Home Blog

Gekiemde hennep als voer en haakaas

Sommige aasjes hebben een geweldige aantrekkingskracht op de vissen, en met name klein aas als hennep is een geweldig ingrediënt voor elk aas en voer, al dan niet in combinatie met andere voersoorten. Maar hoe houden we dat kleine spul het beste op de haak?

 

Natte theedoek

Bondscoach Jan van Schendel geeft er goede tips over. Het liefst pakken we de grotere hennepkorrels, maar die kiemen het langzaamst, ook na het korte koken.  Wanneer je wat grote korrels (ongekookt) in een natte theedoek laat kiemen, komen de kiempjes ook langzaam op, maar het resultaat zijn wel hele sterke korrels die prima op de haak blijven.

Vraag ook eens aan je hengelsportwinkelier naar grotere korrels hennep. De laatste jaren worden er steeds grotere korrels gekweekt en aangeboden.

 

Wie de BEET-special ‘150 vragen over witvissen’ nog ergens in de kast heeft, die vind al deze interessante vragen voor de witvisser gebundeld en wel bij de hand!

 

Ook op YouTube en internet vind je wat filmpjes en tutorials over interessante manier om hennep aan te bieden, zoals hieronder. Zoek ook op ‘hemp’ (Engels) en ‘Kemp’ (Vlaams). 

Zeebaars…

Je bent nooit te oud om te leren! Vorig seizoen ging John Willems op visavontuur met Charlie Abbing en Silvian Muizelaar. Het was echt een heerlijke dag, niet alleen omdat het drietal goed ving, maar ook omdat ze heel veel plezier maakten! Het viel John die dag op dat Silvian ook zeebaarzen bleef vangen toen er nauwelijks nog tij liep. Het moment waarop hij meestal z’n broodje gaat eten, was voor Silvian het moment om van kunstaas te wisselen. Hij bleef vangen totdat er helemaal geen stroming me...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Jaws, maar dan zonder tanden!

Als er een vissoort is die de voorbije tien jaar een spectaculaire opmars heeft gemaakt onder zeevissers in de Lage Landen, dan is het de gladde haai wel. Waren deze mooie dieren ooit nog een once-in-a-lifetimevangst, tegenwoordig worden ze in het juiste seizoen echt heel goed gevangen. Aan de andere kant van het Kanaal wordt er al jarenlang even fervent op gevist, en daarom vroegen we onze Britse medewerker Dave Lewis om zijn gladde-haaientechniek voor ons te beschrijven… Tekst en foto’s: Dave ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Voorjaarskastelen

Grote snoekbaars in het voorjaar Tekst & foto’s: Jouke Jansma Als na de echt koude periode de dagen weer wat langer worden en het water weer wat warmer wordt, trekken de snoekbaarzen vanuit de diepere winterstekken weer richting de paaiplaatsen. Op groter water zijn dat in veel gevallen de ondiepe platen, maar vaak wordt vergeten dat heel veel snoekbaarzen paaien op het netwerk van vaarten en kanalen in de buurt. Dat hebben we ondervonden tijdens het vissen met een dode voorn onder de sleepd...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Is meten ook altijd weten?

Het Europese registratiesysteem Er is de laatste maanden heel wat beroering en onrust ontstaan binnen de recreatieve zeevisserij, en die heerst nog steeds. Alle zeevissers dienen zich vanaf begin 2026 namelijk verplicht te registreren voor het Europese registratiesysteem om via een applicatie op hun mobiele telefoon iedere vangst van zeebaars, paling en blauwvintonijn door te sturen. Dit is een nooit eerder geziene verplichting waar velen onder ons zich terecht vragen bij stellen. Zowel van prak...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Zeelt

Masterclass dobbervissen... (deel 1) Zelfhaaksystemen in combinatie met voerkorven zijn tegenwoordig zonder enige twijfel de meest gebruikte techniek om zeelt te vangen. Dat is niet moeilijk om te begrijpen: deze methoden zijn inderdaad extreem effectief in heel wat omstandigheden. Maar niet altijd! Er zijn ook situaties waarin dobbers heel erg in het voordeel zijn. Een van de meest getalenteerde penvissers van het Verenigd Koninkrijk is onze medewerker Chris Turnbull, en hij legt uit hoe hij da...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Roofvismagie…

De opening van het seizoen Ik sta ergens in België kniediep in een heldere grindplas. Het water is nog fris genoeg om door mijn waadpak heen mijn benen af te koelen terwijl de lentezon mijn gezicht verwarmt. Het riet staat weer felgroen langs de kant, vogels laten zich overal horen en het water lijkt opnieuw tot leven te komen. Ik maak een lange worp over het heldere water en laat mijn kunstaas enkele seconden afzinken. Een paar slagen aan de molen, even pauze, nog een paar slagen. Minuten worde...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


De eerste weken van het seizoen

We gaan los! Het mag weer en dat werd tijd ook. Misschien dat je tussendoor even gevlucht bent naar Ierland of Zweden? Dat kunnen we ons zeker voorstellen, want dat gesloten seizoen duurt wel lang. En hoe zinvol is het eigenlijk? Heel de maand maart zou voldoende moeten zijn om de snoek voor het paaiseizoen te ontzien. Nu wordt gedurende heel het paaiseizoen van de snoek gewoon doorgevist... Maar goed, we mogen weer, dus hoe pak je die aanvang aan? Tekst en foto’s: Bertus Rozemeijer. Lijnen Chec...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Verandering van spijs

Snoekbaarsvissen vanuit de bellyboat met een vlieghengel In dit nieuwe artikel neemt Steffen Schulz je mee in de fascinerende wereld van het bellyboatvissen met de vliegenhengel en leert hij je waardevolle technieken om succesvol snoekbaars te vangen. Of je nu een ervaren visser bent of nieuw bent in deze discipline, dit artikel leert je alles wat je moet weten om je visavonturen naar een hoger niveau te tillen. Van uitrusting en voorbereiding tot beproefde tactieken en aaskeuze: we hebben alle ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Wedstrijdvissen in de warme maanden

Tijd om de technieken uit de kast te halen. In het voorjaar is het belangrijk om zeer fijn te vissen. Fijne draad, kleine haakjes en minimaal voeren. In de winter liggen de vissen vaak bij elkaar op één plek, meestal in de diepere gedeeltes van het water. Dit maakt het wedstrijdvissen in die periode nogal plaatsgebonden. Daarmee bedoel ik dat er altijd een paar stekken zijn die enorm goed vis vangen ten opzichte van de andere. Nu, in de huidige periode kun je op de meeste vijvers overal winnen, ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Witviswalhalla

De Maasplassen in Geistingen Ben je als fervent visser op zoek naar het walhalla voor onze hobby? Check dan eens de landkaart ten zuiden van Roermond. De kaart kleurt hier heel veel blauw, met de Maas als slagader in het netwerk van aangrenzende plassen. Meest bekend in die regio zijn wellicht de Maasplassen bij het Belgische Geistingen. Niet geheel toevallig is Frank van Waelderen hier kind aan huis. Hoogste tijd voor een bezoekje! Tekst en foto’s: Jan Willem Nijkamp Internationaal De plassen b...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Effectief voorjaarsvissen op karper

Over zonuren en obstakelvisserij Het voorjaar heeft iets magisch. Na maanden van kou, korte dagen en stille oevers begint het water langzaam weer te leven. De natuur ontwaakt zichtbaar: vogels worden actiever, de eerste groene tinten verschijnen langs de kant en de zon krijgt eindelijk weer kracht. Voor ons vissers is dit niet alleen een mooie periode om buiten te zijn, maar ook een fase waarin alles verandert onder het wateroppervlak. Karpers laten hun winterse passiviteit stap voor stap achter...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Een gewichtige keuze

Over de zin en onzin van loodgewichten Karpervissen is een van de zwaarste takken binnen de hengelsport. Dit wordt snel duidelijk als je een doorwinterde karpervisser ziet rijden met zijn kruiwagen vol materiaal. Veel zaken hiervan zijn essentieel. Een goede tent, een comfortabele stoel, warme kleding of een blik gerstenat reken ik niet tot die categorie. Een sterke haak, betrouwbare lijn en soepele molen zijn daar wel goede voorbeelden van. Een werpgewicht is daarnaast ook een cruciale schakel ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Zeebonksters…

Je treft ze gelukkig steeds vaker: vissende vrouwen. En hoe tof is dat! In de kustvisserij leek de toevoer van nieuwelingen echter een beetje stil te staan, maar mede dankzij een briljant opgezet evenement begin 2025 zie je nu ook op het strand steeds vaker nieuwe vrouwelijke gezichten. Hoe ervaren ze het, hoe leren ze de fijne kneepjes van dit “vak” en wie zijn ze eigenlijk? Nathalie van den Berg ging op onderzoek uit… Tekst en foto’s: Nathalie van den Berg Linksaf, de weg naar de stek. Op een ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


De snoek van de oceaan

Barracuda! Maar weinig vissen spreken zo tot de verbeelding als barracuda’s. Alles aan die rovers is indrukwekkend: hun gebit, hun schoonheid, de enorme snelheden die ze kunnen ontwikkelen en hun kracht. Volkmar Strikkers belaagde deze prachtvissen al op heel veel plaatsen op onze planeet en vertelt daar in deze bijdrage alles over. Tekst en foto’s: Volkmar Strikkers. Tumtududum tududum tududum tududum tududum tududum tududumduuummm…! Ik denk dat de meeste lezers in hun hoofd dit iconische deunt...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Barbeelnimf

08. Whipfinishknoop achter het kraaltje leggen en de knoop aflakken. Klaar!

Vlieg van de maand mei 2015

“Het loont pas de moeite om op barbeel te vissen als je de koekoek hebt horen roepen.” Dit waren jaren geleden de wijze woorden van Huub Dedroog, Maaslander en fervent barbeelvisser. In onze contreien spreken we dan over begin mei. Het visseizoen is aan de Belgische kant van de Maas nog niet open, maar aan de Nederlandse kant kan het volop. Nimfvissen op barbeel is bijzonder populair op de Grensmaas en dit niet alleen in mei. Tekst en foto’s Patrick Daniels

De Grensmaas is een regenrivier. Het waterpeil wordt voornamelijk bepaald door de neerslag, maar iedere dag kunnen er (soms flinke) schommelingen optreden als gevolg van stuwen en lozingen van koelwater van de elektriciteitscentrales. Hoe dan ook, het waterpeil is cruciaal bij het vissen op barbeel. Sowieso wordt er in de meeste gevallen wadend gevist. De structuur van de rivier is zodanig dat er aan de binnenkant van de bochten zacht aflopende kiezelbanken liggen, aan de buitenkant van de bocht bevindt zich de diepere stroomgeul. Het is op de rand van die stroomgeul dat de barbelen zich bij voorkeur ophouden. Op de rechte stukken houden de vissen zich vaak op in die zones waar het diepere water van de pool overgaat in de ondiepere kiezelstroken vlak voor de staart van de pool. Dit is geen wet van Meden en Perzen, maar het is een goede richtlijn. Het is dus zaak om met je nimf hier in de buurt te komen, iets wat bij een te hoge waterstand moeilijk tot onmogelijk is.

Tast & reuk

Zelfs in de zomer bij een gemiddelde tot lage waterstand krijgen we, als we het hebben over de geliefde standplaatsen van de barbelen, te maken met een sterke stroming. Met andere woorden, het codewoord voor succes is: verzwaring. Je nimf voor de bek van de barbelen krijgen lukt maar op drie manieren: ofwel verzwaren we de nimf met een kraaltje en/of looddraad, ofwel verzwaren we de nimf niet, maar brengen we op ongeveer een halve meter van de nimf op de leader extra verzwaring aan in de vorm van één of meerdere loodhagels. Een derde mogelijkheid, maar die pas ik persoonlijk alleen maar toe bij diep water én een sterke stroming, is een combinatie van de twee vorige manieren van verzwaren. Wanneer de omstandigheden het toelaten, geef ik de voorkeur aan een licht verzwaarde nimf, in combinatie met loodhagel(s) op de leader. Strikt genomen is het type nimf van ondergeschikt belang. In de eerste plaats komt het er op aan om de vissen te vinden en om je nimf voor de bek van de vissen te krijgen. Barbelen azen in de eerste plaats op de tast en de reuk. We hebben er dus alle belang bij dat onze nimf gezien wordt; een beetje glas of glitter kan dus geen kwaad. Onze barbeelnimf is min of meer een standaard goudkopnimf waarbij we zowel de kleur van de fazantenstaartfibers als de kleur van de dubbing voor de thorax naar believen variëren. Nimfvissen op barbeel is een kwestie van vertrouwen, maar… de ene dag is de andere niet. De helderheid en temperatuur van het water kan van dag tot dag verschillen. Het waterniveau schommelt voortdurend en met de bewolking kan het ook al alle kanten uit. Voldoende variabele parameters dus om toch wat variatie in je assortiment te hebben. Voor wat het waard is: thoraxkleuren die in mijn doos niet ontbreken zijn: bordeaux, geel en olijfgroen.

Bindbenodigdheden:

  • Haak: Kamasan B170, maat 10-14 Alternatieven: TMC 9300,  Ashima F-10, Buyan C075, Gamakatsu F15, Mustad R50
  • Kopje: messing of tungsten kraaltje
  • Verzwaring (facultatief): looddraad 0.020
  • Binddraad: bordeaux
  • Staartje en achterlijfje: fazantenstaarfibers
  • Ribbing: bordeaux Ultra Wire
  • Thorax: dubbing bordeaux glitter dubbing

Beet 3 komt eraan!

Wat kun je lezen en zien in deze 164 pagina’s dikke uitgave?

Alle disciplines komen ruim aan bod. Zo gaan we oppervlaktevissen met Kevin Diederen, praat Bertus Rozemeijer ons bij over zijn aanpak in het nieuwe seizoen, gaan we vissen op gladde haai en is er een masterclass dobbervissen voor de witvisser.

En nog veel meer hengelsport o.a.

  • John Willems – Zeebaars
  • Volkmar Strikkers – Barracuda
  • Steffen Schulz – Vliegvissen op snoekbaars
  • Jouke Jansma – Voorjaarssnoekbaars
  • Sven Boon – Commercials
  • Niels Traa – Effectief op karper in het voorjaar

Dit is slechts een kleine selectie. Wat kun je nog meer lezen en zien in Beet 3?

Beet Magazine is als los exemplaar voor € 8.25 verkrijgbaar in de betere hengelsportzaak en de boekhandel, of neem een jaarabonnement en ontvang 6 keer Beet thuis op de mat en lees onbeperkt alle Premium artikelen online!

Large Dark Olive

Vlieg van de maand mei 2014

Tekst en foto’s Patrick Daniels

Eén van de meest voorkomende eendagsvliegen in België.

De term Blue Dun is op zich een beetje verwarrend omdat er aan het subimago van de Baëtis rhodani in de verste verte geen blauw te bekennen valt. De Baëtis rhodani is onder vliegvissers beter bekend als de Large Dark Olive en als we deze term in een zoekmachine ingeven en dan naar ‘afbeeldingen’ gaan, dan krijgen we inderdaad een verzameling imitaties voorgeschoteld in de meest uiteenlopende kleuren, maar ‘dun’ (grijs met een vuilgele schijn) zit daar nauwelijks tussen. Ergens logisch want de term ‘Dark Olive’ doet de binder al sneller grijpen naar somberder kleuren zoals olijfgroen of olijfbruin, kleuren die ook voorkomen bij het natuurlijke insect.

De Baëtis rhodani is één van de eerste eendagsvliegen die we in het begin van het jaar aantreffen op medium snelstromende riviergedeelten, liefst op een parcours waar we ook ranonkel aantreffen. De Baëtis rhodani is tevens één van de meest voorkomende soort eendagsvliegen, met een relatieve hoge tolerantie t.a.v. organische vervuiling. Tijdens het late najaar en de winter, het gesloten seizoen zeg maar, hebben we er niet veel aan, maar deze insecten hatchen de hele winter door. In het voorjaar komen ze bij voorkeur uit in de vroege namiddag en bij voorkeur op druilerige, winderige dagen, kortom een weertype dat we niet meteen associëren met een droge vlieg.

Hatches van de Baëtis rhodani kunnen vaak uitbundig zijn en in het begin van het seizoen, vooral na een zachtere periode, willen de forellen zich wel eens tot een rise laten verleiden. Wanneer we in maart, vlak na de opening en vooral in april middelgrote olijfgroen/bruine vliegjes met opvallende grijze vleugeltjes voorbij zien zeilen, dan is de kans zeer groot dat het om een Baëtis rhodani gaat. De nimfen behoren tot de groep van de snelle zwemmers en leven tussen de vegetatie.
Klassieke imitaties zijn bijvoorbeeld de Gold Ribbed Hare’s Ear, de Kite’s Imperial, De Blue Quill, de Quill Gordon, Hendrickson en de Super Grizzly.

Generaties

De Baëtis rhodani komt uit een relatief grote familie en kan al wel eens verward worden met z’n neef, de Baëtis vernus, onder vliegvisser beter bekend als de Medium Olive Dun. Je zult ze echter zelden samen op het water aantreffen wat deze laatste komt meestal pas in de maanden mei en juni uit. In het najaar is er nog komt er nog een tweede generatie van de rhodani uit, maar die insecten zijn een stuk kleiner. Imitaties van de voorjaarsgeneratie kunnen gebonden worden op haken 12 en 14. De najaarsgeneratie imiteer je best op een haakje 18. Bindtechnisch is er geen verschil voor deze varianten.

Mijn persoonlijke versie van de Baëtis rhodani is er eentje die ik heb ontwikkeld na veel proberen en bevat enkele natuurlijke kenmerken en bindtechnische aspecten die ze tot een prima vangende imitatie maakt. De getrimde hackle zorgt voor een verhoogd drijfvermogen en werd geleend van de Superpupa. Hij zorgt ook voor een preciezere imitatie van het insect dat in de waterspiegel zit en er niet bovenop staat. De donkergele binddraad imiteert de duidelijke segmentering en de olijfgele schijn aan de onderzijde van het achterlijfje bij het natuurlijke insect.

De polywing vleugel zorg voor de duurzaamheid en maakt dat we het vliegje gemakkelijk kunnen drogen en meteen weer kunnen inzetten. Bovendien imiteert de manier van inbinden van het toefje polywing redelijk natuurgetrouw de stand van de natuurlijke vleugels.
Tegelijk is deze bindwijze, hoewel de kleuren van subimago’s bij de olives niet zo erg veel verschillen, perfect toe te passen op een heleboel andere eendagsvliegen. Probeer het maar eens.

Bindbenodigdheden

  • Haak: Kamasan B400 of Tiemco TMC 100 maat 12-14 (voorjaar) 16-18 (najaar) Alternatieven: Matzo Dry Fly Barbless, Daiichi 1190, Mustad R50, Gamakatsu F11B
  • Draad: bruin 8/0
  • Staartje: medium dun hacklefibers
  • Lijfje: donkerbruine fijne dubbing (haak 12-14) of binddraad (haak 16-18)
  • Rib: donkergele binddraad 6/0
  • Bodyhackle: Medium of sandy dun zadelhackle
  • Vleugel: grijze polywing

Vissen met Elastiek – deel 3

De juiste balans

JAN VAN SCHENDEL – Het motto van het slotdeel Maximaal vangen is bij wedstrijdvissers altijd het uitgangspunt. Het materiaal wordt hierop aangepast en ook voor de elastiekmontage geldt het motto ‘de juiste balans’. In het slotdeel van deze driedelige reeks elastiekartikelen neemt Jan van Schendel de verschillende types elastiek onder de loep. De juiste balans met vislijnen en haakmaten blijkt erg belangrijk te zijn.

In de winter heb ik de meeste tijd om te vissen en dat doe ik zo vaak mogelijk. Gelukkig woon ik in een streek met verschillende jachthavens in de buurt en enkele commercials waar ook regelmatig wedstrijden worden gevist. Ik heb de laatste tijd nog eens goed opgelet wat je zo allemaal ziet aan de waterkant op het gebied van elastiek. Wat mij opviel, is dat ik in de jachthavens heel veel vissers zie die prefereren om geen elastiek te gebruiken.

Ergens begrijp ik hen wel. Je hebt daar een beperkte mate van getijdewater en het is veel gemakkelijker om je lijn te verlengen of in te korten wanneer je vist met een versneden hengeltop. Toch zijn er momenten dat je een goed afgesteld elastiek heel goed kunt gebruiken, met name wanneer je grote baarzen haakt. Alleen al daarom zal ik altijd elastiek gebruiken. Om precies te zijn volle elastiek met een diameter van 1 of 1,2 mm. De gebruikte bung komt met name hier prima tot zijn recht. Bijna voor iedere wedstrijd zet ik de gebruikte elastiek wel iets slapper of juist strakker, dit afhankelijk van de precieze visomstandigheden.

Met een side-puller systeem kun je optimaal gebruik maken van het elastiek; een grote vis kan wegzwemmen en onder de kant kun je het elastiek inkorten en extra druk zetten.

PERFECTE AFSTEMMING

Met vol bedoel ik simpelweg massieve elastiek. Dit is de soort die in Nederland verreweg het meest wordt gebruikt, met name bij de visserij op onze natuurlijke wateren. Het was ook het eerste type elastiek dat op de markt kwam. Deze volle elastiek is te verkrijgen in allerlei diameters, vanaf 0,5 tot wel 2 millimeter. Op vrijwel ieder Nederlands kanaal of ander soort natuurlijk water kun je wel met een diameter 0,8 mm, 0,9 mm, 1 mm of 1,2 mm uit de voeten. Die diameters komen overeen met de maten 4, 5, 6 en 8. In ons land vangen we nu eenmaal nog steeds hoofdzakelijk voorns en brasems, en bovendien zijn de wateren meestal relatief diep.

Voor mij is een van de belangrijkste aspecten, bij welke visserij dan ook, de juiste afstemming van het materiaal. Met name het gebruikte elastiek ten opzichte van de diameter van de vislijn is belangrijk. Nog belangrijker in dit verhaal is het gebruikte haakformaat, juist dit wordt vaak vergeten!

Juist wanneer je vist met volle elastieken moet alles heel goed op elkaar zijn afgesteld. Tenzij er heel goed is te vangen, zullen verreweg de meeste vissers, zeker tijdens wedstrijden, een haakje 18, 16 of hooguit 14 gebruiken in combinatie met een hoofdlijn van 12/00 of 10/00, met daaronder een onderlijn die 2/00 dunner is dan de gebruikte hoofdlijn. Wanneer de visserij matig is, dan zouden die hoofd- en onderlijn zelfs nog wel eens iets dunner mogen zijn en ook de gebruikte haakmaat zal kleiner zijn: een nummer 20 of zelfs 22 of 24.

Bij dit soort materiaal is een elastiekmontage in balans ultrabelangrijk! Een goede afstelling betekent voor mij dat het elastiek zodanig is afgesteld dat deze helemaal de hengeltop in ‘glijdt’ wanneer je de spanning eraf haalt. Dat is met kleine haken en dunne lijnen superbelangrijk. Bij een te strakke afstelling zul je heel veel vissen verspelen bij het zetten van de haak. Wanneer het geheel te strak afgesteld is, dan komt het elastische vermogen te laat op gang. Je zult het soms maar amper voelen, maar op het moment van het zetten van de haak verspeel je de vis omdat de haak gewoon niet optimaal wordt gezet zoals dat heet. Die vis wordt vaak vlakbij, of beter gezegd, pal op de voerplek verspeeld, en veel vissers weten wel wat voor gevolgen dat kan hebben. De verspeelde vis kan de andere azende vissen verstoren. Als dat gebeurt, dan is dat echt een drama! Het is essentieel dat onder dit soort omstandigheden alles perfect moet kloppen. Alle kleine visjes kun je uit het water tillen, de wat grotere dienen geschept te worden.

LUSVERBINDING

Ik bevestig de vislijn aan het elastiek door eerst aan het boveneinde van het nylon een grote lus te knopen met een zogenaamde 8-knoop en op het bovenste stukje van de lus op dezelfde manier nog een klein lusje. De bevestiging gaat als volgt: eerst open ik de grote lus en trek daar het stukje nylon dat meteen onder de lus zit door de lus heen. Daarna steek ik de knoop van het elastiek door de gevormde opening heen en trek alles dicht en tegen het knoopje aan. Daarna schuif ik het rubber kraaltje tegen deze bevestiging aan. Wanneer ik de bevestiging los wil maken, schuif ik het rubber kraaltje weg van de bevestiging, trek simpelweg aan het kleine uitstekende lusje van het nylon en alles gaat open. Supersimpel en maximaal effectief. Daar houd ik van!

SLIP ELASTIEK

Tot niet zo lang geleden gebruikte ik een spuitbusje met een lubricant op siliconenbasis om het elastiek zo soepel mogelijk door de hengel te geleiden. Op zich werkte dat prima, maar sinds ik zogenaamd ‘slipelastiek’ ben gaan gebruiken, is dat niet meer noodzakelijk. Dat elastiek is namelijk al voorbewerkt; simpelweg aan de waterkant het elastiek iets bevochtigen is al voldoende om alles weer maximaal te laten functioneren.

Het is wel zaak om voor iedere vissessie alles te controleren. De elastiekmontage moet gewoon optimaal door de binnenkant van de hengeltop (en tweede hengeldeel) glijden. Met minder moet je echt geen genoegen nemen. Verder is het altijd goed om voor iedere vissessie de kraaienpoot of connectorbevestiging te controleren. Als er ergens iets zou kunnen breken, dan is het bij die bevestiging of knoop omdat daar het elastiek wat kan verweren. Je zult een keer een vis haken en op dat moment breekt het elastiek op het verweerde gedeelte. De dobber zal terugvallen op het water en zal in het ergste geval onder water verdwijnen wanneer de vis gehaakt was. Zo niet, dan blijft de montage op het water staan en kun je deze misschien nog redden.

Voor de winterse jachthavenvisserij gebruik ik dus vol elastiek. Gaat het vooral om kleinere vissen, dan is dat slipelastiek van 1 mm diameter. Gaat het om een visserij met veel en grotere vis, dan kies ik voor 1,2 mm vol slipelastiek. Wanneer je een diameter 1,2 mm gebruikt die je wat strakker hebt afgesteld, dan kun je vissen tot ruim 300 gram zonder problemen uit het water tillen in plaats van te scheppen.

Breng elastiek op de juiste spanning en haak meer vis; een scholenvis wil je niet verspelen, dan vlucht de rest vaak weg!

HOLLE ELASTIEKEN

Sinds enkele jaren zie je ook steeds meer holle elastieken langs de waterkant, en dan met name op de verschillende commerciële, karpergeoriënteerde vijvers. Holle elastieken zijn er vanaf een diameter van 1,2 tot en met 3,6 mm. De meeste vissers zullen zich beperken tot de diameters vanaf 1,8 tot en met 2,5 mm. Zeker op onze Nederlandse vijvers, waar het maar zelden een visserij betreft waarbij echt enorme vangstgewichten voorkomen, volstaan deze diameters. Welke diameter je moet inzetten, hangt vooral af van de grootte van de te vangen vissen en ook van hoeveel er te vangen zijn. Het is belangrijk om iedere gehaakte vis te landen, en vanuit dat uitgangspunt is het zaak om nooit een te dik elastiek te gebruiken. Beter een iets dunnere diameter, waardoor de dril misschien iets langer duurt, dan een vis die je verspeelt.

Kritisch drilmoment, waarbij de juiste balans tussen haak, lijn en elastiek het verschil kan zijn tussen verspelen of vangen.

HOL & VOL

Wat is het verschil in eigenschappen tussen een vol en een hol elastiek? Als je een 1,8 mm vol met een 1,8 mm hol elastiek vergelijkt, dan zie je dat het volle elastiek over minder trekkracht beschikt en tevens minder ver uitrekt.

Als het een visserij betreft op grove en sterke vis (zoals karpers, kruiskarpers of zeelt) of met zware dobbers aan de slag moet gaan, dan verkies ik hol elastiek boven vol elastiek. Een hol elastiek monteer ik altijd via een side-pullersysteem in de hengel. Met zo’n systeem kun je schakelen en de lengte van het elastiek optimaal benutten. Bij een eerste run van een grote karper kun je de vis opvangen door de gehele lengte van het elastiek te benutten. Wanneer de vis onder de kant is, kun je de druk opvoeren door handmatig het elastiek in te korten.

Tegenwoordig heb je pullersystemen, die je ongelooflijk goed kunnen helpen tijdens de dril van een gehaakte vis. Eerst waren er de Pulla-bungs waar elastiek doorheen liep en waardoor je tijdens het landen van een vis meer druk kon uitoefenen door simpelweg een stukje elastiek uit de bung te trekken, zodoende kwam er meer spanning op te staan. Wat later kwamen de eerste hengels op de markt die topsets hadden met zogeheten side-pullersysteem. De gebruikte elastiek hangt daarbij ergens bij de verbinding tussen het tweede en derde hengeldeel uit het (vaak versterkte) hengeldeel.

Je kunt altijd voor de juiste spanning op de elastiek zorgen door simpelweg een rubber kraaltje tegen het hengeldeel te positioneren en het laatste stuk elastiek uit de hengel te laten bungelen. Je hebt van dat stukje elastiek tijdens het vissen geen last, maar wanneer je een echt grote vis haakt, zal dat laatste stukje elastiek door de rubber kraal heen, al dan niet gedeeltelijk, in het hengeldeel schuiven en je helpen door de extra rekkracht die zo wordt gecreëerd. Simpelweg nadat de vis gevangen is even het kraaltje op de juiste plek terugschuiven, en je vist weer op exact dezelfde manier. Deze side-pullersystemen zijn echt een fantastische uitvinding en eigenlijk zo’n simpele hulp om grote vissen ook echt in het schepnet te krijgen.

Soms moet je dunner gaan vissen om beet te krijgen. Voorns moet je dan scheppen in plaats van tillen.

BONUSVISSEN

Hetzelfde geldt voor de moeilijke koudere periode op visvijvers. Vaak dien je iets dunnere hoofd- en onderlijnen te gebruiken om genoeg aanbeten te krijgen. Ook een kleiner haakaas en dito haak helpen je daarbij. Wanneer je een side-pullersysteem gebruikt, dan kun je een maatje dunner elastiek gebruiken, en dat is zo belangrijk wanneer je kleinere haken gebruikt!

Ook bij deze type visserij geldt dat alles zo goed mogelijk in balans moet zijn. Zelfs in het internationale vissen hebben deze side-pullersystemen en holle elastieken inmiddels hun intrede gedaan. Logisch, want soms zie je hele grote graskarpers gehaakt worden of barbelen. Met andere woorden, echt hele sterke vissen. En ook zware vissen die een echte bonus zijn voor het vangstgewicht. Ook dan is het gebruik van zo’n pullersysteem echt een verademing.

Verschillende hengelsportmerken hebben inmiddels hybride elastiek in hun assortiment. Het betreft hier volle elastieken met de eigenschappen van holle elastieken. Ik heb verschillende internationale topvissers dit materiaal inmiddels zien gebruiken. In ons land zag ik het tot op heden nog nooit gebruikt worden. Hoewel ik deze elastieken prima zag functioneren, zie ik persoonlijk nog niet echt het voordeel ten opzichte van de holle elastieken.

NATUURLIJKE WATEREN

SITUATIE EN

OMSTANDIGHEDEN

HAAK

ONDERLIJN

HOOFDLIJN

ELASTIEK

Ultra moeilijke visserij op stilstaand of langzaam stromende wateren met voorn, bliek, kolblei en brasem als doelwit

18, 20, 22 of 24

08 of 10/00 mm fluorocarbon

10/00 – 12/00  nylon

Vol elastiek nr 4 of 5 (0,75 t/m 0,85 mm)

Dezelfde visserij, maar nu met redelijke vangsten

16 of 18

02/00 mm dunner dan de hoofdlijn

10/00 – 14/00 nylon

Vol elastiek nr 5 of 6 (0,85 tot 1 mm)

Dezelfde visserij, maar nu met hele goede vangsten

14, 16 of 18

02/00 mm dunner dan de hoofdlijn

12/00 – 16/00 nylon

Vol elastiek nr 6 of 8 (1 of 1,2 mm)

Jachthavenvisserij: korte hengel, veel vis en een snelle visserij

14, 16 of 18 (sterk type)

12/00 – 14/00 mm nylon

16/00 mm nylon

Vol elastiek nr 8 (1,2 mm). Bij het snel uit het water lichten van grote vissen (ipv scheppen) het elastiek iets strakker zetten door enkele omwikkelingen extra op de bung!

Visserij op stromende wateren met zware normale of vlagdobbers

10, 12, 14 of 16

16/00 – 0,20 mm nylon

20/00 mm of 24/00 (extreem grote vissen als doelwit)

Hol elastiek 2 tot 2,4 mm

Welk diameter elastiek je gebruikt hangt af van het formaat vis en ook hoeveel er te vangen zijn.

NIKS VERSPELEN

Wat voor elastiek je ook gebruikt, wat voor type visserij het is: elastiek moet altijd goed in balans zijn met de gebruikte vislijnen en met de gebruikte haken. Het gaat uiteindelijk slechts om één ding, en dat is om maximaal effectief te vissen. Of ik bij een wedstrijd betrokken ben als visser of coach, aan één ding heb ik altijd een vreselijke hekel: verspeelde vissen. Het zijn namelijk altijd net die vissen die het verschil maken tussen goed presteren en falen. Natuurlijk, iedere visser verspeelt vissen, en dat is ook precies het excuus dat ik altijd weer hoor. Dat klopt, en soms is daar ook niets aan te doen. Toch kun je jezelf als visser onderscheiden door niet alleen zo perfect mogelijk te vissen, maar ook door het percentage verspeelde vissen zo laag mogelijk te houden. Hoe dat kan? Door het voor de omstandigheden perfecte materiaal te gebruiken in combinatie met de perfecte elastiekmontage. Zo simpel is het gewoon!

Op de meeste karpervijvers kun je met elastiek van 1,8 t/m 2,5 mm prima uit de voeten.

COMMERCIALS EN VISVIJVERS

SITUATIE EN OMSTANDIGHEDEN

HAAK

ONDERLIJN

HOOFDLIJN

ELASTIEK

Commercial visserij op F1 s en karper tot 1 kilo

18 of 20

12/00 mm nylon

14/00 mm nylon

Hol elastiek 1,5 of 1,8 mm. Bij veel vis alles 1 maatje dikker en groter

Commercial visserij op F1 s en karper tot 3 kilo

16 of 18 (stevig type)

02/00 mm dunner dan de hoofdlijn

16/00 – 20/00 mm

Hol elastiek hol diameter 2, 2,2 of 2,4 mm. Dit is mede afhankelijk van hoe goed de visserij is en hoe zwaar het merendeel van de vissen zijn. Vissers die een side puller systeem gebruiken kunnen hierdoor altijd een maatje dunner gebruiken doordat men gemakkelijk de druk op de vis kan uitoefenen.

Commercial visserij op karpers vanaf 3 kilo

14, 16 of 18 (sterk type)

20/00 mm nylon

20/00 – 24/00 mm nylon

Hol elastiek 2,2 mm tot zo dik mogelijk, dit afhankelijk van de precieze visserij en hoe goed die is.

|> Lees ook Deel 1 en Deel 2

Op zoek naar meikarpers

SONY DSC

Beet 50 jaar: een artikel van toen… 2019

RAYMOND HAKKERT – Mei is, mits het weer het toelaat, bij uitstek de maand om karpers struinend te belagen. Deze dynamische manier van karperen is nu het meest effectief! Raymond Hakkert weet als geen ander hoe en waarmee je dat het beste kunt doen.

Het is eindelijk mei! Een fantastische, zo niet dé mooiste karpermaand van het jaar! Het wordt al serieus veel warmer dan voorgaande maanden; de natuur is ontwaakt, vlinders fladderen rond, vogels leggen een ei en karpers staan op knappen. Alle reden om op zoek te gaan naar happende oeverkarpers. Deze maand zijn ze in topconditie en eten zich al schuimend langs de oevers tonnetje rond. De paai staat voor de deur, dus energie stapelen is belangrijk. Die extra speklaag maakt ze bijkomend zeer fotogeniek en de omgeving – in 50 tinten geel en groen – zorgt daarbij voor extra sfeer.

Wedstrijdje wie het puikste V-spoortje kan trekken.

IN HET KANTJE

Met name in mei trekken karpers ontzettend dicht langs oevers. Het lijkt soms wel of ze de kant op willen, op zoek naar wormen in het gras. Dat geldt niet alleen voor de kleine sierwateren, ook op de grote watersystemen vind je ze nu ondiep in de oeverzones. De reden hiervoor is dat het natuurlijke voedsel er volop te vinden is. Watervlooien, vlokreeftjes en slakken ontwikkelen zich in het voorjaar rap door de steeds krachtigere zonnestralen, opgewarmd oeverwater is dan ook ‘the place to be’ waar het tiert van dat spul. Water kleurt soms gewoon oranje van de watervlooien! Onze zonaanbiddende vrienden weten dat maar al te goed en komen graag deze ondieptes opzoeken.

Het lijkt ook wel of ze in de wintermaanden een soort ‘reset’ hebben gekregen, later in het seizoen zijn ze meestal niet zo happig meer om zich zó te laten gaan in het kantje, dat is direct ook dubbelzinnig bedoeld. Deze ondiepe plaatsen waarderen ze niet alleen vanwege het enorme voedselaanbod, ze kunnen elk moment gaan paaien, het voorverwarmde bedje is immers al gespreid.

Al slobberend zoeken ze in deze tijd hun ko(r)stje bij elkaar.

PAUZEVISSEN

Karpers zijn nu door hun uitsloverij vaak eenvoudig waar te nemen. Ze doen zó hun best met dat gespring, gesmak en wedstrijdje wie het puikste V-spoortje kan trekken aan het oppervlak, dat je ze bijna niet kunt missen. Zo kun je, als je goed oplet, in een kort tijdsbestek al wat vangen. Ik noem het gekscherend ‘pauzevissen’, aangezien je in een uurtje al kunt toeslaan, zeker als je ze van tevoren al hebt gevonden of weet te liggen. Het is een kwestie van de weinige spullen pakken, naar de beoogde stek rijden of fietsen, de vis proberen te verleiden en tsjakka! Soms, als je het een beetje in de vingers hebt, lukt dat al binnen een paar minuten na aankomst! Wanneer je dat een paar keer per week doet, of dat nu in je lunchpauze of op de weg naar huis na het werk of ’s avonds na het eten is, dan kun je met een beetje mazzel meer vangen dan de in hun brolly liggende weekendvissers. Dat weekend kun je dan mooi samen met je partner of gezin doorbrengen. Je verdient per direct weer vistijd zullen we maar zeggen.

Deze oersterke schub sloeg ik 2 meter uit de kant aan, met een ‘bezemsteel’ verspeel je ‘m gewoon als het erop aan komt.

BUIGEN OF BARSTEN

Zorg ervoor dat je in het begin van het seizoen je struinsetje compleet hebt. Deze bestaat uit niet meer dan een hengel, een schepnet, een tas, een emmertje voer (drijvend en zinkend los van elkaar) en een onthaakmatje. Even wat over die struinhengel: die stok is je wapen en vist echt het fijnst wanneer deze taai en parabolisch buigend is. Om en nabij de 2 lb, in combinatie met 30/00 nylon en een goed werkende slip, is prima. Tijdens het struinen haak je karpers vaak vlak voor je voeten en de hengeldemping is dan zeer van belang. Geschikte pen- en oppervlaktehengels worden nog maar weinig gemaakt. De meeste fabriekshengels zijn veelal te strak qua buiging en te dunwandig van blank, waardoor ze kwetsbaar zijn. Zoek je een puike struinstok van rond de €100, check dan even Marktplaats. Regelmatig worden er wat oudere (maar onverslijtbare) tweedehands Century Armalite of Sportex-stokken aangeboden die voor deze visserij zeer geschikt zijn. De nieuwwaarde van deze stokken was vaak honderden euro’s. En dat is niet voor niets!

Leg in dit geval een voerspoortje aan, meters verwijderd van de takken.

KORT DOOR DE BOCHT

Over kort gesproken: ik zie YouTube-filmpjes met speciale, ultrakorte struinstokjes van bekende merken, die mooi tussen allerlei boompjes en struiken geduwd worden en waarmee je makkelijker aan zou kunnen slaan. Daar zit wat in, echter zoek je daar in die bosjes letterlijk de ellende op. Als je érgens veel vis verspeelt (met alle gevolgen van dien) is het tussen bomen. Dit kun je dus beter niet doen. Er vlak naast vissen vraagt al de nodige discipline en drilervaring, laat staan er middenin! Vis er gewoon een stukje vanaf en leg bijvoorbeeld een voerspoortje aan, of strooi wat korstjes zo dat de vis met de stroom of wind mee de struiken uitkomt. Dat werkt veel beter, het is vooral een kwestie van geduld. Dus houd je van vissen met gave bekken, ga dan niet in zo’n struik lopen sleuren. Sla je bijvoorbeeld kort bij de kant een woeste vis aan met zo’n ‘bezemsteeltje’, dan gaat deze veelal als een raket linea recta richting het dichtstbijzijnde obstakel. Geen demping kan ze stoppen, het is hard tegen hard.

Je krijgt ook regelmatig te maken met losschieters met deze korte ‘stalkstokjes’. Alle kracht komt namelijk op je haakje te staan. Het is buigen of barsten, er is totaal geen samenspel tussen de summiere rek van het nylon en een mooi buigende hengel. Zo dicht onder de kant vissen met braid (gevlochten lijn) is helemaal ‘not done’. Dat is vragen om bekscheuren en losschieten, en zeker met korte, strakke stokjes. Een lange parabolische hengel (12/13 ft) werkt in je voordeel omdat je met riet en oeverplanten te maken hebt. Met een kort stokje moet je veel dichter op de vis gaan zitten, terwijl je met zo’n langere hengel op acceptabele afstand uit de oever kunt blijven terwijl je inlegt. Je eigen schaduw valt hierdoor ook niet snel over het water.

VEELZIJDIGE HONDENBROKKEN

Bonzo drijft áltijd en in een zak zitten verschillende smaken en maten door elkaar, topper! Koop ze in de aanbieding en in grootverpakking. Pimpen kan, hoeft niet, maar wat vermalen brokken, wat warm water en eventueel olie in combinatie met melasse door je emmer met brokken zorgt wel voor een goedkope maar onweerstaanbare voerwolk!

NOW WE’RE (S)TALKING

Als ‘stoeltje’ gebruik ik de voeremmer. Die emmer is gevuld met drijvende hondenbrokken (Bonzo is een goede) en een zak Frolic, deze laatste zijn zinkend. Zo kun je anticiperen op azende vissen. Niet elke lobbes heeft er namelijk zin in om letterlijk met kop en schouders boven het water uit te gaan om dat lullige brokje van het oppervlak te plukken. Mij is het meerdere malen opgevallen dat met name karpers van het Franse ras met buik (de zogenaamde schotels), die de laatste decennia veel zijn uitgezet, wel interesse tonen maar vaak niet losgaan op drijvende brokjes. Dan is het wel makkelijk als je ook een zinkende soort bij je hebt. Zo’n bruin/rode brok op half water, of in een slechts decimeters diep slootje op de bodem gepresenteerd, laten ze vaak niet links liggen.

Dit dikke ‘bord’ had echt geen trek in drijvende brokjes, een zinkende Frolic bracht soelaas.

Zo’n Frolic of Bonzo bevestig ik middels een baitband (elastiekje) op de haakbocht (maatje 8 semi-klauwhaak). Wat ook kan, is dat je een drijvende (Bonzo) brok middels een paar loodhagels tot pop-up maakt. Hier heb ik al diverse struinuurtjes mee kunnen redden, zeker als je deze aanbiedt ter hoogte/diepte van de zwemmende karper, zeg maar als een soort (old-school) zig rig.

Verder is het natuurlijk nuttig om good old witbrood bij je te hebben, dit kun je drijvend (korst) of langzaam zinkend (vlok) aanbieden. Op het ene water werkt het nog immer super, op het andere (dressuur)water benaderen de karpers brood met de nodige argwaan. Mijn drijvende brokken bied ik meestal bewerkt aan. Dat wil zeggen dat ik een klein deel van tevoren kapotstamp met een steen en deze door de rest meng, in combinatie met wat melasse, olie en een scheut warm water. Zo krijg je een zompige bende in de emmer, wat bij het voeren aan het oppervlak een voerwolk creëert. De deeltjes kapotgemalen brokken werken onweerstaanbaar en via de kleine stukjes gaan ze vaak al snel over op de grotere brokken.

FOAMVERKLIKKERTJE

Houd het simpel: met een drijvend foampje als verklikkertje kun je, ook als de focus op drijvend vissen ligt, snel je aas (langzaam) zinkend aanbieden. Zo kun je lastige klanten alsnog zwevend of op de bodem verleiden.

ULTIEME TARGETVISSERIJ!

Zelf neem ik altijd de tijd en wacht, zittend op mijn voeremmer met een (onmisbare) polaroidbril en petje op, net zolang tot mijn beoogde target overgaat tot azen. Dit is het moment om in actie te komen en je haak met brok te water te laten, maar let op, wel in de buurt van die gewenste rakker natuurlijk. Geduld is van belang! Meteen lukraak in de buurt ingooien resulteert vaak in een kleine wilde rakker die de rest verjaagt, terwijl je juist met deze visserij de mogelijkheid hebt een vis uit te kiezen. Heb je weinig tijd ter beschikking (bijvoorbeeld in je lunchpauze), is het een ander verhaal natuurlijk, dan wil je gewoon wat vangen. Maar dit is dé ultieme targetvisserij, er is geen betere manier binnen de karpervisserij om jouw favoriete vis uit te kiezen. Je moet hem of haar natuurlijk wel aan het azen zien te krijgen én jezelf in bedwang zien te houden. Vooral niet te snel ingooien, wacht op de ultieme kans!

Zonder polaroidbril had ik deze rakker waarschijnlijk niet waargenomen, een onmisbaar item!

Struinen in het voorjaar is een niet te onderschatten tactiek en wapen. Het struinen is niet alleen erg leuk, het jachtinstinct dat met name de jeugd nog kan opbouwen legt een solide basis voor het (karper)vissen op latere leeftijd. Zoiets leer je niet even in een enkel avondje door het riet banjeren, je moet er écht tijd in stoppen. Na de topstruinmaanden mei én juni kun je het hele seizoen verder nog in je tent liggen. Dus ga ervoor!

 

 

 

 

Euforie aan de Grensmaas

Beet 50 jaar: een artikel van toen… 2019

Onvergetelijk succes

DJON OKKERSE – Het is half oktober. Het weer is nog zomers. De blaadjes vallen echter al, de herfst heeft zijn intrede gedaan. Samen met mijn maatje Reggy de Vries gaan we op barbeelvissen in de Grensmaas. Vissend met voerkorven, vast lood en/of trottend met een dobber. Het zal een dag worden om nooit te vergeten.

Na aankomst op de afgesproken plek baan ik me, met koffiepot en ontbijt in de hand, door het struikgewas en zie in de verte een lichtje schijnen. Reggy is er al. Hij woont hier praktisch om de hoek. Tijdens de koffie turen we naar een bever die langs komt zwemmen. De ganzen scheren over het water en er komen zwanen en een ijsvogeltje langs. Ook het water komt tot leven en we zien roofblei opspringen op jacht naar prooi.

Vissig

Snel tuigen we onze hengels op en maken we lokvoer aan. Deze keer zijn het Halibut pellets van 4 en 2 mm, met daarbij wat geknipte mais, gekiemde hennep en wat brasem bruin lokvoer. Reggy vist met twee Fox Specialist Royal Barbel tweepondshengels, 3,65 meter lang, met hierop twee Shimano 6000 RE baitrunners. De hoofdlijn is 30/00 nylon en de onderlijnen van 80 cm lang zijn van 30/00 fluorocarbon. Het lood is gemonteerd met een running rig-systeem, zodat bij lijnbreuk het lood loskomt.

Ik vis met een tweeponds Shimano Purist Barbel Power, 3,65 meter, met hierop een Daiwa Legalis 25HA-molentje. Mijn hoofdlijn is wat lichter dan die van Reggy. Als aas vissen we met vijf maden op de haak of drie korrels zoete mais op de hair. De maden maak ik altijd schoon door eerst het zaagsel eraf te zeven. Vervolgens voeg ik wat Robin Red en kerriepoeder toe. Ze ruiken dan zo lekker vissig dat je er bijna zelf van zou gaan snoepen. Als eerste ga ik vanaf de kant vissen en start met één hengel.

First Barbel

De Maas staat nog in zomerstand. We hebben genoeg aan voerkorfjes van 70 gram. Nadat we eerst wat aas brengen, merken we direct dat het onder water flink begint te leven. Er springt barbeel uit het water en diverse tikjes van lijnzwemmers en voorproevers kondigen aan dat er snel wat gaat gebeuren.

Reggy is de eerste die zijn hengel ziet krommen en hij mag niet veel later een prachtige barbeel scheppen. Vanwege de stekelige eerste rugvin van barbeel is een met latex gecoat net een must. Wij vinden beiden het Korum Latex Barbel Spoon-net het beste.

Even later is het ook bij mij raak en genietend van de eerste dril van de dag manoeuvreer ik de barbeel naar het net. Zo zijn we nog voor 09.00 uur van de nul af, een lekker gevoel!

Dan vallen de aanbeten ineens weg. Tegen 10.00 uur, wanneer het zonnetje flink doorkomt, besluit ik om de barbelen eens op een andere manier te gaan belagen.

Barbeelvissen Grensmaas

Centrepin

Snel maak ik mijn trothengel in orde en hijs mezelf in een waadpak om met mijn centrepin en dobber verder te vissen. Op een veilingsite zag ik onlangs een prachtige Truepin centrepin staan, voor mij liefde op het eerste gezicht. De centrepin, gemaakt door Garry Mills in samenwerking met de Barbel Catchers Club Engeland, is een meesterlijk vervaardigd kunststukje. Bij de vorige eigenaar heeft deze centrepin twaalf jaar werkloos op de plank gelegen. Vandaag is de ultieme gelegenheid om met deze nog maagdelijke centrepin te trotten. Ik monteer de pin op een Shimano Purist trotter, 4,75 meter. Op de centrepin zit 9-ponds floatinglijn van Fox met een 25 cm lange onderlijn van 10-ponds fluorocarbon. De dobber kan 5 gram hebben en heeft een dikke, goed zichtbare antenne.

Hieronder hangt een olivetti loodje van 4 gram, met daaronder een stuitje en een speldwartel met daaraan de onderlijn. Op het onderlijntje, zo’n 10 cm boven de haak, gaat nog een klein knijploodje om ervoor te zorgen dat het aas net boven de bodem wordt aangeboden. Het speldwarteltje is om het twisten van de lijn te voorkomen. Zo’n trosje maden wil nog weleens flink gaan torderen in de volle stroom. Verder neem ik nog een schepnet met een korte steel mee, die ik tussen de riem van mijn aasbak steek. Geen beste keuze, zo blijkt later.

Trotten

Voorzichtig loop ik het water in richting de diepere geul en sta in het midden van de rivier tot aan mijn middel in het water, zo’n 40 meter voor Reggy zijn opstelling aan de overzijde. Het is in de geul bij de huidige waterstand 1,80 meter diep. De geul is zo’n 90 meter lang en hierin houdt de meeste barbeel zich op. Met een zogenaamde dubbele loop cast gooi ik de montage in de geul. Deze manier van inwerpen is vrij eenvoudig, maar lastig in woorden uit te leggen. Zoek op ‘loop cast’ of ‘Nottingham cast’ op YouTube en je zult zien wat ik bedoel. Ik heb gemerkt dat na zo’n tachtig inworpen dit redelijk routine begint te worden. Na elke inworp gooi ik er wat maden achteraan.

Na ongeveer een half uur schiet de dobber vanuit het niets weg. Ik sla aan en voel meteen dat een barbeel ervandoor sprint. Uit mijn ooghoek zie ik dat ook Reggy een barbeel staat te drillen, double hookup!

Wanneer ik de barbeel dichter naar mij toe dirigeer en hem wil scheppen, merk ik dat ik met twee meter lijn onder de dobber en een lange hengel de vis niet in het net kan krijgen.

Voorzichtig loop ik naar achteren. De vis blijkt echter nog lang niet moe en scheert als een duikboot langs iets scherps op de bodem. Shit! Weg barbeel! Reggy heeft zijn vangst alweer teruggezet. Gek genoeg komt er tot rond het middaguur geen enkele aanbeet meer.

Na een lekkere lunch wordt het tijd voor trotpoging twee. Ditmaal heb ik een drie meter lange schepnetsteel gemonteerd. Dit net parkeer ik achter me, buiten de stroming, op een lange bankstick met in het net een kei.

Jaws

Opnieuw strooi ik wat maden en laat de dobber meedriften op de stroom. Opnieuw krijg ik vanuit het niets een felle aanbeet. Ik sla aan en weet vrijwel direct dat het weer een barbeel is. Deze keer krijg ik de vis wel in het net. De pin is ontmaagd en ik voel me euforisch! En niet veel later herhaalt zich dit. Telkens wanneer ik wat lekkers in het water strooi, krijgt mijn vriend Reggy ook een aanbeet.

Het is schitterend om vanaf deze kant Reggy een barbeel te zien drillen. Er is er eentje bij die tot driemaal toe zijn boos gestrekte rugvin à la de haai uit *Jaws* boven de waterspiegel steekt. Gaaf!

Catch of the Day

Na de derde barbeel al trottend te hebben gehaakt, besluit ik Reggy op te zoeken. Ik bouw de Purist barbeelhengel om, zet het verlengstukje naar 3,96 meter ertussen en monteer mijn centrepin erop. Achter ons horen we flink geritsel en gekrijs in het struikgewas. Blijkbaar hebben de ratten onze afgekloven kippenbotjes gevonden. Verder ruimen we onze stek altijd perfect op hoor! Er blijft nog geen stukje nylon achter. Om zogenaamd statisch te vissen is dit de ideale centrepin. Als extra voorziening zit er namelijk een heveltje op waarmee je de veer van de ratel strakker kunt stellen.

Ik monteer nu een 50-grams loodje, een 30/00 fluorocarbon onderlijn en madenhaakje 12. Met de ervaring van tijdens het trotten strooi ik ongeveer tien meter stroomopwaarts van het haakaas wat maden. Al vrij vlot hierna gaat het helemaal los en krijgen we vrijwel tegelijk beet! De ratel gaat als een malle en de vis neemt snel meters lijn. Ik grijp de pin en in een handomdraai staat de hengel hoepeltje rond. Wow! Dit voelt als een dikkerd! Telkens wanneer ik denk de vis richting de kant te krijgen, gaat deze er opnieuw als een raket vandoor. Het is leuk te merken hoe snel het spelletje van op het juiste moment je duim als slip gebruiken je tweede natuur wordt.

Wanneer de barbeel er flink aan trekt, laat je hem even gedoseerd gaan. Nou ja, gedoseerd?! De ratel ratelt niet meer maar schreeuwt het uit, heerlijk! Tussen deze runs door neem je snel wat lijn in.

Wanneer het dan eindelijk lukt om de vis te landen, blijkt het op de onthaakmat om een werkelijk schitterende vis te gaan. De barbeel is niet alleen groot, 82 cm en 11 pond, maar ziet er bijna prehistorisch uit met zijn krachtige uitstraling en herfstachtig kleurenpalet. Een werkelijke mastodont van de Grensmaas!

Barbeelvissen Grensmaas

Ook Reggy komt nog flink aan zijn trekken. Wanneer een barbeel op afstand de korf vastzwemt, probeert hij door eerst veel lijn te geven en vervolgens snel weer in te draaien de korf weer los te krijgen. Dat lukt niet en Reggy moet naar de barbeel toe, over de wankele keien langs het water. Ik verwacht ieder moment een nat pak. Gelukkig weet hij de korf wat te verplaatsen en de barbeel uit zijn benarde positie te bevrijden. Met de vechtende barbeel aan de lijn strompelt hij voorzichtig terug. Het is niet voor niets geweest, want hij landt zijn grootste barbeel van de dag. We vangen op deze heuglijke najaarsdag samen maar liefst negentien barbelen, waarvan zeven op de centrepin.

Vissen met elastiek – deel 2

50 jaar Beet – Een artikel van toen…2019

Alle ins en outs

JAN VAN SCHENDEL – In deel 1, van deze driedelige reeks, beschreef ik de beginjaren van het elastiekvissen. Het is tegenwoordig bijna niet meer voor te stellen dat je de voordelen van elastiek ontkent. Deze maand neem ik de elementen onder de loep die je nodig hebt om een elastiekmontage te maken.

Op sommige aspecten van een wedstrijd heb je weinig invloed. Als visser zul je het moeten doen met en op de plaats die je krijgt toegewezen, of die plek nu goed is of niet. Het is dan ook nutteloos om je er verder druk over te maken. Veel beter is het om je te concentreren op de dingen waarop je wel invloed hebt en ervoor te zorgen dat je die zo perfect mogelijk kunt uitvoeren.

Een van de dingen waarop je 100% invloed hebt, is het gebruikte materiaal. Dat moet voor de omstandigheden perfect zijn. De gebruikte elastiekmontage mag nooit falen en moet het maximale uit de mogelijkheden halen. Een simpele aanpak werkt in onze sport bijna altijd het best. Vooraf overal goed over nadenken en dan het juiste materiaal voorbereiden. Naarmate je meer ervaring krijgt, zul je vaker dat juiste materiaal op de goede manier weten te gebruiken. Dat levert dan weer betere resultaten op, wat weer meer vertrouwen oplevert, enzovoort. Deze teksten lijken misschien simpel, maar geloof me, zo gaat het in de wedstrijdvisserij.

ELASTIEKSYSTEMEN

Er zijn verschillende systemen voor hoe je elastiek in de hengel kunt bevestigen: het bung-systeem en het side puller-systeem. Bij de bung zit het complete elastiek in de hengel gebouwd en kun je tijdens het drillen geen invloed uitoefenen op de weerstand van het elastiek. Bij de modernste side puller-systemen komt het elastiek via een speciale opening aan de zijkant van de hengel naar buiten. Je hebt van dat stukje elastiek tijdens het vissen geen last, maar wanneer je een echt grote vis haakt, zal dat laatste stukje elastiek je helpen door de extra rekkracht die wordt gecreëerd. Deze side puller-systemen zijn echt een fantastische uitvinding en eigenlijk zo’n simpele hulp om grote vissen ook echt in het schepnet te krijgen.

Voor een goede elastiekmontage heb je naast elastiek het volgende nodig: een bush, een connector of kraal, een threader en een bung. Zo, lekker handig zijn al die Engelse termen, zeker voor de niet of nauwelijks Engels sprekende vissers… Ik zal deze items hier allemaal volledig uitleggen.

DE BUSH

De bush is een kunststof busje dat op het uiteinde van het topdeel wordt geplaatst. Het zorgt ervoor dat het elastiek soepel uit de top komt; het beschermt het elastiek tegen de scherpe rand van het carbon. Je hebt internal en external bushes, die respectievelijk in en over het uiteinde van de hengeltop komen. Ik adviseer altijd de internal versie. Zo’n busje druk je dus in de top. Sommige vissers lijmen ze vast, maar vaak is dit niet nodig. Je hebt verschillende diameters bushes die matchen bij de hengeltop en de dikte van het elastiek.

Vaak moet de hengeltop worden ingekort om het topbusje erin te laten passen. Juist hier maken veel vissers een grote fout. Ze zijn bang om veel lengte af te zagen. Als je bijvoorbeeld 60 centimeter moet inkorten, dan volgt er paniek over de visafstand. In de praktijk zal de precieze maximale lengte voor het vissen zelf niet aankomen op enkele centimeters. Maar wanneer je toch die maximale lengte wilt hebben, dan kun je dat bereiken door aan het achtereinde van de hengel een verlengstuk te gebruiken. Mijn advies? Zaag bij twijfel het hengeltopje gerust iets verder af, waardoor je een topbusje kunt gebruiken dat meer dan ruim voldoende is voor de diameter van het gebruikte elastiek. Hoe beter dit is verzorgd, des te beter zal de elastiek door de hengeltop lopen en er ook weer in terugglijden nadat er spanning op heeft gestaan. Ik heb al vaak een bijna complete lengte van de hengeltop afgezaagd om dit te bereiken. Bij twijfel iets verder afzagen is het beste advies dat ik kan geven. Een en ander hangt ook mede af van de kwaliteit van de hengel. Wanneer je er een beetje op let, zie je heel vaak vissers die tijdens het vissen een stukje elastiek hebben dat buiten de hengeltop hangt. In verreweg de meeste gevallen is de reden heel simpel: de elastiek heeft niet genoeg ruimte aan de binnenzijde van de hengeltop. Iets verder afsnijden dus! Bij duurdere hengels zie je tegenwoordig vaak dat de busjes al in de hengeltoppen zitten bij aankoop. Hoe duurder de hengel, hoe beter ook de kwaliteit van het gebruikte carbon is. Vaak zal de hengel ook strakker zijn, met name in het topgedeelte. Ik heb altijd een bloedhekel aan hengeltoppen die, nadat de elastiekmontage is gemaakt, nog steeds te veel buigen. Juist dat zorgt voor het opstroppen van de elastiek in de hengeltop tijdens de dril van een vis.

KRAAIENPOOT

Je moet natuurlijk de vislijn aan de elastiekmontage maken, daar zijn verschillende methoden en bijbehorende materialen voor. Zo heb je het ‘kraaienpoot-systeem’. Ook heb je een zogenaamde ‘connector’, die speciaal voor dit doel is gemaakt. Veel vissers gebruiken connectors en op zich is dat prima. Zorg in dat geval altijd voor een connector die zo klein mogelijk is.

Het ‘kraaienpoot-systeem’ gebruik ik wanneer ik volle elastiek gebruik en wanneer ik holle elastiek gebruik, maak ik gebruik van een Drennan dacron-bevestiging (te koop in de meeste hengelsportwinkels).

KRAAIENPOOT

Je moet natuurlijk de vislijn aan de elastiekmontage maken, daar zijn verschillende methoden en bijbehorende materialen voor. Zo heb je het ‘kraaienpoot-systeem’. Ook heb je een zogenaamde ‘connector’, die speciaal voor dit doel is gemaakt. Veel vissers gebruiken connectors en op zich is dat prima. Zorg in dat geval altijd voor een connector die zo klein mogelijk is.

Het ‘kraaienpoot-systeem’ gebruik ik wanneer ik volle elastiek gebruik en wanneer ik holle elastiek gebruik, maak ik gebruik van een Drennan dacron-bevestiging (te koop in de meeste hengelsportwinkels).

ZO MAAK IK HET KRAAIENPOOT-SYSTEEM

Eerst trek ik een rubber kraaltje op de elastiek en daarna knoop ik een simpele lus aan het uiteinde van de elastiek, vergelijkbaar met een onderlijnlus. Vervolgens knip ik op circa 2 mm van de knoop de lus weg en ook het vrijstaande uiteinde knip ik op 2 mm af. Wat overblijft is dus de knoop met drie uitstekende deeltjes elastiek van elk 2 mm. Met enige fantasie kun je hier een poot in zien; in de volksmond wordt dit daarom een ‘kraaienpoot’ genoemd. Achter deze kraaienpoot bevestig ik op een speciale manier de dobbermontage. Het rubber kraaltje zorgt voor een zo goed mogelijke afsluiting van de hengeltop en de bush, zodat daar geen water in kan lopen.

DACRON CONNECTOR

Een connector is simpelweg het verbindingsstukje tussen elastiek en vislijn. Hoe kleiner de connector des te beter. Hij is niet meer dan ‘een noodzakelijk kwaad’ wat mij betreft en daarom prefereer ik een dacron bevestiging (die kant en klaar te koop is),
zoals op deze foto’s te zien is of een kraaienpoot bevstiging

THREADER

Een goede elastiekmontage is minimaal 2 meter lang, zelf gebruik ik zo’n 2,5 meter. Ik zie vaak dat vissers de elastiek slechts door het topdeel van de hengel gebruiken. Dat is echt te kort, want je hebt gewoon te weinig lengte aan elastiek om genoeg ‘rek’ te verkrijgen om grotere gehaakte vissen te kunnen landen. Met een brasem aan de haak zal het nog wel goed komen misschien, met grotere en sterkere vissen zeker niet!

De threader is een soort gitaarsnaar waarmee je de elastiek door de hengeldelen trekt. Bij dikkere maten elastiek heb je dit hulpmiddel vaak niet eens nodig, mits de binnenzijde van de hengeldelen droog is.

THREADER

Altijd eerst de connector of kraaienpoot op het elastiek monteren. En ook altijd werken van ‘dun naar dik’. Dus je haalt eerst het elastiek door de hengeltop, daarna door het tweede hengeldeel en vervolgens de bevestiging van de bung.

DE BUNG

De bung is simpelweg de elastiekbevestiging die is bedoeld voor in het tweede, of in sommige gevallen zelfs het derde hengeldeel. In feite is een bung een soort tuigenplankje waar je het elastiek aan vastmaakt en omheen wikkelt. Door de mate van wikkelen bepaal je de spanning van het elastiek. Door een conisch gevormd deel zal de bung houvast vinden op een plek in de hengel. Het belangrijkste aan de gebruikte bung vind ik dat er een soort minuscuul ‘plankje’, zoals ik het noem, is meegegoten ín het kunststof, waardoor je heel gemakkelijk de gebruikte elastiek binnen enkele seconden kunt aanpassen aan de exacte visomstandigheden.

In feite is een bung een soort tuigenplankje waar je het elastiek aan vast maakt en omheen wikkelt.

De foto zegt meer dan duizend woorden. Voorbeeld: je bent aan het vissen en de visserij is veel beter dan gedacht. Er moet ‘gas gegeven worden’. Heel even de elastiek iets strakker afstellen en plotseling kun je vissen uit het water tillen die je eerst moest scheppen. Je wint met deze actie tijd, en tijd is vis. Wanneer daarentegen de visserij ultramoeilijk is, moet je vaak vissen met een dunnere onderlijn en fijnere haak om nog aanbeten te krijgen. Dan moet de elastiek juist wat losser worden afgesteld. Juist dit is zo belangrijk! Je zult zo gehaakte vissen vangen in plaats van verspelen bij het zetten van de haak.

Je weet natuurlijk vooraf nooit hoe de visserij exact zal zijn. Met behulp van de bung kun je alles binnen ‘no time’ perfectioneren. De standaardmontage die ik gebruik is altijd hetzelfde: de gebruikte elastiek moet zodanig zijn afgesteld dat, wanneer je de spanning van de elastiek afhaalt, deze nog net volledig terug de hengeltop inloopt. Het elastiek moet dan niet strakker of losser staan, maar perfect onder spanning.

SIDE PULLER

Tegenwoordig heb je ook nog de verschillende puller-systemen die je ongelooflijk goed kunnen helpen tijdens de dril van een gehaakte vis. Eerst waren er de Pulla-bungs waar elastiek doorheen liep en waardoor je tijdens het landen van een vis meer druk kon uitoefenen door simpelweg een stukje elastiek uit de bung te trekken, waardoor er meer spanning op kwam te staan. Wat later kwamen de eerste hengels op de markt die topsets hadden met een zogeheten side puller-systeem. De gebruikte elastiek hangt daarbij ergens bij de verbinding tussen het tweede en derde hengeldeel uit het daar vaak versterkte hengeldeel. Deze side puller-systemen zijn echt een fantastische uitvinding en eigenlijk zo’n simpele hulp om grote vissen ook echt in het schepnet te krijgen!

ZO WERKT DE SIDE PULLER

Je kunt altijd voor de juiste spanning op de elastiek zorgen door simpelweg een rubber kraaltje tegen het hengeldeel te positioneren en het laatste stuk elastiek uit de hengel te laten bungelen. Je hebt van dat stukje elastiek tijdens het vissen geen last. Wanneer je een echt grote vis haakt, dan zal dat laatste stukje elastiek door de rubber kraal heen, al dan niet gedeeltelijk, in het hengeldeel schuiven en je helpen door de extra rekkracht die zo wordt gecreëerd. Simpelweg nadat de vis gevangen is even het kraaltje op de juiste plek terugschuiven en je vist weer op exact dezelfde manier.

Blue Winged Olive

Klaar!

Vlieg van de maand mei 2013

Mei, het vliegvisseizoen komt stilaan op kruissnelheid. De oevervegetatie is frisgroen en boven de rivier zien we steeds vaker en steeds meer insecten verschijnen. De meivlieg is in deze periode misschien het meest tot de verbeelding sprekende insect, maar het zijn anderen die écht de dienst uitmaken. De Blue Winged Olive, kortweg BWO, is een imitatie die zeker niet mag ontbreken in onze vliegendozen.

Tekst en foto’s Patrick Daniels

Hier heb ik het bewust over ‘imitatie’ en niet over insect, omdat de BWO intussen een verzamelnaam geworden is voor een heleboel kleine eendagsvliegen met een overwegend (niet altijd) olijfkleurig lijfje. Oorspronkelijk refereerde de term BWO aan de Ephemera ignita, één van de vertegenwoordigers van de familie der Ephemerellidae. Deze familie omvat ongeveer een twintigtal geslachten. De Ephemerella is daar één familie van en de Ephemerella ignita is op haar beurt één van de ongeveer twintig Ephemerellasoorten. Alsof het allemaal nog niet ingewikkeld genoeg is, wordt er in vliegvisserskringen ook nog eens het geslacht van de Baëtidae bijgehaald om de groep BWO’s te vervolledigen.

Wat moeten we hier nu van onthouden? De vliegen zijn dus overwegend olijfkleurig, van olijfgeel, over olijfgroen tot olijfbruin, afhankelijk van de soort en van de sexe (om de verwarring met de entomologische term ‘geslacht’ te voorkomen). Het zijn bijna allemaal kleine eendagsvliegen, met een lijfje dat in lengte varieert van vijf tot elf millimeter. De vrouwtjes zijn meestal iets lichter gekleurd en wat groter dan de mannetjes. Dus de BWO is een verzamelnaam voor heel wat interessante insecten. Er bestaat intussen niet meer zoiets als dé BWO.

Wie vaak naar Scandinavië trekt om te gaan vliegvissen en tijdens de voorbereiding wat zit te googelen, komt vroeg of laat de term ‘aurivilli’ tegen. De Ephemerella aurivilli is eigenlijk de Scandinavische BWO. Meer hoef je daar eigenlijk niet achter te zoeken en je hoeft al helemaal niet achter je klem te kruipen om een specifieke aurivilli-imitatie te gaan binden. Onze Vlieg van de Maand is een BWO-allrounder. Het gaat in de eerste plaats om de parachutebindwijze. Niets belet je om bijvoorbeeld de kleur van de ribbing of de fazantenstaartfibers te veranderen.

Bindbenodigdheden:

  • Haak: TMC 100, maat 16-18 Alternatieven: Kamasan B400, Daiichi 1190, Mustad R50, Gamakatsu F11B, Matzo Dry Fly Barbless
  • Staartje: grizzle hacklefibers
  • Lijfje: fazantenstaartfibers
  • Rib: donkergele binddraad 6/0
  • Thorax: moldubbing
  • Vleugel: grijze Tiemco Aero Dry Wing (maat 16: 2 strengetjes – maat 18: 1 strengetje)
  • Hackle: sandy dun zadelhackle

Struinend op Ruisvoorn

Ik weet niet wat het is, maar soms heb je gewoon iets speciaals met een bepaalde vissoort. En zo zijn er veel vissoorten in Nederland waar ik met periodes graag gericht op vis. Klein of groot, het maakt mij niet zoveel uit. Bij één vissoort krijg ik echter altijd weer dat speciale gevoel wanneer ik er eentje vang… Grote ruisvoorn!

Tekst en foto’s: Rico ’t Mannetje

Het zijn zeker niet de snoeiharde aanbeten waar bijvoorbeeld de zeebaars zo bekend om staat. Persoonlijk vind ik de ruisvoorn simpelweg één van de – misschien zelfs wel dé – mooiste zoetwatervissen van Nederland. Hoe groter ze zijn, des te mooier ze worden. De vuurrode vinnen en de oranje/gouden gloed op de schubben zijn werkelijk een lust voor het oog. Het is dan weer keer op keer een feestje wanneer ik weer met zo’n prachtige vis op de foto mag. De ruisvoorn mag dan wel niet zo spectaculair zijn qua fysiek vermogen, maar kan wel ontzettend schuw en behoorlijk kieskeurig zijn als het gaat om aasvoorkeur. Het zijn niet alleen vegetariërs, maar ook rovers van de bovenste plank! Insecten en insectenlarven, maar ook kleine jonge vis zijn niet veilig in de buurt van deze vis.

Wanneer je zo’n grote ruisvoorn spot, maakt je hart een sprongetje.

LEEFGEBIED

De ruisvoorn komt in heel Nederland voor. Van kleine slootjes bij jou in het dorp, tot aan de vele grote zoetwaterplassen die Nederland rijk is. Vooral helder, stilstaand of rijk begroeid langzaam stromend water is waar ruisvoorn zich thuis voelt. Fiets je regelmatig door de polder? Kijk dan eens in de watertjes om je heen en zult je verbazen hoeveel er eigenlijk rondzwemmen. Dit geldt natuurlijk over het algemeen voor de kleinere vissen. De grote vissen laten zich niet zo makkelijk zien. Maar, met een goede polaroidzonnebril en enige kennis van het water, kun je soms heel grote ruisvoorns tegenkomen. Oók in de watertjes waar je dat niet snel verwacht.

De afgelopen jaren ben ik mij steeds meer in het vissen op grote ruisvoorn gaan verdiepen. Het voordeel van een allround sportvisfanaat is dat je in heel veel gebieden terechtkomt. Makkelijke, maar soms ook minder toegankelijke plekken. Plekken waar je ‘per ongeluk’ opeens heel andere mooie vissoorten tegenkomt. Stekken die je een totaal andere kijk op een bepaald water kunnen geven. Zo’n soort gebeurtenis bracht mij naar grote ruisvoorn… Voorheen hield ik mijzelf, tijdens het ruisvoornseizoen, met allerlei visserijen bezig. Dat terwijl ik wist dat de ruisvoorn zich in een bepaald gebied ophield. Tegenwoordig doe ik dat totaal anders. Als ik één ding heb geleerd, is het wel dat wanneer je weet dat ze op een bepaald stuk zitten, je niet te lang moet wachten om te proberen er één te vangen.

Misschien wel dé mooiste zoetwatervis van Nederland, ruisvoorn!

Voordat je het weet zijn ze vertrokken en zie je ze voorlopig niet meer terug. Profiteren van de korte aanwezigheid is dus iets wat je zeker moet doen! Met name rond het paaiseizoen van de ruisvoorn wordt het ineens een stuk interessanter om achter deze grote vissen aan te gaan. Net zoals bijvoorbeeld karper en brasem, zoeken deze vissen in het voorjaar de ondiepte op om zich klaar te maken voor de paai. Ruisvoorn lijkt dit als eerste te doen in vergelijking met eerder genoemde vissen. Het voorjaar is dé periode voor grote ruisvoorn!

DE VISSERIJ

Ben je een fanatieke karpervisser die graag struinend de karper opzoekt? Dan snap je waarschijnlijk de spanning, vreugde én voldoening wel van deze visserij. Zeker wanneer je eindelijk die targetvis vangt, waar je al weken achterna zit. Steeds geeft de vis zich niet thuis wanneer je voor de zoveelste keer je aasje deponeert in de baan die hij zwemt. Maar wanneer de vis dan eindelijk toehapt en op het matje ligt, doet je dat alle moeite en tijd vergeten. De manier van vissen lijkt dus vaak enorm op de karpervisserij, alleen het materiaal dat je nodig hebt is een stuk lichter.

Zoals ik al aangaf ben ik een allround visser. Ik heb dan ook met enige regelmaat last van keuzestress. En die keuze maken is soms erg lastig voor mij. Zo had ik mij afgelopen voorjaar voorgenomen om een lange periode, wanneer de omstandigheden gunstig zouden zijn, de focus op de grote ruisvoorn te leggen. Even geen afwisseling tussen bijvoorbeeld de karper- en zeeltvisserij. Nee, de volle concentratie eens echt gericht op de grote ruisvoorn. De jaren ervoor ben ik al regelmatig succesvol geweest met het vangen van ruisvoorn. Alleen had ik sterk het gevoel dat ik steeds te laat was en dat het beste moment eigenlijk al voorbij was. Ik besloot dan ook om mijn aanpak dit keer over een hele andere boeg te gooien…

Een echte alleseter

JUIST MOMENT

Eind februari 2019 hadden we te maken met extreem warme temperaturen voor de tijd van het jaar. Op sommige plaatsen kwam het kwik zelfs even boven de 20 graden Celsius. De watertemperatuur, zeker op de ondiepe stukken, zou nu rap moeten stijgen. Op een vrije middag besloot ik dan ook om wat watertjes af te lopen. Op de eerste stek zag ik geen teken van leven. Ik besloot snel naar de volgende stek te gaan. Ook hier kon ik geen ruisvoorn spotten. Zou het dan toch nog te vroeg zijn?

Ondanks de hoge temperaturen van de afgelopen week, kon ik me bijna niet voorstellen dat er nergens ruisvoorn te spotten was. Ik had me er min of meer al bij neergelegd dat ik misschien toch te vroeg was. Het is immers ook eind februari! Al denkend loop ik terug naar de auto en plotseling schiet mij opeens iets te binnen. Ik wist nog een uithoekje van een watertje niet ver hier vandaan. Dit stukje water (een dode zijarm van een grote plas) ligt compleet in de luwte en er staat nog geen 30 centimeter water. Hoewel ik hier nooit eerder ruisvoorn had gespot, heb ik de potentiële plek wel onthouden. Ik besloot er snel even te gaan kijken.

Bij aankomst zie ik meteen twee mooie ruisvoorns genieten van de eerste warme dag van het jaar. Omdat dit heel schuwe vissen zijn en er nog amper begroeiing staat langs de oevers, is het noodzaak extra voorzichtig te zijn wanneer je dit soort vissen benadert. Op m’n knieën sluip ik zachtjes naar de waterkant. Ik werp mijn dobbermontage met een trosje maden voorbij deze twee ruisvoorns en trek heel voorzichtig het aas terug in de buurt van de vissen. Na enkele seconden komt één van de vissen zachtjes, maar duidelijk, naar het aas gezwommen. De vis raakt met zijn lip even de maden aan, maar schenkt er vervolgens geen aandacht meer aan. Wat ik ook probeer, het lukte me niet om één van deze vissen in verleiding te brengen. Afijn, het goede nieuws is dat ik ruisvoorn heb gespot. Nu moet ik ze alleen nog aan het azen krijgen.

Helaas zouden dit de eerste twee, maar voorlopig ook de laatste twee grote ruisvoorns zijn die ik zou zien. In het vroege voorjaar ben je extra afhankelijk van zon die het wateroppervlak net even een paar graden doet stijgen overdag. Met donker weer (bewolkt en wind) kun je het in het vroege voorjaar wel vergeten. En aangezien er ook nog fulltime gewerkt moet worden, moet alles net even precies goed samenvallen.

Het meetlint geeft een lengte van
40,5 centimeter aan! Wat een prachtvis…

WIE HET EERST KOMT…

Het is inmiddels eind april en een warm Paasweekend is voorbij. Ik ben doordeweeks een dag vrij, maar de weersvoorspellingen (bewolkt en best wat wind) zijn niet echt gunstig voor de ruisvoorn. In de ochtend besluit ik om een paar vroege voorjaarszeebaarzen achterna te gaan. Maar wanneer in de middag de zon zich toch laat zien en de wind wat gaat liggen, beginnen bij mij de alarmbellen te rinkelen. Ik switch thuis snel mijn uitrusting.

Een typische stek waar je misschien wel ruisvoorn kunt verwachten. De ene keer willen ze levend aas en soms hebben ze meer trek in iets vegetarisch.

MATERIAAL

De hengel die ik gebruik is een drie meter lange hengel met een werpgewicht tot tien gram. Daarop een kleine/lichte 2500 serie molen met een dunne (16/00) nylon hoofdlijn. Mijn dobbermontage maak ik op een 15/00 fluorocarbon onderlijn van circa anderhalve meter lang. Als beetindicator gebruik ik een inline vlokdobber met daarboven een rubber stoppertje. In plaats van knijploodjes, gebruik ik altijd tungsten sinkers van Korda. Dit heeft namelijk een hoop voordelen ten opzichte van gewoon knijplood. Tungsten is zacht en beschadigt de lijn dus niet. Makkelijk, want je kunt deze dan meteen als stopper gebruiken om afstand te houden van je aas. Daarnaast heeft het meer gewicht dan lood en heb je meteen een aardig werpgewicht om je dobbermontage wat verder uit te werpen. En last but not least; tungsten heeft een doffe kleur en schittert niet als (normaal) lood in de zon. Dit lijkt niet veel uit te maken, maar dit maakt in de praktijk een hoop verschil. Als haak gebruik ik altijd de Gamakatsu LS-3513F. De brede haakbocht zorgt voor een mooie aaspresentatie en een goede inhaking.

AAS

Het aas dat ik altijd meeneem is witbrood, maden en mais. Ik varieer regelmatig met het aas, maar ik voer nooit! De kans is namelijk groot dat je meeuwen, eenden of andere ongewenste dieren naar je stek lokt. Gebeurt dit, dan ben je meteen kansloos. Zeker als het gaat om grote ruisvoorn. De ene keer willen ze levend aas en soms hebben ze meer trek in iets vegetarisch. Ook draag ik altijd een polaroidzonnebril om beter zicht te krijgen wat er in het water gebeurt.

De eerste is zonder twijfel één van de grootste ruisvoorns die ik ooit heb gezien en rijd naar de supermarkt voor vers brood en mais. Maden heb ik gelukkig nog in de koelkast staan na een feedersessie van het afgelopen weekend. Onderweg naar de eerste stek, zie ik meteen in een zijslootje een school kleine ruisvoorn aan het wateroppervlak liggen. Dat is een gunstig voorteken. Een stukje verderop kom ik aan waar ik de grote ruisvoorns verwacht. De eerste blik over het water belooft niet veel goeds. Maar na een paar minuten spotten, zie ik dan toch een serieuze ruisvoorn voorbij zwemmen. Ik volg hem, werp hem meerdere malen aan, maar hij kijkt totaal niet om naar het aas.

Het riet is inmiddels al lekker gegroeid en ik besluit om mezelf een beetje verdekt op te stellen. Niet veel later komt (waarschijnlijk) dezelfde vis voorbij gezwommen. Dit is echt een heel serieus exemplaar. Ik werp mijn montage met een trosje maden in de baan van de vis. Maar net wanneer ik denk dat deze eindelijk komt, verschijnt er van onder een paar afgebroken takken een andere ruisvoorn. Heel even liggen ze recht tegenover elkaar, starend naar het trosje met maden. De eerste is zonder twijfel één van de grootste ruisvoorns die ik ooit heb gezien. Ik hoop dan ook dat deze als eerste zal toehappen. Maar het is juist de vis die onverwachts tevoorschijn kwam, die het trosje met maden genadeloos naar binnen werkt. Ik zet de haak en na een korte felle dril land ik de eerste ruisvoorn van het jaar. Het meetlint geeft een lengte van 40,5 centimeter aan! Wat een prachtvis… Maar meteen denk ik terug aan twee minuten geleden. De ruisvoorn die ik eigenlijk achterna zat. Deze vis moet wel een eind voorbij de 40 centimeter zijn geweest. Nog enkele uren na het vangen van mijn eerste ruisvoorn van het seizoen, ga ik op zoek naar deze vis. Maar helaas, de vis is nergens meer te vinden.

PASSENDE PUZZELSTUKJES

Het is begin mei en de dagen worden langer. Meer zonuren en de temperaturen gaan al richting de 20 graden Celsius. Het is maandag en het mooie voorjaarsweer brengt mij in bepaalde gedachten tijdens het werk; bij die ene grote ruisvoorn… Soms heb je gewoon zo’n voorgevoel dat er iets moois kan gebeuren. Ik moet vanavond, na mijn werk, zo snel mogelijk terug naar de plek waar ik die absurd grote ruisvoorn tegenkwam!

In de avond valt mij meteen de activiteit op aan het wateroppervlak. Een blik over het water doet mijn hart sneller kloppen. Ik zie meteen een school van zeker vijf grote ruisvoorns aan het wateroppervlak azen. Heel voorzichtig benader ik deze tot werpafstand. Ik werp mijn dobber met een kleine vlok achter de school met ruisvoorn en trek het aas voorzichtig terug tot tussen de azende ruisvoorn. Ik heb meteen hun aandacht. Eén vis twijfelt geen moment en komt direct naar het aas gezwommen. Ik kan mijn vlok niet meer zien, maar ik zie de vis vlak voor mijn dobber afzakken. Enkele seconden later gaat de dobber onder en zet ik de haak. Hangen! Ik voel meteen dat dit een grote ruisvoorn is. Na een korte spannende dril kan ik de vis uiteindelijk scheppen. Wat een bak! Ik leg de vis op het meetlint en zie dat de staart 45 centimeter aanwijst. Wauw! Ik zet de vis niet meteen terug, maar besluit hem in het water in een groot drijfnet te leggen. Op deze manier weet ik zeker dat ik kans maak om er nog één te vangen.

De school ruisvoorns heeft zich inmiddels door dril van de vis verplaatst naar een stuk verderop. Ik besluit om precies hetzelfde te doen. Opnieuw ligt mijn vlokje tussen de ruisvoorns en zinkt tergend langzaam naar beneden. Langzaam zie ik een grote bek open gaan, waarin het vlokje volledig verdwijnt. Heel even denk ik dat het om een kleine karper gaat. Maar wanneer ik de haak zet, zie ik meteen dat dit één van de grootste ruisvoorns moet zijn die ik ooit heb gehaakt.

Netjes weer terug samen…

Door het riet en het wier wordt de dril nog wat spannend gemaakt. Maar uiteindelijk kan ik ook deze vis scheppen. De eerste blik op deze vis zal ik nooit meer vergeten. De vis is in alles extreem. De lengte, de hoogte en die kleur… Ongelooflijk! Ik leg de vis op het meetlint en tot mijn vreugde zie ik dat de vis tot iets over de 48 centimeter in lengte gaat! Dit is verreweg de grootste ruisvoorn die ik ooit heb gezien.

Snel stop ik de vis bij de andere ruisvoorn in het drijfnet. Heel even pak ik een momentje om alle adrenaline en vreugde op me in te laten werken. Op dit moment heb ik 93 centimeter ruisvoorn in mijn net en niemand in de buurt om foto’s te maken. Ik ben vaak alleen op pad en kan redelijk (met behulp van een statief) foto’s maken. Maar dit is zo bijzonder. Het risico op mislukte foto’s wilde ik zeker niet nemen. Niet vandaag! Deze vangst is uniek. Ik bel snel één van mijn vismaatjes op. Gelukkig is hij ook nieuwsgierig naar deze vangst en wil graag wat foto’s komen maken. Bezweet en hijgend komt hij even later aangerend.

“Nou laat ze maar eens zien”, zegt hij. Even later kan hij in het laatste avondlicht een aantal mooie plaatjes schieten. Super, een moment om nooit meer te vergeten!

KERS OP DE TAART

De volgende avond kan ik het niet laten om nog eens terug te gaan. Hetzelfde water, dezelfde aanpak. Daar waar ik gister nog succes had en meerdere grote ruisvoorn zag liggen, lijkt het nu wel uitgestorven. Op een paar kleine ruisvoorns na, valt er weinig te zien.

Ik besluit hier niet lang te blijven en meters te maken. Na een kleine wandeling zie ik in de verte een viertal ruisvoorns mij tegemoet zwemmen. Snel werp ik mijn vlok in de baan van de vissen. Eerst zwemmen ze alle vier voorbij, maar wanneer er één besluit terug te keren, volgt de rest van de school meteen. Ik weet niet wat ik zie. Van totaal geen interesse, naar het plotseling ontstaan van voedselnijd. Ze willen alle vier dezelfde vlok en al snel hapt de eerste toe. Helaas sla ik mis. Maar de vlok valt in het water uit elkaar en ik zie dat de vissen zich ontfermen over het achtergebleven brood. Vlug doe ik een nieuw vlokje aan m’n haak, werp deze meteen tussen de ruisvoorns en binnen enkele seconden is het nu wel raak. Tijdens de dril van deze ruisvoorn zwemt er steeds een andere vis mee. Dat is toch wel bijzonder. Zo schuw en schichtig als ze normaal zijn, lijken ze nu opeens nergens bang voor te zijn. Na het landen van deze vis, stop ik de ruisvoorn in mijn drijfnet. Het kan niet lang duren voordat ik ook een tweede vis haak. Ze zijn op dit moment zo gretig… En inderdaad, de volgende worp is meteen weer raak. Opnieuw een prachtige dubbel. Iets kleiner dan de dag ervoor, maar met een lengte van respectievelijk 40 en 46 centimeter is ook dit een geweldige vangst!

Met een lengte van respectievelijk 40 en 46 centimeter is ook dit een geweldige vangst!

DE BALANS

Uiteindelijk kan ik deze week meerdere 40 centimeter-plus vissen vangen. Ook met de vlieghengel pak ik nog twee mooie vissen. Soms moet je simpelweg het geluk hebben dat alles een keer samenvalt. Daartegenover staat wel dat je veel tijd en moeite moet investeren en daarom wat dingen even opzij moet zetten om uiteindelijk een keer succesvol te zijn. Wanneer alles dan uiteindelijk op zijn plek valt, is er eigenlijk nog maar één ding wat je moet doen… Genieten!

Barbie Pheasant Tail

Vlieg van de Maand mei 2012

Als het kind maar een naam heeft… Ik was onlangs op een vliegvisbeurs als vertegenwoordiger van de federatie en zoals zo vaak werd de tijd er nuttig besteed door, juist ja, vliegen te binden. Je zit er niet om vliegen te strikken met een hoge ‘beurswaarde’, maar in de eerste plaats om de federatie te promoten en je vliegendozen wat aan te vullen voor het nieuwe seizoen.

Tekst en foto’s Patrick Daniels

Dit neemt echter niet weg dat je, zelfs bij het binden van de meest eenvoudige patroontjes, de nodige toeschouwers bij je aan tafel krijgt. En wat blijkt dan vaak? Er zijn toch nog altijd vliegvissers/binders die bepaalde, ogenschijnlijk gemakkelijk te binden patroontjes mijden omdat ze het proces om een of andere reden niet echt tot een goed einde weten te brengen.

Neem nu een eenvoudig nimfje als de Pheasant Tail. Echt gevorderde binders zullen hier niet veel moeite mee hebben, maar er waren er toch een heleboel die heel gefascineerd zaten te kijken naar de manier waarop ik mijn PT’s bind. De meeste problemen ondervinden de mensen bij het opbouwen van de thorax met koperdraad en het uitvoeren van het hele bindproces met maar één busseltje fibers was voor velen blijkbaar ook nieuw. Zo zie je maar…

De vliegen die ik bind kunnen vaak zonder meer terecht in een boekje ‘Vliegbinden voor Dummies’. Ik probeer voor mezelf namelijk zo functioneel mogelijk te binden. Dit wil zeggen: met weinig materiaal, eenvoudig en snel te binden patroontjes maken die nog goed vangen bovendien. Ook onze Vlieg van de Maand hoort hierin thuis. Het zou uitermate pretentieus overkomen als ik beweer dat ik met mijn versie van deze klassieker de mensheid een dienst zou bewijzen, maar afgaand op de dankbare reacties van mijn toeschouwers op de beurs durf ik toch wel stellen dat er een zekere behoefte is aan functioneel eenvoudige bindwijzen.

De Barbie PT is slechts één van talrijke varianten die met deze techniek gebonden kunnen worden. Origineel wordt de PT gebonden met fazantenstaartfibers en rode koperdraad. Onze versie is er eentje in de moderne, populaire vlagzalmkleuren. Wat vlagzalmen precies zien in pink/roze is moeilijk te zeggen, maar het is een feit dat het werkt.

Wat is er nu zo bijzonder aan de bindwijze van onze versie? Om te beginnen werken we met brede UTC Ultra Wire. Deze draad is wat breder dan de oorspronkelijke fijne koperdraad. Door de manier waarop we met de fazantenstaartfibers ter hoogte van de thorax een verdikking maken, volstaan we met slechts één laag koperdraad om een mooie thorax te bekomen.
Een andere variant waar ik in het voorjaar graag mee vis is de Iron Blue versie.

Hiervoor gebruik donkergrijs of zwartgeverfde fazantenstaartfibers, in combinatie met claret Ultra Wire. Nog een manier om wat variatie in de nimftypes te brengen is door te spelen met de verschillende haaktypes. Voor vlagzalmnimfen gebruik ik bijvoorbeeld graag een zwaarder type haak dan de Kamasan B175. Voor forelnimfen op ondiep of trager stromend water, grijp ik naar een B170 of zelfs een B405. Zo zie je maar dat je met één enkele techniek en door te variëren met haken en kleuren, een heel assortiment nimfjes kunt binden waar je op heel wat watertjes, zelfs op stilstaand water, mee uit de voeten kunt.

Bindbenodigdheden

  • Haak: Kamasan B405 maat 12-14
    Alternatieven: Gamakatsu F11-2SH, Mustad R50. TMC 9300, Buyan C075, Ashima F-10
  • Draad: rood of hot pink
  • Staartje, lijfje en wing case: bruine fazantenstaartfibers
  • Rib en thorax: pink UTC Ultra Wire

Cityfishing met JVS – Amsterdam

Ter gelegenheid van ons 50-jarig jubileum plaatsen we enkele oudere rubrieken online. De rubriek *Cityfishing* met Jan van Schendel verscheen oorspronkelijk in januari 2017. 

Mokumse joekels

Grote voorn, meer is er bij Jan van Schendel niet nodig om hem enthousiast te krijgen. Als het dan ook nog eens om grote aantallen gaat is hij al helemaal niet meer te houden! Liever gisteren dan vandaag ging hij op pad om ze te vangen. Vlakbij de woonboot van ex-Beet redacteur Juul Steyn houden zich enorm veel en grote voorns op. Ideale ingrediënten voor een nieuwe aflevering Cityfishing!

Er is enorm veel viswater in Amsterdam, maar er zijn erg weinig goed bereikbare plekken. Nog maar kortgeleden had ik de mogelijkheid om Amsterdam eens aan de tand te voelen. De Da Costakade om precies te zijn en hoewel ik ervan overtuigd ben dat daar normaal gesproken echt goed te vangen is, vroor het precies in de nacht voor de visdag pittig en vielen de vangsten (waarschijnlijk daardoor) iets tegen. Binnen twee weken zag ik wat foto’s van ‘bakken van voorns’, die werden gevangen op maar enkele kilometers van waar ik had gevist in heel diep water. Al snel werd besloten tot een nieuwe Amsterdamse visdag en wat een prachtige dag is dat geworden!

De Borneokade ligt net iets ten oosten van het centrum van de stad en het eerste wat me bij aankomst opvalt is hoe relatief rustig het hier is. Je hebt hier echt niet het gevoel dat je middenin de grootste Nederlandse stad aan het vissen bent.

Royaal

Het water is hier langgerekt, langs de kade liggen woonboten en één van die boten wordt bewoond door ex-Beet redacteur Juul Steyn. Hij was het die me naar hier had gelokt. Zijn enthousiaste verhalen hebben ervoor gezorgd dat we nu voor een tweede maal in Amsterdam zijn neergestreken.

Juul is zelf visser in hart en nieren, hij begrijpt als geen ander wat wintervissen inhoudt. Vlak voor onze aankomst heeft hij de stek pal tegen een woonboot nog van wat voer voorzien. De stek is luxueus. Een royale houten steiger die aan één kant aan een woonboot grenst. En dat is als het goed is waar de vissen zich bevinden; onder die woonboot. Een prettige bijkomstigheid is dat het een perfect beschutte plek is. Geen overbodige luxe want het is echt hondenweer met volop regen en storm.

Het wordt hoe dan ook een bijzondere visdag, want dit is absoluut de diepste visplaats die ik in jaren heb bevist; zelfs pal tegen de eigen oever is het al 6 meter diep, op de stek tegen de 7 meter. Gedurende de hele dag heb ik om die reden ook met een compleet hengeldeel achter me gevist. Telkens als ik een vishaak moet ik dat extra hengeldeel volledig gebruiken om de vis uit het water te kunnen tillen! Zo diep is het hier.

Het vissen op diep water zorgt altijd voor een extra uitdaging. Het is veel moeilijker om aas en voer op exact de goede visplek te krijgen in vergelijking met het vissen op ondiepere wateren. Gelukkig is er maar weinig stroming en is de bodem redelijk vlak.

Ik besluit om het lokvoer iets extra te bevochtigen. Dit voer bestaat overigens uit precies dezelfde samenstelling die ik altijd en overal gebruik tijdens de wintermaanden bij het vissen op voorn; 1 liter van den Eynde Supercrack Voorn zwart en dat aangemaakt met zoveel mogelijk verse duivenmest. Duivenmest bevat vocht, wat in principe genoeg is om het voer mee aan te maken. Ik voeg er (in principe) dus geen extra water aan toe.

Baitdropper

Ik heb het nooit precies gewogen maar uit ervaring weet ik ongeveer hoeveel duivenmest er nodig is om deze hoeveelheid droogvoer te bevochtigen. Ik schat dat je toch wel 1 kilo duivenmest kunt gebruiken om die ene liter droogvoer de juiste vochtigheid te geven. Voor ondiepere wateren houd ik ervan om dit voer zo droog mogelijk te gebruiken. Door het grote percentage duivenmest verkrijg je een behoorlijk bindend lokaas met heel veel ‘werkende’ (stijgende en weer dalende) voerdeeltjes. Dit zorgt onder water voor een enorm lokkende werking op voorns!

Zo zonder extra bevochtigen vissen op deze grote diepte zou echter te riskant zijn. Vandaar dat ik het voer toch ietsje natter heb gemaakt. Ik voer 4 flink stevig aangedrukte voerballen met daarin flink wat casters en hennepkorrels. Ik ben ervan overtuigd dat mijn voerballen de bodem compact bereiken en pas daarna openbreken.

Om er nog zekerder van te zijn dat er ook los aas op de juiste stek belandt, maak ik gebruik van een zogenaamde baitdropper. Dat is een metalen kooitje met dekseltje die je heel makkelijk aan je haak kunt bevestigen. Dit kooitje kun je vervolgens volstoppen met voer naar keuze. Het ingenieuze aan dit ding is dat de onderantenne ergens tegenaan moet tikken om het aas vrij te geven. Met andere woorden, zet de baitdropper met de hengel op de bodem van het water, het dekseltje springt open en de inhoud komt naar buiten. Met deze dieptes heb je dit gewoon nodig. Het bijvoeren van los aas is geen optie; omdat je nooit weet waar het op de bodem terecht gaat komen. Daarnaast is de kans erg groot dat je onnodig veel kleine vis gaat aanlokken.

Puzzel

Ook al is er dan weinig tot geen stroming, je kunt op dit soort dieptes gewoon niet licht vissen. Ik besluit om vandaag mijn zwaarste handgemaakte ‘jachthavendobber’ te gebruiken: een lang, slank model met net onder de antenne een plat, wit vlakje. Een ongebruikelijk dobbermodel misschien, maar geloof me, voor mij werkt het prima. De dobber is 4,5 gram zwaar, de hoofdlijn is 14/00 en de onderlijn 12/00 mm. De gebruikte haak is een B711 Kamasan maat 15. Niet bepaald fijn materiaal, maar dat zou vandaag ook echt niet nodig zijn.

Het duurt misschien 30 seconden nadat de dobber voor het eerst in het water staat voordat ik de eerste vis al haak. Bij de volgende inzet gaat de dobber al niet meer staan en wordt het aas onderweg al gepakt. Tja, dan weet je natuurlijk dat er heel veel vis aanwezig is!

Het grootste ‘probleem’ in het begin is de relatief kleine vis; het is even puzzelen om de juiste manier te vinden om ook die grotere voorns aan de schubben te komen. Ik besluit allereerst om iets op de bodem te vissen, ongeveer een halve dobberlengte en verder zo direct mogelijk met al het lood bij elkaar pal tegen de onderlijnbevestiging. Verder worden de maden die ik in het begin gebruikte als haakaas vrijwel meteen vervangen door twee casters.

Nadat ik aardig wat kleinere vissen vang, wordt al snel duidelijk dat er wel degelijk grotere voorns aanwezig zijn. Vissen van 200 gram en meer wel te verstaan! Ik moet alleen zien uit te vinden hoe met name die te gaan vangen.

De oplossing is eigenlijk simpel; ik besluit al snel om flink wat aas bij te voeren, casters en hennep. De baitdropper bewijst vandaag absoluut zijn waarde! Al dat aas bereikt via de baitdropper de bodem en juist daar houden die grotere voorns zich nu op.

Deze tactiek werkt super, na een poos vang ik alleen nog maar grote voorns. Met zelfs een exemplaar dat zeker de 500 gram haalt. Fantastisch! Met in het achterhoofd die 6 meter diepte pal tegen de oever, kan ik het niet laten om daar ook twee ballen voer te droppen. Ik zal en moet daar ook even de dobber laten zakken! Meteen nadat het haakaas de bodem bereikt gaat de dobber onder en ook hier zijn de voorns van stevig formaat!

Feeder

Alles bij elkaar is dit echt een fantastische vissessie geworden. Mijn verwachtingen zijn waargemaakt en zelfs overtroffen! En dat ondanks de vrij korte duur van deze sessie. Het weer verslechterde en er werd sneeuw voorspeld, reden om op tijd in te pakken. Alles bij elkaar heb ik slechts een ruime twee uur gevist en toch wel een kilo of zes aan voorn gevangen. Als ik hier nog eens neer mag strijken dan is er één ding dat ik anders ga doen. Ik zal dan zeker ook voeren met maïskorrels, al dan niet gecrusht of geknipt in het voer. Ik weet bijna zeker dat je op die manier helemaal de grotere vissen kan uitsorteren. Tijdens die remise zal ik overigens ook mijn feederhengel meebrengen. Ik heb begrepen dat hier, naast al die voorns, ook enorm veel brasem te vangen is! Wat een schitterende visserij.

Duivenmest

Als je duivenmest in je voer wilt gaan gebruiken is het belangrijk dat je een goede duivenmelker vindt. Liefst iemand die net zo begaan is met zijn duiven als jij met de hengelsport. Zo iemand zal dagelijks de duivenkooien schoonmaken en juist dat is belangrijk. Duivenmest moet vers zijn om ermee te vissen. Dit kun je makkelijk checken door eraan te ruiken. Ruik je ammoniak? Dan is het niet vers! Verder is het allemaal betrekkelijk simpel. De mest wordt verzameld in een vorm naar keuze. Ik druk het in bakjes en vries het dan meteen in.

De beste tijd om mest te verzamelen is van november tot januari. In deze tijd krijgen de duiven geen medicatie en laten ze het minst veren lost. Met als resultaat; erg schone mest! Zelf gebruik ik de mest gewoon zo, rechtstreeks uit de kooi. Je kunt er echter voor kiezen om de mest te spoelen. Dit doe je door de mest in een panty te kappen en te spoelen met stromend water tot het moment dat het water dat de panty verlaat niet meer groen van kleur is. Door de mest te spoelen verliest de mest wel zijn bindende eigenschappen, dat is iets om rekening mee te houden!

Geep: snelheid, actie en variatie aan de kust

Beet 50 jaar – een artikel van toen, we gaan terug naar 2016

Met bijnamen als “zilveren sprinter” en “mini marlijn” is het duidelijk: geep staat voor snelheid en spektakel. De visserij op deze soort is net zo levendig. Toch weten veel mensen niet hoeveel manieren er zijn om op geep te vissen. Tijd om daar verandering in te brengen.

Tekst en foto’s: Sebastian Rose

1. Spinvissen

Voor actieve vissers is spinvissen op geep een echte aanrader. Langs strekdammen of rotsige kustlijnen kun je perfect vissen met slanke lepels of ander kunstaas. Gebruik lichte varianten van ongeveer 20 gram, zodat je soepel en gecontroleerd kunt vissen.

Kleurkeuze hangt af van de omstandigheden: felle kleuren doen het goed in troebel water en bij weinig licht, natuurlijke tinten werken beter bij helder water en zonlicht.

Om de kans op een goede inhaking te vergroten, knoop je een stukje nylon van zo’n 5 cm tussen de haak en het kunstaas. Controleer dit regelmatig op schade – geep heeft scherpe tandjes.

Een hengel van 3 meter met een werpgewicht van 40 gram is ideaal, gecombineerd met een 3000-molen gevuld met 12/00 gevlochten of 25/00 nylon lijn. De beste vangstmomenten zijn bij aflandige wind en stromend water.

 

2. Sbirulino-vissen

Gepen kunnen wispelturig zijn. Wat gisteren werkte, negeren ze vandaag volledig. De sbirulino, een doorzichtig werpgewicht, biedt hier uitkomst. Achter dit gewicht kun je diverse aassoorten presenteren – van streamers tot garnaalimitaties of kleine stukjes vis – met daartussen een nylon voorslag van 2 à 3 meter (25/00).

Gebruik een langzaam zinkende sbirulino van 15 tot 25 gram en varieer met de inhaalsnelheid. Zo ontdek je snel wat de vis op dat moment het meeste aanspreekt.

Een lange hengel van 3,5 meter met een gevoelige top geeft de beste beetregistratie. Omdat de sbirulino kan schuren over gevlochten lijn, is een tussenstuk van slijtvast nylon (35/00) aan te raden, met een stoppertje om schade te voorkomen. Op zonnige dagen levert deze techniek vaak de beste resultaten op.

 3. Vliegvissen

De bijnaam *mini marlijn* zegt genoeg: eenmaal gehaakt levert geep vaak een spectaculaire show boven water. Op de vliegenhengel is dat pure actie. Een aftma 5-hengel is zeer geschikt voor deze visserij. Qua vliegen doen garnaal-, vis- en vlokkreeftimitaties het uitstekend.

4. Dobbervissen

Wil je ontspannen vissen, dan is dobbervissen op geep ideaal. Vanaf mei kun je op zonnige dagen uitstekend met natuurlijk aas vissen. Een simpele set-up is al genoeg: een 3 meter lange hengel, een makreel- of bolle dobber, stukjes vis, garnalen of zagers als aas, en een haak maat 2 met een onderlijn van 30/00 nylon.

Gepen zwemmen ondiep – houd daarom je onderlijn korter dan 1 meter. Een klein koelboxje helpt om het aas vers te houden.

5. Strandhengelen

Ook vanaf het strand kun je gericht op geep vissen met natuurlijk aas. Gebruik strandhengels en een steuntje, en bied je aas niet dieper aan dan een meter. Drijvende kralen helpen om de juiste hoogte te behouden.

Zorg dat het aas niet te zwaar is, zodat het geheel blijft zweven. Reepjes vis, zagers en garnalen werken goed; eventueel verstevig je zacht aas met baitelastiek. Op rustige dagen kun je deze techniek ook uitstekend uitvoeren met een karper- of feederhengel.

Geep – Feiten op een rij

  • Uiterlijk: Slank lichaam met sikkelvormige vinnen en een spitse snavel vol kleine, scherpe tanden. De graten zijn opvallend groen.
  • Afmetingen:Gemiddeld 70–80 cm, maximaal 100 cm en circa 1,5 kilo.
  • Leeftijd: Tot 6 jaar.
  • Paaitijd:Mei tot juli.
  • Diepte: Zwemt in scholen op half water, ’s zomers vaak dicht bij het oppervlak (tot ongeveer 1 meter diep).

Vissen met elastiek – Deel 1

50 jaar Beet – Een artikel van toen…2019

De beginjaren

Was vroeger alles beter? Nou, zeker voor wat betreft onze sport niet bepaald. Met de tijd zijn allerlei gebruikte materialen kwalitatief steeds beter geworden en vaak vervangen door beter materiaal. Een van de grootste veranderingen ‘of all times’ moet toch wel het gebruik van elastiek zijn. Elastiek wordt vandaag de dag vrijwel algemeen gebruikt; je zag dit werkelijk nooit toen ik begon met vissen, of beter gezegd: vrijwel nooit.

Elastiek is onmisbaar geworden. Zeker wanneer je met een geraffineerde aanpak het op sterke vissen hebt voorzien.

Destijds was Gerrit Broeren de uitzondering op de regel. Gerrit was een van de beste wedstrijdvissers in Nederland en qua visstijl was hij totaal anders dan iedereen. Allereerst, hoewel Gerrit zeker niet bestempeld kon worden als bodybuilder, gebruikte hij zelden of nooit een viskoffer. Hij viste altijd staand en al zijn gebruikte hengelsportmateriaal was daar ook op afgestemd. Probeer dat staande vissen maar eens, ik ben ervan overtuigd dat je tien minuutjes meer dan lang genoeg vindt! Verder viste Gerrit altijd, ook op stromende wateren, met elastiek aan het topeinde van zijn hengel, terwijl toen iedereen zogenaamde versneden toppen gebruikte met aan het einde een buigend stukje glasfiber. Dat elastiek ‘bungelde’ tussen de hengeltop en de gebruikte vislijn en werd bevestigd onder een kort stukje omgebogen aluminium ter vervanging van het versneden gedeelte van de hengeltop.

Ik heb als beginnende visser verschillende keren geprobeerd om de vismanier van Gerrit te kopiëren, maar ik kon er nooit mee overweg. Natuurlijk zag ik de voordelen van het gebruik van elastiek, maar wat mij betreft waren de nadelen groter. In ons winderige landje kon ik nooit de dobber mooi stil in het water houden omdat de wind vrij spel had op het gebruikte elastiek. Het blokkerend vissen, hoewel dat toen niet zo vaak nodig was, lukte me al helemaal niet. Gerrit ging dat allemaal veel beter af, dat bleek wel uit zijn resultaten!

Vroeger ving een ‘witvisser’ dit niet

Bedenkelijk gezicht

Alweer een aantal jaren later verschenen er plots voorgebogen, holle topjes waar het elastiek doorheen liep. Dat was al een hele verbetering, maar nog steeds beviel het me allemaal niet goed genoeg. Ik bleef dus doorvissen, net als vrijwel iedereen, met mijn vertrouwde versneden toppen. Dat deed ik nog steeds toen ik, weer een aantal jaren later, op regelmatige basis wedstrijden ging vissen in Engeland. Daar was een versneden hengeltop inmiddels zowat een bezienswaardigheid. Iedereen gebruikte daar toen al elastiek op dezelfde manier zoals het inmiddels ook hier is ingeburgerd. Ik heb daar vaak bedenkelijke gezichten gezien over het systeem dat ik gebruikte.

Zeker destijds, midden jaren ‘80 van de vorige eeuw, had je in Nederland maar zelden te maken met grote vissen die gehaakt werden. De visserij was bijna puur voorn-gericht en in het midden en westen van Nederland ging het vaak ook om kleine kolblei. Brasems werden er toen echt niet veel gevangen en over andere vissen dachten we amper na. In Engeland bleek dat heel anders te zijn. Daar moest je regelmatig zeelten vangen en tijdens de zomermaanden heel vaak paling. Ook kopvoorns, en toen ook al karpers, kwamen voor. Kortom, grotere en vooral veel sterkere vissen dan wij hier gewend waren om te vangen.

Ga je voorn scheppen of tillen? De juiste spanning en dikte van het elastiek is daarbij essentieel.

Vertrouwen

Vertrouwen is voor mij zowat het belangrijkste aspect in onze sport. Heel lang viste ik in Engeland nog gewoon door met mijn vertrouwde materiaal. Maar eerlijk is eerlijk, langzaam maar zeker begon het steeds meer te ‘knagen’. Ik moest gewoon bekennen dat ik toch wel een aantal heel belangrijke vissen had verspeeld; vissen die mij heel duur kwamen te staan. De ommekeer kwam uiteindelijk na weer een hele grote verspeelde vis, die ik tien minuten aan de haak had gehad en me gewoon de winst kostte in een hele grote wedstrijd. Tja, een brasem van minimaal 2,5 kilo aan een 06/00 mm onderlijntje en een haakje 26 is nu eenmaal een hele slechte combinatie met een versneden hengeltop… Na die vis was het dus echt klaar en besloot ik om over te stappen. Ik heb na die dag nooit meer een versneden hengeltop gebruikt.

In Engeland viste ik altijd samen met Bob Nudd. Hij was een meester in het gebruiken van de juiste elastiekdikte en de mate van op spanning zetten. Dat heeft mij natuurlijk veel tijd bespaard. Bob had me altijd in mijn waarde gelaten met mijn vismanier, hoewel hij me tig keer had geadviseerd om ook elastiek te gaan gebruiken… Toen ik eindelijk zover was om over te stappen, leerde hij me meteen alle juiste basisprincipes.

Zo heb ik dus eigenlijk zelfs nooit ook maar de kans gehad om iets verkeerd aan te leren. Juist dat verkeerd aanleren is iets wat ik zo vaak langs de waterkant zie! Geloof me dat er meer vissers zijn die niet maximaal gebruik maken van de mogelijkheden van het gebruikte elastiek dan vissers die dat wel doen. En dat terwijl de informatie nu toch heel gemakkelijk is te vergaren met internet en alle sociale media van tegenwoordig, zeker als ik het vergelijk met ‘toen’.

Compleet verhaal

Lang niet alle vissers gebruiken hun elastiekmontages op de goede manier; het leek me dus geen slecht idee om hier eens een compleet verhaal over te schrijven. Met compleet bedoel ik alles van het begin tot het einde wat met dit onderwerp te maken heeft. Dat lukt me nooit in slechts één artikel en dus gaan jullie hierover ook de komende maanden lezen. Wanneer ik alles volledig weet te omschrijven, dan gaan er zeker genoeg vissers zijn die er hun voordeel mee kunnen doen, waardoor ze gewoon minder door hen gehaakte vissen zullen verspelen.

Ik vind het altijd zo zonde om te zien. Je hebt alle moeite gedaan om zo’n vis tot aanbijten te verleiden; wanneer dat eindelijk is gelukt wordt zo’n vis verspeeld omdat de elastiekmontage niet in orde is. Geloof me, ik weet zelf maar al te goed hoe dat voelt. Ik heb namelijk alle fouten zelf al gemaakt. En het zijn natuurlijk ook altijd de grootste en tijdens wedstrijden beslissende vissen die eraf gaan…

Steeds meer witvissers raken in de ban van de sterke vissen op commercials en vijvers. Het spreekt voor zich dat je hier zonder elastiek niets uithaalt.

Verschillende soorten

Vrijwel ieder hengelsportmerk heeft tegenwoordig een complete range aan elastiek in zijn assortiment. Ik heb het dan over ‘volle’ oftewel massieve elastieken, holle elastieken en tegenwoordig zijn er zelfs al hybride elastieken. Al die elastieken zijn er dan in verschillende diameters, die worden aangegeven via een bepaalde nummering en kleuren. Je zou door de bomen het bos niet meer zien!

Ik kan iedereen adviseren om altijd uit te gaan van de diameter. Die bepaalt namelijk uiteindelijk de mate van rek en van daaruit kun je dan de juiste keuzes maken voor je eigen visserij. Die keuzes zijn namelijk erg verschillend. Het maakt bijvoorbeeld wel degelijk een verschil of je op voorn en brasem vist in een standaard Nederlands kanaal, ten opzichte van een visserij op F1’s en karpers op één van de vele commercials die ons land inmiddels rijk is.

Geen enkele lezer hoeft zich zorgen te maken, zijn of haar visserij zal aan bod komen, met daarbij de uitleg en alle benodigde materialen. Ik wil zo volledig mogelijk zijn. Daarvoor is dit onderwerp belangrijk genoeg.

Duck Fly Buzzer

Vlieg van de maand: April 2012

April staat bij de reservoirvissers bekend als dé buzzermaand. ‘Buzzers’, letterlijk vertaald: ‘zoemers’, is de Engelstalige benaming voor de niet stekende dansmuggen. Onder hun wetenschappelijke naam zijn ze gekend als ‘Chironomidae’. Je hebt ze in verschillende formaten en kleuren, maar het is vooral de Chironomus anthracinus, in Ierland bekend als ‘Duck Fly’ en in Engeland als ‘Blae and Black’, die bij ons in voldoende grote aantallen voorkomen om ons ook overdag mee bezig te houden.

Tekst en foto’s Patrick Daniels

De betekenis van de term ‘buzzer’ is bij vliegvissers/binders in de loop van de voorbije decennia verengd tot het popstadium van het insect. In tegenstelling tot andere soorten is de ‘buzzer’ die uit de ‘grote ver de vase’ voortkomt, met bijna twee centimeter een grote hap. We spreken hier in vliegbindtaal over een haak maat 14 – 16.

De Chironomus anthracinus komt meestal voor in grote waterpartijen met een diepte van meer dan drie of vier meter en schoon water. Leden van visclubs die gezegend zijn met zo’n water waar Duck Flies voorkomen, mogen zich gelukkig prijzen. Zij zijn voor de buzzervisserij niet beperkt tot de hatch van de grotere soorten op zachte, windstille avonden. Tijdens het seizoen, ruwweg vanaf de derde week van april, kunnen ze overdag heel gericht met Duck Fly Buzzers vissen. Als ze hatchen, dan hatchen ze werkelijk massaal en soms kun je boven de oevervegetatie hele wolken dansende muggen waarnemen.

Het ‘buzzeren’ is weliswaar een heel statische visserij: een lange leader met drie buzzers, werpen, langzaam laten afzinken en de wind de rest laten doen. Ook al zie je ze niet, de forellen kruisen actief op een diepte tot drie meter, op zoek naar de stijgende poppen. De aanbeten zul je echt wel merken. Voor onze Vlieg van de Maand kijken we eens naar een patroontje van Davie McPhail. Heel klassiek, met dit verschil dat hij de pearl mylar met een watervaste viltstift donkerrood kleurt.

Bindbenodigdheden:

  • Haak: Kamasan B110 maat14
    Alternatieven: TMC 2487, Buyan C302, Gamakatsu C12, Mustad C49S
  • Binddraad: zwart 8/0
  • Tracheeën: witte polywing of poly bear (craft fur)
  • Lijfje: enkele fibers uit een zwartgeverfde fazantenstaartveer.
  • Rib: medium pearl mylar, opgerekt.
  • Thorax: zwarte seal’s fur
  • Cheeks: oranje geverfde goose biots

 

 

Cityfishing met JVS – Rotterdam

Ter gelegenheid van ons 50-jarig jubileum plaatsen we enkele oudere rubrieken online. De rubriek *Cityfishing* met Jan van Schendel verscheen oorspronkelijk in januari 2017. We beginnen met de editie over Rotterdam.

Streetfishing is inmiddels gemeengoed geworden van de hengelsport, maar gek genoeg ligt het accent voornamelijk op het roofvissen. Daar gaan wij dus maar eens verandering in brengen. Cityfishing, witvissend midden in stadskernen! Of daar brasems, voorns en consorten rondzwemmen? Reken maar van yes! Niemand minder dan witviscoryfee Jan van Schendel gaat speciaal voor jou op pad. We trappen af met Rotterdam, het Noordereiland!

Tekst Jan van Schendel, foto’s redactie

Er is geen stad in Nederland waar ik vaker heb gevist dan in Rotterdam. Noord Brabant en Limburg mogen in de ogen van veel vissers dan de echte wedstrijdbolwerken van Nederland zijn, voor mij, toch ras Brabander, ging de reis op weg naar allerlei viswedstrijden al vanaf het begin meestal in westelijke richting. De reden? Er waren veel en goede wedstrijden, met vaak volop vis en ook vaak meer vooruitstrevende wedstrijdreglementen met toen al vaak toegestaan het feeder- en matchvissen en vaak ook langer durende wedstrijden.

Bijna ieder viswater in Rotterdam en omgeving heb ik dan ook wel eens bevist en daarbij hoorde ook altijd, meestal in het najaar en tijdens de wintermaanden, het vissen op die imposante Nieuwe Maas; tussen laten we zeggen de Van Brienenoord- en Erasmusbrug. We hebben hier te maken met getijdenwater, je mag gerust spreken over een ruwe visserij die bovendien constant wisselde door opkomend en afgaand water en uiteraard de kentering.

Een mooie plek vinden was ook niet zo gemakkelijk en meestal was het zaak om vooral de achterpoten van het visplateau goed tussen de stenen vast te zetten. Anders kon je zomaar het water in schuiven.

Inmiddels wordt er in deze omgeving veel en veel minder gevist. Het is simpelweg lastig en duur parkeren tegenwoordig. Maar met een beetje creativiteit en informatie kom je een heel eind. Waarom al die moeite? Wel, ik was heel erg benieuwd hoe het vissen er nu is. Vroeger kon het er buitengewoon zijn, waarom zou daar verandering in zijn gekomen?

35 LOODHAGELS

Zo trok ik de stoute schoenen aan en besloot het Noordereiland in hartje Rotterdam eens op de korrel te nemen. Dit eiland splitst in feite de Nieuwe Maas met aan beide zijden van het eiland een (redelijk hoge) kademuur. Niet overal is te vissen trouwens, daarvoor liggen er teveel afgemeerde vrachtschepen. Vooral langs het smalste gedeelte van het water zijn er toch wel degelijk goede mogelijkheden.

Je kunt hier redelijk goed en, hoe is het mogelijk, gratis parkeren en het duurde dan ook niet lang voordat ik een mooie plek had gevonden op slechts enkele honderden meters van de Erasmusbrug en recht tegenover het Gerechtsgebouw.

Ik wist absoluut niet wat te verwachten vandaag en had dan ook zowel feeder- als vaste stokmateriaal meegenomen. Na het bekijken van de vissituatie leek me de vaste stok de meest logische optie en dus viel mijn keuze dan ook daarop. Ik wilde eigenlijk met vlagdobbers vissen  maar op het moment van aankomst was de echte kolkende stroming die je hier soms hebt al weg omdat het al bijna laag water was. Een gewone boldobber van 8 gram was dan ook meer dan zwaar genoeg, aangezien we de eerste uren met weinig stroming te maken zouden hebben.

Het leek me verder een ideaal moment om een Italiaanse loodmontage uit te proberen, een ketting van maar liefst 35 loodhagels waarmee je het haakaas bij obstakels op de bodem perfect daar langs of overheen kunt sturen. Ik voerde vooraf 8 flinke voerbollen en besloot om daarna constant kleine voerballetjes bij te voeren met daarin wat casters en maden.

FEEDER

Het resultaat viel alleszins tegen. Hoewel de situatie perfect leek ving ik maar amper wat; 2 voorns en enkele zwartbekgrondels om precies te zijn. Onbegrijpelijk! Na zo’n anderhalf uur proberen besloot ik dan ook mijn feederhengel uit het foedraal te halen. Wat verder uit de kant had ik vis zien draaien in het oppervlak. Winde, brasem? In ieder geval vis van formaat. Meestal is dat een goed teken en wil dat ook wel zeggen dat deze vis wil azen. Nou, dat zou even later blijken ook.

Het water was inmiddels nog verder gezakt en het bleef nog vrij lang redelijk doorstromen. Ik peilde snel de diepte en er leek geen enkele goede reden te zijn om verder te vissen dan zo’n 30 meter waar het zo’n 6 à 7 meter diep was. Snel voerde ik 3 plastic voerkorfjes met daarin veel maden en casters. Toen snel de onderlijn aan de montage met  3 maden op een haak 14 en vissen maar.

KNOTSVOORNS

Ingooien en de montage aan een strakke lijn naar de bodem laten zakken met de hengeltop naar beneden. Het wachten kon beginnen. Nou, nee dus! Geloof het of niet, echt direct werd de feedertop kromgetrokken. Even later kon ik een kerngezonde brasem van zo’n 800 gram netten. Om een lang verhaal kort te houden, er zat op die afstand enorm veel vis, ze lagen gewoon opgestapeld. Nooit lag het aas langer dan een minuut in het water voordat de volgende vis weer gehaakt was. Wat een schitterende visserij.

Wat opviel was dat de brasems niet echt de overhand hadden, hoewel ik er daar toch een flink aantal van ving, waaronder enkele anderhalve kilo vissen. Daarnaast ving ik namelijk knotsen van voorns, inclusief een vis van wel 700 gram.

Ook rondom het wisselen van het getijde, toen het een tijdje maar amper stroomde, bleef ik goed vangen al was het typisch dat juist op dat moment ook kleinere kolbleien het aas pakten. Even later begon het steeds sneller naar links te stromen en kwam het water snel op. Geen probleem, ik kon nog net doorvissen met mijn 55 grams plastic korf door mijn hengel simpelweg in de hand te houden en mee naar voor te bewegen zonder dus de hengelsteun te gebruiken. Iedere inworp betekende immers telkens weer binnen enkele tellen een vis!

Zo beleefde ik hier een werkelijk schitterende visdag en ik kan iedereen aanraden om hier eens een hengeltje uit te werpen. Ik ben ervan overtuigd dat je hier met de vaste stok, ook al lukte dat nu niet meteen, vaak heel succesvol kunt zijn en voor het feederen is deze plek werkelijk geknipt. Het zijn  bovendien echte vissen die je hier vangt. Echte vechters die allemaal kerngezond zijn. Anders kunnen ze ook gewoon niet overleven bij deze omstandigheden. Zorg wel voor een schepnetsteel die lang genoeg is. De kademuur is namelijk redelijk hoog.

Korstvissen

50 jaar Beet, binnen het archief kwamen we dit artikel van André de Wit tegen, gepubliceerd in het magazine Karper.

Rumoer in het oppervlak!

ANDRE DE WIT – Als de zon aan kracht wint, de dagen langer worden en de karpers actiever, begint het te kriebelen. Ik rijd langs de vertrouwde plekken, maar ook nieuwe, veelbelovende stekken worden bezocht. Afgelegen slootjes en ondiepe uitlopers van plassen of riviertjes zijn mijn jachtgebied. De zichtvisserij, een karper het aas zien pakken onder de hengeltop, is verslavend. Pakt-ie de korst of draait hij op het laatste moment toch weg? De adrenaline giert door je lichaam en als je dit eenmaal hebt meegemaakt, ben je verkocht!

Soms wordt geduld beloond met een parel!

Tijdens zonnige dagen struin ik plekken af, op zoek naar activiteit in het oppervlak. Met de polaroid op zoek ik naar een rimpeling in het oppervlak of een plompenblad dat omhooggeduwd wordt. Je merkt al snel waar je op moet letten. Een windstil hoekje, dat ene plekje waar wat drijfvuil ligt of een omgevallen boom. Allemaal plekken waar de karpers zich veilig voelen en lekker kunnen opwarmen in het zonnetje.

Mijn voorkeur gaat uit naar rustige, afgelegen plekken. Lekker in mijn eentje in een weiland of kruipend tussen de struiken door, één met de natuur! Een schooltje karpers nietsvermoedend hun rondjes zien draaien. Een graskarper een rietstengel uit de kant horen trekken. Hem vervolgens zien wegzwemmen met de complete stengel nog uit zijn bek stekend, prachtig!

Iets minder idyllisch, maar niet minder interessant, zijn de plekken midden in de stad of andere drukke plekken. Slootjes, parkvijvers of kanaaltjes, ook hier zijn vaak genoeg karpers te vinden! Ze schrikken niet meer van voorbijrazende auto’s of treinen, maar wel van een verkeerd geplaatste voetstap!

Als ik een karper spot, bepaal ik eerst wat de beste manier is om deze te belagen. Ligt-ie stil of zwemt hij rustig rond, strak in het oppervlak of net iets dieper? Allemaal factoren die meespelen. Graag kijk ik ook eerst wat verder rond. Vaak maakt een gevangen karper zoveel commotie, dat de rest van de vissen zich voorlopig niet meer laat zien. Als ze rustig hun rondjes draaien, is het ook handig om eerst te kijken welke route ze meestal nemen. Op deze manier kun je de plek bepalen waar je ze het beste kunt ‘opvangen’. De juiste strategie bepalen en je geduld bewaren is belangrijk!

Hebberig als ik ben, kies ik meestal de mooiste of grootste karper uit, waar ik achteraan ga. Wat dus inhoudt dat ik soms een korst voor een andere (vretende) karper wegtrek! Dat is soms moeilijk, maar als je je zinnen op een bepaalde karper hebt gezet, toch echt noodzakelijk…

Bij een zichtvisserij is het mogelijk om de betere karpers te selecteren.

Flexibele montage

In het voorseizoen of op wateren zonder vegetatie gaat er alleen een tweepondshengel met 30/00 (drijvende ziglijn) mee. Als de plompenbladeren amper aanwezig zijn, is zwaarder vissen niet noodzakelijk. Een dikkere lijn zal alleen maar argwaan opwekken. Meestal zet ik er een klein pennetje op. Zodoende kan ik ook op de bodem of half water vissen zonder de hele montage aan te moeten passen. Vis ik met een korst, dan schuif ik het pennetje gewoon 75 cm van de haak af. De karper stoort zich er totaal niet aan. Vaak ligt er al wat drijfvuil, zodat het niet opvalt.

Target in beeld

Tijdens mijn ronde langs wat wateren stuit ik op een schooltje karpers in een klein slootje. Een stuk of vijf schubs en een wat grotere spiegel. De laatste trekt uiteraard het meest mijn aandacht! Ze zwemmen onrustig wat heen en weer. Maar af en toe duiken ze de kant in om tussen de planten wat voedsel bijeen te schrapen. Er liggen dus kansen! Als ik een vlokje brood langzaam laat afzinken in de zwemroute van de spiegel, wordt deze glashard genegeerd! Mogelijkheden voor de schubs zijn er wel, maar dan verstoor ik de hele school. Ik besluit om ze te volgen en gewoon mijn kans op de spiegel af te wachten.

Heen en weer struinend door het weiland is plotseling het moment daar! De spiegel zit met zijn kop vol in een wierbed. Een korstje zal niet werken, hij is geobsedeerd door de watervlooien tussen het wier. Ik laat een vlokje brood zakken in één van de spaarzame open plekjes. Die houd ik ter hoogte van de karper, zal hij de fout maken of toch schrikken? Gespannen houd ik het brood zo stil mogelijk. Elke beweging kan argwaan opwekken bij de spiegel. Plotseling merkt hij het op en zonder argwaan gaat het vlokje naar binnen! Na de aanslag laat de spiegel mij de hele sloot zien. Met het schepnet in mijn hand volg ik de vis tot-ie uitgeraasd is. Voldaan til ik de buikige spiegel op de kant. Even een paar foto’s en dan kan hij weer aansluiten bij de schubkarpers!

Midden tussen het groen

Als de karpers passief in het oppervlak liggen, is het vaak moeilijk om een aanbeet uit te lokken. Zeker als er geen plompen of andere planten in de buurt liggen. Als ze geen beschutting hebben, zijn ze vaak wat bewuster van hun omgeving. Zodoende schrikken ze wat sneller als er ineens een enkele korst in hun blikveld verschijnt! Wat brood of kattenbrokken voeren kan soms helpen om ze actiever te krijgen. Maar zeker graskarpers die de klappen van de zweep kennen, zijn hier niet van gediend! Een oplossing die mij regelmatig wat moeilijk vangbare vissen oplevert, is het vissen net onder het wateroppervlak. Ik schuif mijn dobbertje, zonder lood, op 10-15 cm boven de haak. Afhankelijk van hoe hoog de vissen in het water liggen. Daar komt een vlokje brood aan, ter grootte van een vingernagel. Erg klein dus! Die laat ik dan richting de vissen drijven. Dit wordt vaak niet als gevaarlijk gezien en alsnog gepakt!

Een andere variant is het rijgen van een grote korst (soms zelfs een halve boterham!) in de lijn en een klein korstje of vlokje eronder hangen. Het kleine stukje brood is makkelijker naar binnen te werken dan de halve boterham! Dit is uiteraard niet (ver) te gooien, maar meestal komt de actie toch op enkele meters afstand en is dan prima te volgen.

Later in het seizoen gaat er ook een zwaardere stok mee. Voorzien van 40/00, om ook in onderwaterjungles te kunnen vissen. Als ze midden in een groot plompenveld liggen, is een te dunne lijn onverantwoord. Met zwaar materiaal kun je ze beter afblokken en in de bovenste waterlaag houden zodat ze zich niet helemaal vastzwemmen tussen de stengels. Maar ook hier zitten grenzen aan! Is het te dichtbegroeid of liggen er grote takken? Dan zijn alleen de randen van dergelijke obstakels te bevissen. Je wilt natuurlijk niet een karper laten rondzwemmen met een dik stuk nylon achter zich aanslepend!

Zo’n zware lijn werpt natuurlijk niet geweldig. Normaal gebruik ik gewoon gesneden brood, want ik vis meestal met kleine korstjes en kort onder de top. Maar wat als ze net buiten werpafstand liggen? Bij het vissen tussen planten wil ik niets anders dan een haak aan de lijn hebben. Een eventuele dobber of floater controller als werpgewicht blijft overal achter hangen, wat zeer onwenselijk is. Een manier om de vissen op afstand toch te bereiken, is het gebruik van ongesneden brood. Hier kun je makkelijk een flinke drijvende korst van maken! Heb je geen ongesneden brood voorhanden, dan is er nog een mogelijkheid. Monteer eerst gewoon een normaal korstje aan de haak. Scheur de randen van een snee brood af en vouw het binnenste gedeelte om het korstje heen. Dit is zwaar genoeg en blijft toch goed drijven. Als dit buitenste gedeelte, na een tijdje in het water, loskomt, houd je nog steeds de originele korst over. Dit ligt dan vlak bij het grote stuk vrijgekomen brood. Hierdoor wordt de kleinere korst al snel als ‘veilig’ gezien, dubbel voordeel!

Toch wel iets groter dan gedacht: 93 centimeter plompengeweld!

Aangename verrassing!

Een van de plekken waar ik ieder jaar weer terugkom, is een watertje waar zich rond de paai altijd flink wat karpers verzamelen. Meestal vissen van gemiddeld formaat, maar er zitten vaak spiegels met mooie beschubbing en rijenkarpers tussen! Het is aangesloten op een riviertje, zodat een uitschieter altijd tot de mogelijkheden behoort.

Meestal zoek ik een specifieke vis uit, zo ook nu. Maar deze ligt wat verder uit de kant, helemaal verscholen in het dichte plompenveld. Ik kan niet zien of het een schub of spiegel is. Alleen het omhoogduwen van een plompenblad verraadt de vis. Een korst vliegt over het water en langzaam trek ik deze naar de vis toe. De laatste centimeters gaan uiterst langzaam om de vis niet te laten schrikken. Als de korst naast de karper ligt, is het afwachten.

Meestal ruiken ze de korst wel en duurt het niet lang voordat ze actie ondernemen. Zo ook in dit geval. Het plompenblad gaat steeds nerveuzer op en neer deinen en mijn hartslag knalt naar 180! Dan verschijnt er een bek in het oppervlak en wordt de korst gedecideerd naar binnen gezogen. Een tel later sla ik aan en het water spat uiteen! Ik houd de hengel zo hoog mogelijk, maar uiteraard ploegt de karper door het plompenveld. De dikke lijn kan gelukkig wel wat hebben en ik kan hem al snel de goede kant op sturen. Het net gaat het water in en even later loods ik een dikke schub naar binnen. Pas als ik het net optil, merk ik dat deze wel wat zwaarder is dan wat er normaal rondzwemt. Eenmaal op de mat aanschouw ik een prachtig gebouwde schubkarper! Met zijn 93 cm een aangename verrassing uit dit kleine watertje!

Klaar met hozen. Tijd om te varen.

Je komt bij je boot… en in plaats van eerst hozen, kun je gewoon instappen.

Na een paar dagen regen ligt er normaal gesproken water in je boot. Eerst hozen, dan pas weg.Met de Hoosmaat hoeft dat niet meer. Deze slimme bilgepomp op zonne-energie pompt regenwater automatisch uit je boot. Zodra er water staat, gaat hij aan. Ook bij bewolkt weer. Geen accu. Geen bedrading. Geen installatie. Je legt ’m in je boot en laat ’m z’n werk doen terwijl jij er niet bent. Of je boot nu een paar dagen, een week of langer stil ligt — je weet dat hij niet volloopt.

Kom je aan om te vissen? Dan ligt je boot er gewoon klaar bij. Instappen en gaan. Zoals het hoort. Ideaal voor open boten die buiten liggen en geen ingebouwde pomp hebben.

✔ Laadt op bij daglicht (werkt ook ’s nachts)
✔ Start automatisch bij ca. 4–5 cm water
✔ Pompt je boot vrijwel leeg (tot ±1 cm)
✔ Eenvoudig te plaatsen
✔ Af en toe even checken

De Hoosmaat. Minder gedoe. Meer varen.

Megavoorns van de Spaanse Ebro

50 jaar Beet, binnen het archief kwamen we dit artikel uit 2017 tegen.. Opvallend is dat het over de Ebro gaat, een rivier die niet bepaald bekendstaat om zijn voornpopulatie. De meeste verhalen over die rivier draaien juist om meerval of karper. Herwin Kwint trok er destijds naartoe om op voorn te vissen.


HERWIN KWINT – Tijdens een familievakantie in Frankrijk, heb ik met Fransman Vincent Hurtes een dag afgesproken om eens samen op de rivier De Lot te vissen. Vincent en ik trekken onze feederhengels krom op talrijke barbelen en kopvoorns uit de rivier de Lot en vertellen elkaar verhalen in het zuiverste Latijn. Vincent fluistert mij echter een verhaal toe dat gaat over grote voorns die hij gevangen heeft op de Spaanse rivier de Ebro. Het verhaal van Vincent over de grote voorns is er eentje die in mijn onstuimige brein blijft hangen…

En zo komt het dat ik jaren later in Barcelona land. Al wachtend bij de transportband krijg ik een déjà-vu. Ik denk aan de geboortes van onze kinderen. Het staren naar een transportband heeft namelijk een gelijkenis. Mijn hengels, ook wel mijn derde kinderen, gaan ter wereld komen. De transportband raakt echter alsmaar leger en nog steeds geen spoor van mijn lange pvc-koker. Plots is de gehele transportband leeg en wordt deze zelfs stopgezet. Geen hengels! Ik zak werkelijk door de grond en visioenen van Kwint op de hartbewaking schieten door mijn lijf. Gelukkig kan een Spaanse vliegveld officier mij vertellen dat ik bij de speciale bagage afdeling moet zijn. En jawel, daar ligt ie, mijn koker, mijn kinderen. Het moet een raar gezicht zijn geweest om een volwassen man, met koker, te zien huppelen door de gate.

Vincent staat in het wachtende publiek. Wanneer ik bij hem in de auto stap zie ik dat we aan aas geen gebrek hebben. Vincent heeft zijn auto tot het dak volgestampt met blikken maïs, grondvoer, gekookte hennep, gebroken maïs en vooral veel miniboilies. En dat alles voor een paar voorns die we vroeger met een zakje Justus en wat maden ook vingen, toch? Nou ja, mochten ze mij ooit bij GGZ opnemen, dan heb ik wat te vertellen in de pauzes, nietwaar?

Voeren

Vanuit Barcelona is het nog twee uur rijden door het prachtige Spaanse landschap voordat we arriveren aan de rivier waar we vier volle dagen de tijd hebben om er te vissen. Uiteindelijk arriveren we in het dorpje Flix in het departement Catalonië. Vincent heeft visvergunningen geregeld bij de federatie van Catalonië en hij heeft als plan om te vissen in het stuwstuk genaamd Riba-Roja.

De Ebro is hier zo ’n vier tot vijfhonderd meter breed en omringd door een vallei van hoge, roodbruin gekleurde rotspartijen waarop her en der groene struiken groeien. Het water is helder en zeer diep. Volgens Vincent is het op dit gedeelte een stuk rustiger met vissers en dat is precies waar ik naar verlang. En zo staat de kleine man uit Drenthe aan een immens groot water dat zijn gelijke niet kent. De soep der onzekerheid wordt opgediend; waar te beginnen, hoe te beginnen? Een brok onzekerheid is wat mij overvalt, zoals zo vaak.

In gebrekkig Engels maken we een plan van aanval. Ik tuig een zware karperhengel op en monteer een zwaar stuk lood om zodoende de dieptes en bodemprofiel te bepalen. Veel worden we er niet wijzer van. Zo ’n veertig meter uit de kant staat zo maar 13 tot 15 meter water en overal is de bodem zo hard als beton en bezaaid met stenen. Wanneer je zoals ik uit Drenthe komt, waar vrijwel geen enkel water dieper is dan tien meter, en waar de bodems uit boterzachte veen bestaan, is dat even omschakelen…

We kiezen voor een langzaam glooiend, schoon stuk bodem en besluiten om op zeven meter diepte een flinke hoeveelheid te voeren om er de volgende dag te vissen. We voeren twee kilo gekookte hennep, vijf kilo gekookte gebroken maïs, vijf kilo grondvoer, twee kilo 10 mm mini boilies en 12 blikken maïs. Dat lijkt veel, maar we hanteren een alles-of-niets-aanpak voor de eerste visdag. Deze hoeveelheid voer brengen we op de plaats door middel van een Spod die we monteren aan een zware karperhengel.

Het aanleggen van voerstekken is bij Nederlandse witvissers een ongehoord tafereel, terwijl het bij witvissers in Ierland, die op de natuurlijke meren vissen aldaar, veelal de standaard is. Ik maak er althans graag gebruik van en al helemaal wanneer de factor tijd beperkt is. Nadat deze monsterklus is gedaan rijden we terug naar het hotel in Flix. Terwijl de vis hopelijk onze voerstek ontdekt, heffen wij het glas op de Ebro en duiken we rond middernacht ons mandje in om zes uurtjes stevig te snurken.

Eerste visdag

Tegen zeven uur staan we aan de oever van de geweldige Ebro. Het is nog aardedonker, maar de stilte overvalt me. Het is stil, muisstil zelfs. Ik kijk naar een grote zwarte leegte en hoor wat kleine vis springen. De hemel is zwaarbewolkt en het is windstil. Tergend langzaam wordt het licht en de vis reageert hierop. En dan ineens weet je dat je aan de Ebro staat. Uit het niets hoor ik dreunen, zware diepe dreunen van springende karpers die zich volledig uit het water verheffen. Ook zie ik voorns, alsof het regent met witvis, zoveel kringen, zoveel leven, het is niet te bevatten. Ik zie zoveel witvis waardoor ik me afvraag of de hoeveelheid voer die we gisteren gebracht hebben, niet na een kwartier al volledig is weggevreten… Het is de hoogste tijd om positie te nemen en de lijnen nat te maken!

Op mijn aasplateau een volle bak rode maden, zoete maïs, gekookte hennep, miniboilies en klevend grondvoer. Ik monteer een grote plastic korf van 40 gram. Als onderlijn pak ik 18/00 mm en haak 14 welke ik volprop met rode maden. Vincent doet nagenoeg hetzelfde maar vist op vijf meter diepte, terwijl ik op zeven meter diepte start met vissen. De korf beland tussen de springende vis. We vangen vis maar naarmate de ochtend vordert, beginnen we allebeide onze twijfels te uiten. We vangen wel voorns, maar deze zijn amper een pond per stuk. En daar zijn we niet voor gekomen. Ook zijn de voorns die we vangen erg beschadigd, vermoedelijk door de paai die onlangs heeft plaats gevonden. Mogelijk zijn de grotere vrouwtjes nog in de paaigebieden?

Ik besluit om met zoete maïs te vissen en de maden achterwege te laten. Vreemd genoeg stoppen de aanbeten per direct. Er is geen enkele interesse in zoete maïs. Vervolgens monteer ik een 8 mm gele pop-up, zo ’n tien centimeter boven de bodem, maar ook dit doet de feedertop niet bewegen. Vreemd, terwijl het sterft van de voorns op mijn voerplek, krijg ik totaal geen respons op zoete maïs of scherp geviste fluo pop-up. Dit is iets wat ik nimmer heb meegemaakt. Ik beaas de haak opnieuw met zoete maïs en besluit de tijd te nemen. Mijn stek kookt letterlijk van de voorn en pas na ruim een half uur zie ik zo’n twijfelachtige flutaanbeet waarop ik reageer. Het is meteen een betere voorn van zo’n 800 gram. Maar het mag niet baten, na een uur krijg ik geen enkele respons meer op zoete maïs, één van de betere instant aassoorten die ik ken. Zodra ik maden op de haak monteer, krijg ik binnen een paar seconden een aanbeet, vaak nog tijdens het afdalen naar de bodem.

Ik verwijder de korf en monteer een wartellood van 50 gram, welke ik zover als mogelijk het water inwerp, ver van de voerstek vandaan. Op de haak vier maden. Het lood belandt op ongeveer 16 á 17 meter diepte en binnen luttele seconden vang ik ook hier een voorn. Dit herhaal ik enkele keren en waar ik mijn aas ook deponeer, binnen no-time hangt er een voorn aan de haak. Doch, allen zijn amper 500 gram. Eén ding is duidelijk, de rivier zit afgeladen vol met voorn. Maar waar zijn die grote kilo voorns waar Vincent over sprak? Hij zelf weet het ook niet en is zichtbaar nerveus aan het worden. Dat is de bedoeling natuurlijk ook weer niet. Door zijn voorgaande sessies eens grondig te analyseren komen we er al snel achter dat de dikke voorns niet meteen de eerste dag kwamen, maar pas de tweede of derde dag. Dat schept vertrouwen en brengt weer wat rust. Geen paniek.

Dag twee, het karpermeer

Aan het einde van de eerste visdag voeren we de stek wederom stevig aan. Ditmaal brengen we het voer verder uit de kant op precies veertig meter waar het zo’n vijftien meter diep is. Dit is voor mij een diepte waarop ik zelden heb gevist en al zeker niet op voorn. Daarbij laten we het grondvoer achterwege en verhogen we het aandeel zoete maïs en miniboilies aanzienlijk. Tien kilo grondvoer is op deze rivier binnen een uur weggevreten. We kiezen expres voor de zoete maïs en miniboilies ook al vielen ze vandaag totaal niet in de smaak.

Door toch voor deze aassoorten te kiezen zijn we er zekerder van dat er aas op de stek blijft liggen aangezien de kleinere voorns dit (nog) niet pakken. We willen selectief op grote voorn vissen en moeten met ons aas door een barrière heen, de barrière van herkenning wel te verstaan. De voorns die op deze rivier zwemmen komen mogelijk hun hele leven niet in aanraking met onnatuurlijk aas. Als karpervisser weet ik dat het erg lang kan duren om de vissen die groot zijn geworden op natuurlijk aas te laten wennen aan onnatuurlijk aas zoals maïs en boilies.

Het is wel een grote gok, want het bestand aan karper is hier groot en die lusten deze aassoorten ook graag. Uit ervaring weet ik dat karpers dergelijke voerplekken kunnen domineren ten nadele van de witvisvangsten en we komen tenslotte voor de voorns. We nemen de gok en voeren de stek stevig aan, zoals gezegd nu op grotere diepte.

Daarna rijden we naar een groot natuurlijk meer waar we ’s avonds laat aankomen. Overal waar we kijken zien we karpers springen. We worden helemaal blij van dit fantastische schouwspel. Het bestand dat we zien is te vergelijken met een commercial, maar dan is het wateroppervlakte honderden keren zo groot. Dankzij het gunstige klimaat, paait de karper hier meerdere keren per jaar en het jongbroed groeit snel in het voedselrijke water. Ondanks de slechte weersvoorspelling besluiten we om hier morgenvroeg in het donker al aanwezig te zijn. En aanwezig zijn we, wederom na een kort nachtje.

Tot onze grote telleurstelling is het vannacht heftig gaan regenen en bij aankomst regent het nog steeds met bakken uit de lucht. De moed zakt ons in de schoenen wanneer we zien dat het water in één nacht een ruime meter is gestegen. Om een lang verhaal kort te maken: de heftige regenval is dusdanig onprettig dat we rond twee uur ermee kappen. We zijn steenkoud, doorweekt en dat alles voor slechts drie aanbeten… Op de terugweg rijden we nog even bij de Ebro langs. Wederom voeren we de stek aan. Die avond staan we al vroeg aan de bar, te vroeg… En ja, het werd laat en gezellig. We proosten de onzekerheid weg en op de kilo voorns.

In pursuit for big roach

Het opstaan verloopt moeizaam, de reden laat zich raden. Eerst maar eens een paar aspirines de keel in. Toch staan we in het donker aan de Ebro. Vandaag is de hemel helder, maar het waait stevig en daarbij is het koud, steenkoud zelfs.

Op de thermometer van de auto zie ik dat het drie graden boven nul is en er staat zeker windkracht vijf á zes. We beginnen met vijf spods vol met zoete maïs en miniboilies. Uiteraard staat de spodhengel afgeclipt, precies op 35 meter. Omdat er op onze voerstek zo ’n vijftien meter water staat, clippen we de feederhengel af op zo ‘n 40 meter. Het voer uit de spod valt immers recht naar beneden, terwijl een feederkorf naar je toe komt tijdens de afdaling en ook nog eens vanwege de opwaartse druk van het water een extra boog veroorzaakt in de lijn. Wie mijn YouTube kanaal eens afspeurt zal hier een filmpje ontdekken hoe ik de juiste afstand exact bepaal.

We starten deze ochtend met de vertrouwde rode maden en na een uurtje vissen heeft geen enkele beaasde haak de bodem nog geraakt. Nog voordat de onderlijn de bodem heeft bereikt volgt er een aanbeet. De vis is massaal op de voerstek aanwezig en daarbij zijn ze vreemd genoeg een formaatje groter dan de eerste dag. Rond elf uur vang ik mijn eerste echt grote voorn van ruim boven de kilo. Tot mijn grote vreugde zie ik dat deze voorn boiliepoep uitschijt. Wel verdikkeme… de grotere vissen azen dus op de miniboilies!

Meteen veranderen we onze montages. Zowel Vincent als ik schakelen meteen over naar een lange boilie-onderlijn van 50 cm 23/00 mm met als aas een 10 mm boilie. Een gouden greep. De grote voorns zitten er wel degelijk, maar kregen gewoon geen kans vanwege de enorme concurrentie van kleinere vis. En de kleinere voorns laten de miniboilies gewoon liggen. Eén en één is drie. In rap tempo vangen we kilo voorns aan de lopende band, allen van vijftien meter diepte.

In de loop van de dag neemt de wind nog feller toe en slaan de golven op de kant. De golfslag beukt op het leefnet en het leefnet beukt op de stenen. We twijfelen geen moment om het leefnet om te keren en de gevangen vissen de vrijheid te laten voordat ze beschadigd raken. De zon schijnt fel en het wordt een woeste visserij aan de woeste golven en tussen de hoge rotsen van de Ebro. Het is voor mij een ongekende situatie om in deze omstandigheden grote hoeveelheden voorns te vangen. Het Spaanse avontuurtje is dik geslaagd, ik klok precies 92 vissen waarvan de meeste rond de kilo wegen. Vele voorns zijn om en nabij de kilo. Een van de toppers weegt 1225 gram, zonder kuit en helemaal leeg. Zou je deze voorns vol met kuit vangen, dan zijn gewichten van 1,5 kilo geen uitzondering. Twee tevreden mannen keren huiswaarts. Ze zijn een avontuur rijker.

Reismagazine

We Are Fly Fishing Magazine is gekomen met een nieuw digitaal reismagazine. De vrijheid om te gaan waar je wilt, staat steeds meer onder druk. Het aantal landen dat te maken heeft met interne en/of externe conflicten groeit met de dag. Tegelijkertijd wordt de drang om te reizen (op vakantie te gaan) met de dag sterker. Dit lijkt misschien tegenstrijdig, maar de angst voor verlies, of de beperking van de vrije wil, het grondgebied of het voedsel, leidt vrijwel altijd tot hetzelfde gedrag. Je vindt de nieuwe reiseditie op www.weareflyfishing.com.

Pont Audemer

Vlieg van de Maand: April 2013

Drie voor de prijs van één. Onze Vlieg van de Maand is er eentje die ondertussen thuishoort in het rijtje van de Franse klassiekers. Vermits wij in ons taalgebied, vooral als het ‘klassiekers’ of historische aspecten van de vliegvisserij betreft, voornamelijk aangewezen zijn op materiaal uit het Angelsaksische taalgebied, is de kans groot dat u, beste lezer er nog nooit van hebt gehoord. Tijd dus om dit kleine hiaatje even op te vullen. En om u helemaal te plezieren gooien we er ook nog eens enkele varianten tegenaan.

Tekst en foto’s Patrick Daniels

Zoals zo vaak het geval is bij ‘klassiekers’ zijn er in de loop der jaren ook bij de Pont Audemer (P.A.) een aantal varianten ontstaan en is het niet altijd even duidelijk hoe de originele versie er precies uit zag. Dit gaat zeker op voor onze gekende Normandische vlieg die eigenlijk op zich al een variant was van een vlieg uit het Angelsaksische gebied, de Mole Fly (M.F.). Pardon? De Mole Fly? Ja ook deze vlieg is in de loop der jaren flink onder het stof komen te zitten.

Van de P.A. zijn er intussen versies met en zonder staartsprieten, met witte en met gele vleugels, met een lijfje van natuurlijke raffia en van gele floss. In feite zijn er slechts weinig punten van overeenkomst tussen de Mole Fly en de Pont Audemer. De M.F. had staartsprieten, de P.A. niet. De M.F. had een gepalmerd lijfje, de P.A. enkel een kraaghackle.

Het enige punt van overeenkomst was de naar voren wijzende vleugel. Bij de M.F. waren dit twee quillvleugeltjes, bij de P.A. een bunchwing. De Pont Audemer was, ondanks het feit dat ze vooral gebonden werd op haak 12 en 14, een imitatie van een uitkomende meivlieg, een ‘emerger’ avant la lettre, zeg maar. Het was als het ware een vroege voorloper van de Klinkhamer. De P.A. hangt met het lijfje en de haakbocht onder de waterspiegel.

De vlieg steunt volledig op de kraaghackle, waardoor de vleugel min of meer rechtop staat en zeer goed zichtbaar is. In ieder geval was ze, en is ze nog steeds, een goed vangende vlieg en in sommige delen van Frankrijk is ze nog zeer populair. Wat belet ons om de kleur en de grootte van deze vlieg aan te passen om er bijvoorbeeld een uitkomende Olive van te maken? Het principe van het ‘emergen’ en het ‘hatchen’ blijft immers hetzelfde.

De bijgevoegde voorbeelden tonen enkele varianten met een met gele binddraad geribd lijfje van fazantenstaartfibers en een dun hackle. Enkel de vleugels verschillen. Bind dit vliegje op haakje 14 en 16 en je hebt een prima Olive-emerger of een prima vlagzalmvliegje.

Bindbenodigdheden

  • Haak: Kamasan B400 of Tiemco TMC 100 maat 12
    Alternatieven: Gamakatsu F11, Ashima F-15, Partridge L3A, Buyan C305
  • Binddraad: bruin
  • Lijfje: gele floss
  • Rib: pauwenherl
  • Hackle: bruine hanenhackle (4 wikkelingen)
  • Vleugel: fibers uit taling flankveertje

  1. Binddraad opzetten vlak achter het oog en 1 mm naar achteren wikkelen. Hier een busseltje fibers uit een talingflankveertje inbinden. Lengte vleugel = lengte haaksteel.
    2. Achterste eindje van de fibertjes schuin afknippen.
    3. Binddraad naar achteren wikkelen, een pauwenherl inbinden en binddraad opnieuw tot 2 á 3 mm achter de vleugelbasis wikkelen.
    4. Eindje gele floss bovenop de haaksteel inbinden, dubbelvouwen en mee inbinden tot achteraan haaksteel.
    5. Lijfje wikkelen tot op 2 of 3 mm achter vleugelbasis (strengetjes één voor één wikkelen).
    6. Lijfje ribben.
    7. Hackle inbinden.
    8. Hackle wikkelen met 4 wikkelingen. Hackle achter de vleugel vastleggen met 2 á 3 slagen.
    9. Breng de binddraad tot voor de vleugel. Mooi kopje wikkelen tegen de vleugelbasis aan om de vleugel rechtop te zetten.
    10. Whipfinish knoop leggen en binddraad afknippen.
    11. Een Olive variant met taling vleugeltje
  2. Voor een goede zichtbaarheid, een pink polywing vleugeltje. Prima vlagzalmvliegje.
    13. Een handjevol Pont Audemers. In Frankrijk nog steeds populair.

Paaigebieden voor snoek

In heel Europa zijn gezonde vispopulaties afhankelijk van goed functionerende aquatische ecosystemen. In Finland heeft de Finse Federatie voor de Recreatieve Visserij, een organisatie die lid is van de EAA, een concrete en succesvolle stap in deze richting gezet met het project ‘Pike Factory’ (Haukitehdas), een ambitieus, wetenschappelijk onderbouwd initiatief gericht op het herstellen van paaigebieden voor snoeken en het versterken van de snoekpopulatie op de lange termijn. De federatie heeft het hele projectidee landelijk opgezet. Verschillende andere partijen zijn geïnspireerd geraakt door het project van de federatie en zijn ook begonnen met eigen projecten voor het herstel van paaigebieden. Bron: www.eaa-europe.org.

Vissen op commercials

In het teken van ons 50 jarig bestaan gaan we terug in de tijd naar 2020, waar commercials nog niet door iedereen werden omarmd.

Eerlijk is eerlijk, nog maar enkele jaren geleden was bondscoach Jan van Schendel erg sceptisch over de visserij op Nederlandse commercials. Maar dat is tegenwoordig compleet anders! Er zijn veel redenen, maar op visvijvers vang je tenminste vis en, erg belangrijk bij wedstrijdvissen: hier komen de betere vissers toch ook vanzelf bovendrijven.

Tekst Jan van Schendel, foto’s redactie

Wat is er toch veel veranderd in de witvisserij! Zeker als je het vergelijkt met ‘vroeger’, zoals dat heet. En in dit geval hoeft de vergelijking met vroeger geen enkele decennia te zijn; zelfs als je de witvisserij van nu met pakweg tien jaar geleden vergelijkt, dan is veel anders geworden.

Natuurlijk, nieuwe ontwikkelingen en innovaties zullen er altijd zijn. Nieuwe of verbeterde ideeën zijn in welke sport dan ook aanwezig en dat is in de sportvisserij absoluut niet anders. Materialen worden beter en beter en worden ook steeds bereikbaarder voor grote groepen sportvissers. Daarnaast worden ook vismanieren alsmaar effectiever door nieuwe aanpassingen. Vooral in de wedstrijdvisserij zijn er heel veel ‘denkers’ die van alles uitzoeken en ontwikkelen om de concurrentie een stapje voor te blijven. Wat dat betreft mag je de wedstrijdvisserij gerust vergelijken met de Formule 1 in de auto-industrie. Heel veel nieuwigheden komen met name daar vandaan.

Wedstrijdvisserij mag je gerust vergelijken met de Formule 1 in de auto-industrie…

WAAROM ZO POPULAIR?

Soms, en dat zijn vaak de echt grote nieuwe ontwikkelingen in onze sport, zie je ook nieuwe vismanieren ontstaan, simpelweg door veranderende visomstandigheden. Zo was er ooit de ontwikkeling van de feedervisserij. Je zou het misschien niet denken, maar die nu toch algemeen bekende en veel beoefende visserij waaide pas over naar Nederland vanaf 1980 en werd eigenlijk pas echt populair in de jaren ’90. Logisch dat feederen gigantisch populair werd. Het is nu eenmaal een geweldig effectieve en bovendien relatief goedkope vismanier. In veel andere Europese landen, vooral in Midden- en Oost-Europa, zie je nu dezelfde ontwikkeling als destijds bij ons.

Een net zo grote nieuwe ontwikkeling is volgens mij het ontstaan van de visserij op de zogenaamde ‘commercials’, om er hier maar meteen een Engelse term tussen te gooien. Die Engelse term staat simpelweg voor het vissen op vaak (maar niet noodzakelijk) privétwateren, met een vaak prima visbestand en die je eigenlijk betaalwateren zou kunnen noemen. Je betaalt per dag of per dagdeel een bedrag voor het vissen op dat water.

WAT ZIJN F1-VISSEN?

F1’s zijn kweekvissen die het best te vergelijken zijn met giebels, de Zuid-Europese carasio’s en met een beetje fantasie zelfs de kroeskarper. Deze vissen zijn met name zo geschikt voor dit soort wateren omdat ze ook azen tijdens de koude wintermaanden, wanneer normaal gesproken karpers bijna niet azen of ergens allemaal bij elkaar zwemmen. F1’s zijn speciaal gekweekt om ook tijdens de wintermaanden een interessante visserij te garanderen voor de bezoekende vissers.

ENGELAND VOOROP

Zoals zo vaak met grote nieuwe zaken in onze sport, is ook deze nieuwe soort visserij overgewaaid vanuit het Verenigd Koninkrijk. Engeland met name. Het ontstaan van dit soort visserij gebeurde in een tijd dat ik vaak wedstrijden viste; zo zag ik ook meteen het ontstaan van die visserij. Er was in Engeland op de natuurlijke wateren gewoon heel weinig vis meer te vangen. Bovendien was de bereikbaarheid van die wateren ronduit dramatisch slecht te noemen. Dat gold misschien nog wel meer voor die plaatsen waar wedstrijdparkoersen lagen.

Nergens was het niveau van de wedstrijdvisserij hoger dan wat ik daar meemaakte en dat interesseerde me mateloos. Ik heb altijd genoten van de visserij en heb er mijn mooiste wedstrijden gevist. Dat neemt echter niet weg dat het soms gekkenwerk was om alleen maar op de visstek te geraken. Eindeloos lopen over zompige kleiakkers en dan vaak, als je het water had bereikt, nog langs vijftig steknummers tot aan je eigen visstek. Echt vre-se-lijk, iets wat in Nederland gewoon absoluut onmogelijk zou zijn.

Waar kun je vissen op commercials
Gelukkig transformeren ook steeds meer verenigingen een water om tot een visrijke vijver!

Ik schreef het al, bijna altijd ging het om wel erg weinig vis en bovendien was er nog een groot probleem. Met name in de steden werden vaak de achtergelaten auto’s opengebroken, met alle problemen van dien. Kortom, het was al met al niet zo onbegrijpelijk dat iemand op het idee kwam – iemand met veel geld en veel land – om een water simpelweg te laten graven met de sportvisserij op allerlei manieren in gedachten. Met veel vis, in een mooie ligging, goed bereikbaar, met een viswinkel en natuurlijk met een soort cafetaria waar in ieder geval een Engels ontbijt was te krijgen, maar zeker ook met iets te drinken na de vissessie. Nou, zoals men in Engeland zegt: “the rest is history”. Het succes van die eerste ondernemer leidde tot steeds meer van dat soort wateren. Ik durf gerust te stellen dat de ontwikkeling van het commercial vissen in Engeland de redding is geweest voor het wedstrijd- en witvissen! Een uitspraak die door veel Engelse topvissers, zoals Bob Nudd, openlijk wordt uitgesproken.

In Engeland zijn er zo’n 1500 tot 2000 geregistreerde vijvers en vijvercomplexen; sommige locaties hebben meer dan 1000 visstekken!

Voorbeeld van een XL commercial, het Lindholme Lakes Country Park met meer dan 450 pegs! Bron: YouTube.

VIJVEREXPLOSIE

Juist omdat ik grote verschillen zag met de visserij in ons land, ben ik heel lang erg sceptisch gebleven over de ontwikkeling van de visserij op commercials bij ons. In Nederland waren heel veel wateren altijd perfect bereikbaar. Er was bovendien overal volop vis te vangen en bovendien is nergens in Europa — dat mag gerust eens worden gezegd — het vergunningsysteem beter en goedkoper geregeld dan in ons land.

Ik kon me simpelweg nooit voorstellen dat er voldoende voedingsbodem voor de commercialvisserij bij ons zou zijn of ontstaan. Nooit dacht ik destijds dat met name de visstand op heel veel wateren zo zou afnemen. En al helemaal stond ik destijds nooit stil bij het feit dat veel openbare wateren tegenwoordig veel minder goed bereikbaar zijn, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe fietspaden waar we met de auto geen toegang meer tot hebben…

In tegenstelling tot mijn gedachten van toen bleek later dat er wel degelijk ruimte was voor dit soort visserij in ons land. Wel is het volgens mij een groot probleem om genoeg visplekken te creëren ten opzichte van de vraag die er nu is ontstaan. Hierdoor is het commerciële vissen tot op heden kleiner dan het zou kunnen zijn. Het valt nu eenmaal niet mee om in ons kleine landje, met al zoveel ruimtegebrek, planning permission te krijgen om dit soort wateren aan te leggen. Zeker niet wanneer het een commercieel project blijkt te zijn, waardoor bijvoorbeeld de belangen van de bestaande lokale middenstand eventueel kunnen worden geschaad.

Om de juiste gradaties even aan te geven: in Engeland zijn er zo’n 1500 tot 2000 geregistreerde vijvers en vijvercomplexen, waarbij er locaties zijn met meer dan 1000 visstekken! Ik vrees dat er op dit moment in Nederland nog amper meer dan 1000 visstekken zijn voor deze visserij bij elkaar. Trouwens, in België zijn er honderden en honderden vijvers die steeds meer karpergericht worden.

Hoe je het ook wendt of keert, ook in ons land heeft de visserij op commerciële visvijvers absoluut een plek verworven in de sportvisserij. Daar is absoluut niks mis mee! Er is vaak veel vis te vangen en ook gaat het om interessante vissoorten die te vangen zijn. Met name de karpers en de F1’s zijn prachtige vissen om te vangen en, eerlijk is eerlijk, ook ik ben inmiddels ‘gegrepen’ door met name de visserij op de F1’s.

ANDERE MANIER VAN DENKEN, ANDERE AANPAK

De visserij op de commerciële wateren in ons land is eigenlijk vooral karper- en F1-gericht. Op sommige plekken worden die vissen zowel met de vaste stok als met feederhengels bevist. In verreweg de meeste gevallen spreken we over relatief kleine wateren en veel van die wateren zijn met name geschikt voor het vastestokvissen. Het visbestand is vrijwel altijd groter, relatief gezien, dan op de meeste natuurlijke wateren en dus moet je daar als visser rekening mee houden bij het bepalen van de juiste aanpak. Simpel gesteld: je hoeft nu minder de vissen aan te lokken naar je visstek. Ze zwemmen er vaak al, namelijk.

Het gebruikte vismateriaal verschilt natuurlijk, afhankelijk van waar je vist. Iedereen zal begrijpen dat je dikkere lijnen zal moeten gebruiken op plekken waar karpers van vijf kilo te vangen zijn, dan op plaatsen waar ze amper boven één kilo uitkomen. De 08/00 tot 12/00 mm diameter lijnen kunnen in ieder geval gerust worden gewisseld voor 14/00 mm tot 20/00 en soms nog dikker. Alles natuurlijk gebaseerd op het effectief bevissen van de te vangen vissen op een bepaald water. Gebruik bij twijfel gerust een maatje dikker, zou ik zeggen. Met name in de warmere zomermaanden, wanneer de karpers gruwelijk veel kracht kunnen ontwikkelen.

De dobbers moeten allen wat robuuster zijn dan bij het klassieke witvissen.

DIVERSE VISSERIJ

Een van de mooie dingen aan de visserij op commercials vind ik dat je telkens weer op andere manieren de aanwezige vissen het best kunt bevissen. Het ene moment werken simpelweg maden en casters prima, dan weer is maïs een veel beter aas. Bijna altijd zijn de aanwezige vissen bovendien gekweekte vissen en die zijn vaak grootgebracht met allerlei pellets. Dat aas kennen ze dus en lusten ze bijna altijd graag. Op veel wateren kun je heel succesvol vissen met wormen en dan is er met name in de warmere jaargetijden nog de visserij met deeg, die soms onverslaanbaar kan zijn. Al die verschillende aassoorten vereisen weer hun eigen vismanier en soms ook hun eigen specifieke materiaal. Kortom: er is altijd iets te leren en te bedenken. Passief vissen is bovendien maar zelden een optie, zo is me inmiddels wel duidelijk geworden. Al met al is op commercials echt een prachtige visserij ontstaan, waarbij tijdens wedstrijden de beste vissers ook vaak echt weten te winnen. Ik zie wedstrijdvissen als een eerlijke sport en dan kan ik dat toch alleen maar mooi vinden?

Om even terug te komen op de verschillende vismanieren, volgt hier een overzicht van de belangrijkste aassoorten, hoe en wanneer ze te gebruiken:

Variatie ten top: wat is vandaag het meest effectief? Natuurlijk aas, ‘modern aas’ als pellets of deeg, of een mix?

Op commercials is echt een prachtige visserij ontstaan, waarbij tijdens wedstrijden de beste vissers ook vaak echt weten te winnen.

NATUURLIJK AAS

MADEN

Ook op de commercials geldt dat maden het meest natuurlijke aas zijn dat er bestaat. Maden zullen alle vissen vangen, groot maar ook vaak klein. Maden zijn met name in de koude maanden op veel commercials een geweldig aas. Bedenk wel dat je vaak dient te vissen met weerhaakloze haken (bijna altijd een van de regels op dit soort wateren). Dode maden werken dan vaak prima op de haak, simpelweg omdat ze er beter blijven zitten. Ook kun je met dode maden prima vissen op een hair rig met een bandje.

Levende maden zijn een topaas, maar kunnen ook veel, relatief kleine vis aanlokken.

CASTERS

Ook soms een prima aas, dat qua gebruiksmanier is te vergelijken met maden. Zeker niet het meest gebruikte aas op commercials, maar daar waar de vissen dit aas goed kennen kan het prima werken om ermee te voeren en te vissen.

Dode maden blijven erg goed op de vaak verplichte weerhaakloze haak zitten.

WORMEN

Zo’n geweldig aas soms! Vooral in het voorjaar en het najaar. Simpelweg enkele stukjes van een grote worm in een baitbandje stoppen werkt vaak prima. Op de haak kan ook, maar dit bewegende aas kan soms van de weerhaakloze haak vallen. Kleine beetjes fijngeknipte wormen voeren via een klein pole cupje en dan het haakaas precies daarop laten vallen, kan soms onverslaanbaar zijn!

In dit geval wordt de worm op de hair gezet en met een method gevist.

MAÏS

Een van de meest allround aassoorten en daarmee ook bijzonder geschikt voor de visserij op commercialvijvers. Karpers en ook F1’s lusten nu eenmaal heel graag maïs. Altijd wat maïs voeren via een pole cup wanneer je met dit aas op de haak vist. Denk er ook eens aan om een combinatie van maïskorrels en gecrushte maïs aan te voeren pal onder de eigen visoever. Bijna altijd komen de grootste karpers laat in de wedstrijd pal onder de eigen oever. Soms tot pal tegen het leefnet aan, vaker een eindje links of rechts van waar je zit. Dat kan het verloop van een wedstrijd in een ommezien totaal veranderen. Die grote vissen willen dan maximaal azen op dat moment, dus dan moet er ook wel wat aas klaar liggen voor die vissen!

Met een pole cupje kun je een erg geconcentreerde plek creëren.

PELLETS

Wanneer er veel vis zwemt, werkt een iets grotere harde pellet in een baitbandje vaak prima. Iets groter in vergelijking met de harde pellets die je voert, wel te verstaan. Op veel commercials reageren de vissen absoluut positief op geluid en worden naar de visstek gelokt door los bijgevoerde pellets. Daartussen hangt dan het iets grotere haakaas. Zorg er wel voor dat de bijgevoerde pellets zinken! Voor gebruik de pellets even iets bevochtigen en controleren of ze zinken. Hoe lang precies bevochtigen, hangt af van het type pellet. Zorg ervoor dat ze niet te zacht en kruimelig worden; dat trekt kleine vis aan.

Positieve geluidsgewenning: vlak na het droppen van het aas wordt het elastiek al uit de top getrokken!

Ook softpellets en/of expanderpellets werken vaak prima; zeker in de koudere maanden vaak beter dan harde pellets als haakaas. Verschillende soorten expanders dienen op een voor hun specifiek beste manier te worden klaargemaakt. Deze informatie staat meestal op de verpakking. Het gaat uiteindelijk maar om één ding: dat ze goed en lang op de haak blijven zitten.

DEEG

Het vissen met deeg of ‘paste’ is een kunst apart bij de commercialvisserij. Ik kan hier echt niet in een ommezien alle ins en outs omschrijven. Dat vergt een compleet apart artikel en ik beloof jullie dat zo’n artikel er ook gaat komen. Het onderwerp is belangrijk genoeg ervoor. Onvoorstelbaar wat voor doeltreffende manier van vissen dit vaak kan zijn!

Deeg is een hoofdstuk apart; we komen daar in een ander artikel op terug! (foto: Bart de Crée)

VISSEN OP COMMERCIALS: BASISTIPS

De regelmatige lezers van mijn artikelen weten inmiddels wel dat ik houd van een zo simpel mogelijke aanpak, en dat geldt voor elk type visserij. Volgens mij zijn wij vissers vaak degenen die de dingen te gecompliceerd maken. Daarbij nog iets (en ook dat is simpel): het is allereerst belangrijk om zo effectief mogelijk te vissen op ieder gebied.

Met een korte opslag moet je met beleid de haak zetten.

Het gaat bij de visserij op commercials vaak om veel vis en flinke gewichten. Vooral tijdens de warmere maanden van het jaar. Veel vissen verspelen is dus absoluut geen optie! Hetzelfde geldt voor het aanlokken van te veel vissen tegelijk. Lang niet iedere beweging van de dobber is een aanbeet. Jezelf beheersen is een belangrijk onderdeel van deze visserij. Probeer, zeker wanneer je ondiep vist of pal tegen de oever, om de haak te zetten door een simpele beweging van de hengel opzij of naar boven. Hard aanslaan betekent absoluut een hoop problemen. Met name wanneer je vist met een hele korte opslag (afstand tussen dobber en hengeltop)! Alles draait dan om de hengel, en vaak eindigt het in een niet meer te ontwarren spinnenweb.

Nog iets over het vissen zelf. De precieze reden ervoor weet ik niet, maar op heel veel vijvers zijn de taluds heel steil, vooral pal tegen eilandjes en de eigen oever. Probeer bij een bodemvisserij altijd om het aas aan te bieden vlak tegen de bodem, maar vis nooit te ver op die bodem. Met name wanneer je vist op de F1’s zul je merken dat het soms ‘krengen’ zijn om te vangen. Alleen nadat je de perfecte diepte vindt, zal je ze maximaal vangen zonder al te veel aanbeten te missen. Enkele centimeters dieper of ondieper kan al een enorm verschil uitmaken!

Ik schreef het al, de vissen zijn vaak al aanwezig op je stek en te veel vissen tegelijk aanlokken levert vaak te veel lijnzwemmers op. Het voeren dient dan ook secuur op de visstek te gebeuren en bovendien zijn kleine aashoeveelheden vaak al genoeg. Dat is wat vaak wordt bedoeld met het ‘vis voor vis’ lokken en vissen.

Te veel vis op de stek kan contraproductief werken.

METHOD FEEDEREN

Daar waar het feedervissen is toegestaan, is het vissen met de methodfeeder meestal een geweldige vismanier. De grondbeginselen van deze visserij zijn even duidelijk als simpel. Zuiver werpen is een must, het voer of de pellets mogen pas op de bodem zich rond de methodvoerkorf verspreiden en nadat de korf de grond heeft bereikt mag hij nooit nog bewegen! De aanbeten zullen niet te missen zijn, en ook hier is het zaak om je goed te beheersen. Wanneer er veel vissen op de stek zwemmen, zijn lijnzwemmers onvermijdelijk. Laat de hengel liggen totdat je zeker bent dat de vis zich heeft gehaakt. Negen van de tien keer is dat de beste manier. Gebruik ook altijd een ribbelsteun (wokkel) of een ander type hengelsteun waar de hengel niet vanaf getrokken kan worden. Een gladde hengelsteun is hier absoluut uit den boze!

Laat je niet gek maken door de ‘lijners’ en wacht pas op een overduidelijke beet!

Het vissen met enkel een Arlesey bomb, oftewel wartelloodje, kan ook bijzonder doeltreffend zijn. Vaak is het schieten van enkele 8 mm pellets al genoeg om in de buurt rondzwemmende karpers aan te lokken. Het vissen met zo’n bombloodje, in combinatie met een grote harde pellet, boilie, wafter of wat voor ander aas dan ook op een hair rig, kan een fantastische vismanier zijn!

Met de method kun je prima grondvoer en pellets brengen. Wil je ook los aas voeren, gebruik dan kleine korfjes, dat werkt ook prima!

VIS EENS MEE

Wat een variatie in visserij… en dan hebben we het nog niet eens gehad over bijvoorbeeld de visserij met de pellet waggler, dibbers en voerdobbers… Nu is het zaak om een en ander eens in de praktijk uit te gaan proberen. Ik heb al zo vaak vissers gezien die ‘bang zijn voor het nieuwe’, met name wedstrijdvissers. Dan zie ik ze komen kijken tijdens een wedstrijd, en nog eens en nog eens; vaak weet ik dan al genoeg. Men blijft weg omdat men het toch niet aandurft. Tja, in onze sport kun je nooit alleen maar winnen. Dat lukt zelfs niet na vele jaren lang een bepaalde vismanier te beoefenen. Hoe dan ook moet je tijd, moeite en inzet investeren om iets onder de knie te krijgen. Mijn advies? Vis simpelweg eens mee! Een betere manier om dingen te leren bestaat niet. Wat is er nu te verliezen behalve wat tijd? Tot ziens aan de waterkant!

Ik geef het toe: ook ik was jaren terug sceptisch, maar nu ben ik helemaal om!

Meer muskusratten gevangen

In 2025 vingen de waterschappen meer muskusratten dan in 2024. Vooral in het westen van Nederland nam het aantal vangsten toe. Muskusratten vormen een risico voor onze veiligheid doordat ze gangen graven in dijken en kades. Ze zorgen ook voor schade aan de natuur. De grootste stijging vond plaats in het westen. Daar werd meer dan de helft van alle muskusratten gevangen. Het ging vooral om vangsten in de gebieden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Extra bestrijders zorgden ervoor dat er meer dieren werden gevangen. Bron: www.waterschappen.nl.

Vroege Zeebaars

We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2019 van Rico ’t Mannetje

Wanneer de zoetwaterbaarzen (verplicht) wat rust wordt gegund, komt het zeebaarsseizoen langzaam op gang. Veel vissers weten niet beter dan dat de zeebaars alleen in de zomer langs de Nederlandse kust is te vangen. Niets is minder waar… Er is tegenwoordig een behoorlijk bestand aan zeebaars dat letterlijk overwintert in het Europoortgebied. De condities zijn blijkbaar zo goed, dat een trek in het late najaar naar het zuiden overbodig is geworden. Geef de voorjaarsvisserij op zeebaars eens een kans.

Tekst & Foto’s: Rico ’t Mannetje

Dat momentje net voor het donker worden

Plekken waar warm koelwater in grote hoeveelheden naar zee wordt afgevoerd zijn, met name in de winter, een trekpleister voor zeebaars. Het voordeel van dit soort stekken is, dat wanneer de temperatuur van het zeewater richting de 10 graden gaat, de zeebaars rond dat soort gebieden al behoorlijk actief wordt. En laat dat nu net rond de sluiting van het roofvisseizoen in zoet water zijn! We blijven dus in de roofvismodus op baars en de hengels hoeven niet naar zolder. Het vissen op baars kan gewoon worden voortgezet, er moet alleen even het woordje ‘zee’ voor worden geplaatst.

Vliegvissen

Ook met de vlieghengel vissen op deze zilveren rakkers kan dikke pret opleveren. Heb je nog nooit met de vlieghengel op zeebaars gevist en staat dit al lang op je to-do list? Dan is dit het moment om de feeling voor deze methode van zeebaarsvissen op te pakken. Gebruik met de vlieghengel niet meteen de grote streamers, maar houd het klein. Kleine streamers en garnaal imitaties zijn perfecte kunstvliegen voor in het voorjaar!

Diverse kunstvliegen

Materiaal

Het formaat zeebaars waar ik over spreek is natuurlijk niet de typische ‘najaars’ baars van 65 centimeter en 3 kilo zwaar. Nee, we hebben het hier over zeebaarzen tot 45 centimeter. Maar juist de grote aantallen en de agressiviteit van dit formaat baars, maakt het zo leuk om hier gericht op te vissen. De trend van het gebruik van licht materiaal op zeebaars komt hier volledig tot zijn recht.

Voor deze visserij gebruik ik graag een spinhengel van zo’n 2,50 meter lang met een werpgewicht tot circa 30 gram. Ondanks het lage werpgewicht gaat mijn voorkeur uit naar een hengel met een strakke topactie. Hierdoor heb je wat meer controle over je kunstaas en kun je, indien nodig, ook op grote afstanden de haak beter zetten. De molen is een 3000 tot 4000 formaat, volgespoeld met 08/00 mm gevlochten lijn van een goede kwaliteit. Verbind de gevlochten lijn nog even met metertje fluorocarbon van 35/00 met een Alberto knoop. Deze is vrijwel identiek aan de Allbright knoop, behalve dat het aantal windingen verschilt. Maar dan ben je er helemaal klaar voor.

Diverse lepels en spinners

Kunstaas

Omdat het formaat zeebaars vaak niet groter is dan 45 centimeter, pas ik mijn aas hierop aan. Klein (kunst)aas in de vorm van shads, pilkers, lepels en kleine plugjes tussen de 6 en 9 centimeter blijken in deze periode vaak succesvol. Niet heel onlogisch, want het aanbod aan natuurlijk aas is nog beperkt en zeker niet van groot formaat.

Jigkopjes tussen de 5 en 15 gram zijn meestal voldoende. Pas het gewicht van de jigkop aan op de stroming. Vis niet te zwaar en zeker niet te licht! Bied je kunstaas zo dicht mogelijk tegen de bodem aan. Mocht de shadvisserij niet helemaal je ding zijn, vis dan gewoon met lepels. De lepel is echt een onderschat stukje kunstaas voor de zeebaars. Werp het lepeltje uit, laat het afzinken tot de bodem en vis het met een ‘stop en go’ techniek binnen. Kind kan de was doen!

Waar ik juist in de zomermaanden het liefst met natuurlijke kleuren kunstaas vis, gooi ik het roer in het voorjaar volledig om. Het kan vaak niet gek genoeg als het gaat om de kleur. Chartreuse, oranje, roze, rood en geel zijn vaak de kleuren waarvan de zeebaars compleet door het dolle gaat. Gebruik af en toe zo’n felgekleurde shad met een glitter erop en je krijgt de baarzen aan het dansen.

Waar moet ik zijn?

In het voorjaar zijn vooral de gebieden rond de koelwateruitlaten potentieel goede visplekken. Denk bijvoorbeeld aan de Yangtzehaven, het Hartelkanaal en het Beerkanaal in het Europoortgebied. Via deze waterwegen wordt het warmere koelwater afgevoerd naar zee. Let wel even op het tij. De ‘regels’ die gelden in de zomer, gaan vaak niet op in het vroege voorjaar. ‘s Zomers vis ik zelf graag rond laagwater, maar in het voorjaar is al vaker gebleken dat starten vlak na hoogwater meer actie oplevert.

Wanneer je in de zomer geen activiteit ziet aan het wateroppervlak, ben je snel geneigd om je kunstaas wat trager aan te bieden. Niet zo gek, dat is logischerwijs vaak ook de juiste manier. Maar in het voorjaar mag je voor die scholenbaars echt wat vaker je kunstaas snel en afwisselend binnen vissen. De scholenbaars is nu agressief en hongerig!

Bonus baars tijdens een vliegvis sessie in het voorjaar

Aandachtspuntjes

Zodra je één van eerdergenoemde ‘voorjaars’stekken wilt bevissen, moet je rekening houden met bepaalde factoren die je dag tot een succes kunnen maken. In de zomermaanden heb je vaak visuele referentiepunten, zoals het aanwezig zijn van aasvis, duikende meeuwen of het werkelijk zien jagen van zeebaars. In het voorjaar is dat net even anders. Geen van deze referenties zul je in deze periode snel tegenkomen. Je moet dus echt vertrouwen op je stek, zelfs wanneer het lijkt of er totaal activiteit is!

Er zijn wel factoren die je kans vergroten op succes. Houd het tij goed in de gaten. Begin bijvoorbeeld eens een uur na hoogwater. Zodra het water begint te zakken, zorgt het afgaande tij dat het warme koelwater via de havens wordt afgevoerd naar zee. Het lijkt erop dat de zeebaars dan juist de overwinteringsplekken verlaat, op zoek naar voedsel. Bied je kunstaas dan niet alleen aan op open water, maar vis ook eens langs de stenen. De kans op het vastlopen van je kunstaas aan één van die stenen wordt groter, maar de beloning kan soms groot zijn.

Ook de zon speelt vaak een belangrijke rol. Op een zonnige dag in het vroege voorjaar kan de zeebaars zomaar uit de trage wintermodus komen en veranderen in felle en jagende vissen die alles grijpen wat los en vast zit. Maak in deze periode vooral ook meters. Krijg je op een stek niet binnen 15 minuten een aanbeet, loop dan voorzichtig 20 meter verder en probeer het hier opnieuw. Dat de zeebaars soms in groten getale aanwezig kan zijn, wil niet altijd zeggen dat ze er dan ook overal zijn. Zeebaars houdt zich, vooral in het vroege voorjaar, vrij gegroepeerd op. En net als in de zomer komt de vis niet naar jou, maar moet jij naar de vis toe.

Yantzehaven

Kwestie van tijd

Met de maand mei en juni in het vooruitzicht, is het een kwestie van tijd voordat de echt grote scholen zeebaars langs de Nederlandse kust verschijnen. En met die trek vanuit het zuiden naar de kust, komen ongetwijfeld ook de grote baarzen weer mee. Zeebaarzen die je een hartslag van 150 bezorgen na een felle, harde aanbeet. Laat ze maar komen!

De mooie periode komt er weer aan; de tijd van tot 22.00 uur nog daglicht en dan nog even een uurtje in het donker meepakken. De tijd van snoeiharde aanbeten waarvan de hengel bijna uit je handen wordt getrokken. En misschien, heel misschien hoeven we niet eens meer zo lang te wachten voordat we de eerste zeebaarzen weer aan het wateroppervlak kunnen vangen. Zoveel moois, nu al en in het vooruitzicht. En het is pas amper mei!

Het voorjaar wordt vaak onderschat als het gaat om het vangen van zeebaars. Geef het (vroege) voorjaar eens een kans en je zult versteld staan wat voor vangsten je soms kunt boeken. De echt grote zeebaarzen komen later wel. Geniet nu vooral van de scholenbaars, hun agressie en het spelletje!

Balkan

De laatste wilde rivieren van de Balkan verdwijnen! Uit de meest recente hydromorfologische beoordeling blijkt dat sinds 2012 bijna 2.500 km aan ongerepte Balkanrivieren verloren is gegaan… Het aandeel bijna-natuurlijke rivieren is gedaald van 30% naar slechts 23%, waarbij Albanië de sterkste daling laat zien, grotendeels veroorzaakt door de ontwikkeling van waterkrachtcentrales en rivierregulering. Hoewel inspanningen op het gebied van natuurbehoud met succes zo’n 900 km aan rivieren hebben beschermd, moet er nog veel meer gebeuren. Riverwatch en EuroNatur roepen op tot onmiddellijke actie en strengere nationale en EU-beschermingsmaatregelen om de unieke rivieren van de Balkan te beschermen voordat het te laat is. Bron: www.balkanrivers.net.

Meer viswater

Afgelopen maanden is de VISpas uitgebreid met tientallen nieuwe wateren door heel Nederland. Het gaat om wateren in de gemeenten Amsterdam, Moerdijk, Leudal, Horst aan de Maas, Maasgouw, Peel en Maas, Stein, Venlo en Zwolle. Limburg spant de kroon met 22 nieuwe wateren, goed voor ruim 90 hectare. Deze uitbreiding van het arsenaal aan VISpas-water is voor een belangrijk deel te danken aan hengelsportverenigingen die hun bestaande en nieuwe viswateren hebben gedeeld. De VISplanner is volledig up-to-date; de nieuwe wateren zijn hierin verwerkt. Bron: Sportvisunie.

Polderkarper – Statisch of Pennen?

We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2019 van Richard Gans.

Het beste van twee werelden

RICHARD GANS – Als penvisser ben je vaak beperkt tot het vissen met één hengel, terwijl je vergunning toestemming geeft tot meerdere hengels… Vissen met 2 of 3 hengels kan wel, maar dan middels een statische visserij. Helaas doet het statisch vissen snel af aan de charme van het afstruinen van kleine voerstekjes. De naam statisch zegt het al… je bent niet meer mobiel. Dat is jammer, want er zijn genoeg mogelijkheden om mobiel te zijn en toch met meerdere hengels te kunnen vissen zonder de charme van het penvissen te verliezen. Het beste uit twee werelden combineren!

Ik schrik op uit mijn concentratie! Driftig drukt een driftige bestuurder op de langste weg van Nederland zijn claxon in tot het uiterste van zijn kunnen. Het gaat allemaal niet snel genoeg volgens deze driftkikker. De auto voor hem haalt niet snel genoeg in en middels lichtsignalen en wild getoeter probeert hij dit duidelijk te maken. Het gebeurt uiteraard in luttele seconden, ik zit namelijk gewoon stil op mijn stekje vlak langs deze drukke snelweg, ook wel de A7 genoemd. Het voorbijrazende verkeer hoor ik allang niet meer, alleen de ‘niet auto’-geluiden hoor ik. Een sirene, een klapperend vrachtwagenzeil, een gierende imperial of een luidruchtige motorfiets zijn een aantal van de geluiden die ik nog niet kan negeren. Ze zijn me nog vreemd…

SNELWEGSTEK

Drie jaar woon ik nu langs deze snelweg en in die drie jaar ben ik nog nooit zo happy geweest met mijn visserij. Het vissen op karper langs een van de drukste wegen van Nederland heeft mij geen windeieren gelegd. Over gewichten heb ik het niet, dat is voor mij van ondergeschikt belang. Als je kunt kiezen tussen tien kleintjes of tien zware vissen, dan ga je voor de dikke vissen, toch? Tuurlijk! Maar die keuze heb ik hier niet! Of beter gezegd, de keuze van het gemak en rust zonder andere vissers, die heb ik wel en dat is namelijk daar waar de wat kleinere vissen zwemmen. Het hoogste gewicht dat ik hier kan vangen, zal rond de 10 à 12 kilo zijn… en geloof me, dan zit ik al aan de hoge kant.

Desalniettemin kan ik mijn spreekwoordelijke ei prima kwijt in deze visserij en zijn er al aardig wat mooie vissen uitgekomen, en dat op een polderstelsel van ruim 125 km lang. De vis kan werkelijk overal zwemmen, maar door regelmatig een stek te onderhouden en niet te bevissen, blijven de meeste karpers zich ophouden langs de drukke snelweg. Dat deze ringsloot hier ook wat breder is, speelt natuurlijk ook een rol. Alsook de burgergigant die grenst aan deze sloot. Een prettige bijkomstigheid: een snelle hap is zo gehaald!

SNELLE HAP

Over snelle hap gesproken: een karper is zeker ook niet vies van deze snelle hap, die te groot voor de maag van de koper was en dus achteloos in de sloot wordt gesmeten. De restanten hamburgervlees, groenten en krulfrietjes krijgen maar vaak genoeg een zwiep richting sloot… Dat meer dan de helft de sloot niet bereikt, is bijzaak. De rattenpopulatie is bijzonder groot (de ratten zelf ook), dus deze restanten blijven daar niet lang liggen…

Regelmatig laat ik dan ook een pennetje zakken bij deze hamburgerketen. Dit doe ik meestal in de vroege uurtjes, zodat er niet al te veel pottenkijkers of potentiële stekgebruikers aanwezig zijn. De vissen zijn niet bijzonder groot, dus voor het gros van de karpervissers is het niet interessant genoeg. Dat is mooi meegenomen. Mijn ego is bescheiden, net als het formaat vissen dat hier zwemt.

Als ik bijvoorbeeld op mijn ‘thuiswater’ vis, daar waar grotere vissen zwemmen, dan is het haast onmogelijk om een ‘onherkenbare’ vangstfoto te maken. Helemaal in de beginperiode van het jaar. Het riet is dan nog laag, de bosjes niet dichtgegroeid en de bomen nog leeg van blad. Stekherkenning 2.0, dus tel uit je verlies.

Daar heb ik hier dus geen last van. Uiteraard loop ik er niet mee te koop en zal ik, als het even kan, ‘onzichtbaar’ langs de oevers vertoeven. Wekelijks gooi ik hier en daar wat boiliekruim, mais en bollen verspreid over de hele ringsloot. Tijdens de wintermaanden doe ik dit mondjesmaat. Bij een koude, gure oostenwind is door de jaren heen gebleken dat het hier en bij andere polderstelsels uitgestorven is. De dwarssloten zijn dan een toevluchtsoord voor de vissen. Ze kunnen daar in de luwte liggen en zijn vrij van golfslag en windvlagen. Een zuidwester is daarentegen een prima windje, ondanks dat deze ook vol in de sloot staat. Op een of andere manier hebben de vissen hier totaal geen last van. Misschien komt het omdat deze wind wat vriendelijker aanvoelt en het (ondiepe) water enigszins voorziet van zuurstof en warmte. Het is mij te vaak gebeurd dat ik tijdens een oostenwind met een droog net thuiskwam, dus ik waag het er niet meer op.

INTERESSANTE STEKJES

Uiteraard trek ik er vaker op uit om elders in de polder een pennetje te laten zakken. Op dit uitgestrekte waterstelsel kun je in de meest gevarieerde stukken water karper verwachten. Van grote kanalen en diepere plassen tot smalle slootjes en kleine poeltjes. Maar hoe vang je daar de karper?

Wat je in eerste instantie moet doen, is proberen de vis te lokaliseren. Het spreekt voor zich dat een grote, uitgestrekte plas water zich niet goed leent voor een polaroid zonnebril en een petje tegen de zon… Hier kun je het beste een dieptemeter of een peilhengel met dyneema gebruiken om de bodem af te tasten. Maar alleen als er ver uit de kant gevist moet worden. Bij de pen- en/of kantvisserij volstaat de penhengel om snel een beeld van de bodemstructuur te krijgen.

Wel kun je bij deze uitgestrekte plassen interessante stekken vinden in de kantzones. En deze stukken zijn de ideale stekken voor deze visserij. Een overhangende struik, boom of oude steiger zijn de uitgelezen stekken om je geluk te vinden in een bonkig stuk karpervlees. Op de kanalen vind je de beste stekken meestal bij ‘afwijkende’ objecten. Denk aan meerpalen, bruggen, sluizen of bochtige gedeelten van een kanaal. Smalle (polder)slootjes en siervijvers zijn meestal wat makkelijker te ‘lezen’. Het merendeel is ondiep en de vis zit vaker in de bovenste laag van het water. Zo heeft elk water een andere voorbereiding nodig.

MOBIEL VISSEN LOONT!

Eenmaal de stekken gevonden, is het zaak om deze aan te voeren en deze later een voor een af te vissen. Een half uur tot een uur vissen volstaat per stekje. De penhengel is de hengel die de meeste aandacht vraagt. Om toch de kansen te verdubbelen, neem ik steeds vaker een hengel met een ‘vastlood’-montage mee. Soms liggen de stekjes wat dichter bij elkaar en dan is het mogelijk om op deze manier twee aangevoerde stekjes te bevissen. Eén met de pen en de ander met het vaste lood.

Mocht je op een stek last hebben van witvis, kies dan voor de vastloodmontage. Met deze montage is het mogelijk om met grotere, witvisbestendige aassoorten te vissen, zoals boilies en tijgernoten. Vervolgens bevis je met de penhengel een ander stekje. Zo kun je variëren en ben je enorm mobiel. Je kansen vergroten door mobiliteit is misschien wat intensiever dan domweg achter een paar hengels te gaan zitten en wachten op die ene passerende vis, maar veelal vang je door mobiel te zijn meer vissen en in een korter tijdsbestek.

INSTRUMENT

De penhengel is een instrument dat je een beetje moet leren bespelen. Vaak is het even zoeken naar de juiste combinatie van molen, lijn, pennetje, haak en loodzetting. Heb je dit eenmaal gevonden, dan gaat het eigenlijk vanzelf. Je weet op een gegeven ogenblik welke pen bij welke situatie hoort en je gaat steeds scherper vissen door te schuiven met je loodjes.

Onder elk loodhageltje plaats ik een rubber stoppertje. Het voordeel is dat loodhagels na het aanslaan niet verschuiven en je deze er ook minder makkelijk afslaat. En als je loodhageltje verschoven is tijdens de dril, dan zit het stoppertje negen van de tien keer nog op de goede plek. Scheelt weer uitpeilen.

Vis je liggend (zinkend) met het laatste loodje op de bodem, dan kun je erg scherp vissen. Aast de vis met vertrouwen, en dat is in deze periode vaak het geval, dan kun je het laatste loodje (in mijn geval ook het zwaarste loodje) dichter bij de haak schuiven, ik ga tot 5 cm van de haak. Pakt de vis het aas, dan komt je pennetje omhoog en kun je direct aanslaan. Het laatste loodje wordt namelijk opgetild, met dien gevolge dat de pen gaat klimmen (een zogenaamde opsteker).

Als de vis heel voorzichtig aast, dan kun je tussen het laatste loodhageltje en de haak 15 tot 20 cm laten. Langer zou ik nooit gaan; bij een vol azende vis bestaat de kans dat deze het haakaas inslikt. In de toekomst zal ik eens dieper ingaan op de loodzetting en het uitloden van een pennetje.

BONUSHENGEL!

De vastloodhengel die we mee hebben, is eigenlijk een bonushengel en kan met een gerust hart op de steunen achtergelaten worden. De beetmelder hoor je wel vanzelf. Als je niet te veel waarde hecht aan je molen en hengel, dan kun je deze ook gewoon in het gras neerleggen. Alleen zal je dan vaker opzij moeten kijken of je geen zakker krijgt. Vergeet ook niet je slip los te zetten of de molen in de vrijloop! Het is mij meer dan eens overkomen dat ik nog maar net de hengel kon grijpen omdat de slip nog dicht stond…

Eigenlijk vis ik niet met een vastloodsysteem, het is meer een semi-schuivend systeem. De montage is supersimpel: een schuivend lood dat wordt gestopt door een stuitje op ongeveer 30 cm van de rig. De vis heeft dan enige speling en bovendien kunnen we horen/zien als er een vis met het aas speelt. De lichte swinger of hanger hangen we laag, we vissen immers schuivend, en mocht de vis gaan zwemmen, dan klimt deze omhoog. De vis krijgt vanzelf weerstand van de baitrunner en/of zal zich prikken doordat het stoppertje tegen het lood wordt getrokken… een run is geboren!

Waarom zo’n zwaar lood van minimaal 100 gram? We vissen vlak bij de kant, hierdoor ligt er weinig lijn in het water. Na aasopname zal er minder sprake zijn van lijnweerstand om de haak extra te laten prikken. Ik verkies dan zwaarder lood om de haak goed te laten prikken.

Mobiel vissen loont. Door de penhengel en statische hengel op een slimme manier te combineren, kun je mobiel genoeg zijn zonder de charme van het penvissen te verliezen. Het is op deze manier geen vraag ‘pennen of statisch vissen’, maar het beste uit twee werelden combineren!

AAS & VOER

Als aas kunnen we alles gebruiken wat de karper lekker vindt. Van boilies, mais, aardappel, kaas, luncheon meat, maden, wormen tot brood. Het ene aas is wat witvisgevoeliger dan het andere. Met name met grotere boilies kunnen we witvis zo goed als uitschakelen. Maiskorrels prik ik gewoon op de haak, twee of drie stuks, met de haakpunt vrij. Ook knijp ik de harde kern eruit, zodat de inhaking beter is. Bovendien kun je mais prima combineren met een worm erbij geprikt. Als bijvangst is het mogelijk dat je de zeelt op je matje krijgt. Brood is een ware killer voor karper, maar ongelooflijk gevoelig voor witvis. Een pluim op de haak is door witvis zo leeggeplukt. Een grote broodpluim vis ik daarom uitsluitend als ik weet dat er alleen karper in de buurt is.

SEMI-SCHUIVEND

Allereerst schuif ik een stoppertje op de lijn, gevolgd door een kraaltje of bead. Vervolgens een licht speldwarteltje met een wartellood van minimaal 100 gram. Dan schuif ik weer een (rubber)kraal op de lijn om de knoop met de wartel of quicklink te beschermen. Hier knopen we tot slot de rig aan, en klaar is de montage! Het lood hangt in een dunne speldwartel. Mocht er onverhoopt iets op de bodem liggen waarachter het lood kan blijven hangen, dan zal het lichte speldwarteltje openbuigen en de lijn zal weer vrijkomen.

Toekomstige sportvissers

Het jeugdinitiatief ‘Anglers of the Future’ van EAA-lid Danmarks Sportsfiskerforbund boekt na slechts één jaar al sterke resultaten. Met een stijging van 31% in het aantal jeugdleden, meer dan een miljoen digitale impressies en volledig volgeboekte jeugdkampen, laat het project zien hoe vissen de volgende generatie Denen succesvol kan betrekken. ‘Anglers of the Future’ werd in 2024 geïntroduceerd als een driejarig project met een duidelijke doelstelling: kinderen en jongeren (tot 18 jaar) aanmoedigen om meer tijd buiten door te brengen en recreatief vissen te ontdekken. De ambitie is om vissen net zo toegankelijk en aantrekkelijk te maken als andere populaire vrijetijdsbestedingen in Denemarken. Bron: www.eaa-europe.org.

Nieuwe sponsor

Boston Whaler, een van ’s werelds toonaangevende leveranciers van visboten, is de nieuwste sponsor van de World Predator Tour. De toevoeging van deze nieuwe sponsor aan de indrukwekkende lijst is een opsteker voor het toernooi, dat zich heeft gevestigd als hét toonaangevende evenement voor snoekvissers in Europa. Evert Oostdam, oprichter van het evenement, vertelde aan Angling International: “Boston Whaler heeft zich aangesloten omdat het bedrijf de aanwezigheid op de Europese hengelsportmarkt wil uitbreiden. Hun betrokkenheid volgde op een telefoontje van Hans Roelants; hij informeerde over de mogelijkheid om een team in te schrijven voor het toernooi. Ik antwoordde dat een betere manier om het merk te promoten zou zijn als sponsor, en zo is het verdergegaan.”

Molenonderhoud

Nu de gesloten tijd is aangebroken, hebben we allemaal de tijd om de spullen weer op orde te maken. Visboxen opnieuw indelen, hengel poetsen en natuurlijk de molen smeren. Wie namelijk zijn molens regelmatig onderhoudt, kan daarmee hun levensduur flink verlengen!

Zeer lichtlopende moderne molens hebben graag een op olie gebaseerde smering. Dat geeft een zeer lichte loop, maar de smering zelf is sneller weer verdwenen. Het gevolg hiervan is dat je wat vaker moet naoliën. Helaas moeten de meeste molens daarvoor gedeeltelijk uit elkaar worden gehaald. Voor een snelle en eenvoudige onderhoudsbeurt hoeft echter meestal alleen de afdekplaat van de behuizing verwijderd te worden en de rotor een beetje omhoog om bij de belangrijkste onderdelen, zoals het tandwiel en de as, te komen.

Voor eenvoudig onderhoud aan de molen heb je molenvet (dik) en olie (vloeibaar) nodig. Een eenvoudige vuistregel voor het juist aanbrengen van deze smeermiddelen is: alles dat langs elkaar draait, moet ingevet worden. Dus bijvoorbeeld de as en het tandwiel. Fijne, zelfdraaiende onderdelen, zoals kogellagers, moeten ingeolied worden.

Jongeren

Wordt vissen weer populair? Recente gegevens tonen aan dat steeds meer jongeren in de UK een hengel oppakken en dat gezinnen visvakanties in de regio boeken. Een rapport van de Angling Trust, de overkoepelende organisatie voor de sportvisserij in Engeland en Wales, onthult een stijging van 23% op jaarbasis van het aantal tieners dat een visvergunning neemt, terwijl Google-zoekopdrachten naar ‘visvakanties in de UK’ in de laatste drie maanden van 2025 met 110% zijn gestegen. Ook de pop- en sportcultuur speelt een belangrijke rol in deze trend. Bekende figuren zoals de Engelse international Phil Foden hebben openlijk aangegeven hoe de sport hun helpt te ontspannen en de schijnwerpers te ontvluchten. Bron: Angling International.

Watersportindustrie op koers

Er heerste een uitstekende sfeer in de beurshallen van Düsseldorf toen Boot 2026 na negen dagen de deuren sloot: “Na de moeilijke jaren met dalende verkoopcijfers zijn onze exposanten weer op de goede weg. Ze melden zeer positieve gesprekken en succesvolle deals op hun stands. Boot 2026 heeft zich wederom bewezen als internationaal baken en drijvende kracht van de industrie”, aldus directeur Marius Berlemann. De toegenomen internationale deelname onder de bezoekers en het hoge percentage vakbezoekers maken het tot een toonaangevende beurs voor de gehele maritieme sector. Berlemann voegt eraan toe: “De deals worden hier in Düsseldorf gesloten!” Website: www.boot.com.

Meervalvoedsel

Meervallen bij het stuw- en sluizencomplex Lith eten vooral invasieve exoten. Onderzoekers vonden in hun dieet vooral uitheemse rivierkreeften en Ponto-Kaspische grondels. Trekvissen kwamen nauwelijks voor. Het onderzoek laat ook iets anders zien: meervallen blijven minder lang op één plek dan vaak wordt gedacht. Hun aanwezigheid en gedrag hangen sterk samen met de watertemperatuur en met hoe de stuw en waterkrachtcentrale worden bediend. Tussen oktober 2023 en augustus 2025 vingen en onderzochten onderzoekers bij Lith 152 meervallen. Ze merkten een deel van de vissen en vingen ze later opnieuw terug. Daarmee maakten ze een schatting van de populatieomvang in het studiegebied. Bron: www.sportvisunie.nl

Vakbeurs

Pure Fishing, ’s werelds grootste leverancier van hengelsportmateriaal, keert terug naar de vakbeurs EFTTEX. Pure Fishing heeft bevestigd dat het met een grote stand aanwezig zal zijn wanneer de beurs in juni in Barcelona haar deuren opent. Het bedrijf was een vaste deelnemer aan de beurs totdat EFTTEX door Covid-19 voor meerdere jaren werd afgelast. Jan Mertens, commercieel directeur van Pure Fishing, zei: “We zijn ontzettend blij om dit jaar terug te zijn op de EFTTEX. Het is erg belangrijk om onze betrokkenheid bij de branche en de sport in het algemeen te tonen.” Bron: Tackle Trade World.

Geen zonnepark

Geen zonnepark
De plannen voor een groot drijvend zonnepark op het oostelijke gedeelte van de Haarrijnseplas in Utrecht zijn voorlopig van de baan. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning voor het project vernietigd. Dit na bezwaren van de Algemene Utrechtse Hengelaars Vereniging (AUHV) en de Sportvisunie. In 2022 had de gemeente Utrecht het bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas vastgesteld. Daarin was ook ruimte opgenomen voor een zogenoemd zonne-eiland van maximaal 50.000 m² op het oostelijke deel van de plas. Daar waren de sportvismogelijkheden al behoorlijk beperkt, sinds de gemeente Utrecht het vissen vanaf de oever op het westelijke gedeelte van de Haarrijnseplas had verboden. Bron: www.sportvisunie.nl.

Method feederen onder de eigen kant

We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2012

Tommy Pickering vangt enorm veel brasems en karpers met de method feeder kort uit de eigen kant. Op welke manier, dat legt hij je nu uit.

Tekst en foto’s Mad Woods

Voor de voormalig wereldkampioen is gebleken dat de meest effectieve manier van method feederen vlak onder de eigen kant is. Dit is een methode waarbij het dus niet nodig is om ver te werpen. Door kort uit de kant te vissen heeft hij op veel Engelse wateren grote successen geboekt. Tommy, de huidige captain van het Engelse WK feedervisteam, gelooft niet zo in de standaard vaste hengel-tactiek. Nee… in plaats daarvan gebruikt hij liever een inline feeder die hij op een afstand van dertien tot zestien meter plaatst, om vervolgens de wedstrijd met circa honderd kilogram vis op zijn naam te schrijven.

Een valsgehaakte karper aan de vaste stok, tijd om over te stappen op de method.

Zijn hengel gaat tijdens zo’n wedstrijd extreem vaak krom, soms vangt hij wel 90 karpers in éen wedstrijd. Waarom is zijn aanpak zó succesvol? We gingen bij hem langs en vroegen hem het hemd van zijn lijf over het succes van deze verbluffende techniek. “Method feederen onder de eigen kant is in de juiste situatie onverslaanbaar, soms gaat alles volgens het uitgestippelde plan. Dan gaat het zo rap dat ik na de worp niet eens tijd krijg om mijn lijn onder water te trekken. Het is een veel snellere visserij dan het normale dobbervissen met de vaste hengel, vooral als de vissen door alle waterlagen zwerven is deze tactiek succesvol gebleken.

Een gefrustreerde Tommy kijkt toe hoe zijn dobber wel beweegt maar niet onder gaat.

Ik heb al vaak gehad dat er te veel vis op mijn stek zat, ik weet dat het gek klinkt om hierover te klagen maar zo’n enorme hoeveelheid vis op je stek zorgt dat het lastig wordt om te bepalen op welke diepte je moet vissen. Soms zit op alle diepten wel vis, dan is het lastig te bepalen welke diepte je het beste kunt gaan bevissen. Wanneer je ervoor kiest om de toplaag te gaan bevissen, heb je kans dat je de vis die dieper ligt verjaagd. Maar als je dieper gaat vissen heb je kans op valse aanbeten door lijnzwemmers of valsgehaakte vis. Nee, in zo’n situatie brengt de method feeder voor mij de uitkomst. Deze concentreert al het voer op één plaats en hierdoor automatisch ook alle vis”.

Voeren met de cup kan ervoor zorgen dat de vissen elkaar te aggressief om het voer gaan beconcurreren.

Aasgedrag positief beïnvloeden

Ondertussen legt Tommy zijn vaste lat aan de kant en pakt zijn feederset omdat hij net een karper vals heeft gehaakt met de vaste stok. “Vandaag is het water helemaal troebel geworden door alle actieve vis op mijn stek, om zo min mogelijk aanbeten te missen ga ik nu method feederen, maar wel op dezelfde afstand als waar mijn dobber net lag”. Tommy werpt nu geen extra aas meer in het water, hij gelooft er heilig in dat de methodfeeder het aasgedrag van de vis positief gaat beïnvloeden. Hij heeft het idee dat hoe meer karpers hij haakt, des te gemakkelijker hij de vis op de stek houdt, in tegenstelling tot wat anderen denken. Door de wervelingen die een karper veroorzaakt wanneer deze gehaakt wordt, wordt het voer mooi over de stek verspreid. Elke keer als je een karper haakt verspreiden de wervelingen het overgebleven aas op je visstek, zo worden de andere vissen beziggehouden terwijl jij je vis binnen aan het halen bent.

“De grote karpers duiken meteen bovenop de voerbal, dus je kunt tussendoor ook de écht grote karpers verwachten”. Voor deze visserij gebruikt Tommy een korte hengel. De tien voets (drie meter) ‘Mini Carp Feeder’ van Preston is hier ideaal voor. Wat opvalt is dat Tommy na de worp geen spanning op de top brengt, hij wil de 30 grams inline method korf niet verplaatsen. “Met deze hoeveelheid vis op je stek houdt een snaarstrakke lijn en een top die op spanning staat automatisch ook lijnzwemmers in”, aldus Tommy. “Wanneer ik op dertien meter lig te vissen werp ik in met behulp van een simpele onderhandse zwier. Maar wanneer ik verder moet zijn ga ik toch normaal werpen, dan komt de lijn mooier gestrekt neer”.

Pellets mixen voor de method feeder.

Pellets mixen met lokvoer

“Korte hengels zijn geweldig voor dit werk, met een elf of twaalf voets hengel is het echt een gepiel om het aas op de juiste plaats te krijgen. Als lokvoer gebruik ik 2 millimeter micro pellets samen met Sonubaits Supercrush Krill lokvoer. Door de pellets te mixen met lokvoer voorkom ik dat het gaat samenklonteren, zo wordt het een mooi geheel”. De rigs van Tommy zijn erg simpel, onderlijntjes van acht centimeter lang waar een baitband aan zit om de 6 millimeter grote haakaaspellets onder de haak vast te klemmen. Deze onderlijnen knoopt hij met Preston PR38 haken en Reflo Power onderlijnmateriaal. “Omdat je zo dichtbij vist, willen de aanbeten wel eens heel hard zijn”, gniffelt Tony. “Wanneer de vissen kleiner zouden zijn, zou ik misschien eerder voor het haaktype PR38 in een maat 18 in plaats van een maat 16 kiezen. In Europa zou ik voor de PR39 gaan, dat is dezelfde haak alleen dan met weerhaak”.

Terwijl Tommy uitlegt hoe deze techniek werkt, kijken wij toe hoe hij vis na vis succesvol landt. Elke aanbeet resulteert in vis in het landingsnet en zelfs de – toch erg sterke – karpers worden door het korte hengeltje prima opgevangen. “Wanneer deze techniek op jouw water nog niet uitgevoerd wordt, dan móet je hem proberen! Ik vang de hele dag door dankzij deze techniek, het is alsof de vissen voorgeprogrammeerd zijn om zich op dertien meter afstand van de oever te bevinden”.

Ook de grote vissen worden door de method gehaakt!