heerst nu een lagedrukgebied). Dit gaat meestal gepaard met (veel) wind, neerslag en een zachtere (vaak warmere) luchttoevoer. Dit alles zorgt voor de nodige zuurstof en roering onder water, waardoor allerlei voedseldeeltjes loskomen van de bodem. Kortom, karpers raken door het dolle heen door het zuurstofrijke water en het door onderstroming en golven losgeslagen rondzwevend voer dat in overvloed aanwezig is. Ze zitten nu vol energie en kunnen wel wat extra’s gebruiken. Door de grote activiteit zullen ze met gemak jouw op een presenteerblaadje aangelegde voerplek vinden! Het is dus verstandig om elke week de 48 uur- en 5-daagse weersvoorspelling in de gaten te houden, zeker naarmate jouw geplande sessie nadert. Pas je voerhoeveelheid hierop aan. Bij een lagedrukgebied en aanhoudende depressie kan er gerust wat meer voer in, als het water er geschikt voor is.

Aantrekkende draaiende wind van zuidoost naar zuidwest. Leg het schepnet maar klaar!

Hogedrukgebied 

Een hogedrukgebied gaat regelmatig samen met tam weer; die windstille nachten zijn meestal niet qua aanbeten. Er zijn ook hogedrukperiodes waarbij er dagenlang een straffe noordoosten- of oostenwind waait, gecombineerd met een strakblauwe hemel plus zon, en ’s nachts is het dan sterrenkijken geblazen. In de zomer is die wind vaak lauw en kan de windkant erg goed zijn! In het najaar is dit type weer vaak fris en dat zijn dan de minder goede visdagen. Ga nu al helemaal niet op de kant zitten waar die koude wind heen blaast. Of je moet van stille beetmelders houden!

Volle maan; gaan!

Over andere boegen:

Door andere vistactieken in te zetten in zogenaamd ‘slechte’ omstandigheden (helder zonnig weer overdag en koude windstille nachten), kun je toch succes afdwingen door bijvoorbeeld eens een andere ‘statische’ aanpak te proberen, zoals zigvissen. Karpers begeven zich regelmatiger in andere waterlagen dan je denkt, precies daar waar jouw rig niet ligt! Dan vis je waar de vis niet zit en zul je nooit beet krijgen! Anticiperen is ‘the key’!

Wat nog immer veel karpervissers vergeten te doen is struinen. Statische karpervissers hoor ik dan ook vaak ‘mopperen’ dat het met een strakblauwe hemel en een koperen ploert boven hun hoofd slecht vissen is. Tja, dat is relatief! Juist met een lichte penset kun je een aanbeet sneller afdwingen dan met gestort van boilies. Zeker als een water overvoert is in de herfst, laten ze een klein aasje niet links liggen.

Paddenstoelen kondigen de herfst aan.

Wanneer de ganzen naar het zuiden vertrekken 

Begin september hebben de karpers allang door dat de dagen korter worden. De lichtintensiteit is al een stuk minder (minder zonkracht), en het water begint -mede door de koelere nachten- af te koelen. Wanneer de eerste depressies en bijkomende stormen het water nog meer doen afkoelen, zal de (soms hardnekkige) spronglaag langzaam verdwijnen. Zuurstofrijk water uit de bovenlaag zal zich mengen met het diepe water, en karpers kunnen weer ‘opgelucht ademhalen’ en op een veel grotere bodemoppervlakte naar voedsel zoeken. Ze zullen zich dan ook weer in alle waterlagen laten vangen.

Ganzen trekken naar het zuiden, de biggen hopelijk naar je voerplek!

Niet overal 

Op kleiner maar diep water met prutbodems zie je soms dat er in het begin van het najaar, ondanks of juist door een harde wind een vorm van passiviteit optreedt in het gehele visbestand (een soort september-kalmte). Niet alleen mengt het zuurstofrijke water in de bovenlaag zich met de zuurstofarme onderlaag (en verzonken materie), maar ook omgekeerd. En juist daarin bevinden zich allerlei substanties in verregaande staat van ontbinding. Door een krachtige wind mengt allerlei ongewenste troep zich door het hele watersysteem, wat de vis eerder deactiveert dan activeert. De gevolgen laten zich raden wanneer er tijdens deze slechte omstandigheden ook nog heel zwaar wordt gevoerd. Pas na een (hele) tijd, als alle processen weer gestabiliseerd zijn, zie je dat de activiteit weer toeneemt.

Meterlange schub uit een water met dikke prutbodem. Deze vis was het startsein van een vangstrijke periode, tijdens tam zonnig septemberweer, terwijl een week eerder met storm daar heel slecht werd gevangen.

Vooral doorgaan! 

In oktober en zeker in november, wanneer de eerste vorst aan de grond waarneembaar is en de nachten al (flink) fris kunnen zijn, loont het om -tegen je gevoel in- toch te blijven doorvissen. Tegen alle verwachtingen in tref je soms opmerkelijk goede visnachten of -dagen. Alsof de vissen beseffen dat het menens wordt: “Schransen nu het nog kan, de winter staat echt voor de deur!” Juist de grote vissen blijven dan azen, ook op frisse dagen en nachten. Het kan met name later in november doordat de drukte van vissers al is afgenomen -en alle bergen boilies eindelijk zijn weggewerkt- nog opmerkelijk goed zijn qua vangsten. Jouw bescheiden voerplekje wordt eindelijk opgemerkt! Het is dan pakken wat je pakken kan bij onze beschubde vrienden. Als ze jouw stek aandoen, is de kans groot dat je juist een dikke vis haakt want de dikzakken willen nogal eens langer doorazen.

 

Meten (of wegen) is weten: In de kleinste emmertjes gaat al snel 5 kilo aas! Echter voor je gevoel zit er nog geen 2,5 kg in! Weeg ze gevuld met boilies eens en zet er voor het gemak op hoeveel kilo boilies er in gaat. Zet binnenin ook een aantal streepjes, dit geeft een idee van wat er nog in zit.

Najaar op circuitwater 

Op circuitwater lijken bovenstaande herfsttips en (boute) -stellingen helaas maar al te vaak niet op te gaan.

Op deze wateren zijn de vissen nu dikker dan ooit, wat inherent veel karpervissers aantrekt. In ploegendiensten lijken ze overenthousiast het water te willen dempen (het is toch najaar, nu gaat het gebeuren mannen!), met alle (blank) gevolgen van dien.

Regelmatig lees je dat de vissen door enorme lijndruk uitermate schuw zijn of slecht vangbaar. Het is dan geen top- maar tob-periode. Toch denk ik dat met name de bergen (half vergaande) boilies op de bodem ervoor zorgen dat onze onderwatervriendjes propvol zitten. Juist dát aspect is ook een gevolg van het vele blanken. De rottende voerplekken zorgen er verder voor dat er zuurstofverlies in het water optreedt, wat eveneens een oorzaak is voor passieve vis.

Blanken en vraagtekens 

Met goed vis- of zoals gezegd ‘vangweer’ is de kans groot dat je sessie hier alsnog uitloopt op een blank, puur doordat meerdere vissers tegelijk de neiging hebben om flink te gaan voeren. Dat dit gevolgen heeft voor het aasgedrag van karpers is evident! Vaak zit er op zo’n water een klein bestand van (oude) vissen, waarvan de keeltanden allang dermate versleten zijn dat ze sowieso, noodgedwongen, rustig aan azen en die bergen boilies gewoonweg amper kunnen wegwerken. Lang leve de meerkoeten en duikeendjes zou je zeggen! Ironisch genoeg ruimen juist die (dus best nuttige) beestjes de rotzooi op de bodem nog aardig op, terwijl ze door de meeste karpervissers verguisd worden! Maar de conclusie is wel dat blanken tijdens uitermate goede visomstandigheden en dito weer nóg frustrerender is dan niks vangen bij waardeloze weersomstandigheden. Zit je alsnog -vol vraagtekens- met zijn allen naar een stel onbeweegbare wakers te turen. “Het zou toch normaal gesproken met deze storm eens flink los moeten gaan?”

Frisse nacht en overenthousiast gevoerd met als gevolg; een fraai maar stil ochtendtafereel

Doordeweeks

Op veel circuitwateren zijn de dins- en woensdagen goede visdagen, zeker als er een najaarsdepressie heerst. Op deze dagen is het regelmatig rustig aan de oevers qua vissers. Met name de vroege woensdagochtend is vaak erg goed. Het voer van het weekend is weggevreten en er ontstaat weer enige trek. Tip tussen de regels door: vis nu met voorgeweekte boilies!

Pas laat in oktober sloeg ik mijn slag op dit grote (drukbeviste) water.

Passief in de herfst 

Het is een misvatting dat karpers in de herfst altijd maar lopen te schranzen om een vetlaagje te kweken voor de aankomende winter. Ook nu kunnen karpers langere tijd passief zijn om wat voor redenen dan ook! Blijf dus niet blind maar wat doen, overleg met karpercollega’s waar en hoeveel ze voeren (ook al gaat dat tegen je gevoel in), en anticipeer erop. Vaak heb je er met zijn allen voordeel aan wanneer de vis gestaag door aast en niet, bij wijze van spreken, al volgevreten van oktober tot april in een diepe kuil gaat liggen boeren.

Biels van een kanaalvis, gevangen in oktober met zuidwestenwind en af en toe een bui

‘Herfstvissen’ in de winter 

Wanneer de oevers laat in het najaar (eind november/begin december) aardig verlaten raken en veel vissers de hengels in de kast hebben gezet (of liever bezig zijn met snoeken pesten), wil er ook nog wel eens een opmerkelijk zachte periode aanbreken, zo eentje dat je je overdag rotzweet in je winterjas. Nu is het zeker de moeite waard om nog eens een gokje te wagen! Onze vrienden liggen hoogstwaarschijnlijk nog helemaal niet zo honkvast in hun ‘winterhol’ als menigeen denkt! Doordat ze nog ronddolen verbruiken ze toch nog energie.

Het metabolisme ligt theoretisch plat (karpers verteren als koudbloedig dier in principe geen voedsel meer onder de 7 graden Celsius water), maar soms werken lichte voerplekken dan alsnog erg goed. Je zal niet de eerste zijn die er nog ‘even’ een december-beer uittrekt, terwijl de meeste vissers de stokken al in het vet hebben staan. Zet je hengels dus niet te snel weg, of vis de winter door, want wat er afgelopen jaren in deze prachtig rustige periode gevangen wordt spreekt boekdelen! Ik ben al van plan om de komende jaren weer meer te gaan winterkarperen in plaats van smijten met vissenlijkjes. Dat wordt dus eigenlijk van november tot april ‘herfstvissen’, want echt steenkoud lijkt het nog maar weinig te worden. Dat merk je aan de weinige dagen dat er ijs ligt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in