Een gesprek met Robin Smit
Wie een beetje actief is op sociale media, heeft hem vast al wel eens met een van zijn foto’s zien voorbijkomen: de veertigjarige Robin Smit uit Maarssen. Hij vist al sinds zijn vierde levensjaar op van alles en nog wat: eerst op voorntjes met de vaste stok en later op karper. Sinds een aantal jaar heeft hij zich echter helemaal op het roofvissen vanuit de bellyboat gestort en geniet hij met volle teugen van alles wat daarbij komt kijken. Zijn handelsmerk op Facebook zijn dan ook vrolijke foto’s van mensen en vissen aan de waterkant. Robin geniet van elke vis, ongeacht het formaat, maar dat belet niet dat hij elk seizoen toch wel de nodige kleppers weet te vangen… Beet ging met hem in gesprek…
Tekst: Robin Smit en redactie. Foto’s: Robin Smit en Stijn Leemreize.
Dag Robin, fijn dat we elkaar een keer wat langer kunnen spreken. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hoe ben je in het kleurrijke bellyboatwereldje verzeild geraakt?

Mijn carrière als bellyboater begon ongeveer vijf jaar geleden, toen een maat aan me vroeg of ik het een leuk idee vond om samen een bellyboat aan te schaffen. Ik moest wel even googelen, want ik had er toen nog helemaal geen idee van wat dat was. Toen ik echter een aantal plaatjes en foto’s van die dingen voorbij zag komen, zag ik de meerwaarde er wel van in en twee dagen later kon het plakken beginnen. (nvdr: met ‘plakken’ bedoelen bellyboaters het naar wens afbouwen van hun bootje door er bevestigingspunten voor hengelsteunen, dieptemeters, en zo verder op te kleven met speciale lijm. Dit ‘plakken’ is een soort hobby binnen de hobby geworden inmiddels…)
Het duurde niet lang of de verslaving van het bellyboatvissen zat zo diep dat ik elke weekdag zat uit te kijken naar het weekend. We begonnen met een simpel bootje (toen nog zonder motor) met daarop een eenvoudige dieptemeter en één hengeltje in de steun. We struinden de rivieren en de rivierplassen af, om er lekker te gaan verticalen. Inmiddels is er een hoop veranderd. Onze bootjes zijn nu voorzien van gesofisticeerde apparaten zoals Livescope en Sidescan, waardoor het zoeken naar en vinden van de vis bijna een spelletje op zich is geworden. Onder de boot zit nu een dubbele motor, en neem van mij aan dat dat echt een verademing is. Dat we nu vlot van stek naar stek kunnen varen zonder te hoeven flipperen, scheelt een hoop vistijd en spierpijn. Ook ben ik in een hele leuke groep bellyboaters terechtgekomen die dezelfde passie hebben als ik. Ook mijn vaste maatje Ed Brands maakt deel uit van die groep, en we gaan het hele jaar ieder weekend het water op samen.
Dat we nu vlot van stek naar stek kunnen varen zonder te hoeven flipperen, scheelt een hoop vistijd en spierpijn.
Je hebt het over rivieren en rivierplassen als jouw geliefkoosde jachtgebieden. Dat zijn vaak echt hele grote watersystemen! Ik kan me voorstellen dat sommige beginnende bellyboaters zich wel wat overweldigd kunnen voelen als ze daar in hun kleine drijvende stoeltje ronddobberen… Kan je ons wat vertellen over hoe jij stekken uitkiest?

Of je nu gaat kantvissen of bootvissen, voor alle soorten visserij is het belangrijk om te weten wat voor weer het wordt. Dat is voor bellyboaters niet anders. Wat mijn maatje en ik met name heel zorgvuldig bestuderen voor we een stek uitkiezen, is de hoeveelheid wind en de windrichting. Wij gebruiken daarvoor de Windy App. Door dan vervolgens goed naar Google Maps te kijken, kan je een stek uitzoeken die redelijk in de luwte ligt of waar de wind op de kant staat.
Een en ander hangt natuurlijk ook samen met de visserij die je wil beoefenen op je visdag. Vanaf het voorjaar tot een stuk in de herfst gaan we altijd gericht achter de roofblei aan. Voor die visserij is het bevorderlijk dat de boot redelijk stil ligt, want er hangt negen van de tien keer een oppervlakteaasje in de speld, en dat wil je in een rechte lijn binnen kunnen vissen. Onze favoriete plekken voor die roofbleivisserij zijn langzaam stromende rivieren en dan het liefst stroken met kribvakken, en rivierplassen.

Het voordeel van het vissen vanuit de bellyboat is dat je op plekken kunt komen die je vanaf de kant niet kan bereiken. Dat is voor de meeste visserijen prettig, maar voor roofblei, die vaak heel ver op de plas kan jagen, is het echt een groot pluspunt. Ook lijken de roofbleien niet schrikkerig te zijn van de belly, waardoor ze soms wel eens vlak voor je flippers op je kunstaasje klappen. Ik heb het nog niet zo lang geleden meegemaakt dat er eentje achter mijn oppervlaktekunstaasje aan kwam tot voor mijn voeten. Ik kon niet meer verder indraaien, anders draaide ik de wartel door mijn topoog. Ik tikte het aasje dus maar voor de belly langs en hij pakte hem gewoon!
Je had het daarnet uitgebreid over het vissen op roofblei. Wat vind je zo mooi aan die visserij?

Het allermooiste van het vissen op roofblei vind ik de aanbeten. De klap die je krijgt op je hengel is met geen woorden te beschrijven. En het is natuurlijk nóg mooier als je die aanbeten ook live kan zien. Daarom zijn topwaters zeker mijn favoriete kunstaassoort, en dan met name een kleine walk the dog. Die dingen vind ik echt ideaal voor helder water, en je kunt ze ook relatief langzaam binnen vissen.
Als hengel hiervoor gebruik ik de Westin W6 finesse t&c. Die heeft een werpgewicht van 5-15 gram en een lengte van 213 cm. Dezelfde hengel zet ik in als ik met een popper aan de slag ga, en dat doe ik meestal als het water wat troebeler is. Zo’n popper veroorzaakt immers heel wat reuring in het wateroppervlak, en dat lijkt de roofbleien in zulke omstandigheden toch wat meer te triggeren. Vooral in de ochtenduurtjes zijn dit de aasjes die aan de speld komen. Later op de dag, als de actie wat minder wordt doorgaans, gaan we een stukje dieper liggen om van daaruit de rand van het talud uit te werpen. Daar gebruiken we ondiep lopende pluggen en jerkbaitjes (Salmo Sliders) voor, die we aanzienlijk sneller naar binnen vissen.
Hiervoor gebruik ik bij voorkeur een iets andere hengel, te weten de Westin W6 finesse shad met een werpgewicht van 10-28 gram. Hou er rekening mee dat je de slip van de molen niet te strak zet, want de aanbeten kunnen een ware aanslag zijn op je materiaal. De molens die ik voor deze visserij gebruik zijn Shimano Vanfords, en dan met name uit de 2500 serie. Buiten het feit dat deze molens een zeer goede slip hebben, zijn ze ook nog eens heel licht qua gewicht. Daardoor kan je er zonder moeite de hele dag mee werpen zonder dat je eenmaal thuis je welverdiende biertje niet meer van de salontafel getild krijgt.

Zijn er nog meer dingen waar je als roofbleivisser aan moet denken?
Wat ik ook echt van belang vind, is dat je een zo dun mogelijk lijntje op je spoel hebt zitten. De roofblei heeft immers zeer goede ogen en ik ben ervan overtuigd dat hij onze lijnen daarmee makkelijk door het water kan zien gaan. Op al mijn molens die ik voor het baars- en roofbleivissen gebruik, heb ik een lijntje met een diameter van 0.08 mm gespoeld, een Daiwa Tournament of een Shimano Pitbull. Wel gebruik ik voor deze visserij een relatief dikke fluorocarbon onderlijn van 0.40 mm, omdat de kans dat er een snoek op klapt best groot is. Vorig jaar waren de eerste vijf vissen die ik op een topwater plugje ving snoek, en dankzij mijn wat dikkere onderlijn heb ik ze alle vijf kunnen landen. Het zou zonde zijn als er een vis rondzwemt met een dure plug in zijn bek, toch?

De voorbije jaren zijn hi-tech visvinders aan een spectaculaire opmars begonnen. De vangsten zijn navenant: er worden plots veel meer grote rovers gevangen dan ooit voor mogelijk was gehouden. Welke rol speelt die nieuwe technologie in jouw visserij?

Voor het vissen op roofblei gebruik ik eigenlijk geen visvinder. Je hebt die in feite ook niet nodig, want je werpt doorgaans gewoon interessant ogende kantjes uit en hoeft niet per se te weten wat er onder de belly gebeurt. Voor het vissen op baars in het najaar en in de winter, is dat echter een heel ander verhaal. Dan maken we volop gebruik van de Livescope, meer bepaald in combinatie met de GT56. Met die laatste kan je links en rechts van je bellyboat kijken – de zogenaamde sidescan.
Door langzaam langs de potentiële stekken te varen, kan ik de scholen baarzen opsporen, om ze dan vervolgens na het positioneren van de belly werpend aan te vissen door de livescope erop te richten. Baarzen kan je herkennen als balletjes die over de bodem gaan. Zijn het grote vissen, dan zie je meestal maar drie tot vier signalen bij elkaar. Door die vissen gericht aan te vissen met de livescope, kan je precies zien hoe de baarzen op een bepaald aasje reageren. Als je ze eenmaal hebt gevonden, dan ga je ze zeker vangen. Heb je na een paar worpen wel de interesse van de baars gewekt maar blijven de aanbeten uit, dan doe je er snel een ander aasje aan.

Mocht het dan nog altijd niet lukken ze over de streep te trekken, dan is het raadzaam om ze even met rust te laten om het een paar uurtjes later nog eens te proberen. Ze moeten toch een keer eten, nietwaar? Mijn persoonlijke favoriete technieken voor deze manier van vissen zijn de Nedrig met een imitatie van een worm of kreeft eraan, kleine twitchbaits, de Dark Sleeper en de Sleeper Craw van Megabass, chatterbaitjes en natuurlijk ook een Westin Dropbite van 7 tot 13 gram. Ik kies hierbij altijd voor natuurlijke kleuren.
Als je de baarzen eenmaal hebt gevonden, dan ga je ze zeker vangen.

Het is een vraag die de meeste vissers vast wel kennen: waarom vis je eigenlijk? Voor buitenstaanders is het maar moeilijk te snappen waarom volwassen mannen er week na week op uit trekken, door weer en wind, om in een opblaasbare stoel rond te drijven.

Wat ik echt wel het allerbelangrijkste vind tijdens het vissen, is wel de gezelligheid. Samen met je vaste maten ga je het water op, om iedere keer weer nieuwe avonturen te beleven. En er gebeurt eigenlijk ook op bijna elke visdag wel iets bijzonders. Zo vang jij of je vismaat soms een kneiter van een vis waar je hem echt niet had verwacht. Het maakt dan ook niet uit wie hem vangt, want gedeelde vreugde is net zo groot.

Ook krijgen we vaak de vraag van medebellyboatvissers of ze een keertje mogen aansluiten. Dat vinden we altijd gezellig, want ons motto luidt: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Als mensen dan voor het eerst met topwaters gaan vissen, krijgen ze van mij na wat uitleg een paar aasjes, en als ze daar dan ook nog eens een vis mee vangen, dan mogen ze dat aasje mee naar huis nemen. Zo hebben ze een tastbare herinnering aan een gezellige en geslaagde dag. Tot nu toe is iedereen die eens aansloot een extra plugje rijker. Meestal sluiten we de dag dan af met een hele hoop visserslatijn en een stukje vlees van de barbecue, en uiteraard kan een biertje dan niet ontbreken…



