Home WITVISSEN WITVIS TIPS Back to Basics

Back to Basics

535

BACK TO BASICS DUTCH MASTERCLASS (63)

In deze editie van de Dutch Masterclass gaan we ‘back to basics’. Ramon Ansing, David Visser en JanWillem Nijkamp leggen uit dat je met een eenvoudige basis prima resultaten kunt behalen aan de waterkant. Er is tegenwoordig zoveel kwalitatief goed materiaal verkrijgbaar, dat iedereen hiermee zijn of haar voordeel kan doen. Kortom, je hoeft niet avondenlang in de schuur door te brengen om je voor te bereiden op een weekendje vissen.

RAMON ANSING

Wanneer je met de vaste stok aan de slag wilt, kun je dan vertrouwen op de kwaliteit van de kant-en-klare tuigen? Mocht je zelf aan de slag gaan om tuigen te maken, welke dobbermodellen heb je dan sowieso nodig?

Kant-en-klare tuigen van zeer hoge kwaliteit zijn tegenwoordig zeker op de markt. Drennan heeft bijvoorbeeld een compleet assortiment kant-en-klare tuigen voor zowel het natuurlijke water als commercials, die gemaakt zijn naar de wensen van Alan Scotthorne. Deze zijn allemaal handgeknoopt en je moet toch flink je best doen om een tuig van dezelfde kwaliteit te maken! Mocht je zelf aan de slag willen gaan en je eigen tuigen maken, dan is een bolvormig model het meest allround, daarnaast mag een slank pennetje natuurlijk niet ontbreken voor de fijnere visserij.

Prima kant-en-klare tuigjes!

Kies je bij het feedervissen altijd voor gevlochten lijn of is nylon op de molenspoel nog steeds prima te gebruiken? Hoe bevestig je eventueel een nylon voorslag aan een gevlochten lijn?

Persoonlijk kies ik voor het traditionele feedervissen altijd voor gevlochten lijn, omdat de beetregistratie vele malen beter is dan met nylon. Nylon bezit te veel rek en dit dempt en vertraagt de registratie op je feedertop. Hierdoor kun je niet accuraat reageren op een aanbeet en flauwe aanbeten zal je zelfs nauwelijks of niet waarnemen. Alleen wanneer ik vis met een method feeder en zelfhaaksysteem gebruik ik nylon. Bij het vissen met de method haakt een vis zichzelf en zal je zeer positieve aanbeten krijgen. Wanneer je vist met een systeem waarbij je de haak moet zetten bij een aanbeet, dan is gevlochten lijn voor mij de enige keuze, al dan niet in combinatie met een nylon voorslag. De meest simpele voorslagknoop is de albrightknoop, dit is een sterke verbinding tussen gevlochten lijn en nylon en vormt een zeer minimale knoop.

Mijn helikoptersysteem; ideaal voor verre afstanden, want deze gooi je nauwelijks in de war!

Welke montage of montages gebruik je bij de verschillende stijlen van feedervissen? Hoe knoop je deze?

Ik gebruik slechts twee montages. De ene is de helikoptermontage, hierbij zit de korf aan het einde van de voorslag aan een wartel en wordt de onderlijn erboven gemonteerd aan een quick change swivel, die tussen twee stoppers zit gemonteerd. Dit is echt een supermontage voor het werpen van grote afstanden, omdat het bijna onmogelijk is om dit in de knoop te werpen. Daarnaast gebruik ik voor de kortere afstanden vaak een schuivende montage. De aanbeten met een schuivende montage komen vaak net even wat mooier door, echter is het niet zo anti-tangle proof als de helikoptermontage. Voor een schuivende montage schuif je een wartel op de hoofdlijn waar de korf aan komt, vervolgens een stopper die tegen een knoop van de zijlijn stuit. Deze zijlijn kun je maken van een stukje getwist nylon of een stukje feeder gum wat extra demping geeft.

 

Wanneer je een kant-en-klaar voertje wilt kiezen, wat zijn dan jouw tips voor bijvoorbeeld de vaste hengel en de feeder?

Misschien wel de beste tip: laat je goed informeren door de hengelsportwinkelier, zeker wanneer je weet op welk water je gaat vissen. Bij een goede hengelsportwinkel kun je prima advies krijgen bij de keuze van het juiste voertje. Uiteraard kun je een paar basisregels in acht nemen; wil je gericht vissen op grote brasem, dan is een passief geel gekleurd zoet voer iets waar je weinig fout mee kan doen. Voor voorn en zeer helder water is een wat donkerder gekleurd voertje weer een betere optie. Gaat het om een meer gemengde visserij, kies dan iets op basis van bruin broodmeel met veel gemalen zaden zoals hennep. Voer is iets wat gewoon goed moet zijn en niet meer dan dat, hou het vooral simpel. Je kunt en hoeft geen wonderen te verwachten van een lokvoer. Vers gemalen voer is iets waar ik wel waarde aan hecht!

JANWILLEM NIJKAMP

Stel, je bent een beginnend feedervisser. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten wanneer je aan de slag wilt gaan?

Het mooie van de feeder is dat je op afstand kunt vissen, buiten bereik van de vaste hengel. Met de voerkorf breng je steeds kleine hoeveelheden aas en voer op je stek. Doe je dat efficiënt dan zal er steeds meer vis richting je stek aangelokt worden. Hiervoor is nauwkeurig werpen wel noodzakelijk. Je bevordert de precisie door de lengte van je lijn te fixeren met behulp van de lijnclip op je molen. Door gericht te werpen richting een vast mikpunt aan de overzijde kun je (met enige oefening) de korf keer op keer op hetzelfde plekje deponeren. Feedervissen is veel meer dan alleen een korfje in het water gooien en afwachten. Blijf bijvoorbeeld met regelmaat inwerpen om zodoende een stek op te bouwen. Zeker in het begin is het aan te raden om elke 3 tot 5 minuten een nieuw korfje te vullen met voer en aas.

Secuur en met regelmaat steeds op dezelfde plek werpen is de sleutel tot succes.

Hoe bepaal je bij het feedervissen op welke afstand je gaat vissen?

Om de juiste keuze te maken is het zaak om een globaal beeld van het bodemverloop te hebben. In de regel kun je zeggen dat het niet verstandig is om op een schuine kant te vissen, aas en voer blijven daar niet liggen als er bijvoorbeeld sprake is van scheepvaart. Door een aantal proefworpen te maken op verschillende afstanden en daarbij nauwkeurig te tellen hoe lang het duurt voordat de korf de bodem bereikt, krijg je inzicht in de verschillende dieptes. Zeker in de zomer hoef je niet altijd op het diepste gedeelte van het water te vissen. Kun je de overkant bereiken en staat daar bijvoorbeeld een rietkraag, dan is het een goede optie om daar eens dicht tegenaan te vissen, ook al staat er amper een meter water. Vissen zoeken dat soort plekjes op. Neem hiervoor bij voorkeur een zogenaamde ‘speedkorf’, waarbij het gewicht gecentreerd aan de voorkant is gemonteerd. Deze kun je, mits geremd op de lijnclip, vrij geruisloos op het water laten landen.

Een lijnclip is onmisbaar!

Hoe belangrijk is de keuze van het lokvoer wanneer je gaat feedervissen?

In tegenstelling tot de visserij met de vaste hengel, waarbij je meerdere ballen voer op je stek werpt, gebruik je bij het feederen relatief weinig voer. Dit is dan ook niet voldoende om vissen langere tijd bezig te houden. Hiervoor is aas wat je toevoegt veel belangrijker. Je zou kunnen zeggen dat de werking van het propje voer in de korf de vis aanlokt, maar dat het toegevoegde aas de vis bezig houdt. Bij aas kun je denken aan casters, maden, maïs of zelfs geknipte wormen. Terugkomend op het voer: een bruinig voertje is eigenlijk allround en overal te gebruiken. Kleinere vissen zullen niet graag op een lichte voerplek komen. Bruin is neutraal, komt vaak overeen met de kleur van de bodem en wekt daarmee de minste argwaan bij voorzichtige vissen.

Een bruinig voertje is overal te gebruiken.

Wanneer zou je eventueel voor een methodfeeder kiezen?

Met de method kun je relatief eenvoudig, maar efficiënt op grote vissen mikken. Denk aan brasem, zeelt en zelfs karper. Vis je op een water waar je deze kunt verwachten, dan kan de methodfeeder een goede optie zijn. Ook hierbij gebruik je de lijnclip om secuur te kunnen vissen. Je vist met pellets of (mini)boilies als haakaas en op de feeder kneed je met behulp van een mould (een malletje) een propje voer of geweekte pellets waarin je het aasje verstopt. Het ultra korte onderlijntje maakt dat een vis zichzelf onmiddellijk haakt op het moment dat deze het aasje opzuigt. De vis schrikt, zwemt weg en daarmee krijg je een overduidelijke aanbeet op je feedertip. Niet te missen. Deze manier van feederen is wel wat statischer dan het traditionele feedervissen maar kan zeer effectief zijn. Een belangrijk aspect bij het vissen met de method is dat je de feeder niet moet verplaatsen wanneer deze eenmaal op de bodem geland is. Je verpakt je haakaasje in het voer/pellets, hierdoor ligt deze als het ware opgediend op een bedje voer. Ga je de feeder verslepen dan verminder je dit effect.

De methodfeeder vis je wat passiever… met meer kans op grote vis.

DAVID VISSER

Ervan uitgaande dat je met 1 of 2 topsetjes aan de slag wil, welke elastieken zou je dan in je hengeltop moeten bouwen om allround aan de slag te kunnen. Hoe verbind je het tuigje met het elastiek?

1.0 mm elastiek is voor deze visserij perfect.

Tegenwoordig kies ik eigenlijk nog maar voor twee maten elastiek voor witvis. De Smooth Elastic in 1.0 en 1.2 mm. Deze elastiek is 100% rond, rekt zeer gelijkmatig en knoopt goed. Ik hanteer de volgende keuze per visserij. De 1.0 mm in één deel van mijn hengel: voor voorn, skimmers en een enkele brasem. Wanneer je niet al te veel beet krijgt is het belangrijk om elke gehaakte vis te vangen. Een zeer zachte en vergevingsgezinde elastiek is dan een must, de blauwe 1.0 mm is hiervoor perfect. Kleinere vissen kan ik hier nog net mee liften, maar dit elastiek bezit de benodigde rek die nodig is bij het drillen van die ene brasem. De 1.2 mm in één deel van mijn hengel: de beste allround keuze voor een visserij waarbij je alles kunt verwachten. Zacht genoeg om snel te kunnen afsteken, maar tegelijkertijd stevig genoeg om ook vissen te kunnen tillen. De 1.2 mm in twee delen: voor de visserij gericht op grote vis, hierbij wil ik vlot kunnen afsteken maar tegelijkertijd de vis niet verspelen. Dit zachte elastiek blijft zeer gelijkmatig rekken waardoor de druk op de haak en de vis nooit te groot wordt. Door een deeltje verder af te steken dan normaal ben je in staat ook grote brasems snel te kunnen landen. Een connector vormt voor mij de ideale verbinding tussen de lijn en elastiek, dit omdat je snel een tuigje kunt monteren door middel van een simpele, enkele lus. Ook zal de connector de lijn altijd mooi ‘afhouden’ bij de hengel.

Om tijd te besparen, zijn kant-en-klare onderlijntjes natuurlijk enorm praktisch. Welke diameters en haakmaten/modellen heb je nodig voor de visserij op voorn en brasem met de vaste stok?

Ik ben zelf groot fan van de kant-en-klare onderlijnen van Gamakatsu en dan in het bijzonder de Competition Roach LS-1010 voor de visserij op voorn. Ik gebruik meestal de haakmaat 20 in combinatie met 7/00 nylon, haakmaat 18 – 8/00 of haakmaat 16 – 10/00 wanneer er veel vis aanwezig is. Voor de visserij op blieken en brasem gebruik ik vaak de Gamakatsu G1-Competition 104 in haakmaat 18 – 8/00 of haakmaat 16 -10/00. Indien er heel veel te vangen is gebruik ik de haakmaat 14 – 12/00. Al deze onderlijnen zijn met een lengte van 22 cm verkrijgbaar wat ideaal is voor de vaste stok visserij.

Ik ben zelf groot fan van de kant-en-klare onderlijnen van Gamakatsu.

Een voerplek aanleggen: wanneer kies je ervoor om voerballen met de hand te werpen en wanneer maak je gebruik van een pole cup?

Wanneer de bodemstructuur hard genoeg is, kun je ervoor kiezen om de voerballen met de hand in te gooien. Echter, wanneer de bodem zacht is, heb je kans dat de voerbal volledig in de sliblaag verdwijnt. Om dat te voorkomen kun je beter gebruik maken van een zogenaamde pole cup. Hiervoor hoef je het voer niet zo hard aan te knijpen, waardoor het luchtiger blijft en niet zo hard op de bodem terechtkomt. Ook wanneer je het voer niet teveel wilt verspreiden omdat er weinig vis aanwezig is kun je beter gebruik maken van een pole cup, zodat je een preciezere voerplek krijgt.

Op een harde bodem voer ik de ballen met de hand.

Hoe selecteer je nu de grotere vissen op je stek wanneer je vist met de vaste hengel?

Er zijn natuurlijk veel manieren en tactieken die op het ene water wel werken maar op het andere weer niet. Maar over het algemeen zijn de volgende tips altijd bruikbaar op ieder watertype. Vis stabiel: Dit wil zeggen, houd je dobber en aas zo stil als mogelijk. Wanneer je op je stek bent aangekomen, het water bekijkt en een inschatting maakt van wat een goed dobbergewicht zal zijn, tel ik hier een halve tot hele gram bij op. Bijvoorbeeld met een 1 grams dobber kun je prima vissen, maar toch kies ik ervoor om een topset op te tuigen met een dobber van 1,5 of 2 gram. Daarmee weet je zeker dat het aas rustig blijft liggen nabij de bodem. Ook helpt een voorsteun of frontbar om je montage keurig stil aan te bieden; een onmisbaar attribuut wanneer je op brasems vist met een lange hengel.

Worm in combinatie met een caster of made als haakaas voor grotere vis…

Wormen en casters: Op 9 van de 10 wateren kun je met maden prima uit de voeten, maar vormen vaak geen selectief aas voor de grote jongens… wormen en casters daarentegen wel. Zeker aan de haak kun je met dit aas juist de grotere exemplaren verwachten. Vaak vis ik met een iets grotere haak om deze vervolgens te verstoppen in het aas, neem hiervoor altijd de tijd. Zeker grote vissen kunnen argwanend gedrag vertonen. Door je haak te verstoppen krijg je gewoon meer beet.

Vaak zie je dat juist de grotere vissen later in de sessie gaan azen

Geduld: Je kunt het nog zo goed voor elkaar hebben, maar geduld is toch wel de belangrijkste factor als het aankomt op grotere vis selecteren. Vaak zie je dat juist de grotere vissen later in de sessie gaan azen, maar geduld komt ook zeker kijken bij het ondergaan van de dobber, door simpelweg tot drie te tellen bij een aanbeet geef je jezelf net wat meer zekerheid om de beet niet te missen.