We kennen het allemaal: bot vangen. Iedere visser overkomt het wel eens, iedere visser komt wel eens thuis met de mededeling die hij liever niet doet. Bot gevangen, gefaald, zijn doel niet bereikt, er naast gegrepen; het betekent allemaal hetzelfde: het was niets vandaag! Toch zijn er dan altijd weer die vissers die wel graag bot vangen, maar dan letterlijk en in positieve zin. We gaan achter de botten aan, maar dan anders…

Door Martijn Dekkers

Bot mag je overal verwachten en dat het hele jaar door. Bot is niet de lekkerste vis uit ons zoute water, hij wordt dan meestal ook niet meegenomen als consumptievis. Daardoor heeft hij een beetje een imago probleempje. 

Gelukkig veranderen de tijden snel en zien we de laatste jaren een flinke toename van vissers die er ook op het zoute water enkel voor de sport op uittrekken, en als je het over sportvissen hebt dan staat de bot ineens een stuk hoger op het lijstje!

Jagers

Botten zijn gewoonweg felle jagers, ze zijn bereid achter een prooi aan te gaan en eenmaal gehaakt vechten ze voor wat ze waard zijn. Ze vechten harder dan bijvoorbeeld een schar of tong. Om deze vechtlust goed tot zijn recht te laten komen blijven de strandstokken thuis. We gaan achter de botten aan met de feederhengel en zelfs met de winckle picker. Juist ja, een super lichte visserij!

ultralicht op bot

Het zijn harde vechters.

Zoals gezegd, botten zijn haast overal te vinden, maar om met lichte materialen te kunnen vissen ben je wat beperkter in je stekkeuze. Hard stromende kanalen, bijvoorbeeld zoals in de Europoort, mag je overslaan, net als de diepere delen van de stranden en de Nieuwe Waterweg. Dit zijn stuk voor stuk goede botstekken, maar niet voor een lichte visserij.

Op de ondiepere diepe stranden, zoals Domburg, Westkapelle en Zoutelande, is het prima vissen met de feederhengel. Zeker wanneer je weet dat botten langs het strand foerageren in water van krap een halve meter diep. Ver werpen is dan ook geheel overbodig. Havens zijn vaak ook prima geschikt, maar de allerbeste stekken zijn toch echt onze zoute en brakke kanalen. Het Schelde-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal zijn hier goede voorbeelden van. 

ultralicht op bot

Prima bottenstek.

De beste stekken op deze kanalen liggen vaak vlakbij sluizen en havens. Hier vind je dieper water dat matig stroomt, top voor onze visserij! Zit je aan het diepe water en blijven de aanbeten uit, dan kun je het altijd wat ondieper proberen en vice versa! 

Lange hengel

Met de feederhengel heb je de meeste keuze qua stekken, deze zijn stevig en lang genoeg om van hoge kades of vanaf de rotsen te vissen. Kies voor een medium of heavy feeder van minimaal 360 cm lang. Met een feederhengel heb je een super gevoelige beetregistratie, leuke dril en genoeg body om lood van pak hem beet 70 gram weg te zetten, maar vaak vis ik met korven van 30 of 40 gram.

ultralicht op bot

Mooie sport aan de feeder.

Schuivend

Qua montage heb je drie mogelijkheden: net als bij het strandvissen een paternoster met drie haken, een onderlijn met drie wapperlijnen of een schuivend systeem met één haak. Botten hebben een wispelturig karakter als het om azen gaat. Azen ze goed? Dan zijn ze prima te vangen op afhouders met korte haaklijnen. Gaat het wat moeizamer? Stap dan over op wat langere aaslijnen zonder afhouders, zogenaamde wapperlijnen. Krijg je wel beten, maar blijft er niets hangen? Dan wordt het tijd om schuivend te gaan vissen. Ik begin graag met de drie haaks paternoster, puur omdat dit een vaak erg goede onderlijn blijkt te zijn en er dan met meerdere haken gevist wordt zodat je sneller door hebt hoeveel bot er aanwezig is en of ze een beetje willen azen. 

Lokkertjes

De grote vraag blijft: gebruik ik voor extra attractie wel of geen versieringen op de lijn? Nee dus, niet standaard althans. Beter is het om wat goedkope twisters of oude shads in stukjes te knippen en deze mee te nemen. Mocht je dan tijdens het vissen even met wat versieringen op de haaklijn willen proberen dan schuif je gewoon een stukje over de haak op de lijn en weer eraf als je dat wilt. Je kunt nu eindeloos variëren met grootte en kleuren.

ultralicht op bot

Lokkertjes voor op de lijn.

Sport

Aangezien we voor de sport vissen mag het allemaal echt wel wat lichter zijn dan de standaard zoutwateruitrusting zoals we die meestal zien. De paternosters worden nu geknoopt van 40/00 fluorcarbon als hoofdlijn. Ik vis graag met dunne stalen afhouders van 0.6 mm en een lengte van 20-25 cm. De haaklijntjes zijn niet dikker dan 28/00 en dat is echt ruim voldoende. Ik zou zelfs nog iets lichter willen gaan, maar vanwege stenen op sommige stekken moet je af en toe wel stevig door draaien en we willen de botten niet verliezen natuurlijk. Aan de haaklijntjes knoop ik een stevige haak. Ik kies voor een langstelige haak waar ik het aas mooi op kan schuiven met behulp van een aasnaald. Haken in de maat 4, 6 of 8 volstaan. Met deze paternoster vis ik graag met een gesloten voerkorf. 70 gram is genoeg. Voor extra attractie vul ik deze korf met rubby dubby.  

ultralicht op bot

Een voorraadje onderlijnen.

Running rig

Mocht het op de standaard onderlijnen niet wild zijn, probeer dan eens een schuivende onderlijn. Net als het vissen op het zoete water komt de voerkorf of het lood dan schuivend op de hoofdlijn. Met een running rig kit (onder andere van Korum verkrijgbaar) is dit super simpel te maken en erg effectief! Het enige dat ik aanpas is het toevoegen van een breeklijntje tussen het ringetje van de running rig die over de hoofdlijn schuift en de wartel waar de korf of het lood aan komt te hangen. Mocht ik vast komen te zitten, dan trek ik het lood er af en zo blijft de onderlijn heel.

ultralicht op bot

Running rig in actie.

Met een onderlijn van ongeveer 70 cm zit je vrijwel altijd goed. Langer ga ik niet voor de bot en korter maken is zo gebeurd natuurlijk. Ik voorzie ze wel van een anti-tangle tube om het zaakje niet in de war te gooien. 

Actief

Vis altijd actief! Botten zijn jagers en houden van actief aas. Aas dat stil ligt wordt ook wel gepakt, maar aas dat in beweging is valt beter op, komt op meerdere plekken en levert gewoon meer vis op. Ik laat de montage dan ook niet langer dan vijf minuten liggen. Dan draai ik een meter binnen en wacht weer vijf minuten. Zo vis je meer meters af dan wanneer je statisch vist. Gooi ook eens naar verschillende kanten om op die manier andere meters af te vissen. Krijg je een aanbeet dan weet je waar je moet zijn. Gooi er dan ruim overheen en vis actief terug over deze plek. Wissel ook eens in het vissen met een slappe lijn en een strakke lijn. Hierdoor hangen je haken wat hoger van de bodem of liggen ze er juist plat op. Vaak volgt er meteen een aanbeet als je wat met de lijn speelt.

ultralicht op bot

Zeepieren en zagers, uitstekend aas voor bot.

Voer

Het voer voor in de korf dient op vismeelbasis zijn, een bot lok je nu eenmaal niet met een scopex of aardbeiengeurtje. Rubby dubby is een prutje van visafval, vooral bekend van het vissen op haaien. Dit prutje zorgt voor een uitgesproken geur- en voerspoor op de bodem. Botten merken dit op en worden zo aangespoord te gaan azen. Ook zullen ze sneller in de buurt van je haken verschijnen.

LEES OOK  Zout feederen op platvis

Daarnaast moet het ook vrij plakkerig zijn om in de korf op de bodem aan te komen, pas daar mag het los komen. Vooral voer dat bestemd is voor het vissen met de feeder is geschikt voor deze visserij. De avond voor mijn visdag mix ik het droge voer met een hoeveelheid rubby dubby. Het vocht en de geur kan dan de hele nacht intrekken. Pas aan het water voeg ik het overige vocht toe. Voeg je aan het water pas de rubby dubby toe dan kan het voertje wel eens te plakkerig worden en is het niet meer te gebruiken. Ook nu verreiken we het voer met aas. Stukjes gezouten pieren, geknipte zagers of mesheften: alles is mogelijk. Pieren, al dan niet gezouten, zagers en mesheften zijn het top aas voor de bot.

Wanneer ik op zee ga vissen gooi ik mijn overgebleven aas zelden in het water. Pieren, zagers, mesheften, stukjes inktvis, makreel of andere vissoorten, alles gaat in de vriezer. Vervolgens gaat het bevroren in de blender en wordt vermalen tot een fijn prutje. Met wat neutrale olie of visolie creëer je een wat vettigere rubby dubby zodat het geurspoor wat beter blijft ‘hangen’. Simpel en erg effectief! Heb je geen rubby dubby? Dan kan je de korf ook vullen met geknipte zagers en wormen!

ultralicht op bot

Rubby dubby voor bot

Felle aanbeten

De aanbeten van botten zijn vaak fel, niet te missen. Het gebeurt geregeld dat je maar één flinke aanbeet op de top ziet en verder gebeurd er niets meer. Toch kan hij dan al hangen. Wanneer de bot zijn maaltje te pakken heeft gaat hij weer terug op de bodem liggen te wachten op de volgende kans. Dat hij gehaakt is heeft hij niet eens door. Draai dus na iedere aanbeet de lijn langzaam strak en voer de druk op. Zo voel je of de bot wel of niet gehaakt is. Wacht niet tot je drie haken vol hebt, die krijg je toch niet omhoog met een feederhengel. 

ultralicht op bot

Botten kunnen wel tot ruim 50 groot worden.

Blijft de top na een aanbeet wel in beweging draai dan direct in met de hengel zo hoog mogelijk. Botten zwemmen namelijk terug naar de bodem. Wanneer daar stenen liggen ben je de vis en montage snel kwijt. 

Een schepnet is geen overbodige luxe, je zit immers vaak achter een rijtje blokken of op een wat hogere kade en een flinke bot til je echt niet aan de lijn uit het water.

LEES OOK  Vissen op geep

Martijn Dekkers