Meten is weten…

MONITORING RECREATIEVE VISSERIJ

CHRISTOPHE GEUENS – Dat het niet goed gaat met veel visbestanden in de Noordzee, staat ongeveer elke week wel ergens in een krant of op een website te lezen. Begin februari ontstond er bijvoorbeeld nog veel commotie over een artikel waarin ronduit gezegd werd dat de sportvisserij ‘een aanzienlijke impact’ had op de zeebaarsbestanden. Maar klopt dat wel? De enige manier om dat te weten te komen, is door het te monitoren. En dat is nu precies wat Europa verplicht wil stellen in de nabije toekomst. Christophe Geuens laat zijn licht schijnen over dit nieuwe beleid.

Europa regelt zeevisserijactiviteiten via de zogenaamde Verordening voor een Gemeenschappelijk Visserijbeleid, meestal afgekort tot ‘Gemeenschappelijk Visserijbeleid’. Eén aspect van die regeling is het bijhouden van het aantal aangelande vissen in Europa. Dat wordt gedaan door het zogenaamde European Fisheries Control Agency (EFCA), een speciaal daarvoor opgericht Europees Agentschap dat de voor visserijcontrole bevoegde diensten van de Europese lidstaten ondersteunt.

Beroepsvissers – zoals deze boten bij de Oostendse vismijn – worden al vele jaren gemonitord.

Beroepsvissers worden al jaren intensief gemonitord. Tot nog toe vormde de recreatieve zeevisserij niet echt een aandachtspunt binnen deze verordening, maar daar kwam eind 2023 verandering in: voortaan moeten ook onze vangsten worden bijgehouden. We citeren uit de communicatie van de Raad van de EU: ‘Recreatieve vissers die specifieke soorten vangen zullen hun vangsten moeten rapporteren via een elektronisch systeem. Dit zal in eerste instantie slechts gelden voor een beperkt aantal soorten, maar dit aantal kan toenemen naar aanleiding van wetenschappelijk advies.’ Over deze nieuwe regeling is al heel wat gepubliceerd in allerhande media, maar omdat niet iedereen dit soort zaken op de voet volgt, achten wij het toch heel zinvol om er aandacht aan te besteden in het grootste hengelsportmagazine van de lage landen. Vroeg of laat zullen we immers allemaal te maken krijgen met deze wijzigingen.

Meten is weten! Voor goed beleid zijn correcte cijfers nodig.

Deze wijziging zal voor de nodige commotie zorgen, en dat is begrijpelijk. De redenering achter deze wijziging is echter logisch: om een visbestand goed te kunnen beheren, moet je precies weten hoe die eraan toe is. Zeker voor kwetsbare vissoorten is tijdig ingrijpen cruciaal om een soort te behouden. Op basis van schattingen kan je niet de juiste maatregelen nemen. Om zo accuraat mogelijke informatie te verwerven, wil men weten hoeveel iedereen die vist, beroepsvissers zowel als recreatieve vissers, aanlandt. Vergeet dus niet dat deze monitoring niet bedoeld is als een manier om vissers te pesten, maar voornamelijk voor stockbeheer dient, in eerste instantie van specifieke soorten waarvan men vermoedt dat ze het moeilijk hebben.

Concreet

Op dit eigenste moment zijn zowel België als Nederland al begonnen met het monitoren van de recreatieve zeevisserij op vrijwillige basis. In België gebeurt dit door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in samenwerking met het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). In Nederland doet Wageningen Marine Research dat; zij zijn momenteel een project aan het opstarten. Deze beide projecten vormen onderdeel van een ruimere samenwerking binnen ICES (International Council for the Exploration of the Sea, waar o.a. VLIZ, ILVO en Wageningen deel van uitmaken). De vangsten van de recreatieve zeevisserij worden dus nu al bijgehouden en meegenomen in de adviezen van ICES.

Zo ziet zo’n logboek eruit. En dan thuis alles overzetten naar de computer.

Schrijver dezes neemt vrijwillig deel aan de monitoring in België. Eerst heb ik mij geregistreerd op de website www.recreatievezeevisserij.be. Vervolgens kreeg ik een identificatienummer, meetsticker en logboek toegestuurd via de post. De sticker (waarop ook de minimummaten staan) heb ik op het deksel van mijn visbak gekleefd. Ik heb zelf nog een blanco log geplastificeerd en in mijn viskoffer gestoken. Zo kan ik alles makkelijk noteren tijdens de sessie. Als ik nu ga vissen, meet ik elke vangst, en noteer ik het formaat, het type visserij en de duur van mijn vissessie. Thuis schrijf ik dan alles over in mijn papieren logboek en voer ik de gegevens in op de eerder vermelde website. Het mooie is dat ik dan ook zelf een overzicht krijg van mijn vissessies en -vangsten. De specifieke visplek wordt niet geregistreerd. Je moet dus niet bang zijn dat je geheime superstek ineens publiek wordt. Je smartphone is een grotere bedreiging voor je geheime superstek dan dit systeem.

Of er iets gaat veranderen ten opzichte van dit vrijwillige systeem, is momenteel nog onduidelijk. De verplichte registratie onder de verordening zal mogelijk beperkter zijn dan het huidige systeem. Nu worden ook teruggezette vissen en nulvangsten geregistreerd. Het is niet ondenkbaar dat enkel de effectief meegenomen vis moet worden geregistreerd omdat enkel dat een effect kan hebben op het visbestand. De tijd zal het zeggen.

De impact van de sportvisserij

Heeft de sportvisserij een grote impact op de visbestanden in de Noordzee? Dat is lastig met zekerheid te zeggen. Laat ons wel wezen: het is niet dat ene visje van die ene visser waar het om draait. Vele kleintjes maken echter één groot, zegt het spreekwoord. Ik maak het even concreet. Als op één dag duizend recreatieve vissers elk hun twee maatse zeebaarzen meenemen, dan zijn dat tweeduizend zeebaarzen minder. Als zich dat elke dag voordoet tijdens de open tijd, kom je al snel bij een aanzienlijk aantal zeebaarzen uit. Voeg daar de veel grotere aantallen van de beroepsvisserij nog aan toe en je komt misschien wel snel aan een kantelpunt. Zoals ik al schreef: sommige soorten staan nu eenmaal onder druk, de visserij erop moet goed omkaderd worden…

Wedstrijdvissers meten en wegen
hun vissen al van oudsher: ook deze
gegevens kunnen van belang zijn voor
wetenschappers.

Moeten we deze nieuwe aanpak vrezen? Vormt het monitoren van onze vangsten een bedreiging voor onze hobby? Ik acht het niet uitgesloten dat ook de recreatieve zeevisserij te maken kan krijgen met tijdelijke visverboden. In het jargon: dat er een Real Time Closure of RTC komt, vergelijkbaar met wat de beroepsvisserij nu al kent – een meeneemverbod tijdens een bepaalde periode. Dat hoeft op zich geen issue te zijn, want in die periode kan je ook gewoon overschakelen op catch & release natuurlijk.

Dat hengelaars veel impact zouden hebben, werd onlangs tegengesproken in een opiniestuk van onze medewerker Daan Wintein.

Uit eerdere, minder grootscheeps opgezette monitorprojecten in België is volgens hem al gebleken dat de impact van de sportvisserij niet zo groot is. In een beleidsinformerende nota van juli 2022 (ISSN nummer 2295-7464 – Verleye, T.J.) staat bijvoorbeeld de volgende conclusie: ‘Op jaarbasis fluctueerde het relatieve belang van de recreatieve aanvoer tussen de 4,1% (2020) en 5,1% (2018)’ van de totale aanvoer van visserijproducten uit het Belgische deel van de Noordzee. Dat is dus slechts een heel klein gedeelte – heel wat anders dan die “aanzienlijke impact op de populaties” die de journalist van de krant De Standaard sportvissers begin februari in de schoenen probeerde te schuiven.

Met het juiste beleid kunnen we ook in de toekomst
nog volop genieten van onze prachtige hobby.

De positieve kant van het verhaal

Wat sowieso wel positief is, is dat de recreatieve zeevisserij ernstig wordt genomen. Tot nog toe hebben de betrokken belangenverenigingen voor sportvissers maar een beperkte stem in dit verhaal gehad, als observatoren. Naar de toekomst zou die rol wel eens veel uitgebreider kunnen worden. Het economische gewicht van de recreatieve zeevisserij in de Europese Unie is immers gigantisch. Die zou ongeveer anderhalf miljard euro bedragen. Voor België alleen al wordt het cijfer van drieëndertig miljoen euro genoemd. Voor Nederland is er enkel een specifiek cijfer uit 2004, namelijk 127.186.000 euro. Er zijn weliswaar cijfers voor 2020, maar geen specifiek cijfer exclusief voor de recreatieve zeevisserij. Als we de verhouding uit 2004 overzetten naar 2020, komen we uit op 155.505.970 euro (op een totaal van net geen miljard euro).

Hoeveel gewicht gooit de sportvisserij in de schaal?

Op dit moment zie ik dus weinig redenen om bezorgd te zijn over de aankomende vangstregistratieverplichting. Wordt het extra rompslomp? Niet noodzakelijk. Er zijn nu al wel wat vissers die hun vangsten bijhouden. De hengelsport heeft er wat mij betreft ook alle belang bij een actieve en waardevolle partner te worden van de overheden. Enkel wie mee aan tafel zit, praat mee.

Hoe eenvoudig een en ander er ook mag uitzien soms
voor leken, hengelsport heeft wel degelijk een enorm
economisch belang.
Vorig artikel
Volgend artikel

gerelateerde artikelen

Instagram