Op diverse plaatsen langs onze grote rivieren liggen plassen. Veel staan in open verbinding met de rivier. Deze plassen zien eruit alsof ze veel vis kunnen herbergen. In veel gevallen is dat ook zo! In dit artikel richten we de pijlen op de diepe plassen, te meer omdat dit doorgaans goede stekken zijn om in de winter te bevissen. Jan-Willem Nijkamp en Jan Pellen vissen al vele jaren op dit soort wateren en weten van de hoed en de rand.
Tekst & foto’s: Jan-Willem Nijkamp
Wanneer je over de snelweg rijdt en daarbij een van de grote rivieren kruist, zie je de grote wateroppervlakken vaak al liggen. Niet geheel toevallig, want veel van deze wateren zijn afgravingen waarbij het gewonnen zand en grind zijn gebruikt bij de aanleg van wegen en viaducten. Op sommige wateren zijn nog steeds baggeraars actief. De diepte van deze wateren moet je niet onderschatten; sommige plassen kennen diepe putten tot wel 30 meter.

Zandafgravingen die in open verbinding staan met de rivier vormen voor veel vissoorten ideale plekken om te overwinteren. Kort voor de winter azen de vissen vaak goed op de rivier, ze lijken zich daarmee voor te bereiden op hun verblijf in het stille water. Zeker wanneer de waterstand op de rivier hoog staat, merk je dat het aantal vissen in de aanliggende plassen toeneemt. Hoog water is vaak het gevolg van regen of sneeuw in de landen waar de rivieren ontspringen of waar ze door stromen. Bij een hoge waterstand is het water vaak troebel en koud in de rivier, niet echt aantrekkelijk voor onze geschubde vriendjes. De aanliggende plassen vormen dan een perfect toevluchtsoord.

Zandafgravingen vormen voor veel vissoorten ideale plekken om te overwinteren
FEEDER WALHALLA
De diepere stekken waar je de vissen naar alle waarschijnlijkheid zult aantreffen, liggen doorgaans wat verder uit de kant. Regelmatig vormen de ondiepe oeverzones strandjes waar in de zomer gezwommen wordt. De hotspots liggen dus buiten bereik van de vaste stok, maar met de feeder zijn deze plekken vaak wel te bereiken. Zeker in de winter zoeken de vissen die de plassen uitkiezen om te overwinteren een rustige, diepe plek op. Die plaatsen liggen doorgaans voorbij een aantal taluds. Met de feeder zijn dit soort stekken prima te lokaliseren en te bevissen.
Een gegraven plas kun je niet vergelijken met bijvoorbeeld de relatief ondiepe Randmeren. Op ondiepe wateren met weinig bodemverloop zijn factoren als wind vaak bepalend waar de vis zich ophoudt. De plassen waar we het nu over hebben, kennen echter een aflopend bodemverloop. Vissen zoeken een vertrouwde plek op en blijven daar ook vaak en je moet ze echt daar gaan zoeken. Onze ervaring richt zich vooral op de wateren langs de Gelderse IJssel en Neder-Rijn. Hier hebben we talloze wedstrijden gevist en daarbij kunnen laten zien dat onze aanpak doorgaans klopte.
GOED PEILEN
We zoeken steevast naar een stukje vlakke bodem, liefst kort achter een taludje. Deze plekken kun je alleen vinden door rustig de tijd te nemen en middels een serie proefworpen de bodem te verkennen en af te tasten. Je clipt je lijn elke proefworp een paar meter verder vast en telt de seconden die de korf onderweg is naar de bodem. Heb je de juiste afstand gevonden, trek je de korf nog een paar keer over de bodem om deze te checken. Je wilt niet op een mosselbankje of tussen ander vuil aan de slag gaan. Een schoon en hard stukje zand is favoriet.

HOE DIEP VISSEN WE?
Dat hebben wij ons ook lange tijd afgevraagd. Het peilen met een korf of loodje geeft een goed beeld van het bodemverloop, maar de feitelijke diepte blijft een beetje gissen. Hierover kregen we pas uitsluitsel toen we de beschikking kregen over een Deeper dieptemeter en visvinder. De laatste functie is mijn optiek ondergeschikt aan de eerste. Het in kaart brengen van een water is natuurlijk wel reuze interessant. De Deeper zijn we meteen gaan testen op een van onze favoriete stekken. De stek waar we al vaak mooie vangsten in de vorm van blieken hadden geboekt, bleek rond de 14 meter diep te zijn. Op diezelfde diepte hadden we ook op andere plassen goede resultaten geboekt. Dat kan geen toeval zijn.
Voorn blijkt zich vaak aanzienlijk minder diep op te houden. Van roofvissers die met de boot op het grote water vissen, kregen we regelmatig te horen dat grote scholen vis zich ophielden op dieptes van rond de 8 meter. Bij de keuze van je stek is het dus goed om dit in het achterhoofd te houden en niet op één paard te wedden.
FREERUNNING
De keuze van het juiste materiaal zal een beetje afhangen van de wateren waar je vist. Aan de Maas liggen bijvoorbeeld een aantal plassen waar dikke brasems de boventoon voeren. Die visserij is wat minder subtiel dan wanneer je de pijlen richt op blieken en voorn. Laatstgenoemde visserij is ondanks de visserij op afstand best subtiel. Blieken kunnen uiterst voorzichtig azen, dat maakt het even leuk als spannend. Kleine aanbeten omzetten in mooie vissen is toch prachtig?!
Voor deze stijl van vissen gaat mijn voorkeur uit naar de Preston Supera 12.6 ft hengels in zowel 50 als 80 gram werpgewicht. Om nog scherper te vissen, kies ik regelmatig voor de tips uit de lichtste hengels in de Supera range. Afhankelijk van de visafstand kies ik voor de lichte of de zwaardere uitvoering. Op deze hengels plaats ik een 520 Extremity molen die is opgespoeld met 06/00 of 08/00 gevlochten lijn, gecombineerd met een voorslag van 23/00 of 26/00. De dunste diameter is voldoende voor afstanden tot 50 meter, daarboven is een dikkere voorslag aan te raden.

De onderlijntjes voor deze visserij zijn 11/00 tot 13/00 Reflo Power met haken N20 en N30. Eerstgenoemde is dundradiger en daarmee perfect voor delicaat aas zoals maden, pinkies en casters. De N30 is wat robuuster en komt in beeld als er met een (stukje) worm wordt gevist of bijvoorbeeld wanneer je wat steviger moet drillen in verband met lastige taluds.
Het voordeel is dat je bij een flauwe aanbeet de lijn slap kunt leggen…
Onze feedermontage is tegenwoordig freerunning; de korf is bevestigd op een zijlijntje, dat met behulp van een kraaltje over de hoofdlijn kan schuiven. Het voordeel, naast het visvriendelijke aspect natuurlijk, is dat je bij een flauwe aanbeet de lijn slap kunt leggen en de vis het aas zonder weerstand kan opnemen en wegzwemmen. Een kromme feedertip is het gevolg.

TWEE STEKKEN
Zoals beschreven is het een goede optie om twee stekken aan te leggen op twee verschillende dieptes. Dit blijkt ook maar weer eens tijdens de visdag waarop we onze fotosessie gepland hebben. Tijdens het peilen vinden we een stukje vlakke bodem op een afstand van circa 50 meter. De diepte op deze afstand ligt rond de 10 meter en alles lijkt perfect. Een tweede plek wordt aangevoerd op 35 meter, hier is het enkele meters minder diep.
Een korfje of vijf tot zes is voldoende om vissen aan te trekken en vast te houden. We starten op de lange lijn en na een uur vissen, ligt er één vis in het net, maar verdere aanbeten blijven uit. Wel krijgen we met regelmaat indicaties die duiden op de aanwezigheid van vis in de vorm van lijnzwemmers. Let wel: winterse lijnzwemmers. Minuscule en langzame bewegingen; het lijkt alsof er vissen tegen de lijn aan schuren, meer niet.
De vissen blijken zich deze dag ondieper op te houden, niet ver verwijderd van de aangegeven 8 meter. Reeds bij de eerste inzet op de kortere lijn dienen de eerste aanbeten zich aan. Met regelmaat verdwijnen er nu blieken, brasems en enkele voorns in het net. Zo zie je maar: stekkeuze is doorslaggevend voor een succesvolle visdag, zeker in de wintermaanden!

AANGEPAST DIEP VOER
Net als voor iedere stijl van feedervissen, is het ook bij het vissen op diep water verstandig om even de spreekwoordelijke puntjes op de ‘i’ te zetten. Juist de diepte vraagt mogelijk om enkele aanpassingen. Om op een diepte van 10 meter de bodem te bereiken, is de korf ongeveer 20 seconden onderweg en het is natuurlijk wel de bedoeling dat aas en voer compact en intact de bodem halen. Een enigszins bindende voermix is dus wel noodzakelijk.
VOER VOOR DIEPE PLASSEN
De mix waar wij vertrouwen in hebben voor de visserij op diepe plassen, is een 50/50 mix van Sonubaits Dutch Master Yellow en Silver, eventueel aangevuld met een klein aandeel (5%) gemalen hennep wanneer er voorns te verwachten zijn.

Het voer dient voornamelijk om aas te verpakken in de voerkorf en als initiële aantrekker van vis. De gevoerde aasjes zijn echter belangrijker om de vis op de plek te houden. Voor blieken en brasem zijn casters, dode pinkies en geknipte wormen perfect. De wormen kunnen het beste flink fijn geknipt worden om verzadiging te voorkomen. Enige terughoudendheid is sowieso wel aan te raden. De hoeveelheid opvoeren kan altijd nog, terughalen wordt een stuk lastiger.
Wanneer voorn een grote rol speelt, is een mix van casters, gekiemde hennep en wat dode pinkies een goede optie. Waarom altijd dode pinkies? Op dit type wateren vormen maden een prima haakaas, hier sluiten pinkies vanzelfsprekend perfect op aan. Het voordeel van de dode variant is dat ze ook blijven liggen wanneer het langer duurt voor er vis op de stek komt. De keuze voor het haakaas is simpel: maden, casters en kleine wormen of mestpiertjes zijn feitelijk alles wat je nodig hebt. Heel misschien een maïskorrel om grote voorn te selecteren.

Het kan geen kwaad om te starten met een gaaskorf die tijdens het afzakken wat voerdeeltjes loslaat
KORVENPRAAT
Voerkorfjes zijn er in allerlei soorten en maten en ook voor deze visserij zijn er enkele modellen die het meest geschikt zijn. Te brede korven vallen af omdat ze teveel inhoud kunnen verliezen onderweg naar de bodem. Iets smallere of zelfs meer gesloten korven zijn ideaal. Het kan geen kwaad om te starten met een gaaskorf die tijdens het afzakken wat voerdeeltjes loslaat. Dat is een goede methode om vis aan te trekken, zeker als deze zich hoger in het water ophouden. Eenmaal gearriveerd wil je de vis aan de grond nagelen en ze daar op zoek laten gaan naar voedsel. Hiervoor is een kunststof feeder of zelfs een zogenaamde ‘window feeder’ perfect. Kies ook het juiste gewicht! Een te licht korfje is extra lang onderweg en creëert een grotere boog in je lijn. Dit maakt je minder accuraat bij een aanbeet. Bij een diepte van 8 tot 10 meter is een 50 grams korf prima, bij nog diepere stekken is 60 gram een nog betere optie.

GEWOON DOEN!
Hopelijk heb je door het lezen van dit artikel zin gekregen om eens een bezoekje te plannen aan een van de vele grote plassen die ons land rijk is. Het is zeker de moeite waard. Wanneer je de gegeven tips meeneemt in je aanpak, ga je ongetwijfeld mooie (winterse) visdagen beleven. Veel succes!




