Om bij het vissen met de vaste hengel op karper en andere grote, sterke vissoorten te kunnen landen is elastiek onmisbaar. Wellicht vraag je jezelf af: welke dikte en sterkte elastiek heb je voor karper nodig? Hoe ziet een elastiek montage er uit? Hoe monteer je elastiek in de top? Kortom, alles over hoe met elastiek op karper te vissen. We vroegen het aan commercial expert Peter Urscheler!
Welke dikte en sterkte elastiek heb je voor karper nodig?
De dikte van het elastiek hangt volledig af van de omstandigheden en waar je vist. In de wintermaanden vis ik graag met de Preston Dura Hollo maat 10 en 12. Deze hebben een diameter van 2,0 en 2,2 mm. Hiermee kun je in de wintermaanden gerust vissen vangen tussen de 1 en 8 kilo. In de warmere maanden zijn de vissen actiever en sterker. Dan pak ik al sneller een maatje dikker, denk dan aan de dura hollo maat 14 en 16.
Peter is uitermate tevrden over de Preston Dura Holo elastieken!
Hoe ziet een elastiek montage er uit?
Je kunt het elastiek monteren door een roller pulla bush, deze dient gemonteerd te worden aan de zijkant van de hengel. Ook is het mogelijk om een pulla bung te bevestigen aan de binnenkant van het tweede deel van de hengel.
Een zogenaamde roller pula bush is een ideaal hulpmiddel om sterke vissen te kunnen drillen.
Hoe monteer je elastiek in de top?
Voor het doorvoeren van het elastiek maak ik gebruik van een diamond eye threader, een stukje ijzerdraad dat is voorzien van een oogje waar je elastiek tussen klemt. Boven bij de hengeltop monteer ik een dacron connector en onder aan voer ik het elastiek door de roller pulla bush en zet deze dan vast met een pulla bung bead.
In de warmere maanden zijn de vissen actiever en sterker, gebruik dan een Dura Hollo in de maat 14 of 16.
BOUDEWIJN MARGADANT : Een overwoekerd watertje binnen de Randstad. Een put, of grote vijver zo je wilt, zoals er zoveel zijn en daarom niet direct opvallend. Een groot, statig kantoorpand heeft zijn fundament in het water en ontneemt daarmee al heel wat bevisbare oeverlengte. Het resterende deel van de waterkant van het I-vormige water is dichtbegroeid met struikgewas en bomen, één enkele, lange rietkraag die op de kant overloopt in een stuk rietland en een klein grasveldje. Het lijkt een stukje vergeten natuur tussen het snelle leven van de kantoorgebouwen in.
Heel wat jaren terug kreeg ik enkele foto’s van enkele bewoners die een oude vismaat van me had weten te vangen onder ogen. Een imposante, hoog gebouwde schub en wat kleinere schubs, die qua uiterlijk op de een of andere manier bijna allemaal verschilden van elkaar, passeerden de revue. Dat zie je niet vaak, zo’n mengelmoesje in een relatief klein water. Natuurlijk trok vooral de grote schub mijn aandacht. Wat een beest was dat! De vis had toentertijd 35 pond gewogen. Maar ook tussen de andere vissen zaten enkele plaatjes van vissen. Nu, jaren later, nadat ik er in februari weer eens een keer een korte stop had gemaakt, merk ik dat mijn gedachten steeds vaker naar het watertje afdwalen. Hoog tijd dus om er eens iets te gaan ondernemen!
Verkennen
Ik heb het water door de jaren heen ook wel een aantal keer bezocht als ik toevallig in de buurt was, maar nu is het tijd voor een serieuzere verkenningsronde. Heel diep is het water
niet met maximaal 1,5 meter en even als voorgaande jaren groeien de waterplanten al flink. Nog niet tot aan het wateroppervlak, maar lang zal dat mniet meer duren, hoogstens een week
of twee. Het feit dat nagenoeg het hele water vol groeit met waterplanten, veelal waterpest en hoornblad en hier en daar een veldje lelies, doet me sterk neigen naar dagvissen en dat heeft
sowieso al mijn voorkeur. Bij zonlicht produceert het groen veel zuurstof en is het er voor de karper goed toeven.
Daarnaast houdt het ook warmte goed vast. In het donker echter, slurpt het groen juist zuurstof op en zullen de vissen een stuk minder actief zijn, zo verwacht ik. Door de I-vorm van het water bestaat het eigenlijk uit twee grotere vijvers met een smallere tussensloot, die evengoed wel een meter of 15 breed is. Strategisch gezien zou de sloot een goede keuze kunnen zijn. Daar zou den pendelende vissen die van de ene naar de andere vijver zwemmen altijd mijn voer tegenkomen. Ik neig echter naar de twee grotere en iets diepere vijverdelen omdat ik op soortgelijke wateren heb ervaren dat er altijd vissen zijn die een voorkeur hebben voor een bepaald gedeelte van het water. Zij brengen daar het grootste deel van het jaar door en zwemmen slechts zelden helemaal naar het andere gedeelte, dus kan ik me beter op die delen focussen.
Elk water is natuurlijk anders, maar voorlopig focus ik me niet op het tussenstuk. Regelmatige, korte bezoekjes aan het water zullen hopelijk meer informatie verschaffen. Langs een van de vijverdelen staat een grote, over het water hangende boom. Een wilg met een dikke tak die me een goed uitkijkpunt kan verschaffen in de directe omgeving. Lang zal ik hier niet ten volle van kunnen profiteren, want het takkengordijn vult zich al snel met vers, groen blad. Meteen dus maar eens proberen. De met mos en begroeide stam maakt het klimmen niet makkelijk. Dat ging vroeger toch wel een stuk eenvoudiger, en met meer zekerheid! Toch is het de paar schrammen en vuile kleding waard. Al snel zie ik een paar open plekken tussen de verder donkere bodem. Tekenen van karper zie ik niet en na een dik kwartier verlaat ik de tak om mijn zoektocht te vervolgen. Eerst pak ik er mijn aantekenboekje bij en maak een plattegrond van het water en teken de open plekken en lelieveldjes in.
INTERESSANT? LEES HET HELE ARTIKEL IN KARPERWERELD 133
Nu te koop in de winkel of neem een voordelig jaarabonnement voor slechts € 46,50
MARTIJN DEKKERS: Strandfeederen is een visserij die voor jong en oud is weggelegd. Zelfs de meest ervaren zeevissers raken steeds meer aan deze visserij verslaafd. Niet geheel verwonderlijk aangezien je ontzettend weinig materiaal nodig hebt en de visserij heel erg gemakkelijk is. Dat het een effectieve visserij is blijkt wel uit de vele wedstrijden die gewonnen worden door vissers die de feederhengel uit de foedraal toveren
Licht bepakt
Strandfeederen kenmerkt zich door de geringe afstand waarop gevist wordt. We vissen ergens tussen de 5 en de 50 meter op een geringe diepte. Zware hengels, ankerlood, grote kisten en steunen waar een Scud-raket op gelanceerd kan worden laten we thuis. We gaan lekker licht bepakt richting het water! Een of twee hengels met kleine molens, een rugzakje, twee losse steuntjes en een koelbox met aas en wat eten en drinken is alles wat me mee ‘sjouwen’.
Feederen
Zoals de naam al aangeeft, we vissen niet met een lange, zware strandhengel, maar met de feederhengel. Dat kan een feederhengel zijn die je op het zoete water gebruikt, of een speciale strandfeeder, beide hengels zijn hiervoor geschikt! Onder de strandfeeder monteren we een molentje uit de 3000-5000 klasse, speciale eisen zitten hier niet aan, enkel de slip dient goed te werken. We vullen de molen met een nylon lijn van 25-30/00 of een gevlochten lijn van 10-14/00, dat is een persoonlijke keuze. Een voorslag is niet nodig, mag wel, maar persoonlijk laat ik deze achterwege.
Kleine haken
De meeste onderlijnen zijn geschikt voor het strandfeederen. Het beste neem je een paar verschillende mee naar het water. Een paar lijntjes met kunststof afhouders, een paar met metalen afhouders en een paar wapperlijntjes volstaat ruimschoots. Er moet wel gelet worden op de haakmaat. Ze mogen best wat kleiner zijn dan gemiddeld tijdens het zeevissen. Haakje maat 4 mag, maar het is vaak beter om een haakje maat 6, 8 en zelfs 10 te nemen. De meeste hengelsportzaken hebben deze wel in de zoute hoek hangen. Bestellen op internet kan ook en als je op Facebook te vinden bent zoek dan eens naar de hobby-knopers, zij maken de beste lijntjes en kunnen je ook prima adviseren.
Minder dan 100 gram
Het lood dat we kiezen gaat maximaal tot 130 gram, maar meestal komen we niet boven de 100 gram uit. Het lood kies ik in de meeste gevallen plat of een piramidelood. Beide hebben veel grip op de zanderige bodem. Kies je lood zo licht mogelijk, dat het wat verschuift is geen enkel probleem.
Welk aas?
Als aas is het reguliere zeeaas zoals zeepieren en zagers prima geschikt. Kan je aan kleine zagertjes komen, dan genieten deze absoluut de voorkeur! Wil je wat variatie neem dan ook mesheften mee. Wie echt eens verrast wil worden hangt een stripje makreel of inktvis aan de haak. Vrij onbekend in Nederland, maar vangen doet het weldegelijk. Vaak vang je dan ook nog de meest bijzondere soorten.
Variatie aan vissoorten
Afhankelijk van het seizoen kan je op deze geringe afstand toch een heel scala aan vissoorten verwachten. Denk dan aan botten, zeebaars, meuntjes, paling, tong, wijting en met wat geluk zelfs een mooie tarbot. Denk niet dat je enkel kleintjes vangt voor het kantje, grote vissen hebben echt niet meer nodig dan een halve meter water om er te komen foerageren!
Wat zijn goede stekken?
Stekken zijn er in overvloed, het gehele strand leent zich voor deze visserij. Hotspots zijn muien, zwinnen, zandbanken en uitlopen van slijtgeulen. Deze zijn gemakkelijk te herkennen door onderbrekingen in golven, glad water of veranderingen is stroming. Wil je hier het fijne van weten lees dan de Zoute Korrel die gewijd is aan strandstekken.
Welk getij is het beste?
Naast de lichte visserij, het scala aan vissoorten en het geringe materiaal wat je mee dient te nemen heeft het strandfeederen nog een groot voordeel. Je bent geheel onafhankelijk van het getij. Ieder getij, eb, vloed, opkomend of afgaan, je kan altijd vis vangen met de strandfeeder.
Goede leerschool voor de jeugd
Strandfeederen is een uitstekende leerschool voor kinderen. Ze kunnen bij het strandfeederen echt alles zelf doen, zelfs werpen. Ongeacht of ze nu 10 of 50 meter werpen, ze kunnen altijd hun visje vangen en kinderen die zelf alles mogen en kunnen doen raken vele malen sneller gemotiveerd om weer eens te gaan vissen natuurlijk. Kortom: strandfeederen is simpel, erg leuk, doeltreffend en echt iedereen kan het. Wat houd je nog tegen?
Nog meer weten over het strandfeederen? Kijk dan eens in de Beet van februari 2020.
Vanwege de vraag naar de Inception Feederchair van Preston Innovations, is deze feederstoel weer bijgemaakt en opnieuw verkrijgbaar in de winkels. De Inception is een feederstoel die je kunt opbouwen met de Offbox accessoires die je ook op je normale Preston viskist schroeft.
Gebruiksgemak en comfort…
Op iedere ondergrond
Gemak en comfort gaan prima samen bij deze feederchair. Hij weegt slechts 7,2 kilo en is gebaseerd op een lichtgewicht en stabiel onderstel met volledig verstelbare 30 mm poten. Daarmee is de stoel stevig op iedere ondergrond te plaatsen.
Accessoires
Voor transport zijn de rugleuning en de poten in te klappen en past hij gemakkelijk achter in de auto. Dankzij een schouderriem kun je hem makkelijk dragen. En zoals gezegd passen de Preston OffBox accessoires zoals sidetrays en feederarmen op de chair voor nog meer gebruiksgemak.
Als het water warmer wordt en de vissen graag bovenin de waterlagen vertoeven is het tijd om de pellet waggler erbij te pakken. Hiervoor is een hengel met de juiste actie en lengte wel belangrijk. Shimano heeft dit seizoen onder de naam Aero X5 twee prachthengels uitgebracht voor het vissen met de pellet waggler.
Soepele kwaliteits blanks…
Twee versies
Deze tweedelige Aero X5 Pellet wagglers zijn verkrijgbaar in een 305 cm lange versie en in een allround 335 cm uitvoering. De 305 cm lange uitvoering is voor het vissen tussen vastestokafstand tot zo’n 20/25 meter en als er op snelheid op F1tjes gevist met worden. De 11ft (335 cm) versie is het meest allround van de twee en geschikt voor het vissen tussen 20 en 35 meter en verder. De extra lengte is ook ideaal bij stekken waarbij je iets hoger op de kant zit en in het geval dat de vis wat dieper zit en je langere onderlijnen moet gebruiken.
De Aero X5 beschikt over een zeer goede prijs-kwaliteitsverhouding en volgens de berichten van diverse gebruikers de beste hengels die Shimano heeft uitgebracht in deze prijsklasse. Ook qua uiterlijk springen de X5 hengels in het oog en is de bekende blauwe Shimano kleur terug te vinden in de vorm van subtiele wikkelingen op de blank.
Met anti-tangle geleideogen.
Anti-tangle ogen
Ook qua technische specificaties mogen de Aero X5 hengels er zijn; ze zullen beslist in de smaak vallen bij veeleisende hedendaagse witvissers. Een slanke blank, hoogwaardige anti-tangle geleideogen voor optimale werpeigenschappen – erg belangrijk waar je de hele dag veel moet ingooien en binnendraaien of drillen, een hoogwaardige molenhouder en kurken greep met EVA afwerking op kritische punten maken het geheel af.
Hier de specificaties:
Lichtgewicht, reactieve en sterke XT60 + HPC + NANO blanks
Super lichtgewicht Seaguide XOG single leg intermediate anti-tangle geleideogen voor gewichtsbesparing
Het ouderwetse ‘bommetje’ is door de commercials en karpervijvers nieuw leven ingeblazen en Preston Innovations haakt erop in met een nieuwe uitvoering in de ICS range. De afkorting staat voor Inter Change System, wat er op neerkomt dat je tijdens het vissen snel van gewicht kunt wisselen.
De ICS Inline Match Cubes zijn snel te verwisselen.
Het ingenieuze Inter Change System.
Cubes
De betreffende – loodvrije- bommetjes heten bij Preston Inline Match Cubes. Ze zijn compatible met de andere ICS materialen van Preston, waardoor je ook van bommetje naar ICS voerkorven kunt wisselen. Bijkomende voordeel is dat je bij het inpakken van je hengels het lood van de ICS geleider kunt halen, zodat je geen schade aan je hengels krijgt.
Twee per verpakking
De Inline Match Cubes verschijnen in vier maten in de gewichten 15, 20, 30 en 45 gram. Twee per verpakking. Kijk op de Preston website voor alle ICS varianten, inclusief de Cubes.
Guru heeft onlangs de langverwachte N-Gauge hengelserie uitgebracht. Deze opvallende ‘metallic’ feederhengels zijn er in zes uitvoeringen die alle visserijen bestrijken in het feeder en wagglergebied. Ideaal voor de commercials ook. Misschien een mooi moment om eens zo’n prachtige betaalbare N-Gauge hengel aan te schaffen, samen met de Guru Methodfeeder Startersgids?
N-Gauge hengels: voor starters en gevorderden.
Allround
De N-Gauge serie bestaat uit vier feeder hengels en twee waggler hengels. De N-Gauge hengels zijn ontworpen als een allround high-end commercial serie met een zeer goede prijs-kwaliteit verhouding. De serie is bed oeld voor een grote diversiteit aan visserijen, of het nu gaat om het vangen van grote karpers op commercials of juist een subtiele visserij op kanalen met lichte lijnen en kleine haken, maakt niet uit.
Methodvissen is niet moeilijk, maar wel doeltreffend.
Zes hengels
De vier feederhengels zijn verkrijgbaar zijn in 9 ft (2,7 m) 10 ft (3 m) 11 ft (3,3 m) 12 ft (3,6 m) en twee waggler hengels 10 ft (3 m) en 11 ft (3,3 m).
Je ziet ze niet gauw over het hoofd.
Startersgids
Daarnaast heeft Guru de Methodfeeder Startersgids uitgebracht om beginnende vissers op weg te helpen. Deze staat vol met informatie om aan de slag te gaan met de methodfeeder. Het boekje geeft antwoord op de belangrijkste vragen, heeft een duidelijke shoppinglist en helpt beginnende vissers om goed voorbereid aan de waterkant te verschijnen en om natuurlijk die eerste karper te vangen. Deze startersgids is gratis verkrijgbaar bij jouw lokale hengelsportspecialist.
Joeri Devisch (B)
Joeri Devisch is tweevoudig Belgisch strandviskampioen en vist al 18 jaar in teamverband, momenteel voor het PVE Eria DAM/Imax-team.
Hoe zien uw vismaanden er in mei en juni uit aan de Vlaamse kust en wanneer begint het seizoen voor u, normaal gesproken?
Vanaf mei wordt normaal gezien het wedstrijdseizoen redelijk druk. Door het warmere water is de wintervis dan al weggetrokken en kunnen de zeebaars en botjes stilaan korter onder de kant gevangen worden. Een moeilijk moment is...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Rugzak op, wandelschoenen aan, hengel in de hand en struinen maar! Streetfishing is één van de jongste typen visserij die er momenteel beoefend worden en is niet zonder reden razend populair. De steden en havens langs de kust van Noorwegen lenen zich hier ook uitstekend voor! Bergen is daar een mooi voorbeeld van en bovendien goed bereikbaar.
Vrij vertaald betekent streetfishing ‘straatvissen’ en gebeurt, zoals de naam doet vermoeden, vanaf ‘de straat’. Het is een heerlijk vrije manier van visse...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
BRAM COLE – Hopelijk komen vanaf mei onze innig geliefde scheefsmoelen de kustwateren weer in groten getale onveilig maken. De tongvisserij is toch vooral een statische visserij en soms moet je wat geluk hebben om er veel te ‘klissen’. Maar aan succes kun je vaak zelf goed sleutelen, geloof me maar! Graag geef ik enkele tips en tricks mee die je kans van slagen behoorlijk zullen verhogen om deze lekkernij op je bordje te krijgen.
Als bootwedstrijdvisser probeer je steeds meer te vangen dan je collega-wedstrijdvissers, dus vanuit dat idee ga je op zoek naar manieren om het verschil te maken. Vaak wordt je zoektocht en het harde werken beloond, maar soms draait het uit op een teleurstelling. Niet getreurd, dat hoort er nu eenmaal bij. Toch kun je het succes een beetje afdwingen door er klaar voor te zijn en je aanbieding te verfijnen. Ik hoop dan ook dat het de lezers met onderstaande inzichten meer vis oplevert!
Bram in zijn favoriete hoekje bij Robby Fish…
Locatie en zoeken
Er zijn criteria die extra belangrijk zijn bij het tongvissen. In grote lijnen is dat natuurlijk niet anders dan bij andere gerichte visserijen. Belangrijk om te weten is dat tongen zich vaak in modderige zonken (kuilen) schuilhouden, omdat daar voor hen vaak een tafel gedekt staat. Het is dus niet toevallig dat je soms meer dan één tong vangt op datzelfde plekje. Wel, daar draait het nu om! Je moet bewust gaan zoeken naar dat ultieme tongstekje en je zoeken focussen op die paar vierkante meters. Als je met twee hengels vist, werp je deze bewust in twee verschillende richtingen; je kunt bijvoorbeeld uptide, dwars op stroom, downtide of gewoon verticaal laten zakken onder de boot. Bij het inwerpen is het belangrijk dat je goed naar de kant kijkt en zoekt naar een herkenningspunt. Schat daarbij tegelijk de geworpen afstand, zodat je bij een tongvangst wederom naar hetzelfde plekje kunt gooien. Houd er wel rekening mee dat de positie van de boot constant wijzigt. Indien je met een van je hengels meermaals succes hebt, dan doe je er goed aan om ook de andere hengel met een identieke onderlijn in dezelfde richting te gooien. Nu je dit allemaal weet, rest enkel nog de juiste concentratie te zoeken om dit lange tijd vol te houden. En dat kost best wat inspanning, en daarom zijn er niet veel die dit goed kunnen.
Onderlijnen en haken
Als je naar de mondopening van een tong kijkt, dan zie je tegenover veel andere vissen dat het allemaal veel kleiner is. Ga dus niet aan de slag met te grote haken. Een langstelige haak in de maat 4 tot 8 is vaak perfect. De grootte van je haak is afhankelijk van welk soort aas je wenst te gebruiken – hierover later meer uitleg.
Vanaf de boot is de topfavoriet onder de lijnen de onderlijn met drie verzwaarde gevlochten afhouders met haakje 6-8. Als haaklijntje volstaat gekleurde (favoriet: zwart of rood) Amnesia 5,4 kg. Indien het hard stroomt, kun je deze verzwaren naar 6,8 kg. Met deze onderlijn kun je perfect het terrein verder van de boot afzoeken. Een niet te missen onderlijn!
Grote haken zijn niet nodig bij de scheefsmoeltjes.
Een heel ander verhaal wordt het als je onder de boot vist. Hierbij verkies ik een systeem dat niet te statisch is. Mijn voorkeur gaat hier naar een downtide-lijn waarbij je lijn achter het lood komt. Een licht verzwaarde ‘kippenpoot’ zou ook kunnen. Houd er wel rekening mee dat je voor beide systemen een minimum aan stroming nodig hebt.
Gericht op de wat grotere tongen durf ik zeker ook actief vissen met kleine blinkertjes aan de lijn, die door gecontroleerd en regelmatig te bewegen extra aandacht vragen. Deze monteer ik dan op drie niet-verzwaarde afhouders van ongeveer 21 cm – dit om soepele, zo natuurlijk mogelijke bewegingen mogelijk te maken. Oefening baart kunst, maar zeker het proberen waard.
1 van 3
Belangrijke ingrediënten: Amnesia zwart of rood en langstelige haken. En die schuifloodjes? Hiermee kun je van een niet-verzwaarde lijn heel snel een verzwaarde lijn maken. Het loodje plaats je op je hoofdlijn net boven de onderlijn!
Hierdoor krijg je een dun sappig hapklaar worstje, niet te dik en niet te lang!
Aas: wat doe ik ermee?
Vanuit mijn vele deelnames aan WK’s heb ik geleerd dat aas een van de belangrijkste zaken is die ons succes bepaalt. Welke soort en kwaliteit is belangrijk, maar ook wat je ermee doet is zeer van belang. Daar wil ik even wat dieper op ingaan.
Zagers en kweekzagers zijn favoriet aas en zeker als de zagers ‘los’ zijn en in het natuurlijke habitat aanwezig zijn. Zelf vis ik het liefst met wat dikkere steekzagers, maar maak de stukjes niet te groot. Ze zien er toch altijd zo lekker vol en smakelijk uit – moest ik een tong zijn natuurlijk! Met de kleine kweekzagers is het verstandig om een trosje te maken en hiermee onder de boot te vissen. Zo ga je vermijden dat ze van je haak vliegen bij het inwerpen. De trosjes geven heerlijk veel beweging als je aas vers is en wanneer je het fris bewaard hebt uiteraard.
Jacky Gevaert met drie tongen op de ms. Joanel.
Ook met zeepieren kun je zeker op tong vissen, geen probleem. Maar probeer het volgende maar eens. Eerst prik je de pier stuk, zodat het merendeel van het vocht eruit vloeit, en daarna ga je deze lichtjes inbinden met bindelastiek en knip je deze naar de gewenste lengte (5-6 cm). Hierdoor krijg je een dun sappig hapklaar worstje, niet te dik en niet te lang! Het nadeel hierbij is wel dat je de discipline moet hebben om dit elke keer bij het opdraaien weer te vernieuwen.
Joël kan er hier drie tegelijk noteren!
Tappen; absoluut mijn favoriet voor maatse tongen. In tappen heb je vele soorten, waarvan de iets kleinere lichtbruine of de grote zwarte de bekendste zijn. Zo heeft iedereen zijn favoriet waarschijnlijk, maar voor mij hebben de grote dikke zwarte tappen al veruit de meeste en ook de grootste tongen opgeleverd. Nu bestaan er toch een paar puntjes waar je op moet letten. Als je een groter stukje aas wil monteren, moet je ook je haak wat aanpassen. Heel concreet: ik vis graag met haakmaatje vier waarop ik slechts één stuk tap monteer van een 2-3 cm. Om een mooie en niet-tollende aasaanbieding te hebben, kun je deze ook inbinden met dunne bindelastiek.
Leo Wouters is succesvol met verzwaarde getorste afhouders.
Op plaatsen waar veel krab en garnalen zitten die steevast je haken binnen de kortste keren leegeten, zou ik aanraden om je aas in te binden en meer gebruik te maken van beweeglijke twisters die de kleine belagers soms toch wat langer op afstand houden, waardoor onze geliefde tongen meer kans krijgen!
Graag zou ik wat meer neerschrijven, maar helaas is de plaats beperkt. Er valt nog veel te vertellen over het tongvissen. Gelukkig leef ik me ook al eens uit door een workshop te geven in mijn topclubje Robby Fish Zeehengelclub. Ik hoop dat jullie extra geprikkeld zijn om met deze informatie aan de slag te gaan. Veel succes en geniet van je hobby!
De populaire Stiki Method Pellet range van Sonubaits is aangevuld met drie nieuwe smaken. In de serie pellets kun je nu ook de Banoffee, Chocolate Orange en Krill & Squid inzetten voor de vaste stok of methodfeeder.
Eenvoudig
Het kan bijna niet eenvoudiger: je doet 150 ml water bij de pellets en je kunt ze na het intrekken kneden tot een voerbal of er een methodfeeder mee vullen. Ze verschijnen in 2 en 4 mm diameter. De drie nieuwe smaken hebben ook een kleurtje meegekregen voor extra attractie.
Attractief spulletje…
In zakken van 650 gram.
Vismeel
De basis van de Stiki Method Pellet bestaat uit vismeel, aangevuld met onder meer wat visolie. De pellets breken snel af onder water. Ze zijn dus bij uitstek geschikt voor de witvissers en karpervisser met vaste stok of (method)feeder, al dan niet op de commercials of in het openbare water.
In één van de afleveringen van VisTV over het zeevissen aan de stranden van Oostkapelle werd door de presentatoren loodvrij gevist. Jazeker, op zee. Sportvisserij Nederland heeft de doelstelling om in drie jaar tijd met z’n allen te zorgen voor eenderde minder loodgebruik bij het vissen en in 2027 zelfs compleet van het lood af te zijn. Wat vind jij daarvan; gedoe voor ‘groene gekkies’ of gewoon een goed voornemen? Michel van Spankeren ging testen en bericht in twee afleveringen over zijn bevind...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Bestemming voor groot én divers
Na vijf keer op de Canarische eilanden gevist te hebben, was de rek er voor Pieter Beelen wel uit qua potentiële nieuwe soorten. Voor hem kwamen toen, na een gesprek met Michael van Stein, de Kaapverdische eilanden in het vizier. Michael woont op het eiland Maio en werkt er als visgids. Volgens hem zou Pieter zeker vijftig soorten in een week kunnen vangen. En dat moet je deze soortenjager geen twee keer zeggen…
Tekst: Pieter Beelen Foto’s Pieter Beelen en Peter O...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Frankrijk is een zeebaarsland pur sang. Van de Middellandse Zee, langs de ruige rotskusten van Bretagne en de vlakke stranden van Normandië: de 3.427 kilometer lange kust van Frankrijk kent een grote verscheidenheid aan habitats voor de ‘Labrax’. Geen wonder dat de Fransen ons een lesje kunnen leren in het vak zeebaarsvissen. Exclusief voor Zeehengelsport geven twee Franse pikeurs daarom de stand van zaken voor 2020 weer, met de beste technieken en kunstaasjes voor de zeebaars.
Tekst & foto’...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
De term ‘LRF’, oftewel Light Rock Fishing, wordt steeds bekender en populairder. Het superlichte zeevissen op alles wat er binnen hengelbereik te vinden is, wordt eigenlijk onderverdeeld in twee takken: het werpend vissen op soorten zoals geep en makreel en het peuteren tussen de stenen, waarbij minder alledaagse soorten het doelwit zijn.
Tekst & foto’s Sjors Waterschoot
Eigenlijk wordt er, wanneer men van ‘LRF’ spreekt, uitsluitend het vissen met kunstaas bedoeld. Maar ik ben van mening dat...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Freelinen in een rollercoaster
Hééééél langzaam zakt het stukje tonijn naar beneden. Al 431 keer is er zo’n etterbak langsgekomen om met een minachtende blik van ‘Ik doe net of ik niks zie’ of erger nog: met een zo mogelijk nog minachtender kolk vlak onder het aasje de benen te nemen. In de meeste gevallen de visserman met het lichte spinstokje in razernij achterlatend in een concentratie-oefeningetje van heb-ik-jou-daar. Want soms, heel soms…
Bij een televisiefilm met flashbacks klaag ik nog we...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Smullen van pepesan ikan
JOHN WILLEMS - Het is een trend om steeds minder tijd te besteden aan het zelf bereiden van ons eten en als we dan toch koken is het vaak met voorgesneden en voorbewerkte producten uit de supermarkt. Snap ik best, want we zijn oh zo druk. Toch heeft zelf koken zijn voordelen. De gezondheidsaspecten zijn duidelijk: in de meeste voorbewerkte producten zit te veel zout, suiker en conserveermiddelen. Na een drukke werkdag is koken voor mij een soort ‘Zen moment’. Vrijwel elk...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Je zag hem misschien al voorbijkomen in de media: een forse meerval die Wesley de Korte ving in de Maasplassen. De sportvisser uit Beek en Donk ving de 200 cm lange roofvis aan een dode baars als aas…
Waar hij hem precies ving? Dat laat De Korte liever in het midden, want hij houdt zijn favoriete stek liever geheim, zo vertelt hij in het artikel in het AD. Wesley had al de hele nacht gevist en ving reeds twee meervallen van zo’n 140 cm en kreeg de grootste er tegen ochtend aan. “Ik gok dat ie zo’n 80 kilo woog. Dat is zwaarder dan ik zelf ben.”
Klik hier om het volledige artikel in het AD te lezen.
Valkuil voor gevorderden
Tekst & foto’s Rolf Bouman
‘Ik kan niet wachten totdat ik weer naar mijn stek kan gaan’, een veelgehoorde uitspraak van karpervissers. Zo’n beetje iedere rechtgeaarde karperaar heeft wel een paar wateren waar hij zijn hart ooit is verloren en waar hij ieder jaar graag terugkeert. En dan vaak ook nog eens op dezelfde stek. Steevast onder het mom van: ‘De afgelopen jaren liep het hier heel goed, dus dit jaar zal het ook wel goedkomen’. En vaak hebben ze gelijk, karpers...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Puzzelstukjes
MAARTEN OOSTING - Iedereen kent het wel: dat gevoel van ‘waar moet ik in hemelsnaam beginnen?’ Dat is ook mijn eerste gedachte bij het zien van een van de grootste wateren van Frankrijk. Ruim 4.000 hectare woeste binnenzee, waar we met geen mogelijkheid met een boot op kunnen door de hoge golven. De overkant is nauwelijks zichtbaar... Hoe ga je hier karpers vangen?
Een moment van ontspanning tussen al het zoekwerk door.
Gelukkig is de wind de volgende dag behoorlijk in kracht afgen...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Het klinkt een beetje als een jongensdroom; uitgenodigd worden om op een tropisch eiland het vissen in kaart te brengen. Zo verging het Thomas Michielsen. Hij werd door een groepje vrienden uitgenodigd het vissen op Isla Cébaco in Panama te onderzoeken. Deze vrienden gingen voor de tweede keer naar het eiland in de Oost Pacific om verder te bouwen aan een Surfers Beach house, een vierpersoons appartement dat in de toekomst verhuurd zal worden. En ze wilden weten of je er ook goed kon vissen…
Of je er ook goed kon vissen…tja. Hier vriend Niels met een Cubera snapper.
Pionieren
Natuurlijk zei ik geen ‘nee’ op dit aanbod om op het eiland te gaan pionieren op visgebied. Met een groepje boekten we een ticket van Schiphol naar Panama City, rechtstreeks met KLM. In Panama City hebben we overnacht in het Panama Zen Hotel, waarna we met onze gehuurde bus van Panama City naar Mariato zijn gereden. Vanaf hier was het nog enkele uren met een taxi om daarna per boot de overtocht van 45 minuten te maken naar het eiland.
Palmen en kokosnoten…
Wat zou je hier vanaf het strand kunnen vangen?
Panama
Isla Cébaco is een uitzonderlijke plek om te surfen, daarom is Bert, onze stamleider, zo verknocht aan Panama en in het bijzonder Isla Cébaco. Bert komt al 15 jaar in Panama en heeft er veel contacten. Ook met een familie die ons onderdak kon bieden. Deze familie heeft een tweetal schippers en een eigen boot. Met Juan en Ernesto zijn we enkele dagen de zee op geweest om de Pacific te verkennen.
Nou Pieter Beelen…kom er maar in!
Speedjigs
Na alle horrorverhalen over verdwenen hengelkokers, gebroken hengels, verboden middelen en dergelijke hadden wij gelukkig geen probleem bij de KLM. Onze twee tot de nok gevulde ruimkoffers (45 kg) én een PVC hengelkoker kwamen probleemloos aan in Panama City. Alleen mijn speedjigs in mijn accessoiretas moesten even door het scanapparaat.
Vissoorten met kleuren en stekels in alle varianten…
Vernield
We waren goed voorbereid op stap en hadden hengels in de lichte categorie tot aan ultra-zwaar om alle mogelijke visserijen te toetsen. Alle soorten kunstaas die we mee hadden genomen hebben zwemles gehad in de Pacific. Een groot deel, voornamelijk zacht rubber, is er niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. De dure Fiiish shads waren in trek, maar werden ook in luttele seconden compleet vernield door de aanwezige Triggerfish, Pufferfish, Needlefish en Emperor.
Deze vis leek op een kruising tussen een harder en een Arapaima. Weet iemand de naam? Laat het weten op Facebook…
Natuurlijk waren er ook soorten die we niet op naam konden brengen of niet op internet konden vinden. De meeste kleine visjes die we in de tide-pools vingen hebben we teruggezet zonder research.
Benieuwd naar bewegende beelden? Klik hieronder om de video van zijn verblijf op Isla Cébaco te bekijken.
De visserij op zogenaamde ‘snake lakes’ is voor de Engelse visser John Brownlie een van zijn favoriete visserijen geworden. In vergelijking met de openbare Engelse vaarten en kanalen, waar het schrapen is voor vis, is op een zo’n slangvormige commercial een fatsoenlijk net vis bijna gegarandeerd.
Tekst & foto’s John Brownlie
Tijdens wedstrijden moet je enigszins geluk hebben om een goed stek te loten. Op deze commercial zijn er aantal bruggen, de stekken die het dichts bij zo’n brug liggen zijn doorgaans het beste. Maar zelfs als je op zo’n stek loot, dan nog moet je er goed vissen om te winnen. Ik heb het geluk gehad dat ik de laatste tijd twee keer op dat soort plekken kon zitten; beide keren resulteerde dat in de winst. De eerste keer was op een zeer winderige dag met 30 kg, de andere keer met ruim 23 kg.
Wellicht kun je je voorstellen dat bij het opzetten van je setup en gereedmaken van het materiaal de vissen wat verstoord worden. Daarom is de verre oever vaak de plek om te beginnen; door de verstoring zal een groot deel van de vissen hier naartoe trekken. Als de omstandigheden het toelaten, dan is één van de beste methoden het vissen met een expander pellet op een bedje van micro pellets; en dat is precies wat ik ga doen tijdens deze korte oefensessie.
Het duurt niet lang voordat de eerste vis binnen is!
Met de markering als referentie kun je zorgeloos de dobber schuiven
ZWAAR PEILEN
Het perfect presenteren van je dobber en aas is gewoon niet mogelijk zonder het gebruik van een peilloodje. Het beste is om een zware te gebruiken, aangezien je dan het gewicht het best op de bodem kunt voelen. De dobber kun je zo goed afstellen. Onthoud of markeer deze diepte, bijvoorbeeld met een markeerstift of Typ-Ex op de hengel. Soms moet je wat spelen met de visdiepte; vis je met een staande haak, de gehele onderlijn of slechts een deel plat op de bodem? Met de markering als referentie kun je zorgeloos de dobber schuiven, maar stelt me in staat om onmiddellijk terug te keren naar de oorspronkelijke visdiepte zonder dat ik opnieuw een peilloodje moet inleggen.
Een zwaar peilloodje om de stek goed te kunnen ‘voelen’.
WEL OF GEEN LIJNER?
Doordat je hier op afstanden tussen de 10 en 14 meter aan de overzijde vist, betekent dit dat je met een vaste hengel de beste controle en nauwkeurigheid hebt om je montage en het voer te plaatsen. Een vaste hengel visserij dus, waarbij mijn vertrouwde Sphere Zero-G Power Partner goed van pas komt. Deze hengel combineer ik met Xitan Micobore 1.9 mm Pink elastiek, met een rating van 7-9. Ideaal voor de gemiddelde grootte van de vis, ongeveer 350 gram, maar je bent ook gemakkelijk in staat om de grotere karpers te landen.
De montage die ik gebruik is relatief eenvoudig en bestaat uit een 0,30 gram zware, korte dobber, model rugbybal vorm, met een relatief dikke, goed waarneembare bovenantenne. Hiermee kun je gemakkelijk het onderscheid maken tussen lijnbeten en echte aanbeten. De bovenlijn is een 16/00 een Cenex Hybrid Power Mono, de 15 cm lange onderlijn is van 11/00 fluorocarbon en als haak een maatje 18.
De meest gebruikelijke verdeling is om zes nummer tien hageltjes te gebruiken, die met zo’n 2,5 cm afstand tot elkaar geplaatst worden. Het laatste loodje plaats ik net op de onderlijn, zodat de lus-in-lus verbinding zich mooi strekt. Daarnaast gebruik ik ook graag een aantal Micro Soft Shots om de dobber heel precies uit te loden, deze kun je indien nodig aanpassen. Tot slot bevestig ik soms twee nummertjes acht ongeveer drie centimeter boven de dobber. Wanneer er iets trek staat op het water, kun je dankzij deze kleine aanpassing de dobber heel stabiel op de plek houden.
Om de stek op gang te brengen voer ik met 2 mm micro pellets, als haakaas 4 mm expanders. De mais neem ik als back-up altijd mee!
BLIJVEN AANPASSEN
De voer- en aasaanpak is vandaag is eenvoudig: 2 mm micro pellets die worden gevoed door een kleine pole cup en 4 mm expanders voor de haak, die gisteravond zijn voorbereid. Tevens heb ik als back-up wat gemalen zoete blikmais op de aastafel staan. Bij aanvang introduceer ik ongeveer twintig micro’s in de pole cup en laat het haakaas direct zakken; binnen enkele seconden haak ik mijn eerste vis, een karper rond een pond zwaar. Dat belooft nog wat voor de rest van mijn visdag!
Er volgen nog meer karpertjes. Om het beste uit de stek te halen is de voertactiek erg belangrijk: ga je de hoeveelheid micro’s gelijk houden, of voer je juist meer of minder? Er bestaan hier geen vaste regels voor, want elke dag is anders, maar zoals vandaag begin ik op een gegeven moment ook vissen vals te haken na het inwerpen. Het teken dat ze vanaf de bodem zijn gekomen en in een hogere waterlaag het zwemmen, dan wel het voer onderscheppen.
Als uitgangspunt ongeveer 20 pellets in de pole cup; op basis van het aasgedrag en de beten varieer je met de hoeveelheid.
Het is vaak veel beter om de nieuwe situatie te omarmen en de dobber ondieper af te stellen, presenteer het haakaas enkele centimeters van de bodem
Als dit gebeurt, dan kun je hier op een aantal manieren op inspelen. Ten eerste kun je proberen wat het gevolg is wanneer je de voerhoeveelheid naar beneden bijstelt. Helpt dit niet, dan kun je ook de loodzetting aanpassen naar een gegroepeerde loodzetting; zodoende zal het haakaas sneller langs de vissen naar de bodem zakken in vergelijking met de verspreide loodzetting die ik bij aanvang hanteerde. Maar veel beter is het om deze nieuwe situatie te omarmen en de dobber zo af te stellen dat je het haakaas een paar centimeter, of soms een stuk meer, van bodem presenteert. Hoeveel? Ook dat is weer een kwestie van blijven aanpassen. Dit betekent misschien minder beten, maar de beten die je vanaf dat moment krijgt resulteert vaak in goed gehaakte vissen. En dat is heel belangrijk, bij elke witvistechniek! Je moet vals haken altijd ten koste van alles proberen te voorkomen; een ‘foul-hooker’ kan de hele stek om zeep helpen en vaak de onderlijn beschadigen. Daarmee gaat kostbare vistijd verloren.
Drejø, een klein eiland ten zuiden van Funen in Denemarken, is bij weinig vissers bekend omdat het zo ver weg is van alles. Het is in ieder geval een van de meest voor de hand liggende plaatsen voor het vissen op zeeforel, want het is gemakkelijk te bereiken, zelfs als je geen auto hebt. Vanaf Kopenhagen is het minder dan vier uur met het openbaar vervoer – trein en veerboot – tot je op het kleine eiland staat, klaar om te vissen. Drejø biedt volop mogelijkheden om te vissen op loopafstand. Ideaal voor een lang weekend.
Tekst en foto’s Terkel Broe Christensen
Drejø ligt ten zuiden van Funen, ten noorden van Aero en ten westen van Langeland – allemaal bekende zeeforeleilanden. Drejø ligt in een archipel samen met een aantal andere eilanden met een groot aantal fantastische visplekken. Bjørnø, Avanarkø en Lyø kun je uit Faaborg verkennen. Drejø, Skarø en Hjortø vanuit Svendborg en Strynø vanuit Rudkøbing Stuk voor stuk supereilanden voor zeeforel die met de veerboot binnen een uur te bereiken zijn. In dit artikel neemt de auteur je mee naar Drejø, in september wanneer de herfstvisserij zijn hoogtepunt bereikt.
Viskoorts
Drejø is met zijn open rotskusten aan de voet van steile hellingen en uitgestrekte kustvlaktes een van mijn favoriete eilanden. Hier voel je direct de unieke eilandsfeer op het moment dat je van de veerboot afspringt. Daarom heb ik een aantal van mijn collega’s uitgenodigd om in september een paar dagen naar Drejø te komen. We ontmoeten elkaar in haven van Svendborg om daar met de veerboot M/V Højstene, die Drejø en het naburige eiland Skarø aandoet, over te steken.
16 km kustlijn… en overal kun je zeeforel tegenkomen!
Kort voor vertrek is de laatste man Martin nog in geen velden of wegen te bekennen als de laatste passagiers aan boord zijn gegaan en de veerboot vertrekt. Vijf minuten later belt hij ons op met de mededeling dat hij de veerboot voor ons heeft genomen en al staat te vissen en al vier zeeforellen heeft gevangen! Je kunt begrijpen dat bij ons de viskoorts een hoogtepunt bereikt. We springen ongeduldig aan wal zodra de veerboot in de kleine haven van Drejø aanmeert. We lopen niet meer dan een paar minuten voordat een tractor ons inhaalt. Als hij ons passeert, stopt hij. De chauffeur springt uit de cabine en schreeuwt: “Hebben jullie het appartement bij de kruidenier gehuurd?” Het blijkt Johannes te zijn, de huisbaas die ons een lift naar het stadje aanbiedt. Terwijl wij onze rugzakken, proviand en visspullen op de wagen gooien, vertelt Johannes ons dat een paar van de lokale vissers de afgelopen weken zeer goed hebben gevangen.
Zonder auto
Het eilandje Drejø is heel goed te bereiken, ook zonder auto. Van het vliegveld van Kopenhagen ben je met de trein in 2-3 uur in Svendborg. De haven, vanwaar de veerboot naar Drejø vertrekt, ligt op 5 minuten lopen. De overtocht duurt een uur. Vanaf de haven van Drejø is het 10 minuten lopen naar het dorpje waar veel goedkope accommodaties zijn. De dichtstbijzijnde visstek ligt al op 6 minuten lopen. Næbbesodde ligt het verst weg, op 4 kilometer van het dorpje. Er zijn fietsen te huur. De veerboot vervoert ook auto’s.
Tractor te leen
We hebben vier uur de tijd tot zonsondergang. Met de westelijke windrichting van vandaag hebben we drie visgronden op enkele minuten loopafstand van ons appartement. De haven, die relatief vlak en zanderig is en ‘ruikt’ naar zandspiering, een geliefde prooi van zeeforel. Onder de kerk is de kust meer open en windgevoelig. Tot slot kunnen we vissen op de grote ondiepe gebieden ten noorden van de haven aan de oostkust, die beschut is tegen de wind. Martin heeft onder de kerk gevist, dus gaan we eerst daarheen. Maar dan twee ondermaatse vissen komen we niet, voordat we teruggaan naar ons gezellige appartement.
We vissen de laatste uurtjes van de eerste dag onder de kerk, waar de wind vrij spel heeft.
Tijdens ons avondeten wordt er op onze deur geklopt. Het is Johannes. Hij wil weten of alles goed is, en of we al vis hebben. We schenken hem een glas wijn in en vertellen hem over onze ervaringen van de eerste avond en proberen tegelijkertijd wat meer informatie over het vissen op het eiland los te peuteren. Hij is zelf geen visser, maar hij kent wel een aantal lokale vissers. Bovendien zijn er elk jaar een paar groepen vissers die het eiland bezoeken. Hij biedt ons aan om zijn tractor te lenen voor als we de visgronden verder weg willen verkennen, bijvoorbeeld de beste visstek van het eiland: de grote riffen bij het bos van Næbbesodde, Drejø’s meest westelijke punt. De tractor is niet het nieuwste model, dus een paar instructies zijn wel zo handig, die we voor middernacht krijgen na nog een glas rode wijn.
Vroeg opstaan
De wekker loopt om 5.45 uur af. Het is nog donker. Niemand van ons springt meteen uit bed. We hadden misschien toch beter dat laatste glas wijn moeten laten staan… Martin stelt voor dat we nog een uurtje blijven liggen, hij heeft tenslotte al vis. Maar de rest is nog steeds erg hongerig naar vis. We hebben nog een uur nodig om te ontbijten en al onze spullen op de kar achter de tractor te laden, klaar voor vertrek naar Næbbesodde. Het is geen probleem om de tractor te starten en we rollen langzaam het dorpje uit. Wanner we de laatste oude huizen zij gepasseerd schakelen we van de eerste naar de vijfde versnelling. De oude tractor komt op snelheid en we vliegen bijna over de kleine weggetjes. We komen geen auto tegen en na 10 minuten komen we bij de visplek aan.
1 van 2
Bij Næbbesodde vind je al snel diep water voor de kant – ver werpen hoeft niet!
De meeste laten we weer zwemmen, op twee na dan.
Gekkenhuis
We kunnen ofwel gaan vissen ten zuiden van de punt waar de wind recht op de kant staat, ofwel door een klein bos dwalen vanaf de parkeerplaats in het noorden, waar de kust beschut is. We besluiten om beide te doen. De kunstaasvissers (Martin en ik) gaan naar het zuiden in de wind, terwijl de andere twee vliegvissers et vliegstokken naar het noorden gaan.
Er staat meer wind dan verwacht. De golven slaan op de kant en het valt niet mee je staande te houden als je te diep waadt. Ondanks de wind en de krachtige golven is het water mooi helder. Een perfecte zeeforelplek zo op het eerste gezicht, zelfs als het hard waait vanuit het westen. De reden waarom het water hier met deze wind toch niet troebel is, is omdat er relatief diep water dicht voor de kant ligt.
Het is een gekkenhuis met de ene na de ander aanbeet!
Al bij de tweede worp haak ik de eerste vis, vlak voor de kant en na een paar minuten kan ik de eerste, lichtgekleurde zeeforel in het wier bewonderen. Wat een begin! Hopelijk zijn er meer, misschien is er wel een hele school aanwezig. Ik besluit deze vis mee te nemen voor het avondeten of om aan Johannes te geven voor het uitlenen van zijn tractor. Terwijl ik dat overdenk, hoor ik Martin iets verderop schreeuwen: “Vis!” Ik zie hem met een kromme hengel staan en een vis die in het oppervlak spartelt. We moeten precies in een school zeeforel zijn beland.
Een korte worp in de richting van Martin en ik haak meteen weer een mooie vis. Twee vissen tegelijk, het is bijna niet te geloven. Mijn vis schiet helaas na enkele seconden los terwijl Martin een paar minuten later ook een lichtgekleurde vis kan landen. Het is het sein voor meer actie. In de uren die volgen krijgen we heel wat (delicate) aanbeten, verspelen de nodige vissen, maar vangen er ook genoeg. Op het stuk van zo’n kilometer lang krijgen we zeker 25 aanbeten… gekkenhuis!
De meeste laten we weer zwemmen, op twee na dan.
Heen en weer
Ons succes is gebaseerd op twee dingen. Ten eerste zitten er veel vissen kort aan de kant waar de golven breken en pakken het aas gretig in deze ‘wasmachine’. Ten tweede bewegen we ons al vissend heel snel langs de kust en bestrijken zo veel water. Een worp en 5 tot 10 stappen. Een worp en 5 tot 10 stappen, en zo verder. Krijgen we een aanbeet of haken we een vis dan stoppen we en maken tien worpen in verschillende richtingen. en nul stappen. Gebeurt er niets mee dan gaan we zo’n 50 meter verder met dezelfde aanpak als hiervoor beschreven. Dan draaien we ons om en vissen we weer zo’n 100 meter af, over het stuk water waar we al eerder gevist hebben. Zo vinden we bijna elke keer weer de vis terug. Waar en een zit, zitten er meestal meer. Zeeforel zwemt meestal in scholen, soms van een stuk of vijf, maar soms ook van 30, 40 of zelfs tot 50 vissen. Vooral in het voorjaar scholen de zeeforellen samen.
Beste tijd?
Er zijn twee topseizoenen voor de zeeforelvisserij op Fyn – het voor- en najaar. In het voorjaar, afhankelijk van hoe koud de winter was, van maart tot half mei tot de gepen verschijnen. Op Drejø is eind maart/begin april de beste tijd om daar te beginnen. Het vissen in de herfst begint als het water kouder wordt in september en duurt tot november.
16 km kustlijn
Martin belt onze vliegvisvrienden. We willen dat ze naar ons toe komen om deel te nemen aan de pret, maar we kunnen ze niet overtuigen. De wind is te hard voor hun en bovendien zitten ze daar ook op de vis, volop, net als bij ons! We besluiten daarom om naar hun toe te gaan.
Ook de vliegvissers vangen volop vis in de ‘luwte’.
Na daar nog wat meer zeeforellen te hebben gevangen lopen we terug naar ‘onze’ tractor. Het is lunchtijd en we rijden terug naar het dorpje om wat te eten. We zitten nog maar net als Johannes komt opdagen. De mensen op het eiland hebben gemerkt dat er buitenlandse vissers op het eiland zijn en ook een nieuw gezicht in zijn tractor. Johannes bromt wat over snelheidsduivels en vertelt dat de tractor nog nooit in de vijfde versnelling heeft gereden! Hij krijgt zoals gepland een paar forellen. Het geeft ons een goed gevoel en we beloven dat we ’s middags wat rustiger zullen rijden. Tijdens de lunch bespreken we of we terug zullen gaan naar Næbbesodde, of dat we een of meer van de vele andere stekken op het eiland moeten proberen.
Ook volop actie op de ondieptes van Hestehave Huse – als je maar ver genoeg waadt.
We bekijken de kaart samen met Johannes. Hij wijst onder andere op Mejlhoved Odde, Langesodde en rond de Høllehoved aan de noordkant van het eiland. Aan de andere kant van het eiland in het zuiden zijn ook prima stekken ten westen van het dorp en in het bos. Hier is de kust open en met grote stenen en wat meer windgevoelig. Met in totaal 16 kilometer kust rond het eiland zijn er genoeg stekken, zelfs als je een hele week zou blijven.
Prachtige zeeforellen hier!
Ver waden
De keuze voor die middag valt op een ondiep stuk kust bij Hestehave Huse. Het water is hier rustig en glashelder als we van de kant wegwaden. Je moet hier minstens honderd meter lopen voordat het diep genoeg is om te vissen. Je kan hier heel ver waden, soms wel drie- tot vierhonderd meter, voordat het meer dan een meter diep is. Hier vindt je veel zeewier en rotsen, ideaal voor hongerige forel. Lars begint meteen te klagen als hij het vlakke, heldere en ondiepe water ziet. Hij vindt dat we terug moeten naar de winderige kant van het eiland. Hij heeft het mis. Na een half uurtje heeft Martin weer een mooie vis te pakken, een vis van zo’n 50 cm. Even later vangt hij er nog een van hetzelfde formaat. Een goed bewijs dat er overal vis is te vangen rond dit idyllische, kleine eiland.
Het gezellige stadje Drejø By heeft een supermarktje, een kerk en een eet- en drinkgelegenheid.
Veerboot van Svendborg via Skarø met M/V Højestene vijf keer per dag. De overtocht duurt 1 uur en een kwartier.
Accommodatie in Drejø: appartement, huisje of boerderij (Contact: Johannes Madsen tel:+45 61542573 of e-mail: jm@Drejokro-kobmand.dk). Je kunt ook basic overnachten op een paar minuten loopafstand ten noorden van de haven met stromend water en toilet.
Næbbesodden: de meest westelijke punt van het eiland.
Na een aantal mooie visdagen op Drejø varen we op de terugweg dicht langs de westelijke riffen van het nabijgelegen eiland Hjortø. Terwijl we Hjortø’s oude, zwarte windmolen bewonderen stelt Martin voor dat we gelijk een datum prikken voor een lang weekend volgend jaar september. Dan moeten we ook de riffen bij Hjortø uitproberen. Die afspraak staat!
Grote roofblei van de rivier
De roofblei is een mysterieuze vis. In de warme tijd van het jaar vaak massaal aanwezig, terwijl deze vissoort wanneer het kouder wordt plots spoorloos lijkt te verdwijnen. Met name tijdens de zomer is deze vissoort het best te vangen. Ze komen inmiddels op de meeste rivieren en hiermee in verbinding staande wateren voor. Elk water vereist echter wel zo zijn eigen aanpak. In dit artikel neemt Lars Martens jullie mee op jacht naar grote roofblei van de rivier.
Tekst &...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Effectiever dan kunstaas?
Van snoekbaars is bekend dat ze een voorkeur hebben voor schaduw, troebel water, een harde bodem en stabiele omstandigheden. Het is in de Benelux misschien wel de populairste roofvis van het moment, maar door hun wispelturige temperament zijn ze niet altijd gemakkelijk te vangen. Wanneer je als vliegvisser het spelletje wil winnen, dan zijn er een paar dingen waar je rekening mee moet houden. Steffen Schulz beschrijft welke dat zijn en wil ons overtuigen dat je met een ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
MARTIN KORNER - Op de laatste dag van maart komt opeens het besef: het seizoen zit erop. Voor een periode van twee maanden mogen we niet met kunstaas vissen. Waar de één lang uitgestelde klusjes in en om het huis gaat doen, schakelt de ander op andere vissoorten over. Maar voor je het weet zit de gesloten tijd erop en dan mogen we weer! Alleen wat dan? In dit artikel probeer ik een beeld te schetsen van hoe ik de opening van het seizoen aanpak.
Een vaste stelregel voor mij is om te beginnen waar...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Op kleinschalig water
Naast baars is snoekbaars een van onze favoriete roofvissoorten om te belagen. We weten allemaal dat snoekbaars bekendstaat als een vis van diep water, maar in de vroege zomer (lees: de maanden juni en juli) is dat over het algemeen een heel ander verhaal. Juist in deze tijd van het jaar is de snoekbaars perfect op ondiepe en ook kleinere wateren te belagen. En deze visserij is superspectaculair! Op ondiep water is snoekbaars agressief, de aanbeten zijn ongelooflijk hard en...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Net wel of net niet…
BERTUS ROZEMEIJER - Het landen van een snoek is een precaire aangelegenheid. We hebben immers te maken met een roofvis die is voorzien van flink wat scherpen tanden en met aas waaraan de nodige dreggen zijn bevestigd. Hoe gaan we zo veilig mogelijk te werk voor visser en vis? Snoekspecialist Bertus Rozemeijer deelt zijn visie over dit onderwerp.
Een onderwerp waarover je ellenlang kunt discussiëren. Wel scheppen met een net of een handlanding voor de snoek die je hebt gedril...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Deze editie van de vertrouwde Dutch Masterclass kent wederom een nieuw en internationaal bekend gezicht. Onze back-up voor het geven van tips en info groeit nog steeds. Niemand minder dan Duits feeder-international Jens Koschnick staat voor ons klaar om jullie van praktische tips te voorzien. Naast Jens deze keer ook Arjan Klop en JanWillem Nijkamp met diverse handige weetjes voor zowel de visserij met de feeder als vaste stok.
ARJAN KLOP
Tegenwoordig wordt er bij het feederen op brasem veelvul...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Met ruim 80 km lengte, enkele zijkanalen en vaarten zelfs nog niet meegerekend, is het riviertje De Mark beslist geen stuk water dat in de categorie klein valt. Maar waterformaat zegt nog niets over de kwaliteit van de visserij… Gelukkig hebben we positief nieuws, want de visserij wordt er de laatste jaren alleen maar beter op! Jan van Schendel trok bij het dorp Terheijden zijn feederhengel uit het foedraal.
Tekst Jan van Schendel, foto’s redactie
Het is toch niet te geloven! Ik ben best goed op de hoogte van de vissituatie en de vangsten in heel wat Nederlandse wateren. Ik spreek nu eenmaal vaak met andere witvissers en ben altijd bijzonder geïnteresseerd, zeker wanneer het gaat over wateren waar ik ooit al wedstrijden heb gevist. Het klinkt misschien gek, maar juist in mijn eigen directe omgeving ben ik vaak het minst op de hoogte. Juist nu in dit coronatijdperk is dat meer dan eens gebleken, tot mijn schande wel te verstaan.
Zo zat ik te vissen in het Wilhelminakanaal bij Dongen, omdat ik had gehoord van goede vangsten. Natuurlijk zat ik precies op een verkeerde dag en ik ving, behalve enkele zwartbekgrondels, helemaal niets… Ik was die dag gewoon op zoek naar een plek waar ik wat vissen kon vangen. Welke vissen maakte niet eens uit. Ik kwam daar Ron Vermeulen tegen, zelf een uitstekende wedstrijdvisser, die me fijntjes vertelde dat hij in de afgelopen weken heel goed had gevangen op een stek op, jawel, letterlijk 4 kilometer van mijn huis. Gewoon op het riviertje De Mark.
Vandaag met de feederhengel een brasemvisserij, maar met de stok op voorn of andere vissoorten is ook een mogelijkheid.
LARVENWALHALLA
Ik ben dezelfde dag nog gaan kijken bij Terheijden en precies deze stek is nu de plaats van handeling voor dit artikel. De rivier De Mark is een water dat me al mijn leven bijzonder heeft geïnteresseerd. Vroeger in eerste instantie niet eens zozeer direct als visser, maar meer als plek waar muggenlarven te vinden waren. In de bovenloop van dit riviertje loosden enkele zuiveringsstations hun water en het was een tijd dat daar best veel larven zaten. Met een net kon je zowel de kleine larven voor in het voer als de grote larven voor op de haak zelf scheppen. Destijds was hier best veel vis te vangen, maar ik heb het idee dat dit viswater zich echt heeft verbeterd. Zelf heb ik nooit zo vaak gevist in deze rivier. Wel heb ik er, als kind nog eigenlijk, heel veel paling gevangen met de peur.
De gekozen stek ligt op ongeveer 250 meter afstand van de uitgang van het Markkanaal, net buiten Terheijden. Dit kanaal verbindt overigens het Wilhelminakanaal met De Mark; zo kunnen schepen vanaf de Bergsche Maas zowel Breda bereiken als ook heel West-Brabant.
Ik wilde vandaag feederen en waar ik viste is het water zo’n 90 meter breed. Na enkele worpen bleek dat de diepte vanaf zo’n 18 meter uit de oever tot op 15 meter uit de overkant ongeveer hetzelfde was. Er staat hier best veel water trouwens, zeker toch wel zo’n 4 tot 5 meter. Ik besloot om op een afstand van 22 meter te gaan vissen. Op deze afstand vond ik de schoonste bodem en bovendien was ik bang dat ik anders te dicht bij eventueel voorbij komende schepen zou vissen. Ik wist dat er ook met de vaste stok hier goed te vangen was, dus dat leek me nog een extra reden om niet al te ver te vissen vandaag.
De gekozen stek ligt op ongeveer 250 meter afstand van de uitgang van het Markkanaal, net buiten Terheijden
Goed bereikbare plek net ten zuiden van Terheijden.
DE MARK – VERGUNNINGEN
Het riviertje ontspringt in België en loopt via Ulvenhout naar de singels van Breda. Vanaf daar stroomt De Mark noordwestelijk door Brabant, langs onder meer Terheijden, waar ik vandaag net ten noorden van de kruising met het Markkanaal vis. De Mark stroomt richting een ander riviertje, de Dintel, waar hij in uitmondt. Uiteindelijk stroomt de Dintel bij Dinteloord in het Volkerak. De visrechten en vergunningen:
Nederlands-Belgische grens: VISpas van vereniging KEHV De Ruischvoorn – Tilburg of De Baroniesche Hengelaars – Breda.
Vanaf singels Breda tot uitmonding van de Halsche Vliet: VISpas.
Vanaf de Halsche Vliet tot het voormalige Witte Huisje op het eind van de Goudsbloem onder de gemeente Standdaarbuiten: de eerder genoemde Ruischvoorn of Baroniesche.
Vanaf Het Witte Huisje tot aan het Volkerak: VISpas.
GEEN RIJKE START
Dit water kan behoorlijk stromen, maar toen ik begon te vissen stond het water volledig stil. Ik had gemakkelijk lichtere korven kunnen gebruiken, maar toch koos ik voor 30 gram. Puur vanwege de diepte en om er zeker van te zijn dat het voer (en toegevoegde aas) pas op de bodem uit de korf zou komen. Voordat ik begon te vissen maakte ik een kleine voerplek met 5 grote voerkorven met daarin verwerkt wat geknipte wormen, enkele casters en best veel dode pinkies.
Een schuivende, 30 grams Cresta-voerkorf waarmee het voer pas op de bodem loskomt.
Het vissen zelf gebeurde daarna met een relatief kleine plastic korf. Vrijwel al het aas hield ik apart van het voer. Ik wist namelijk totaal niet wat voor vissoorten ik moest verwachten. Een om te beginnen niet al te ‘rijke’ aanpak leek me dan ook het meest logisch.
Het begin van de sessie verliep ronduit moeizaam. De vissen hadden echt even tijd nodig om het voer en de voerstek te vinden. Ik kreeg in het eerste half uur een kleine aanbeet van een kleinere vis en verder bleef het stil. Ik viste op dat moment met maden. Drijvende maden om precies te zijn, want de bodem was zeker niet geheel brandschoon. Drie maden op een haakje 14 leek een mooie combinatie en qua haak heb ik ook nooit gewisseld tijdens de hele sessie.
Al eerste dienden blieken en kleine brasems zich aan.
Prachtig viswater!
Je kunt het best aas en voer gescheiden houden tijdens het vissen wanneer je niet goed weet wat je kunt verwachten qua soorten. Varieer vervolgens per worp met de samenstelling en hoeveelheid los aas, en kijk wat het beste resultaat geeft. Let op met aassoorten die vochtig zijn. Gebruik altijd een zeefje waarin je dat aas kunt laten uitlekken. Zo blijft het voer op de juiste vochtigheid.
EEN DIKKE DAME
Van het ene moment op het andere kreeg ik plots enkele lijnzwemmers en ving ik een flinke bliek en vrijwel meteen daarna verspeelde ik een flinke brasem. De vissen waren gearriveerd, maar dit is tevens het slechtste moment om een vis op de stek te verspelen. Het duurde daarna ook weer even voordat de vissen terugkwamen. Let wel, ik viste daar alleen. Tijdens een wedstrijd kan zo’n verspeelde vis fataal zijn! Vaak komen de vissen dan niet meer terug of pas wanneer het voor een goed resultaat inmiddels te laat is.
Goed, de vissen kwamen dus terug en hoe! Ik bracht meer aas vanaf dat moment; meer dode pinkies en fijn geknipte wormen. Nadat ik eerst nog wat blieken ving, kregen daarna de grotere brasems echt de overhand. Op het einde van de sessie ving ik de ene brasem na de andere. Daarbij zaten enkele prachtige grote vissen, waarvan er één minimaal drie kilo woog. Een echte dikke dame! Zo werd het al met al een prachtige sessie.
Nadat ik eerst nog wat blieken ving, kregen daarna de grotere brasems echt de overhand
Een van de dikke dames die de sessie meer dan geslaagd maakte!
Ik ving vandaag uitsluitend blieken en brasems. Stuk voor stuk sterke en kerngezonde vissen trouwens. Ik weet bijna zeker dat een vaste-stok-aanpak hier een heel ander netje vis op zou kunnen leveren, zeker enkele maanden later in het jaar, wanneer de voorns zijn afgepaaid. Juist dan zwemmen die voorns hier pal onder de oever langs de stenen en zijn er zeker ook windes en roofbleien te vangen. Ron Vermeulen liet me een foto zien met uitsluitend die vissen, en hij viste toch echt op dezelfde stek.
Het gaat trouwens zeker niet zozeer om deze specifieke stek. Dichter bij Breda zijn er volop goede stekken en ook ten westen van Terheijden zijn er prima mogelijkheden, net zoals verder stroomafwaarts langs dit prachtige riviertje. In het deel stroomopwaarts, tussen Ulvenhout en Breda, liggen ook prachtige stekken. Wel is het water daar veel smaller. Bovendien heb je prachtige mogelijkheden op het aaneengesloten Markkanaal. Met name in de warme zomermaanden is daar vaak veel vis te vangen.
AASVARIATIE
Nog even terug naar de visserij. De gekozen onderlijn was optimaal volgens mij: een 12/00 onderlijn (JVS Extreme) en een haak maat 14 (Tubertini serie 15) voldeden naar behoren. Toen de brasems arriveerden had ik nog wel iets dikker en groter kunnen vissen. Wanneer je vist met drie drijvende maden op een haakje 14, zweeft het aas in het water absoluut net boven de bodem. Het haakgewicht is ongeveer in balans met het drijfvermogen van de maden. Soms is dat zo belangrijk wanneer je te maken hebt met een vuile bodem. Dat kan echt het verschil maken tussen vangen of niet.
Een van de dikke dames die de sessie meer dan geslaagd maakte!
Drijvende maden zijn vaak heel belangrijk. Je kunt maden drijvend maken door ze half boven en half onder water te laten kruipen. Wel heb je verse maden nodig (herkenbaar aan het donkere puntje in het lichaam). De maden nemen vocht op en gaan drijven. Even checken en daarna als haakaas gebruiken.
Ik viste de gehele dag met een maatje 14 haak.
FEEDERMONTAGE
Montage van de korf op een matchdobberbevestiging.
Als montage gebruikte ik een matchdobberbevestiging rechtstreeks op de hoofdlijn, die ook bij het feedervissen dus prima voldoet. Ik viste met een gevlochten hoofdlijn (JVS Braid) met daarop gemonteerd een voorslag van zo’n 8 meter 25/00 nylon. Ik had trouwens op deze korte afstand ook kunnen vissen met een nylon hoofdlijn. Het onderste stukje van de voorslag ‘twist’ ik altijd waarna ik een klein rubber Drennan-kraaltje over de knoop schuif waar die getwiste lijn begint. Ik bevestigde de onderlijn rechtstreeks aan het stukje getwiste lijn. Meer direct vissen lijkt me onmogelijk. Een hele simpele montage die prima voldoet en waarbij een vis, mocht je een keer lijnbreuk hebben, zich altijd kan bevrijden van het werpgewicht – de voerkorf.
Gevangen met een hele simpele, maar o zo directe en effectieve montage.
Later tijdens de sessie voerde ik meer geknipte wormen in het voer en eens te meer bleek dat dit aas voor blieken en brasems meestal echt het beste aas is. Ik probeerde de wormen behoorlijk fijn te knippen en, dat vind ik op dit soort dagen altijd leuk om te doen, ik experimenteerde met de wormen op de haak. Zo ving ik een enkele vis met een grote worm in zijn geheel op de haak en ving ik niets met enkele wormstukjes op de haak.
Deze dag hadden ze echt een overduidelijke voorkeur voor de mestpiertjes.
Ik heb verschillende keren alle wormvariaties geprobeerd, waarvan er één met kop en schouders bovenuit stak!
Deze dag werd wat mij betreft echt het nut bewezen van het vissen met mestwormpjes. Ik heb verschillende keren alle wormvariaties geprobeerd, maar met afstand het beste aas waren 3 of 4 mestwormpjes met op de punt van de haak een enkele pinkie of made om de hele zachte mestwormpjes op de haak te houden. Ik stond echt te kijken van dat verschil! Ik ga er altijd van uit dat vissen wormen kennen als natuurlijk aas dat ook onder water in de bodem kruipt en wat die vissen dus uit het slib op de bodem kunnen halen. Nou, ze zullen daar echt geen mestwormpjes vinden. Deze dag moesten de vissen echter vooral die mestwormpjes hebben. Verklaren kan ik het niet, maar dat hoeft ook niet, dat soort mysteries zullen er in onze sport altijd blijven. En dat is misschien ook wel goed.
Vaak zie je vissers hun schepnet op volle lengte gebruiken. Soms moet dat ook, zoals op hoge kades of bij omstandigheden waar de vis relatief ver bij je vandaan blijft. Niet aan de orde? Dan is het echt veel beter om een kortere steel te gebruiken. Veel gemakkelijker en beter handelbaar wanneer een vis iets onverwachts doet.
Er zijn tegenwoordig talloze manieren om grote karpers op commercials te vangen, maar ongetwijfeld is de method feeder de populairste. En dat is logisch, want het is in wezen een relatief eenvoudige tactiek. Toch zijn er nog genoeg details binnen deze visserij te ontdekken om de effectiviteit naar een hoger niveau te tillen.
Tekst & foto’s Des Shipp
XL-vissen, dus veel trek, daarom: de large of XL ICS Dura Method Feeders.
Er spreken voor mij maar weinig dingen meer tot de verbeelding dan gro...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Eenvoud als specialisme
‘Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner. Het is de duur bevochten stempel van de meester.’ Wijze woorden uit de pen van Godfried Bomans. Een waarheid als een koe. Leon Haenen neemt je mee naar een van zijn voorjaarsvisserijen op barbeel en kopvoorn; driftend met de dobber waarbij eenvoud het toverwoord is. Het strijdtoneel is deze keer de Limburgse Roer.
Tekst & foto’s: Leon Haenen
In dit artikel ga ik dieper in op de moderne dobbervisserij en deel ik met jullie ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
JANWILLEM NIJKAMP – Ieder jaargetijde kent zo haar charmes en vereist een specifieke benadering voor wat betreft techniek of tactiek. Waar de koude periode vraagt om zuinig vissen en soms veel geduld, is dat in de zomer vaak precies omgekeerd. De watertemperaturen zijn inmiddels flink opgelopen en de vissen zijn aanzienlijk actiever op zoek naar voedsel…
Op commercials is dat vanzelfsprekend niet anders dan op het open water. De vijverkarpers houden zich bij hogere temperaturen graag op in de hogere waterlagen. Jeroen Andernach is één van de meest ervaren commercial vissers van ons land en doet in deze bijdrage uit de doeken hoe je karpers kunt vangen op een wel heel spectaculaire manier: met matchhengel en pellet waggler.
VOEDSELNIJD
Vijverkarpers azen graag op pellets en de vissen zijn gewend dat door de waterkolom vallende aasbrokjes het signaal vormen om voedsel te gaan zoeken. Wanneer de vissen in de gaten krijgen dat het voedsel van boven komt, zullen ze niet wachten tot die lekkere brokjes op de bodem zijn beland. Eerder zullen ze de vallende pellets actief tegemoet treden, ook al vanwege een zekere voedselnijd die ontstaat doordat meer vissen geïnteresseerd zijn in de pellets. Daarnaast worden ze getriggerd door het geluid dat in het water vallende pellets veroorzaken. Afhankelijk van watertemperatuur, lichtinval en het aantal aanwezige vissen, komen de vissen zelfs tot dicht onder het wateroppervlak.
‘DIKKE DOBBERS’
Wat houdt het vissen met een pellet waggler precies in? Om vissen in de hoogste waterlagen te kunnen vangen, dien je een aasaanbieding te creëren waarbij vissen de kans krijgen om het vallende aas te onderscheppen. Een stil ergens tussen water en wind hangend aasje, is niet erg natuurlijk en zal de nodige argwaan wekken.
Een pellet waggler is een dikke, wat stompe dobber met een enkele bevestigin aan de onderzijde van de pen. Bij de meeste modellen zit de verzwaring reeds in de dobber gemonteerd. Om een natuurlijke val van het aas te bewerkstelligen, wordt er geen lood tussen dobber en haak op de lijn geplaatst. Het aas, doorgaans een harde pellet, valt dus alleen onder invloed van het eigen gewicht door de waterkolom.
De dobber moet wel verschoven kunnen worden. De afstand tussen haak en dobber bepaalt uiteindelijk tot hoever het aas vrij kan vallen. Vissen bewegen zich gedurende de dag op verschillende dieptes en door te variëren in diepte kun je inspelen op veranderende omstandigheden.
Ze lijken op het eerste oog wat lomp, maar dat maakt niets uit voor de effectiviteit
“Het vast clippen van de lijn om héél secuur op een klein voerplekje te kunnen vissen, heeft bij deze aanpak weinig nut…
SET UP
Voor deze visserij gebruikt Jeroen een 12 voets Preston MiniPlus pellet waggler hengel. Dit is feitelijk een robuuste matchhengel van 3,60 meter lengte. Op de molenspoel vist Jeroen met een 23/00 nylon hoofdlijn. De dobber is een 13 mm dikke Dura Pellet Waggler. Deze dobber is voorzien van zogenaamde plonsplaatjes en afneembare schijfgewichtjes. De plonsplaatjes voorkomen dat de dobber na de worp te diep onder water schiet, want dat zou een negatief effect op de aasaanbieding hebben.
Jeroen monteert de waggler aan een ‘big float waggler adaptor’, een handig hulpmiddel om de dobber te fixeren op de lijn terwijl deze toch nog gemakkelijk te verschuiven is. De haak is een maat no. 14 circle hook, geknoopt aan een 40 cm lang onderlijntje van 19/00. De gehele montage is eenvoudig en robuust. Dat is belangrijk bij deze visserij, omdat je tijdens een sessie veel worpen maakt en je te maken hebt met sterke vissen.
Wat een uitkomst, die baitbandjes…
GEEN LIJNCLIP
In tegenstelling tot bij het vissen met een methodfeeder maakt Jeroen geen gebruik van de lijnclip op de molen om de visafstand te fixeren. Een belangrijke reden daarvoor is dat je voert door met behulp van de katapult regelmatig losse pellets te schieten. Deze pellets verspreiden zich daarbij over een wat groter oppervlak, waardoor het vast clippen van de lijn om héél secuur op een klein voerplekje te kunnen vissen weinig nut heeft.
Bijkomend voordeel is dat je een dikke vis gemakkelijk de ruimte kunt geven bij een plotselinge aanbeet en run. Maak het jezelf niet onnodig moeilijk en kies een afstand die je gemakkelijk kunt gooien en -belangrijker nog- goed kunt bereiken met de te schieten voerpellets. Omdat je veelvuldig moet inwerpen en nog vaker pellets dient te schieten, is een comfortabele visafstand erg belangrijk. Met een klein beetje oefenen, is het vissen op enkele vierkante meters echter prima te doen. Gericht pellets bij de dobber schieten, is veruit het meest essentiële onderdeel bij deze stijl van vissen, aangezien je zo doende de vissen richting je haakaas lokt.
RITME BEPAALT HET SUCCES!
HARDE PELLETS
Zowel als haakaas als om te voeren, zijn droge harde pellets veruit het meest gebruikte aas. Jeroen’s voorkeur gaat uit naar de 6 mm variant. Kleinere pellets zijn te licht om grotere afstanden mee te schieten en geven een te grote spreiding wanneer je ze schiet met een katapult. Een eventueel alternatief is een 8 mm pellet. Deze zijn wellicht het makkelijkst te schieten, maar vallen door het hogere gewicht daarentegen weer sneller door de bovenste waterlaag. In situaties met meer wind komt de 8 mm variant beter tot zijn recht. De pellets kunnen rechtstreeks uit de zak gebruikt worden zonder deze eerst te hoeven weken of iets dergelijks. Een droge pellet laat zich het beste schieten met de katapult zonder aan elkaar te kleven.
Dezelfde pellets die je gebruikt om te voeren, dienen tevens als aas op de haak, of beter gezegd: onder de haak. Jeroen gebruikt zogenaamde baitbandjes op een hairmontage. De pellet hangt in het kleine elastiekje onder de haak.
RITME OPBOUWEN
Om vissen in de hogere waterlagen getriggerd te houden, is het belangrijk om middels een vast patroon pellets in het water te laten vallen. Zodra een opgebouwd ritme wordt onderbroken, zal het niet lang duren voordat de vissen zich naar elders verplaatsen, op zoek naar voedsel. Jeroen bedient zich daarom van een vast ritme van vissen en voeren. Na het inwerpen, grijpt hij onmiddellijk de katapult om een aantal (één tot maximaal vijf) pellets bij de dobber te schieten. Na een tiental seconden volgt een tweede serie pellets en na een derde keer schieten, draait Jeroen de dobber binnen en werpt opnieuw in gevolgd door weer drie salvo’s pellets. De activiteit van de vissen bepaalt min of meer hoe snel achter elkaar er wordt gevoerd.
Vissen met de pelletwaggler is zondermeer een spektakel!
Wanneer de vis gretig aast, ligt de frequentie hoger dan wanneer ze nog niet los zijn. Dit constante ritme van inwerpen en pellets schieten, houdt de vissen bezig en je zult zien dat de karper het aas zonder enig argwaan opneemt. Vaak gebeurt het dat een vis de pellet onmiddellijk pakt zodra deze het wateroppervlak raakt. Dit resulteert in spectaculaire aanbeten, waarbij het zetten van de haak niet meer nodig zal zijn. De vis haakt zichzelf en laat niet zelden de molenslip al lopen voordat je er erg in hebt. Een goede afstelling van de slip is dus wel van belang om lijnbreuk te voorkomen. Om een beeld te vormen: je ziet de dobber in het water landen, gevolgd door een flinke draaikolk en een tikkende slip. Dat is vissen met de pellet waggler in optima forma. Spektakel!
Om in het ritme van voeren te volharden, is het goed om tijdens de dril al weer enkele pellets op de stek te schieten. Dit vergt enige oefening, maar herstelt de rust op de stek nadat je een vis hebt gehaakt. Uiteindelijk kan dat weer resulteren in een snellere aanbeet van een volgende vis. Bij deze visserij draait het helemaal om een constant ritme van inwerpen en voeren.
“De activiteit van de vissen bepaalt min of meer hoe snel achter elkaar er wordt gevoerd
Vissen met de pellet waggler is een intensieve bezigheid…
VAN ONDER AF
Op de dag dat we met Jeroen hebben afgesproken aan de vijver op de Vossekuil is het nog relatief vroeg in het jaar. De vis begint los te komen, maar vanwege de nog wat lage watertemperaturen houden veel vissen zich nog in de buurt van de bodem op. Jeroen geeft aan dat dit geen probleem is; met de juiste strategie zullen de vissen vanzelf naar hogere waterlagen gelokt worden.
Jeroen start echter niet met de pellet waggler maar met een feederhengel in combinatie met een werploodje. De bedoeling is om de vissen eerst op de bodem te benaderen en gaandeweg de dag de vissen hoger in het water te lokken. Voeren doet Jeroen uitsluitend door het schieten van pellets rondom de plek waar het loodje op de bodem ligt.
De eerste periode vanaf de start verloopt vrij rustig. Regelmatige lijnzwemmers verraden wel de aanwezigheid van vis, maar daadwerkelijke aanbeten zijn vooralsnog spaarzaam. Om de paar minuten schiet Jeroen een aantal pellets richting voerstek om de vissen te triggeren en de voerstek op te bouwen. Na twee uurtjes te hebben gevist met het loodje lijkt de vis mede onder invloed van een tevoorschijn komend zonnetje actiever te worden.
Jeroen voert derhalve de frequentie van schieten op en schakelt vervolgens over op de pellet waggler. De vissen lijken de weg omhoog in het water gevonden te hebben. De eerste zes worpen verdwijnt de dobber binnen luttele seconden onder water! De vissen die Jeroen vangt, zijn daarbij gemiddeld groter van stuk dan de vissen die op de bodem gehaakt werden.
Het spel van gooien en schieten is nu serieus begonnen. Vissen met de pellet waggler is een intensieve bezigheid; veel tijd voor andere zaken dan daadwerkelijk vissen is er niet. Jeroen gooit in, schiet twee keer pellets, draait enkele slagen aan de molen om de pellet een opwaartse beweging te laten maken en schiet opnieuw een keer pellets. Wanneer er dan niet binnen enkele seconden een aanbeet volgt, draait hij de waggler binnen om opnieuw in te werpen en het proces van voeren herhaalt zich.
De beloning kan groot zijn
Deze manier van vissen is zowel attractief als effectief. Zeker op dieper water zullen karpers gedurende de warmere periodes van het jaar niet veel in de buurt van de bodem te vinden zijn. Dan blijft er weinig anders over dan vissen in de hogere waterlagen om vis te blijven vangen. Met de pellet waggler kun je relatief ver uit de kant vissen en dat is nou juist de zone waar vissen zich veilig wanen wanneer er voortdurend vissers langs de waterkant zitten. Tijdens onze sessie wist Jeroen als bonus naast schub- en spiegelkarpers ook nog twee fraaie graskarpers te vangen.
Mocht je als liefhebber van het vissen op commercials nog niet bekend zijn met deze manier van vissen, dan is het zeker de moeite waard om je hier eens in te verdiepen. Spektakel gegarandeerd!
HENDRIK – JAN VERHEIJ – Ik weet nog goed hoe ik vroeger als systeembeheerder de batterijen uit de afgeschreven UPS systemen van onze servers zat te slopen om er de eerste generaties monochrome fishfinders mee te voorzien van stroom.
Nu werkte dat destijds prima op de apparatuur van toen omdat dit vrij weinig stroom verbruikte. Een dag vissen vanuit je bellyboat/floattube hield je er wel mee vol. Enige grote nadeel was dat je je een breuk sjouwde aan die lood calcium accu’s.
Met de nieuwe apparatuur zijn die afgeschreven accu’s geen optie meer. Het stroomverbuik als gevolg van heldere en vooral grotere kleurenschermen, hogere definitie transducers, snellere processoren en gps heeft ervoor gezorgd dat je toch echt een deftige accu nodig hebt om het langdurig vol te houden.
Om een juiste keuze te maken bij het selecteren en aansluiten van accu’s is het mijns inziens zaak om met een aantal dingen rekening te houden;
Gebruik bij voorkeur een aparte accu voor je fishfinders. Dit om storing te voorkomen van elektromagnetische velden van bijvoorbeeld elektromotoren.
Gebruik voldoende dikke kabels die netjes zijn afgemonteerd (geen blote draden) en vermijd daar waar mogelijk ook hier dat ze in de buurt van je elektromotor bekabeling komen.
Neem een accu met voldoende capaciteit. Een Dragonfly 4 (4.2 Watt) trekt ongeveer 360mA wat bij een 7Ah droge cel accu die tot 50% ontladen kan worden ongeveer 10 uur capaciteit zou moeten geven. Let hierbij op dat lood gebaseerd accu’s het niet zo fijn vinden om volledig ontladen te worden. Grotere units zoals een Element 9 trekken al 20 Watt dus dat gaat een stuk harder.
Als het voltage daalt wat door je accu wordt afgegeven kun je ook onvoorspelbaar gedrag krijgen. Je krijgt dan mogelijk storingen, je fishfinder start telkens opnieuw op of ander ongemak.
Afhankelijk van je wensen ten aanzien van visduur en hoe vaak je wilt opladen ben je vaak beter af met een lithium accu. Deze hebben als voordeel dat ze een continue stroomafgifte hebben en dat ze diep ontladen kunnen worden zonder verdere schade. Bijkomend voordeel is dat ze relatief weinig wegen wat vooral voor de bellyboaters een groot voordeel is.
Besteed ook aandacht aan de stroom toevoer, hou het vooral ook veilig
Doe jezelf dan ook een plezier en besteed aandacht aan de stroomtoevoer richting je fishfinder. Je wilt tenslotte vissen en vangen en dan helpt het niet als je ‘blind’ op het water zit.
Dit artikel verscheen eerder in Witvis Totaal magazine no.88
ARJAN KLOP – Waar je ook vist, centraal staat bij het feederen het opbouwen van een compacte voerplaats. De korf dient telkens op dezelfde plaats de bodem te raken. Natuurlijk speelt hierbij het accuraat inwerpen een grote rol. Maar er is meer waarop je dient te letten. Zo belandt de korf op diepe wateren waar ook nog stroming staat vaak heel ergens anders op de bodem, dan waar hij het water raakte…
De rivier de Lek is een prachtig water om met de feeder te vissen; de visstand is daar nog steeds mooi en divers. Blankvoorn, kolblei en brasem voeren de boventoon, maar ook grote windes worden regelmatig gevangen. Tegelijkertijd is het feedervissen op de Lek zeker niet eenvoudig. Vanwege de open verbinding is deze rivier tot aan de sluis bij Hagestein onderhevig aan getijwerking. Dit houdt in dat het water soms stil staat, soms naar rechts stroomt om vervolgens weer naar links te gaan. En dat in verschillende snelheden. Tel daarbij op dat de diepte zo’n zes tot acht meter bedraagt en dan is het logisch dat je korf lang niet altijd daar op de bodem belandt waar hij het water raakte.
Er zijn diverse trucs om ervoor te zorgen dat de voerkorf telkens op (ongeveer) dezelfde plaats de bodem raakt. En hoewel het niet meevalt om een voerplaats aan te leggen zoals op stilstaand water, is het toch zo dat de vissen zich verzamelen rond deze plaats.
Het onderhouden van een voerstek is op getijdewater heel lastig, maar slaag je erin, dan komt de vis vanzelf!
GETIJDETABEL
Check altijd de getijdetabel op internet, zodat je weet welk tij je wanneer kunt verwachten. De meningen zijn verdeeld over wanneer de vis het beste aast. Volgens sommigen bij afgaand tij, maar weer anderen zweren juist bij opkomend water. Feit is, dat de bewegingen –en dus stroming- van de getijdenverschillen invloed hebben op het aasgedrag.
“Volgens sommigen bijt de vis het best bij afgaand tij, maar anderen zweren juist weer bij opkomend water…
Bij het bepalen van de visafstand is het belangrijk de bodemgesteldheid goed te onderzoeken. Er bevinden zich nogal wat taluds en mosselvelden op de bodem van de Lek. Natuurlijk zijn dit ook de plaatsen waar de vis zich vaak ophoudt. Over het algemeen is er een prima stek te vinden tussen de 30 en 40 meter.
INWERPEN
Wanneer de bodemstructuur het toelaat, is het verreweg het beste om de voerplaats recht voor je te kiezen. De reden hiervoor is simpel: zowel bij stroming van links als van rechts kun je door stroomopwaarts in te werpen ervoor zorgen dat de korf recht voor je de bodem raakt. Een plek stroomaf is na het keren van de stroom nooit niet meer te bereiken.
Bij hoog en laag water, wanneer het (even) stil staat, kun je gewoon rechtuit inwerpen. Houd dan echter de hengel wel wat terug tijdens de worp; het ontbreken van de stroom zorgt voor een veel kleinere bocht in de lijn, waardoor de korf verder weg zou komen te liggen.
De voldoening is groot wanneer de vissen binnen beginnen te komen
DE PLONS
De belangrijkste inschatting om te maken, is de afstand hoever er stroom opwaarts ingeworpen dient te worden. Hoe dieper het is en des te harder het stroomt, hoe verder dit zal zijn. Een goede truc is het volgen van de kringen die ontstaan bij het inwerpen. Deze drijven af met de stroming en dat spoor vormt een perfecte indicator voor de plaats waar de korf landde.
Probeer zo in te werpen dat de plons altijd zichtbaar is op dezelfde plaats (recht voor je), wanneer de korf de bodem raakt. Wanneer de stroom afneemt, zal de plons die plaats nog niet bereikt hebben en de korf dus ook stroomopwaarts de bodem bereiken. De volgende worp dient dan minder ver stroom opwaarts te zijn. En bij een toenemende stroming is dit dan precies andersom.
DE IDEALE KORF
Natuurlijk is het mogelijk om ook het gewicht van de korf te gebruiken om in te spelen op veranderende omstandigheden. Een zwaardere korf zal immers sneller de bodem bereiken, terwijl een lichtere er langer over zal doen. Een korf die bij de hardste stroming precies aan bodem blijft liggen en net niet gaat hobbelen, is de ideale keuze voor de gehele sessie.
Pas als de het niet anders kan, wissel ik het gewicht van de korf. Wanneer de bodem het toelaat, geniet een korf in hetzelfde gewicht, maar uitgevoerd met ankertjes de voorkeur, simpelweg om door te kunnen gaan met dezelfde systeem van inwerpen. Over het algemeen kom je met 60 tot 80 gram op de Lek goed uit de voeten.
De samenstelling van je materiaal behoeft extra aandacht voor een Lek sessie.
MONTAGE
De keuze voor de montage bij deze visserij is heel eenvoudig. Kies altijd voor een lus waarin de korf beperkt kan schuiven. Deze 20 cm lange lus zorgt voor een zelfhaakeffect op het gewicht van de korf. Een ander groot voordeel ten opzichte van een vrij schuivende korf is dat een vastgelopen korf vaak door de vis weer los getrokken kan worden.
STEP BY STEP
Schuif een anti-twist warteltje zo’n 40 cm over de lijn.
Twist de lijn over een lengte van 10 cm.
Leg nu een knoop in de lijn, 2x doorhalen.
Plaats nu een safetybead wartel op het overgebleven stuk lijn.
Knoop nu beide lijnen nogmaals aan elkaar, 2x doorhalen en de lijn waaraan de wartel hangt 2 cm langer houden.
De montage klaar voor gebruik.
Schuif een anti-twist warteltje zo’n 40 cm over de lijn
Twist de lijn over een lengte van 10 cm
Leg nu een knoop in de lijn, 2x doorhalen
Plaats nu een safetybead wartel op het overgebleven stuk lijn
Knoop nu beide lijnen nogmaals aan elkaar, 2x doorhalen en de lijn waaraan de wartel hangt 2 cm langer houden
De montage klaar voor gebruik.
KLEEFKRACHT
Om goed aan de bodem te komen met veel aas, dient het voer behoorlijk te kleven. Het mag ook best een opvallend kleurtje bezitten. Bevochtig het voer reeds ruim van te voren, opdat het goed verzadigd is. Onverzadigd, klevend voer zal in de korf nog water opnemen en juist vaster in de korf gaan zitten in plaats van los komen.
De vis op de rivier is niet vies van een beetje aas. Op de 1 tot 2 liter casters die je zo’n beetje nodig zult hebben, is maïs een hele goede aanvulling. Die particles zijn relatief zwaar en blijven goed liggen. Op de haak doet een trosje van vier donkere casters het altijd erg goed, maar een cocktail van een maïskorrel met worm levert vaak de grootste vissen op.
Bevochtig het voer reeds ruim van te voren, opdat het goed verzadigd is.
Een dagje vissen op de Lek of een andere rivier is absoluut een aanrader. Wat materiaal betreft is het geen secure visserij, maar vanwege de stroming en diepte komen er hele andere zaken om de hoek, die deze visserij zo attractief maken. Kortom het is een hele interessante visserij om onder de knie te krijgen en bovendien zijn de vissen op de rivier sterker en mooier als waar dan ook.
ARTHUR LANGSTRAAT – Veel van jullie hebben hun droom vast al eens verwezenlijkt, andere vissers proberen het dit seizoen misschien nog te realiseren: een dikke 40-er of zelfs een 45-plus baars is de ultieme wens. Wil jij ook graag je pr-baars verbeteren en is dit nog niet gelukt? Geeft niets, want het is nu eenmaal visserij waarbij het lang niet altijd mee zit! Ik ga je enkele tips geven om je dichterbij je doel te brengen.
Om te beginnen… Er gaat veel kostbare vistijd verloren bij het pionieren op ongeschikt water. Daarmee bedoel ik dus eenvoudigweg dat ze er wél moeten zitten. Dat klinkt logisch maar er wordt door veel vissers lang niet altijd bij stil gestaan. Als je kans wilt maken op zeer grote baars adviseer ik je om het echt grote water op te zoeken. Mijn algemene regel is daarbij: groot water is kans op grote baars.
Zo’n oude strijder blijft wat bijzonders, soms zijn ze er ineens en blijken ze flink gretig ook.
Bekijk op Google Earth eens de grotere rivieren en zoek naar de daar aangrenzende plassen. Probeer het op langgerekte kanalen of de omvangrijke plassen die zijn ontstaan door zandafgravingen. Vis daarbij in of nabij de vaak aanwezige jachthavens of onderbrekingen in de vorm van bruggen, gemalen, sluizen en/of steenstorten. Vis met je kunstaas de diepe kuilen af of vis – net als ik – met crankbaits langs de taluds die meestal vol liggen met steenstort.
THUISWATER
Ik vis al sinds mijn jeugd vooral in de Rotterdamse binnenhavens en/of op de Nieuwe Maas. Wat dat betreft ben ik met zoveel potentieel goed water in de buurt een bevoorrecht mens. Sinds jaar en dag zijn er gedurende het seizoen enkele momenten waarop de grote baarzen massaal aanwezig zijn. Een 40-plus baars is dan zelfs een vrij normale vis.
Op de een of andere manier is het afgelopen jaar echter een stuk minder goed gegaan. De slechte vangsten vallen niet alleen mij op, diverse visvrienden hebben precies dezelfde ervaring. Daarnaast is in Rotterdam een groep van circa 15 oudere vissers actief, die met brommers en fietsen in de rondte rijden om potentieel goede stekken af te vissen. Helaas tikken ze iedere gevangen snoekbaars de kop in om te verkopen. Als deze vissers er niet staan dan weet ik ook vrijwel zeker dat er slecht gevangen wordt. Ze zijn echter weinig innovatief en blijven steevast met hun te zware loodkoppen en softbaits smijten. Natuurlijk vangen ze wel eens een vis, maar gezien de tijd die ze erin steken levert het maar weinig rendement op. Ze zijn al weken niet aanwezig en dat is een teken aan de wand.
Vergeet de bruggen niet af te vissen.
SLECHTE TIJDEN
Aan het einde van het roofvisseizoen zijn mijn betere vangsten slechts op de vingers van één hand te tellen. Het gaat nu wel heel erg lang duren, want met nog één week te gaan zit het seizoen er alweer op. Nog steeds wordt er niet of nauwelijks gevangen. Tijdens de wedstrijd van Streetfishing Nederland van enkele dagen geleden terug werden er over de gehele dag door 65 deelnemers slechts 12 baarzen en drie snoekbaarzen gevangen, dat is toch wel kenmerkend! Vorig jaar werd er tijdens dezelfde wedstrijd nog een record aantal maatse baarzen gevangen.
Mede door de drukte die op enkele topstekken ontstond besluit ik dit keer niet mee te vissen maar eens enkele uren op het parcours rond te lopen. Door het slechte wedstrijdresultaat verlies ik mijn laatste beetje hoop dat het dit seizoen nog gaat lukken. Met diverse medevissers bespreek ik de mogelijke oorzaken: we houden het op een combinatie van hengeldruk, de aalscholvers en de beroepsvisserij op de rivier…
Deze haalt het net niet, maar is er zeker niet minder om. Zulke vissen, daar doe je het voor!
GOEDE TIJDEN
Gelukkig woon en werk ik vlakbij de bekende stekken, tussendoor kan ik dus zonder zelf te vissen het water best goed in de gaten houden. Naast de aanwezigheid van eventuele andere vissers maak ik daarbij gebruik van de meest nauwkeurige en natuurlijke fishfinders die er in mijn optiek zijn. De alom gehate aalscholver en zijn vriend de fuut. Als die in de buurt zijn dan is dat voor mij een teken dat er aasvis en dus waarschijnlijk roofvis aanwezig is.
Als ze er zitten dan zie je met enige regelmaat dat de futen naar boven komen met visjes in hun bek. Tijdens mijn lunch loop ik een rondje langs de havens en zie ik de genoemde vogels druk in de weer. Helaas zie ik dit keer ook mooie maatse baarzen in de keel van een aalscholver verdwijnen… Zonde van deze vissen, maar betere stekinformatie kon ik natuurlijk niet krijgen! Tijd voor wat priksessies en uit ervaring weet ik dat het nu tijd is om met diep duikende crankbaits aan de slag te gaan.
“De voorbijgangers kijken wel vreemd op: een eenzame visser midden in de stad die tot ver over zijn knieën in het water van de haven staat
IT GIET OAN…
Maandagavond, er is tot het einde van het seizoen nog vier dagen te gaan. Eindelijk krijg ik weer eens enkele volgers! Helaas is het water al te hoog om dit goed te kunnen benutten, maar ik vang vlak voor mijn voeten nog wel enkele mooie 30-plus baarzen. Die nacht slaap ik slecht, diverse scenario’s schieten er door mijn hoofd. Zou het dan toch nog gaan lukken
Gelukkig werk ik de volgende dag maar tot 16.30 uur en ben ik al snel aan het water. Super getimed, alsof het zo moest zijn, synchroon met het opkomende getij. Om langer door te kunnen vissen op de stenen kant, onder aan het talud, trek ik mijn lieslaarzen aan. Hierdoor kan ik zeker anderhalf uur langer vissen dan normaal.
De voorbijgangers kijken wel vreemd op: een eenzame visser midden in de stad die tot ver over zijn knieën in het water van de haven staat. Ik heb er geen boodschap aan, mijn inspanningen betalen zich de laatste dagen van het seizoen in drie korte sessies uit in de vorm van vierendertig stuks 35-plusbaarzen! Dertien stuks ervan zijn ruim boven de 40 centimeter, waarvan er enkele zelfs de magische vijftigcentimetergrens wel heel dicht benaderden…
HARD, CRANK OF PLUG?
Zoals ik hierboven al aangaf vis ik vooral met crankbaits, maar wat zijn dat nou eigenlijk? Een crankbait is een uit het buitenland overgewaaide benaming voor een plug en/of hardbait. Meestal gaat het daarbij wel om een wat kortere, bollere plug dan de ‘original’ modellen, al dan niet voorzien van een ratel en/of uitgevoerd als jointed. Het is voor mij het ultieme grote baars kunstaas!
Veel baarzen volgen het kunstaas vanuit de diepte en slaan nog net voor je voeten toe. Ze doen er alles aan om het kunstaas te pakken te krijgen. De baarzen die op het laatst misgrijpen vang ik meestal alsnog door een zogenoemd ‘achtje’ te draaien. Een superspannende visserij waarbij je, zeker in helder water, hartkloppingen van dat kat en muis spelletje krijgt. Sommige baarzen blijven vlak voor mijn voeten in kniediep water achter mijn kunstaas aan jagen en zwemmen nog net de kant niet op! Kan het nog spannender?
“Buig je oogje iets naar de tegenovergestelde kant van waar hij heen moet en voilà…
Een lekker dikkertje…
TUNEN VAN JE BAITS…
Zelf heb ik heel goede ervaring met de Arashi Deep 10 van Storm en de overbekende Jointed Shad Raps van Rapala. Ik gebruik de genoemde modellen omdat ze een lekkere ‘agressieve’ actie hebben. Reken maar dat ze onder water opvallen en veel tumult veroorzaken. Zeker de diep duikende Arashi Deep 10 trekt volop de aandacht van de baarzen en heeft de positieve eigenschap vrijwel niet vast te lopen tussen de stenen. De weinige vastlopers die ik heb, krijg ik met wat geduld allemaal weer los.
Daarnaast zijn deze cranks ook nog eens ‘zelf tunend’; door een speciale voorziening loopt deze altijd recht door het water. Nu we het daar toch over hebben, soms verbuig ik bewust het bevestigingsoog van mijn baits om deze bewust een bepaalde kant op te sturen. Zeker met stekken bij overhangende takken en/of andere interessante plekken, kan het zinvol zijn om je kunstaas direct langs of zelfs onder de overhangende takken binnen te vissen.
Buig je oogje iets naar de tegenovergestelde kant van waar hij heen moet en voilà: als je een meter ofzo naast je stek met takken werpt dan zwemt je kunstaas er netjes naartoe en erlangs. Vooraf thuis wat huiswerk doen, een paar crankbaits links- en rechts ‘tunen’ en je bent er klaar voor. Als je ze dan op de zwemlip met een markeerstift aangeeft welke kant ze opzwemmen dan kan je in elke situatie uit te voeten.
Getuned met richtingsaanduiding, de rechtse crank is zelf-tunend.
SPINNEN OF CASTEN?
Als ik met crankbaits voor de grote baars ga, dan gebruik ik steevast mijn Poison Adrena casting. Deze ML hengel uit de nieuwe Japanese Domestic Models van Shimano, voorzien van snelle en lichte CI4+ reel zorgt voor de perfecte balans en heeft een superactie. Een 19/00 gevlochten lijn voorzien van een dikke fluorocarbon onderlijn – ook snoeken zijn gek op crankbaits – maken de set-up compleet. Zowel het snelle en secure werpen, de directe overbrenging als het drillen van een mooie vis op een baitcaster geeft me persoonlijk een flinke kick!
Natuurlijk kun je ook gewoon je spinhengel pakken. Gebruik dan een ML hengel van circa 210 cm met voldoende stijfheid en een snelle topactie. De gemiddelde crankbait is dan wel niet groot, maar geeft behoorlijk veel weerstand in het water. Ook het goed zetten van de haak gaat met een wat strakkere hengel in mijn optiek beter. Zoek je een hengel met genoemde eigenschappen die ook nog eens lekker krom gaat tijdens de dril? Check dan ook daarvoor de nieuwe JDM serie, er zitten in de Poison Adrena of de Expride serie zeer geschikte modellen voor ieder type roofvisserij.
TOT SLOT
Ik hoop dat ik je, voor zover je dat al niet was, enthousiast heb kunnen maken voor het gericht vissen op grote baars met de baitcaster en crankbaits. Als laatste adviseer ik je om in te spelen op de situatie ter plekke, het bekende juiste tijd op juiste plaats principe. Door veel te experimenteren en bij wisselende omstandigheden aan het water te zijn, doe je veel ervaring op en vergroot je gewoonweg je kansen. Nu snel je hengel voorzien van een mooi, al dan niet getuned stuk kunstaas en dan met gierende banden richting de waterkant!
Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 351 van Zeehengelsport
THOMAS VAN SLUIJS –Afgelopen zomer zagen we via de social media diverse keren ronduit imposante foto’s langskomen van gevlekte gladde haaien, die Thomas van Sluijs voor de kust van het Zeeuwse Walcheren had gevangen. Nee, niet vanaf de bekende strandvisstekken en ook niet vanaf een boot, maar… vanuit zijn kayak. Alle reden dus om Thomas te vragen hoe hij deze bijzondere visserij had aangepakt. Met veel plezier presenteren wij jullie zijn bijdrage.
Iets wat je wilt bereiken, wordt ook wel een ‘doel’ genoemd. In mijn optiek is misschien echter niet zozeer het doel de eindbestemming, maar juist de weg ernaartoe. Afgelopen jaar stelde ik mijzelf het doel om in Nederland een zoutwatervis van meer dan één meter te vangen vanuit mijn kayak. Vissen van dat formaat liggen niet voor het oprapen. Een paling bereikt deze lengte misschien nog wel, maar is als doel niet reëel vanwege de minimale aanwezigheid.
Een zeebaars of een geep bereikt deze lengte niet en wat resteert als ‘haalbaar’ is dus eigenlijk alleen een in ons kustwater inheemse haaiensoort. Dat er tegenwoordig volop haaien aanwezig zijn in onze kustwateren is al langer bekend. Ruwe haaien worden slechts sporadisch gevangen, maar gevlekte gladde haaien in steeds toenemende aantallen. Om deze soort vanuit de kayak te vangen op mijn Zeeuwse thuiswateren, leek mij dan ook een ultieme ervaring en dus werd dat mijn doel.
KAYAK
Sinds enige tijd vis ik met een Hobie Outback kayak, model 2015. Dit betreft een kayak met trapsysteem, perfect voor het vissen in stromend water, maar ook erg geschikt om grote afstanden mee af te leggen. De visserij op haai vindt plaats vanuit een geankerde kayak. Vanwege de sterke stroming is ankeren zeer gevaarlijk en dit dient dan ook met uiterste zorgvuldigheid te gebeuren.
Omdat ik geen gaten wil boren in mijn kayak, wordt er gebruikt gemaakt van het volgende systeem: aan de achterzijde op de kayak zitten standaard twee bevestigingsogen voor het elastiek om de bagage mee vast te zetten. Een touw met aan elke zijde én in het midden een karabijnhaak voorziet een centerpunt om een katrol aan op te hangen. Zodoende hoeft er niet geboord te worden en ligt het ankertouw bovendien recht onder de kayak.
Nog een katrol aan de voorzijde maakt het gemakkelijk om het anker veilig over de boeg (zoals dat hoort!) binnen te halen. Het anker betreft een zogenoemd Brittany anker van circa 2 kg. Indien voorzien van voldoende ankertouw (minimaal drie keer de waterdieptediepte) blijft dit anker op zandgrond perfect liggen. Om te voorkomen dat de kayak gaat slingeren of achterover hangen, wordt aan de voorzijde een klein driftanker gemonteerd. Twee naar buiten gerichte hengelsteunen zorgen ervoor dat er een zo groot mogelijk gebied kan worden afgevist.
Ankeren kan in zo’n klein, toch wat wankel vaartuig een hachelijke zaak zijn, maar met behulp van een vernuftig katrolsysteem en ter assis-tentie een driftzak, weet Thomas zijn kayak nauwkeurig boven de gekozen stek te positioneren
LOCATIE
De in het zoeken van kreeftachtigen, schaaldieren en andere bodembewoners gespecialiseerde gevlekte gladde haaien houden van een zanderige ondergrond met veel voedsel. Zorg er dan ook altijd voor dat je vist op een bodem met voornamelijk zand. Dit zal in het begin even zoeken zijn, maar vaak kun je aan je anker zien of er klei aan blijft zitten. De diepte waarop wordt gevist, ligt voor de kust van Walcheren zo tussen de acht en 15 meter.
De Hobie kayak, model 2015, van de auteur en het door hem gebruikte zandanker.
MATERIAAL
Om zo’n maximaal vijf tot zeven kilo vangend haaitje te vangen, heb je absoluut geen grof materiaal nodig, zolang je maar beschikt over goed materiaal. Door de stroming is het wel noodzakelijk om 100 gram ankerlood weg te kunnen zet-ten, maar dit kan ook gemakkelijk met een spinhengel, zolang je maar voorzichtig handelt. Zelf vis ik met een Shimano Biomaster 10-35 grams spinhengel van 210 cm, met daarop een Shimano Biomaster SW 4000, gevuld met 12/00 Daiwa Tournament gevlochten lijn. Zorg er wel voor dat de slip van de molen goed is afgesteld! Veel zeevissers hebben hun slip bij het bodemvissen standaard stevig aangedraaid, maar geloof me: pakt zo’n gevlekte gladde haai je aas en gaat-ie er op de stroming hard van-door, dan heb je een goed afgestelde én functionerende slip heel hard nodig!
MONTAGE
De onderlijnen die je vanuit een kayak gebruikt, kunnen beslist niet te lang zijn in verband met het ingooien en uptide vissen. Mijn 80 cm lange onderlijn is gemaakt van 50/00 Yuki Invisible nylon, met een trekkracht van 28 kg, waarbij de bovenste haak bevestigd wordt met een swivel en de onderste haak aan een zijlijn op een lange stalen afhouder. Zorg voor een goede kwaliteit afhouder; bij mij zijn in eerste instantie de nodige plastic afhouders (en ook haken van inferi-eure kwaliteit) gesneuveld!
Voor de haaklijnen kies ik voor het-zelfde nylon als voor de hoofdlijn; die Yuki Invisible is naar mijn ervaring een sterke, schuurvaste en ook nog eens flexibele lijn. Als haak gebruik ik een Gamakatsu F314 in maat no. 2; een enorm sterke haak, die is voorzien van een wijde bocht. Elke haai die ik heb gevangen, bleek netjes gehaakt in de zijkant van de bek en door de bijna weerhaakloze haak kon elke haai ook weer ongeschonden worden teruggezet in zijn of haar element. Het te gebruiken lood hangt af van de stroming, maar vaak is 100 gram lood met stevige ankers voldoende. Bij het ingooien wordt er tegen de stroming in (uptide) geworpen, waarna je voldoende lijn geeft zodat het ankerlood en de onderlijn ruimte krijgen om strak op de bodem te komen liggen.
Zo licht als rekening houdend met de omstandigheden én het welzijn van de vis maar mogelijk is.
AASPRESENTATIE
Het voordeel van het vissen vanuit een kayak, maar natuurlijk ook vanuit een boot, is dat je aaspresentatie perfect is. Door de korte afstand die je in hoeft te gooien, soms kun je zelfs je onderlijn naast de kayak laten zakken, komen er geen krachten op je (kwetsbare) aas te staan en blijft dat zitten zoals bevestigd. Haaien eten eigenlijk alles wat er op de bodem leeft en kroelt; wormpjes, garnalen, krabbetjes en andere kreeftachtigen. Een grote steekzager is een van de beste aassoorten die je -in ieder geval langs onze kust- kunt gebruiken. Mocht je hier niet over dergelijke jumbo’s beschikken, dan vormt een trosje kleine zagers een goed alternatief. Ook heb ik geëxperimenteerd met het inzetten van lokaas, maar hierdoor heb ik niet substantieel meer gevangen.
Klein spul..
EN DAN MAAR PROBEREN
De plannen waren gesmeed, het aas was compleet en het materiaal was op orde, dacht ik. Tijd om daadwerkelijk te gaan vissen. Na circa een uur kreeg ik de eerste aanbeet: een paar zachte tikjes, gevolgd door een flinke run. Dit moest wel een haai zijn! Na een dril van zeker een kwartier, waarbij de haai enkele flinke runs nam, was ik genoodzaakt om een klein beetje extra druk te zetten. Na het iets dichtzetten van de slip, nam de haai nog een laatste run en schoot vervolgens… los. Na een korte woordenwisseling met mijzelf zag ik tot mijn grote verbijstering dat mijn haak was uitgebogen. Helaas viste ik toen nog met andere haken, waarvan ik dacht dat die voldoende sterk waren. Niet dus.
Gelukkig kreeg ik niet veel later weer een mooie aanbeet en met nog steeds dezelfde haken was ik uiterst voorzichtig. Deze haai was bij lange na niet zo groot als de eerste en kon dus uiteindelijk veilig worden geland. Toen het dier eenmaal naast de kayak lag, kon ik haar scheppen met een groot schepnet. Na het scheppen gaan ze wel even flink tekeer en gedurende die tijd laat ik ze even tot rust komen in het water. Na enkele seconden was dat laatste verzet voorbij en kon ik met mijn eerste, vanuit de kayak gevangen haai op de foto. Even opmeten, maar tot mijn spijt tikte het meetlint slechts 79 cm aan. Die allereerste dag kon ik meteen al drie haaitjes noteren, waarvan er helaas geen een de meter haalde. Maar goed: de toon was gezet en je doel meteen al bij de eerste poging realiseren, daar is ook geen lol aan!
Ronduit spectaculair, de eerste run van zo’n supersnel en oersterk haaitje.
VANGEN
Die eerste expeditie was meteen al zo’n succes, dat ik een kleine maand later een tweede poging waagde. Wederom kwam de teller niet verder dan drie haaien van onder de meter. Wel had ik ze duidelijk gevonden, maar nu moest ik nog echt op zoek naar de grotere dames. Op 6 augustus 2016 was het een prachtige, zonnige dag, met eigenlijk iets teveel wind, maar die meter moest en zou er komen. Na alle gedurende de voorgaande sessies opgedane kennis, ankerde ik op 11 meter, op een stekje waar een raar stroompje bleek te lopen. De verstevigde onderlijnen, zonder de bij de eerdere pogingen gesneuvelde plastic afhouders, maar nu voorzien van extra stevige stalen afhouders en degelijke haken, konden na het ankeren direct overboord.
Na een half uurtje kreeg ik op de linkerhengel een prachtige beet. Meteen al toen ik mijn hengel pakte, wist ik dat dit een flinke dame was. Tegelijkertijd kreeg ik ook beet op mijn rechterhengel, maar deze vis schoot er na een korte run af. De eerste run van de gehaakte vis was niet te stoppen, maar vervolgens zwom ze terug richting de kayak en kon ik haar een kleine vijf minuten later alsnog scheppen. Doordat mijn lijn in de knoop was geraakt met het ankertouw, was ik genoodzaakt om naar de kant te gaan. Daar heb ik snel deze schitterende dame opgemeten en een foto gemaakt. Het meetlint gaf 120 cm aan en daar was dus eindelijk de zo gewenste meterplus!
VOLGENDE SESSIES
Op 8 oktober 2016 kon ik de ultieme poging doen om in de dubbele cijfers te belanden. Helaas is dát uiteindelijk niet gelukt, maar wél kon ik de dag afsluiten met maar liefst negen gevlekte gladde haaien, waarvan de kleinste 87 cm lang was en de grootste maar liefst 115 cm. Binnen 10 minuten kon ik zelfs drie haaien scheppen en begrijpelijk! – gaf dat de nodige chaos aan boord. Zo’n kayak is nu eenmaal geen vliegdek-moederschip. Overigens heb ik die dag zeker ook nog eens drie aanbeten gemist; een onvergetelijke dag. Het mooie is dat de aanbeet van een haai elke keer weer verschillend is. Variërend van een directe aanbeet, gevolgd door een run van wel 30 meter, tot zelfs vijf minuten achtereen rustige tikjes en een haai die direct mee omhoog zwemt.
Voorzichtig op het strand gemeten: 120 hele centimeters!
Opvallend is verder dat van de circa 40 gevlekte gladde haaien die ik afgelopen seizoen wist te landen, slechts drie mannetjes waren. Daarnaast heb ik ook geen kleine haaitjes gevangen; de kleinste was nog 74 cm. Ook heb ik geen enkele eerder elders gemerkte haai gevangen. Naast de haaien die ik ving, was er natuurlijk ook bijvangst in de vorm van baarsjes en botjes en werd er ook een pijlstaartrog gevangen. Deze had ik helaas niet zelf.
Om de geslaagde visserij van het afgelopen seizoen een vervolg te geven, wil ik de komende zomer ook meer aan de gang met vis en inktvis als aas. De kans op pijlstaartrog of ruwe haai wordt dan aanzienlijk vergroot. Helaas ben ik dan echter ook genoodzaakt om ook met een stalen onderlijn te vissen en waarschijnlijk met een zwaardere hengel. Terwijl juist het ultra licht vissen dit kayakvissen tot zo’n uitdaging maakt.
DOELEN BIJSTELLEN
Mijn doel is bereikt! Niet alleen van het bereiken van dit doel heb ik genoten, maar (vooral) ook van de weg ernaar toe. Van alle leermomenten, van alle verspeelde haaien en alle gevangen haaien, maar ook van alle stille, saaie uurtjes. Hopelijk keren de gevlekte gladde haaien komend seizoen in nog grotere aantallen terug en kunnen ook jullie desgewenst volop genieten van deze prachtige en uitermate spannende visserij! Het virus heb ik inmiddels ook over kunnen brengen op diverse visvrienden, die vervolgens ook de nodige haaien vanuit de kayak hebben weten te vangen. Naast een passend vervolg op mijn haaienavonturen, is het doel voor 2017 ook om driftend vanuit de kayak een tarbot of een griet te vangen. Je moet immers wát te wensen hebben!
DANIEL VAN DER KRAAN – Zodra het nieuwe roofvisseizoen weer bijna van start gaat, kijken ik en mijn vismaat Alrik weer reikhalzend uit naar één van onze favoriete visserijen: met klein spul op groot water!
In ons geval bedoel ik daarmee trollend met kleine plugjes de rivier op. Wat deze manier van vissen zo ontzettend leuk maakt? Blanken komt vrijwel nooit voor, want vrijwel alle jagende vissoorten kun je verwachten én je vangt zeker niet alleen kleine vis! Zeker in het voorjaar en de zomer als het visbroed weer volop aanwezig is, zijn kleine plugjes en shadjes vaak zelfs nog beter dan de immer maar groter wordende swimbaits, tailbaits en noem ze allemaal maar op. Hiermee zeg ik zeker niet dat deze geen vis opleveren in de warme maanden, maar ik maak de keus voor klein – dat naast de eerder genoemde punten –, ook voornamelijk voor het grote plezier.
In deze tijd van het jaar zijn kleinere pluggen vaak op hun best.
LICHT
De diversiteit aan de te verwachten vissoorten dragen absoluut bij aan dit plezier. De hoofdmoot is meestal snoekbaars en baars, met snoek als goede derde. Daarnaast zijn geregeld roofblei en winde de klos en tegenwoordig kunnen we ook steeds vaker meerval verwachten, al zou ik die dan toch liever als bijvangst aan de snoekhengel willen. Alrik was ooit ‘de gelukkige’ om er eentje te haken, maar zoals je begrijpt begin je niet veel met een 20-grams spinhengel tegen dergelijk geweld. Na een tiental spannende, maar helaas kansloze minuten loste de vis.
“Als je dan kort na het terugschakelen naar klein aas een ‘mooie meter’ of ‘vadsige veertiger’ pakt, snap je ons enthousiasme!
Inmiddels hebben we echt een hoop mooie dagen beleefd op de rivier met ‘de kleintjes’. De beste tijd is naar mijn mening van het begin van het seizoen tot zo eind september. Zeker in het begin van het seizoen is het visbroed volop aanwezig en dat zal een voorname reden zijn waarom kleine plugjes gewoon goed werken. Het levert trouwens niet alleen kleine vis op, want op snoek na heb ik mijn persoonlijke records van de andere vier soorten allemaal op deze manier gevangen! Maar al te vaak kregen we met groot snoekspul geen enkele aanbeet. Als je dan niet lang na het terugschakelen naar klein aas een ‘mooie meter’ of ‘vadsige veertiger’ pakt, snap je ons enthousiasme!
Een meter en een vadsige veertiger op klein spul
Onze uitrusting:
Allereerst de hengel. Toen mijn hengelverzameling destijds minder toereikend was, gebruikte ik mijn verticaalstokje om te trollen. Dat ging verder prima, echter bij de kleinere plugjes van vijf tot zeven centimeter kwamen de trillingen niet voldoende door om goed te kunnen voelen of deze hun werk naar behoren doen en dat is dus wel essentieel. De redelijk stugge verticaalstok was ook gewoon te hard voor met name de zachte baarsbekken en dat resulteerde soms in lossers.
Inmiddels vissen we al enkele jaren met parabolische spinhengels tussen de 210 en 240 centimeter met een aanbevolen werpgewicht tussen de tien en 25 gram. Hiermee is het aantal lossers beduidend minder, al is lossers op een visdag nooit helemaal te voorkomen. De dril aan dergelijke lichte hengels is echt een groot deel van het plezier, want een mooie middelmaat snoekbaars of veertiger-baars trekt deze al mooi rond, laat staan als er een flinke snoek(baars) aan gaat hangen. Let er wel op dat je de hengel ook weer niet te licht neemt.
Natuurlijk vissen we het liefst van zonsopkomst tot zonsondergang!
Er moet enige ruggengraat onderin de hengel zitten om wat reservepower te hebben bij een mooie vis. Ook lukt het niet om met een te zachte hengel de plugjes op diepte te krijgen. Deze hebben een bepaalde tegendruk nodig om steeds dieper te duiken tot hun maximaal haalbare diepte is bereikt. Een zachte stok zal alsmaar verder willen doorbuigen en kan dus zodoende niet de juiste hoeveelheid tegendruk geven. Zo zal je aasje niet op de gewenste diepte kunnen komen.
Er moet wel enige ruggengraat onderin de hengel zitten om wat reservepower te hebben bij een mooie vis.
AFGESTEMD
De molen nemen we in de maat 2.000 tot 2.500 en het liefst licht van gewicht zodat deze mooi in balans is met de hengel. Alle merken hebben wel een dergelijk model in het programma en ook in meerdere prijsklassen zodat er voor iedere portemonnee genoeg keus is. Belangrijkste blijft natuurlijk dat de slip naar behoren werkt, want we willen natuurlijk niet die dikke bak verloren zien gaan omdat de slip niet op gang kwam vlak voor het net…
Op deze molen spoelen we een dunne gevlochten lijn in 10/00 of 12/00. Zelf hebben wij goede ervaring met de HD4 lijn van Savage Gear en de Spiderwire Code Red, al zijn er natuurlijk meer geschikte lijnen op de markt. Wel kies ik altijd voor een fel gekleurde lijn zodat ik deze goed kan volgen tijdens het werpen of tijdens de dril en daarnaast is het ook zeer praktisch wanneer je aas aan de bodem vastzit maar daarover later meer.
Als onderlijn kiezen we steevast voor iets snoekbestendigs. Na meerdere experimenten bevalt mij dun singlestrand titanium prima. De soepele 49-strand is tevens prima geschikt, alleen gaat dat toch vrij snel kinken na een gevangen vis en moet je deze dus geregeld vervangen. Dit titanium is in verhouding wel duurder, toch veel duurzamer uiteindelijk. Een goede kwaliteit speldwartel in een ‘maatje 2’ een kleine tonwartel maken de onderlijn compleet. Maak deze in elk geval niet te kort (minimaal 30 cm) in verband met de kans op flinke snoek.
Er ontbreekt nog één ding aan de uitrusting: het kunstaas. Met klein spul doel ik op diepduikende plugjes in de categorie van zeg vier tot zeven centimeter lengte. Het aanbod hierin is tegenwoordig behoorlijk groot en ieder merk heeft ze wel in hun assortiment. Een van de bekendste en tevens favoriet van mijn vismaat is de Salmo Hornet in de vijf en zes centimeter uitvoering. De Savage Gear Diving Prey in de 6,3 cm versie gebruik ik dan zelf weer graag; in de praktijk doen ze weinig voor elkaar onder. Deze plugjes gaan tot een meter of vier diepte en zijn zowel trollend als werpend prima voor deze visserij.
Alrik met toch wel een heel knappe zomerse snoekbaars!
De kleur blijft nog steeds een apart verhaal, want zou ik die ene vis ook gevangen hebben als ie wit was in plaats van groen/geel…? Of had ik aan t einde van de dag meer kunnen vangen door die zwartgekleurde de hele dag te gebruiken en niet alleen maar dat ene uurtje? Voorkeuren ontstaan alleen door vangen en vangen doe je alleen door ermee te vissen. Elk kleurtje in mijn doos heeft wel vis opgeleverd en wanneer je een dikke tachtiger snoekbaars haakt op die mooie ‘firetiger’ dan krijgt die vanzelf wel het ‘favoriet-lintje’ opgespeld, toch? Blijven uitproberen dus en de toppers van die dag komen vanzelf in beeld. Ik zeg bewust die dag, want een dag later kunnen ze zomaar totaal uit vorm blijken te zijn. Ratels vind ik trouwens wel gewenst omdat in die enorme plons water het geen kwaad kan wat extra lawaai te maken.
Wat te denken van zo’n forse roofblei? Klein aas betekent dus lang niet altijd dat de vangsten ook klein zijn.
OP DIEPTE
Goed, we gaan beginnen. We vissen altijd maar met een hengel in de hand omdat het vastlopen vrij geregeld voor komt en we van mening zijn dat twee extra steunhengels gewoon niet praktisch zijn om die reden. Laat je aasje altijd eerst even naast de boot zwemmen om te kijken of deze mooi recht loopt en of je deze niet te snel vist. In beide gevallen zal deze gaan tollen en ga je zelden iets vangen. Wanneer deze niet recht loopt, zal hij niet op de juiste diepte komen terwijl je hem toch voelt tikken op je top. Altijd even checken dus! We vissen in de regel langs de oevers van de rivier en de taluds van de kribvakken, omdat dit eenvoudig weg vaak de beste stekken zijn. Vooral de lange oevers met steenstort zijn vaak echte topstekken. We bieden de plugjes meestal tussen de drie en vier meter diepte aan.
Hotspots… Nabij obstakels aan de oever of op de bodem zijn vaak de hotspots te vinden. Hef echter op tijd je hengel op; voor je het weet loop je vast!
De haalbare diepte hangt uiteraard af van het plugje zelf maar ook van de vaarsnelheid, de diameter van je hoofdlijn en de hoeveel lijn die je uit hebt staan. Begin met een worpje achter de boot van een meter of tien en geef steeds wat lijn bij totdat je het aas over de bodem voelt stuiteren. Draai dan een paar slagen binnen en hij zal mooi vlak boven de bodem zijn werk doen. Omdat de rivierbodem bepaald niet op een mooi betegeld zwembad lijkt, moet je ook continue de dieptemeter in de gaten houden. Niet alleen vanwege het eventuele vastlopen maar ook voor de veiligheid. Zodra je een kribvak nadert, zorg er dan voor dan je ruim om de pier heen vaart. De stenen onder water zijn meedogenloos voor je kunstaas. De persoon die aan binnenkant vist op dat moment kan ook beter de hengeltop hoog houden om vastlopen te vermijden. Wanneer we meerdere aanbeten krijgen op een bepaald stuk gaan we er nog een keer langs, net zo lang tot de actie ophoud.
“Een nieuw dregje is nog steeds een heel stuk goedkoper dan een nieuw aasje…
Vastzitten is trouwens iets wat onontkoombaar is bij het trollen over de rivierbodem. Ook wij hebben inmiddels aardig gedoneerd aan de talrijke obstakels. Wanneer je vastzit, kun je in veel gevallen je aas bevrijden door weer in dezelfde richting achteruit te varen en je top laag te houden. Zo trek je meestal de boel weer los, maar helaas gaat dit niet altijd op.
Een niet alledaagse, maar wel zeer goede kunstaasredder!
REDDER
Alrik was zo slim destijds om een kunstaasredder te bestellen en die heeft ons al flink wat geld bespaard! Het type dat wij gebruiken is alleen niet de bekende versie met de kettinkjes – die dan trachten de dreggen te pakken te krijgen. Ons model klemt zichzelf vast aan de speld zelf. Hierdoor komt alle kracht direct op de dreggen die dan uiteindelijk losschieten of openbuigen. Een nieuw dregje is nog steeds een heel stuk goedkoper dan een nieuw aasje… Wanneer je aas dus niet vrijkomt op de normale manier, probeer dan zo dicht mogelijk bij de plek des onheils te komen. De bestuurder van de boot houdt uiteraard ook continue de omgeving in de gaten! ‘De verlosser’ hangt ‘de redder’ in de lijn en laat deze langs de strakke lijn afzakken. Houd de handlijn in de andere hand om deze te begeleiden. Niet zelden tikt het kunstaas al los door het gewicht dat er ineens op neerdaalt.
Door de redder met beleid omhoog te trekken en weer in de vrije val te laten gaan, zal deze vrij rap de speldwartel vastklemmen! Let er wel op dat je minimaal een ‘maatje 2’ speldwartel gebruikt, anders heeft de redder geen grip genoeg. Zodra je voelt dat je contact hebt, kan het trekken beginnen. Mocht je het zaakje niet direct met de blote handen los kunnen trekken – het touw kan de vingers stevig afknellen bij flinke spanning -, wikkel ik deze een paar maal om mijn kniptang om meer kracht uit te kunnen oefenen. Check ook wel eerst de splitringen in het neus-oog vooraf, omdat die niet op elk aasje even sterk zijn. Uiteraard moeten ook de splitringen aan de dregjes van goede kwaliteit zijn, maar wanneer je vist met dergelijke zachte hengels zal er niet veel kracht op komen te staan.
De Hyperstrong serie van Gamakatsu is dan een goede keuze
Wanneer je met de kunstaasredder aan de speldwartel gaat trekken, is het natuurlijk een ander verhaal. De Hyperstrong serie van Gamakatsu is dan een goede keuze. Op een moment zat Alrik vast op een meter of tien uit de oever. De stevige wind en stroming maakte het ons niet echt makkelijk om boven het vastgelopen kunstaas te komen. Na een gezonde mix van geduld én gevloek had ik eindelijk contact met de plug en kon het touwtrekken beginnen. Het lukte me om ‘iets’ los te trekken en zo takel ik uiteindelijk een behoorlijk grote tak naar boven waar al een stuk of vier andere shads en pluggen aanhingen! Vermoedelijk hebben hier al meer mensen wat onaardige dingen geroepen naar beneden…
VERRASSING
Nog een aantal zaken die niet mogen ontbreken bij deze visserij zijn een ruim schepnet, hakenslijper én onthaakmat. Baarzen hebben de neiging sneller los te schieten door hun zachte bekken en daarom komt het landingsnet zeker van pas. Wij hebben trouwens twee maten landingsnetten aan boord; een grotere omdat de kans op een flinke ‘riviermeter’ altijd aanwezig is en een kleiner baarsnetje!
De hakenslijper, tot slot, is onmisbaar omdat de dregjes echt op hun lazer krijgen bij deze manier van vissen. Check geregeld je haakpunten door middel van de nageltest en bij twijfel; direct aanscherpen of vervangen.
Vissers die deze methode al langer beoefenen weten hoe leuk en verslavend dit kan zijn. Het drillen op licht materiaal, met regelmaat actie én natuurlijk altijd kans op die ene klapper. Klein aas is gewoon super veelzijdig… Een baarsje van krap tien centimeter of een rivierbuffel van 115 cm aan hetzelfde aasje vangen, het is allemaal mogelijk. Dat verrassingseffect is misschien wel mijn grootste plezierfactor, want wat komt er deze keer zodra er een vis met beleid naar de oppervlakte gedirigeerd wordt? Hey, toch een flinke baars!
CHRISTIAN HUMMELINK – Lijndressuur…Vol spanning fiets ik naar mijn volgende stekje. Nieuwsgierig tuur ik naar de open plek tussen het drijvend fonteinkruid… bingo! Het water kleurt bijna zwart van de opgewaaide modder, het is duidelijk dat de vissen het bedje van hennep en tijgers gevonden hebben…
First blood! Toen alles nog op rolletjes liep…
Voorzichtig sluip ik richting de zachte oever. Niet voorzichtig genoeg blijkbaar, want de vissen verdwijnen rustig maar gedecideerd tussen de planten. Ik vlij mijn aasje neer en maak me zo klein mogelijk. Nu de vreetorgie tijdelijk gepauzeerd is, kan ik door mijn polaroid precies zien wat er op mijn stek gebeurt. Het duurt niet lang voor ik een statige, weelderig beschubde spiegel mijn blikveld binnen zie zwemmen. Wauw, wat een plaatje!
De vis begint echter niet met azen maar zwemt onrustig heen en weer over mijn stek. Eén rondje, twee rondjes… ik voel de bui al hangen en begin de vis in gedachten aan te moedigen: “Kom op! Naar beneden met die kop!” Drie rondjes… dan zie ik mijn pen langzaam iets opzij driften. De vis explodeert als het ware en vlucht met krachtige staartslagen terug de plantenjungle in. Trillend van opgekropte spanning en frustratie blijf ik achter.
FABELTJES
Het voorkomen van lijndressuur is een hot topic in de karpervisserij, en terecht! Wanneer een karper met de lijn van een visser in aanraking komt is de kans op het vangen van deze vis, maar ook op het vangen van andere vissen, aanzienlijk gereduceerd. Iedereen die de schrikreactie van een karper op een al dan niet strakke lijn met eigen ogen gezien heeft, zal dit volmondig kunnen beamen. Het is dan ook geen wonder dat het vissen met slappe lijnen enorm aan populariteit gewonnen heeft en dat er veel aandacht wordt besteed aan het camoufleren en wegwerken van ‘de laatste meters’. Een vis die met vertrouwen en zonder argwaan aast, is nou eenmaal een stuk beter vangbaar dan een voorzichtig snoepende zenuwpees.
Slap
Een andere stroming in het voorkomen van lijndressuur is het vissen met verticale lijnen. Hierbij lopen de laatste meters vanaf het lood juist recht omhoog naar een polybal, waardoor het grootste deel van de uitstaande lijn boven water wordt gevist in plaats van eronder. Deze manier van vissen vormt een prima oplossing om het aantal meters lijn waarmee de vis in aanraking kan komen te minimaliseren. Een veel gehoorde kreet bij het adverteren van deze techniek was echter ook dat karpers niet zouden schrikken van een verticale lijn… een uitspraak die bij mij, en naar ik mag hopen bij een heel leger penvissers, behoorlijk op de lachspieren werkte.
Goed, theoretisch zou het natuurlijk kunnen dat karpers op een bepaald water nooit met verticale lijnen belaagd worden en dat daardoor een tijdelijk voordeel wordt gecreëerd. Maar zelfs als dat waar zou zijn, dan nog gaat dit effect na het vangen van enkele vissen binnen afzienbare tijd verloren. Negatieve conditionering is op verticale lijnen namelijk net zo goed van toepassing als op horizontale lijnen en de suggestie dat een karper een verticaal lopende lijn niet als gevaarlijk zou herkennen kan dan ook gerust naar het rijk der fabelen worden verwezen. Een slappe lijn is niet hetzelfde als een slap verhaal…
Positieve conditionering
DUNNE LIJN
De dunne lijn tussen vangen en niet vangen is bij het penvissen net zo aanwezig als bij de statische visserij, en geldt net zozeer voor verticale als voor horizontale lijnen. Over dunne lijnen gesproken: lijndressuur bij het penvissen kwam even vluchtig, maar daarom niet minder treffend, ter sprake in Luc De Baets’ karperbijbel ‘De Dunne Lijn’:
“Zelfs bij het penvissen – waarbij de verticale lijn tussen aas en pen nauwelijks onder druk staat (iets meer bij zwaarder aas en een zwaardere pen) – zijn schrikreacties bij ‘inzwemmers’ op de drukkere wateren een zeer frustrerend fenomeen. Sommigen kennen dat wel: de pen wordt lichtjes zijwaarts weggedrukt (vroeger de indicatie dat er een beet zat aan te komen), wordt dan prompt onder gesleurd, en wie niet beseft wat er aan de hand is, slaat een gigantisch gat in de lucht en de pen kapot tegen zijn hengeltop. Ervaren penvissers hoef ik natuurlijk niet te vertellen dat dit het signaal is om in het vervolg de pen een metertje over diepte in te stellen, na het inwerpen zoveel mogelijk naar je toe te trekken, en het aas bij voorkeur op de voor jou dichtste kant van je voer te vissen.”
Een interessante passage van slechts enkele zinnen, waarin Luc de kern van het probleem raakt, signaleert hoe dit probleem is te herkennen én een aantal oplossingen aandraagt. In mijn eigen penvisserij is er geen ander aspect waaraan ik zó veel aandacht besteed dan aan het voorkomen van lijnzwemmers en ik zal in dit artikel dan ook wat dieper op de materie ingaan.
Twee Nederlandstalige karperbijbels uit verschillende tijdperken
VÓÓRKOMEN EN VOORKÓMEN
Eén van de meest sprekende beelden als het gaat over penvissen is de cover van het boek ‘Op jacht naar grote karper’ van Rini Groothuis. We zien een uit de kluiten gewassen karperstaart boven het wateroppervlak uittorenen, een fijn pennetje danst daar vlak naast op de uitdijende kringen. De spanning spat van de foto af! Toch hebben we hier ook één van de grootste moeilijkheden van het penvissen in beeld. Uiteraard willen we allemaal die wapperende staarten zien, de vissen moeten ‘op kop’. Maar tegelijkertijd stijgt de kans op lijnzwemmers. De vis heeft alleen maar oog voor zijn smakelijke maaltje en zijn brede rug of wuivende staart komt hierbij makkelijk in aanraking met de lijn tussen aas en pen.
Bij jonge of weinig belaagde karpers zal een lijnzwemmer niet direct leiden tot een schrikreactie. De kunst is dan om te wachten tot de vis het aas daadwerkelijk met zijn bek heeft opgepikt in plaats van met zijn staart of vinnen. Voor een geoefende penvisser is een lijnzwemmer vaak nog wel van een echte aanbeet te onderscheiden, voor beginnende penvissers is het een ware crime. Oefening baart kunst, al zal dit onvermijdelijk gepaard gaan met een aantal vals gehaakte vissen en de nodige gaten in de lucht. Ook zónder lijndressuur kan het dus lonend zijn om alles in het werk te stellen om contact tussen karper en lijn te voorkomen. Het is dé manier om het percentage echte aanbeten op te krikken en dat vertaalt zich vanzelf in betere vangsten. Maar hoe breng je dit in de praktijk?
Bij jonge of weinig belaagde karpers zal een lijnzwemmer niet direct leiden tot een schrikreactie
OVERDIEPTE
Ik ben geen fan van het op overdiepte vissen van mijn pen. Eén van de grootste voordelen van het penvissen ten opzichte van de statische visserij vind ik juist de haarscherpe beetregistratie. Wanneer er gewacht moet worden op een ‘prik’ geef je een karper in feite altijd de kans om het opgenomen aas weer uit te spugen. Uiteraard kun je heel veel bewerkstelligen met het finetunen van je rig, maar een rig die altijd haakt bestaat nou eenmaal niet. Misschien vind ik het daarom wel een geruststellende gedachte dat ik bij het penvissen de touwtjes letterlijk zelf in handen heb. Ik zorg altijd dat er ongeveer vijf tot zeven centimeter van mijn lijn op de bodem ligt. Hierdoor komt een vis bij het oppakken van het aas niet in contact met mijn lijn, maar wordt dat oppakken tegelijkertijd wél direct en feilloos doorgegeven aan het oppervlak.
Haarscherp
Soms kan ik het me veroorloven om even te wachten tot de pen gaat lopen, soms is het nodig om op dat eerste tikje te slaan. Hoe dan ook, dit is informatie die je alleen bij het penvissen vergaart, mits je scherp vist! Bij het vissen op overdiepte gaat er een belangrijk deel van die scherpte verloren. Bovendien zijn de omstandigheden waarin het nodig is om op overdiepte te gaan vissen (argwanende, lijnschuwe vissen) nou juist net de omstandigheden waarin het slaan op dat eerste tikje óók vaak vereist is. Het naar je toe halen van de pen, zoals Luc het beschrijft, komt de beetregistratie weer ten goede. Het nadeel van deze methode is dat het schier onmogelijk wordt om de penhengel los uit de hand te vissen. Voor sommige stekken geen probleem, vanaf bruggen bijvoorbeeld niet te doen.
ZWEMROUTE
Waar ik me liever op focus is het in kaart brengen van mijn te bevissen stek. Allereerst houdt dat in dat ik probeer te achterhalen van welke kant de vissen een stek het liefst benaderen. Weet ik dat, dan kan ik het kleine stukje lijn dat op de bodem ligt inclusief aas in de juiste richting leggen. Uiteraard kun je een en ander ook proberen te sturen met behulp van een klein voerspoortje, waarbij je haakaas dan aan het einde van dit spoortje ligt te wachten.
Voor een duiker weggeplukt, aan het eind van een tactisch geplaatst voerspoor
Een nóg betere manier om lijnzwemmers te voorkomen is het afschermen van je lijn, waardoor het voor een karper fysiek onmogelijk wordt om tegen je lijn aan te zwemmen. In feite komt het er op neer dat ik altijd zo dicht mogelijk tegen ‘obstakels’ aan vis. Dit klinkt direct gevaarlijk en daarom heb ik het woord obstakels tussen aanhalingstekens geplaatsts. Dit hoeft namelijk niet per se een dukdalf of betonnen brugpijler te zijn. Rietstengels, plompenbladen of andere waterplanten voldoen ook uitstekend. Waar het om gaat is dat je lijn hier zo dicht mogelijk langsloopt. Dit verkleint de kans dat een karper tijdens het azen je lijn raakt, en vergroot juist de kans dat de karper je aas vanaf de goede kant benadert. Ook de oever leent zich hier prima voor. Strak in het kantje vissen is dan ook een prima tactiek om lijnzwemmers tegen te gaan.
Strak tegen de kanaaloever
“De onverschrokkenheid waarmee een karper in de beschutting van waterplanten aast staat vaak in schril contrast met zijn argwaan daarbuiten…
PRAKTIJK
Hoekjes van het water waar zich drijfvuil heeft verzameld trekken vaak karper aan. Zo’n stek observeer ik eerst om er achter te komen of er al karpers onder het drijfvuil liggen. Is dit het geval dan komt mijn aas strak tegen het drijfvuil aan te liggen en mijn pen er iets buiten. Een karper die vanonder het drijfvuil richting mijn pen zwemt komt dan eerst het aas tegen en dan pas de lijn. Wanneer er geen karper onder het drijfvuil lijkt te liggen komt mijn pen juist strak tegen het drijfvuil te liggen en mijn aas er iets buiten. Een vis die komt aanzwemmen richting het drijfvuil komt dan wederom mijn aas als eerste tegen.
Drijfvuil trekt karpers aan
WATERPLANTEN
De rand van een plantenbed leent zich zoals hierboven omschreven prima om de lijn te camoufleren. Bij echt lastige omstandigheden en zeer schuwe vissen mag ik ook graag midden tussen de planten vissen. Met name watergentiaan en drijvend fonteinkruid lenen zich hiervoor uitstekend. Door de vele omhoog lopende stengeltjes voelt de karper voortdurend van alles langs zijn flanken, waardoor het detecteren van de lijn een stuk moeilijker wordt. Ook in de situatie die ik in de inleiding omschreef wist ik uiteindelijk een fraaie vis tussen het drijvend fonteinkruid uit te plukken. De onverschrokkenheid waarmee een karper in de beschutting van waterplanten aast staat vaak in schril contrast met zijn argwaan daarbuiten.
Tussen het drijvend fonteinkruid azen karpers onverschrokken.
Bij het drijvend vissen zijn het dezelfde tactieken die scoren. In open water wordt het aas vaak zeer voorzichtig benaderd en moet er heel wat voer en voedselnijd aan te pas komen om die remmingen weg te nemen. Tussen waterplanten voelen karpers zich duidelijk beter op hun gemak. Ook de kantjesvisserij is bij het drijvend vissen onderdeel van de succesformule. Karpers struinen vaak graskanten af op zoek naar lekkere hapjes die in het water zijn gevallen. Diezelfde grassprieten kun je ook prima gebruiken om je lijn uit het water te houden.
Graskanten afstruinen
Bij het drijvend vissen zijn het dezelfde tactieken die scoren. In open water wordt het aas vaak zeer voorzichtig benaderd en moet er heel wat voer en voedselnijd aan te pas komen om die remmingen weg te nemen. Tussen waterplanten voelen karpers zich duidelijk beter op hun gemak. Ook de kantjesvisserij is bij het drijvend vissen onderdeel van de succesformule. Karpers struinen vaak graskanten af op zoek naar lekkere hapjes die in het water zijn gevallen. Diezelfde grassprieten kun je ook prima gebruiken om je lijn uit het water te houden.
WACHTEN
Een oplossing die wat discipline en geduld vergt is wachten. Wanneer ik onder de top kan vissen en goed zicht heb op wat er op mijn stek gebeurt (helder en niet al te diep water) is dit met stip mijn favoriete tactiek bij het penvissen. Je wacht simpelweg met inleggen tot je een azende karper op je stek hebt en presenteert je aasje vervolgens een centimeter of 15 in de richting waarin hij aast. Dit lijkt simpel, maar de moeilijkheid zit hem in het feit dat een karper soms nogal een grillig aaspatroon heeft.
Wanneer een azende vis bijdraait en mijn aasje dreigt te gaan missen neemt de kans op een lijnzwemmer weer toe, in zo’n geval schroom ik dan ook niet om mijn hengel weer op te halen voor een nieuwe poging. Uiteraard moet je hierbij zo stil en bewegingsloos mogelijk te werk gaan. Dat laatste (ophalen en weer inleggen) doe ik overigens alleen wanneer ik weet dat op een water mijn kans verkeken is als de vis in contact komt met de lijn.
Wachten…, inleggen…, vangen!
Ook wanneer het water minder helder is kun je deze tactiek in mindere mate toepassen, door signalen aan het wateroppervlak te interpreteren. Bewegingen van waterplanten en bellensporen aan het oppervlak verraden vaak precies wat er op de bodem aan de hand is. Ook dan is het wachten op de juiste kans een prima strategie. Hoe minder lang je lijn in het water ligt, hoe kleiner de kans op lijnzwemmers en negatieve conditionering.
Ik wacht tegenwoordig ook niet meer met het toepassen van deze tactiek tot de lijndressuur bij het penvissen vervelende vormen aan begint te nemen. Dit is juist te voorkomen door contact tussen lijn en vis consequent tot een minimum te beperken. Op wateren waar weinig met de pen wordt gevist kun je de boel op deze manier gevoelig langer aan de praat houden
Wachten op de juiste kans
Naast het voorkomen van lijndressuur is de tactiek van het wachten natuurlijk ook bij uitstek geschikt om ongewenste bijvangsten in de vorm van witvis of graskarper te voorkomen. Bovendien kun je, indien je wat bekender raakt met een bestand, specifiek gaan jagen op de toplaag van het karperbestand of juist op de minder gewichtige parels van het water die de dans vaak weten te ontspringen.
CHANGE OF PLANS
Alle goede bedoelingen ten spijt, in sommige praktijksituaties blijkt het zeer lastig om lijndressuur bij het penvissen te voorkomen. Een goed voorbeeld hiervan is een kanaal dat ik de afgelopen jaren regelmatig heb bevist. Op de stukken met weinig waterplanten en obstakels, waar ik mijn lijn onvoldoende af kon schermen, zag ik mijn vangsten behoorlijk teruglopen. De pen liegt in dit soort situaties niet: een klein tikje, meestal binnen het kwartier na aankomst op de stek, en daarna niets meer… Let op, lijndressuur doet hier dus eerder zijn intrede dan stekdressuur! Om de houdbaarheid van zo’n stek met nog een aantal vissen te verlengen schakel ik dan over naar statische visserij. Met een kort combirigje en de laatste meters strak tegen de bodem kun je in dit soort situaties vaak nog wel enkele aanbeten versieren.
Met een kort combirigje in de ‘blessuretijd’ van een productieve stek
VISSEN!
Met bovenstaande tips & tricks gaat het je hopelijk lukken om meer uit je penvisserij te halen. Meer aanbeten, meer vissen en vooral meer visplezier. Dat laatste is tenslotte waar het allemaal om draait. De kick wanneer je een prachtexemplaar na een bloedstollend spannende jacht te slim af bent geweest, daar gaat ons karperhart sneller van kloppen! Voorlopig is dit de laatste bijdrage in deze artikelenreeks over penvissen. Voorlopig, want de penvisserij zit vol verrassingen en blijft me elke keer opnieuw verbazen. Bovendien ben ik onlangs verhuisd en woon ik nu nóg dichter bij mijn geliefde onderwaterwereld. Ik verheug me er enorm op om in deze waterrijke omgeving met de penhengel op avontuur te gaan. Een nieuwe horizon aan mogelijkheden: nieuwe wateren, nieuwe inzichten, nieuwe vissen, nieuwe belevenissen en boven alles… nieuwe PennenStreken!
WIM RUSSCHEN – Voor veel snoekvissers blijft de polder één van de leukste en mooiste plekken om de snoek te belagen. Polderwater of afwateringssloten zijn namelijk in elke streek te vinden en de snoek kom je zelfs in de meest kleine en vreemde slootjes tegen…’ In dit eerder in ons magazine gepubliceerd artikel geeft Wim Russchen tekst en uitleg over zijn topwater-visserij.
In de zomer ligt het geheim van succes vaak net onder het wateroppervlakte.
In sloten van nog geen 70 cm diep en amper twee meter breed heb ik zelfs al snoek in gevangen. Is er leven in een sloot en staan er waterplanten, dan kun je er haast van uitgaan dat ook onze groene vriend aanwezig is. Tussen de waterplanten zie je vaak jongbroed. Kleine visjes die bescherming zoeken tegen de grote vissen, want Esox lucius volgt zijn voedsel. Trouwens het hoeven niet alleen maar kleine visjes te zijn die voor de snoek. In de polder leven ook veel kikkers, muizen en ratten. Een snoek ‘draait zijn hand er niet voor om’. Een mooi gedekte tafel en een heerlijk diner ligt er in die sloot te wachten.
VERGETEN POLDER
Wat opvalt is dat veel snoekvissers die heel kleine slootjes voorbij lopen, maar neem van mij aan dat je er toch leuke vissen kunt vangen. En het leuke van die kleine slootjes is dat je de snoek bijna niet kunt missen. In dagen dat het heel taai is en de snoek erg vast ligt, kun je juist in die sloten wel een leuke snoek vangen. De sloten zijn immers zo klein en ondiep dat de snoek jouw kunstaas bijna niet over het hoofd ziet. Vooral het vissen met ‘topwaters’ maakt het snoeken dan juist zo leuk.
Een mooi gedekte tafel en een heerlijk diner ligt er in die sloot te wachten.
Als je even een paar uurtjes vrije tijd hebt is het leuk om even de polder in te trekken. Een hengel, een paar stukken kunstaas en je kunt al aan de slag om onze groene vriend, de snoek, de schrik op het lijf te jagen. In de maanden juni, juli en augustus zie je niet veel snoekvissers aan de waterkant in de polder. De polder staat immers vol met waterplanten. Pijlkruid, krabbenscheer, gele plomp, fonteinkruid en kranswier kom je in deze periode veel tegen.
Het is in deze periode voor veel roofvissers geen doen om met pluggen en spinners de polder in te trekken. Telkens zit je met je of spinner of plug in de waterplanten te harken. Dit geeft veel ergernis. De polder komt pas weer in beeld bij de snoekvisser in de maanden oktober t/m maart. Logisch, want de meeste waterplanten zijn in deze periode aan het afsterven. Het water wordt namelijk in deze maanden steeds kouder en het groeiproces van de planten is dan voorbij.
De meeste planten zie je nu niet meer aan de oppervlakte, langzaam sterven ze af. Ze zijn niet helemaal verdwenen, maar liggen tegen de bodem aan. Toch ben ik ervan overtuigd dat je ook kunt snoeken in de polder wanneer er veel waterplanten staan. Je moet de snoek nu alleen op een andere manier benaderen. In de periode dat er veel waterplanten staan via ik met topwaters en/of oppervlaktepluggen. ‘Topwaters?’ Jazeker, omdat dit kunstaas in deze periode verreweg de meest effectieve manier is om de snoek te vangen.
De snoeken staan in deze periode namelijk tussen de waterplanten. Veel kleine vis zoekt ook een veilig heenkomen tussen de waterplanten. En de snoek gaat zoals ik al eerder aangaf wel met zijn voedsel mee. Tevens geven de waterplanten zuurstof af en bieden bescherming tegen de felle zon.
Ook op groter water kun je de snoek vaak nog aan het oppervlak verleiden!
VERTROUWEN IN TOPWATERS
Toch zie je niet veel snoekvissers met oppervlaktepluggen vissen. Ze kijken ernaar, maar vissen er niet mee. Het lijkt erop dat de meeste snoekvissers geen vertrouwen hebben in dit stukje kunstaas. Is het misschien onbegrip? Inderdaad zul je met topwaters niet alle snoekaanbeten verzilveren, maar dat doe je met een spinner of gewone plug ook niet. Niks is leuker en gaver als je een topwater uitgooit in de polder en je ziet een rug van een snoek boven in het water verschijnen. De beroemde ‘V’ in het water. Jouw hartslag zal stijgen naar 120 slagen per minuut, want je hoopt namelijk die aanbeet te krijgen. Zal de snoek het kunstaas pakken?
“Ja, je kunt er dus weleens eentje missen, maar het spektakel aan de oppervlakte vergoedt erg veel
Een snoek wil nog wel eens aan een topwater voorbij schieten, maar niet getreurd, want als ze echt los zijn dan pakken ze hem wel bij een volgende worp. Waardoor het komt dat ze de topwater missen? Een snoek moet in een splitsecond beslissen of hij de prooi kan pakken en dat levert nog wel eens een misser op. Topwaters kunnen soms ook niet diep genoeg liggen in het water. De snoek duwt dan als het ware de plug voor zich uit in plaats van dat hij hem kan opslurpen. Ja, je kunt er dus weleens eentje missen, maar het spektakel aan de oppervlakte vergoedt erg veel. Vooral het visuele aspect van een aanbeet geeft een kick.
Vooral het visuele aspect van een aanbeet geeft een kick.
Vorig seizoen heb ik heel leuke resultaten geboekt met topwaters. Vooral ’s avonds als de zon niet meer zo fel is en het water wat afkoelt, dan worden de snoeken in de sloten ook weer actief. Wat is er dan leuker om even een paar uurtjes de polder in te trekken. Vooral die latere uren kunnen zeer productief zijn.
Ooit ving ik vier snoeken in een uur tijd. Vooral het enthousiasme waarmee deze snoeken de topwaters aanvielen had ik nog niet eerder meegemaakt. Elke aanbeet was ook gewoon raak! De eerste snoek van de avond zal ik niet snel vergeten. Ik gooide mijn topwater te water. In dit geval een eigenbouw twisterprop met bucktail staart. Dan verschijnt aan de oppervlakte vanuit de kant een rug, maar de snoek pakt de plug niet. De snoek blijft eronder en zwemt mee. Ik kan de snoek gewoon zien, want het water is kraakhelder. Als ik stop met draaien en de plug op het water laat liggen blijft de snoek ook gewoon staan.
Op het moment dat ik even versnel met de hengel gaat hij tot de aanval over. Op dat moment schrik je jezelf letterlijk een hoedje want je ziet het gewoon gebeuren. Niks is leuker en spectaculairder dan dat! De adrenaline stijgt naar grote hoogte in je lichaam als een snoek zich op deze wijze op jouw kunstaas stort. Je staat te shaken aan de waterkant. Deze manier van snoeken geeft mij zeer veel voldoening. In de polder waarin ik vis kun je met topwaters echt ontzettend leuke dagen beleven!
Spooks: Aantrekkelijke sigaren voor groene jagers!
SPOOKS
Het materiaal dat ik meeneem om met topwaters te vissen zijn dezelfde waarmee je ook pluggen of spinners binnen vist. Ik neem standaard een spinhengel (270 cm) met een werpgewicht tussen de 20 en 50 gram mee en een lichte baitcaster (210 cm) tussen de 30 en 60 gram. De spinhengel voorzie ik van een 2.500 model werpmolen en de baitcaster met lowprofile reel. Met beide hengels kun je de verschillende technieken in de polder goed toepassen.
De spinhengel gebruik ik voor de propellorbaits en de poppers. De baitcaster voor de spooks. Om de spooks binnen te tikken moet je iets meer kracht zetten. Bij een te slappe hengel zal de spook niet van links naar rechts lopen, daarom gebruik ik dus een baitcaster! Topwaters kun je in verschillende categorieën indelen. Om te beginnen met die spooks. Dit is een soort sigaar die drijft op het water. Door krachtige tikken vanuit je hengel zwenkt de spook van links naar rechts op het water. Het is net een rat of muis die zich voortbeweegt op het water, het is de beste schaatsenrijder op de markt.
Je kan de spooks in verschillende lengtes krijgen. Voor de polder hoeven ze niet groter te zijn dan zo’n 15 cm. Zorg dat je spooks in het bezit krijgt die lekker diep in het oppervlaktewater liggen, dit vergroot de kans dat je de snoek goed haakt. Wacht met het aanslaan even tot je contact hebt met de snoek en zet dan pas de haak. Sla je direct als je de aanbeet ziet, dan haak je de snoek niet. Het is even oefenen, maar het leert snel genoeg. De beste spooks in de polder zijn de ‘Little Doc’ van Pete Mania, de ‘Dancing Raider’ van Joe Bucher en de ‘Salmo Maas Marauder’ (kleinste uitvoering).
Een hoog geviste Salmo gaat probleemloos naar binnen.
PROPELLORS
Een tweede topwater die zeker niet in je koffer mag ontbreken zijn de zogenaamde propellorbaits. Deze pluggen hebben een bepaald gedeelte van het lichaam dat draait. Dit kan het voorste gedeelte zijn, maar ook het achterste en soms beide. Deze pluggen hoef je alleen maar in te gooien en binnen te draaien. Je kunt eventueel wat versnellen bij het binnen draaien. Soms de pluggen even laten liggen en dan weer draaien. De pluggen maken een prachtig ploppend geluid.
De Mister Twister Prop met bucktail (eigenbouw), de Buzz Frog van Arbocast en Salmo Turbo Jack (kleinste uitvoering) zijn goede propellorbaits. Een voordeel van de Salmo Turbo Jack is dat het je schoepje ook nog iets kan buigen, hierdoor ontstaat een heel ander geluid. De snoeken zullen reageren op het bellenspoor dat de plug veroorzaakt. De beste propellorbaits op de markt zijn die van Salmo en American Hardwood Lures. Op de site van American Hardwood Lures vind je nog meer topwaters, deze zijn alle voorzien van een ondersteunend filmpje.
Visueel attractief mét een verleidelijk geluid bovendien!
POPPERS
Onder de derde categorie vallen de zogenaamde poppers of scuttle bugs. Deze oppervlakte pluggen duwen als het ware het water voor zich uit, tevens slaan ze ook nog een beetje naar links of rechts. Hierdoor ontstaat ook een poppend geluid wat weer attractief is voor de poldersnoeken. Deze pluggen kunnen ook met een krachtige spinhengel worden binnen gevist. De beste poppers voor de polder zijn de Smity Scuttle Bug en de Storm Chug Bug. Ook op het grote water zal de Smity Scuttle Bug trouwens zijn werk goed doen.
De nieuwe popper van Sebile is er trouwens ook eentje om in te lijsten. Het kunstaas geeft een zware plop af en slaat zo nu en dan ook nog naar links en rechts uit. Er is nog een groep oppervlaktepluggen die ik niet heb behandeld. De zogenaamde Crawlers of Creepers. Een aparte oppervlakteplug die zich al borst-crawlend over het water begeeft. Met zijn uitslaande armen produceert deze een ploppend geluid, terwijl deze ook nog eens een beetje van links naar rechts uitzwenkt. Het zijn wel pluggen die kwetsbaar zijn, gezien de vele schroefjes en draaiende onderdelen. Bij een aanval van een snoek heb je de kans dat een aantal onderdelen verbogen worden.
De oppervlaktepluggen daarentegen zien er wel prachtig uit en doen ook waarvoor ze gemaakt zijn: snoek op de kant brengen! Eventueel kun je ook topwater vissen met sommige crankbaits. Zoek dan naar cranks die net onder het oppervlak lopen zoals de Salmo Fatso Crank van 12 cm of de Mann’s One Minus. Belangrijk is dat de crackbaits absoluut niet diep mogen lopen, maar net onder het water oppervlak blijven. Lopen ze te diep, dan laten de gevolgen zich raden. Het schoonmaken van de haken kan veel frustratie geven…
WIM RUSSCHEN: TOPWATER TOP TIEN
Groot water
‘The Doc’, Drifter Mania 9 inch. Spook voor groot water; blijft bij veel windkracht uitstekend zijn best doen, slaat keurig van links naar rechts.
‘Whopper Plopper’, 19 cm, River2Sea. Plopper voor groot water, met een uitstekende plop! Blijft bij veel windkracht uitstekend zijn werk doen.
‘Lac Seul Mini’, 14 cm, American Hardwood Lures, deze plopper is een topper! Geweldige plop!
‘Lac seul Turbo’, 20 cm, American Hardwood Lures. Een topper maar dan met een heel andere plop dan de Lac Seul Mini.
‘Maas Marauder’ van Salmo. Spook. Slaat goed van links naar rechts!.
Polder
‘Fatso Crank’ van Salmo, 12 cm met twisterstaart. Prachtige actie in de bovenste laag van het water.
‘Whopper Plopper’, 13 cm, River2Sea. Mooie compacte en rustige plop voor in de poldersloot.
Dancing Raider van Joe Bucher en 13 cm lang. Mooie compacte spook voor in de polder. Slaat keurig van links naar rechts.
Mister Twister ‘Top Prop’ van 14 cm lang en voorzien van bucktail of shad. Goede wijn behoeft geen krans: al jaren een topper!
10.Buzz Plug van Arbocast. Mooie en compacte plug. Prachtige ‘buzz’ door het water. Haken staan rechtop en pakken absoluut geen vuil!
TECHNIEK EN AANSLAAN…
De technieken die ik in de polder gebruik zijn heel simpel. Je zoekt plantenbedden op, die net onder water staan zijn het mooist. Deze zijn namelijk het makkelijkst uit te vissen met topwaters. Je hoeft er alleen maar overheen te vissen. In deze gevallen gebruik ik vaak de spooks of crawlers, want deze kunnen rustig van links naar rechts slaan zonder dat ze planten haken. Bevinden de planten zich aan de oppervlakte dan zoek ik naar openingen tussen de plantenbedden. In dit geval gebruik ik vaak de propellorbaits. Deze kun je gewoon uitwerpen en binnen vissen.
Ook over de planten heen gevist behouden deze pluggen hun actie. Tijdens warme dagen bevindt de snoek zich tussen de waterplanten. Hier is immers veel zuurstof aanwezig. Ook heeft de snoek minder last van de zon en liggen ze lekker beschut. Je probeert je oppervlakteplug in een opening te gooien tussen de waterplanten. Je begint dan rustig binnen te draaien. Heb je de eerste keer geen succes dan probeer je het nog een keer. Indien er snoek aanwezig is zal een aanval niet lang uitblijven. Wees voorbereid, want je schrikt je letterlijk het apelazarus als de snoek je plug aanvalt. Wacht wel even met aanslaan. De meeste snoekvissers slaan te snel. Wacht tot je lijn strak gaat staan en zet dan de haak. De snoek hangt nu aan de topwater. Het feest kan beginnen.
Poppers: Een poppend geluid dat zeer attractief is voor poldersnoek.
Pik ik nou nog te veel waterplanten op bij het binnen draaien of binnentikken, dan verwijder ik de buikdreg. Om de achterste staartdreg doe ik dan een extra stukje krimpkous, zodat de dreg horizontaal gaat staan. Hierdoor pik ik minder vuil op uit het water. Misschien dat je wat vaker misslaat bij een aanval van een snoek, maar daar tegenover staat dat je nu wel op plaatsen vist waar andere snoekfanaten niet komen. Niet geschoten is altijd mis, nietwaar? Ik hoop dat ik jullie nieuwsgierig heb gemaakt naar het vissen met topwaters. Een spectaculairdere manier om snoek in de polder te vangen bestaat er eigenlijk niet.
Deze werd probleemloos gepakt!
Op momenten dat andere pluggen en spinners niet werken, omdat het polderwater volstaat met planten, is en blijft het vissen met topwaters een uitstekend alternatief. Investeer eens tijd in een nieuwe techniek. Volharding en doorzettingsvermogen is een must bij elke nieuwe vorm van snoekvissen. Laat je niet ontmoedigen wanneer je niet direct een aanbeet krijgt. Ook is een oppervlakteplug juist een hele goede investering voor je portemonnee, want een topwater kan een heel leven lang meegaan. Verspelen zul je hem namelijk niet; hij blijft immers drijven. Heb je een aantal snoeken gevangen op een topwater, dan raak je net als ik verslaafd aan dit spelletje.
Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 91 van Witvis Totaal magazine
JOHN JAGT – Het was niet heel ingewikkeld om inspiratie te verzamelen voor een bijdrage over het vissen op windes ‘aan de oppervlakte’. Deze visserij is wat mij betreft namelijk zeker zo spannend- en misschien nog wel spannender- dan het vissen op karper met de korst! De mooiste plekjes om de windes te belagen blijken vaak havens en dan met name de schitterende havens van, hoe kan het ook anders…. Rotterdam.
Zeker in het voor- en najaar blijken windes echte rovers en kun je ze heel goed op verschillende manieren vangen. Bijvoorbeeld met klein kunstaas (tot zo’n 4 cm), maar ook kleine lepeltjes en spinnertjes kunnen windes tot een aanbeet verleiden. Dit vissen met mini-kunstaas is soms een goed lonende visserij. Een andere manier die mij zeker aanspreekt, is het vissen op stromend water met conventioneel aas en op die methode ga ik nu graag nader in.
“Binnenvaartschepen met een vaste ligplaats hebben grote aantrekkingskracht op windes…
STATISCH OF ACTIEF
Wanneer ik statisch vis, gebruik ik om te voeren een sinaasappel- of uiennetje gevuld met ongeveer zeven sneetjes brood. In het netje stop ik ook een steen om het netje met inhoud te laten zinken en ik bevestig het aan ongeveer vijf meter touw. Na het inwerpen zet ik het touw vast aan een op de waterlijn geplaatste bankstick. Vaak doe ik dit op diverse stekken, op zo’n 40 meter uit elkaar. Door de stroming komen kleine stukjes brood vrij en ontstaat er een voerplek. Komt er dan een dobber met een mooie vlok brood voorbij de bek van een door al dat lekkers aangetrokken winde, dan laat hij ook het haakaas zeker niet voorbijgaan. Met deze methode heb ik al heel veel vis op de kant gekregen.
VISUEEL SPOTTEN
De visserij op winde kan echter ook actiever worden aangepakt. Bepakt met een aantal broden zoek ik dan locaties op waar ik winde verwacht. Denk daarbij aan dode hoeken, precies daar waar de wind op staat en drijfvuil ligt, of bij dukdalven. Ook binnenvaartschepen met een vaste ligplaats hebben grote aantrekkingskracht op windes. Etensresten worden hier overboord gegooid en dat ontgaat de winde niet! Werp op een aantal locaties een paar handjes korsten in het water en dan is het wachten op de dingen die staan te gebeuren!
“Zorg altijd dat je lijn goed blijft drijven
Kijk daar eens liggen… havenharders!
EEN MOOIE ZONNIGE DAG
Vandaag is het een mooie zonnige dag en ik wil in de Maas- en/of Rijnhaven proberen een mooie Rotterdamse winde te vangen. Dit zijn getijdenhavens met niet heel veel stroming, waardoor het gevoerde brood niet meteen wegstroomt en de windes het vrij makkelijk kunnen vinden. Probeer altijd met het getij mee te vissen. Opkomend of afgaand water zijn beide goed, maar bij stilstaand water zijn de vangsten vaak wat minder, uitzonderingen daargelaten natuurlijk!
Aan de overkant van de Nieuwe Maas zijn ook van dergelijke havens te vinden en zijn het Boerengat, het Haringvliet en richting de Oude haven ook echte hotspots voor grote windes.
Maar goed; ik begin vandaag aan de oostzijde van de Maashaven. De oever is daar ongeveer tweehonderd meter lang en om de veertig meter gooi ik hier twee handen nat verbrokkeld brood op enige afstand van de oever in het water. Neem altijd voldoende brood mee, want er kan van alles gebeuren.
De wind kan bijvoorbeeld je stek te snel verplaatsen, waardoor de werpafstand te groot wordt en de vis buiten je bereik raakt. Twee tot drie broden meenemen is zeker niet te veel. Ik maak het brood nat omdat de haven tussen de drie en acht meter diep is. Door de zinkende stukjes wordt de vis eerder getriggerd om naar het oppervlak te komen. Nadat ik dit op drie plekken heb gedaan, maak ik mijn vlokhengeltje klaar.
Broodnodig
BENODIGDHEDEN
Ik gebruik daarvoor een spinhengel van 2,70 meter, met een werpgewicht van tien tot dertig gram. Dit hengeltje is licht en zacht genoeg om behoorlijke afstanden te kunnen overbruggen zonder dat je kans loopt de korst of vlok van de haak te gooien. Mijn spinmolentje van 2500 model is gevuld met 20/00 nylon. Zorg altijd dat je lijn goed blijft drijven. Je kunt het nylon daartoe insmeren met vliegenlijnvet, of heel simpel met wat (goedkope!) vaseline. De korst of de vlok moet een beetje mee kunnen drijven met het gevoerde brood. Gebruik bij voorkeur geen dunnere lijnen, want je vist vaak tegen schepen en aanlegsteigers aan en de kans bestaat altijd ook nog dat je een mooie harder aan de haak slaat. En geloof me: dat is pure dynamiet!
“Binnen een paar minuten hebben ze m`n voerstek helemaal leeg gepeuzeld…
Minimale uitrusting..
Een forellenstopperdobberdingetje van SPRO (weet anders niet hoe ik het uit moet leggen, zie bijgaande foto’s) gebruik ik als beetverklikker. Met dit dobbertje kun je makkelijk de diepte aanpassen en tot een meter of twee onder het oppervlak vissen. Meestal begin ik een halve meter tot een meter onder het wateroppervlak te vissen. Windes kunnen zeker in het begin een beetje wantrouwig zijn. Hoe meer windes er op je stek komen, des te gretiger ze uiteindelijk worden en vaak ontstaat er dan een heuse voedselnijd en verliezen de hongerige vissen alle argwaan.
Gebruik geen al te kleine haak, want in hun vreetlust slikken de windes de vlok of korst razend snel in. Een karperhaak in maat no. 4 vind ik ideaal. Vouw een vlok vers wit brood om je haak en draai een ‘toetertje’ rond het oogje, daar waar je onderlijn aan de haak is geknoopt. De vlok zit nu stevig aan je haak vast, terwijl de rest van de vlok genoeg water op kan zuigen en dat zal het werpen bevorderen. Bij een aanbeet zal de haak nu bovendien sneller haken door het weke brood.
De vlok of broodkorst kan ook door middel van een baitband aan de haak worden gemonteerd en op deze manier blijft de haakbocht helemaal vrij. Dat komt de inhakingskans beslist ten goede. Deze elastiekjes kun je kopen in alle hengelsportwinkels.
Brood kun je nooit teveel bij je hebben…
LATER IN DE MIDDAG
Ineens zie ik in mij ooghoek een drietal windes nerveus onder de drijvende korsten ronddraaien. Na een aantal minuten verdwijnt ineens de eerste korst … en de tweede …. en de derde. Net voordat ik een gokje wil wagen door mijn broodvlok in de buurt van de korsten te werpen, wordt de pret verstoord door een groepje zilvermeeuwen.
Binnen een paar minuten hebben ze m`n voerstek helemaal leeg gepeuzeld. Nadat de volgevreten meeuwen de pleitvaart hebben genomen, kan ik weer opnieuw beginnen met voeren. Dit zie je vanzelfsprekend niet graag gebeuren, maar het is helaas wel de realiteit van het vissen aan de oppervlakte. Dit bedoel ik dus met genoeg brood meenemen…
Een simpele grote broodvlok op de haak…
De windes lijken in ieder geval niet afgeschrikt door het vederen geweld, want al na een paar minuten doen ze zich weer te goed aan de korsten brood.
Naarmate ze meer broodresten kunnen oppikken, worden ze na verloop van tijd ook minder schichtig. Tijd voor een nieuwe poging. Snel doe ik een grote vlok aan de haak en gooi behoedzaam in de buurt van het groepje windes en de broodkorstjes. Ik gooi iets verder en draai dan langzaam mijn vlok naar de korstjes. Nog voordat mijn vlok geheel is afgezakt, wordt deze meteen al opgemerkt en opgeslokt door een mooie vette winde. Door alle opwinding sla ik te snel aan en mis de vis volledig. Dit is een geluk bij een ongeluk, want als je een slecht gehaakte vis verspeelt, dan gaan direct alle alarmbellen af en gaan de windes er vandoor. Het duurt dan weer een tijdje voordat de windes hun vertrouwen hebben hervonden en zich weer op de stek gaan concentreren.
“Een lomp gewicht probeert schuddend met zijn kop de diepte op te zoeken
Na verloop van tijd worden de windes minder schichtig en kun je het haakaas presenteren tussen de los drijvende korsten.
De volgende poging is wel raak; een lomp gewicht probeert schuddend met zijn kop de diepte op te zoeken en laat mijn lichte vlokhengeltje buigen tot aan het kurk. Een winde is van zichzelf niet bijzonder sterk, maar heeft zijn lengte en gewicht mee om toch nog een aanzienlijk robbertje te vechten. Zeker op licht materiaal geeft een dergelijke vis leuke sport. Een mooie zilveren krachtpatser belandt in het net. Na een viertal windes en een paar grote blankvoorns wordt het rustig en is de vis in de diepte verdwenen.
Om de uit het zicht verdwenen windes alsnog te kunnen verleiden, zet ik de dobber op twee meter diepte en bedruppel ik mijn vlok met een smaakstof. Krill en bloedworm vormen naar mijn mening de betere ‘attractants’ (geur- en smaakstoffen) voor winde. Na nog twee vissen gevangen te hebben, wordt het echt stil. Het begint al te schemeren en ik besluit me te verplaatsen naar wat ondieper water, zeg maar tot een meter of drie diep. Zeker riviervissen zoeken rond de schemer de ondieptes op, zoekend naar voedsel.
Ik voer op deze stek weer wat brood en vervang mijn rode foreldobbertje door een fluorescerende gele drijver. Deze kleur valt (mij!) beter op in het donker. Windes bieden zich helaas niet meer aan, maar drie forse brasems kunnen de verse vlok niet weerstaan.
HANDIGHEDEN
Over zichtbaarheid gesproken: wanneer ik met de vlok ga vissen, trek ik meestal onopvallende kleding aan. Windes kunnen nogal schuw zijn, zeker wanneer je aan de oppervlakte vist. Om de windes goed te kunnen lokaliseren, heb ik een pet en een polaroidbril bij me om makkelijker te zien wat en waar er iets gebeurt in het water. Ook een schepnet met een lange steel is geen overbodige luxe, zeker wanneer de kades hoog zijn en het water op zijn laagst staat. Verder is een kleine opvouwbare onthaakmat een aanrader. Het is voor zo’n prachtige vis beter om op een enigszins nat gemaakt matje te liggen dan op scherpe stenen of verroeste steigerdelen.
Mocht ook jij een keer een leuke en spannende visserij willen beleven, probeer het dan eens in of in de buurt van je eigen woonplaats. Niet alleen in Rotterdam kun je namelijk een leuke havenvisserij beleven. Vele havens in Nederland hebben een gezonde visstand en wellicht vindt je daar ook windes. Ik weet zeker dat het je zal bevallen en je zult merken dat deze visserij zeer verslavend is. Na een schitterende middag ga ik voldaan naar huis; nu maar eens kijken of ik nog wat te eten krijg van mijn Sylvia…
Weinig gebruikt & onderschat!
IAN RUSELL - Particles, zoals noten, bonen en zaden, zijn bij veel karpervissers niet echt het belangrijkste onderdeel van hun aas- en voeraanpak. Dynamite Baits-consultant Ian Russell denkt dat deze kortzichtigheid misschien wel het verschil is tussen blanken en vangen...
Ik ben een enorme fan van particles! Ze kunnen geweldig zijn in het aanlokken van karper, ze vasthouden op de stek en, nog belangrijker… ze laten azen. Hoe vaker en langer ze op je stek blijve...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
PAUL GARNER - Van de vele vragen over aas die in mijn mailbox verschijnen, komt één onderwerp heel vaak terug: welke boilies moet ik gebruiken en hoe haal ik het meeste uit deze bollen? Nog steeds heerst er onder veel vissers een mythische onzekerheid over boilies, terwijl het in feite niet meer dan gekookte deegballen zijn. Tegenwoordig zijn er echt nog maar weinig boilies die totale troep zijn; het gaat meer om ‘hoe deze in te zetten’, dan ‘welke moet ik gebruiken?’.
Aan de hand van mijn laats...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 92 van Witvis Totaal magazine
HERWIN KWINT – Feedervissend op de grote Nederlandse openbare wateren is het moderne witvissen met boilies en pellets in combinatie met zelfhakende technieken mijn favoriete manier van aanpak. Binnen deze discipline ben je eigenlijk volledig aangewezen op het perfect functioneren van je onderlijnsysteem, zeker in vergelijking met traditionele systemen waarbij het moment van de aanslag door de visser zelf wordt bepaald. In deze bijdrage zal ik dieper ingaan op de zo belangrijke details van mijn rigs.
Als voormalig karpervisser heb ik ruim 25 jaar ervaring met zelfhakende technieken. Ook in de wereld van grote, lompe karpers telt ieder minuscuul detail en al helemaal voor wat betreft de onderlijnmontage. In de karpervisserij wordt voornamelijk gevist met bolt rigs oftewel zelfhakende systemen en hierin draait alles om de mechanische werking van de montage. En dat gaat veel verder dan alleen maar de lengte van de onderlijn die de speling voor een vis bepaalt voordat deze zich haakt na de aasopname.
Het gaat ook veel verder dan het model van de haak en de haakmaat die worden gebruikt. Het gaat over rubbertjes en de positie hiervan, de lengte van de haaksteel, het vertrekpunt van de hair ten opzichte van de steel of de manier van voeren om de onderlijn beter te laten functioneren. Let wel: details die hét verschil maken bij het vangen van grote, ogenschijnlijke, lompe vissen. Details die ik heb geïntegreerd binnen het witvissen en die hierin inmiddels eveneens een belangrijke bijdrage vormen.
Mijn doelstelling is om de haak daadwerkelijk te laten prikken bij iedere aasopname op een plek met de meeste houvast, dus in de onderlip
HET KANTELEN VAN DE HAAK
Laten we ons eens verdiepen in de mogelijkheid die de haak heeft om daadwerkelijk te prikken bij een aasopname. Het is immers niet vanzelfsprekend dat de haak vlees pakt bij iedere aasopname. Als visser heb je wel degelijk een aantal opties om dit te sturen. Het aasgedrag speelt hierin een grote rol. Zelfs hierop heb je als visser al invloed door bijvoorbeeld spaarzamer, verspreid of compact te voeren of de stek met rust te laten om de vissen vertrouwen te geven. Deze ogenschijnlijke ‘randzaken’ zijn primair voor het functioneren van een zelfhakend systeem.
Voeren in relatie tot het functioneren van zelfhakende onderlijn montages is een hoofdstuk apart. Om in deze kwestie een kleine richting aan te geven: een zelfhakend systeem werkt beter wanneer de vissen zich tijdens het azen actief verplaatsen. Het verschil tussen een super compact voerplekje of eentje die iets verspreider is opgezet, heeft vaak al grote gevolgen voor het functioneren van een zelfhakend systeem. Afijn, daar laat ik het bij want ik zou anders teveel van het onderwerp afdwalen.
Terug naar het functioneren van je montage. Welke opties heb je als (wit)visser om een zelfhakend syteem beter te laten functioneren? Het kantelen van de haak is voor mij een heikel punt. Hiermee bedoel ik het ‘draaieffect’ dat de haak vertoont. Het is wenselijk dat de vis in de onderlip wordt gehaakt en er zijn enkele manieren om dit te stimuleren. Het verlengen van de haaksteel is daarbij een belangrijke troef, aangezien een langere haaksteel de haak (bij een aanbeet) beter richting de gewenste onderlip doet kantelen.
In de jaren ’90 deed Engelsman Jim Gibbinson een revolutionaire ontwikkeling. Hij was de bedenker van de inmiddels geprezen ‘line aligner’.
Voeren en vissen met miniboilies op wateren die lam gevist zijn met pellets kan de zaken met sprongen vooruit helpen.
LINE ALIGNER
Vrijwel alle karpervissers ter wereld gebruiken de line aligner op hun zelfhakende systeem, hetgeen onderstreept hoe ontzettend effectief deze uitvinding van Jim Gibbinson is. Zoals bij veel vindingen die succesvol zijn, ligt ook hier het succes verscholen in de eenvoud.
De gedachte achter de line aligner is tweezijdig. Ten eerste wordt de haaksteel verlengd met een stukje siliconenslang of krimkous. Ten tweede wordt de hoek waarin de onderlijn de haak verlaat geborgd, opdat deze altijd optimaal is.
De hoek van de lijn ten opzichte van de haak is namelijk essentieel. De lijn dient te allen tijde de haak aan de binnenkant van de steel te verlaten. Binnen het witvissen is dat eveneens het uitgangspunt. Wanneer we echter een kritische blik werpen op de haakmodellen die we voor zelfhakende systemen binnen de witvisserij gebruiken, dan valt meteen iets op: vrijwel alle haken zijn uitgevoerd met een korte haaksteel en de stand van het haakoog is bij sommige modellen een fractie naar achteren gebogen.
Zo’n naar achteren gebogen haakoog heeft één voordeel: het vergroot de inhakinghoek tussen de lijn en de haakpunt. Er kleeft echter ook een nadeel aan. Het draaiteffect van de haak wordt namelijk minder, omdat de lijn de haak vaak in het verlengde van de haaksteel verlaat en niet in een binnenwaartse hoek die de haak richting de onderlip stuurt tijdens de aasopname.
Mijn montage voor de visserij op een zachte prutbodem.
Bij een haakmodel waarin het oog recht in het verlengde van de steel staat, ontstaat er wel een binnenwaartse hoek van de lijn ten aanzien van de haak. Toch heeft dit ook een nadeel: de vrije ruimte tussen de haakpunt en de lijn wordt kleiner. Het voordeel is dat het draaieffect beter wordt.
Hoe kleiner de haak, des te belangrijker de afweging wordt in het te kiezen model: recht haakoog of naar achteren gebogen. Kwestie van uitvissen en begrijpen wat je doet.
In de karpervisserij kiest men dus voor de gulden middenweg. De haaksteel wordt eenvoudig verlengd door middel van een stukje krimpkous of siliconenslang hetgeen men dus de line aligner noemt. De inhakingshoek -dus de vrije ruimte tussen haakpunt en lijn- wordt zodoende vergroot, maar mét behoud van draai effect omdat het einde van de line aliner een fractie naar binnen is gebogen. Dit bevordert het draaiteffect van de haak aanzienlijk, waardoor deze perfect in de onderlip van de vis terecht komt en daarbij enorm agressief haakt bij voorzichtige aanbeten. Dit is dus precies het tegenovergestelde van wat ik in de witvisserij nog immer voortdurend voorbij zie komen: korte haakstelen met het oog naar achter gebogen en ook nog eens geknoopt aan ‘stugge’ nylon onderlijnen, waardoor de haak totaal niet kan kantelen.
Dat geeft op zijn minst stof tot nadenken…
[the_ad id=”25769″]
NADEEL LANGE HAAKSTEEL
Een langere haaksteel bevordert de haakkansen aanzienlijk, of beter gezegd: het prikeffect. Nogmaals: gevist als zelfhakend systeem met pellets en/of boilies op een hair. Nadeel is de hoek die ontstaat tussen de haak en de lijn tijdens de eindfase van de dril. Wanneer de vis zich onder de top van de hengel bevindt, staat de lijn vaak loodrecht op de haak. Wanneer de haak zich mooi in de taaie onderlip van de vis bevindt, met de haakpunt dus naar beneden, dan ontstaat er een hoek van 90 graden richting de hengel in de belangrijke eindfase van de dril.
Een lange haaksteel werkt als een hefboom en kan in deze fase van de dril makkelijker uitscheuren dan een haak met een kortere steel. Bij het vaste stok vissen wordt de vis vaak boven in de bek gehaakt en staat de haaksteel vaak in het verlengde van de lijn tijdens de dril. Dit is iets om rekening mee te houden en is meteen ook de reden waarom er in de karpervisserij gebruik wordt gemaakt van die eerder besproken line aligner. Karpervissers maken, net als in de witvisserij, veelal gebruik van een haak met korte haaksteel, maar deze wordt dus verlengd, waardoor de haakkansen aanzienlijk toenemen. Die haaksteelverlenging wordt echter gerealiseerd met behulp van ‘semi’ flexibel materiaal zoals krimpkous of siliconen.
Verlenging van de haaksteel door middel van een stukje krimpkous. Deze simpele ingreep verbetert de mechanische werking van een onderlijn aanzienlijk.
Vanwege de flexibele eigenschap van de lange haaksteel, hebben we wél het optimale prikeffect, maar bovendien ook de voordelen van een haak met korte steel tijdens de kritische fase van de dril, louter omdat de line aliner flexibel meebuigt in de hoek van de lijn. Dit heeft minder losschieters tot gevolg.
Helaas kent ook zo’n line aligner zo zijn beperking en een daarvan is het combineren van dit systeem met de vaak minuscule haakmaatjes die we in de witvisserij gebruiken. Daarnaast is een line aligner die is uitgevoerd van krimpkous niet te verwerken op nylon onderlijnen. De krimkous dient immers met behulp van stoom van kokend water verhit en gevormd te worden en hiervoor is nylon in tegenstelling tot braid niet geschikt.
In mijn visserij ben ik in deze kwestie tot een compromis gekomen. In mijn onderlijnenbox bevinden zich zeer zeker zelfhakende montages met langstellige haken. Ik gebruik ze in moeilijke omstandigheden waarbij er scherp gevist dient te worden en het liefst wanneer ik op afstand vis. Hoe groter de afstand waarop ik vis, des te kleiner de hoek van de lijn richting de haak. Dit is ook de reden waarom je tijdens een dril de hengel beter laag kunt houden. In de eindfase van de dril zal de hengel omhoog moeten, maar wanneer je op afstand vist dan is de vis vaak al uitgeteld met alle voordelen van dien. Bij het brasemvissen acht ik dit iets minder belangrijk vanwege de geringe strijd die deze platten leveren. Hoe anders is dit bij grote zeelten of karpers die vaak nabij het schepnet, dus in de ‘foute hoek’, nog volop strijd geven. Langstelige haken, geschikt voor zelf hakende witvissystemen, zoek ik trouwens in de vliegvisafdeling van de beter gesorteerde hengelportzaken.
“Een langere haaksteel bevordert de haakkansen aanzienlijk, of beter gezegd:
het prikeffect
DE HANDPALMTEST
Om te beoordelen of een haak goed vlees pakt, kun je een simpele test in je handpalm uitvoeren. Deze test geeft een redelijke indruk hoe de haak draait en waar deze vlees pakt. Plaats daartoe de haak in je handpalm, waarbij de hair is voorzien van het aas dat je daadwerkelijk gebruikt. Pak vervolgens met de andere hand het einde van de onderlijn en trek deze in een schuine hoek naar beneden. De haak met het aas volgt de onderlijn naar de rand van je handpalm en dient daar meteen te draaien om vlees te pakken. Kortom: de haak mag de handpalm niet zonder te prikken verlaten. Het spreekt voor zich dat het niet de bedoeling is om de haak diep in het vel te trekken, maar puur om te beoordelen of de haak mooi kantelt en dus vlees pakt.
Op de voorgrond een montage met stijve nylon hair. De haak verlaat de hand zonder te prikken. Op de achtergrond een montage met een soepele hair van braid op de haakbocht gemonteerd. Deze montage kantelt meteen en pakt wel vlees.
Natuurlijk: deze test biedt geen optimaal vergelijkbare situatie met wat zich afspeelt in de bek van een vis. Ik realiseer me dat er montages zijn die tijdens deze droge test de handpalm zonder prikken verlaten en in de praktijk aan de waterkant desondanks vis vangen. Het zijn echter juist ook deze onderlijnen waarbij ik het hoogste percentage losschieters noteer en dus is zo ’n simpele handpalmtest voor mij leidend, omdat optimalisatie nu eenmaal mijn streven is. Wie dit ook nastreeft, zal beamen dat we verderop in dit artikel stranden in details tot ver achter de komma… Echter, dit houdt ons scherp, nietwaar?
“Mijn voorkeur gaat uit naar een zo groot mogelijke afstand tussen aas en haak…
Mijn favoriete onderlijn bij het vissen op grote karper. Na jarenlang testen kwamen we tot een simpele aanpassing die de nylon onderlijn goed deed functioneren
VERTREKPUNT EN LENGTE VAN DE HAIR
De line aligner of het verlengen van de haaksteel is niet de enige optie om een haak beter te laten functioneren bij een zelfhakend systeem. De positie waarin de hair de haak verlaat, is ook zo ’n piepklein detail met zeer zeker noemenswaardige gevolgen. Veelal verlaat de hair de haak halverwege de haaksteel, kort na de knoop. Wanneer de hair door middel van een rubbertje tegen de haaksteel wordt gehouden, dan verschuif ik het rubbertje graag tot halverwege de bocht van de haak. Dit brengt al een behoorlijke verbetering voor het draaien van de haak.
Een test in de handpalm, zoals zojuist beschreven, zal dit bevestigen. Nadeel is echter dat het aas hierdoor korter tegen de haak hangt, waardoor er minder vrijheid is voor de haak om te kantelen en om vlees te pakken. Een langere hair die vertrekt vanuit een rubbertje op de haakbocht is een goed compromis.
Ook de afstand tussen het aas en de haak heeft mijn volledige aandacht. Des te langer de afstand, des te beter de haak kantelt en des te meer vrijheid hij krijgt om vlees te pakken. Losschieters kunnen dus ook voorkomen als het aas te dicht of te ver vanuit de haak wordt gevist. In mijn onderlijnenbox is niets standaard en dat geldt ook voor de lengte van de hairs. Mijn voorkeur gaat uit naar een zo groot mogelijke afstand tussen aas en haak, puur omdat de haak dan beter zijn werk kan doen. Ook kun je met een langere hair een kleiner haakmaatje vissen. Hoe korter de hair, des te meer de haakmaat op het aasformaat dient te worden aangepast, is daarbij een regel die ik volg.
Gevangen met de juiste rigs.
BRAID
Als karpervisser maakte ik vaak gebruik van nylon onderlijnen, ook wel stiff rigs genoemd. Deze nylon onderlijnen zijn de standaard in de witvisserij, veelal ook vanwege het verbod op het gebruik van gevlochten onderlijnen op de commercials. Nu heb ik jarenlang de stiff rig of de stugge nylon onderlijn geprobeerd te perfectioneren, lettende op prikvermogen en het percentage losschieters. Al snel kwamen we met een aantal testvissers tot de conclusie dat een korte nylon onderlijn, waarbij ook de hair van nylon was gemaakt was, zo de prullenbak in kon. Die montage bleek namelijk een groot drama. Vissen werden in het gehemelte, buiten en boven de bek gehaakt, met vele losschieters tot gevolg en helaas ook enigszins beschadigde bekken.
Na jarenlang testen kwamen we tot een aanpassing die de nylon onderlijn goed deed functioneren. Deze minimale aanpassing werkte verbazingwekkend goed en al snel kreeg deze onderlijn een grote aanhang van gebruikers. Eigenlijk was de enige aanpassing dat we de hair van nylon hadden vervangen door een aanzienlijk soepeler hair van braid. Doordat we een nylon hair gebruikte kreeg de haak niet voldoende bewegingsvrijheid. Ook bij de presentatie op de bodem stond de haakpunt vaak omhoog naast het aas. De haak prikte wel, maar kantelde vanwege het stijve nylon materiaal dat als hair werd gebruikt niet altijd mooi de gewenste onderlip in.
Door alleen de hair van braid te maken (10 mm gevlochten feederlijn) en de onderlijn van haak tot wartel van nylon, kreeg de haak wél alle speling en de presentatie, inclusief haak, lag mooi strak tegen de bodem. Uiteraard werd het vertrekpunt van de hair midden in de bocht geknoopt. Deze montage, dus nylon onderlijn met soepele hair, is ook een vaste waarde in mijn onderlijnbox binnen de witvisserij. Ik maak mijn onderlijnen van nylon, maar de hair van een 08/00 of 10/00 braid dat voor het feedervissen op de molen wordt gebruikt. Het kost extra moeite om deze montages te knopen, maar ze geven mij een absolute meerwaarde gezien de vangstpercentages die ik bijhoudt.
DE ULTIEME FINE TUNING
Ik maak mijn onderlijnen van nylon.Het eindresultaat. Mijn favoriete montage gefotografeerd tijdens de handpalm test. De hair is van soepel materiaal en vertrekt vanuit de bocht van de haak. Hierdoor kantelt de haak beter en pakt sneller vlees op de juiste plek; de onderlip van de vis
ZELF KNOPEN
Het kost extra moeite om een nylon onderlijn te knopen met daaraan een soepele hair. Ook is het niet eenvoudig om de wijze van knopen goed uit te leggen, maar ik zal een poging wagen.
Ik begin met het maken van de hair. Hiervoor pak ik 20 cm braid van 8/00 tot 10/00 en monteer een quick stop of baitbandje op het einde. Vervolgens schuif ik een rubbertje op de braid en schuif dat rubbertje op de haak. Als het goed is, hangt de quick stop of baitbandje nu onder de haakbocht. Vervolgens bepaal ik de lengte van de hair en is het dus zaak om precies te bepalen hoe ver je het haakaas onder de haakbocht wilt presenteren.
Het andere eind van de hair gaat via de achterkant van de haaksteel richting het haakoog. Steek de hair door de achterkant van het haakoog. Pak het uiteinde vast en breng de onderlijn terug richting de haaksteel. Maak met de braid een platte knoop rondom de haaksteel (dus de haaksteel bevindt zich in de platte knoop) en trek de knoop klem richting het haakoog (stroppen). De hair is nu klaar en het uiteinde kan afgeknipt worden. Monteer vervolgens de nylon onderlijn volgens de reguliere methode (no knot principe). De nylon onderlijn wordt rondom de haaksteel gewikkeld en dus ook rondom de hair. Hierdoor komt de hair goed vast te zitten. Tenslotte schuif ik het rubbertje dat de hair tegen de haak houdt, halverwege de bocht. De lengte van mijn onderlijn bepaal ik pas op de visdag zelf en die lengte is afhankelijk van de omstandigheden. Hoe en waar de vissen worden gehaakt, is voor mij tijdens een visdag bepalend hoe ik mijn onderlijnsysteem verder ga fine tunen.
Dit artikel verscheen eerder in Witvis Totaal magazine no.88.
WARREN MARTIN – Voormalig FishOMania winnaar Warren Martin ziet pellets vrijwel altijd als zijn eerste aaskeuze. Maar met zoveel aanbod en variaties in soorten pellets en vistechnieken met deze specifieke aassoort, is het niet altijd makkelijk om de juiste keuze te maken. Warren Martin beschrijft zijn aanpak voor het vissen met pellets en neemt alle twijfels weg.
In deze tijd van het jaar is het vangen van vijverkarper niet altijd even eenvoudig. De twee belangrijkste aspecten van de pelletvisserij zijn de diepte en manier waarop je voert. Vis je niet op de juiste diepte en is de voermethode niet juist, dan lijkt het soms of er geen vis zit. Maar bedenk dat de visserij op commercials vaak heel nauw komt. Het gaat vaak om details die het verschil maken tussen vangen of blanken.
Als het aankomt op het maken van de juiste pelletkeuzes, dan kan dat met het enorme aanbod van producten op de huidige markt best lastig zijn. Er zijn bij ons in de UK echter slechts twee grote spelers op de markt die pellets produceren en dat zijn Skretting en Coppens. Ik gebruik de producten van beide producenten. Coppens pellets zijn donkerder van kleur en zinken aanzienlijk sneller dan de Skrettings. Dat maakt ze ideaal voor de bodemvisserij. De Skretting zinkt dus veel langzamer en dat maakt deze pellet dan weer ideaal voor de oppervlaktevisserij. Verder is de Skretting pellet beter geschikt om licht te bevochtigen en ze toe te passen binnen de method feeder visserij omdat ze beter hun vorm behouden. Deze basiskennis blijkt in de praktijk heel belangrijk…
Het verschil zit ‘m in de zinksnelheid.
FORMAAT
Als het aankomt om het maken een keuze qua formaat pellets, dan heeft dat alles te maken met de te gebruiken techniek en de tijd van het jaar. Micro’s en 4 mm pellets worden meestal gebruikt in het voorseizoen om zowel op de bodem als in de oppervlakte te vissen. Een formaat van 4 of 6 mm is een betere keuze als het water opwarmt en de visserij wordt gedomineerd in de oppervlakte. De uit de kluiten gewassen 8 mm is de juiste keuze als de vis helemaal los is bij zowel de stok als de pellet waggler techniek. Zorg altijd voor wat variatie van je haakaas. Zo heb ik altijd wat 6 mm Van Den Eynde RS Elite expanders bij me en wat Juicy pellets die tussen een expander en harde pellet in zitten.
HOE EN WAAR?
Het kan soms lastig zijn om de bepalen hoe en waar je moet starten met je sessie. Ik heb in de loop van de tijd een uitstekende manier gevonden om mezelf letterlijk ‘in de wedstrijd te vissen’… Het betreft een eenvoudige aanpak die heel wat denkwerk elimineert als het gaat om hoe, en waar je moet vissen. Als de vis in het begin nog niet met vertrouwen aast en niet duidelijk is op welke diepte, dan start ik altijd op de maximale toegestane lengte die je mag vissen met de stok. Ik voer standaard op die lengte altijd maar één stek aan, zodat deze stek mijn volledige aandacht heeft. Hierdoor kan ik in de eerste fase van de wedstrijd inschatten wat er onder water precies gebeurt. Als je van meet af aan meer stekken creëert, ben je waarschijnlijk steeds aan het wisselen tussen deze stekken en krijg je dus nooit een goed beeld van de juiste tactiek en wat de vis nou precies wil.
Ik begin altijd op de bodem. Micro’s hebben bij het aanvoeren van mijn stek mijn voorkeur. Ze zorgen voor een mooi bedje voer op de bodem en zijn geweldig als het gaat om het op de stek houden van de vis in diepere wateren. Ik cup de micro’s als kleine balletjes in diepere gedeelten en gewoon los in de cup op de ondiepere stekken. Ik blijf voorzichtig bijvoeren met een kleine cup, totdat ik de eerste actieve vissen op mijn stek waarneem.
Bij dat bodemvissen start ik normaal altijd met een expander pellet op de haak. Bij aanvang van een wedstrijd is de vis vaak nog wat schuw en zal een zachter aas beter werken en een positievere aanbeet geven. Dit brengt ons op het volgende zeker zo’n belangrijk onderdeel als de pellets: je tuigen…
Warren cupt op dieper water bij voorkeur kleine balletje micro’s.
MONTAGES
De perfecte tuigen voor de pellet visserij laten zich het beste beschrijven als licht en eenvoudig. In de diepere wateren tot drie meter gebruik ik 0,4 en 0,5 gram dobbers met Matrix Power Micron 12/00 onderlijnen en een Carp Baggers haak no. 16. Ik vis ook nog een lichtere montage met een nummer 18 Carp Rigger haak. Dit tuig gebruik ik om circa 30 cm boven de bodem te vissen. Zelfs in wateren tot drie meter diep wil de vis graag boven de bodem azen. Vergeet nooit dat er meer is dan bodem- en oppervlaktevisserij. Op commercials begeven vissen zich in verschillende waterlagen en zijn dan dus ‘ergens’ tussen water te vinden. Waar ze zich precies ophouden, moet je proefondervindelijk zien vast te stellen.
KATAPULT
Kleine hoeveelheden pellets zijn makkelijker te brengen met een katapult. Op de Nederlandse ‘buitenwateren’ nog immer verboden, maar aan de commercial vijvers probleemloos te gebruiken.
PINGEN MET BELEID!
Als eenmaal enkele vissen hun aanwezigheid hebben verraden, begin ik voorzichtig met de katapult wat pellets te brengen. Zo’n katapult heeft als voordeel dat je makkelijker kleine hoeveelheden aas kunt brengen zonder dat je de vaste stok steeds heen en weer over je stek hoeft te schuiven. Verder creëert het afzinken (en het geluid) van de geschoten pellets vaak wat extra rumoer en voedselnijd op je stek. Het belangrijkste element in deze fase is dat je de stek niet overvoert.
Begin daarom niet meteen al volle (katapult) cups te gebruiken. Om de paar minuten vier tot vijf stuks 4 mm is voldoende om een beeld te krijgen van hoe je stek er voor staat en welk effect je voeren heeft op de aanbeten. Als de vis reageert, zul je waarschijnlijk direct meer indicaties op de bodem krijgen en een paar vissen vangen. Dit is voor mij het moment om te wisselen naar een harde 4 mm pellet die ik monteer met behulp van een pelletbandje. Blijven de beten uit, dan ga ik weer terug naar een expander. Nemen de aanbeten toe, dan kun je ook meer bijvoeren. Denk aan zes stuks 4 mm pellets per minuut.
Licht en eenvoudig, met haakjes no. 16 of 18.
DE VOLGENDE FASE!
Vaak volgt er een fase in de wedstrijd waarin je zoekende bent en meer aanbeten wilt forceren en natuurlijk meer vis wilt vangen. Je kunt dan plotseling geconfronteerd worden met het feit dat je veel aanbeten mist. Meestal is dat een indicatie van lijners. Lijners ontstaan doordat de vis omhoog komt en tegen je lijn zwemt, met als gevolg dat je valse aanbeten op je dobber krijgt. Soms kan het echter ook zo zijn dat je helemaal geen aanbeten meer ziet. Dit komt vaak voor in het prille seizoen als de vis nog heel sloom zwemt en ook nauwelijks lijners veroorzaakt, maar wel omhoog komt.
In beide gevallen is het in ieder geval tijd om je montage voor een aasaanbieding ‘boven de bodem’ in te zetten. Met deze lijn vis ik eerst een 4 of 6 mm harde pellet zo’n 30 cm boven de bodem. Vervolgens schuif ik de dobber continu steeds een 15 cm omhoog, totdat ik regelmatig beet krijg. Op dat moment weet ik dat ik de gewenste diepte heb gevonden en begin ik zo regelmatig mogelijk bij te voeren met pellets. Ik weet dat vanaf dat punt enkel die diepte nog de factor is die ik eventueel moet aanpassen om voortdurend in contact te blijven met de vis. Het liften en droppen van je dobber kan de vis aanmoedigen om het aas te pakken en zal de pellet voor je laten werken.
Warren gebruikt regelmatig 4 mm pellets in combinatie met een bandje.
VOERPATROON CONTINUEREN
Als de vis eenmaal op een bepaalde diepte goed aast en je vangt ze daar ook, dan is het zaak om je ritme van bijvoeren constant te houden. Je kunt makkelijk afgeleid worden doordat alles erg eenvoudig lijkt en je vergeet vervolgens enkele (of meerdere) minuten te voeren. Als je het voor elkaar krijgt om in een constant ritme bij te voeren, zal de vis uiteindelijk een diepte vinden waarop ze willen azen en je hoeft je dan alleen te concentreren om ze zo snel als mogelijk te landen
STRATEGIE
Misschien heb ik een boel informatie gegeven en zijn er onder jullie die dat vissen tussen water en wind (en dus niet op de bodem of aan het wateroppervlak) wat verwarrend vinden. Bedenk dan dat deze aanpak alles te maken heeft met het starten op de bodem en vervolgens de vis volgen naar de waterlaag waar ze willen azen. Probeer deze laag te vinden en je zult zien dat je duidelijke aanbeten krijgt en dat de vis daar makkelijk en snel te vangen is.
Er valt veel te kiezen als het gaat om pellets en pellet technieken. Als je de juiste pellet hebt gevonden die past bij je techniek en vervolgens goed nadenkt over je voerstrategie, zal het vangen met pellets je op elke diepte gemakkelijker afgaan.
Het resultaat van een doordachte aanpak… Voor de foto zijn de karpers kort even uit het water getild en vervolgens meteen weer losgelaten. Op de commercials wordt er streng op toegezien dat de vis zo optimaal mogelijk wordt behandeld!
CHRISTIAAN HUMMELINK – ‘Welcome to the jungle…’ Geliefd en gehaat, gekoesterd én vervloekt. Karpervissers hebben een haat-liefdeverhouding met waterplanten. Omdat waterplanten de natuurlijk habitat van karpers vormen worden ook wij als door een magneet richting een groot wierbed of plompenveld getrokken.
Tegelijkertijd doen we er vaak alles aan om de vissen uít die vermaledijde planten te lokken, zodat we er bij het drillen geen last van hebben. Waterplanten boezemen een zekere vorm van ontzag in. Tussen de waterplanten is de karper de baas en degradeert hij de visser tot een hulpeloze figurant. Bij het penvissen is dit niet anders… of toch? In dit artikel wil ik jullie graag meenemen naar mijn penvisserij middenin de plantenjungle.
Waterplanten boezemen een zekere vorm van ontzag in.
GEWETEN
Iemand die vaak wel iets zinnigs te melden heeft over penvissen is Frank Huisman. Deze Drent heeft al menig fraaie vis op de pen weten te verschalken en steekt zijn uitgesproken mening niet onder stoelen of banken. Hierbij houdt hij karpervissers graag een spiegel voor en vormt hij vaak ‘het geweten’ van de karpervisserij. Op het een forum schreef Frank ooit het volgende: “De karper had trouwens nooit in de planten terecht mogen komen. De visser heeft dan gestreden maar verloren en moet zijn verlies erkennen en de vis zijn vrijheid gunnen.
Met een weerhaakloze haak of platgeknepen weerhaak heeft de vis daar geen enkele moeite mee zodra de spanning eenmaal van de lijn valt. De achtergebleven visser in kwestie heeft dan niet alleen verloren maar (als het goed is) ook weer iets aan kennis gewonnen over zaken als driltechniek, driltactiek, stekkeuze en materiaalkeuze.” Hoewel ik Franks ethische argument om niet tussen de planten te vissen respecteer, ben ik zelf een andere mening toegedaan.
Waarom ik toch deze uitspraak aan wil halen is omdat Frank met zijn slotzin de spijker op zijn kop slaat: ‘driltechniek, driltactiek, stekkeuze en materiaalkeuze’. Deze vier termen vormen de pijlers van dit artikel. Door een goede combinatie van driltechniek, driltactiek en materiaalkeuze hoef je in je stekkeuze namelijk niet bij planten weg te blijven. Sterker nog, ik vis er het liefst midden tussenin!
Frank met een heel brute penvangst.
KARPERDOMEIN
Het vissen tussen waterplanten biedt enkele voordelen die voor mij simpelweg te groot zijn om te negeren. Het allerbelangrijkste is dat de karper zich veilig voelt tussen de planten. De beschutting van zijn natuurlijke domein zorgt ervoor dat de vis zijn argwaan en voorzichtigheid laat varen en dus makkelijker vangbaar is. Bijkomend voordeel bij het penvissen tussen waterplanten is dat van lijndressuur geen sprake meer is, de lijn loopt immers tussen plantenstengels door en is daarom voor een karper veel moeilijker te detecteren dan in open water.
Tot slot zijn zwemroutes van karpers tussen waterplanten vaak zeer goed te volgen en dat maakt de visserij extra spannend. Dit komt vooral tot uiting bij mijn favoriete waterplant, de watergentiaan. Op tientallen meters afstand van de stek worden de kleine drijvende blaadjes van deze miniatuur-plomp al onder de waterspiegel getrokken door een naderende karper. De rillingen lopen dan al over mijn rug, zeker als de vis op de juiste koers ligt; richting mijn haakaas!
Watergentiaan: wel de lusten, niet de lasten
NYLON OF GEVLOCHTEN?
Nylon en gevlochten lijn zijn twee verschillende producten, met verschillende eigenschappen en daardoor ook geschikt voor verschillende typen visserij. Nylon kan tot wel 35 procent rek bevatten en deze dempende eigenschap is erg prettig tijdens het drillen. Zeker bij het penvissen, waar je met weinig uitstaande lijn vist en waarbij de meest hectische fase van de dril zich voor je voeten afspeelt, is deze rek een mooie buffer om de druk op de haak niet te hoog op te laten lopen. Van oudsher is nylon daarom dé lijn voor het penvissen.
Gevlochten lijn daarentegen is nagenoeg rekloos en heeft een hogere trekkracht, waardoor je lagere diameters kunt gebruiken. Voor de karpervisserij op zeer lange afstanden is gevlochten lijn daarom bij uitstek geschikt. Bovendien is gevlochten lijn een stuk soepeler dan het doorgaans vrij stugge nylon. Nylon is dan weer schuurbestendiger, een goede eigenschap voor bijvoorbeeld de rivier- en kanaalvisserij waar je vaak met mosseltjes of scherpe stenen te maken hebt.
Verschillende producten met verschillende eigenschappen.
Zoals te lezen was in het vorige nummer is een nylon tamelijk waardeloos in een dichte plantenjungle. Door de rek in de lijn, die ook nog eens langs allerlei stengels loopt, verlies je elk direct contact met de vis. Een karper die een tiental meters een plompenveld is ingezwommen krijg je er met een nylonlijn met geen mogelijkheid meer uit. Je kunt druk uitoefen wat je wilt, je ziet wel wat stengels bewegen, maar van de druk die je op dat moment met je hengel uitoefent komt vrijwel niets bij de vis terecht.
Alles gaat onderweg verloren in rek en wrijving. Een gevlochten lijn zou in deze situatie veel bruikbaarder zijn. Door het gebrek aan rek is het contact met de vis veel directer. Bovendien zorgen de kleinere diameter en het andere oppervlak van het materiaal ervoor dat een gevlochten lijn veel makkelijker langs de stengels glijdt dan het stroevere nylon.
“We hebben het materiaal om hem daar weer uit te halen, dus ‘loat goan’ zouden we in Twente zeggen…
DRILTACTIEK
Gevlochten lijn dus… de stap is klein: je koopt een klosje gevlochten lijn in de hengelsportzaak, spoelt het op je penmolen en je bent klaar om te vissen. Maar hoe zit het dan met die karperbek? Is het niet onverantwoord om op zo’n korte afstand met gevlochten lijn te vissen? Natuurlijk niet, maar het is wél zaak dat je bij deze visserij je verstand gebruikt! Om gevlochten lijn op de penhengel te gebruiken zul je om te beginnen je driltactiek drastisch moeten aanpassen, zodat de druk op de haak tijdens cruciale momenten in de dril niet te hoog oploopt. Het eerste cruciale moment is de aanslag en het eerste schot vlak daarna. Op dit moment is de lijn het kortst en zijn de snelheid en explosiviteit van de karper juist het grootst. Om de druk niet te hoog op te laten lopen draai ik daarom simpelweg mijn slip een paar slagen losser. Laat die karper maar lekker een eind de planten in zwemmen.
We hebben het materiaal om hem daar weer uit te halen, dus ‘loat goan’ zouden we in Twente zeggen. Hoe los je die slip zet hangt af van het materiaal dat je gebruikt en je zult dit dus zelf moeten ervaren. Begin liever te los dan te vast, als de vis de lijn zonder enige moeite van de spoel zwemt kun je altijd de slip weer iets vaster draaien. We zijn op zoek naar een weerstand die niet tot het uitscheuren van de haak leidt, maar het is wél de bedoeling dat de karper in dit eerste schot zo veel mogelijk energie kwijtraakt. De vis moet dus wel moeite doen om die meters lijn van de molenspoel te sleuren. Wederom een kwestie van uitproberen en je verstand gebruiken.
Lekker laten gaan…
Tot de vis is uitgeraasd doe ik helemaal niets. Niet bijremmen met een vinger op de spoel, geen rare bewegingen met de hengel. Gewoon wachten tot het de vis niet meer lukt om nog meer lijn te nemen en hij vanzelf tot stilstand komt. Je zult merken dat een karper in zo’n lang schot al een stuk meer energie heeft verbruikt dan normaal. Nu is de tijd aangebroken om voorzichtig lijn terug te winnen. De slip mag iets vaster en je kunt, zolang de vis rustig is, ook prima de spoel remmen met je vinger.
Met voorzichtige halen begin je nu lijn terug te winnen, waarbij je merkt dat je door de gevlochten lijn exact doorkrijgt wat zich aan de andere kant van de lijn afspeelt. Je loodst de karper meter voor meter langs de stengels. Als de vis toch nog een tweede of derde schot neemt laat je hem gewoon zijn gang gaan, waarna je weer verder gaat met lijn winnen. Af en toe merk je dat de karper in een wirwar van stengels blijft hangen. Het is dan zaak om niet te gaan sleuren of forceren, maar juist even de druk van de lijn te halen. Wacht even af tot de karper weer begint te zwemmen en probeer hem vervolgens opnieuw langs het obstakel te loodsen.
Vaak merk je dat een tweede of derde poging succesvol is, waarna je de dril kunt vervolgen. In ongeveer één op de tien drils lukt dit niet en dan is het zaak om zonder morren een nat pak te halen, een consequentie van het genomen risico die je als visser verplicht bent te aanvaarden. De overige negen keren lukt het je om de vis uit de planten te loodsen en dan kun je de dril onder de top tot een goed einde brengen. Op bovenstaande wijze heb ik honderden plantendrils tot een goed einde kunnen brengen. De stekkeuze bepaalt mijn materiaalkeuze, de materiaalkeuze bepaalt vervolgens weer de driltechniek en –tactiek.
Een perfecte tactiek voor dichte plompenvelden
GROENTEWINKEL
Waterplanten kunnen onderverdeeld worden in ‘submers’ en ‘emers’. In de Engelse taal staat ‘to submerse’ voor onderduiken, dus het zal je niet verbazen dat submerse waterplanten de waterplanten zijn die volledig onder de waterspiegel groeien. Vaak vormen de submerse planten als zuurstofplanten de longen van het water. Emerse waterplanten daarentegen hebben drijvende bladeren en vervullen hiermee ook een belangrijke schaduwfunctie voor het water. Lang niet alle waterplanten lenen zich als decor voor een potje ‘wierworstelen’ met onze gevinde vrienden. Ik klink zo langzamerhand als een taperecorder die op repeat staat, maar ook hier geldt wederom dat je met inzicht en verstand een heel eind komt.
Emerse waterplanten (de planten ‘op een steeltje’) zijn vaak goed te bevissen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan drijvend fonteinkruid, watergentiaan, gele plomp en waterlelies. Bij die laatste moet je trouwens wel oppassen dat ze niet te dicht staan. Wanneer de bladeren over elkaar heen beginnen te kruipen blijf ik meestal iets verder uit de buurt. Watergentiaan en drijvend fonteinkruid zijn ideale planten. Ze bieden wél de beschutting die de karper graag heeft maar vormen met hun dunne stengeltjes tijdens de dril nauwelijks een probleem.
Wanneer de bladeren over elkaar heen beginnen te kruipen blijf ik meestal iets verder uit de buurt.
Lastiger wordt het bij submerse waterplanten, de kans op losschieters stijgt dan zienderogen. Wel een mooie goedmaker, een half uur later. (foto’s: Jochem Overdijk)
Lastiger wordt het bij submerse waterplanten. Veelvoorkomende soorten in Nederland zijn bijvoorbeeld waterpest, hoornblad, fonteinkruid en aarvederkruid. Deze planten groeien vaak in grote en dichte velden die zeer moeilijk te bevissen zijn en worden in de volksmond op een hoop gegooid met de naam ‘wier’. Waar je bij gele plomp bijvoorbeeld het voordeel hebt dat deze plant stevig verankerd staat in de bodem en je een vis hier dus voorzichtig doorheen kunt trekken is dit bij de zuurstofplanten zelden het geval.
Wanneer een op hol geslagen karper zich in een wierbed boort, heb je vaak binnen de kortste keren kilo’s wier op de lijn hangen die de dril ernstig bemoeilijken. De kans op lossers stijgt dan zienderogen. Ook bestaat door de dichtheid van de waterplanten de mogelijkheid dat het hele zaakje muurvast komt te zitten. In zo’n geval aarzel ik nooit om een nat pak te halen. Forceren levert namelijk een onacceptabel risico op beschadiging van de vis op. Dus niet lui en dom gaan sleuren, maar gewoon even de broek uit en het water in! Dat ben je in een dergelijk scenario aan de vis verplicht.
Een beul van een schub die het plantenveld volledig op zijn kop zette
SLURPEN
Ook bij de oppervlaktevisserij maak ik graag gebruik van de voordelen die waterplanten mij bieden. In water waar de vis open en bloot het drijvende aas benadert, gebeurt dit namelijk altijd op zicht. Al snel zul je onherroepelijk met dressuur te maken krijgen. Weigeraars, vissen die het aas even tussen de lippen pakken en meteen weer uitspuwen, vissen die bij het aanzwemmen de lijn raken en er in paniek vandoor knallen… al snel wordt het drijvend vissen een frustrerende bezigheid.
Hoe anders is dit tussen de planten! Het grote verschil zit hem in het feit dat karpers tussen de planten voornamelijk op geur azen. De vis ruikt een brok en weet daardoor ongeveer waar die brok zich bevindt. Vervolgens smakt en slurpt onze hongerige vriend, vaak met een plompenblad op zijn neus, net zolang in het wilde weg tot de brok tussen zijn gulzige lippen verdwijnt. Alle remmingen zijn weg en het wordt een koud kunstje om de vis te haken. Belangrijk is wel dat je bij deze tactiek niet als een kip zonder kop je haakaas steeds in de buurt van een azende vis presenteert. Ook jouw haakaas moet namelijk de tijd krijgen om een geurspoor te verspreiden. Met een paar minuutjes geduld wordt zo’n brok dan uiteindelijk altijd wel gevonden.
Raak! Als je de vis op geur kan laten azen heb je geen last van dressuur.
LIJN
Eén ding is zeker: ik ben absoluut geen materiaalfreak. Mijn materiaal moet functioneel zijn en als dat het geval is ben ik niet snel geneigd om iets anders uit te proberen. De materialen die ik noem zijn dan ook producten waar ik zelf goede ervaringen mee heb. Voor wat betreft gevlochten lijn kan ik de Spiderwire Ultracast aanbevelen. Zelf gebruik ik de 17/00 variant die de belachelijke trekkracht heeft van 18 kilo! Qua trekkracht kan je dus ook makkelijk naar een 14/00 of 12/00 versie, maar vanwege de schuurbestendigheid neem ik hem liever iets dikker, al is het maar voor het gevoel.
[the_ad id=”25769″]
HAKEN
Omdat je bij het penvissen zelf de haak zet is de klauwhaak bij mij verreweg favoriet. De vis hoeft zich niet te ‘prikken’ en een rechte punt biedt dan ook weinig meerwaarde. Een klauwhaak verankert zich muurvast in de karperbek en de kans dat de haak gaat lopen en dus de karperbek beschadigt is met dit type minimaal. Zelf gebruik ik graag de Gamakatsu Specialist in haakmaat 8. Afhankelijk van je aasgrootte kun je uiteraard ook voor een 6 of een 10 gaan, belangrijk is dat je haakgrootte in verhouding staat tot je aas. Overigens gebruik ik het liefst haken zónder teflon of PTFE-coating. Deze coating maakt de haak gladder en biedt dus ook weer voordelen wanneer er geprikt moet worden.
Wij willen echter dat de haak op zijn plek blijft zitten! Hoe dun de grens kan zijn tussen verantwoord en onverantwoord vissen bleek wel toen mijn favoriete haakjes een keer uitverkocht waren en ik de haken mét tefloncoating gebruikte. Na twee lossers kwam de derde vis wél op de kant. Tot mijn ontzetting was de haak gaan lopen en zat er een scheur van bijna een centimeter aan de binnenkant van de bek… De rest van het zakje heeft toen, met het schaamrood op de kaken, een enkeltje vuilnisbak gekregen. Ik hoop dat ik niet meer hoef uit te leggen dat ik, gezien de driltactiek waarbij de spanning regelmatig van de lijn wordt gehaald, steevast kies voor haken mét weerhaak.
Mijn favoriete klauwhaak voor de penvisserij.
PENNEN
Je pen moet tussen de planten tegen een stootje kunnen en daarom enigszins ‘hufterproof’ zijn. Mijn favoriete pennen zijn de oude vertrouwde Van Eik pennen. Deze zijn handgebouwd en zeer scheutig afgelakt. Helaas is deze beste pennenmaker al enige tijd geleden overleden en worden deze oerdegelijke kunstwerkjes dus niet meer gemaakt. Gelukkig zijn er in Nederland nog een aantal pennenbouwers zoals Henk Tjassing, Rob Demin, Richard Gans en Ferry Diske waarover ik ook goede verhalen heb gehoord. Ik monteer mijn pennen alleen aan de onderkant door de lijn door het oogje te halen en vervolgens een stukje siliconenslang over het oogje te schuiven. Wanneer je zorgt dat de siliconenslang niet te strak zit zal deze bij een dril snel loskomen en kantelt je pennetje dus altijd de goede kant op.
Hiermee behoren vastzittende of kapotgeknakte pennen tot het verleden. Bovendien biedt zo’n Engelse montage de mogelijkheid om bij een stevige wind of stroming je lijn mooi onder water te trekken om zo de druk op je pen te verminderen. Soms kan het in helder water lonend zijn om met een doorzichtige pen te vissen. De Drennan ‘crystal wagglers’ zijn hierbij mijn favoriet. Zorg wel dat je er genoeg op voorraad hebt, want een duurzame variant van de transparante pen ben ik helaas nog niet tegengekomen.
Een Van Eik kunstwerkje, gemonteerd met een stukje siliconenslang
EROPUIT!
Met het aanstippen van het gebruikte materiaal hebben we de wijze woorden van Frank stap voor stap behandeld. Stekkeuze, driltechniek, driltactiek en materiaalkeuze. Een leerproces dat als het goed is een vissersleven lang doorgaat en dat maakt karpervissen ook zo fascinerend en interessant. Nu het voorjaar in volle gang is groeien de wateren langzaamaan weer dicht. Laat je hierdoor vooral niet afschrikken maar probeer de situatie in je voordeel te gebruiken.
Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 91 van Witvis Totaal magazine
RAMON PASMAN – De visserij met muggenlarven oftewel vers de vase is voor veel vissers relatief onbekend. Hierdoor worden er nogal eens fouten gemaakt wanneer er dan toch met vers wordt gevist. Desondanks zijn muggenlarven een natuurlijke aassoort die zowel door grote als kleine vis gretig wordt verorberd. Muggenlarven hebben echter één gigantisch voordeel ten opzichte van conventionele aassoorten als casters, maden en wormen: ze verleiden vissen zelfs in de moeilijkste omstandigheden tot een aanbeet.
Wat is Verse de Vase?
De rode muggenlarven waarmee wij vissen en voeren behoren tot de familie van de Chironomidae, ofwel de dans- of vedermuggen. Hoewel de naam mug anders doet vermoeden, steken deze ‘muggen’ niet. Wereldwijd komen er duizenden verschillende soorten dansmuggen voor. De larven kunnen op zeer uiteenlopende plaatsen in zowel zoet als zout water worden aangetroffen.
De soorten waarmee wij vissen, zijn meestal afkomstig uit sterk verontreinigde wateren met lage zuurstofgehaltes. De larven kunnen hier in zeer grote dichtheden voorkomen. Minder algemene soorten kunnen onder andere worden aangetroffen in voedselarme meren en plassen en zelfs in boomholtes die vol water staan. In veel zoetwaterecosystemen vormen de larven van dansmuggen een belangrijk deel van het bodemleven. Het spreekt voor zich dat de muggenlarven dan ook een belangrijke voedselbron zijn voor vissen.
Het gouden aas….
SOORTEN VERS DE VASE
Kleine vers ofwel voervers (de naam zegt het al) wordt gebruikt om mee te voeren. De larven zijn slechts enkele millimeters groot en de individuele diertjes zijn nauwelijks vast te pakken. Het grootste deel van de voervers waarmee wij vissen, is afkomstig uit Oost-Europa. Relatief veel vers komt uit het Zwarte Zeegebied (Oekraïne). In de volksmond wordt deze vers ook wel ‘Rus’ genoemd. Deze muggenlarven zijn afkomstig uit brak water en hebben een karakteristieke zilte geur en felrode kleur.
Indien je weinig ervaring hebt met het herkennen van de verschillende soorten voervers, dan geeft de taal van de krant waarin de muggenlarven zijn verpakt vaak een goede indicatie. ‘Rus’ is namelijk vaak verpakt in kranten geschreven in het Cyrillische alfabet.
Een ander deel van de kleine vers is afkomstig uit Polen. Deze vers is over het algemeen donkerder rood van kleur dan ‘Rus’. Poolse vers is vaak te herkennen aan de enkele bloedzuigers die nog tussen de vers aanwezig zijn. Als ‘Pool’ in goede conditie verkeert, dan is deze actiever dan Rus, met andere woorden: de larven bewegen actiever. Dit actieve gedrag zorgt ervoor dat vers de vase afkomstig uit Polen beter geschikt is voor de visserij op kleine vis dan Rus, die op zijn beurt weer vaker gebruikt wordt voor de visserij op grote vis.
“De ervaring leert dat muggenlarven slecht tegen hoge temperaturen en temperatuurschommelingen kunnen
Een klein gedeelte van de beschikbare kleine muggenlarven tenslotte, is afkomstig uit België. Vooral in Wallonië stromen er nog enkele sterk vervuilde waterlopen, waarin er in bepaalde periodes nog kleine vers wordt geschept. Hoewel ik nog nooit de moeite genomen heb om Poolse en Belgische vers onder de microscoop te leggen om te kijken of het dezelfde soort betreft, vind ik dat het gedrag van de muggenlarven uit beide landen overeenkomt. Wel is Belgische vers vaak beter van kwaliteit dan Poolse vers; de muggenlarven hoeven immers over minder grote afstand getransporteerd te worden, hetgeen de kwaliteit ten goede komt.
HOUD ZE IN CONDITIE
Wil je aan de waterkant kunnen beschikken over goed levendige en dus actieve vers, dan is het essentieel dat je ze de dagen voordien optimaal verzorgt!
MET KLEINE VERS NAAR DE WATERKANT
Als ik vers nodig heb, dan bestel ik deze aan het begin van de week bij de hengelsportzaak, waar de muggenlarven vervolgens meestal op donderdag of vrijdag worden afgeleverd door de aashandelaar. Als ik de muggenlarven ga ophalen, neem ik altijd een koelbox mee. De ervaring leert namelijk dat muggenlarven slecht tegen hoge temperaturen en temperatuurschommelingen kunnen.
Door de vers gekoeld te transporteren, zorg je er zeker in de zomermaanden voor dat deze langer in goede conditie blijft. In de hengelsportzaak bekijk ik altijd met welke soort muggenlarven ik te maken heb en in welke conditie de muggenlarven verkeren. Als de muggenlarven in goede conditie zijn en kort na het openen van de krant beginnen te bewegen, dan transporteer ik ze in de koelbox naar huis, waar ik ze plat op gaas in de koelkast leg. Als ik constateer dat de kranten waarin de muggenlarven verpakt zitten niet vochtig maar nat zijn, dan pak ik de muggenlarven thuis om in droge kranten. In natte kranten gaat de vers namelijk aan elkaar plakken, waardoor de larven uiteindelijk stikken
KOEL BEWAREN
Je moet wel ruimte hebben in de koelkast, of speciaal voor dit doel een tweedehandsje op de kop zien te tikken.
“De eerste week voorzie ik de haakvers iedere dag van vers water en laat ik de larfjes dagelijks doorkruipen
REANIMEREN
In het voorjaar zijn er vaak gedurende enkele weken nauwelijks muggenlarven verkrijgbaar. Dit heeft te maken met het feit dat de vers in deze periode massaal uitvliegt en er dus geen larven meer in de waterbodem aanwezig zijn. De in deze periode verkrijgbare vers is vaak van mindere kwaliteit. Ook tijdens warme periodes gekochte vers is regelmatig van mindere kwaliteit. Als je na het openen van de krant constateert dat vers van mindere kwaliteit is, dan heb je drie opties:
1 Niks doen en accepteren dat je met half dode vers aan de waterkant verschijnt;
2 De vers bij thuiskomst losmaken met droge leem of grond;
3 De vers bij thuiskomst in een ruime kuip met water plaatsen en hierop een zuurstofpomp aansluiten.
Zuurstof doet wonderen
Indien ik geen (belangrijke) wedstrijd hoef te vissen, dan kies ik zelf regelmatig voor optie 1 of 2. Als ik wel een belangrijke wedstrijd moet vissen, dan ga ik altijd voor optie 3. Als je de vers in het water doet, zul je zien dat deze weer langzaam begint te bewegen. Naarmate de rode beestjes zich langer in het water bevinden, gaan ze steeds harder bewegen. Na ongeveer 30 minuten stop ik de zuurstofpomp en giet ik het water door een fijnmazig aquariumnetje waarin de vers achterblijft. Vervolgens heb je weer twee opties:
1 De vers laten uitlekken en vervolgens opnieuw inpakken in droge kranten;
2 De vers laten doorkruipen.
Zeker als ik weet dat er niet veel vis te vangen is of als ik op kleine visjes moet vissen, ga ik altijd voor optie 2. Ik doe de muggenlarven dan in een zakje met mazen waar de levende larven doorheen kunnen kruipen. De dode larven blijven achter in het zakje. Het nadeel van het laten doorkruipen van de vers is dat je, afhankelijk van de kwaliteit, veel volume aan vers kunt verliezen. Zelf speel ik hier op voorhand al op in, door in het voorjaar of tijdens warme periodes extra vers te bestellen. Mocht de geleverde vers dan toch van goede kwaliteit zijn, dan verpak ik de overtollige vers in plastic zakjes en vries ik hem in. Deze vers gebruik ik dan in de loop van het jaar wanneer ik geen wedstrijden hoef te vissen.
De levende vers kruipt letterlijk door de mazen van het net…
ZOMER- EN WINTERVERS
Net zoals bij de kleine vers bestaan er diverse soorten grote vers ofwel haakvers. Hoewel ik altijd veel aandacht schenk aan de kwaliteit van mijn aas, geldt dit al hélemaal voor de grote vers. De muggenlarve aan de haak moet de vis immers verleiden tot een aanbeet. Het spreekt dan ook voor zich dat een aan de haak bewegende muggenlarve een vis eerder tot een aanbeet verleidt dan larve die nauwelijks beweegt of dood is.
Wintervers
De grote vers die ik gebruik tijdens wedstrijden die in de eerste helft van het jaar plaatsvinden, schaf ik aan in het vroege voorjaar. Thuis bewaar ik de grote vers in bakken met water in een koelkast. De kwaliteit van deze vers is meestal uitstekend en dat wil zeggen dat de larven ook nadat ze aan de haak zijn geprikt blijven bewegen.
De vers die je in het voorjaar aanschaft, is de zogenaamde ‘wintervers’. Het betreft muggenlarven die zich al vanaf het najaar in de waterbodem bevinden en pas uitvliegen als de watertemperatuur in het voorjaar oploopt.
Zomervers
De haakvers die je na het voorjaar aanschaft, is de zogenaamde ‘zomervers’. Deze muggenlarven hebben een kortere levenscyclus dan de wintervers; het zijn de nakomelingen van de wintervers. De eigenschappen van zomervers zijn een stuk minder positief. Zo zijn deze larven veel minder lang te bewaren (ongeveer twee weken) en bewegen ze meestal minder goed aan de haak. Overigens is ook niet alle wintervers goed te bewaren en dat komt onder andere doordat er zoveel verschillende soorten dansmuggen bestaan.
Indien je in het voorjaar een behoorlijke partij haakvers wilt aanschaffen, dan raad ik aan om eerst een ‘testportie’ te bestellen. Indien hiervan tijdens de eerste twee weken veel larven dood gaan, dan kan er beter geen al te grote portie haakvers worden aangeschaft, omdat dan immers het risico bestaat dat er niks overblijft.
[the_ad id=”25769″]
KEEPING THEM ALIVE
Zoals ik al heb vermeld, schaf ik de haakvers altijd ruim voor een wedstrijd aan (ook in de zomer). Indien je de haakvers pas de dag voor de wedstrijd of in extreme gevallen pas op de wedstrijddag zelf in handen krijgt, dan ben je immers overgeleverd aan de goden. Je moet het dan doen met hetgeen je op dat moment ontvangt. Het mag dan ook duidelijk zijn dat je van slechte vers in enkele uren tijd geen supervers kunt maken en zelf vermijd ik dit risico dan ook te allen tijde.
Als ik thuiskom met de vers vul ik een bak met kraanwater en plaats ik hierop een fijne zeef. Vervolgens leg ik de haakvers op de zeef. De levende muggenlarven kruipen vervolgens door de zeef, terwijl de dode larven op de zeef achter blijven. Nadat ik de zeef heb verwijderd, plaats ik de bak in de koelkast. De eerste week voorzie ik de haakvers iedere dag van vers water en laat ik de larfjes dagelijks doorkruipen. Tijdens de eerste week is er de meeste uitval onder de larven, naarmate de tijd vordert gaat er steeds minder vers dood en ga ik de muggenlarven om de twee of drie dagen verzorgen.
GROTE VERSUS KLEINE HAAKVERS
Naast de activiteit van de vers aan de haak, vind ik ook de grootte van de haakvers erg belangrijk. Meestal zijn de grote muggenlarven die je koopt ongeveer 2,5 centimeter lang. Ik heb in Finland echter ook al grote vers gezien van 5 cm! Als ik op kleine vissen vis, dan probeer ik altijd gebruik te maken van kleine haakvers. De kleine vissen zuigen de muggenlarve (en de haak) dan namelijk makkelijker hun bek in.
Door te grote haakvers mis je veel beten van kleine vis, omdat de vis enkel het uiteinde van de muggenlarve in zijn bek neemt. Bij een visserij op grote vis kan het tegenovergestelde het geval zijn. Een haak voorzien van een tros grote haakvers trekt namelijk meer aandacht dan een klein spiertje haakvers. Het is dus van belang om vooraf ook goed na te denken over de te verwachten visserij en daarmee samenhangend het formaat van de haakvers die je nodig hebt.
WATERKWALITEIT
Hoewel ik er bij mij thuis nooit problemen mee ondervind, kan het zijn dat het kraanwater plaatselijk niet geschikt is om muggenlarven in te bewaren. Als je de eerste keer muggenlarven gaat bewaren, wil ik dan ook adviseren om eerst te kijken hoe deze reageren op het plaatselijke leidingwater.
NAAR DE WATERKANT
Omdat de visserij met muggenlarven een erg breed thema is, heb ik me in deze bijdrage beperkt tot het beschrijven van de verschillende verssoorten en het geven van uitleg omtrent het bewaren en verzorgen van muggenlarven. Dat dit verhaal hier niet eindigt, mag duidelijk zijn. In een vervolg op dit artikel zal ik dan ook graag verder ingaan op de het gebruik van vers bij het vissen zelf, waarbij onder andere ‘het brengen van vers’ en andere noodzakelijke praktijkkennis aan bod komt.
JOHN HOOGERVORST – De visserij met de method feeder heeft John Hoogervorst in de loop der jaren al vele mooie vissen bezorgd. Deze techniek betekent voor hem een waardevolle aanvulling van zijn visserij op verschillende vissoorten. In deze bijdrage blikt John terug en vooruit.
Het was 1998, toen ik de vanuit Engeland bekende method feeder voor het eerst als zelfhaaksysteem toepaste. Zeelten moesten er gevangen worden en mijn vismaat David opperde voor een aanpak met de Method. Voor mij als karpervisser was het vissen met een zelfhaak systemen niet nieuw. De visserij met de Method wel. Kortom: ik moest maar eens gaan shoppen.
Hiermee was ik echter al snel klaar, want de enige method feeder die in die tijd bij ons in de winkel te vinden was, bleek de inline method feeder van Richworth. Inline, omdat de lijn door een plastic buisje (‘tube’) wordt gevoerd wordt. Om dat buisje zat lood gemonteerd, met daaraan drie kunststof ‘vleugels’ bevestigd, waaromheen het voer diende te worden gekneed. Dit voer stelde ik samen door het aloude en vertrouwde Justus –welke 50plusser kent het niet!- te mengen met havermout. Zo ontstond een voer met een hoge kleefkracht.
Wij gebruikten de Method echter met name voor de gerichte visserij op zeelt en uiteindelijk wisten we met de gekozen aanpak ook de nodige zeelten te vangen
EVOLUTIE
Via diverse Engelstalige bladen bleef ik me echter op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen op het gebied van de Method. In Engeland was er inmiddels een sterke groei van commercials tot stand gekomen en toen ging het snel met de ontwikkeling. Het model van de method feeder bleef nog een tijdje vergelijkbaar met dat van de inline method feeder van Richwordt, doch het uiterlijk werd steeds wat verfijnder en subtieler.
Met name FOX hield zich actief bezig met het door ontwikkelen van de method feeder. Toen deze feeders uiteindelijk ook in Nederlandse winkels verschenen, kocht ik ze meteen. Ik heb er ook wel vis mee gevangen, maar de theorie van voedselnijd begon wat te wankelen… Echte voedselnijd ervoer ik eigenlijk alleen als de vis fanatiek los ging op drijvend aas. Slechts als er veel vis actief is op een voerplek kan zo’n feeding frenzy immers ontstaan. Een enkele vis die aast op een harde klont deeg, die toevallig om een Method feeder is gekneed, heeft alle tijd om het aan te pakken. En het vissen met die taaie voerbal eromheen gekneed, beviel mij ook niet langer.
“Nederland leek er gewoon nog niet klaar voor!
FLATBED METHOD FEEDER
Het te gebruiken voer moest naar mijn idee onder water een bepaalde attractiviteit hebben en geuren en voedseldeeltjes uitwasemen. En over die eigenschappen beschikte mijn B-mix allesbehalve! Daar komt bij dat het vissen met de Method op dat moment ook niet zozeer mijn aandacht genoot. Inmiddels had namelijk het vissen met maden op zeelt een zeer sterke impuls gekregen, waardoor experimenteren met aas, voer en de aanbieding hiervan nauwelijks nodig was. Ik ving die zeelten toch wel!
Ondertussen ging de ontwikkeling in Engeland echter gestaag door en de flatbed method feeder kwam op de markt. Dit is de method in de vorm zoals iedereen die tegenwoordig kent: het eivormige model, met het lood onderop en daarboven een kunststof constructie waarin het voer wordt gedrukt. De method had voor bevestiging aan de hoofdlijn aan de bovenkant een ring. Als je echter de lijn direct aan dat ringetje knoopte, dan trok je dat door het kunststof heen. Om dit te voorkomen, moest er een speld aan de hoofdlijn geknoopt worden, waaraan vervolgens de Method werd gehangen. Ter oplossing werden er modellen aangeboden waarin een stukje elastiek was gemonteerd, met daaraan een metalen ringetje waaraan de onderlijn bevestigd kon worden.
De method feeders hebben de afgelopen decennia een flinke doorontwikkeling meegemaakt.
VERBANNEN NAAR DE SCHUUR
In Nederland kwam deze flatbed method feeder ook op de markt. Ik heb ermee gevist en er bovendien aardig mee gevangen. Toch was er een aantal minpunten aan het systeem ‘met of zonder elastiek’. Met een speld aan de hoofdlijn kon ik nog wel leven, maar vaak waren de ringetjes waaraan de onderlijn bevestigd moest worden gesmeed, waardoor de onderlijn hierop met regelmaat brak.
De inline method feeders waren gebaseerd op visveiligheid. Bij lijnbreuk moest de vis de method feeder kwijt kunnen raken. Met mijn achtergrond als karpervisser staat visveiligheid altijd voorop. Voor mij viel die flatbed method feeder uiteindelijk dan ook af. Bovendien bleef ik stoeien met de samenstelling van het in combinatie met de Method te gebruiken voer. Ik kreeg het niet echt werkend. En geschikte haken waren eigenlijk ook niet verkrijgbaar.
Kortom: alles verdween weer in de schuur…
“Met mijn achtergrond als karpervisser staat visveiligheid altijd voorop…
Fraaie winde als verrassende bijvangst.
REVOLUTIE
Naast de verfijning van het model van de method feeder, waren er ook de nodige andere ontwikkelingen op het gebied van aas, voer en haken. Diverse merken kwamen met een compleet pakket aan systemen op de markt en een nieuwe impuls om de method visserij toch weer op te pikken, kwam nu via mijn vismaat David.
Zo af en toe probeerde ik gericht te vissen op kroeskarper -in Nederland een van de moeilijkste vissen om te vinden.
De bewuste vismaat attendeerde mij op kroeskarpers in een mij niet onbekend, maar wel vergeten water. Hij zocht naar een ietwat actievere visserij en ik zocht kroeskarpers… En dus gingen we samen op pad! Beiden met een feederhengel, voerkorven en maden. We vingen van alles en nog wat, maar geen kroeskarper… Mijn vismaat wilde specifiek de karpertjes vangen in plaats van de brasems en giebels die we maar bleven vangen.
John houdt ervan om te experimenteren…
Ik bleef nog wat aanklooien met de feederhengel en voerkorven, terwijl David zich vol overtuiging stortte op het vissen met de method feeder. En toen werd me pas echt duidelijk hoe effectief de method visserij kan zijn. Ik zag vis na vis bij hem op de kant komen.
Het inmiddels specifiek voor de Method ontwikkelde voer heeft voldoende binding als het wordt samengedrukt, maar geeft daarnaast ook voldoende werking in het water. Daarbij hoeft de vis dus niet meer de voerbal uit elkaar te stoten om bij het haakaas te komen. Het haakaas ligt op een klein hoopje voer -in het zicht- om gepakt te worden. De kracht van de Method blijkt dus niet te zitten in voedselnijd, maar in het feit dat het voer en haakaas zeer dicht bij elkaar (op elkaar) liggen. En dat het haakaas dus snel door de vis wordt gevonden.
Al onze ervaringen met de Method hebben we opgedaan op openbaar water. Er is geen commercial aan te pas gekomen. Ik vraag mij weleens af wat belangrijker is geweest voor de opkomst van de Method: de voortdurende doorontwikkeling van dit systeem of het ontstaan van commercials? Waarschijnlijk hebben ze elkaar versterkt.
Hoe dan ook: de Method heeft de afgelopen twee jaar weer een plek binnen mijn visserij verworven. Het is een plek die ik, toen ik ermee begon, niet voor ogen had en inmiddels een prima aanvulling van mijn visserij.
En toen werd me pas echt duidelijk hoe effectief de method visserij kan zijn…
GEEN FEEDERHENGEL
De visserij met de Method is inmiddels algemeen goed geworden en de diverse merken spelen goed in op de vraag van de vissers. Alleen heb ik nooit begrepen waarom de Method is gekoppeld aan een beetregistratie via een feedertip. Het betreft immers een zelfhaak systeem en als-ie gaat, dan gaat-ie…
“Ik heb nooit begrepen waarom de Method is gekoppeld aan een beetregistratie via een feedertip!”
Ik gebruik dan ook altijd twee lichte karperhengels, in combinatie met elektronische beetmelders en een paar goede wakers. Het geluid laat een aanbeet horen en de waker maakt het verloop ervan zichtbaar. En die inzichtelijkheid bij het gebruik van een waker vind ik beter, dan bij het gebruik van een feedertip.
Een feedertip bouwt zijn kracht op en zal weer terugveren naar zijn oorspronkelijke stand en dus niet inzichtelijk maken of het een gemiste aanbeet was of een lijnzwemmer.
Als de vis de Method verplaats -en zich dus niet al direct haakt- dan zal de waker blijven hangen op het punt, waar naartoe die is verplaatst. Bij een lijnzwemmer zal de waker oplopen en weer terugzaken in zijn oorspronkelijke stand. Ik weet dan of ik een aanbeet heb gemist of dat het een lijnzwemmer was.
John geeft de voorkeur aan een waker. Liever een slappe lijn dan een strakke lijn waarvan vissen kunnen schrikken.
Er is nóg een belangrijk verschil tussen het gebruik van wakers en/of een feedertip. Bij de visserij met een feedertip zal de lijn altijd onder spanning gebracht moeten worden om de tip enigszins krom te trekken. Dat betekent dus een strakke lijn door het water. En als er iets is waar karpers schuw van worden, dan zijn het wel strakke lijnen waar ze tegenaan zwemmen. Met een lichte waker kan juist met een slappe lijn gevist worden, waardoor de vis minder snel schrikt bij aanraking ervan.
Overigens hoef ik ook niet continu de feedertip in de gaten te houden, waardoor ik het water kan afspeuren naar activiteit van vis. En dat dient dan weer als extra troef…
Ook de sterke opkomst van het commercial vissen werkte mee aan de stijgende populariteit van de Method.
BART DEBAES – Het is nog winter als Robert Borrenbergs me al warm maakt voor een kunstaasje waar ik, althans in dat formaat nog nooit mee viste. Ik kende het principe wel van in mijn jaren waar ik bijna alleen met de vlieg aan de gang was, maar vond toen nooit proppellers die echt goed draaiden. Robert had er nu die draaiden als een tierelier. De reden waarom hij me zo enthousiast kreeg, was het feit dat zijn gemaakte vliegengrootte kleiner was dan 2,5 cm…
Dit aasje zou dus kunnen gebruikt worden in de gesloten tijd! Robert had daarom zijn vlieg toepasselijk de “gesloten-tijd-vlieg”, of GTV genoemd. Met dit soort aas, dat valt onder de noemer van kunstvliegen, kunnen we eigenlijk de ganse gesloten tijd overal mee vissen; bvb ook in de polder. Prachtig toch, want dan liggen de sloten nog niet helemaal dicht met wier en flap, en/of ander moeilijk te ontwijken waterplanten. Daarenboven staan een groot aantal oeverplanten wel in bloei, en daartussen staan vangen, maakt het alleen maar nog een stuk mooier.
Heerlijk vissen tussen de bloeiende gele lis…
De DTV
Wat is die gesloten-tijd-vlieg? De GTV is een propellervlieg, en die naam zelf maakt eigenlijk al veel duidelijk. Het is een vlieg waar een propeller is ingebouwd. Om die propeller met zo weinig mogelijk weerstand goed te laten draaien, wordt een kraaltje net na het schroefje ingebonden. Als nu de vlieg door het water wordt getrokken, start de propeller door de waterdruk met tollen, en krijg je zo diezelfde aanlokkelijke wervelingen die ook bij de spinner de vangkracht uitmaken.
Voorkeur
Wat er achterop de haaksteel wordt gebonden, speelt misschien minder een rol, maar het is een beetje als het kleur kiezen van een stuk kunstaas. Elke visser/vliegbinder zal daar zijn eigen voorkeur in hebben. Variaties maken, en zoeken naar nog betere modellen, zijn typisch voor de experimenterende vissers die zich daarin ten volle kunnen uitleven. Een opmerking hierbij is als u een enigszins stevige vleugel in de streamer verwerkt, dit al deels anti-kink kan werken.
Schreiner
Ik had in die periode ook contact met Jan Bassez. Voor de mensen bij wie nu geen lichtje gaat branden: Jan Bassez is de man die bij de heren Schreiner in de leer ging, en daar het vak van hengelbouwer volledig onder de knie kreeg. Tenslotte nam hij de hengelbouw van ‘Schreiner en zoon’ volledig over. De Schreinerianen en aanverwante waren heel gelukkig dit iemand was, die ook het ganse gedachtengoed van Jan Schreiner ter harte nam.
Voor de ‘ongelukkigen’ die Jan Schreiner dan weer niet kennen, geef ik deze gouden tip: probeer ergens één of meerdere boeken van die man te lezen, dan zal een groot gat in uw vis-cultuur gedicht worden, en uw technische kennis ivm vissen sterk vergroten. Vooral op het gebied van hengelbouw, zal het hoe en waarom van sommige zaken veel duidelijker worden. Last but not least, is de kans dat je met die kennis uw visplezier verschrikkelijk zal doen stijgen heel erg groot.
De allerlichtste parabolische spinhengel…
Nu wist ik van Jan Bassez dat hij bezig was met het ontwerpen van een 1,5-grams hengeltje. Een hengeltje dat vroeger ondenkbaar was, maar de materialen voor hengelbouw verbeterden in zo verre, dat dit technisch nu wel kon. De blank voor dit stokje had hij volledig zelf ontworpen, logisch ook, want dit soort blanks zijn op de markt echt niet verkrijgbaar. Dit soort superlichte hengeltjes zijn dan ook helemaal geen gereedschap voor de gemiddelde, en helemaal al niet voor de startende visser, maar voor gebeten hengelaars die al een behoorlijke weg hebben afgelegd in het visgebeuren.
Er zijn natuurlijk wel topactiehengels op de markt die ook lage gewichten aankunnen, maar van dat soort hengels is het werpgewicht eigenlijk niet echt te bepalen. Ze moeten ook compleet het genot, en de technische voordelen ontberen van een diep buigende hengel.
We spraken af dat we de polder zouden aanvallen op het moment dat de eerste blank afgebouwd was. Dit viel in het gesloten seizoen, maar wij hadden daar geen probleem mee, want we hadden de gesloten-tijd-vlieg van Robert voorhanden. Robert wou er ook graag bij zijn, dus we zochten een datum die voor ons drie lukte.
De eerste kennismaking
Robert was zo vriendelijk geweest om een aantal GTV’s voor ons te binden. Hij had ook een voorraadje propellers mee voor Jan’s winkel, dus ze zijn vanaf dan bij hem te koop. Zo konden we elk onze weg gaan, maar eerst wou ik natuurlijk het hengeltje voelen. Molen-loos zwiepte ik het een paar keren beheerst, om te voelen welk vlees, euch…… carbon er in de kuip zat. Ik had verwacht van een erg zacht, traag hengeltje te voelen, maar was verrast vanwege de vertoonde snelheid. “Wow, dit is best wel een pittig ding”, was mijn eerste uitlating er over.
De materialen-technologie van hengels blijft er dus duidelijk nog steeds op vooruit te gaan. Als Jan dan de hengel in zijn curve trekt, kan ik mijn brede glimlach die hierdoor ontstaat niet onderdrukken. Dit is echt wel een speeltje naar mijn zin!
Loodvrij completeert prima onze uitrusting
Heerlijk speeltje
De molen is voorzien van 10°° nylon, meer wil de eigenaar/ bouwer hier niet op hebben. Het nylon is ook eigen aan het Schreineriaanse gedachtengoed, en eigenlijk ga ik daar niet ten volle in mee, toch niet bij het spinvissen. Uit respect voor de hengel en zijn bouwer, ga ik er in ieder geval toch met die nylon aan de slag.
Om de werpeigenschappen van de vlieg en de hengel wat te testen begin ik te gooien zonder enig extra gewicht. Enkel de ingebonden goudkop vormt, naast het dunne staaldraadje, het werpgewicht. Mijn eerste worp is gelijk al een verkeerde. Ik dacht stevig te moeten inzetten om de overkant van de sloot te halen, maar de inschatting was dus verkeerd. De worp gaat veel verder dan verwacht, en mijn vlieg zit al vast in het lis aan de overkant.
Opnieuw heeft het hengeltje me positief verwonderd, of is het die gesloten-tijd-vlieg die zich zo goed laat werpen? Beheerst probeer ik de vlieg los te trekken, en ondertussen regel ik de slip van het molentje nog wat bij. De hengel gaat mooi vol in zijn curve op deze 10°°. Ik geniet al bij voorbaat van wat gaat gebeuren tijdens de dril van een knappe baars!
Bladlood
Bij het binnen spinnen van de volgende worp, ga ik na hoe snel ik minimum moet draaien om het porpellertje te laten tollen. Dat is echt veel en veel trager dan met eender welke spinner het geval is. Op gang tikken is niet nodig, want het schroefblad komt direct op dreef. Na een paar worpen wordt wel duidelijk dat ik te weinig diep vis, een extra gewicht is nodig.
Ik knijp wat bladlood op het begin van de staaldraad. In tegenstelling tot het nylon heeft de staaldraad geen last van verzwakking hierdoor. Bladlood vind ik handig, omdat je perfect kunt doseren, en het achteraf ook prima te recupereren is, zodat het uit de natuur blijft. Meer en meer gebruik ik nu echter ook hiervoor de loodvrije super soft shots van Dunsmore.
Dieper
Naast het feit dat ze beter zijn voor het milieu, hebben deze hagels ook het voordeel dat ze minder gemakkelijk loskomen tijdens het vissen. Het materiaal is toch wat minder zacht dan lood, maar met een tangetje kan je de hagels wel erg stevig vastzetten. Het werpen gaat nu natuurlijk nog een stuk gemakkelijker.
Nu ik dieper kan vissen, heb ik wat meer vertrouwen in de visserij. Een eerste tikje wordt gemist, maar wat verder is het raak. De eerste ‘gesloten-tijd-vlieg-baars’ is een feit.
De eerste gesloten-tijd-vlieg-baars is een feit…
De baars zit nog wel een aantal jaar verwijderd van het specimenformaat, maar dat maakt de peuteraar in mij niet veel uit. Ik wil nog. Wat verderop spot ik ringen van voorn in de oppervlakte. Daar zit wel vaker baars tussen, dus het schooltje vormt mijn richtpunt. Al snel haak ik iets. De gouden schim van de wegschietende vis lijkt me eerder een ruisvoorn te zijn. Spetterend komt hij boven, maar schiet dan los. Het was duidelijk een rooie ruiser. Tof dat ik hier ook voorn zal kunnen op vangen! Het zou later die dag ook nog blijken. Zeker de kleinste versie wordt ook door voorns gewild…
MARC HOEBEN – Géén commercialvisserij voor Marc Hoeben. Hij houdt nu eenmaal van groot en uitgestrekt water. Met een swingtip aan de gang op een enorm water als het Haringvliet, dat vindt Hoeben pas een echte uitdaging. In dit artikel legt hij uit hoe hij dit aanpakt.
Al vele jaren heb ik het geluk te kunnen vissen op het Haringvliet. In mijn jeugd mocht ik mee gaan vissen met een vriend die een boot had. Ieder weekend reden we dan naar het Haringvliet en telkens keek ik er weer naar uit. Wat een slok water, wat een mooi natuurgebied! Prachtige oevers met mooie rietkragen, dan weer overgaand naar stenen ruggen en strekdammen.
Verschillende vogelsoorten zijn er te bewonderen, zelfs reeën heb ik er al zien overzwemmen. Het is een water waar je jezelf nooit gaat vervelen. Een enorme partij water die dan nog eens over gaat in het Hollands Diep, de Amer, de Bergsche Maas en de Maas. Een enorm groot water dus met erg veel vis!
Geef Marc Hoeben een flinke slok water voor zijn neus en hij is en tevreden man.
WAAROM SWINGTIPPEN?
Waarom ga ik swingtippen op brasem op het Haringvliet als er zo veel kleine makkelijkere watertjes zijn? Wel, zoals ik al zei, het is een prachtgebied om in te vertoeven én er zit nog eens plenty aan vis. Er zijn echter ook nadelen aan dat mooie gebied verbonden.
Aan het Haringvliet en ook Hollands Diep zijn de meeste oevers vooral natuurgebied! Betreed deze oevers zeker niet; er staan namelijk enorme boetes op. Overal staan er kijkhutten voor de vogelaars en je bent snel gezien. Maar geen paniek, er blijft genoeg plaats over om toch goed te kunnen vissen!
Let op de getijden bij het kiezen van de krib waarop je gaat zitten.
Waarom brasemvissen op zo’n grote rivier en vooral, waar moet je beginnen? Hoe maak je een goede stekkeuze en waarom net daar? Toen ik in het verleden het water opging voor snoekbaars, visten we nog statisch met de pen en het sleepje. Je had dan tijd genoeg om rond om je heen te kijken. Het viel me toen op dat er op sommige plekken veel activiteit van brasem was.
Vooral ‘s morgens zag je brasems aan het wateroppervlak komen, we noemde dat dan ‘flipperende’ brasems. In de loop der jaren zag ik dat het steeds op dezelfde plekken was, zowel in de winter als in de zomer. Als je dan weet dat wij destijds slechts in een klein gebied visten, dan weet je ook zeker dat er verschillende van die plekken moeten zijn!
Dat ‘flipperen’ bestaat nog steeds, vooral in ‘s ochtends. Na een uur tien is het afgelopen en zie je dit fenomeen bijna nergens meer. Toen ik later zelf een boot had, ging ik op onderzoek uit. We zijn op zo’n roofvisboot natuurlijk in het voordeel met een visvinder. Ik ging op de plekken waar we de brasems zagen ‘flipperen’, kijken met de visvinder. Ik wilde weten of ze daaronder blijven zwemmen wanneer je ze niet meer ziet aan de oppervlakte.
Toen ik voor de eerste keer over zo’n plek vaarde, wist ik niet wat ik zag! Ik dacht dat mijn visvinder storing had! Het volledige scherm liep vol met vis. Verschillende jaren heb ik dit in de gaten gehouden en nog steeds zitten de brasems op diezelfde plekken, echt standplaatsen dus!
Nog even wachten en dan aanslaan!
ONDIEPE OEVERZONES
Nu ik al deze informatie had, werd het de hoogste tijd om op die mooie brasems te gaan vissen. Ik koos een plek langs de oever tussen het riet zodat ik op werpafstand van een stek zat waar ik al vaker de brasems had gezien. Ik was natuurlijk al vroeg aan het water en zag de brasems direct al ‘flipperen’. De vis zat er dus, precies zoals ik al had verwacht.
Maar wat er toen gebeurde, daar stond ik niet bij stil! Toen ik mijn eerste worp maakte, werden de maden al in de eerste centimeters gegrepen tijdens het afzakken. Snel ving ik op deze manier al een brasem! Niet meteen wat ik gedacht had. Verschillende vissen kon ik zo haken, maar op deze manier wil je die vissen toch niet vangen! Pas toen het flipperen stopte, zakten de vissen af naar de bodem en kon je ze daar vangen. Misschien wel iets voor de vliegvisser, zo vroeg in de morgen?
Van de bodem gevangen op de flipperstek.
Dit voelde aanvankelijk best merkwaardig, maar als je er even over nadenkt misschien ook weer niet! Dat gedrag aan het wateroppervlak heeft waarschijnlijk zo zijn reden, misschien azen ze op dat moment wel helemaal bovenin of in de eerste centimeters water?
Toen ik ze dan eindelijk op de bodem kon vangen, trad er weer een probleem op. Vele oevers op het Haringvliet zijn ondiep. Het talud begint dan pas ver uit de oever en ik vis het liefst ongeveer op vijf tot zes meter diepte. De knik die de lijn dan maakt ten opzichte van het talud is zeer gevaarlijk. Er zitten namelijk verschillende mosselbankjes op deze taluds.
De driehoeksmosseltjes snijden je lijn zó door of houden ze vast zodat je geen enkele aanbeet meer kan waarnemen! Dit bleek een groot probleem! Ik had echter het geluk dat aan mijn stek een strekdammetje grensde. Vanaf deze strekdam kon ik evenwijdig aan het talud vissen en had ik met de stroming ook al geen problemen. De ideale stekkeuze dus; vanaf de strekdam in de lengterichting van het water vissen, evenwijdig aan de oever. Er zijn genoeg oevers aan het Haringvliet waar je meteen diep water hebt. Denk maar aan Middelharnis of Hellevoetsluis!
Zo vang ik ze graag!
LET OP DE STROMING
In ieder geval heb ik zodoende mijn ideale manier van brasemvissen ontdekt op deze grote rivier. Wie al eens met een swingtip heeft gevist weet dat snelle stroming een grote vijand kan zijn! Het evenwijdig meevissen aan de oever zorgde er dan ook voor dat ik minder last van stroming op de lijn had. Zou je haaks op het talud vissen dan heb je de stroming zijdelinks in de lijn en valt er niet te swingtippen.
Later ben ik ook nog overgeschakeld op de zogenaamde bascule tip, een swingtip met een verschuifbaar gewichtje. Ideaal voor wat dieper water en in de stroming als die niet te snel is.
Voeren doe ik bijna niet, ik heb een licht wolkend voertje waarvan ik af en toe een bolletje naar beneden laat wolken!
Een strekdam is niet altijd even comfortabel maar met de juiste uitrusting valt er zeker te vissen. Mijn karperstoeltje met verstelbare poten was perfect om op deze stenen te gebruiken. Liesaarzen zijn ook interessant, omdat je dan niet steeds hoeft te verkassen tijdens hoog of laag water.
Het werkt! Evenwijdig mee vissen aan de oever, zorgde ervoor dat ik minder stroming op de lijn had.
Ik houd de verdere techniek overigens heel simpel. Mijn montage bestaat uit de hoofdlijn van nylon 20/00 met onderaan een Arlesey-bomb-loodje. Boven het loodje op ongeveer 15 à 20 cm maak ik een grote lus met een dubbele knoop. Dan knip ik in de lus tegen de knoop één lijntje door en verkrijg zo een zijlijntje. Aan dat zijlijntje knoop ik dan de haak.
Zorg dat het zijlijntje steeds korter of langer is dan het lijntje met lood vanaf de knoop gezien. Deze lijnen mogen nooit dezelfde lengte hebben, anders zitten ze steeds in de war. Verder gebruik ik een medium swingtiphengel, nog een oudje van Jan Schreiner met een bascule tip. Voeren doe ik bijna niet, ik heb een licht wolkend voertje waarvan ik af en toe een bolletje naar beneden laat wolken!
STREKDAMMEN
Af en toe gooi ik ook wat maden op de stek zodat de vis blijft azen. Veel voer is er echter niet nodig, de vissen zitten er immers al van nature op deze standplaats.
STANDPLAATSEN EN TREKROUTES
Ik ben ooit eens op een stek gaan zitten die makkelijk te bereiken was met de auto. Ik was niet gaan kijken of er wel vis aanwezig was, maar het leek me een mooie stek. Niet doen dus! Ik heb er uren gezeten met het idee dat de brasem wel naar het voer zou komen. Ik geloof allen niet meer dat dit op dit soort wateren gebeurt! Zoek de standplaatsen of trekroutes van de brasems en je zult succes hebben!
Vind je de standplaatsen of trekroutes, dan zit je gebeiteld.
Het is een prachtvisserij met mooie, sterke vissen uit het diepe, grote water. Wil je het zelf eens gaan proberen en weet je niet waar te beginnen? Ga dan in een weekend rond een uur of vier, vijf in de middag eens aan een openbare trailerhelling staan op het Hollands Diep of Haringvliet.
Vraag daar gerust aan een roofvisser waar de brasems zitten, hij zal je het waarschijnlijk graag vertellen. Of wellicht ken je een karpervisser met een bootje op afstandsbediening met sonar, en kan je samen op onderzoek naar mooie stekken! Óf – en dat is misschien het allerleukst -, ga zelf zeer vroeg op pad en kijk uit naar flipperende brasems!
Wij gebruiken cookies om onze website en onze service te optimaliseren.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.