Home Blog Pagina 50

Vissen op de Belgische Maas – Franse Maas: één groot avontuur

Visweekend: De Maas

RICHARD VAN DEN BROECK – Vissen, en dan bedoel ik gaan vissen, vind je natuurlijk altijd leuk. Maar iedereen heeft wel een favoriet water -een plas, sloot of rivier- dat iets extra heeft, een toegevoegde waarde. Dat kan de omliggende natuur zijn, een speciale belevenis, een supervangst, het onvoorspelbare, het magische. En soms is het gewoon niet te verklaren waarom een trip naar dat bepaalde viswater je de dag voordien al raar laat functioneren. Je eetlust is gestoord, je geliefde TV programma kan je niet in je stoel houden, je gaat nog maar eens je klaargezette spullen controleren. Natuurlijk vat je die nacht pas de slaap net voor die wekker gaat rinkelen.

Voor mij is dat ene speciale water, dat na al die jaren nog als een magneet aan me trekt, de Maas. Omdat ik vissen op rivier, onberekenbaar levend water, toch altijd iets meer avontuur vind dan je spullen neerpoten op een doordeweeks kanaal of afgesloten plas, waar je bijna zeker kunt voorspellen wie of wat nu je dobber gaat ondertrekken, of je feedertip laat hoepelen.

Waarom juist de Maas en niet die machtige Waal of IJssel, waar de vangsten zeker niet onderdoen? Deze rivieren zijn me een beetje te grof, te ruig en soms voor mijn oude knoken iets te moeilijk bereikbaar. Of misschien is het gewoon liefde voor de rivier die als een rode draad zowat mijn ganse vissersleven doorkruist.

Natte droom

Toen ik, nu bijna een halve eeuw geleden, mijn eerste stappen waagde in het nationale wedstrijdcircuit, was de Maas zowat de ultieme natte droom van elke wedstrijdvisser. Drommen Vlaamse wedstrijdvissers, toppers met duivenpoep en muggenlarven, plukten de prijzentafels kaal en laafden zich aan de rijkdom van dikke voorns in Nederlands Limburg.

Maar ook in eigen land, en wel het Waalse landsgedeelte, waren de legendarische voornvangsten in Ivo Ramet een trekpleister. Veel later, toen we ontdekten dat langzaam varen met een stel pluggen achter de boot niet alleen in Ierland maar ook op de Bergse Maas voor spektakel en adrenaline  kon zorgen, kreeg die Maas nog meer grip op mij. En dan, niet zo gek lang geleden, zeg maar mijn feederperiode, mocht ik na een Belgisch kampioenschap in die discipline, op de Maas bij Tianghe het podium op klauteren. Toch mijlpalen in een vissersleven, vandaar misschien mijn affectie met deze machtige rivier.

De Maas bij Lanaye

De Maas ontspringt in Frankrijk en is met zijn 925 km best een aardige streep water. Bij Givet – Hastiere (circa 45 km de Hoge Maas genoemd) komt ze België binnen, via Namen stroomt ze naar Ternaaien (Lanaye), waar ze net voorbij de taalgrens de Grensmaas vormt en onbevaarbaar is. Het Albertkanaal brengt soelaas voor de beroepsscheepvaart, maar voor de hengelsport is deze grillige onberekenbare Maasstrook een ware uitdaging.

Ik moet toegeven, ik was mijn grote liefde een beetje uit het oog verloren. Maar toen ik een selectiewedstrijd van onze internationalen ging volgen op de befaamde wedstrijdstrook te Lanaye, was de vonk meteen terug. Bijna gans de week voordien was er op de trainingen grof vis gevangen. Twee dagen voor de selecties opende de hemelpoorten en viel het water met baken uit de hemel.

De Maas is een regenrivier, zij wordt voornamelijk gevoed door regenwater, maar teveel is teveel. Vissen met de vaste hengel, een verplicht nummer, was haast niet meer mogelijk. Vlagdobbers van 50 gram gierden met een rotvaart over de voerplek. Als je jezelf koest hield en je beperkte tot de oeverzone, pakweg zes meter ver, kon je die mega vlagdobbers nog enigszins staande houden. Tegen alle verwachting in zag ik op deze afstand nog joekels van brasems vangen. Bronzen vechtmachines die vlot de stroming als bondgenoot maakten en haast niet te drillen waren. Ik dacht toen aan: feederhengels, ankerkorven en wormen…

Visweekend: De Maas
De helse stroming maakte de strook te Lanaye haast onbevisbaar en de brasems die daar gretig gebruik van maakten waren bijzonder moeilijk vangbaar.

Deze strook ligt niet alleen aan onze Belgische taalgrens, maar hier vormt de Maas ook de landsgrens met Nederland, wat zelfs met boeien op het water wordt aangeduid. De bereikbaarheid van de Maas kan hier (met de auto) plaatselijk een probleem vormen. Wanneer je in Lanaye (Ternaaien) de Rue du Cimetiére neemt, vind je hier ‘het Chalet’: een echt visserslokaal met ruime parkeergelegenheid. Via een poortje ben je in een paar stappen bij de Maas!

Arthur Le Pecheur

Zijn naam is eigenlijk Arthur Praet, maar iedereen in het Maasdistrict en ver daarbuiten kent hem als Arthur Le Pecheur. Wat hij niet weet over de Hoge Maas… dit kun je kwijt op de achterkant van een postzegel en is waarschijnlijk onbelangrijk. Arthur nodigde Remi Heymans, begenadigd feedervisser en lid van de nationale selectie, en Richard uit voor een sessie op deze onvoorspelbare Maasstrook.

Visweekend: De Maas
Arthur kent de Maas als zijn broekzak. Wat hij niet weet kun je kwijt op de achterzijde van een postzegel.

We namen eerst een kijkje te Hastière. Hier nog net op Belgisch grondgebied aan de brug van Heer (linkeroever) is het in het voorjaar en de zomer erg goed vissen. Hier toonde Arthur ons een huisje dat pal aan de Maasoever staat en dat per week of maand voor vissers beschikbaar kan zijn, kijk op www.gitesdewallonie.be.

Brasem, kopvoorn en sneep en helaas in de oeverzone ook van die zwartbekgrondels. Als de Maas wat te onrustig is (stroming) kun je 500 meter verder in het aanloopkanaal naar de sluis van Hastière vissen. Vanaf oktober een echte hotspot voor dikke voorns. Dan is er nog ‘Hastière plage’, de rechteroever, een mooi gazon waar in de zomer veel families gaan picknicken en vissen. Er is zelfs een kleine speelplein en bootjesverhuur. Maar onderschat deze visplek niet, wel wat meer stroming, maar voor de vaste hengel of feeder (en voor de vrouw en de kids) een leuke plek.

Visweekend: De Maas
Zeg nu zelf, op werpafstand voorbij de Belgische grens en een schatkamer vol geheimen.

Een visvergunning voor Wallonië kun je in Hastière op het postkantoor halen, maar je kunt ze ook online bestellen.

De Franse Maas bij Givet

Maar nu gaan we zelf vissen, naar mijn favoriete stek, even verder op Frans grondgebied. Arthur had niet overdreven, het was hier ‘pico-bello’: een knappe, vlakke grasstrook tot vlak bij de rivier en de auto vlak bij je. Arthur ging het met de vaste hengel proberen en Remi en ik zouden natuurlijk een voerkorf te water laten. Na al die jaren kan zo een nieuwe stek Richard nog altijd een beetje zenuwachtig maken; toen ik de draad voor de derde keer door de piepkleine oogjes van mijn hengel had gewurmd, doorbraken Arthur zijn voerballen al het gladde Maasoppervlak.

Visweekend: De Maas
Arthur schoot direct uit de startblokken, maar zijn plek bleef geteisterd door klein spul.

Remi zou het op 30 meter proberen, een stevige gele mix met voornamelijk casters. Een greepje kleine maden zou het hier goed doen volgens Arthur. Richard, altijd een beetje eigenwijs, koos voor een zwarte mix. De krenten in de pap waren hier ook casters en een flinke kluit geknipte wormen.

Ik ga voor sneep

Ik ging voor 45 meter. “Wat van ver komt is vaak groter, zeker met die kluit wormen” gniffelde ik. Arthur zijn voerplek werd onmiddellijk ingenomen door een bende klein spul. Alvers en minivoorntjes onderschepten het aas al tijdens het afzinken.

Visweekend: De Maas
Remi opende de score met een knappe sneep.

Op vaste hengel afstand stond zowat 4 meter water, op de feederafstand mag je er een paar meter bij tellen. De bodem was daar best grillig en ongelijk, maar dit heb ik altijd liever dan een saaie, gladde zandbodem. Het is even zoeken naar een ‘proper’ plekje, maar doorgaans tref je hier meer vis aan.

Visweekend: De Maas
Het lijkt op een voorn die een klap op de neus kreeg, maar beslist een knappe sportvis.

Remi wist een aantal leuke snepen te netten, ikzelf ving wat brasem. Niet echt van het slag om rode oortjes van te krijgen, maar ik was niet ontevreden. En Arthur viste zich in het zweet op dat kleine spul, dat maar niet van wijken wist.

Visweekend: De Maas
Af en toe een brasem, maar de echte joekels lieten zich niet zien.

Toch gaan we beslist terug naar Givet: verhalen van de grote meervallen die er al gevangen zijn, de flinke klappen van de roofbleien die met regelmaat Arthur zijn alverpopulatie de daver aandeed. En niet om zijn minst de heerlijke pot spaghetti die Arthur zijn vrouw Lieve ons achteraf voorzette.

Vergunningen

Een vergunning kun je in Givet bij Tony Pêche kopen, deze hengelsportzaak vind je op Route de Bon Secours. Het roofvisseizoen is gesloten van 26/01 tot 01/05, vissen uit een bootje vissen mag, maar deze zijn hier helaas niet te huur. Heb je een korte (of lange) vakantie op het oog, met aangepast verblijf: www.valdardennetourisme.com/noscommunes/givet.aspx

Visweekend: De Maas
Niet direct een mega buit (Arthur zijn 200 spetters mochten niet mee op de foto), maar het was toch volop genieten in Givet.

Voertip voor de Maas

Arthur, die hier in het circuit aardig aan zijn trekken komt, wist ons nog een voertip mee te geven waar zeker de snepen voor uit de bol gaan.

  • Wielco Gold Line kanaal – 1000 gram
  • Wielco Gold Line Voorn – 1000 gram
  • Coco Belge (bruin cocosmeel) – 500 gram
  • Donkere leem – 500 gram

In twee tijden bevochtigen en door de zeef drukken, niet te zuinig zijn met dode maden en/of pinkies onder het voer. Bij aanvang de helft als basis gebruiken en daarna met regelmaat een balletje bij werpen.

Watersportbaan Gent: Feeder versus vaste hengel

feeder versus vaste hengel
Als een raketje.

De Watersportbaan in Gent is een gekend water in het wedstrijdcircuit. Zowel met de vaste hengel als met de feederhengel kun je er goed vis vangen, maar wat nu als je die twee naast elkaar zet? Wat is dan de meest effectieve tactiek? De meer allround vaste hengel, of toch de gerichte aanpak op grotere vis met de feeder? Een experiment dat Kim Baert en Kris Huybrechts van Arca zeker niet schuwden!

Kim en Kris zijn op papier meer dan aan elkaar gewaagd. Kim is lid van het Belgische internationale damesteam en Kris vist al heel wat jaartjes mee op het hoogste niveau in het feederteam. De taakverdeling laat zich wat dat betreft dan ook eenvoudig raden. Kim zal uitpakken met een vaste hengel, terwijl Kris met korfjes zal zwieren.

feeder versus vaste hengel
De Gentse Watersportbaan, een ideaal water voor dit experiment.

Bombarie

Qua aanpak oogt die van Kris iets subtieler, hij brengt een korf of zes naar zijn gekozen 33 meter, terwijl Kim een bal of 12 met grof geweld in het water laat plonzen. Stevig aangeknepen voerballen die langzaam open moeten breken, gevuld met muggenlarven.

feeder versus vaste hengel
Muggenlarven in stevige ballen die langzaam open breken. 

Om toch ook al wat sneller kans op vis te maken cupt Kim nog twee minder compacte kleinere balletjes voer op de stek die als het goed is meteen openbreken en zo al hun lekkers direct prijsgeven. “Wat dat betreft is dit een vreemd water. In normale situaties moet je gokken: voorn of brasem. Hier kan het allebei en door elkaar! Dus is mijn aanpak niet heel erg toegespitst op een van beide vissoorten”.

feeder versus vaste hengel
Het verschil in aanpak blijkt ook uit de voerkeuze en -methode. Kim kiest voor wat grover voeren.

Dat is bij Kris toch echt wel anders. Die kiest met zijn voer op vismeelbasis heel bewust voor een aanpak die gericht is op het vangen van grote vis. “Op de een of andere manier lokt een vismeelvoer echt alleen maar grote vis aan. Je krijgt zelden voorns of andere kleine vissen op je stek.” Desondanks is het haakaas bij beiden wel gelijk. Ze kiezen in het begin allebei voor muggenlarven op de haak.

Kims voerrecepten

Kim mengt drie Arca Eurofish voeders in gelijke delen door elkaar, te weten: Eurofish Canal, Gros Gardon en Master Pro Mix Noir. Er komt geen boormachine aan te pas. “Ik wil de textuur van het voer in mijn handen voelen, alleen dan kan ik perfect bepalen of en hoeveel water er nog bij moet”, legt ze uit. Om het voer nog iets donkerder te maken gaat er nog wat potgrond doorheen.

feeder versus vaste hengel
Een mix van drie. Met de hand aanmaken laat je de textuur het best voelen.

“Potgrond is licht van gewicht, maar wel mooi donker van kleur, perfect voor nu. In de winter zou ik eerder kiezen voor zwarte leem.” Uiteraard gaat het voer voor gebruik tweemaal door de zeef zodat er geen grove delen meer inzitten. Dan een geheim van de smid. Kim blijkt bezeten van voer en voorbereiding, ze laat niets aan het toeval over en kiept nog een beetje versgemalen anijs door haar voer. ’s Winters voeg ik daar ook nog dille en tijm aan toe, alles versgemalen!

Het voerrecept van Kris

Kris kiest voor eenvoud en kiest als basis voor een lokvoer uit de Bait-Tech stal om precies te zijn: ‘The Juice Groundbait’. Een voer op vismeelbasis, maar ook met zoete ingrediënten. Dit voer mengt hij met een boormachine samen met Eurofish Groundbait en tot een klontloos geheel.

feeder versus vaste hengel
“Met de boormachine hoef je niet te zeven.”

“Met een boormachine is de noodzaak om te zeven niet zo aanwezig. Die machine klopt alle klonten er wel uit!” Als het water nog koud is voeg ik daar leem aan toe zodat het voer extra mooi wolkt en iets zwaarder en natuurlijker van kleur is.

Een flinke voorn

Ondanks dit alles blijft het bij beiden wat stil in het begin. Ongeduldig begint Kim meteen met het schuiven van haar montage, iets meer overdiepte, een andere topset die iets meer lood draagt voor een meer statische aanbieding. Uiteindelijk komt de eerste aanbeet aan een montage met iets overdiepte. Een subtiel, licht dobbertje en het onderlijntje ligt een centimeter of 10 op de bodem. Een vrij statische, maar wel natuurlijke aanbieding! Immers als een brasem flink met zijn vin wappert zal de vers de vase met haak wel opwaaien. De eerste aanbeet is van een flinke voorn, een mooi begin!

Kris bijt ondertussen nog op een houtje en wacht nog steeds op zijn eerste aanbeet. “Ze zijn duidelijk niet los”, merkt hij op. “Sinds kort werkt dat vismeelvoer hier bijzonder goed. Tijdens de laatste internationale wedstrijd hier pakte iedereen plots uit met vismeelvoer, daarna ging dat hier plots als een speer.”

Strike op de verkeerde baan

Vandaag blijkt wat dat betreft toch een ander verhaal te zijn. Kim vangt ondertussen regelmatig kleine vis, terwijl Kris nog steeds op zijn eerste aanbeet wacht. Zijn top is weliswaar al krom gegaan en ook heeft hij al brasemslijm aan zijn handen zitten, maar die vis heeft Kris zijn haakaas nooit tot zich genomen. Hij sleepte een afgebroken montage achter zich aan en die is blijven haken achter Kris zijn feederkorf. Qua gevoel een beetje alsof je een strike gooit met bowlen, maar dan op de verkeerde baan. Een raar soort van voldoening.

Om te kijken of er iets te forceren valt besluit Kris zijn voertempo iets op te schroeven. Van eens in de 8-10 minuten brengt Kris nu binnen 5 minuten drie korven en werpt daarna om de vijf minuten opnieuw. En jawel, dat levert hem de eerste paar knappe platten op! Maar komt dat door de verandering in tactiek, of berust dit plotse succes toch ergens anders op?

feeder versus vaste hengel
Uiteindelijk komen de platten toch wel even op de stek kijken.

Vrijheidsbeeld

Het lijkt erop dat de brasems hier op de Watersportbaan ineens aan het azen zijn geslagen, want ook Kim vangt nu een klein serietje brasems kort na elkaar. Zo is het voor Kris natuurlijk lastig concluderen, maar besluit hij toch maar door te zetten met ietsje regelmatiger voer brengen. Kim cupt nog eens twee los aangeknepen voerballen om ervoor te zorgen dat ze de vis op de stek houdt.

Meteen nadat ze deze balletjes gecupt heeft wordt haar muggenlarve gegrepen. In eerste instantie lijkt er wederom een flinke brasem in aantocht te zijn, maar onder de kant blijft de vis diep en dan wordt het elastiek plots wel erg ver uit de hengeltop getrokken… Karper! Als dit maar goed gaat, met een 10/00 hoofd- en 08/00 onderlijn in combinatie met 1 mm elastiek, voorzichtig drillen dus!

feeder versus vaste hengel
Een soort vrijheidsbeeld, maar de karper belandt wel in het net.

Kim laat zich niet gek maken en blijft rustig, houdt druk op de vis en wacht geduldig tot deze moe is. Meermaals komt de vis kort onder haar viskist, maar omhoogkomen doet hij nog niet. Om de druk ietsje op te voeren gaat Kim er maar bij staan, het geeft een komisch beeld. Kim met haar hengel in haar hand kaarsrecht omhoog. Een soort van modern vrijheidsbeeld. Uiteindelijk wordt Kims geduld uitbetaald en kan het net onder een schubkarper van bescheiden formaat. Gebouwd als een raket, vandaar die onwaarschijnlijk lange dril!

feeder versus vaste hengel
Als een raketje.

Langste eind

De vaste hengel trekt vandaag aan het langste eind en is duidelijk het meest effectief, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat dit altijd zo is. Op dagen wanneer de vis goed aast kan het maar zo zijn dat een feederhengel de beste keuze is. Als je gericht en in een redelijk tempo grote vis kunt vangen ben je lastig te kloppen!

Lees ook:

[irp posts=”13331″ name=”Vissen op de IJzer spaarbekken met de stok en feeder”]

[irp posts=”13296″ name=”Witvissen op visvijvers – Hoe pak je dat aan?”]

Hoe moet je (in het donker) op tong vissen?

Tong Noordpier

REDACTIE – ‘Tongen in het donker’, het had de titel van een slechte Nederlandstalige B-film kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een Beet-missie; vang minimaal één tong op de Noordpier te IJmuiden. Samen met John Beun en Dennis Cornielje, al jarenlang gekende zeevistoppers, moet dat wel lukken, toch?!

Waar moet je op tong vissen?

Onder de rook van de hoogovens moet het normaal gesproken wel lukken om een mooie tong te verschalken. Maar toch… het blijft vissen! De dagen voor onze missie blijkt de visserij bijzonder taai op de pier. Hoewel we met John Beun en Dennis Cornielje genoeg kennis in huis hebben, is het toch afwachten of die ruw aanvoelende platvissen het spelletje mee willen spelen. Dennis en John zijn realistisch ingesteld; het wordt moeilijk vandaag, zoveel is zeker. Maar zij gaan er alles aan doen om deze missie te laten slagen!

Tong Noordpier
We zijn voorlopig nog niet alleen.

De Noordpier te IJmuiden

Het is loeidruk op de pier. Begin september en kwikwaarden die tegen de 30 graden aanhikken, dan weet je het wel. Half Amsterdam vindt zijn weg naar de pier, parkeren is een ramp. Uiteindelijk vindt iedereen een plekje en kan de wandeltocht naar de stek beginnen. Slalommend tussen alle zonaanbidders banen Dennis en John, gevolgd door hun karretjes met vismateriaal zich een weg over de pier. “We moeten ergens halverwege zijn, zo rond de 1500 meter op de pier.” Op de stoeprand aan de rechterkant van de pier wordt om de 500 meter aangegeven hoe ver je al op de pier bent, handig in dit geval! “Halverwege de pier ligt een slibplaat op de bodem, terwijl je op de meeste stekken aan de pier een zandbodem aantreft. Tong heeft toch wel een duidelijke voorkeur voor een wat zachtere, slibachtige bodem.” 

Texelse zagers

Op bijna alle stekken vanaf de pier is de getijdestroming zo sterk, dat sediment wegspoelt en er een harde, schone zandbodem overblijft. Dat maakt deze stek halverwege de pier uniek! Strak onder de eigen kant vind je voornamelijk zand, maar iets verder uit de kant is het slib wat de klok slaat. Een heuse tonghotspot, volgens John en Dennis!

Aan het aas mag het natuurlijk nooit liggen, daarom heeft John vandaag kakelverse zagers, slikzagers en zeepieren bij. Deze heeft hij online besteld. Wonend in de omgeving van Callantsoog, is hij niet rijk bedeeld met stekken waar hij zelf goed aas kan steken. Zijn beste optie? De pont naar Texel nemen, dit juist timen zodat hij met eb zijn gang kan gaan op de wadden en vervolgens de pont weer terugnemen. Met zijn portie zagers. Nu is zagers steken sowieso een arbeidsintensief klusje, maar op deze manier wordt het wel heel bont.

Tong Noordpier
Hier moet een tong ook enthousiast van kunnen worden.

Wispelturige vissen

Eenmaal op de stek aangekomen vouwt John trots zijn doos met aas open. “Moet je zien Dennis, wat een prachtige slikzagers! Zulke grote, dikke slikzagers heb ik nog nooit gehad.” Instemmend knikt Dennis, het zijn inderdaad prachtige zagers. Normaal gesproken hebben tongen een voorkeur voor slikzagers. Maar er zijn zo van die dagen… Tongen kunnen, zoals bijna iedere vissoort overigens, best wispelturig zijn. Mocht je ze op zo’n wispelturige dag treffen, dan kun je maar beter ook normale zagers en pieren bij hebben!

Tong Noordpier
Zand onder de kant, maar verderop is de bodem bedekt met slib. 

Wanneer moet je op tong vissen?

Aangekomen op de stek worden de materialen uitgeladen en klaargezet. Ondertussen spreekt John zijn verwachting uit: “Voor 8 uur vangen we niets, denk ik. Daarna gaat het water zakken, neemt de stroming toe, de lichtintensiteit af en als het goed is gaan de hengeltoppen dan dansen!” Met opkomend water is de stroming nauwelijks waarneembaar op de Noordpier. De Zuidpier vangt als het ware alle klappen op en zorgt voor luwte. Als een soort van windscherm houdt de Zuidpier de Noordpier uit de stroming bij opkomend water, bij afgaand water is het omgekeerde het geval! Dé tijd om op de Noordpier te vissen.

Tot 8 uur blijkt John zijn voorspelling goed te kloppen, er is nog niets gebeurd. Om de haverklap vreten krabben de haken leeg en moet er opnieuw beaasd worden. “Als de stroming dadelijk wat harder inkomt, dan graven die krabben zich in en heb je daar weinig tot geen last meer van. Dan is het tongentijd!” Aldus Dennis.

Wat voor montage voor tong vissen?

De mannen vissen vandaag ongeveer hetzelfde. Dennis heeft zijn twee hengels voorzien van een onderlijn met drie wapperlijntjes en loodjes van 170 gram: een ter plaatse bewezen combinatie voor tong.

Tong Noordpier
Witte afhouders met rode Amnesia haaklijntjes kunnen soms het verschil maken.

John experimenteert met een hengel door met afhouders te vissen. De zijlijnen worden voorzien van andere aascombo’s zodat de heren snel kunnen achterhalen wat het is dat de vissen vandaag willen hebben. Door de harde wind hebben we geen een aanbeet gezien, maar wanneer John zijn hengel met zijlijntjes opdraait heeft een botje zich verslikt in een behoorlijke hap pieren. Ondanks dat het nog geen slagen van onze missie garandeert, lucht het toch op. De vis is actief en aast. Voor ons gevoel kan het nu ieder moment gebeuren!

Wat is een goede tongstek?

Op de pier vist eigenlijk iedereen aan de buitenkant, de zeekant van de pier. Dat is natuurlijk niet voor niets. Aan de binnenkant stroomt het sowieso minder hard en is het een stukje ondieper. Hoewel de bodem hier in theorie perfect zou moeten zijn voor tong verkiezen de vissen toch de buitenkant van de pier. Gebrek aan stroming zorgt voor een wel heel erg grote krabbenpopulatie die in no-time elk piertje of zagertje gevonden hebben. Om de proef op de som te nemen gooit Dennis een van zijn hengels aan de binnenkant, wie weet kan hij wat forceren. Na een minuut of 10 haalt hij de montage op en bungelt er een ondermaats zeebaarsje aan een van de zijlijntjes.

Inmiddels is de zon al achter de horizon verdwenen en wordt het steeds donkerder. Daarom grijpt Dennis naar zijn tacklebox. Uit een van de laatjes trekt hij een lichtgevend groen gevaarte. Een 170 grams ankerlood, gecoat met een glow-in-the-dark laagje. En lichtgeven doet hij! De bedoeling is dat deze lichtshow de interesse van vis opwekt waardoor ze de boel gaan inspecteren. Dan ruiken ze al snel een lekker hapje, kunnen zich niet inhouden en gaan pardoes aan een van Dennis’ haken hangen.

Tong Noordpier
Aantrekkingskracht voor op de zeebodem.

En dat is exact wat er gebeurt! Een kleine tien minuten na deze aanpassing voelt Dennis vis tijdens het indraaien. Zou dit hem dan zijn? Jawel! Een mooie tong heeft een hap slikzagers weggewerkt. De druk is van de ketel, de missie geslaagd!

Tong Noordpier
Pff… missie geslaagd!

Hoe bied je het aas bij tong vissen aan?

“Tong kan soms tricky zijn”, zegt John. “Over het algemeen willen ze het aas statisch aangeboden krijgen, maar als het wat harder stroomt accepteren ze compleet statisch aangeboden aas soms niet. Dan moet het plots heel langzaam mee driften. Laatst had ik zo’n dag. Op een gegeven moment ontdekte ik dat het aas wat meer moest bewegen en ik dus niet compleet verankerd moest vissen en plots ging ik vis vangen! Dat maakt vissen zo mooi, het is iedere keer compleet anders.”

Tong Noordpier

Ondertussen loodst ook John zijn eerste tong van de avond de pier op. Bij John geen lichtshow onder water, maar een wat meer standaard zijlijnmontage zonder fratsen. Ook dat werkt dus gewoon.

Tong Noordpier
Ook flinke botten gaan voor een hapje zagers.

Als de vissen maar azen! Later die nacht, als we de heren alleen hebben achtergelaten op de pier, ontvangen we nog een berichtje van ze. Ze hebben nog twee extra tongen gevangen. Missie meer dan geslaagd!

Tong Noordpier
Missie meer dan geslaagd!

 

 

Ook interessant voor jou:

[irp posts=”15654″ name=”Zout feederen op platvis”]

[irp posts=”13187″ name=”De Europoort – Industriële Pracht”]

Beat Bob & het gouden EK

Witvis Inside juni 2019

De maand juni begint zoals hij sinds ‘ik weet niet meer hoe lang’ begint: met mijn verjaardag…ergens in het buitenland. Ik kan me niet meer herinneren of ik op die dag ooit eens thuis was. Ieder jaar is dan er wel het een of ander kampioenschap of zoals nu, de trainingsmissie voor het Europees Kampioenschap in Noord Ierland. Begrijp me niet verkeerd hoor, ik klaag absoluut niet. Ik vind het tegenwoordig wel best dat die dag zo geruisloos mogelijk voorbij gaat en ja dat heeft met de leeftijd te maken.

Precies op deze dag hebben we de volgens mij best mogelijke trainingsdag in Noord Ierland. Het complete Ierse nationale team komt 3 dagen trainen op het parkoers dat hierna gesloten wordt tot de aanvang van de officiële trainingsweek die aan elk internationaal kampioenschap vooraf gaat. En hoewel het misschien niet helemaal gebruikelijk is kan Frans van Berkel aansluiten en meevissen op deze laatste dag van ons verblijf. Ergens in je eentje trainen is soms misschien mooi maar dat is ook totaal anders dan tijdens wedstrijdomstandigheden. Nu vissen we met 9 mensen op een rij wat een veel beter beeld geeft van de werkelijke vissituatie.

Taai

Waar Frans in de dagen ervoor nog best goed vis had weten te vangen, vallen de vangsten nu gewoon tegen. De onderstroomse kopplek vangt nog zo’n 4,5 kilo aan voorns, baarzen en hybrides. De staartplek vangt een kilo minder en tussenin vangt Frans nog ruim 2 kilo aan hele kleine visjes. Maar waren er ook mensen met amper of geen vis. Nou na zo’n dag weet je dan wel genoeg.

Er zou ons een heel taai EK staan te wachten en daarop zouden we ons moeten voorbereiden. Als op de morgen van onze terugreis ook nog eens alle sluizen opengaan om al het regenwater weg te leiden naar zee ben ik helemaal overtuigd van de taaie missie die voor ons ligt.

Witvis Inside juni 2019
Een taaie missie lag voor ons, maar de uitslag…

Hoe dan ook waren we blij dat we dit hadden meegemaakt. Je moet gewoon bij dit soort wedstrijden vooraf weten wat je kan verwachten. Zo maar op goed geluk beginnen aan zo’n kampioenschap kan natuurlijk wel maar meestal is het vragen om problemen.

Verslaafd

Na de Ierland-trip volgden twee relatief rustige weken waarin ik 6 wedstrijden viste. Op zich ging dat prima trouwens. Samen met Jan Zekveld winnen we een koppelwedstrijd op de Slothoeve en ook win ik mijn sector enkele keren op de Berenkuil. Nu schreef ik vorige maand over een gemiddeld gewicht van rond de 30 kilo, deze maand is dat helemaal bizar met een gemiddeld gewicht van bijna 49 kilo. Nou, dat heb ik al sinds vele jaren niet meer meegemaakt, als dat ooit al eens eerder is gebeurd. Bijna allemaal F1’s bovendien en maar een enkele karper. Op de warmere dagen azen die vissen soms tot pal aan het wateroppervlak en dan heb je een prachtige actieve visserij.

Ik verbaas me steeds meer over deze visserij en begin er aardig verslaafd aan te raken. Nu ben ik dat aan ieder soort visserij wel maar mijn favoriete visserij is toch altijd geweest het vangen van zoveel mogelijk vis zoals vroeger in Ierland. Dit is natuurlijk iets totaal anders maar ook op commercials kan je niet actief genoeg vissen en voeren. Het is gewoon fantastisch om te doen.

Beat Bob Nudd

Kort voor het vertrek voor het EK naar Noord Ierland is er deze maand nog iets heel bijzonders geweest waarbij ik was betrokken. Beet organiseerde samen met Browning een wel heel speciale wedstrijd, genaamd Beat Bob. Ik heb jarenlang bijna wekelijks gevist met Bob Nudd en ben altijd goed bevriend gebleven met hem dus dit was sowieso al speciaal en bovendien ben ik vroeger in twee verschillende periodes bij Browning als gesponsorde visser betrokken geweest. Ik ben altijd werkelijk prima behandeld en zoiets vergeet ik dus nooit. Leuk dan ook dat ik betrokken raakte bij de organisatie van deze wedstrijd.

Allereerst was er een visdag gepland met Bob en als visstek voor die dag hadden we gekozen voor De Berenkuil. Dat werd natuurlijk een prachtige dag met heel veel vis. Bob heeft veel ervaring met het vissen op dit soort wateren, veel meer dan ik in ieder geval, en ik was benieuwd naar zijn aanpak. Nou die was op zich redelijk hetzelfde als wat ik daar wekelijks zie. Wel was het interessant om te zien hoe hij de risico’s van het te dichtbij de overkant vissen heel eenvoudig wist te beperken door gewoon weg te blijven van de gevaarlijke plekken en de vissen iets verder uit de oever te lokken.

Bob is in al die jaren werkelijk geen haar veranderd. Ik ken heel veel mensen die graag vissen maar een grotere liefhebber als Bob ben ik nooit tegengekomen. Wel is hij nog veel professioneler geworden. Logisch ook, hij doet dit soort werk tegenwoordig zowat dagelijks. Ook Mandy en Twan Swart waren aanwezig bij deze visdag als ambassadeurs van Browning. Bob gebruikte zelfs hun materiaal. Ik weet bijna zeker dat zij net zo hebben genoten op deze dag als ik zelf. Bob is altijd een echte gentleman geweest en dat bleek ook nu weer. Wat een topper!!

Stroming

Als viswater voor de wedstrijd Beat Bob hadden we gekozen voor de (stille) Hollandsche IJssel in Haastrecht, een prachtig riviertje dat hier dwars door het stadje loopt. Geen van de deelnemers wist dit echter vooraf. Het idee van de wedstrijd was namelijk om zoveel mogelijk te vissen ’met gelijke wapens’ en onder dezelfde omstandigheden. Iedereen gebruikte dus hetzelfde materiaal, inclusief de dobbers, loodjes en haken. Ook kreeg iedereen exact hetzelfde voer en aas.

De Hollandse IJssel is maximaal net aan 30 meter breed maar wel relatief diep, ergens tussen de 3 en 3,5 meter. Ik had er vooraf zelf wel gevist en gemerkt dat hier gigantisch veel vis zit……maar ik zat toen wel alleen langs het water natuurlijk. Op de zondag voor de wedstrijd was ik nog even bij het parkoers en er was in de dagen daarvoor best wat regen gevallen. Ik zag toen dat het daar behoorlijk kan stromen. Vaak gebeurde dat echter niet, zo was me verzekerd.

Er was op de wedstrijddag een voorbereidingsperiode van 3 uur omdat alle deelnemers eerst de te gebruiken lijnen moesten maken. Tijdens deze voorbereiding stond het water gewoon stil. Ideaal dus. Toen de wedstrijd begon voer er een groot jacht midden op het parkoers dus ik besloot even te wachten met het geven van het startsignaal. Het jacht voer voorbij, ik gaf het signaal voeren en vissen, alle deelnemers voerden en…….vanaf dat moment stroomde het de gehele dag flink.

Genieten

Vrijwel meteen werden er enkele vissen gehaakt en ik zag een prachtige wedstrijd helemaal voor me. Ook Bob haakte binnen 20 seconden al een brasem. Toch vielen de vangsten daarna behoorlijk tegen.

Witvis Inside juni 2019
Bob haakt in no time een brasem van een kilo, maar veel meer wordt het niet.

Tja, alles was goed voorbereid, alles klopte ook, alleen de visserij heb je niet helemaal in eigen hand. Zo jammer dat de vissen deze dag niet net ietsje beter wilden meewerken. De visdag was misschien dan iets minder visrijk dan verwacht, het werd nog steeds een bijzonder interessante wedstrijd.

Ik had eigenlijk wel te doen met Bob die het middelste nummer had toebedeeld gekregen als onderdeel van het format van de wedstrijd. Eigenlijk had hij geen schijn van kans tegen vooral de uiteinden van het parkoers. Nou als er iemand was langs de waterkant die daar totaal niet mee zat dan was het wel Bob. Hij probeerde gewoon te vangen wat hij kon en genoot verder van de dag.

Iedereen met een hoger vangstgewicht dan Bob mocht de complete uitrusting die werd gebruikt tijdens de visdag houden en uiteindelijk waren er zo 8 vissers die Bob wisten te verslaan. Bovendien waren er nog enkele prachtige prijzen te winnen voor de beste 3 deelnemers van de dag. Ik weet zeker dat alle deelnemers echt hebben genoten van deze Beat Bob die trouwens werd afgesloten met een heerlijke barbecue bij de Vlisterstee in Vlist waar ook de loting en de prijsuitreiking was.

Witvis Inside juni 2019
Uiteraard reikt Bob zelf de prijzen uit.

Eigenaar Robert had me beloofd dat het goed zou zijn. Nou, het was meer dan goed. Uiteraard reikte Bob zelf de prijzen uit. Ik weet zeker dat hij ‘blij’ was dat een aantal vissers meer had weten te vangen dan hij zelf op deze dag. Daarna was het al snel tijd om hem naar Schiphol te brengen. Hij had alweer heel snel een andere wedstrijd …..waar hij trouwens zijn sector zou weten te winnen. Wat een prachtig voorbeeld voor iedereen in onze sport is die man!!

‘Lokale grond’

Meteen na Beat Bob is het tijd om naar Noord Ierland te vertrekken voor het E.K., absoluut een van de hoofddoelen van dit jaar voor mij als coach. Het team was al ter plaatse. Normaal rijd ik altijd met een van de auto’s en al het materiaal. Nu voor deze ene keer dus niet, mede ook omdat meteen na het EK er nog een wedstrijd ging volgen, namelijk het Meerlanden toernooi in Oostenrijk. Collega Stefan en ik arriveerden op de zaterdag en het bleek meteen dat de Bann, het viswater voor dit E.K., nog steeds flink stroomde. Ik verwachtte echt geen goede visserij. Enkele leden van het Engelse team waren aan het vissen op ‘het zwarte pad’ nabij Newferry, iets bovenstrooms van het EK parkoers en zij vingen trouwens wel redelijk vis. Toch bleef ik volop twijfels houden.

Zelf oefenden we op de zondag op een plek die ons was aangewezen door Derek Buckly, een vriend uit vroegere tijden die daar woont en als geen ander de vissituatie ter plaatse kent. We hadden daar een nuttige en ook best goede training. Ook nog best wat vissen gevangen trouwens. Ook vonden we daar mooie grond die we tijdens de hele week bleven gebruiken in ons voer. Dit is al vaak gebeurd in mijn jaren als coach, het is een soort bijgeloof geworden. Hoe vaak heeft ‘lokale grond’ al een rol gespeeld bij het winnen van medailles, overal in Europa? Al heel vaak.

Zalm

Op de maandag stroomde het water nog steeds maar Derek verzekerde ons dat dit later zou veranderen. Dat bleek ook precies te kloppen en vanaf de maandagmiddag stond het water tijdens de gehele week bijna stil. Precies zoals verwacht werd het een hele taaie oefenweek qua vangsten. Wat voorns, enkele baarzen, een hele enkele hybride en alleen voor Ramon Pasmans tijdens een oefensessie 2 kleine brasempjes. Overal langs het parkoers was dit vergelijkbaar, alleen in trainingbox 1, pal tegen de brug bij Portglenone, werd wat beter gevangen. Ook werd er regelmatig hier en daar een forelletje gehaakt en werd er zelfs een zalm gevangen maar game-fish, zoals forel en zalm hier worden genoemd, telt niet mee bij deze wedstrijden.

Je kon gewoon zien dat er niet echt veel vis op het parkoers aanwezig was en dan weet je al bijna dat later in de week de visserij alleen maar moeilijker wordt. De vissen die er wel zitten raken namelijk verzadigd en worden nog moeilijker te vangen. Het eerste uur van de wedstrijd zou op veel plekken het meest belangrijke worden.

Kansloos

Op de eerste wedstrijddag was ik zeker niet gelukkig met de loting. Met name in de B-sector niet waar Meindert de Boer precies terecht kwam op een van de twee plaatsen waar tijdens de hele trainingsweek werkelijk nooit meer was gevangen dan 500 gram, zelfs niet aan het begin van de trainingsweek. De hele week was er door iedereen gesproken over die plekken en precies daar zat Meindert. Niet te geloven maar goed. Meindert viste er trouwens een prima wedstrijd en kwam weg van die plek met 6 klassementspunten. Veel beter dan ik ooit had durven hopen.

Eigenlijk hadden we overal best redelijk gevist. In de tussenstand na de eerste wedstrijddag stonden we 6e op niet eens zo’n grote afstand van de medailles. Op Frankrijk na waren heel veel van de topfavorieten aardig uitgegleden. Dat maakte alles wel nog meer gecompliceerd om de achterstand in te halen. Uit ervaring weet ik dat in zo’n situatie vaak op de tweede dag het hele klassement aardig door elkaar wordt geschud maar ook dat je juist daardoor net niet genoeg meer kan inhalen. Hoe dan ook zouden we zelf een geweldige dag moeten vissen om nog een medaille te kunnen winnen.

Ook op de tweede wedstrijddag vond ik onze loting zeker niet geweldig. We hadden wel een staartplek in een van de vakken maar verder was het niet bijzonder. Wat alles nog veel moeilijker maakte was dat precies de landen die we moesten inhalen allemaal zaten op de goede lage nummers in het A vak waar een goede sectoruitslag bijna zeker was. Zelf zaten we daar pal in het midden met Stefan Hooiman. Zeker niet ideaal allemaal, maar goed.

Witvis Inside juni 2019
We visten als team redelijk, maar lang leek het alsof we buiten de prijzen zouden vallen, behalve Ramon Ansing.

Heel lang leek het erop dat we kansloos waren voor de medailles. Wel zag het er vanaf het begin van de wedstrijd naar uit dat Ramon Ansing kansen had op een individuele medaille. Constant stond hij aan de leiding in zijn sector en toen hij ook nog twee flinke hybrides wist te vangen kon hij een sectoroverwinning bijna niet meer mislopen. Dat samen met zijn 2e plek in zijn sector op de eerste dag gaf niet alleen kansen op een medaille maar zelfs op de winst!

Los voer

Zelf stond ik op een ander parkoersgedeelte en hoorde ik via de mobilofoons goede berichten uit het A vak van Stefan Hooiman maar verder zeker niet iets dat ons nog een teammedaille kon gaan opleveren. Zowel in het B, het D en het E vak zag de situatie er lang niet echt goed uit.

We vingen vrijwel allemaal iedere dag de vissen een eind boven de bodem. Dat varieerde van 30 centimeter of 50 centimeter tot soms zelfs wel een meter boven de bodem. Volgens mij waren er niet zoveel teams die dit ook bemerkt hadden. Met nog een uurtje te gaan hoorde ik plots een bericht dat Peter Post in het E vak goed reactie kreeg op het bijcuppen van los voer. Het wolkje wat naar de bodem zakte lokte bij hem zeker vissen naar zijn plek en in een ommezien verbeterde zijn positie in zijn sector gigantisch.

Bij mij in het B vak werkte dit bij Meindert ook fantastisch nadat zijn plek voor een lange tijd wel uitgestorven leek. Ook Meindert ving in korte tijd zo een aantal hele belangrijke vissen. Uit het A vak kwamen op hetzelfde moment ook steeds positievere berichten en leek Stefan Hooiman op weg naar een hele goede klassering. Tijdens het laatste half uur van de wedstrijd wist ik dat we op medaillekoers zaten, of beter gezegd dat we kansen hadden. Het was alleen de vraag of het allemaal genoeg zou zijn.

Podiumplek

Nou, genoeg was het. Stefan Hooiman bleek voor zijn plek een werkelijk ongelooflijk goede 3e plaats in de sector behaald te hebben, Meindert in het B vak viste zich naar een 4e plek, Ramon Ansing won dus inderdaad het C vak. In D bleef de situatie slecht op een dramatisch slechte plek met meer bomen in het water dan vissen. Maar wel werd het daar in plaats van de bijna ingecalculeerde laatste of voorlaatste plek toch nog een 11e plaats in de sector en in het E vak viste Peter Post zich naar een ook niet verwachte 5e plaats in de sector. Met 24 punten wonnen we daarmee de tweede wedstrijddag. Er waren nog heel wat concurrenten voor de medailles. Spanje waren we voorbij, zo bleek al snel. Ierland ook. Bijna hadden we het na de eerste dag onbereikbaar geachte Frankrijk zelfs nog ingehaald.

Heel lang dacht ik dat we ook Litouwen voorbij waren maar dat bleek een misrekening. Zij hadden ook een prima tweede wedstrijddag na ook al een hele goede eerste dag. Tot mijn verbazing wonnen zij het eindklassement met slechts 49 klassementspunten. Echt een voor iedereen verrassende uitslag maar volledig verdiend. Je ziet dit soort dingen steeds vaker. Steeds meer teams zijn tegenwoordig gewoon erg goed. Frankrijk werd uiteindelijk tweede met 55 punten en wij behaalden brons met 58 punten, vrij ruim nog voor het thuisland Ierland dat 4e werd. Een podiumplek voor ons dus na een prima week. Prachtig!!

Witvis Inside juni 2019
Toch nog een podiumplek voor ons!

Er was nog veel meer te vieren. Er bleek geen enkele visser te zijn die op allebei de dagen zijn sector had gewonnen en Ramon Ansing eindigde op 3 klassementspunten……..

Witvis Inside juni 2019
Een prachtmoment voor ons en voor Ramon!

Al met al duurde het nog een tijdje voordat we het zeker wisten maar deze 3 punten bleken genoeg te zijn voor de individuele Europese titel van Ramon. Tja, zoiets is wel een prachtmoment natuurlijk. Bizar mooi ook!

Piepjong

Ramon Ansing is iemand die, zoals ik het altijd zeg, helemaal ‘leeft’ voor zijn sport. Nu ken ik best wel wat vissers in ons land die veel doen voor hun sport maar geloof me, dat staat amper in verhouding met wat Ramon er al jarenlang allemaal voor doet en laat. Al jaren snappen we als coaches heel goed dat Ramon een uniek talent is en daarom krijgt hij ook al jaren lang de kansen die hij gewoon verdient.

We hebben daarop best wel eens wat kritiek gekregen en dat mag. Iedereen mag erover denken zoals hij/zij wil natuurlijk. Toch, getwijfeld hebben we nooit en Ramon bewees zijn waarde voor de verschillende teams waarvan hij deel uitmaakt door niet alleen gewoon prima te functioneren in zowel de feeder- als ‘dobber’teams waarvan hij deel uitmaakte maar ook door vaak prima te presteren.

Voor visbegrippen is hij nog steeds piepjong, maar toch eindigde hij al in de top 10 op zowel het E.K. als het WK dobbervissen en ook op het WK Feedervissen. Er zijn niet zo heel veel vissers op de wereld die hem dat kunnen nazeggen. Nu dus deze eerste winst met de Individuele Europese titel. Echt schitterend gewoon en een bewijs dat er altijd een moment komt in onze sport dat er een keer uitkomt wat er in zit wanneer je goed genoeg bent. Eerder dit jaar in Zuid Afrika bij het WK Feedervissen was er ook een kans na de vakwinst op de eerste dag waarna er een kansloze missie volgde op de tweede dag na een dramatisch slechte loting. Dit was de tweede kans en het resultaat staat. Echt prachtig!!

Witvis Inside juni 2019
Het komt er altijd een keer uit als je goed genoeg bent!

Al met al was juni dus een prachtige maand, zoveel is wel duidelijk. Tijd om even na te genieten? Nou niet echt eigenlijk. Meteen na aankomst vanuit Ierland alweer de volgende wedstrijd, het Meerlanden toernooi in Oostenrijk. De oudste internationale wedstrijd die we hebben. In mijn volgende Witvis Inside lezen jullie er meer over.

Vind de juiste feederhengel

Feederhengels

Waar moet je op letten bij de aanschaf van een feederhengel? Een vraag die velen zich stellen bij het aanzien van rekken vol, op het oog, gelijk uitziende feederhengels. Wij gingen op advies bij wedstrijdvissers André Schipper van Sensas, Maurice Prijs van Drennan en Preston frontman Arnout van de Stadt om de kaf van het koren te scheiden.

Wanneer we een feederhengel op de operatietafel uit elkaar zouden halen, dan blijven er grofweg de volgende hoofdelementen over: het handvat, de blank, ogen en feedertop. Doordat de opbouw van en de materialen zelf verschillen, krijgt iedere hengel zijn eigen specificaties ofwel karakter. Aan welke specificaties moet een feederhengel voldoen? Of zoals Arnout het omdraait: “De specificaties hangen af van hetgeen je met de feederhengel wilt doen”. Afijn, laten we eens door de bril van een hengelbouwer de opbouw van een feederhengel onder de loep te nemen, beginnend met de blank.

Wat voor type blanks zijn er?

De blank bepaalt in grote mate voor wat voor watertype en visserij de hengel geschikt is. Onze specialisten zijn het er over eens dat je met een strakkere blank over het algemeen verder en secuurder werpt dan een slappere blank. “Grotere afstanden en/of stromend water vragen om een langere (12 tot 14 ft) hengel met een goede ruggengraat en een minder progressieve actie.”, aldus Maurice. Een statement dat ook door André en Arnout worden benadrukt.

Feederhengels
Met een zachtere blank zul je minder vis verspelen.

Een strakke, snelle blank helpt om secuur te kunnen werpen. Vaak buigen dit soort hengels met name in het topdeel. Toch kleeft er aan zo’n strakke blank ook een nadeel, waar een zachte blank in het voordeel is. Arnout: “Daarentegen zul je met een zachtere blank minder vis verspelen, omdat je meer gevoel hebt met het drillen van de vis. Voor grotere vissen raad ik een zachtere, progressief buigende blank aan.” Logischerwijze zie je op commercials, met sterke karpertjes en feeder gerelateerde technieken, veelal tot 3 meter lange, zachte hengels. Ver werpen is hier ook niet noodzakelijk.

Feederhengels
Met een strakkere blank kun je verder en secuurder werpen.

Daarnaast bepaalt de visafstand ook de lengte van de feederhengel. André combineert de volgende lengtes hengels bij werpafstanden “Voor afstanden tot 25 meter een korte feederhengel van 2,70 meter, tot 45 meter eentje van 3,60 meter en verder dan 45 meter een hengel van 4 meter of langer.”

Strak maar toch soepel

Veel van de feederhengels die voor het kortbij werk worden verkocht hebben een zachtere blank en een progressieve buiging. Je kunt je afvragen of op openbaar water, waar deze hengel wordt gebruikt voor een kortbij visserij op kleine vis, wel de beste keuze is. Arnout, die in 2012 met het team wereldkampioen feeder werd en waarbij zowel kortbij als verder weg werd gevist, opteert voor een strakke hengel voor kortbij. “Voor een snelle visserij op kleine vis is een strakkere, snelle blank gewenst. Dat wil niet zeggen dat de hengel keihard moet zijn. Je hebt tegenwoordige hele lichte, strakke feederhengels die bij het haken van de vis toch prachtig krom staan en perfect drillen”, aldus Arnout.

De plaatsing van de oogjes

Goede ontwerpers van feederhengels besteden veel tijd aan de plaatsing van de ogen. Voor minder frictie tijdens het drillen en werpen is het van belang dat de lijn de curve van de blank volgt. Dus waar de hengel buigt zitten de meeste ogen. Een klassieke oneliner van gepensioneerde hengelbouwer Cor Spinhoven laat je dit principe beter begrijpen: ‘zou je met een bezemstok gaan vissen, dan heb je in principe alleen een startoog en topoog nodig’.

“Voorin de feederhengel zit over het algemeen de meeste buiging en daarom moeten daar de meeste ogen zitten”, aldus Arnout. Maurice voegt daar aan toe: “Hoe meer ogen, des te beter de lijn de curve volgt, maar ook des te meer onnodig gewicht er op de blank komt.” Meer gewicht zal de actie van de blank langzamer maken. Bovendien remmen te veel ogen de lijn tijdens het werpen. Kortom, de plaatsing van de ogen is zoeken naar een compromis.

Werpkanon? Groot startoog!

Van de meeste firma’s kun je verwachten dat ze de oogverdeling goed voor mekaar hebben. Je kunt een feederhengel in de winkel krom laten trekken en kijken naar de oogverdeling, maar de praktijk wijst dit vaak beter uit. Bij een hengel met een pure topactie, zie je de ogen in de top dichter bij elkaar staan. Bij een hengel die tot het handvat doorbuigt zullen de ogen verder uit elkaar staan.

Feederhengels
De afstand tussen het startoog en de molen mag nooit te kort zijn. 

“Ook de afstand en de grootte van het startoog is heel belangrijk. Het oog moet nooit tekort op de molen zitten. Wanneer het startoog te kort op de molen zit of te klein is, kun je problemen krijgen met werpen”, aldus Arnout. Je kunt dit aspect in de winkel wel nader bekijken.

Hierbij is het type molen en met name het formaat molenspoel een belangrijke factor. Op een werpkanon dient een groot startoog te zitten van soms wel 40 mm, om dit te matchen aan de grote, brede molenspoel die ver werpen nog gemakkelijker maakt. In de regel geldt ‘Hoe breder de spoel, des te groter dient het startoog te zijn’. Zou je met een formaat 5000 tot 6000 op een kortbij hengel vissen, dan slaat om de haverklap de lijn om het te kleine startoog. Maar met een 2500 formaat molen heb je geen problemen meer. Met het blote oog is vaak wel te zien of de hengel met de molen in verhouding is.

Feederhengels
Hoe breder de molenspoel, des te groter het startoog moet zijn.

Feedertoppen

Een feederhengel is niet compleet zonder de gevoelige top, voor de beetregistratie. De vaak standaard 2 tot 3 meegeleverde toppen dekken de meeste situaties. Ze worden geclassificeerd in buigweerstand oz (ounce). Hoe hoger de oz-waarde, des te meer weerstand is nodig om deze krom te trekken. Het eerste waar Arnout naar kijkt is de curve van de het topgedeelte, waarbij de overgang goed rond moet lopen. “In een goede feederhengel mag geen zogenaamde ‘hoek’ zitten. De toppen moeten netjes overlopen in de hengel.”

Een ander belangrijk punt is natuurlijk de actie en gevoeligheid van de toppen. Andre: “Als ze te verkrijgen zijn zal ik zeker lagere oz toppen erbij nemen, omdat deze de aanbeten beter registreren. Een glastop is altijd soepeler dan een carbontop en een langere top zal altijd een betere beetregistratie geven. Wanneer de vis slecht aast, dan zal bij een lagere oz top de beet beter doorzetten.”

Feederhengels
Kies bij twijfel eerder voor een lichte top dan een zware.

De juiste oz top bepaal je aan de hand van de visafstand, stroming, wind, het te verwachten formaat vis en het aasgedrag. Een lastig situatie, dat vindt ook Arnout. “Soms is het best lastig om de juiste keuze te maken. Daarom raad ik aan: beter een te lichte top dan een te zware. Kleine beetjes zie je namelijk wel op een lichte top, maar vaak niet op een te stugge top.”

Keuzes van de specialisten

De allround keuze van André: De Sensas Classic Competition 360. Met deze 3,60 m feederhengel heb je een werpvermogen van 60 gram. Er zit wel wat hardheid onderin de hengel, om de worp beter te kunnen te controleren. Met deze hengel kun je prima van 15 tot 45 meter vissen.

Feederhengels
Andre Schipper: “Voor afstanden tot 25 meter een korte feederhengel van 2,70 meter, tot 45 meter eentje van 3,60 meter en verder dan 45 meter een hengel van 4 meter of langer.”

De allround keuze van Maurice: De Drennan Matchpro Medium Feeder Combo 11ft 6in – 12ft 6 is een ideale allround feederhengel voor de Nederlandse omstandigheden. Wordt geleverd met vier verschillende toppen. De hengel heeft een verlengdeel (zonder ogen) dat ervoor zorgt dat zonder de hengel op of af te bouwen goed op de situaties ingespeeld kan worden.

Feederhengels
Maurice Prijs: “Hoe meer ogen, des te beter de lijn de curve volgt, maar ook des te meer onnodig gewicht er op de blank komt.”

De allround keuze van Arnout: De Preston Dutchmaster 12,8 ft. Deze hengel heeft een medium actie met een werpgewicht van 40-80 gram. Met deze hengel kun je in 75% van de gevallen goed uit de voeten. Deze feederhengel heeft zich inmiddels bewezen en is ook op internationaal niveau een echte topper voor veel feedervissers.

Feederhengels
Arnout van de Stadt: “In een goede feederhengel mag geen zogenaamde ‘hoek’ zitten. De toppen moeten netjes overlopen in de hengel.”

Kurk of EVA handgreep?

Of het handvat van kurk of EVA is, is vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur. Kurk heeft een luxere uitstraling, kurk is ook duurder dan EVA. André en Maurice vinden kurk fijner in de hand liggen. “Het is ook beter schoon te maken dan EVA”, aldus André. Arnout vindt EVA weer gemakkelijker schoon te maken en heeft bovendien de ervaring dat een natte of vieze EVA handgreep meer houvast biedt tijdens het werpen dan een kurken… Natuurlijk is een combinatie van kurk of eva ook een optie.

Feederhengels
De keus voor een handvat van kurk of EVA is erg persoonlijk…

Extra tips van de experts

TIP 1. Tweedelige feederhengels zijn veel gemakkelijker ‘visklaar’ mee te nemen dan driedelige hengels.

TIP 2. Gebruik 0,5 tot 1,5 oz toppen voor lichte hengels, 1 tot 2,5 voor medium en 1,5 tot 4 voor heavy feederhengels.

Feederhengels
Een klein bevestigingsoogje net boven het kurken handvat is ideaal om de haak in te haken op het moment dat je niet aan het vissen bent.

TIP 3. Check de hengel op ‘tikkende’ delen. De bussen van de delen en de toppen moeten perfect passen. Passen ze niet goed, dan voel je tikkende delen, en dat is een voorbode voor narigheid.

TIP 4. Samengevat is het bij de keuze voor een nieuwe feederhengel dus het belangrijkste om een bepaald doel in gedachten te hebben. De feederhengel moet voldoen aan de eisen en wensen die je daarbij hebt.

Gul in de zomer

gul
De auteur met een leuke gul aan de bottom ship jig.

MARC BORST – Wrakvissen op de Noordzee in de beginnende zomer biedt nog steeds goede kansen op een mooie klus dikke gullen. Ook is er goede kans op zomergasten zoals rode poon en makreel. Wij stapten aan boord bij de Wahoo vanuit de Marina-haven in IJmuiden. 

Om 06:30 uur varen we uit met in totaal tien vissers aan boord. Schipper Nick en deckhand Jan vormen de crew. De groep bestaat uit zogeheten opstappers; je boekt ‘solo’ of met vismaten een plek op de boot. Sommigen kennen elkaar en we gaan allemaal iets doen wat we leuk vinden, vissen! Dus met de sfeer zit het wel snor. 

44 mijl uit de kust

Het weer is vandaag ook prima. De zuidwestenwind blaast een Beaufortje 4 en ondanks een enkel buitje staan ons ook enige uren zonneschijn te wachten. De lichte deining wordt door je verslaggever deze keer prima bedwongen met hulp van een ‘primatourtje’. Tja, dat is wel eens anders geweest… Uiteindelijk zullen we tot 44 mijl uit de kust varen en pas na pakweg 20 mijl zie je het water helderder worden. Korter bij de kust lijkt het wel een groene bouillon. 

Nick legt uit: “Een paar weken geleden moesten we nog naar 40 mijl om helder water te vinden. Het is het resultaat van de late algenbloei van dit jaar, gecombineerd met de sterk wisselende weersomstandigheden. Begin dit jaar was er veel (ongunstige) noordenwind en de laatste maanden hebben we periodes van warmte snel afgewisseld zien worden met lagedrukgebieden. Was de watertemperatuur in de winter aan de hoge kant, op dit moment ligt de temperatuur te laag. Daardoor sterven de algen niet af en blijven ze in het water zitten.”

Octopuspaternoster

Na ruim een uur tegen de wind in varen bereiken we rond de kentering van het hoge water het eerste wrak. Vol verwachting gaan de shads op loodkoppen, pilkers en octopuspaternosters overboord. Ik vis een oranje/gele shad aan een 80 grams loodkop en kan prima bodem houden. “Weinig stroming nu, dus actief vissen, je aas goed in beweging houden!”, adviseert Nick. 

gul
Nick staat al met een kromme hengel.

Ik heb vandaag twee hengels bij me. Een van de keerzijdes van het wrakvissen is namelijk het verspelen van materiaal. Je vist immers zo dicht mogelijk bij de (onregelmatige) bodem, dat het risico op vastzitten groot is. Zit je eenmaal vast met de ene hengel en is de boel losgetrokken, dan kun je snel de tweede hengel pakken en de drift nog uit vissen. Tijdens het varen kun je de boel vervolgens restaureren. Kortom, zo win je vistijd!

Tijdens de tweede drift over het wrak krijg ik een serieuze tik op de hengel. Jawel, dit is er een! Mijn ooit in een opwelling gekochte Shimano Caranx Kaibutsu kromt zich behoorlijk. De hengel is wat zwaar voor deze omstandigheden, maar niettemin kan ik genieten van een lekkere dril. Een mooie maat gul van rond de 60 centimeter wordt even later vakkundig door Jan geschept. De eerste van de dag, een mooi begin. 

Wrakratten

Dezelfde shad verspeel ik helaas tijdens de volgende drift. De tweede hengel met een paternoster, beaasd met pieren, levert vervolgens steenbolken op. De tweede soort van de dag. Deze ‘wrakratten’ zijn eenvoudigweg veel sneller bij het aas dan een gul. Ze leveren nauwelijks sport en de echt grotere exemplaren zie je te weinig. Het pierenpaternoster gaat dus weer snel aan de kant. Een serieuze gul vang je tegenwoordig vooral aan kunstaas.

gul
Er komen soms meerdere gullen tegelijk naar boven.

Bottom Ship

Nick en Jan vissen zelf enthousiast mee. Er zijn dan ook visplekken gemarkeerd met een plaatje ‘crew’ in de bootrand. Regelmatig vliegt er ook een tip langs. Tja, deze mannen zijn gepokt en gemazeld. Nick weet tijdens het drillen van een vis zelfs ook nog even de motor te bedienen. Jan zal zich later die dag vooral als een allesvanger ontpoppen… Beiden wisselen ze regelmatig van kunstaas en gebruiken ze onder andere een bottom ship jig, oftewel een Japanse vinding, waarmee ze kort na elkaar een aantal mooie gullen vangen. 

gul
Jan vangt aan alles, ook aan de bottom ship jig.

Die bottom ship jig. Tja, ik had er wel eens over gehoord, maar nog nooit mee gevist. Het geheel bestaat uit een metalen jig met het gewicht onderin. Een tweehaaks assisthaaklijn komt uit het midden van de jig en wordt verstopt door een plastic octopusje. Je beweegt het aas met korte rukjes vlak boven de bodem. “Hier, probeer maar,” zegt Nick. Dat laat ik me geen twee keer zeggen…

gul
Ook aan ‘gewoon’ kunstaas wordt gul gevangen.

In ieder geval lukt het me er een paar driften mee te vissen zonder het kwijt te raken. Als extra attractie prik ik na verloop van tijd een zeepier en een reepje makreel aan de twee haken. Deckhand Jan ziet het en zegt: “Haal dat aas er maar weer af, met kale haken werkt de jig beter.”

Dat is een mooie!

Shit! Dan kom ik vast te zitten. Of toch niet? Het gewicht geeft mee! Wauw, dat voelt als een mooie! Met een flink gekromde hengel mag ik deze Noordzeegul van een meter of zestien diepte naar boven zien te krijgen. Jan staat klaar met het schepnet. Het is inderdaad een mooie en een slag groter dan m’n eerste vis. Fantastisch!

gul
De auteur met een leuke gul aan de bottom ship.

Makrelen vangen

Het zonnetje schijnt inmiddels voluit en we vissen met weinig succes enkele stekken af. Dan is er een flinke bui in aantocht en Nick besluit er dwars doorheen te varen, zodat we aan de andere kant kunnen vissen. Daar aangekomen leveren de wrakken hier en daar een mooie vis op. Dat niet alleen, ook blijkt het er te wemelen van de makreel. 

gul
Jan met een mega makreel.

Jan vangt een flink exemplaar aan een pilker bedoeld voor een gul. Scheepsmaat Jan spant de kroon met een verenpaternoster. Hij vangt niet alleen mooie dikke makrelen, maar ook gulletjes, steenbolken en horsmakreel. Hoewel het hoofddoel van de trip een kapitale Noordzeegul was, kan ik toch een (stokoude) makrelenlijn uit mijn viskist opdiepen. Leuk om zelf ook die mini-tonijn achter de vodden aan te zitten. Handig die twee hengels!

De school makrelen blijkt af en toe al op vier meter onder de boot te beginnen. Iedereen die wil kan zo een flink aantal (hors)makrelen vangen. Helaas aan te zwaar materiaal, maar de omstandigheden laten lichter vissen niet toe. De kers op de taart is nog een andere zomergast: een rode poon heeft zich aan een verenpaternoster vergrepen. 

gul
Ook rode poon zit bij de vangst vandaag.

Kabeljauwstand?

Uiteindelijk vangt iedereen twee of meer mooie gullen, niet heel veel, maar wel mooie dikke vissen tot over de 70 cm. “De kabeljauwstand in de Noordzee neemt momenteel voorzichtig wat toe”, aldus Nick.

gul
Iedereen vangt zijn gul.

Wrakvissen op de Noordzee anno nu biedt nog steeds een mooie dag op zee met mooie potentie. Af en toe is het nog steeds echt bingo met een veelvoud aan grote gullen die je in Nederland in ieder geval vanaf de kant nog zelden vangt.” 

Lees ook:

[irp posts=”15523″ name=”Pak eens de boot!”]

[irp posts=”18316″ name=”Giftige vissen langs Noordzeekust!”]

Hoe vis je het beste een wedstrijd?

Sensas Eric Tips Tricks

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakt hij dit aan, in de breedste zin van het woord? In dit slotdeel : Hoe vis je nu het beste een wedstrijd?

Hoe pak je nou zo’n wedstrijd het beste aan? Het begint met de loting. Hier zijn al vele boeken over vol geschreven, voor mij is het eigenlijk simpel. Als het even kan zorg ik ervoor dat ik ongeveer in het midden van de rij ga staan, dus niet als eerste, maar ook niet als laatste. Statistisch gezien is de kans op een goede plek dan het grootst.

Zie je activiteit van vis?

Wanneer ik bij het water aankom, kijk ik altijd eerst eens rond, zie ik vis springen? Zie ik bellen, zo ja, op welke afstand? Dit is al een heel belangrijk iets, dat je probeert te zien wat er op je visplek gebeurt. Mijn spullen leg ik altijd zo neer dat ik er gemakkelijk bij kan en er niet elke keer ergens overheen hoef te stappen, zo kan ik ook nooit per ongeluk iets kapot maken. Ook leg ik altijd mijn spullen op dezelfde plek neer, dit scheelt weer heel veel tijd wanneer ik niet hoef te zoeken.

wedstrijd winnen
Tijdens de wedstrijd wil je bezig zijn met het vissen en niet met andere zaken. Plaats de spullen overzichtelijk naast je, zodat je zonder teveel tijdsverlies iets kunt pakken, mocht dat nodig zijn.

 

Peilen voor een wedstrijd

Ik bouw mijn spullen op, en begin met peilen, erg belangrijk om dit juist en secuur te doen. Waar zit een randje, een richeltje, waar de vis zich op kan houden. Hoe is het bodemverloop, rollen mijn voerballen weg of niet, dit zijn de dingen die je uitzoekt tijdens het peilen.

wedstrijd peilen
Peil secuur je stek uit!

 

Kijk ook eens om je heen!

Wanneer de wedstrijd begonnen is, is het zaak om goed in de gaten te houden wat er om je heen gebeurt, waar anderen hun vis vangen, waar ze mee vissen als dat te zien is. Nu zeggen veel mensen, maar als ik aan het vissen ben, dan moet ik toch op m’n dobber letten? Ja, dat klopt, er zijn alleen veel momenten dat je wel even tijd hebt om rond te kijken. Tijden het aan- en afsteken, tijdens het liften van je dobber, tijdens de dril van een vis etc. Zie je nu dat iemand meer vis vangt op een andere diepte of afstand of met ander aas, dan kan het een goede zet zijn dit te volgen.

wedstrijd tips
Kijk ook af en toe om je heen. Misschien worden er wel dikke vissen onder de kant gevangen, of iets anders waar je ook op kunt inspelen.

 

Goed opletten bij de weging

Dan komt de weging, ik kijk altijd mee op de schaal of het juiste gewicht afgelezen en opgeschreven wordt, kijk ook goed of je bewaarnet echt leeg is, je zult niet de eerste zijn die nog een vis in zijn net vindt na de weging.

wedstrijd wegen
Kijk zelf ook altijd mee naar het wegen van de vis.

 

Eric van Otterloo

7 praktijktips karpervissen in Frankrijk

MIKE VAN DELFT – Het is 2015 wanneer ik afreis naar Frankrijk. De bestemming is een 12 hectare groot betaalwater ten noorden van de Champagnestreek met een ongekend groot bestand aan karper. Ik ben echter niet de enige visser; op dit water wordt veel gevist en de vissen staan stijf van de dressuur. Op dit type wateren moet je jezelf tactisch en technisch onderscheiden, om de kansen op succes te vergroten. Welke facetten van deze visserij leveren nu het beoogde resultaat op? Alles over karpervissen in Frankrijk!

Naar schatting zwemmen op dit water een kleine 450 karpers in allerlei soorten en maten. Het gros van de vissen schommelt op een gewicht tussen de 12 en 16 kilogram, van echte grote uitschieters is geen sprake. Ik begrijp dat mensen bij het lezen van zo’n visbestand vrij snel de mening zullen innemen ‘dat er vrij gemakkelijk een visje op de kant zou moeten kunnen komen’. Nou, niks is minder waar!

karpervissen in Frankrijk betaalwater
Niet groot, maar wel erg fraai!

Karpervissen in Frankrijk gemakkelijk? Echt niet!

Met name door het grote visbestand en het relatief kleine wateroppervlak, wordt hier het hele jaar gevist door collega’s uit alle hoeken en windstreken van de wereld! Een ieder komt weer met eigen tactieken naar de waterkant. Je kunt hieruit alvast concluderen dat het dressuurniveau van ongekende hoogte is en dat de vissen wel bekend zijn met het spreekwoordelijke klappen van de zweep.

Tip 1 – Hoe en waar is er de afgelopen weken gevangen?

Eenmaal aangekomen bij het betreffende water, na een voorspoedige reis, meld ik me bij de beheerder. Onder het genot van een warme bak koffie praten we het hele uur vol, waarna de vertrekkende collegavissers zich melden voor hun vertrek naar huis. Na nog een kleine 20 minuten de vangsten van de afgelopen week besproken te hebben, denk ik genoeg informatie te hebben gekregen. Ik weet voor het starten van deze sessie al dat ik mijn aanpak geheel op eigen wijze ga invullen.

Karper Frankrijk
Een alternatieve aanpak met klein aas, voor als de witvispopulatie niet al te hoog is.

Tip 2 – Research via internet

Dit is in mijn optiek een van de machtigst inzetbare wapens binnen het voor ons bereikbare arsenaal. Er is daadwerkelijk een schat aan informatie in te winnen alvorens je vertrekt naar een bepaald water. Persoonlijk struin ik graag alle voor de hand liggende forums af of benader ik personen via het web die dit betreffende water reeds hebben bevist. Ook is het vaak mogelijk om de laatste vangsten op het water in te zien. Als bijgevolg kun je zo in kaart brengen welke stekken succesvol zijn, en welke minder.

Tip 3 – Mijn voerstrategieën

Om te starten voer ik doorgaans zes tot acht stekken aan. Deze voorzie ik van kleine beetjes aas en dit blijf ik gedurende de gehele sessie volhouden. Dan voer ik ’s ochtends en ’s avonds twee kleine handjes voer per stek. Als er veel witvis zit voer ik zelfs tot drie keer per dag. Het doel van zoveel voerstekjes is dat je de hengels waarop geen aanbeet komt, kunt verleggen naar een reeds aangevoerde stek. De kans dat je zo op drie, of zelfs meer productieve stekken stuit is zeker aanwezig. Let wel, ook wanneer een stek na bevissing niet productief is geweest, blijf ik deze voorzien van aas. Zo kan ik ook later in de sessie er nog eens naar terug schakelen als de andere stekken wat tegen blijken te vallen.

Karper Frankrijk
Een stek voor later: nu van voer voorzien maar nog niet bevissen.

Tip 4 – Observeren en lokaliseren

Dit is een van de zaken waar ik van het begin tot het einde van de sessie non-stop mee bezig ben. Ik kan het belang hiervan niet vaak genoeg benadrukken. Door simpelweg één of meerdere rondjes rondom het meer te lopen, gewapend met een polariserende bril en een eventuele verrekijker, kun je al een schat aan informatie opdoen omtrent de zone waar je enige aanwezigheid van onze geschubde vrienden hebt kunnen constateren. Vaak zijn de zones waar de vissen zich verraden ook de zones waar geaasd wordt. Met het droppen van rigs in de zones waar je al activiteit hebt kunnen zien vergroot je de kansen op succes enorm. 

karpervissen in Frankrijk
Overdag kijken, ’s nachts vangen.

Tip 5 – Gebruik klein aas

Er heerst een groot vooroordeel over klein aas. ‘Je vangt hier doorgaans kleine vis mee’ luidt de mening van een groot deel van de karpervissers. Niks is minder waar. Klein aas, particles, pellets en 12 mm boilies hebben als voordeel dat het niet snel verzadigt en licht verteerbaar is. Het is een ideaal basisvoer om een goed lopende voerstek mee op te bouwen. Het creëert namelijk activiteit op je stekken. Wanneer er vis op je stek arriveert houdt het kleine aas de vissen lekker bezig, zeker wanneer je dat kleine aas over een wat ruimere voerstrook van ongeveer 20 meter breed voert. Karpers zijn er verzot op! Voor mij de ultieme aasaanpak, mits de witvispopulatie het vissen met deze genoemde aassoorten toelaat.

Karper Frankrijk
Klein aas kan grote vissen foppen.

Tip 5 – Stekbehoud

Het is doorgaans moeilijker om een stek lopend te houden dan er een lopend krijgen. ‘Feeling’ is naar mijn mening het sleutelwoord, maar waar doel ik dan op? Om het beestje bij zijn naam te noemen bedoel ik dan combinaties van een aantal dingen. Het aanvoelen van lijndruk en wat dat met vissen doet. Hoeveel voer gaat er te water? Hoe reageren vissen daarop? Hoe vaak krijg ik aanbeten? En de anderen? Door te spelen met deze factoren kun je succes afdwingen.

karpervissen in Frankrijk karper schubkarper
Eerst vertrouwen kweken en dan toeslaan.

Durf bijvoorbeeld op je hotspot al je lijnen een paar uur weg te halen, maar blijf deze ondertussen wel voorzien van de naar jouw gevoel benodigde hoeveelheid aas. De vissen kunnen nu even zorgeloos azen, zonder gevaar om gehaakt te worden. Hierdoor ontstaat er even totale rust op de stek. Hierdoor creëer je weer het volste vertrouwen bij de karpers. In mijn optiek haal je hier te allen tijde voordeel uit, ondanks de ‘verloren’ uurtjes. Let wel, dit geldt echter alleen wanneer een stek echt extreem goed loopt (frequentie van de aanbeten). Denk hierbij aan meerdere runs per dagdeel.

Tip 6 – De stek onder de eigen kant

Wanneer ik hier succes mee boek, dan geeft deze aanpak mij persoonlijk de meeste voldoening. Temeer omdat werkelijk haast niemand hierop inspeelt. Ik heb het over een stek onder de eigen kant. Karpervissen gaat vaak gepaard met veel voer, heel veel voer welteverstaan. Wat gebeurt er met voorbereid of niet langer houdbaar aas? Juist, in de meeste gevallen wordt dit net onder de eigen kant gedeponeerd. Emmers tegelijk heb ik door de jaren heen bij de dag van vertrek in het water zien gaan! Besef eens wat voor een mega voerstrook hier gedurende het gehele seizoen wordt aangelegd. Uit eigen ervaring kan ik wel stellen dat bijna geen enkele visser hierop inspeelt, terwijl dit een ultieme hotspot kan zijn…!

karpervissen in Frankrijk spiegelkarper karper
Een mooie snoeperd.

Bedenk dat er op deze stek structureel aas te vinden is en dat de meeste vissers geen vertrouwen hebben in het zo kort onder de toppen vissen. Hierdoor kunnen de karpers op dit soort stekken vaak zorgeloos snoepen van al het voer, zonder gehaakt te worden.

Mijn advies luidt dan ook: probeer de (onbewust) voorgevoerde stek van je collega vissers maximaal te benutten. Wat wel raadzaam is, zet deze hengel(s) zo ver mogelijk van je ‘basiskamp’ af. Ga dus niet te dicht bij de hengels rondlopen, maar geef de oever hier de nodige rust.

Tip 7 – Vertrouwen in je aas en materiaal

Dit is een van de aspecten waar je jezelf in vast moet bijten wanneer het even niet loopt zoals je gewenst had. Aas, aaspresentatie en vaste gewoontes waar voorheen blindelings op vertrouwd werd, worden na een aantal dagen zonder succes klakkeloos afgedankt, het vertrouwen is op. Nu wil ik niet zeggen dat wanneer het niet loopt je geen andere keuzes moet maken, maar probeer wijzigingen een beetje geleidelijk door te voeren. Begin bijvoorbeeld met een hengel iets totaal anders aan te bieden. Mocht dit het gewenste resultaat opleveren, dan is het gemakkelijker om dit ook bij andere hengels toe te passen. Zodoende kun je gestaag verder gaan met het opbouwen van goede voerstekken.

karpervissen in Frankrijk
Vertrouwen brengt mooie vissen.

Een sessie om nooit te vergeten 

Deze sessie werd er één om nooit te vergeten. In een week wist ik 47 karpers te vangen, met daarbij zelfs 2 uitschieters tot 18 kilo! In diezelfde week hielden collega vissers hun schepnetten droog… Ik dankte dit succes aan het feit dat ik er een totaal andere techniek en benadering op nahield dan het gros van de vissers dat hier in dezelfde week bivakkeerde. Door bovengenoemde facetten te hanteren wist ik mezelf te onderscheiden. Dit gaf eens te meer de bevestiging dat een andere aanpak het verschil kan maken. Karpervissen in Frankrijk: durf eens anders te vissen dan de standaard aanpak en trek je niets aan van de mening of fronsende wenkbrauwen van collega vissers. Geloof me, uiteindelijk ben jij degene die het laatst lacht.

Lees ook:

[irp posts=”5377″ name=”5X alternatief aas voor karper”]

[irp posts=”9329″ name=”Vissen tijdens een vakantie in eigen land”]

Haaivissen vanaf de kant

MARTIJN DEKKERS – Bij het woord ‘haai’ staan bij velen de haren recht overeind. De haai wordt geassocieerd met gevaar; niet geheel onterecht als je bedenkt dat er regelmatig haaiaanvallen in het nieuws voorbij komen. Toch zijn haaien niet zo gevaarlijk als je zou denken. Verspreid over alle oceanen en zeeën leven er meer dan 400 soorten haaien. Nog geen 10 daarvan zijn gevaarlijk voor de mens. De overige soorten bijten alleen van zich af wanneer ze zich bedreigd voelen.

Langs de Nederlandse kust komen maar een paar soorten haaien voor; de ruwe haai, de gladde haai, de gevlekte gladde haai en de hondshaai zijn de meest voorkomende. Van deze haaisoorten worden de gladde en gevlekte gladde haai het meeste gevangen. Beide ongevaarlijk en geheel tandloos. Ze eten enkel slakjes, wormachtigen en schelpdieren, die ze vermalen met keeltanden achter in de keel. Wat begon met een toevallige vangst een jaar of tien geleden, is tegenwoordig uitgegroeid tot een gerichte visserij op en aan zee in de zomer.

Een alles-of-niets visserij

De visserij op haaien is een visserij van alles of niets. Net als bij het vissen op karper en snoek kan een vis de beloning zijn voor het lange wachten. Vissen op haaien vanaf de kant is geduld hebben. Voordat ik het spelletje echt goed door begon te krijgen was ik al een heel seizoen verder. Dat seizoen stond in het teken van proberen, testen, blanken, verspelen en nieuwe lijnen knopen. Het seizoen erop ging het al stukken beter en tegenwoordig mogen we helemaal niet meer mopperen over de resultaten.

Wat voor hengel, molen en lijn?

Wie op haaien wil vissen vanaf de kant moet in het bezit zijn van een stevige strandhengel, een dito molen en een robuuste hengelsteun. De molen moet gevuld zijn met 16/00 tot 20/00 dyneema lijn. Nylon ben ik zelf geen voorstander van met deze visserij. Er moet nu eenmaal ver geworpen worden en een dunne dyneema lijn werpt beter dan een dikke nylon lijn. Zonder voorslag hoef je niet te werk te gaan. Haaien weten ieder obstakel te liggen en zwemmen er direct heen, je hoofdlijn is niet opgewassen tegen mossels, oesters of andere scherpe uitsteeksel onder water. Een voorslag van 55/00ste nylon volstaat prima.

haai vanaf de kant
Vissen zonder voorslag? Dan kun je net zo goed thuis blijven…

Hoe ziet de haaimontage er uit?

De montage is super simpel. We vissen met een wapperlijn van 150 centimeter en 60/00 dik. Deze kan op verschillende manieren bevestigd worden. De gemakkelijkste is met de speciale clipjes waarmee je hoofdlijn, onderlijn en lood aan elkaar bevestigd, verschillende merken leveren deze clips. Bovenaan bevestig je de hoofdlijn, onderaan het ankerlood en in het midden de onderlijn.

haai vanaf de kant
Handige clipjes voor een haaimontage.

Aan de onderlijn komt een stevige haak, de maat pas je aan op het aas dat je gebruikt. Als aas gebruik je het beste steekzagers of krabben. Reepjes inktvis kan ook nog wel eens werken. Om je aas niet van de haak te werpen en om de haak in de juiste positie te houden, bind je het aas vast op de haak. Dan weet je zeer dat de kans van inhaking optimaal is bij een aanbeet.

haai vanaf de kant
Prima haken om mee op haai mee te vissen! De Gamakatsu SC15 en F314, beide in maat 2/0.
HAAI VISSEN AAS
Het vastbinden van aas is een belangrijk aspect bij de visserij op haai!

Hoe ver en diep moet je vissen?

Wanneer de steun opgesteld staat geef je het lood een ferme zwieperd. ‘Hoe verder, des te beter’ is het motto op de meeste stekken. Je moet nu eenmaal een waterdiepte van 5 meter of meer zien te bereiken. Het is dan ook verstandig om rond het lage water te vissen, dan ligt het diepere water dichter bij de waterlijn. Daarna zet je de hengel op de steun en kun je niets anders doen dan afwachten.

haai vanaf de kant

Blanken hoort zeker bij het vissen op haaien, echter de beloning is groot wanneer je een mooie haai weet te vangen! En dat ze groot kunnen worden is een ding dat zeker is, vissen van 100 cm en meer zijn ook vanaf de kant geen uitzondering…

Waar kun je haai vanaf de kant vangen?

Stekken zijn langs de gehele Zeeuwse kust te vinden. Op bijna ieder strand en op de meeste dijken maak je kans op een haai.

  • De bekendste stek is toch wel Zoutelande
  • De dijken rond Neeltje Jans. Deze stek is overigens niet de gemakkelijkste stek, het ligt hier werkelijk bezaaid met stenen
  • Domburg en Dishoek leveren ook regelmatig een mooie haai op.

Ook interessant voor jou:

[irp posts=”18559″ name=”SHARKATAG 2019: Haaien vangen voor onderzoek!”]

[irp posts=”7902″ name=”Zeeuwse gepen”]

Forelvissen: hoe in de zomer op een vijver?

zomerse foreltechniek

REDACTIE – Tijdens de zomermaanden is het aan de forelvijvers vaak een drukte van belang. Gezelligheid ten top, maar door de drukte aan de waterkant en de hoge temperatuur kunnen forellen soms wispelturig gedrag vertonen. Voor een succesvol strijdplan tonen Lars Lindeman en Eusebio Bordetas Moran hun zomerse aanpak.

Stel, je staat op een vroege zomerse ochtend met al je materiaal aan een forelvijver. Met welke techniek, aas, onderlijnsysteem en op welke diepte moet je vissen? Tijdens deze reportage laten Lars en Eusebio drie verschillende methoden zien.

Hoe moet je (niet) op forel vissen?

Het verschil tussen niet, weinig en veel vangen zit hem vaak in de details. Het is een combinatie van kleine aspecten, die opgeteld, een groot verschil maken. Lars zet de drie meest gemaakte fouten op een rijtje. “Ten eerste dient de dobber secuur te worden uitgelood. Dit is tijdens het forelvissen net zo belangrijk als bij het witvissen. De weerstand na de aasopname moet minimaal zijn. Ten tweede is een forse haak, maat 4 tot 8, met een lange steel belangrijk. Dit lijkt erg groot, maar geloof me, dit is echt noodzakelijk als je bijvoorbeeld met wasmotlarven vist. De grote haakbocht zorgt ervoor dat de haak goed in de harde bek vast komt te zitten. Bovendien kun je met dit formaat haken het aas makkelijk in een L-vorm op de haak zetten.”

zomerse foreltechniek
Materiaal voor de dobbermontage. De wartel voorkomt dat de lijn te snel gekinkt raakt.

“Een derde veelgemaakte fout is het gebruik van de verkeerde hengel”, aldus Lars. Deze is vaak te stug. Forel kan tijdens de dril fel vechten en uit het water springen. Vis je met een dunne onderlijn en een stugge hengel, dan kan de lijn nog wel eens breken. De visser grijpt logischerwijze naar een sterkere, dikkere lijn, maar krijgt vervolgens minder beet. Een speciale forelhengel, tremarella; lengte van 2.70 tot 3.90 meter, is soepel en geschikt voor het vissen met dunne lijnen.

zomerse foreltechniek
Gebruik een soepele hengel om de sprongen van de forel tijdens de dril te pareren.

Techniek 1: Dobbermontage

Lars en Eusebio beginnen deze dag met een dobbermontage. De montage is simpel, maar effectief. Wanneer we de montage bekijken zien we dat de nylon hoofdlijn door een dobber met centraal gat loopt. Met zo’n type dobber werp je de montage minder snel in de war. Vervolgens zit het loodgewicht, rubber stuitje en de drietonswartel aan de lijn.

Voor het werpgewicht kun je kiezen uit een lood of glasgewicht. Omdat de forel in de ochtendperiode fanatiek aast en nog niet heel kieskeurig is, kiezen ze voor het loodgewicht. Het glas houden Lars en Eusebio voor moeilijkere tijden als troef achter de hand.

zomerse foreltechniek
Keuze voor glas of lood als werpgewicht. Glas wordt ingezet als de forellen kieskeuriger worden. 

Het rubber stuitje heeft twee doelen. Ten eerste beschermt deze de knoop van de wartel. Ten tweede maakt bij het binnenvissen het lood of glas een tikkend geluid tegen het stuitje. Aan de drietonswartel komt een circa 60 centimeter lange onderlijn van 16/00 fluorocarbon. Bij deze diameter kan het aas soepel en natuurlijk roteren. Dat is niet het geval met een dikke lijn.

zomerse foreltechniek
Wasmotlarven aan een grote haak.

Op de maat 6 Tubertini serie 22 haak worden twee wasmotlarven gezet. In het heldere water toont Lars hoe het aas door het water gaat. Als een spinnerblad tolt het haakaas door het water. Zonder een wartel zou je binnen de kortste keren de onderlijn kinken en in de war raken. Met een drietonswartel is dit velen malen minder.

Techniek 2: de oppervlaktemontage

Naarmate de dag vordert komt de zon steeds hoger te staan en ook het frisse briesje is weggevallen. Niet alleen de luchttemperatuur, maar ook de temperatuur van het water stijgt. Steeds meer forellen komen naar de oppervlakte. Door een polariserende bril is het verschil in gedrag goed te zien. Sommige vissen zoeken actief het wateroppervlak af naar insecten. Andere hangen onder de oppervlakte en lijken geen interesse in azen te hebben, enkel in zonnebaden.

Tijd voor de tweede montage: de oppervlaktemontage. Met deze montage gaat Lars het in de bovenste waterlaag proberen. Op de hoofdlijn wordt een drijvende sbirolino en vervolgens een rubber stuitje geschoven. In de sbirolino bevinden zich kogeltjes waardoor deze een ratelend geluid geeft. Tot slot komt aan de wartel bijna eenzelfde onderlijn als eerder beschreven, met het enige verschil dat deze tweemaal zo lang is.

zomerse foreltechniek
Tremarella techniek kan de forel nog wel eens verleiden.

Net zoals bij de dobbermontage wordt deze montage middels de tremarella techniek binnengevist. Deze techniek kenmerkt zich door tijdens het binnenvissen de hengeltop te laten trillen. Hierdoor stuitert de sbirolino over het wateroppervlak. Vaak wordt gedacht dat deze techniek de actie van het haakaas beïnvloedt, maar dit is volgens Lars te verwaarlozen. Het is met name het stuiteren van de sbirolino of dobber, met of zonder ratels, die de aandacht van de forel trekt. Hier komen ze op af en vervolgens zien ze een roterend aas door het water gaan.

Techniek 3: de geruisloze pauwenpen

Naarmate de dag vordert worden de forellen steeds schuwer. Op een drukke dag, zoals deze, belanden de montages honderden keren in het water. “Het (aas)gedrag van de forel wordt anders, als visser dien je dan jouw aanpak hier op af te stemmen. Waar eerder op de dag de tremarella techniek succes bracht, zo kan deze later op de dag ook averechts werken”, aldus Eusebio. De derde montage die Lars en Eusebio tonen is de pauwenpenmontage. Met een pauwenpen verkrijg je een optimale beetregistratie. De opzet van de montage is vergelijkbaar met de eerder beschreven dobbermontage: pauwenpen, lood/glas, rubber stuitje, drietonswartel en onderlijn.

De manier van binnenvissen is wel anders, het zogenaamd slepend vissen. Na de worp wordt de montage heel langzaam, bijna geruisloos binnengevist. Het aas wordt vlak boven de bodem binnen gevist.

zomerse foreltechniek
Slepend vissen kan zeer effectief zijn als de forellen tijdens de dag schuwer zijn geworden.

We kijken over de schouders mee als we plots een lichte tik op de dobber zien. Eusebio laat direct de lijn vieren om de weerstand tijdens de aanbeet te minimaliseren. Het is nu zaak om op het juiste moment de haak te zetten. De pauwenpen komt omhoog uit het water en loopt daarna langzaam onder water weg. Wat een prachtig gezicht! Eusebio zet resoluut de haak. De hengel kromt zich en de slip begint te tikken.

Na een spannende dril, waarbij de regenboogforel  meerdere keren het water uitspringt, ligt de vis in het net. Tegelijkertijd blijkt bij Lars de overschakeling naar de pauwenpenmontage ook zijn vruchten af te werpen, ook hij weet een forel te landen. Als vismaten gaan ze er gezamenlijk mee op de foto. Een geslaagd resultaat van een gezellige visdag met een inkijkje in een zomerse foreltechniek.

Wat zijn voerdobbers?

Witvis: voerdobbers

De tijd dat dobbers tijdens het vissen enkel de functie hadden als beetindicatie en werpgewicht is met de komst van speciale voerdobbers verleden tijd geworden. In eerste instantie werden deze dobbers ontwikkeld voor de visserij op karpervijvers, maar ze zijn breder inzetbaar.

Verschillende Engelse vissers gingen aan de slag met de opgave ‘hoe vis en voer je in de bovenste waterlagen’ en kwamen met speciale dobbers op de proppen die in eerste instantie werden ontwikkeld voor de visserij op commercials. Het antwoord: een dobber met een geïntegreerd voersysteem! Deze speciale dobbers zien er veelal uit als een kruising tussen een dobber en voerkorf. Het voer wordt net als bij een feeder in/om een spiraal aangebracht; in het water breekt dit voer uiteen en vormt een aanlokkelijk voerspoor. Van met name karper is wel bekend dat deze op half water ook prima te vangen is. Toch zijn dit soort dobbers, zeker later ontwikkelde, lichte varianten, ook inzetbaar op openbaar water zoals plassen, putjes en rivieren. We zetten er enkele op een rij

Dobber 1: Stonfo Feeder Float

De Stonfo Feeder Float ziet er in eerste instantie uit als een waggler van plastic. Maar nadere inspectie leert dat er in het onderste, brede gedeelte van deze voorgelode dobber een inkeping zit waar je voer in kunt aanbrengen; pellets, particles, maar ook met levend aas zoals maden kun je met deze voerdobber voeren en vissen tegelijkertijd! Het bleek een gouden greep op karpervijvers…

Witvis: voerdobbers
Aan de onderkant te vullen met maden of particles.

Wat betreft witvis kun je deze dobber ook voor winde, blankvoorn en ruisvoorn inzetten. Niet alleen Stonfo heeft zo’n type dobber, zoek ook maar eens naar de madenwaggler van Askari, een dobber die met exact dezelfde mindset gemaakt is! Het haakaas bied je het best 30-40 cm onder de dobber aan; midden tussen de vallende voedseldeeltjes.

Dobber 2: Matrix Bagging Waggler

Het tweede type voerdobbers (zoals de Impact Bagging Waggler en de Micro Bagging Waggler van Matrix) hebben een open, plastic korf aan de onderzijde van de dobber. Interessant is ook een bolvormige bovenantenne, die bij het neerkomen in het water te diep duiken voorkomt. Bovendien geeft deze antenne veel weerstand, waardoor karper zichzelf haakt.

Witvis: voerdobbers
De bolvormige antenne geeft veel weerstand..
Witvis: voerdobbers
…waardoor de karper zichzelf haakt.

Om de plastic korf kun je alleen bindend voer kneden, zoals geweekte pellets of fijn grondvoer. Je bevestigt de dobber op de hoofdlijn en klemt deze tussen twee verschuifbare rubber stoppers. Zo kun je ook makkelijk met de visdiepte variëren.

Witvis: voerdobbers
Je kneedt het bindend voer rond de korf.

Deze dobber heb ik tijdens de baarsvisserij gebruikt; door zijn grote draagkracht kun je makkelijk een grote dauwpier en zelfs een klein dood visje aanbieden. De korf vul ik met fijn witvisvoer dat voorn aanlokt, dat op zijn beurt als het goed is weer baars naar de stek toetrekt… De dobber ligt stabiel in het water en is daarmee ook ideaal op stromend water, zoals onder stuwen of bij een gemaal.

De gevoelige variant

Duidelijk gevoeliger dan de Impact Bagging Waggler is de Micro Bagging Waggler Loaded, eveneens van Matrix. Het principe en de montage is echter hetzelfde. Door de slankere vorm is deze dobber beter geschikt voor kleinere vissen; een beetje ruis- en blankvoorn en winde trekt de dobber met gemak onder.

Witvis: voerdobbers
Geschikt voor kleinere vis en perfect uit te loden.

Ik heb er zelfs alvers mee gevangen, kun je nagaan! Dit voorgelode dobbermodel is verkrijgbaar in 8 en 10 gram, waarbij aan de onderzijde afschroefbare ringvormige gewichten zijn gemonteerd. Zodoende kun je aan de hand van het gewicht van het voer op de korf en het haakaas, de dobber perfect uitloden.

Witvis: voerdobbers
Perfect uit te loden aan de hand van het voer op de korf en het haakaas.

Dobber 3: Nisa Bag Up Feeda & Splasha

Het laatste model voerdobber heeft een voerspiraal op de onderantenne. Zo heeft de Engelse firma Nisa twee modellen in hun pakket: de Bag-Up-Feeda en de de Splasha. Op het eerste oog vond ik deze dobbers er een beetje lomp er uitzien, maar ze zijn perfect voor het vissen op karper op grote afstand.

Witvis: voerdobbers
De Nisa Splasha, niet alleen voor karper. 

De vorm doet mij een beetje denken aan de traditionele, Engelse snoekdobbers. Met hetzelfde principe als de eerder beschreven baars-aanpak, gebruik ik deze dobbers voor snoek. Hierbij stop ik stukken witbrood in de spiraal, die blijven goed zitten.

Witvis: voerdobbers
Brood blijft goed in de spiraal zitten.

Bij het vissen op karper komen geweekte pellets of grondvoer om de hoek kijken. De laatstgenoemde hoeft niet zo fijn van structuur te zijn als bij andere voerdobbers. Beide modellen zijn in twee formaten leverbaar. Het kleine model, de small no. 1, is bijvoorbeeld zelfs gevoelig genoeg om in te zetten voor witvis. Net als bij de modellen van Matrix beschikt deze ook over een grote bolvormige bovenantenne.

Dobber 4: Albatros Soda Float

De Soda Float van Albatros is wellicht de breedst inzetbare voerdobber van dit moment. Dankzij de afsluitbare ‘aaskamer’ kun je alle soorten aas gebruiken. Het ‘laad- en lossysteem’ voor het aas werkt namelijk iets anders dan bij andere dobbers. Hoe het werkt? Simpel uitgelegd: een luchtkamer onder de kegelvormige antenne wordt gevuld met aas, deze wordt afgesloten door een bolvormig kapje. Bij het neerkomen in het water zakt het kapje naar beneden waardoor het aas vrijkomt.

De luchtkamer kun je vullen met allerlei soorten aas zoals losse maden, wormen, pellets, grondvoer; de mogelijkheden zijn eindeloos. De vorm van de dobber en het feit dat er altijd lucht in de aaskamer zit, zorgt ervoor dat deze dobber niet te diep duikt bij het inwerpen. Het duurt altijd een paar seconden voordat het klepje zakt en het aas vrijkomt. Ideaal om over een stek te werpen en deze naar de stek toe te trekken.

Zout feederen op platvis

feederhengel platvis

FABIAN FRENZEL – Zeevissen op platvis vanaf de kant, maar dan net een tikje gevoeliger en anders dan de meeste vissers dit doen. Geen lood maar gaaskorven voor het zoete water, geen strandpook, maar een feederhengel. Volgens Fabian Frenzel en zijn vismaten hét recept om veel en ook de grootste platvissen te vangen.

De kustvissers naast ons bereiden zich met zwaar geschut voor op een avondje platvissen. Hengels als poken, grote werpmolens en stukken lood van 150 gram; materiaal voor echte kerels. Naast dit materiaal valt ons ‘zoete’ feedermateriaal in het niets. Onze hengels en molens zijn fijner en kleiner, de voerkorven wegen minder dan de helft van een traditioneel stuk zeelood.

Wandelpier

De zon schijnt en het is windstil. Voor het vissen op platvis zijn dit wat mij betreft niet de beste omstandigheden. En juist onder dit soort omstandigheden heeft de voerkorf-visserij een meerwaarde ten opzichte van de traditionele aanpak. Met een beetje voer in de korf lok je de platvissen naar je haakaas.

De stek die we deze avond bevissen is een wandelpier, het deel waar ik plaats neem heeft meer iets van een kade weg. Ter versteviging van de kant liggen er grote stenen in het water, alwaar het getijde de stroming langs stuwt. Daar waar de stenen onder water ophouden loopt in de regel een geul, die ligt vaak parallel aan de pier. In deze geul verzamelt zich voedsel en daarom is het geen wonder dat dit vaak visrijke stekken zijn. Deze hotspots liggen binnen werpbereik en de zandbodem is hier schoon.

Montage

Bij deze techniek valt en staat alles bij het lokken. Bij het feedervissen hechten we veel waarde aan het voeren; je maakt eerst een voerplek, waar je later het haakaas op presenteert. Bij de voerkeuze dien je een bindend en zwaar voer te kiezen. Mijn voer bestaat uit een mix van Browning Lethal Feeder en Betain Mussel Mix; een voertje met een hoog aandeel vismeel en algen, wat na bevochtiging fijn van structuur is. Het voer wordt verrijkt met gemalen pieren, zagers en garnalen, evenals wat stukjes haring. 

feederhengel platvis
Het lokvoer bestaat uit een mix met een hoog aandeel vismeel en algen. 

Daarnaast voeg ik ook leem aan het voer toe. Dit maakt, naast dat het een bindende werking heeft, het voer een stuk zwaarder. Het blijft zo goed op de waterbodem liggen en verspreidt zich minder snel in het water. En wanneer de leem na een tijdje uit elkaar valt en er aast vis op de stek, dan ontstaat er een attractieve voerwolk die als een magneet op de vissen werkt!

Gevoelig

Het gewicht van de voerkorf bepaal ik aan de hand van de stroming, werpafstand en visdiepte. Het is belangrijk dat de korf op de bodem blijft liggen; het is een kwestie van proberen. In dit geval volstaat een korf van 50 gram, die in een eenvoudige lusmontage wordt gevist. Het betreft dus een schuivend systeem, waarbij na aasopname de weerstand geleidelijk toeneemt. Je verkrijgt zo een gevoelige beetregistratie.

De werpmolen onder mijn feederhengel is opgespoeld met 25/00 nylon of 10/00 gevlochten lijn. In alle situaties gebruik ik een 4 tot 5 meter lange voorslag van 30/00 nylon, waar ik direct de schuivende voerkorfmontage van maak. Het voordeel van zo’n relatief dikke montage is dat deze vrij stijf is en nauwelijks in de war werpt. Aan het uiteinde knoop ik een tweetonswartel, die het kinken van de onderlijn tegengaat. De onderlijn is een 50 cm lang stuk 25 tot 30/00 fluorocarbon. Voor platvissen gebruik ik een maat 4 langstelige haak; op zo’n model haak kun je goed pieren en zagers bevestigen.

feederhengel platvis
Gevoelige beetregistratie door de schuivende montage.

Wachten

Mijn zoute feedertactiek kent veel gelijkenissen met de zoetwatervisserij. Voor een accurate en compacte voerplek plaats ik de hoofdlijn achter de lijnclip. Ik maak eerst een voerplekje door drie gevulde voerkorven op de stek te werpen. Na het afzinken van de korf laat ik deze eventjes liggen, zodat het voer uit de korf kan komen. Daarna sla ik met een krachtige haal het resterende voer uit de korf. Reken maar dat het voeren an sich al de nodige interesse onder water opwekt.

Bonken

Na het voeren monteer ik een onderlijn aan de montage en voorzie de haak van een zager. Na een paar minuten zie ik op de hengeltop al tekenen van leven. Ik vermoed dat een platvis aan het haakaas zit te rommelen. Normaal gesproken heeft platvis even nodig om het aas goed in de bek te nemen, zodra dat het geval is haakt de vis zichzelf. Het is dus zaak om bij de eerste tikjes niet direct de haak te zetten, want dan sla je veel mis.

Ook nu weer krijg ik een beloning voor het wachten; ik signaleer een paar krachtige bonken op de hengeltop. Met een rustige aanhaal zet ik de haak, vis! Waar je met zwaar materiaal de platvis binnenrost, en soms nauwelijks voelt of de vis er nog aanzit, is dat met een feederhengel een ander verhaal. Het drillen is nu anders gezegd veel leuker!

Specimen

Deze avond loopt alles op rolletjes en kunnen we regelmatig onze feederhengels kromtrekken op sterk vechtende platvisjes. Groot zijn ze niet, maar we hebben veel actie en beleven hier veel plezier aan. Als de platte rakkers eenmaal de voerplek hebben gevonden, dan valt er veel te genieten. 

feederhengel platvis
Regelmatig gaan de hengels lekker krom.

In de loop van de avond komen tot ons genoegen ook de grotere vissen op de kant. Wellicht worden deze door het tumult van hun kleinere soortgenoten aangetrokken. Ik heb ook sterk het vermoeden dat de grootste vissen direct voor het grootste aas gaan, het haakaas dus. Daar waar de kleiner vissen eerst naar de gevulde voerkorf zwemmen.

Groter

Ondertussen verdwijnt de zon achter de horizon en kleurt de hemel oranje. De silhouetten van onze buren met het ‘echte-mannen’ materiaal vertellen ons dat zij ook regelmatig vis vangen. Wanneer de avondsessie er op zit maken we nog een praatje met hen. We deelden hetzelfde water en visten op dezelfde afstand, het is des te opmerkelijker dat zij niet de grote exemplaren wisten te strikken.

feederhengel platvis
De avond valt en de grotere exemplaren komen er aan.

Dit hebben wij ondertussen al een paar keer meegemaakt; met de voerkorftactiek vang je na verloop van tijd opvallend vaak de grotere exemplaren. Wat mij betreft nog een reden waarom deze lichte feederaanpak de moeite waard is.

Stap voor stap – Voermix voor platvis

feederhengel platvis

Alle ingrediënten en benodigdheden op een rij: emmer, zeef, hakmolen, lokvoer, pieren, zagers, garnalen en haringen.

feederhengel platvis

Meng het lokvoer en de leem, bevochtig met zeewater, meng het goed en laat het 10 minuten rusten. Bevochtig het uitgedroogde voer nogmaals met water en druk het voer door een zeef, zodat je een mooi consistent voer krijgt.

feederhengel platvis

Stop een paar handjes garnalen in de hakmolen en maal deze fijn.

feederhengel platvis

Voeg de pieren en zagers toe en als laatste de haringen.

feederhengel platvis

Klaar is deze extreme stinkbom. 

feederhengel platvis

Mix het ‘hakmengsel’ door het lokvoer.

feederhengel platvis

De voermix is klaar voor gebruik!

Landingsnet

feederhengel platvis
Vergeet je landingsnet niet.

Omdat bij deze zoute feederaanpak alles een stukje lichter is, en je de vis niet altijd eventjes uit het water kunt tillen, is een landingsnet met een lange steel aan te bevelen.

Zo kies je de beste vaste (vijver) hengel

vaste hengel
Bestaat de ideale vaste hengel eigenlijk wel?
Een vaste hengel, het aanbod is tegenwoordig gigantisch. Zoveel verschillende firma’s met vaak diverse series en typen hengels. Hoe maak je een keuze voor de juiste vaste hengel? Logisch dat je als visser het overzicht verliest. Waar moet je op letten wanneer je jezelf op een nieuwe lange lat trakteert? We vroegen het drie experts: Eric van Otterloo van Sensas, Koen Vandermolen van Arca en meervoudig UK kampioen Engelsman Jon Arthur.
In dit artikel richten we ons op de ‘vijverhengels’ en hun eigenschappen. Hengels waarmee je grote vis kunt vangen op de steeds drukker bezochte karpervijvers, maar waarmee je ook grote brasem, zeelt en andere witvis kunt vangen.

Wat is de ideale vaste hengel?

Een terechte vraag is of een typische vijverhengel wel bestaat? Vroeger, toen was het makkelijk. Met de vaste hengel werd puur op witvis gevist, van karpervijvers was nog geen sprake. Met de opkomst van deze ‘commercials’ steeg de vraag naar sterkere hengels. Volgens Koen Vandermolen, pro-staffer bij Arca en vijverspecialist, zijn de vijverhengels op te delen in brasemhengels en karperhengels. “Deze moeten een zekere sterkte hebben en toch nog licht zijn. Sterk omdat je op vijvers op verschillende lengtes vist, voor de voerplek, net er achter of onder het kantje”.
vaste hengel
Je vist in vijvers toch ook op verschillende afstanden.

Sterkere hengels nodig!

Eric van Otterloo, een echt vijverbeest en vertegenwoordiger voor Sensas, beaamt dit en ziet dat op veel vijvers de pure brasemvisserij door uitzet van karpertjes zich ontwikkelt tot een gemixte visserij, met de noodzaak voor sterkere hengels. Ook Jon Arthur, meervoudig UK-kampioen, benoemt sterkte, maar ook flexibiliteit. “In Engeland heb je de ‘slapping’ techniek; hierbij laat je met de hengel het aas rondslingeren en op het wateroppervlak kletsen, dit trekt de aandacht van karper. Het zorgt echter wel voor grote druk op de hengeldelen.” Om snel te reageren op beten is echter ook een strakke hengel gewenst.
vaste hengel
Een strakke hengel is nodig om snel op aanbeten te kunnen reageren.

Aan deze eigenschappen moet een vaste hengel voldoen:

Sterk, licht en strak; dat zijn eigenschappen van een goede vijverhengel waar de drie experts het over eens zijn. Daarnaast zijn er natuurlijk ook persoonlijke voorkeuren, zoals een dunne diameter wanneer je bijvoorbeeld wat kleinere handen hebt.
vaste hengel
Dun, licht en strak zijn gewilde eigenschappen.
Om terug te komen op de eerste drie eigenschappen; door nieuwe technologieën worden hengels steeds strakker, lichter en sterker. “Zo gebruikt Sensas de Nanoflex technologie, waarbij het hars, dat om de carbonblank wordt gebruikt, zorgt voor een sterkere, strakkere hengel”, aldus Eric. Ook Jon benadrukt de constante ontwikkelingen in de carbonmatten en hars/lijm die voor de hengelbouw wordt gebruikt. Sterk, strak, licht en het liefst zo dun mogelijk; zo zien we de hengels graag. Volgens Koen is er altijd wel één eigenschap die iets minder is. De afgelopen 10 jaar zijn er echter enorme vorderingen geboekt om deze eigenschappen in één hengel te gieten.

Is licht en dun ook kwetsbaarder?

Over het algemeen kun je stellen dat een dunne, lichte hengel kwetsbaarder is dan een zwaardere hengel. Zo kent Jon genoeg vissers die bewust een top-range vaste hengel mijden en voor de grove karpervisserij een goedkoper model gebruiken. Toch gaat dun en sterk tegenwoordig samen, maar vaak gaat dit ten koste van het gewicht. “De hengel is simpelweg iets zwaarder, maar nog altijd prima als vijverhengel te gebruiken”, volgens Eric. Of een dunne hengel lekkerder in de hand ligt is een persoonlijk aspect en een punt waarover de neuzen nooit in dezelfde richting gaan staan. Een sterk argument voor een dunne hengel krijgt Koen vaak tijdens opendeurdagen te horen, waar hij veel vissers ontmoet die graag met de lange slag vissen en de montage dus over het hoofd inwerpen: “Een hengel met een dikkere einddiameter gaat veel meer wind pakken en zo de hengel afremmen, wat het inleggen er niet gemakkelijker op maakt.”
vaste hengel
Hoe de hengel in de hand ligt is natuurlijk erg persoonlijk. Koen zijn favoriete hengel is de Arca Inferno Carp.
Wat is de ideale lengte? Op vijvers ben je veelal afhankelijk van de reglementen, zeker tijdens wedstrijden. In België mag je veelal 10 meter, in Nederland 11,5 meter en in Engeland zelfs 16 meter uit de oever vissen.

Grote opening voor elastiek

Elastiek is bij de vijvervisserij essentieel om grote vis te kunnen landen. Koen vraagt zich altijd eerst af wat het formaat van de karpers is en stemt daar zijn elastiek op af. Vervolgens moet het elastiek soepel uit de top komen; vaak moet deze worden ingekort. “Hier worden de meeste fouten gemaakt. De opening moet groot genoeg zijn, zodat het elastiek zonder haperen eruit komt, maar ook weer terug gaat.” Naast de noodzaak van het inkorten levert dit volgens Eric ook nog een ander voordeel op: de ingekorte hengel wordt sterker. Jon voegt toe: “Een stijve top met een grote opening waar het elastiek gemakkelijk uitkomt, heeft, in tegenstelling tot een dunne soepele top, minder wrijving. De kans op hengelbreuk is aanzienlijk kleiner.” Door een interne bus te monteren loopt het elastiek soepeler.
vaste hengel
Een stijve top met een grote opening waar het elastiek gemakkelijk uitkomt, heeft, in tegenstelling tot een dunne, soepele top, minder wrijving.
Net zoals de meeste vissers monteert Jon het elastiek in de eerste 2 delen. Bij de vijvervisserij zijn dit de delen waar je de vis mee drilt en die dus het meeste te verduren krijgen. Een sterke topset is daarom essentieel. Voor degene die hun, bijvoorbeeld, 10 jaar oude hengel willen vervangen, gaat er een hele nieuwe wereld open. Doordat er meer carbon in plaats van glasvezel wordt gebruikt, gaat een hengel lichter en strakker aanvoelen en in sommige situaties is deze ook sterker.

Wat ga je met de hengel doen?

Zijn er nog meer aspecten waar je bij de aanschaf op kunt letten? Al onze experts hameren er op dat je de hengel kiest op basis van de visserij en wat je er mee gaat doen. Eric: “Indien je voornamelijk op vijvers vist waar dikke karper zit, dan is het aan te raden een hengel aan te schaffen uit de sterkste series. Vis je echter veel op gemengde vijvers, dan kun je er wellicht beter voor kiezen een hengel te kopen die wat lichter is, maar waar je met een andere topset toch prima een dikke vis mee kunt vangen.”
vaste hengel
Wanneer er dikke karpers zitten, kies dan een hengel uit de sterkste serie. Enkele van Eric’s favorieten zijn de Sensas Hulk 75 of Sensas Mammoth 74.

Koop je een pakket of juist niet?

Daarnaast kun je er vaak voor kiezen om de hengel in een pakket te kopen, waarbij meerder topsets en andere extra’s worden meegeleverd. Voor Jon is dit een pluspunt. “Topsets met een geïntegreerd side-puller systeem zijn ook erg handig, maar denk ook aan miniverlengdelen of interne busjes voor het elastiek. Tot slot is een betrouwbare firma met een goede service en reserve onderdelen ook een aspect waar je rekening mee kunt houden. Altijd fijn voor als er onverhoopt iets misgaat.”

Zo gaat de hengel langer mee:

1. MAAK DE BUSSEN SCHOON. Goed onderhoud verlengt de levensduur aanzienlijk. De bussen van een vaste hengel zijn volgens Jon, Eric en Koen het meest aan slijtage onderhevig. Maak de bussen aan de binnenkant goed schoon. Wanneer je tijdens het in elkaar steken merkt dat er zand tussen zit, negeer dit niet en maak het schoon. Doe je dit niet dan zal keer op keer het gruis en zand krassen maken en de boel aantasten.
2. GEBRUIK EEN AFSTEEKROLLER. Overigens scheelt het al om een afsteekroller te gebruiken, in plaats van de hengel over de grond af te steken. Zo pik je minder snel vuil op. Ook doppen, zogenaamde ‘skid bungs’, op de delen plaatsen helpt zand happen voorkomen.
3. GA IN BAD MET JE HENGEL. Om vuil en zand te verwijderen kun je de delen compleet onderdompelen in water. Je zou niet de eerste zijn die met zijn hengels een douche neemt. Ook zijn er speciale borstels verkrijgbaar waarmee je de binnenkant kunt schoonmaken. Het zou toch zonde zijn als een dure hengel het begeeft door nalatigheid, nietwaar?

Extra tips:

Koen: De hengel moet eerst en vooral goed in de hand liggen, je moet er toch uren mee vissen.
Koen: Ik zal nooit een stok kiezen met een fluor kleur. Dit heeft volgens mij alleen maar nadelen wanneer de zon schijnt en via schitteringen in het water doordringt.
Jon: Welke firma dan ook, ik zie zelden nog slechte hengels.
Eric: Persoonlijke voorkeur is erg belangrijk. Maar als jouw voorkeur uitgaat naar de allerlichtste hengel en je wilt die gebruiken op een extreme visserij (bijvoorbeeld karpers van 10 kg) dan zou ik de hengelkeuze toch eens heroverwegen.
[irp posts=”8339″ name=”Experiment feeder vs vaste stok”]
[irp posts=”14793″ name=”Ready to paste? Alles over het vissen met deeg (deel 1)”]

Oppervlaktevisserij op karper

oppervlaktevissen

REDACTIE, BOUDEWIJN MARGADANT EN MARK NOORMAN – Het haakaas drijft tussen wat leliebladeren, van onder het lelieblad zie je twee roze, rubberen lippen en een log lichaam verschijnen. De roze lippen bewegen zich langzaam maar zeker naar je haakaas… Even geduld nog! Kan het nóg spannender? Dacht het niet! Mark Noorman en Boudewijn Margadant sparren over oppervlaktevissen op karper en dat levert interessante bevindingen op!

Het vissen aan de wateroppervlakte op karper is een prachtige visserij, de beleving is bij geen andere visserij zo intensief als tijdens het drijvend vissen. Je kunt vis zien azen en hierop inspelen. Bovendien kun je de aanbeet echt zien. Dat zijn vaak ‘hart-in-keel’ momenten. 

oppervlaktevissen
Je kunt de vis zien azen.

Zowel Mark als Boudewijn waardeert deze visserij dan ook het meest om deze reden. “Een ander pluspunt van deze visserij is dat je selectief kunt zijn! Wanneer je een bepaalde vis niet wilt vangen trek je het aas voor zijn bek weg. Op die manier kun je door blijven gaan tot de vis die je juist wel wilt, jouw target, van plan is om het haakaas te pakken”, aldus Boudewijn.

Niet teveel wind

Overdag kun je de vis goed spotten, maar ook de nachtelijke uurtjes kunnen productief zijn! Het is zelfs één van de favoriete tijden van Boudewijn, samen met de vroege ochtend. Het weertype maakt hem daarbij niet zo heel veel uit, zo lang het maar niet te hard waait en het water op temperatuur is!

oppervlaktevissen
Boudewijn met een zeer fraaie 20’er.

Mark denkt hier duidelijk wat anders over. Hij vindt het fijn als het wat warmer is buiten, een zonnetje en een klein briesje mag best. Dat zijn de dagen die hij als beste ervaart. “Wind kan je zeker enorm helpen. Het doorbreekt het zicht door de waterspiegel waardoor de vis jou en je haak moeilijker zien. Bovendien kan het helpen om op groter water je voer bij de vis te krijgen. De wind blaast jouw aas dan hun kant op.”

oppervlaktevissen
Een briesje op het water helpt, volgens Mark Noorman.

Vergeten hoekjes

Niet ieder water leent zich voor deze visuele visserij; sommige wateren zijn beter geschikt dan andere. Drijvend karpervissen op een snelstromende rivier is bijvoorbeeld een lastige zaak. Het ideale water is volgens de Amsterdamse Boudewijn bij voorkeur plantenrijk en niet heel groot. “De zogenaamde cultuurwateren en poldersloten zijn ideaal voor deze visserij! Deze wateren zijn vaak erg toegankelijk.”

oppervlaktevissen
Poldersloten lenen zich erg goed voor de oppervlaktevisserij op karper.

Mark Noorman voegt daar nog aan toe dat het vooral om persoonlijke voorkeur gaat. Zo is hij zelf fan van het afstruinen van vergeten hoekjes, waar hij de karpers vaak kan zien zwemmen nog voor er een drijvend voedselitem te water gaat. “Maar ook op diepe zandputten kun je karpers gewoon aan de oppervlakte vangen hoor!”

oppervlaktevissen
‘Vergeten’ hoekjes zijn altijd de moeite waard even te bezoeken…

Het juiste aas? Hondenbrokken!

Het is alleen een kwestie van het juiste aas op de juiste plaats aanbieden en vroeg of laat krijg je beet. Maar wat is nu het juiste aas? Moet je inspelen op heersende omstandigheden bij het kiezen van het juiste aas? Mark denkt in elk geval van niet. Zijn visserij aan de oppervlakte bestaat voor de volle 100% uit vissen met hondenbrokken. “Hondenbrokken zijn bij mij favoriet, omdat ze groter zijn dan kattenbrokken en daardoor meer gewicht kunnen dragen. Hierdoor zal dus ook de brok met haak nog prima drijven! Bovendien zijn ze lekker betaalbaar. Als je rondloopt en aan het voeren bent kunnen er zomaar wat kilo’s brokjes verdwijnen. Dus dan is het wel prettig dat het voer niet zo duur is.” Boudewijn gebruikt in tegenstelling tot Mark zo nu en dan wel kattenbrokjes. 

De foam tip!

Boudewijn heeft nog een gouden tip. “Zelf vis ik vaak met foam op de haak, dit prik ik er gewoon los op. Op de haakpunt van mijn haak (maat 8 of 10) doe ik een mestpier of maden. Dit werkt echt dodelijk effectief! Bijkomend voordeel is dat je zelf bepaalt of je drijvend, langzaam zinkend of snelzinkend vist. Door het foam bij te knippen bepaal je of het aas drijft, of niet. Dan is het slechts een kwestie van laten zakken naast een azende karper en reken maar dat je aas vroeg of laat gepakt wordt! Het enige nadeel is dat je met dit foam niet kunt werpen.” Boudewijn gebruikt het liefst haken met een wijde haakbocht en een halflange steel, Mark heeft toch liever een korte steel met een rechte punt. Wat haakkeuze betreft lijkt het voornamelijk om persoonlijke voorkeur te draaien.

Wat is een goede hengel?

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van een goede oppervlakte hengel? Waar de heren het al snel over eens zijn is dat de hengel fijn in de hand moet liggen en vooral niet te zwaar moet zijn. Deze visserij is er een waarbij je de hengel veel en langdurig in je handen hebt en dat moet niet gaan irriteren. Boudewijn vindt het daarnaast erg belangrijk dat de hengel een snelle topactie heeft. Zo kan de haak snel gezet worden en worden de krachten van het zetten van de haak goed overgebracht.

oppervlaktevissen
Je hebt de hengel meestal in de hand.

Een drijvende lijn

Wat vislijn betreft is de belangrijkste eigenschap genoeg drijfvermogen, er wordt hoe dan ook met een drijvende lijn gevist. Verder moet de lijn vooral schuurbestendig zijn.

oppervlaktevissen
Genoeg drijfvermogen om aan het oppervlak te blijven.

Mark vist met een vrijloopmolen, normaal gesproken zie je die voornamelijk bij de statische vissers. Mark vindt het vrijloopsysteem met oppervlaktevissen ook een nuttige toevoeging. “Als ik brokjes bij wil voeren kan ik de vrijloopstand activeren en de hengel wegleggen zonder bang te hoeven zijn dat deze in het water getrokken wordt.”

Hoe moet je vissen?

Net zoals bij het penvissen kun je bij het oppervlaktevissen meerdere strategieën toepassen. Hoe aanlokkelijk het ook lijkt, vaak is het niet effectief om het haakaas bij de eerste de beste karper die je spot direct voor zijn kop te werpen. Zelfs niet als deze aan het azen is! “Beter is het om eerst het gedrag van de vis(sen) te observeren. Vaak leggen mensen te snel de montage in het water. Het lijkt onbenullig, maar het zal je meer vis opleveren. Soms blijkt na 10 minuten dat er een nog grotere, argwanende vis rondzwemt”, aldus Boudewijn. 

oppervlaktevissen
Je kunt je vis ‘uitkiezen’. Even wachten wordt soms beloond met een grotere.

Is witvis een probleem of zegen?

Uit observaties blijkt namelijk dat karpers enorm in gedrag kunnen verschillen: zo zijn er gretige vissen die vrijwel altijd als eerste van een groep starten met azen, maar er zijn ook schuwere vissen die eerst de kat uit de boom kijken alvorens ze gaan azen. Vertrouwen is het sleutelwoord, met name voor die argwanende karpers. Het beste ‘voer’ voor dat soort vissen is het ongestoord kunnen zien azen van soortgenoten. Daarom ziet Boudewijn witvis eerder als een attractor dan als een probleem.

Om dezelfde reden voert Mark bij voorkeur voor, het liefst over meerdere dagen. “Instant vissend zullen al veel karpers de brokjes pakken, maar na een voercampagne helpen de onvoorzichtigere vissen de schuwere exemplaren het voer te vertrouwen.” Een strategie die ook Boudewijn geen windeieren heeft gelegd.

oppervlaktevissen
Verleid door hondenbrokken.

Tijdens, of vlak voor het vissen kun je op verschillende manieren voeren. “Je kunt net als met penvissen verschillende voerplekjes aanmaken en deze een voor een aflopen, op zoek naar actief azende vis”, aldus Boudewijn.

Overlast door vogels…

Een hoofdpijndossier voor veel oppervlaktevissers zijn watervogels en meeuwen. Uit het niets duiken ze plots op en doen zich tegoed aan de karpersnoepjes. “Vroeger, toen ik veel met brood viste, had ik er meer last van dan nu met hondenbrokken. Soms wil afleiding ook helpen, een emmertje maïs op ondiep water of een half brood in een uithoek”. Toch vindt Mark het helemaal niet erg als er brokjes worden weggepikt. “Het geeft naar karpers ook een signaal dat er wat te eten valt”. Boudewijn is het hier mee eens en vult aan: “Zijn ze er niet tijdens het vreetfestijn van de vogels, dan komen ze vaak later een kijkje nemen.”

oppervlaktevissen
Karpers komen vaak nog even een kijkje nemen als ze horen dat de vogels aan het eten zijn.

Stilstaan of lopen?

Houd bij het vissen goed in gedachte in wat voor een omgeving je vist. Een goede tip van Boudewijn: “loop je langs een sloot waar mensen hun hond uitlaten? Dan spot je vis het best lopend, wanneer je stil gaat staan kunnen de vissen zich opgemerkt voelen en zich laten zakken. In een rustigere omgeving kun je juist beter wat minder bewegen.”

Ga het maar eens proberen, trek erop uit met niets dan hengel, voer, net en mat en verbaas je over hoe effectief oppervlaktevissen kan zijn!

Hoe train je op de juiste manier?

Sensas Eric Tips Tricks

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakt hij dit aan, in de breedste zin van het woord? In deel 3: hoe train je op de juiste manier?

 

Ditmaal gaan we dieper in op het trainen voor een wedstrijd. Hoe belangrijk is dat trainen nu eigenlijk? Hoe train je op een goede manier? Vaak zeggen vissers tegen mij dat trainen niet nuttig is, omdat het toch elke keer anders is. Tot op zekere hoogte klopt dit wel. Als je gaat trainen is het belangrijk om dit zo kort mogelijk voor een wedstrijd te doen, de omstandigheden zullen dan zo vergelijkbaar mogelijk zijn als die met de wedstrijd.

 

Trainen op een commercial

Als wij op een commercial gaan trainen met ons Team Sensas zorgen we ervoor om altijd met zoveel mogelijk mensen te zijn. Hoe meer mensen tegelijkertijd gaan trainen, des te meer je de wedstrijdomstandigheden kunt nabootsen. Belangrijk is om een plan te maken, laat je iedereen hetzelfde doen, of juist niet?

Train eric vis
Wat mij betreft heeft het WEL zin om te trainen!

 

Train op een natuurlijk water

Ditzelfde geldt voor het trainen op een natuurlijk water; met hoe meer personen je bent, des te eerlijker en duidelijker een training wordt en hoe meer je er van kunt leren. De kopstekken worden bevist en met name de middenstekken gaan een goed beeld geven van wat er in de wedstrijd gaat gebeuren.

Sensas testen trainen
Het type voer is natuurlijk afhankelijk van de visstand, maar je kunt alsnog een beetje selectief te werk gaan!

 

Doel: hoe kun je meer vis vangen?

Elke training is even belangrijk en gericht op een doel: het uitvinden hoe je meer vis kunt vangen dan je tegenstanders. Op een natuurlijk water vraag je jezelf eerst af welk voer je nodig hebt; moet het brasemgericht zijn, of toch meer voorngericht? Komt die bonus-platte daar ook wel op? Vang je de vis kort, op 13 meter of toch aan de overkant met de match of feeder.

Sensas feeder trainen
Stok, feeder of match: wat is de meest vangende techniek?

 

Vragen voor op een commercial

Op een commercial kun je jezelf ook vragen stellen. Heb je meer pellets en voer nodig? Aast de vis beter op maden of wormen? Komt de dikke vis in de kant? Vang je ze beter ondiep? Dat zijn de dingen die je wilt uitproberen tijdens een training, en zo vorm je je een beeld van wat er tijdens de wedstrijd kan gaan gebeuren. Om deze reden is het belangrijk om zo kort mogelijk voor een wedstrijd te gaan trainen. De visserij veranderd namelijk constant.

Sensas testen trainen
Wat werkt het beste op een commercial. Zijn op dit moment pellets de beste keuze, en zo ja welk formaat, kleur en type?

 

Blijf flexibel en pas je aan

Als je na het trainen een plan hebt opgesteld, kun je dit toepassen in een wedstrijd. Maar houd er altijd rekening mee dat er iets kan veranderen en zorg ervoor dat je je hierop kunt aanpassen tijdens de wedstrijd.

 

 

In de volgende tips & tricks gaan we dieper in op het vissen van de wedstrijd zelf.

 

Eric van Otterloo

Pak eens de boot!

bootvissen

Martijn Dekkers – Steeds meer sportvissers kiezen voor het avontuur op zee. Het vissen op zee vanaf de boot wordt steeds populairder. Begrijpelijk, het is natuurlijk een ontzettend leuke dag wanneer je met vrienden de zee op  gaat en daar je beoogde vissoort gaat belagen. Gezelligheid gegarandeerd! Voor het bootvissen op zee ben je natuurlijk afhankelijk van een schipper met boot.

Er zijn twee soorten boten waaruit je kunt kiezen. Een grote kotter, dan ga je met maximaal 45 personen de zee op en de kosten bedragen ongeveer € 35,00 exclusief je aas en versnaperingen. Een andere optie is om een plaatsje te boeken op een offshore visboot. Deze nemen tien tot twaalf personen mee en de kosten bedragen gemiddeld € 65,00. Dat is inclusief aas, koffie, een drankje, soep en vaak ook nog een broodje met warme snack. De boten vertrekken vanuit alle havens die langs onze kust liggen. Denk dan aan Vlissingen, Neeltje Jans, Stellendam, IJmuiden enz..

bootvissen
Een offshore boot is sneller op de stek.

Een offshore visboot geniet mijn voorkeur. Niet enkel vanwege de versnaperingen, maar vooral om de ervaring van de schippers en de snelheid van de boten. Schippers van een offshore boot zijn vaak meer ervaren qua visserij dan de schippers op grote kotters. De boten zijn ook veel sneller en dus eerder op de stekken, wat meer vistijd oplevert. Ook zijn ze sneller op een nieuwe stek, mocht stek een of twee niet het gewenste resultaat opleveren.

bootvissen
Er zijn momenten genoeg dat je niet bang hoeft te zijn voor zeeziekte.

Het eerste waar mensen aan denken bij het vissen vanaf een boot is zeeziekte, maar waarom? Ik vis al decennia vanaf de boot en durf gerust te zeggen dat het percentage opstappers dat zeeziek wordt lager ligt dan een paar procent. De kans dat je zeeziek wordt is dus vele malen kleiner dan je denkt.

Duur?

Een ander veel besproken punt zijn de kosten. Natuurlijk betaal je wat meer voor een boot dan wanneer je vanaf de kant gaat vissen, maar je krijgt er ook meer voor terug! Het belangrijkste punt is dat je niet zelf naar je stekken hoeft te zoeken, de schipper weet dit prima. Een ander punt is dat de schipper iedereen kan voorzien van advies en hulp waar dat nodig is. Ook kun je aan boord een hengel lenen of huren. Deze is dan voorzien van een goede onderlijn voor de visserij van die dag en van een stuk lood, een complete set dus. 

bootvissen
In de scharrentijd kun je er veel vangen!

Naar gelang het jaargetijde weet de schipper op welke vissoort er gevist kan worden, hij stemt zijn agenda daar op af. In het voorjaar wordt er voornamelijk gevist op schar. Deze platvis is naast de tong een ware delicatesse en bijna de gehele vloot richt zich dan ook op de schar. Wanneer het water beduidend warmer wordt kunnen we gaan denken aan haaien.

bootvissen
Vanaf mei zijn er haaien te vangen langs de Nederlandse kust.

Meestal vanaf half mei tot eind september. Sinds de gladde haaien weer geregeld, dagelijks eigenlijk, aan boord komen, zien de schippers het aantal boekingen oplopen. Terecht als je het mij vraagt, vissen op haai is gewoon fantastisch en voor iedereen weggelegd, jong, oud, man, vrouw of kind, vanaf de boot kan iedereen een haai vangen!

bootvissen
Haaien voor iedereen, voor jong en oud.

Ondertussen wordt er ook nog uitgevaren naar de wrakken om te vissen op zomergul, pollak en zeebaars. Een dagje makreel takelen zit er ook nog wel in. Voor het vissen op tong boek je een plaatsje op een tripje in de avond, ook spannend.

bootvissen
Een mooie zeebaars van de wrakken, veel beter wordt het niet.

Tegen de herfst komen ook de wintergasten weer in beeld en heb je een gemengde visserij. Zo kun je op een dag haai, schar, wijting, zeebaars en tong vangen, veel beter wordt het niet. De wintermaanden leveren over het algemeen vooral schar, wijting, gul en wat verdwaalde zomergasten op. Prima visserij hoor! De echte avonturiers boeken nu een tripje naar de wrakken. Niet echt een gemakkelijke visserij in de winter, maar wel een die beloond kan worden met mooie gullen.

Checklist

Tot slot nog even een checklijstje met do’s en don’ts voor een tripje met de boot:

Don’t: ga niet te laat naar bed, uitgerust aankomen op de boot maakt de dag een stuk prettiger!

Do: sta op zoals je normaal doet, ontbijt normaal en drink normaal, ook gewoon je koffie, het zijn fabeltjes dat een aangepast ontbijt en geen koffie drinken helpt tegen zeeziekte, integendeel!

Don’t: ga niet vissen op de verkeerde vissoort, iedere vissoort vraagt om een ander jaargetijde. Op haai in de winter haalt niets uit, op schar en wijting in de zomer evenmin.

Do: vraag de schipper naar de beste periode voor de door jou gekozen vissoort.

Don’t: werp niet klakkeloos een onderlijntje overboord, iedere vissoort vraagt om een andere aasaanbieding.

Do: vraag aan de schipper een onderlijntje, of nog beter laat er een knopen door een van de vele hobbyisten die op verzoek onderlijnen maken, zij maken de beste.

Don’t: smeer je niet continu in met zonnebrand, zonebrand blijft lang aan je handen plakken en komt dan ook op je aas. Vissen ruiken en proeven dit en laten het liggen of spugen het direct uit.

Do: smeer voor vertrek een dikke laag hoge factor en je zingt de dag wel uit.

Don’t: gebruik geen al te licht loodje. Dit rolt weg en komt in de lijn van je buurman terecht. Dan raakt alles in de knoop.

Do: gebruik ankerlood. Een ankerlood van 200-250 gram blijft bijna altijd wel liggen.

Don’t: zet je lijn niet strak. Je onderlijn staat dan op de bodem i.p.v. dat ze ligt en je lood zal zich niet in de bodem ankeren.

Do: wanneer het lood de bodem raakt, geef je tien meter lijn en pas dan sluit je de beugel. Nu ankert je lood optimaal en ligt je onderlijn perfect op de bodem. De stroming zorgt voor een strakke lijn en aanbeten komen gewoon prima door.

Don’t: vis niet met twee hengels wanneer je nieuwkomer bent. Je vraagt om problemen met die extra lijn in het water. Je komt snel in de knoop en bent de gehele dag in de weer met knopen ontwarren.

Do: Vis relaxed met één hengel. Besteed je aandacht aan één hengel. Zo vis je lekker scherp, weet je wat je doet en het levert genoeg vis op. Bijten ze niet, dan bijten ze ook niet op twee hengels, bijten ze wel, heb je genoeg aan één hengel. Ik vis zelf zelden met twee hengels!

Don’t: zet je aas niet in de zon. Aas dat warm wordt gaat stinken en verliest aan vangkracht.

Do: zet je aas koel en droog weg. Een klein koelboxje met een koelelement werkt prima om je aas optimaal in orde te houden. Pak steeds kleine porties en laat de rest lekker koel liggen tot je portie op is.

Don’t: pak geen onbekende vissen vast. Een pieterman is een venijnig visje. Op zijn rug zit een giftige stekel. Wanneer deze je prikt ga je dat zeker als zeer vervelend ervaren.

Do: ken je je vangst niet, roep de schipper. De schipper weet exact welke vissoort je naar boven haalt. Ook een zeebaars heeft scherpe stekels en kieuwdeksels, niet giftig, maar een ‘jaap’ heb je zo te pakken. Let dus op.

Dus, trommel je maten op, boek een boot of een plaatsje op een boot, kies een vissoort en maak er een enorm leuke en spannende dag van…

Martijn Dekkers

Visweekend: Hollands Eldorado in de kop van Noord-Holland

visweekend Noord-Holland

RICHARD VAN DEN BROECK – Vroeger, heel lang geleden (zo beginnen zowat alle sprookjes) was een dagje vissen naar Nederland zowat de ultieme belevenis voor vissend Vlaanderen. Hank, Dordrecht, Willemstad, om er maar een paar te noemen, werden tijdens de weekends ware bedevaartsoorden. Het was die tijd dat je vier hengelaars en hun spulletjes nog in een doorsnee auto kwijt kon. Na een gouden tip houdt Richard nu een visweekend in de kop van Noord-Holland. 

Ik had ook het geluk om een plaatsje te mogen veroveren in zo’n ‘visauto’. Dolle pret, we vingen ons klem aan brasem en voorn. Was het eens wat minder, wat ook in dit eldorado wel eens gebeurde, dan kon dat de pret niet drukken. De week daarop was het weer klamme handjes en een slapeloze nacht voor het grote avontuur.

Oude Sluis

Jaren later, toen we afdropen van een in de soep gelopen visvakantie in Noord-Italië (op een half opgedroogd riviertje na was er geen water te bespeuren), kwamen we na een gouden tip in Noord-Holland terecht. 

Oude Sluis, een minuscuul plaatsje tussen Schagen en Den Helder, maar wel omgeven door een hoop schitterend viswater, althans dat ontdekten we later. Ik ving op het Oude Veer, een prachtig viswater omgeven door brede rietkragen, mijn eerste snoekbaarzen en mijn eerste metersnoek. Op de sloot achter Oude sluis, en wel bij het befaamde spoorbruggetje, ving ik een rasechte boerenkarper van 4 kg. Een lachertje als je nu dat gewicht uitspreekt, maar een slanke bronzen torpedo en loeiend sterk!

Friemelspul

Op brasem visten we toen nauwelijks, we lagen met ons bootje tegen de rietkraag aan en visten met twee werphengels met aasvis op snoekbaars. Aasvisjes vingen we met een hengeltje pal naast de boot tegen het riet. Er stond daar amper een meter water, maar met af en toe een greepje paneermeel lukte dat aardig. Tot de brasem de boel kwam verpesten, de aanbeten van het klein grut vielen weg en de eerste aasbelletjes melden zich. Massieve, bronzen, puntgave brasems sloopten in no time onze friemelspulletjes.

Zijperboezem

Nu, meer dan dertig jaar later, en de wijsheid dat het Oude Veer eigenlijk Boezem van de Zijpe heet, stond ik weer bij die imposante wuivende rietkragen, want wind heeft daar in de kop van Noord-Holland vaak vrij spel. Eigenlijk was er in al die tijd weinig veranderd.

visweekend Noordholland
Boezem van de Zijpe: goed voor knappe, puntgave, mokkende brasems. (Google Maps)

Ik herkende nog met gemak de hotspots waar we op snoekbaars lagen; het diepe gat bij de primitieve trailerhelling en aan de overzijde het langzaam aflopende talud even voorbij de grote inham in de rietkraag.

visweekend Noord-Holland
Dat is pas comfortabel vissen! Een megasteiger, vaak in de luwte, en de auto vlakbij.

Collega-vissers zag je nu ook niet of nauwelijks. Een enorme keuze aan viswater en mogelijkheden, en voor liefhebbers van het zilte, de zee ook vlak in de buurt. Voor een dagtrip vanuit Belgenland met het huidige fileprobleem toch even te ver. Maar een aanrader met stip voor een verlengd weekend of een midweeksessie. Brasem, en dan graag in combinatie met de feederhengel, stond nu wel bovenaan op mijn verlanglijstje. 

visweekend Noord-Holland
Peter wist ze te strikken op de method.

Dikke brokken

Langs de Lagedijk, de weg die vlak langs het water loopt en je van Oude Sluis naar Kleine sluis of Anna Paulowna voert, waren nu een zestal ruime vissteigers geplaatst. De auto kun je vlak achter je parkeren en door de beschutting van de hoge aanplanting zit je hier vaak uit de wind. Die steigers zijn dan ook de plekken waar je het vaakst andere vissers ontmoet. Vanaf die steigers is het goed vissen met de vaste hengel, er loopt een geul van pakweg 260 cm diep. Zo op krap 20 meter uit de oever loopt het dan terug op naar een ondiepe plaat, waar amper 150 cm water staat. Je kunt op die plaat best een visje vangen, maar voor de dikke brokken zul je eroverheen moeten naar dieper water. Met 50 meter zat ik ruim achter het talud dat afliep naar circa vijf meter diepte.

Na de derde korf liep mijn top krom, knappe, puntgave mokkende brasems moest ik voorzichtig over het talud loodsen. Soms liep de voerkorf vast in de kleilaag, maar met wat kunst en vliegwerk, even de druk op de lijn volledig laten wegvallen, kwam de buit meestal binnen. Moet het gezegd worden dat wormen er het best in gingen?

Giebels 

Wanneer je de weg langs het water even volgt richting Oude Sluis, dan heb je net voorbij de ‘trailerhelling’ prima visplaatsen. Je hebt hier direct dieper water, ongeveer zes meter, en ook hier de auto vlak achter je. Hier was het ook direct raak, en raar maar waar, we vingen tussen de brasems door een aantal knappe giebels. Ikzelf hield het bij wormen en mijn maatje ging het stel te lijf met de method en miniboilies.

De wateren in de kop van Noord-Holland zijn op het eerste gezicht niet direct ideaal kunstaas- en snoekwater; vaak een beetje dik, bruin water en weinig waterplanten. Het is eerder een snoekbaars- en brasembiotoop. Toch ving ik er (vroeger) niet veel maar wel grote snoeken, wat kenmerkend schijnt te zijn voor dit soort water.

visweekend Noord-Holland
Peuteren aan de vele sluisjes en kademuren (hier vlak bij ons visserhotelletje) levert altijd wat baars op.

De grote sloot en de polders achter Oude Sluis zouden volgens onze informatie tegenwoordig beslist de moeite zijn om er een stukje kunstaas door te trekken. Behoudens de sloten en vijvers in de bebouwing van Kleine Sluis en Anna Pauwlowna (HSV ‘t Voorntje) volstaat de VISpas.

Noordhollandsch Kanaal

Wedstrijdvissers zullen het je bevestigen: het Noordhollandsch Kanaal is een van de topwateren in Nederland. Dit water zou ook ik maar meteen eens aan de tand voelen. Ik maakte het mij niet al te moeilijk en zocht het vlakbij. Van Oude Sluis naar Het Zand is maar een paar kilometer, net voor de brug in het dorpscentrum van het Zand ging ik rechtsaf de Kanaalkade op. Voorbij de bewoonde kom lag een kleine industriezone waar het gemakkelijk parkeren en vissen was.

Bende

Ik had me dit kanaal toch iets imposanter voorgesteld. Toch was dit kanaal ooit in 1824 met zijn 80 km lengte, 40 meter breed en zes meter diep, het breedste en diepste kanaal ter wereld! Ik viste er pal tegen de overkant, een meter of vier uit de oever. En ook hier was het direct feest. Meer afwisseling in de vangsten dan op het Oude Veer. Brasem, winde, voorns en kolblei waren ook hier tuk op wormen. Toen er een potig en diep geladen binnenschip vis en voer van mijn visplek wegzoog, dacht ik dat de pret over was. Maar zie, na een paar flink gevulde voerkorven was de hongerige bende terug.

visweekend Noord-Holland
Ook hier was het genieten en werd je feedertip weinig rust gegund.

Dit kanaal en Oude Veer zijn twee absolute topwateren en aanraders met een stip. Maar vlakbij heb je ook nog de Van Ewijcksvaart, het Amstelmeer, Balgzandkanaal en zo kan ik nog wel even doorgaan…

Het Kinselmeer

Ik had op deze midweektrip beloofd om ook even een voerkorf te water te laten op mijn vismaat zijn favoriete brasemstek: het Kinselmeer. Dit water wordt bij Durgerdam alleen door de Uitdammerdijk gescheiden van zijn grotere broer het Markermeer. Even voorbij de laatste woonhuizen, waar de smalle weg vlak langs de dijk loopt, kun je langs een zandweg met de auto tot vlak bij het water rijden. Hier zijn een paar visplekken die je niet zullen teleurstellen en waar je vaak enigszins beschut zit tegen de wind. 

visweekend Noordholland
Kinselmeer: niet overal heel gemakkelijk toegankelijk, maar wel veel knappe brasems. (Google Maps) 

Ik viste hier op twee plaatsen en diep is het hier nergens, toen ik op 40 meter afstand wilde tellen, om enigszins mijn diepte te bepalen, kwam ik nergens verder dan 1, 2, en 3… Maar ook hier weer volop knappe brasems.

visweekend Noord-Holland
Ook hier scoorde een worm aan de haak en een handje geknipte wormen in het lokvoer.

Het Kinselmeer is alleen maar langs de kant van het Markermeer gemakkelijk te bereiken, langs de overzijde is een natuurgebied en verder moeilijk toegankelijk. Zelfs langs de Markermeer kant is het even zoeken om je auto vlakbij de visstek te kunnen parkeren, maar het loont de moeite!

visweekend Noord-Holland
Eigenlijk is er maar een kant goed bereikbaar en ja, net die kant waar het vaakst de wind op staat.

Dag twee reed ik even verder, waar een aantal knappe visplekken tussen het oeverriet lagen. Vlakbij de scherpe bocht aan de Uitdammerdijk kon je goed parkeren. Op dag twee kwam mijn vismaat even mee een hengeltje uitwerpen. We vingen ons helemaal klem en ook nu waren er geen andere vissers te bespeuren.

visweekend Noord-Holland
Het resultaat van een koppelwedstrijdje die mijn vismaat Peter er onlangs afhaspelde.

Volgens vismaat Peter zie je hier af en toe een tentje staan van karpervissers, maar verder is het Kinselmeer zowat voor jou alleen.

 

5 technieken voor geep

5 geep opties

Zilveren sprinters, mini marlijnen; niet voor niets heeft geep bijnamen die refereren naar snelheid en spektakel. De visserij op geep is dat dan ook; snel en spectaculair. Niet veel mensen weten hoe veelzijdig je op geep kunt vissen. Vaak wordt er alleen gedacht aan de dobber met daaronder een natuurlijk stukje aas. Tijd om daar eens verandering in te brengen!

 

METHODE 1 – Kunstaasvissen

Ben jij een actieve visser? Dan zou juist de geep wel eens hoog op je verlanglijstje kunnen komen te staan! Struinend op bijvoorbeeld een strekdam langs de kust met kunstaas. Met slanke (zeeforel)lepels die je relatief snel binnen mag vissen. Het liefst kies je deze lepels niet te zwaar; een gram of 20 is echt wel genoeg om je missie te doen slagen.

5 geep opties
Kleine lepels kunnen goed werken, pas de kleur aan aan de omstandigheden.

Qua kleurstellingen is er natuurlijk een hoop mogelijk. Hierbij geldt wel dat felle kleuren beter scoren in troebel water en met weinig licht en vanzelfsprekend scoren natuurlijke kleuren beter in helder water of met veel licht. Om ervoor te zorgen dat deze langwerpige snaveldragers het kunstaas – en dan met name de haak – goed tussen de snavels nemen, knoop je het best een 5 cm lang stukje 30/00 nylon tussen haak en aas.

5 geep opties
Een kort stukje nylon tussen lepel en haak verhoogt de kans op succes.

Hierdoor belandt de haak automatisch wat dieper in dat zilverkleurige bekje! Houd er overigens wel rekening mee dat deze zoute rovers puntige tandjes hebben. Het kan dus geen kwaad om na iedere vangst het stukje nylon op schade te controleren!
Zelf vind ik een hengel van ongeveer 3 meter met een werpvermogen van rond de 40 gram het prettigst vissen. Daaronder hang ik een werpmolen in formaat 3000, deze is gevuld met 12/00 gevlochten of 25/00 nylon. De beste omstandigheden om actief te vissen? Een aflandige wind en een situatie met (hard) stromend water!

METHODE 2  – Sbiroli… Wat?

Gepen zijn kieskeurige vissen. Waar je op dag één enorm scoort met bijvoorbeeld een streamer, kan het zijn dat ze diezelfde streamer op dag twee compleet negeren. Het is dus handig als je van meerdere markten thuis bent! Daar is een sbirulino ideaal voor. Achter dit doorzichtige werpgewicht kun je immers van alles (garnaalimitaties, stukjes vis, streamers, etc) vissen met weliswaar de tussenkomst van een transparante 25/00 nylon voorslag van 2 tot 3 meter lang. Het fijnst is een (langzaam) zinkende sbirulino van 15 tot 25 gram. Met deze doorzichtige werpgewichten kun je erg mooi variëren met je inhaalsnelheid. Door hier wat mee te experimenteren kom je er al snel achter welk aasje op welk tempo het beste werkt. 

5 geep opties
Zinkende sbirulino’s zijn ideaal om in diverse tempo’s te vissen.

Omdat je met een lange onderlijn vist kun je maar beter voor een langere hengel kiezen. Mijn hengel is drie en halve meter en heeft een erg gevoelige top zodat ik elke aanbeet kan waarnemen. Verder bezit de hengel nog wel over voldoende ruggengraat! Het liefst vis ik met gevlochten lijn omdat de aanbeten dan goed doorkomen.

Toch is gevlochten lijn ook niet heilig. Een inline sbirulino zal door het veelvuldig heen en weer schuiven de gevlochten lijn beschadigen. Niet zelden leidt dit tot lijnbreuk! Om die reden monteer ik een tussenstuk van slijtvast 35/00 nylon waar de sbirulino over kan schuiven. Denk er wel aan om een stoppertje te gebruiken, anders kan het werpgewicht toch nog op je gevlochten hoofdlijn terechtkomen. Doordat je sbirulino’s zo veelzijdig kunt inzetten, kun je er vrijwel altijd geep mee vangen. Het meest succesvol ben ik tijdens zonnige dagen geweest.

METHODE 3 – Vliegvissen

Een van de vele bijnamen van geep is mini marlijn, die bijnaam verdient deze vissoort met recht! Deze pijlsnelle rovers springen na de aanbeet vaak spectaculair uit het water! Of ze ‘tailwalken’ op hun staartvin over het wateroppervlak.

5 geep opties
Garnaalimitaties zijn vaak favoriet.

Dat is natuurlijk sowieso al spectaculair om te zien, maar helemaal wanneer ze aan de vliegenhengel gedrild worden. Dat is echt show van de buitencategorie! Een uitrusting voor de lijnklasse #5 is perfect geschikt voor deze snelle jongens. Met je haakaas kun je overigens prima variëren! Vis-, garnaal- en vlokreeftimitaties zijn bij mij favoriet. Je kunt het ook nog helemaal zonder haak proberen met de Deense Silkekrogen, een bosje zijde waar de tandjes van de geep in verstrikt raken. Lees hier meer over het gebruik van Silkekrogen.

5 geep opties
Deze bos draadjes kan zeer effectief voor geep.

METHODE 4 – Gezellig dobberen  

Een stoeltje, goed gezelschap,  zonnebrandcrème en vissen maar! Het kan als je op geep wilt vissen. Vanaf mei kun je op zonnige, rustige dagen al dobberend prima snavels vangen. Dit zijn dé dagen om met natuurlijk aas te vissen. Bijkomend voordeel: je vriendin/ familie gaat vaker mee. Het is een eenvoudige manier van vissen en je hebt er niet veel voor nodig. Een hengel van drie meter met een werpmolen, een makreeldobber of bolle dobber, natuurlijk aas, wat haakjes en klaar ben je!

5 geep opties
Een fraaie dobberstek voor het hele gezin.

Gepen zwemmen hun rondjes doorgaans erg ondiep. Om die reden maak ik mijn onderlijnen nooit langer dan een meter. Deze onderlijnen maak ik van 30/00 nylon en een langstelige haak in maat 2. Beazen kan met zagers, garnalen en/of stukjes vis. In de diepvries van de supermarkt vind je waarschijnlijk al genoeg aassoorten die gepen zeker niet links laten liggen! Wel is het handig om een kleine koelbox mee te nemen zodat het aas vers blijft. 

LEES OOK : vissen op geep

METHODE 5 – Strandhengel

De tweede ‘relaxmanier’ waarmee je geep kunt vangen en tegelijkertijd kunt relaxen in de zon is met strandhengels en natuurlijk aas. Wel moet je een paar extra items meenemen; een driepoot om de hengel tegen af te steunen en een kistje met wat onderlijnen en lood. Dat is alles!

Het is wel belangrijk dat het haakaas op een maximale diepte van 1 meter wordt aangeboden, dieper komen gepen in de zomer nauwelijks. Dit kun je gemakkelijk doen door drijvende kralen op je onderlijn te gebruiken. Als aas gebruik je het best een reepje vis, zagers of garnalen.

5 geep opties
Garnaal of makreel of allebei, het kan allemaal werken.

Het is dan natuurlijk wel belangrijk dat het haakaas niet te zwaar weegt, anders zou het geheel alsnog kunnen zinken. Om te checken kun je voor de zekerheid natuurlijk even de montage in het water voor je voeten laten zakken. Zo weet je snel genoeg of de kraal nog blijft drijven, of niet! Als je bang bent dat het zachte haakaas misschien niet blijft zitten dan kun je ervoor kiezen om het met baitelastiek te zekeren. Je aas simpelweg een paar keer omwikkelen met dit elastiek is genoeg, dan blijft het wel zitten! Op rustige dagen kun je deze visserij zelfs met je karper- of zware feederhengels doen. Echt een aanrader!

5 geep opties

Veelzijdig en spectaculair, met licht materiaal het meest plezier!

Wat is een geep? Hoe groot wordt geep? Wanneer paait geep? Hoe oud wordt geep?

Uiterlijk: Een langgerekt smal lichaam met sikkelvormige rug- en anaalvin kort voor de staartvin. Aan het uiteinde van zijn spitse kop vind je een langwerpige snavel die gevuld is met kleine, maar erg scherpe tandjes! Opmerkelijk: deze vissen hebben groene graten!
Afmetingen: Geep wordt maximaal 100 cm lang en weegt dan 1,5 kilo. De meeste exemplaren zijn 70-80 centimeter.
Leeftijd: Maximaal zes jaar.
Paaitijd: Mei tot juli.
Diepte: Gepen zwemmen op half water rond in scholen, in de zomer hoog in het water op maximaal een meter diepte.

LEES OOK : vissen op geep

 

 

 

 


 

Met welke spullen win je wedstrijden?

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakken hij en zijn teamleden dit aan, in de breedste zin van het woord? In deel 2: Met welke spullen vis en win je wedstrijden?

 

Vaak wordt er vanuit gegaan dat iemand die de duurste spullen heeft ook de meeste wedstrijden zal winnen. Dit is totaal onwaar. Het is belangrijk dat je weet hoe je je spullen moet gebruiken, hoe je ze op de juiste manier inzet. Wel zijn er een aantal belangrijke dingen waar je aan moet denken.

Sensas eric vis winnen
Degene met de duurste spullen is niet per se de beste visser!

 

Win op zitcomfort

Voor een wedstrijdvisser is het erg belangrijk om goed te zitten. De juiste viskist kan je extra vis opleveren. Wanneer je goed zit, zul je je meer op je visserij kunnen concentreren dan wanneer je niet op de juiste hoogte zit, of scheef zit etc. Daarom is de juiste kist zo belangrijk en deze is ook uitgerust met waterpasjes, zodat je altijd recht zit. Heel vaak zie ik vissers opstaan na of zelfs tijdens een wedstrijd en dan klagen ze over pijn aan hun rug of nek.  Dit betekent simpelweg dat je kist niet juist staat.

Viskist winnen
Als je dankzij zo’n waterpas comfortabeler zit, vis je ook met meer concentratie en meer plezier. Dit komt de vangsten alleen maar ten goede.

 

Netjes met de hengel omgaan

De hengel moet goed zijn. Dit is de grootste uitgavepost in het wedstrijdvissen, maar wanneer je netjes met je hengels omgaat, kan deze jarenlang meegaan. Dit is wel iets waar ikzelf nooit op bezuinigd heb, het is namelijk het belangrijkste gereedschap waarmee je je vis vangt.

Sensas topsets winnen
Een paar topsets is vaak al meer dan genoeg!

Maar is het dan nodig om een hengel te hebben met tien extra topsets? Nee, dat is niet perse nodig. Het juiste gebruik van je topsets is veel belangrijker. En daar komt het weer aan op trainen. Als je uitgevonden hebt in de training welke tuigen het beste zijn, dan gebruik je die. Vaak zie je vissers die wel tien extra topsets hebben liggen, dat ze er toch maar twee of drie gebruiken. Belangrijk is het om te kiezen voor een hengel waarvan de topsets op alle series passen, zodat je altijd topsets kunt bijkopen en als je ooit een nieuwe hengel aanschaft, je topsets weer passen op die hengel.

 

Goed voer en vers aas

Wat je in het water gooit moet wel van de beste kwaliteit zijn. Het beste voer, het beste aas. Daar kun je een enorm verschil op maken. Goed voer; voor de wedstrijdvissers op de natuurlijke wateren ons Sensas 3000 en ons Mondial assortiment. Voor de commercial vissers is ons IM7 assortiment gemaakt, daar win je wedstrijden mee.

Grondvoer IM7 winnen
Het Sensas IM7 is speciaal ontwikkeld voor de vijvervisserij.
Sensas testen winnen
Maar ook verse maden, casters en wormen zijn enorm belangrijk!

 

In de volgende tips & tricks gaan we dieper in op het trainen.

 

Eric van Otterloo

Ready to paste? Alles over het vissen met deeg (deel 2)

Deegvissen

BART DE CRÉE & HENDRIK VANDENBERGHE – Hoe je het best van start kunt gaan met een smeltend deegje, kreeg je in deel 1 reeds mee. Daarin werd vooral uitgelegd hoe belangrijk iedere component van je lijnopzet is en hoe je met al deze componenten samen een doordachte, vangende combo krijgt. Het deegvissen zelf vraagt, naast het juiste materiaal, ook wel wat oefening en ook hier zijn er best een paar tips en tricks om net dat visje meer te kunnen vangen.

Eerlijk is eerlijk, de meeste ‘deegvissers’ zweren bij home made stuff. Mixen die ze zelf samenstellen en zelfs gaandeweg het visseizoen bijsturen. Vaak klagen ze steen en been wanneer hun favoriete korrel opeens van samenstelling veranderd lijkt te zijn en hun ‘bol’ ook opeens een ander effect krijgt. Deegtovenaars met een pelletvoorraad van 100 kg, ze zijn geen uitzondering. Een aanzet voor een goed self made deegje, gaven we je vorige keer alvast.

3 mixen op de korrel

Nu geen nood, mocht je geen chef pâte zijn. In de handel zie je dezer dagen rekken vol ready pastes in alle geuren, kleuren en smaken. Wij namen drie mixen op de korrel en onderwierpen ze aan een praktijktest op de vijver van de Dominovissers te Waasmunster. Een (voorlopig nog) relatief ondiepe vijver waar het visbestand slechts sinds dit jaar deeg voor de kiezen krijgt. De drie fabrieksmengsels hebben alvast gemeen dat je 1 deel mix met 1 deel water mengt. Eénduidig en éénvoudig, maar toch nog zo veelzijdig.

Omdat het in het najaar geen vanzelfsprekendheid meer is dat je op om het even welke plek op een vijver je vis trekt, werd er ingezet op meerdere visplekjes. Eigenlijk komt het er op neer om te vissen waar de vis zit. Een plekje op 10 meter, een plaats kort onder de eigen kant en een plek met een lange aanslag op 15 meter moest het ons mogelijk maken om de verschillende ready pastes onderling objectief te kunnen vergelijken. Een belangrijk aspect dat we echter nog moesten verduidelijken is hoe je de dobber te water dient te laten.

Penplacement

Een pole pot geniet veruit de voorkeur om het deeg op je stek te krijgen wanneer er onder de top gevist wordt. Wel niet vergeten je hengelcup naar de juiste kant te draaien zodat je je lijn niet rond de top draait. Als je pen goed staat uitgelood, priemt er enkel een fractie van de bovenantenne boven het wateroppervlak uit. Dit wordt gedaan zodat je duidelijk kunt zien wanneer het deeg van de haak is ‘afgesmolten’. Dan rijst je dobber plots een stuk hoger het water uit. Komt je dobber helemaal niet boven na de inzet? Dan mag je iets verdiepen.

Deegvissen
Staat je pen zo hoog dat het lijkt dat er geen bol deeg aan de haak zit? Dan lig je te diep.
Deegvissen
Trek de hengel dan schuin naar achteren.
Deegvissen
Het deeg blijft liggen, maar de lijn loopt nu schuiner en de pen staat  .

Staat je pen na de deegdrop zo hoog zodat het lijkt dat er geen bol deeg aan de haak zit? Dan lig je te diep. In beide gevallen hoef je niet meteen je hengel weer achteruit te werpen. Je kunt je antenne wat dieper in het water laten zakken door schuin met je hengel te trekken. Je deeg blijft liggen en je maakt dat je lijn schuin meer centimeters aflegt. Bij je gezonken dobber kun je nog proberen om heel voorzichtig je deeg wat op te tillen en iets te verplaatsen. Vaak is een visplek op een karpervijver geen biljarttafel en ligt je deeg misschien net in dat iets diepere putje. Zo kun je in beide ‘net niet gevallen’ nog proberen een beet uit je deeginzet te trekken, alvorens bij te schuiven.

Lijnclip

Je hengeldiepte is wel iets wat je continu in de gaten zult moeten houden tijdens het vissen. Op een vijver met wat slib verandert de gedekte tafel snel van een plat bord naar een soepbord door de azende vissen! Houd zoveel als mogelijk je lijnopslag van het wateroppervlak. Dit om ervoor te zorgen dat je niet te laat komt wanneer een karper je haak naar binnen zuigt.

Staat er weinig wind, dan plaatsen wij het extra silicoontje op de bovenantenne helemaal op het uiteinde. Dit houdt de draad sowieso al in een boogje weg van de waterspiegel. Staat er een flinke bries, dan zullen de rukwinden er echter voor zorgen dat je je deeg zelf van de haak trekt. Houd bij winderig weer dus beter het tweede silicoontje op de bovenantenne ook tegen het dobberlichaam.Vis je met een lange opslag, dan blijft het silicoontje sowieso beneden en ligt je deeg ietsje verder op de bodem dan wanneer je net onder de top aan de slag zou gaan. Een lijnclip op de hengel om je deeg even achter te hangen, is echt wel handig. Raakt je deeg immers al het water voor je je zwaai inzet, dan zul je niet vaak met een beaasde haak op je verre stek geraken. Strek je wat uit wanneer je ingooit en probeer het deeg zo licht mogelijk te water te laten. Vermijd met andere woorden een luide plons om schuwe vissen weg te jagen. Vervolgens trek je je dobber wat dieper het water in door je hengel net zo ver achteruit te brengen tot je antenne scherp genoeg staat.

To the test

We zitten alleen aan het water, dus zetten we onder de kant (links en rechts) en op de 10 meter-stek meteen een volle cup korrels. Bij een wedstrijd ga je best iets minder voortvarend van start, maar nu zien we al snel belletjes op twee van de drie stekken (de linker stek laten ze koeltjes links liggen). Het duurt niet lang vooraleer de eerste ruiter zich laat verschalken en op de foto gaat.

Deegvissen
De eerste ruiter gaat op de foto.

Voortdurend wordt er afgewisseld tussen de verschillende deegmixen en de meerdere stekken. Beet genoeg en misschien net teveel om een duidelijk verschil te kunnen zien, getuige de mooie visjes die hongerig op al wat deeg is vliegen. Hoewel, het is snel duidelijk dat het rode deeg niet zo snel van de haak lost en minder snel vis binnen brengt.

Deegvissen
Diverse mixen om uit te testen.

Daarentegen is dit bolletje vele malen efficiënter op de plek veruit. Daar waar de andere twee deegmixen vaak al opgelost zijn nog voor er een vis de haak heeft kunnen binnenhappen, geeft het lookdeeg de zwemmers beduidend meer bedenktijd op 15 meter. De druk die je op het deeg zet, door je dobber scherp te trekken via de draad, speelt ongetwijfeld mee.

Deegvissen
Ook van de verdere plekken komt vis.

Onder de hengeltop op 10 meter onderscheiden de Sensas- en Sonubaitsdeegjes zich dan weer duidelijk van het Fun Fishingdeeg. Op de gebruikelijke visafstand hier op de vijver opteren de vissen resoluut voor de snel afbrokkelende deegmixen. Er komt wel vis aan de haak met het ‘veerkrachtig’ deeg, maar veel trager en bovendien ook niet groter.

Deegvissen
Belletjes van azende vis op een plekje onder de kant.

Een mooi contrast met de kantstek. Daar lijken de vissen vandaag niet zo kieskeurig en hoeven ze blijkbaar geen snel smelteffect. De snelle, typische ‘bolbeten’ blijven deels achterwege en maken al plaats voor zachte ‘wegzakkers’ van de dobber. Een teken dat de herfst, net als het ‘deegseizoen’ op zijn laatste benen loopt. Niettemin nog voldoende vrijwilligers om ons strijd te geven.

De geteste fabrieksmixen

  • Sonubaits – Natural: Een mooi sponsig deeg dat wel iets fijner gemalen mocht zijn. De kleur verandert nagenoeg niet wanneer je het deeg nat maakt en de 30 minuten wachttijd die worden aangeraden zijn ruimschoots voldoende. Brokkelt heel mooi af.
  • Fun Fishing – Red Garlic: Gaat vlot door de fijne zeef, al lijken er hier en daar nog een paar halve pellets in te zitten. Niet voor mensen met een zwakke maag, want de lookgeur is duidelijk aanwezig. Heeft z’n tijd nodig, dus gun het de tijd om wat te rusten nadat je het hebt aangemaakt. Veert redelijk terug en brokkelt niet zo snel af, wat het een ideaal deeg maakt om met een lange lijn te vissen.
  • Sensas – Carp IM7: Nieuwe generatie deeg van de Franse gigant. Mooi bruin deegje met interessant wolkje wanneer het afbrokkelt. Nog in testfase, dus mocht het nog bijgestuurd worden zal het alleen nog beter worden.

Ready mix tips

  • Net als in een eigen mix, wil je geen harde stukjes korrel meer. Het pak openen en nog even door een fijne zeef halen alvorens het nat te maken kan geen kwaad.
  • Let er op dat je deeg de vis vangt en niet de visser. Al die verscheidenheid aan kleuren en smaken maakt het niet simpel om door het bos de bomen nog te zien. Keep it simple! Een ‘natureldeeg’ kun je aan het water alsnog een flavour of kleur geven.
  • Vist iedereen met dezelfde mix? Waarom je deeg niet aanmaken met een (deel) liquid flavour of een scheut (vis)olie om je te onderscheiden van het pak. Wel even bekijken of je mix nog hetzelfde reageert.
  • Kijk verder dan de gebruiksaanwijzing van een one2one (1 deel ready paste + 1 deel water). Durf het ook droger en overnat te gebruiken.

Karper tussen het riet

Karper riet

Doe ik dit. MARK FEKKES – Karper zoekt plekken op waar ze kunnen rusten en zich veilig voelen, ongeacht het watertype. In deel 1 beschreef ik mijn aanpak in en tussen waterpest. In deel 2 kijk ik naar kleinschaliger, ondiep water, waar rietkragen vaak de hotspots zijn.

 

Voerstekjes maken

Wanneer ik bij het riet aankom leg ik voorzichtig mijn karpernet over het riet. Hierdoor buigen de stengels wat naar voren. Ik heb zo goed zicht op de stek en maak het riet niet kapot. Wanneer ik een aantal plekjes heb gevonden waarvan ik denk dat ik de vis goed uit het riet kan loodsen, dan maak ik daar een voerstekje. Meestal maak ik in een rietkraag van 20 meter ongeveer 3 voerplekjes. Op de middelste voerplek begin ik met vissen. Ik kan vanuit deze positie de andere plekken in de gaten houden. Wanneer karper gearriveerd is zie je de rietstengels vanzelf wel bewegen.

Karper riet
Het landingsnet duwt het riet zachtjes naar beneden. De snoei- of heggenschaar komt er niet aan te pas.

 

De karper uit het riet sturen

De meeste vissen zullen na het zetten van de haak vluchten in de tegenovergestelde richting. Ik zet daarom meteen de slip behoorlijk los, zodat de vis lijn kan pakken. Ik blijf echter wel genoeg druk uitoefenen om de vis te laten merken dat ik hem naar mij toe wil trekken. In de meeste gevallen zal de karper van mij af willen zwemmen, dus uit het riet richting het open water. Wanneer hij zich bedenkt en een andere route wil nemen, dan kan ik tijdelijk mijn hand op de spoel houden en extra druk uitoefenen. Vaak werkt dit goed en zwemt de vis weer richting het open water.

 

Tussen de stengels

Wanneer ik middenin het riet vis, dan pak ik wederom een strakke, lange hengel met een gevlochten hoofdlijn. De lijn mag dikker zijn dan wanneer ik in waterpest vis; ik pak in dit geval een lijn van 17/00 in een groene of bruine kleur. De lange hengel gebruik ik om de lijn zo hoog mogelijk te kunnen houden, waardoor er zo min mogelijk lijn in het water ligt en de vis zich moeilijk kan vastzwemmen in het riet. Wanneer de vis het riet uit is, laat ik hem een aantal meters lijn pakken en loop daarna met de hengel hoog houdend met de slip helemaal los richting het einde van de rietkraag. Vanuit deze positie zet ik de slip strakker en dril de vis naar mij toe.

 

Over de rietkraag vissen

Wanneer de rietkraag niet zo breed is, ongeveer 1 tot 2 meter, dan kun je er met een lange 3,9 meter hengel prima overheen vissen. Ik gebruik dan wederom mijn landingsnet, wanneer nodig, om meer zicht op mijn dobber te krijgen. Als ik een vis haak en bij een dichte rietkraag waar de vis moeilijk in kan duiken, dan zet ik meteen veel kracht en dril ik de vis langs de rietkraag. Tijdens het drillen stuur ik de vis naar een stuk waar ik hem kan scheppen. Is het een rietkraag met een open structuur, dan laat ik de vis in het begin weer veel lijn nemen en dril deze zoals ik eerder heb beschreven.

 

Met het pennetje Engelse stijl

Karper riet

In het riet vis ik altijd met een pennetje op de ‘Engels manier’. Dat houdt in:

  • Het onderste oogje klem ik vast met twee loodjes. De dobber zo uitloden dat deze net boven water staat wanneer het aas op de bodem ligt.
  • De vis zwemt op mijn compacte voerplek niet veel heen en weer. Pakt de vis het aas, dan zal hij meestal op dezelfde plek blijven liggen of een paar centimeter opschuiven om het volgende stukje voer te bemachtigen.
  • Je ziet dus niet veel beweging van de dobber zien en al helemaal niet wanneer een gedeelte van de lijn nog plat op de bodem ligt.

Vanaf de overkant

Wanneer ik vanaf de overkant tegen het riet vis gebruik ik een zware set-up: 20 kg gevlochten lijn, met als laatste meter een dikke nylon shockleader van 45/00. Als haak gebruik ik een dikke, stevige, grote karperhaak met brede bocht in maat 2, een model klauwhaak. Het is essentieel om een sterke, maar erg flexibele hengel met een stevige werpmolen te gebruiken! Een aanrader is de Ugly Stick van Shakespeare in de klasse 12 tot 30 lb met een lengte van 2,40 meter. Deze hengel is erg zacht, waardoor hij de klappen van de vis goed weet op te vangen en tevens zo goed als onbreekbaar is. Ik kan er dus enorm veel druk mee uitoefenen op de vis om deze bij het riet weg te houden.

Karper riet
Bestaat er een spannendere visserij dan zo ‘op zicht’ tegen het riet de vis besluipen?

Wanneer ik een grote karper haak die het riet in wil, dan doe ik dit. Ik zal de slip dichtzetten en door middel van langzaam achteruit lopen de vis bij het riet wegtrekken. In de eerste minuut kun je bij een grote vis nauwelijks lijn op je molen draaien. De vis probeert uit volle macht het riet in te gaan. Het is dan beter om onder maximale druk langzaam achteruit te lopen en zo de vis bij het riet weg te trekken. Nadat de vis op een veilige afstand is, kun je de slip losser zetten en de karper normaal drillen. Het volgende is erg belangrijk!

 

EXTRA BELANGRIJK!

Gebruik deze techniek alleen met een klauwhaak en een zachte, parabolische hengel. Deze kan de klappen van de vis opvangen, anders scheurt de haak uit en trek je de bek van de vis kapot! Helaas zie ik op een aantal vijvers bij mij in de buurt maar al te vaak jongeren die met een verkeerde combinatie van hengel, lijn en haak vissen. Riet en planten zijn plekken waar karpers veel vertoeven, met het nodige beleid en gezond verstand kun je hier prima vissen. Er zijn ook situaties waarbij je dit soort stekken links moet laten liggen.

Karper riet
Bij riet pas ik een aantal technieken toe. Zo vis ik middenin het riet of er tegen aan. Dat laatste kan door er vanaf de rietoever net overheen te vissen. Je kunt ook vanaf de overkant je haakaas er tegenaan plaatsen.

Lees ook:

[irp posts=”3878″ name=”Beet Missie: struinen op karper met Boudewijn Margadant”]

[irp posts=”5377″ name=”5X alternatief aas voor karper”]

[irp posts=”8166″ name=”Stalken vs statisch”]

Karper in de waterpest

karper waterpest

MARK FEKKES – Karper zoekt plekken op waar ze kunnen rusten en zich veilig voelen, ongeacht het watertype. Op groot, diep water zijn dit vaak kuilen, een talud of obstakels zoals bruggen en sluizen. Op kleinschaliger, ondiep water zijn rietkragen en andere waterplanten vaak de hotspots, die ieder om hun eigen aanpak vragen. In dit deel 1 richt ik me tot karpervissen in de waterpest.

 

Steeds meer waterpest

Door schoner water kom je op steeds meer kleine (stads)wateren waterpest tegen; dit vraagt om een aangepaste aanpak. Omdat ik middenin en tussen de waterpest vis gebruik ik een zo klein mogelijk dobbertje. Met een dobber kun je namelijk zien of het haakaas op de bodem ligt of in waterpest blijft hangen. Alhoewel ik in een gaatje tussen de waterpest vis, kun je met andere technieken zoals free-lining of een vastloodsysteem, vaak niet goed beoordelen of het haakaas op de bodem dan wel in de planten ligt.

karper waterpest
Op steeds meer wateren kom je waterpest en andere planten tegen.

 

Planten laten ruimen

Wanneer het water zo dicht is gegroeid dat er geen open plekjes te vinden zijn, kun je de vissen de planten laten opruimen. Dit doe je door een voerstek met klein aas aan te leggen, bijvoorbeeld van maïs of kikkererwten. De azende vis zal tussen de planten en ook in de bodem gaan wroeten, met als gevolg dat de stengels breken en de wortels loslaten. Zo ontstaat er na een aantal dagen vanzelf een open plek. Als er geen open plek is ontstaan kun en hoef je er ook niet te gaan vissen; kennelijk wil karper op die plek niet eten.

karper waterpest
Je kunt er ook altijd met een korst vissen.

 

Hoe dril je tussen de planten?

Wanneer ik tussen waterpest een karper haak, dan houd ik meteen de hengel hoog en zet veel spanning op de lijn. De lange, strakke hengel zorgt ervoor dat je sneller met de hengeltop boven de vis zit, waardoor je minder lijn in het water hebt en er minder waterpest aan de lijn kan komen. Met een korte, zachte hengel heb je een lagere hoek ten opzichte van de vis: er ligt dus meer lijn in het water. Dat geeft meer problemen tijdens het drillen en zal tot meer verspeelde karpers leiden.

karper waterpest

Dit materiaal gebruik ik

Hengel: Fox Extreme 3 lb van 13 ft – 390 cm
Lijn: groen gekleurde 10/00 tot 12/00 mm gevlochten lijn
Daarom:

  • Door de groene kleur valt de lijn niet op tussen het groene waterpest.
  • Een dunne lijn pakt minder snel waterpest dan een lijn.
  • Een gevlochten lijn snijdt makkelijker door de planten dan een nylon lijn.
  • Hoe dunner de lijn, des te gemakkelijker deze op spanning te houden is en hoe minder er een bocht in de lijn ontstaat waar waterpest aan kan blijven hangen.
  • Een gevlochten lijn blijft vaak drijven, een nylon lijn niet.

 

LEES IN DEEL 2 HOE IK KARPER VANG IN HET RIET, KLIK HIER!

Het complete voerkorven overzicht

JAN VAN SCHENDEL – Voerkorven hebben als voordeel dat je haakaas altijd in de nabijheid van voer kunt presenteren. Het is inmiddels 38 jaar geleden dat er in Nederland voor het eerst met zogenaamde feederhengels werd gevist. In die tussenliggende periode zijn er veel verschillende type korven ontworpen. We zetten de belangrijkste op een rij.

1. TRADITIONELE GAASKORF

De gaaskorven met het lood aan de zijkant waren de eerste voerkorven die verkrijgbaar waren. Waarschijnlijk is dit nog steeds het meest gebruikte type korf. Ze zijn effectief op werkelijk ieder soort viswater. Omdat er vanwege het gaasprofiel overal openingen zitten komt het lokvoer perfect los uit de korf en dat is normaal gesproken ideaal. Je moet wel opletten dat het lokvoer pas op de stek uit de voerkorf komt, op de bodem dus. De grootste fout die bij het feedervissen wordt gemaakt is dat het voer te snel uit de korf komt, of juist helemaal niet. In beide gevallen is dat funest, omdat je in het eerste geval de vissen naar de verkeerde plaats lokt en in het tweede geval je helemaal geen vissen aanlokt.

2. SPEEDKORF

Een speedkorf is een voerkorf waarbij het werpgewicht niet aan de zijkant zit, maar aan de onderkant. Vaak hangt dit middels staaldraad ‘los’ van de korf. Tijdens de vlucht van de voerkorf naar de visplek positioneert het lood zich naar voren; zo krijg je een maximaal ‘dart-effect’. Dit soort korven zijn perfect bij het vissen op grote visafstanden en dat is iets wat tijdens viswedstrijden nogal eens wil gebeuren. Ook bij veel wind zijn deze korven vaak ideaal. Vooral bij zijwind kan er tijdens de worp een bocht in de lijn waaien. Bereik je de lijnclip met zo’n bocht in de lijn, dan wordt de korf vaak met de bocht meegetrokken. Het resultaat: je vist niet nauwkeurig genoeg op de visstek. Hoe meer wind er staat, des te lastiger dat probleem kan zijn.

“Bij het feedervissen staat en valt alles bij precisie”

Je wilt dat de korf elke keer op dezelfde vierkante meter op de bodem valt. Hoe zuiverder en preciezer die plek wordt bereikt, des te groter de kans op succes. Zo simpel is het. Het is logisch dat naast de ‘standaard voerkorf’, de speedkorven de meest gebruikte korven zijn. Een nadeel van dit soort korven is dat ze werkelijk ieder obstakel onder water ‘vinden’, waardoor gehaakte vissen gemakkelijk vast kunnen raken. Vooral wanneer het vlakbij de oever ondiep is of wanneer er stenen liggen, kan dit grote problemen geven.

3. VOERKORF MET LOOD AAN DE ONDERKANT

Dit type korven zijn zowel in gaas als in plastic verkrijgbaar. Ze werden ontwikkeld om zuiver te kunnen werpen, bijvoorbeeld met zijwind. Dit soort korven worden vaak gebruikt bij normale visafstanden en met relatief lage werpgewichten. Ik kan heel goed de populariteit begrijpen en ik gebruik ze dan ook heel vaak. Wanneer je een zelfde gewicht standaard voerkorf vergelijkt met dit type, dan bereik je met de voerkorf met lood aan de onderzijde echt veel gemakkelijker de stek. Dat is gewoon een feit. En het belang van dat zuiver vissen, dus steeds op dezelfde stek werpen, kan ik nooit genoeg benadrukken. Dat kleine beetje voer dat je gebruikt moet zoveel mogelijk op dezelfde plek belanden.

4. PLASTIC VOERKORF

Plastic korven zijn in vergelijking met gaaskorven meer dicht, er zijn ook modellen die zelfs helemaal dicht zijn. Bij het vissen op diepe en/of stromende wateren kan het voer soms te snel uit de voerkorf komen wanneer je gaaskorven gebruikt. Het gebruik van plastic korven is dan ook echt aan te bevelen wanneer je dit soort visomstandigheden tegen komt. Liever ondervind ik een keer na het binnen draaien dat een gedeelte van het voer nog in de korf zit, dan dat het te snel uit de korf is gekomen. Zodra ik de minste twijfel hierover heb gebruik ik plastic korven. Ook voldoen deze korven prima wanneer je heel veel los aas wilt meevoeren, zoals geknipte wormen. Een hele goede manier is om simpelweg de korf te vullen met geknipte wormen en dan aan beide zijden de korf ‘af te toppen’ met lokvoer, waardoor het aas opgesloten zit en pas op de bodem uit de korf zal komen.

5. VOERKORF MET ANKER

Korven met ankers heb je zowel in gaas als in plastic. De ankers zorgen ervoor dat je bij een visserij op stromende wateren met minder gewicht kunt vissen en dat kan soms echt heel belangrijk zijn. Veel van onze rivieren en andere stromende wateren hebben stenen oevers. Je kunt heel gemakkelijk in die stenen vast komen te zitten. Vanwege de sterke stroming ben je echter genoodzaakt om veel gewicht te gebruiken; anders blijft de korf niet stil liggen op de visplek. Hoe meer gewicht je gebruikt, des te gemakkelijker je vast raakt in de stenen. Door korven met ankertjes te gebruiken kun je simpelweg vissen met minder gewicht en dat is soms van vitaal belang. Zonder ankers verspeel je veel vis, met ankers verspeel je er geen een.

6. MADENKORF

Wij gebruiken ze niet zo vaak, terwijl in andere landen ze soms met stip op nummer 1 staan. Dat heeft allemaal te maken met de beviste vissoorten. Bij ons is het vooral om brasems te doen. In het buitenland gaat het vaak om barbeel, kopvoorn, winde en karpers. Stuk voor stuk vissen die bijzonder geïnteresseerd zijn in maden en soms moeten er veel worden gevoerd. Deze korven zijn bijna altijd van plastic en hebben aan weerszijden een kapje dat de maden opsluit. Soms zijn de gaatjes bij deze korven aan de kleine kant, waardoor deze maar moeilijk uit de korf kunnen kruipen. Met een klein schaartje de openingen vergroten of er twee met elkaar verbinden is meestal een simpele een perfecte oplossing.

7. WINDOW VOERKORF

Dit zijn afgesloten voerkorven waarbij alleen aan de zijkant een opening is gemaakt. Ook deze korven zijn bijna altijd van plastic. Bob Nudd was de bedenker van deze korf. Bob vist zijn meeste wedstrijden tegenwoordig in Ierland. Bijna altijd is er veel vis te vangen en vaak komt hij een visserij tegen waarbij hij op grote afstanden uit de oever moet vissen. Als er veel vis zit, dan moet er vaak veel aas worden gevoerd. Daarvoor zijn deze korven ideaal. Je vult simpelweg de gehele korf met los aas en sluit alles af door een klein beetje lokvoer aan de zijkant in de opening te drukken. Het gewicht zit aan de onderkant en ze werpen werkelijk perfect. Ze snijden beter door de eventuele zijwind dan welk type korf dan ook en je kunt er visafstanden mee bereiken tot wel 100 meter. Een andere goede eigenschap is dat ze bij het binnen draaien heel gemakkelijk omhoog komen, waardoor je ze beter over eventuele richels en taluds kunt vissen. Hiermee beperk je het aantal verspeelde vissen tot een minimum.

8. METHOD VOERKORVEN

In België en Nederland heeft de karpervisserij op visrijke visvijvers (zogenaamde commercials) zijn intrede gedaan. Sterker nog, deze visserij begint (in Nederland) erg populair te worden, in België was dat al langer het geval. Karpers zijn op veel verschillende manieren te bevissen, maar de meest effectieve visserij is waarschijnlijk de method. Je vist vaak pal tegen een oever aan de overzijde of bevist stekken met struiken. Karpers zijn gulzige azers maar ook hele slimme vissen. Met behulp van een method feeder en een bijbehorend ‘malletje’, dat ervoor zorgt dat het lokvoer in (of beter om) de method feeder wordt gedrukt, kun je ze perfect bevissen.

“Het systeem is super simpel”

Je gebruikt uitsluitend voer of pellets, dus geen los aas, behalve het haakaas. Dat aas wordt met het beschreven malletje in het voer gedrukt. Het belangrijkste aspect van deze visserij is dat de korf op de bodem absoluut moet blijven liggen. Het voer is namelijk vaak licht en komt snel los van de korf. Bijna altijd vis je ook in (erg) ondiep water. De karpers bemerken het voer, vinden het (grootste) haakaas, zuigen dat onmiddellijk naar binnen en haken zichzelf dankzij de korte onderlijn. De gebruikte onderlijnen zijn vaak maar 10 cm lang. Echt een super effectieve vismanier.

9. PELLET VOERKORF

Pellet feeders zijn wat betreft het principe en de werking hetzelfde te omschrijven als method feeders. Alleen zijn deze specifiek ontworpen voor pellets. Vaak is de pellet feeder de beste vismanier wanneer er echt veel karpers aanwezig zijn op de visplek. Je drukt simpelweg voorzichtig de pellets in de voerkorf met het haakaas ertussen. Daar waar de voerkorf de bodem bereikt, moet deze blijven liggen. Maak je dus vooral niet teveel zorgen over het al te precies aanspannen van de lijn tussen korf en hengeltop. De vissen haken zichzelf en de meeste aanbeten zijn een poging om de hengel het water in te trekken.

[irp posts=”14020″ name=”Method Feeder of Bombs?”]

[irp posts=”1475″ name=”Feedervissen met Jan Willem Nijkamp”]

Op zoek naar Skrei vanuit Ålesund, Noorwegen

Skrei Alesund

MARTIJN DEKKERS – Het is al enige tijd geleden dat ik een echt grote kabeljauw heb weten te vangen. En met echt groot bedoel ik dan een kabeljauw van 10 kg+. In de tijd dat ik twintiger was, kwamen we deze nog gewoon tegen op de wrakken die we vanuit onze eigen kust konden bereiken, zeker in de maanden januari en februari had je hier een goede kans op. Deze tijden zijn helaas voorbij en voor een echt grote kabeljauw of ‘skrei’, dien je nu naar het noorden van Europa af te reizen.

Tijdens een sessie in de Europoort ontmoet ik Roel, mijn eerste twee worpen lagen direct over zijn lijn met lijnbreuk als gevolg. Hij bleef rustig en vriendelijk, we raakten aan de praat. Later dat jaar nam hij deel aan een van mijn workshops haaivissen vanaf de boot. Het klikte prima en na het vangen van de grootste haai van het jaar gaf hij aan nog grotere vissen te willen vangen, een reisje naar het buitenland in zijn uppie zag hij echter niet zo zitten. We zouden dus samen op pad gaan, we delen tenslotte dezelfde hobby, dus waarom niet!

Grote kabeljauw zag Roel ook wel zitten, we gaan vissen op skrei! Skrei betekent letterlijk zwerver. Skrei zijn paairijpe kabeljauwen die in het voorjaar elkaar opzoeken en voor de paai. Dat doen ze langs de Noorse kust en in de fjorden. Deze skrei kan erg groot en zwaar worden, 10, 15, 20, 25, 30 kg, the sky is the limit… Er worden zelfs kabeljauwen gevangen van meer dan 40 kg en in de netten van Noorse beroepsvissers zijn zelfs al 50 kg+ exemplaren gevangen. Dit gewicht bereiken ze omdat ze propvol met kuit zitten, de echt dikke zijn dan ook altijd de vrouwtjes.

Topspul

Ondanks ik al jaren droom van een grote kabeljauw lijkt me een week skrei vissen net iets te veel van het goede. Het is immers behoorlijk pittig om grote kabeljauwen van 100 meter diepte naar boven te halen. We vinden de oplossing bij Visreis.nl. In samenwerking met The Sport Fishing Company organiseren zij skreitochten vanuit Ålesund. Ålesund ligt nog redelijk zuidelijk in Noorwegen, in twee uurtjes vliegen ben je er! Nick, schipper van de Wahoo, vaart dit jaar voor het tweede jaar naar Ålesund en ligt daar direct aan het hotel in de haven. Er kan gekozen worden te vissen in Noorwegen voor een weekend, midweek of gehele week, vrijdag is de rustdag.

skrei Alesund
De Wahoo is voor de tweede keer in Ålesund.

Na een vlotte vliegreis en een korte rit met de taxi stappen we uit bij het hotel. Na het inchecken gaan we even kijken op de boot. De Wahoo, die normaliter vaart vanuit IJmuiden, staat bekend als een prima boot met een gedreven schipper. En ja, het is niet de goedkoopste boot om op te stappen of af te huren, maar er wordt dan ook niet gekeken op een uurtje langer vissen of een mijltje verder varen, Nick doet er alles aan om zijn klanten een mooie dag te bezorgen. Hier in Ålesund is dat niet anders! Het eerste dat me opvalt is het materiaal dat aan boord staat. De huurhengels en -molens liegen er niet om, allemaal topspul.

We zitten hier redelijk zuidelijk voor de skrei, we weten dat je noordelijker gemiddeld wat grotere vissen vangt. Maar dat hier ook grote exemplaren rond zwemmen bleek afgelopen jaar, de grootste aan boord van de Wahoo woog maar liefst 28 kg! Roel is niet echt bezig met de grootte van de vissen, hij is vooral op zoek naar een avontuur en wil gewoon lekker vis vangen, een prima uitgangspunt voor een mooie trip natuurlijk. Ik ben wel op zoek naar die ene grote vis, daar heb ik me dan ook volledig op voorbereid.

Bruut opgeslokt

Na een niet al te beste nachtrust stappen we met tien man om 8:30 uur aan boord, klaar voor avontuur. Er staat een behoorlijke mengelmoes aan boord, tandarts, schilder, huurbaas, communicatie-expert, het staat er allemaal. Ook de ervaring loopt uiteen. Sommige gaan jaarlijks op visvakantie, anderen vissen enkel wat in Nederland en we hebben er zelfs bij die maar twee keer per jaar vissen, maar dit avontuur gewoon een keer willen mee maken. Een gezellig ‘ploegje’ dus.

Na een paar minuten varen komen we aan op de eerste stek. 100 meter diep en vijftien meter boven de bodem ligt volop aasvis. De paar grote symbolen geven aan dat er grote rovers onder liggen. Links en rechts van me schieten de pilkers de diepte in. Zelf kies ik voor een shad. Deze leveren doorgaans wat grotere vissen op en die visserij bevalt me ook veel beter. Mocht ik zien dat de pilkers meer vis opleveren, schakel ik natuurlijk wel om. Helaas blijft de vis uit, ze hebben er echt geen zin in.

skrei Alesund
Het is even wachten tot ze gaan azen, maar dan komen er een paar.

Nick is ervan overtuigd dat het een kwestie van tijd is, ze gaan zo azen hoor ik hem nog zeggen. Ook Jan, deckhand van de Wahoo gelooft in deze theorie. Een uur later blijken ze gelijk te hebben, rechts van me een flink kromme hengel, een klein visje is het zeker niet. Tijdens deze dril wordt er achter me ook een mooie vis gehaakt. Beide blijken mooie kabeljauwen van in de 90 cm te zijn. Hiervoor zijn we gekomen!

skrei Alesund
Hiervoor zijn we gekomen!

Na het onthaken en het nemen van wat foto’s twijfel ik, doorvissen met de shad of overschakelen op de pilker. Als dan de Westin Crazy Daisy van Roel bruut wordt opgeslokt en hij met een stevige kabeljauw in gevecht raakt, is die twijfel voor even weggenomen. Ik draai mijn hengel binnen en help Roel met het landen van de vis. Na een mooie dril ligt er een kabeljauw van rond de meter aan het oppervlak, voor Roel een verbetering van zijn PR. Hij kan zijn geluk niet op.

skrei Alesund
Crazy Daisy opgeslokt. Roel blij!

De koek op deze stek blijkt op, maar er zijn stekken zat in de omgeving. Helaas staat er een stevig windje en kunnen we niet naar ‘buiten’, Nick zoekt dus de volgende stek in het fjord op. Ook hier schrijft de dieptemeter weer vis op tien tot vijftien meter boven de bodem, maar we krijgen helaas geen kabeljauw te pakken.

skrei Alesund
Koolvissen knallen 20 meter onder de boot op de bijvangers.

Gelukkig kunnen we ons vermaken met mooie koolvissen en pollakken. Deze worden vooral gevangen aan de bijvangers die boven de pilkers zijn gemonteerd. Om me heen zie ik regelmatig een kromme hengel, maar ik weiger vooralsnog over te schakelen. Ik weet dat er kabeljauw moet zitten, ik gok op die ene grote.

skrei Alesund
We vermaken ons met mooie koolvissen.

Deze visserij is eigenlijk het beeld voor de gehele eerste dag. Overal zien we vis liggen, maar de kabeljauwen willen niet echt bijten. Pollak, koolvis en schelvis komt er gelukkig nog wel regelmatig naar boven. De koolvissen knallen tijdens het indraaien op een diepte van 20 meter nog gewoon op je bijvanger, een erg leuke ervaring! Ook de locals weten dat hier de skrei ligt, maar ook zij krijgen ze niet te pakken.

skrei Alesund
Er komt gelukkig toch nog wel wat kabeljauw naar boven.

Deckhand Jan, die heel de dag klaar staat om te helpen, die al heel wat lijnen uit de knoop heeft moeten halen en nog steeds rustig oogt, pakt ook een hengel. Wanneer hij zijn pilker laat zakken grap ik nog dat die elfde hengel niet zal bijdragen tot het vangen van een grote kabeljauw. Wel dus, een ‘bully’ trekt meters lijn van de spoel. Roel en ik draaien onze shads in om Jan de ruimte te geven. Nick zorgt er vakkundig voor dat de boot recht boven de vis blijft, zo kan Jan optimaal drillen.

skrei Alesund
Jan drilt een beste.
skrei Alesund
15 Kilo kabeljauw voor Jan.

Even later is de eerste echt dikke kabeljauw binnen, 15 kg is al een behoorlijke vis. Na deze vis wordt er aan de andere kant van de boot ook nog een mooie kabeljauw gevangen. Dit bleek helaas ook de laatste kabeljauw van de dag te zijn, ze willen gewoon niet meer bijten.

Wanneer het einde van de dag nadert kunnen we de conclusie trekken dat het niet de beste, maar ook niet de slechtste visdag was. We hebben aardig wat koolvissen, pollakken, schelvissen en een aantal kabeljauwen weten te vangen.

Fireball

Nick heeft voor ons het diner geregeld. In het restaurant van het hotel schuiven we aan tafel en genieten van verse skrei met aardappelen en erwtenpuree, veel lekkerder wordt het niet, goed werk Nick! Na een afzakkertje aan de bar houden we het voor gezien.

skrei Alesund
Veel lekkerder wordt het niet.

Morgen komt er weer een dag, maar helaas ziet het weer er niet al te best uit. De wind gaat nog meer aantrekken en gaat waaien uit het noordoosten, altijd al een slecht windje geweest voor op zee….

Wanneer ik na een goede nachtrust in de lobby van het hotel aankom, staan de meeste vissers al ongeduldig te wachten tot ze kunnen aanschuiven aan het ontbijt. De golven in de haven zijn al behoorlijk hoger dan gisteren, naar ‘buiten’ zit er helaas weer niet in. In het fjord zit vis, en dat we er hard voor moeten werken weten we nu al. Ten opzichte van gisteren zal het nog wel wat lastiger worden. We zullen iets sneller driften en ook de golven zijn wat hoger.

Hoop is de goede drijfveer, allemaal stappen we vol goede moed weer aan boord van de Wahoo. De beste stek van gisteren wordt als eerste opgezocht. Wat meteen opvalt is dat de scholen aasvis nu niet vijftien meter boven de bodem verblijven, maar strak er tegenaan. Uit ervaring weet ik dat het nu wel een erg lastige visserij gaat worden, maar om de moed er in te houden houd ik dit voor me. En je weet immers nooit…

skrei Alesund
Een onverwachte vangst…

Na anderhalf uur vissen ligt er een enkele koolvis op het dek, magertjes mag dat wel genoemd worden. Stek twee en drie leveren hetzelfde resultaat op. We opperen om toch net iets verder naar buiten te varen. Nick is de beroerdste niet en vaart wat verder. Op een stekje net aan de rand van het fjord staan de witte koppen op de golven, benieuwd hoe lang het hier vol te houden is.

Hier blijkt eens en te meer het vakmanschap van de schipper. Ondanks de lastige omstandigheden weet hij de boot steeds zo te positioneren dat onze lijnen niet al te ver van de boot afdwalen. Zelf kies ik er voor om met een 500 gram zware shad te vissen. Die heb ik redelijk goed onder controle, maar het levert hier allemaal niets op. De eerste vissers zijn al binnen gaan zitten en hebben de fles drank om raad gevraagd, maar hier komt echt geen geest uit zodat je een wens kunt doen, we varen dus weer terug het fjord in.

Grote en kleine pilkers, grote en kleine shads, bijvangers, aas op de haken, het levert nog steeds niets op. Het is echt zo’n dag dat ze gewoon niets doen! Achter me wordt er een wijting gevangen en met zijn 40 cm is het de perfecte aasvis voor de fireball, wie weet pakken ze deze wel.

Opvallend genoeg kan ik de aasvis redelijk recht onder de boot aanbieden. Op deze manier heb ik in het verleden leuke vangsten gedaan. Twee uur later heb ik nog geen aanbeet weten te forceren, en dat geldt ook voor alle andere vissers op de boot.

skrei Alesund
Een voor Nederlandse begrippen grote wijting aan de fireball levert ook geen succes op.

Nick vaart van stek naar stek, Jan staat bijna de gehele dag mee te vissen, maar het haalt maar weinig uit. Vandaag komen er enkel koolvissen en pollakken op het dek. Dat we goed in de scholen aasvis zitten blijkt wel uit de vele wijtingen die we aan de dreggen naar boven halen, allemaal vals gehaakt.

skrei Alesund
Veel vals gehaakte wijting, maar geen grote jongens en meisjes meer.

De wind trekt nog harder aan en de kou neemt ook toe, niet gek met een NO 5-6. We staan nog met z’n drieën te vissen, de anderen hebben het prima naar hun zin in de kajuit. Tegen beter weten in vissen we nog door, maar na overleg besluiten we de handdoek ook in de ring te gooien. Nog even genieten van een visarend, de prachtige omgeving en dan varen we op ons gemak terug naar de haven.

Aquarium

We reizen morgen pas in de tweede helft van de middag terug naar Nederland. We hebben nog genoeg tijd om iets leuks te ondernemen, er is hier immers veel meer te beleven dan enkel vissen. In het hotel ontmoeten we het groepje dat komende week met Nick uitvaart. Zij hebben met z’n vijven de boot afgehuurd en zijn allen ervaren vissers. Ik ben dan ook reuze benieuwd wat de week hen brengt, hopelijk meer goeds dan ons vandaag.

Roel en ik besluiten maandagochtend niet uit te slapen, maar vroeg op pad te gaan om Ålesund van boven te bekijken. Na een stevige klim komen we bij het uitkijkpunt dat zicht geeft op Ålesund. Je hebt nu zicht op allerlei havens, visfabrieken en de fjorden, het is een prachtig gezicht om te zien hoe Ålesund is ingebouwd tussen het water.

skrei Alesund
Ålesund van boven.

Terug beneden besluiten we om de vijf kilometer lange wandeling naar het zeeaquarium te maken. Iedereen attendeert ons er op dat we dit aquarium zeker moeten bezoeken. Het aquarium blijkt groter dan gedacht. Alle zeedieren die je in de omgeving tegen komt kun je hier van dichtbij bewonderen, zelfs verschillende diepzeevissen.

skrei Alesund
De grote bak van het aquarium van Ålesund, vol met koolvis, kabeljauw, heilbot en pollak.

We vergapen ons aan dikke congers, grote koolvissen, kabeljauwen, roggen, heilbotten, zeewolven, noem maar op. In het buitengedeelte zwemmen zeehonden, otters en wat andere diersoorten in een groot bassin.

skrei Alesund
Makrelen in de grote ‘binnenvijver’ van het aquarium.

Ondertussen krijg ik van Nick een foto door, de andere groep heeft al een leng van 17 kg+ te pakken, gelukkig maar.

skrei Alesund
Een serieuze bijvangst, deze leng van meer dan 17 kilo.

De tijd om naar huis te vliegen begint te dringen. We doen er een tandje bij op de terugweg en komen op tijd aan in het hotel. Wie vis mee naar huis wil nemen, kan deze nu oppikken. Jan heeft gefileerd en de vis is al verdeeld in porties en diepgevroren, hoe gemakkelijk wil je het hebben…

skrei Alesund
Een andere groep treft het met de haven in zicht…grote kabeljauw en gezelligheid!
skrei Alesund
Grote pollak in het zonnetje, alle omstandigheden zijn mogelijk tijdens het Noorse voorjaar.

Qua vis had deze trip best wat beter gekund, gezellig was het zeker wel en op de Wahoo zal ik zeker nog terugkeren. In Nederland staat hij bekend als topboot met dito schipper. We hebben de eerste visdag al vast staan, dan gaan we de wrakken op om te kijken of een gerichte visserij op pollak in Nederlandse wateren mogelijk is, daarover later meer…

Ready to paste? Alles over het vissen met deeg (deel 1)

Deegvissen

BART DE CRÉE & HENDRIK VANDENBERGHE – Het vissen met paste, ofwel het zogenaamde deegvissen. Weinig Nederlanders die er kaas van hebben gegeten, voor veel Belgen is het gesneden koek. Hoe dan ook, het is killing op de visvijvers! De essentie? De haak wordt geborgen in ‘een bol’ paste ter grootte van een pingpongbal. Onder water brokkelt deze bol langzaam af. Zo lang de haak er in blijft geborgen, kun je vis vangen. Maar het gaat verder dan deze essentie. Bart en Hendrik, specialisten van het eerste uur, leggen het je haarfijn uit.

‘Kun je het recept van dat deeg niet geven man, neen? Of: ‘kan ik wat van je deegmix krijgen?’. Het laatste zal je af en toe nog wel eens lukken. Al moet je dan bekijken dat ze er geen bak geld voor vragen. Bij het deegvissen komt namelijk veel meer kijken dan gewoon een goede paste. Alsof je zo’n beetje het recept van Coca Cola vraagt… Echter, net zo belangrijk is dat je weet hoe je het moet aanmaken, hoe je het moet aanbieden en met welke lijntjes het net iets beter zal lukken.

Deegvissen
Deegvissen, killing op commercials. 

Dressuur

Daar waar vroeger een aardappel- of brooddeeg je de nodige vis op de kant bracht, zul je vandaag de dag waarschijnlijk uit een ander vaatje moeten tappen wil je bij commercial wedstrijden de benodigde kilo’s in je net kunnen verwelkomen. Nu, op een vijver waar tot vandaag de dag deegvissen verboden is en waar het morgen opeens wel kan, zul je ongeacht je deegsamenstelling een berg vis vangen. Gewoonweg omdat de karpers het niet kennen of niet herkennen als ‘gevaarlijk’. Naarmate de dressuur intensiveerde, veranderde ook onze deegaanpak. In het begin hadden we een stevig deeg, extra plakkend met wat eieren en de nodige olie, waar we net zo lang mee in het water konden liggen tot een aanbeet. Helaas werkt dit zo goed als niet meer op fel beviste ‘deegwatertjes’. Ze zullen het ook nog wel opeten hoor, maar dan na de wedstrijd wanneer het uiteindelijk toch wat begint te smelten.

Thans spelen we daar op in door onze haak te voorzien van een deegje dat relatief snel oplost. Dat is dan ook net het moeilijke aan het ‘huidige’ deegvissen. Eens in het water smelt het relatief snel tot een hoopje vismeelvoer zeg maar. Zolang je haak in dit afbrokkelende bolletje (of zelfs in het bultje ‘voer’) kan blijven hangen, heb je kans op een aanbeet. Het smelten en wolken van het deeg zorgen ervoor dat de karpers hun argwaan verliezen en durven toehappen. In dit tweedelige artikel leggen we uit hoe wij het aanpakken en wat de inside weetjes zijn om deze aanpak succesvol te kopiëren!

Radioantenne

Beginnen bij het begin. Het uitloden van de dobber gebeurt uiterst nauwkeurig… nu ja, wanneer je hem in het water ziet staan zonder aas denk je dat we het net niet al te precies hebben gedaan en de dobber klaar staat om eender welke radiozender te ontvangen. Hier zit uiteraard een reden achter. De dobber wordt tijdens het vissen goed gezet door het bolletje deeg. Is het deeg opgelost en komt de haak vrij, dan komt je dobber duidelijk omhoog en zie je ook dat je haak aasloos is. Doe je dit niet, lood je je dobber perfect uit en leg je je haak zo’n 5 cm op de grond, dan wordt het gokken of je paste er nog aan hangt of niet.

Deegvissen
De dobber wordt tijdens het vissen goed gezet door het bolletje deeg.

Vandaar dat ook de dobberkeuze valt op een model met een lange bovenantenne (circa 10 cm). Voor de stabiliteit is je onderantenne dan ongeveer even lang of zelfs nog langer. Een inlinelijfje is een plus, wat maakt dat de Dino Hendrik een model is dat de voorkeur draagt, ook al zijn er genoeg andere dobbers met hetzelfde model die voldoen. Wat geen slechte tip is om net als ons geliefd model een stukje silicone te voorzien dat in het dobberlijfje past. Dit dunne stukje steekt langs iedere zijde van het dobberlichaam uit (je draad gaat hier niet door!), maar door het te klemmen met de stukjes silicone die je op de lijn plaatst wordt het lichaam afgesloten voor lucht en water. Een beetje lucht tijdens het uitloden van je lijntje, of tijdens het vissen verandert de reactie van je dobber bij het omhoog kruipen bij deegverlies.

Inline

Ga ook vooral niet te licht aan de slag. De passe-partout is 0,75 tot 1 gram. Zeer belangrijk echter is om je haak mee te rekenen bij het afstellen van je deeglijntje. Prik hem even in je onderste silicoontje bij het uitloden. Sticklood is hier ons ding. Knijp ze om te beginnen niet helemaal vast  zodat je nog makkelijk lood kunt verwijderen met een goede nagelknipper, mocht het wat minder moeten. Het silicoontje dat op de bovenantenne het dobberlijfje klemt moet net boven water zitten! Geef enkele korte snokjes bij het checken van je loodplaatsing, zodat je zeker weet dat het lijfje net onder staat.

Deegvissen
Zeer belangrijk echter is om je haak mee te rekenen bij het afstellen van je deeglijntje. Prik hem even in je onderste silicoontje bij het uitloden.

Hang je er nog minder lood aan, dan ga je evengoed zien wanneer je deeg er niet langer aanhangt. Alleen gaat je dobber dan als het ware je haak uit het deeg trekken. Een extra voordeel aan een inlinedobber met een fiberantenne uit een stuk is dat je ze gemakkelijk kunt omdraaien mocht de zon het je moeilijk maken. Houd een kant gekleurd en de andere zijde kleur je zwart, omgeschakeld in een handomdraai.

Radio Maria

Wat betreft de haakkeuze, gaan we zelden kleiner dan een nummer 12, met een gemiddelde van een nummer 10. En ook hier kun je natuurlijk aanpassen aan je deeg. Een dikkere haak (idealiter zelfs oog in plaats van bled) blijft beter in het deeg zitten wat zeker handig is wanneer je verder dan 10 meter uit de kant moet gaan vissen.

Deegvissen
Een dikkere haak blijft beter in het deeg zitten.

Het uitloden vergt wat oefening. Begin met je dobber te peilen zodat je zo’n 4 of 5 cm van de bovenantenne boven het water ziet uitpriemen. Hang je er een balletje deeg aan en komt je dobber niet boven? Dan staat hij niet diep genoeg. Let er wel op dat je bij het inzetten nog een seconde of 2 moet wachten vooraleer je deeg je dobber zal goed trekken. Vaak gaat hij zelfs even onder om dan iets erna weer even boven te komen. Dit komt gewoon omdat je aas niet loodrecht naar beneden gevallen is. Komt de dobber niet boven? Dan kun je trachten even (heel rustig) wat te liften zonder je deeg van de haak te trekken, maar het beste is om wat te verdiepen. Heb je alles goed gedaan, dan staat je dobber perfect met paste eraan en wanneer je het deeg kwijt bent wijst hij duidelijk richting hemel, klaar om radio Maria te ontvangen.

Uitzonderlijk vervoer

Nu je deeg nog krijgen waar het hoort! Een pole pot is dan keuze nummer 1 wanneer je onder het topje zult vissen. Even voor de duidelijkheid, we transporteren het haakaas, het deeg, door te cuppen. Je hebt in de handel verschillende modelletjes die dienst kunnen doen. Het enige waar je op moet letten, is dat je het ver genoeg naar achter op je top kunt schuiven. Zit hij teveel aan het eind dan zal zelfs de strakste stok net genoeg buiging kennen waardoor je balletje deeg sneller uit de cup wipt dan dat jij het op je visplek wilt hebben. Eén ding waar je op moet letten is dat je je pole cup naar de juiste kant draait boven je plaats. Draai je je stok naar links om, leg je deeg dan links in je cupje.

Deegvissen
De haak met deeg komt op z’n plek door te cuppen.

Het voordeel aan een goed deeg is dat je snel kunt veranderen. Vaak hoeft het zelfs niet om eerst partikels of pellets te cuppen, je deeg zelf lost mooi op en zorgt voor een attractief voerplekje. Vandaar ook de filosofie om met een deegje te vissen dat er niet langer dan 5 minuten aan blijft hangen. Vergelijk het met feedervissen, op deze manier breng je met regelmaat van een Zwitsers uurwerk aas op je visplek. Wat niet wegneemt dat soms pellets of zaden brengen geen slecht idee is. Op sommige waters werkt dit gewoon beter. Al zul je zien dat je op een water waar geen massa’s vis zit, je het best resultaat zult boeken met deze minimale approach.

Goede startmix

Een goede en eenvoudige mix waar je overal wel een visje mee zult vangen is er een van gemalen softies met gemalen halibutpellets. Het aandeel softiesmeel is nooit minder dan de helft. De softies zorgen immers voor het brokkelend, smeltend effect van je deeg. Steek je er minder in je mix, dan gaat je deeg te veel naar plasticine neigen en ga je het op drukke commercials lastig krijgen. Je wilt ook geen harde stukjes korrel meer, dus zeven door een fijne zeef na het malen.

Deegvissen
Softies en halibut pellets. 
Deegvissen
Aanmaken met water.
Deegvissen
Kneden tot deeg.

MIX VOOR BEGINNERS

  • ½ gemalen softies (expanders)
  • ½ halibutpellets

Dit deeg gaat nog relatief lang aan de haak blijven. Misschien een goede mengeling om de eerste keer mee te starten, mocht je een deegmaagd zijn.

MIX VOOR GEVORDERDEN

  • ¾ gemalen softies (expanders)
  • ¼ halibutpellets

Dit deeg zal mooi oplossen. Ongeacht hoe hard of lang je het rond de haak kneedt, het zal opengaan!

Dit is een startpunt om te starten met uitzoeken van eigen deegmengelingen. Een gouden raad: zoek uit of de karpers worden bijgevoerd en met wat. Altijd een voltreffer om die korrel in je deeg te verwerken!

VOLGENDE WEEK in deel 2: Het deegvissen zelf en een eerlijke analyse van een aantal ready pastemixen die je in de winkel vindt op de vijver van de Dominovissers te Waasmunster.

Wedstrijddrukte

JAN VAN SCHENDEL – Het is een druk maandje geweest. Mei begon met het organiseren van de laatste van de 3 Anglo-Dutch visfestivals aan het Kanaal door Voorne (Don Slaymaker Memorial). Samen met een Engelse kennis van me doe ik dat nu voor het 22ste jaar en het zijn telkens weer hele leuke wedstrijden. In principe zijn het Engelse wedstrijden waaraan ook Nederlandse vissers kunnen meedoen. Bovendien hebben we bijna altijd ook wel een flink aantal Belgische en ook enkele Duitse deelnemers.

Tja, meer ideaal kan de situatie voor de Engelsen eigenlijk niet zijn. De Engelse vissers hoeven amper te reizen nadat ze van de ferry komen in Rotterdam of Hoek van Holland. Vakantiepark Citta Romana net buiten Hellevoetsluis is de ideale verblijfplaats voor hun. De vangsten zijn overigens de laatste jaren misschien niet slecht maar zeker niet meer wat ze ooit zijn geweest. Het gaat in deze tijd van het jaar bijna uitsluitend om brasems en het lijkt dat er gewoon steeds minder aanwezig zijn. Wel zijn die vissen groter dan ooit. Er zijn er dit jaar heel wat gevangen van tegen de 3 kilo en 2 kilo zijn ze bijna allemaal. Jan Weening won overigens dit laatste festival met over de 4 wedstrijddagen een vangst van toch altijd nog ruim boven de 100 kilo. Er was ruim 60 kilo nodig voor een eindprijs.

Wedstrijddrukte
Weinig maar grote brasems in het Voorns Kanaal (foto M.M. Minderhout).

Het valt me trouwens ieder jaar weer op hoe fantastisch de deelnemers zijn bij dit soort wedstrijden. De Engelse vissers klagen werkelijk nooit. Als er al eens een foutje wordt gemaakt of er is een probleem, dan wordt gewoon een oplossing gevonden en je hoort er niemand meer over. Al hebben de mensen nog zo slecht gevangen, altijd is er hulp bij het wegen en het is onvoorstelbaar hoeveel bedankjes je als mede-organisator na afloop krijgt.

Trots

Nog iets wat ieder jaar weer gebeurt: Citta Romana is ambassadeur van een stichting die ervoor zorgt dat terminaal zieke en vaak nog jonge kinderen met hun families de tijd die ze nog hebben zo aangenaam mogelijk kunnen doorbrengen. Wij organiseren een verloting voor de deelnemers waarvan de totale opbrengst naar datzelfde doel gaat. In soms maar 15 minuten halen we vaak meer geld op zo dan er in heel Hellevoetsluis wordt opgehaald via de jaarlijkse collecte. Daar ben ik nu trots op! Dat krijgen we als vissers ieder jaar toch maar weer mooi voor elkaar!

Beat Bob

Verder ben ik ook bezig geweest met de organisatie van Beat Bob. Dat belooft al met al een hele leuke dag te worden. Ik ga nog niets zeggen over het gekozen wedstrijdwater maar ik ben wel erg benieuwd naar de vangsten straks. Ik heb er iets langer dan een uurtje gevist en echt goed vis gevangen en ook nog eens allerlei soorten. Als de vissen die dag ook zo gaan bijten dan wordt het een prachtige dag. Daarvan ben ik overtuigd.

Wedstrijddrukte
Bob ziet het ook wel zitten.

30 kilo

Ook heb ik deze maand best wel wat wedstrijdjes in vijvers gevist en ik heb gemerkt, dat dat in deze tijd van het jaar zeker geen straf is. Nu het wat warmer is geworden begint de vis echt veel beter te bijten en dan zijn wedstrijden op dit soort wateren echt een aanrader. Ik heb afgelopen maand 9 wedstrijden gevist en in totaal ruim 275 kilo vis gevangen. Dat is ruim 30 kilo per wedstrijd. Nou, dan is vissen gewoon prachtig!! Wel moet ik erbij zeggen dat voor mij lang nog niet altijd alles volledig goed loopt. Ik heb nu wel een aantal goede resultaten behaald maar veel te vaak gaat het toch nog volledig mis.

‘Klantvriendelijk’

Je kunt ook zoveel fouten maken op dat soort wateren. Vooral door de wisselende weersomstandigheden zitten de aanwezige vissen telkens weer op andere dieptes, dus als je een keer goed hebt gevangen en je volgt de wedstrijd daarna blind dezelfde tactiek, dan kan het zo maar helemaal fout lopen omdat dan alles toch weer heel anders is. Ook de best te gebruiken aassoorten veranderen regelmatig. Maïs en wormen werkten voor mij nog het best. Met die aassoorten vang je alle vissoorten die rondzwemmen in dat soort wateren. Pellets zijn trouwens ook onmisbaar. In ieder geval kan ik best begrijpen dat dit soort visserij steeds meer populair wordt. Er is altijd wel vis te vangen, je hoeft zelden of nooit ver te lopen en heel vaak zijn de wedstrijden erg ‘klantvriendelijk’ met zelfs een pauze zodat iedereen iets kan eten.

Wedstrijddrukte
Pellets ook onmisbaar bij de vijvervisserij.

Tempo vissen

Zelf beperk ik me vooral tot Aquavita, De Berenkuil en De Slothoeve, allemaal mooie wateren waar in dit jaargetijde een leuke vangst bijna gegarandeerd is. Ook Tom’s Creek is trouwens een prachtige locatie. Voor de echte freaks zijn er natuurlijk nog veel meer prima mogelijkheden met soms zelfs nog veel meer te vangen vis. Ik beperk me zelf het liefst tot het dobbervissen omdat die visserij me het meest aanspreekt en het meest actief is. Een ding is zeker, ik heb niet altijd de mogelijkheden van dit soort wateren goed ingeschat. Zelfs voor die vissers die op internationaal niveau willen vissen valt er hier best veel te leren. Op de put bij de Slothoeve, waar de minste wedstrijden worden gevist, op de ‘oude’ put dus, zit bijvoorbeeld enorm veel kleine giebel. Een betere plaats om te leren op tempo te vissen ken ik in heel Nederland niet. Behalve dat sta ik er echt van te kijken hoe ‘technisch’ met name de visserij is op de F1’s. Het is gewoon een prachtige visserij.

Wedstrijddrukte
Tempovissen op giebels kan hier prima.

E.K. Senioren

Hoewel het qua internationale visserij een tijdje rustig is geweest, komen er nu verschillende toernooien aan met als eerste kampioenschap het E.K. Senioren op de rivier de Bann in Noord Ierland. Afgelopen week ben ik daar geweest met een van de teamleden, Frans van Berkel, voor enkele trainingsdagen op het helemaal nieuw aangelegde parkoers. Onvoorstelbaar hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Ik denk dan ook dat dit de voornaamste reden is waarom we juist daar vissen in deze tijd van het jaar. Ik kan wel betere plaatsen bedenken voor zo’n kampioenschap. Gevangen zal er zeker worden, maar totaal niet de gewichten die daar gevangen worden tijdens het najaar en eigenlijk de gehele winterperiode.

Wedstrijddrukte
Het nieuwe parcours aan de Bann in Noord Ierland.

In mijn komende column ga ik terugkomen op deze wedstrijd. Ik ben erg benieuwd of en hoe we ons staande kunnen houden daar. Ik ben in ieder geval blij dat ik er geweest ben afgelopen week. We weten nu in ieder geval wat we kunnen verwachten bij het E.K.

Voor nu, vang ze en tot over een maand!!

Meerval Mania 2019

Op zaterdag a.s. 8 juni houden Sportvisserij Oost-Nederland, Hengelsport Federatie Midden Nederland en meervalshop Tom-Cat de Meerval Mania 2019: een demo-dag langs de IJssel die in het teken staat van het meervalvissen. Bij Camping de IJsselhoeve in Veessen (bekend ook van de jaarlijkse Barbeeldag) staan bekende meervalvissers klaar om je alle tips & tricks te geven over het meervalvissen in de Nederlandse rivieren. Niet alleen vanaf de kant, maar ook op het water valt er deze dag veel te zien en te leren!

DEMONSTRATIES

Tijdens de Meerval Mania worden aan én op het water verschillende meervaldemo’s gegeven. Vissen vanuit een bellyboot, vissen vanuit de boot (waar de mensen kunnen opstappen en de beleving vanuit de boot mee kunnen maken), het vissen met onderwater dobbers, afspannen met boeien, uitleg over het spinvissen op meerval en het gebruik van het kwakhout met een ‘kwakbak’ waar je dat zelf kunt oefenen!

MEERVALSTANDS

Een meervalmarkt ontbreekt natuurlijk niet. In diverse meervalstands vind je allerlei (specialistisch) meervalmateriaal van gerenommeerde merken, zoals Zeck, MadCat en Black Cat. Er is ook een volledig uitgeruste meervalboot te bewonderen. Martin Plevier van www.thecatfishspecialist.com kan je alles vertellen over de meervalvisserij op de Ebro. Uiteraard is meervalshop Tom-Cat (www.tom-cat.nl) ook aanwezig.

LEZINGEN PROGRAMMA

Tijdens de dag zullen bekende meervalvissers als Roy Noom, Ronnie Jonker en Arnout Terlouw, pionier van het eerste uur, lezingen geven in het zaaltje van het restaurant.

11.00 uur Roy Noom – Meerval vanaf de kant

12.30 uur Arnout Terlouw – 28 jaar meervalvissen

13.30 uur Ronnie Jonker – Bellyboat vissen

GRATIS toegang & parkeren!

Op Facebook kun je de Meerval Mania 2019 volgen en kun je laten weten of je naar dit evenement toe komt. Meer details over Meerval Mania 2019 kun je vinden op de website en Facebookpagina’s van beide federaties.

www.sportvisserijoostnederland.nl

www.hfmiddennederland.nl

 

Bekijk ook:
https://beet.nl/top-tips-voor-meerval-op-de-po/
https://beet.nl/sleuren-met-karperhengel-op-meerval-op-de-ebro/
https://beet.nl/lezersreis-ebro-spanje/

Hoe win je wedstrijden?

Sensas Eric Tips Tricks

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakken hij en zijn teamleden dit aan, in de breedste zin van het woord? In deel 1: hoe win je wedstrijden?

 

Goede en slechte stekken

Sensas trainen Wedstrijden
Je hebt nu eenmaal te maken met de loting en daar moet je soms een beetje geluk mee hebben.

Hoe win je wedstrijden? Dat is een vraag die vaak aan mij gesteld wordt; hoe komt het dat jij zoveel wedstrijden wint? Een eerste antwoord daarop is: veel wedstrijden vissen. Hoe meer je er vist, des te meer je er kunt winnen. Om een wedstrijd te winnen moet ten eerste de loting goed zijn, of dit nu op een natuurlijk water is of op een commercial, er zijn altijd goede en minder goede stekken en op een mindere stek is het erg lastig een wedstrijd te winnen, daar dien je het beste ervan te maken.

 

Meer vistijd

Een tweede antwoord op die vraag is: je spullen moeten in orde zijn, en dat bedoel ik op verschillende manieren. Uiteraard moet je in het bezit zijn van de juiste spullen, maar ook deze juiste spullen op de goede manier gebruiken. Dit klink allemaal heel logisch, en dat is het natuurlijk ook, maar toch zit hier heel erg veel in. Als je je spullen op de juiste manier gebruikt levert dit namelijk erg veel tijdswinst op en zul je meer effectieve vistijd hebben en daardoor meer vis vangen.

 

Trainen voor wedstrijden

Een derde antwoord op de vraag is: trainen. Ook dit is een erg belangrijk aspect bij het winnen van wedstrijden. Zo kun je in de periode voor de wedstrijd uitvinden wat de vis het liefste heeft, het juiste voer samenstellen, het juiste haakaas, de goede afstanden etc.

Wedstrijden vis
Het komt niet vanzelf aanwaaien: trainen, trainen en nog eens trainen!

 

Leren van een ander

Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken en te leren van betere vissers. Ga eens kijken bij een wedstrijd en ga dan eens achter een goede wedstrijdvisser zitten. Vraag hem tijdens de wedstrijd zelf niks, laat deze persoon vissen, maar kijk wat hij doet en probeer dat te begrijpen. Vraag vervolgens na de wedstrijd wat hij nou precies gedaan heeft.

Sensas drillen Wedstrijden
Ga eens een tijdje achter een visser staan en vraag hem na afloop over de keuzes die hij maakte!

 

Filmpjes kijken

Het is tegenwoordig erg gemakkelijk om overal informatie vandaan te krijgen, met name door internet. Het is goed naar dit soort filmpjes te kijken, maar nog belangrijker is om dit aan de waterkant te gaan toepassen.

https://youtu.be/3xQQp7kFr6E

Hoe meer je zelf vist, des te beter je zult gaan worden. Ervaring opdoen en deze ervaringen weer toe te passen in de volgende wedstrijden die je vist!

 

In de volgende tips en tricks gaan we dieper in op de spullen welke je nodig hebt en vooral hoe je deze op de juiste manier gebruikt.

 

Eric van Otterloo

50 Brasem Tips – Deel 2

50 brasem tips

Deel 2: Tip 26 t/m 50

LEES OOK: BRASEMTIPS DEEL 1

 

26 – SUPERZOET

Extra gezoete lokazen worden heel vaak gebruikt bij een brasemgerichte visserij. Er zijn allerlei artikelen in de handel om een lokaas extra zoet te maken. Zelf gebruik ik al vele jaren Van den Eynde Superzoet, een poederconcentraat. Simpelweg een kleine hoeveelheid, ongeveer een theelepel per kilo droog lokaas oplossen in het water waarmee je het lokaas bevochtigt. Echt een fantastisch product.

27 – WELKE KLEUR VOER?

Zeker grote brasems zijn veel minder een doelwit voor roofvissen dan voorn en andere kleinere vissoorten. Ze zullen zich dan ook veel minder zorgen maken om zich te begeven boven een wat lichter gekleurde voerplaats op een verder donkere bodem. Geel en bruin zijn de meest voorkomende kleuren bij brasemlokazen en deze werken volgens mij prima, hoewel ik heel goed weet dat sommige vissers daar heel anders over denken. Vertrouwen, daar gaat het allemaal om. Bijna alle veel gebruikte kant-en-klaar lokazen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in iedere populair te bedenken kleur. Dus iedere visser kan zijn eigen keuze bepalen.

Knoflook vissen

28 – VOERKORF MET DE VASTE HENGEL

Tijdens vaste hengel wedstrijden is het gebruik van voerkorven meestal niet toegestaan, maar dit kan echt een heel doeltreffende vismanier zijn, vooral bij het vissen op stromende wateren. Met de ‘pole feeder’ verkrijg je een volledig stille aasaanbieding, perfect voor de brasemvisserij. De montage is heel simpel: knoop de voerkorf aan het ondereinde van het gebruikte nylon; net boven de korf een zijlijn naar de onderlijn. Als beetregistratie kun je van alles bedenken, bijvoorbeeld een gewone dobber die boven de montage in het water staat of een fel gekleurd balletje op de hengeltop. Wanneer je met elastiek vist, kun je het elastiek zelf als beetregistratie gebruiken, deze komt bij een aanbeet namelijk echt wel uit de top.

29 – WERPEN POLE-FEEDER

Bij deze visserij moet je de gevulde voerkorf goed op de visplaats in het water kunnen krijgen, zonder dat deze eerder het water heeft geraakt. De oplossing is heel simpel. Je bevestigt een tie-wrap op de hengel, net boven het punt waar de voerkorf uitkomt als je de montage naast de hengel houdt. Vervolgens hang je de nylon achter de sluiting van de tie-wrap. Je steekt de hengel uit met de tie-wrap sluiting omhoog. Je moet wel de hengel zoveel mogelijk omhoog houden bij het uitsteken en wanneer je de volle lengte hebt bereikt, draai je simpelweg de hengel een kwartslag. Hierdoor komt de nylon achter de tie-wrap sluiting vrij, waarna je de voerkorf in het water plaatst.

30 – MATCHVISSEN OP BRASEM

Matchvissen is een vismanier die vooral op stille dagen heel doeltreffend kan zijn. De meeste vissers grijpen voor het vissen op grotere afstand, buiten bereik van de vaste hengel, al snel naar de feederhengel. Dat is vaak de beste optie, maar zeker niet altijd. De beste matchmethode voor een brasemvisserij op afstand is het vissen met een schuifdobber, oftewel de slider-methode. Met een vaste montage kun je vaak simpelweg niet genoeg lood op de lijn gebruiken om het aas goed tegen de bodem aan te bieden.

31 – VISSEN MET SCHUIFDOBBERS/SLIDEREN

Dit is zeker niet de gemakkelijkste vismanier om aan te leren. Alles aan de montage moet precies kloppen, zo niet, dan resulteert vrijwel iedere worp in een pruik. Mijn advies is om alles zo simpel mogelijk te houden. Dit is geen visserij voor een gecompliceerde loodverdeling of fijne lijntjes, althans als hoofdlijn. Bij het slider-vissen moet het onderste loodje gewoon minimaal een nummer 1 zijn en het liefst nog wat zwaarder. Dat onderste lood moet pal boven de onderlijn staan, waarbij een onderlijnlengte van 30 tot 40 centimeter prima is. Daarboven komt het hoofdlood; al het overig lood plaats je hier bij elkaar. De afstand tussen het hoofdlood en onderste lood moet net iets langer zijn dan die tussen het onderste lood en haak. Boven het hoofdlood glijdt de dobber over de lijn. Boven de dobber heb je een klein kraaltje nodig, wat tussen de dobber en het stuitje schuift als de montage in het water ligt.

32 – SLIDEREN/DE JUISTE DIAMETER HOOFDLIJN

Ik schreef het al, matchvissen is geen fijne visserij. Een hoofdlijn van 20/00 millimeter is gewoon noodzaak. Dunnere lijnen gaan tijdens het vissen absoluut voor lijnbreuk zorgen. Overigens kun je nog altijd dun vissen door een dunne onderlijn te gebruiken. Die dunnere lijn kun je monteren via een warteltje pal onder het hoofdlood waardoor de onderste meter van de montage nog altijd dun kan zijn.

33 – HET JUISTE STUITJE

Vooral wanneer je op diepe wateren vist, gaat tijdens een worp het stuitje door heel wat ogen van de matchhengel. Het stuitje moet dan wel stevig genoeg op de lijn zitten om niet te verschuiven. Ook moet je altijd van diepte kunnen veranderen tijdens het vissen, het stuitje moet je dus nog wel kunnen verschuiven. Tenslotte is het belangrijk dat je het stuitje goed kunt zien. Met al deze zaken in gedachte is de beste oplossing het maken van twee stuitjes. Een van 20/00 millimeter nylon, geel of rood gekleurd en daar pal tegenaan een tweede stuitje van tandfloss. Twee stuitjes van tandfloss zou nog beter zijn, maar deze verschuiven net iets te gemakkelijk. De beste knoop is super eenvoudig te maken. Zie tekening.

34 – MATCHDOBBERS

De beste schuifdobbers zijn voorgelood, omdat ze tijdens de vlucht van dobber en montage richting visplek absoluut tegen het hoofdlood moeten blijven. De dobbers zelf zijn hooguit enkele grammen voorgelood, meer dan 3 gram is zelden nodig. Verder moet de bovenantenne dikker zijn dan normaal en iets meer drijfvermogen hebben. Bij de beste dobbers is de bovenantenne gemaakt van een pauwenveer. De ideale antenne is vaak simpelweg het bovenste puntje van de pauwenveer of een holle antenne van dezelfde diameter die erop is geplaatst. Voor een moeilijke, fijnere visserij zijn dunnere, holle antennes te gebruiken, maar je bent wel afhankelijk van het gebruikte aas en vismanier. Te dunne antennes en de dobber gaat onder bij de minste aanraking met de bodem! Let op, dobbers onder de 8 gram drijfvermogen zijn maar zelden geschikt als schuifdobber en meestal moet je zelfs aanzienlijk zwaarder vissen.

35 – DE JUISTE WERPTECHNIEK

Bij het schuivend matchvissen moet je altijd meer dan zwaar genoeg durven te vissen om heel comfortabel de gekozen visafstand te kunnen bereiken. Kies bij twijfel meteen voor een iets zwaardere dobber. Werpen met kracht is bij deze visserij echt een kansloze missie, een recept voor in de war werpen en het verkrijgen van hele ingewikkelde pruiken. Je moet de dobber meer ‘lobben’ naar de plek dan werpen. Bij aanvang van de worp moet de afstand tussen dobber en hengeltop minimaal een meter zijn en liever nog wat meer.

36 – DE GOEDE VOERMANIER

Ik ben altijd jaloers op die vissers die uit de hand hun voerbal zomaar 30 tot 35 meter wegwerpen. De meeste vissers kunnen dat absoluut niet nadoen en ook ikzelf zal dat nooit kunnen. Zeker bij de brasemvisserij zul je toch een goede voerplek moeten aanleggen. Het met afstand beste hulpmiddel daarvoor is een voerkatapult. Met een beetje training en de goede katapult kun je haarzuiver voeren op afstanden tot wel 50 meter. In Nederland zijn die echter verboden, omdat ze als wapens worden gezien. Dan blijft enkel nog de voerwerppijp over, waarmee je kleinere voerballen ook wel op afstand kunt voeren. Wel is dat veel moeilijker om te leren, maar het kan.

37 – SCHIETEN MET EEN VOER-PULT

Zuiver schieten met een katapult is niet zo moeilijk als het lijkt. Je moet je houden aan enkele regeltjes om een en ander zo goed mogelijk te laten verlopen. Zo moeten de voerballen allemaal even groot zijn en houd je bij ieder schot de katapult in dezelfde positie. Als je bovendien ook elke keer dezelfde spanning op het elastiek krijgt en je richt de katapult op exact dezelfde plek, dan vallen alle voerbollen vrijwel op elkaar. Dat is de theorie, maar de praktijk is wel iets moeilijker. Hoe richt je de katapult op dezelfde plek? Dit doe je door de twee zijkanten te gebruiken als vizier en door de katapult zo vast te houden dat ze boven- en onderkant worden. Ook neem je een vast merkteken aan de overkant van het water, hierop ga je de ballen richten. De richting kan dan eigenlijk niet meer fout. Voor de juiste afstand dien je katapultelastiek te gebruiken, waarmee je die afstand maar net kunt bereiken. Geloof me, een klein beetje training en je zult verbaasd zijn over jezelf. De ideale voerkatapult voor alle omstandigheden bestaat niet. Wel de ideale katapult voor een bepaalde afstand.

38 – FEEDERVISSEN

De feedervisserij is bijna altijd de ideale vismanier voor het vissen op brasem. Er ligt altijd wat lokaas vlakbij de haak; het aas ligt altijd prachtig stil op de bodem, kortom een betere vismanier voor op brasem is er niet te bedenken. Wel is het belangrijk om zuiver te werpen. Je gebruikt eigenlijk maar heel weinig voer, dus dat wat je gebruikt moet wel perfect op dezelfde plaats terecht komen.

39 – ZUIVER WERPEN

Om zuiver te kunnen werpen met een feederhengel heb je een vast merkteken nodig aan de overkant van het water. Daarop ga je richten. Alles wat ik nu ga schrijven moet gaan in een en dezelfde vloeiende beweging.

  1. Bij het begin van de worp wijst de hengeltop, gezien vanuit je eigen gezichtsveld, precies in de richting van het merkteken. De gevulde voerkorf hangt ruim een meter onder de top.
  2. Je brengt het werpgewicht naar achter door de hengel naar achter te brengen. Hierdoor komt het werpgewicht (de gevulde korf dus) vlak langs hengel en lichaam achter je terecht.
  3. Op het moment dat je voelt dat het werpgewicht zijn achterste punt bereikt, breng je de hengel weer naar voor tot ongeveer dezelfde positie als bij het begin van de worp en laat je de lijn bij de molenspoel los, waardoor het gewicht weg vliegt. De hengel moet na die beweging dus weer richting het richtpunt wijzen. Het kan nu niet anders dan dat de korf in de richting vliegt van het merkteken. De juiste afstand bepaal je al eerder door enkele proefworpen te maken. Nadat de juiste visafstand is gevonden, plaats je op dat punt de lijn achter de lijnclip op de spoel van de werpmolen.

40 – VOER EN AAS GESCHEIDEN

Je weet meestal niet op voorhand hoe een visserij zich gaat ontwikkelen. Bijten de vissen beter dan gedacht of juist minder goed? Het toevoegen van allerlei soorten aas aan het lokvoer, vooral de hoeveelheid, zijn daarvan afhankelijk en kunnen behoorlijk verschillen. Zorg altijd voor het gescheiden bewaren van de aassoorten en het te gebruiken lokvoer. Je kunt dan allerlei kanten op en bovendien heeft het lokvoer zo altijd dezelfde vochtigheid.

41 – GEVLOCHTEN LIJN

Een gevlochten hoofdlijn biedt bij de feedervisserij enorme voordelen. Er zit namelijk totaal geen rek op. Vooral bij het vissen op wat grotere afstand geeft ‘braid’ je dan ook een vele malen betere beetregistratie dan nylon. Het is wel belangrijk om een nylon voorslag te gebruiken van ongeveer twee keer de hengellengte.

42 – VOORSLAG

Het gebruik van een voorslag is bij het feedervissen altijd aan te bevelen. Ook wanneer je gewoon een nylon hoofdlijn gebruikt, heb je best sterk spul nodig voor het werpen, hier komt namelijk ook behoorlijk wat kracht bij kijken. Op het moment dat het werpgewicht is vertrokken en door de lucht vliegt, heb je een voorslag niet meer nodig en kun je dunner nylon gebruiken. Zie de tekening voor de beste voorslagknoop.

43 – NYLON

Voor het vissen op kortere afstanden, minder dan 30 meter wat mij betreft, is een nylon hoofdlijn nog altijd de beste lijn om te gebruiken. Het is gemakkelijker onder water te krijgen en het geeft wat minder stroomdruk dan een gevlochten lijn.

44 – STILSTAAND WATER = GLADDE BREDE FEEDERSTEUN

Ook bij het feedervissen zijn er allerlei trucs om brasems tot een aanbeet te verleiden. Ietsje de korf binnendraaien of juist zorgen voor minder spanning op de lijn. Het kan allemaal net zorgen voor die extra aanbeet. In beide voorbeelden is het gebruik van wat bredere, gladde feedersteunen dan ook uitermate handig.

45 – STROMEND WATER = KARTELSTEUN

Op sneller stromende wateren proberen veel vissers om de hengel omhoog af te steunen waardoor er minder lijndruk ontstaat. Helemaal wegnemen kun je die lijndruk natuurlijk niet en op sneller stromende wateren is die druk behoorlijk groot. In zo’n situatie zijn gekartelde feedersteunen (wokkels) een must. Bij een gladde steun wordt door de spanning op de lijn de hengel simpelweg van de steun getrokken.

46 – FEEDERONDERLIJNEN

Ik zou echt niet de ideale lengte kunnen aangeven van een feederonderlijn. Alles hangt af van de vissituatie. Ik heb een vast principe; korter bij gemiste aanbeten en langer wanneer je geen beet krijgt. Al mijn onderlijnen maak ik op een lengte van ruim een meter. Bijna allemaal maak ik ze eerst korter voordat ik ermee vis, maar ik kan zo wel alle kanten op. Voor de feedervisserij en al helemaal niet voor een brasemvisserij, gebruik ik nooit onderlijnen dunner dan 12/00 millimeter.

47 – FEEDERHAKEN

In een van de eerdere tips beschreef ik al enkele haaktypes met daarbij de omschrijving van de meer stevige modellen. Dat zijn precies de haken die ik het best vind voor het feederen. Je hebt nu eenmaal iets meer robuuste haken nodig om de gehaakte brasems ook echt in het leefnet te krijgen.

48 – LIJNZWEMMERS

Iedere beweging van de hengeltop is nog lang geen aanbeet. Dat geldt al helemaal voor de brasemvisserij. Vooral voordat de vissen eenmaal goed gaan azen, zwemmen ze vaak rond de voerplek en daarbij raken ze ook soms de lijn waarmee je vist. De haak zetten resulteert dan vaak in het weer verdwijnen van de vissen, die vertrouwen het niet langer. Funest natuurlijk. Geduld en wachten is het credo! Zeker brasems bijten zich vaak vast, dus geen paniek! Het dringende advies dat ik ooit kreeg (toen ik nog niet eens wist wat een lijnzwemmer was) om op mijn ‘handen te gaan zitten’, één van de beste tips die ik heb gekregen.

49 – FEEDERVISSEN = STEK OPBOUWEN

Zeker brasems zullen vaak niet vanaf de eerste minuut bijten. Als je vertrouwen hebt dat er absoluut vissen zijn, dan is het langzaam en rustig opbouwen van de visstek vaak een prima manier. Regelmatig werpen met veel aas door het voer en het kan bijna niet anders of de vissen komen uiteindelijk op de visplaats. Dat kan soms ook best even duren, dus niet te snel alles veranderen wanneer het niet meteen lukt! Brasemvissen is dikwijls een kwestie van geduld.

50 – UITMETEN VISAFSTAND

Er kan altijd iets misgaan tijdens het vissen. Zoiets gebeurt natuurlijk altijd op een moment dat de brasems net je voerstek hebben gevonden. Lijnbreuk is dan echt fataal, zeker wanneer je niet heel snel weer op exact dezelfde plaats verder kunt vissen. Een reservehengel afgesteld op dezelfde visafstand is prima en ook het snel opnieuw maken van dezelfde montage kan best. Wel moet je dan kunnen terugvallen op dezelfde visafstand die je voor het begin van de vissessie hebt uitgemeten. Twee banksticks met daartussen bijvoorbeeld vijf meter koord en je hebt al een goede oplossing zonder dat je van je visstek weg hoeft te gaan.

ALTIJD ALS EERST OP DE HOOGTE VAN HET LAATSTE HENGELSPORTNIEUWS EN WINACTIES?

LEES OOK: BRASEMTIPS DEEL 1

Zeebaars met de dobber en zagers

dobberen op zeebaars

Een avondje vissen op zeebaars met de dobber en zagers met Willem Willemstein en Pim Troost van Hengelsport Wesdijk. Locatie is de Stenen Glooiing ofwel Slag Maasmond op de Maasvlakte. Een brute stek in alle opzichten: de ingang naar een van werelds grootste havens met een af- en aanvaren van flatgebouwen van schepen zo groot. Stroming van links naar rechts, spekgladde gigantische stenen en zeebaars van formaat klein tot xxl.

We parkeren de auto’s op de met stenen bepakte dijk; wel zo handig dat je deze vlak achter de stek kunt parkeren. Maar wie denkt dat het gaat om een heel eenvoudige stek komt bedrogen uit. “Het is nu hoog water, straks bij afgaand water komen de eerste stenen vrij te liggen. Dan kunnen we langzaam ons er tussen en bovenop positioneren. Let wel heel erg op, want de stenen zijn spekglad en de spleten ertussen zijn diep. Neem geen risico en klauter gewoon als een klein kind over de stenen. “Ik ken iemand die hier vorig jaar is gevallen en daar nu nog last van heeft”, aldus Willem.

Dobberen op zeebaars
De Stenen Glooiing, een prachtige stek om te dobberen op zeebaars.

Volop stroming

De stenen lopen onder water door en zijn begroeid met zeewier. Vis vindt hier voedsel en beschutting. “De stroming, stroomnaadjes en kolken zijn hier erg onvoorspelbaar. Ondanks afgaand water, waar je de stroming naar links verwacht, kan het zomaar een half uur keihard naar rechts stromen. Om dan vervolgens weer naar links te stromen en even later weer naar rechts”, zegt Pim.

 

Met dobber en zagers

Het leuke van zeebaars is dat je deze kunt vangen met veel verschillende technieken: voor ieder wat wils! Vanavond geen kunstaas, vliegenlat of strandvissen, maar dobbers en zagers. Ondertussen hebben Willem en Pim zich in het waadpak gehesen en laten ze hun effectieve en simpele set-up zien. Een minimaal 3 meter lange werphengel, molen met een 14/00 gevlochten hoofdlijn, tasje met aas, schepnet en een hoofdlampje; meer heb je niet nodig.

dobberen op zeebaars
Al het kleine materiaal wat er nodig is.

Zo maak je de montage

Op de hoofdlijn schuift een 20 grams dobber met centraal gat, die wordt gestopt door twee rubberen stuitjes. Neem een dobber die ruimte heeft voor een breekstaafje. Onder de dobber een langwerpig 15 grams lood, vervolgens een stuitje die de knoop naar de wartel beschermt. Aan de wartel een 160 cm fluorocarbon onderlijn van 38/00 Berkley Trilene met een maat 1 langstelige haak, een Gamakatsu VP-3113R. Om het aas bij de bodem te houden knijp je op ongeveer 20 cm van de haak een LG loodhagel.

dobberen op zeebaars
Een 20 grams dobber is meestal voldoende, het schuifloodje wordt aan twee kanten gezekerd met stuitjes.

Scherp vissen

Onder aan de dijk ligt nog een strook van ongeveer 20 meter grote keien, die inmiddels deels zijn drooggevallen, het moment voor Willem en Pim om al klauterend op een mooie vlakke steen plaats te nemen. Met een zwiep belanden de dobbers op het water. Willem: “Het is erg belangrijk om continu contact met de dobber te houden. Door de stroming ontstaat er namelijk gemakkelijk een bocht in de lijn. Krijg je op dat moment beet, dan moet je eerst die bocht uit de lijn slaan. Grote kans dat de zeebaars dan het aas al heeft uitgespuwd”. Het is dus geen visserij van ‘werpen en afwachten maar’. Stroomopwaarts werpen om driftjes te maken langs de stenen.

dobberen op zeebaars
Pim laat trots zijn in Zeeland zelf gestoken zagers zien. Sommige zijn gigantisch, wat een units! De haak eenmaal door het kopje is voldoende.

Zeebaars in een vreetroes

In het ideale geval hangt het lood net boven de bodem en sleept de onderlijn erachter aan. Zo danst de zager over de bodem en  langs stenen en zeewier. Maar ook de zager op halfwater vissen kan voor goede vangsten zorgen. Dit is een kwestie van ‘trial and error’. Dit is ook wat Willem en Pim toepassen. “Ja, ik heb er één! Wat een kracht voor zo’n kleine vis. Het is geen grote hoor!”, roept Willem. Even een foto in de avondschemering en dan zwemt de ongeveer 30 cm lange zeebaars weer zijn vrijheid tegemoet.

dobberen op zeebaars
Hangen, een zeebaars heeft de zager gepakt.

De zon is verdwenen en het wordt nu snel donker. Pim en Willem duwen een breekstaafje in de dobber en even later dansen twee lichtjes over de golven. Wat een prachtig gezicht. Regelmatig gaan de hoofdlampjes aan om de stuitjes die de diepte van de dobber regelen te verschuiven. Ook Pim heeft inmiddels zijn eerste baarsje binnen.

dobberen op zeebaars
Ook Pim heeft zijn baarsje binnen.

In het donker gaat het los

Maar dan gaat het los! Alsof er beneden een bel afgaat. Nagenoeg elke drift resulteert in een aanbeet. Het zijn allemaal baarzen van tussen de 30 en 40 cm. Willem haakt een betere zeebaars, maar helaas schiet deze vlak voor de kant los. Natuurlijk hopen ze altijd op die ene klepper, maar zo’n avond met actie is al leuk genoeg!

Willem en Pim weten dat zo’n vreetroes niet eeuwig kan duren, dus vol concentratie en op hoog tempo vissen ze door. Omstreeks 11 uur nemen de aanbeten weer af.

dobberen op zeebaars
Een avond vol actie, die ene klepper ontbreekt, maar de aantallen maken dit meer dan goed.

Wat een heerlijk avondje

Het laatste uur zijn de aanbeten compleet weggevallen. Twee uur geleden kon je achterstevoren een zeebaars vangen, nu lijken ze wel van de aardbodem verdwenen! Met een tevreden gemoedstoestand worden de materialen in de auto’s gedeponeerd. Het was een heerlijk avondje met de nodige actie.

50 Brasem Tips – Deel 1

50 brasem tips deel 1

De brasem (Abramis brama)

De brasem is in onze landen zowat de meest algemeen voorkomende vissoort en er zullen dan ook weinig vissers zijn die nog nooit een brasem hebben gevangen. In de wedstrijdwereld wordt deze vis bijzonder gewaardeerd. Soms hoor ik ook vissers die deze prachtige vissoort juist weer veel minder waarderen. Opmerkingen zoals ‘slappe vaatdoeken’ en ‘slijmjurken’ heb ik heel vaak gehoord en ik heb ze nooit begrepen.

Brasems kunnen in extreem voedselrijke wateren een lengte bereiken tot circa 75 centimeter. De zwaarste met de hengel gevangen brasem woog 10,4 kilo en werd in 2012 gevangen op Ferry Lagoon, Engeland. In Nederland staat het brasem record op 77 cm. Brasems zwemmen bijna overal in Europa, met uitzondering van Spanje en Portugal. De vis voedt zich met name met dierlijk planton, wormpjes, insectenlarven en kleine kreeftachtigen. Behalve de kleinere exemplaren is de vis gemakkelijk te onderscheiden van andere soorten.

1 – VISSEN OP DE BODEM

Brasems zijn echte bodemazers. Ze zullen eerst aarzelend een voerplek ‘aftasten’ voordat ze beginnen te azen. Vaak zwemmen ze in scholen en azen de vissen gezamenlijk nadat ze hun argwaan hebben overwonnen. Dat zijn hele belangrijke zaken om te weten als visser, want op basis van deze wetenschap kun je de vistactiek bepalen.

2 – STOFZUIGERS

Wanneer brasems eenmaal aan het azen zijn, zwemmen ze bijna niet. Ze gaan op dat moment letterlijk met de kop naar beneden richting de bodem staan, zuigen voer van de voerplek naar binnen en filteren totdat alleen het lekkers overblijft. Ook dat is belangrijk om te weten: te weinig voer op de voerplaats en de brasems zijn heel snel weer weg.

3 – WAITING GAME

Het vissen op brasem is heel vaak een kwestie van de lange adem; je moet geduldig kunnen zijn. Natuurlijk kun je ze soms meteen al in het begin van de vissessie vangen, maar dat zijn vaak uitzonderingen, die bijzondere visdagen. In de regel is het wachten, soms lang wachten, maar je kunt er bijna zeker van zijn dat je geduld uiteindelijk beloond wordt. Brasems zijn echte kuddedieren en zwemmen maar zelden alleen. Wanneer je dan eenmaal de vissen hebt aangelokt, vang je vaak meerdere vissen.

4 – STILLE AASAANBIEDING

Wanneer je uitgaat van de informatie uit de voorgaande tips moet bij het brasemvissen een stille aasaanbieding, zo dicht mogelijk tegen de bodem, vaak wel de beste vismanier zijn. Dat klopt, daarom is juist het feedervissen zo’n succesvolle vismanier voor de brasemvisserij. De haak ligt stil en altijd in de buurt van de voerkorf met inhoud, wat de precieze omstandigheden ook zijn. Verderop in dit artikel kom ik uitgebreider hierop terug.

Brasem tips

5 – ZWAARDER BIJ TWIJFEL

Wanneer je met een dobber vist, kan het best gecompliceerd zijn om je aas stil op de bodem aan te bieden. Je hebt soms te maken met stroming en zeker in onze Lage Landen, dikwijls ook met wind. Een gouden tip is om bij twijfel net dat grotere maatje dobber te gebruiken. Een grotere, of beter gezegd, zwaardere dobber heeft meer lood op de lijn nodig. Juist dat extra lood kan ervoor zorgen dat het haakaas toch zo natuurlijk mogelijk op de voerplek ligt.

6 – FRONTBAR

Je ziet de zogenaamde ‘frontbar’ tegenwoordig in allerlei variaties en als ze ergens onmisbaar voor zijn dan is het voor de brasemvisserij. In tip 4 ging het over een stille, statische aasaanbieding. Een frontbar is het beste hulpmiddel om juist dat te verkrijgen. Simpelweg de hengel op de bar leggen en het achterdeel in de uitsparing van de viskist. Zo gemakkelijk!

7 – DOBBERTYPES

Er zijn natuurlijk heel veel verschillende dobbertypes te koop en allemaal zijn ze ooit geproduceerd met een bepaalde visserij in gedachten. Wat de ideale dobber is bij het vissen op brasem hangt vaak helemaal af van het type water, want wateren kunnen onderling gigantisch verschillen. Wanneer het water stroomt gaat er niets boven een ‘bolletje’ dobbermodel: een klein rond dobberlichaam met een lange onderantenne en een holle bovenantenne. Op stilstaande wateren, met name op vijvers, is het vaak beter om met een lang en slank dobbermodel met een hele lange en relatief dunne bovenantenne te vissen. Vooral wanneer je vaak te maken krijgt met vissen die het aas vanaf de bodem pakken en ermee naar een hogere waterlaag zwemmen. Die zogenaamde ‘lift-beten’ of ‘opstekers’ worden met zo’n slank model het best geregistreerd.

Brasem tips

8 – VLAGDOBBERS

In Nederland en België zijn vlagdobbers niet populair. Op de meeste andere plekken in Europa worden ze vaker dan welk ander dobbertype gebruikt. Vlagdobbers zijn ideaal om in stromend water de montage te blokkeren en dus het aas zo stil mogelijk aan te bieden. Door de platte lollyvorm van het dobberlichaam stroomt het water om de dobber heen, wat extra helpt om deze stabiel in het water te laten staan.

9 – LOODMONTAGES

Bij het witvissen gaat het er om je haakaas op een zo natuurlijk mogelijke manier te presenteren. Dat moet uiteindelijk de vissen verleiden om het haakaas te pakken. Voor een groot gedeelte wordt die presentatie bepaald door de gebruikte loodmontage en daarin zijn allerlei varianten te bedenken die allemaal op bepaalde momenten perfect zijn. Je moet je als visser proberen in te beelden wat er onder water gebeurt en daarnaar handelen. Hoe is de bodem? Waar ligt er een obstakel? Hoe kan ik het aas stil tegen de bodem aanbieden? Geloof me, de vissers die op dit soort vragen de beste antwoorden vinden zijn degenen die het meest succesvol zijn.

10 – LOODHAGELS = MEER MOGELIJKHEDEN

Tijdens het vissen moet je altijd kunnen inspelen op de situatie. Die situatie kan anders zijn dan je had verwacht; dat vereist aanpassingen aan het gebruikte materiaal om toch de ideale aasaanbieding te verkrijgen. Zorg er altijd voor dat je gemakkelijk de gebruikte loodmontage kunt aanpassen. Loodhagels zijn hiervoor vaak de beste oplossing. Een of enkele loodjes wat meer naar boven of naar onder op de lijn schuiven kan soms een enorm verschil uitmaken!

11 – PEILEN OP HET ONDERSTE LOOD

Een simpele en goede manier om de juiste visdiepte te bepalen is het uitpeilen op de onderste valloodjes die je op de vislijn hebt geknepen. Je hebt daarvoor wel een knijppeillood nodig. Simpelweg het peillood om de loodjes knijpen, die tegen de onderlijnknoop zijn geschoven en de dobber zo uitpeilen dat de bovenantenne en een stukje dobberlichaam uit het water steken met het peillood op de bodem. Pas daarna is het tijd om de te gebruiken onderlijn te bevestigen. Je weet nu dat het onderlijnlusje en de onderlijn net op de bodem liggen. Afhankelijk van de omstandigheden kun je dan de aasaanbieding ‘fine-tunen’ door iets te schuiven met de valloodjes.

12 – DOBBER MARKEREN OP DE HENGEL

Met name bij de brasemvisserij, maar eigenlijk altijd, is het vaak nog wel eens een tijdje zoeken voordat je de precieze, beste visdiepte hebt gevonden. Je schuift dan ook nogal eens tijdens de vissessie je dobber naar boven of naar beneden. Om te verzekeren dat je altijd precies blijft weten waarmee je bezig bent, is het goed om meteen na het peilen de dobberpositie te markeren op de hengel. Je kunt dit perfect doen met een stukje vetkrijt of typex (in ieder geval iets dat je ook weer gemakkelijk van de hengel kunt verwijderen). Je kunt zo altijd en op ieder moment terug naar de basisdiepte.

13 – VERSCHILLENDE ONDERLIJNLENGTES

Je hoeft lang niet altijd de dobber omhoog te schuiven wanneer je verder op de bodem wilt vissen. Een goede manier is om simpelweg een langere onderlijn te monteren waardoor je hetzelfde bereikt. Bovendien krijg je een wat meer wapperende aasaanbieding.

14 – HAAKMAAT

Welke haak je ook wilt gebruiken, het is heel belangrijk dat de grootte van de haak juist is. Zeker bij een brasemgerichte visserij zijn hele kleine haakjes niet de beste optie. Heel veel is afhankelijk van het gebruikte aas. Het is nogal een verschil of dit bijvoorbeeld een enkele muggenlarve of een flinke tros wormen is. De ideale haakmaten? In mijn ogen zijn dit 12, 14 of 16 (ook afhankelijk van het precieze soort en merk, want de maten willen onderling weleens verschillen). Alleen bij een moeilijke visserij, waarbij een kleiner haakaas wordt gebruikt, gebruik je soms een maatje 18. Zelfs wanneer ik er van overtuigd zou zijn dat je met een kleinere haak meer aanbeten kunt krijgen, dan zou ik deze nog steeds niet gebruiken; een veel te grote kans op het verspelen van vissen.

brasem tips

15 – HAAKSOORTEN

Voor de brasemvisserij zijn er veel goede haken op de markt. Ik kan alleen spreken over mijn eigen ervaringen, met andere woorden, er zullen nog meer goede haken zijn dan degenen die ik opsom. De Kamasan B511, B611 (stevigere uitvoering van de B511), B911 en de Tubertini serie 2 (langsteel), 15 (roundbend) en 19 (wat stevigere serie 15) zijn allemaal haken die voor mij hun kwaliteit hebben bewezen en dat doen tot op de dag van vandaag.

16 – HOOG IN HET WATER

Brasems azen bijna altijd tegen de bodem, maar er zijn uitzonderingen. Vooral bij het vissen op warme zomerdagen kan het gebeuren dat alle vissen zich juist een eind boven de bodem ophouden. Vaak gebeurt dit op diepe wateren waar, bij die omstandigheden, dichter tegen de bodem gewoon te weinig zuurstof is. Als je zoiets weet kun je er natuurlijk prima op anticiperen. Door een licht dobbertje met een verdeelde loodmontage te gebruiken, zodat het aas zo langzaam als mogelijk naar beneden zakt, kan op dit soort dagen soms verbluffende resultaten opleveren.

17 – DRIJVENDE MADEN

Ik schreef er ook al over bij de voorntips, maar bij een brasemvisserij zijn drijvende maden zelfs nog veel belangrijker. Aas op de bodem aanbieden is belangrijk, maar heeft geen enkele zin wanneer het daar verdwijnt onder of tussen daar aanwezig wier of waterplanten. Juist wanneer de bodem niet schoon is, zijn drijvende maden onmisbaar. Ideaal is het om het gewicht van de haak overeen te laten komen met het drijfvermogen van de gebruikte maden. Je kunt zo het aas juist boven de bodem laten zweven, dus net boven de rommel die er ligt.

brasem tips

18 – CASTERS

Sommige vissers denken dat casters vooral een voornaas zijn. Het tegendeel is waar: brasems zijn verzot op casters. Ze zijn ideaal om te gebruiken in welk voertje dan ook en ze kunnen ook perfect als haakaas worden gebruikt. Ook casters zijn heel simpel drijvend te maken. Gewoon in de open lucht laten doorkleuren en ze bereiken vanzelf het stadium dat ze blijven drijven.

19 – WORMEN

Wormen zijn misschien wel brasemaas nummer 1. Vissen, en in het bijzonder de bodemazers onder de vissen, kennen wormen als natuurlijk aas. In de modder waar de vissen in wroeten, kruipen ook wormen. Iedereen die weleens muggenlarven heeft geschept zal begrijpen wat ik bedoel. Brasems zijn verzot op dit aas. Het is verstandig om de wormen die je in het lokaas gebruikt eerst in stukjes te knippen. Op die manier kruipen ze niet meer weg.

20 – MESTWORMEN OP DE HAAK

Mestwormen (eusenia) zijn ideaal voor op de haak. Ze zijn enorm beweeglijk en ook de bloedrode kleur wordt door veel vissers enorm gewaardeerd. Ook zijn ze zachter dan andere wormsoorten. Nadeel is dat ze daardoor ook niet voor iedere visserij geschikt zijn.

21 – DENDROBENA-WORMEN

In de sportvisserij zijn de dendrobena’s de meest gebruikte wormensoort. Iedere visser die wormen vaak verknipt en door het voer mengt, gebruikt dendrobena’s. Maar ook als haakaas zijn ze prima geschikt. Bij het feedervissen op grotere afstand zijn het bovendien de enige wormen die tijdens het werpen altijd op de haak blijven zitten.

22 – MAÏS

Wanneer brasems het doelwit vormen is ook maïs een vaak gebruikt aas. Prima als haakaas te gebruiken en door het voer. Een goede toevoeging voor in het gebruikte voer is zogenaamde gecrushte maïs. Dit kun je ook met een cup op de stek plaatsen.

23 – BROOD

Je ziet ze steeds minder, vissers die een broodpluim gebruiken voor op de haak. Toen ik begon met vissen was het zowat aassoort nummer 1. Het zachte, witte gedeelte van wit brood is het meest geschikt. Simpelweg een stukje uit een boterham plukken en voor ongeveer de helft ‘samendraaien’ en door dat samengedraaide stuk de haak steken. Nog altijd is brood een heel goed brasemaas.

24 – MEER AASSOORTEN VOOR BRASEM

Er zijn nog veel meer aassoorten die op sommige wateren bijzonder geschikt kunnen zijn om brasem mee te vangen. Van pellets en miniboilies kijkt inmiddels bijna niemand meer vreemd op, maar wat te denken van erwten, witte bonen, macaroni, knoflook, couscous en jawel, drop of stukjes cornedbeef? Al deze aassoorten hebben al (en vaak verrassend veel) goede brasemvangsten opgeleverd. Wanneer tijdens een visdag niets lijkt te werken, probeer dan eens iets aparts. De resultaten zijn soms verrassend.

25 – VOORVOEREN

Tijdens wedstrijden kun je natuurlijk niet voorvoeren, maar wanneer je weet dat er grote scholen brasem op een relatief groot water rondzwemmen, dan is het voorvoeren van de gekozen visstek dé oplossing om al te lange wachttijden te voorkomen. Al enkele dagen vooraf de plaats aanvoeren, geeft de vissen een langere tijd om de visstek te vinden en wanneer ze daar nog wat worden bijgevoerd is de kans op instant-succes vele malen groter dan wanneer je de sessie op goed geluk begint.

 

LEES OOK: BRASEMTIPS DEEL 2

 

Zeelt – Twijfelkonten

André Pawlitzki – Zeelt staat bekend als een van de, zo niet dé meest voorzichtige vis. Eeuwenlang twijfelkonten om na lang wikken en wegen te beslissen wel of niet dat ene voedselitem op te pakken. Maar dat hoeft helemaal niet zo te gaan! Met wat appetijtelijke overredingskracht is zelfs zeelt over de streep te trekken. Beter gezegd helpen we de vis een handje…

Enorm langzaam komt de dobber in beweging, ‘dipt’ kortstondig even onder en kruist vervolgens langzaam richting de overhangende struik. Snel hef ik de hengeltop en stuit ik op weerstand! De lichte hengel met een testcurve van 1 lbs staat direct zo krom als een hoepel en de gehaakte vis probeert keer op keer om de wortels van de overhangende bosjes te bereiken. Na een minuutje kan ik de vis overtuigen het wijd op te zwemmen. Dankzij het nerveuze gebonk weet ik dat een zeelt zijn best doet onder water. Als even later daadwerkelijk een goudgroene schoonheid in het wateroppervlak opduikt ben ik zo blij als een klein kind; wat een heerlijk begin van deze sessie!

Downsizen

Veel vissers gebruiken tijdens hun visserij op zeelt graag dauwwormen en daar is ook helemaal niets mis mee! Het is een mondvol voedsel voor zeelt en dat werkt vaak prima op dagen waarop de zeelten goed azen, maar er zijn natuurlijk ook genoeg momenten waarop dit niet het geval is. Dan kan het echt de moeite waard zijn om te downsizen! Gebruik eens een halve of een kwart dauwworm, of misschien nog beter; kleinere dendrobena’s of mestpiertjes. Een of twee van deze kleine wormen op een haak maatje tien of twaalf met een of twee dode of imitatiemaden op de haakpunt zijn voor mij echt het perfecte zeelt aas. Deze natuurlijke voorkeur voor kleiner aas is vervolgens iets waar je tijdens het voeren rekening mee kunt houden.

Zeelt is gek op dauwpiertjes.

Voer

Als opportunist kan een zeelt nergens zijn neus voor ophalen en moet hij meer dan eens genoegen nemen met (echt) kleine voedselitems. Daarom zijn maden onontbeerlijk in mijn ogen. In mijn zeeltvoer zitten ze dan ook altijd! Om te voorkomen dat ze wegkruipen in de eventuele sliblaag vries ik ze kortstondig in. Gedurende een paar uur plaats ik de maden hiervoor in een plastic zak in de vriezer. Hierdoor gaan ze dood en kruipen ze niet meer rond.

“Wormenpap”

Verder voeg ik nog minipellets van maximaal 4 mm en een handje wormen aan mijn voer toe. Om de geur van de wormen extra goed tot zijn recht te laten komen, knip ik de wormen fijn met een wormenschaar. Het wormenpapje wat je hierdoor krijgt heeft een magische aantrekkingskracht op zeelten.
Het hoofdingrediënt van mijn zeeltvoer is echter hennep. Met hennepkorrels kun je enorm gericht aan de slag gaan. Zeelt, maar ook karper is er gek op. Om je toch wat meer op zeelt te focussen laat ik de maïs achterwege in mijn voer. Maïs werkt namelijk enorm goed als lokkertje voor karper. En als er eenmaal karper op de stek zit, dan is het lastig om nog echt selectief op zeelt te werk te gaan!

 

zeelt
De basisingrediënten voor de wormenpap.

Binden

Om dit voer met toch enorm veel kleine voedseldeeltjes goed tot ballen te kunnen vormen, gebruik ik lokvoer met een enorm bindende werking. Geloof me, de bindende kracht van het voer mag echt enorm zijn! De bedoeling is dat het voer alle losse ingrediënten draagt en pas op de bodem loslaat. Met andere woorden moet de voerbal een worp plus plons overleven, dan nog heel afzinken en pas op de bodem openbreken. Een nadeel van lokvoer is dat het erg brasemgevoelig is. Brasems zijn dan weer niet zo dol op hennep, dus laten ze dat zeker weten liggen voor de zeelten. Fijn om te weten, mocht je te maken krijgen met brasem op de stek. Zodoende blijft in ieder geval één voerbestanddeel over voor de gewilde zeelt.

zeelt voer

 

Pietje precies

Het voer werp ik het liefst zo precies mogelijk op mijn voerstek. Topstekken voor zeelt kunnen kleine openingen in plantenbedden zijn, maar ook in het water gevallen bomen, overhangende bosjes en rietkragen kunnen rekenen op enorm veel aandacht van zeelten.
Vaak voer ik aan het begin van mijn sessie twee of drie voerballen. Pas als ik een of twee vissen gevangen heb gooi ik weer een voerbal op de stek. Het is echt van belang dat je steeds op dezelfde plaats voert. Grotere voerstekken kunnen voor andere vissoorten prima werken, maar mijn ervaringen met grote voerstekken en zeelt is dat dit niet goed samengaat. Meestal gooit brasem dan roet in het eten en blijft het zeeltenfestijn uit.

Aanvoeren

Naast precies aanvoeren is ook de samenstelling van je materiaal van belang. Kies je hoofdlijn en de rest van je montage zo licht mogelijk. Houd altijd visveiligheid in gedachte, maar bedenk je ook dat lichter minder weerstand en dus meer aanbeten betekent. Betracht zo ook bij het uitloden van de dobber de nodige finesse. Ik lood mijn dobber meestal zo uit dat er nog maar een centimeter van de antenne zichtbaar is. Vanzelfsprekend kies ik voor een lichte, slanke dobber. Alles om de weerstand bij aasopname zo minimaal mogelijk te houden. Ik kan het niet genoeg benadrukken, zeelt kan erg schuw zijn en bij de minste of geringste weerstand het haakaas meteen weer uitspugen.

ZEELT TIPS

BIJZONDERE HAAKJES
Om de voorzichtig azende zeelten te haken maak ik gebruik van bijzondere haakjes; de QM1 van Guru. Dit zijn weerhaakloze haakjes die een rond, haast cirkelvormig model hebben. Eigenlijk zijn deze haakjes ontwikkeld voor de visserij met zelfhaaksystemen. Toch doen deze haken het ook prima als er met een match, of vaste hengel gevist wordt! Door de bijzondere vorm wordt de dikke lip van een zeelt omsloten door de haak, en daardoor verlies je amper zeelten tijdens het drillen!

Dauwworm
Dauwwormen zijn geliefd aas voor zeelt, en volledig terecht! Zelf gebruik ik meestal een halve dauwworm. En dan met name het dunnere staartstuk van deze uit de kluiten gewassen pieren. Om ervoor te zorgen dat dit stukje pier optimaal kan bewegen bevestig ik het kleine haakje (maat 12 of 14) in de open kant van de worm. In de ‘breuk’ steek ik de haak en voer hem door de zijkant naar buiten. Als laatst schuif ik nog een dode of imitatiemade op de haak als stoppertje zodat de worm er niet afglijdt.

 

 

Voorjaarswinde – Korstvissen op de rivier

winde korstvissen rivier
kribben

PAUL DE WAL – Twijfelend staar ik naar het water. Dit vissen op winde moest wel de meest onlogische manier zijn, die ik ooit ging proberen. Met een sceptisch gevoel scheur ik een snee brood in stukjes en gooi het met moeite drie meter van de krib af. De hengel laat ik nog onopgetuigd op de stenen liggen, ik kon me niet voorstellen dat ik die vandaag nodig zou hebben. Terwijl ik de zak brood maar weer dichtknoop, hoor ik iets achter me. Het zal toch niet…? Vanuit mijn ooghoek zie ik nog net een klein kolkje verschijnen, tussen de inmiddels tegen de stenen aangedreven broodkorsten. Niet meer dan een paar seconden zijn er vervolgens nodig om mijn vertrouwen in deze visserij van 0 naar 100% te doen stijgen…

Zo zag een jaar of twee geleden mijn eerste ‘korsten op winde’ poging eruit. Van een vismaat had ik gehoord dat het prima mogelijk was om bakken van windes te vangen aan een drijvend broodkorstje op de rivier. De eerste poging werd snel gepland en pakte dus direct goed uit. Toeval? Nee, zeker niet. De volgende pogingen gingen eigenlijk nog beter en ik kan niet anders stellen dan dat deze visserij zowel erg leuk als eenvoudig is. Het enige wat je moet doen is je huidige opvattingen aan de kant zetten en de stap durven wagen om op de rivier te gaan korstvissen.

winde korstvissen rivier
De smaak te pakken gekregen.

Stekkenkeuze

Het korstvissen op winde heb ik eigenlijk uitsluitend gedaan op de rivier en de daarmee in verbinding staande wateren. Hoewel er op erg veel wateren winde voorkomt, denk ik dat er nergens zoveel en zo groot zwemmen als op de grote rivieren van ons land. En of je het dan over de Waal, de Lek of de Maas hebt, overal is het mogelijk en overal zwemt ook een goed bestand aan grote winde. 

winde korstvissen rivier

Echter zijn al deze rivieren gigantische wateren en zijn er wel degelijk een paar dingen waar je rekening mee moet houden… want waar moet je immers beginnen? Zelf richt ik me voornamelijk op kribben. Deze hoeven niet aan veel voorwaarden te voldoen om een goede ‘windekrib’ te zijn, maar toch enkele. Allereerst is het belangrijk dat het kribvak over het algemeen ondiep is; gemiddeld zo’n een tot twee meter. Deze kribvakken liggen bijna altijd bij (erg) lange kribben. Deze lange kribben vind je eigenlijk in elke buitenbocht van alle eerder genoemde rivieren. Wanneer je Google Maps (of een waterkaart) erbij pakt, is het bijzonder eenvoudig om een dergelijke krib te vinden. Zie je een of meerdere lange kribben naast elkaar liggen en bevinden ze zich in de buitenbocht van de rivier? Dan zijn de bijbehorende kribvakken vrijwel zonder uitzondering erg ondiep en daarmee een uitstekende stek voor het korstvissen op winde! 

Eenvoud

Het materiaal en de techniek van deze visserij is verrassend eenvoudig. Je hebt er echt niet veel voor nodig. Allereerst de hengel: het is vooral belangrijk dat deze niet te kort is. Alles vanaf 270 cm is in principe geschikt, maar de hengel mag gerust 300 tot 330 cm lang zijn. Denk aan een lichte penhengel of matchhengel. Hoe lichter de hengel, hoe beter. Hierop komt een werpmolentje dat past bij de hengel(lengte) met daarop 18 tot 20/00ste nylon. Het geheel wordt afgemaakt met een karperhaakje, rond, maat 6… eenvoudiger kan bijna niet, toch? Het enige wat ik verder meeneem is een rugzak met wat extra materiaal en één of twee broden, een landingsnet met een lange steel om over de stenen te kunnen komen en een onthaakmatje. 

winde korstvissen rivier
Het lichte materiaal krijgt er soms flink van langs.

In tegenstelling tot wat ik destijds verwachtte, is deze visserij eigenlijk net zo simpel als het materiaal. Wanneer je bij de krib aankomt, het liefst aan het begin van de avond, begin ik vaak halverwege. Je pakt twee sneden brood en scheurt ze in stukjes. Het liefst van gemiddeld formaat; je kunt zo’n acht tot tien mooie stukjes uit een snee brood halen. Deze gooi je vervolgens zo ver mogelijk van de krib af. Niet dat je veel verder dan een meter of vier komt, maar dat is niet erg. Voer aan beide kanten van de krib en beaas je haak alvast met een broodkorst, zodat alles klaar is. 

Werpen

Blijf goed naar het gevoerde brood kijken en laat je niet misleiden door de golven en de stroming. Je zult zien dat de stukken brood uit elkaar gaan drijven en dat het volgen ervan steeds lastiger wordt. Eigenlijk duurt het nooit lang voordat er een of meerdere windes beginnen te azen. Werp niet direct op het eerste kolkje of de eerste azende vis, maar wacht nog even.

winde korstvissen rivier
Onvoorspelbaar aasgedrag, goed opletten dus.

In tegenstelling tot karper, zijn windes vrij onvoorspelbaar in hun aasgedrag aan de oppervlakte. Al veel te vaak heb ik een worp gemaakt naar een azende vis, die nog voordat mijn aas in de buurt kwam alweer een paar meter verderop zwom. Wanneer je ziet dat een of meerdere windes bij een aantal stukken brood blijven ‘hangen’, kun je je worp maken.

Probeer je korst voor een seconde het water te laten raken zodat deze wat meer werpgewicht krijgt en werp hem vervolgens met beleid over de azende vissen heen. Gooi liever een paar meter te ver dan te dichtbij. Wanneer je ziet dat de vissen blijven azen, trek je voorzichtig je korst terug naar deze vissen. Doe dit zeer langzaam en rustig, zodat de korst goed op de haak blijft zitten en de vis niet schrikt. Zeer vaak is het dan binnen enkele seconden raak… de korst wordt naar binnen gewerkt, je wacht een seconde en zet dan rustig de haak. Wat volgt is een mooi gevecht met een grote rivierwinde!

winde korstvissen rivier
Ook in het donker kan het, een joekel van 63 cm!

Groot

Van origine ben ik eigenlijk een roofvisser, maar tussen 1 april en het laatste weekend van mei moet ik me noodgedwongen toch op andere visserijen richten. Vissen op winde is één van de leukste en mooiste manieren voor mij om de gesloten tijd door te komen. Op een zonnige dag of avond aan de rivier zitten is al prachtig, maar wanneer je tegelijkertijd op vrij eenvoudige wijze grote vissen kunt vangen, dan wordt het een heerlijke bezigheid.

winde korstvissen rivier
Grote vissen meer regel dan uitzondering.

En ja, groot zijn ze. Op een of andere manier selecteer je met deze oppervlaktevisserij enkel de grote windes en zijn vissen van 50 of zelfs bijna 60 centimeter meer regel dan uitzondering. Hoewel stukjes brood in de grote rivier strooien de eerste keer echt onnozel voelt, is het de poging zeker waard!

Stekken op het strand

Stekken op het strand

Op het moment dat deze blog uitkomt kunnen de eerste zomergasten van het zoute water al gearriveerd zijn. Zeebaars, tong, makreel, harder, haai enzovoorts, we kunnen ze weer vanaf het strand vangen. Aan de eettafel worden de vakanties besproken en met het goede weer van vorig jaar in het achterhoofd zullen veel gezinnen kiezen voor de Zeeuwse kust. Een goede keuze als je het mij vraagt!

Het blijkt dat steeds meer vakantiegangers kiezen om een hengel mee te nemen naar de vakantiebestemming. Opvallend genoeg staan de meeste vissers direct onderaan bij de duinovergang te vissen. Ik geef het eerlijk toe, het kan best pittig zijn om al je spullen mee over de duinen te slepen en door het mulle zand richting het strand te lopen. Maar zoals altijd en overal, moeite doen loont vaak! Uiteraard vang je hier best wel eens een visje, maar de beste stek is het meestal niet. Het strand is namelijk niet zo vlak als je zou denken… Ook hier zijn hotspots waar je beduidend meer vis kunt vangen dan wanneer je zomaar ergens naar toe werpt.

Stekken op het strand
Afgesteund aan het einde van de slijtgeul bij laag water.

Palenrijen

We gaan voor onze vissessie actief op zoek naar stekken die afwijken van het vlakke strand. Het eerste dat opvalt op Zeeuwse stranden zijn de rijen met palen. Dit zijn duidelijk zichtbare hotspots. De palen zijn bezaaid met zeepokken, oestertjes, mosseltjes enzovoorts. Vaak liggen er nog wat keien voor de kop en staan de palen in een iets diepere geul. Dit alles trekt diverse zeevissen aan. Eigenlijk kun je iedere vissoort in de buurt van deze palen verwachten. Nadeel is dat je met de stroming in de knoop komt.

Sta je te vissen met een vloedstroom, die altijd in noordelijke richting stroomt, dan sta je dus noordelijk van de palen te vissen. Wanneer de ebstroom nu zijn intrede maakt, zal je lijn richting de palen stromen en kom je in de problemen. Je zou aan de andere kant van de palen kunnen gaan staan, maar op een drukke dag of nacht staat je buurman daar al en krijg je natuurlijk meteen commentaar.

Geulen

Een andere optie is om eens goed rond te kijken op het strand. Er zijn namelijk veel meer hotspots. Denk dan aan muien, zwinnen, slijtgeulen, zandbanken en diepere kuilen. Wie het water goed kan ’lezen’, kan aan de stroming zien waar deze liggen.

Stekken op het strand
Diepere kuilen zijn bij hoog water lastiger ’te lezen’.

Zandbanken vallen natuurlijk het beste op. Deze zie je gewoon boven water uitsteken wanneer het water laag staat. Staat het water wat hoger dan kun je ze herkennen aan de golven die op de zandbank breken. Zowel links, rechts als achter de zandbank kun je vis verwachten!

Heb je twee zandbanken naast elkaar, dan zal het water er tussendoor in en uit stromen. Deze opening noemen we een mui en een mui is een van de beste stekken aan het strand. Het water dat door de mui spoelt neemt veel voedsel mee, er liggen dus vaak vissen te wachten op een gemakkelijk maaltje.

Een zwin is een natuurlijke geul die iets dieper is dan de rest van het strand en loopt parallel aan het strand. Met laag water zie je deze dan ook goed liggen, meestal blijft er wat water in staan. Ook dit is een goede stek. Voedsel is er haast altijd aanwezig. Vissen weten deze zwinnen al te vinden wanneer er nog maar krap een halve meter water staat.

Stekken op het strand
Zwinnen kunnen zeer lang zijn.

De diepere kuilen en slijtgeulen zie je haast niet wanneer het water hoog staat. Ze verraden zich enkel door gladde plekken aan het oppervlak, maar dat is erg moeilijk te onderscheiden wanneer je nog niet veel ervaring op het strand hebt.

Stekken op het strand
Een slijtgeul is vaak een vismagneet.

Je zult er met laag water op uit moeten om het strand te leren kennen. Nodig je partner dus uit voor een gezellige strandwandeling, bij laag water uiteraard. Nu kun je alle stekken in je opnemen, bij hoog water kun je deze dan prima aanwerpen. Die strandwandeling met laag water stelt niet enkel je partner op prijs, je zult ook versteld staan van de vangsten die je kunt doen wanneer je op de goede stekken aan de gang gaat.

Voor je voeten zwemmen soms de grootste botten!

Ik adviseer dan ook bijna iedereen om niet te ver te werpen, zeker niet in de warmere maanden. Je kunt dichtbij immers een leuk visje vangen en ook kinderen kunnen dan zelf werpen en binnen draaien; vinden ze het leukste natuurlijk! Vissoorten zoals bot, tong en zeebaars zijn echt niet bang om zich in ondieper water te begeven. Zit je in de buurt van een bovengenoemde stek dan hoef je echt niet ver te werpen, vaak is kniediep water al voldoende voor een leuke vangst. Zeker wanneer er een ZW 3-4 op het strand staat, voelen zeebaarzen en botten zich prima thuis tussen de muien, zwinnen en zandbanken.

stekken op het strand
Vissen op de juiste plek op het juiste moment…

Uiteraard kun je ook met laag water op het strand terecht. Zoek dan naar de muien, zwinnen en zandbanken door de verandering van stromingen te ontdekken. Wie goed kijkt zal deze zo gevonden hebben. Iedere verandering in stroming geeft aan dat er onderwater een afwijking in bodemstructuur is.

Wil je met laag water vissen dan adviseer ik om een hengel ondiep, dichtbij dus, te vissen en de andere wat dieper. Op deze manier heb je de vis sneller gevonden en kun je twee hengels op de beste stek werpen.

Martijn Dekkers

Lees hier meer Zoute Korrels

Op blieken en giebels in wijkwater

Jan van Schendel cityfishing

Het boegbeeld van witvissend Nederland is Jan van Schendel, een specialist pur sang. Met dit icoon trekken we door Nederland voor de mooiste visstekken en dan liefst in een stedelijke omgeving. Zo zijn steden als Amsterdam, Dordrecht, Rotterdam, Breda inmiddels de revue gepasseerd. Nu was het tijd voor een meer dorpsachtig karakter, de Blankershove in Oud Gastel. 

Tekst Jan van Schendel, foto’s en film redactie

Ik heb erg naar vandaag uitgekeken. Eindelijk kan ik dan zelf aan de slag op dat leuke water waar we laatst een jeugdclinic hebben gegeven. Tijdens deze vaste hengel clinic werd er echt leuk vis gevangen. Met name kleine vis, maar af en toe toch ook bliek, brasem en giebel! Grotere vissen werden regelmatig gehaakt, maar die waren onhoudbaar aan dat fijne materiaal. Ik dacht dat dit beter moest kunnen en dus wilde ik erg graag terug naar dit water, maar dan gewapend met feedermateriaal zodat ik ook die powervissen zou kunnen temmen.

Jan van Schendel cityfishing
Terug met feedermateriaal.

Strijdparcours

De Blankershove in Oud Gastel is een prachtig viswater dat zo’n 15 tot 20 jaar geleden is gegraven als retentiewater voor de woonwijk die hier is gebouwd. Je kunt dit soort wateren overal in Nederland tegenkomen. Natuurlijk volgde er snel een visuitzetting en zo is er hier een prachtig en divers visbestand met volop voorns, blieken, brasems, giebels, karpers en zelfs grote roofbleien ontstaan!

De Blankershove wordt beheerd door HSV ’t Bliekske uit Oud Gastel, maar is opgenomen in de landelijke lijst van viswateren. Iedereen die in het bezit is van een Vispas mag er dus vissen! Je vist hier aan de rand van een woonwijk, houd dus rekening met de omwonenden. Het is een schitterend viswater waar jong en oud terecht kan om te komen vissen, laten we dat vooral zo houden! Lees het geldende reglement en houd jezelf eraan, zo blijft deze prachtige plaats voor iedereen toegankelijk.

Jan van Schendel cityfishing
Strak tegen de overkant.

Hoe dan ook besluit ik om vandaag een van de smallere gedeeltes van dit meer te bevissen. Zo kan ik strak tegen de overkant, vlakbij de overhangende struiken vissen. Juist onder die struiken verwacht ik dat het barst van de karpers en giebels, het hoofddoel vandaag. Mijn aanpak is echt op karpers en giebels gefixeerd, maar of dat ook gaat lukken moet vandaag gaan uitwijzen.

De omschakeling

Ik start de dag met de methodfeeder, een geijkte methode om giebels en karpers te strikken. Ik maak een methodvoertje van Sonubaits aan en als haakaas heb ik vandaag keuze uit miniboilies, pellets, dode maden en mais. De verhalen die ik over deze vijver hoor zijn erg goed. Met name met de methodfeeder zou een netje vis vangen geen probleem moeten zijn… Wat heet, de laatste tijden is daar hier extreem goed mee gevangen. 

Jan van Schendel cityfishing
Dode maden en maïs voor aan de haak.

Dan dient zich iets aan wat we maar wat vaak terugzien bij het vissen. Met hoge verwachtingen heb je een heel plan uitgestippeld, de vissen springen nog net je net niet in, maar vervolgens lijkt het resultaat vies tegen te vallen. Met andere woorden, wat ik ook probeer, niets lijkt te werken met de methodfeeder. Ik kom niet verder dan wat lijnzwemmers en een schitterende giebel. Verder gebeurt er niets.

En dat is niet wat ik had verwacht. Om een lang verhaal kort te maken, ik geef de methodfeeder twee uur de kans, waarna ik de stellige indruk krijg dat het anders moet. Ik besluit om met een schuivende, standaard voerkorf te gaan vissen in combinatie met een iets langere onderlijn. Op de haak rijg ik wat wormen, het voer laat ik hetzelfde, ik voeg er alleen wat geknipte wormen aan toe. Het resultaat laat niet lang op zich wachten. Sterker nog, het levert een immens verschil op met de situatie van zojuist.

Jan van Schendel cityfishing
Overschakelen naar wormen blijkt een goede keus.

Vanaf het moment dat ik de eerste worp maak staat mijn hengeltop niet meer stil. De top beweegt niet door de vurig gehoopte karpers en giebels, maar door wat kleinere vissen. Heel af en toe een wat grotere brasem, maar vooral blieken. Stuk voor stuk prachtige, zilverkleurige, puntgave blieken. Echt fantastisch mooie vissen!

Jan van Schendel cityfishing
Puntgave blieken.

Experiment

Echt bizar hoe groot het verschil is met eerder vandaag. Ik vang plots echt goed! Als extra experimentje monteer ik een onderlijntje met een hair waar ik de wormen op rijg. Om heel eerlijk te zijn komen de ge-hair-rigde wormen niet echt uit de verf. Ik kan eigenlijk weinig verschil merken tussen deze montage en de montage met de wormen direct op de haak. Met beide methodes mis ik wat aanbeten, maar ik denk dat dit vooral komt doordat de vissen op de stek aan de kleine kant zijn. Zo’n zelfhakend systeem met een hair rig komt toch het best tot zijn recht als de te vangen vissen net een slag groter zijn. Zo blijkt nu.

Jan van Schendel cityfishing
Weer terug bij de method feeder (links), de gewone korf (rechts) heeft z’n werk voor even gedaan.

Later in de sessie schakel ik na verloop van tijd toch weer terug naar de montage waar ik mee begonnen ben; de method feeder. Het is nu al wat later in de middag en het zou zo maar kunnen zijn dat de grotere vissen nu wel beter azen. Vrijwel meteen vang ik nog een schitterende giebel en helaas verspeel ik er ook nog een. Die snelle actie is natuurlijk hoopvol. Maar toch blijft het bij die twee aanbeten, ik krijg nog wat lijnzwemmertjes maar actie waarop ik moet reageren blijft uit.

Jan van Schendel cityfishing
Meteen een mooie giebel.

En eigenlijk is dat ook wel logisch. Dit water is ontzettend ondiep en warmt om die reden snel op. Tijdens warme dagen als vandaag azen de vissen dan toch vaak het best wanneer het wat koeler is, in de vroege ochtend en late avond dus. Deze hitte heeft absoluut effect op het aasgedrag van de vissen, maar toch beleef ik een ontzettend leuke dag hier. Ik vang weliswaar niet waar ik voor gekomen ben. Maar langzaam maar zeker vult mijn leefnet zich met mooie blieken en ben ik toch tevreden aan het eind van de dag. Die karpers en giebels komen de volgende keer wel weer.

Pook

Voor deze visserij heb je absoluut geen poken van hengels nodig. Het tegendeel juist eerder. Hengels met een zachte actie werken veel beter en fijner. Mijn 3,30 meter JVS Patriot is zo’n hengel, een genot om mee te drillen! Verder is het aan te bevelen om met nylon te vissen. Zeker in geval van methodfeederen en giebels en karpers is beetregistratie geen enkel punt. De vissen haken zichzelf en je hengel wordt zowat van de steun getrokken. Dan is dat beetje demping van die nylon lijn wel zo fijn!

Vissen op geep

MARC BORST – Geep bevis je in de lente met een dobber aan het wateroppervlak. Wat de vis tekort komt aan kracht, maakt hij aan licht materiaal goed met spectaculaire aanbeten en wilde sprongen tijdens de dril. Lees in dit artikel hoe je het meeste plezier haalt uit het vissen op die prachtige, zilveren pijlen!

Het is een zonnige ochtend begin mei. Er staat weinig wind en het is licht bewolkt. Het is opkomend water en er lopen al wat mooie stroomnaden. Met hun kenmerkende gekir jagen visdiefjes en sterns op het nieuwe visbroed, dat door de vele rovers naar het wateroppervlak gedreven wordt. Wat mij betreft een van de mooiste Hollandse lentegeluiden aan zee! De algenbloei, die ieder voorjaar een groene ondoorzichtige soep van de zee maakt, is gelukkig achter de rug. Dus het water is weer helder. Het zijn de perfecte omstandigheden voor het bevissen van de zichtjager geep.

geeptijd
Helder water en mooi weer: perfecte geep omstandigheden.

Wanneer is het geeptijd?

Het is elk jaar weer afwachten wanneer de geep precies aan onze kust arriveert. Geslachtsrijpe gepen komen tussen pakweg april en juni naar de Europese kust om te paaien en zoeken daarvoor obstakels met begroeiing om hun eieren af te zetten. Watertemperatuur en zoutgehalte zijn hierbij belangrijk, waardoor de paaitijd per gebied kan verschillen. Na de paai verspreiden ze zich weer. De eerste Nederlandse vangstmeldingen komen meestal uit Zeeland.

Waar vang je geep?

De dijk van Westkapelle is van oudsher één van de topstekken, waar ook veel Belgen de geep komen belagen. En als ‘ze’ er zijn, dan is het er druk. Je kunt echter ook prima langs de rest van de Nederlandse kust terecht. Zoek de plekken in de rest van Zeeland, maar ook in het Europoortgebied, de pieren van Scheveningen en IJmuiden, maar ook bij de kleinere strekdammen langs onze kust. Zoek naar plekken waar stromingen staan en waar steenstort met begroeiing is te vinden. Vanaf een zanderig strand maak je alleen kans als je écht weet dat ze er zijn, dus als je ze aan het oppervlak kunt zien.
Geep heeft de aparte eigenschap sprongen te maken over stokjes of andere zaken die in het water drijven. Ook speelt hun paaigedrag zich soms luid spetterend aan het oppervlak af en dicht bij de kant. Kortom, houd het water(oppervlak) én de vogels in de gaten!

Met welk materiaal?

Hoe lichter het materiaal, des te meer plezier aan het vangen van geep. Het zijn dan ook vooral de omstandigheden die bepalen hoe zwaar er moet worden gevist. Veel wind of zeer verre worpen vragen om een zwaardere dobber en dus een dikkere lijn en zwaardere hengel. Bij veel obstakels langs de kant is een langere hengel fijn om de lijn gemakkelijker uit de stenen of het wier te houden. Kortom, lichte karper-, feeder– en matchhengels zijn de types om uit te kiezen.
Kies een werpmolentje uit de 3000 tot 5000 categorie. Onder perfecte omstandigheden kun je ook met een spinhengel van pakweg drie meter lang en een werpgewicht tot 20 gram je slag slaan. Een hoofdlijn van 25/00 nylon is meer dan voldoende.
Een gevlochten hoofdlijn is minder aan te bevelen. Het is bijvoorbeeld zeker niet nodig op elk tikje te reageren. Sterker nog, de kans is groot dat je het aas uit de bek trekt. Ook is een knoop in een gevlochten lijn een stuk lastiger te ontwarren dan bij nylon en schuivende dobbers glijden maar stroef langs dit type lijn.

Geep is wantrouwend

De hoofdzaak van de geepvisserij zit hem in de dobber, onderlijn, haakje en aas. Hoewel geep een indrukwekkend aantal tandjes aan de harde snavel heeft zitten is staaldraad helemaal niet nodig. De onderlijn moet zelfs zo dun en onzichtbaar mogelijk zijn; mijn keuze gaat uit naar 20/00 fluorocarbon.

Kies de onderlijnlengte zo lang, dat de montage nog prettig te werpen is. Bij een hengel van drie meter is een twee meter lange onderlijn een mooie lengte. Veel langer dan drie meter is niet nodig. Een langstelige haak maat 6 (bijvoorbeeld Gamakatsu F31 of LS-5013F en dan met een tangetje zelf een offset-knikje gegeven) heeft mijn voorkeur, omdat het grotendeels fladderende aasje goed aan het haakje te zetten is. Verzwaar de onderlijn liever niet met loodjes. Geep kan heel wantrouwig zijn en één zo’n loodhageltje kan al teveel weerstand geven.

Wat voor haakaas voor geep?

De aaskeuze om geep te interesseren is vrijwel oneindig. Al het kleins dat door het wateroppervlak flappert en wappert, kan een geep doen aanvallen. Met zijn snavel zal hij het ‘beestje’ inspecteren. Maar om hem ook werkelijk te laten eten, dát luistert allemaal iets nauwer.
In het algemeen zijn zagers en reepjes vis van zalm, makreel, geep en forel (tot 1 cm breed, maximaal 10 cm lang en een paar mm dik) favoriet. Je kunt het ‘kopje’ van het aas ‘fixeren’ door het een stukje over het haakknoopje te trekken. Helemaal zeker ben je wanneer je het dan nog vastzet met wat bindelastiek. Bij veel voedselnijd zal de geep agressiever azen en zijn ze ook prima te vangen aan kunstaas, zoals kleine shads, twisters of Silkkrogen, het Deense zijdedraad zonder haak. Is het niet duidelijk of en hoeveel geep er op de stek zit, begin dan met natuurlijk aas.

geeptijd
Natuurlijk aas zoals stukjes vis of garnaaltjes zijn perfect om te starten.

Dobber rond de kolken

De dobber is bij deze visserij eigenlijk vooral een drijvend werpgewicht. Het meest belangrijke is het aas op de gewenste afstand en diepte aan te kunnen bieden; als beetindicator voegt hij ook maar weinig toe. Als een geep met het aas in de weer is, dan zijn er vaak al eerder kolken rond de dobber te zien dan dat de dobber heeft bewogen. Ik heb het één keer gezien: met de dobber op een paar meter uit de kant was in het heldere water heel goed te zien hoe een geep minutenlang het aasje even pakte en weer losliet. Aan de dobber erboven was niets te zien…

Met een vaste dobbermontage

Er is een keuze te maken in het soort dobber: een vaste of schuivende montage. Beide hebben zo hun voor- en nadelen. Voor de vaste montage kies je een Franse geepdobber, een gestroomlijnde buldo of zelfs zo’n bolle zeebaarsdobber met het gewicht onderin. Aan de wartel aan het eind van de hoofdlijn (of voorslag als je zwaarder moet vissen) haak je de dobber en ook de haaklijn. Om te zorgen dat de lijn gemakkelijker langs de wartel of het metaal van de dobber glijdt, kun je met stukjes krimpkous deze delen gladder maken.

Mee laten driften

Werp ‘upstream’ in en rem de montage af net voordat deze het water raakt. De onderlijn zal zich strekken zonder in de war te raken. De dobber landt keurig op het water in plaats van dat hij zich nog een paar meter het water in boort. Je kunt de montage met de stroming mee laten driften en wachten op wat er komen gaat. Draai af en toe een paar slagen met de molen om contact met de dobber te houden en de bocht in de lijn niet al te groot te laten worden. Eventuele belangstelling van geep verraadt zich door kolkjes rond de dobber of een rare beweging van de dobber. Als de geep het aas echt wil hebben, zal hij zichzelf haken op de weerstand van de dobber.

Auteur Marc Borst met een zilveren pijl gevangen op de pier van IJmuiden.

 

Met de schuivende montage

Bij de schuivende montage zal de geep geen weerstand voelen. Nu komt er eerst een drijvende of een ‘slow sinking’ bombetta op de hoofdlijn of voorslag, gevolgd door een kraaltje en een warteltje. Dit belangrijke kraaltje schuift over de knoop met de wartel en beschermt zodoende de knoop tegen het constante getik van de bombetta. Altijd zonde om na een worp met een zielig wapperend lijntje te staan. De haaklijn is weer volgens het al eerder beschreven recept.

Werp op dezelfde manier en draai nu heel langzaam de lijn binnen. Zo langzaam, dat er nog steeds een bocht staat tussen de hengel en het water. Het aas zal achter de drijvende bombetta vlak onder het wateroppervlak bewegen. Gebruik je een langzaam zinkende bombetta, dan zal het haakaas ietsje dieper worden aangeboden.

Aanbeten ga je nu zien (en voelen!) doordat de bocht in je lijn plots verdwijnt. Ook kan de bombetta ineens een rare draai tegen de stroom in maken. Pak de lijn tussen de vingers en open de beugel. Geef lijn en wacht nog even met de haak zetten. Het haakje moet namelijk eerst nog even van de harde snavel een stukje verder, naar het zachtere deel van de bek. Er is geen vaste formule ‘hoe lang te wachten met de haak zetten’, dat is een gevoelsdingetje.

Geep gevangen aan natuurlijk aas aangeboden onder de bombetta.

Ga binnenkort aan de slag!

Hoe dichterbij de zomer komt, des te minder geep je zult vangen. En ook het formaat zal kleiner zijn. Maar de kans is groot dat de makreel en fint (Europoort en IJmuiden) zich dan inmiddels onder de kust hebben gemeld. En die kun je met dezelfde spullen ook prima belagen. Kortom, ga ook (weer) eens light met een dobber naar zee en beleef maximaal plezier aan die zilveren pijlen!

Wereldvisspelen, Martin Wolschrijn Memorial en meer…

JAN VAN SCHENDEL – Vanaf nu kun je op beet.nl weer een maandelijkse bijdrage lezen over zo’n beetje alle dingen die ik meemaak langs het water. Dat kan zowel als coach zijn of als visser. Al zeg ik het zelf, al met al heb ik een redelijk actief ‘vissersleven’ en dus zal er altijd wel iets leuks of interessants zijn waarover iets te schrijven valt! Deze maand onder meer over de Wereldvisspelen, wereldkampioen Frank van der Schaft, de Martin Wolschrijn Memorial en meer…

Of het nu gaat om vistechnieken, de tactiek tijdens de internationale kampioenschappen, bijzondere gebeurtenissen of soms gewoon het bespreken van een geviste wedstrijd, al dat soort dingen zullen de revue passeren. Daarmee hoop ik heel wat leesplezier en ook informatie te bezorgen aan eenieder die deze stukjes lezen zal.

Wereldvisspelen in Zuid-Afrika

Op het moment dat ik dit schrijf is het al eind april en ik kan met recht stellen dat ik al een aantal echt hele mooie momenten heb beleefd langs het water. Met dit jaar, jawel, de Wereldvisspelen in Zuid-Afrika al in de maand februari. Zo steekt de internationale viskalender heel anders in elkaar dan normaal. De Wereldvisspelen worden, althans dat is het streven, eens in de zes jaar ergens op de wereld georganiseerd en het is dan de bedoeling dat zoveel mogelijk WK’s op hetzelfde moment in hetzelfde land worden georganiseerd.

Allereerst kan zoiets maar op enkele plekken op onze aardbol natuurlijk, je hebt het namelijk net zo goed over kampioenschappen in onze witvisserij als ook over bijvoorbeeld vliegvissen en big game, om maar eens wat disciplines te noemen. Al met al waren er in Zuid-Afrika als ik me niet vergis vijftien verschillende WK’s binnen een week. Meer blijkt gewoon niet mogelijk en ik moet zeggen dat het idee van heuse Wereldvisspelen een schitterend idee is, maar ook een dat wel heel erg hoog gegrepen is. Alleen al organisatorisch.

Onze goede organisatie

In vergelijking met de meeste landen hebben we het in Nederland qua organisatie echt prima voor elkaar tegenwoordig. Maar ook bij ons zijn soms de mogelijkheden beperkt. Daar waar we normaal altijd met twee coaches de kampioenschappen doen, moesten we ons nu opsplitsen en dat is nooit ideaal. Alleen is zoiets eigenlijk helemaal niet te doen, maar goed het was nu niet anders. Collega’s Stefan Verhoeven en Albert Meyer deden nu respectievelijk het Dames en het Masters WK. Ik was ik zo’n 250 kilometer verderop bij het Feeder WK.

De Bloemhofdam

Het mooie van onze feedervissers is dat het allemaal mensen zijn die helemaal totaal voor hun sport gaan, tot in het extreme. Het is dan ook bijna onbestaanbaar dat er niet al voor een kampioenschap op het water is getraind. Hier in Zuid-Afrika hadden we nu niet bepaald de meest gemakkelijke situatie. We besloten om ruim voor de officiële trainingsweek al ter plaatse aanwezig te zijn.

We visten op de Bloemhofdam nabij Verlaten Kraal en er is ter plekke volop ruimte om ruim buiten het parkoers te trainen onder exact dezelfde omstandigheden. Het wedstrijdparkoers is altijd gesloten in de periode voor de trainingsweek die vooraf gaat aan ieder kampioenschap.  Bovendien bleek dat we een wedstrijd konden mee vissen: Het Open Zuid-Afrikaanse kampioenschap. Een betere training leek ons niet mogelijk. We hebben al met al twee prachtige weken beleefd in Zuid-Afrika met een werkelijk fantastische visserij en ook gewoon prachtige prestaties.

Huiswerk

We hadden al voor ons vertrek heel wat ‘huiswerk’ verricht en ter plaatse alle voer en aas besteld dat we dachten nodig te hebben. Ook nu weer bleek het gigantische belang van de goede contacten ter plaatse. In Zuid-Afrika zit dat wel snor en zo werd alles perfect aangeleverd op ons verblijfsadres. Werkelijk alles daar is anders in de wedstrijdvisserij. Maden of casters zijn daar gewoon niet te krijgen in hoeveelheden en dus werden die aassoorten niet toegestaan tijdens dit WK.

Witvis inside jan van schendel

Ik kan het beter eenvoudiger omschrijven, de enige aassoorten die over bleven om te gebruiken waren wormen en maïs. Het gebruik van wormen was ook nog beperkt omdat er daarvan ook eigenlijk nu niet genoeg beschikbaar waren. Bovendien was er een groot risico om meervallen aan te lokken die de andere te vangen vissoorten, bijna uitsluitend karpers en graskarpers, weg jaagden van de visstek en zo werd dit het kampioenschap van de maïs. Zelfs het voer dat we gebruikten, en dat we aanmaakten met gecrushte maïskorrels, bestond voor 90% uit maïs. Verder moest het haakaas natuurlijk perfect zijn, niet te hard, te zacht, te groot of te klein. Terwijl Zuid-Afrika echt het land is van de geur-, smaak- en kleurstoffen beslisten wij uiteindelijk om ‘naturel’ te vissen. Nou daarmee zijn we wel uniek geweest volgens mij.

Trainen tijdens het Open Zuid-Afrikaanse kampioenschap

We waren gewoon top voorbereid al met al en vanaf de eerste trainingen vingen we ook prima. De visserij bleek uiteindelijk ook niet zo gecompliceerd. De vele aanwezige vissen zaten op allerlei afstanden en dus was het bepalen van die ideale visafstand misschien wel het meest belangrijk van alles. Gewoon zo effectief mogelijk (en dus ook zo snel mogelijk) vissen, daarom ging het. Nou dat lukte ons met de dag beter en zo wonnen we het Open Zuid-Afrikaanse kampioenschap na een derde plek in de tussenstand na de eerste dag. Goed gepresteerd natuurlijk en ook zoveel geleerd!!!

Ik zal niet snel meer de training vergeten die we hadden de dag na dat kampioenschap. Hoewel eens een beetje rust op dat moment een prima optie leek, waren we toch weer vroeg bij het parkoers. We visten vier uur en iedereen ving binnen die vier uur meer vis dan tijdens de wedstrijden binnen vijf uur. Ik kon gewoon zien dat we echt gingen meedoen om de knikkers bij het WK. Nog belangrijker, iedereen leek echt vertrouwen te hebben opgebouwd. Iedereen zal wel snappen dat dit een totaal ander gevoel geeft ten opzichte van dat je net voor het begin van de officiële trainingsweek pas bij het water aan komt natuurlijk.

Het WK Feeder dag 1

Ook tijdens de trainingsweek vingen we nog steeds goed. Op dit stuk van het meer bleken nog wat meer grote vissen rond te zwemmen tussen de vele kleine karpertjes die gevangen moesten worden. De eerste wedstrijddag van het WK verliep ook fantastisch. We wonnen die eerste dag en hadden best een flinke voorsprong op de achtervolgers.

De tweede dag verliep heel anders en zo zie je maar weer dat in onze sport nooit iets helemaal zeker is. We hadden het niet eerder meegemaakt tijdens ons verblijf maar op die tweede dag aasden de karpers nu veel minder goed. Wel werden er nu veel meer graskarpers gevangen maar die zaten niet overal in dezelfde hoeveelheden zo bleek. Nou en om te zeggen dat onze loting die dag wel heel ongelukkig was zou een ‘understatement’ zijn. Verschrikkelijk frustrerend!

Het WK Feeder dag 2

Hongarije was onze grootste tegenstander en ook onze eerste achtervolger. Zij hadden juist precies ideaal geloot en daarbij komt dat zij ook gewoon geweldig visten daar. Zij waren trouwens wel pas op het laatste moment aangekomen maar, zo vertelde me een van hun vissers, was dit de visserij die ze bijna wekelijks doen in eigen land.

Ook die tweede dag visten we meer dan goed en ik kan echt niet bedenken waar en dat we ergens hebben gefaald. Toch werd het uiteindelijk geen wereldtitel voor ons en dat was toch echt waar we met zijn allen voor gegaan waren als nooit eerder. Even wat teleurstelling dus maar al snel overheerste de realiteit dat we het maximale gedaan hadden wat mogelijk was. Bovendien was echt niet alles die dag alleen maar slecht, integendeel!! Frank van der Schaft was de enige visser langs de waterkant die op beide wedstrijddagen zijn sector wist te winnen en zo werd hij dus Individueel Wereldkampioen. Echt schitterend!!!!

Wereldkampioen Frank van der Schaft

Frank zat in een sector waar de gewichten echt bizar dicht bij elkaar lagen. Zijn positie in het vak was bijna niet in te schatten met nog een uur wedstrijd te gaan. Ik dacht om eerlijk te zijn een vijfde of zesde plek in het vak. Dat kan ook goed zo geweest zijn. Frank viste een geweldig laatste gedeelte van de wedstrijd. Nooit lag de hengel op de feedersteun en hij viste eigenlijk wel iets vergelijkbaar met een visserij op kleinere vis bij ons. Zo ving hij de ene na de andere graskarper, wel allemaal niet zo heel groot maar al met al bleek het genoeg voor de vakwinst.

Witvis inside jan van schendel

Ik ken Frank al heel lang, al vanaf het moment dat hij als klein ventje aan de waterkant kwam eigenlijk. Vaak genoeg sprak ik hem als hij weer eens ergens rond liep en ik zag hoe fanatiek hij was. Ook kan ik me hem, en trouwens ook pa Kees, herinneren van de tijd dat ik nog herstellende was na flink ziek geweest te zijn. Ik viste alweer volop maar het sjouwen van het materiaal was toen niet zo gemakkelijk. Beiden hebben me verschillende keren geholpen toen en dat ben ik nooit vergeten.

Het kippenvelmoment

Al met al was zijn overwinning een echt kippenvelmoment voor me. Natuurlijk, allereerst is ieder WK een teamwedstrijd maar wanneer een van onze vissers dan zoiets individueel weet te winnen dan is dat gewoon super. Van deze overwinning is ook helemaal niks gestolen. Gewoon maximaal gepresteerd!

Terug naar koud Nederland en winterwedstrijden

Ook wel een bijzondere dag had ik als visser al beleefd voor het WK in februari. Voor het eerst in mijn leven wist ik bij een wedstrijdje meer dan 1000 vissen, of beter gezegd visjes, te vangen. Vrijwel uitsluitend baarsjes waren dat in de haven van Huizen tijdens een koppelwedstrijd.

Witvis inside jan van schendel

Nadat we lootten daar waar altijd de meeste baarsjes zwemmen besloten we om vol voor die baarsjes te gaan en zo maar te zien waar het schip zou stranden. Alleen in het eerste half uur viste koppelmaat Simon v/d Kolk om te proberen een voorn te vangen. We vingen al met al ruim tien kilogram aan de minuscuul kleine visjes. De meeste vissers zullen er hun neus voor ophalen misschien, ik niet!!

Triest overlijden van Martin Wolschrijn

Nog maar enkele weken geleden overleed, heel plotseling, Martin Wolschrijn. Martin deed samen met vaste vismaat Wout Bakker al vijftien jaar lang mee aan de visfestivals die Pat Mc Evoy, een Engelse vriend van me, en ik ieder voorjaar weer organiseren langs de oevers van het Kanaal door Voorne. Aan die wedstrijd doen altijd ook veel Engelse wedstrijdvissers mee en een van hen, Andy Wildmith, leek precies op Martin en dus waren zij voor iedereen al sinds jaren de ’twins’ . We wilden meteen een Memorial wedstrijd voor Martin organiseren en mede door de medewerking van Wout Bakker kregen we een en ander ook nog razend snel voor elkaar.

Martin Wolschrijn Memorial

Afgelopen week begon dan ook ons eerste festival als de Martin Wolschrijn Memorial. Op weg naar de wedstrijd dacht ik er in de auto nog aan hoe mooi het zou zijn als nu precies Wout deze wedstrijd eens kon winnen. Het werd al met al trouwens een prima wedstrijd en er werd best goed gevangen ook. Wie won de eerste wedstrijddag?? Wout Bakker! Hij stond dus meteen al bovenaan in het klassement.

Witvis inside jan van schendel

Tijdens de volgende twee dagen eindigde hij ook beide dagen in de top drie en zo begon Wout met 20 kilo voorsprong aan de laatste dag. Die laatste dag echter lootte hij op een minder stuk parcours en sommige van zijn achtervolgers lootten juist daar waar het meest werd gevangen. Uiteindelijk bleef Wout de achtervolgende vissers, met als eerste achtervolger Ollie Oldebeuving, nog net twee kilogram voor. Schitterend!! Als ik nu ooit aan iemand een overwinning heb gegund dan was het wel hier en nu aan Wout. Iedereen dacht er trouwens zo over. Ik hoorde Ollie tijdens de prijsuitreiking zeggen dat hij blij was dat hij niet die laatste vis gevangen had die hij nodig had om te winnen. Dat zegt alles denk ik. Prachtig gewoon!

Of ik zelf nog wel vis?

Ik doe tegenwoordig natuurlijk vaak veel coachwerk en ik krijg wel eens de vraag of ik nog wel vis. Nou, ik vis misschien dan wat minder dan voor ik coach werd, maar ik telde zonet alles eens na. De teller staat dit jaar toch alweer op 42 wedstrijden. Niemand hoeft zich dus zorgen te maken. Het coachen zal vanaf nu wat meer de overhand krijgen, maar voor Nieuwjaar hoop ik toch wel ergens op 75 te staan als ik gezond blijf.

Ik vis nu veel op karpervijvers als de Slothoeve in Vinkel, de Berenkuil in Nijkerk en ook Aquavita in Driel of een enkele keer ’t Mun bij Appeltern. De reden? Ik ben begonnen met dat soort visserij en hoewel het soms best redelijk gaat, moet ik er nog heel veel over leren en bijleren. Met name de F1 karpertjes zijn hele interessante vissen moet ik zeggen. Telkens weer is alles anders. Ik heb dus mijn tanden gezet in dat soort visserij en dan ben ik ‘verloren’ en rust niet voor ik er een goed gevoel over heb. Laat ik het zo zeggen, het gaat nog wel even duren voor dat zo ver is.

Over een maandje horen jullie weer van me. Vang ze! Jan van Schendel

Polderzeelt

Polderwater met lelies en zeelt is zoiets als pannenkoeken met stroop; het zijn gewoon de juiste combinaties. Dat je hier met een dobbertje polderzeelt kunt vangen is ook geen geheim, maar hoe je het aanpakt, daar valt nog wel wat zinnigs over te zeggen. Jouke Timmer ontwikkelde een tactiek waarbij voorvoeren, aasgewenning centraal staan.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik vooral op zeelt vis tijdens het gesloten seizoen voor de roofvis. Het is heerlijk om ‘s morgens vroeg of ‘s avonds net voor het donker een paar uurtjes even met de fiets en een hengeltje op pad te gaan. Geen rompslomp, geen boot die klaar moet zijn; gewoon even lekker met je stoeltje naar de waterkant. Die kromme hengel blijft leuk en die zeelt is en blijft een vis die tot de verbeelding spreekt.

Grazers

Vaak wordt mij gevraagd waar je zeelt het beste kunt vinden. Simpele vraag en eigenlijk een dito antwoord, namelijk overal: in allerlei sloten, grachten en allerlei ander binnenwater. Slootjes die niet meer dan twee meter breed zijn en waarin maximaal 50 cm water staat zijn favoriet. Als het kan dan het liefste ook nog op plaatsen waar het rustig is en je niemand tegenkomt.
Heb je zo’n plek gevonden dan moet je nog het geluk hebben dat je niet tot weinig te maken hebt met meerkoeten. Geloof maar dat dit gevogelte een echte spelbreker kan zijn. Maak ze maar eens duidelijk dat de maïskorrels niet voor hen zijn!
Echte hotspots vind je op of nabij waterkruisingen.
Tot slot zegt mijn ervaring dat zeelt niet van stromend water houdt. Het zijn grazers die graag onder de kant hun voedsel zoeken, het liefst onder en tussen de plantengroei en daar moet je ze dan ook onder vandaan zien te halen.

polderzeelt
Het ruikt hier naar zeelt.

Voorvoeren

Heb je een zo op het oog potentiële topstek gevonden dan is dat natuurlijk nog steeds geen garantie dat er zeelt zit. Een bescheiden voercampagne kan dan uitkomst bieden. Zelf voer ik altijd meerdere stekken aan, waarna ik de volgende dag poolshoogte ga nemen en kijk of er activiteit te bespeuren valt. Denk aan azende vis die zich verraadt door bewegende waterplanten, voerwolken of gegroepeerde kleine belletjes op het wateroppervlak. Deze zoektocht kan behoorlijk tijdrovend zijn, maar houd je vol, dan krijg je daar in de loop van de tijd een schat aan stekkeninfo voor terug.
Net schreef ik dat ik een dag van te voren voer, maar dat kunnen ook een paar dagen zijn. Dan neem ik daar echt even de tijd voor.

En dat allemaal niet te ingewikkeld en voer vooral ook niet teveel, maar kleine hoeveelheden; gewoon een handje hier, een handje daar. Strooi het voer daarbij zowel tussen als net achter de plantengroei. Het liefst voer ik ’s avonds als het donker wordt, de vissessie zelf start ik meestal net voor het krieken van de dag. Wanneer je begint met vissen, voer dan eerst nog een klein beetje bij, ze worden dan echt gretig.

Blikmais

Het liefst voer ik met zoete maïs uit blik. Alles draait hierbij om aasgewenning, iets waar karpervissers ongetwijfeld over mee kunnen praten. Met andere woorden is het soms nodig om zeelt even goed op een bepaalde aas- of voersoort te krijgen. Zo kan het ook geen kwaad om ook beetjes kleine boilies te voeren. Door voor te voeren heb ik zelfs zeelt kunnen vangen op stukjes pruim en aardbei, vers uit de tuin geplukt! Zo zie je maar, ze eten alles, als je ze maar de tijd geeft om er even aan te wennen. Toch zijn mijn meest gebruikte aassoorten maïs, wormen, maden, kleine boilies of een combi hiervan.

“Een leuk weetje is dat de zeelt geneeskrachtige stoffen afscheidt via zijn huid. Naar gezegd wordt gaan gewonde vissen tegen de zeelt aanliggen zodat hun wondjes en zweren sneller genezen! Wat is de natuur toch knap, zelfs onderwater is er een dokter voor de vissen.”

Meer vangen

Ik zie regelmatig meerdere zeelten op een stek, wat niet wil zeggen dat ze hun schuwheid snel verliezen. Blijf te allen tijde tijdens het vissen een stukje van de visstek vandaan. Met name door de combinatie van ondiep water en de zachte polderbodem, die je aanwezigheid extra snel verraadt, verjaag je binnen no-time de zeelten.
Wanneer ik een zeelt vang, voer ik gelijk nog een klein beetje bij! Vaak blijven ze dan op de stek hangen en is het mogelijk om meerdere vissen te vangen. Maar maak niet de fout door te lang (zonder aanbeten) op een stek te blijven hangen. Je heb niet voor niets op meerdere stekken voorgevoerd. Een stek en de zeelt voor even met rust laten is een bewuste tactiek waar je op lange termijn de vruchten van gaat plukken. Door de zeelt rust en vertrouwen bij het azen te geven, gaat de vis de stekken minder snel als gevarenzone beschouwen en leveren ze aan het einde van de streep netto meer vis op!

Details

Dat details bij deze visserij doorslaggevend kunnen zijn, daar kwam in het nieuwe seizoen achter. Ik had namelijk na vijf sessies nog geen enkele vis gevangen; wat deed ik voorheen anders, vroeg ik mezelf af. Ik liep alle materialen af en zag dat ik nu een 25/00 onderlijn gebruikte, in plaats van de 20/00 van vorig jaar. Ik schakelde bij de eerstvolgende sessie over naar de 20/00 en begon plots weer zeelt te vangen…
Het is verstandig om tijdens de sessie regelmatig de fluorocarbon te controleren op beschadigingen. Met grote regelmaat wordt de lijn door de planten en takken heen gerost waardoor hij kan beschadigen en natuurlijk wil je geen vis verspelen door lijnbreuk. Mijn favoriete montage: stopper, schuifdobber, loodje, stopper en haakje 8; simpeler en doeltreffender kan het niet! Het aas wordt op de bodem aangeboden, waarbij de lijn circa 20 cm op de bodem ligt.

Verslavend!

Het leuke van de slootjes en grachten waar ik vis, is dat je ook bijvangsten kunt verwachten. Je kunt zomaar een karper haken, van die slanke torpedo’s die van geen ophouden weten! Voor mij is het altijd een genot om even lekker aan de waterkant te zitten. Zeelt is een mooie vis om te vangen en geeft een gave dril, daar houd ik van. Wanneer het snoekseizoen weer begint kan ik het vaak niet laten om toch regelmatig in de avond of ochtend een uurtje op pad te gaan, gewoon even kijken of ze er nog zitten. Ik kan het iedereen aanbevelen!

Materiaal

Ik gebruik een Soul 12 ft 1,75 lb werphengel, opgetuigd met een Tirox FD 2000 Predox molen. Op de spoel 14/00ste gevlochten lijn, waarvan de laatste twee meter 20/00 fluorocarbon. Als montage een schuifdobber met een draagvermogen van 1 tot 3 gram en haakje 8.

Tekst & foto’s Jouke Timmer

Method Feeder of Bombs?

Method feeder of bombs? Jeroen Andernach zet beide methodes in op een lokale visvijver. Het is lente geworden en dan heb je naast de warme dagen, ook frisse dagen. Toch is vijverspecialist Jeroen Andernach van Preston Innovations al niet meer te houden. Wij gingen een tijdje geleden met hem op pad en volgen zijn aanpak van minuut tot minuut.

10:00 – Meet up!

Aankomst bij Hengelsport Tiel, waar we Jeroen ontmoeten. Hij heeft zijn spullen al klaar staan voor een vissessie op visvijver HSV De Duikelaar in Druten, een prachtig natuurlijk watertje met een gezond bestand aan brasem en karpers met een gemiddeld gewicht van 1,5 kilo en uitschieters tot 5 misschien zelfs 7 kilo. Wie weet vangen we een van de oogverblindende spiegeltjes die er rondzwemmen. Een dagvergunning hier kost 8 euro en kun je ophalen bij Hengelsport Tiel.

11:00 – Aankomst bij het viswater

Er is geen haast geboden. Het is pas net voorjaar en het water is nog koud. Laat die middag het water maar wat opwarmen. De vijver kun je feitelijk opdelen in twee stukken. Links een kom met dieptes tot 3 meter; volgens Jeroen een echte holding area voor de winter. Helaas zijn de stekken daar al bezet en moeten we het doen met het rechterstuk met een maximum diepte van zo’n 1,8 meter. Geen paniek, er gaat heus wel vis gevangen worden! Jeroen weet dat de vis vaak strak langs het kantje aan de overkant rondtrekt en dat zijn vaak ook nog eens de wat grotere karpers.

method feeder
Tja, dan is een trolley wel een handig hulpmiddel 🙂

11:10 – Set-up

Jeroen installeert zijn juweel van een viskist, de Preston Absolute Station (White Edition). Belangrijk vindt hij het dat alles naar zijn zin gepositioneerd wordt; je zult er een paar uur op zitten, dus dan is enig comfort wel zo fijn. Zijn feedersteun stelt hij naar beneden af, opdat de lijn uiteindelijk zo dicht mogelijk langs de bodem loopt. Verder een klem op zijn box, waar de achterkant van de hengel in vastgezet kan worden. Jeroen zal de eerste niet zijn van wie de hengel bij een aanbeet in het water wordt getrokken.

11:20 – Het aanmaken van het voer

Jeroen kiest voor twee verschillende kleuren lokvoer op basis van vismeel; het donkergekleurde F1 Dark Sweet Fishmeal en het licht gekleurde F1 Sweet Fishmeal (beide van Sonubaits). “De kleur van een voertje kan echt bepalend zijn”, vertelt hij tijdens het aanmaken. “Licht werkt vaak goed als de vis gretig is; het haakaas steekt daar dan mooi tegen af. Donker is beter voor wanneer de vis voorzichtig is.” Zo maakt Jeroen twee verschillende voerstekken aan en kan hij kijken wat vandaag in de smaak valt.

11:30 – Het bepalen van de munitie

Jeroen kiest voor zowel een Elasticated Method Feeder van 15 gram en Match Cubes, vierkante wartelloodjes die ook wel bombs worden genoemd. “Het liefst vis ik zo licht en klein mogelijk. We vissen ondiep, dus moeten we uitkijken dat we de vis niet afschrikken. Het elastiek in de method feeder geeft een ruggensteuntje bij het drillen van de vis”, aldus Jeroen over zijn keuze. Verder zal hij bepaald niet veel voer brengen, aangezien het water nog koud is en hij niet echt op de vis zit zoals in de holding area. De keren dat hij geen voer brengt, gebruikt hij de Match Cube als werpgewicht.

Jeroen gebruikt de Elasticated Method Feeder en Match Cubes van Preston.

11:40 – Verkennen

Met proefworpen probeert Jeroen het bodemprofiel te voelen en gaat hij op zoek naar stukjes schone, harde bodem. Dit doet hij door de method feeder langzaam over de bodem binnen te draaien. Verder gaat hij nu de werpafstand bepalen; eenmaal gevonden steekt hij de lijn in de lijnclip van de molen. Jeroen kiest uiteindelijk voor twee stekken; één strak tegen de overkant voor het donkere voer, de ander wat naar rechts op het midden met het lichte voer.

11:50 – Voeren

Dan begint Jeroen met het brengen van voer. Zo werpt hij de method met voer op beide stekken drie keer aan, nog zonder onderlijn. Op de kantstek het voer in combinatie met maden; op de middenstek met donkere casters, die mooi aftekenen tegen het lichte voer.

12:00 – Tijd om te vissen!

Als eerste probeert Jeroen de kantstek, met op de method wel voer, maar dit keer geen maden. Als haakaas gebruikt hij maden en die vallen daardoor goed op met de wetenschap dat de gevoerde maden reeds weggekropen zijn. Qua onderlijn gebruikt Jeroen een 30 cm lang stuk fluorocarbon met haakmaatje 14. Mocht de vis echt gretig zijn dan kun je de onderlijn inkorten, echter kiest Jeroen vrijwel altijd voor die 30 cm lengte. De hoofdlijn is met 23/00 nylon dik te noemen. “Geloof maar dat de hoofdlijn tijdens een goed lopende sessie wat te verduren krijgt en niets vervelender dan dat je midden in de sessie lijnbreuk krijgt”, aldus Jeroen.
Wat betreft het haakaas probeert hij de stek eerst op te bouwen met 2 maden op de haak. Zodra er echt vis arriveert dan schakelt hij over op 8 mm feloranje fluo dumbells, die beter in het oog springen en sneller opgepakt worden.

method feeder
Op visrijke vijvers moet je niet verwachten dat de vis je net inspringt; ook hier kan de visserij taai zijn.

12:15 – Geduld

Het duurt even, maar dan laat de hengeltop het eerste tikje zien. Jeroen voorspelt een toch wat taaie visserij en kijkt daarbij jaloers naar de mannen die bovenop de holding area zitten. Dan een aanbeet, die helaas niet doorzet. Snel even het haakaas controleren en vervolgens een nieuwe inzet, met nu een bomb in combinatie met fluo dumbell en dus zonder voer. Jammer genoeg valt het stil op de kantstek.

bomb montage
Het zogenaamde ‘backloodje’ op de voorgrond zorgt ervoor dat de hoofdlijn plat over de bodem loopt en voorzichtig azende vissen minder snel schrikken.

12:30 – Method time

Dan maar even de middenstek proberen met de method. Dat lijkt een goede keuze, want vrijwel meteen registreert de hengeltop vis. 5 minuten later is het raak, opeens valt de lijn slap, een terugzwemmer! Even later landt Jeroen een hevig knokkende schub van 1,5 kilo! Snel een nieuwe inzet met de method.

method feeder
In het voorjaar vangt natuurlijk aas som beter dan wat dan ook!

12:45 – Spiegeltje, spiegeltje aan de….

Het lijkt even lang te duren, maar dan wederom een aanbeet; dit keer geen terugzwemmer, maar een karper die niets liever wil dan de hengel uit de steun trekken. Eenmaal aan het oppervlak zien we een prachtige spiegel. Wauw! Echt een plaatje. Jeroen gaat uit zijn dak! De beet komt er behoorlijk in nu op de middenstek en hij schakelt over op de fluo dumbells als haakaas.

method vis
Plaatje van een vis!

13:00 – Voedselcompetitie

Het vervolg van de sessie kent min of meer een vast patroon nu. Elke 10 of 20 minuten dient zich een nieuwe vis aan. Eigenlijk niet anders dan Jeroen had verwacht. “Voor echte aantallen moet je in de holding area zijn of wachten op de zomer. Ik ben al lang blij dat de karpers in ieder geval rondtrekken en dus in beweging zijn”, vertelt hij tevreden. Qua voerpatroon probeert Jeroen ervoor te zorgen dat er altijd wat te bikken ligt voor de karpers, maar niet teveel. Er moet voedselconcurrentie optreden. Na iedere vierde aanbeet verwisselt hij zijn method voor het bomb loodje, om de eerstvolgende drie aanbeten niet te voeren. “Op die manier voer ik gevoelsmatig net genoeg om onder water een voedselcompetitie gaande te houden,” vertelt Jeroen als hij dolblij een heus rijenkarpertje landt. De kers op de taart van deze sessie.

CHECK OOK HET FILMPJE

https://www.youtube.com/watch?v=oVB8kWFeCzc

Hellevoetsluis – Kanaal door Voorne

JAN VAN SCHENDEL – Hellevoetsluis is absoluut een van de echte sportviscentra in Nederland. Wat een mogelijkheden heb je hier! Het Haringvliet, de Bernisse, het Spui, het Kanaal door Voorne, het Brielse Meer, het Voedingskanaal, het Zuiderdiep en de havens van Hellevoetsluis en Brielle, allemaal zijn het prachtige viswateren en stuk voor stuk liggen ze hooguit op 15 kilometer van de plek waar ik vandaag viste.

Logisch dat in Hellevoetsluis ook een hengelsportzaak te vinden is. Hengelsport De Catfish (straat Timmer Werf 11), een uitstekende winkel. Het ligt pal tegen de haven en eigenaar Mario weet alles over de visserij en vergunningen in deze omgeving. Mocht je hier in de omgeving een keer een dag willen plannen dan is een bezoek aan de winkel echt een must.

Grote voorns

Op de plek die ik heb uitgekozen voor vandaag mondt het Kanaal door Voorne uit in het Haringvliet. Eigenlijk was ik hier vanwege de enorm grote voorns die hier ieder jaar weer enkele weken lang te vangen zijn. Ik heb het dan echt over joekels van 1 kilo plus vissen. Op de een of andere manier willen die vissen hier helaas altijd alleen maar een korte tijd in het voorjaar verblijven en daarna zijn ze weer weg. Ik bleek te laat te zijn en heb niet een zo’n vis kunnen vangen. Geen nood echter, er zijn hier genoeg andere vissen die een schitterende visdag garanderen.

hellevoetsluis voorns kanaal
Grote Voorns uit het Kanaal door Voorne

Springende vissen

Soms weet je gewoon op voorhand dat zo’n dag goed gaat worden en vandaag was zo’n dag. Meteen bij aankomst zag ik al overal vissen springen. Veel brasem en toch ook wel wat andere, kleinere vissen. Genoeg activiteit in ieder geval. Ik hoefde niet te twijfelen of ik wel beet zou gaan krijgen. De enige twijfel die ik had was of dat ik nog die grote voorns zou gaan vangen.
Mijn hele aanpak was dan feitelijk ook echt gebaseerd op de voorns, oftewel een voer met heel veel duivenmest en bovendien flink wat gekookte hennep waarmee ik zowel flink aanvoerde als later tijdens het vissen bijvoerde. Verder een relatief licht dobbertje (anderhalve gram), een klein haakje (Kamasan B611 nummer 16) en maar amper vissend op de sterk aflopende bodem.

[irp posts=”3945″ name=”Vissen op het Voorns kanaal met Arjan Klop”]

Brasems

Een gemakkelijke visplek was dit niet, zo bleek tijdens het uitpeilen van de visstek. Je hebt hier een bodem die blijft aflopen tot ver buiten bereik van de maximale vaste stok afstand. Bovendien lagen er hier duidelijk stenen op de verder keiharde bodem.
Bij dit soort omstandigheden is het heel belangrijk om zeker nooit te ver aan te voeren en ik besloot om de voerballen -ook omdat er geen enkele stroming was- een kleine meter binnen de visafstand te werpen. Ik drukte bovendien de voerballen maar amper vast zodat ze vrijwel meteen bij het bereiken van de bodem zouden open breken.

“Het begin van de vissessie was nog even moeilijk.

De vissen moesten anders gezegd echt even de voerplek vinden. Toch heb ik me geen enkel moment zorgen gemaakt. Omdat er overal op het water vissen bleven springen wist ik dat het alleen maar een kwestie van tijd was voordat de dobber onder zou gaan en dat klopte dus ook. Eerst ving ik enkele (kleine) voorns en kolbleien, maar daarna kregen de brasems duidelijk de overhand, alleen met af en toe een winde als onderbreking.
Heerlijk als brasem je voerplek gaat domineren en dan ook nog het gegeven dat veel brasems die ik ving zo rond de 2 kilo wogen. Echter, opvallend voor vandaag was dat ik ook regelmatig brasems ving van zo net aan 1 kilo. Duidelijk een andere jaargang dus en dat zie je tegenwoordig niet meer zo vaak. Allemaal prachtige puntgave vissen bovendien.

Deze brasem is klaar voor de paai

Zweefmoment

Juist op dit soort dagen is het belangrijk om regelmatig bij te voeren. Te passief vissen is echt geen optie. De vissen blijven enkel geïnteresseerd wanneer je regelmatig iets bij voert. Het los bijvoeren van casters en hennep bleek gewoon beter te werken dan het bijvoeren van enkele voerballetjes. De reden? Moeilijk te verklaren. Volgens mij zwemmen hier heel veel vissen een eind boven de bodem en volgen zo het los bijgevoerde en langzaam zakkende aas naar de bodem en dus de eigenlijke voerstek. Je ziet dit overigens steeds vaker. Ik denk dat het te maken heeft met het steeds helder wordende water overal.

Tip: Valloodjes

Ook met de montage zelf kun je hier perfect op inspelen door het hoofdlood redelijk ver weg van de haak op de lijn te plaatsen. Je kunt dan enkele kleine valloodjes daaronder gebruiken die je op verschillende manieren op de lijn kan positioneren om zo de ideale aasaanbieding te verkrijgen. Deze dag gebruikte ik eerst twee kleine valloodjes onder het hoofdlood die los van elkaar op de lijn stonden. Later plaatste ik ze bij elkaar, allebei iets verder weg van de haak voor een langer zweefmoment en dat werkte duidelijk beter.

Valloodjes bij elkaar voor een beter zweefmoment

Prachtig net vis

Ik schreef het al, eigenlijk was mijn hele aanpak voor deze dag gericht op voorn. Als aas viste ik uitsluitend met maden en casters; in het voer ook louter enkele dode pinkies en casters. Ik ben er van overtuigd dat het heel goed gewerkt zou hebben als ik daar geknipte wormen aan had toegevoegd voor de volop aanwezige platten. Dat is achteraf praten en sowieso was er geen enkele reden tot klagen. Ik vind deze dag een prachtig net vis met zoals gezegd veel brasems, maar ook behoorlijk wat windes, voorns en kolbleien. Alles bij elkaar toch zeker 25 tot 30 kilo.
De grote voorns schitterden door afwezigheid en dat terwijl ze een week eerder nog wel werden gevangen. De watertemperatuur stijgt iets en dat zullen ze perfect aanvoelen. Hoe snel zoiets kan gaan. Hoe dan ook, ik kom daar volgend jaar zeker een keer voor terug.

Prachtig formaat zoals je ze graag wil vangen

Engelsen

Deze streek is sinds jaar en dag een zeer populaire visbestemming voor honderden, zo niet duizenden Engelse vissers. De situatie hier is erdan ook ideaal. Of men nu met de ferry komt vanuit Europoort of Hoek van Holland, in beide gevallen is het kort tijden, met vismogelijkheden en vakantieparken te over. Met name het Kanaal door Voorne (een typische brasemwater) is niet alleen in ons eigen land, maar ook in Engeland een begrip.

Jan van Schendel

[irp posts=”7231″ name=”Kanaal door Voorne”]

Ultralicht botplezier

ultralicht op bot
Mooie sport aan de feeder

We kennen het allemaal: bot vangen. Iedere visser overkomt het wel eens, iedere visser komt wel eens thuis met de mededeling die hij liever niet doet. Bot gevangen, gefaald, zijn doel niet bereikt, er naast gegrepen; het betekent allemaal hetzelfde: het was niets vandaag! Toch zijn er dan altijd weer die vissers die wel graag bot vangen, maar dan letterlijk en in positieve zin. We gaan achter de botten aan, maar dan anders…

Door Martijn Dekkers

Bot mag je overal verwachten en dat het hele jaar door. Bot is niet de lekkerste vis uit ons zoute water, hij wordt dan meestal ook niet meegenomen als consumptievis. Daardoor heeft hij een beetje een imago probleempje. 

Gelukkig veranderen de tijden snel en zien we de laatste jaren een flinke toename van vissers die er ook op het zoute water enkel voor de sport op uittrekken, en als je het over sportvissen hebt dan staat de bot ineens een stuk hoger op het lijstje!

Jagers

Botten zijn gewoonweg felle jagers, ze zijn bereid achter een prooi aan te gaan en eenmaal gehaakt vechten ze voor wat ze waard zijn. Ze vechten harder dan bijvoorbeeld een schar of tong. Om deze vechtlust goed tot zijn recht te laten komen blijven de strandstokken thuis. We gaan achter de botten aan met de feederhengel en zelfs met de winckle picker. Juist ja, een super lichte visserij!

ultralicht op bot
Het zijn harde vechters.

Zoals gezegd, botten zijn haast overal te vinden, maar om met lichte materialen te kunnen vissen ben je wat beperkter in je stekkeuze. Hard stromende kanalen, bijvoorbeeld zoals in de Europoort, mag je overslaan, net als de diepere delen van de stranden en de Nieuwe Waterweg. Dit zijn stuk voor stuk goede botstekken, maar niet voor een lichte visserij.

Op de ondiepere diepe stranden, zoals Domburg, Westkapelle en Zoutelande, is het prima vissen met de feederhengel. Zeker wanneer je weet dat botten langs het strand foerageren in water van krap een halve meter diep. Ver werpen is dan ook geheel overbodig. Havens zijn vaak ook prima geschikt, maar de allerbeste stekken zijn toch echt onze zoute en brakke kanalen. Het Schelde-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal zijn hier goede voorbeelden van. 

ultralicht op bot
Prima bottenstek.

De beste stekken op deze kanalen liggen vaak vlakbij sluizen en havens. Hier vind je dieper water dat matig stroomt, top voor onze visserij! Zit je aan het diepe water en blijven de aanbeten uit, dan kun je het altijd wat ondieper proberen en vice versa! 

Lange hengel

Met de feederhengel heb je de meeste keuze qua stekken, deze zijn stevig en lang genoeg om van hoge kades of vanaf de rotsen te vissen. Kies voor een medium of heavy feeder van minimaal 360 cm lang. Met een feederhengel heb je een super gevoelige beetregistratie, leuke dril en genoeg body om lood van pak hem beet 70 gram weg te zetten, maar vaak vis ik met korven van 30 of 40 gram.

ultralicht op bot
Mooie sport aan de feeder.

Schuivend

Qua montage heb je drie mogelijkheden: net als bij het strandvissen een paternoster met drie haken, een onderlijn met drie wapperlijnen of een schuivend systeem met één haak. Botten hebben een wispelturig karakter als het om azen gaat. Azen ze goed? Dan zijn ze prima te vangen op afhouders met korte haaklijnen. Gaat het wat moeizamer? Stap dan over op wat langere aaslijnen zonder afhouders, zogenaamde wapperlijnen. Krijg je wel beten, maar blijft er niets hangen? Dan wordt het tijd om schuivend te gaan vissen. Ik begin graag met de drie haaks paternoster, puur omdat dit een vaak erg goede onderlijn blijkt te zijn en er dan met meerdere haken gevist wordt zodat je sneller door hebt hoeveel bot er aanwezig is en of ze een beetje willen azen. 

Lokkertjes

De grote vraag blijft: gebruik ik voor extra attractie wel of geen versieringen op de lijn? Nee dus, niet standaard althans. Beter is het om wat goedkope twisters of oude shads in stukjes te knippen en deze mee te nemen. Mocht je dan tijdens het vissen even met wat versieringen op de haaklijn willen proberen dan schuif je gewoon een stukje over de haak op de lijn en weer eraf als je dat wilt. Je kunt nu eindeloos variëren met grootte en kleuren.

ultralicht op bot
Lokkertjes voor op de lijn.

Sport

Aangezien we voor de sport vissen mag het allemaal echt wel wat lichter zijn dan de standaard zoutwateruitrusting zoals we die meestal zien. De paternosters worden nu geknoopt van 40/00 fluorcarbon als hoofdlijn. Ik vis graag met dunne stalen afhouders van 0.6 mm en een lengte van 20-25 cm. De haaklijntjes zijn niet dikker dan 28/00 en dat is echt ruim voldoende. Ik zou zelfs nog iets lichter willen gaan, maar vanwege stenen op sommige stekken moet je af en toe wel stevig door draaien en we willen de botten niet verliezen natuurlijk. Aan de haaklijntjes knoop ik een stevige haak. Ik kies voor een langstelige haak waar ik het aas mooi op kan schuiven met behulp van een aasnaald. Haken in de maat 4, 6 of 8 volstaan. Met deze paternoster vis ik graag met een gesloten voerkorf. 70 gram is genoeg. Voor extra attractie vul ik deze korf met rubby dubby.  

ultralicht op bot
Een voorraadje onderlijnen.

Running rig

Mocht het op de standaard onderlijnen niet wild zijn, probeer dan eens een schuivende onderlijn. Net als het vissen op het zoete water komt de voerkorf of het lood dan schuivend op de hoofdlijn. Met een running rig kit (onder andere van Korum verkrijgbaar) is dit super simpel te maken en erg effectief! Het enige dat ik aanpas is het toevoegen van een breeklijntje tussen het ringetje van de running rig die over de hoofdlijn schuift en de wartel waar de korf of het lood aan komt te hangen. Mocht ik vast komen te zitten, dan trek ik het lood er af en zo blijft de onderlijn heel.

ultralicht op bot
Running rig in actie.

Met een onderlijn van ongeveer 70 cm zit je vrijwel altijd goed. Langer ga ik niet voor de bot en korter maken is zo gebeurd natuurlijk. Ik voorzie ze wel van een anti-tangle tube om het zaakje niet in de war te gooien. 

Actief

Vis altijd actief! Botten zijn jagers en houden van actief aas. Aas dat stil ligt wordt ook wel gepakt, maar aas dat in beweging is valt beter op, komt op meerdere plekken en levert gewoon meer vis op. Ik laat de montage dan ook niet langer dan vijf minuten liggen. Dan draai ik een meter binnen en wacht weer vijf minuten. Zo vis je meer meters af dan wanneer je statisch vist. Gooi ook eens naar verschillende kanten om op die manier andere meters af te vissen. Krijg je een aanbeet dan weet je waar je moet zijn. Gooi er dan ruim overheen en vis actief terug over deze plek. Wissel ook eens in het vissen met een slappe lijn en een strakke lijn. Hierdoor hangen je haken wat hoger van de bodem of liggen ze er juist plat op. Vaak volgt er meteen een aanbeet als je wat met de lijn speelt.

ultralicht op bot
Zeepieren en zagers, uitstekend aas voor bot.

Voer

Het voer voor in de korf dient op vismeelbasis zijn, een bot lok je nu eenmaal niet met een scopex of aardbeiengeurtje. Rubby dubby is een prutje van visafval, vooral bekend van het vissen op haaien. Dit prutje zorgt voor een uitgesproken geur- en voerspoor op de bodem. Botten merken dit op en worden zo aangespoord te gaan azen. Ook zullen ze sneller in de buurt van je haken verschijnen.

Daarnaast moet het ook vrij plakkerig zijn om in de korf op de bodem aan te komen, pas daar mag het los komen. Vooral voer dat bestemd is voor het vissen met de feeder is geschikt voor deze visserij. De avond voor mijn visdag mix ik het droge voer met een hoeveelheid rubby dubby. Het vocht en de geur kan dan de hele nacht intrekken. Pas aan het water voeg ik het overige vocht toe. Voeg je aan het water pas de rubby dubby toe dan kan het voertje wel eens te plakkerig worden en is het niet meer te gebruiken. Ook nu verreiken we het voer met aas. Stukjes gezouten pieren, geknipte zagers of mesheften: alles is mogelijk. Pieren, al dan niet gezouten, zagers en mesheften zijn het top aas voor de bot.

Wanneer ik op zee ga vissen gooi ik mijn overgebleven aas zelden in het water. Pieren, zagers, mesheften, stukjes inktvis, makreel of andere vissoorten, alles gaat in de vriezer. Vervolgens gaat het bevroren in de blender en wordt vermalen tot een fijn prutje. Met wat neutrale olie of visolie creëer je een wat vettigere rubby dubby zodat het geurspoor wat beter blijft ‘hangen’. Simpel en erg effectief! Heb je geen rubby dubby? Dan kan je de korf ook vullen met geknipte zagers en wormen!

ultralicht op bot
Rubby dubby voor bot

Felle aanbeten

De aanbeten van botten zijn vaak fel, niet te missen. Het gebeurt geregeld dat je maar één flinke aanbeet op de top ziet en verder gebeurd er niets meer. Toch kan hij dan al hangen. Wanneer de bot zijn maaltje te pakken heeft gaat hij weer terug op de bodem liggen te wachten op de volgende kans. Dat hij gehaakt is heeft hij niet eens door. Draai dus na iedere aanbeet de lijn langzaam strak en voer de druk op. Zo voel je of de bot wel of niet gehaakt is. Wacht niet tot je drie haken vol hebt, die krijg je toch niet omhoog met een feederhengel. 

ultralicht op bot
Botten kunnen wel tot ruim 50 groot worden.

Blijft de top na een aanbeet wel in beweging draai dan direct in met de hengel zo hoog mogelijk. Botten zwemmen namelijk terug naar de bodem. Wanneer daar stenen liggen ben je de vis en montage snel kwijt. 

Een schepnet is geen overbodige luxe, je zit immers vaak achter een rijtje blokken of op een wat hogere kade en een flinke bot til je echt niet aan de lijn uit het water.

Martijn Dekkers

De Europoort – Industriële Pracht

MARTIJN DEKKERS – Qua natuurpracht, stilte en rust zou je misschien geneigd zijn om de Europoort voorbij te rijden, want dat ga je hier nauwelijks vinden. Maar toch kan ik je aanraden om hier wel een keer op de rem te trappen en een lijntje nat te maken. De industriële achtergrond en permanente lucht van ruwe olie heeft ook zijn charme en dan vergeet ik je bijna te vertellen dat het de moord sterft van vis!

Alarmbellen van hijskranen weerkaatsen zo’n beetje non stop heen en weer tussen de zeecontainers. Het is hier dagelijks een komen en gaan van immense schepen. Het Europoortgebied telt een oppervlakte van 3600 hectare en nergens is het écht rustig. Wie hier voor het eerst komt vergaapt zich aan de eindeloze industrie. In het donker een bonte kermis van lichten, maar wel altijd die kenmerkende zilte zeelucht. Je zou er zomaar je neus voor ophalen en doorrijden naar een rustiger oord.

Visrijke Europoort

De Europoort is een van de visrijkste gebieden van Nederland. Zeker wie de juiste stekken weet te vinden, kan op de meest uiteenlopende soorten vissen. Denk dan aan alle soorten zeevissen, maar soms ook een zoetwatervis als bijvangst! De Europoort bestaat uit een wirwar van kanalen en havens. Je moet er even je weg zien te vinden, maar dan gaat er een hele viswereld voor je open! Het allergrootste voordeel van de Europoort is dat je er altijd wel een goede stek kunt vinden die makkelijk bereikbaar is en waar je gunstig staat ten opzichte van de heersende weersomstandigheden. De wind in de rug maakt een visdag immers een stuk prettiger dan een fikse bries pal op je gezicht.

Eerste kennismaking

De eerste keer dat ik kennis maakte met de Europoort is heel wat jaren geleden. Ergens in januari werd een wrakkentocht gecanceld. Aan het strand was het kommer en kwel, maar wat wilden we graag vissen zeg! Het aas was immers ook al in huis gehaald. Door de winkelier werd ik richting Rotterdam gestuurd.

Als ik niets zou vangen, dan zou ik mijn aas voor niets krijgen verzekerde hij me. Gelukkig zag mijn maat het ook wel zitten en de volgende dag stonden we vroeg in de Europoort. Waar we moesten beginnen wisten we niet, we spraken dan ook af om vijf keer een uurtje op een stek te vissen.

Zo konden we een goed beeld krijgen van de dieptes, stroming en eventueel aanwezige vis. Een vetpot was het niet, maar enkele platvisjes, wat wijting en steenbolk zorgde voor een aangename dag.

Zeebaarsjes

Wij gaan tegenwoordig voor een lichte bepakking: een hengel met molen, schepnetje en een rugzakje met kleinmateriaal. Daarmee vangen we dan een heel scala aan vissoorten. In de winter zijn dat vooral wijting, steenbolk, schar en bot. Steeds vaker komen we midden in de winter scholenbaarsjes tegen. Dat zijn scholen ondermaatse zeebaarzen die in de havens overwinteren. Heb je zo’n stek gevonden dan is het dikke pret! Ze zorgen voor fantastische aanbeten en geven op het lichte materiaal prima sport.

We gaan actief opzoek naar stekken met zeebaarzen. Dat is echt zoeken geblazen, want je weet nooit waar ze zitten. Dat kan ver uit de kant zijn tot bijna tegen de betonnen havenkanten. Als ze er zijn, dan heb je dit binnen een half uurtje wel door. Een uurtje op een stek is dus voldoende om te weten of ze er zitten.

“Vis met dwarrellijnen, daar bijten zeebaarzen beduidend beter op”

Omdat je bijna altijd vis vangt is het leuk vissen in de Europoort. Bijkomend voordeel is dat je niet echt afhankelijk bent van het tij. Het ene tij is wel iets beter dan het andere, maar vangen doe je eigenlijk altijd. Als het echt koud is, zoek dan de havens op die het meest afgelegen/verscholen liggen. Dan weet je zeker dat je op vis stuit.

de europoort
Scholen baarsjes zoals je er hier veel kunt vangen

Verscholen

De kanalen, zoals het Callandkanaal, Hartelkanaal of het Beerkanaal, worden met strandstokken bevist, net als de Waterweg. Het stroomt hier vaak hard en het loodgewicht dat we gebruiken vraagt toch echt om een strandhengel. Eigenlijk is het gewoon strandvissen zonder dat je op het zand staat. Je staat in de Europoort vrijwel altijd op betonnen kanten, gras of eventueel tussen de rotsen.

Zo zit ook niet alles onder het zand wanneer je thuiskomt. Onder de strandhengels zetten we stevige molens voorzien van 35 tot 45/00 nylon. Nylon is voor deze visserij prima. Je hoeft de vissen toch niet aan te tikken, dat gebeurt door de weerstand van het loodgewicht. En nylon is nu eenmaal vele malen slijtvaster dan een gevlochten lijn, niet onbelangrijk in een omgeving van rotsen en stenen.
De loodgewichten moeten voorzien zijn van ankers en variëren in gewichten tussen de 150-210 gram. Automatisch kies je dan ook voor een dikkere onderlijn. Met een staande lijn van 70/00 zit je zeker goed. De aaslijntjes kies je dan ongeveer 35 tot 40/00 afgewerkt met een haakmaatje 4.

Naargelang de aanbeten en vangsten kun je wat wisselen tussen grotere of kleinere haken. Ook een andere haak kan de sleutel naar succes zijn. Er zit namelijk veel verschil tussen haken met een lange, of een korte steel. Een smalle bocht en een wijde haakbocht kunnen ook wel eens wat verschil uitmaken. De hengels worden afgesteund op een stevige steun. Dan is het afwachten tot de pieren of zagers worden gepakt en de toppen beginnen te rammelen. Een visserij die erg effectief kan zijn, maar met het zware materiaal niet echt mijn favoriete visserij binnen de Europoort.

Dwarrellijn

Wanneer we richting de havens rijden laten we de strandstokken thuis, de voorkeur gaat uit naar medium tot zware feederhengels, of gewoon een goede spinstok. Een 4000 molentje is echt wel groot genoeg, maar wel graag met een gevlochten lijntje. In de havens kan het enorm diep zijn en dan staat er veel lijn uit. Voor een goede beetregistratie en het gemakkelijk aantikken van de vissen is een gevlochten lijn de beste keuze.

Onderlijnen

Als onderlijn gebruiken we standaard paternosters of een onderlijn met drie dwarrellijntjes. Simpel maar doeltreffend zijn de paternosters met rode bezemafhouders. De andere favoriet, de onderlijn met drie dwarrellijntjes, is super simpel om te maken en vaak ook erg effectief. Ik begin vaak met twee verschillende onderlijnen. Vooral het wisselen tussen dwarrellijnen en onderlijnen met afhouders kan een groot verschil in vangsten teweegbrengen. Zo kan het zijn dat je met dwarrellijnen enkel kleine wijtingen vangt, terwijl je met de afhouders beduidend grote wijtingen vangt. Omgekeerd kan ook gebeuren, dus neem van beide genoeg mee!

De Europoort
Meerdere wijtingen aan één onderlijn

Uiteraard kan het allemaal wat lichter in de havens, zo vang je ook beduidend meer vis. Een staande lijn van 40/00 met haaklijntjes van maximaal 30/00 zijn voldoende sterk om de havenvissen veilig binnen te halen.
Het lood dat je gebruikt is sterk afhankelijk van de stek die je bevist. In een haven is een loodje van 60 gram zonder ankers vaak al genoeg. Je zult dit per stek zelf even moeten ondervinden. Ga zeker niet zwaarder dan nodig is! Bij het gebruik van licht lood is het aan te raden even aan te tikken bij een aanbeet. Laat de montage dan nog even liggen tot je zeker weet dat je een vis gehaakt hebt, pas dan draai je in.

Met een dergelijk aastableau maak je zeker kans in de Europoort

Ook hier gebruiken we als aas de bekende zeepieren en zagers, maar met dit fijnere materiaal is een witje of slikzager ook een goede keuze. Wie wil experimenteren kan ook garnalen aan de haak doen, iedere zeevis vind deze lekker en wijting is er helemaal verzot op!

Lightweight

Met een spinstokje de havens uitkammen is toch wel de mooiste visserij. Het materiaal dat je hier voor nodig hebt past gemakkelijk in je jas- of broekzak. Een pakje haakjes, rolletje fluorcarbon van 30 tot 35/00, warteltjes, zachte kraaltjes en wat loodjes met centraal gat.

De Europoort
Minimale uitrusting : Haakjes en Fluorocarbon onderlijn

Ik maak de montage door het loodje op de hoofdlijn te schuiven, dan een zacht kraaltje ter bescherming van de knoop en vervolgens de wartel. Een onderlijn van een goede meter, een haakje 8 en een zager of een van de andere aassoorten en je kunt je lol op! Wormen zijn redelijk zacht en daarom minder geschikt.
Deze visserij leent zich uitstekend voor de havenvisserij. Zelfs midden in de haven, tussen de boten, valt er prima een visje te vangen.

Binnen vissen

Werp de montage ver in en laat deze met een strakke lijn afzinken. Wanneer deze de bodem bereikt draai je het zaakje een stukje binnen zodat je zeker weet dat de onderlijn strak over de bodem ligt. Laat het even liggen en draai een paar meter binnen, laat het liggen en… Zo ga je door tot je een aanbeet voelt. Zet niet direct de haak, wacht tot de spanning op de lijn duidelijk doorgeeft dat er een vis aanhangt. Dan pas zet je de haak.

De Europoort
Een zager op de bodem aangeboden en langzaam slepend vissen

Het kan ook gebeuren dat de top wat ‘roffelt’, sla dan wel direct aan. Hangt de vis niet? Laat de boel dan even liggen en begin opnieuw. Door op deze manier te vissen merk je snel waar de vissen liggen.
Je kunt er ook voor kiezen deze montage met twee haken te vissen, maar zeg nu eerlijk, wat maakt het uit of je 20 of 30 vissen hebt gevangen? Wie lekker bezig is en regelmatig een visje binnen draait heeft toch een aangename dag?

Ik combineer graag deze techniek met een afgesteunde feederhengel. Wanneer de feederhengel niet veel vis oplevert, dan verken ik de stek vaak met een spinstok voorzien van een schuifloodje. Je zult zien dat er toch wel wat vis in de buurt ligt. Dan is het een kwestie van je feederhengel opnieuw positioneren; vaak is het opeens dan wel prijs. Simpel, leuk en erg doeltreffend die spinstok!

VOOR HET EERST?

Ben je niet bekend in de Europoort? Ga een eerste keer dan sowieso overdag vissen. Het ligt er namelijk helemaal vol met gevaarlijke, gladde ballastblokken. Ook de steile kanten waarlangs je staat te vissen kunnen wel eens verraderlijk zijn. Check dus overdag je stekken, dan loop je minder risico. Ben je wat beter bekend, ga dan ook eens in het donker vissen! Wij hebben namelijk het idee dat we dan echt wel beter vangen. Zorg wel dat je goed voorbereid bent.

Tekst en Foto’s: Martijn Dekkers | Lees alle artikelen van Martijn Dekkers

Vissen op brasem met knoflook

Knoflook vissen

Knoflook, het stinkt volgens vele mensen een uur in de wind. Daarnaast kunnen deze knollen een positieve uitwerking op de gezondheid hebben, maar of dit ook zo’n uitwerking op het onderwaterleven heeft is onbekend. Wat relatief onbekend is: brasem valt als een blok voor een stukje knoflook!

Knoflookwalm…

Vissen houden van knoflook en zijn sterke aroma. Mijn eerste ervaring met knoflook was tijdens het forelvissen op een putje, we gebruikten aas met een sterke knoflookgeur. Later ging ik mijn eigen forellenaas maken. Met witbrood en het sap uit een teentje knoflook maakte ik een goed hechtend deeg, dat ik vervolgens inpakte in folie en een nachtje in de koelkast liet rusten. Toen ik de koelkast de volgende dag openmaakte kwam een muur van knoflooklucht me tegemoet. Aan het water was de knoflookwalm nog steeds behoorlijk aanwezig. Niets staat mij en een gigantische forellenvangst meer in de weg. Althans, dat dacht ik!

Die dag ving ik de ene na de andere… karper! In totaal ving ik acht vissen die dag, waarvan maar één schamele forel. Ik was echt verbijsterd over deze vangsten, maar mijn deeg kwam op een zijspoor. Totdat ik zo’n twee jaar later in een Engels magazine lees over karpervissers die hele knoflooktenen als vervanging van boilies inzetten. En hun vangsten logen er niet om! Mijn oog viel met name op hun bijvangsten: enorme brasems! Om die reden wil ik graag zelf eens aan de gang met knoflook, maar dan op brasem. Ik ga met een methodfeeder aan de slag. Mijn voertje ruikt dan een klein beetje naar knoflook. ‘The real deal’ vinden de vissen dan als zijnde mijn haakaas; een knoflookteentje.

Hoe maak je een knoflookvoer?

Maar hoe voorzie ik mijn voer gelijkmatig van een knoflooklucht zonder dat die te overheersend wordt? Een zoektocht op internet levert resultaat op: knoflookolie! Eigenlijk is het goedje bedoeld om allerlei salades mee op te leuken, maar ook in mijn voer doet het prima zijn werk, denk ik. Tijdens mijn eerste poging ruikt niet het hele voer naar knoflook, maar slechts hier en daar een vleugje. Het blijkt lastig om een kleine hoeveelheid olie gelijkmatig over het voer te verdelen. Daarom kom ik tot de volgende oplossing: ik maak een emulsie van de olie en water. Ik meng twee delen water met een deel knoflookolie. Zoals verwacht drijft de olie op het water.

Met een staafmixer meng ik de olie en water net zo lang tot ik geen oliedruppels in het water meer kan onderscheiden. Met dit mengsel bevochtig ik mijn voer, een brasemmix van Sensas. Wat meteen opvalt is dat dit ‘knoflookwater’ mijn voer een sterkere bindende werking geeft dan normaal water. Deze bijwerking komt mij nu goed uit aangezien ik voerballen met de hand in het water werp. Dankzij de extra kleefkracht blijven de ballen tot op de bodem bij elkaar. Maar onder water valt het voer wel gemakkelijk uit elkaar. Ideaal voor mij dus! Om de lokkende werking van knoflook uit te testen besluit ik om verder niets aan mijn voer toe te voegen. In totaal voer ik vier of vijf balletjes.

In 4 stappen naar een knoflook voermix:

Knoflook vissen
1. Knoflook kun je niet alleen als haakaas gebruiken, maar ook door het voer! Met knoflookolie kun je het lokvoer van een ‘prettige’ knoflookaroma voorzien.
Knoflook vissen
2. Om de olie gelijkmatig over het voer te verdelen kun je hem het best aanlengen met water.
Knoflook vissen
3. Dan giet ik mijn brasemvoer in een emmertje, dit is de basis voor mijn welriekende wondermix! Vervolgens bevochtig ik de mix met het oliewater en meng het voer goed zodat het gelijkmatig wordt bevochtigd.
Knoflook vissen
4. Als je het voer tot kleine goed klevende balletjes kunt knijpen is het klaar!

 

Knoflook schijfjes

Nu moet de onderlijn nog beaasd worden. Om die reden heb ik ‘broodpunches’ in verschillende diameters meegenomen. Hierdoor kan ik kleine cilindervormpjes uit een knoflookteentje steken en die vervolgens aan een hair rijgen. Het duurt een minuut of 40 voor ik de eerste aanbeet krijg. De aanbijt is niet bepaald twijfelachtig, de top gaat zonder pardon krom en zonder al te veel problemen loods ik een brasem van iets meer dan een kilo in mijn schepnet. Het bewijs is daar! Vissen pakken pure knoflook.

Knoflook vissen
De montage is simpel, maar doeltreffend!

Snel beaas ik de haak opnieuw en maak een nieuwe worp. Niet veel later zie ik weer beweging bij mijn hengeltop. Ik kan er niet op reageren, het gaat te snel. Gelukkig maakt het niet uit, want een fractie later volgt wel een goede aanbeet. De kopstoten verraden al dat het nu om een grotere vis gaat. Ik moet oppassen dat de brasem mijn 14/00 onderlijn niet breekt. Gelukkig gaat het goed en glijdt een brasem van meer dan 60 cm mijn net in!

Hoe zet je knoflook op de hair?

Knoflook vissen
Stap 1. Voor het beazen van de haak met een stukje knoflook heb je een ‘punch’, een aasnaald en een onderlijn met een zogenaamde Quickstop nodig.
Knoflook vissen
Stap 2. Vervolgens druk je een stukje knoflook uit de teen met behulp van de punch.
Knoflook vissen
Stap 3. Het cilindervormige knoflookstukje kun je nu enorm simpel aan de hair bevestigen!
Knoflook vissen
Stap 4. Vervolgens druk je zo de aasnaald in de holte van de Quick Stop.
Knoflook vissen
Stap 5. Met hulp van de aasnaald druk je het holle buisje door het stukje knoflook.
Knoflook vissen
Stap 6. Als je de naald dan uit het buisje trekt heb je het knoflookstukje perfect bevestigd!

 

Grotere brasems met knoflook!

Omdat je praktisch niks voert is het enige voedselitem dat echt interessant is voor de vissen het teentje knoflook. De knoflookolie lijkt, net als hennepolie, een stimulerende werking te hebben. Deze twee gegevens lijken er vandaag voor te zorgen dat de ene na de andere brasem zijn weg naar mijn net vindt.

Knoflook vissen
Ook deze brasem kon niet van een stukje knoflook afblijven.

Daarnaast lijkt ook het gemiddeld formaat van de brasems te zijn gestegen door het gebruik van knoflook! Tijdens deze sessie was het nog behoorlijk koud. De nacht ervoor vroor het nog. Maar de lente staat voor de deur. Hoe dan ook bewijs dat knoflook in koud water zijn mannetje staat! Eigenlijk heb ik in alle seizoenen, behalve de zomer, goede ervaringen met knoflook!

 

Hoe groot moet het haakaas zijn?

Wat de optimale grootte is van een teentje knoflook? Daar kun je best een beetje mee experimenteren! Over het algemeen kun je stellen dat vissen bij extreme weersveranderingen eerder op zoek zijn naar kleine voedselitems en bij stabiel weer juist wat grotere deeltjes prefereren. Zijn er dan geen nadelen aan het vissen met knoflook? Jawel: na een dagje vissen stink je een uur in de wind!  Niet alleen naar knoflook, maar ook naar brasem!

Met de vlok op winde

grote winde vlok

NICK LANDMAN – De rivier blijft mij als een magneet trekken. De voorbijrazende vrachtschepen, het stromende water en de mooie natuur hebben iets magisch, ze geven je op de één of andere manier weer nieuwe energie. Het is bijna windstil en ik heb hier en daar al wat vis gespot aan het oppervlak. Snel tuig ik mijn hengel op en haal ik het brood tevoorschijn. Tijd voor wat winde power met de vlok!

 

Tip 1: korsten voeren en rustig blijven!

Ik gooi een handjevol korstjes op het water en zak door mijn knieën om zo min mogelijk op te vallen. Het duurt niet lang voordat de eerste vissen zich melden, een mooi schooltje met windes slurpen van alle kanten mijn brood van het water af, en dat vol in het zicht! Ik probeer rustig te blijven en werp heel behendig mijn broodkorst inclusief haakje tussen de andere in. Nu is het wachten, mijn hart gaat als een razende tekeer. Mijn korst wordt tot twee keer toe volledig gemist, maar de derde keer is het raak! Even 2 seconden wachten, aanslaan en hangen! Man, wat is dit lekker zeg! Er gaat een bijna euforisch gevoel door mijn lichaam. De ondergaande zon tijdens het drillen van de vis maakt het feestje compleet deze avond, wat kan ik hier van genieten!

stekken winde vlok
Ik probeer rustig te blijven, maar met grote, azende windes vlak onder de kant is dat soms niet makkelijk!

 

Tip 2: Zo vang je de grotere vissen

De winde, ook wel Leuciscus Idus genoemd, staat bekend als een echte omnivoor. Dit betekent eigenlijk dat de vis een heel gevarieerd dieet heeft met zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Dat betekent dat ze dus zelfs aan een stukje kunstaas te vangen zijn. Ik heb het zelf al een aantal keren meegemaakt, een winde vangen met een plugje. Gewoon vol in zijn bek! Dan is het hoofdzakelijk een bijvangst, maar naar mijn mening doe je de vis daar wel tekort mee. Daarom ben ik me een aantal jaren geleden meer in de winde gaan verdiepen en zo ben ik er achter gekomen dat je deze soort heel goed gericht kunt bevissen. Met name aan het wateroppervlak. Een groot gedeelte van hun voedsel halen ze hier vandaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan insecten die in het water zijn gewaaid. Mijn ervaring bij het korstvissen is dat het vaak de grotere vissen zijn die geïnteresseerd zijn. Nog een extra reden om deze visserij op te pakken!

winde vlok materiaal
Meer heb je niet nodig, dat is wel iets anders dan statisch winde vissen! Omdat je veel meters maakt is een lichte, compacte uitrusting aan te bevelen. Zo’n waad-schepnet (Savage Pro Finezze Rubber Mesh Net) is natuurlijk veel makkelijker mee te nemen dan eentje met een meterslange steel: ideaal!

 

Tip 3: pluk de (mooie) dag!

Qua stekken is het allemaal niet zo heel erg moeilijk, het meest belangrijke van alles is dat je veel meters probeert te maken. De winde is altijd in beweging en jij zult je hierop aan moeten passen. Je kunt er voor kiezen een serie kribvakken te bevissen, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de monotone rechte stukken. Vooral in de maanden april en mei kunnen deze erg goed zijn. Dat komt omdat in deze periode de winde massaal richting de paaigronden zal trekken om zich daar voort te planten. Een lekkere hap in de vorm van een broodkorst zullen ze dan zeker niet links laten liggen!

winde vlok stek
De warmere, windstille dagen in april en mei kunnen vaak erg goed zijn!

Toch zijn de weersomstandigheden ook van groot belang, mijn ervaring is dat je met weinig wind en een zonnetje de meeste kans van slagen hebt. Dit met de simpele reden dat je dan goed zicht hebt op wat er in en op het water gebeurt. En dat is echt nodig, want je zult zien dat vooral de grote vissen vaak de neiging hebben om het brood eerst uitvoerig te inspecteren. Zo kunnen  ze er eerst 1 á 2 keer onderdoor zwemmen, voordat ze besluiten toe te happen. Bij veel wind en weinig zon zal dit je ontgaan, waardoor secuur vissen erg lastig gaat worden!

 

Tip 4: lange hengel

In deze visserij kom je ontzettend veel obstakels tegen. De kades aan de rivier liggen vaak vol met grote stenen en deze kunnen ook nog eens bezaaid zijn met een hele rits aan prikkelbosjes. Dit alles maakt het in veel gevallen erg lastig om vanaf de kant te vissen. Toch is het wel goed mogelijk, mits je in het bezit bent van het juiste materiaal! Een absolute must hiervoor is een lange werphengel, het liefst een niet al te zware. Ik gebruik hiervoor de Savage Gear Parabellum CC van 3,45 meter met een werpgewicht van 12 tot 35 gram. Deze hengel combineer ik met een Okuma Ceymar C-25 molen met daarop een simpel nylon lijntje van ongeveer 20/00.

winde vlok dril
De Savage Gear Parabellum CC van 3,45 meter is een erg fijne, lichtgewicht hengel waarmee je perfect over de lange kades heen kunt vissen en die ook nog eens hele mooie sport geeft bij het drillen van een winde.

 

Tip 5: de haak verstoppen in de vlok

De haken die ik gebruik zijn de XC1 serie van Prologic in maat 4. Als je het mij vraagt de perfecte haak maat voor deze visserij, niet te groot en niet te klein. Ik vouw het brood altijd helemaal om het haakje heen en belangrijk; zonder korst! Daar heb ik 2 redenen voor. De eerste reden is dat de haak zo volledig onzichtbaar is. Winde kan in sommige gevallen namelijk heel erg schuw zijn; wanneer ze ook maar iets van een haakje zien zitten dan laten ze deze voor wat het is en zijn je kansen verkeken. De tweede reden is dat alle zo makkelijk mogelijk de windebek binnen moet kunnen en de taaie korst vormt hierbij alleen maar een belemmering.

winde vlok haak
Stap 1. De haak leg ik in het midden van de vlok.
winde vlok haken
Stap 2. Vouw de korts om de haak en druk deze aan. De haak zit helemaal verstopt, winde ruikt geen onraad. Een hengel, lijn en (de juiste!) haak: hoe simpel kan het zijn?!

 

Verslag van een geweldige sessie

Weer een andere mooie sessie. Ik ben de bewuste dag vrij en na de nodige huishoudelijke klusjes besluit ik om weer eens een poging te wagen. Met een goed humeur stap ik in de auto en haast ik mij richting de rivier. Wederom niets te klagen wat betreft de omstandigheden. Het zonnetje doet goed haar best en de wind staat op een laag pitje vandaag. Maar bij aankomst slaat het goede humeur gauw om wanneer ik merk dat ik mijn schepnet vergeten ben. Balen! Deze gebruik ik altijd om de vis zo veilig mogelijk over de stenen mee naar boven toe te nemen, ook geeft het een stukje extra rust wanneer je een grote vis gehaakt hebt en deze snel wilt scheppen. Dat is nu dus niet mogelijk… Enfin, roeien met de riemen die we hebben…

 

Al worstelend pak ik de vis…

Halverwege de ochtend zie ik een vis van groot formaat onder het gevoerde brood doorschieten, ik werp mijn vlok behendig in op gepaste afstand en de spanning bouwt zich op. Na luttele secondes wordt mijn vlok van het water afgezogen en sla ik aan, het gevecht kan beginnen. Wat een kracht, ze zwemt vol de stroming in en ik moet alle zeilen bijzetten om haar weer richting de kant te krijgen. Eenmaal aan het oppervlak herinner ik me weer dat ik haar niet kan scheppen, shit! Ik leg mijn hengel neer en neem haar met 2 handen vast, al worstelend met de vis tegen mijn jas aangedrukt kan ik haar boven op de onthaakmat leggen. Het is allemaal de moeite waard, want… wauw wat een vis! Op de meetplank komt ze niet voorbij mijn lengterecord, maar dit is ongetwijfeld de zwaarste winde die ik ooit gevangen heb, wat een dikzak!

winde vlok
WOW! Qua lengte heb ik al wel grotere gevangen, maar die pens is BIZAR. Wat een enorm vette vis!

 

Dit is verslavend

Als ik eventjes hardop mag dromen, dan zou het ultieme toch wel zijn om een heuse 60’er aan het oppervlak te mogen vangen. Ik weet dat ze er zitten en dat ze ook gevangen worden, maar helaas heb ik dit zelf nog niet mee mogen maken. Toch is het niet zo dat ik mijzelf dit als een doel stel. Daar is deze manier van vissen simpelweg te leuk voor.

winde vlok
Kies een mooie dag uit en waarschijnlijk raak jij net zo snel winde verslaafd als Nick Landman!

Waar het bij mij in deze visserij vooral om gaat is de spanning die er bij komt kijken. Telkens wanneer je het brood op het water ziet driften en er komt een groepje windes bij azen dan giert de adrenaline door m’n lijf. En om je eigen broodkorstje er dan zo secuur mogelijk tussen te werpen blijft ook iedere keer weer een grote uitdaging. Verspeel je je kans dan begint het hele spelletje gewoon weer opnieuw. En wanneer je al deze facetten bij elkaar optelt dan kun je wel concluderen dat deze visserij alles heeft, het is vissen in de puurste zin van het woord… Verslavend!

 

Nick Landman

Vissen op de IJzer spaarbekken met de stok en feeder

IJzer spaarbekken

Net achter de kustlijn, kronkelt de IJzer door het Vlaamse polderlandschap. In de vorige eeuw een belangrijke speler in het oorlogslandschap, vandaag de dag een begrip voor de inlandse, polyvalente waterrecreatie. Voor de IJzer de zee bereikt, verbreedt ze immers eerst in het waterspaarbekken, ook wel ‘Den Bloso’ genoemd. Samen met Steve Salomez legden wij hier de vismogelijkheden onder de loep.

 

Den Bloso: bijna de ideale stek!

Naast de thuishaven voor zowat 200 kleinere plezier- en zeilbootjes, is dit bekken ook een druk bezochte visplaats. Van de oorspronkelijke ontginningsput ging het zo dus tot ontspanningsput met een enorm rijk visbestand. Het waterspaarbekken of ‘Den Bloso’ is een hengelwater met naam en faam tot buiten de landsgrenzen. De laatste jaren consequent in zowel vangstcijfers als in plezier. Om de harmonie tussen vissers en andere watersporten te bewaren, is het als dagvisser niet mogelijk om eender waar je viskist neer te planten.

De zijde van Sint-Joris en de korte kant tegen de IJzer aan zijn visservriendelijk. In het geval van wedstrijden, wordt ook een strook van de lange zijde tegenover Sint-Joris vrijgegeven. Den Bloso kenmerkt zich bovendien door zijn veelzijdigheid aan hengeltechnieken die er goed tot hun recht komen. Of je nu met de stok wilt hengelen, met de feeder of de matchhengel; alles draait gegarandeerd uit tot een beloftevolle visdag. Door de geringe diepte (gemiddeld 2,5 m) en de korte, zomerse afstand waar de vissen komen azen, immers een ideale plek om een nieuwe techniek aan te leren.

IJzer spaarbekken

Een van Vlaanderens beste vissers 

Om wat zicht te krijgen op hoe je nu best het spaarbekken tackled, keken we eens in de voerkom en materiaalzak van Steve Salomez. Net als ‘den Bloso’, een man met een niet mis te verstane reputatie. Eén van de beste Vlaamse wedstrijdvissers en samen met zijn vrouw Tweggy eigenaar van een hengelsportzaak waar ’s mans van heinde en verre naar toekomt. Door hun persoonlijke en eerlijke aanpak weten ze zelfs Franse wereldtoppers tot hun klantenbestand te rekenen. Daarnaast kan ook het lokale visbestand rekenen op hun onvoorwaardelijke steun. Meermaals hebben ze reeds hun schouders gezet onder projecten om vis te beschermen tegen vogelvraat en om de vispopulaties te doen aangroeien. De aanwezigheid van zo’n topwater in zijn provincie, maakt dat Steve al wat sessies op het spaarbekken heeft afgewerkt en dus een uitgelezen gesprekspartner werd voor dit artikel.

 

Aanpak 1: met de feederhengel

Nog vroeg op het jaar gokt Steve op 2 paarden. Hij brengt zowel zijn vaste hengel in stelling op 11,5 meter als zijn feederhengel op 45 meter. Dat hij een aardig stuk uit de voeten kan met de vaste hengel wisten we, maar sinds enkele jaren heeft hij zich ook in het feedergebeuren vast gebeten. “Wanneer ik mensen advies geef, weet ik graag waarover ik praat. Daarom dat ik graag zelf uitprobeer wat ik in de winkel aan de man of vrouw breng.”

IJzer spaarbekken

Voor de set-up van zijn feeder kiest Steve steevast voor gevlochten draad. Onze wateren lenen ze zich daar perfect voor. Net zoals een gevoelige, soepel top geknipt is voor de Belgische waterlopen. In vergelijking met Nederland hebben wij amper van die grote waterlopen waar je over de 50 meter-lijn dient te werpen of waar het klotsen van een passerend zeeschip je kist van de rotsblokken trekt. “Veel van de beschikbare feeders zijn afgestemd op het type visserij dat wij hier niet kennen of hebben. Een hengel waar je zelf je type top en actie van zou kunnen selecteren zou top zijn.” Een ‘standaard’ feederhengel met een ruggengraat als een bezemsteel is dus zowat als voetballen op hoge hakken begrijp ik daaruit.

Aan de gevlochten hoofdlijn knoopt Steve een voorslag (Technium 22/00) van iets meer dan 5 meter. “Twee maal de lengte van je hengel is een goede maatstaf” aldus  Steve. Hier monteert hij een 25 grams speedkorf van Nisa aan door middel van een glijdende feederwartel. Een kort stuk getwist nylon onder de korf werkt als afhouder om de 60 cm lange onderlijn (12/00 – haak 16) te vrijwaren van een knoopknoeiboel. “In het begin van het jaar gooi ik wat verder uit de kant. Met een 25 gram zware korf volstaat het om de 40 meter te halen. Eenmaal het warmer wordt is de beste afstand op dit water tussen de 18 en 25 meter”. Aardig kort dus.

 

Aanpak 2: met de vaste hengel

Voor de stokmontage kiest Steve voor een 1 gram zware dobber waarvan het lichaam laag in het water zit, dit om het hoofd te beiden aan de constante rimpel op het water. Het verklikkerloodje nummer 11 krijgt zijn plaats net boven de 25 cm lange onderlijn (08/00 – haak 22 B2000). Vervolgens krijgen 3 nummers 11 hun plek 30 cm hoger, gevolgd door het bulklood 5 cm verder. “Dit is zowat mijn standaard set-up waar ik goed overal mee start. De 3 nummers 11 gebruik ik om mee te spelen. Waar je hier op de Bloso te Nieuwpoort zeker moet op letten is dat je niet te zwaar op de grond gaat leunen. Tussen 5 à 10 cm is de gulden middenweg.”

IJzer spaarbekken

Flinke zeebries

Met een staande haak op de grond werkt op de IJzer spaarbekken volgens de kenner dan ook niet zo goed. Om goed beet te krijgen heb je immers een favorabel briesje nodig. En dat briesje dat voor beweging in het water zorgt, maakt dat een ‘propere’ montage teveel danst onder water. “Geen wind is vaak gelijk aan slechte vangsten.

Best heb je hem hier zelfs op de neus.” Let wel dat het niet te hard waait, want hier dicht bij de zee kan dat best verkeerd uitdraaien wanneer de wind in de flank komt. Tijdens het peilen zul je ook merken dat er een tussen 9 à 10 m een trap ligt. Hier moet je achter kunnen vissen en liefst niet vlak erachter gezien daar ook het naar de oever drijvende onderwatervuil samentroept. Het waterpeil staat ook niet stil, houd dit dus ook in de gaten zodat je kan meeschuiven met het waterniveau.

 

Kraakvers voer voor de ijzer

Als het niet vers is, dan komt het niet in de voerkom van Steve. Ten minste houdbaar tot, is bij de sympathieke winkelier meteen ook gelijk aan te gebruiken tot. “In de winkel werken we enkel met ultraverse bestanddelen. Het spreekt vanzelf dat ik niet aan het water kom met voeder dat niet kakelvers is.” De huismix waar Steve mee uitpakt, gebruikt hij in het voorjaar zowel voor de stok als voor de feeder.

IJzer spaarbekken

Bij aanvang op de 11,50 meter stek, gooit hij slechts 8 grote voerballen onder het motto ‘wat er al in ligt kan je er niet meer uithalen’. “Ik geef liever tijdens het vissen bij, dan dat ik me beklaag dat ik te voortvarend was bij de start. In mijn geval zijn die 8 ballen al redelijk wat voer, gezien mijn grote handen. En als je er minder gooit, kan je er ook minder mis gooien.” Het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk.

IJzer spaarbekken

Allround voermix voor op de IJzer

In de lente kiest Steve zowel voor de stok als voor het feederen voor de onderstaande voermix. Een mooi voornvoer, donkerbruin van kleur waar de brasems niet vies van zijn. Voldoende werking om vis te lokken en op de stek te houden. Doordat het redelijk snel opent, ook uiterst geschikt voor de korf.

  • Grote voorn (huisvoeder Salomez) – 2 kg
  • Super Voorn (huisvoeder Salomez) – 1 kg
  • Terre de somme (Sensas) – 1 liter
  • Terre de rivière (Sensas) – 1 liter

 

Kleine hapjes in het voorjaar

Het is inderdaad wel zo, dat bijgooien tijdens het vissen op de IJzer vaak goed werkt. De reden waarom je dus beter genoeg overhoudt op dit spaarbekken. Gezien de nog frisse watertemperatuur wordt ook de tafel op de feederlijn niet te royaal gedekt. “De vis zwemt nog niet echt veel” en dus probeert Steve ze te verleiden met kleine hapjes zonder veel levend aas. “Een 10-tal levende pinkies midden in de korf.”

IJzer spaarbekken

 

Het dagmenu van de IJzer: een trio van muggenlarven

We kunnen kort en bondig zijn over de vangsten deze dag. Op de feeder werd het ondanks de goede intenties niet veel soeps. De hoopvolle signalen kwamen van de vaste stokplek. Speciale voorns wel op de ‘speciaal voorn’ moet ik zeggen… “Van die grote bruine rond de 2 kilo” lacht de dirigent. Het gros van de brasems hangt hier rond de 600 à 700 gram, dus met die dikkere tijdens een visdag moet je best tevreden zijn. Deze halfwassen jonkies samen met baksteendikke voorns verzorgen meestal het concert in de zomer- en herfstmaanden. “Zeker eens proberen met een stukje plastic als je mag. Werkt zeer goed in de zomer!”

IJzer spaarbekken

Vandaag verkozen de vissen unaniem voor het dagmenu; een trio van grote muggenlarven. En neen het hoefde zeker niet stil te liggen. Het water is continu in beweging, dus mag er actief gevist worden. ”Laat je dobber gerust een meter links of rechts van je voerplek driften. Vaak vang je hier zelfs de dikkere vissen.”

 

Beginnerstips voor feedervissers

  • Met aas volgepakte korven je plek torpederen is niet aan te raden. Met kleine beetjes aas in de korf werkt beter.
  • De Belgische waters vragen om gevoelige toppen.
  • Slecht ingegooid? Meteen binnendraaien en opnieuw werpen.
  • Materiaal aankopen? Kies voor objectief advies van iemand die niet merkgebonden is.

IJzer spaarbekken

Voorvoeren op witvis: zo doe je dat!

voorvoeren

Bij voorvoeren wordt door veel vissers al snel aan karpervissen gedacht en niet zozeer aan witvissen. Waarschijnlijk komt dit doordat de meeste fanatieke wedstrijdvissers niks aan deze tactiek hebben in wedstrijdverband. Het resultaat is dat voorvoeren weinig wordt toegepast en dat er ook niet veel over wordt geschreven. Wie als ‘recreatievisser’ echter een berg witvis wil vangen, doet zichzelf tekort om deze tactiek niet in zijn basispakket op te nemen.

 

Pre-baiting (voorvoeren)

Verreweg de meeste verhalen over voorvoeren spelen zich af in het buitenland; het betreft hier vooral de grote Ierse en Deense meren waar ‘pre-baiting’ heel succesvol kan zijn. Apart genoeg wordt deze tactiek in Nederland en België weinig toegepast. Niet alleen op grote wateren, maar ook op klein water kun je met de juiste aanpak veel meer vis vangen.

voorvoeren
In het buitenland wordt pre-baiting, vooral op grote meren, wel vaker toegepast.

Voor veel karpervissers is voorvoeren daarentegen de normaalste zaak van de wereld. Er zijn zelfs vissers die zonder voorvoeren nooit een lijntje nat zouden maken. In de praktijk voert verreweg het grootste deel van het karperleger met (groot formaat) harde boilies. Waarom? Vraag een karpervisser eens naar zijn voorvoer ervaringen met kleine particles, pellets of zacht aas. Ze zijn door schade en schande wijzer geworden dat het op veel wateren vragen is om problemen; slapeloze sessies met bergen witvis…

Tactische Stek

Oud-collega Stef en ik staan aan de oevers van een ondiepe recreatieplas van bijna 20 hectare; op dit water hadden we twee jaar geleden al een keer erg goed zeelt gevangen. We gaan hier nu met method- en pelletfeeders aan de slag. De eerste noot die we moeten kraken is het bepalen van de stek en voertactiek. Nu hebben we hier al eerder gevist, maar dat was wel in een andere periode van het jaar, namelijk hoogzomer. We lopen naar een tactisch gelegen landtong waarvan we meerdere kanten en verschillende type stekken kunnen bevissen.

De eerste mogelijkheid is een ondiep kommetje, dat tevens de ingang is naar een ondiepe kreek. In het kommetje staat gemiddeld genomen 1 meter water, echter in het midden loopt een iets dieper geultje van maximaal 1,7 meter. We hebben sterk de indruk dat dit geultje als een soort van snelweg fungeert voor alle vis die de kreek inzwemt. Twee jaar geleden hebben we hier in de ochtend goed gevangen. Maar zo gek als de aanbeten in de ochtend waren, zo stil was de middag. Alsof het water ineens visloos was geworden.

Kansen spreiden

De tweede optie vanaf deze landtong is de grote plas. Met de peilhengel zien we dat op 30 meter afstand ongeveer twee meter water staat. Zou het verder uit de kant dieper zijn? Ik werp de dobber naar ongeveer 60 meter, maar ook daar is het twee meter diep. Ik haal de peildobber dichterbij om te zien waar en hoe het talud loopt, als we in het helder water voorn ons kijken zien we namelijk tot wel 10 meter uit de kant de zandbodem. Op ongeveer 20 meter uit de oever loopt het talud heel flauw op, 10 meter uit de kant staat ongeveer 1 meter. Het onderste deel van het talud, tussen de 1.7 en 2 meter, is ook een interessante plek. Vaak zie je dat de vissen parallel met het talud langs de oever trekken.

voorvoeren
De stek in de kreek. Op de markerstaaf hadden we een WaterWolf onderwatercamera gezet. Door azende vis werd het beeld bijna te troebel om te zien…

We besluiten om onze kansen te spreiden en beide plekken aan te voeren. Ik heb het idee dat zeelt en karper het ondiepe kommetje wel intrekt, maar dat de grotere brasems liever op het open water van de plas blijven hangen. Op een ander vergelijkbaar water waar veel op specimen zeelt en brasem wordt gevist, zie je hetzelfde patroon. Niet dat het betekend dat het hier ook zo moet zijn, maar soms zie je bepaalde patronen wel terug.

Voerparadox

Hoeveel en wat je moet voorvoeren is vooral een gok wanneer je het water nog niet kent. Eigenlijk is een beetje voorkennis over het visbestand erg handig, ook aangezien andere soorten de boel ook aardig in de war kunnen schoppen. Zo zijn geknipte wormen ideaal als ingrediënt voor een brasemvoer, maar wat als er ook veel baars, paling of zelfs steur en meerval zwemt?

Op basis van eerdere ervaringen weten we dat het hier te doen zal zijn om zeelt, brasem en karper. Tijdens deze eerste voerbeurt gaat er 1,5 kg lokvoer op vismeelbasis in de emmer. Na het bevochtigen voegen we 2 blikjes mais, ongeveer 500 gram pellets en een goede handvol ‘restje’ maden toe. We kneden er stevige voerballen van en verdelen ze 50:50 over de twee stekken. De hoeveelheid voer per stek valt dus reuze mee, het is echt niet nodig om 10 kg voor te voeren om veel vis aan te trekken.

Verspreid voorvoeren

In plaats van alles zo nauwkeurig mogelijk op één stek te werpen, voeren we voor witvisbegrippen redelijk verspreid. Per stek een strook van ongeveer 6 bij 2 meter. Waarom? We gaan aan de slag met feedertechnieken en daarbij is nauwkeurig werpen en een geconcentreerde voerplek opbouwen essentieel. Dat staat echter haaks op de voermethode… In vergelijking met een zeer geconcentreerde plek, bijvoorbeeld van 1 bij 1 meter, kan op een verspreide meer witvis een graantje meepikken.

Voorvoeren voerkorf
Bij het vissen hielden we de stek compact door enkel met een korf voer te brengen.

Omdat her en der wat voer ligt leren ze gedurende het azen dat het loont om de voerzone af te zoeken naar voedsel. Van voedselnijd zal minder snel sprake zijn, waardoor de vis ook rustiger aast en over een langere periode. En azende vis trekt ook weer azende vis aan. En dat we nog geen geconcentreerde plek hebben, geeft nog niet, we gaan immers niet direct vissen. Tijdens het vissen pakken we het echter anders aan. De volgende dag in de loop van de middag herhaalt Stef het voorvoeren. Het zal pas tot de volgende ochtend duren dat onze lijnen ter water gaan.

Eindelijk vissen!

Het is eindelijk zover! Iets voor de klok van zeven uur arriveer ik op de parkeerplaats. Stef is al aanwezig en heeft het grootste deel van de uitrusting al naar de stek gebracht. Met z’n tweeën hebben we binnen korte tijd ook mijn spullen daar staan. De spanning is om te snijden, we zijn beiden erg benieuwd wat het vandaag gaat worden!

voorvoeren
Al snel na het inleggen de eerste aanbeet, een hoopvol begin!

We besluiten om met twee hengels de komstek te bevissen en één hengel op de plasstek te leggen. De luxe van drie hengels geeft je de mogelijkheid om te experimenteren wat betreft haakaas en montages. De eerste hengel voorziet Stef  van een method feeder, de Cresta inline easy feeder, welke je ook zonder mal snel van voer kunt voorzien. De onderlijn heeft Stef gisteren geknoopt: 10 cm lang,  22/00 nylon en een maat 10 haak, de Gamakatsu Snagger, middels een no-knot knoop. Op de hair een kleine, gele pop-up boilie. Op anderhalf centimeter van de haak een knijploodje, zodat de gele lekkernij ongeveer 3 tot 4 cm boven de bodem bungelt. Deze hengel gaat op het linkerdeel van de voerplek in de komstek.

Montage variatie

De tweede hengel komt daar ongeveer 5 meter rechts van te liggen. Op de hoofdlijn schuif ik een inline pellet feeder, die wordt gestopt door een push bead. In deze te openen kraal hang ik de onderlijn. Deze is ook 10 cm lang en gemaakt van 22/00 nylon, maar wordt uitgerust met een stevige bledhaak in maat 10. Hierop zet ik 1 grote drijvende fake made plus 2 echte wriemelaars.

voorvoeren
Een fel geel aasje op de hair leverde deze dag verreweg de meeste vis op.

Deze hengels liggen er 5 minuten in als we de eerste tekenen van leven zien. Dat belooft veel goeds. De waker van de linkerstok kruipt langzaam omhoog. Stef aarzelt geen moment en trekt het carbon in een mooie curve. “Ja, dit moet een zeelt zijn, zo te voelen”, maar nog geen paar seconden later schiet de haak los… Veel tijd om te treuren is er niet, want Stef heeft de hengel nog niet op de stek terug geworpen of de rechterhengel komt tot leven. Gelukkig blijft deze vis wel hangen en even later steekt Stef het schepnet onder de eerste zeelt van de dag.

voorvoeren
Yes, de eerste vis is binnen!

We vissen om de vis, dus de volgende is voor Stef. In het daaropvolgende kwartier vangen we allebei nog een zeelt. We hebben nu nog even geen tijd om de derde hengel op te tuigen en in te werpen… Het voorvoeren heeft zijn vruchten afgeworpen.

voorvoeren
Daarna volgen de aanbeten en zeelten elkaar in rap tempo op.

 

Compact vissen

Omdat we ook een poging willen wagen om onderwaterbeelden van de azende vis te maken, hebben we bij aanvang vanuit een klein rubberbootje een markerstaaf op de stek gezet. Op ongeveer 40 cm boven de boden hangt aan de pvc buis een WaterWolf camera. Een bijkomend voordeel is dat we nu een perfect richt- en oriëntatiepunt hebben; tezamen met de lijnclip landen de feeders elke keer op nagenoeg op dezelfde plek. We gaan er vanuit dat het meeste voer van de afgelopen dagen is weggevreten en dat de vis op de plek rondhangt en opzoek is naar vers voer. De twee zeer compacte voerplekjes binnen de voerzone werken als een soort magneten op de vis. Het is opvallend hoe snel we na het inwerpen aanbeten krijgen. Eén keer krijgt Stef zelfs niet de tijd om de hengel op de steun te leggen of de lijn wordt al strakgetrokken.

Voorvoeren karper
Als de vis in het net ligt volgt een grote vreugdekreet!

Bij de volgende aanbeet gaat het om een vis van een beter kaliber. Langzaam drilt Stef het logge gewicht dichterbij. Als de vis plots een stevige run neemt zijn we er van overtuigd dat het om een karper gaat. Onder de kant zien we een parel van een spiegelkarper het wateroppervlak doorbereken. De vis lijkt klaar voor het net maar blijft nog enkele minuten onder de top diep heen en weer zwemmen. Uiteindelijk schep ik de vis voor Stef en kan hij het niet laten om een vreugdekreet er op los te laten.

 

Wat een begin: geweldig!

Ondertussen valt het op dat we het laatste uur geen aanbeet op de madenhengel hebben gekregen, ondank herhaaldelijk inwerpen en verversen. Deze hengel ligt slecht 5 meter rechts van de productieve linkerhengel. Wat is er mis? We besluiten deze hengel binnen te draaien en op de plasstek te leggen, en te vervangen met een nieuwe hengel met ander haakaas. Ik haal een derde hengel tevoorschijn en voorzie deze van een inline easy feeder. Als onderlijn gaan we wederom voor 10 cm lengte van 22/00 nylon. Als haak een maat 10 Gamakasu A1 G-Carp Specialist, op de hair een maiskorrel. Al na 5 minuten blijkt dit een goede zet, want de eerste zeelt meldt zich op deze montage. Het blijkt een korte opleving op deze hengel, want alle andere aanbeten komen om de gele pop-up.

Voorvoeren karper
We zijn eigenlijk nog maar net aan het vissen en de dag kan nu al niet meer stuk!

Wanneer de klok 10 uur in de ochtend aangeeft kunnen we al 9 zeelten en 3 mooie karpers noteren. Wat een begin van deze dag, geweldig! De hengel die aan de plaskant ligt geeft het eerste uur geen piep. Maar plots krijgen binnen korte tijd een aantal lijnzwemmers. Zou de brasem zijn gearriveerd?

 

De eerste brasems

Zo snel als de beten zijn gekomen, zo stil is het opeens geworden op de komstek. We wisselen nog van haakaas, voeren een klein beetje bij, maar wat we ook doen: de vis is hier verdwenen. Zitten ze er nog wel maar azen ze even niet? Of zijn ze weg? Komen ze nog terug? We zijn al meer dan tevreden met het resultaat, maar het is pas het einde van de ochtend en we zijn van plan om tot het einde van de middag te vissen. Om een lang verhaal kort te maken: de rest van de dag krijgen we op deze stek geen beet meer.

Voorvoeren zeelt
Een van de laatste vissen van de komstek, daarna zijn de vissen hier verdwenen en keren niet meer terug.

Ondertussen heb ik de eerste brasem van de plasstek gevangen. Een schitterende mannetjesvis, die zo ruw als schuurpapier is en helemaal onder de paaipukkels zit, kon de maden niet weerstaan. Het duurt nog een half uur alvorens ik brasem nummer twee voor Stef kan scheppen. Dit maal een groot vrouwtje met een dikke buik. Omdat de aanbeten op de andere plek achterwege blijven, verplaatsen we een hengel naar de plaskant, waardoor we daar nu met twee hengels vissen. De maiskorrel wordt vervangen door een 12 mm gele wafter.

voorvoeren brasem paai
De eerste brasem van de dag is een schitterende mannetjesvis!

 

De beautysalon

De volgende aanbeet is voor mij. Ik verwacht weer een brasem, maar als de vis plots vaart maakt en naar links door de slip zwemt weten we genoeg: weer een karper! In het heldere water zie iets voorbij zwemmen met een uniek beschubbingspatroon, het is weer een pareltje van een spiegel… Na wat rondjes onder de top schuift Stef het net onder de beauty. Yes, binnen! We weten dat dit een unieke sessie is en genieten met volle teugen. Het is echt een teamaanpak en daarom is het wel zo fair en leuk als je om de vis vist. Zelfs op dagen als deze zie je dat één hengel meer vangt dan de ander.

voorvoeren
Het blijkt weer een parel van een spiegeltje te zijn, en ook Stef…
voorvoeren karper
…kan weer een beauty in het logboek noteren!

De tactiek om twee voerplekken te maken op verschillende type stekken werpt duidelijk zijn vruchten af. We vangen een hele serie brasems. Rond lunchtijd hebben we er al 9, waarvan verreweg de meeste tussen de 7 en 8 pond wegen! In de loop van de middag melden ook de zeelten zich weer en vangen we afwisselend brasem en zeelt.

voorvoeren brasem
Flink voervoeren is in het voorjaar vaak een alles-of-niets tactiek. Vandaag zaten de weersomstandigheden mee en werd het alles!
voorvoeren
De brasems bereiden zich voor op de paai en de vrouwtjes hebben dikke kuitbuiken.

We merken dat nu de wafter, die op de bodem zweeft, verreweg de meeste aanbeten oplevert. We raken zelfs de tel kwijt. Tegen de klok van vier uur is het een beetje gedaan met de aanbeten, maar wat wil je, na zo’n dag met volop actie?! Stef en ik knijpen onszelf in de arm en vragen af wat er vandaag allemaal is gebeurd. Soms vallen de puzzelstukjes op zijn plaats en ben je op het juiste moment op de juiste plaats. Door met verstand voor te voeren kun je echter de boel wel een zetje in de goede richting geven. Als dat samenvalt maak je kans op de sessie van je leven.

voorvoeren brasem two-tone
Als kers op de taart nog een grote ’two-tone’ brasem.

 

Extra tips voor voorvoeren

  1. Het valt niet te ontkennen dat voorvoeren extra tijd en moeite met zich meebrengt ten opzichte van instant ergens gaan vissen. In sommige situaties is voorvoeren onbegonnen werk. Bijvoorbeeld omdat er ergens veel wordt gevist en je nooit zeker van bent dat je stek vrij is, omwille van reistijd of andere redenen. Je kunt meerdere dagen voorvoeren, maar 1 dag werkt ook prima. Zoek eens een water in je omgeving (of op de route werk/school-huis), zodat voorvoeren wel realistisch is.
  2. Vismeel is erg voedzaam. Op wateren met een goed bestand vis is dit een prima keuze. Maar op echte specimen wateren, waar vis omkomt in natuurlijk voedsel en waar weinig vis zwemt, is dit soms teveel van het goede, zeker in het voorjaar.
  3. Standaard lokvoer is een goede keuze; een handje vismeelpellets erbij kan echter geen kwaad. Op wateren met een hoge hengeldruk en waar veel door (karper)vissers wordt gevoerd (veelal met vismeel-achtige producten) valt het vaak twee kanten op: of je profiteert met een vismeel voer van het voeren van anderen, of het valt weg in de massa en spring je er met een mierzoet voer tussenuit. Een kwestie van experimenteren, allebei gebruiken of combineren.
  4. Lees in dit artikel alles over de manieren hoe je kunt voeren

 

Mark Pijnappels

FILMPJE

https://www.youtube.com/watch?v=rtztLF-N74s

Vissen zonder haak…

vissen zonder haak

Het is dat ik deze tekst zelf aan het schrijven ben, de kop is haast niet serieus te nemen, zeker niet als je weet dat ik dit op 1 april op papier zet. Toch klopt de kop prima, vissen zonder haak is wel degelijk mogelijk…met de Deense silkekrogen. 

Door Martijn Dekkers

Wanneer ik zeg: “peuren op paling” denkt bijna iedereen, vooral de oudere generatie onder ons, ach ja, dat ken ik wel. De peur die men gebruikt bij het peuren op paling bestaat uit niet meer dan een stuk lood met daaronder een trosje regenwormen. Die regenwormen zijn geregen op peurgaren. Wanneer een paling aanbijt blijft deze met zijn tandjes hangen in het garen en kan hij voorzichtig naar boven gehaald worden.

vissen zonder haak
Verstrikt in het garen.

Maar paling is niet de enige vis die met een garen te foppen is, gepen zijn ook prima te misleiden met garen. Silkekrogen is een speciaal voor de geepvisserij ontwikkeld kunstaas. Silkekrogen, vrij vertaald ‘zijdehaak’ vindt zijn oorsprong in Denemarken, daar is deze visserij ook niet meer weg te denken!

Wantrouwen

Het is al een jaar of 15 geleden dat ik in contact kwam met een Deense visser die in ons land op vakantie was en hier graag op geep wilde vissen, en of ik niet wat stekken voor hem wist. We maakten een afspraak om een ochtendje samen te gaan vissen aan de Oosterschelde. Zijn tacklebox puilde uit van de silkekrogen, mijn aandacht was getrokken.

vissen zonder haak
We vingen goed geep, totdat de stroming wegviel.

We vingen aardig wat gepen en makrelen door te vissen met de bombetta en een reepje geep op de haak. Op het moment dat de stroming wat minder werd en de aanbeten voornamelijk flauw en aftastend waren, knipte hij de haak van de lijn en verving deze door een warteltje. In de wartel hing hij een silkekrogen. Het zijden draadje wapperde in de wind en iets aantrekkelijks zag ik er echt niet in. Op het moment dat hij het geheel voor het kantje door het water trok veranderde dit wantrouwen want de silkekrogen bootste op een prima manier een visje na.

Vissen zonder haak
Het garen bootst in het water uitstekend een visje na.

Silkekrogen is het beste in te zetten wanneer de stroming wat wegvalt. Tijdens de periodes dat ze wat minder fel aanbijten laat geep regulier aas snel los, maar met silkekrogen kan dat niet meer….

Vissen zonder haak
In verschillende kleuren verkrijgbaar. Bombetta’s in diverse gewichten voor diverse omstandigheden.

Verstrikt

Over de hoofdlijn schuif je een zinkende bombetta, daarna een kraaltje om de knoop te beschermen en vervolgens een swivel. Een 20/00 onderlijn van 1,5 meter volstaat prima. Een klein warteltje aan het einde en de montage is klaar, super simpel. De silkekrogen, wat niet meer is dan een bundeltje garen wat in een lus geknoopt is, hang je in het warteltje.

Het vissen met de silkekrogen is vrij eenvoudig. Na het inwerpen draai je de bocht uit de lijn en vis je langzaam binnen. Wanneer een geep nu aanbijt, al is het maar heel flauw, raken zijn tandjes verstrikt in het garen. Ontsnappen is haast niet meer mogelijk. Maak niet de fout om te snel te draaien. De geep moet de kans krijgen om het aas goed in de bek te nemen zodat er zo veel mogelijk tandjes verstrikt raken, hoe meer hoe beter natuurlijk.

Slepen met een dobber kan ook heel goed, maar dan vis je echt de bovenste waterlaag af. Een klein hagelloodje is dan wel een vereiste om het garen wat verder onder het oppervlak te krijgen. Het garen blijft zonder verzwaring namelijk gewoon drijven. Een wat grotere wartel brengt het geheel ook wat dieper.

vissen zonder haak
Ook op de boot bruikbaar.

Tegenwoordig is het niet moeilijk om aan silkekrogen te komen. Je kan ze in meerdere webshops bestellen en in sommige hengelsportzaken hangen ze gewoon in het rek.

Martijn Dekkers

Met worm op karper

Met een worm op karper in het vroege voorjaar één van de beste methodes voor het vangen van karper. In het vroege voorjaar bevat het water nog weinig natuurlijk voedsel, maar de eetlust van karpers neemt met de dag toe. Een niet te verzadigende maar wel attractieve voertechniek is de wormenmix; voor vroege voorjaarskarpers misschien wel de beste methode.

Mestpieren en dendrobena’s zijn mijn favoriete aassoorten voor het vissen op karpertjes, voornamelijk wanneer de watertemperatuur nog beneden de 10 graden is. De vis wordt echter in het voorjaar door lengende dagen, het vooruitzicht op warmer weer en de paai actiever.

Toch staat de stofwisseling nog op een laag pitje; een lichte hap gaat er wel in, maar boilies en pellets zijn te voedselrijk en gebruik ik nu nog niet. Niet alleen karper is dol op wormen, maar ook alle witvis, paling en baars. Het is dus een relatief gevoelig aas wat betreft bijvangsten. De ene visser vindt dit leuk, de andere helemaal niet. Het is in ieder geval wel iets om in het achterhoofd te houden.

De worm wil ik zo natuurlijk mogelijk presenteren; niet in stukjes of als bundel op de haak, maar langgerekt op de bodem. Mijn voorkeur gaat uit naar een presentatie op een hair, net zoals je een boilie onder de haak vist. Hiertoe prik ik de aasnaald eenmaal door het midden van het lichaam en zeker de boel met een boiliestopper.

met worm op karper
De worm natuurlijk gepresenteerd aan een hair.

Bij deze manier van aasbevestiging is rustig werpen extra van belang, omdat je bij krachtige worpen de worm er gemakkelijk afwerpt. Bij een hair rig montage is de haakpunt altijd vrij; wellicht is dat één van de redenen waarom ik met deze aasbevestiging nauwelijks aanbeten mis. Als haak gebruik ik overigens een maat 10 model klauwhaak die ook vaak voor pellets en boilies wordt gebruikt.

LOKSTOFFEN

Bij het vissen met de worm op karper gebruik ik bij voorkeur geen lokvoer. Met behulp van in stukjes geknipte wormen lok ik vis naar mijn stek. Ik koop bij een wormenkweker grote hoeveelheden wormen, dat gaat vaak per halve tot hele kilo en ze worden in een zak geleverd. Deze wormen kun je zowel voor voer als haakaas gebruiken.

De eerste stap is het schoonmaken van de wormen: daartoe leg ik ze op een zeef en verwijder de aarde met behulp van water. De schone wormen plaats ik in een pole cup. Je kunt hiermee eenvoudig de hoeveelheid afmeten en tevens is deze erg geschikt om de wormen in stukjes te knippen.

karper op worm
Handige wormenschaar.

Voor het knippen is een zogenaamde wormenschaar erg handig, dit zijn in feite drie scharen in één, waardoor je sneller en ook gemakkelijker ongeveer even grote stukjes wormen krijgt.

AARDE

De wormenmoes is klaar, maar hoe krijg je dit op de stek? Ik wil een drager hebben, die de boel bindt, maar op de bodem snel uit elkaar valt. Lokvoer is niet gewenst, omdat dit voedzaam is en kleine vis aantrekt. Hengelaarde die veelvuldig door vaste hengel vissers wordt gebruikt is de beste optie. Leem beschikt bijvoorbeeld over een goede binding en valt op de bodem snel uit elkaar. Het heeft ook geen voedingswaarde en zal de vissen niet verzadigen, een aspect wat bij koude voorjaarstemperaturen erg belangrijk is.

Ik voeg de wormenmoes toe aan de leem en kneed hier ballen van. Vaak hoef je maar heel weinig water bij de mix te voegen om er stevige ballen van te kunnen maken. Je kunt deze cuppen, met de hand werpen of met een katapult schieten. Je zou de mix ook prima in een voerkorf kunnen stoppen.

Smaakbom van wormenmoes, karpers zijn er dol op.

De stoffen die uit de geknipte wormen vrijkomen hebben van zichzelf al een enorm lokkende werking. Deze wormsappen zijn als concentraat via verschillende firma’s in houdbare flacons te verkrijgen. Een beetje toevoegen maakt de mix helemaal tot een smaakbom.

De wormentactiek gebruik ik op een natuurlijk water met een goed bestand aan kleine karpers; ik bevis deze met feedertechnieken of met de matchhengel. De mogelijkheden zijn echter veel groter dan deze twee technieken, want ook de vaste hengel leent zich voor een wormenaanpak. Ik kan me heel goed voorstellen dat op veel commercials dit in het vroege voorjaar veel beter werkt dan de standaard aanpak met pellets en kleine boilies.

Auteur André Pawlitzki met een ‘wormen liefhebber’.

Tekst en Foto’s: André Pawlitzki   | Lees ook: Karpervissen met de matchhengel

 

Witvissen op visvijvers – Hoe pak je dat aan?

visvijvers
DCIM100MEDIADJI_0010.JPG

Het visseizoen op visvijvers en commercials is weer begonnen. Een goede reden om weer wat technieken onder de loep te nemen. Zoals het vissen met de method feeder en met de vaste stok. Soms wordt er wat minachtend over visvijvers gesproken, alsof vangen een makkie is en er geen kunst bij komt kijken. Nou… ga maar eens een wedstrijdje vissen op zo’n water en je zult zien dat het zo makkelijk allemaal nog niet is!

 

Expert op visvijvers

We gaan op pad met Koen Vandermolen van Arca, hij is wat dat betreft door de wol geverfd en mag je rustig een expert op het gebied van deze visserij noemen. Des te mooier dat we een dag over zijn schouders mee kunnen kijken, van wie kun je deze visserij nu beter leren? De vijver waar we vandaag vissen heeft een gemengde bezetting van brasem en karper. Karper heeft er wel de overhand en het gemiddeld formaat is er niet al te groot. Wat Koen betreft ideaal water voor de visserij met de vaste hengel.

Als Koen zijn favoriete hengel uit zijn foudraal heeft gehaald, de Arca Inferno Carpodrome, steekt hij van wal. “Natuurlijk zou je er nu voor kunnen kiezen om direct te beginnen met het aanvoeren van je stek, maar beter is het om je stek goed uit te peilen zodat je exact weet wat er zich voor je neus begeeft.”

 

Stap 1: de stek peilen

En daarom hangt er onder zijn 0,4 grams dobbertje een peillood waarmee hij de bodem aftast naar oneffenheden. Kuiltjes, bultjes of juist kleine geulen kunnen tijdens een wedstrijd het verschil betekenen tussen een podiumplaats of geen trede op her ereschavot. En denk vooral niet dat als je een stek in het verleden hebt uitgepeild dat hij er weken later wel hetzelfde bij zal liggen.

visvijvers hengel
Stap 1 is het secuur peilen van de stek!

Karpers zijn meesters in wroeten en kunnen met hun gewroet zomaar nieuwe kuilen en bulten maken. Stel je voor dat je een stek zonder uit te peilen gaat bevissen en je, zonder dat je het weet, op de rand van een ondieper bultje, met daarnaast een klein kuiltje vist. De kans is groot dat alle voedselitems die je in het water dropt van het bultje afrollen en in het kuiltje belanden. Drie keer raden waar de vis zich dan waarschijnlijk gaat concentreren… Neem daarom tijd voor goed peilen!

 

Stap 2: voorzichtig voeren

Na het peilen blijkt de bodem hier vrij vlak te zijn. “Dan is het nu wel tijd om wat voer te brengen!”, zegt Koen, terwijl hij ondertussen een cup op zijn top schroeft. Vismeel scoort vaak goed op commercial vijvers en dus kiest Koen voor Eurofish Method green, een stevig klevend, groengekleurd vismeelvoer. In totaal cupt hij om te beginnen twee balletjes voer. “Eerst maar eens zien in welke stemming de vis vandaag is” legt Koen uit. “Meer voeren kan altijd nog, mochten ze erg gretig zijn vandaag.”

visvijvers voer
Omdat het water nog koud is begint Koen behouden: 2 kleine balletjes cupt hij op de stek.

 

Stap 3: starten met een staande haak

Als de twee balletjes op de stek zijn belandt is het tijd voor de eerste inzet. Onder het lichte Arca XS dobbertje heeft Koen een bulklood geplaatst, ongeveer 70 cm boven de haak, dan op 5 cm boven de haak een klein verklikloodje. “In eerste instantie ga ik altijd met een staande haak van start, net zoals met het voer kun je altijd nog bijsturen mocht dat nodig blijken.”

visvijvers haken
Links onderlijnen met elastiekjes voor een pellet als haakaas, rechts onderlijnen voor een visserij met maden.

Koen prikt drie grote witte maden aan de haak en laat ze op de stek, op 9,5 m in het water zakken. De gele bovenantenne van de dobber steekt goed af tegen het troebele water. Maar niet voor lang! Al snel komt de antenne tot leven. Rustig zwenkt hij heen en weer en zakt dan onder! Even rustig tilt Koen zijn hengel op en dan verlaat het elastiek rustig zijn top. De gehaakte vis lijkt niets door te hebben en komt gewillig naar het wateroppervlak. Het is een mooie brasem. Voor Koen het sein om nog een cupje voer te brengen. Zo snel al actie kan weleens betekenen dat dit een mooie dag gaat worden.

 

Stap 4: natuurlijk aas in het voorjaar

Omdat het voorjaar nog maar pril is kiest Koen nu in eerste instantie voor een aanpak met natuurlijk aas: maden. “In het vroege voorjaar reageert vis over het algemeen beter op natuurlijk aas op visvijvers, maar na deze inzet ga ik toch eens wat experimenteren met pellets. Wie weet zijn ze al wat gretiger dan ik vermoed?” De eerstvolgende inzet met maden levert Koen direct een mooi kruiskarpertje op.

visvijvers karper
Maden hebben zo vroeg in het jaar vaak een streepje voor op andere haakaassoorten.

Dan is het tijd een klein experiment; hij vervangt de onderlijn met enkele haak door een onderlijn met een baitbandje en klemt er een kleine pellet in. Binnen vijf minuten weet Koen eigenlijk al genoeg, maar zet toch nog even door. Na tien minuten komt dan toch nog een aanbeet, wederom een klein kruiskarpertje! Maar voor Koen is het duidelijk; maden hebben op dit moment echt een streepje voor. Dat wordt des te duidelijker wanneer er na het terugschakelen naar maden in no time drie karpers gehaakt en geland worden.

visvijvers elastiek
Een mooiere vis trekt het elastiek uit de top.

 

Stap 5: dikke vis van de kantstek

“Nu loopt die stek op 9,5 meter dus best goed, maar tijdens een wedstrijd houd ik ook altijd nog een stekje in de kant bij. Daar voer ik dan om de vijf tot tien minuten een handje voer, echt strak in de eigen kant. Vaak kun je daar, als het einde van de wedstrijd in zicht komt, de dikkere vissen vangen en soms zelfs de wedstrijd mee beslissen!”, vertelt Koen opgewekt. Na nog een vis besluit Koen over te stappen op een andere techniek.

visvijvers vangst
De missie om vis te vangen met de vaste hengel is geslaagd. Tijd om over te stappen naar een andere techniek!

 

Stap 6: met de methodfeeder

Te beoordelen aan de spullen die Koen uit zijn bus tevoorschijn haalt gaat hij met de feederhengel aan de slag. “Sinds een paar jaar ben ik ook verslingerd geraakt aan het feedervissen en dan met name het methodfeederen. Ook een enorm effectieve manier van vissen op vijvers als deze!” Aan het vissen met methodfeeders kleeft wel een klein nadeel vindt Koen. “Als ik zou moeten kiezen voor een techniek dan koos ik blind voor de vaste hengel, daar kun je veel meer aan tweaken en aanpassen, dat vergt in mijn ogen iets meer verfijning. Met een method kun je natuurlijk van onderlijnlengte wisselen, of van haakaas. Maar daar houdt het dan ook wel ongeveer op. Het mooie van de method is dat je stekken die buiten bereik van de vaste hengel liggen toch nauwkeurig kunt bevissen.”

visvijvers method
Met de method kun je stekken bevissen die buiten het bereik van de vaste hengel vallen.

 

Stap 7: regelmaat en precisie

In dit geval heeft Koen gekozen om strak tegen de pomp in het midden van de vijver te gaan vissen. Hetzelfde voertje als vanmorgen, maar dan iets steviger bevochtigd doet dienst als grondvoer en omdat de vissen goed reageerden op maden, vist hij daarmee als haakaas. Een schot in de roos! Koen hoeft nooit langer dan 5 minuten op een aanbeet te wachten en geniet met volle teugen. De ene na de andere kruis- en normale karper vergissen zich in de drie maden naast het hoopje vismeelvoer. “Het belangrijkst met methodfeederen is regelmaat en precisie. In eerste instantie is het even aanvoelen hoe lang het zou moeten duren voor je een aanbeet krijgt, maar dan breng ik met regelmaat een nieuw beetje voer. Op die manier houd je de boel een beetje aan de praat onder water. En zoals je ziet werkt dat op visvijvers prima!” sluit Koen lachend af.

visvijvers method korf
Het belangrijkst met methodfeederen is regelmaat en precisie.
visvijvers
Koen viste op de visvijvers van Vissersclub ’t Marotje in Huldenberg (België). Een vijver met een prachtige locatie, gelegen aan de rand van een bos in het vriendelijk glooiende landschap van Midden-België. De vijverbezetting bestaat uit brasem en karpers. De karpers hebben er de overhand, de grootste exemplaren tikken ongeveer 8 kilo aan!

Strandvissen op zeebaars

Strandvissen op zeebaars waar, wanneer, waarmee en hoe? Veel gestelde vragen die gelden voor iedere (beginnende) zeebaarsvisser. We vroegen Shimano testvissers Danny Goosens en Willem Willemstein om meer uitleg. En wat blijkt? Er ligt heel wat nuance in de antwoorden, laten we ter verduidelijking beginnen met het ‘waar’.

Waar kun je strandvissen op zeebaars?

Het is namelijk algemeen bekend dat zeebaars langs de gehele Nederlandse en Belgische kust te vangen is. Dit betekent niet dat lukraak werpen altijd baars oplevert, de nuance zogezegd: “Baars kun je grofweg vanaf mei tot en met september vanaf het strand vangen, hierbij gaat het met name om scholenbaars, maar de grote baarzen vang je niet overal”, aldus Danny.

Hij vervolgt: “Zeebaars is gek op stroming, dat kan veroorzaakt worden door dammen of steenstort die aan de dijken en stranden ligt. Stroming ontstaat ook door de muien in het zand.” Volgens Willem zijn ook obstakels zoals paalhoofden en wrakjes aantrekkelijk. “Is dat niet voorhanden en heb je een schoon strand, zoek dan de plekken op waar voedsel te vinden is, zoals net achter de branding.”

Dat is de plek waar aasvisjes in de problemen komen en waar voedsel vanaf het strand terecht komt. Het is verstandig om hier ook de visafstand op aan te passen, maar je dient wel flexibel te zijn. Soms jagen ze letterlijk onder je voeten, wanneer ze achter garnaaltjes en kleine visjes aanzitten.

Een beetje variëren in de visafstand is een motto dat Danny ook veelvuldig gebruikt tijdens zijn strandviswedstrijden. De meeste baars vangt hij tussen de 5 en 60 meter uit de kant.

Wat is de beste aasperiode voor zeebaars?

Net zoals bij mensen, uitzonderingen daargelaten, heeft zeebaars perioden van de dag waarin ze meer trek hebben. Hierbij speelt stroming een essentiële rol.

Willem: “Het is belangrijk voor het aasgedrag; als het stroomt moeten ze tenslotte snel het aas pakken, anders is het weg of wordt het opgegeten door concurrenten.” Eb en vloed zijn dus één van de belangrijkste aspecten om rekening mee te houden.

Danny vindt de beste periode die van eb naar vloed. “De scholenbaarsjes zwemmen dan mee met het opkomende water. Ik heb dan al tot wel vijf beaasde onderlijnen klaarliggen, zo kan ik snel wisselen na een vangst. Het komt voor dat je soms wel 20 tot 40 visjes vangt binnen een uur.”

Zeebaars kun je prima overdag vangen, maar Danny en Willem weten uit ervaring dat de grotere exemplaren zich beter in de schemering en in de nacht laten vangen.

Willem heeft de ervaring dat op ondiep water de donkere uurtjes vaak meer zeebaarzen opleveren. Uitzondering zijn ruige weersomstandigheden met veel branding, dan kun je op ondiepe stekken ook bij daglicht goed vangen.

De vangsten zijn deels afhankelijk van de watertemperatuur, maar in de periode eind april tot half november kun je zeebaars langs de kust verwachten. Buiten die maanden kun je af en toe een baarsje verwachten, maar is de gerichte visserij niet aan te bevelen.

Strandvissen op zeebaars – Tactiek

De meest gebruikte techniek voor het strandvissen op zeebaars is het statisch vissen met strandhengels. Willem gebruikt dan graag een wapperlijn of een Portugese lijn. Die laatste genoemde is ook één van Danny zijn favorieten.  Even in het kort een beschrijving van deze montage.

Danny: “Aan het uiteinde van de hoofdlijn hang je het werplood, met vlak daarboven monteer je aan een wartel een lang stuk lijn (3 tot 5 meter). Aan het einde van deze lijn monteer je een gewone 3 haaks onderlijn, vaak met wat langere zijlijnen en dan heb ik het over zijlijnen van 40 tot 120 cm lang. Deze 3 haaklijntjes geven een zeer natuurlijk aanbieding van het aas. Het is met zo’n lange lijn even oefenen met het werpen, maar als je het eenmaal onder de knie hebt is, dan is het echt een prachtige visserij met vaak snoeiharde aanbeten.”

Overigens is deze onderlijn minder aan te bevelen wanneer het stormt, dan rolt de montage in de war. Een plat of piramide loodje zorgt dan dat de montage niet gaat rollen. “Je kunt ook experimenteren met een drijvertje bij het haakaas, om iets meer boven de bodem te vissen. Sommige vissers vissen graag met een felrood of wit gekleurd lood, maar of dit echt effectiever is… Vis vooral waar je vertrouwen in hebt!”

Deze montage wordt gevist met natuurlijk aas, zoals steek- of kweekzagers, witjes of slikjes. Je kunt de haak enkel door het kopje van de zager prikken of deze helemaal er op rijgen. Een kwestie van proberen wat het beste werkt.

Bij die laatste methode, gebruik een aasnaald, het aas blijft beter op de haak zitten. Willem: “Vers aas blijft een pré, maar er zijn altijd dagen dat ze het overal op doen. Zeebaars eet met name krabben, kleine vis en garnalen. In de Europoort azen ze ook op kleine wijting en steenbolk.” Ook Danny benadrukt het belang van vers aas.

Met aas vang je alleen kleine zeebaars

Zagers als aas voor zeebaars

Volgens Willem is het een misvatting dat je met aas enkel kleine zeebaars vangt. Natuurlijk vang je over het algemeen met aas de scholenbaars, maar Willem en zijn vismaten vangen geregeld ook betere exemplaren met aas.

Een wedstrijdvisser zoals Danny, waarbij het om centimeters gaat, is natuurlijk niet rauwig om die scholenbaars. “Degene die voor de grotere baars gaan, kunnen het best met 3 of 4 steekzagers op één haak vissen.”

Naast het statisch strandvissen kun je ook met kunstaas of de dobber aan de slag. Al zijn deze technieken in de regel minder effectief. Willem: “Wil je met kunstaas aan de slag, zoek dan met name obstakelrijke plekken op. In vergelijking met de aasvisserij is over het algemeen het gemiddelde formaat baars wel een stuk groter.”

Strandvissen op zeebaars – Materiaal

Strandhengels worden vaak geassocieerd met poken van stokken waarmee je een olifant uit het water kunt trekken; je hebt een paar maanden sportschool nodig om het lood te kunnen werpen… Totale onzin! Lichte hengels bieden zelfs voordelen ten opzichte van zware poken: ze zijn gevoeliger en ook voor kinderen beter hanteerbaar.

Danny: “Tegenwoordig heb je prachtige beachfeeders van 4 of 4,5 meter, die ook 100 gram met gemak weg zetten. Een werpmolen in de 4000 of 5000 serie is perfect. Ikzelf vis met een medium baitrunner, ideaal omdat je de vrijloop open kunt zetten. Op de spoel een 20 tot 25/00 nylon hoofdlijn, dat is vaak sterk genoeg om het kleine loodje van 50 tot 100 gram mee weg te zetten. Een gevlochten hoofdlijn heeft niet mijn voorkeur voor op het strand. Houd het allemaal een beetje licht, dat vist prettig en maakt de dril nog spectaculairder. Bovendien verspeel je daardoor ook nog eens minder vis!”

De Nederlandse en Belgische strandkusten zijn enkele honderden kilometers lang en bieden zeebaarsvissers ongekende mogelijkheden. Maak het niet te ingewikkeld met onderlijnen, gebruik een gewone heavy feeder, zorg voor vers aas en vis op de juiste plek op het juiste moment. Wanneer al die puzzelstukjes in elkaar vallen zijn de eerste zeebaarzen binnen handbereik.

Wil je meer weten over het vissen op zeebaars? Lees dan ook het artikel Hoe vis je op zeebaars?