JAN VAN SCHENDEL – Ik ben de laatste tijd vooral actief geweest in de wereld van het feedervissen. Er zijn topcompetities gevist in deze discipline, we zitten midden in de periode van de Anglo-Dutch visfestivals, en op dit moment ben ik in Spanje voor de voorbereidingsweek van het aankomende Wereldkampioenschap Feedervissen in Merida. Ongeveer 44 jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met deze visserij in Ierland, en het duurde daarna niet lang voordat het feedervissen niet meer weg te denken was, ook in ons land.

Het feedervissen bleek relatief gemakkelijk aan te leren, betaalbaar om mee te beginnen, en vooral buitengewoon effectief voor onze viswateren, waardoor steeds meer vissers hun aanvankelijke twijfels overwonnen en ermee begonnen. In eerste instantie waren het vooral wedstrijdvissers, maar later ook steeds meer gewone vissers die op een zo gemakkelijk mogelijke manier vis wilden vangen. Zeker in Nederland heeft het feedervissen zich sindsdien ontwikkeld tot de meest populaire visserij die we kennen.

Stel je eens voor, je bent als visser al een heel visleven lang gewend om voor elke vissessie of viswedstrijd minstens enkele kilo’s voer te gebruiken, en plotseling verandert dat volledig. Nu vis je plotseling met maximaal een kilo droog voer (en vaak nog veel minder) om eigenlijk nog grotere hoeveelheden vis te vangen. Ik kan jullie garanderen dat het even duurt om jezelf daarop aan te passen en vooral ook om er als visser vertrouwen in te krijgen.

Ik heb dit aan den lijve ondervonden, en ik was een van de eerste vissers die betrokken was bij de ontwikkeling van deze visserij. Ik herinner me het nog goed. Veel vissers waren in het begin een soort van bang voor de nieuwe ontwikkelingen, zoals dat altijd gaat in dit soort situaties, terwijl andere vissers er juist meteen op inspeelden. In dit geval bleek dat laatste absoluut de beste denkwijze te zijn, omdat het feedervissen zo doeltreffend was dat het gewoon niet meer te stoppen was.

WINKLE-PICKERS

De eerste feederhengels die werden gebouwd, waren aangepast aan de Nederlandse visserij. Ze waren veel lichter dan wat we vandaag de dag gebruiken, meestal niet langer dan zo’n tweeënhalve meter en gebouwd uit zachte en buigzame blanks. De naam “winkle-picker” werd in Engeland gebruikt voor hele lichte feederstokjes waarmee vlak onder de oever werd gevist, en ook in Nederland werd deze naam gebruikt. Later bleek dat we, vooral in ons land met zijn vele grote rivieren en andere grote wateren, vaak langere en stevigere hengels nodig hadden voor het vissen op grotere afstanden en met zwaardere werpgewichten. Langzaam maar zeker heeft alles zich ontwikkeld tot de situatie van nu, waar we in ons land over het algemeen steviger materiaal gebruiken dan in het land waar deze visserij oorspronkelijk vandaan komt.

VOERKORVEN

Het is logisch dat vlak nadat de feedervisserij in Nederland begon, er nog vaak op de traditionele manier met de hand een voerstek werd aangelegd, waarna je met een loodje als werpgewicht zo goed mogelijk op die voerstek viste. Al snel werden de visafstanden groter en lagen de gekozen visstekken buiten het bereik van de met de hand aangevoerde voerstekken, dus moesten deze stekken worden opgebouwd met voerkorven. Er zijn sinds die tijd allerlei soorten voerkorven ontwikkeld om dit zo goed mogelijk te doen. Het succes bij deze visserij hangt af van het nauwkeurig werpen en daardoor op de juiste manier aanvoeren van de gekozen visstek.

|> Verder Lezen? “De wereld van het feedervissen” en nog veel meer interessante artikelen kun je lezen in Beet 4 NU te koop voor € 6,95 in de betere hengelsportspeciaalzaak en de boekhandel.

 

Altijd op de hoogte blijven van het laatste hengelsportnieuws?

Met een abonnement op Beet ontvang je 9X per jaar je favoriete hengelsportmagazine. Zo blijf je thuis en onderweg op de hoogte van de laatste nieuwtjes, lees je blogs van bekende hengelsporters en artikelen van onze redactie.