Schoonhoven is altijd al een echt ‘vis-stadje’ geweest. Je hebt hier onvoorstelbare mogelijkheden in de polder, met vlakbij De Vlist en allerlei andere vlieten, sloten en (soms werkelijk piepkleine) meertjes. En ook loopt natuurlijk pal langs dit stadje de rivier de Lek. Allemaal prachtig viswater en werkelijk overal lijkt wel volop vis te zitten. Bovendien is dit gewoon een schitterend mooi stukje Nederland met prachtige natuur.

Door Jan van Schendel

Ik ben jarenlang dagelijks door de polder naar Schoonhoven gereden voor werk. Onvoorstelbaar dat ik al die jaren nooit eerder viste in de Botersloot, het water dat vandaag het doel is van deze ‘city-fishing’ rubriek. De stek ligt nota bene op minder dan 500 meter van ons toenmalige vestigingsadres.

Polder Schoonhoven

Langs beide oevers loopt een baan plompeblad met in het midden een brede open strook. Ook het open water is op sommige plekken onder water begroeid met waterplanten, dus het is erg belangrijk om vooraf goed te peilen en te zoeken naar eventuele obstakels.

De Botersloot is eigenlijk een soort van kanaaltje, dat aftakt van de Vlist (ook zo’n schitterend watertje) en Schoonhoven inloopt. Het water is misschien 20 meter breed en hooguit 2 meter diep.

 

Volop vis in de polder!

Tijdens het optuigen zag ik al overal vissen springen. Het was dan ook wel duidelijk dat ik zeker vis ga vangen. Aan voorns en ruisvoorns geen gebrek hier. Ik had bovendien begrepen dat hier ook regelmatig grotere vissen te vangen zijn, zoals brasems en ook zeelten, dus ook die vissen zou ik proberen te vangen.

polder schoonhoven

Aan ruisvoorns geen gebrek in deze polder! Wat zijn het toch schitterende vissen!

Ik besloot met het oog op brasem en zeelt een plekje aan te voeren met uitsluitend gecrushte maiskorrels en geknipte wormen. Ik deed dat schuin naar rechts op zo’n 10 meter uit de oever. Op dezelfde visafstand, maar dan schuin naar links, voerde ik enkele balletjes voer met daarin veel dode pinkies en casters. In ieder geval ‘niet bewegend’ aas vanwege de zachte bodem. Mijn derde visplek was op zo’n 6 meter uit de oever, net achter het plompeblad. Ik voerde daar alleen los aas, vooral casters.

polder schoonhoven

Met deze handige hand-hakmachine maak ik binnen een ‘handomdraai’ gecrushte mais!

polder schoonhoven

Dat is natuurlijk lastig in te werpen, dus met een pole cup plaats ik het op de stek.

polder schoonhoven

In het water ontstaat een aanlokkende voerwolk. Bovendien landt deze masipulp netjes bovenop de vaak boterzachte bodem.

 

Zoveel vis, dan pas ik de montage aan!

Soms moet je weleens even wachten op de eerste aanbeet, hier en nu echter niet. Ik denk dat het nog geen 2 seconden duurde voordat ik mijn eerste vis ving! Het gevoerde losse aas kan volgens mij nooit de bodem hebben bereikt. Het was duidelijk dat de vissen gewoon hier al aanwezig waren. Wat een visrijke polder!

polder schoonhoven

Ik ving al snel wat leuke vissen.

Al snel ving ik snel enkele vissen en daarna werden de aanwezige vissen toch voorzichtiger. Ik besloot om niet te wachten en meteen over te schakelen op de met voer aangevoerde stek wat verder uit de oever. Ook daar lag werkelijk volop vis. De dobber ging amper staan soms helemaal niet. Leuke visjes trouwens, met regelmatig flinke voorns, ruisvoorns en ook enkele blieken die duidelijk boven de bodem aasden. Later speelde ik daar nog meer op in door het hoofdlood omhoog te schuiven op de lijn en de valloodjes iets verder uit elkaar te zetten.

Jan wijst naar het richtpunt dat hij aanhoudt voor voeren en vissen, in dit geval een kluit zwarte aarde in de oever.

Ik kon eigenlijk niet snel genoeg vissen, zoveel vis was er. Ik kwam echter al heel snel vast te zitten en ik verloor het opgetuigde lijntje. Meteen dus naar de derde stek om te kijken of er ook grotere vissen te vangen waren. Vrijwel meteen nadat mijn maiskorrel op de haak de bodem bereikte haakte ik ‘iets groots’, maar een paar seconden later schoot de haak los. Daarna ving ik alleen op die stek nog enkele flinke voorns.

 

Dat meen je niet…!

Terwijl ik schuin naar rechts zat te vissen had ik niet opgemerkt dat even links van mij kinderen waren gearriveerd die even later prompt de Botersloot in doken. Zo zonde! Tja, vanaf dat moment een hoop gespartel en kabaal natuurlijk en dat op amper 15 meter van mijn iets naar links aangevoerde stek. Eigenlijk onvoorstelbaar dat ik nog steeds aanbeten kreeg…

Polder

In merkte direct dat de grotere vissen foetsie waren, enkel kleine voorntjes pakten mijn haakaas nog.

Tja, wat kon ik doen? Je vist nu eenmaal aan de rand van een woonwijk en die kinderen hebben het volste recht om daar te zwemmen. Ik besloot om rustig verder te vissen en te wachten op het moment dat ze weg gingen. Toen het gespartel voorbij was, werd de visserij nooit meer zo goed als bij het begin van de sessie. Jammer!

 

De juiste dobber

Ik heb in mijn visleven nergens vaker gevist dan in het westen van ons land; daar heb je veel prachtige viswateren die relatief ondiep zijn en waar het constant bijvoeren van kleine hoeveelheden los aas vaak de winnende vismanier was. Ik noem er enkele: de Vlaardingse Vaart, de Boonervliet, de Rotte, de Rotterdamse (en Schiedamse en Delftse) Schie, dat soort wateren dus, vaak in de polder. Speciaal voor de visserij daar, gebruikte ik een speciaal dobbertype, een beetje een lang ‘traan-model’ met een net iets dikkere bovenantenne als die je normaal ziet bij slechts lichte dobbertjes.

Polder

De JVS Francesca, het model dat ik gebruik, is werkelijk ideaal voor dit soort visserij.

Die dikkere bovenantenne zorgt ervoor dat je ook met iets groter haakaas kunt vissen zoals wormen. De Botersloot was eigenlijk precies vergelijkbaar met de hierboven genoemde andere viswateren. Ook hier reageerden de vissen meteen op los bijgevoerd aas en heb je het over relatief ondiep water. Zorg er in ieder geval voor dat je vist met een dobber met een carbon of glasfiber onderantenne. En ook die iets dikkere bovenantenne is eigenlijk een must.

 

Wat is het beste aas?

Ik zal nooit weten of ik meer grotere vissen zou hebben kunnen vangen wanneer het rustig gebleven zou zijn. De combinatie van geknipte wormen en gecrushte mais is echter een fantastisch lokaas voor grotere vis, daarvan ben ik volledig overtuigd. De voorns die ik op deze stek ving waren gemiddeld ook beduidend groter dan die op de andere stekken. Logisch ook, vissend met een maiskorrel op de haak. Verder was er in ieder geval al snel die ene grote, verspeelde vis. Bekijk ook maar de filmbeelden en je ziet hoe mooi de aasmix naar de bodem zakt en daar blijft liggen; dit moet wel vissen aantrekken.

Levende maden of pinkies kruipen absoluut in de zachte modder van een visstek. Dood aas, of in ieder geval niet bewegend aas, in het voer is heel erg belangrijk. Ook hier was dat zo. Casters bewegen al sowieso niet, eventueel geknipte wormen blijven ook liggen. Maden en/of pinkies echter zul je moeten doodmaken. De beste manier? Ze eerst overdekken met lauw water en daarna dat water verwarmen door er heet, maar niet kokend, water overheen te gieten. Meteen nadat de maden/pinkies niet meer bewegen, giet je het warme water af en vervang je door koud water.

Polder

Het beste aas voor dit soort wateren is meestal casters, mijn favoriete aas of ‘all times’.

Vaak zwemt op dit soort wateren een mix van kleine en grotere vissen; dan is het zaak om de grotere vissen te selecteren. Ik ken daarvoor geen betere manier dan het voeren en vissen met casters. Vaak moet je langer wachten, zeker tijdens wedstrijden, voordat de aanwezige vissen gaan azen op de casters en vang je in het begin beter met maden of pinkies. Maar altijd zullen de casters zorgen voor de zo belangrijke grotere vissen, bizar eigenlijk! De inhoud van een caster lijkt me namelijk precies hetzelfde als die van een made.

 

De visserij met drijvende casters – hoe doe je dat?

Ik schreef eerder al over de begroeiing onder water. Veel visser weten dat wanneer je op bodems vis waarop wier, blad en afgestorven planten liggen, het lastig is om pal tegen of op die bodem te vissen. Ik heb al vaker geschreven over het gebruik van drijvende maden en ook hoe ze te maken heb ik al vaker uitgelegd. Ook met drijvende casters is perfect te vissen op dit soort polder bodems. Het drijfvermogen van de caster en het gewicht van de gebruikte haak is zo zelfs prima uit te balanceren, waardoor het aangeboden haakaas net tegen die bodem hangt.

polder

Een caster is niets anders dan een verpopte made waaruit uiteindelijk een vlieg ontstaat.

De casterpop is eerst wit en zal dan doorkleuren naar steeds donkerder bruin en uiteindelijk zelfs bijna zwart. Hoe donkerder de caster, des te minder snel hij naar de bodem zakt. Als ze uiteindelijk heel donker worden zinken ze helemaal niet meer. Als voer zijn ze dan niet meer te gebruiken, als haakaas daarentegen des te meer!

Al met al werd het resultaat van deze visdag absoluut gedrukt door de omstandigheden, maar wat maakt het allemaal uit? Oké, dit maal geen echt grote vissen maar de vele voorns, blieken en vooral ruisvoorns maakten dat gebrek meer dan goed.

Polder

Een heerlijke visdag al met al!

 

Bekijk ook:

 Witvissen in hartje Rotterdam

 Op brasem in de singels van Breda