April staat bij de reservoirvissers bekend als dé buzzermaand. ‘Buzzers’, letterlijk vertaald: ‘zoemers’, is de Engelstalige benaming voor de niet stekende dansmuggen. Onder hun wetenschappelijke naam zijn ze gekend als ‘Chironomidae’. Je hebt ze in verschillende formaten en kleuren, maar het is vooral de Chironomus anthracinus, in Ierland bekend als ‘Duck Fly’ en in Engeland als ‘Blae and Black’, die bij ons in voldoende grote aantallen voorkomen om ons ook overdag mee bezig te houden.
Tekst en foto’s Patrick Daniels
De betekenis van de term ‘buzzer’ is bij vliegvissers/binders in de loop van de voorbije decennia verengd tot het popstadium van het insect. In tegenstelling tot andere soorten is de ‘buzzer’ die uit de ‘grote ver de vase’ voortkomt, met bijna twee centimeter een grote hap. We spreken hier in vliegbindtaal over een haak maat 14 – 16.
De Chironomus anthracinus komt meestal voor in grote waterpartijen met een diepte van meer dan drie of vier meter en schoon water. Leden van visclubs die gezegend zijn met zo’n water waar Duck Flies voorkomen, mogen zich gelukkig prijzen. Zij zijn voor de buzzervisserij niet beperkt tot de hatch van de grotere soorten op zachte, windstille avonden. Tijdens het seizoen, ruwweg vanaf de derde week van april, kunnen ze overdag heel gericht met Duck Fly Buzzers vissen. Als ze hatchen, dan hatchen ze werkelijk massaal en soms kun je boven de oevervegetatie hele wolken dansende muggen waarnemen.
Het ‘buzzeren’ is weliswaar een heel statische visserij: een lange leader met drie buzzers, werpen, langzaam laten afzinken en de wind de rest laten doen. Ook al zie je ze niet, de forellen kruisen actief op een diepte tot drie meter, op zoek naar de stijgende poppen. De aanbeten zul je echt wel merken. Voor onze Vlieg van de Maand kijken we eens naar een patroontje van Davie McPhail. Heel klassiek, met dit verschil dat hij de pearl mylar met een watervaste viltstift donkerrood kleurt.
Ter gelegenheid van ons 50-jarig jubileum plaatsen we enkele oudere rubrieken online. De rubriek *Cityfishing* met Jan van Schendel verscheen oorspronkelijk in januari 2017. We beginnen met de editie over Rotterdam.
Streetfishing is inmiddels gemeengoed geworden van de hengelsport, maar gek genoeg ligt het accent voornamelijk op het roofvissen. Daar gaan wij dus maar eens verandering in brengen. Cityfishing, witvissend midden in stadskernen! Of daar brasems, voorns en consorten rondzwemmen? Reken maar van yes! Niemand minder dan witviscoryfee Jan van Schendel gaat speciaal voor jou op pad. We trappen af met Rotterdam, het Noordereiland!
Tekst Jan van Schendel, foto’s redactie
Er is geen stad in Nederland waar ik vaker heb gevist dan in Rotterdam. Noord Brabant en Limburg mogen in de ogen van veel vissers dan de echte wedstrijdbolwerken van Nederland zijn, voor mij, toch ras Brabander, ging de reis op weg naar allerlei viswedstrijden al vanaf het begin meestal in westelijke richting. De reden? Er waren veel en goede wedstrijden, met vaak volop vis en ook vaak meer vooruitstrevende wedstrijdreglementen met toen al vaak toegestaan het feeder- en matchvissen en vaak ook langer durende wedstrijden.
Bijna ieder viswater in Rotterdam en omgeving heb ik dan ook wel eens bevist en daarbij hoorde ook altijd, meestal in het najaar en tijdens de wintermaanden, het vissen op die imposante Nieuwe Maas; tussen laten we zeggen de Van Brienenoord- en Erasmusbrug. We hebben hier te maken met getijdenwater, je mag gerust spreken over een ruwe visserij die bovendien constant wisselde door opkomend en afgaand water en uiteraard de kentering.
Een mooie plek vinden was ook niet zo gemakkelijk en meestal was het zaak om vooral de achterpoten van het visplateau goed tussen de stenen vast te zetten. Anders kon je zomaar het water in schuiven.
Inmiddels wordt er in deze omgeving veel en veel minder gevist. Het is simpelweg lastig en duur parkeren tegenwoordig. Maar met een beetje creativiteit en informatie kom je een heel eind. Waarom al die moeite? Wel, ik was heel erg benieuwd hoe het vissen er nu is. Vroeger kon het er buitengewoon zijn, waarom zou daar verandering in zijn gekomen?
35 LOODHAGELS
Zo trok ik de stoute schoenen aan en besloot het Noordereiland in hartje Rotterdam eens op de korrel te nemen. Dit eiland splitst in feite de Nieuwe Maas met aan beide zijden van het eiland een (redelijk hoge) kademuur. Niet overal is te vissen trouwens, daarvoor liggen er teveel afgemeerde vrachtschepen. Vooral langs het smalste gedeelte van het water zijn er toch wel degelijk goede mogelijkheden.
Je kunt hier redelijk goed en, hoe is het mogelijk, gratis parkeren en het duurde dan ook niet lang voordat ik een mooie plek had gevonden op slechts enkele honderden meters van de Erasmusbrug en recht tegenover het Gerechtsgebouw.
Ik wist absoluut niet wat te verwachten vandaag en had dan ook zowel feeder- als vaste stokmateriaal meegenomen. Na het bekijken van de vissituatie leek me de vaste stok de meest logische optie en dus viel mijn keuze dan ook daarop. Ik wilde eigenlijk met vlagdobbers vissen maar op het moment van aankomst was de echte kolkende stroming die je hier soms hebt al weg omdat het al bijna laag water was. Een gewone boldobber van 8 gram was dan ook meer dan zwaar genoeg, aangezien we de eerste uren met weinig stroming te maken zouden hebben.
Het leek me verder een ideaal moment om een Italiaanse loodmontage uit te proberen, een ketting van maar liefst 35 loodhagels waarmee je het haakaas bij obstakels op de bodem perfect daar langs of overheen kunt sturen. Ik voerde vooraf 8 flinke voerbollen en besloot om daarna constant kleine voerballetjes bij te voeren met daarin wat casters en maden.
FEEDER
Het resultaat viel alleszins tegen. Hoewel de situatie perfect leek ving ik maar amper wat; 2 voorns en enkele zwartbekgrondels om precies te zijn. Onbegrijpelijk! Na zo’n anderhalf uur proberen besloot ik dan ook mijn feederhengel uit het foedraal te halen. Wat verder uit de kant had ik vis zien draaien in het oppervlak. Winde, brasem? In ieder geval vis van formaat. Meestal is dat een goed teken en wil dat ook wel zeggen dat deze vis wil azen. Nou, dat zou even later blijken ook.
Het water was inmiddels nog verder gezakt en het bleef nog vrij lang redelijk doorstromen. Ik peilde snel de diepte en er leek geen enkele goede reden te zijn om verder te vissen dan zo’n 30 meter waar het zo’n 6 à 7 meter diep was. Snel voerde ik 3 plastic voerkorfjes met daarin veel maden en casters. Toen snel de onderlijn aan de montage met 3 maden op een haak 14 en vissen maar.
KNOTSVOORNS
Ingooien en de montage aan een strakke lijn naar de bodem laten zakken met de hengeltop naar beneden. Het wachten kon beginnen. Nou, nee dus! Geloof het of niet, echt direct werd de feedertop kromgetrokken. Even later kon ik een kerngezonde brasem van zo’n 800 gram netten. Om een lang verhaal kort te houden, er zat op die afstand enorm veel vis, ze lagen gewoon opgestapeld. Nooit lag het aas langer dan een minuut in het water voordat de volgende vis weer gehaakt was. Wat een schitterende visserij.
Wat opviel was dat de brasems niet echt de overhand hadden, hoewel ik er daar toch een flink aantal van ving, waaronder enkele anderhalve kilo vissen. Daarnaast ving ik namelijk knotsen van voorns, inclusief een vis van wel 700 gram.
Ook rondom het wisselen van het getijde, toen het een tijdje maar amper stroomde, bleef ik goed vangen al was het typisch dat juist op dat moment ook kleinere kolbleien het aas pakten. Even later begon het steeds sneller naar links te stromen en kwam het water snel op. Geen probleem, ik kon nog net doorvissen met mijn 55 grams plastic korf door mijn hengel simpelweg in de hand te houden en mee naar voor te bewegen zonder dus de hengelsteun te gebruiken. Iedere inworp betekende immers telkens weer binnen enkele tellen een vis!
Zo beleefde ik hier een werkelijk schitterende visdag en ik kan iedereen aanraden om hier eens een hengeltje uit te werpen. Ik ben ervan overtuigd dat je hier met de vaste stok, ook al lukte dat nu niet meteen, vaak heel succesvol kunt zijn en voor het feederen is deze plek werkelijk geknipt. Het zijn bovendien echte vissen die je hier vangt. Echte vechters die allemaal kerngezond zijn. Anders kunnen ze ook gewoon niet overleven bij deze omstandigheden. Zorg wel voor een schepnetsteel die lang genoeg is. De kademuur is namelijk redelijk hoog.
50 jaar Beet, binnen het archief kwamen we dit artikel van André de Wit tegen, gepubliceerd in het magazine Karper.
Rumoer in het oppervlak!
ANDRE DE WIT – Als de zon aan kracht wint, de dagen langer worden en de karpers actiever, begint het te kriebelen. Ik rijd langs de vertrouwde plekken, maar ook nieuwe, veelbelovende stekken worden bezocht. Afgelegen slootjes en ondiepe uitlopers van plassen of riviertjes zijn mijn jachtgebied. De zichtvisserij, een karper het aas zien pakken onder de hengeltop, is verslavend. Pakt-ie de korst of draait hij op het laatste moment toch weg? De adrenaline giert door je lichaam en als je dit eenmaal hebt meegemaakt, ben je verkocht!
Soms wordt geduld beloond met een parel!
Tijdens zonnige dagen struin ik plekken af, op zoek naar activiteit in het oppervlak. Met de polaroid op zoek ik naar een rimpeling in het oppervlak of een plompenblad dat omhooggeduwd wordt. Je merkt al snel waar je op moet letten. Een windstil hoekje, dat ene plekje waar wat drijfvuil ligt of een omgevallen boom. Allemaal plekken waar de karpers zich veilig voelen en lekker kunnen opwarmen in het zonnetje.
Mijn voorkeur gaat uit naar rustige, afgelegen plekken. Lekker in mijn eentje in een weiland of kruipend tussen de struiken door, één met de natuur! Een schooltje karpers nietsvermoedend hun rondjes zien draaien. Een graskarper een rietstengel uit de kant horen trekken. Hem vervolgens zien wegzwemmen met de complete stengel nog uit zijn bek stekend, prachtig!
Iets minder idyllisch, maar niet minder interessant, zijn de plekken midden in de stad of andere drukke plekken. Slootjes, parkvijvers of kanaaltjes, ook hier zijn vaak genoeg karpers te vinden! Ze schrikken niet meer van voorbijrazende auto’s of treinen, maar wel van een verkeerd geplaatste voetstap!
Als ik een karper spot, bepaal ik eerst wat de beste manier is om deze te belagen. Ligt-ie stil of zwemt hij rustig rond, strak in het oppervlak of net iets dieper? Allemaal factoren die meespelen. Graag kijk ik ook eerst wat verder rond. Vaak maakt een gevangen karper zoveel commotie, dat de rest van de vissen zich voorlopig niet meer laat zien. Als ze rustig hun rondjes draaien, is het ook handig om eerst te kijken welke route ze meestal nemen. Op deze manier kun je de plek bepalen waar je ze het beste kunt ‘opvangen’. De juiste strategie bepalen en je geduld bewaren is belangrijk!
Hebberig als ik ben, kies ik meestal de mooiste of grootste karper uit, waar ik achteraan ga. Wat dus inhoudt dat ik soms een korst voor een andere (vretende) karper wegtrek! Dat is soms moeilijk, maar als je je zinnen op een bepaalde karper hebt gezet, toch echt noodzakelijk…
Bij een zichtvisserij is het mogelijk om de betere karpers te selecteren.
Flexibele montage
In het voorseizoen of op wateren zonder vegetatie gaat er alleen een tweepondshengel met 30/00 (drijvende ziglijn) mee. Als de plompenbladeren amper aanwezig zijn, is zwaarder vissen niet noodzakelijk. Een dikkere lijn zal alleen maar argwaan opwekken. Meestal zet ik er een klein pennetje op. Zodoende kan ik ook op de bodem of half water vissen zonder de hele montage aan te moeten passen. Vis ik met een korst, dan schuif ik het pennetje gewoon 75 cm van de haak af. De karper stoort zich er totaal niet aan. Vaak ligt er al wat drijfvuil, zodat het niet opvalt.
Target in beeld
Tijdens mijn ronde langs wat wateren stuit ik op een schooltje karpers in een klein slootje. Een stuk of vijf schubs en een wat grotere spiegel. De laatste trekt uiteraard het meest mijn aandacht! Ze zwemmen onrustig wat heen en weer. Maar af en toe duiken ze de kant in om tussen de planten wat voedsel bijeen te schrapen. Er liggen dus kansen! Als ik een vlokje brood langzaam laat afzinken in de zwemroute van de spiegel, wordt deze glashard genegeerd! Mogelijkheden voor de schubs zijn er wel, maar dan verstoor ik de hele school. Ik besluit om ze te volgen en gewoon mijn kans op de spiegel af te wachten.
Heen en weer struinend door het weiland is plotseling het moment daar! De spiegel zit met zijn kop vol in een wierbed. Een korstje zal niet werken, hij is geobsedeerd door de watervlooien tussen het wier. Ik laat een vlokje brood zakken in één van de spaarzame open plekjes. Die houd ik ter hoogte van de karper, zal hij de fout maken of toch schrikken? Gespannen houd ik het brood zo stil mogelijk. Elke beweging kan argwaan opwekken bij de spiegel. Plotseling merkt hij het op en zonder argwaan gaat het vlokje naar binnen! Na de aanslag laat de spiegel mij de hele sloot zien. Met het schepnet in mijn hand volg ik de vis tot-ie uitgeraasd is. Voldaan til ik de buikige spiegel op de kant. Even een paar foto’s en dan kan hij weer aansluiten bij de schubkarpers!
Midden tussen het groen
Als de karpers passief in het oppervlak liggen, is het vaak moeilijk om een aanbeet uit te lokken. Zeker als er geen plompen of andere planten in de buurt liggen. Als ze geen beschutting hebben, zijn ze vaak wat bewuster van hun omgeving. Zodoende schrikken ze wat sneller als er ineens een enkele korst in hun blikveld verschijnt! Wat brood of kattenbrokken voeren kan soms helpen om ze actiever te krijgen. Maar zeker graskarpers die de klappen van de zweep kennen, zijn hier niet van gediend! Een oplossing die mij regelmatig wat moeilijk vangbare vissen oplevert, is het vissen net onder het wateroppervlak. Ik schuif mijn dobbertje, zonder lood, op 10-15 cm boven de haak. Afhankelijk van hoe hoog de vissen in het water liggen. Daar komt een vlokje brood aan, ter grootte van een vingernagel. Erg klein dus! Die laat ik dan richting de vissen drijven. Dit wordt vaak niet als gevaarlijk gezien en alsnog gepakt!
Een andere variant is het rijgen van een grote korst (soms zelfs een halve boterham!) in de lijn en een klein korstje of vlokje eronder hangen. Het kleine stukje brood is makkelijker naar binnen te werken dan de halve boterham! Dit is uiteraard niet (ver) te gooien, maar meestal komt de actie toch op enkele meters afstand en is dan prima te volgen.
Later in het seizoen gaat er ook een zwaardere stok mee. Voorzien van 40/00, om ook in onderwaterjungles te kunnen vissen. Als ze midden in een groot plompenveld liggen, is een te dunne lijn onverantwoord. Met zwaar materiaal kun je ze beter afblokken en in de bovenste waterlaag houden zodat ze zich niet helemaal vastzwemmen tussen de stengels. Maar ook hier zitten grenzen aan! Is het te dichtbegroeid of liggen er grote takken? Dan zijn alleen de randen van dergelijke obstakels te bevissen. Je wilt natuurlijk niet een karper laten rondzwemmen met een dik stuk nylon achter zich aanslepend!
Zo’n zware lijn werpt natuurlijk niet geweldig. Normaal gebruik ik gewoon gesneden brood, want ik vis meestal met kleine korstjes en kort onder de top. Maar wat als ze net buiten werpafstand liggen? Bij het vissen tussen planten wil ik niets anders dan een haak aan de lijn hebben. Een eventuele dobber of floater controller als werpgewicht blijft overal achter hangen, wat zeer onwenselijk is. Een manier om de vissen op afstand toch te bereiken, is het gebruik van ongesneden brood. Hier kun je makkelijk een flinke drijvende korst van maken! Heb je geen ongesneden brood voorhanden, dan is er nog een mogelijkheid. Monteer eerst gewoon een normaal korstje aan de haak. Scheur de randen van een snee brood af en vouw het binnenste gedeelte om het korstje heen. Dit is zwaar genoeg en blijft toch goed drijven. Als dit buitenste gedeelte, na een tijdje in het water, loskomt, houd je nog steeds de originele korst over. Dit ligt dan vlak bij het grote stuk vrijgekomen brood. Hierdoor wordt de kleinere korst al snel als ‘veilig’ gezien, dubbel voordeel!
Toch wel iets groter dan gedacht: 93 centimeter plompengeweld!
Aangename verrassing!
Een van de plekken waar ik ieder jaar weer terugkom, is een watertje waar zich rond de paai altijd flink wat karpers verzamelen. Meestal vissen van gemiddeld formaat, maar er zitten vaak spiegels met mooie beschubbing en rijenkarpers tussen! Het is aangesloten op een riviertje, zodat een uitschieter altijd tot de mogelijkheden behoort.
Meestal zoek ik een specifieke vis uit, zo ook nu. Maar deze ligt wat verder uit de kant, helemaal verscholen in het dichte plompenveld. Ik kan niet zien of het een schub of spiegel is. Alleen het omhoogduwen van een plompenblad verraadt de vis. Een korst vliegt over het water en langzaam trek ik deze naar de vis toe. De laatste centimeters gaan uiterst langzaam om de vis niet te laten schrikken. Als de korst naast de karper ligt, is het afwachten.
Meestal ruiken ze de korst wel en duurt het niet lang voordat ze actie ondernemen. Zo ook in dit geval. Het plompenblad gaat steeds nerveuzer op en neer deinen en mijn hartslag knalt naar 180! Dan verschijnt er een bek in het oppervlak en wordt de korst gedecideerd naar binnen gezogen. Een tel later sla ik aan en het water spat uiteen! Ik houd de hengel zo hoog mogelijk, maar uiteraard ploegt de karper door het plompenveld. De dikke lijn kan gelukkig wel wat hebben en ik kan hem al snel de goede kant op sturen. Het net gaat het water in en even later loods ik een dikke schub naar binnen. Pas als ik het net optil, merk ik dat deze wel wat zwaarder is dan wat er normaal rondzwemt. Eenmaal op de mat aanschouw ik een prachtig gebouwde schubkarper! Met zijn 93 cm een aangename verrassing uit dit kleine watertje!
Je komt bij je boot… en in plaats van eerst hozen, kun je gewoon instappen.
Na een paar dagen regen ligt er normaal gesproken water in je boot. Eerst hozen, dan pas weg.Met de Hoosmaat hoeft dat niet meer. Deze slimme bilgepomp op zonne-energie pompt regenwater automatisch uit je boot. Zodra er water staat, gaat hij aan. Ook bij bewolkt weer. Geen accu. Geen bedrading. Geen installatie. Je legt ’m in je boot en laat ’m z’n werk doen terwijl jij er niet bent. Of je boot nu een paar dagen, een week of langer stil ligt — je weet dat hij niet volloopt.
Kom je aan om te vissen? Dan ligt je boot er gewoon klaar bij. Instappen en gaan. Zoals het hoort. Ideaal voor open boten die buiten liggen en geen ingebouwde pomp hebben.
✔ Laadt op bij daglicht (werkt ook ’s nachts) ✔ Start automatisch bij ca. 4–5 cm water ✔ Pompt je boot vrijwel leeg (tot ±1 cm) ✔ Eenvoudig te plaatsen ✔ Af en toe even checken
50 jaar Beet, binnen het archief kwamen we dit artikel uit 2017 tegen.. Opvallend is dat het over de Ebro gaat, een rivier die niet bepaald bekendstaat om zijn voornpopulatie. De meeste verhalen over die rivier draaien juist om meerval of karper. Herwin Kwint trok er destijds naartoe om op voorn te vissen.
HERWIN KWINT – Tijdens een familievakantie in Frankrijk, heb ik met Fransman Vincent Hurtes een dag afgesproken om eens samen op de rivier De Lot te vissen. Vincent en ik trekken onze feederhengels krom op talrijke barbelen en kopvoorns uit de rivier de Lot en vertellen elkaar verhalen in het zuiverste Latijn. Vincent fluistert mij echter een verhaal toe dat gaat over grote voorns die hij gevangen heeft op de Spaanse rivier de Ebro. Het verhaal van Vincent over de grote voorns is er eentje die in mijn onstuimige brein blijft hangen…
En zo komt het dat ik jaren later in Barcelona land. Al wachtend bij de transportband krijg ik een déjà-vu. Ik denk aan de geboortes van onze kinderen. Het staren naar een transportband heeft namelijk een gelijkenis. Mijn hengels, ook wel mijn derde kinderen, gaan ter wereld komen. De transportband raakt echter alsmaar leger en nog steeds geen spoor van mijn lange pvc-koker. Plots is de gehele transportband leeg en wordt deze zelfs stopgezet. Geen hengels! Ik zak werkelijk door de grond en visioenen van Kwint op de hartbewaking schieten door mijn lijf. Gelukkig kan een Spaanse vliegveld officier mij vertellen dat ik bij de speciale bagage afdeling moet zijn. En jawel, daar ligt ie, mijn koker, mijn kinderen. Het moet een raar gezicht zijn geweest om een volwassen man, met koker, te zien huppelen door de gate.
Vincent staat in het wachtende publiek. Wanneer ik bij hem in de auto stap zie ik dat we aan aas geen gebrek hebben. Vincent heeft zijn auto tot het dak volgestampt met blikken maïs, grondvoer, gekookte hennep, gebroken maïs en vooral veel miniboilies. En dat alles voor een paar voorns die we vroeger met een zakje Justus en wat maden ook vingen, toch? Nou ja, mochten ze mij ooit bij GGZ opnemen, dan heb ik wat te vertellen in de pauzes, nietwaar?
Voeren
Vanuit Barcelona is het nog twee uur rijden door het prachtige Spaanse landschap voordat we arriveren aan de rivier waar we vier volle dagen de tijd hebben om er te vissen. Uiteindelijk arriveren we in het dorpje Flix in het departement Catalonië. Vincent heeft visvergunningen geregeld bij de federatie van Catalonië en hij heeft als plan om te vissen in het stuwstuk genaamd Riba-Roja.
De Ebro is hier zo ’n vier tot vijfhonderd meter breed en omringd door een vallei van hoge, roodbruin gekleurde rotspartijen waarop her en der groene struiken groeien. Het water is helder en zeer diep. Volgens Vincent is het op dit gedeelte een stuk rustiger met vissers en dat is precies waar ik naar verlang. En zo staat de kleine man uit Drenthe aan een immens groot water dat zijn gelijke niet kent. De soep der onzekerheid wordt opgediend; waar te beginnen, hoe te beginnen? Een brok onzekerheid is wat mij overvalt, zoals zo vaak.
In gebrekkig Engels maken we een plan van aanval. Ik tuig een zware karperhengel op en monteer een zwaar stuk lood om zodoende de dieptes en bodemprofiel te bepalen. Veel worden we er niet wijzer van. Zo ’n veertig meter uit de kant staat zo maar 13 tot 15 meter water en overal is de bodem zo hard als beton en bezaaid met stenen. Wanneer je zoals ik uit Drenthe komt, waar vrijwel geen enkel water dieper is dan tien meter, en waar de bodems uit boterzachte veen bestaan, is dat even omschakelen…
We kiezen voor een langzaam glooiend, schoon stuk bodem en besluiten om op zeven meter diepte een flinke hoeveelheid te voeren om er de volgende dag te vissen. We voeren twee kilo gekookte hennep, vijf kilo gekookte gebroken maïs, vijf kilo grondvoer, twee kilo 10 mm mini boilies en 12 blikken maïs. Dat lijkt veel, maar we hanteren een alles-of-niets-aanpak voor de eerste visdag. Deze hoeveelheid voer brengen we op de plaats door middel van een Spod die we monteren aan een zware karperhengel.
Het aanleggen van voerstekken is bij Nederlandse witvissers een ongehoord tafereel, terwijl het bij witvissers in Ierland, die op de natuurlijke meren vissen aldaar, veelal de standaard is. Ik maak er althans graag gebruik van en al helemaal wanneer de factor tijd beperkt is. Nadat deze monsterklus is gedaan rijden we terug naar het hotel in Flix. Terwijl de vis hopelijk onze voerstek ontdekt, heffen wij het glas op de Ebro en duiken we rond middernacht ons mandje in om zes uurtjes stevig te snurken.
Eerste visdag
Tegen zeven uur staan we aan de oever van de geweldige Ebro. Het is nog aardedonker, maar de stilte overvalt me. Het is stil, muisstil zelfs. Ik kijk naar een grote zwarte leegte en hoor wat kleine vis springen. De hemel is zwaarbewolkt en het is windstil. Tergend langzaam wordt het licht en de vis reageert hierop. En dan ineens weet je dat je aan de Ebro staat. Uit het niets hoor ik dreunen, zware diepe dreunen van springende karpers die zich volledig uit het water verheffen. Ook zie ik voorns, alsof het regent met witvis, zoveel kringen, zoveel leven, het is niet te bevatten. Ik zie zoveel witvis waardoor ik me afvraag of de hoeveelheid voer die we gisteren gebracht hebben, niet na een kwartier al volledig is weggevreten… Het is de hoogste tijd om positie te nemen en de lijnen nat te maken!
Op mijn aasplateau een volle bak rode maden, zoete maïs, gekookte hennep, miniboilies en klevend grondvoer. Ik monteer een grote plastic korf van 40 gram. Als onderlijn pak ik 18/00 mm en haak 14 welke ik volprop met rode maden. Vincent doet nagenoeg hetzelfde maar vist op vijf meter diepte, terwijl ik op zeven meter diepte start met vissen. De korf beland tussen de springende vis. We vangen vis maar naarmate de ochtend vordert, beginnen we allebeide onze twijfels te uiten. We vangen wel voorns, maar deze zijn amper een pond per stuk. En daar zijn we niet voor gekomen. Ook zijn de voorns die we vangen erg beschadigd, vermoedelijk door de paai die onlangs heeft plaats gevonden. Mogelijk zijn de grotere vrouwtjes nog in de paaigebieden?
Ik besluit om met zoete maïs te vissen en de maden achterwege te laten. Vreemd genoeg stoppen de aanbeten per direct. Er is geen enkele interesse in zoete maïs. Vervolgens monteer ik een 8 mm gele pop-up, zo ’n tien centimeter boven de bodem, maar ook dit doet de feedertop niet bewegen. Vreemd, terwijl het sterft van de voorns op mijn voerplek, krijg ik totaal geen respons op zoete maïs of scherp geviste fluo pop-up. Dit is iets wat ik nimmer heb meegemaakt. Ik beaas de haak opnieuw met zoete maïs en besluit de tijd te nemen. Mijn stek kookt letterlijk van de voorn en pas na ruim een half uur zie ik zo’n twijfelachtige flutaanbeet waarop ik reageer. Het is meteen een betere voorn van zo’n 800 gram. Maar het mag niet baten, na een uur krijg ik geen enkele respons meer op zoete maïs, één van de betere instant aassoorten die ik ken. Zodra ik maden op de haak monteer, krijg ik binnen een paar seconden een aanbeet, vaak nog tijdens het afdalen naar de bodem.
Ik verwijder de korf en monteer een wartellood van 50 gram, welke ik zover als mogelijk het water inwerp, ver van de voerstek vandaan. Op de haak vier maden. Het lood belandt op ongeveer 16 á 17 meter diepte en binnen luttele seconden vang ik ook hier een voorn. Dit herhaal ik enkele keren en waar ik mijn aas ook deponeer, binnen no-time hangt er een voorn aan de haak. Doch, allen zijn amper 500 gram. Eén ding is duidelijk, de rivier zit afgeladen vol met voorn. Maar waar zijn die grote kilo voorns waar Vincent over sprak? Hij zelf weet het ook niet en is zichtbaar nerveus aan het worden. Dat is de bedoeling natuurlijk ook weer niet. Door zijn voorgaande sessies eens grondig te analyseren komen we er al snel achter dat de dikke voorns niet meteen de eerste dag kwamen, maar pas de tweede of derde dag. Dat schept vertrouwen en brengt weer wat rust. Geen paniek.
Dag twee, het karpermeer
Aan het einde van de eerste visdag voeren we de stek wederom stevig aan. Ditmaal brengen we het voer verder uit de kant op precies veertig meter waar het zo’n vijftien meter diep is. Dit is voor mij een diepte waarop ik zelden heb gevist en al zeker niet op voorn. Daarbij laten we het grondvoer achterwege en verhogen we het aandeel zoete maïs en miniboilies aanzienlijk. Tien kilo grondvoer is op deze rivier binnen een uur weggevreten. We kiezen expres voor de zoete maïs en miniboilies ook al vielen ze vandaag totaal niet in de smaak.
Door toch voor deze aassoorten te kiezen zijn we er zekerder van dat er aas op de stek blijft liggen aangezien de kleinere voorns dit (nog) niet pakken. We willen selectief op grote voorn vissen en moeten met ons aas door een barrière heen, de barrière van herkenning wel te verstaan. De voorns die op deze rivier zwemmen komen mogelijk hun hele leven niet in aanraking met onnatuurlijk aas. Als karpervisser weet ik dat het erg lang kan duren om de vissen die groot zijn geworden op natuurlijk aas te laten wennen aan onnatuurlijk aas zoals maïs en boilies.
Het is wel een grote gok, want het bestand aan karper is hier groot en die lusten deze aassoorten ook graag. Uit ervaring weet ik dat karpers dergelijke voerplekken kunnen domineren ten nadele van de witvisvangsten en we komen tenslotte voor de voorns. We nemen de gok en voeren de stek stevig aan, zoals gezegd nu op grotere diepte.
Daarna rijden we naar een groot natuurlijk meer waar we ’s avonds laat aankomen. Overal waar we kijken zien we karpers springen. We worden helemaal blij van dit fantastische schouwspel. Het bestand dat we zien is te vergelijken met een commercial, maar dan is het wateroppervlakte honderden keren zo groot. Dankzij het gunstige klimaat, paait de karper hier meerdere keren per jaar en het jongbroed groeit snel in het voedselrijke water. Ondanks de slechte weersvoorspelling besluiten we om hier morgenvroeg in het donker al aanwezig te zijn. En aanwezig zijn we, wederom na een kort nachtje.
Tot onze grote telleurstelling is het vannacht heftig gaan regenen en bij aankomst regent het nog steeds met bakken uit de lucht. De moed zakt ons in de schoenen wanneer we zien dat het water in één nacht een ruime meter is gestegen. Om een lang verhaal kort te maken: de heftige regenval is dusdanig onprettig dat we rond twee uur ermee kappen. We zijn steenkoud, doorweekt en dat alles voor slechts drie aanbeten… Op de terugweg rijden we nog even bij de Ebro langs. Wederom voeren we de stek aan. Die avond staan we al vroeg aan de bar, te vroeg… En ja, het werd laat en gezellig. We proosten de onzekerheid weg en op de kilo voorns.
In pursuit for big roach
Het opstaan verloopt moeizaam, de reden laat zich raden. Eerst maar eens een paar aspirines de keel in. Toch staan we in het donker aan de Ebro. Vandaag is de hemel helder, maar het waait stevig en daarbij is het koud, steenkoud zelfs.
Op de thermometer van de auto zie ik dat het drie graden boven nul is en er staat zeker windkracht vijf á zes. We beginnen met vijf spods vol met zoete maïs en miniboilies. Uiteraard staat de spodhengel afgeclipt, precies op 35 meter. Omdat er op onze voerstek zo ’n vijftien meter water staat, clippen we de feederhengel af op zo ‘n 40 meter. Het voer uit de spod valt immers recht naar beneden, terwijl een feederkorf naar je toe komt tijdens de afdaling en ook nog eens vanwege de opwaartse druk van het water een extra boog veroorzaakt in de lijn. Wie mijn YouTube kanaal eens afspeurt zal hier een filmpje ontdekken hoe ik de juiste afstand exact bepaal.
We starten deze ochtend met de vertrouwde rode maden en na een uurtje vissen heeft geen enkele beaasde haak de bodem nog geraakt. Nog voordat de onderlijn de bodem heeft bereikt volgt er een aanbeet. De vis is massaal op de voerstek aanwezig en daarbij zijn ze vreemd genoeg een formaatje groter dan de eerste dag. Rond elf uur vang ik mijn eerste echt grote voorn van ruim boven de kilo. Tot mijn grote vreugde zie ik dat deze voorn boiliepoep uitschijt. Wel verdikkeme… de grotere vissen azen dus op de miniboilies!
Meteen veranderen we onze montages. Zowel Vincent als ik schakelen meteen over naar een lange boilie-onderlijn van 50 cm 23/00 mm met als aas een 10 mm boilie. Een gouden greep. De grote voorns zitten er wel degelijk, maar kregen gewoon geen kans vanwege de enorme concurrentie van kleinere vis. En de kleinere voorns laten de miniboilies gewoon liggen. Eén en één is drie. In rap tempo vangen we kilo voorns aan de lopende band, allen van vijftien meter diepte.
In de loop van de dag neemt de wind nog feller toe en slaan de golven op de kant. De golfslag beukt op het leefnet en het leefnet beukt op de stenen. We twijfelen geen moment om het leefnet om te keren en de gevangen vissen de vrijheid te laten voordat ze beschadigd raken. De zon schijnt fel en het wordt een woeste visserij aan de woeste golven en tussen de hoge rotsen van de Ebro. Het is voor mij een ongekende situatie om in deze omstandigheden grote hoeveelheden voorns te vangen. Het Spaanse avontuurtje is dik geslaagd, ik klok precies 92 vissen waarvan de meeste rond de kilo wegen. Vele voorns zijn om en nabij de kilo. Een van de toppers weegt 1225 gram, zonder kuit en helemaal leeg. Zou je deze voorns vol met kuit vangen, dan zijn gewichten van 1,5 kilo geen uitzondering. Twee tevreden mannen keren huiswaarts. Ze zijn een avontuur rijker.
We Are Fly Fishing Magazine is gekomen met een nieuw digitaal reismagazine. De vrijheid om te gaan waar je wilt, staat steeds meer onder druk. Het aantal landen dat te maken heeft met interne en/of externe conflicten groeit met de dag. Tegelijkertijd wordt de drang om te reizen (op vakantie te gaan) met de dag sterker. Dit lijkt misschien tegenstrijdig, maar de angst voor verlies, of de beperking van de vrije wil, het grondgebied of het voedsel, leidt vrijwel altijd tot hetzelfde gedrag. Je vindt de nieuwe reiseditie op www.weareflyfishing.com.
Drie voor de prijs van één. Onze Vlieg van de Maand is er eentje die ondertussen thuishoort in het rijtje van de Franse klassiekers. Vermits wij in ons taalgebied, vooral als het ‘klassiekers’ of historische aspecten van de vliegvisserij betreft, voornamelijk aangewezen zijn op materiaal uit het Angelsaksische taalgebied, is de kans groot dat u, beste lezer er nog nooit van hebt gehoord. Tijd dus om dit kleine hiaatje even op te vullen. En om u helemaal te plezieren gooien we er ook nog eens enkele varianten tegenaan.
Tekst en foto’s Patrick Daniels
Zoals zo vaak het geval is bij ‘klassiekers’ zijn er in de loop der jaren ook bij de Pont Audemer (P.A.) een aantal varianten ontstaan en is het niet altijd even duidelijk hoe de originele versie er precies uit zag. Dit gaat zeker op voor onze gekende Normandische vlieg die eigenlijk op zich al een variant was van een vlieg uit het Angelsaksische gebied, de Mole Fly (M.F.). Pardon? De Mole Fly? Ja ook deze vlieg is in de loop der jaren flink onder het stof komen te zitten.
Van de P.A. zijn er intussen versies met en zonder staartsprieten, met witte en met gele vleugels, met een lijfje van natuurlijke raffia en van gele floss. In feite zijn er slechts weinig punten van overeenkomst tussen de Mole Fly en de Pont Audemer. De M.F. had staartsprieten, de P.A. niet. De M.F. had een gepalmerd lijfje, de P.A. enkel een kraaghackle.
Het enige punt van overeenkomst was de naar voren wijzende vleugel. Bij de M.F. waren dit twee quillvleugeltjes, bij de P.A. een bunchwing. De Pont Audemer was, ondanks het feit dat ze vooral gebonden werd op haak 12 en 14, een imitatie van een uitkomende meivlieg, een ‘emerger’ avant la lettre, zeg maar. Het was als het ware een vroege voorloper van de Klinkhamer. De P.A. hangt met het lijfje en de haakbocht onder de waterspiegel.
De vlieg steunt volledig op de kraaghackle, waardoor de vleugel min of meer rechtop staat en zeer goed zichtbaar is. In ieder geval was ze, en is ze nog steeds, een goed vangende vlieg en in sommige delen van Frankrijk is ze nog zeer populair. Wat belet ons om de kleur en de grootte van deze vlieg aan te passen om er bijvoorbeeld een uitkomende Olive van te maken? Het principe van het ‘emergen’ en het ‘hatchen’ blijft immers hetzelfde.
De bijgevoegde voorbeelden tonen enkele varianten met een met gele binddraad geribd lijfje van fazantenstaartfibers en een dun hackle. Enkel de vleugels verschillen. Bind dit vliegje op haakje 14 en 16 en je hebt een prima Olive-emerger of een prima vlagzalmvliegje.
Bindbenodigdheden
Haak: Kamasan B400 of Tiemco TMC 100 maat 12
Alternatieven: Gamakatsu F11, Ashima F-15, Partridge L3A, Buyan C305
Binddraad: bruin
Lijfje: gele floss
Rib: pauwenherl
Hackle: bruine hanenhackle (4 wikkelingen)
Vleugel: fibers uit taling flankveertje
1 van 12
1. Binddraad opzetten vlak achter het oog en 1 mm naar achteren wikkelen. Hier een busseltje fibers uit een talingflankveertje inbinden. Lengte vleugel = lengte haaksteel.
2. Achterste eindje van de fibertjes schuin afknippen.
3. Binddraad naar achteren wikkelen, een pauwenherl inbinden en binddraad opnieuw tot 2 á 3 mm achter de vleugelbasis wikkelen.
4. Eindje gele floss bovenop de haaksteel inbinden, dubbelvouwen en mee inbinden tot achteraan haaksteel.
5. Lijfje wikkelen tot op 2 of 3 mm achter vleugelbasis (strengetjes één voor één wikkelen).
6. Lijfje ribben.
7. Hackle inbinden
8. Hackle wikkelen met 4 wikkelingen. Hackle achter de vleugel vastleggen met 2 á 3 slagen.
9. Breng de binddraad tot voor de vleugel. Mooi kopje wikkelen tegen de vleugelbasis aan om de vleugel rechtop te zetten.
10. Whipfinish knoop leggen en binddraad afknippen.
11. Een Olive variant met taling vleugeltje
12. Voor een goede zichtbaarheid, een pink polywing vleugeltje. Prima vlagzalmvliegje.
Binddraad opzetten vlak achter het oog en 1 mm naar achteren wikkelen. Hier een busseltje fibers uit een talingflankveertje inbinden. Lengte vleugel = lengte haaksteel.
2. Achterste eindje van de fibertjes schuin afknippen.
3. Binddraad naar achteren wikkelen, een pauwenherl inbinden en binddraad opnieuw tot 2 á 3 mm achter de vleugelbasis wikkelen.
4. Eindje gele floss bovenop de haaksteel inbinden, dubbelvouwen en mee inbinden tot achteraan haaksteel.
5. Lijfje wikkelen tot op 2 of 3 mm achter vleugelbasis (strengetjes één voor één wikkelen).
6. Lijfje ribben.
7. Hackle inbinden.
8. Hackle wikkelen met 4 wikkelingen. Hackle achter de vleugel vastleggen met 2 á 3 slagen.
9. Breng de binddraad tot voor de vleugel. Mooi kopje wikkelen tegen de vleugelbasis aan om de vleugel rechtop te zetten.
10. Whipfinish knoop leggen en binddraad afknippen.
11. Een Olive variant met taling vleugeltje
Voor een goede zichtbaarheid, een pink polywing vleugeltje. Prima vlagzalmvliegje.
13. Een handjevol Pont Audemers. In Frankrijk nog steeds populair.
In heel Europa zijn gezonde vispopulaties afhankelijk van goed functionerende aquatische ecosystemen. In Finland heeft de Finse Federatie voor de Recreatieve Visserij, een organisatie die lid is van de EAA, een concrete en succesvolle stap in deze richting gezet met het project ‘Pike Factory’ (Haukitehdas), een ambitieus, wetenschappelijk onderbouwd initiatief gericht op het herstellen van paaigebieden voor snoeken en het versterken van de snoekpopulatie op de lange termijn. De federatie heeft het hele projectidee landelijk opgezet. Verschillende andere partijen zijn geïnspireerd geraakt door het project van de federatie en zijn ook begonnen met eigen projecten voor het herstel van paaigebieden. Bron: www.eaa-europe.org.
In het teken van ons 50 jarig bestaan gaan we terug in de tijd naar 2020, waar commercials nog niet door iedereen werden omarmd.
Eerlijk is eerlijk, nog maar enkele jaren geleden was bondscoach Jan van Schendel erg sceptisch over de visserij op Nederlandse commercials. Maar dat is tegenwoordig compleet anders! Er zijn veel redenen, maar op visvijvers vang je tenminste vis en, erg belangrijk bij wedstrijdvissen: hier komen de betere vissers toch ook vanzelf bovendrijven.
Tekst Jan van Schendel, foto’s redactie
Wat is er toch veel veranderd in de witvisserij! Zeker als je het vergelijkt met ‘vroeger’, zoals dat heet. En in dit geval hoeft de vergelijking met vroeger geen enkele decennia te zijn; zelfs als je de witvisserij van nu met pakweg tien jaar geleden vergelijkt, dan is veel anders geworden.
Natuurlijk, nieuwe ontwikkelingen en innovaties zullen er altijd zijn. Nieuwe of verbeterde ideeën zijn in welke sport dan ook aanwezig en dat is in de sportvisserij absoluut niet anders. Materialen worden beter en beter en worden ook steeds bereikbaarder voor grote groepen sportvissers. Daarnaast worden ook vismanieren alsmaar effectiever door nieuwe aanpassingen. Vooral in de wedstrijdvisserij zijn er heel veel ‘denkers’ die van alles uitzoeken en ontwikkelen om de concurrentie een stapje voor te blijven. Wat dat betreft mag je de wedstrijdvisserij gerust vergelijken met de Formule 1 in de auto-industrie. Heel veel nieuwigheden komen met name daar vandaan.
Wedstrijdvisserij mag je gerust vergelijken met de Formule 1 in de auto-industrie…
WAAROM ZO POPULAIR?
Soms, en dat zijn vaak de echt grote nieuwe ontwikkelingen in onze sport, zie je ook nieuwe vismanieren ontstaan, simpelweg door veranderende visomstandigheden. Zo was er ooit de ontwikkeling van de feedervisserij. Je zou het misschien niet denken, maar die nu toch algemeen bekende en veel beoefende visserij waaide pas over naar Nederland vanaf 1980 en werd eigenlijk pas echt populair in de jaren ’90. Logisch dat feederen gigantisch populair werd. Het is nu eenmaal een geweldig effectieve en bovendien relatief goedkope vismanier. In veel andere Europese landen, vooral in Midden- en Oost-Europa, zie je nu dezelfde ontwikkeling als destijds bij ons.
Een net zo grote nieuwe ontwikkeling is volgens mij het ontstaan van de visserij op de zogenaamde ‘commercials’, om er hier maar meteen een Engelse term tussen te gooien. Die Engelse term staat simpelweg voor het vissen op vaak (maar niet noodzakelijk) privétwateren, met een vaak prima visbestand en die je eigenlijk betaalwateren zou kunnen noemen. Je betaalt per dag of per dagdeel een bedrag voor het vissen op dat water.
WAT ZIJN F1-VISSEN?
F1’s zijn kweekvissen die het best te vergelijken zijn met giebels, de Zuid-Europese carasio’s en met een beetje fantasie zelfs de kroeskarper. Deze vissen zijn met name zo geschikt voor dit soort wateren omdat ze ook azen tijdens de koude wintermaanden, wanneer normaal gesproken karpers bijna niet azen of ergens allemaal bij elkaar zwemmen. F1’s zijn speciaal gekweekt om ook tijdens de wintermaanden een interessante visserij te garanderen voor de bezoekende vissers.
ENGELAND VOOROP
Zoals zo vaak met grote nieuwe zaken in onze sport, is ook deze nieuwe soort visserij overgewaaid vanuit het Verenigd Koninkrijk. Engeland met name. Het ontstaan van dit soort visserij gebeurde in een tijd dat ik vaak wedstrijden viste; zo zag ik ook meteen het ontstaan van die visserij. Er was in Engeland op de natuurlijke wateren gewoon heel weinig vis meer te vangen. Bovendien was de bereikbaarheid van die wateren ronduit dramatisch slecht te noemen. Dat gold misschien nog wel meer voor die plaatsen waar wedstrijdparkoersen lagen.
Nergens was het niveau van de wedstrijdvisserij hoger dan wat ik daar meemaakte en dat interesseerde me mateloos. Ik heb altijd genoten van de visserij en heb er mijn mooiste wedstrijden gevist. Dat neemt echter niet weg dat het soms gekkenwerk was om alleen maar op de visstek te geraken. Eindeloos lopen over zompige kleiakkers en dan vaak, als je het water had bereikt, nog langs vijftig steknummers tot aan je eigen visstek. Echt vre-se-lijk, iets wat in Nederland gewoon absoluut onmogelijk zou zijn.
Gelukkig transformeren ook steeds meer verenigingen een water om tot een visrijke vijver!
Ik schreef het al, bijna altijd ging het om wel erg weinig vis en bovendien was er nog een groot probleem. Met name in de steden werden vaak de achtergelaten auto’s opengebroken, met alle problemen van dien. Kortom, het was al met al niet zo onbegrijpelijk dat iemand op het idee kwam – iemand met veel geld en veel land – om een water simpelweg te laten graven met de sportvisserij op allerlei manieren in gedachten. Met veel vis, in een mooie ligging, goed bereikbaar, met een viswinkel en natuurlijk met een soort cafetaria waar in ieder geval een Engels ontbijt was te krijgen, maar zeker ook met iets te drinken na de vissessie. Nou, zoals men in Engeland zegt: “the rest is history”. Het succes van die eerste ondernemer leidde tot steeds meer van dat soort wateren. Ik durf gerust te stellen dat de ontwikkeling van het commercial vissen in Engeland de redding is geweest voor het wedstrijd- en witvissen! Een uitspraak die door veel Engelse topvissers, zoals Bob Nudd, openlijk wordt uitgesproken.
In Engeland zijn er zo’n 1500 tot 2000 geregistreerde vijvers en vijvercomplexen; sommige locaties hebben meer dan 1000 visstekken!
Voorbeeld van een XL commercial, het Lindholme Lakes Country Park met meer dan 450 pegs! Bron: YouTube.
VIJVEREXPLOSIE
Juist omdat ik grote verschillen zag met de visserij in ons land, ben ik heel lang erg sceptisch gebleven over de ontwikkeling van de visserij op commercials bij ons. In Nederland waren heel veel wateren altijd perfect bereikbaar. Er was bovendien overal volop vis te vangen en bovendien is nergens in Europa — dat mag gerust eens worden gezegd — het vergunningsysteem beter en goedkoper geregeld dan in ons land.
Ik kon me simpelweg nooit voorstellen dat er voldoende voedingsbodem voor de commercialvisserij bij ons zou zijn of ontstaan. Nooit dacht ik destijds dat met name de visstand op heel veel wateren zo zou afnemen. En al helemaal stond ik destijds nooit stil bij het feit dat veel openbare wateren tegenwoordig veel minder goed bereikbaar zijn, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe fietspaden waar we met de auto geen toegang meer tot hebben…
In tegenstelling tot mijn gedachten van toen bleek later dat er wel degelijk ruimte was voor dit soort visserij in ons land. Wel is het volgens mij een groot probleem om genoeg visplekken te creëren ten opzichte van de vraag die er nu is ontstaan. Hierdoor is het commerciële vissen tot op heden kleiner dan het zou kunnen zijn. Het valt nu eenmaal niet mee om in ons kleine landje, met al zoveel ruimtegebrek, planning permission te krijgen om dit soort wateren aan te leggen. Zeker niet wanneer het een commercieel project blijkt te zijn, waardoor bijvoorbeeld de belangen van de bestaande lokale middenstand eventueel kunnen worden geschaad.
Om de juiste gradaties even aan te geven: in Engeland zijn er zo’n 1500 tot 2000 geregistreerde vijvers en vijvercomplexen, waarbij er locaties zijn met meer dan 1000 visstekken! Ik vrees dat er op dit moment in Nederland nog amper meer dan 1000 visstekken zijn voor deze visserij bij elkaar. Trouwens, in België zijn er honderden en honderden vijvers die steeds meer karpergericht worden.
Hoe je het ook wendt of keert, ook in ons land heeft de visserij op commerciële visvijvers absoluut een plek verworven in de sportvisserij. Daar is absoluut niks mis mee! Er is vaak veel vis te vangen en ook gaat het om interessante vissoorten die te vangen zijn. Met name de karpers en de F1’s zijn prachtige vissen om te vangen en, eerlijk is eerlijk, ook ik ben inmiddels ‘gegrepen’ door met name de visserij op de F1’s.
ANDERE MANIER VAN DENKEN, ANDERE AANPAK
De visserij op de commerciële wateren in ons land is eigenlijk vooral karper- en F1-gericht. Op sommige plekken worden die vissen zowel met de vaste stok als met feederhengels bevist. In verreweg de meeste gevallen spreken we over relatief kleine wateren en veel van die wateren zijn met name geschikt voor het vastestokvissen. Het visbestand is vrijwel altijd groter, relatief gezien, dan op de meeste natuurlijke wateren en dus moet je daar als visser rekening mee houden bij het bepalen van de juiste aanpak. Simpel gesteld: je hoeft nu minder de vissen aan te lokken naar je visstek. Ze zwemmen er vaak al, namelijk.
Het gebruikte vismateriaal verschilt natuurlijk, afhankelijk van waar je vist. Iedereen zal begrijpen dat je dikkere lijnen zal moeten gebruiken op plekken waar karpers van vijf kilo te vangen zijn, dan op plaatsen waar ze amper boven één kilo uitkomen. De 08/00 tot 12/00 mm diameter lijnen kunnen in ieder geval gerust worden gewisseld voor 14/00 mm tot 20/00 en soms nog dikker. Alles natuurlijk gebaseerd op het effectief bevissen van de te vangen vissen op een bepaald water. Gebruik bij twijfel gerust een maatje dikker, zou ik zeggen. Met name in de warmere zomermaanden, wanneer de karpers gruwelijk veel kracht kunnen ontwikkelen.
De dobbers moeten allen wat robuuster zijn dan bij het klassieke witvissen.
DIVERSE VISSERIJ
Een van de mooie dingen aan de visserij op commercials vind ik dat je telkens weer op andere manieren de aanwezige vissen het best kunt bevissen. Het ene moment werken simpelweg maden en casters prima, dan weer is maïs een veel beter aas. Bijna altijd zijn de aanwezige vissen bovendien gekweekte vissen en die zijn vaak grootgebracht met allerlei pellets. Dat aas kennen ze dus en lusten ze bijna altijd graag. Op veel wateren kun je heel succesvol vissen met wormen en dan is er met name in de warmere jaargetijden nog de visserij met deeg, die soms onverslaanbaar kan zijn. Al die verschillende aassoorten vereisen weer hun eigen vismanier en soms ook hun eigen specifieke materiaal. Kortom: er is altijd iets te leren en te bedenken. Passief vissen is bovendien maar zelden een optie, zo is me inmiddels wel duidelijk geworden. Al met al is op commercials echt een prachtige visserij ontstaan, waarbij tijdens wedstrijden de beste vissers ook vaak echt weten te winnen. Ik zie wedstrijdvissen als een eerlijke sport en dan kan ik dat toch alleen maar mooi vinden?
Om even terug te komen op de verschillende vismanieren, volgt hier een overzicht van de belangrijkste aassoorten, hoe en wanneer ze te gebruiken:
Variatie ten top: wat is vandaag het meest effectief? Natuurlijk aas, ‘modern aas’ als pellets of deeg, of een mix?
Op commercials is echt een prachtige visserij ontstaan, waarbij tijdens wedstrijden de beste vissers ook vaak echt weten te winnen.
NATUURLIJK AAS
MADEN
Ook op de commercials geldt dat maden het meest natuurlijke aas zijn dat er bestaat. Maden zullen alle vissen vangen, groot maar ook vaak klein. Maden zijn met name in de koude maanden op veel commercials een geweldig aas. Bedenk wel dat je vaak dient te vissen met weerhaakloze haken (bijna altijd een van de regels op dit soort wateren). Dode maden werken dan vaak prima op de haak, simpelweg omdat ze er beter blijven zitten. Ook kun je met dode maden prima vissen op een hair rig met een bandje.
Levende maden zijn een topaas, maar kunnen ook veel, relatief kleine vis aanlokken.
CASTERS
Ook soms een prima aas, dat qua gebruiksmanier is te vergelijken met maden. Zeker niet het meest gebruikte aas op commercials, maar daar waar de vissen dit aas goed kennen kan het prima werken om ermee te voeren en te vissen.
Dode maden blijven erg goed op de vaak verplichte weerhaakloze haak zitten.
WORMEN
Zo’n geweldig aas soms! Vooral in het voorjaar en het najaar. Simpelweg enkele stukjes van een grote worm in een baitbandje stoppen werkt vaak prima. Op de haak kan ook, maar dit bewegende aas kan soms van de weerhaakloze haak vallen. Kleine beetjes fijngeknipte wormen voeren via een klein pole cupje en dan het haakaas precies daarop laten vallen, kan soms onverslaanbaar zijn!
In dit geval wordt de worm op de hair gezet en met een method gevist.
MAÏS
Een van de meest allround aassoorten en daarmee ook bijzonder geschikt voor de visserij op commercialvijvers. Karpers en ook F1’s lusten nu eenmaal heel graag maïs. Altijd wat maïs voeren via een pole cup wanneer je met dit aas op de haak vist. Denk er ook eens aan om een combinatie van maïskorrels en gecrushte maïs aan te voeren pal onder de eigen visoever. Bijna altijd komen de grootste karpers laat in de wedstrijd pal onder de eigen oever. Soms tot pal tegen het leefnet aan, vaker een eindje links of rechts van waar je zit. Dat kan het verloop van een wedstrijd in een ommezien totaal veranderen. Die grote vissen willen dan maximaal azen op dat moment, dus dan moet er ook wel wat aas klaar liggen voor die vissen!
Met een pole cupje kun je een erg geconcentreerde plek creëren.
PELLETS
Wanneer er veel vis zwemt, werkt een iets grotere harde pellet in een baitbandje vaak prima. Iets groter in vergelijking met de harde pellets die je voert, wel te verstaan. Op veel commercials reageren de vissen absoluut positief op geluid en worden naar de visstek gelokt door los bijgevoerde pellets. Daartussen hangt dan het iets grotere haakaas. Zorg er wel voor dat de bijgevoerde pellets zinken! Voor gebruik de pellets even iets bevochtigen en controleren of ze zinken. Hoe lang precies bevochtigen, hangt af van het type pellet. Zorg ervoor dat ze niet te zacht en kruimelig worden; dat trekt kleine vis aan.
Positieve geluidsgewenning: vlak na het droppen van het aas wordt het elastiek al uit de top getrokken!
1 van 4
Elke pellet heeft specifieke eigenschappen en bereidingswijze: check dit op de verpakking
Een klein beetje pellets in de pole cup…
Handig tooltje om een harde pellet in de baitband te zetten.
Het eindresultaat.
Ook softpellets en/of expanderpellets werken vaak prima; zeker in de koudere maanden vaak beter dan harde pellets als haakaas. Verschillende soorten expanders dienen op een voor hun specifiek beste manier te worden klaargemaakt. Deze informatie staat meestal op de verpakking. Het gaat uiteindelijk maar om één ding: dat ze goed en lang op de haak blijven zitten.
DEEG
Het vissen met deeg of ‘paste’ is een kunst apart bij de commercialvisserij. Ik kan hier echt niet in een ommezien alle ins en outs omschrijven. Dat vergt een compleet apart artikel en ik beloof jullie dat zo’n artikel er ook gaat komen. Het onderwerp is belangrijk genoeg ervoor. Onvoorstelbaar wat voor doeltreffende manier van vissen dit vaak kan zijn!
Deeg is een hoofdstuk apart; we komen daar in een ander artikel op terug! (foto: Bart de Crée)
VISSEN OP COMMERCIALS: BASISTIPS
De regelmatige lezers van mijn artikelen weten inmiddels wel dat ik houd van een zo simpel mogelijke aanpak, en dat geldt voor elk type visserij. Volgens mij zijn wij vissers vaak degenen die de dingen te gecompliceerd maken. Daarbij nog iets (en ook dat is simpel): het is allereerst belangrijk om zo effectief mogelijk te vissen op ieder gebied.
Met een korte opslag moet je met beleid de haak zetten.
Het gaat bij de visserij op commercials vaak om veel vis en flinke gewichten. Vooral tijdens de warmere maanden van het jaar. Veel vissen verspelen is dus absoluut geen optie! Hetzelfde geldt voor het aanlokken van te veel vissen tegelijk. Lang niet iedere beweging van de dobber is een aanbeet. Jezelf beheersen is een belangrijk onderdeel van deze visserij. Probeer, zeker wanneer je ondiep vist of pal tegen de oever, om de haak te zetten door een simpele beweging van de hengel opzij of naar boven. Hard aanslaan betekent absoluut een hoop problemen. Met name wanneer je vist met een hele korte opslag (afstand tussen dobber en hengeltop)! Alles draait dan om de hengel, en vaak eindigt het in een niet meer te ontwarren spinnenweb.
Nog iets over het vissen zelf. De precieze reden ervoor weet ik niet, maar op heel veel vijvers zijn de taluds heel steil, vooral pal tegen eilandjes en de eigen oever. Probeer bij een bodemvisserij altijd om het aas aan te bieden vlak tegen de bodem, maar vis nooit te ver op die bodem. Met name wanneer je vist op de F1’s zul je merken dat het soms ‘krengen’ zijn om te vangen. Alleen nadat je de perfecte diepte vindt, zal je ze maximaal vangen zonder al te veel aanbeten te missen. Enkele centimeters dieper of ondieper kan al een enorm verschil uitmaken!
1 van 3
De kanten zijn vaak productief, maar de taluds zijn er steil: een nauwkeurige afstelling van je montage is dan erg belangrijk!
Een paar centimeter kan het verschil betekenen…
tussen wel of niet de aanbeten goed doorkrijgen.
Ik schreef het al, de vissen zijn vaak al aanwezig op je stek en te veel vissen tegelijk aanlokken levert vaak te veel lijnzwemmers op. Het voeren dient dan ook secuur op de visstek te gebeuren en bovendien zijn kleine aashoeveelheden vaak al genoeg. Dat is wat vaak wordt bedoeld met het ‘vis voor vis’ lokken en vissen.
Te veel vis op de stek kan contraproductief werken.
METHOD FEEDEREN
Daar waar het feedervissen is toegestaan, is het vissen met de methodfeeder meestal een geweldige vismanier. De grondbeginselen van deze visserij zijn even duidelijk als simpel. Zuiver werpen is een must, het voer of de pellets mogen pas op de bodem zich rond de methodvoerkorf verspreiden en nadat de korf de grond heeft bereikt mag hij nooit nog bewegen! De aanbeten zullen niet te missen zijn, en ook hier is het zaak om je goed te beheersen. Wanneer er veel vissen op de stek zwemmen, zijn lijnzwemmers onvermijdelijk. Laat de hengel liggen totdat je zeker bent dat de vis zich heeft gehaakt. Negen van de tien keer is dat de beste manier. Gebruik ook altijd een ribbelsteun (wokkel) of een ander type hengelsteun waar de hengel niet vanaf getrokken kan worden. Een gladde hengelsteun is hier absoluut uit den boze!
Laat je niet gek maken door de ‘lijners’ en wacht pas op een overduidelijke beet!
Het vissen met enkel een Arlesey bomb, oftewel wartelloodje, kan ook bijzonder doeltreffend zijn. Vaak is het schieten van enkele 8 mm pellets al genoeg om in de buurt rondzwemmende karpers aan te lokken. Het vissen met zo’n bombloodje, in combinatie met een grote harde pellet, boilie, wafter of wat voor ander aas dan ook op een hair rig, kan een fantastische vismanier zijn!
Met de method kun je prima grondvoer en pellets brengen. Wil je ook los aas voeren, gebruik dan kleine korfjes, dat werkt ook prima!
VIS EENS MEE
Wat een variatie in visserij… en dan hebben we het nog niet eens gehad over bijvoorbeeld de visserij met de pellet waggler, dibbers en voerdobbers… Nu is het zaak om een en ander eens in de praktijk uit te gaan proberen. Ik heb al zo vaak vissers gezien die ‘bang zijn voor het nieuwe’, met name wedstrijdvissers. Dan zie ik ze komen kijken tijdens een wedstrijd, en nog eens en nog eens; vaak weet ik dan al genoeg. Men blijft weg omdat men het toch niet aandurft. Tja, in onze sport kun je nooit alleen maar winnen. Dat lukt zelfs niet na vele jaren lang een bepaalde vismanier te beoefenen. Hoe dan ook moet je tijd, moeite en inzet investeren om iets onder de knie te krijgen. Mijn advies? Vis simpelweg eens mee! Een betere manier om dingen te leren bestaat niet. Wat is er nu te verliezen behalve wat tijd? Tot ziens aan de waterkant!
Ik geef het toe: ook ik was jaren terug sceptisch, maar nu ben ik helemaal om!
In 2025 vingen de waterschappen meer muskusratten dan in 2024. Vooral in het westen van Nederland nam het aantal vangsten toe. Muskusratten vormen een risico voor onze veiligheid doordat ze gangen graven in dijken en kades. Ze zorgen ook voor schade aan de natuur. De grootste stijging vond plaats in het westen. Daar werd meer dan de helft van alle muskusratten gevangen. Het ging vooral om vangsten in de gebieden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Extra bestrijders zorgden ervoor dat er meer dieren werden gevangen. Bron: www.waterschappen.nl.
We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2019 van Rico ’t Mannetje
Wanneer de zoetwaterbaarzen (verplicht) wat rust wordt gegund, komt het zeebaarsseizoen langzaam op gang. Veel vissers weten niet beter dan dat de zeebaars alleen in de zomer langs de Nederlandse kust is te vangen. Niets is minder waar… Er is tegenwoordig een behoorlijk bestand aan zeebaars dat letterlijk overwintert in het Europoortgebied. De condities zijn blijkbaar zo goed, dat een trek in het late najaar naar het zuiden overbodig is geworden. Geef de voorjaarsvisserij op zeebaars eens een kans.
Tekst & Foto’s: Rico ’t Mannetje
Dat momentje net voor het donker worden
Plekken waar warm koelwater in grote hoeveelheden naar zee wordt afgevoerd zijn, met name in de winter, een trekpleister voor zeebaars. Het voordeel van dit soort stekken is, dat wanneer de temperatuur van het zeewater richting de 10 graden gaat, de zeebaars rond dat soort gebieden al behoorlijk actief wordt. En laat dat nu net rond de sluiting van het roofvisseizoen in zoet water zijn! We blijven dus in de roofvismodus op baars en de hengels hoeven niet naar zolder. Het vissen op baars kan gewoon worden voortgezet, er moet alleen even het woordje ‘zee’ voor worden geplaatst.
Vliegvissen
Ook met de vlieghengel vissen op deze zilveren rakkers kan dikke pret opleveren. Heb je nog nooit met de vlieghengel op zeebaars gevist en staat dit al lang op je to-do list? Dan is dit het moment om de feeling voor deze methode van zeebaarsvissen op te pakken. Gebruik met de vlieghengel niet meteen de grote streamers, maar houd het klein. Kleine streamers en garnaal imitaties zijn perfecte kunstvliegen voor in het voorjaar!
Diverse kunstvliegen
Materiaal
Het formaat zeebaars waar ik over spreek is natuurlijk niet de typische ‘najaars’ baars van 65 centimeter en 3 kilo zwaar. Nee, we hebben het hier over zeebaarzen tot 45 centimeter. Maar juist de grote aantallen en de agressiviteit van dit formaat baars, maakt het zo leuk om hier gericht op te vissen. De trend van het gebruik van licht materiaal op zeebaars komt hier volledig tot zijn recht.
Voor deze visserij gebruik ik graag een spinhengel van zo’n 2,50 meter lang met een werpgewicht tot circa 30 gram. Ondanks het lage werpgewicht gaat mijn voorkeur uit naar een hengel met een strakke topactie. Hierdoor heb je wat meer controle over je kunstaas en kun je, indien nodig, ook op grote afstanden de haak beter zetten. De molen is een 3000 tot 4000 formaat, volgespoeld met 08/00 mm gevlochten lijn van een goede kwaliteit. Verbind de gevlochten lijn nog even met metertje fluorocarbon van 35/00 met een Alberto knoop. Deze is vrijwel identiek aan de Allbright knoop, behalve dat het aantal windingen verschilt. Maar dan ben je er helemaal klaar voor.
Diverse lepels en spinners
Kunstaas
Omdat het formaat zeebaars vaak niet groter is dan 45 centimeter, pas ik mijn aas hierop aan. Klein (kunst)aas in de vorm van shads, pilkers, lepels en kleine plugjes tussen de 6 en 9 centimeter blijken in deze periode vaak succesvol. Niet heel onlogisch, want het aanbod aan natuurlijk aas is nog beperkt en zeker niet van groot formaat.
Jigkopjes tussen de 5 en 15 gram zijn meestal voldoende. Pas het gewicht van de jigkop aan op de stroming. Vis niet te zwaar en zeker niet te licht! Bied je kunstaas zo dicht mogelijk tegen de bodem aan. Mocht de shadvisserij niet helemaal je ding zijn, vis dan gewoon met lepels. De lepel is echt een onderschat stukje kunstaas voor de zeebaars. Werp het lepeltje uit, laat het afzinken tot de bodem en vis het met een ‘stop en go’ techniek binnen. Kind kan de was doen!
Waar ik juist in de zomermaanden het liefst met natuurlijke kleuren kunstaas vis, gooi ik het roer in het voorjaar volledig om. Het kan vaak niet gek genoeg als het gaat om de kleur. Chartreuse, oranje, roze, rood en geel zijn vaak de kleuren waarvan de zeebaars compleet door het dolle gaat. Gebruik af en toe zo’n felgekleurde shad met een glitter erop en je krijgt de baarzen aan het dansen.
Waar moet ik zijn?
In het voorjaar zijn vooral de gebieden rond de koelwateruitlaten potentieel goede visplekken. Denk bijvoorbeeld aan de Yangtzehaven, het Hartelkanaal en het Beerkanaal in het Europoortgebied. Via deze waterwegen wordt het warmere koelwater afgevoerd naar zee. Let wel even op het tij. De ‘regels’ die gelden in de zomer, gaan vaak niet op in het vroege voorjaar. ‘s Zomers vis ik zelf graag rond laagwater, maar in het voorjaar is al vaker gebleken dat starten vlak na hoogwater meer actie oplevert.
Wanneer je in de zomer geen activiteit ziet aan het wateroppervlak, ben je snel geneigd om je kunstaas wat trager aan te bieden. Niet zo gek, dat is logischerwijs vaak ook de juiste manier. Maar in het voorjaar mag je voor die scholenbaars echt wat vaker je kunstaas snel en afwisselend binnen vissen. De scholenbaars is nu agressief en hongerig!
Bonus baars tijdens een vliegvis sessie in het voorjaar
Aandachtspuntjes
Zodra je één van eerdergenoemde ‘voorjaars’stekken wilt bevissen, moet je rekening houden met bepaalde factoren die je dag tot een succes kunnen maken. In de zomermaanden heb je vaak visuele referentiepunten, zoals het aanwezig zijn van aasvis, duikende meeuwen of het werkelijk zien jagen van zeebaars. In het voorjaar is dat net even anders. Geen van deze referenties zul je in deze periode snel tegenkomen. Je moet dus echt vertrouwen op je stek, zelfs wanneer het lijkt of er totaal activiteit is!
Er zijn wel factoren die je kans vergroten op succes. Houd het tij goed in de gaten. Begin bijvoorbeeld eens een uur na hoogwater. Zodra het water begint te zakken, zorgt het afgaande tij dat het warme koelwater via de havens wordt afgevoerd naar zee. Het lijkt erop dat de zeebaars dan juist de overwinteringsplekken verlaat, op zoek naar voedsel. Bied je kunstaas dan niet alleen aan op open water, maar vis ook eens langs de stenen. De kans op het vastlopen van je kunstaas aan één van die stenen wordt groter, maar de beloning kan soms groot zijn.
Ook de zon speelt vaak een belangrijke rol. Op een zonnige dag in het vroege voorjaar kan de zeebaars zomaar uit de trage wintermodus komen en veranderen in felle en jagende vissen die alles grijpen wat los en vast zit. Maak in deze periode vooral ook meters. Krijg je op een stek niet binnen 15 minuten een aanbeet, loop dan voorzichtig 20 meter verder en probeer het hier opnieuw. Dat de zeebaars soms in groten getale aanwezig kan zijn, wil niet altijd zeggen dat ze er dan ook overal zijn. Zeebaars houdt zich, vooral in het vroege voorjaar, vrij gegroepeerd op. En net als in de zomer komt de vis niet naar jou, maar moet jij naar de vis toe.
Yantzehaven
Kwestie van tijd
Met de maand mei en juni in het vooruitzicht, is het een kwestie van tijd voordat de echt grote scholen zeebaars langs de Nederlandse kust verschijnen. En met die trek vanuit het zuiden naar de kust, komen ongetwijfeld ook de grote baarzen weer mee. Zeebaarzen die je een hartslag van 150 bezorgen na een felle, harde aanbeet. Laat ze maar komen!
De mooie periode komt er weer aan; de tijd van tot 22.00 uur nog daglicht en dan nog even een uurtje in het donker meepakken. De tijd van snoeiharde aanbeten waarvan de hengel bijna uit je handen wordt getrokken. En misschien, heel misschien hoeven we niet eens meer zo lang te wachten voordat we de eerste zeebaarzen weer aan het wateroppervlak kunnen vangen. Zoveel moois, nu al en in het vooruitzicht. En het is pas amper mei!
Het voorjaar wordt vaak onderschat als het gaat om het vangen van zeebaars. Geef het (vroege) voorjaar eens een kans en je zult versteld staan wat voor vangsten je soms kunt boeken. De echt grote zeebaarzen komen later wel. Geniet nu vooral van de scholenbaars, hun agressie en het spelletje!
De laatste wilde rivieren van de Balkan verdwijnen! Uit de meest recente hydromorfologische beoordeling blijkt dat sinds 2012 bijna 2.500 km aan ongerepte Balkanrivieren verloren is gegaan… Het aandeel bijna-natuurlijke rivieren is gedaald van 30% naar slechts 23%, waarbij Albanië de sterkste daling laat zien, grotendeels veroorzaakt door de ontwikkeling van waterkrachtcentrales en rivierregulering. Hoewel inspanningen op het gebied van natuurbehoud met succes zo’n 900 km aan rivieren hebben beschermd, moet er nog veel meer gebeuren. Riverwatch en EuroNatur roepen op tot onmiddellijke actie en strengere nationale en EU-beschermingsmaatregelen om de unieke rivieren van de Balkan te beschermen voordat het te laat is. Bron: www.balkanrivers.net.
Afgelopen maanden is de VISpas uitgebreid met tientallen nieuwe wateren door heel Nederland. Het gaat om wateren in de gemeenten Amsterdam, Moerdijk, Leudal, Horst aan de Maas, Maasgouw, Peel en Maas, Stein, Venlo en Zwolle. Limburg spant de kroon met 22 nieuwe wateren, goed voor ruim 90 hectare. Deze uitbreiding van het arsenaal aan VISpas-water is voor een belangrijk deel te danken aan hengelsportverenigingen die hun bestaande en nieuwe viswateren hebben gedeeld. De VISplanner is volledig up-to-date; de nieuwe wateren zijn hierin verwerkt. Bron: Sportvisunie.
We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2019 van Richard Gans.
Het beste van twee werelden
RICHARD GANS – Als penvisser ben je vaak beperkt tot het vissen met één hengel, terwijl je vergunning toestemming geeft tot meerdere hengels… Vissen met 2 of 3 hengels kan wel, maar dan middels een statische visserij. Helaas doet het statisch vissen snel af aan de charme van het afstruinen van kleine voerstekjes. De naam statisch zegt het al… je bent niet meer mobiel. Dat is jammer, want er zijn genoeg mogelijkheden om mobiel te zijn en toch met meerdere hengels te kunnen vissen zonder de charme van het penvissen te verliezen. Het beste uit twee werelden combineren!
Ik schrik op uit mijn concentratie! Driftig drukt een driftige bestuurder op de langste weg van Nederland zijn claxon in tot het uiterste van zijn kunnen. Het gaat allemaal niet snel genoeg volgens deze driftkikker. De auto voor hem haalt niet snel genoeg in en middels lichtsignalen en wild getoeter probeert hij dit duidelijk te maken. Het gebeurt uiteraard in luttele seconden, ik zit namelijk gewoon stil op mijn stekje vlak langs deze drukke snelweg, ook wel de A7 genoemd. Het voorbijrazende verkeer hoor ik allang niet meer, alleen de ‘niet auto’-geluiden hoor ik. Een sirene, een klapperend vrachtwagenzeil, een gierende imperial of een luidruchtige motorfiets zijn een aantal van de geluiden die ik nog niet kan negeren. Ze zijn me nog vreemd…
SNELWEGSTEK
Drie jaar woon ik nu langs deze snelweg en in die drie jaar ben ik nog nooit zo happy geweest met mijn visserij. Het vissen op karper langs een van de drukste wegen van Nederland heeft mij geen windeieren gelegd. Over gewichten heb ik het niet, dat is voor mij van ondergeschikt belang. Als je kunt kiezen tussen tien kleintjes of tien zware vissen, dan ga je voor de dikke vissen, toch? Tuurlijk! Maar die keuze heb ik hier niet! Of beter gezegd, de keuze van het gemak en rust zonder andere vissers, die heb ik wel en dat is namelijk daar waar de wat kleinere vissen zwemmen. Het hoogste gewicht dat ik hier kan vangen, zal rond de 10 à 12 kilo zijn… en geloof me, dan zit ik al aan de hoge kant.
Desalniettemin kan ik mijn spreekwoordelijke ei prima kwijt in deze visserij en zijn er al aardig wat mooie vissen uitgekomen, en dat op een polderstelsel van ruim 125 km lang. De vis kan werkelijk overal zwemmen, maar door regelmatig een stek te onderhouden en niet te bevissen, blijven de meeste karpers zich ophouden langs de drukke snelweg. Dat deze ringsloot hier ook wat breder is, speelt natuurlijk ook een rol. Alsook de burgergigant die grenst aan deze sloot. Een prettige bijkomstigheid: een snelle hap is zo gehaald!
SNELLE HAP
Over snelle hap gesproken: een karper is zeker ook niet vies van deze snelle hap, die te groot voor de maag van de koper was en dus achteloos in de sloot wordt gesmeten. De restanten hamburgervlees, groenten en krulfrietjes krijgen maar vaak genoeg een zwiep richting sloot… Dat meer dan de helft de sloot niet bereikt, is bijzaak. De rattenpopulatie is bijzonder groot (de ratten zelf ook), dus deze restanten blijven daar niet lang liggen…
Regelmatig laat ik dan ook een pennetje zakken bij deze hamburgerketen. Dit doe ik meestal in de vroege uurtjes, zodat er niet al te veel pottenkijkers of potentiële stekgebruikers aanwezig zijn. De vissen zijn niet bijzonder groot, dus voor het gros van de karpervissers is het niet interessant genoeg. Dat is mooi meegenomen. Mijn ego is bescheiden, net als het formaat vissen dat hier zwemt.
Als ik bijvoorbeeld op mijn ‘thuiswater’ vis, daar waar grotere vissen zwemmen, dan is het haast onmogelijk om een ‘onherkenbare’ vangstfoto te maken. Helemaal in de beginperiode van het jaar. Het riet is dan nog laag, de bosjes niet dichtgegroeid en de bomen nog leeg van blad. Stekherkenning 2.0, dus tel uit je verlies.
Daar heb ik hier dus geen last van. Uiteraard loop ik er niet mee te koop en zal ik, als het even kan, ‘onzichtbaar’ langs de oevers vertoeven. Wekelijks gooi ik hier en daar wat boiliekruim, mais en bollen verspreid over de hele ringsloot. Tijdens de wintermaanden doe ik dit mondjesmaat. Bij een koude, gure oostenwind is door de jaren heen gebleken dat het hier en bij andere polderstelsels uitgestorven is. De dwarssloten zijn dan een toevluchtsoord voor de vissen. Ze kunnen daar in de luwte liggen en zijn vrij van golfslag en windvlagen. Een zuidwester is daarentegen een prima windje, ondanks dat deze ook vol in de sloot staat. Op een of andere manier hebben de vissen hier totaal geen last van. Misschien komt het omdat deze wind wat vriendelijker aanvoelt en het (ondiepe) water enigszins voorziet van zuurstof en warmte. Het is mij te vaak gebeurd dat ik tijdens een oostenwind met een droog net thuiskwam, dus ik waag het er niet meer op.
INTERESSANTE STEKJES
Uiteraard trek ik er vaker op uit om elders in de polder een pennetje te laten zakken. Op dit uitgestrekte waterstelsel kun je in de meest gevarieerde stukken water karper verwachten. Van grote kanalen en diepere plassen tot smalle slootjes en kleine poeltjes. Maar hoe vang je daar de karper?
Wat je in eerste instantie moet doen, is proberen de vis te lokaliseren. Het spreekt voor zich dat een grote, uitgestrekte plas water zich niet goed leent voor een polaroid zonnebril en een petje tegen de zon… Hier kun je het beste een dieptemeter of een peilhengel met dyneema gebruiken om de bodem af te tasten. Maar alleen als er ver uit de kant gevist moet worden. Bij de pen- en/of kantvisserij volstaat de penhengel om snel een beeld van de bodemstructuur te krijgen.
Wel kun je bij deze uitgestrekte plassen interessante stekken vinden in de kantzones. En deze stukken zijn de ideale stekken voor deze visserij. Een overhangende struik, boom of oude steiger zijn de uitgelezen stekken om je geluk te vinden in een bonkig stuk karpervlees. Op de kanalen vind je de beste stekken meestal bij ‘afwijkende’ objecten. Denk aan meerpalen, bruggen, sluizen of bochtige gedeelten van een kanaal. Smalle (polder)slootjes en siervijvers zijn meestal wat makkelijker te ‘lezen’. Het merendeel is ondiep en de vis zit vaker in de bovenste laag van het water. Zo heeft elk water een andere voorbereiding nodig.
MOBIEL VISSEN LOONT!
Eenmaal de stekken gevonden, is het zaak om deze aan te voeren en deze later een voor een af te vissen. Een half uur tot een uur vissen volstaat per stekje. De penhengel is de hengel die de meeste aandacht vraagt. Om toch de kansen te verdubbelen, neem ik steeds vaker een hengel met een ‘vastlood’-montage mee. Soms liggen de stekjes wat dichter bij elkaar en dan is het mogelijk om op deze manier twee aangevoerde stekjes te bevissen. Eén met de pen en de ander met het vaste lood.
Mocht je op een stek last hebben van witvis, kies dan voor de vastloodmontage. Met deze montage is het mogelijk om met grotere, witvisbestendige aassoorten te vissen, zoals boilies en tijgernoten. Vervolgens bevis je met de penhengel een ander stekje. Zo kun je variëren en ben je enorm mobiel. Je kansen vergroten door mobiliteit is misschien wat intensiever dan domweg achter een paar hengels te gaan zitten en wachten op die ene passerende vis, maar veelal vang je door mobiel te zijn meer vissen en in een korter tijdsbestek.
INSTRUMENT
De penhengel is een instrument dat je een beetje moet leren bespelen. Vaak is het even zoeken naar de juiste combinatie van molen, lijn, pennetje, haak en loodzetting. Heb je dit eenmaal gevonden, dan gaat het eigenlijk vanzelf. Je weet op een gegeven ogenblik welke pen bij welke situatie hoort en je gaat steeds scherper vissen door te schuiven met je loodjes.
Onder elk loodhageltje plaats ik een rubber stoppertje. Het voordeel is dat loodhagels na het aanslaan niet verschuiven en je deze er ook minder makkelijk afslaat. En als je loodhageltje verschoven is tijdens de dril, dan zit het stoppertje negen van de tien keer nog op de goede plek. Scheelt weer uitpeilen.
Vis je liggend (zinkend) met het laatste loodje op de bodem, dan kun je erg scherp vissen. Aast de vis met vertrouwen, en dat is in deze periode vaak het geval, dan kun je het laatste loodje (in mijn geval ook het zwaarste loodje) dichter bij de haak schuiven, ik ga tot 5 cm van de haak. Pakt de vis het aas, dan komt je pennetje omhoog en kun je direct aanslaan. Het laatste loodje wordt namelijk opgetild, met dien gevolge dat de pen gaat klimmen (een zogenaamde opsteker).
Als de vis heel voorzichtig aast, dan kun je tussen het laatste loodhageltje en de haak 15 tot 20 cm laten. Langer zou ik nooit gaan; bij een vol azende vis bestaat de kans dat deze het haakaas inslikt. In de toekomst zal ik eens dieper ingaan op de loodzetting en het uitloden van een pennetje.
BONUSHENGEL!
De vastloodhengel die we mee hebben, is eigenlijk een bonushengel en kan met een gerust hart op de steunen achtergelaten worden. De beetmelder hoor je wel vanzelf. Als je niet te veel waarde hecht aan je molen en hengel, dan kun je deze ook gewoon in het gras neerleggen. Alleen zal je dan vaker opzij moeten kijken of je geen zakker krijgt. Vergeet ook niet je slip los te zetten of de molen in de vrijloop! Het is mij meer dan eens overkomen dat ik nog maar net de hengel kon grijpen omdat de slip nog dicht stond…
Eigenlijk vis ik niet met een vastloodsysteem, het is meer een semi-schuivend systeem. De montage is supersimpel: een schuivend lood dat wordt gestopt door een stuitje op ongeveer 30 cm van de rig. De vis heeft dan enige speling en bovendien kunnen we horen/zien als er een vis met het aas speelt. De lichte swinger of hanger hangen we laag, we vissen immers schuivend, en mocht de vis gaan zwemmen, dan klimt deze omhoog. De vis krijgt vanzelf weerstand van de baitrunner en/of zal zich prikken doordat het stoppertje tegen het lood wordt getrokken… een run is geboren!
Waarom zo’n zwaar lood van minimaal 100 gram? We vissen vlak bij de kant, hierdoor ligt er weinig lijn in het water. Na aasopname zal er minder sprake zijn van lijnweerstand om de haak extra te laten prikken. Ik verkies dan zwaarder lood om de haak goed te laten prikken.
Mobiel vissen loont. Door de penhengel en statische hengel op een slimme manier te combineren, kun je mobiel genoeg zijn zonder de charme van het penvissen te verliezen. Het is op deze manier geen vraag ‘pennen of statisch vissen’, maar het beste uit twee werelden combineren!
AAS & VOER
Als aas kunnen we alles gebruiken wat de karper lekker vindt. Van boilies, mais, aardappel, kaas, luncheon meat, maden, wormen tot brood. Het ene aas is wat witvisgevoeliger dan het andere. Met name met grotere boilies kunnen we witvis zo goed als uitschakelen. Maiskorrels prik ik gewoon op de haak, twee of drie stuks, met de haakpunt vrij. Ook knijp ik de harde kern eruit, zodat de inhaking beter is. Bovendien kun je mais prima combineren met een worm erbij geprikt. Als bijvangst is het mogelijk dat je de zeelt op je matje krijgt. Brood is een ware killer voor karper, maar ongelooflijk gevoelig voor witvis. Een pluim op de haak is door witvis zo leeggeplukt. Een grote broodpluim vis ik daarom uitsluitend als ik weet dat er alleen karper in de buurt is.
SEMI-SCHUIVEND
Allereerst schuif ik een stoppertje op de lijn, gevolgd door een kraaltje of bead. Vervolgens een licht speldwarteltje met een wartellood van minimaal 100 gram. Dan schuif ik weer een (rubber)kraal op de lijn om de knoop met de wartel of quicklink te beschermen. Hier knopen we tot slot de rig aan, en klaar is de montage! Het lood hangt in een dunne speldwartel. Mocht er onverhoopt iets op de bodem liggen waarachter het lood kan blijven hangen, dan zal het lichte speldwarteltje openbuigen en de lijn zal weer vrijkomen.
Het jeugdinitiatief ‘Anglers of the Future’ van EAA-lid Danmarks Sportsfiskerforbund boekt na slechts één jaar al sterke resultaten. Met een stijging van 31% in het aantal jeugdleden, meer dan een miljoen digitale impressies en volledig volgeboekte jeugdkampen, laat het project zien hoe vissen de volgende generatie Denen succesvol kan betrekken. ‘Anglers of the Future’ werd in 2024 geïntroduceerd als een driejarig project met een duidelijke doelstelling: kinderen en jongeren (tot 18 jaar) aanmoedigen om meer tijd buiten door te brengen en recreatief vissen te ontdekken. De ambitie is om vissen net zo toegankelijk en aantrekkelijk te maken als andere populaire vrijetijdsbestedingen in Denemarken. Bron: www.eaa-europe.org.
Boston Whaler, een van ’s werelds toonaangevende leveranciers van visboten, is de nieuwste sponsor van de World Predator Tour. De toevoeging van deze nieuwe sponsor aan de indrukwekkende lijst is een opsteker voor het toernooi, dat zich heeft gevestigd als hét toonaangevende evenement voor snoekvissers in Europa. Evert Oostdam, oprichter van het evenement, vertelde aan Angling International: “Boston Whaler heeft zich aangesloten omdat het bedrijf de aanwezigheid op de Europese hengelsportmarkt wil uitbreiden. Hun betrokkenheid volgde op een telefoontje van Hans Roelants; hij informeerde over de mogelijkheid om een team in te schrijven voor het toernooi. Ik antwoordde dat een betere manier om het merk te promoten zou zijn als sponsor, en zo is het verdergegaan.”
Nu de gesloten tijd is aangebroken, hebben we allemaal de tijd om de spullen weer op orde te maken. Visboxen opnieuw indelen, hengel poetsen en natuurlijk de molen smeren. Wie namelijk zijn molens regelmatig onderhoudt, kan daarmee hun levensduur flink verlengen!
Zeer lichtlopende moderne molens hebben graag een op olie gebaseerde smering. Dat geeft een zeer lichte loop, maar de smering zelf is sneller weer verdwenen. Het gevolg hiervan is dat je wat vaker moet naoliën. Helaas moeten de meeste molens daarvoor gedeeltelijk uit elkaar worden gehaald. Voor een snelle en eenvoudige onderhoudsbeurt hoeft echter meestal alleen de afdekplaat van de behuizing verwijderd te worden en de rotor een beetje omhoog om bij de belangrijkste onderdelen, zoals het tandwiel en de as, te komen.
Voor eenvoudig onderhoud aan de molen heb je molenvet (dik) en olie (vloeibaar) nodig. Een eenvoudige vuistregel voor het juist aanbrengen van deze smeermiddelen is: alles dat langs elkaar draait, moet ingevet worden. Dus bijvoorbeeld de as en het tandwiel. Fijne, zelfdraaiende onderdelen, zoals kogellagers, moeten ingeolied worden.
1 van 7
Lagers oliën: na het openen worden eerst de kogellagers geolied.
Vet laat zich goed verdelen met een schroevendraaier
Tandwielen, de as en het wormtandwiel worden ingevet zodat deze makkelijker bewegen
Met genoeg vet loopt de molen soepel. Olie in het mechaniek maakt de loop nog vloeiender, maar er moet vaker bijgeolied worden.
Is de molenbehuizing weer gesloten, wordt er wat vet op de molenas aangebracht.
Onderhoud aan de buitenkant. Vervolgens worden de van buiten toegankelijke kogellagers ingeolied. Vergeet de slinger niet.
Wordt vissen weer populair? Recente gegevens tonen aan dat steeds meer jongeren in de UK een hengel oppakken en dat gezinnen visvakanties in de regio boeken. Een rapport van de Angling Trust, de overkoepelende organisatie voor de sportvisserij in Engeland en Wales, onthult een stijging van 23% op jaarbasis van het aantal tieners dat een visvergunning neemt, terwijl Google-zoekopdrachten naar ‘visvakanties in de UK’ in de laatste drie maanden van 2025 met 110% zijn gestegen. Ook de pop- en sportcultuur speelt een belangrijke rol in deze trend. Bekende figuren zoals de Engelse international Phil Foden hebben openlijk aangegeven hoe de sport hun helpt te ontspannen en de schijnwerpers te ontvluchten. Bron: Angling International.
Er heerste een uitstekende sfeer in de beurshallen van Düsseldorf toen Boot 2026 na negen dagen de deuren sloot: “Na de moeilijke jaren met dalende verkoopcijfers zijn onze exposanten weer op de goede weg. Ze melden zeer positieve gesprekken en succesvolle deals op hun stands. Boot 2026 heeft zich wederom bewezen als internationaal baken en drijvende kracht van de industrie”, aldus directeur Marius Berlemann. De toegenomen internationale deelname onder de bezoekers en het hoge percentage vakbezoekers maken het tot een toonaangevende beurs voor de gehele maritieme sector. Berlemann voegt eraan toe: “De deals worden hier in Düsseldorf gesloten!” Website: www.boot.com.
Meervallen bij het stuw- en sluizencomplex Lith eten vooral invasieve exoten. Onderzoekers vonden in hun dieet vooral uitheemse rivierkreeften en Ponto-Kaspische grondels. Trekvissen kwamen nauwelijks voor. Het onderzoek laat ook iets anders zien: meervallen blijven minder lang op één plek dan vaak wordt gedacht. Hun aanwezigheid en gedrag hangen sterk samen met de watertemperatuur en met hoe de stuw en waterkrachtcentrale worden bediend. Tussen oktober 2023 en augustus 2025 vingen en onderzochten onderzoekers bij Lith 152 meervallen. Ze merkten een deel van de vissen en vingen ze later opnieuw terug. Daarmee maakten ze een schatting van de populatieomvang in het studiegebied. Bron: www.sportvisunie.nl
Pure Fishing, ’s werelds grootste leverancier van hengelsportmateriaal, keert terug naar de vakbeurs EFTTEX. Pure Fishing heeft bevestigd dat het met een grote stand aanwezig zal zijn wanneer de beurs in juni in Barcelona haar deuren opent. Het bedrijf was een vaste deelnemer aan de beurs totdat EFTTEX door Covid-19 voor meerdere jaren werd afgelast. Jan Mertens, commercieel directeur van Pure Fishing, zei: “We zijn ontzettend blij om dit jaar terug te zijn op de EFTTEX. Het is erg belangrijk om onze betrokkenheid bij de branche en de sport in het algemeen te tonen.” Bron: Tackle Trade World.
Geen zonnepark
De plannen voor een groot drijvend zonnepark op het oostelijke gedeelte van de Haarrijnseplas in Utrecht zijn voorlopig van de baan. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning voor het project vernietigd. Dit na bezwaren van de Algemene Utrechtse Hengelaars Vereniging (AUHV) en de Sportvisunie. In 2022 had de gemeente Utrecht het bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas vastgesteld. Daarin was ook ruimte opgenomen voor een zogenoemd zonne-eiland van maximaal 50.000 m² op het oostelijke deel van de plas. Daar waren de sportvismogelijkheden al behoorlijk beperkt, sinds de gemeente Utrecht het vissen vanaf de oever op het westelijke gedeelte van de Haarrijnseplas had verboden. Bron: www.sportvisunie.nl.
We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine met dit artikel uit 2012
Tommy Pickering vangt enorm veel brasems en karpers met de method feeder kort uit de eigen kant. Op welke manier, dat legt hij je nu uit.
Tekst en foto’s Mad Woods
Voor de voormalig wereldkampioen is gebleken dat de meest effectieve manier van method feederen vlak onder de eigen kant is. Dit is een methode waarbij het dus niet nodig is om ver te werpen. Door kort uit de kant te vissen heeft hij op veel Engelse wateren grote successen geboekt. Tommy, de huidige captain van het Engelse WK feedervisteam, gelooft niet zo in de standaard vaste hengel-tactiek. Nee… in plaats daarvan gebruikt hij liever een inline feeder die hij op een afstand van dertien tot zestien meter plaatst, om vervolgens de wedstrijd met circa honderd kilogram vis op zijn naam te schrijven.
Een valsgehaakte karper aan de vaste stok, tijd om over te stappen op de method.
Zijn hengel gaat tijdens zo’n wedstrijd extreem vaak krom, soms vangt hij wel 90 karpers in éen wedstrijd. Waarom is zijn aanpak zó succesvol? We gingen bij hem langs en vroegen hem het hemd van zijn lijf over het succes van deze verbluffende techniek. “Method feederen onder de eigen kant is in de juiste situatie onverslaanbaar, soms gaat alles volgens het uitgestippelde plan. Dan gaat het zo rap dat ik na de worp niet eens tijd krijg om mijn lijn onder water te trekken. Het is een veel snellere visserij dan het normale dobbervissen met de vaste hengel, vooral als de vissen door alle waterlagen zwerven is deze tactiek succesvol gebleken.
Een gefrustreerde Tommy kijkt toe hoe zijn dobber wel beweegt maar niet onder gaat.
Ik heb al vaak gehad dat er te veel vis op mijn stek zat, ik weet dat het gek klinkt om hierover te klagen maar zo’n enorme hoeveelheid vis op je stek zorgt dat het lastig wordt om te bepalen op welke diepte je moet vissen. Soms zit op alle diepten wel vis, dan is het lastig te bepalen welke diepte je het beste kunt gaan bevissen. Wanneer je ervoor kiest om de toplaag te gaan bevissen, heb je kans dat je de vis die dieper ligt verjaagd. Maar als je dieper gaat vissen heb je kans op valse aanbeten door lijnzwemmers of valsgehaakte vis. Nee, in zo’n situatie brengt de method feeder voor mij de uitkomst. Deze concentreert al het voer op één plaats en hierdoor automatisch ook alle vis”.
Voeren met de cup kan ervoor zorgen dat de vissen elkaar te aggressief om het voer gaan beconcurreren.
Aasgedrag positief beïnvloeden
Ondertussen legt Tommy zijn vaste lat aan de kant en pakt zijn feederset omdat hij net een karper vals heeft gehaakt met de vaste stok. “Vandaag is het water helemaal troebel geworden door alle actieve vis op mijn stek, om zo min mogelijk aanbeten te missen ga ik nu method feederen, maar wel op dezelfde afstand als waar mijn dobber net lag”. Tommy werpt nu geen extra aas meer in het water, hij gelooft er heilig in dat de methodfeeder het aasgedrag van de vis positief gaat beïnvloeden. Hij heeft het idee dat hoe meer karpers hij haakt, des te gemakkelijker hij de vis op de stek houdt, in tegenstelling tot wat anderen denken. Door de wervelingen die een karper veroorzaakt wanneer deze gehaakt wordt, wordt het voer mooi over de stek verspreid. Elke keer als je een karper haakt verspreiden de wervelingen het overgebleven aas op je visstek, zo worden de andere vissen beziggehouden terwijl jij je vis binnen aan het halen bent.
“De grote karpers duiken meteen bovenop de voerbal, dus je kunt tussendoor ook de écht grote karpers verwachten”. Voor deze visserij gebruikt Tommy een korte hengel. De tien voets (drie meter) ‘Mini Carp Feeder’ van Preston is hier ideaal voor. Wat opvalt is dat Tommy na de worp geen spanning op de top brengt, hij wil de 30 grams inline method korf niet verplaatsen. “Met deze hoeveelheid vis op je stek houdt een snaarstrakke lijn en een top die op spanning staat automatisch ook lijnzwemmers in”, aldus Tommy. “Wanneer ik op dertien meter lig te vissen werp ik in met behulp van een simpele onderhandse zwier. Maar wanneer ik verder moet zijn ga ik toch normaal werpen, dan komt de lijn mooier gestrekt neer”.
Pellets mixen voor de method feeder.
Pellets mixen met lokvoer
“Korte hengels zijn geweldig voor dit werk, met een elf of twaalf voets hengel is het echt een gepiel om het aas op de juiste plaats te krijgen. Als lokvoer gebruik ik 2 millimeter micro pellets samen met Sonubaits Supercrush Krill lokvoer. Door de pellets te mixen met lokvoer voorkom ik dat het gaat samenklonteren, zo wordt het een mooi geheel”. De rigs van Tommy zijn erg simpel, onderlijntjes van acht centimeter lang waar een baitband aan zit om de 6 millimeter grote haakaaspellets onder de haak vast te klemmen. Deze onderlijnen knoopt hij met Preston PR38 haken en Reflo Power onderlijnmateriaal. “Omdat je zo dichtbij vist, willen de aanbeten wel eens heel hard zijn”, gniffelt Tony. “Wanneer de vissen kleiner zouden zijn, zou ik misschien eerder voor het haaktype PR38 in een maat 18 in plaats van een maat 16 kiezen. In Europa zou ik voor de PR39 gaan, dat is dezelfde haak alleen dan met weerhaak”.
1 van 2
Dit is Tommy zijn simpele rigkeuze.
Tommy gebruikt de gemakkelijke mal van Preston Innovations.
Terwijl Tommy uitlegt hoe deze techniek werkt, kijken wij toe hoe hij vis na vis succesvol landt. Elke aanbeet resulteert in vis in het landingsnet en zelfs de – toch erg sterke – karpers worden door het korte hengeltje prima opgevangen. “Wanneer deze techniek op jouw water nog niet uitgevoerd wordt, dan móet je hem proberen! Ik vang de hele dag door dankzij deze techniek, het is alsof de vissen voorgeprogrammeerd zijn om zich op dertien meter afstand van de oever te bevinden”.
Ook de grote vissen worden door de method gehaakt!
Verhuisd
Hengelsport Zaltbommel is recentelijk verhuisd van het industrieterrein van deze plaats naar het centrum ervan. De winkel is nu te vinden aan de Gamerschestraat 20, 5301 AS Zaltbommel. Cindy Horstman en haar dochter Nicky runnen samen de winkel, waarin het zwaartepunt ligt op het roofvissen, met kunstaas zowel als met doodaas. Wanneer je in de Bommelerwaard gaat vissen op baars, snoek, snoekbaars of meerval, is een bezoekje aan de winkel altijd de moeite waard. Telefoon: +31 (0)6 1858 9520, website: www.hengelsportzaltbommel.nl. Cindy en Nicky zijn beiden ook zeer actief op o.a. Facebook, dus je komt ze al snel tegen.
We blikken terug op 50 jaar Beet Magazine en duiken in ons archief. Een rubriek die onder de vliegvissers zeer gewaardeerd werd, was “De vlieg van de maand”. Komende weken (her)beleven we deze rubriek met verschillende bindpatronen uit de “oude vliegendoos”.
Gold Ribbed Hare’s Ear Parachute
Het binden van parachutevliegen vormt voor heel wat vliegbinders nog steeds een te hoge drempel. Dit hoeft helemaal niet zo te zijn. Vermoedelijk heeft het ermee te maken dat de ‘klassieke’ manier om een parachutehackle af te binden een beetje afschrikt. Er is echter ook een poepsimpele manier om een mooie parachutehackle te wikkelen en een mooi en tegelijkertijd effectief vliegje uit de vice te toveren.
Tekst en foto’s: Patrick Daniels
Met andere woorden; deze maand schenken we extra aandacht aan de bindwijze. De vlieg op zich, hoewel het een vliegje is dat deel uit maakt van mijn persoonlijk basisassortiment voor de rivier, is deze maand van ondergeschikt belang. Deze benadering laat me toe om in een dozijn stappen heel minutieus het ‘wordingsproces’ te illustreren.
Enkele aandachtspunten:
Gebruik indien mogelijk uitsluitend genetische zadelhackles van een goede kwaliteit. Derde keus hackles en andere minderwaardige producten hebben vaak een in verhouding veel te dik schachtje, waardoor de wikkelingen te hoog ‘gestapeld’ liggen. De bovenste fibertjes raken het wateroppervlak niet en vormen enkel maar een extra gewichtsbelasting voor de fibertjes die dat wel doen en door middel van de oppervlaktespanning het vliegje drijvend moeten houden. Dit is een tekortkoming die we vaak aantreffen bij goedkope en slordig gebonden kant-en-klare ‘koopvliegen’. Gebruik een zo dun mogelijke binddraad, 8/0 is echt wel het dikste wat ik hiervoor gebruik.
De rest is techniek en respect voor verhoudingen. Niets belet je om, wanneer je eenmaal deze techniek onder de knie hebt, de kleur en/of samenstelling van het lijfje, de vleugel en de kleur van de hackle te variëren.
Bindbenodigdheden
Haak: Kamasan B400 of TMC 100, maat 12-16. Alternatieven: Mustad R50, Gamakatsu F11, Ashima F-15, Kamasan B400, Partridge L3A, Buyan C305. Binddraad: beige of grijs 8/0 of Wonder Thread. Staartje: blue dun of Coq de Léon hacklefibers. Ribbing: fijn of medium ovaal goudtinsel. Achterlijfje en thorax: hare’s ear dubbing. Vleugel: witte polywing (mag ook Hi-Viz zijn).
1 van 12
1- Binddraad opzetten en wikkelen tot op 1/3 haaksteellengte achter het oog. Busseltje polywing inbinden.
2. Achterste strengetje schuin afknippen.
3. Binddraad verder naar achteren wikkelen en zo een taps onderlijfje maken.
4. Staartje opzetten en stukje tinsel inbinden.
5. Binddraad terug naar voren wikkelen en fibertjes en ribbing mee inbinden tot voor de vleugel.
6. Vleugel rechtop zetten met een tiental steunwikkelingen rond de vleugelbasis. (bij de eerste pogingen evt. verstevigen met een minuscuul druppeltje superlijm)
7. Achterlijfje wikkelen.
8. Achterlijfje ribben.
9. Haak verticaal in de klem zetten en de zadelhackle langsheen de steunwikkeling inbinden.
10. Haak terug rechtzetten, binddraad dubben en thorax wikkelen. De binddraad hangt nu achter de vleugel (belangrijk!).
11. Haak opnieuw verticaal inzetten en parachutehackle wikkelen; de ene wikkeling onder de andere. Met ‘onder’ bedoel ik: richting body.
12. Hackle vastleggen en whipfinish knoop leggen tussen hackle en lijfje.
|> Volgende week dinsdag weer een vlieg uit de oude doos
50 jaar Beet Magazine, we nemen een duik in het archief met dit artikel uit april 2019
Zeelt staat vooral bekend als een lente- of zomervis, vooral goed te vangen als de watertemperaturen richting de 15 tot 20 graden gaan. Maar hoe zit het met het vangen van ‘koude’ zeelt in het aller vroegste voorjaar? Daarover proberen zeeltspecialisten Hans Moolenaar en Arend Termorshuizen in dit artikel wat meer duidelijkheid te geven op basis van hun ervaringen.
Tekst: Arend Termorshuizen, foto’s Hans Moolenaar en Arend Termorshuizen
Met aangepast licht materiaal een sportvis van jewelste!
Net zoals veel vissen verblijft de zeelt in bepaalde overwinteringszones van een water. Doorgaans zijn dat de diepere delen, liefst onderaan taluds. Of in wateren tussen bebouwing als daar de mogelijkheid toe is. Zodra de zon wat meer kracht krijgt en de dagen gaan lengen, worden ze actief en zwemmen richting de zones waar ze veelal gaan paaien, later in het voorjaar. Vaak is dat in de loop van mei en zelfs juni. Zeelt paait doorgaans als laatste van onze witvissen. Vermoedelijk te verklaren door het feit dat zijn oorsprong in het oostelijke deel van Europa en Siberië ligt.
In de echte winter verblijven ze in kleine groepjes van maar een paar exemplaren, meestal met dezelfde grootte (vermoedelijk jaarklasse bepaald), maar in het voorjaar verzamelen ze zich in veel grotere groepen en struinen ze specifieke delen van het water af naar voedsel. Die zones moet je dus zien te vinden, en dat is op nieuw water simpelweg een kwestie van uitproberen. Vooral doodlopende kommen, luwe plekken, rietkragen waar later veel planten langs groeien, zijn geliefd bij onze bronsgroene vriend. Logisch, daar is het voedsel aanwezig en het biedt ook voldoende schuilgelegenheid. Tevens warmt het water daar sneller op.
Vismaat Hans met een bijzondere mooi gekleurde zeelt in het opwarmende lentezonnetje.
Jongensvis
Vaak zijn de mannen het eerst op de stekken aanwezig en volgen daarna de dames. Je ziet dat vaak de eerste vangsten de mannetjes zijn, herkenbaar aan die typische vinnenstructuur. Maar al heel snel vermengt zich dat, vanaf april.
Zeelt komt op heel veel wateren voor, van kleine prutslootjes in woonwijken (vandaar de bijnaam ‘jongensvis’) tot de diepere vaarten, plassen en zelfs hele diepe zandgaten. De laatste tien jaar is de zeeltstand flink vooruitgegaan. Dat is gunstig voor ons, want met aangepast licht materiaal is het een sportvis van jewelste. En dat vinden steeds meer vissers, goed te merken aan de opkomst van speciale Facebookgroepen waarbij het alleen maar over deze soort gaat. De groep Tincahunters is in een paar luttele jaren tijd uitgegroeid tot bijna 3500 leden (voorjaar 2019).
Vangkrachtige aasjes: wafters, miniboilies en maden.
Goed te plannen
Je kunt als serieuze zeeltvisser je visserij goed plannen, zeker in het vroege voorjaar van februari, maart en april. Zon is hierbij een cruciale factor. Die zonovergoten februari-, begin maartdagen, liefst zonder al te veel wind, zijn vaak erg positief voor de vangsten. Op ondiepere wateren kun je dan al goed zeelten vangen, zeker op plekken die dicht bij de winterplaatsen liggen. Al is het vaak nog geen echt seriewerk. Dat komt later pas aan de orde als grotere groepen zich hebben verzameld in zones waar ze zich merendeels gaan ophouden voor de start van de paai.
Op ondiepere wateren kies je een stek in de zon, bijvoorbeeld bij wat overhangende bomen, waar de plompenbedden of lelies gaan groeien, een bruggetje of een taludje. Belangrijk is dan dat de koude noorden- of oostenwinden niet op de stek kunnen staan. Warmte is alles. Op dieper water is het voor de ondiepere plaatsen ter plekke vaak nog wat te vroeg, maar daar ligt de zeelt al wel op het talud op weg naar boven. Elke dag bij goed weer kun je ze ietsje ondieper vinden. Ze reizen dan op en neer over zo’n talud.
Een andere factor is de kleur van het water. Iets troebel is zeker gunstig, daar er nog weinig planten zijn. In deze periode betekent ietsje troebel doorgaans ook actieve witvis. We kennen diverse wateren waar, als het water helder is, je beter door kunt rijden naar een andere zone of water.
Aas en aanverwanten
In Engeland zou zoiets als de aascarrousel bestaan, waarmee bedoeld wordt dat de vissen per dag hun aasvoorkeur hebben; op dag 1 liever een made, op dag 2 een zoete maïskorrel en op dag 3 een miniboilie, en dat je nooit precies weet wat die dag de voorkeur heeft.
Toen Hans in 1998 zijn eerste sessies op vroege zeelt begon, was het echter ‘alles maden’ wat de klok sloeg, met zoete maïs als goede tweede, en dat bleef zo voor jaren. Pas de laatste jaren is er een kentering te bespeuren richting de voorkeur voor miniboilies. Sterker nog, de miniboilie vist op veel plekken de made eruit. Dat valt te verklaren uit het gegeven dat steeds meer witvissers methodtactieken met miniboilies inzetten, ook als voer en haakaas. Er is daarmee onder de zeelten grotere acceptatie van miniboilies ontstaan, onbekend maakte klaarblijkelijk onbemind. Al zal Hans, zeker in het vroege voorjaar, de made blijven inzetten.
De laatste jaren vist op veel plekken DE MINIBOILIE de made er uit
Zogenaamd een zomervis, maar het vroege voorjaar is wellicht beter!
Mondjesmaat
Aan een van de twee hengels gaat een inline voerkorf van 56 gram en aan de andere een methodfeeder van 35 of 45 gram. Al vrij snel is te ervaren waar de voorkeur ligt, al verandert die meestal niet met de dag. Wel kan de aasvoorkeur periodiek zijn. Het inzetten van een blockend feedersysteem met helikoptersysteem komt pas aan bod als de waterplanten wat meer gaan groeien.
Zeker in het vroege voorjaar is het zeer belangrijk om vis voor vis te vissen, en de voer- en aasaanbieding daarop ook aan te passen. Dus niet te veel voer en zeker niet verspreid, maar mondjesmaat en ook niet al te veel bijvoeren. Dit gaat anders naarmate het zeeltseizoen vordert. Vlak voor de paai heb je weleens het gevoel er nooit genoeg voer in te kunnen gooien en kunnen vijftien zeelten per man je deel zijn, maar zover is het nog lang niet in het vroege voorjaar.
Met name zo’n platte methodkorf geeft je de kans matig voer te brengen en het toch zo uitnodigend mogelijk te presenteren met een miniboilie of wafter in een goed afstekend kleurtje bovenop het bergje voer. Gebruik tussen haakaas en method een heel kort onderlijntje van maximaal tien centimeter.
Lekker licht
Voor het zeeltvissen willen we pleiten voor de zogenaamde lichte Avon-hengels van 10 tot 12 ft (3 tot 3,60 meter). Zachte hengels, die het kenmerkende stoempen van de zeelt kunnen absorberen en het vissen met dunne lijnen toelaten.
Hans gebruikt voor zijn vroege zeeltvisserij Fox-zeelthengels van 0,75 lb. Daar is hij heel zuinig op, want die worden niet meer gemaakt. Als molens kleine freerunners in de 2500-serie. In het vroege voorjaar is er nog obstakelvrij te vissen en daar past een dunne lijn bij: 20-22/00 (6 lb) is een prima uitgangspositie.
Arend heeft speciale 12 ft-zeelthengels laten bouwen door Ton Temming. Deze 1 lb Masterpiece-hengels zijn het summum om mee te vissen. Werkelijk een doorgaande buiging tot aan het handvat, zodat de echte kracht van de hengel benut kan worden als het nodig is en de slip van de molen optimaal z’n werk kan doen. Op een 12 ft-hengel is een 4000-model freerunner precies op maat. Daarnaast zijn er nog meer hengels op de markt, zoals de iets kortere Classic Tench 1 lb van Leonard Sports.
*(redactie: info is gedateerd uit 2019)
Volop haakaas
Als haak gebruiken we graag de Drennan Barbel Specimen in de maten 11, 12 en 14. Uiterst scherp, sterk en een roundbend-model. Gezien de zachtere en kleinere bek en uit zorg voor de vis, vinden we kleine haken een must. Zeelt is tenslotte geen karper. De haak knopen we met een no-knot aan een zinkende braid van 8-10 lb van circa 8-10 cm. Houd het hairtje kort; zeelt zuigt het aas meestal niet ver naar binnen… Ideaal is een lusje met baitbandje voor een waftertje. Voor maden gebruiken we een Fox Maggotclip L. Aan het eind een lusje en een zachte sleeve zodat deze makkelijk op een quick change swivel geschoven kan worden. De madenkorf plak je grotendeels dicht met watervast tape, zodat de maden vlak bij het haakaas naar buiten komen. Extra voordeel: je kunt zo je rig wat langer laten liggen en wat rust op je stek creëren.
Haakaaskeuze is er volop: van miniboilies en wafters tot maden en wormen. Sommige smaken springen er wel uit. Een van onze favoriete zeeltaasjes zijn de 8 mm-wafters van Spotted Fin, zoals Miracle Berry, Pineapple, Classic Corn en Fruit Zing. De madenclip voorzien we van enkele drijvende kunstmaden of -casters in combinatie met echte maden of casters.
Bij het eerste licht beginnen loont ook in het vroege voorjaar
Kruidig, donker voertje
Als voer gebruiken we een eigen simpel, maar vangend recept van broodmeel, grove polenta, een deel kant-en-klaar grondvoer van Spotted Fin, zoals de Sweet en Krill Super Blend, en kruidige toevoegingen als paprikapoeder. Dat vullen we aan de waterkant aan met een liquid voor extra attractie zoals zoetstof, leverextracten of gefermenteerde voedingssupplementen. Je kunt hier erg creatief mee zijn en zo je eigen topvoertje maken. Een donker, ietwat rood gekleurd voer heeft de voorkeur.
Bij aankomst op de stek voeren we eerst wat balletjes voer zodat dit z’n werk kan doen tijdens het optuigen. In het vroege voorjaar voeren en vissen we erg compact, omdat de vis nog niet heel veel zwemt. Met verschillend haakaas kun je erachter komen wat beter loopt: levend aas of juist iets anders. Afhankelijk van de beten kun je regelmatig voer bijbrengen; twee of drie balletjes zijn genoeg. We moeten ze gretig houden tenslotte.
Zo’n eerste zeelt is elk jaar weer magisch.
Glimmen
Een klein (specimen) net met uitschuifbare steel is erg fijn, zeker als de oever wat breder is. Zo ben je op alles voorbereid, zeker als je alleen vist. Wij gaan nooit zonder onthaakmat vissen; zeelt verdient respect en moet zo voorzichtig mogelijk worden behandeld. Goed nathouden, dan gaan ze ook mooi glimmen op de foto. En kijk niet gek op als je een vroeg ontwaakte karper weet te haken, ook die lusten de voor zeelt aangeboden aasjes als geen ander! In dat geval gewoon rustig blijven; die vissen zijn dan doorgaans ook net wakker en ook op dat lichte materiaal met wat beleid prima te vangen.
JORIS NIEUWENHOFF – Eén ding is zeker: als organisator van visreizen verveel je je nooit, want je bent de hele tijd bezig met creatieve oplossingen verzinnen. In de inmiddels alweer twintig jaar dat ik reizen organiseer voor mensen, heb ik al de gekste dingen meegemaakt en gelukkig meestal ook weten op te lossen. Maar omdat voorkomen nu eenmaal beter is dan genezen, wil ik hier een paar van die hele typische fouten beschrijven.
Een klassieke fout is de verkeerde voornaam opgeven. Met koeienletters staat er boven het boekingsformulier dat de voor- en achternaam overeen moeten komen met die op het ID-bewijs of paspoort. Toch gebeurt het meerdere keren per jaar dat gasten hun roepnaam invullen, en dat levert problemen op bij het inchecken. Controleer dus altijd je reisbescheiden zodra je die hebt ontvangen van ons! En is het je toch overkomen? Ga dan naar de elektronische incheckzuil. Voor Europese vluchten kun je dan alsnog je boardingpass en kofferlabels uitdraaien, zodat je met een incorrecte naam toch gewoon kunt reizen. Dat mag officieel niet, maar het werkt wel. Alleen moet je dat verder niet aan de grote klok hangen. Je moet dus niet langs de incheckbalie met grondstewardessen lopen en roepen “dat je lekker toch bent ingecheckt”. Een van onze gasten deed dat helaas wel en werd vervolgens bij de ingang van het vliegtuig geweigerd. Hij moest een nieuw ticket kopen en een vlucht later nemen. De beste oplossing is dat we de naam nog aanpassen voor je, maar dat brengt wel extra kosten met zich mee. Voordeel is dat we het probleem voor de terugreis in één beweging mee oplossen…
Hoog boven de wolken kan je eindelijk relaxen: je bent op weg!
Een andere klassieker is het probleem met de creditcard voor de huurauto. Het contract voor de huurauto wordt afgesloten op naam van de chauffeur, en die dient te beschikken over een creditcard op zijn of haar eigen naam. Dus niet een bedrijfscreditcard, niet de creditcard van de partner, geen prepaid creditcard en ook geen cash. Te veel mensen weten dit niet en vervolgens gaat het mis bij het inchecken. En dan moet er ter plaatse een nieuw contract worden afgesloten op naam van een deelnemer die wel beschikt over een geldige creditcard…
Vol spanning wachten op de bagage die hopelijk komen gaat…
Ik weet het, het lijken kleine dingetjes, maar ze kunnen een heleboel ellende veroorzaken, en zeg nu zelf: dat kun je missen als kiespijn op jouw droomreis, toch? In het volgende nummer heb ik nog meer ‘gouden’ tips voor je…
De Europese Commissie heeft de app RecFishing voor recreatieve vissers in zoute wateren ontwikkeld. Vis je recreatief in de kustwateren, het zeegebied of de Visserijzone? En ben je veertien jaar of ouder? Dan registreer je je altijd in deze app. Ook wanneer je al geregistreerd staat bij een sportvisorganisatie of hengelsportvereniging. Tijdens het vissen kunnen toezichthouders je vragen om jouw app-registratie op jouw mobiel te laten zien. Vanaf 2026 ben je verplicht om in elk geval de vangsten van de volgende vissoorten in de app te registreren: zeebaars, blauwvintonijn en paling/aal. Je kunt de app gratis downloaden in de App Store (iOS) en Google Play (Android). Informatie: www.rvo.nl/onderwerpen/recreatieve-visserij-zoutwater.
Registreer je in de app voordat je je eerste worp maakt!
Beschikbaar en leverbaar vanaf eind maart tot begin juni of einde voorraad!
Karper, formaat 1 – 1.5 kilo:
Opgelet, de keuze in spiegel- of schubkarper is niet gegarandeerd tijdens het voorjaar.
vanaf 200 kilo = 7,50 euro per kilo (minimumafname)
vanaf 500 kilo = 7,00 euro per kilo
vanaf 1.000 kilo = 6,75 euro per kilo
*prijzen excl. 6% BTW en inclusief levering.
Kleinere afnames en andere formaten of soorten, zijn enkel tijdens het najaar te verkrijgen,
periode oktober/november/december.
Bestellen per e-mail naar info@viskwekerijcorten.be
Heeft u vragen of wenst u meer informatie dan kan u ons steeds contacteren.
info@viskwekerijcorten.be of via 0032(0)14 81 29 14
Vijftig jaar geleden viel het eerste nummer van Beet op de deurmat. Geen glossy zoals we die nu kennen, wel een strak vormgegeven cover met flitsende kleuren, maar verder nog een groot deel zwart-wit. Wat lezers destijds in handen kregen, was een tijdsdocument, een blad dat de ziel van de hengelsport ademde en dat vandaag, een halve eeuw later, nog altijd herkenbaar is in zijn ambitie: informeren, inspireren en verbinden. Wanneer we het eerste nummer openslaan, voelen we direct de tijdgeest. Het papier is mat, de vormgeving functioneel, de fotografie overwegend zwart-wit. Toch straalt het blad iets uit wat tijdloos is: nieuwsgierigheid en liefde voor de sport.
Tekst en foto’s: Redactie
Een blad voor alle vissers
Wat direct opvalt aan dat eerste nummer is de breedte van de inhoud. Beet positioneerde zich vanaf het begin als een magazine voor de complete sportvisser. Witvis, zeevis, roofvis, karper, alles kreeg aandacht. Geen nicheblad, maar een platform voor iedereen die zijn vrije uren langs het water doorbracht. Dat brede karakter blijkt onder meer uit de indrukwekkende reportage over wereldrecords. “De grootste vis ter wereld” kopte het blad groots, met foto’s van gigantische haaien en andere zeecreaturen. De beelden zijn spectaculair en soms zelfs rauw. Het waren andere tijden: vangsten werden nog vaak gepresenteerd als trofeeën, imposant uitgestald voor de camera. Toch spreekt er vooral verwondering uit. De fascinatie voor het onbekende, voor het extreme, voor wat er mogelijk is met hengel en lijn. Diezelfde verwondering zien we terug in de internationale reportages. Het artikel over Groenland, “IJsbergen, noorderlicht en ongekende vismogelijkheden”, neemt de lezer mee naar een wereld die voor velen onbereikbaar moet hebben geleken. Grote ijsbergen domineren de spreads, terwijl de tekst praktische informatie biedt over reisroutes, vissoorten en omstandigheden. Het is een combinatie van droom en degelijkheid: Beet wilde laten zien wat mogelijk was, maar ook hoe je daar kon komen.
1 van 2
Praktisch en leerzaam
Naast avontuur bood het eerste nummer vooral veel kennis. Dat blijkt uit de uitgebreide soortbeschrijvingen, compleet met gedetailleerde lijntekeningen van vissen. Pagina’s vol nauwkeurig getekende baarzen, zalmachtigen en andere soorten, voorzien van toelichtingen over kenmerken en leefgebied. Die tekeningen, technisch, bijna encyclopedisch, onderstrepen een belangrijke pijler van het blad: educatie. Beet wilde niet alleen verhalen vertellen, maar ook kennis overdragen. De sportvisser moest leren kijken, herkennen, begrijpen. Wat is het verschil tussen soorten? Hoe herken je een specifieke baars? Welke kenmerken zijn bepalend? Die informatieve inslag zien we ook terug in praktische rubrieken zoals “Visweekend”. Geen romantisch verhaal, maar concrete informatie: bereikbaarheid, overnachtingsmogelijkheden, vergunningen. Zelfs prijzen en telefoonnummers worden genoemd. Het blad fungeerde daarmee als gids, lang voordat internet bestond.
Ook de publicatie van getijdentabellen laat zien hoe serieus men de zeevisser nam. Pagina’s met cijfers, tijden en waterstanden, essentieel voor wie afhankelijk is van het ritme van eb en vloed. Het zijn geen spannende pagina’s om te lezen, maar ze maken duidelijk dat Beet vanaf het begin een praktisch hulpmiddel wilde zijn.
De advertenties als spiegel van de tijd
Minstens zo fascinerend als de redactionele inhoud zijn de advertenties. Ze vormen een spiegel van de hengelsportindustrie van dat moment. We zien paginagrote advertenties van molens en hengels, met trotse slogans als “Neem geen risico: koop een Mitchell.” De fotografie is sober, de productinformatie uitgebreid. Capaciteit, inhaalsnelheid, lijnopname, alles wordt nauwkeurig vermeld. Geen lifestylebeeld, maar techniek en betrouwbaarheid.
Ook merken als DAM, ABU en andere gevestigde namen presenteren zich met technische precisie. Staaldraad, telescopische hengels, steekhengels, het zijn producten die innovatie uitstralen, maar tegelijk robuust ogen. De vormgeving is zwart-wit, met stevige kaders en duidelijke lettertypes. Wat opvalt, is dat advertenties destijds inhoudelijker waren. Ze vertellen verhalen over kwaliteit, over herkomst, over duurzaamheid. Het zijn geen snelle verkooppraatjes, maar uitgebreide presentaties. Dat past bij een tijd waarin materiaal kostbaar was en zorgvuldig gekozen moest worden.
Zelfs de kleinere advertenties – hengelsportzaken, importeurs, reisorganisaties – dragen bij aan het beeld van een groeiende, professionele sector. De hengelsport was allang geen marginaal tijdverdrijf meer; het was een volwassen markt.
1 van 2
Een andere beeldcultuur
De fotografie in het eerste nummer is een wereld van verschil met de huidige standaard. Zwart-witbeelden domineren. Composities zijn soms wat statisch, maar krachtig in hun eenvoud. Vissers poseren met hun vangst, boten liggen stil in mistige landschappen, ijsbergen torenen boven het water uit. Opvallend is de eerlijkheid van de beelden. Geen geforceerde glimlach, geen opgepoetste setting. Wat je ziet, is wat er was. Een vis op een tafel. Een man met een hengel in een rivier. Een boot met mannen die een grote vis aan boord halen. Die puurheid geeft het eerste nummer een documentair karakter. Het voelt alsof je niet alleen naar een magazine kijkt, maar naar een archief.
De toon van het blad
Wat uit de teksten spreekt, is een combinatie van enthousiasme en autoriteit. De schrijvers nemen hun lezers serieus. Er wordt uitgelegd, geanalyseerd, soms zelfs gewaarschuwd. Tegelijk is er ruimte voor verwondering en avontuur. De reportage over grote vissen is bijvoorbeeld niet alleen een opsomming van gewichten en lengtes, maar ook een reflectie op records en menselijke ambitie. Het laat zien dat de sportvisserij altijd al werd gedreven door de vraag: hoe groot kan het worden?
In de buitenlandse reportages klinkt bovendien een bijna ontdekkingsreizigersmentaliteit door. Reizen naar Groenland of andere verre oorden was destijds geen vanzelfsprekendheid. Het blad fungeerde als venster op de wereld.
Vormgeving en structuur
Kijkend naar de opbouw valt de duidelijke structuur op. Rubrieken zijn herkenbaar, koppen stevig en duidelijk gezet. Er wordt veel gebruikgemaakt van kaders, lijnen en strakke indelingen. Functioneel, overzichtelijk, zonder franje. Sommige spreads zijn volledig gewijd aan fotografie, andere juist aan tekst. De balans is niet altijd perfect volgens hedendaagse maatstaven, maar het geheel is coherent. Het blad weet wat het wil zijn. De paginanummering, de vaste rubrieken, de combinatie van lange reportages en kortere berichten: het fundament voor wat Beet later zou worden, ligt hier al zichtbaar.
Wat misschien wel het meest indrukwekkend is aan dit eerste nummer, is de vaststelling dat zoveel elementen die we vandaag nog kennen, hier al aanwezig zijn.
De combinatie van avontuur en praktijk. De aandacht voor materiaal. De liefde voor kennis. De internationale blik. De betrokkenheid bij alle disciplines.
Zelfs de rubriek “Uit binnen- en buitenland” laat zien dat Beet vanaf het begin het nieuws wilde volgen. Niet alleen grote verhalen, maar ook kleinere berichten kregen een plek. Het blad was een platform voor de sport in de breedste zin van het woord.
1 van 2
Een product van zijn tijd, en toch tijdloos
Natuurlijk is het eerste nummer ook duidelijk een product van de jaren zeventig. De advertenties, de vormgeving, de fotografie, alles ademt die periode. Sommige beelden en benaderingen voelen vandaag anders aan dan toen. Maar onder die tijdgebonden laag zit iets dat verrassend actueel is: passie. De passie voor water, voor vis, voor materiaal, voor reizen, voor records. Het eerste nummer van Beet was geen experiment. Het was een statement. Hier stond een blad dat de sport serieus nam. Dat vissers serieus nam. Dat kennis en beleving wilde combineren.
Als onze allereerste abonnee viert Wim Grotenbreg het 50 jarig jubileum met ons mee. Een visser in hart en nieren die het verdient om in het zonnetje gezet te worden. Wim, veel plezier met de Limited Edition van ons Beet-overhemd!
Vijftig jaar later
Nu, vijftig jaar later, kunnen we dat eerste nummer zien als een fundament. De wereld is veranderd. Technologie heeft zijn intrede gedaan. Foto’s zijn kleurrijk en digitaal. Informatie is overal beschikbaar. Maar de kern is hetzelfde gebleven. Wie het eerste nummer van Beet doorbladert, ziet de oorsprong van een traditie. Een traditie van verhalen vertellen. Van kennis delen. Van dromen voeden. Dat eerste nummer was meer dan papier en inkt. Het was het begin van een gemeenschap. Een plek waar vissers zichzelf herkenden en nieuwe horizonten ontdekten. En misschien is dat wel de grootste prestatie van dat allereerste magazine: dat het niet alleen verslag deed van de hengelsport, maar er mede vorm aan gaf. Vijftig jaar later kijken we met trots terug. Niet alleen omdat Beet nog bestaat, maar omdat het fundament zo stevig werd gelegd. In zwart-wit. Met tekeningen, tabellen en prachtige vissen. Met advertenties vol technische details. Met verhalen over de grootste vissen ter wereld. Daar begon het. En daar zijn we trots op.
Je voelt het niet alleen in de lucht, je ziet het aan het water. Ochtenden worden lichter, avonden langer, en ergens tussen rijp en eerste zonnestralen ontwaakt een nieuw visseizoen. Na maanden van kou en stilte begint alles opnieuw te bewegen.
Voor de witvisser is dit de tijd van zoeken en fijn afstellen. Subtiele aanbeten op koud water, brasem die voorzichtig aast, voorns die in het eerste zonlicht zijn zilveren flanken toont. Elke tik op de top voelt als een belofte van wat komen gaat.
De karpervisser kijkt naar watertemperaturen, naar ondieptes waar de zon grip krijgt op het water. Het is het seizoen van observatie en strategie, van eerste runs in de schemering en van plannen die eindelijk werkelijkheid worden.
Roofvissers ruiken kansen langs taluds en rietkragen. Nog even, want de gesloten tijd is in aantocht. Snoek die herstelt van de paai, baars die actief jaagt, snoekbaars die in het troebele voorjaarswater te verleiden is.
En aan zee verschuiven stromingen en trekken nieuwe scholen langs de kust. De zilte wind, het ritme van eb en vloed, en de spanning van wat er achter de branding zwemt
Hopelijk hebben jullie er weer net zoveel zin in als wij!
Vangze,
Tom en Nick
Beet Magazine is als los exemplaar voor € 8.25 verkrijgbaar in de betere hengelsportzaak en de boekhandel, of neem een jaarabonnement en ontvang 6 keer Beet thuis op de mat en lees onbeperkt alle Premium artikelen online!
Effectief vissen op grote snoekbaars
Vertikalen, of eigenlijk diagonalen, is een uitermate effectieve manier om veel snoekbaarzen te vangen. Toch zijn het vaak details die het verschil maken tussen af en toe een visje vangen en met regelmaat een stekelridder haken. Veel dingen heb ik geleerd door ervaring, maar vooral sinds ik een aantal jaren geleden met de Livescope ben begonnen te vissen. Er is mij erg veel duidelijk geworden over het gedrag van met name grote snoekbaarzen en nog meer over wa...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Op pad met Jeff Jacobs
Tekst en foto’s: Jeff Jacobs en Sven Boon
Aan de koude dagen komt traag maar zeker een eind. De dagen worden alweer langer en de natuur komt weer tot leven; zo worden ook onze geschubde vrienden weer actiever. De hengels komen weer uit de kast bij vele vissers, de molens worden gesmeerd en de laatste nieuwe aankopen worden gedaan om te starten aan een nieuw visseizoen. Zelf ben ik nooit gestopt; ik vis in de winter lekker door, maar in het voorjaar krijgt mijn materiaal na...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Het hele jaar rond!
Pellets zijn in principe het hele jaar door een goede keuze als het om de commerciële visserij gaat. Maar zoveel verschillende variaties pellets en technieken kunnen je behoorlijk aan het twijfelen brengen. Welke maat en soort pellets kies je, hoe ga je ermee vissen, op welke diepte ga je vissen, welke dobbers kies je, hoe voer je, en meer. Allemaal afwegingen waar je voor komt te staan. Maar wat zijn nu precies die afwegingen die je moet maken bij het vissen met pellets? Hop...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Op Brasem Jacht
KEVIN DIEDEREN - Als jong mannetje kon ik er enorm van genieten. Op een stoeltje kijken naar het gevoelige topje van mijn pickertje. Bij elke beweging hoopte ik op een grote brasem. Vissen van een kilo of misschien zelfs nog groter. Brasems vangen voelde voor mij als beginnende visser als een enorme stap vooruit na het voorntjes- en baarsjes tikken met de vaste hengel. Ineens had je vissen waarvoor je twee (kinder)handen nodig had om ze vast te grijpen.
Genietend van mijn brasems...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Winter op het Twentekanaal
Vissen in hartje winter kan erg taai zijn, en succes is zeker niet gegarandeerd. Zelfs op plaatsen waarvan je weet dat er veel vis huist, is soms nauwelijks nog beet te krijgen. Maar een andere keer word je weer aangenaam verrast en boek je leuke vangsten op plekken waar je dit absoluut niet verwacht had. Dit overkwam Jan Willem deze winter, en nog wel op een water heel dicht bij huis...
Tekst en foto’s: Jan Willem Nijkamp
Eind december werd ik getipt dat er op een doo...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Biologie, gedrag, strategie en gevoel
Het voorjaar is voor mij zonder twijfel het mooiste seizoen van het jaar. De dagen worden langer, de zon krijgt opnieuw kracht en de natuur ontwaakt, boven én onder water. De eerste algen verschijnen, het leven komt langzaam op gang en de karpers laten zich weer vaker zien. Tegelijkertijd ontwaakt ook een groot deel van de vissers, waardoor het aan de waterkant soms drukker wordt dan je zou willen. Toch doet dat niets af aan mijn enthousiasme. Het voorjaar h...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Eind jaren negentig reis ik samen met mijn vrouw per oude 6x6-legertruck door het warme hart van Afrika. We verbazen ons over de heersende armoede, chaos, corruptie en dubieuze autoriteiten. Toch beleven we er geweldige avonturen in de woeste wildernis die dit prachtige werelddeel rijk is. Op Mount Kenya, ergens in the middle of nowhere, vang ik op een eenvoudige manier een paar kleine schub- en spiegelkarpers. Ik vraag me af hoe die daar beland zijn. Het is mijn eerste kennismaking met Afrikaan...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Bamboe!
Het is een heuse scene: mensen die bij voorkeur met hele oude spullen aan de waterkant verschijnen. We kunnen het hen niet kwalijk nemen, want het minste wat je van veel van de dingen uit een ver vervlogen verleden kunt zeggen, is dat ze karakter en sfeer uitademen. Tonny Buijs is een van die liefhebbers en vertelt in dit tweeluik waarom hij dat doet...
Tekst en foto’s: Tonny Buijs
Splitcane: voor de auteur het allermooiste materiaal om hengels van te bouwen.
Regelmatig krijg ik aan de w...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
En meer van dat fraais
Tekst & foto’s: Gerard Schaaf
Al langer dan veertig jaar liggen er plannen gereed om grote zoetwaterreservoirs aan te leggen in het midden en oosten van ons land, daar waar ons landje te lijden heeft onder droogte. De waterhuishouding bij ons is dusdanig ingericht om regenwater en water vanuit de rivieren zo snel mogelijk af te voeren. Grote delen van Nederland liggen onder zeeniveau. Om droge voeten te behouden, moeten we wel. Onze gemalen pompen het overtollige regen...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Alles wat je moet weten om precies en efficiënt te vissen!
Karpervissen draait om details. De juiste plek vinden is stap één, maar minstens zo belangrijk is dat je er keer op keer exact op terug kunt komen. Distance sticks zijn daarbij een gouden hulpmiddel. Simpel in uiterlijk, maar ontzettend krachtig in gebruik. Vooral wanneer voerboten niet zijn toegestaan of je bewust werpend vist, maken deze sticks het verschil tussen gokken en precies weten waar je rig ligt. In dit artikel ontdek je alles...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
BRAM BOKKERS - Het plan is om samen met Rick en Bert een week aan de zuidwestkust van Ierland te gaan bootvissen op blauwvintonijn, vleet, kongeraal en meer. De kans is echter groot dat van dit plan, met de aankomende weersvoorspellingen, niets terechtkomt. Aan de zuidwestkust van Ierland kan het flink spoken, maar nu hebben we werkelijk alle weergoden tegen ons. Orkaan Erin, die zich eerder al aan de andere kant van de Atlantische Oceaan bevond, komt eraan en zal, ondanks dat hij in kracht afne...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Ben je op zoek naar een unieke visvakantie Kaapverdië? Dan is Maio dé bestemming voor jou. Dit eiland biedt een ongeëvenaarde viservaring, met een overvloed aan vissoorten en prachtige natuurlijke omgevingen. In dit artikel nemen we je mee op avontuur en delen we de hoogtepunten van een onvergetelijke visreis naar Maio.
Maio, een van de eilanden van Kaapverdië, staat bekend om zijn schitterende stranden en helderblauwe wateren. Voor vissers is het een waar walhalla. Hier vind je niet alleen diverse vissoorten, maar ook een warme, gastvrije sfeer waar je als visser volledig tot je recht komt.
De reis naar Maio
Onze reis begon in Amsterdam, met een vlucht naar Lissabon en vervolgens naar Praia, het grootste eiland van Kaapverdië. Hier werden we opgepikt door Michael, de eigenaar van Maio Fishing Club. Na een korte boottocht arriveerden we op Maio, klaar voor de grootste visavonturen van ons leven.
De ideale accommodatie
Bij aankomst in de Dutch Anglers Bar was het meteen duidelijk dat we in een visvakantieparadijs waren beland. De muren zijn versierd met indrukwekkende foto’s van recordvissen en je voelt de opwinding in de lucht. Elke dag begint met een heerlijk ontbijt, zodat we goed voorbereid op pad kunnen gaan.
Vissen op Maio
De visactiviteiten op Maio zijn divers en spannend. We visten zowel vanaf de kant als vanuit de boot, waarbij we elke dag nieuwe technieken en strategieën toepasten.
Bootvissen
Met onze ervaren gidsen van Maio Fishing Club gingen we dagelijks vissen op anker. De adrenaline gierde door onze lichamen wanneer we met grote diep- en ondiepduikende pluggen trollend op zoek gingen naar de grootste vissen. De aanbeten waren spectaculair en we vingen onder andere wahoo en marlijn.
Kantvissen
Ook het kantvissen was een ervaring op zich. Gewapend met zware hengels en een eenvoudig maar effectief systeem, vingen we verschillende haaien en roggen. De spanning om een grote vis te vangen was onbeschrijflijk. Het was geweldig om te zien hoe onze inspanningen beloond werden met indrukwekkende vangsten.
Spinhengels en lichte visserij
Om de tijd tussen de aanbeten te doden, gebruikten we ook lichte spinhengels. Met kleurrijk kunstaas vingen we talloze soorten vissen, van jacksoorten tot groupers. Elke dril was een feestje en het was een geweldige manier om de dag af te sluiten.
Een culinaire ervaring
Na een lange dag vissen genoten we van de gevangen vis. Of het nu ging om gebakken wahoo of ceviche, de lokale keuken op Maio is een traktatie. Elke maaltijd was een culinair hoogstandje dat perfect aansloot bij onze avonturen op zee.
>| Lees het Premium artikel “Down South” voor een uitgebreid reisverslag
Conclusie: een onvergetelijke visvakantie
Onze visvakantie Kaapverdië op Maio was een onvergetelijke ervaring. De combinatie van adembenemende natuur, rijke visserijervaringen en de warme gastvrijheid van de lokale bevolking maakte het tot een reis om nooit te vergeten. Als je op zoek bent naar avontuur, zon en mooie vangsten, dan is Maio de perfecte bestemming voor jouw volgende visvakantie.
Kunstaas is er in honderden soorten, maten en kleuren. En eigenlijk is er geen enkel type kunstaas dat nog nooit een grote snoek over de streep heeft getrokken. Toch kan het een wereld van verschil maken wat je aan de speld knoopt. Sommige dagen zijn ze los en werkt werkelijk alles, maar wat als het allemaal even wat lastiger gaat en dat aasje dat de vorige keer zo goed werkte, ineens een stuk minder scoort?
Tekst: Elwin van Middelkoop - Foto’s: Elwin van Middelkoop en Patrick Oldeman
Als kind m...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Het voorjaar is dé tijd om te vissen op de Eem. Dit prachtige water herbergt grote scholen dikke brasems die in deze periode de rivier opzoeken om te paaien. In dit artikel bespreken we alles wat je moet weten over vissen op de Eem, van de beste stekken tot de juiste aaskeuze.
De Eem, die begint in Amersfoort en uitmondt in het Eemmeer, biedt een unieke viservaring. Ondanks dat het er uitziet als een kanaal, is het een echte rivier. De stroming kan variëren afhankelijk van de waterafvoer. Vooral in april en mei trekken grote scholen brasems naar de Eem, wat het een must-visit maakt voor vissers.
Feedervissen
Tijdens ons bezoek aan de Eem met Levi van Delft, kozen we voor de feederhengel. Bij het vissen op de Eem zijn er twee opties: vissen in het diepe of in het ondiepe gedeelte van het water. Levi koos voor een stek op ongeveer 17 meter afstand van de oever, wat ideaal is voor het vangen van brasems.
Vissen in het Diepe of Ondiepe Water
Diep water: Zoek de vaargeul op voor de grootste kans op aanbeten.
Ondiep water: Vissen dicht bij de oever, vooral bij riet, kan zeer succesvol zijn.
Het Juiste Aas en Voer
Bij het vissen op de Eem is het essentieel om je aas en voer goed te kiezen. Levi gebruikte een typisch brasemvoer, ‘Sweet Breams’, dat ideaal is voor het aantrekken van dikke brasems. Daarnaast zijn wormen en casters uitstekende keuzes voor haakaas.
Effectieve Aascombinaties
Wormen: Knip ze in stukken om ze aantrekkelijker te maken.
Maden: Perfect voor momenten dat de vis minder actief is.
Wafter en Worm Combinatie: Dit zorgt voor extra aantrekkingskracht.
Topstekken
Zoals gezegd is het voorjaar de uitgelezen periode om dikke vissen te vangen. Naast de Eem zijn er in het hele land wel wateren te vinden die dienen als kraamkamer voor witvis. Vaak zijn dit de ondiepere wateren, liefst met oevervegetatie, langs de grotere kanalen, rivieren en meren. Weet je deze te vinden, dan zijn prachtige vangsten bijna gegarandeerd. Prachtig dat voorjaar!
Denemarken is een waar paradijs voor vissers, met de Deense eilanden als topbestemmingen voor zeeforel. In dit artikel duiken we dieper in de wereld van vissen in Denemarken, met een focus op de unieke ervaringen die deze archipel te bieden heeft.
De Deense eilanden zijn bekende topstekken voor zeeforel. Het is een vis die, ondanks dat er vaak 1000 worpen voor nodig zijn, de moeite waard is voor iedere visser. Zeeforel is niet alleen een uitdagende vangst, maar ook een prachtige vis die veel vissers aantrekt naar de Deense kust.
De Eilandhop Tour
Een populaire manier om te vissen in Denemarken is door deel te nemen aan een “Island Jump Fishing Tour”. Deze tour, georganiseerd door het Avernakø Landhotel, biedt een gestructureerde manier om verschillende eilanden te verkennen en te vissen zonder gedoe met vervoer en accommodatie. Dit is ideaal voor vissers die willen genieten van de natuur terwijl ze hun hengels uitwerpen.
De Voorbereiding
Voordat je begint met vissen in Denemarken, is het verstandig om lokale informatie in te winnen. Een bezoek aan een hengelshop zoals “Gofishing” in Odense kan je veel leren over de beste stekken en aas. Hier kun je ook visvergunningen kopen, die essentieel zijn voor iedere visser in Denemarken.
Een belangrijk aspect van het vissen in Denemarken is het duurzame beheer van de zeeforelpopulatie. Dankzij initiatieven zoals het Funense zeeforelkweekproject wordt de populatie van deze vissoort in stand gehouden. Deze organisatie werkt aan het versterken van de wilde populatie door middel van kweek en het terugplaatsen van jonge vissen in hun natuurlijke habitat.
De Impact van Duurzaamheid
De duurzame praktijken zorgen ervoor dat vissers kunnen blijven genieten van het vissen in Denemarken, terwijl de natuur wordt beschermd. Het is belangrijk dat elke visser bijdraagt aan het behoud van deze prachtige vissoort.
Ervaringen van Vissers
Vissers die de eilanden van Denemarken verkennen, zoals de populaire eilanden Avernakø en Lyø, hebben vaak geweldige ervaringen. De combinatie van de natuurlijke schoonheid van de omgeving, de mogelijkheid om zeeforel te vangen, en de gastvrijheid van de lokale bevolking maakt het vissen in Denemarken een onvergetelijke ervaring.
Conclusie: Vissen in Denemarken is een Must-Do
Vissen in Denemarken biedt een unieke kans om te genieten van de natuur terwijl je op zoek bent naar de felbegeerde zeeforel. Met de juiste voorbereiding en een duurzame benadering kun je een geweldige tijd beleven op de Deense eilanden. Of je nu een ervaren visser bent of net begint, het avontuur van vissen in Denemarken zal je niet teleurstellen.
Vliegvissen zit in de lift. Gespecialiseerde winkels, zowel online als ‘in het echt’, krijgen steeds meer klanten die het op onze Nederlandse en Vlaamse roofvissen gemunt hebben. En dat is niet voor niets: met de vliegenhengel kun je nu eenmaal dingen doen die met een spinhengel onmogelijk zijn. En doordat er nog altijd veel meer spinvissers dan vliegvissers onze polders onveilig maken, is zo’n goed geviste streamer dan ook nog eens zeer dressuurdoorbrekend. Niko Oosterveen legt uit hoe hij het ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
In het wedstrijdvissen heb je maar een gelimiteerd aantal wateren waar je vist, wateren waar je een parcours kunt uitzetten voor genoeg deelnemers. Daardoor bezoek je maar weinig van de vele absolute parels van andere viswateren die er in ons land wel degelijk zijn. Pas geleden werd ik uitgenodigd voor een vismiddag op een privévijver in de buurt van Lettele, een dorpje ‘onder de rook van’ Deventer, en die vijver was nu precies het perfecte voorbeeld van wat ik zojuist omschreef.
Tekst: Jan van ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Het voorjaar is altijd een beetje een gokje voor strandvissers. De wintervissen zijn vaak al vertrokken, en voor de zomervissen is het water nog te koud. Toch vallen er mooie avonturen te beleven voor kantvissers. Sterker nog, John Willems vindt niets mooier dan een strand in de vroege morgen. Je leest er alles over in deze bijdrage.
Tekst en foto’s: John Willems www.visling.nl
Hoewel ver gooien niet altijd nodig is, kan het toch geen kwaad alle afstanden af te vissen.
Elk voorjaar weer is er ee...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
In vergelijking met andere vissoorten die voor onze laaglandse kusten rondzwemmen, zijn botten niet heel geliefd bij veel vissers. Sterker nog: er zijn best veel mensen die het maar een minderwaardige vis vinden: niet groot, niet sterk en vooral ook niet lekker. In deze bijdrage breekt Dave Lewis een lans voor deze onderschatte platvis…
Tekst en foto’s: Dave Lewis.
Mijn eerste bot ving ik inmiddels alweer meer dan vijftig jaar geleden. Het was geen reus, maar toch herinner ik me die vis levendig...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Wij gebruiken cookies om onze website en onze service te optimaliseren.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.