Op roofvis in de eerste maanden van het nieuwe seizoen
Voor elke rechtgeaarde roofvisser is het een magisch moment: de opening van het roofvisseizoen eind mei. De hengels staan al weken te glimmen, de boot ziet eruit alsof hij spiksplinternieuw is, de haken op het kunstaas zijn laser-scherp… En dan mogen we weer! Maar wat hebben de rovers uitgespookt tijdens de gesloten tijd, en waar hangen ze uit in die eerste weken en maanden van het seizoen? En bovenal: hoe moet je erop vissen? In deze bijdrage vertelt Ensar Vuren hoe hij dat ziet…
Tekst en foto’s: Ensar Vuren

Het begin van het nieuwe seizoen is absoluut een unieke periode. De vangsten kunnen vaak enorm goed zijn, want de rovers zijn hongerig. En dat hoeft niet te verwonderen. Tijdens de paai verbruiken snoekbaars en baars immers heel veel energie. Ze moeten geschikte paaiplaatsen zoeken, kuilen maken voor hun nest (in het geval van snoekbaars maar ook meerval), eitjes en hom afzetten bij het paairitueel, en de mannetjessnoekbaarzen bewaken dan ook nog eens heel vurig het broed. Dat dit alles zwaar werk is, zie je aan de staat van de vissen meteen na de paai: ze hebben ingevallen flanken, vaak ook wonden door tegen stenen en takken aan te hebben geschuurd, en in het geval van meerval ook grote bijtwonden.

Agressief jaaggedrag
Tijdens deze hele periode eten de rovers nauwelijks. Als de paai echter eenmaal achter de rug is en – bij de snoekbaarzen – de eieren zijn uitgekomen, ontstaat er een sterke drang om snel aan te sterken. Dat verklaart waarom de rovers in de dagen en weken na de paai fanatiek op zoek gaan naar voedsel. Dat gaat vaak gepaard met felle aanvallen en opvallend agressief jaaggedrag. Er zijn meerdere mogelijke verklaringen voor die agressie. Ten eerste hebben ze natuurlijk gewoon honger – hoe zou je zelf zijn na al dat zware werk? Ze willen hun energiepeil zo snel mogelijk weer in orde krijgen en eten dus niet met fluwelen handschoentjes.
Ten tweede speelt ook territoriaal gedrag een rol. Vooral in ondiep en warmer water, waar de paai doorgaans plaatsvindt, blijven snoekbaarzen en baarzen nog enige tijd rondhangen. Ze verdedigen deze gebieden nog lange tijd instinctief tegen indringers, zoals andere vissen en kreeften – en zelfs duikers die te dicht kwamen, zoals al een paar keer werd gefilmd. Dit instinct zorgt er dus ook voor dat ze in deze periode sneller happen naar kunstaas of natuurlijk aas dat hun territorium lijkt te verstoren, wat door sportvissers als “agressieve bijtlust” wordt ervaren. Ze zijn dus eigenlijk niet agressief uit honger maar uit instinct – het is een ‘reaction strike’. En ten derde zorgt ook het samenspel van de watertemperatuur en het zuurstofgehalte ervoor dat de vissen actiever worden. Naarmate het water opwarmt, versnelt het metabolisme van deze koudbloedige dieren. Ze hebben meer energie, zijn beweeglijker, en reageren daardoor sneller en feller op prikkels.

Waar?
Ik schreef het al: in deze periode zoek ik de rovers vooral op het ondiep, stekken in de buurt van de paaiplekken. Niet elke soort trekt namelijk meteen weer het diepe in. Je zou verbaasd zijn over hoe lang grote baarzen en snoekbaarzen nog op het ondiepe blijven hangen na de paai. En wat voor type stekken bedoel ik? Heel simpel: zoek op de rivierplassen de ondiepe plateaus die je ook in maart beviste voor de baars en snoekbaars. Ga daarnaast ook op zoek naar rietkragen, want die geven een beetje schaduw – en rovers weten dat wel te waarderen. Vlak naast rietkragen liggen soms ook wat diepere geulen waarin ze zich kunnen terugtrekken. Als je het op snoek hebt gemunt, moet je zeker de wierbedden opzoeken. Deze onderwaterplanten geven schuilplekken voor prooivis én snoek. Zeker als er net naast het wier ook wat diepteverschillen zijn, of een steile taludrand, is dat vaak een topstek.

Ook op de rivier zelf kam ik specifieke stekken uit. Ik zoek dan luwtes op: plekjes die uit de stroming liggen, bijvoorbeeld bij inhammen en waterplanten, en menselijke constructies zoals havens en natuurlijk ook kribben. Vooral op zonnige dagen zijn de roofvissen daar enorm actief in de ochtenduren en kan je ze goed vangen tegen de kant. En dat mag je letterlijk nemen: ik bedoel dan ook echt strak langs de kant. Vooral baarzen schuimen deze strook graag af! Ook snoeken vind je in deze ondiepere gedeeltes, waar het water iets sneller opwarmt. Ze liggen hier te wachten op een makkelijke prooi, zonder veel energie te hoeven verspillen aan zwemmen in sterke stroming.
Kunstaassoorten
Welk kunstaas ik gebruik in deze periode hangt af van de stekken, maar uiteraard ook van de roofvis die ik wil vangen. Voor wat de rivierplasvisserij betreft geldt dat ik meestal toch wel kies voor mijn all-time favorite twitchbaits. Ze moeten wel ondiep duikend zijn – en ik denk dan aan aasjes als de Megabass Vision Oneten 110, de Strike King KVD Jerk en de Rapala Ripstop. Dat zijn stuk voor stuk ultieme twitchbaits met een goede ‘hangtime’: ideaal om in te zetten in de ondiepe zones waar snoekbaars graag gaat jagen in deze periode. Als het water warm is en de baarzen actief jagen, vis ik met snelle, nerveuze twitchbewegingen.
Een klein plugje als de Rapala Shadow Rap of de Lucky Craft Pointer 78 is dan perfect. Ik gooi langs steigers, bruggen of paalkoppen, en geef het aas korte, felle tikjes – net echt, alsof een gewond visje zijn laatste krachten aanspreekt. Baarzen knallen er vaak vol op, zonder waarschuwing. In de winter vertraag ik alles. Dan vis ik met dezelfde twitchbaits, maar geef langere pauzes na een paar tikken. Soms laat ik het aas letterlijk vijf seconden stilhangen. Het kost meer geduld, maar het loont. Vooral suspending modellen zijn dan goud waard. Zo vang ik de trage, dikke winterbaars die nauwelijks beweegt, maar zich tóch laat verleiden.

Ik gebruik in toenemende mate ook softbaits. De laatste jaren is het bestand aan grondels naar mijn gevoel mega erg toegenomen en de rovers hebben deze kleine lekkernijen hoog op het menu staan. Kunstaasjes zoals de Dark Sleeper en zeker ook de Zman Goby kunnen dan ook enorm goed scoren. Je kunt er perfect de bodemstructuren mee uitvissen en al doende de rovers hun tent uitlokken. Vooral op druk beviste stekken is de Megabass Dark Sleeper een van mijn geheime wapens. Dat kleine ‘bodemvisje’ met z’n interne loodkop en verborgen haak is perfect om traag over de bodem te vissen. Ik laat ‘m zakken, tik af en toe de hengeltop op en laat hem weer even liggen. Vaak komt de aanbeet als je denkt dat er niets gebeurt. Ideaal voor baars én snoekbaars op stromingsrijke plekken of diepe kuilen. De sleutel is rust – laat het aas zijn werk doen. Maar wat je ook kiest, maak het jezelf niet te moeilijk qua aaskeuze. Een kleine tacklebox met diverse ondiep duikende hardbaits, en een handjevol softbaits die grondels of kreeften imiteren volstaat om schitterende dagen op baars en snoekbaars te beleven in de eerste maand van het seizoen.

Zomersnoek
Als ik snoek wil vangen, kies ik voor jerkbaits en softbaits. Jerkbaits zijn vooral goed als je over wierbedden wil vissen. Die groeien in deze maanden met wat geluk namelijk nog niet helemaal tot in de oppervlakte en in de open zone net boven de toppen van de planten kan je ontzettend huishouden. Kies voor ondiep lopende modellen van 10 tot 15 cm. Met hun uitslaande actie bootsen jerkbaits een gewonde prooivis goed na. Wanneer ik met jerkbaits op snoek vis, kijk ik altijd eerst goed naar het type water en stek waar ik sta. In de polder, met zijn ondiepe sloten en helder water, of in ondiepe baaien van rivierplassen, kies ik vaak voor kleinere, suspending jerkbaits zoals de Fox Rage Slick Stick of een lichte Buster Jerk. Het gaat hier om finesse: korte, scherpe tikken met de top van mijn hengel, gevolgd door een pauze. De kunst is het aas net boven het wier te laten hangen – precies op ooghoogte van de snoek die lui tussen het groen ligt te loeren.

Anders is het als ik op de diepere stukken van een rivierplas vis. Daar gebruik ik zwaardere, zinkende jerkbaits die snel op diepte komen. Ik vis met iets langere halen, en laat de jerkbait tussendoor afzakken richting bodem. Vaak zie je op je dieptemeter de belachelijk scherpe stijgcurve van een roofvis die aanvalt op je kunstaas. In dit soort wateren vertrouw ik op klassiekers zoals de Salmo Slider 12 of de Buster Jerk in flashy kleuren. Op ondiep water draait het dus om precisie, controle en visuele presentatie. Op dieper water is dieptebeheersing en detecteerbaarheid belangrijker – daar mag het allemaal wat lomper en grover.

Ik kies zelf graag voor kleuren als baars, snoekbaars of ruisvoorn – iets wat goed opvalt, maar ook natuurlijk oogt. Er zijn echter dagen zat waarin jerkbaits met een flashy kleurtje of de welbekende klassieker redhead-kleuren onverslaanbaar zijn. Softbaits zijn ook top voor snoek. Ook hier geldt dat je het niet te complex moet maken: gewoon shads op een basic jighead werken perfect. Je kunt ze langzaam binnen vissen, met kleine tikjes of in een lijn, of over de bodem laten huppelen. Voor rivierplassen waar veel wier staat, kun je kiezen voor een ‘weedless’ montage zodat je minder vast komt te zitten. Met formaten tussen de 12 en de 18 cm zit je meestal wel goed. Maar vergis je niet, want zeker in de openingsweken zijn snoeken enorm fel en dan kan je ze soms uitstekend vangen met veel grotere softbaits.
Baars in het vizier

De meeste mensen kennen mij als een baarsfanaat en dat klopt wel. En dat doe ik niet zomaar een beetje, maar door er serieus gericht op te vissen. Mijn vrienden noemen het gekscherend “tunnelvisie”, en eerlijk gezegd… ze hebben gelijk. Baars is en blijft mijn favoriete vissoort, en alles draait er bij mij om in die eerste weken na de opening. Zodra de gesloten tijd voorbij is en de hengels weer uit het vet mogen, begint het voor mij pas écht. Waar sommigen meteen achter de dikke snoeken aan gaan of hun zinnen zetten op roofblei in de stroming, is het voor mij altijd duidelijk: mijn grote liefde is baars. Er zit gewoon iets magisch aan die vissoort. De felle kleuren, de agressieve aanbeten, het soms onverwachte formaat — ik raak er nooit op uitgekeken. En juist in de vroege zomer, wanneer het water weer opwarmt en de baarzen agressief in kleine schooltjes jagen, is het vissen erop een feest.

Mijn voorkeur gaat in deze periode uit naar vissen op de rivier. Kribvakken, stromingsluwe zones en de ingangen van plassen zijn mijn favoriete stekken. In zo’n kribvak, waar net genoeg stroming staat om aasvis vast te houden, kun je echte topmomenten beleven. De baars ligt er vaak net op de overgang van stroming naar stilstand, klaar om alles te pakken dat voorbij komt. Dan is een twitchbait ideaal: klein, fel, en met die zenuwachtige actie die precies het verschil maakt.
Wat het vissen met twitchbaits in mijn ogen zo mooi maakt, is dat je er actief mee moet vissen. Het is niet gooien en binnendraaien — je moet denken, lezen, spelen. Twitch, stop, twitch-twitch, stil… boem. Soms voel je de aanbeet in je hele arm, en dat geeft natuurlijk een geweldige adrenalinekick. Op de juiste momenten vissen is natuurlijk wel belangrijk. De baars kent in de zomer vaak korte, felle bijtfases. Daarom gaat mijn wekker gerust al af om 04:00. Je wil er gewoon bij zijn als de zon net opkomt, de dauw nog op het gras ligt, en de eerste vis zich laat zien. De natuur die ontwaakt, vogels die fluiten, het zachte licht over het water — dat blijft een prachtig gezicht. Elke keer weer.

Naast de rivier vis ik ook graag op de nabijgelegen rivierplassen. Daar is het vaak iets dieper, het water wat helderder, en de kans op een dikke rover zeker aanwezig. Vooral bij de ingangen van die plassen — waar stroming en stilstaand water elkaar raken — kun je mooie scholen baars vinden. Op het juiste moment, met de juiste plug, kun je daar heel goed vangen. Ik zou zeggen: leef je uit de komende weken en maanden! Dat ga ik in elk geval doen, en zolang ik maar die tunnelvisie mag behouden, blijf ik genieten.

Dit seizoen heb ik een doel: een vijftiger vangen op topwater. Ja, je leest het goed — een 50 cm baars aan het oppervlak. Dat zou zó vet zijn. Ik weet dat het lastig is, want zulke grote baarzen zijn vaak schuw, voorzichtig, en laten zich niet zomaar foppen. Maar als je dan op een windstille ochtend je poppertje – zoals de Rebel Pop-R of de Savage Gear Pop Walker 70 – over het glasheldere water tikt, en er ineens een bak van een baars uit het niets omhoog knalt… dat is het summum. Met korte rukjes laat ik hem ‘ploppen’ en pauzeer ik lang genoeg voor een baars om toe te slaan. Voor dat moment doe ik het allemaal. Ik weet dat ik er hard voor moet werken. Vroeg opstaan, veel water maken, stekken zoeken, en blijven denken. Maar juist dat maakt het zo mooi. Baarsvissen is voor mij geen bijzaak — het is de hoofdzaak. En of ik nou met natte ogen van slaap op de fiets zit om 04:15 of mijn derde kop koffie achterover sla omdat ik wéér niets had…



