Home Blog Pagina 40

Ziggen op karper met brood, brokken of imitatieaas

Is het warm en windstil en zie je de karpers aan of net onder het wateroppervlak liggen of cruisen, dan kan het vissen met een zig rig of een pop-up met een afwijkend drijvend aasje heel effectief zijn. Een leuke manier van vissen om de zomer door te komen!

Een Kevin Nash Zig Aligner Kit…en zig imitatie-insecten van PB Products.

 

Een stuk foam aan de hair kan al werken, maar in combinatie met brood of een een drijvende brok wordt het nog aantrekkelijker…

 

Scherpe haak

Ook al zijn de karpers lui en hebben weinig trek om te azen, uit pure nieuwsgierigheid wordt zo’n klein opvallend aasje dan toch even ‘geproefd’. Pakken is hangen! Zorg daarom dat de haak vlijm- en vlijmscherp is en niet teveel wordt afgeschermd door het haakaas.

 

Hoe maak je een zig rig: bekijk hieronder het filmpje van The Carp Whisperer.

 

Korst of brok

Hoewel er natuurlijk bij het ‘ziggen’ veel met drijvende kunst-insecten wordt gevist die altijd goed aan de haak blijven zitten, is het natuurlijk ook een goede manier om er op deze manier een broodkorst of drijvende brok mee aan te bieden op half water. Met behulp van een stukje foam of piepschuim bij de brok of de korst kun je het brood of de brok beter drijvend maken.

Een stuk brood(korst) is instant herkenbaar, maar een stukje imitatiebrood, ofwel een stuk nepbrood blijft wat langer op de haak zitten, ook dit kun je gebruiken.

Wat voorvoeren met drijvende brokken helpt extra…

 

Foam

Drijvende honden- of kattenbrokken kun je eenvoudig voeren om de karpers er aan te laten wennen. Deze kun je natuurlijk ook prima als pop-up of aan de zig-rig bevestigen, al dan niet met behulp van wat foam voor extra drijfvermogen. Succes!

Beet Blog: 30 jaar zeevissen in Denemarken in een e-Book

Zeevisser Albert Corporaal reisde al 30 jaar naar Denemarken op vakantie met een gezelschap vrienden. Zijn ervaringen over de trips rondde hij steevast af met een verslag. Nu heeft hij deze verslagen gebundeld en in een e-Book van 472 pagina’s verzameld, die door iedereen gedownload kan worden.

De kabeljauwstand in Denemarken is een veelbesproken onderwerp.

 

Van ieder jaar maakte ik een verslag in de vorm van een hoofdstuk. Dat vond ik gewoon een mooie afronding van elke vakantie. Dit verslag deelde ik met mijn mede-reizigers en vismaten. Er wordt me wel eens gevraagd: waarom Denemarken? Ik denk dat de grote aantrekkingskracht van Denemarken haar oorsprong vindt in mijn kinderjaren. We gingen met onze ouders en goede vrienden van hen sinds 1958, jarenlang kamperen op Texel: van uit Den Helder staken we met een vrij kleine boot vol fietsen over naar Oudeschild en dan fietsend naar Den Hoorn. We kwamen dan al fietsend dwars over het eiland met haar tuunwallen en schapeboeten heen en die herinnering van toen doet me nu heel sterk aan Denemarken denken: een golvend en afwisselend landschap met haast overal merkbaar de wind, wadden of zee.

De mooiste huizen konden worden gehuurd met de fraaiste uitzichten over zee…

De behoefte om elke trip af te sluiten met een verslag, is ook wel een soort beroepsdeformatie. Ik heb in mijn loopbaan (in advies-beheer-beleid bij LNV heb ik 20 jaar als ecoloog-wetenschappelijk onderzoeker gewerkt aan twee universiteiten – RUN en WUR Wageningen) geleerd dat je belangrijke gebeurtenissen goed moet afsluiten (‘afhechten’). En dat deed ik wat betreft het vissen in de vorm van een jaarlijks visverslag dat ik zo in de loop van december naar de deelnemers toezond. Eerst was het een vrij summier verslag, maar gaandeweg werden dat behoorlijk omvangrijke verhalen met veel aandacht voor hetgeen Denemarken meer te bieden heeft dan het succesvol vissen op zee. En de laatste 20 jaar, wat versterkt door mijn beroepsdeformatie, heb ik zowat alles opgetekend wat we jaarlijks al vissend beleefden.

Met eigen boot, huurboot of charterboot – het kan allemaal.

Bagenkop in het zuiden van Langeland…

 

We begonnen 30 jaar geleden met vissen op de Kleine Belt en visten jaren achtereen steeds medio september. Regelmatig werden we in september overvallen door guur winters weer met harde wind en buien van natte sneeuw. De vangsten waren prima, grote aantallen en bij de kabeljauw vielen ook de grote exemplaren (70 cm-plus) op die er dagelijks gevangen werden. Vanaf de kant werd er toen veel haring gevangen. Een jaar of vijf geleden besloten we de Kleine Belt qua viswater te verlaten: de gevangen aantallen lieten te wensen over en wát er gevangen werd was onder of nog maar nét aan de maat; er werd in het begin streng op gecontroleerd, weten we uit ervaring. Al weer een jaar of wat vissen we op de Langelands Belt (oost van het eiland Langeland): qua platvis (schol, bot en schar) gaat dat uitstekend met echt mooie vis, met de rondvis gaat het ronduit slecht: kabeljauw vang je er in die periode nauwelijks, evenmin wijting van betekenis. In die 30 jaar zagen we trouwens het winterse weer vervangen worden door regrelmatig optredens ‘Indian summers’. We zagen lipvissen en pietermannen komen, en koolvis en schelvis gaan.

De oude brug bij Middelfart; een zekerheid op mooie gul in vroegere jaren. 

Natuurlijk lonkten ook andere vislanden ons wel. We overwogen ruim 10 jaar geleden om maar eens naar een ander gebied te gaan en verkozen Noorwegen. Het was, zo bleek achteraf, een warm en rustig najaar in wording en alle vooruitzichten kwamen totaal anders uit. Misschien dat het te warm was, maar er werd nauwelijks kabeljauw gevonden, wel een nieuwkomer (voor ons althans) met de leng van heel goede lengte. Veel gevlekte lipvis en koekoekslipvis, beide met mooie kleuren. Reisjes naar andere landen werden wel geopperd, maar we gingen er als groep nooit naar toe: enkelen van ons gingen wel vissen naar de Canarische eilanden, weer met een heel ander visbestand, waar grote ‘roggen’ toe behoren en veel andere soorten.

Opkomst van lipvissen zoals de kliplipvis.

 

Vroeger gingen veel Denemarkengangers voor de kabeljauw naar DK. Maar op wat stekken in Langeland en de Øresund na is dat natuurlijk iets wat in 30 jaar tijd wel verminderd is. Toen we 30 jaar geleden begonnen vingen we tamelijk veel kabeljauw met grote aantallen maatse vissen en altijd in die week wel diverse vissen van 70 centimeter of meer. En eigenlijk kon je op allerlei manieren wel aan kabeljauw komen: door geankerd te vissen, door te driften, op allerlei dieptes, variërend van 15 tot 80 meter (de variatie in de Kleine Belt) en onze ervaring sloot naadloos aan bij ervaringen van vissers die in de jaren daarvoor hier gevist hadden. Een jaar of vijf geleden was het tij al helemaal gekeerd.

De auteur tijdens een Deense power-nap…

 

Ik krijg veel vragen over het vissen in Denemarken. Ik kan natuurlijk vooral spreken over de regio’s waar ik geweest ben, maar voor alles geldt dit: bereid je steeds goed voor, lees je van tevoren in, bekijk via internet de viservaringen van anderen of bevraag mensen met ervaring. Zorg dat je ‘alles’ goed in orde hebt: eten, drinken en drank (hoewel in Denemarken eigenlijk alles te koop is, namen we vrijwel alles mee), zorg voor een zeewaardige boot met toebehoren en reddingsvesten, draag ze ook, zorg voor een zeewaardige boot of huur die (zoek de betreffende sites op, er zijn er genoeg en betaalbaar), zorg voor goed aas (levend, pieren, zagers of witjes, schelpaas, wulkenvlees, imitaties, dood aas kan ook, ingezouten gaat prima), huur een huisje nabij de kust (een paar kilometer rijden is geen punt) of aan de kust (vaak wat duurder). Zowel in Kolding, Middelfart als in Spodsbjerg kun je overigens prima aas (zeepieren, zagers) vers kopen. Gelet op de prijs moet je het aas een beetje kleiner maken en zo mogelijk over de dag verdelen en we visten wel met relatief goedkope alternatieven als Noordse garnalen of Noordzee-garnalen. Als regio’s kunnen we aan de oostzijde van Denemarken vooral de Kleine Belt en Langeland aanbevelen: er zijn daar ook veel openbare hellingen.”

Het e-Book, met een omvang van 472 pagina’s, is gratis te downloaden op https://issuu.com/anniekco/docs/dk-ebook2021

Langeland als bestemming in de afgelopen jaren…

Summertime blues: verantwoord op zomersnoek

Ze komen er weer aan – of zijn er al – van die zomerse dagen waarbij je afvraagt of je wel het water op moet om op snoek te gaan vissen. Het is makkelijk om nee te roepen, maar waar ligt de grens in wat nog verantwoord voor de snoek is? Het is en blijft een eigen verantwoordelijkheid die je wel zelf aan moeten kunnen. Voorop staat natuurlijk het belang van de vis.

 De regenboog krijg je er soms gratis bij…

 

Tekst & foto’s: Bertus Rozemeijer 

Laat ik er geen doekjes om winden en maar eerlijk bekennen dat ik vrij lang doorga met het vissen op zomerse snoek. Misschien heeft dat ook een beetje te maken met de toch al pittig lange geschiedenis die Esox en ik met elkaar delen. Begin jaren ’70  was er niemand die je kon vertellen hoe je groot water aan moest pakken. Beeld maar in: geen visvinders, geen elektromotoren, nul info in de bladen en internet was nog heel ver weg. We moesten zelf uitvinden waar en hoe je snoek op groot water vangen kon en hoe je met die vis om moest gaan.

Een warme zomerse dag op het grote water…

 

Steeds warmer zomerweer

Het kleine groepje gelijkgestemde viste wel het seizoen rond op snoek, dus ook in de zomer om in de herfst of winter dezelfde snoeken terug te vangen. Nee, zo groot was het grote water toen nog niet en die echt grove snoek viel echt wel op. Groot water is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden als snoekwater ontdekt. Nee hoor, ik was echt de eerste niet, maar begin jaren zeventig van de vorige eeuw was het niet bepaald druk op de grotere plassen…

Hoe warm of koud het water was deed er helemaal niet toe. Er was niemand die je erop aansprak wanneer je hartje zomer in je T-shirt voorbij kwam roeien met twee hengels overboord waarmee een lepel of een plug werd gesleept. Met al dat niet hebben van de hedendaagse luxe werden zomer en winter toch zo’n vijftien metersnoeken gevangen en daar was je best groots op.

Ook de technologie heeft heel het vissen in ons voordeel veranderd en biedt info waar je vroeger alleen maar van kon dromen. Ons klimaat is ook anders geworden dan pakweg veertig jaar geleden, al wil lang niet iedereen dat zo zien. Dit alles bij elkaar – op je elektronica kunnen zien hoe de situatie vistechnisch is en steeds warmer zomerweer – kunnen een reden tot twijfel zijn om wel-of-niet achter de snoek aan te gaan.

 

Met beleid en geduld weer terugzetten…

 

ZOMERHITTE

Is het verantwoord om in de zomer, bij watertemperaturen hoger dan 20 graden Celsius, op snoek te vissen? Het is niet zo slim om het water op te gaan wanneer het ver boven de twintig graden is. Zomer 2020 liep de watertemperatuur ook op het grote water, zoals Randmeren, op tot ruim boven de 25°C. Dan kan je snoek in de problemen brengen. Zonder visvinder, dus ook zonder een benul van watertemperatuur, merkte je in het verleden wel dat de gevangen snoek het in warm water lastiger had dan in kouder water. Snel handelen was een must om het welzijn van de snoek niet al te veel te schaden.

Tot zover een deeltje uit het interessante artikel van Bertus Rozemeijer dat abonnees vanaf morgen (20 juli 2021) in de bus mogen verwachten. De dagen daarna kun je de editie ook in de winkels tegemoet zien. Met een abonnement hoef je niet naar de winkel natuurlijk, en voor de prijs hoef je het niet te laten: klik hier.

 

Tien tips voor de brasem

De brasem (Abramis brama) is in onze landen zowat de meest algemeen voorkomende vissoort en er zullen dan ook weinig vissers zijn die nog nooit een brasem hebben gevangen. In de wedstrijdwereld wordt deze vis bijzonder gewaardeerd, hoewel andere vissers het maar ‘slappe vaatdoeken’ en ‘slijmjurken’ vinden. Uit de rijke ervaringen en kennis over de brasem hieronder tien tips van Jan van Schendel om brasem te vangen.

Brasems kunnen in extreem voedselrijke wateren een lengte bereiken tot circa 75 centimeter. De zwaarste met de hengel gevangen brasem woog 10,4 kilo en werd in 2012 gevangen op Ferry Lagoon, Engeland. In Nederland staat het brasem record op 77 cm. Brasems zwemmen bijna overal in Europa, met uitzondering van Spanje en Portugal. De vis voedt zich met name met dierlijk planton, wormpjes, insectenlarven en kleine kreeftachtigen. Behalve de kleinere exemplaren is de vis gemakkelijk te onderscheiden van andere soorten.

 

1 – VISSEN OP DE BODEM

Brasems zijn echte bodemazers. Ze zullen eerst aarzelend een voerplek ‘aftasten’ voordat ze beginnen te azen. Vaak zwemmen ze in scholen en azen de vissen gezamenlijk nadat ze hun argwaan hebben overwonnen. Dat zijn hele belangrijke zaken om te weten als visser, want op basis van deze wetenschap kun je de vistactiek bepalen.

 

2 – STOFZUIGERS

Wanneer brasems eenmaal aan het azen zijn, zwemmen ze bijna niet. Ze gaan op dat moment letterlijk met de kop naar beneden richting de bodem staan, zuigen voer van de voerplek naar binnen en filteren totdat alleen het lekkers overblijft. Ook dat is belangrijk om te weten: te weinig voer op de voerplaats en de brasems zijn heel snel weer weg.

 

3 – WAITING GAME

Het vissen op brasem is heel vaak een kwestie van de lange adem; je moet geduldig kunnen zijn. Natuurlijk kun je ze soms meteen al in het begin van de vissessie vangen, maar dat zijn vaak uitzonderingen, die bijzondere visdagen. In de regel is het wachten, soms lang wachten, maar je kunt er bijna zeker van zijn dat je geduld uiteindelijk beloond wordt. Brasems zijn echte kuddedieren en zwemmen maar zelden alleen. Wanneer je dan eenmaal de vissen hebt aangelokt, vang je vaak meerdere vissen.

The waiting game…

 

4 – STILLE AASAANBIEDING

Wanneer je uitgaat van de informatie uit de voorgaande tips moet bij het brasemvissen een stille aasaanbieding, zo dicht mogelijk tegen de bodem, vaak wel de beste vismanier zijn. Dat klopt, daarom is juist het feedervissen zo’n succesvolle vismanier voor de brasemvisserij. De haak ligt stil en altijd in de buurt van de voerkorf met inhoud, wat de precieze omstandigheden ook zijn. Verderop in dit artikel kom ik uitgebreider hierop terug.

 

5 – ZWAARDER BIJ TWIJFEL

Wanneer je met een dobber vist, kan het best gecompliceerd zijn om je aas stil op de bodem aan te bieden. Je hebt soms te maken met stroming en zeker in onze Lage Landen, dikwijls ook met wind. Een gouden tip is om bij twijfel net dat grotere maatje dobber te gebruiken. Een grotere, of beter gezegd, zwaardere dobber heeft meer lood op de lijn nodig. Juist dat extra lood kan ervoor zorgen dat het haakaas toch zo natuurlijk mogelijk op de voerplek ligt.

Welke dobbertypes?

 

6 – DOBBERTYPES

Er zijn natuurlijk heel veel verschillende dobbertypes te koop en allemaal zijn ze ooit geproduceerd met een bepaalde visserij in gedachten. Wat de ideale dobber is bij het vissen op brasem hangt vaak helemaal af van het type water, want wateren kunnen onderling gigantisch verschillen. Wanneer het water stroomt gaat er niets boven een ‘bolletje’ dobbermodel: een klein rond dobberlichaam met een lange onderantenne en een holle bovenantenne. Op stilstaande wateren, met name op vijvers, is het vaak beter om met een lang en slank dobbermodel met een hele lange en relatief dunne bovenantenne te vissen. Vooral wanneer je vaak te maken krijgt met vissen die het aas vanaf de bodem pakken en ermee naar een hogere waterlaag zwemmen. Die zogenaamde ‘lift-beten’ of ‘opstekers’ worden met zo’n slank model het best geregistreerd.

 

7 – VLAGDOBBERS

In Nederland en België zijn vlagdobbers niet populair. Op de meeste andere plekken in Europa worden ze vaker dan welk ander dobbertype gebruikt. Vlagdobbers zijn ideaal om in stromend water de montage te blokkeren en dus het aas zo stil mogelijk aan te bieden. Door de platte lollyvorm van het dobberlichaam stroomt het water om de dobber heen, wat extra helpt om deze stabiel in het water te laten staan.

 

8 – LOODMONTAGES

Bij het witvissen gaat het er om je haakaas op een zo natuurlijk mogelijke manier te presenteren. Dat moet uiteindelijk de vissen verleiden om het haakaas te pakken. Voor een groot gedeelte wordt die presentatie bepaald door de gebruikte loodmontage en daarin zijn allerlei varianten te bedenken die allemaal op bepaalde momenten perfect zijn. Je moet je als visser proberen in te beelden wat er onder water gebeurt en daarnaar handelen. Hoe is de bodem? Waar ligt er een obstakel? Hoe kan ik het aas stil tegen de bodem aanbieden? Geloof me, de vissers die op dit soort vragen de beste antwoorden vinden zijn degenen die het meest succesvol zijn.

Diepte peilen op het laatste loodje…

 

9 – LOODHAGELS = MEER MOGELIJKHEDEN

Tijdens het vissen moet je altijd kunnen inspelen op de situatie. Die situatie kan anders zijn dan je had verwacht; dat vereist aanpassingen aan het gebruikte materiaal om toch de ideale aasaanbieding te verkrijgen. Zorg er altijd voor dat je gemakkelijk de gebruikte loodmontage kunt aanpassen. Loodhagels zijn hiervoor vaak de beste oplossing. Een of enkele loodjes wat meer naar boven of naar onder op de lijn schuiven kan soms een enorm verschil uitmaken!

 

10 – PEILEN OP HET ONDERSTE LOOD

Een simpele en goede manier om de juiste visdiepte te bepalen is het uitpeilen op de onderste valloodjes die je op de vislijn hebt geknepen. Je hebt daarvoor wel een knijppeillood nodig. Simpelweg het peillood om de loodjes knijpen, die tegen de onderlijnknoop zijn geschoven en de dobber zo uitpeilen dat de bovenantenne en een stukje dobberlichaam uit het water steken met het peillood op de bodem. Pas daarna is het tijd om de te gebruiken onderlijn te bevestigen. Je weet nu dat het onderlijnlusje en de onderlijn net op de bodem liggen. Afhankelijk van de omstandigheden kun je dan de aasaanbieding ‘fine-tunen’ door iets te schuiven met de valloodjes.

Peilen met het peilloodje…

Karpervissers zonder belemmeringen richting Franse wateren

De vakantieperiode is aangebroken en op de betaalwateren van The Carp Specialist wordt ‘volle bak’ gevist. De reizen richting  Frankrijk verlopen probleemloos, net zoals de karpervakanties in Nederland & België. Ook na de toespraak van president Macron en de nieuwe maatregelen tegen corona, is er voor de karpervissers geen belemmering om af te reizen, mits ze zich aan de voorwaarden houden…

Lesley & Ingo beleefden een mooie karpervisvakantie op het ‘nieuwe’ betaalwater Loch’Ness Carpe: klik hier.

 

Naar Frankrijk

Die vakantieperiode betekent dat veel karpervissers de auto’s weer compleet volstouwen en op pad gaan naar Frankrijk. Gezien de ontwikkelingen op het gebied van corona kun je daar als reiziger met een gerust hart naartoe gaan mits je je aan de voorwaarden houdt. Deze zijn gisteren (12 juli) nog eens aangescherpt door president Macron. De voorwaarden zoals die voor toeristen en sportvissers gelden die naar Frankrijk afreizen, kun je via een update op de website van The Carp Specialist nog eens nalezen: klik hier.

Roxanne en Stephan delen hun avonturen in deel 2 van Karperklets

 

Grote vissen van Le Grand Etang…

 

Persoonlijke records

Ondertussen lijken de vissen er zin in te hebben: op veel betaalwateren zijn (zelfs na de paai) weer verschillende nieuwe persoonlijke records verbroken.

Een greep uit de nieuwberichten vanaf de betaalwateren vind je hieronder. Vang ze!

Richard Lous beleefde een MONSTERSESSIE op Gaulois met 45 karpers tot 28,5kg en maar 2 vissen onder de 16kg. Bekijk zijn video van deze geslaagde visvakantie op ons YouTube-kanaal!

DJ DubVision & ‘influencer’ Roxanne Kwant visten samen een leuke karpervisvakantie op De Karperhoeve – Timmy’s Lake dit voorjaar. Ook zij maakten een gave video… bekijk DEEL 1 hier en DEEL 2 hier. Echt hilarisch 🙂

Nog meer videonieuws: samen met Timmy hebben we een gave videoreeks opgenomen op de wateren op zijn domein waarbij we u meenemen in de voorbereiding, de stekkeuze, aaskeuze, aanpak en waarbij u bovendien een flinke portie tips & tricks voorgeschoteld krijgt. De IDEALE voorbereiding voor uw karpervakantie op het domein. We trappen af met deze video van Annie’s Lake en vergeet niet om u te abonneren op ons YouTube-kanaal zodat u de volgende video’s van de andere wateren op het domein niet zal missen

Lesley & Ingo beleefden een mooie karpervisvakantie op het ‘nieuwe’ betaalwater Loch’Ness Carpe, waarover ze in dit Karperklets-artikel alles vertellen. 

Last, but not least… deze FOTODUMP van Robin de Koning op Le Grand Etang moet u zien. Deze zeer ervaren karpervisser kent het water op zijn duimpje en wist er enkele van de mooiste karpers van Frankrijk te vangen!

 

*** Corona update 12-07-2021 ***

Reizigers van binnen de EU (het Schengen-gebied) zijn vanaf 1 mei van harte welkom in Frankrijk, uiteraard in het bezit van een negatieve PCR-test of Antigeentest en een zogenaamde Verklaring op Eer. VOLLEDIG gevaccineerden hoeven GEEN negatieve PCR-test of Antigeentest meer mee te nemen naar Frankrijk. We wensen u vanuit The Carp Specialist alvast veel visplezier en een heerlijke vakantie toe! Enkele gasten maken zich zorgen over de in de pers breed uitgemeten ‘CODE ROOD’ waarschuwing, graag verzoeken we u om rustig te blijven, zich geen zorgen te maken en dit duidelijke artikel van de NOS aandachtig door te lezen.

De Franse president Macron heeft tijdens zijn persconferentie op 12-07-2021 aangegeven dat het tonen een vaccinatiebewijs of actuele negatieve Coronatest per 1 augustus verplicht zal zijn bij een bezoek aan o.a. café, restaurant of winkelcentrum.

Goud vanaf Le Grand Etang…

Missie: tong vangen op een duistere Noordpier

Na een koud voorjaar waarbij veel zomersoorten in zee enkele weken achter de feiten aanliepen, is nu toch wel de periode aangebroken dat de tong – zomervis bij uitstek – weer goed gevangen kan worden. Nog nooit tong gevangen? In dit artikel uit het Beet archief gaan John Beun en Dennis Cornielje de Noordpier op om tot in donker te proberen een tong te vangen.

De heren beginnen hun missie bij daglicht… 

 

Hoogovens

De beste gebieden voor de tong zoeken we meestal in het Noordzeekanaal, de Nieuwe Waterweg/Nieuwe Maas of bepaalde delen van Zeeland. John en Dennis durven het ook wel aan op de Noordpier in dit artikel. Onder de rook van de hoogovens moet het normaal gesproken wel lukken om een mooie tong te verschalken, aldus de twee zeevissers. Maar ja, het blijft vissen!

Witte afhouders met rode Amnesia, en lichtgevend lood…

De Tata Steel en IJmuiden blijven duidelijk zichtbaar…

Taai

De dagen voor de missie blijkt de visserij bijzonder taai op de pier. Hoewel we met John Beun en Dennis Cornielje genoeg kennis in huis hebben, is het toch afwachten of die ruw aanvoelende platvissen het spelletje mee willen spelen. Dennis en John zijn realistisch ingesteld; het wordt moeilijk vandaag, zoveel is zeker. Maar zij gaan er alles aan doen om deze missie te laten slagen!

Meer lezen? Klik hier om het artikel verder te bekijken.

 

 

 

 

Beet Blog: meervalgekte in Frankrijk…

Na meer dan een jaar met reisbeperkingen was het dan eindelijk zover en begonnen de versoepelingen in te treden. Sinds 9 juni is het ook weer toegestaan om af te reizen naar het ‘visland’ Frankrijk. Ook Toby Beelo trok zuidwaarts. Niet voor het stokbrood en de croissants, maar voor het meervalvissen!

Tekst & foto’s: Toby Beelo 

Compleet anders

“Het was niet voor de eerste keer dat ik de route naar het prachtige visland koos. Ik was er al vaker gaan vissen. Deze keer liep het echter niet zoals verwacht. Eenmaal op de bestemming aangekomen zag alles aan het water eruit als van ouds. Eén ding was echter compleet anders: de vangsten! En dat bedoel ik in positieve zin, want de meervallen waren helemaal los en meerdere vissen op een dag waren geen uitzondering.

Komt er weer eentje…

 

Boot, set-up en montage zijn er klaar voor…

 

Verticaalvissen

Ik had het plan om verticaal te gaan vissen op meerval aangezien dit niet alleen een zeer effectieve manier van vissen is, maar omdat het ook inzicht biedt in de activiteit van de meerval. Gewapend met een rubberboot, fishfinder en een verticaalhengel met Black Cat Cat Ball montage met één enkele haak, dreef ik het water af. Het duurde niet lang tot de eerste vis op de fishfinder verscheen. Deze  twijfelde geen moment en ging vol voor het aas. Een goed begin, dacht ik! Maar zo wispelturig als meervallen konden zijn, was ik nog niet gelijk in een jubelstemming. Eerst maar eens kijken of ik een tweede kon vangen. Ik herhaalde het trucje: diepe gaten zoeken, aas laten zakken, 5x slaan met het kwakhout en kijken wat er gebeurt. Dit trucje bleek zijn vruchten af te werpen en na de tweede vis kwam de ene na de andere meerval op mijn aas. Bij het gebruik van aasvissen is de genoemde montage met één enkele haak een perfecte montage. Het biedt een veilige manier van vissen, zowel voor de vis als voor de visser; loshangende dreggen zijn verleden tijd.

 

Een van de betere vissen…

 

Hard werken

Na zo’n geweldig begin kon het eigenlijk al niet meer stuk. De dagen erna waren de vangsten echter aanzienlijk minder en moest er hard gewerkt worden voor iedere aanbeet. Tja, dat is meervalvissen! De ene dag bijten de meervallen als gekken en de andere dag moet je hard werken voor iedere vis. Uiteindelijk werd het een uitstapje om nooit meer te vergeten met prachtige vangsten en wederom een geweldige ervaring in Frankrijk.”

Uiteindelijk werd het een uitstapje om nooit meer te vergeten…

Beet blog: stekkeuze, de sleutel tot barbeelsucces

Afgelopen voorjaar bleef de natuur achter door de lage temperaturen. Ook de watertemperatuur was hier logischerwijs aan onderhevig en zodoende was het lang moeizaam en vooral zoeken om een barbeel op de mat te krijgen, met name op de grote rivieren. Nico Breevaart ging dus op zoek naar  een alternatief.

Tekst en foto’s:  Nico Breevaart

We mochten in mei gelukkig weer naar Duitsland…

 

Kleinere rivieren

Dit is dan hét moment om het jachtterrein te verleggen naar de kleinere en ondiepere rivieren. De watertemperaturen op dit soort rivieren is veel gevoeliger voor de eerste zonnestralen en kruipen dan al snel richting de gewenste 10 graden of hoger.

Nu waren we na alle corona-ellende eind mei gelukkig weer welkom aan de Duitse rivieren en zodoende gaan de twaalfvoets Korum Barbel Rods en een paar liter maden de kofferbak in. Fanatiek deponeren we om de 10 minuten de madenkorven op de stek om een aantrekkelijk voerspoor te creëren – in de hoop een mooie kopvoorn of krachtpatser van een barbeel te verleiden. Al snel krijgen we een eerste teken van leven. Korte maar keiharde tikken verraden de aanwezigheid van kopvoorn. Ook al zit je bovenop je hengel, deze aanbeten zijn moeilijk te verzilveren. Eindelijk zet een aanbeet door en gaat de hengel in de parabool die we graag zien en niet veel later geeft een pracht kopvoorn zich gewonnen.

Maden of pellets in de korven…

 

Dieper stuk

Daarna wordt het lang stil en besluiten we om het 50 meter stroomafwaarts op een dieper stuk te proberen. Op deze stek spreiden we de kansen en vissen we één hengel actief met de maden en voorzien we de andere hengel van een Code Red boilie en de voerkorf van goed geurende Cheesy-Garlic pellets. Deze hengel droppen we iets stroomafwaarts maar wel in dezelfde lijn van de maden hengel zodat deze wellicht nog optimaal profiteert van het madenspoor.

Het duurt niet lang voordat deze stek ons al beloont met een niet te missen barbeel-aanbeet. De stroming maakt de vis nog sterker, maar niet veel later is onze targetvis binnen! Dit ritueel herhaalt zich die middag nog een paar keer op de hengel met de maden. Altijd fijn als je merkt dat de gekozen strategie werkt. Last but not least meldt zich zoals gehoopt eind van de middag nog een bonusvis in de vorm van een zwaargewicht barbeel op de meer passievere hengel. We hadden dus de juiste keus gemaakt om in de frisse maand mei voor de wat kleinere rivier te gaan, want deze vangsten hadden we in deze koudere tijd van het jaar op zeker niet op de grote rivieren gehad.

Verkijk je niet op het materiaal; barbelen zijn sterke vissen. Dunne haken is not done!

 

Juni en juli

Zo blijft het keer op keer bekijken wat onder de omstandigheden de beste keus is. Inmiddels waren de barbeelvangsten in juni, en nu in juli, op de grote rivieren weer goed te noemen en is het ook weer mogelijk om Frankrijk te bezoeken om achter de barbeel aan te gaan. Je zou er bijna keuzestress van krijgen!

Keuzestress!

 

 

 

 

 

XL-Brasems

Hou ze aan de praat! Grote brasem gaat vaak hand in hand met groot water. Gelukkig is Nederland rijk aan veel groot water met een goed visbestand waarbij je vele verschillende vissoorten kunt verwachten. Brasem is in al onze wateren rijkelijk aanwezig en international Stefan Hooyman kent dan ook een paar heerlijke plekjes waar je de echt grote jongens kunt verwachten. Tekst & foto’s: Sjors Milder Het is eindelijk voorjaar en dat betekent natuurlijk dat veel vis langzaam de oevers en ondiepe ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Maak je visstek plantenvrij

Leuk hoor, al die plantengroei in de zomer. De vis ligt er graag tussen om allerlei voedsel te vergaren, zoals slakjes, waterkevers, wormpjes en kreeftjes. Maar voor de sportvisser, die het voorzien heeft op plantenminnende soorten als karper, zeelt en ruisvoorn, is het best lastig vissen…

Maak je eigen ‘weed rake’…

De oplossing is niet eenduidig. Je kunt natuurlijk drijvend aas zoals een broodkorst tussen de planten gooien aan een dobbermontage, of een worm ertussen laten zakken, maar je kunt ook een schone plek creëren tussen de planten. Vaak wordt hiervoor een hark gebruikt, of beter gezegd; het eindstuk van de hark aan een touw. Gooi deze tussen de planten en je trekt een grote hoeveelheid planten binnen. Sommigen gebruiken ook een stuk geankerd zeelood aan een spodhengel om een schone plantenvrije stek te maken. Ligt er een beetje aan op welke afstand je die stek wil maken.

 

Online kun je aardig wat oplossingen vinden om het dichtgegroeide water weer bevisbaar te maken. CC Moore heeft hier ook een interessant artikeltje over online gezet. Klik hier en succes!

 

Kant-en-klare weed rakes…

Klik hieronder voor een filmpje van Gardner over weed rakes.

Carp Fishing – How To Fish In Weed – Video

Zomerse karpertips

In de zomer op karper vissen kan op veel manieren. De keuze is reuze voor wat betreft voer-  en aassoorten, maar ze zwemmen niet automatisch zomaar je schepnet in, juist ook omdat het aanbod aan natuurlijk voedsel erg groot is in de warme maanden. Uit de serie Zomerse Karpertips twee tips die altijd goed werken.

Actief voerplekjes afvissen loont…

 

Hennep en maïs

Het ligt zo voor de hand, maar hennep en zachte blikmais zijn en blijven een gouden combinatie waarop ontelbare karpers gesneuveld zijn. De oliehoudende hennep maakt de karpers helemaal dol en houdt de karpers heel lang vast op de voerstek, waar ze blijven wroeten tot ze het laatste zaadje gevonden hebben. Zit er vis op de stek dan is dat vaak goed te zien door de olievlekken die dan door het gewroet in het wateroppervlak uiteenspatten. Bijna net zo gek zijn karpers op zoete mais uit blik, ook daar blijven ze van vreten. De opvallend gele kleur wordt bovendien snel opgemerkt en als haakaas stellen de gele korrels nooit teleur.

Een gezonde zomerse honger…

Een gouden combinatie…

 

Vanuit de boot

In de zomer wil het wel eens voorkomen dat de karper zich ophoudt waar wij niet bij kunnen komen. Vaak ligt de karper te zonnen tussen plompbladeren of onder struikgewas aan de onbegaanbare overkant, ver van alle drukte. Een boot is dan de goede oplossing. Met een boot kun je vaker dichterbij komen dan met een normale set-up vanaf de kant, ook al heb je een voerboot tot je beschikking. Er staat nu minder lijn uit dus het is nu mogelijk om een betere controle te verkrijgen tijdens de dril. Mocht je nu niet in het bezit zijn van een boot, dan is er een mooie oplossing. Heb je geen boot? Op tal van plekken kun je boten huren, en je kunt zelfs de aanschaf van een rubberboot overwegen om een leuke zomer te beleven!

 

Met de boot ineens onder handbereik…

 

 

Blog: zomergullen en lentetongen op de pieren

De scharren rond de Noordpier zijn inmiddels vertrokken naar dieper water, op wat kleinere magere exemplaren na die zich nog vergrijpen aan de zeepieren. Als de toppen stilstaan wordt het vissen soms taai. Maar je moet toch om de 15 minuten inhalen en verversen van aas. Dit vanwege de toenemende aantallen krabben. Wanneer je dit vergeet, ben je sowieso kansloos en kun je beter in je tuin achter je hengels gaan zitten…

In je eigen tuin is het ook mooi hoor, maar daar vang je niet veel…

Ze blijven prachtig, ook als je een keertje niet ruim beaast…

 

Door Luc Mom

 

In de stroom van het getij kan je nu op de bodem ook zomaar een dikke tong of zeebaars vangen. Aanwezige stroming is altijd goed, maar nu nog meer noodzaak dan het al was. Dus check het getij op je visdag voor een betere vangkans, met de nadruk op káns. De meeste gullen zijn vertrokken naar de diepere plekken rond de Noordpier. Deze zijn zeer lastig bevisbaar door de steenstort, maar juist daar vinden ook de gullen hun schuilplaats. De dood of de gladiolen dus als je daar gaat vissen. Gelukkig werden het een paar keer de gladiolen voor mij. Geen monstergullen,  maar de aanbeten blijven verslavend. Regelmatig loopt er een mooie tussendoor van 50 cm plus. Dan dien je in het bezit te zijn van een zware krachtige hengel plus nog wat andere skills om de vis te kunnen landen. ‘Knallen als een malle’ dus, en niet verzaken tijdens het indraaien; dát is op die momenten het devies. Verspelen van vis hoort erbij op die plek, maar met de juiste aasaanbieding kun je dat positief beïnvloeden.

Mesheften meenemen a.u.b.

 

Focus op de toppen

Ruim beazen is sowieso noodzaak voor de aanlokking onder water.  Als je alleen maar vis verspeelt, is het niet leuk meer; dit houden de meesten niet vol. Thuis voorknopen van lijnen is ook zeer belangrijk. Aan de waterkant moet de focus op de toppen liggen!

Rond begin juni namen de vangsten van de zomervis toe. Ook al zijn die ook vertraagd door het pas laat opgewarmde zeewater door het koude voorjaar. We kunnen nu overschakelen op de zeebaars, makreel en geep – ook voor een mooie panmaaltijd.

Soms komen er mooie naar boven hoor…

Ook deze monstertjes…

Het Noordzeekanaal is altijd heerlijk om langs te vertoeven, vooral als het aan de zeezijde eb is en er gespuid wordt, dan staat er wat stroming…

 

Noordzeekanaal

Het Noordzeekanaal begint op stroomdagen – wanneer er aan de zeekant laag water is, wordt er gespuid en gaat het stromen in het NZK – wat op te lopen met de tongvangsten. Maar de vangsten van weleer worden niet meer gehaald. Ik hoop dat de tong de hengeldruk gaat overleven daar want ik vang slechts weinig nieuwe aanwas momenteel.

In 2022 gaat de nieuwe sluis van IJmuiden open. Hopelijk gaat dat weer meer opleveren qua aanzwem. Maar de bijvangsten van grote steenbolken, botten, wijting en zeebaarsjes bij het tongvissen blijven leuk hoor. Het Noordzeekanaal is altijd bevisbaar en een prachtig water om aan te vertoeven.

Soms blijven de toppen lang stilstaan…

Maar vis zit er altijd hoor. 

 

Tammetjes momenteel?

Om nog een vraag te beantwoorden die ik kreeg gesteld: waarom is het de laatste dagen zo tammetjes met de vangsten op de Noordpier? Je ziet er ook minder vissers zodra er minder gevangen wordt….

In tegenstelling tot wat je zou denken, nu de zomervis is gearriveerd, valt het inderdaad wat tegen. Voorde bodemvis wordt het alweer iets te warm onder de voeten, die schuiven op naar iets dieper water. In het donker komt er dan weer wat meer tong onder hengelbereik rond de pier. Voor wat betreft de rondvis; deze houdt van helder water, en dat is nu juist hetgene wat ontbreekt de laatste tijd. Dat komt door de stromingen en de windrichting. Bij een stabiele periode met zuidwestenwinden komt het heldere water wel terug, maar de laatste tijd heersen de noorden- en noordoostenwinden en ook de stromingen uit die richting en dat is voor de Noordpier altijd funest. Er is wat dat betreft wel iets veranderd in het weerbeeld de laatste tijd. Wat dat betreft ligt de buitenkant van de Zuidpier er nu beter bij en vind je daar meer helder water, net als de binnenkant van de Noordpier nu iets meer aantrekt qua vangsten.

Maar hoe het ook zit; blijf lekker je stekken opzoeken en ga lekker vissen, want dáár gebeurt het, ook al verwacht je het niet altijd!

Vang ze!

 

Klik hieronder om de juni bijdrage van LLV op YouTube te bekijken.

 

 

De ‘allround’ zeebaars specialist

Zeebaarsvissen is hot. Niet verwonderlijk, want de vis is beresterk, mooi om te zien en ook nog eens een echte uitdaging om te vangen. En over vangen gesproken; dat kan middels ongeveer alle mogelijk denkbare technieken. Laat Mourat Akkouh daar nu een specialist in zijn.

Mourat met een baars op de pier…

 

Dit Artikel van Toen verscheen eerder in Beet juni 2018.

 

Hoe ben je ooit begonnen met vissen?

Ergens rond mijn 16e kocht ik een goedkoop Lidl-achtig telescopisch strandhengeltje voor de zomervakanties in Marokko. Eigenlijk zat ik alleen maar een beetje te klooien om die lange zomervakantie door te komen. Ik viste daar met restantjes sardines of pulkte schelpjes van de rotsen en ving dan voornamelijk kleine zeebrasems.

Op de Noordpier…

 

Hoe ben je bij de zeebaars terecht gekomen?

Ongeveer 12 jaar geleden kreeg ik voor de zomervakantie naar Spanje opeens visdrang. Ik wilde dat gevoel van het lekker achterover zitten in de zon en staren naar mijn hengel weer terug krijgen. Ik schafte een wat professionelere uitrusting aan en ging naar de lokale hengelsportzaak voor wat tips en kweekzagertjes. Ik ging vissen bij een monding van een riviertje in de volle zon. Eerst ving ik een paar grondeltjes, daarna kreeg ik een felle tik op mijn hengel. Tijdens de dril komen er wat omstanders om me heen staan. Volgens hen heb ik de jackpot te pakken, namelijk ‘robalo’ (Spaans voor zeebaars). De verhalen die zij mij vertelden over deze soort maakte mij erg enthousiast.
Er werd vooral over kilo’s gesproken en dan heb ik het over vissen van 8 tot 10 kilo! Die kon je hier vangen, maar dan moest er wel stroming staan. Zo vertelden de locals. Bovendien zou je ervoor in de nachtelijke uren moeten gaan vissen. Bij terugkomst van mijn vakantie ging ik mij verdiepen in de zeebaars.

Ik had nooit gedacht dat de zeebaars hier in Nederland te vangen was. Ik dacht van de Noordzee dat hij altijd vies was, voornamelijk door de beelden die ik op tv zag van het troebele water. Als ik dit eerder had geweten, dan was ik al op mijn 16e  begonnen met zeebaarsvissen. De aantallen die je hier kan vangen zijn abnormaal hoog. Mijn eerste Nederlandse zeebaars (54 cm) heb ik op een dobber gevangen op de Noordpier te Wijk aan Zee tijdens mijn eerste sessie zeebaarzen. Toen wist ik het: dit ga ik vaker doen!

“Toen wist ik het: dit ga ik vaker doen!”

 

Wat maakt zeebaars voor jou zo mooi?

Qua uiterlijk is het al een mooie zilveren vis. Het mooie aan de zeebaars is de sluwe, brutale, keiharde aanbeet die je elk moment kan verwachten. Reken maar dat je dan adrenaline voelt!

 

Wat is jouw favoriete methode voor zeebaars? Is die dan ook het meest effectief?

Pff, dan toch maar het vissen met de combinatie van pilker en twister, al is dat niet het meest effectieve. De shad is en blijft de meest effectieve manier om zeebaars te verleiden. De combi pilker-twister met het zogenaamde ‘fast stop and go’ vissen, waarbij je de pilker met twister snel binnenvist – maar niet helemaal stil laat vallen, is mijn favoriet. Je houdt altijd een klein beetje beweging en dus actie in het kunstaas, dan krijg je de hardste dreunen die je maar kunt krijgen! Zet je slip maar alvast open.

 

Hoe ziet een visseizoen er voor jou uit?

Ik hoop toch op minimaal een 70’er, haha! Ik ben tevreden als ik op elke methode een zeebaars heb gevangen. Ik vis voornamelijk in het havengebied van IJmuiden en dat is qua formaat maar een fractie van het Europoortgebied. De stromingen zijn afhankelijk van het getij en een gemaal. Het voordeel van dit kleinere gebied is dat de zeebaars hier wat geconcentreerder ligt dan in Rotterdam. Mede dankzij warm waterstromingen van Tata Steel, de sluizen en de gemalen. Het mooie van IJmuiden is dat je op verschillende soorten stekken verschillende methodes kunt toepassen. Je kan bij de gemalen vissen met shads op snel stromend water, je kan bij de sluizen en Noordpier goed met pluggen gooien en je kan op beide pieren goed ook vissen met weedless shadjes, slugs en pilkers, om maar wat opties op te noemen…

“Elke stek heeft zijn geheimen en vereist een andere aanpak.” 

 

Waar voldoet de ideale zeebaarsstek aan?

Elke stek heeft zijn geheimen en vereist een andere aanpak. Bijvoorbeeld op de binnenwateren heb je kleinere stenen op de bodem met een drop-off en op de pieren van IJmuiden heb je te maken met blokken van 2 bij 2 meter die direct schuin aflopen naar de bodem. Het belangrijkste dat een stek moet hebben is dat de stroming er wordt onderbroken, zodat de zeebaars vanuit een hinderlaag kan aanvallen. Hier kan je de zeebaars een groot deel van het seizoen vinden.

 

Wat is je favoriete getij en waarom?

Laag, omdat ik ervan houd om te waden. Op zich maakt het niet uit voor mij. Ik kijk eerst in welk deel van de maand we leven. Is het doodtij of springtij en daarop baseer ik met welk getij ik ga vissen. Stel mijn werk laat het niet toe, dan zal ik het moeten doen met het getij van dat moment. Als ik dan blank, dan was dat weer een goed leermoment.

 

Wat vind jij van de regelgeving (toentertijd catch & release – red.)?

Ik vind het persoonlijk wel een goede regelgeving voor nu. Je kan beter te vroeg aan de bel te trekken dan te laat. Ikzelf nam ook wel eens een zeebaars mee, maar ik kan makkelijk mijn hobby beoefenen zonder vis mee te nemen. Ik vind ook dat het zeebaarsbestand even rust moet krijgen om te groeien. Jammer genoeg geldt deze regel niet voor alle partijen. Ik had liever een tijdelijk verbod gezien voor alle partijen. Dus ook de beroepsvissers.

 

Wat is je grootste zeebaars en beschrijf eens hoe je die ving?

Mijn grootste zeebaars (86 cm, rond de 5,5 kilo) heb ik ’s nachts gevangen met een dobber op de Noordpier te Wijk aan Zee. Ik kwam laat thuis van mijn werk en deed de koelkast open, daar zag ik nog wat zagers van drie dagen oud. Ik hoefde niet na te denken, pakte mijn spullen en weg was ik. Ik had geen zin om de Pier helemaal af te lopen. Nog geen 50 meter van de parkeerplaats gooide ik mijn dobber met 5 zagers eronder in een klein stroomnaadje. En dat herhaalde ik 6 keer. Ik was afgeleid door wat hard pratende mensen vanaf de parkeerplaats en keek richting de parkeerplaats. Toen ik me omdraaide zag ik mijn dobber niet meer. Mijn lijn was slapgevallen, ik draaide wat lijn naar binnen en vast zat ik. ‘Heh?’ dacht ik. En toen begon het geweld…

 

Welke (vis)dromen wil je nog waarmaken?

Zeebaarsvissen in Japan, gestreepte zeebaars vangen aan het Cape Cod Canal en aan het strand in Amerika. Daarnaast zou ik nog wel eens een leerfish of queenfish willen vangen.

“Elke stek heeft zijn geheimen en vereist een andere aanpak.”

Slanke of bolvormige dobbers?

Welke dobber hoort op jouw lijn bij het witvissen? Daar kun je met Jan van Schendel urenlang over doorpraten. Maar het is misschien slimmer om het simpel te houden. “Dobbers zijn eigenlijk een noodzakelijk kwaad,” aldus Jan. “Je moet wel een dobber gebruiken om de aanbeet van een vis te kunnen registreren, maar het veroorzaakt extra weerstand voor de vis op het moment dat hij het haakaas pakt. Het is dan ook zaak om die extra weerstand te beperken tot het absolute minimum.”

Slank, bol, taps, licht, zwaar, vlagdobbers? Denk vooraf na wat jouw visserij gaat worden.

 

Richtlijnen

Op welke manier je vist, altijd moet je kunnen zien wanneer een vis het haakaas pakt. Maar er zijn natuurlijk wel wat herkenbare richtlijnen. Zoals deze met het verschil tussen bolvormige en slanke dobbers op stromend water, uit de talrijke Tip & Tricks:

De bolletjes pakken minder stroming…

 

Slank of bol op stromend water?

Het verschil tussen een bolvormig en een slank model dobber is op een stromend water vrij groot. Bij een bolvormig model oefent de stroming nagenoeg al zijn druk uit op de bol. Door de dunne stalen dobberantenne, waar de stroming lastig vat op krijgt, staat deze stabiel in het water. Zou je op een stromend water een langwerpig drijflichaam van een slank model dobber inzetten, dan heb je over een veel langere lengte druk van de stroming. Het resultaat is dat de dobber door de stroming schuin wordt gedrukt.

Jan van Schendel

 

Slanke dobbers pakken meer stroming…

Blog: die dagen met het gouden randje…

Ja, die dagen met een gouden randje…onlangs hadden we weer zo’n een dag. Ik had verlof genomen om met Siemen vanuit België een dagje naar Nederland te gaan om de rovers te gaan belagen. In tegenstelling tot ons Belgenlandje was het in het noorden zelfs fris te noemen op het water, prima voor de roofvis!

Door Fred Wouters

De hitte is niet al te zeer besteed aan het snoekvissen, maar dat viel gelukkig dus mee deze dag. Met amper 45 minuten zon waren we zelfs blij dat we een pull, fleece en lange broek bij ons hadden. Ook de watertemperatuur was niet te hoog.

Siemen ging met de kleine plugjes aan de gang…

Fred viste met iets steviger materiaal…

 

Koffieklets

Bij aankomst stond onze kennis ons al op te wachten bij het bootje. Na de koffieklets werd de boot ingeladen en omstreeks 6.15 uur gingen de eerste pluggen overboord. Niet veel later meldden de eerste vissen zich al aan, in de vorm van baarsjes voor beiden. Siemen had zich voorgenomen om de hele dag met klein Rapture kunstaas op de baars te mikken. Een snoek zou die plugjes volgens hem ook wel lusten. Ikzelf ging na het eerste uur voor groot aas (Pro Super Dexter en de Pro Silent Swim) meer gericht op snoek en snoekbaars, met steviger materiaal waaronder de Arca Evoque XT hengels.

Ook de snoek meldt zich natuurlijk aan kleine pluggen bedoeld voor de baars…

 

Baarskampioen

Na een bij momenten zeer frisse dag met redelijk veel wind stonden er om 21.30 uur liefst 103 (!) stuks op de teller, waarvan 30 snoeken en 1 snoekbaars. Zes van die snoeken haalden de 75 cm (75, 77, 79, 82, 92 & 98 cm) en mijn maat Siemen werd de baarskampioen van de dag, hij mikte op deze soort en dat kwam precies uit.

Een ferme bak aan de Evoque XT Baitcaster Polder Jerk!

 

Superdag

En ja Siemen had gelijk, ook de snoeken hadden wel zin in zijn klein plugje, op één uitzondering na wel van het kleinere formaat, maar wie maalt daarom als je meer dan 70 vissen vangt! Het was een superdag!

 

Het gouden randje kwam niet van de zon dit keer, maar wel van een superdag op de roofvis!

Karpervissen op het ruime sop

Ook zo’n zin om eens een heel groot water te bevissen om een flinke karper van het ‘ruime sop’ te vangen? Dat kan, maar weet waar je aan begint, maar twijfel ook niet teveel, want al doende leert men. Dus, gewoon beginnen! In deze Tips & Tricks wat aanbevelingen van Emiel Geerts .

Tekst Emiel Geerts, Foto’s Emiel Geerts & Tom Oninckx

 

 

Beginnen!

In het verleden keek ik altijd best op tegen die grote, open wateren. Ik bedoel alleen al de vraag ‘waar moet ik beginnen?’ op zo’n immense waterstelsel dat zijn geheimen het liefst niet prijs geeft. Maar toch leer je als visser van alle dingen die je meemaakt en zoals je altijd doet als je ergens aan begint; gewoon beginnen!

Karaktervissen van groot water…

 

GROOT WATER TIPS VAN TOM & EMIEL

 

  • Wees niet bang voor de uitdaging die een groot water met zich mee (lijkt) te brengen. Met behulp van een goede dieptemeter kun je al een heleboel meters van een water afstrepen. Let op de interessante stukken zoals taluds, harde platen of obstakels.
  • Haak niet direct af als je een aantal keer blankt. De ervaring die je opdoet, ook tijdens blanks, is goud waard en leert je vaak veel over wat de juiste aanpak kan worden.
  • Bij warmere temperaturen zijn de ondiepe stukken de uitgewezen plekken waar je je pijlen op moet richten. Zelfs op 40 cm water wisten wij in onze sessies de grotere vissen weg te vangen.
  • Zeker de laatste meters zullen een hoop klappen te verwerken krijgen. Zorg voor een lang en sterk stuk voorslag van bijvoorbeeld dik nylon. Onder water kun je pal tussen de keien of andere scherpe obstakels je vissen vandaan halen. Dan moet je zeker kunnen vertrouwen op je materiaal.
  • Een goede benzinemotor zorgt ervoor dat je je snel kunt verplaatsen over grote afstanden, maar ook als je tussendoor snel wilt kunnen verkassen is een goed functionerende motor een must.
  • Last but not least: mocht je net zo (on)handig zijn als ik: een extra setje droge kleding is geen overbodige luxe.

 

 

Alle voerkoven voor de feedervisser

Voerkorven hebben als voordeel dat je haakaas altijd in de nabijheid van voer kunt presenteren. Het is inmiddels zo’n 40 jaar geleden dat er in Nederland voor het eerst met zogenaamde feederhengels werd gevist. In die tussenliggende periode zijn er veel verschillende type korven ontworpen. Jan van Schendel zet de belangrijkste op een rij.

Het feedervissen kwam over gewaaid vanuit Groot-Brittannië, inmiddels 38 jaar geleden. Tijdens een visfestival in Ierland zagen we voor het eerst het feedervissen in de praktijk en de ongekende mogelijkheden die dat bood voor onze grote wateren, waar vaak wind en stroming aanwezig is.

Niet alleen de vissers, maar ook meegereisde journalisten en hengelsportwinkeliers waren onder de indruk. Oud Beet hoofdredacteur Pierre Bronsgeest en Jaap Muda (de man achter hengelsportzaak Wout van Leeuwen) werden enthousiast. Zij begonnen deze visserij te promoten en gingen er ook de benodigde materialen voor produceren. De rest is geschiedenis.

Method of feeder?

 

Fermanagh Fishing Festival

Ik was er zelf, indirect, vanaf het allereerste moment bij betrokken. Om een lang verhaal kort te houden, er werd een serie wedstrijden georganiseerd in Nederland met een finale langs de oevers van de Delftse Schie tussen Rotterdam en Delft. De eerste 5 vissers van het eindklassement van die finale wonnen een reis naar Ierland met daarbij als extra het deelnemen aan een heus Iers visfestival van die tijd, het Bass Fermanagh Fishing Festival. Ik eindigde als 2e in die finale.

Hoewel het nog wel enkele jaren duurde voor dat het feedervissen op grote schaal populair werd waren er vanaf dat moment wedstrijdjes in met name eerst het westen van ons land waarbij al snel bleek wat voor gigantisch effectieve visserij dit kon zijn in ons land. In eerste instantie waren de ontwikkelde materialen nog aan de lichte kant. Hengels van hooguit net aan 3 meter en vaak(te) kleine en lichte molens en lijnen. Langzaam aan evalueerde dat natuurlijk en er was later een tijd dat alles gebruikte materialen juist extreem zwaar werden met hengels tot wel 4.50 meter en complete zeemolens. Nu de laatste jaren zie je juist weer een “hang” naar wat lichter en meer uitgebalanceerd materiaal.

Probeer niet te gokken, want elke visserij vraagt om een bepaalde korf …

 

Als je het feedervissen analyseert dan wordt het al snel duidelijk dat we het hebben over een relatief simpele en super effectieve vismanier. Er is altijd wat voer aanwezig is in de omgeving van het haakaas. Bovendien wordt dat haakaas altijd stil op de bodem aangeboden. Ideaal voor het vissen op bodemazers zoals brasems.

Je kunt de mooiste en duurste feederhengels en molens gebruiken, een van de allerbelangrijkste materialen voor deze visserij is en blijft de voerkorf. Hiermee moet je het gebruikte voer en aas daarin op de juiste visplek zien te krijgen. Hiermee staat of valt het succes bij deze visserij. Logisch dat er inmiddels ‘talloze’ type voerkorven op de markt zijn. Allemaal speciaal ontwikkeld met verschillende soorten wateren en visomstandigheden in het achterhoofd.

Als wedstrijdvisser was ik meteen nadat ik deze visserij in actie zag enthousiast. Ik zag onmiddellijk de mogelijkheden die de feedervisserij bood. Ik had maar één grote twijfel. Ik had al ruim 20 jaar altijd relatief veel voer gebruikt, dan heb je het over enkele kilo’s droog voer per wedstrijd, want dat gebruikte je in die tijd. Ik kon simpelweg niet zien hoe ik dat soort hoeveelheden ooit in het water op de te bevissen plek zou kunnen krijgen. Dat je bij de feedervisserij nog maar een fractie van die hoeveelheid zou gaan gebruiken was me toen nog niet duidelijk.

Ik ga de voerkorven nu even op een rijtje zetten.

 

TRADITIONELE GAASKORF

De gaaskorven met het lood aan de zijkant waren de eerste voerkorven die verkrijgbaar waren. Waarschijnlijk is dit nog steeds het meest gebruikte type korf. Ze zijn effectief op werkelijk ieder soort viswater. Omdat er vanwege het gaasprofiel overal openingen zitten komt het lokaas perfect los uit de korf en dat is normaal gesproken ideaal. Je moet wel opletten dat het lokaas pas op de stek uit de voerkorf komt, op de bodem dus. De grootste fout die bij het feedervissen wordt gemaakt is  dat het voer te snel uit de korf komt, of juist helemaal niet. In beide gevallen is dat funest, omdat je in het eerste geval de vissen naar de verkeerde plaats lokt en in het tweede geval je helemaal geen vissen aanlokt.

SPEEDKORF

Een speedkorf is een voerkorf waarbij het werpgewicht niet aan de zijkant zit, maar aan de onderkant. Vaak hangt dit middels staaldraad ‘los’ van de korf. Tijdens de vlucht van de voerkorf naar de visplek positioneert het lood zich naar voren; zo krijg je een maximaal ‘dart-effect’. Dit soort korven zijn perfect bij het vissen op grote visafstanden en dat is iets wat tijdens viswedstrijden nogal eens wil gebeuren. Ook bij veel wind zijn deze korven vaak ideaal.  Vooral bij zijwind kan er tijdens de worp een bocht in de lijn waaien. Bereik je de lijnclip met zo’n bocht in de lijn, dan wordt de korf vaak met de bocht meegetrokken. Het resultaat: je vist niet nauwkeurig genoeg op de visstek. Hoe meer wind er staat, des te lastiger dat probleem kan zijn. Bij het feedervissen staat en valt alles bij precisie. Je wilt dat de korf elke keer op dezelfde vierkante meter op de bodem valt. Hoe zuiverder en precieser die plek wordt bereikt, des te groter de kans op succes. Zo simpel is het. Het is logisch dat naast de ‘standaard voerkorf’, de speedkorven de meest gebruikte korven zijn. Een nadeel van dit soort korven is dat ze werkelijk ieder obstakel onder water ‘vinden’, waardoor gehaakte vissen gemakkelijk kunnen vast raken. Vooral wanneer het vlakbij de oever ondiep is of wanneer er stenen liggen kan dit grote problemen geven.

 

MET LOOD AAN DE ONDERKANT

Dit type korven zijn zowel in gaas als in plastic verkrijgbaar. Ze werden ontwikkeld om zuiver te kunnen werpen, bijvoorbeeld met zijwind. Dit soort korven worden vaak gebruikt bij normale visafstanden en met relatief lage werpgewichten. Ik kan heel goed de populariteit begrijpen en ik gebruik ze dan ook heel vaak. Wanneer je een zelfde gewicht standaard voerkorf vergelijkt met dit type, dan bereik je met de voerkorf met lood aan de onderzijde echt veel gemakkelijker de stek. Dat is gewoon een feit. En het belang van dat zuiver vissen, dus steeds op dezelfde stek werpen, kan ik nooit genoeg benadrukken. Dat kleine beetje voer dat je gebruikt moet zoveel mogelijk op dezelfde plek belanden.

 

PLASTIC VOERKORF

Plastic korven zijn in vergelijking met gaaskorven meer dicht, er zijn ook modellen die zelfs helemaal dicht zijn. Bij het vissen op diepe en/of stromende wateren kan het voer soms te snel uit de voerkorf komen wanneer je gaaskorven gebruikt. Het gebruik van plastic korven is dan ook echt aan te bevelen wanneer je dit soort visomstandigheden tegen komt. Liever ondervind ik een keer na het binnen draaien dat een gedeelte van het voer nog in de korf zit, dan dat het te snel uit de korf is gekomen. Zodra ik de minste twijfel hierover heb gebruik ik plastic korven. Ook voldoen deze korven prima wanneer je heel veel los aas wilt meevoeren, zoals geknipte wormen. Een hele goede manier is om simpelweg de korf te vullen met geknipte wormen en dan aan beide zijden de korf ‘af te toppen’ met lokaas, waardoor het aas opgesloten zit en pas op de bodem uit de korf zal komen.

 

VOERKORF MET ANKER

Korven met ankers heb je zowel in gaas als in plastic. De ankers zorgen ervoor dat je bij een visserij op stromende wateren met minder gewicht kunt vissen en dat kan soms echt heel belangrijk zijn. Veel van onze rivieren en andere stromende wateren hebben stenen oevers. Je kunt heel gemakkelijk in die stenen vast komen te zitten. Vanwege de sterke stroming ben je echter genoodzaakt om veel gewicht te gebruiken; anders blijft de korf niet stil liggen op de visplek. Hoe meer gewicht je gebruikt, des te gemakkelijker je vast raakt in de stenen. Door korven met ankertjes te gebruiken kun je simpelweg vissen met minder gewicht en dat is soms van vitaal belang. Zonder ankers verspeel je veel vis, met ankers verspeel je er geen een.

 

MADENKORF

Wij gebruiken we ze niet zo vaak, terwijl in andere landen ze soms met stip op nummer 1 staan. Dat heeft allemaal te maken met de beviste vissoorten. Bij ons is het vooral om brasems te doen. In het buitenland gaat het vaak om barbeel, kopvoorn, winde en karpers. Stuk voor stuk vissen die bijzonder geïnteresseerd zijn in maden en soms moeten er veel worden gevoerd. Deze korven zijn bijna altijd van plastic en hebben aan weerszijden een kapje dat de maden opsluit. Soms zijn de gaatjes bij deze korven aan de kleine kant, waardoor deze maar moeilijk uit de korf kunnen kruipen. Met een klein schaartje de openingen vergroten of er twee met elkaar verbinden is meestal een simpele een perfecte oplossing.

 

WINDOW VOERKORF

Dit zijn afgesloten voerkorven waarbij alleen aan de zijkant een opening is gemaakt. Ook deze korven zijn bijna altijd van plastic. Bob Nudd was de bedenker van deze korf. Bob vist zijn meeste wedstrijden tegenwoordig in Ierland. Bijna altijd is er veel vis te vangen en vaak komt hij een visserij tegen waarbij hij op grote afstanden uit de oever moet vissen. Als er veel vis zit, dan moet er vaak veel aas worden gevoerd. Daarvoor zijn deze korven ideaal. Je vult simpelweg de gehele korf met los aas en sluit alles af door een klein beetje lokvoer aan de zijkant in de opening te drukken. Het gewicht zit aan de onderkant en ze werpen werkelijk perfect. Ze snijden beter door de eventuele zijwind dan welk type korf dan ook en je kunt er visafstanden mee bereiken tot wel 100 meter. Een andere goede eigenschap is dat ze bij het binnen draaien heel gemakkelijk omhoog komen, waardoor je ze beter over eventuele richels en taluds kunt vissen. Hiermee beperk je het aantal verspeelde vissen tot een minimum.

 

METHOD VOERKORVEN

In België en Nederland heeft de karpervisserij op visrijke visvijvers (zogenaamde commercials) zijn intrede gedaan. Sterker nog, deze visserij begint (in Nederland) erg populair te worden, in België was dat al langer het geval. Karpers zijn op veel verschillende manieren te bevissen, maar de meest effectieve visserij is waarschijnlijk de method. Je vist vaak pal tegen een oever aan de overzijde of bevist stekken met struiken. Karpers zijn gulzige azers maar ook hele slimme vissen. Met behulp van een method feeder en een bijbehorend ‘malletje’, dat ervoor zorgt dat het lokaas in (of beter om) de method feeder wordt gedrukt, kun je ze perfect bevissen. Het systeem is super simpel. Je gebruikt uitsluitend voer of pellets, dus geen los aas, behalve het haakaas. Dat aas wordt met het beschreven malletje in het voer gedrukt. Het belangrijkste aspect van deze visserij is dat de korf op de bodem absoluut moet blijven liggen. Het voer is namelijk vaak licht en komt snel los van de korf. Bijna altijd vis je ook in (erg) ondiep water. De karpers bemerken het voer, vinden het (grootste) haakaas, zuigen dat onmiddellijk naar binnen en haken zichzelf dankzij de korte onderlijn. De gebruikte onderlijnen zijn vaak maar 10 cm lang. Echt een super effectieve vismanier.

 

PELLET VOERKORF

Pellet feeders zijn wat betreft het principe en de werking hetzelfde te omschrijven als method feeders. Alleen zijn deze specifiek ontworpen voor pellets. Vaak is de pellet feeder de beste vismanier wanneer er echt veel karpers aanwezig zijn op de visplek. Je drukt simpelweg voorzichtig de pellets in de voerkorf met het haakaas ertussen. Daar waar de voerkorf de bodem bereikt, moet deze blijven liggen. Maak je dus vooral niet teveel zorgen over het al te precies aanspannen van de lijn tussen korf en hengeltop. De vissen haken zichzelf en de meeste aanbeten zijn een poging om de hengel het water in te trekken.

Dit overzicht geeft je een houvast bij het kiezen voor de juiste korf, succes!

 

Groot water met veel wind vraagt meestal om zware korven met veel voer…

In  memoriam Piet Ott – zeevisser met een ‘Heart of Gold’

Vorige week op 3 juni overleed op 60-jarige leeftijd onze goede vriend Piet Ott uit Midden-Beemster. Piet was een bekende en geliefde zeevisser in het Noord-Hollandse, letterlijk en figuurlijk een man van formaat, iemand die voor iedereen klaarstond en zich inzette voor casting & zeehengelsport.

Piet Ott met een 12-ponder gevangen op een zondag in oktober vanaf een de dammen bij Grote Keeten. 

 

Dutch Surfcasting Federation

Piet Ott was van het eerste uur betrokken bij de Dutch Surfcasting Federation (DSF), was drie keer Castingkampioen van Nederland en België en vele jaren bestuurslid en werpinstructeur bij de DSF en wedstrijdvisser bij Seagull.  Zoals gezegd een groot mens, letterlijk en figuurlijk, en Neil Youngs ‘Heart of gold’ dat aan het begin van de crematieplechtigheid klonk, had niet beter gekozen kunnen worden. Bij de crematieplechtigheid in Heerhugowaard waren naast familie van Piet, vrienden en buurtgenoten vele clubgenoten/zeehengelaars aanwezig om hem de laatste eer te bewijzen.

 

Zeehengelsport oktober 1991

In de Zeehengelsport van oktober 1991 – de tiende jaargang van het magazine – schreef ik een artikel over Piet Ott, die ik toentertijd vaak tegenkwam als zeevisser op de stranden en strekdammen van Noord-Holland. Piet was een geweldig goede visser, iemand die altijd meer ving dan een ander, en dat interview met hem moest er dan ook eens van komen.  Het ging natuurlijk over techniek en materiaal, maar ook over het ‘lezen’ van de zee en zijn inzicht en ervaring om de vis te vinden. In die tijd waren we nog kansrijk om wat gullen te vangen die de 10 pond overschreden (na een nóg mooiere periode in de twee decennia ervoor) maar tussen de regels door kon je al merken dat de glorietijd van de grote kabeljauwen tanende was. Van gulvisserij vanaf de stranden en strekdammen langs onze kust is nu geen sprake meer. Zijn prognose voor de gullenwinter van 1991 was toen al: “Ik hoop op een goed gullenseizoen, maar ik vrees van niet.” Profetische woorden, want het jaar ervoor had hij er 28 in mooi formaat, en twee jaar ervoor zelfs 130 stuks. Als altijd viste hij toen met Zziplex-2000 hengels, voorzien van twee reels, een Daiwa Millionaire en een Shimano Speedmaster. Dankzij zijn kracht maar vooral werptechniek zwiepte hij met deze hengels zonder moeite 6 oz werpgewicht een enorm eind de zee in, vaak met de back-cast. Het artikel ‘Vistips van Piet Ott’ was in zoverre wel onvolledig, omdat het niet of nauwelijks Piets fijne karakter, sociaal gevoel en zijn onnavolgbare humor belichtte. (Ik hoop dat hiermee te hebben goedgemaakt.)

 

Een surfcaster en zeevisser van formaat.

 

Rots in de branding

De tekst boven de overlijdenskaart  ‘Rots in de branding, vriend van velen’ geeft exact aan dat het heengaan van Piet Ott een groot gemis is voor zijn familie en vele vrienden. Ik prijs me meer dan gelukkig tot Piets vrienden te hebben mogen behoren en hem vele malen aan zee te hebben meegemaakt. Prachtige tijden, mooie vent. Een die klaar stond voor anderen en die, door wie hij was, veel heeft  betekend voor zijn familie, vele vrienden, zeesportvissers en vérwerpers in Nederland en België.  Veel sterkte aan zijn familie om zonder Piet verder te gaan. Piet, rust in vrede, goede vaart.

Jan Willem Wijnstroom  

 

 

Barbeel vangen op kleine rivieren

Barbeel is een van de sterkste en mooiste riviervissen die in onze Europese wateren voorkomt. Daarom spreken deze vissen zo tot de verbeelding en mogen we blij zijn dat deze sportvissen het zo goed doen de laatste jaren. In dit artikel doen Tim Janssen en Leon Haenen graag een en ander uit de doeken.

In onze zoektocht naar de barbeel nemen we jullie mee naar de meest geschikte locaties en de meest geschikte situaties om ze te vangen. Wij passen onze montages en de volledige strategie altijd aan de omstandigheden aan. Die flexibele houding en de bereidheid om aanpassingen te doen aan de manier waarop en waarmee je vist dragen enorm bij aan de succesfactor. Zeker op de momenten als het lastig is om ze te verleiden.

Dit ruikt gewoon naar barbeel…

Het is natuurlijk belangrijk om zeker te weten dat er in de rivier die je wilt gaan bevissen een populatie aan barbeel huist. Als je eenmaal weet op elke rivier je wilt gaan vissen, dan kan Google Maps een perfect hulpmiddel zijn om nieuwe stekken te zoeken. Geloof me, er bestaat niets mooiers dat je eigen stek zelf uitzoeken. Via Google Maps kan je heel makkelijk mooie bochten in de rivier vinden en vaak kun je zelfs ontdekken waar het dieper en minder diep is. Zeker op kleinere rivieren, zoals de Roer, de Semois in België en de Duitse Lippe, maken er zelf veelvuldig gebruik van.

 

Troebel

Als eerste maken wij onderscheid tussen helder en gekleurd water. Als we op een rivier gaan vissen met troebel water dan gaan we steevast uit van de volgende uitgangspunten.

Troebel water zorgt er voor dat de barbeel minder argwanend te werk gaat. Ervaring leert dat de barbelen snoeihard aanbijten in troebel water; ze zien minder en gaan ook minder voorzichtig te werk. Ze foerageren op de rivierbodem en komen daarbij jouw haakaas tegen. Vrijwel zonder uitzondering wordt dit aas bij troebel water veel fanatieker opgezogen en dat uit zich meestal in een keiharde aanbeet.

Om hier optimaal van te profiteren, gaat onze voorkeur uit naar een vastloodmontage. We gebruiken hiervoor de unleaded leader van Avid Carp in combinatie met een helicopterrig montage van Korum. Als onderlijn kun je fluorocarbon of de nylon barbelline gebruiken. Aan de helicopterrig monteren we een voerkorf waar we geweekte pellets in vastdrukken. Deze zorgen voor een constant reukspoor in het troebele water. Daarbij ontsnapt af en toe een pellet uit de korf en daardoor ontstaat er ook een ontzettend interessant voerspoor. Twijfel er dus niet aan om na een periode van regen te gaan vissen in een chocolade kleurige rivier: hoe bruiner, des te beter! Op troebel water geldt natuurlijk wel: je kan pas succesvol zijn als je op de juiste stek vist. Anders is het een zinloze missie. Ga dus bij helder water je stekken bepalen voor de troebelwatervisserij.

Welk voer en welk aas?

 

Kraakhelder

Helder water vereist een subtielere aanpak. Ondanks het feit dat er altijd uitzonderingen op de regel zijn, weten we uit eigen ervaring dat barbelen lastiger te verleiden zijn in helder water. Ze raken sneller verschrikt; als een barbeel geschrokken reageert, en hij was onderdeel van een school op je voerplek, dan vertrekken meestal de anderen ook verschikt van de stek.

In helder water vissen we het liefst met een running rig montage. Een schuivende montage waarbij de lijn kan vrij bewegen. De voerkorf wordt met behulp van een zogenaamde running rig kit verbonden op de hoofdlijn. De onderlijn is vaak van fluorocarbon of nylon voor een zo onzichtbaar mogelijke presentatie.

Vaak is kleiner aas en een kleinere haak de ultieme combinatie om de barbelen te vangen. In helder water gebruiken we meestal maden en hennep als voer en vissen we ook graag met maden. In helder zijn maden met afstand het beste barbeelaas, maar vergeet ook 8 mm pellets of maximaal 12 mm boilies als haakaas.

Een ander aspect bij heldere, ondiepe, kleinere rivieren is dat je als visser ook een stuk voorzichtiger te werk zult moeten gaan. Als jij de vis ziet, dan kunnen ze jou ook gewoonweg zien… Ga daar altijd van uit. Zeker als je niet ver uit de oever vist, dan is verstoppen, voorzichtig lopen en zacht praten echt bevorderlijk voor het eindresultaat. Ook het dragen van opzichtige kleuren kan de vissen alarmeren. Ze zijn er gewoonweg op ingesteld om alert te zijn voor allerlei zaken die tot ‘gevaar’ kunnen leiden.

 Luncheonmeat; een oude bekende…

Ze lusten aardig wat soorten aas…

 

Maden kleven

Maden zullen zowel op hele grote als op kleine rivieren altijd barbeel op de mat brengen. Als we met maden voeren in de voerkorf, dan is het erg zinvol deze met behulp van sticky maggot te laten plakken. Hierdoor blijven ze net iets langer in de voerkorf zitten en komen er eigenlijk constant een of twee maden los vanuit de voerkorf: dit werkt echt fantastisch! Om dit goed te doen, maak je eerst de maden vochtig. Het beste doe je dit met een plantensproeier. De maden worden met water benevelt. Daarna strooi je de sticky maggot poeder over de maden en meng je het geheel goed door elkaar. Niet te zuinig zijn met het gebruik van het poeder en water. De maden gaan heel sterk aan elkaar kleven. Je scheurt eenvoudigweg een stuk madenkleefsel los en propt dit in je voerkorf. Het is even oefenen voor de juiste verhoudingen, maar als je hier eenmaal mee werkt, wil je nooit meer zonder aan het water verschijnen.

Als we met maden voeren, dan vissen we over het algemeen ook met maden. Op kleinere rivieren, zoals de Grensmaas, is dit met afstand het allerbeste aas. Je moet echter wel bereid zijn om enkele liters mee te nemen en te voeren. Met een half litertje ga je het niet redden. Wij geloven daarnaast heilig in het voeren van particles. Naast de maden brengen wij steevast ook gekiemde hennep en casters, meestal als een mengsel. Het is een ideale combinatie om in een gesloten madenkorf hennep en casters te voeren en aan de onderlijn een stuk of vier kronkelende maden te monteren. Voordat we de casters gaan gebruiken stoppen we altijd eerst in een bak met water. Hierdoor komen alle drijvende casters aan het oppervlak drijven. Die wil je niet in je voerkorf hebben. Deze kunnen er namelijk voor zorgen dat de vis stroomafwaarts wordt gelokt.

Lekker koeltjes…

 

Pellets

Wij gebruiken bij onze barbeelvisserij ook heel veel pellets in alle soorten en maten. In het pakket van Sonubaits vind je een heel breed scala aan kwaliteitsproducten voor de barbeelvisserij, variërend van pellets tot flavours.

Voordat we starten met vissen weken we de pellets. We voegen water toe aan de pellets en laten dit water ook weer direct weglopen uit de voerbak. Dan laten we de pellets tien minuten rusten. Hierdoor worden ze iets zachter en zijn ze beter in staat om een extra flavour op te nemen. Dan voegen we de flavour toe en is het geheel klaar voor gebruik. Vaak voegen we aan dit geheel ook gekiemde hennep toe.

Op rivieren waar de hengeldruk laag is, kan luncheonmeat voor de allergrootste verrassingen zorgen. Je koopt eenvoudigweg een blikje spam of luncheonmeat en snijdt dit in blokjes. Hapklare blokjes die prima aan de hair gemonteerd kunnen worden. Wij gebruiken voor de montage de zogenaamde screws van Korum. Ik heb nog geen product gezien dat minimaal even goed in staat is om het redelijk zachte vlees voor langere tijd onder de hair te houden. In de voerkorf stoppen we dan een mix van fijngesneden vleesblokjes, gemixt met hennep en casters.

 

Weersomslag

Op kleinere rivieren is het meestal redelijk gemakkelijk om een barbeel te vangen als je eenmaal weet waar ze zwemmen. We zijn echter afhankelijk van een aantal factoren die we vooraf niet in de hand hebben. Wij kunnen meestal onze visdagen niet uitkiezen en moeten het doen met de omstandigheden die gelden op de dag dat we tijd hebben om te gaan.

Zo zijn barbelen zijn zeer gevoelig voor weersomslag. Als je gaat vissen op een dag waarin het weer de dag ervoor omslaat van warm naar koud, of van lange tijd droog naar regen, dan reageren de vissen daar vaak op door niet meer te bijten. Dat wil niet zeggen dat je niet hoeft te gaan, maar het betekent vaak dat je het moet hebben van een bijtmoment of een zogenaamd bijtuurtje.

Hoog op de steun…

 

Tot 5 graden

Barbelen houden er niet van als het water opeens veel kouder wordt. Een paar graden kan al een groot verschil uitmaken. Als de lagere temperatuur echter weer een paar dagen aanhoudt, dan worden ze vanzelf weer actief. Het lijkt wel of ze even moeten acclimatiseren op de lagere temperaturen. We vangen barbeel in watertemperaturen tot 5 graden Celsius. Als het water nog kouder is, dan worden ze meestal zeer passief en eten tijdelijk niks meer. Maar onthoud dit, je kunt met een gerust hart van huis gaan vanaf 5 graden watertemperatuur. We hebben barbeel al gevangen bij buitentemperaturen ver onder het vriespunt. Een thermometer meenemen naar de waterkant is in de winterse omstandigheden geen overbodige luxe. Hier zijn hele handige producten voor op de markt.

Barbelen bijten niet slechter of beter tijdens een hoge- of lagedrukgebied. Net als vele andere vissen duurt het even voordat ze zich hebben aangepast aan nieuwe situatie, dat is althans onze ervaring. Dus vooral bij de omslag van laag naar hoog of omgekeerd kan het vissen veel lastiger zijn, maar als het lage drukgebed eenmaal een aantal dagen aanhoudt, dan hervatten de vissen hun vreetgedrag weer.

 

Voeren en wachten

Op kleinere rivieren is het ontzettend zinvol om je geduld te bewaren. Met andere woorden, je begint niet direct met vissen, maar voert eerst de volgende stappen uit. Je prepareert het hennep, de casters en pellets. Misschien wel een grondvoer dat je wilt gaan voeren. Als dit gereed is voer je met korte tussenpozen van een minuut je voerplek aan. Je bouwt op het gemak en in alle rust de stek op; je blijft constant voeren, maar gaat nog niet vissen.

Wij gebruiken op kleinere wateren graag een zogenaamde baitdropper. Met behulp van dit voergereedschap kun je heel snel en erg precies voer naar je stek brengen en daarmee heel snel de stek opbouwen. Als je de stek voldoende hebt aangevoerd, minimaal een kwartier, wacht je zeker een half uur voordat je start met vissen. Wij brengen soms een paar liter hennep, casters en pellets op de stek. Wellicht is het een idee om tijdelijk iets verder stroomopwaarts te vissen en de aangevoerde stek met rust te laten.

Wat willen we met deze tactiek bereiken? Als de barbelen eenmaal het vertrouwen op de stek hebben zullen ze zich vol overgave op het vreten storten. Ze worden veel minder vatbaar voor een soortgenoot die gehaakt wordt. Ze raken in een soort van vreetroes en laten zich dan door niets of niemand storen. Het werkt echt ontzettend goed, maar je moet wel het geduld op kunnen brengen om zolang niet te vissen. Je kunt dan, als je rustig vist en kalm drilt, meerdere vissen uit de aanwezige groep achter elkaar vangen. Geef het even de tijd en je zult zien dat deze tactiek meer dan zijn vruchten afwerpt! Als je te snel start, dan raken de aanwezige vissen vaak achterdochtig. Als je dan een barbeel haakt, dan reageren de overige barbelen enorm verschrikt.

Een prima reukvermogen… 

 

Reuk en gehoor

Net als vele andere vissen kunnen barbelen ruiken. Niet zoals wij mensen dat doen, maar via speciale gaten boven de bek. Het water dat hierdoor heen stroomt passeert enkele hele gevoelige receptoren die onze flavours op afstand kunnen waarnemen. En geloof ons, barbelen kunnen ontzettend goed ruiken.

Het is dus heel erg belangrijk dat je het aas goed flavourt. Ga niet te zuinig om met het gebruik ervan, want eenmaal in het water raakt dit als erg verdund. Een ander bewijs voor het feit dat ze vreselijk goed kunnen ruiken: ze weten jouw 8 mm pellet feilloos te vinden in water dat chocoladebruin is… en of dat knap is!

Daarnaast hebben barbelen een zeer goed gehoor en zijlijnorgaan. Ze zijn in staat om de kleinste trillingen waar te nemen. Waak er dus voor dat je niet al trappelend over de keien je stek benadert. De aanwezige vissen zijn direct gealarmeerd en zullen niet zo snel actief worden als wanneer je voorzichtigheid in acht neemt en als een echte jager te werk gaat.

Leon Haenen en Tim Janssen

Een mooie zomervisserij!

 

 

Jan van Schendel: feedervissen op de Bergsche Maas

Waar heel vroeger veelal met de vaste hengel op de Maas werd gevist, wordt vanaf de jaren ’90 de visserij door brasems en de feederhengel gedomineerd. Destijds wogen die brasems zelden meer dan een kilo, maar tegenwoordig zijn vissen van twee kilo eerder regel dan uitzondering! Wat je nog meer kunt verwachten zijn onder meer grote voorns, windes en hybrides…

Groot water, grote vis?

 

Tekst & foto’s: Jan van Schendel

 

Dussen

Ik koos vandaag voor een stek bij het gemaal van Haghoordt. Dat ligt aan de noordoever van de Bergsche Maas, in de buurt van het dorpje Dussen. De noordoosten wind zorgde ervoor dat je daar mooi met de wind in de rug zit. Bovendien hoef je er niet ver te lopen. Dat lopen is wel soms een nadeel aan het vissen op deze rivier. Vaak is er toch wel wat afstand te overbruggen tussen de parkeerplaats en de visstek. Viskarretjes om het materiaal mee te verplaatsen zijn ideaal, maar niet wanneer je enkele keren tijdens de ‘reis’ een prikkeldraad over moet. Het is dan ook belangrijk om vooraf je spullen zo goed mogelijk te organiseren.

Niet te zuinig met voer en korfgewichten.

 

SPRINGENDE VIS

Terwijl ik mijn spullen aan het opbouwen was zag ik enkele vissen springen – op hooguit 30 meter vanaf de kant – en dat gaf me toch wel moed op een goede visdag. Mede omdat ik helemaal alleen viste, leek me een visafstand van 34 meter mooi om mee te beginnen. Tevens was het daar al aardig diep; ver genoeg uit de oever om vis te kunnen vangen. Nou, dat viel tegen! Net als de bodemgesteldheid. Ik zat meerdere keren vast en raakte zelfs een voorslag kwijt. Daarna besloot ik meteen om verder te gaan vissen. Nadat ik verlengd had naar 42 meter bleek hier de bodem probleemloos.

Hoewel de Maas zeker geen echt getijdewater meer is, heb je er op dit stuk nog een beetje invloed van. Het verschil in waterstand was ongeveer 40 cm. De wisselende stroming; dat is de belangrijkste factor bij de feedervisserij hier! Iedereen begrijpt dat de vissituatie nooit de gehele dag hetzelfde blijft. Sterker nog, er is amper een uur dat de situatie hetzelfde blijft. De stromingssnelheid wijzigt constant en als visser moet je je daarop aanpassen.

Een lichte zeemolen voor ‘snelle halen, snel thuis’…

 

STEVIG MATERIAAL

De Maas is absoluut geen water voor een lichte en fijne visserij. De voerkorfgewichten spreken boekdelen. Je werpt dat soort gewichten niet met een 14/00 lijntje. Stevig materiaal is noodzaak en dat geldt zowel voor de hengel – die de gewichten moet kunnen weg werpen – als de rest van het materiaal. Vaak, zo ook deze dag, gebruik ik een lichte zeemolen. Hoe groter de molenspoel en hoger de inhaalsnelheid, des te beter.

Meer lezen? Dit artikel staat in de BEET Magazine juni/juli die deze dagen bij de abonnees in de bus valt en ook in de winkels ligt komende dagen. Wil je deze artikelen als eerste lezen dan neem je natuurlijk het beste een abonnement: klik hier.

10 Forel Tips

DE JUISTE HENGEL

Forel kan tijdens de dril fel vechten en uit het water springen. Vis je met een dunne onderlijn en een stugge hengel, dan kan de lijn nog wel eens breken. De visser grijpt logischerwijs naar een sterkere, dikkere lijn, maar krijgt vervolgens minder beet. Een speciale forelhengel is soepel en geschikt voor het vissen met dunne lijnen.

GLAS OF LOOD

Waarom gebruik je glasgewichten? Ten eerste is glas veel beter voor het milieu dan lood. Daarnaast vergroot het glas vanwege de samenstelling de zweefkracht van de montage. Tijdens het zinken krijgt je presentatie daardoor een beetje een zwevend effect en wanneer je binnen draait stijgt het gemakkelijker omhoog dan lood. Dit is onweerstaanbaar voor forellen! Lood wordt eigenlijk alleen maar ingezet wanneer je tijdens speciale weersomstandigheden snel diepte wilt bereiken.

ATTRACTIEF GELUID

Forellen reageren op trillingen én geluid in het water. Bij ‘rattle ghosts’ gaat het om mini-sbirulino’s of glasgewichten met ingebouwde ratels. Door het heen en weer bewegen van de hengeltop of het geven van kleine rukjes klinkt er onder water een aanlokkelijk geluid.

WANNEER ZET JE DE HAAK?

Bij het slepen met natuurlijk aas of deeg dien je de haak pas te zetten wanneer de forel het aas duidelijk in de bek genomen heeft. Na de aanbeet zwemt de forel vaak een stukje door, stopt even, draait het aas en zwemt dan verder. Dat is meestal het juiste moment om de haak te zetten.

Wat zijn de meest gebruikte technieken, montages en aassoorten?

WELKE KLEUR DEEG?

Over het algemeen kies je bij helder weer voor natuurlijke en donkere kleuren terwijl je bij donker weer juist kiest voor een meer opvallende presentatie. Daarnaast kun je natuurlijk ook verschillende kleuren deeg combineren om zo ook in originaliteit terrein te winnen. Omdat de beste kleuren vaak van water tot water, van dag tot dag en van uur tot uur kunnen verschillen, dien je altijd diverse kleuren bij je te hebben. Als beginner zijn wit, chartreuse, groen, geel, rainbow en zwart of smoke gun voldoende.

FLUOROCARBON ONDERLIJN

Een gebruikelijke lengte voor de onderlijn is 60 tot 100 cm en is meestal van fluorocarbon. Fluorocarbon maakt de lijn weliswaar niet volledig onzichtbaar onder water, maar valt beter weg tegen de achtergrond omdat de lichtbrekingsindex min of meer hetzelfde is als van water. Hierdoor zal de lijn minder goed te zien zijn voor de forellen.

DRIETONSWARTEL

Door het roteren van het aas gaat ook de onderlijn draaien. Om te voorkomen dat de hoofdlijn gaat kinken, plaats je bij het slepend vissen een drievoudige wartel tussen hoofd- en onderlijn. Gaat de onderlijn toch draaien – dat gebeurt nog wel eens, met name bij zeer lange en dunne onderlijnen – plaats dan op 30 centimeter voor de haak nog een tweede, kleine drievoudige wartel.

GOEDE ZOMERTACTIEK

Probeer als eerste aan de vijver te zijn en start met een dobbermontage en de tremarella-techniek. Varieer in visdiepte en haakaas. Wordt het warmer en zie je steeds meer vissen tegen de oppervlakte zwemmen, schakel dan over naar een sbirolino of enkel een ketting van glas. Naarmate de dag vordert, worden de forellen schuwer. Het moment om heel rustig en geruisloos met een pauwenveerdobber te vissen.

GOED AFGESTELDE DOBBER

Een van de meest gemaakte fouten bij het dobbervissen is een dobber die niet goed uitgelood is. Dit is tijdens het forelvissen net zo belangrijk als bij het witvissen! De weerstand na de aasopname moet minimaal zijn. Als dit niet het geval is, zal je veel aanbeten krijgen die niet doorzetten: een gemiste kans!

OP DE WIND

Kijk bij het zoeken van een visplekje aan de vijver altijd naar de wind. De wind heeft veel invloed op het zuurstofgehalte en de watertemperatuur. Forel zoekt, afhankelijk van de tijd van het jaar, juist graag de warme (in de winter/vroege voorjaar) of juist de koudere (in de zomer/herfst) kant op. Bovendien drijft het voedsel, zoals insecten of overgebleven deeg, naar de windkant. Als het water koud is en de luchttemperatuur wat hoger, dan heb je grote kans dat de forellen aan de windkant zwemmen. Hetzelfde geldt als het water warm is en er een frisse wind op de kant staat.

VOORZICHTIGE FORELLEN

In veel gevallen bevis je zeer wantrouwende vissen, die vaak al de gehele morgen bevist werden. Om die reden komt het vaak voor dat twee of drie vissen een bepaalde aassoort pakken en de andere dit dan weigeren te pakken. Wisselen van aas is dan noodzakelijk. Hoe wantrouwender de forellen worden, des te kleiner moet het aas zijn.

KUN JE OOK STATISCH VISSEN?

Met de dobber kun je ook heel normaal vissen, net zoals bij het vissen op witvis. Weet je waar en op welke diepte de forellen zich ophouden, dan kan het statisch vissen ook erg succesvol zijn. Moet de vis daarentegen opgezocht worden, dan is het slepend of tremarellavissen in de regel succesvoller.

Penvissen op karper

De kracht van de dobber Als gepassioneerd penvisser is het gevoel van een opstekend of langzaam weglopend pennetje lastig te beschrijven. Het is iets compleet anders dan de statische equivalent van een run bij het hedendaagse karpervissen. De eenvoud van het vissen met de dobber is wellicht een mooie aanvulling op je huidige visserij en anders geeft het je wellicht nieuwe inzichten die bruikbaar zijn in je huidige manier van vissen. Tekst & fotografie: Jeroen van Baars Ook ik ben overigens o...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Tubes – Killing voor Baars

Tubes – zachte, holle plastic kunstaasjes met ‘tentakels’ – zijn geen wondermiddel. Geen enkel kunstaasje is dat. Maar tubes kunnen met hun grillige actie soms echter wel verbluffend goed werken, zeker ook op druk beviste, bekende baarswateren, zo heeft Tom Sintobin ondervonden. Tekst & foto’s: Tom Sintobin Verbluffend goed stukje kunstaas… Halverwege de jaren ‘60 van de vorige eeuw kreeg ene Bobby Garland een lumineus idee: ‘ik ga een heel klein plastic inktvisje gieten om mee te vissen.’ D...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Hoe word je een betere visser?

Vissers zijn meestal leergierig en willen beter worden. Vis vangen is natuurlijk leuk, maar dat lukt niet altijd. Goede vissers weten vaak wel vis te vangen, ondanks de wisselende omstandigheden, maar hoe word je nu een betere visser? Pieter Beelen geeft in dit artikel een aantal praktische tips om jouw visserij naar een hoger plan te tillen. Tekst & foto’s Pieter Beelen Om te beginnen kun je veel leren van vismaten. Uit een enquête onder sportvissers is gebleken dat het merendeel van de spo...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Seizoensopening

Mooie tijden in het verschiet! De mooiste tijd van het jaar staat op het punt van aanbreken; de seizoensopening staat weer voor de deur. De periode dat de ‘leukste’ visserijen kunnen worden uitgeoefend. Dit is natuurlijk een kwestie van persoonlijke smaak, maar voor Quantum prostaffers Gerald Vierhout en Hendry Vis is dat zeker waar. Het water is opgewarmd en de roofvissen zijn lekker agressief. In dit artikel beschrijven zij hun visserij op snoek, snoekbaars en baars met verschillende technieke...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Late voorjaar- en zomervisserij

MASTERCLASS (61) Het is nog voorjaar, maar we kijken voorzichtig al een beetje uit naar de zomer. Net als in ieder jaargetijde is stekkeuze ook nu erg belangrijk om succesvol te vissen. Hiermee is rekening gehouden bij het inwinnen van informatie bij onze masterclassers. Martijn Kroes en Arjan Klop voorzien je weer van de nodige tips & tricks voor het vissen op witvis. Peter Urscheler doet een boekje open over een van de meest succesvolle manieren van vissen op commercials in de zomer: visse...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Slow sinking feeder

Aanbeten op half water Wat doe je als feedervisser wanneer de vis hogere waterlagen opzoekt? Dan monteer je een slow sinking feeder! Sean Cameron legt uit hoe je daarmee vist, de vis van de bodem krijgt en zo relatief eenvoudig een fraai resultaat bij elkaar vist. Tekst & foto’s: Sean Cameron Sean’s normale voerkorven en de slow sinking modellen. Feedervissen is een geweldige methode wanneer vis zich dicht bij de bodem ophoudt. Echter, vooral in de zomer als de vis hogere waterlagen opzoekt,...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Zeelt met de methodfeeder

De methodfeeder is een dodelijke techniek om zeelt mee te vangen, zo weet Tim Janssen. Door de korte onderlijn krijg je het perfecte boltrig-effect. En je vist met de methodfeeder eigenlijk altijd met je haakaas op of net naast een gedekt tafeltje. Niet zo verwonderlijk dat dat de favoriete techniek is van deze Korum-consultant, zeker in het voorjaar! Tijd om hem eens wat vragen te stellen over zijn aanpak; over zijn favoriete methodmix, haakaas, onderlijnmateriaal, haken en meer. Tekst: redacti...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Eerste hulp bij feederen

Terug naar de basis Soms is het goed om terug te gaan naar de basis van je visserij. Dat geldt niet alleen voor beginnende feedervissers, maar ook als je wat meer ervaring hebt. Want dan loert het gevaar dat je soms zaken onnodig ingewikkeld gaat maken. Zo kun je de essentie van het feedervissen uit het oog verliezen. Herkenbaar? Samen met top feedervisser Marcel Boel namen we aan de waterkant door welke aspecten echt belangrijk zijn. Tekst: redactie, foto’s: redactie en Marcel Boel Zeker als je...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Hennep & Casters

De perfecte combinatie Na drie maanden afwezigheid op de rivier kijk ik weer erg uit naar mijn eerste trip op het stromende water. Ik stel mezelf geen doelen, dus geen jacht op grote vis deze keer. Het doet me al plezier om aan de rivier te zitten en hopelijk een paar vissen te vangen. Maar als ik toch moet kiezen… doe dan maar een mooi net van kopvoorn en barbeel. Mijn aaskeuze is gemakkelijk. Of het nu om de dobber of de feeder gaat: hennep en caster is de klassieke riviercombinatie! Tekst &am...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Dobbervissen op zeelt

De Liftmethode Het is nog heel vroeg in de ochtend als ik aankom bij het water. Nog in het halfdonker loop ik naar mijn voorgevoerde stek. De damp komt van het water en mijn aangevoerde plekje lijkt wel te koken. Overal kleine belletjes en plompenblad dat heen en weer wiegt in het water. De zeelten hebben mijn voer overduidelijk gevonden... Tekst & foto’s: Sijmen Majoor In alle rust maak ik mijn materiaal klaar en zet mijn stoel neer. De diepte weet ik al; de avond ervoor heb ik gepeild. Voo...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


De Utrechtse Vecht

MET STROOMDOBBERS De Utrechtse Vecht is typisch zo’n water waar de vissen, wat voorns en zeker ook brasems betreft, in het voorjaar vaak goed te vangen zijn. Veel vissers weten dat en dit is dan ook een populair viswater in deze tijd van het jaar. Ik volgde Twan Swart tijdens een winderige voorjaarsdag. Hoe pakt hij de visserij op dit water aan? Tekst & foto’s Jan van Schendel Het voorjaar is een periode waarin veel in de witvisserij verandert. De plekken waar de vissen zich in de winter opg...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Vijvertechniek: een makkie of toch blijven nadenken?

DCIM100MEDIADJI_0015.JPG

Soms wordt er wat schamper over commercials gesproken, alsof vangen een makkie is en er geen kunst bij komt kijken. Nou, ga maar eens een wedstrijdje vissen op zo’n water en je zult zien dat het zo makkelijk allemaal nog niet is! Koen Vandermolen van Arca is wat dat betreft door de wol geverfd en mag je rustig een expert op het gebied van deze visserij noemen. Vandaag belicht hij een aantal zeer effectieve vijvertechnieken!

Ideaal

Koen Vandermolen is een geslepen wedstrijdvisser. Als er iemand is die het vissen op commercials in de vingers heeft, dan is hij het wel. Des te mooier dat we een dag over zijn schouders mee kunnen kijken, van wie kun je deze visserij nu beter leren?
De vijver waar we vandaag vissen heeft een gemengde bezetting van brasem en karper. Karper heeft er wel de overhand en het gemiddeld formaat is er niet al te groot. Wat Koen betreft ideaal water voor de visserij met de vaste hengel. Als Koen zijn favoriete hengel uit zijn foudraal heeft gehaald, de Arca Inferno Carpodrome, steekt hij van wal. “Natuurlijk zou je er nu voor kunnen kiezen om direct te beginnen met het aanvoeren van je stek, maar beter is het om je stek goed uit te peilen zodat je exact weet wat er zich voor je neus begeeft.”

Een goede voorbereiding is het halve werk…

 

Bultjes en kuiltjes

En daarom hangt er onder zijn 0,4 grams dobbertje een peillood waarmee hij de bodem aftast naar oneffenheden. Kuiltjes, bultjes of juist kleine geulen kunnen tijdens een wedstrijd het verschil betekenen tussen een podiumplaats of geen trede op her ereschavot. En denk vooral niet dat als je een stek in het verleden hebt uitgepeild dat hij er weken later wel hetzelfde bij zal liggen. Karpers zijn meesters in wroeten en kunnen met hun gewroet zomaar nieuwe kuilen en bulten maken. Stel je voor dat je een stek zonder uit te peilen gaat bevissen en je, zonder dat je het weet, op de rand van een ondieper bultje, met daarnaast een klein kuiltje vist. De kans is groot dat alle voedselitems die je in het water dropt van het bultje afrollen en in het kuiltje belanden. Drie keer raden waar de vis zich dan waarschijnlijk gaat concentreren… Neem daarom tijd voor goed peilen!

Het elastiek wordt op de proef gesteld.

 

Bijsturen

Na het peilen blijkt de bodem hier vrij vlak te zijn. “Dan is het nu wel tijd om wat voer te brengen!”, zegt Koen, terwijl hij ondertussen een cup op zijn top schroeft. Vismeel scoort vaak goed op commercial vijvers en dus kiest Koen voor Eurofish Method green, een stevig klevend, groengekleurd vismeelvoer. In totaal cupt hij om te beginnen twee balletjes voer. “Eerst maar eens zien in welke stemming de vis vandaag is” legt Koen uit. “Meer voeren kan altijd nog, mochten ze erg gretig zijn vandaag.”

Als de twee balletjes op de stek zijn belandt is het tijd voor de eerste inzet. Onder het lichte Arca XS dobbertje heeft Koen een bulklood geplaatst, ongeveer 70 cm boven de haak, dan op 5 cm boven de haak een klein verklikloodje. “In eerste instantie ga ik altijd met een staande haak van start, net zoals met het voer kun je altijd nog bijsturen mocht dat nodig blijken.” Koen prikt drie grote witte maden aan de haak en laat ze op de stek, op 9,5 m in het water zakken. De gele bovenantenne van de dobber steekt goed af tegen het troebele water. Maar niet voor lang! Al snel komt de antenne tot leven. Rustig zwenkt hij heen en weer en zakt dan onder! Even rustig tilt Koen zijn hengel op en dan verlaat het elastiek rustig zijn top. De gehaakte vis lijkt niets door te hebben en komt gewillig naar het wateroppervlak. Het is een mooie brasem. Voor Koen het sein om nog een cupje voer te brengen. Zo snel al actie kan weleens betekenen dat dit een mooie dag gaat worden.

Een variatie aan vis… 

 

Kant-knotsen

Omdat het voorjaar nog maar pril is kiest Koen nu in eerste instantie voor een aanpak met natuurlijk aas: maden. “In het vroege voorjaar reageert vis over het algemeen beter op natuurlijk aas, maar na deze inzet ga ik toch eens wat experimenteren met pellets. Wie weet zijn ze al wat gretiger dan ik vermoed?” De eerstvolgende inzet met maden levert Koen direct een mooi kruiskarpertje op.

Dan is het tijd een klein experiment; hij vervangt de onderlijn met enkele haak door een onderlijn met een baitbandje en klemt er een kleine pellet in. Binnen vijf minuten weet Koen eigenlijk al genoeg, maar zet toch nog even door. Na tien minuten komt dan toch nog een aanbeet, wederom een klein kruiskarpertje! Maar voor Koen is het duidelijk; maden hebben op dit moment echt een streepje voor. Dat wordt des te duidelijker wanneer er na het terugschakelen naar maden in no time drie karpers gehaakt en geland worden. “Nu loopt die stek op 9,5 meter dus best goed, maar tijdens een wedstrijd houd ik ook altijd nog een stekje in de kant bij. Daar voer ik dan om de vijf tot tien minuten een handje voer, echt strak in de eigen kant. Vaak kun je daar, als het einde van de wedstrijd in zicht komt, de dikkere vissen vangen en soms zelfs de wedstrijd mee beslissen!”, vertelt Koen opgewekt. Na nog een vis besluit Koen over te stappen op een andere techniek.

De favoriete visserij met de Arca Inferno Carpodrome stok…

 

Schot in de roos

Te beoordelen aan de spullen die Koen uit zijn bus tevoorschijn haalt gaat hij met de feederhengel aan de slag. “Sinds een paar jaar ben ik ook verslingerd geraakt aan het feedervissen en dan met name het methodfeederen. Ook een enorm effectieve manier van vissen op vijvers als deze!” Aan het vissen met methodfeeders kleeft wel een klein nadeeltje vindt Koen. “Als ik zou moeten kiezen voor een techniek dan koos ik blind voor de vaste hengel, daar kun je veel meer aan tweaken en aanpassen, dat vergt in mijn ogen iets meer verfijning. Met een method kun je natuurlijk van onderlijnlengte wisselen, of van haakaas. Maar daar houdt het dan ook wel ongeveer op. Het mooie van de method is dat je stekken die buiten bereik van de vaste hengel liggen toch nauwkeurig kunt bevissen.”

In dit geval heeft Koen gekozen om strak tegen de pomp in het midden van de vijver te gaan vissen. Hetzelfde voertje als vanmorgen, maar dan iets steviger bevochtigd doet dienst als grondvoer en omdat de vissen goed reageerden op maden, vist hij daarmee als haakaas. Een schot in de roos! Koen hoeft nooit langer dan 5 minuten op een aanbeet te wachten en geniet met volle teugen. De ene na de andere kruis- en normale karper vergissen zich in de drie maden naast het hoopje vismeelvoer. “Het belangrijkst met methodfeederen is regelmaat en precisie. In eerste instantie is het even aanvoelen hoe lang het zou moeten duren voor je een aanbeet krijgt, maar dan breng ik met regelmaat een nieuw beetje voer. Op die manier houd je de boel een beetje aan de praat onder water. En zoals je ziet werkt dat prima!” sluit Koen lachend af.

Redactie

Heerlijk stoeien met deze kruiskarpertjes. 

======================================================

Vissersclub ‘t Marotje

Koen viste vandaag op de vijver van Vissersclub ’t Marotje in Huldenberg (België). Een vijver met een prachtige locatie, gelegen aan de rand van een bos in het vriendelijk glooiende landschap van Midden-België. De vijverbezetting bestaat uit brasem en karpers. De karpers hebben er de overhand, de grootste exemplaren tikken ongeveer 8 kilo aan!

Karper aan de zinkende Frolic

Nu de karpers flink ‘opwarmen’ dankzij de zonnige dagen trekken ook de karpervissers er weer massaal op uit. In 9 van de 10 gevallen gaat er een boilie aan de hair op een vastloodsysteem, maar als alternatief kun je ook prima honden- of kattenbrokken nemen in plaats van boilies. Met name de bekende Frolic doet het goed als zinkende harde brok. Hoe je deze aan de haak bevestigt, legt Gregor Bradler uit.

Niet alleen voor de poes of hond, deze aasjes…

 

Bevestiging

Er zijn meerdere mogelijkheden om Frolic aan te bieden. Bij de door mij gebruikte variant hangt het aan een hair. Ik sluit een brokje op in een lus, in mijn ogen de makkelijkste manier van beazen. Het is hierbij wel handig om gebruik te maken van een (quick change) safety systeem zodat je snel je onderlijn kunt demonteren.

  1. In het uiteinde van je onderlijn knoop je een lus.
  2. Steek de lus door het centrale gat in de brok.
  3. Trek het losse uiteinde terug door de lus.
  4. Trek het geheel aan, dan hangt het brokje goed vast.
  5. Met een no-knot knoop je de haak aan de onderlijn.
  6. Schuif een conische anti tangle sleeve op de onderlijn.
  7. Knoop in het uiteinde van de onderlijn tot slot ook een lusje.
  8. De onderlijn is klaar en kan aan de safetymontage bevestigd worden.
  9. Gebruik een zogenaamde quick change wartel zodat je de onderlijn makkelijk weer los kunt halen.
  10. Hang het lusje van de onderlijn in de open quick change wartel.
  11. Schuif de anti tangle sleeve over de quick change wartel, en klaar ben je!

Blog: een ‘gezellige rampdag’ om nooit te vergeten…

Begin maart is het. Er worden enkele koude maar droge dagen voorspeld met weinig wind. Ik volg al enkele dagen de Meteo, en voor woensdag ziet het er goed uit. Ik heb al een week of twee niet gevist, en beslis dan ook om nog eens op de Biesbosch roofvis te gaan belagen. Zal ik mijn vismaat Geert ook meevragen? De laatste keer was het immers niet geheel volgens het boekje, ook al vond hij het, zelfs na diverse calamiteiten, een ‘heel gezellige dag’…

 

Tekst & foto’s Chris Dickx

 

Mijn kameraad Geert had enkele dagen ervoor al een berichtje gestuurd om te vragen of hij mee kon gaan snoeken. De laatste keer was heel gezellig, in zijn ogen dan; hij had goed gevangen, wat waar was (meer dan ikzelf), maar zijn manier van vissen was mij toch niet zo goed bevallen. Geert draaide bijvoorbeeld na het haken van de vis de draad tot in het topoog en dat had hem op beide hengels al het topoog gekost, misschien door slecht zicht. Hij luistert ook niet altijd naar welgemeende goede raad. Daaraan had ik mij de vorige keer zo geërgerd, dat ik even geen tweede keer met hem op de boot wilde.

 

Een goeie gast

Maar op aanraden van mijn vrouw (“Je kent hem al zó lang, en ’t is een goeie gast, en een grappige ook, laat hem nog eens meegaan, veel slechter dan de vorige keer kan het toch niet” – enzovoorts) besloot ik hem nog een kans te geven. Veel slechter kon mijns inziens inderdaad niet, en we vertrokken die woensdagmorgen vroeg met al ons materiaal en het bootje op de trailer richting de Biesbosch. De batterijen van ons, en van de boot, waren opgeladen, de boterhammen en drank waren mee, hengels en kunstaas ingepakt en een gezonde dosis goede moed met uitzicht op een fantastische visdag. Dacht ik toen nog…

Tijdens de rit probeerde ik de theoretische viskennis van Geert bij te spijkeren. Ik legde nog eens uit waarom de slip op de molen goed moet worden ingesteld, dat je de vis drilt en laat uitrazen op een afstandje van de boot, dat ik de snoek met de hand uit het water haal, dat je het best een paar meter lijn uit het topoog laat –  en ik was ervan overtuigd dat Geert al een hele vooruitgang had gemaakt tijdens onze autorit. Alles ging smooth verlopen, daar was ik gerust in.

Chris met alweer een snoek. Links in beeld is nog de favoriete spinner van Geert te zien…

 

Trollen

Bij het te water laten van de boot, en het aan boord brengen van ons hengelmateriaal maakten we nog wat grappen. De sfeer was opperbest en we varen het haventje uit en leggen al gauw het aas in het water en varen al trollend langs de oever. Eerst door een smal weteringetje, de kleine Yamaha-motor pruttelt tevreden, we varen aan een snelheid van 3,4 km per uur, en ik heb twee lijnen uitstaan. Eentje met mijn favoriete Daiwa-plugje in camokleur, 17 cm, en de andere met een drijvende plug in fluo. Deze vangt het best bij iets troebeler water, en dat is het vandaag wel.

Geert vist met een spinner, een kunstaasje waarmee ie mij de vorige keer aftroefde. Veel visjes werden er toen gevangen, en hij was ondanks zijn onbeholpen manier van vissen best wel succesvol. Het voordeel van met één hengeltje te vissen is dat je het kunstaas beter stuurt, de hengel eens hoger houdt, dan weer lager, en meer afwisseling brengt in de snelheid van aanbieden. Terwijl je als kapitein natuurlijk iets sneller, dan weer trager kunt varen met het bootje. Maar je moet er het sturen, gasgeven en anticiperen als er tegenverkeer komt wel bij nemen. Maar gezien ik hier al jaren vis, doe ik dit meestal alleen en het gaat me redelijk goed af.

Mijn hengels staan goed recht afgesteld om uit de oeverbegroeiing te blijven, want het is hier op sommige plaatsen echt ondiep en ik sleep het aas aan de rechterkant, Geert vist links. Kwestie van niet teveel knopen te krijgen…

 

Kieuwgreep

Na een kleine 15 minuten zwaait mijn hengel in enkele vurige knikken naar achter, en bij het ter hand nemen van die hengel, denk ik eraan om de motor op stationair te zetten, instructies te geven om de andere lijnen in te draaien terwijl ik de vis dril. Best een flinke denk ik, ik draai hem verder in, en landt hem met de kieuwgreep. Het bootje duwt tegen de struiken, maar de hengels zijn aan boord, de vis ook, toch maar 68 cm, maar hij leek veel groter aan te voelen. Een fotootje is niet nodig, terug in het water, en opnieuw aanzetten. Op deze plek  ving ik nog nooit iets, dus dat was wel leuk! Sedert ik hier jaren geleden begon te vissen, en vooral de laatste jaren, heb ik de indruk dat de roofvissen in de Biesbosch veel gezonder en krachtiger zijn geworden. Of is het sedert de bestraffing van die beroepsvisser die het niet zo nauw nam met de wettelijke voorwaarden?

Opnieuw aanzetten maar, zelfde kunstaasjes overboord , en nog geen minuut later een tweede beet. Dat begint goed. Weer drillen, beetje zelfde dril als de vorige, maar tijdens de instructies loopt alles een beetje mis. De vis wordt gedrild en aan boord gehaald, een mooiere en grotere, een goeie 79 cm, maar het bootje gaat een beetje schuin in het smalle stroomgat, en de hengels van Geert gaan in de struiken. Topoog eraf, en deze keer is het de schuld van de kapitein… Sorry Geert, maar ik heb reparatiemateriaal aan boord en het lukt toch om het topoog terug erop te monteren en vast te zetten. De vis was inmiddels terug in het water, en we beslissen een beetje bredere wateren op te zoeken. Kwestie van ons materiaal te sparen.

Trollen door de Biesbosch…

 

Steigertje

We varen verder met wisselend kunstaas, maar Geert beslist zich bij zijn spinnertjes te houden. ‘Je mag gerust uit mijn assortiment gebruiken’,  heb ik hem gezegd, maar wat je kwijtspeelt moet aangevuld worden. Maar hij blijft dus bij de spinners. Vorige keer lukte het goed, dus waarom ook niet. Na nog een uurtje of zo varen we richting mijn favoriete stekken, een eindje verder, maar we zitten inmiddels een dikke twee uren op het water en het is koud en we hebben koffie gedronken en wat frisdrank dus een ‘pies-stop’ dringt zich op. Ik zeg tegen mijn vismaat dat ik een steigertje weet, maar als we aanleggen dan eerst mooi het touw om de bolders leggen en aanspannen, vooraleer we van boord gaan. Vanzelfsprekend toch?

 

Bij het aankomen bij de steiger stapt Geert met een wijde stap en het touw in de handen van boord en dan gebeurt het als in de filmpjes op Youtube: Geert staat wijdbeens met één been op de steiger en eentje in de boot, en die twee benen verwijderen zich steeds verder van elkaar. Gelukkig heb ik inmiddels het meertouw rond de steun kunnen vastmaken, en met veel moeite trek ik de boot naar de steiger. Mijn vismaat valt echter met zijn knie terug in de boot, op de hengelsteun, die meteen in drie stukken breekt…

 

Onverwoestbaar

Ik zal niet veel commentaar geven over wat er toen gezegd is, want ik wil mij op mijn vrije dag niet te buiten gaan aan gemor, maar heel happy klonk het toch niet. ‘Allee jong, ik zeg het nog op voorhand, eerst de boot vastleggen, dan pas…’. Maar veel indruk maakte het allemaal niet, en terwijl ik een hapje eet staat Geert alweer te hengelen vanop de steiger. Onverwoestbaar die man!

Terwijl we hier toch liggen besluit ik het bootje een beetje in orde te brengen, hapje/drankje, en ik beslis mijn tochtje verder te zetten. Ik heb inmiddels mijn vijf snoekjes gevangen, allemaal een beetje hetzelfde formaat, mooie vissen in de krachtigste periode van hun leven, en het is inmiddels rond twee uur in de namiddag.

Geert vraagt plotseling hoe het komt dat hij nog niets gevangen heeft, en ik er al vijf heb, en ik vertel hem dat het hoogstwaarschijnlijk ligt aan het feit dat het koud was, het water was maar 4 graden, en dat ze dan eerder de moeite doen om achter een grotere prooi te gaan dan achter een kleintje, en dat hij dan misschien beter de grotere kunstaasjes uit mijn box zou gebruiken.

Na rijp beraad van zichzelf beslist hij toch om met het spinnertje verder te vissen, en misschien terecht, want zijn hengels zijn wel aan de lichte kant om zwaarder kunstaas te slepen, en dus beslist hij nog een beetje verder te doen met zijn spinnertjes.

Chris met een mooie snoek…

 

Bloeden

Wij varen nog een beetje verder, slepend met verschillende pluggen, en op mijn favoriete stukje vang ik niets meer. Als ze niet willen, dan willen ze niet! Plotseling een schreeuw. JA!! Ik hoor het terwijl ik eigenlijk geen beweging zie op Geerts hengel, maar hij blijft volhouden dat hij beet heeft. Ik denk dat hij een blad of zo aan de haak heeft geslagen, maar hij draait binnen en inderdaad, Geert heeft een snoek aan de lijn. Van zo’n volle 25 cm, in de lengte gemeten.

Beter een kleintje dan niets, maar hij ziet er tevreden uit dat hij eindelijk beet heeft. Ik zeg hem dat hij best het tangetje neemt en de vis zelf in zijn volle hand pakt om te onthaken, omdat het een kleintje is. Maar dat is niet nodig, vertelt ie me, en trekt met zijn duim de bek van het snoekje open.

Het gevolg van die actie mag je gerust heel bloedig noemen.

Het bloed gutst uit zijn duim, en hij heeft inmiddels bloed op zijn broek en pullover, en het blijft maar bloeden. Ik bied aan zijn hand te verbinden, en te ontsmetten, maar als antwoord scheurt hij een stuk van de handdoek en draait het rond zijn vinger, en kleeft er een stukje tape op. Zo zal het wel gaan, zegt hij, en op dat ogenblik zie ik zijn hengel met molen en al in het water verdwijnen…

Die hengel had hij gewoon op de boot gelegd, met het spinnertje nog in het water, en die was blijven vasthaken. En zoals elke visser wel weet, als je hengel in de plomp geraakt is hij negen kansen op tien verloren. Maar de hengel is verdwenen.

 

Blijven lachen

Ik vaar nog een tiental keren op die plaats heen en weer, met lood verzwaarde dreggen aan de lijn, maar behalve enkele takken en rommel komt er niets terug aan boord. Ik heb er inmiddels genoeg van, en zeg het ook tegen hem, en beslis terug naar de haven te varen. Zoveel miserie is genoeg voor één dag, dus ik zal alleen nog een paar keer de stek heen en weer varen die het dichtst bij de haven ligt. Zo gezegd zo gedaan. We varen terug richting haven en lachen een beetje met de prutserijen van die dag. Toch een positieve kerel die Geert, met al die missers toch blijven lachen en vissen…

 

De eerste twee keer trollen langs die laatste stek brengen niet veel op, en ik besluit de laatste keer met mijn favoriete kunstaasje te trollen. Zo gezegd, zo gedaan, en terwijl ik aan het opletten ben, om niet in de boeien te blijven haken buigt de hengel verwoed dubbel, en begint de slip te werken. Aan het slaan van de hengel zie ik dat het een beste is, en neem de hengel in de hand. Wat volgt is een mooie drill van enkele minuten.

Als de mooie snoek eindelijk boven water komt blijkt het een prachtige dame te zijn, dik en rond, en van een formaat van zeker een meter. De motor wordt stilgelegd, en Geert vraagt: ‘moet ik hem scheppen?’

 

 

En hoewel het een net is van een superformaat, zelfs nu heb ik mijn twijfels, maar ik zeg ‘Doe maar, maar hou in godsnaam het net stil tot de vis erboven is’. Geert doet perfect zijn werk, ik neem het net van hem over, en breng de dame aan boord. Vol in het slijm, onthaak haar en leg ze op de meetmat. Geert zegt 97, maar bij nader inzien blijkt het een dikke 99 cm te zijn. Om het een mooi getal te maken schrijf ik 100 in mijn vangstboekje. Wat een mooi beest, ik vraag aan geert een fotootje te trekken, en neem de zware dame om ze zacht terug in het water te zetten.

Blijven lachen Chris…

 

‘Wooooh’

Hoewel ik al 35 jaar fotograaf ben, en zeker zo’n 5 Actioncams bezit, had ik die dag enkel mijn compacte fototoestel bij om een vangst die de moeite was te fotograferen. Wat volgt heb ik dus niet op film, anders zou het op YouTube zeker miljoenen kijkers hebben gehad…

Terwijl ik de snoek aan de zijkant in het water leg, hoor ik: ‘Ik zal het net van voor in de boot leggen’ en ‘Woohhh’ en een groot voorwerp dat over en naast mijn schouder over de fishfinder, hengelsteunen met hengels, over het stuurtje het water in gaat met het geluid van brekende spullen, stukken hengel en hengelsteunen die in het rond vliegen, gevolgd door een enorme plons…

 

De stilte die daarop volgt is oorverdovend, en enkel de golfjes die de plek markeren waar Geert het water is ingegaan, want dat gebeurde zojuist;  in water van 4 graden, en van meer dan 3 meter diep. Een seconde later verschijnt plotseling het handvat van het net boven water, direct naast de boot. Ik grijp het handvat en trek met moeite een vismaat boven water, die proestend langs de boot komt.

Je denkt er niet meteen aan als je in je bootje zit, maar een man van negentig kilo, met laarzen en drie lagen kleding aan, aan boord krijgen van een bootje is niet niets. Dat duurt enkele minuten, gevolg door een poging om diezelfde mens enigszins droog te krijgen en terug op temperatuur te geraken. Sedert dat moment heb ik altijd een zak droge kleding aan boord, en verplicht ik iedereen die meegaat een reddingsvest aan te doen.

Geflitst

De weg naar de haven deed ik hem mijn jas aan, en die twintig minuten kreeg ik de meest idiote en grappige verhalen van Geert te horen. Hij was bijna onderkoeld toen we in de haven waren, en de verwarming van de auto stond op max toen we naar huis reden. ‘Het is toch aangenamer zwemmen in de zomer hoor’, grapte Geert. En:  ‘Jammer dat ik mijn harpoen niet bij had’, gevolgd door: ‘Je hebt een heel mooi bootje van onderaf gezien!’ De grappen en grollen van mijn vismaat stopten niet…

Diezelfde avond kreeg ik een telefoontje van Geert die me vroeg: ’Zou je geloven dat ik geflitst ben bij het naar huis rijden?’ Waarop ik meteen antwoordde dat ik dat best wel geloofde, ja.

Sedert die dag vis ik helemaal alleen, voor de rust. En Geert zie en hoor ik nog wel eens. En we hebben een mooi verhaal. Een verhaal dat weinigen geloven omdat het zo ongeloofwaardig is.

Bij de verzekeringsmaatschappij, waar hij verzekerd is, was het een instant hit. Ze stonden er met de hele bureau naar te luisteren. En zelfs daar lagen ze dubbel van het lachen.

Resultaat van de vistrip : twee gebroken hengels, één overboord, één fishfinder verdwenen, drie hengelsteunen kapot, een totaalfactuurtje van een kleine 1200 euro. Netjes vergoed door de verzekering. En ik heb beloofd om nog eens met Geert te gaan vissen, maar dan vanaf het strand. Lijkt me veiliger… Hoop ik!

 

 Tip: zie je dit bootje met twee opvarenden in de Biesbosch, blijf dan het liefst wat op afstand… 

Voorjaarsperikelen

Kleine details die tellen! Ken jij de levenswijze van de voorjaarskarper goed genoeg om daarop te kunnen inspelen? Ik denk dat het mens eigen is dat het voorjaar altijd hernieuwde energie geeft om dingen te gaan doen. Ik vis ook in de winter, maar toch maakt het voorjaar altijd ‘meer zin’ los om naar de waterkant te gaan. Het zal wel een combinatie zijn van het voorjaarszonnetje dat in kracht toeneemt, de zingende veldleeuwerik, maar ook de bomen en struiken waarvan de knoppen opengaan en talloz...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Waar zijn jullie?

Locatie, locatie, locatie Niets heeft een groter effect op het succes van een karpersessie dan de juiste plek. Maar wat doe je als nergens een karper springt en wanneer de klassieke hotspots niets opleveren? In een dergelijke situatie heeft Bernd Brink een paar ongebruikelijke tactieken achter de hand. Tekst & foto’s: Bernd Brink Aanlandige wind is bijna altijd de juiste keuze. Als er geen vis op de stek zwemt, zijn zelfs de meest uitgekiende rigs en het beste aas nutteloos. We kennen allema...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


De Corona Chronicles (deel 1)

Deel 1: klaar voor de start Door alle perikelen rondom het coronavirus was het een vreemd en bewogen seizoen. Zo was het vele malen drukker op en aan het water. In mijn geval had het hele Covid-19-virus een grote invloed op mijn visserij. Voor mij was het vooral veel tijd, veel blanken, maar ook enkele prachtige vangsten en avonturen! In dit drieluik geef ik jullie een kijkje in mijn seizoen van 2020 tijdens de Covid-19-pandemie. Tekst & foto’s: Michel Kemp Begin 2020; Tussen het klussen doo...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Urban Fishing

De sleutel naar de stad Toen aan het einde van vorig jaar de kortere en koudere dagen hun intrede deden, gingen wij aan de slag midden in mijn geliefde stad: Brugge. Met recht urban fishing! Hoe tof is het om midden in de drukke straten mensen met hun dagdagelijkse bezigheden bezig te zien, terwijl onze lijven ook aanwezig zijn, maar onze geesten compleet gefocust zijn op onze stokken… Tekst & foto’s: Cyriel Endriatis Wanneer het kwik begint te dalen en de korte en donkere dagen eraan komen,...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


De uitwijksessie

Naar het Albertkanaal Er waren plannen gemaakt om een week te gaan pionieren op openbaar water in Frankrijk, maar helaas gooide het coronavirus roet in het eten. Ik heb altijd geleerd om uit tegenslagen het beste te halen, dus na een paar avonden met mijn mattie Peter Koelewijn gebeld te hebben, besloten wij ons geluk te beproeven in België. En niet zomaar ergens in België, maar op het legendarische Albertkanaal… Tekst: Patrick Hagebeuk, foto’s: Patrick Hagebeuk & Peter Koelewijn Wekenlang f...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


De Bekroning

Ploeteren en doorzetten 1 januari klokslag twaalf uur. Overal schieten de vuurpijlen door het vaak al met rook verzadigde luchtruim en klinken er fikse knallen terwijl de hemel oplicht, alsof er een oorlog gaande is. Trillende glazen en huisdieren. Het is net of een nieuw tijdperk aanbreekt. Vaak een moment waarbij ik even wegdroom over een komend visseizoen. Een por in mijn zij en een in mijn handen gedrukte pot pils wijzen erop dat mijn gedachten even elders waren… Tekst & foto’s: Dick van...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Staycation op de Maas

Het voorjaar van 2020: het coronavirus is ingeslagen als een bom, maar eind mei wordt er groen licht gegeven om aan de waterkant te mogen vertoeven. Ik spendeer verschillende dagen en nachten aan een lokaal kanaaltje. Ik heb de intentie om mijn vijfjarig zoontje dit jaar meer kennis te laten maken met onze visserij. Het duurt niet lang voor ik hem kan enthousiasmeren om enkele nachtjes door te brengen in een tentje. Tekst & foto’s: Michael Aubry Ik plan een driedaagse sessie die meteen succe...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Kanaalkarpers

Wie zaait zal oogsten Het is nog vroeg als ik langs het kanaal loop. Ik ben aan het zaaien voor wat hopelijk een goede oogst zal worden. ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, vertel ik mezelf. Ondertussen voelt het nieuw en daardoor als een groot avontuur. Tekst & foto’s Kevin Diederen Ondanks dat ik een poos fanatiek op een Frans kanaal heb gevist, kwam het in eigen land nooit zo van de grond. Het rond een plas rennen met een kruiwagen en vissen op afgesloten water trok mij te zeer. ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Tips en tricks: de juiste loodhagelverdeling bij dobbervissen

Waar het zwaarder werpgewicht betreft, is de keuze voor loodvrij eentje die in de toekomst redelijk in praktijk te brengen is. Waar het kleine loodhageltjes betreft, zien we de grootste ‘problemen’ voor de witvissers bij het ‘dobberdragend’ vissen. Hierbij kan nog maar weinig tippen aan de loodjes zelf, denkt Jan van Schendel.

 

 

Tungsten

Er is ook goed nieuws; bijna alle olivette- of druppelloodjes die tegenwoordig worden gebruikt zijn niet meer gefabriceerd uit lood, maar bijvoorbeeld van tungsten gemaakt. De grootste uitdaging is het vinden van een goed alternatief voor die loodhageltjes. Eigenlijk is het best ironisch dat de dobbervissers, de groep die met afstand de kleinste hoeveelheden lood gebruiken, straks de vissers zijn die wellicht het meest in de problemen komen bij het beoefenen van hun hobby.

 

Verdeling

Nu even terzake. Bij de verdeling van die kleine loodjes is het de kunst vaak om zo goed mogelijk het vrij vallend aas of voer te imiteren. Het haakaas mag dus zo min mogelijk opvallen tussen het andere naar beneden zakkende aas. De juiste aasaanbieding is alleen te bereiken door de loodhageltjes op de juiste manier over de lijn te verdelen. Vaak dien je bij deze techniek een zo licht mogelijk dobbertje te gebruiken. Hoe meer lood op de lijn, des te sneller alles naar beneden zinkt. Mijn advies? Gebruik nooit al te grote hageltjes! Gebruik er liever wat meer die kleiner zijn en verdeel de hageltjes goed over de lijn.

Lichte dobbers, lichte hageltjes…

 

Tegen de lus

Zorg er bovendien altijd voor dat het onderste loodhageltje tegen de lus zit van de onderlijnbevestiging. Alleen wanneer je echt geen aanbeet weet te krijgen, terwijl je weet dat de vissen er wel zijn, kun je de montage veranderen, bijvoorbeeld door alle loodjes wat verder van de haak te schuiven. Maar pas op: hoe verder de loodjes van de haak zitten, des te groter de kans op gemiste aanbeten. Het komt er altijd op aan om zo goed en effectief mogelijk vissen!

Deze tips verschenen eerder in Beet magazine van december 2019.

 

 

 

BLOG: van zeevisser tot verwoed ‘Tincahunter’…

Als zeevisser schakelde Gijs Kok vijf jaar geleden vanwege rugklachten over naar het zoetwatervissen. Toen hij zijn eerste zeelt ving, was dat liefde op het eerste gezicht en sindsdien laat de zeeltvisserij hem niet meer los…

 

Met die ene prachtige vis is het begonnen…

 

Gericht vissen op zeelt was eigenlijk helemaal niet zo bekend in NL. Slechts een handjevol sportvissers viste echt op zeelt. Deze mensen zijn mijn inspiratie geweest. In die tijd moest ik mijn informatie toch voornamelijk uit Ierland/Engeland halen, en dat vond ik maar niks eigenlijk. Ik wilde dat iedereen gewoon zeelt kon vangen. Gericht. Niet alleen als ‘bijvangst’ tijdens het witvissen of karperen. Vier jaar geleden heb ik eens een blok geschreven over het hoe en waarom…hieronder lees je de weerslag daarvan.

 

 

A way of life

Het is ochtend. Ik bekijk mijn email en beantwoord ze. Ik haal boodschappen. Dan is het 10.30 uur. Ik bekijk het weerbericht. Gisteren nog gaven ze regen af maar zo te zien valt het mee. Zal ik….? Gaat het door mijn hoofd… Waarom ook niet…

 

Ik heb verder geen dringende zaken meer vandaag. Ik pak mijn spullen en maak een kilo voer aan. Rood. Zoet. Zeelt is tenslotte mijn doel. Ik besluit naar de stek te rijden waar ik vorig jaar zo’n 100 zeelten heb gevangen. Daar waar het allemaal begon. Daar waar ik mijn eerste zeelten heb gevangen; waar ik verliefd werd op deze vis met zijn karakteristieke gespierde lijf; die mooie rode ogen en zijn melancholische blik. Ik zet koffie. Zeef mijn voer. Pak de tas op mijn fietskar en ik ga weg.

 

Op de stek bouw ik mijn spullen op. Ik leg twee voerplekken aan. Om 11.45 uur liggen de beaasde lijnen op de voerplekken. Tijd voor koffie, en hopen op zeelt.

Ik kijk even op mijn telefoon , maar besluit om deze lekker aan de kant te leggen. Rust…heerlijk!

 

Na een minuut of 20 wordt vanuit het niets de linkerhengel bijna uit de steun getrokken. Ik krijg een adrenalinestoot en pak de hengel. Zo’n  4 seconden trekt iets sterks en groots aan de andere kant van de lijn, de vis zwemt hard weg en de slip giert. Dan veert de hengel recht! Helaas gelost…

Ik draai in. Rijg opnieuw een miniboilie op de hair en gooi opnieuw in. De andere hengel draai ik ook in en beaas deze opnieuw. Gooi hem terug op de andere voerplek. De rust keert weer.

Even later zie ik heel rustig en langzaam de lijn onder mijn rechter hengeltop weglopen. Een doorbuiger… Ik wil de hengel pakken maar de lijn valt slap. Weer een misser. Een brasem waarschijnlijk. Jammer, maar het geeft niet.

Ik vang graag een vis. Maar een misser is niet erg. Aan het water ben ik Thuis. Thuis met een hoofdletter T voor mij.. Mijn passie.. Mijn rust…

Die mooie rode ogen… 

 

Veel gebeurd

Ik besluit om mijn method-onderlijnen aan te passen van 10 cm naar 15 cm. Dit werkt vaak beter als ik missers krijg. Het werkt… Een klein uurtje later heb ik twee brasems kunnen scheppen. Daarna blijven de hengels roerloos op de steun liggen…. Geen aanbeten. Geen vissen om te drillen. Maar het geeft niet. Rust… heerlijk! Ik geniet!

Mijn gedachten glijden weg. De laatste jaren van mijn leven is er veel gebeurd. Echtscheiding, een half jaar in een revalidatietraject vanwege rugproblemen, een kapotte enkel waar ik uiteindelijk 7 maanden mee heb gelopen voordat hij weer in orde was…en tenslotte ook mijn werk kwijt. Moeilijke jaren waarin ik hier, op deze plek, mijn rust vond en mijn oplaad-momentjes. Hoeveel uur heb ik het afgelopen jaar doorgebracht op de plek waar ik hier nu zit? Veel.. Heel veel…. Misschien wel meer dan 100..

 

Op deze plek is ook Tincahunters geboren. Een glimlach glijdt als vanzelf om mijn mond als ik hier aan denk… Tincahunters…. Ik voel de wind opsteken. Ik loop naar mijn fiets en haal mijn trui uit mijn fietstas. Trek hem aan. Ik zie het logo… Tincahunters!  Ik glimlach opnieuw en schenk nog een koffie in met hetzelfde logo.

Ik gooi nog eens in. Met ander aas. Bijvoeren met miniboilies. Pellets. Extra mais.

Het helpt niet. Maar het geeft niet. Ik denk terug aan mijn eerste zeelt. Wat was ik blij! Die zeelt heeft mijn leven ten goede omgekeerd. Ik ben weer gaan léven!

Ik heb vrienden gekregen… échte vrienden. Degenen die ik bedoel weten het. Vrienden waar ik mee kan lachen. Kan vissen. Kan ouwehoeren. Kan huilen. En dat alles door die zeelt…

Ze was niet eens groot. Maar móoi! Zo mooi! Voor mij dan…. Een heel bijzondere vis was ze. Zou ze nog leven? Ik weet het niet…

Ik was nog niet bepaald bedreven in het zelf maken van foto’s met vissen. De kwaliteit is slecht. Maar het geeft niet. Voor mij is dit een van de mooiste zeelt-foto’s die ik heb!

Deze zeelt was niet zomaar een vis. Deze vis heeft voor mij heel veel betekend. Het was daar toen mijn passie voor het vissen op zeelt ontstaan is. Hoe deze zeelt mijn leven veranderde.

Hoe deze zeelt er mede voor heeft gezorgd dat ik deze Tincahunters-groep gestart ben. Hoe deze zeelt gezorgd heeft dat de eenzame jaren nu achter mij liggen. Hoe deze zeelt mij mijn zelfvertrouwen terug heeft gegeven. Hoe deze zeelt heeft gezorgd dat ik nu vrienden en vriendinnen heb. Deze zeelt…

 

Ik voel de wind aantrekken. Het wordt opeens een paar graden kouder. Ik kijk achter me en zie de lucht dichttrekken.  Ik kijk op Buienradar en zie dat ik binnen een half uur regen kan verwachten. Maar wat geeft het… Ik moet af en toe terug naar deze stek. Ook al weet ik dat een zeelt vangen hier nog tot de gelukstreffers zal behoren. Maar het geeft niet…

Ik besluit op te gaan ruimen.

Ondanks het ontbreken zeelt, heb ik genoten! En kon ik mijn gedachten weer eens laten gaan.

Deze stek. Water. Mijn hengels. Fluitende vogels. Rust. Genieten!

Ik rij naar huis. Opeens sta ik weer in het reële leven. Mijn herinnering aan deze middag staat echter weer in mijn geheugen gegrift. Opnieuw heb ik dit alles beleefd; de goede herinneringen na een aantal slechte jaren in mijn leven. Heerlijk!  Ik ruim mijn spullen op en start mijn laptop op. Dit wil ik gewoon even met jullie delen.

Een heel klein kijkje in mijn leven.

Mijn passie. Mijn geluk. Vissen is méér dan vissen alleen. Tincahunters is méér dan vissen op zeelt alleen

Facebook-groep

Bovenstaande blog schreef ik in de zomer van 2017 in de FB-groep Tincahunters.

De reacties daarop logen er niet om… Ik krijg nog steeds een brok in mijn keel als ik die nog eens lees. Veel sportvissers heb ik kunnen raken met dat verhaal, maar andersom was dat net zo. De Facebookgroep is enorm aangeslagen. Ik had enkele vrienden leren kennen via FB die een groep hadden (NB Fishing Team). Ik ben de groep ‘Tincahunters’ zelf begonnen maar al snel zijn deze vrienden erbij gekomen. En later nog een paar, en daarmee runnen we nu als crew ‘Tincahunters’ (zeeltenjagers) op Facebook.

Vriendschappen ontstonden. Meetings werden georganiseerd. Er werd gevraagd om artikelen voor magazines, blogs voor op websites. En het belangrijkste: steeds meer sportvissers gingen zeelten vangen door de hulp aan elkaar in de groep. Naast onze eigen landen krijgen we steeds groter bereik met onze groep. Engeland. Ierland. Duitsland. Polen. Tsjechië. Het is mooi om ervaringen en technieken uit te wisselen met ‘anderstaligen’.

Er kwam zelfs vraag naar kleding. Vorig jaar zijn we in zee gegaan met Original Carp Clothing, een karpervissend stel die kleding liet bedrukken naar eigen ontwerp en gepersonaliseerd met je eigen naam. Deze hebben nu ook de kledinglijn van Tincahunters, met daarop ons logo, opgezet. Echte kleding van onze groep. En op een mooi moment, want we bestaan nu vijf jaar.

Vijf jaar met een prachtige vriendengroep, allemaal in de ban van de Tinca tinca. Ondanks dat deze schitterende vis met zijn sterke gespierde lijf, zijn melancholische blik in die mooie rode ogen, zijn gladde lijf in alle kleurvariaties van bronsgroen tot geelgoud, dus eigenlijk nauwelijks gericht werd bevist, vangen veel sportvissers ze toch heel graag. Het werd tijd dat deze schitterende sportvis de waardering ging krijgen die hij verdiende. Nu na vijf jaar en bijna 4400 leden later is het gericht vissen op zeelt net zo normaal als het vissen op andere algemene vissoorten, en voor iedereen mogelijk.

 

Tincahunter-zijn is een lifestyle geworden voor veel sportvissers. Zodra de watertemperatuur in het voorjaar richting de 10°C begint te stijgen begint het zeeltvirus weer explosief om zich heen te grijpen en worden velen, zoals elk voorjaar weer, besmet met de zeeltkoorts… Of je nu een specimen-tincahunter bent die veel voorbereiding en vele sessies steekt in die ene monsterzeelt; of je nu graag op aantallen vist en liefst tientallen zeelten in een sessie vangt; of je nu een vakantie-visser of een mooi-weer-visser bent; dat maakt allemaal niet uit: het vissen op zeelt verbroedert!

Vang ze!

Gijs Kok – Tinca-hunters

 

Wat te doen bij weinig stroming?

oppo_0

Met nog twee weken te gaan naar de opening van het ‘roofvisseizoen’, kijken er duizenden sportvissers uit naar de laatste zaterdag van mei: de 29ste! Is iedereen er klaar voor en heb je al een plannetje of een afspraak gemaakt voor deze datum? Via de zoekfunctie op Beet.nl kun je heel wat nuttige artikelen en tips & tricks lezen, zeker als je daarnaast de oude jaargangen van Beet hebt bewaard, of specials als de ‘Roofvisseizoen – 200 praktische tips’ van Beet/Rovers, waar onderstaande tip uit gehaald is.

Zijtakken van drukbevaren kanalen kennen ook een continue heen-en-weer gang van het water door de zuiging van scheepvaart.

 

Rivieren en andere stromende wateren zijn populaire plekken voor roofvisliefhebbers. Maar de meeste sportvissers weten: je hebt stroming nodig om roofvis te vangen! Is de waterstand laag en de stroming minimaal, verwacht dan een taaie dag. Wat kun je hieraan doen?

 

Een van de mogelijkheden is om de diepe plekken op te zoeken waar veel vissen zich terugtrekken bij lage waterstanden, die vaak hand in hand gaan met weinig stroming. Een andere mogelijkheid is om te wachten tot de zon ondergaat. Bijna elke vissoort voelt zich kwetsbaar en ‘bekeken’ op ondiep stilstaand water, en durft pas het ondiepe weer op wanneer de zon niet meer schijnt. Roofvis als snoekbaars wacht dan het liefste het donker af om te gaan jagen.

Weinig stroming? Stel je vissessie eens uit tot de avond. Vaak is het moment van de zonsondergang  voor snoekbaars het sein om actief te worden in de zomer.

 

Maar ook overdag kun je iets doen aan slechte omstandigheden met weinig stroming. Als je goed kijkt, zul je merken dat sommige stekken méér stroming hebben dan andere. Bijvoorbeeld op de kop van een krib, of op het einde van een zwaaikom, waar de weinige stroming harder is dan elders. Roofvis heeft daar een feilloos gevoel voor. Ook in het midden van de rivier, in de vaargeul, stroomt het sneller dan aan de kanten. Dát zijn de plekken waar je moet zijn als het niet hard stroomt. Succes en vang ze!

 

Wie heeft hem nog liggen, deze special?

 

Slurpende riviervis in de oppervlakte

Zo rond deze tijd, half mei, bij hogere temperaturen en een aantrekkend insectenleven, breekt de betere periode aan om met de broodkorst op winde te gaan vissen. De rivieren zijn hiervoor de beste wateren. Verwacht geen supersterke vissen, maar wel een heerlijke visuele en spannende visserij op een echte riviervis. Florian Läufer vertelt erover in dit artikel.

Door Florian Läufer

Ken jij een spannendere manier van vissen dan met een drijvend korstje aan de oppervlakte? Ik dus ook niet! Ronduit nostalgisch als ik terugdenk aan de tijd waarin ik als kind met drijvend brood mijn eerste karpers ving op een klein verenigingswater. En die techniek werkt vandaag de dag nog steeds. Niet alleen karpers zijn verzot op een drijvend stukje brood trouwens, grote winde lust er ook wel pap van!

In het warme voorjaar en de zomermaanden zijn de stromende rivieren bevolkt met heel wat windes. Geloof maar dat daar dikke jongens tussen zitten. Iedere stek waar je een onderbreking van het monotone karakter van een rivier vindt is potentieel top. Overhangende bomen, brugpeilers, vertakkingen; allemaal goed voor winde! Het moeilijkst aan deze visserij is het vinden van een goed toegankelijke stek. Echt! De visserij is wat dat betreft kinderspel. Veel gedoe is volstrekt niet nodig. Een goed stel schoenen, hengeltje, molen, wat haakjes en brood… Heel veel brood. Daarmee ga ik op pad. Voor een dagje vissen ga ik met tot wel tien(!) broden op pad. Natuurlijk zoek ik dan wel goedkoop brood uit, winde is heus geen fijnproever die alleen maar crème de la crème speltbrood wil. Goedkoop tostibrood (casino wit) is perfect om mee te voeren.

Hij pakt hem…

Hartkloppingen

Aan het water aangekomen trek ik twee tot drie boterhammen in grote stukken en werp deze in de stroming. Zowel in de stroomnaad als middenin de stroming. Overhangende struiken zijn goed, dus probeer ik de korstjes zo in de rivier te mikken dat ze daar voorbij drijven. Maar ook wanneer er geen overhangende obstakels te vinden zijn is winde een vissoort die zich graag in de buurt van de oevers ophoudt.

Het brood drijft langzaam met de stroming mee en ondertussen houden wij die witte plukjes brood nauwlettend in de gaten. Als een hongerige winde in de buurt is dan duurt het niet lang voor hij omhoog zal komen om die pluimpjes brood tussen zijn dikke lippen te klemmen, niet te missen!
Goed dat klinkt allemaal wel erg eenvoudig. In de praktijk leg je vaak heel wat meters af voordat de eerste vis omhoog komt. Tijdens die zoektocht blijf je boterhammen in stukjes trekken en bijvoeren. Zo ontstaat een haast eindeloos lang voerspoor waar je achteraan blijft lopen. Soms wel kilometers lang. Totdat… “Daar! Een kolk! En nog een!” Een bronsgoud gekleurde kop zuigt broodvlok na broodvlok van het wateroppervlak.
Als je hart nu niet in je keel klopt dan moet je echt eventjes bij je huisarts op bezoek; waarschijnlijk is er iets mis met je. Probeer nu maar eens je hengel op te tuigen: van je eens zo vaste handen is nu niets meer over.

Daarom is het dus slim om je hengel al op voorhand op te tuigen. Als je nu nog een haakje aan je lijn moet gaan knopen is dat op de eerste plaats vanwege de adrenaline haast niet te doen en vaak duurt het ook gewoon te lang. Zodra dat haakje eindelijk bevestigd is zitten die windes al lang weer ergens anders!

Een ‘supervoorn’ aan de haak…

 

Voorbereiding

De eerste voorbereidingen kun je thuis al doen. Je lijn invetten. Een nylon ( of beter nog fluorocarbon) lijn van 22/00 tot 25/00 is ideaal en dik genoeg om contact met obstakels als takken of rotsen te overleven. Omdat je lijn het best drijvend is voor het meest controle over je haakaas én het meest succesvol met aanslaan, vet ik hem in. Dit doe ik door de laatste 30 tot 40 meter lijn met lijnvet ingevette doek te voeren. Het enige wat je dan nog nodig hebt is een scherpe haak. Zelf gebruik ik alles tussen maat 4 en 10. Die haak knoop je simpelweg aan de hoofdlijn en klaar ben je. Simpeler kan toch niet?

Als vuistregel voor de juiste haakmaat kun je stellen dat een muntje van 1 cent net in de haakbocht moet passen. Dat klinkt misschien heel groot, maar vergeet niet dat je voor winde best een stevige portie brood mag voorschotelen. Een vlok ter grootte van een walnoot is helemaal niet vreemd. De vissen die je gaat vangen zijn waarschijnlijk groter dan 50 cm, dus in verhouding is dat zo groot ook weer niet. Als aas om de vis te lokken is dat goedkope brood fantastisch, aan de haak presteert het echter stukken minder. Het blijft slecht zitten. Beter is het om als haakaas te kiezen voor een korststukje van een vers (wit)brood. Dat korstje kun je zelfs nog taaier maken door het brood in een plastic zak te wikkelen en een nachtje in de koelkast te leggen. Als je het aas op deze manier voorbereidt blijft het aan de haak minutenlang goed.
Voor het op de haak plaatsen van een korst kun je het best een langwerpig stukje korst afscheuren, dubbelvouwen en je haak door de ‘vouw’ drukken. Duw de punt van de haak door beide zijden van de korst, dan de haak terugtrekken in het brood zodat je hem bijna niet meer ziet, en klaar ben je!

  Aanwezig op zowel kleine als grote rivieren…

 

Slurpen

Op de plaats delict, waar de eerste stukjes brood van het wateroppervlak gezogen worden blijven we staan. Onze hengels zijn gebruiksklaar en de haken beaasd. Nu proberen we onze haakkorstjes in het spoor van die windes aan te bieden. Echt werpen kunnen we niet, daar zijn de korstjes te licht voor. Maar als we ze enkele seconden in het water laten dopen zijn ze al stukken zwaarder en zo kunnen we de vissen toch een meter of 10 tegemoet komen met een worpje.

Rondom onze haakaasjes strooien we nog wat losse stukjes brood om de vissen aan de praat te houden. Het is zaak om de korstjes waar onze haken in verstopt zitten goed in de gaten te houden. Heel belangrijk is het om te zorgen dat het haakaas mooi met de stroming meedrijft. Daarom trek ik met mijn vrije hand geregeld lijn van de molen zodat mijn aas keurig met de rest meedrijft en er zodoende geen argwaan onder water ontstaat. Als het aas eindelijk bij de windes is gearriveerd dan wordt hij waarschijnlijk snel te grazen genomen. Maar reageer niet te snel! Vaak slaat men al aan als er een kolkje zichtbaar is en het korstje net onder water is verdwenen. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien ook wel het juiste moment, maar is het soms niet. Het lijkt echt op een goede aanbeet, maar als je dan aanslaat trek je het aas op het laatste moment voor de neus van een winde weg! Windes kunnen soms best treuzelkonten zijn. Daarom is het beter om nog heel even te wachten. Je wacht tot je lijn in beweging komt. Pas dan weet je zeker dat de vis het aas in zijn muil heeft. Als een winde het aas in zijn bek heeft gepakt spuugt hij het zelden weer uit.

Windes hebben er een handje van om centimeters voor het aas plots om te draaien, soms lijkt het dan of je beet hebt… Maar in feite is er niets aan de hand, voor niks hartkloppingen! Gewoon wachten tot de lijn in beweging komt dus.

Sommige windes heb ik gevangen nadat ik 10, 15 of zelfs 20 seconden wachtte nadat ik dacht een aanbeet gezien te hebben. De lijn kan op grote afstand ook een prima beetindicator zijn, maar daar kleeft wel een nadeel aan. Soms is het lastig zien of een winde jouw broodvlokje, of een gevoerd exemplaar te pakken heeft genomen.

Zijn ze niet prachtig?

 

Dobberen

Zo simpel als het soms lijkt, zo snel kunnen die grote windes ook weer vertrokken zijn. Windes zijn schuw en makkelijk te verstoren. Als je bijvoorbeeld te vroeg aanslaat kan het zomaar zijn dat een hele groep azende windes in een oogwenk vertrekt. Dan is je kans meestal verkeken, maar soms krijg je toch nog een tweede kans. Na een vis gevangen te hebben is het meestal definitief over op een stek. Dan kun je beter een stuk stroomafwaarts verkassen om de windes daar weer op te vangen. Na een paar uur rust kun je wel weer terugkeren naar die goede stek, dan zijn ze er weer klaar voor.

Voor de visserij op afstand maak ik graag gebruik van dobbers. Doorzichtige dobbers die ik direct tegen het dobberlichaam uitlood. Een onderlijn van een meter lengte zorgt ervoor dat de vissen de dobber vaak niet eens opmerken. Aanslaan doe je vanzelfsprekend als de dobber onder duikt. Vaak is dat een paar tellen nadat de winde de korst naar binnen heeft geslurpt. De lange onderlijn geeft speelruimte en pas als hij die heeft strak gezwommen gaat de dobber onder, je slaat zelden mis.
Natuurlijk gebeurt het ook weleens dat er niets gebeurt. Je krijgt geen aanbeet, maar de dobber is inmiddels al zo’n 30 meter van je afgedreven. Dan moet je de montage dat hele eind dus weer binnendraaien. Luid stuiterend over het wateroppervlak ketst je dobber terug richting de oever; windes hebben er een hekel aan! In dat geval zou het beter zijn om zonder dobber te vissen. Aan de andere kant krijg je aanbeten op grote afstand zonder dobber soms te laat door, met als gevolg een zeer diep gehaakte vis. Dan kies ik er liever voor om een winde minder te vangen, maar hem wel zonder schade weer terug te kunnen zetten.

 

Verslavend

Deze visserij is ronduit verslavend. En het mooie is dat goede stekken jaar in jaar uit steeds weer goed blijken te zijn. Windes houden zichzelf doorgaans steeds rondom dezelfde plaatsen op. Op mijn thuiswater bijvoorbeeld kan ik voor de vissessie vaak al voorspellen ter hoogte van welk bosje de eerste aanbeet komt. Het mooie aan deze visserij is dat wanneer de hengeldruk toeneemt de visserij inderdaad moeilijker wordt. Windes zijn er gevoelig voor, maar hun geheugen is niet al te best… De volgende dag zijn ze die hengeldruk vaak alweer vergeten en dan maak je dus gewoon weer een goede kans! Geloof je het niet? Probeer het maar eens!

Natuurlijk hoef je niet per se de hele rivieroever af te lopen, dat kan ook drijvend vanuit een bootje! In plaats van wandelen kun je nu driften. Zodra je de vis gevonden hebt kun je de boot op een klein afstandje ervandaan ankeren. Super effectief!

Een schepnet is wel een must, want ze zijn moeilijk vast te houden bij het onthaken.

 

Blog: voorjaar tussen de dikke Vlaamse beren

Eind augustus 2020 besloot ik mijn eigen boot ‘Rowty’ te verkopen wegens tijdsgebrek. De nieuwe eigenaar, Maxim Robbe vond het een leuk idee als ik hem het zeevissen en stekkenkennis wat kon bijbrengen. Zo gezegd, zo gedaan en zodoende zoeken we vaker samen het zilte water op, op de inmiddels omgedoopte ‘Di Luca’.

De ‘eerste primeurs’ onder de Vlaamse kust…

 

Door Ronny Oosterlynck

 

Wegens drukte kon ik me al een tijdje niet vrijmaken, maar begin maart dit jaar 2021 zei ik dat ik weer meewilde. De voorjaarsvisserij op de ‘primeur’ gullen voor de Vlaamse kust stond immers weer op aanvangen.

Op 2 maart was het zover en konden we voor de eerste maal wat stekken gaan bezoeken. Ik kende er een paar op slechts 1 mijl uit de kust. Zó dichtbij, vroeg Maxim? Jazeker; veel boten lopen letterlijk ‘over de vis heen’ naar de diepe stekken, maar wat ondieper zijn de kansen soms beter. Die dag konden we scharren, wijting, en toch ook 1 zeebaars en 2 gullen landen. Tevreden.

 

Ons voorjaar ging niet slecht van start…

 

Dan kwam de dag dat we een stekelrog vingen. Deze rog ving ik op combinatieaas; een leegloper, een geelstaart, en weer een leegloper op de haaklijn; dan een volledige steekzager ertegen opgebonden met bindelastiek, op haakje nr 1 Gamakatsu F314. De wapperlijn wapperde blijkbaar precies goed, want de rog pakte het aas en de dril duurde ongeveer een kwartier in volle vloedstroom!

De eerste stekelrog…

Gevangen op ‘combinatieaas’.

 

Je zou misschien denken dat de dikke baarzen op de foto’s van de wrakken komen, maar die zitten in de periode maart/april/mei niet op de wrakken. Ze zakken af naar de ondiepere, warmere zandbanken kort onder de kust om er te paaien….

Mijn standaard onderlijnen op de boot voor gul en zeebaars zijn vrijwel identiek; een rvs stalen afhouder (niet draaiend!) net boven het lood, met daarboven op 1 meter hoogte een wapperlijntje.

Haakdraad en haakmaat varieer ik in functie van de stroomsterkte of de te verwachten vissoorten. Soms gebruik ik ook een éénhaaks wapperlijn (zoals beschreven in Zeehengelsport nummer 373: ‘Zeeuws haaiendagboek’) maar dan om downtide te vissen!

Ze zijn er weer, die eerste beren… deze woog 6,8 kilo.

 

Voor de gul gebruik ik een haak nr 1 Gamakatsu  F314, met daarop een grote vers (!)  gestoken Franse tap. Voor de zeebaars gebruik ik haak nr  2 of 4  Gamakatsu  F314, met  daarop kleine geelstaartjes of stukjes ervan.

Ik blijf tot eind juli/half augustus overtuigd dat kleine stukjes geelstaart (maximaal 4 cm) het meest efficiënt zijn voor zeebaars bij bodemvisserij. Ze azen dan zeer voorzichtig en behoedzaam. Vanaf half augustus worden ze gulziger en vreten zich vol als voorbereiding voor hun wintertrek. Dan is groot aas weer beter. Bij groot aas gebruik je grotere haken; grote Franse tappen al dan niet gecombineerd met mesheften of zagers of zachte krab.

Ook al een zeer mooie zeebaars…

 

De grote baarzen op de laatste foto’s zijn allemaal van de afgelopen week. Dit is natuurlijk een verslavend mooie visserij. Maar er kriebelt nog meer! De haaitjes in Zeeland zijn immers ook los… Binnenkort ga ik natuurlijk proberen om weer een haaitje te strikken in Zeeland. De vakanties zijn ook weer gepland voor juni en september bij Adrie & Saskia van Hengelsport Zuiderduin. Daarnaast ga ik ook proberen om een pijlstaartrog te vangen op de Oosterschelde. Ik heb al wat meer info verkregen via Martijn Dekkers (dank!).

Wat dan nog de doelstellingen zijn dit jaar? Dat we nog vele mooie momenten mogen beleven aan de waterkant, voor alle sportvissers en iedereen, in een corona proof  omgeving. Zelf heb ik al twee prikken gehad gelukkig, dus ik voel me al wat veiliger. Keep it safe & clean everybody. Tight lines, good luck en tot aan de waterkant !

 

Een mooi voorjaar gewenst vanaf de Di Luca!

 

 

Voorjaar is tijd voor de gepen

Geep bevis je in de lente met een dobber aan het wateroppervlak. Wat de vis tekort komt aan kracht, maakt hij aan licht materiaal goed met spectaculaire aanbeten en wilde sprongen tijdens de dril. Lees in dit artikel hoe je het meeste plezier haalt uit het vissen op die prachtige zilveren pijlen!

Algenbloei

Het is een zonnige ochtend begin mei. Er staat weinig wind en het is licht bewolkt. Het is opkomend water en er lopen al wat mooie stroomnaden. Met hun kenmerkende gekir jagen visdiefjes en sterns op het nieuwe visbroed, dat door de vele rovers naar het wateroppervlak gedreven wordt. Wat mij betreft een van de mooiste Hollandse lentegeluiden aan zee!

De algenbloei, die ieder voorjaar een groene ondoorzichtige soep van de zee maakt, is gelukkig achter de rug. Dus het water is weer helder. Het zijn de perfecte omstandigheden voor het bevissen van de zichtjager geep.

Zoek ze op helder water…

 

Het is elk jaar weer afwachten wanneer de geep precies aan onze kust arriveert. Geslachtsrijpe gepen komen tussen pakweg april en juni naar de Europese kust om te paaien en zoeken daarvoor obstakels met begroeiing om hun eieren af te zetten. Watertemperatuur en zoutgehalte zijn hierbij belangrijk, waardoor de paaitijd per gebied kan verschillen. Na de paai verspreiden ze zich weer.
De eerste Nederlandse vangstmeldingen komen meestal uit Zeeland. De dijk van Westkapelle is van oudsher één van de topstekken, waar ook veel Belgen de geep komen belagen. En als ‘ze’ er zijn, dan is het er druk. Je kunt echter ook prima langs de rest van de Nederlandse kust terecht. Zoek de plekken in de rest van Zeeland, maar ook in het Europoortgebied, de pieren van Scheveningen en IJmuiden, maar ook bij de kleinere strekdammen langs onze kust. Zoek naar plekken waar stromingen staan en waar steenstort met begroeiing is te vinden. Vanaf een zanderig strand maak je alleen kans als je écht weet dat ze er zijn, dus als je ze aan het oppervlak kunt zien.

Geep heeft de aparte eigenschap sprongen te maken over stokjes of andere zaken die in het water drijven. Ook speelt hun paaigedrag zich soms luid spetterend aan het oppervlak af en dicht bij de kant. Kortom, houd het water(oppervlak) én de vogels in de gaten!

De eerste golf aan gepen kent vaak grote exemplaren… 

 

VISSEN VOOR DE FUN

Hoe lichter het materiaal, des te meer plezier aan het vangen van geep. Het zijn dan ook vooral de omstandigheden die bepalen hoe zwaar er moet worden gevist. Veel wind of zeer verre worpen vragen om een zwaardere dobber en dus een dikkere lijn en zwaardere hengel. Bij veel obstakels langs de kant is een langere hengel fijn om de lijn makkelijker uit de stenen of het wier te houden. Kortom, lichte karper-, feeders en matchhengels zijn de types om uit te kiezen.

Kies een molentje uit de 3000 tot 5000 categorie. Onder perfecte omstandigheden kun je ook met een spinhengel van pakweg drie meter lang en een werpgewicht tot 20 gram je slag slaan. Een hoofdlijn van 25/00 nylon is meer dan voldoende.

Een gevlochten hoofdlijn is minder aan te bevelen. Het is bijvoorbeeld zeker niet nodig op elk tikje te reageren. Sterker nog, de kans is groot dat je het aas uit de bek trekt. Ook is een knoop in een gevlochten lijn een stuk lastiger te ontwarren dan bij nylon en schuivende dobbers glijden maar stroef langs dit type lijn.

Ook wadend op ondiep water…

 

WANTROUWEND

De hoofdzaak van de geepvisserij zit hem in de dobber, onderlijn, haakje en aas. Hoewel geep een indrukwekkend aantal tandjes aan de harde snavel heeft zitten is staaldraad helemaal niet nodig. De onderlijn moet zelfs zo dun en onzichtbaar mogelijk zijn; mijn keuze gaat uit naar 20/00 fluorocarbon.
Kies de onderlijnlengte zo lang, dat de montage nog prettig te werpen is. Bij een hengel van drie meter is een twee meter lange onderlijn een mooie lengte. Veel langer dan drie meter is niet nodig.
Een langstelig haakje 6 (bijvoorbeeld Gamakatsu F31 of LS-5013F en dan met een tangetje zelf een offset-knikje gegeven) heeft mijn voorkeur, omdat het grotendeels fladderende aasje goed aan het haakje te zetten is. Verzwaar de onderlijn liever niet met loodjes. Geep kan heel wantrouwig zijn en één zo’n knijploodje kan al teveel weerstand geven.

Ook met kunstaas…

 

MET EEN BEESTJE

De aaskeuze om geep te interesseren is vrijwel oneindig. Al het kleins dat door het wateroppervlak flappert en wappert, kan een geep doen aanvallen. Met zijn snavel zal hij het ‘beestje’ inspecteren. Maar om hem ook werkelijk te laten eten, dát luistert allemaal iets nauwer.
In het algemeen zijn zagers en reepjes vis van zalm, makreel, geep en forel (tot 1 cm breed, maximaal 10 cm lang en een paar mm dik) favoriet. Je kunt het ‘kopje’ van het aas ‘fixeren’ door het een stukje over het haakknoopje te trekken. Helemaal zeker ben je als het dan nog vastzet met wat bindelastiek.

Bij veel voedselnijd zal de geep agressiever azen en zijn ze ook prima te vangen aan kunstaas, zoals kleine shads, twisters of Silkkrogen, het Deense zijdedraad zonder haak. Is het niet duidelijk of en hoeveel geep er op de stek zit, begin dan met natuurlijk aas.

 

BEETINDICATIE

De dobber is bij deze visserij eigenlijk vooral een drijvend werpgewicht. Het meest belangrijke is het aas op de gewenste afstand en diepte aan te kunnen bieden; als beetindicator voegt hij ook maar weinig toe.
Als een geep met het aas in de weer is, dan zijn er vaak al eerder kolken rond de dobber te zien dan dat de dobber heeft bewogen. Ik heb het één keer gezien: met de dobber op een paar meter uit de kant was in het heldere water heel goed te zien hoe een geep minutenlang het aasje even pakte en weer losliet. Aan de dobber erboven was niets te zien…

Leuk vissen met de sbirulino.

 

 VASTE DOBBERMONTAGE

Er is een keuze te maken in het soort dobber: een vaste of schuivende montage. Beide hebben zo hun voor- en nadelen. Voor de vaste montage kies je een Franse geepdobber, een gestroomlijnde buldo of zelfs zo’n bolle zeebaarsdobber met het gewicht onderin. Aan de wartel aan het eind van de hoofdlijn (of voorslag als je zwaarder moet vissen) haak je de dobber en ook de haaklijn. Om te zorgen dat de lijn makkelijker langs de wartel of het metaal van de dobber glijdt kun je met stukjes krimpkous deze delen gladder maken.

Werp ‘upstream’ in en rem de montage af net voordat deze het water raakt. De onderlijn zal zich strekken zonder in de war te raken. De dobber landt keurig op het water in plaats van dat hij zich nog een paar meter het water in boort. Je kunt de montage op de stroming mee laten driften en wachten op wat er komen gaat. Draai af en toe een paar slagen met de molen om contact met de dobber te houden en de bocht in de lijn niet al te groot te laten worden. Eventuele belangstelling van geep verraadt zich door kolkjes rond de dobber of een rare beweging van de dobber. Als de geep het aas echt wil hebben, zal hij zichzelf haken op de weerstand van de dobber.

 

GEVOELSDINGETJE

Bij de schuivende montage zal de geep geen weerstand voelen. Nu komt er eerst een drijvende of een ‘slow sinking’ bombetta op de hoofdlijn of voorslag, gevolgd door een kraaltje en een warteltje. Dit belangrijke kraaltje schuift over de knoop met de wartel en beschermt zodoende de knoop tegen het constante getik van de bombetta. Altijd zonde om na een inworp met een zielig wapperend lijntje te staan. De haaklijn is weer volgens het al eerder beschreven recept.

Werp op dezelfde manier in en draai nu heel langzaam de lijn binnen. Zo langzaam, dat er nog steeds een bocht staat tussen de hengel en het water. Het aas zal achter de drijvende bombetta vlak onder het wateroppervlak bewegen. Gebruik je een langzaam zinkende bombetta, dan zal het haakaas ietsje dieper worden aangeboden.
Aanbeten ga je nu zien (en voelen!) doordat de bocht in je lijn plots verdwijnt. Ook kan de bombetta ineens een rare draai tegen de stroom in maken. Pak de lijn tussen de vingers en open de beugel. Geef lijn en wacht nog even met slaan. Het haakje moet namelijk eerst nog even van de harde snavel een stukje verder, naar het zachtere deel van de bek. Er is geen vaste formule ‘hoe lang te wachten met aanslaan’, dat is een gevoelsdingetje.

Hoe dichterbij de zomer komt, des te minder geep je zult vangen. En ook het formaat zal kleiner zijn. Maar de kans is groot dat de makreel en fint (Europoort en IJmuiden) zich dan inmiddels onder de kust hebben gemeld. En die kun je met de zelfde spullen ook prima belagen. Kortom, ga ook (weer) eens light met een dobber naar zee en beleef maximaal plezier aan die zilveren pijlen!

Als het vandaag (9 mei 2021) warm wordt, kun je de eerste gepen wellicht al vangen!

 

 

 

Vissen met de frontbar

Er is geen vissoort waar in Nederland meer viswedstrijden mee gewonnen worden dan de brasem. Ook is het een vaststaand gegeven dat die brasems heel vaak het best te vangen zijn wanneer aan hen een stil op de bodem liggend haakaas wordt voorgeschoteld.

Veel merken hebben goede frontbars voor hun viskisten…

 

Als hengelsteun

Al zo lang ik vis zie ik vissers die de hengel tijdens het vissen in hun hengelsteun plaatsen. Die steunen zitten vaak vast aan de viskist of het visstation en op die manier is het aas op zich prima stil aan te bieden. Maar er is nog een betere optie: de frontbar. Wat mij betreft biedt de moderne frontbar nog betere mogelijkheden.

De frontbar wordt bevestigd aan de voorpoten van het visstation waardoor er niet alleen een betere ‘steun’ is voor het hengeldeel, maar ook gebeurt alles nu recht voor je – vanuit jouw exacte positie. Via een vast merkteken aan de overzijde van het viswater kun je haarzuiver je precieze visplek bepalen en er 100% zeker van zijn dat je daar ook precies voert en vist.

 

Veel uitvoeringen!

 

Verschillende soorten

Er zijn verschillende uitvoeringen van frontbars en ze hebben allemaal hun eigen specifieke doel. Een gladde zijde werkt het best wanneer je vist op stromende wateren waarbij je het aas aan de haak vertraagd over de stek wilt begeleiden. Een ribbelsteun werkt juist weer goed wanneer je het aas exact op een bepaalde plek wilt aanbieden. Geen overbodige luxe in ons landje met vrijwel altijd relatief veel wind.

 

Glad of geribbeld?

 

Het achtereind van de hengel bevindt zich tijdens het vissen altijd op dezelfde plek. Vrijwel alle moderne viskoffers zijn uitgevoerd met een ‘flap’ aan de voorzijde van het zitvlak waaronder dat achtereind van de hengel wordt geplaatst. Zo vis je comfortabel en absoluut maximaal doeltreffend bij een brasemvisserij!

 

  Je hóeft hem niet te gebruiken, maar als je hem nodig hebt, is hij beschikbaar!