50 jaar Beet, binnen het archief kwamen we dit artikel van André de Wit tegen, gepubliceerd in het magazine Karper.
Rumoer in het oppervlak!
ANDRE DE WIT – Als de zon aan kracht wint, de dagen langer worden en de karpers actiever, begint het te kriebelen. Ik rijd langs de vertrouwde plekken, maar ook nieuwe, veelbelovende stekken worden bezocht. Afgelegen slootjes en ondiepe uitlopers van plassen of riviertjes zijn mijn jachtgebied. De zichtvisserij, een karper het aas zien pakken onder de hengeltop, is verslavend. Pakt-ie de korst of draait hij op het laatste moment toch weg? De adrenaline giert door je lichaam en als je dit eenmaal hebt meegemaakt, ben je verkocht!

Tijdens zonnige dagen struin ik plekken af, op zoek naar activiteit in het oppervlak. Met de polaroid op zoek ik naar een rimpeling in het oppervlak of een plompenblad dat omhooggeduwd wordt. Je merkt al snel waar je op moet letten. Een windstil hoekje, dat ene plekje waar wat drijfvuil ligt of een omgevallen boom. Allemaal plekken waar de karpers zich veilig voelen en lekker kunnen opwarmen in het zonnetje.
Mijn voorkeur gaat uit naar rustige, afgelegen plekken. Lekker in mijn eentje in een weiland of kruipend tussen de struiken door, één met de natuur! Een schooltje karpers nietsvermoedend hun rondjes zien draaien. Een graskarper een rietstengel uit de kant horen trekken. Hem vervolgens zien wegzwemmen met de complete stengel nog uit zijn bek stekend, prachtig!
Iets minder idyllisch, maar niet minder interessant, zijn de plekken midden in de stad of andere drukke plekken. Slootjes, parkvijvers of kanaaltjes, ook hier zijn vaak genoeg karpers te vinden! Ze schrikken niet meer van voorbijrazende auto’s of treinen, maar wel van een verkeerd geplaatste voetstap!
Als ik een karper spot, bepaal ik eerst wat de beste manier is om deze te belagen. Ligt-ie stil of zwemt hij rustig rond, strak in het oppervlak of net iets dieper? Allemaal factoren die meespelen. Graag kijk ik ook eerst wat verder rond. Vaak maakt een gevangen karper zoveel commotie, dat de rest van de vissen zich voorlopig niet meer laat zien. Als ze rustig hun rondjes draaien, is het ook handig om eerst te kijken welke route ze meestal nemen. Op deze manier kun je de plek bepalen waar je ze het beste kunt ‘opvangen’. De juiste strategie bepalen en je geduld bewaren is belangrijk!
Hebberig als ik ben, kies ik meestal de mooiste of grootste karper uit, waar ik achteraan ga. Wat dus inhoudt dat ik soms een korst voor een andere (vretende) karper wegtrek! Dat is soms moeilijk, maar als je je zinnen op een bepaalde karper hebt gezet, toch echt noodzakelijk…

Flexibele montage
In het voorseizoen of op wateren zonder vegetatie gaat er alleen een tweepondshengel met 30/00 (drijvende ziglijn) mee. Als de plompenbladeren amper aanwezig zijn, is zwaarder vissen niet noodzakelijk. Een dikkere lijn zal alleen maar argwaan opwekken. Meestal zet ik er een klein pennetje op. Zodoende kan ik ook op de bodem of half water vissen zonder de hele montage aan te moeten passen. Vis ik met een korst, dan schuif ik het pennetje gewoon 75 cm van de haak af. De karper stoort zich er totaal niet aan. Vaak ligt er al wat drijfvuil, zodat het niet opvalt.

Target in beeld
Tijdens mijn ronde langs wat wateren stuit ik op een schooltje karpers in een klein slootje. Een stuk of vijf schubs en een wat grotere spiegel. De laatste trekt uiteraard het meest mijn aandacht! Ze zwemmen onrustig wat heen en weer. Maar af en toe duiken ze de kant in om tussen de planten wat voedsel bijeen te schrapen. Er liggen dus kansen! Als ik een vlokje brood langzaam laat afzinken in de zwemroute van de spiegel, wordt deze glashard genegeerd! Mogelijkheden voor de schubs zijn er wel, maar dan verstoor ik de hele school. Ik besluit om ze te volgen en gewoon mijn kans op de spiegel af te wachten.
Heen en weer struinend door het weiland is plotseling het moment daar! De spiegel zit met zijn kop vol in een wierbed. Een korstje zal niet werken, hij is geobsedeerd door de watervlooien tussen het wier. Ik laat een vlokje brood zakken in één van de spaarzame open plekjes. Die houd ik ter hoogte van de karper, zal hij de fout maken of toch schrikken? Gespannen houd ik het brood zo stil mogelijk. Elke beweging kan argwaan opwekken bij de spiegel. Plotseling merkt hij het op en zonder argwaan gaat het vlokje naar binnen! Na de aanslag laat de spiegel mij de hele sloot zien. Met het schepnet in mijn hand volg ik de vis tot-ie uitgeraasd is. Voldaan til ik de buikige spiegel op de kant. Even een paar foto’s en dan kan hij weer aansluiten bij de schubkarpers!

Midden tussen het groen
Als de karpers passief in het oppervlak liggen, is het vaak moeilijk om een aanbeet uit te lokken. Zeker als er geen plompen of andere planten in de buurt liggen. Als ze geen beschutting hebben, zijn ze vaak wat bewuster van hun omgeving. Zodoende schrikken ze wat sneller als er ineens een enkele korst in hun blikveld verschijnt! Wat brood of kattenbrokken voeren kan soms helpen om ze actiever te krijgen. Maar zeker graskarpers die de klappen van de zweep kennen, zijn hier niet van gediend! Een oplossing die mij regelmatig wat moeilijk vangbare vissen oplevert, is het vissen net onder het wateroppervlak. Ik schuif mijn dobbertje, zonder lood, op 10-15 cm boven de haak. Afhankelijk van hoe hoog de vissen in het water liggen. Daar komt een vlokje brood aan, ter grootte van een vingernagel. Erg klein dus! Die laat ik dan richting de vissen drijven. Dit wordt vaak niet als gevaarlijk gezien en alsnog gepakt!

Een andere variant is het rijgen van een grote korst (soms zelfs een halve boterham!) in de lijn en een klein korstje of vlokje eronder hangen. Het kleine stukje brood is makkelijker naar binnen te werken dan de halve boterham! Dit is uiteraard niet (ver) te gooien, maar meestal komt de actie toch op enkele meters afstand en is dan prima te volgen.
Later in het seizoen gaat er ook een zwaardere stok mee. Voorzien van 40/00, om ook in onderwaterjungles te kunnen vissen. Als ze midden in een groot plompenveld liggen, is een te dunne lijn onverantwoord. Met zwaar materiaal kun je ze beter afblokken en in de bovenste waterlaag houden zodat ze zich niet helemaal vastzwemmen tussen de stengels. Maar ook hier zitten grenzen aan! Is het te dichtbegroeid of liggen er grote takken? Dan zijn alleen de randen van dergelijke obstakels te bevissen. Je wilt natuurlijk niet een karper laten rondzwemmen met een dik stuk nylon achter zich aanslepend!

Zo’n zware lijn werpt natuurlijk niet geweldig. Normaal gebruik ik gewoon gesneden brood, want ik vis meestal met kleine korstjes en kort onder de top. Maar wat als ze net buiten werpafstand liggen? Bij het vissen tussen planten wil ik niets anders dan een haak aan de lijn hebben. Een eventuele dobber of floater controller als werpgewicht blijft overal achter hangen, wat zeer onwenselijk is. Een manier om de vissen op afstand toch te bereiken, is het gebruik van ongesneden brood. Hier kun je makkelijk een flinke drijvende korst van maken! Heb je geen ongesneden brood voorhanden, dan is er nog een mogelijkheid. Monteer eerst gewoon een normaal korstje aan de haak. Scheur de randen van een snee brood af en vouw het binnenste gedeelte om het korstje heen. Dit is zwaar genoeg en blijft toch goed drijven. Als dit buitenste gedeelte, na een tijdje in het water, loskomt, houd je nog steeds de originele korst over. Dit ligt dan vlak bij het grote stuk vrijgekomen brood. Hierdoor wordt de kleinere korst al snel als ‘veilig’ gezien, dubbel voordeel!

Aangename verrassing!
Een van de plekken waar ik ieder jaar weer terugkom, is een watertje waar zich rond de paai altijd flink wat karpers verzamelen. Meestal vissen van gemiddeld formaat, maar er zitten vaak spiegels met mooie beschubbing en rijenkarpers tussen! Het is aangesloten op een riviertje, zodat een uitschieter altijd tot de mogelijkheden behoort.
Meestal zoek ik een specifieke vis uit, zo ook nu. Maar deze ligt wat verder uit de kant, helemaal verscholen in het dichte plompenveld. Ik kan niet zien of het een schub of spiegel is. Alleen het omhoogduwen van een plompenblad verraadt de vis. Een korst vliegt over het water en langzaam trek ik deze naar de vis toe. De laatste centimeters gaan uiterst langzaam om de vis niet te laten schrikken. Als de korst naast de karper ligt, is het afwachten.

Meestal ruiken ze de korst wel en duurt het niet lang voordat ze actie ondernemen. Zo ook in dit geval. Het plompenblad gaat steeds nerveuzer op en neer deinen en mijn hartslag knalt naar 180! Dan verschijnt er een bek in het oppervlak en wordt de korst gedecideerd naar binnen gezogen. Een tel later sla ik aan en het water spat uiteen! Ik houd de hengel zo hoog mogelijk, maar uiteraard ploegt de karper door het plompenveld. De dikke lijn kan gelukkig wel wat hebben en ik kan hem al snel de goede kant op sturen. Het net gaat het water in en even later loods ik een dikke schub naar binnen. Pas als ik het net optil, merk ik dat deze wel wat zwaarder is dan wat er normaal rondzwemt. Eenmaal op de mat aanschouw ik een prachtig gebouwde schubkarper! Met zijn 93 cm een aangename verrassing uit dit kleine watertje!



