Home ROOFVIS Verantwoord op Zomersnoek

Verantwoord op Zomersnoek

540

Ze komen er weer aan – of zijn er al – van die zomerse dagen waarbij je je afvraagt of je wel het water op moet om op snoek te gaan vissen. Het is makkelijk om nee te roepen, maar waar ligt de grens in wat nog verantwoord voor de snoek is? Het is en blijft een eigen verantwoordelijkheid die je wel zelf aan moet kunnen. Voorop staat natuurlijk het belang van de vis.

Tekst & foto’s: Bertus Rozemeijer

Laat ik er geen doekjes om winden en maar eerlijk bekennen dat ik vrij lang doorga met het vissen op zomerse snoek. Misschien heeft dat ook een beetje te maken met de toch al pittig lange geschiedenis die Esox en ik met elkaar delen. Begin jaren ’70 was er niemand die je kon vertellen hoe je groot water aan moest pakken. Beeld maar in: geen visvinders, geen elektromotoren, nul info in de bladen en internet was nog heel ver weg. We moesten zelf uitvinden waar en hoe je snoek op groot water vangen kon en hoe je met die vis om moest gaan.

Een warme zomerse dag op het grote water…

‘WIE BEN JE WEL NIET?’

Het kleine groepje gelijkgestemden viste wel het seizoen rond op snoek, dus ook in de zomer om in de herfst of winter dezelfde snoeken terug te vangen. Nee, zo groot was het grote water toen nog niet en die echt grove snoek viel echt wel op. Groot water is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden als snoekwater ontdekt. Nee hoor, ik was echt de eerste niet, maar begin jaren zeventig van de vorige eeuw was het niet bepaald druk op de grotere plassen. Wat je tegenkwam waren vooral de snoekbaarsvissers die met een boot voor anker, of op een paar steekstokken, met de pen of een sleeploodje achter de snoekbaars aanzaten. Van snoek hadden ze eigenlijk alleen maar last.

Stel je eens voor het water op te gaan met gewoon een roeiboot, geen visvinder, elektromotor of wat dan ook. De diepte werd gezocht met een peillood en je had een boekje bij je met aantekeningen waarin stond hoe diep het ongeveer was. Hoe warm of koud het water was deed er helemaal niet toe. Er was niemand die je erop aansprak wanneer je hartje zomer in je T-shirt voorbij kwam roeien met twee hengels overboord waarmee een lepel of een plug werd gesleept. Met al dat niet hebben van de hedendaagse luxe werden zomer en winter toch zo’n vijftien metersnoeken gevangen en daar was je best groos op. Hoe anders is dat nu?!

Maar al te vaak laten we ons sturen door wat er op social media geroepen wordt. Ooit sprak ik iemand ‘online’ aan om een foto, waarbij een snoek, hangend aan een Boga grip werd getoond. Als reactie kreeg ik te lezen “Wie je wel dacht te zijn, om hier een opmerking over te plaatsen”. Hij had in zijn leven namelijk al 74 snoeken gevangen, dus wist er alles van. Zowaar, hij kreeg op zijn reactie ook nog eens van een flink aantal een positieve likes…

Ook de technologie heeft heel het vissen in ons voordeel veranderd en biedt info waar je vroeger alleen maar van kon dromen. Ons klimaat is ook anders geworden als pakweg veertig jaar geleden, al wil lang niet iedereen dat zo zien. Dit alles bij elkaar – op je elektronica kunnen zien hoe de situatie vistechnisch is en steeds warmer zomerweer – kunnen een reden tot twijfel zijn om wel-of-niet achter de snoek aan te gaan.

ZOMERHITTE

Is het verantwoord om in de zomer, bij watertemperaturen hoger dan 20 graden Celsius, op snoek te vissen? Nee, het is niet zo slim om het water op te gaan wat ver boven de twintig graden is. Zomer 2020 liep de watertemperatuur ook op het grote water, zoals Randmeren, op tot ruim boven de 25°C. Dan kan je snoek in de problemen brengen. Zonder visvinder, dus ook zonder een benul van watertemperatuur, merkte je in het verleden wel dat de gevangen snoek het in warm water lastiger had dan in kouder water. Snel handelen was een must om het welzijn van de snoek niet al te veel te schaden.

Hoe warmer het water, des te minder zuurstof het weet vast te houden

We wisten ook dat het zuurstofgehalte in zomers water lager was dan in de koudere maanden, maar hoeveel? Zuurstof is natuurlijk belangrijk voor de vis en hoe warmer het water, des te minder zuurstof het weet vast te houden. Je mag echter niet al het water op een hoop gooien en ervan uitgaan dat wat op water A geldt, ook van toepassing is op water B. Er zijn onderling grote verschillen in het gebruik van het water en daarmee de hoeveelheid zuurstof. Planten produceren zuurstof en wie daar eens goed naar kijkt, gelooft zijn ogen niet hoeveel zuurstof er vrijkomt wat de plant produceert. Wind brengt golven teweeg en die activiteit brengt de klok rond zuurstof in het water. Een groot, windgevoelig water zal altijd meer zuurstof bevatten dan een klein, beschut plasje. Scheepvaart beroert het water en mixt dit soms tot grotere diepte, waardoor het vaak lang duurt voor het water in het oppervlak echt warm is. Kortom, je kunt dus op een groot en drukbevaren water langer op een goede zuurstofhuishouding voor de vis rekenen, ook al is het water warm.

Lekker fris buiten, maar de watertemperatuur was 21 graden!

ZUURSTOF

Maar kunnen we nu wel of niet op een verantwoorde manier op snoek vissen? Laten we eerst nou eens constateren dat het vissen op snoek, waar of wanneer ook, nooit goed voor de snoek is. Degene die niet op snoek vist, gaat er het best mee om. Maar goed, het bloed kruipt waar het niet gaan kan dus zolang ons geweten het ons toelaat gaan we toch. Alle vissen hebben zuurstof nodig, maar de kritische grenzen liggen ver uit elkaar. Eigenlijk zijn de uitersten in zowel koud water en in warm water net zo gevaarlijk voor de vis. In zeer koud water ligt het gevaar op de loer dat de vis te veel zuurstof opneemt en zich hiermee vergiftigt.

Ik heb heel wat afgelezen en er zelf ook mee getobd over wat men ‘gassed up pike’ noemt. Iedereen die dat wil kan op internet grafieken vinden met zuurstoftabellen die aan een zekere watertemperatuur gebonden zijn. Vis voelt zich nog goed bij een zuurstofverzadiging met een benedengrens van 9 PPM oftewel 9 mg zuurstof per liter water. Die hoeveelheid zuurstof, 9 mg, vind je in water met een temperatuur van ongeveer 20 °C. Nogmaals, water wat stevig beroerd wordt door intensief bootverkeer zal zeer waarschijnlijk een duidelijk hogere waarde zuurstof kunnen bevatten. 20 °C is dus nog geen probleem voor de vis, maar het verlies aan zuurstof wordt wel snel hoger wanneer de temperatuur nog verder stijgt. Vijf graden meer brengt het water al naar een gehalte van 8,5 mg zuurstof/liter en dan kom je wel in een kritisch bereik, waar echt kritisch bij een waarde van 7,5 mg ligt.

Tegen het einde van de dag is het zuurstofgehalte op plantenrijk water meestal het hoogst.

COOLEST OF COOL

Toch is en blijft het lastig om ja te zeggen tegen het snoekvissen onder warme condities. Wat bijvoorbeeld als het wel echt warm is, maar het water nog een lage temperatuur heeft? En omgekeerd kan ook! Lekker fris weer maar nog steeds een (te) hoge watertemperatuur. We hebben onder zomerse condities met meer met zaken als zuurstofverzadiging te maken. Het water of beter gezegd, de waterkolom heeft nou eenmaal geen vaste temperatuur, maar is opgedeeld in lagen met daarin een eigen zuurstofgehalte.

Voorop staat natuurlijk het belang van de vis; laat de vis pas los als hij op eigen kracht wil wegzwemmen.

Lang geleden in een artikel wat verscheen in het Amerikaanse hengelsportmagazine In-Fisherman trof ik een verhaal over snoek, waarbij Esox werd beschreven als ‘The Coolest of Cool’. Volgens In-Fisherman had ‘the northern pike’ (die dezelfde is als onze snoek) een bloedhekel aan warmer water. Dat geloofde ik direct, tot ik ruim vijfentwintig jaar geleden voor het eerst achter de muskies aanging. Muskies hebben geen probleem met warm water en het water begin september was warm. In sommige hoeken lazen we 25 °C af en echt we vingen daar, of we dat nu wilden of niet, vaak meer dan twintig snoeken per dag. Kennelijk hadden de snoeken daar geen last van het warme water, want we vingen na verloop van tijd sommige van de al eerder gehaakte snoeken nog eens terug. Natuurlijk valt dit voornamelijk op bij de grotere, opvallende vissen.

ONZIN PRAAT

Er worden naar mijn bescheiden mening te vaak ‘oplossingen’ over snoekvissen in warm water losgelaten die geen hout snijden. Bijvoorbeeld ‘houd de dril zo kort mogelijk’. Ik denk dat dit niet kan, sterker nog: een zware of lichtere hengel maakt niet zoveel uit. Een beetje snoek houdt het toch niet veel langer dan een minuut of vijf aan de hengel uit. Verleden jaar haakte ik een snoek op een tien grams hengeltje met op de reel 08/00 mm gevlochten lijn. Na tien minuten drillen kon ik een snoek van 128 cm met de hand landen.

Natuurlijk kun je met een beul van een hengel een echt grote snoek binnen de kortste keren scheppen. Maar dan? De vis zal vervolgens in het net uitrazen, waarmee je de dril in het net voortzet. En nog erger: het heeft grote gevolgen – beschadigde vinnen en aantasting van de slijmlaag. Voor wie het niet weet: veel schubvis die in de fuiken van het beroep terechtkomt sterft na drie dagen. Dan zijn ze namelijk ‘ontslijmt’ en leggen het loodje. Met een veel te snel geschepte snoek zou dat wel eens net zo het geval kunnen zijn.

Na een stevige dril is er extra snel behoefte aan zuurstof.

Er zullen straks best weer veel discussies oplaaien over het wel of niet vissen op snoek in de warme zomermaanden. In die discussies komen we vanzelf de uitvluchten weer tegen. “Ik viste op baars en moet je nu eens zien”. Kunstaas discrimineert niet, met klein kunstaas kun je bakken van snoeken vangen, net zoals je met grof kunstaas ook snoekbaars of een dikke baars vangen kan. Je vangt snoek wanneer je wat anders voor ogen hebt en soms meer dan je zou denken of willen. Dus wanneer kan het wel of wanneer kan het niet? Snoek heeft geen hekel aan warmer water. Integendeel, ze lijken het wel vaak op te zoeken. Al kan ik niet meer niet volledig hierover meepraten, want tegenwoordig zet ik de hengels echt aan de kant wanneer het water de twintig graden ruim voorbijschiet. Wel weet ik dat het voor een snoek helemaal niets uitmaakt om in warm water te worden gevangen, maar dan moet de vis daar ook in zijn gehaakt!

Een groot, windgevoelig water zal altijd meer zuurstof bevatten dan een klein, beschut plasje.

TANGEN KLAAR!

Op echt groot water blijft het zuurstofgehalte lang genoeg op orde om ons naar de zin te maken. Het is wel zaak om hoe dan ook snel te handelen. Ik heb het al zo vaak gezegd, maar blijf het herhalen. Onthaakgereedschap; leg het vooruit klaar zodat je niet eerst moet zoeken! Wat betreft camera’s net zo. Wees snel en fotografeer alleen als het moet. Zorg ervoor dat snoek niet langer uit het water is dan een minuut of twee, drie, misschien vier. Meer mag het niet zijn, want stel het je zo eens voor: neem een emmer water en stop je hoofd erin. Goede kans dat je het wel een minuutje volhoudt.

Laat die emmer even staan en ren zo snel mogelijk een minuutje of vier, vijf rondjes. Nu de kop weer in de emmer en eens kijken hoe lang je het nu redt? Voor snoek is het niet anders. Na een stevige dril is er extra snel behoefte aan zuurstof – wat er op dat moment gewoon niet is – omdat er nog een foto gemaakt moet worden met een camera, dan nog een met het mobieltje van de een en tot slot nog een op de mobiel van de ander. Dit is vaak funest in warm, kurkdroog weer: een drama voor de snoek. Kortom, een snoek die niet per se op de foto moet, onthaak je, als het even kan, naast de boot in het water.

Het is nu nog meer zaak snel te handelen en de vis zo kort mogelijk in de boot te houden

Zolang je snoek in dezelfde dieptezone haakt, drilt en in het water onthaakt, dan kun je nog lang zomers snoeken. Ook als het water niet eens zo warm is, maar de buitenlucht wel, dan is het goed om snel te handelen zodat de vis niet uitdroogt – en echt, dan doen ze snel.

Snel handelen en als het even kan naast de boot onthaken!

HAAKJE TEVEEL?

Samengevat ben ik vrij zeker van verantwoord zomers vissen, onder de voorwaarde dat je jezelf beperkt tot het ondiep vissen en dat de snoek in dezelfde omgevingstemperatuur blijft. Maar helaas, ze willen niet altijd in het ondiepe bijten, dus wat doe je dan? Je gaat de diepte in. Drie, vier, vijf meter of meer. Natuurlijk kom je daar ook snoek tegen, maar dan loop je wel tegen een heel ander probleem aan. Een flinke stijging in de watertemperatuur wanneer de snoek omhoog gedrild wordt. Die voelde zich happy in een ‘koude’ watertemperatuur.

Vliegvissers weten het al langer; die enkele haak heb je er zo uit, snel een fotootje en weer terug.

En nu kan het oppervlaktewater zomaar tien graden warmer zijn: een temperatuurschok voor de snoek. Geloof me, van zo’n verschil hebben ze zeker last. Het is nu nog meer zaak snel te handelen en de vis zo kort mogelijk in de boot te houden. Ook, lees juist, als het een kanjer is. Want bij snoek geldt ‘hoe groter, des te kwetsbaarder’. Dril naar behoren en schep als de vis eraan toe is, dus zich zonder te groot verzet naar het net laat sturen. Beter nog, land met de hand! Vis daarnaast met een minimum aan haken. De laatste jaren vis ik veel met rubber en daar hang ik maar één dreg aan. Dan kan ik veilig handlandingen uitvoeren en is die ene dreg zo gelost. Dat maakt in warm water wel vaak het verschil. Ga je eropuit in warm weer? Prima, maar denk eerst aan het welzijn van de snoek en stel je helemaal in op snelheid bij het afhandelen.