Het is dat ik deze tekst zelf aan het schrijven ben, de kop is haast niet serieus te nemen, zeker niet als je weet dat ik dit op 1 april op papier zet. Toch klopt de kop prima, vissen zonder haak is wel degelijk mogelijk…met de Deense silkekrogen.
Door Martijn Dekkers
Wanneer ik zeg: “peuren op paling” denkt bijna iedereen, vooral de oudere generatie onder ons, ach ja, dat ken ik wel. De peur die men gebruikt bij het peuren op paling bestaat uit niet meer dan een stuk lood met daaronder een trosje regenwormen. Die regenwormen zijn geregen op peurgaren. Wanneer een paling aanbijt blijft deze met zijn tandjes hangen in het garen en kan hij voorzichtig naar boven gehaald worden.
Verstrikt in het garen.
Maar paling is niet de enige vis die met een garen te foppen is, gepen zijn ook prima te misleiden met garen. Silkekrogen is een speciaal voor de geepvisserij ontwikkeld kunstaas. Silkekrogen, vrij vertaald ‘zijdehaak’ vindt zijn oorsprong in Denemarken, daar is deze visserij ook niet meer weg te denken!
Wantrouwen
Het is al een jaar of 15 geleden dat ik in contact kwam met een Deense visser die in ons land op vakantie was en hier graag op geep wilde vissen, en of ik niet wat stekken voor hem wist. We maakten een afspraak om een ochtendje samen te gaan vissen aan de Oosterschelde. Zijn tacklebox puilde uit van de silkekrogen, mijn aandacht was getrokken.
We vingen goed geep, totdat de stroming wegviel.
We vingen aardig wat gepen en makrelen door te vissen met de bombetta en een reepje geep op de haak. Op het moment dat de stroming wat minder werd en de aanbeten voornamelijk flauw en aftastend waren, knipte hij de haak van de lijn en verving deze door een warteltje. In de wartel hing hij een silkekrogen. Het zijden draadje wapperde in de wind en iets aantrekkelijks zag ik er echt niet in. Op het moment dat hij het geheel voor het kantje door het water trok veranderde dit wantrouwen want de silkekrogen bootste op een prima manier een visje na.
Het garen bootst in het water uitstekend een visje na.
Silkekrogen is het beste in te zetten wanneer de stroming wat wegvalt. Tijdens de periodes dat ze wat minder fel aanbijten laat geep regulier aas snel los, maar met silkekrogen kan dat niet meer….
In verschillende kleuren verkrijgbaar. Bombetta’s in diverse gewichten voor diverse omstandigheden.
Verstrikt
Over de hoofdlijn schuif je een zinkende bombetta, daarna een kraaltje om de knoop te beschermen en vervolgens een swivel. Een 20/00 onderlijn van 1,5 meter volstaat prima. Een klein warteltje aan het einde en de montage is klaar, super simpel. De silkekrogen, wat niet meer is dan een bundeltje garen wat in een lus geknoopt is, hang je in het warteltje.
Het vissen met de silkekrogen is vrij eenvoudig. Na het inwerpen draai je de bocht uit de lijn en vis je langzaam binnen. Wanneer een geep nu aanbijt, al is het maar heel flauw, raken zijn tandjes verstrikt in het garen. Ontsnappen is haast niet meer mogelijk. Maak niet de fout om te snel te draaien. De geep moet de kans krijgen om het aas goed in de bek te nemen zodat er zo veel mogelijk tandjes verstrikt raken, hoe meer hoe beter natuurlijk.
Slepen met een dobber kan ook heel goed, maar dan vis je echt de bovenste waterlaag af. Een klein hagelloodje is dan wel een vereiste om het garen wat verder onder het oppervlak te krijgen. Het garen blijft zonder verzwaring namelijk gewoon drijven. Een wat grotere wartel brengt het geheel ook wat dieper.
Ook op de boot bruikbaar.
Tegenwoordig is het niet moeilijk om aan silkekrogen te komen. Je kan ze in meerdere webshops bestellen en in sommige hengelsportzaken hangen ze gewoon in het rek.
Met een worm op karper in het vroege voorjaar één van de beste methodes voor het vangen van karper. In het vroege voorjaar bevat het water nog weinig natuurlijk voedsel, maar de eetlust van karpers neemt met de dag toe. Een niet te verzadigende maar wel attractieve voertechniek is de wormenmix; voor vroege voorjaarskarpers misschien wel de beste methode.
Mestpieren en dendrobena’s zijn mijn favoriete aassoorten voor het vissen op karpertjes, voornamelijk wanneer de watertemperatuur nog beneden de 10 graden is. De vis wordt echter in het voorjaar door lengende dagen, het vooruitzicht op warmer weer en de paai actiever.
Toch staat de stofwisseling nog op een laag pitje; een lichte hap gaat er wel in, maar boilies en pellets zijn te voedselrijk en gebruik ik nu nog niet. Niet alleen karper is dol op wormen, maar ook alle witvis, paling en baars. Het is dus een relatief gevoelig aas wat betreft bijvangsten. De ene visser vindt dit leuk, de andere helemaal niet. Het is in ieder geval wel iets om in het achterhoofd te houden.
De worm wil ik zo natuurlijk mogelijk presenteren; niet in stukjes of als bundel op de haak, maar langgerekt op de bodem. Mijn voorkeur gaat uit naar een presentatie op een hair, net zoals je een boilie onder de haak vist. Hiertoe prik ik de aasnaald eenmaal door het midden van het lichaam en zeker de boel met een boiliestopper.
De worm natuurlijk gepresenteerd aan een hair.
Bij deze manier van aasbevestiging is rustig werpen extra van belang, omdat je bij krachtige worpen de worm er gemakkelijk afwerpt. Bij een hair rig montage is de haakpunt altijd vrij; wellicht is dat één van de redenen waarom ik met deze aasbevestiging nauwelijks aanbeten mis. Als haak gebruik ik overigens een maat 10 model klauwhaak die ook vaak voor pellets en boilies wordt gebruikt.
LOKSTOFFEN
Bij het vissen met de worm op karper gebruik ik bij voorkeur geen lokvoer. Met behulp van in stukjes geknipte wormen lok ik vis naar mijn stek. Ik koop bij een wormenkweker grote hoeveelheden wormen, dat gaat vaak per halve tot hele kilo en ze worden in een zak geleverd. Deze wormen kun je zowel voor voer als haakaas gebruiken.
De eerste stap is het schoonmaken van de wormen: daartoe leg ik ze op een zeef en verwijder de aarde met behulp van water. De schone wormen plaats ik in een pole cup. Je kunt hiermee eenvoudig de hoeveelheid afmeten en tevens is deze erg geschikt om de wormen in stukjes te knippen.
Handige wormenschaar.
Voor het knippen is een zogenaamde wormenschaar erg handig, dit zijn in feite drie scharen in één, waardoor je sneller en ook gemakkelijker ongeveer even grote stukjes wormen krijgt.
AARDE
De wormenmoes is klaar, maar hoe krijg je dit op de stek? Ik wil een drager hebben, die de boel bindt, maar op de bodem snel uit elkaar valt. Lokvoer is niet gewenst, omdat dit voedzaam is en kleine vis aantrekt. Hengelaarde die veelvuldig door vaste hengel vissers wordt gebruikt is de beste optie. Leem beschikt bijvoorbeeld over een goede binding en valt op de bodem snel uit elkaar. Het heeft ook geen voedingswaarde en zal de vissen niet verzadigen, een aspect wat bij koude voorjaarstemperaturen erg belangrijk is.
Ik voeg de wormenmoes toe aan de leem en kneed hier ballen van. Vaak hoef je maar heel weinig water bij de mix te voegen om er stevige ballen van te kunnen maken. Je kunt deze cuppen, met de hand werpen of met een katapult schieten. Je zou de mix ook prima in een voerkorf kunnen stoppen.
Smaakbom van wormenmoes, karpers zijn er dol op.
De stoffen die uit de geknipte wormen vrijkomen hebben van zichzelf al een enorm lokkende werking. Deze wormsappen zijn als concentraat via verschillende firma’s in houdbare flacons te verkrijgen. Een beetje toevoegen maakt de mix helemaal tot een smaakbom.
De wormentactiek gebruik ik op een natuurlijk water met een goed bestand aan kleine karpers; ik bevis deze met feedertechnieken of met de matchhengel. De mogelijkheden zijn echter veel groter dan deze twee technieken, want ook de vaste hengel leent zich voor een wormenaanpak. Ik kan me heel goed voorstellen dat op veel commercials dit in het vroege voorjaar veel beter werkt dan de standaard aanpak met pellets en kleine boilies.
Auteur André Pawlitzki met een ‘wormen liefhebber’.
Het visseizoen op visvijvers en commercials is weer begonnen. Een goede reden om weer wat technieken onder de loep te nemen. Zoals het vissen met de method feeder en met de vaste stok. Soms wordt er wat minachtend over visvijvers gesproken, alsof vangen een makkie is en er geen kunst bij komt kijken. Nou… ga maar eens een wedstrijdje vissen op zo’n water en je zult zien dat het zo makkelijk allemaal nog niet is!
Expert op visvijvers
We gaan op pad met Koen Vandermolen van Arca, hij is wat dat betreft door de wol geverfd en mag je rustig een expert op het gebied van deze visserij noemen. Des te mooier dat we een dag over zijn schouders mee kunnen kijken, van wie kun je deze visserij nu beter leren? De vijver waar we vandaag vissen heeft een gemengde bezetting van brasem en karper. Karper heeft er wel de overhand en het gemiddeld formaat is er niet al te groot. Wat Koen betreft ideaal water voor de visserij met de vaste hengel.
Als Koen zijn favoriete hengel uit zijn foudraal heeft gehaald, de Arca Inferno Carpodrome, steekt hij van wal. “Natuurlijk zou je er nu voor kunnen kiezen om direct te beginnen met het aanvoeren van je stek, maar beter is het om je stek goed uit te peilen zodat je exact weet wat er zich voor je neus begeeft.”
Stap 1: de stek peilen
En daarom hangt er onder zijn 0,4 grams dobbertje een peillood waarmee hij de bodem aftast naar oneffenheden. Kuiltjes, bultjes of juist kleine geulen kunnen tijdens een wedstrijd het verschil betekenen tussen een podiumplaats of geen trede op her ereschavot. En denk vooral niet dat als je een stek in het verleden hebt uitgepeild dat hij er weken later wel hetzelfde bij zal liggen.
Stap 1 is het secuur peilen van de stek!
Karpers zijn meesters in wroeten en kunnen met hun gewroet zomaar nieuwe kuilen en bulten maken. Stel je voor dat je een stek zonder uit te peilen gaat bevissen en je, zonder dat je het weet, op de rand van een ondieper bultje, met daarnaast een klein kuiltje vist. De kans is groot dat alle voedselitems die je in het water dropt van het bultje afrollen en in het kuiltje belanden. Drie keer raden waar de vis zich dan waarschijnlijk gaat concentreren… Neem daarom tijd voor goed peilen!
Stap 2: voorzichtig voeren
Na het peilen blijkt de bodem hier vrij vlak te zijn. “Dan is het nu wel tijd om wat voer te brengen!”, zegt Koen, terwijl hij ondertussen een cup op zijn top schroeft. Vismeel scoort vaak goed op commercial vijvers en dus kiest Koen voor Eurofish Method green, een stevig klevend, groengekleurd vismeelvoer. In totaal cupt hij om te beginnen twee balletjes voer. “Eerst maar eens zien in welke stemming de vis vandaag is” legt Koen uit. “Meer voeren kan altijd nog, mochten ze erg gretig zijn vandaag.”
Omdat het water nog koud is begint Koen behouden: 2 kleine balletjes cupt hij op de stek.
Stap 3: starten met een staande haak
Als de twee balletjes op de stek zijn belandt is het tijd voor de eerste inzet. Onder het lichte Arca XS dobbertje heeft Koen een bulklood geplaatst, ongeveer 70 cm boven de haak, dan op 5 cm boven de haak een klein verklikloodje. “In eerste instantie ga ik altijd met een staande haak van start, net zoals met het voer kun je altijd nog bijsturen mocht dat nodig blijken.”
Links onderlijnen met elastiekjes voor een pellet als haakaas, rechts onderlijnen voor een visserij met maden.
Koen prikt drie grote witte maden aan de haak en laat ze op de stek, op 9,5 m in het water zakken. De gele bovenantenne van de dobber steekt goed af tegen het troebele water. Maar niet voor lang! Al snel komt de antenne tot leven. Rustig zwenkt hij heen en weer en zakt dan onder! Even rustig tilt Koen zijn hengel op en dan verlaat het elastiek rustig zijn top. De gehaakte vis lijkt niets door te hebben en komt gewillig naar het wateroppervlak. Het is een mooie brasem. Voor Koen het sein om nog een cupje voer te brengen. Zo snel al actie kan weleens betekenen dat dit een mooie dag gaat worden.
Stap 4: natuurlijk aas in het voorjaar
Omdat het voorjaar nog maar pril is kiest Koen nu in eerste instantie voor een aanpak met natuurlijk aas: maden. “In het vroege voorjaar reageert vis over het algemeen beter op natuurlijk aas op visvijvers, maar na deze inzet ga ik toch eens wat experimenteren met pellets. Wie weet zijn ze al wat gretiger dan ik vermoed?” De eerstvolgende inzet met maden levert Koen direct een mooi kruiskarpertje op.
Maden hebben zo vroeg in het jaar vaak een streepje voor op andere haakaassoorten.
Dan is het tijd een klein experiment; hij vervangt de onderlijn met enkele haak door een onderlijn met een baitbandje en klemt er een kleine pellet in. Binnen vijf minuten weet Koen eigenlijk al genoeg, maar zet toch nog even door. Na tien minuten komt dan toch nog een aanbeet, wederom een klein kruiskarpertje! Maar voor Koen is het duidelijk; maden hebben op dit moment echt een streepje voor. Dat wordt des te duidelijker wanneer er na het terugschakelen naar maden in no time drie karpers gehaakt en geland worden.
Een mooiere vis trekt het elastiek uit de top.
Stap 5: dikke vis van de kantstek
“Nu loopt die stek op 9,5 meter dus best goed, maar tijdens een wedstrijd houd ik ook altijd nog een stekje in de kant bij. Daar voer ik dan om de vijf tot tien minuten een handje voer, echt strak in de eigen kant. Vaak kun je daar, als het einde van de wedstrijd in zicht komt, de dikkere vissen vangen en soms zelfs de wedstrijd mee beslissen!”, vertelt Koen opgewekt. Na nog een vis besluit Koen over te stappen op een andere techniek.
De missie om vis te vangen met de vaste hengel is geslaagd. Tijd om over te stappen naar een andere techniek!
Stap 6: met de methodfeeder
Te beoordelen aan de spullen die Koen uit zijn bus tevoorschijn haalt gaat hij met de feederhengel aan de slag. “Sinds een paar jaar ben ik ook verslingerd geraakt aan het feedervissen en dan met name het methodfeederen. Ook een enorm effectieve manier van vissen op vijvers als deze!” Aan het vissen met methodfeeders kleeft wel een klein nadeel vindt Koen. “Als ik zou moeten kiezen voor een techniek dan koos ik blind voor de vaste hengel, daar kun je veel meer aan tweaken en aanpassen, dat vergt in mijn ogen iets meer verfijning. Met een method kun je natuurlijk van onderlijnlengte wisselen, of van haakaas. Maar daar houdt het dan ook wel ongeveer op. Het mooie van de method is dat je stekken die buiten bereik van de vaste hengel liggen toch nauwkeurig kunt bevissen.”
Met de method kun je stekken bevissen die buiten het bereik van de vaste hengel vallen.
Stap 7: regelmaat en precisie
In dit geval heeft Koen gekozen om strak tegen de pomp in het midden van de vijver te gaan vissen. Hetzelfde voertje als vanmorgen, maar dan iets steviger bevochtigd doet dienst als grondvoer en omdat de vissen goed reageerden op maden, vist hij daarmee als haakaas. Een schot in de roos! Koen hoeft nooit langer dan 5 minuten op een aanbeet te wachten en geniet met volle teugen. De ene na de andere kruis- en normale karper vergissen zich in de drie maden naast het hoopje vismeelvoer. “Het belangrijkst met methodfeederen is regelmaat en precisie. In eerste instantie is het even aanvoelen hoe lang het zou moeten duren voor je een aanbeet krijgt, maar dan breng ik met regelmaat een nieuw beetje voer. Op die manier houd je de boel een beetje aan de praat onder water. En zoals je ziet werkt dat op visvijvers prima!” sluit Koen lachend af.
Het belangrijkst met methodfeederen is regelmaat en precisie.Koen viste op de visvijvers van Vissersclub ’t Marotje in Huldenberg (België). Een vijver met een prachtige locatie, gelegen aan de rand van een bos in het vriendelijk glooiende landschap van Midden-België. De vijverbezetting bestaat uit brasem en karpers. De karpers hebben er de overhand, de grootste exemplaren tikken ongeveer 8 kilo aan!
Strandvissen op zeebaars waar, wanneer, waarmee en hoe? Veel gestelde vragen die gelden voor iedere (beginnende) zeebaarsvisser. We vroegen Shimano testvissers Danny Goosens en Willem Willemstein om meer uitleg. En wat blijkt? Er ligt heel wat nuance in de antwoorden, laten we ter verduidelijking beginnen met het ‘waar’.
Waar kun je strandvissen op zeebaars?
Het is namelijk algemeen bekend dat zeebaars langs de gehele Nederlandse en Belgische kust te vangen is. Dit betekent niet dat lukraak werpen altijd baars oplevert, de nuance zogezegd: “Baars kun je grofweg vanaf mei tot en met september vanaf het strand vangen, hierbij gaat het met name om scholenbaars, maar de grote baarzen vang je niet overal”, aldus Danny.
Hij vervolgt: “Zeebaars is gek op stroming, dat kan veroorzaakt worden door dammen of steenstort die aan de dijken en stranden ligt. Stroming ontstaat ook door de muien in het zand.” Volgens Willem zijn ook obstakels zoals paalhoofden en wrakjes aantrekkelijk. “Is dat niet voorhanden en heb je een schoon strand, zoek dan de plekken op waar voedsel te vinden is, zoals net achter de branding.”
Dat is de plek waar aasvisjes in de problemen komen en waar voedsel vanaf het strand terecht komt. Het is verstandig om hier ook de visafstand op aan te passen, maar je dient wel flexibel te zijn. Soms jagen ze letterlijk onder je voeten, wanneer ze achter garnaaltjes en kleine visjes aanzitten.
Een beetje variëren in de visafstand is een motto dat Danny ook veelvuldig gebruikt tijdens zijn strandviswedstrijden. De meeste baars vangt hij tussen de 5 en 60 meter uit de kant.
Wat is de beste aasperiode voor zeebaars?
Net zoals bij mensen, uitzonderingen daargelaten, heeft zeebaars perioden van de dag waarin ze meer trek hebben. Hierbij speelt stroming een essentiële rol.
Willem: “Het is belangrijk voor het aasgedrag; als het stroomt moeten ze tenslotte snel het aas pakken, anders is het weg of wordt het opgegeten door concurrenten.” Eb en vloed zijn dus één van de belangrijkste aspecten om rekening mee te houden.
Danny vindt de beste periode die van eb naar vloed. “De scholenbaarsjes zwemmen dan mee met het opkomende water. Ik heb dan al tot wel vijf beaasde onderlijnen klaarliggen, zo kan ik snel wisselen na een vangst. Het komt voor dat je soms wel 20 tot 40 visjes vangt binnen een uur.”
Zeebaars kun je prima overdag vangen, maar Danny en Willem weten uit ervaring dat de grotere exemplaren zich beter in de schemering en in de nacht laten vangen.
Willem heeft de ervaring dat op ondiep water de donkere uurtjes vaak meer zeebaarzen opleveren. Uitzondering zijn ruige weersomstandigheden met veel branding, dan kun je op ondiepe stekken ook bij daglicht goed vangen.
De vangsten zijn deels afhankelijk van de watertemperatuur, maar in de periode eind april tot half november kun je zeebaars langs de kust verwachten. Buiten die maanden kun je af en toe een baarsje verwachten, maar is de gerichte visserij niet aan te bevelen.
Strandvissen op zeebaars – Tactiek
De meest gebruikte techniek voor het strandvissen op zeebaars is het statisch vissen met strandhengels. Willem gebruikt dan graag een wapperlijn of een Portugese lijn. Die laatste genoemde is ook één van Danny zijn favorieten. Even in het kort een beschrijving van deze montage.
Danny: “Aan het uiteinde van de hoofdlijn hang je het werplood, met vlak daarboven monteer je aan een wartel een lang stuk lijn (3 tot 5 meter). Aan het einde van deze lijn monteer je een gewone 3 haaks onderlijn, vaak met wat langere zijlijnen en dan heb ik het over zijlijnen van 40 tot 120 cm lang. Deze 3 haaklijntjes geven een zeer natuurlijk aanbieding van het aas. Het is met zo’n lange lijn even oefenen met het werpen, maar als je het eenmaal onder de knie hebt is, dan is het echt een prachtige visserij met vaak snoeiharde aanbeten.”
Overigens is deze onderlijn minder aan te bevelen wanneer het stormt, dan rolt de montage in de war. Een plat of piramide loodje zorgt dan dat de montage niet gaat rollen. “Je kunt ook experimenteren met een drijvertje bij het haakaas, om iets meer boven de bodem te vissen. Sommige vissers vissen graag met een felrood of wit gekleurd lood, maar of dit echt effectiever is… Vis vooral waar je vertrouwen in hebt!”
Deze montage wordt gevist met natuurlijk aas, zoals steek- of kweekzagers, witjes of slikjes. Je kunt de haak enkel door het kopje van de zager prikken of deze helemaal er op rijgen. Een kwestie van proberen wat het beste werkt.
Bij die laatste methode, gebruik een aasnaald, het aas blijft beter op de haak zitten. Willem: “Vers aas blijft een pré, maar er zijn altijd dagen dat ze het overal op doen. Zeebaars eet met name krabben, kleine vis en garnalen. In de Europoort azen ze ook op kleine wijting en steenbolk.” Ook Danny benadrukt het belang van vers aas.
Met aas vang je alleen kleine zeebaars
Zagers als aas voor zeebaars
Volgens Willem is het een misvatting dat je met aas enkel kleine zeebaars vangt. Natuurlijk vang je over het algemeen met aas de scholenbaars, maar Willem en zijn vismaten vangen geregeld ook betere exemplaren met aas.
Een wedstrijdvisser zoals Danny, waarbij het om centimeters gaat, is natuurlijk niet rauwig om die scholenbaars. “Degene die voor de grotere baars gaan, kunnen het best met 3 of 4 steekzagers op één haak vissen.”
Naast het statisch strandvissen kun je ook met kunstaas of de dobber aan de slag. Al zijn deze technieken in de regel minder effectief. Willem: “Wil je met kunstaas aan de slag, zoek dan met name obstakelrijke plekken op. In vergelijking met de aasvisserij is over het algemeen het gemiddelde formaat baars wel een stuk groter.”
Strandvissen op zeebaars – Materiaal
Strandhengels worden vaak geassocieerd met poken van stokken waarmee je een olifant uit het water kunt trekken; je hebt een paar maanden sportschool nodig om het lood te kunnen werpen… Totale onzin! Lichte hengels bieden zelfs voordelen ten opzichte van zware poken: ze zijn gevoeliger en ook voor kinderen beter hanteerbaar.
Danny: “Tegenwoordig heb je prachtige beachfeeders van 4 of 4,5 meter, die ook 100 gram met gemak weg zetten. Een werpmolen in de 4000 of 5000 serie is perfect. Ikzelf vis met een medium baitrunner, ideaal omdat je de vrijloop open kunt zetten. Op de spoel een 20 tot 25/00 nylon hoofdlijn, dat is vaak sterk genoeg om het kleine loodje van 50 tot 100 gram mee weg te zetten. Een gevlochten hoofdlijn heeft niet mijn voorkeur voor op het strand. Houd het allemaal een beetje licht, dat vist prettig en maakt de dril nog spectaculairder. Bovendien verspeel je daardoor ook nog eens minder vis!”
De Nederlandse en Belgische strandkusten zijn enkele honderden kilometers lang en bieden zeebaarsvissers ongekende mogelijkheden. Maak het niet te ingewikkeld met onderlijnen, gebruik een gewone heavy feeder, zorg voor vers aas en vis op de juiste plek op het juiste moment. Wanneer al die puzzelstukjes in elkaar vallen zijn de eerste zeebaarzen binnen handbereik.
Wil je meer weten over het vissen op zeebaars? Lees dan ook het artikel Hoe vis je op zeebaars?
Wat is goed karperweer? Als er één gespreksonderwerp geliefd is onder vissers dan zijn het wel de weersomstandigheden en de invloed op de vangsten. Zoveel vissers zoveel verschillende meningen en ervaringen.
Om voor eens korte metten te maken met de fabeltjes over dit onderwerp en de echte, keiharde feiten op een rijtje te zetten, vroegen we karpervissers Peter Vlasveld, Felix van der Marel en Kevin Diederen naar hun mening en ervaringen. Wat zijn de beste weersomstandigheden om karper te vangen en welke invloed hebben bijvoorbeeld water- en luchttemperatuur, wind, luchtdruk en regen?
KARPERWEER – INVLOED VAN TEMPERATUUR
Het voorjaar is absoluut mijn favoriet.
Vissen zijn koudbloedige dieren, de watertemperatuur is dan ook essentieel voor hun gedrag. Reden temeer om hier rekening mee te houden. Peter Vlasveld stemt met name de hoeveelheid voer af op de watertemperatuur, bijvoorbeeld in het voorjaar. Hij begint zijn voercampagne wanneer na de winter het water pakweg 12 graden Celsius bereikt.
Felix van der Marel zweert bij 14 graden als zijn ‘favoriete’ temperatuur en voegt toe “daarbij heb ik verreweg de beste vangstervaringen. Maar geen dag, geen water en ook geen vis is qua gedrag ooit hetzelfde”.
De meeste karpervissers hebben geen thermometer mee, maar is dat erg? Net zoals zoveel karpervissers meet Kevin Diederen bijna nooit de watertemperatuur en probeert bij zijn instant visserij vooral in te spelen op de omstandigheden en activiteit.
“En op het moment dat ik ergens een vis zie springen, wil ik er vooral een rig in plaats van een thermometer naar toe werpen. Daarnaast is het verder uit de kant en op wat dieper water ook al een stuk lastiger om de temperatuur te meten”.
ZUURSTOF
Hoe warmer het water, des te hoger de stofwisseling. Maar wij vissers weten dat erg heet weer dan weer tot passiviteit leidt. Hoe werkt dit? Karpers zijn volgens Peter maar simpele wezens. “Zuurstof, voedsel en voortplanting zijn de levensbehoeftes die het gedrag zodanig beïnvloeden.
Meer activiteit betekent een hogere stofwisseling, met als gevolg dat ze meer verbranden. Als ze meer verbranden, hebben ze meer voedsel nodig. En om meer te verbranden is er zuurstof nodig. Juist zuurstof is de belangrijkste factor op het gebied van passiviteit.”
Want onder water geldt eenmaal ‘hoe warmer het water, des te minder zuurstof in het water oplost’. Het karpergedrag uit zich vaak in loom hangende vissen onder het oppervlak. Er zijn kennelijk ook andere soorten die wel actief zijn bij hitte. “Opvallend is dat graskarpers op veel wateren pas echt actief worden als de watertemperatuur echt flink is gestegen.
Zo kunnen ze tijdens de winter spoorloos zijn verdwenen en kunnen ze in de zomer zorgen voor flink wat slapeloosheid”, aldus Kevin. Felix heeft de ervaring dat de activiteit behoorlijk afneemt wanneer het water 18 tot 20 graden bereikt. “Maar dat ze aan de oppervlakte hangen, betekent niet dat ze niet te vangen zijn.
Karpers blijven vaak naast flinke eters ook gewoon nieuwsgierig. Je kunt natuurlijk ook op echt warme dagen bijvoorbeeld alle lagen af vissen. Bodemaas, zig rig en aan de oppervlakte. Zo kom je er snel achter wat het beste werkt.”
KARPERWEER – INVLOED VAN DE WIND
Is het een warme of koude wind?
‘Wind op de kant, vis in de hand’ is een bekende uitspraak, maar zal wellicht met wat nuances geïnterpreteerd moeten worden. Wat betreft Felix gaat dit vooral op met een zuidwestenwind en op groot water. Hij twijfelt of wind op klein en gesloten water überhaupt de boel beïnvloedt. Een wind uit het noorden en oosten zijn vaak slecht, maar geen reden om thuis te blijven, zeker als je een goed ‘gevoel’ hebt. “Vertrouwen is ook een stukje wat je altijd moet houden. Als iedereen thuis blijft is het soms juist goed om te gaan. Dan heb je namelijk een water voor jezelf en dat kan verfrissend werken…”
“WIND OP DE KANT, VIS IN DE HAND”
Ook Kevin zinspeelt op de invloed van hengeldruk en aasaanbod op het karpergedrag. Maar per seizoen kijken vissers ook anders tegen wind aan. Kevin vraagt zich ten eerste af of het om een warme of koude wind gaat? “In het geval van een koude wind tijdens de wintermaanden kun je natuurlijk al voorstellen dat de vis sneller beschutting in de luwte op zal zoeken. Iets wat mij de laatste paar jaar erg is opgevallen is dat met name een vrij nieuwe warmere wind op sommige wateren erg goed kan zijn.”
Ook Peter beschouwt wind als een seizoen afhankelijke factor, die zowel positief als negatief kan uitpakken. “Is het water koud en is de wind warmer? Dan kan het positief zijn voor de vangsten, want het water warmt dan op en de vissen worden actiever. Is het water (te) warm en de wind kouder? Dan kan het ook positief zijn voor de vangsten, omdat dan de temperatuur afneemt en er meer zuurstof in het water kan komen.” Volgens Peter is de windrichting niet heel belangrijk, zoals sommige vissers beweren. “Het gaat er om wat wind doet met de temperatuur en het zuurstofgehalte.”
Een ander voordeel van wind is beweging en circulatie, Peter vergelijkt het met een avond stappen. “Je loopt langs een shoarmazaak, als het windstil zou zijn, dan zou je er zo aan voorbij lopen. Staat de wind jouw kant op, dan ruik je die knoflook en kruiden en krijg je trek… zo werkt het ook bij karpers.”
LUCHTDRUK
Een zakkende luchtdruk en goed aangevoerde stek zorgde het afgelopen jaar voor een flinke hoeveelheid vis.
Luchtdruk heeft veel invloed op het weertype. Je kunt stellen dat hoe lager de luchtdruk, des te meer kans op neerslag, slechter weer en wind. Kevin wordt over het algemeen vrolijk van een zakkende luchtdruk. “Een lage luchtdruk, grijze lucht, flinke warme wind op het water…” In de wintermaanden gaat een hoge luchtdruk vaak gepaard met noorden- of oostenwind, helder weer met strak blauwe lucht en een zonnetje. “Lekkere momenten om achter je hengels te zitten, maar vang je dan ook goed? Mijn betere wintervangsten kwamen vooral op de dagen dat het gros van de niet-vissers je voor gek verklaart…”
Op een ander water weet ik dat bij hoge luchtdruk karper vaak in de bovenste lagen van het water hangt. Op het desbetreffende water geldt een verbod op het vissen aan de oppervlakte. Kortom, de vissen zijn niet anders gewend dan om op de bodem belaagd te worden. Vaak zijn ze dan met zig rigs verrassend eenvoudig en misschien wel gemakkelijker te vangen dan onder ‘goede’ omstandigheden op de bodem.”
Dat er een relatie is tussen de luchtdruk en de karpervangsten staat voor Peter als ene paal boven water. “De luchtdruk is een factor om in de gaten te houden en kan een voorspelling geven naar het gedrag van de karper. Wil je een verband zien tussen de luchtdruk en de vangsten, dan moet je het per jaargetijde bekijken en per situatie.”
Hoge of lage luchtdruk, het zegt volgens Felix niet altijd alles over de vangsten. “Ik heb meerdere malen gevist als alles zogenaamd ‘perfect’ zou moeten zijn. Nu vissen, nu moet je er zijn! En ja, dan vervolgens keihard blanken. Terwijl als het juist allemaal niks zou zijn, ja, je raadt het al, gewoon keihard vangen.”
KARPERWEER – REGEN
Regenweer wordt door buitenstaander vaak gezien als goed visweer. “Wederom een soort broodje-aap verhaal” volgens Felix. “De karpers die ik gevangen heb tijdens wat voor regenbui dan ook zijn er niet veel. Weersveranderingen zijn echter wel interessant. Op een bloedhete dag en passieve vissen die aan de oppervlakte liggen, kan een heftige bui juist ervoor zorgen dat de vissen weer richting de bodem trekken.”
“REGENWEER IS GOED VISWEER”
Ook Kevin heeft langdurige regen nooit als positief ervaren. “Korte buitjes is dan weer een ander verhaal. Niet tijdens, maar vlak na een korte bui heb ik wel eens oplevingen meegemaakt.”
Dat bij regen ‘de vissen naar boven komen’ is volgens Peter de grootste bullshit. “Regen kan warm of koud zijn, en de hoeveelheid regen in combinatie met de temperatuur kan het verschil maken in blanken en vangen. Is de regen ijskoud en gaat het de watertemperatuur drastisch verlagen? Dan kan je in de meeste gevallen gewoon inpakken en dan tegen twee warme billen wakker worden in plaats van naast twee stille optonics. Regen kan ook zorgen voor veranderingen in de waterstanden en toevoer van voedsel. Wat dacht je bijvoorbeeld van insecten, wormpjes en voedseldeeltjes die door de regen het water in stromen?”
WEERSEXTREMEN
Graskarpers lijken extreme watertemperaturen te kunnen waarderen.
Hagel, onweer en storm; iedere visser komt wel eens in zo’n situatie terecht. Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid en de risico’s die je loopt, daar zijn allen het wel over eens.
Felix heeft wat betreft vangen goede ervaringen met onweer. “Net voor of na wat flink gedonder heb ik persoonlijk het beste gevangen. Soms kon je op bepaalde wateren er bijna de klok op gelijk zetten, na het onweer kwamen er snel twee of drie aanbeten!” Onweer is een prachtig natuurverschijnsel, maar kan ook voor levensbedreigende situaties zorgen… “Houd de stok naar beneden en probeer om met je top onder water de vis af te drillen. Vertrouw je het echt niet, dan draai je de boel gewoon binnen en zodra het onweer weg trekt gewoon meteen weer de hengels op de plekken plaatsen waar je denkt dat de vis zit. Veiligheid voor alles!”
Zo wordt hagel door alle experts als negatief ervaren. Stormachtig weer is dan weer iets anders, “zo werd ik afgelopen jaar nog bijna uit mijn rubberboot geblazen toen ik een vis moest drillen. Juist toen tijdens die sessie de wind tot stormkracht toenam leken de vissen het actiefst”, aldus Kevin.
ROTWEER
Dat het weer een heel grote invloed heeft op de vangsten ondervond Felix jaren geleden op een Frans water: “Toen we in april het water bevisten was de watertemperatuur bijna de hele week 14 graden, terwijl de buitentemperatuur overdag tegen de 20 graden aanhikte en s ’nachts nog rond de 0 zat. De aanbeten kwamen echt op vaste tijdstippen. Je zag echt de boel opleven en weer afnemen. De vissen leken die week echt in hun element te zijn.
Met meer dan 1000 pond aan karper wisten wij die week af te sluiten, bizar! Twee jaar later waren wij er terug. Zelfde periode, zelfde water, zelfde diepte, zelfde stek, zelfde aas, maar ander weer en andere temperaturen. Raad eens? Inderdaad een regelrechte ramp qua vissen, er kwamen slechts 2 karpers op de kant!
Velen onder ons zijn afhankelijk van hun vrije ‘visdag’ en zijn niet flexibel om altijd te gaan vissen wanneer het je uitkomt. Je gaat sowieso vissen, want thuis op de bank vang je toch niets. “Wanneer ik weet dat het lastig wordt om een aanbeet te forceren zal ik bijvoorbeeld spaarzaam voeren.
Een single hookbait, pva zakje of klein handje voer in de buurt van de vis zal dan sneller resultaat opleveren dan een emmer vol voer” aldus Kevin. Peter voegt toe: “En als het rotweer is, dan is het ook rustiger aan de waterkant met andere recreanten, en in de meeste gevallen vang je juist meer als de rest thuis blijft.”
Tekst redactie, foto’s Peter Vlasveld, Felix van der Marel en Kevin Diederen
Muggenlarven zijn een fantastisch aas voor witvis. Het gebruik van deze minuscule larven, ook wel het ‘rode goud’ genoemd, vraagt echter wel enige voorbereiding en een goede behandeling. Aan de oevers van het internationaal befaamde en heel visrijke Silokanaal in Duitsland, laat Claus Müller je zien hoe je deze larven gebruikt.
In de voorbereiding mengt Claus twee soorten aarde om een goede binding te bereiken. Een deel Terre de Somme, een vochtige soort leem, wordt met zelf gezochte bosgrond vermengd. De Terre de Somme dient bovendien als wolkenmaker onder water. De muggenlarven zijn in krantenpapier vervoerd naar het water.
Nu moeten de kleine larven, die nog als een compacte bal in het krantenpapier liggen, gescheiden worden. Claus gebruikt daarvoor gedroogde aarde omdat de larven zich sneller in die grond verspreiden, dan wanneer je daarvoor aardappelmeel of kurkbloem gebruikt.
De larven zijn nu van elkaar gescheiden…
…en worden in de emmer met de gemengde aarde gedaan.
Met deze mix zijn compacte voerballen te vormen, die ook in de stroming niet uit elkaar vallen.
Zo zien de topsets eruit
Drie topsets heeft Claus tot zijn beschikking. Twee zijn voorzien van stroomdobbers met 5 en 6 gram draagvermogen.
En één is er voorzien van een Lollipopdobber (van Eco-Fishing) die ook 6 gram draagt.
Met deze Lollipop kan hij de montage met tijdintervallen over de voerstek leiden, terwijl de stroomdobbers snellere driften mogelijk maken.
Aan de slag met muggenlarven
Claus maakt eerst een voerplek met elf ballen. Zes ballen larven met voer en vijf ballen larven met aarde. De ballen komen licht stroomafwaarts van de hengeltop neer.
De grote larven gaan door een zeef. Zo haal je de zwakke of dode exemplaren er uit.
Omdat in het Silokanaal grote vis zwemt, beaast Claus zijn haak 16 niet met 1, maar met 3 larven. Hij prikt de haak nét onder het kopje.
Al bij de eerste drift is het raak met een wonderschone blankvoorn.
De beoogde maaltijd hangt nog uit z’n bek.
Met de hengel op de knie zoekt Claus nu met de lollipopdobber op de centimeter het voerspoor af. De vissen kunnen bijna overal rond het spoor staan.
Een volgende vis hangt. Claus steekt de hengel af tot het tweede deel en schuift hem naar achteren. Aan de topset drilt hij de vis uit.
Even later glijdt een volgende blankvoorn in het net.
Al snel volgt ook de eerste brasem van de dag, die de aantrekkingskracht van de kleine rode muggenlarven in de aarde en de grotere larven aan de haak niet kon weerstaan.
Na drie uur vissen met muggenlarven is het net goed gevuld.
Sportvissers die hun ogen gericht hebben op deze Italiaanse rivier, vinden hier wat doorslaggevende tips om hun trip tot een succes te maken.
Er is geen andere rivier in Europa die in recente jaren zoveel furore gemaakt heeft voor wat betreft het vissen op meerval als de rivier de Po. Sportvissers die hun ogen gericht hebben op deze Italiaanse rivier, vinden hier wat doorslaggevende tips om hun trip tot een succes te maken.
Door Benjamin Gründer, Team Black Cat
Een meervalkamp of doe het zelf?
In de afgelopen jaren zijn er een aantal meervalkampen ontstaan op de oevers van de rivier de Po, van hieruit kun je het gebied vanaf de delta tot halverwege stroomopwaarts bevissen. Hoewel het verblijf op een van deze kampen wellicht duurder uitvalt dan het helemaal zelf organiseren van je vistrip, biedt het verblijf op zo’n kamp toch zoveel voordelen dat ik toch bij voorkeur hier verblijf. Het regelen van de benodigde visvergunningen alleen al is vrijwel onmogelijk voor buitenlanders en het kost erg veel tijd. Bij aankomst op een meervalkamp krijg je de vergunningen direct overhandigd en kun je meteen beginnen met vissen.
Mijn tweede thuis, Grande Fiume Po Wels Camp.
Een kamp biedt je ook een veilige parkeerplaats voor je auto. Sanitaire voorzieningen zijn beschikbaar en kunnen op elk moment benut worden, net als het gebruik van een koelkast en/of vrieskist, zodat niemand zonder vers voedsel zoals vlees en eieren komt te zitten. Op veel meervalkampen is ook aasvis te koop en je hoeft niet eens je eigen boot mee te brengen. Er ligt er een voor je klaar bij aankomst en je Po-avontuur kan direct van start gaan.
Het huren van materiaal is eveneens mogelijk, zodat je het vissen op meerval eens kunt proberen zonder dat je direct stevig moet investeren in een goede uitrusting. Een van de grootste voordelen is dat je het kamp normaal gesproken deelt met ervaren meervalvissers, waardoor je de visserij ter plaatse snel onder de knie kunt krijgen.
Beste tijd van het jaar voor de Po?
Wanneer het water opwarmt in maart/april, dan kan de visserij magisch zijn. Ook de maanden september/oktober zijn top voor het verleiden van een van de giganten van de Po. Maar pas op! Er zit maar een klein onderscheid tussen het vangen van meerdere meervallen en het zonder een aanbeet blijven. Wanneer in de lente de sneeuw gaat smelten in de bergen, dan kan de rivier binnen enkele dagen sterk afkoelen.
Ook wanneer andere sportvissers nog goed gevangen hebben vlak voor je aankomst, kan dit binnen enkele uren compleet anders geworden zijn. Op zo’n moment is het niet ongewoon dat sportvissers gedurende een hele week geen enkele aanbeet krijgen. Hetzelfde dilemma kan optreden in de herfst. Wanneer het water snel afkoelt, kan de actie snel opdrogen. Wanneer kun je dan het beste gaan?
Statisch vissen heeft ook zo haar voordelen.
Voor je eerste trip raad ik je aan om in juni of juli te gaan. Het water is dan geheel opgewarmd, de paaiperiode van de meervallen is achter de rug en ze hebben zich weer verspreid over de rivier. Grote aantallen zijn ook in die periode een zeldzaamheid, maar je hebt een goede kans om een van Europa’s grootste roofvissen van het zoete water te landen. En vergeet s.v.p. niet dat de Po een van de moeilijkste wateren van Europa is voor de vangst van meerval. Het gemiddelde aantal gelande meervallen ligt, bij een ervaren team van twee sportvissers, op drie tot vier per week.
Welke methoden?
Wanneer het om meervalvissen gaat, dan heb ik graag meerdere opties achter de hand om de koning van de Po aan de schubben te komen. Het vissen met boeien, kunstaasvissen, het vissen met onderwaterdobbers, met buldo’s, driftend vissen, het gebruik van een kwakhout – al deze methoden kunnen het gewenste effect opleveren en elk heeft haar eigen verdienste. Veel sportvissers vissen vanuit een boot op de Po en laten daarbij hun aas driften door de plekken waarvan ze verwachten dat er meerval aanwezig zal zijn. Deze flexibiliteit biedt ze de mogelijkheid om snel meerdere goed uitziende stekken te bevissen. Het is een simpele methode die regelmatig mooie vangsten oplevert.
Het driftend vissen is ook een fantastische methoden om grote meerval overdag te vangen. Laat je driften met de stroming en sleep je aas achter de boot aan. Met deze methode kun je grote stukken water afvissen en je hebt alle kans om een meerval te landen.
EVA levert doorgaans meer vis op.
Het vissen met boeien is voor die mensen die graag vanaf een zandbank willen vissen, met het comfort van een bivvy en karperstretcher. Vanuit de karpertent kunnen ze dan hun boeien in de gaten houden. Op dezelfde plekken kun je ook prima vissen met een loodgewicht en een onderwaterdobber. Kunstaasvissen is de hoogst aangeschreven discipline binnen het meervalvissen. Er is maar weinig spannender dan het gericht vissen op grote meerval met een kunstaashengel, vooral wanneer je de aanbeet niet alleen ziet maar ook hoort.
Maar je oren dienen gespitst te blijven. Wanneer je eenmaal een jagende meerval opgemerkt hebt, dan moet je deze besluipen. Absolute stilte aan boord is daarbij van cruciaal belang. Deze methode is met name aan te raden wanneer het waterpeil aan het stijgen is. Het vissen met een kwakhout is alleen een optie voor degenen die het onder de knie hebben. Je hebt anders grote kans dat je de meerval eerder zult verjagen dan naderbij zult lokken met de geluiden van het kwakhout.
Locaties?
Om kans op succes te hebben, moet je eerst de verblijfplaatsen of schuilplaatsen van de roofvissen zien te vinden. Allerlei kenmerken van het water kunnen aanwijzingen geven voor goede stekken. Bochten in de rivier, havengedeelten, dode zijarmen, zandbanken, brugpijlers, warmwaterinlaten – allemaal zaken die op je radar moeten blijven tijdens je verblijf op de Po. De vissen houden zich vaak op in de nabijheid van deze prominente kenmerken.
Wat een vis!
Onder begeleiding van een visgids of alleen?
Voor degenen die hun eerste meervaltrip naar de Po gaan maken, kan ik het gebruik maken van de diensten van een meervalgids alleen maar aanbevelen! Zij hebben alle kennis in huis, zijn bekend met de verschillende methoden van vissen en ze weten waar de roofvissen zich ophouden. Dit maakt het voor jou mogelijk om je geheel op het vissen te richten.
De Po zal in het sportviswereldje de aandacht blijven trekken. De rivier bevat een groot bestand aan indrukwekkende meervallen en dat bestand blijft voorlopig verder groeien. Meerval en de Po, een ‘match’ recht uit de hemel! Het zal niet lang duren voordat we ons kunnen verbazen over de vangst van een 280 ponds gigant in een sportvismagazine. Misschien ben jij wel de gelukkige vanger?
50 Witvis Tips over aas en voer, vragen van witvissers worden beantwoord door niemand minder dan de nestor van de Belgische witvisserij Richard Van den Broeck .
1 Brood
Het lunchpakket buiten beschouwing gelaten zie je nog amper iemand met brood langs de waterkant. Jammer, vierkante korstjes gesneden uit de zachte buitenkant (korstkant) van een brood, zijn een prima aas voor bijna alle vissen; bewaar ze in een goedsluitend busje/flesje met een snuifje zout. En wat dacht je van deeg, gemaakt uit het witte broodkruim, variaties zijn legio met een likje smeerkaas, leverpastei, vanillepudding… En dan is er natuurlijk nog de klassieke broodvlok, het oeraas voor brasem.
2 Muggenlarven
Een trosje muggenlarven is een absoluut superaas, prik de dunne en vlijmscherpe haak omzichtig door de kop. De muggenlarven koel bewaren en het water regelmatig verversen. Wekelijks door een zeefje laten kruipen en de dode larven verwijderen. Neem alleen de benodigde portie mee naar de waterkant. Zo kun je muggenlarven maanden bewaren, ze worden er alleen maar beter op.
3 Maden
Maden zijn misschien wel de meest gebruikte aassoort, zeker als haakaas. Maar ook gemengd in lokvoer en/of als los strooivoer zijn ze onovertroffen. Een witte made kun je met een watervaste viltstift een aantrekkelijk rood kontje geven. Zwevende maden, dode maden, een combinatie met een kunstmade en natuurlijk met een caster (panaché), of een mestpiertje; van alles is mogelijk. Je kunt ze met verschillende sprays of dips veranderen in echte smaak- en geurbommetjes.
4 Hoe bewaar je casters?
Casters bewaren in water met eventueel een smaakje voor extra attractiviteit
Casters kun je bewaren in water waar je desgewenst een smaakje aan toe kunt voegen. Zelf ga ik voor een ruime plastic zak waar ik zoveel mogelijk lucht uit verwijder, vervolgens goed afsluiten en koel bewaren. Voor de sessie een paar druppels maple of ander additief toevoegen, lucht erin blazen, flink schudden, dichtknopen en hop naar de waterkant. Casters die oud worden verkleuren donker en gaan drijven, een panaché van drijvers en maden kan ook het verschil maken.
[irp]
5 Wormen
Wormen en brasem, een succesvolle combinatie. Wormen zijn een onovertroffen haakaas voor dikke brasem. Dendrobena’s zijn stevig, geschikt voor verre worpen (feeder). Mestpiertjes zijn top voor de vaste hengel en het kort onder de kant vissen. De haak door de kop prikken is de beste aasaanbieding. Een stukje worm werkt perfect voor het vissen op giebels of hybriden. En natuurlijk regelmatig wat wormen knippen en door het lokvoer mengen.
6 Pellets & miniboilies
Pellets en miniboilies zijn misschien wel het aas van de toekomst. Zeker in water dat vaak bezocht wordt door karpervissers, de echte recordbrasems worden bijna altijd gevangen door karpervissers! Graag deze aassoorten voorboren en door middel van een aasnaald op een zogenaamde ‘hair’ onder de haak schuiven. Het hair en quickstop systeem werkt perfect, ook met maïs en zelfs met wormen. Een bait band, hair met een lustje en een pellet stop zijn andere, ook prima manieren om het aas te bevestigen. Het is maar waar je de voorkeur aan geeft.
7 Deegwaren
Deegwaren zoals macaroni elleboogjes en/of pagani scoren ook op de brasem- en karpervijvers. Niet te plat koken (circa vijf minuten), even naspoelen onder koud water, laten uitdruppen, sweetener of smaakmaker voor dat tikkeltje meer… Een paar druppels olie of licht bestrooien met maïszetmeel is een aanrader tegen het samenklitten.
8 Alternatief aas
Durf ook eens met alternatief aas aan de gang gaan. Lunchon meat en kaas brachten al menig barbeel aan de kant. Maar erwten, bonen, deegwaren, katten- en/of hondenbrokken geven ook lol. Beetje voorvoeren en vangen, zeker weten. Een absolute topper zijn kamperfoeliebessen, zelfs op wateren waar uren in het rond geen bes te bespeuren valt…
9 Hennep
Gekookte en gekiemde hennep blijft een meesterlijk aas (en voer) voor dikke voorns. Een dag voor het vissen de hennep koken in water en in de week zetten. Aan de kook brengen in fris water (tipje ijzersulfaat of gewoon een verroeste spijker in het kookwater geven mooie zwarte korrel en een spierwitte kiem), nog even laten pruttelen tot de witte kiemen verschijnen. Saffraan, kurkuma of curry mee in het kookwater werkt volgens verslaafde kempvissers ook, misschien ook dressuur doorbrekend?
[irp]
10 Deegbal
Het vaste hengel vissen met ‘den bol’ (deeg) op karper brengt vooral de grote vissen in het net. Een flinke bol deeg stevig rond de haak geknepen. Ga voor een grotere haak, maatje 8 of 10 is echt niet absurd. Kies ook voor een van die speciale lange en stevige deegdobbers die voor dit soort werk in de handel zijn (model Rotterdammer). Scherp uitloden is niet echt nodig, de bol deeg in het kantje laten zakken, gaat de dobber onder door het gewicht van de deegbal, gewoon even dichterbij trekken zodat de dobberantenne mooi zichtbaar is.
11 Doe-het-zelf deeg
Gebruiksklaar (karper)deeg of speciale deegmixen vind je in de winkels. Maar een deegje van havermout/gemalen hennep met een beetje honig, maple of scopex is ware dynamiet! Een kop havermoutvlokken samen met dezelfde hoeveelheid gemalen hennep en twee koppen water op een zacht vuurtje al roerend aan de kook brengen (let op het aanbranden). Als de massa een stevig deeg begint te worden, het additief toevoegen en van het vuur nemen. Laten afkoelen en klaar is het superdeeg.
12 Maden & casters voeren
Maden en casters zijn natuurlijk prima haakaas, maar ook als voer zijn ze onklopbaar. Gewoon een paar balletjes voer bij aanvang om de boel op gang te brengen (graag met een handje voermaden en/of casters) en dan met grote regelmaat maden of casters bij schieten (katapult indien toegelaten, anders handje of werppijp). Wel volhouden, niet zelden trek je de brasem dan gewoon omhoog (half water). Zelfs op wateren als kanalen…
13 Dode maden
Dode maden worden in de Benelux-landen nauwelijks gebruikt. In Engeland echter wel, denk even terug aan het Engelse Feeder WK-Team in Gent. Maden overgieten met kokend water, zo worden ze lekker zacht en behouden ze enigszins hun kleur. Invriezen of in een plastic zak laten stikken werkt natuurlijk ook, maar geeft vaak een groezelige, grauwgele kleur. Met de hand op een voerzeef dood wrijven zag ik laatst gebeuren door een absolute topvisser, en ja zeker… het werkte.
14 Maden door het voer
We stoppen allemaal graag een paar handjes maden door ons basisvoer, zeker als we dit ook gebruiken als haakaas. Werp eerst een paar ballen goed vast geknepen voer met dode maden, die slijten langzamer af. Daarbovenop (snelle starters) een aantal minder vaste voerballen met een extra dosis kleine, levende voermaden, die breken direct open en trekken meteen vis aan.
15 Broodmeel
Broodmeel (chapelure) van extra kwaliteit doet het in elk voer nog steeds prima. Bruine chapelure heeft minder kleefkracht en is een goed basisbestanddeel voor een moeilijke, schrale visserij. Vraag de restjes van de broodsnijmachine bij je bakker en je bent al flink op weg. Malen in een keukenrobot of beter nog een voermolen en je hebt de allerbeste bruine chapelure. Wit broodmeel geeft meer kleefkracht aan je mix, net zoals Anco paneermeel erg goed is voor diep en stromend water.
[irp]
16 Maïskiemkoek
TTX fijn of grof (maïskiemkoek) is ook een stevige basis met veel kleefkracht, eigenlijk een must in elk ‘grote vissen voer’. De avond voor de geplande sessie overgieten met heet water. Additief al dan niet toevoegen, kandijstroop, maple of extra zoetmaker en de volgende dag met deze natte basis de rest van je voer aanmaken. Nog even door de zeef wrijven (of bewerken met accumixer) en je bent er helemaal klaar voor.
17 Peperkoekmeel
Peperkoekmeel is ook erg begeerd, het heeft een hemelse geur en een flinke kleefkracht. Een peperkoek (graag met brokken kandijsuiker) in stukken snijden en de avond voor de sessie overgieten met warm water. Niet voorgeweekt peperkoek is erg taai spul, de keukenrobot of voermolen kan er zelfs op vastlopen. Even de staafmixer er doorheen halen en je hebt weer een beste basis om voer of leem mee aan te maken.
18 Brokken
Katten-, hondenbrokken en steurkorrels kun je malen en droog in je voersamenstelling doen. Je kunt er ook prima deeg van maken: even voorweken en een papje voor de aanmaak van je gewone mix. Heet water gebruiken geeft meer kleefkracht.
19 Duivenpoep
Duivenpoep goed voor dikke voorns
Verse duivenpoep, graag van jonge duiven die niet aan de pil zitten, overgieten met warm of koud water. Mengen met een staafmixer en door de voerzeef wrijven. De allerbeste basis voor een voer voor dikke voorns. Let wel in de zomer op dat wanneer je het spul in een afgesloten emmer bewaard, dit snel gaat gisten. Een paar koelelementen in de emmer vertragen dit proces. Voer rijkelijk, verzadigd met verse duivenpoep, dat maakt je toegevoegd levend aas (vers de vase op het allerlaatst toevoegen) min of meer lam op je voerplek en dat is dan weer erg goed voor dikke vis.
20 Blikmaïs
Maïs uit blik is ook niet meer weg te denken, prima haakaas en erg goed voor dikke vis. De blikjes zijn handig te openen met zo een treklipje, maar neem voor de zekerheid ook maar een blikopener meen, die lipjes soms afbreken. En wat dacht je van blikmaïs mixen, gewoon met sap, dit goedje gebruiken om je voer mee aan te maken. Gekleurde maïs of maïs met een smaakje (scopex) kan op dressuurwater net dat tikkeltje verschil maken…
21 Loose feeding
Als het echt om karper te doen is (carpodrome), geen vaste voerballen gebruiken, dat zorgt alleen maar voor onrust en een hoop lijnzwemmers. Meestal trek je met een voerplek ook nog de kleinste, onervaren vissen aan (vaak giebels). Ga voor loose feeding (granen, zaden, pellets, maden, casters). Veel voeren, naar gelang de bezetting en activiteit, maar vooral dikwijls. Bij warm en rustig weer komt de karper graag in de bovenste waterlagen azen. Langzaam zinkende minipellets zijn dan ‘dodelijk’, lol in overdrive…
22 Hennep loose feeding
Een paar handjes gekookte en gekiemde hennep in het afgewerkte (gezeefde) voer is nooit verkeerd. Enkel gekiemde hennep tijdens het vissen cuppen, met de katapult schieten of uit het handje gooien is ook een optie. In een winterse haven, vaak tjokvol met dikke voorns, zijn hennep en casters als animeervoer een must. Losse maden lokken vaak (te) kleine vis zoals baarsjes en/of posjes (zoals in de haven van Huizen).
23 Zout
Zout is, zeker in de winter, een prima ingrediënt in een voorn-lokvoer. Zelf mengden we 500 gram zout bij onze gemixte duivenpoep (goed voor 3000 gram droogvoer). Meng de muggenlarven wel op het allerlaatste moment onder het voer, want die tere beestjes hebben een hekel aan een pekelbad. De rest van de muggenlarven apart houden en vlak voor gebruik onder het voer mengen.
24 Bruine suiker
Bruine suiker is een brasemlokker van jewelste, zowel in leem of in een voermix. Jarenlang het geheim wapen op de Kempense brasemvijvers, vraag maar aan Luc Vercammen. Maak je samenstelling niet te vochtig, eerder iets te droog, en doe er dan de suiker bij (tot 700 gram). Suiker smelt door de warmte van je handen bij het zeven en maakt je voer of leem natter. Let op, het verbrandt ook je muggenlarven…
25 Geroosterde hennep
Hennep geeft een absolute meerwaarde aan elk voornvoer. Gewoon rauw gemalen of overgoten met kokend water. Ook vers geroosterd, in een oude koekenpan met een likje arachideolie en gemalen, is top. Wel de dampkap aanzetten of je besterft het… Je kunt er ook een flinke greep suiker overheen strooien, tijdens het roosteren gaat je hennep dan karameliseren (wel regelmatig met houten lepel omroeren). Dit is een geweldig additief in een voornmix.
26 In de supermarkt
In de keuken of supermarkt vind je een hoop super additieven: curry, knoflookpoeder, venkel, koriander, kaneel, zout, vanillesuiker en/of -pudding, kandijsiroop, droge dessertmixen: chocolademousse, kokos, vanille, banaan, aardbei, en zo kunnen we nog wel even doorgaan! Vergeet ook de Red Bull niet…
27 Bindmiddelen
Bindmiddelen toevoegen
Gemalen havermout (elektrische koffiemolen), Brinta en rijstmeel zijn prima bindmiddelen zowel voor voer als deeg. Vroeger in ons ‘Maasvoer’ was een kop gemalen havermout een must. Een handje droge havermoutvlokken in je afgewerkte mix zorgt vaak voor een absolute bonusvis.
28 Zaden
Gemalen zaden, tropische mengeling, milletzaad, lijnzaad, negerzaad, spurrie (alle zaden zijn zowat bruikbaar) zijn olierijk en geven extra veel werking aan je mix. Ga je ze koken en daarna mixen of malen dan geven ze minder werking, maar erg veel kleefkracht (lijnzaad). Het kookvocht is natuurlijk ook zéér bruikbaar om je mix aan te maken!
29 Arachide of nootmeel
Arachide of nootmeel (graag vette) is een prima ingrediënt voor een voornmix. Maar durf ook een flinke neut arachideolie bij je voersamenstelling doen. Je voerplek lijkt te ontploffen, een horizontale en verticale werking. Je ziet perfect waar je voerplek zich bevindt, zeker als er azende vis aan tafel gaat.
[irp]
30 Dood brasemvoer
Brasemvoer kun je het best de avond voor een visdag voor de eerste keer bevochtigen, voor de sessie kun je de mix dan afronden, wel dan voorzichtig met water. Je voerplek zal veel minder werkende delen loslaten, dit heet ‘dood voer’ in het jargon. Zo vermijd je de aandacht van kleine vis, zodat de tafel gedekt blijft voor de echte joekels.
31 Leem
Leem is een onbetwistbare topper als basis voor brasemvoer. Volgens sommigen een puur transportmiddel voor het toegevoegde aas. Anderen zweren bij de aantrekkingskracht van de leem zelf. Met additief of zonder, maar dan graag met een flinke dosis muggenlarven en/of geknipte wormen. De moeilijkheidgraad ligt in het juist bevochtigen. Een geknede leembal mag best wat glanzen, maar moet zijn vorm houden en niet als een pudding ineen zakken. Natuurlijk mag hij tijdens het voeren zelf ook niet in stukken breken. Maar dat geldt natuurlijk voor zowat elke voerbal.
32 Leem op vijvers
Leem alleen is te schraal en te mager voor de meestal rijke bezetting aan hongerige vis. Dus geen pure leem op brasemvijvers als het in combinatie met maden en/of casters is, maar graag een kluts leem gemengd met een flinke dosis lokvoer (eenderde leem, tweederde lokvoer). Ook karpers zijn niet direct leemlovers.
33 Tubifex
Tubifex zeer succesvol op brasemvijvers, helaas niet overal toegestaan
Niet alleen muggenlarven, maar ook tubifex (slijkwormpjes) of ‘tuub’ in het vissersjargon is dodelijk op brasemvijvers. Helaas is dit niet overal toegestaan. Gemengd in balletjes leem of gewoon puur in kleine balletjes bovenop de voerplek werpen. Tubifex is beperkt houdbaar en heeft erg veel zuurstof nodig. Om vers geschepte tubifex te bewaren en schoon te krijgen (puur); plaats deze het liefst onder een dun straaltje stromend water (zuurstofpomp kan ook), zo trekt het helemaal als een bal in elkaar en is het makkelijk te behandelen.
34 Leem
Leem wordt met name op het kanaal vaak gebruikt als een ‘tapijtje’ waar dan bovenop de ballen lokvoer worden geworpen. Eerst een aantal ballen leem met wat muggenlarven als onderlaag en daarbovenop de voermix met het nodige levend aas.
35 Starter
Het is echt niet nodig om bij aanvang een emmer voerballen te droppen. Een paar bolletjes voer als starter, graag met een flinke greep levend aas (maden, casters en/of muggenlarven). En dan direct en met grote regelmaat kleine balletjes leem of voer met aas werpen of cuppen (vissen op de prise) kan erg lonend zijn. Eigenlijk net zoals we bij het feedervissen doen…
36 Half water
In de zomer kruist de vis (en zeker niet de kleinste) vaak op half water rond, zelfs op het kanaal. Regelmatig een plukje maden schieten en af en toe eens gaan ‘tasten’ met een montage met lange lijnopslag. Vis net achter de zinkende maden met een zo licht mogelijke dobbertje, en als ‘ze’ er zijn dan is het feest. Jammer en helaas dat dit op veel visvijvers niet wordt toegelaten.
37 Weg van de plek
Vis ook eens een flink eind achter de voerplek vissen, zowel met de vaste stok als de feeder. Een gekende truc wanneer de vis moeilijk doet, bij pas uitgezette vis, in de winterperiode of naar het einde van de wedstrijd als de vis onrustig wordt op de voerplek. Op dressuurwater herkent de vis die felle afstekende voerplek als voedsel, maar associeert deze ook als zeer gevaarlijk. Ze wachten totdat de voedseldeeltjes en aas even van de voerplek afgedreven zijn.
38 Schrale visserij
Is het op de visdag een hele moeilijke en schrale visserij, blijf dan met je handen uit de voerkom. Het basisvoer is beslist nog niet opgegeten en voer bijgooien heeft dan een averechts effect. Wil je toch iets extra brengen, cup dan een paar balletjes leem met extra veel muggenlarven, maden/casters of wat geknipte wormen.
39 Cuppen of smijten?
Op vijvers waar erg veel gevist wordt reageert de vis vaak positief op het geluid van de inslaande voerballen… Ook op kanalen waar veel met de feeder wordt gevist associeert de vis vaak het geluid van de inslaande voerkorven met voedsel. Bij toppers als Leo Koot heb ik gezien dat ze de voerbal van grotere hoogte uit de cup laten vallen, perfect onder de hengeltop en produceerde hij het ‘komen-eten-geluid’!
Pellets als aas, maar ook als voer kunnen dodelijk zijn. Je kunt ze droog voeren, met de katapult/cup bij de vaste hengel visserij. Maar je kunt ze ook voorweken zodat ze lekker zacht worden, ideaal voor de methodvisserij. Ze kleven dan aan elkaar, zodat je er gemakkelijk balletjes van kunt maken. Eenmaal op de bodem brokkelen ze af tot hun oorspronkelijke vorm. Een veel gehanteerde regel is ‘per millimeter een minuut weken’, dus 4 mm is 4 minuten weken. Als je ze net niet onder water zet en je laat ze al het vocht opslurpen, dan zit het meestal ook goed (voor de mensen zonder uurwerk).
41 Minipellets
In een afgewerkte (en gezeefde) voersamenstelling is een flinke dosis minipellets ook nooit verkeerd, zeker niet als het om dikke vis gaat. Niet zelden worden de echte bonusvissen met pellets en graag op een bedje van pellets gevangen, zo kickt barbeel op een bedje van pellets en gekookte hennep.
42 Kleuren
De meeste voersamenstellingen gaan van geel tot lichtbruin. Donker tot zwart voer doet het echt niet alleen goed in de winter en in helder water. Rood is dan weer een aanrader bij troebel water en groen is toch wel de laatste modekleur. Je kunt je eigen mix prima zwart maken met poeder dat in de bouw wordt gebruikt om cement zwart te kleuren. Is geur- en smaakloos, werkt prima, is niet schadelijk en kost bovendien een habbekrats.
43 Gesloten korf
Ga je met de feeder op vrij diep en stromend water (is ook niet verkeerd op ondiep water) aan de gang, gebruik dan gesloten voerkorven in plastic of plak je gaaskorf dicht met waterbestendige tape. Je kunt zo beter levende maden brengen of een prakje van fijngeknipte wormen (dodelijk voor dikke brasem). Met de kracht waarmee je het aandrukt beslis je zelf of het snel of traag uit de voerkorf komt. Op die manier is een gesloten korf ook best bruikbaar op ondiep water.
44 Wisselen
Zette de aanbeet zich niet goed door of miste je de aanbeet en zien de wormen er nog gaaf en onbeschadigd uit? Toch maar wisselen voor een paar verse kruipers. Geweigerd of verdacht bevonden aas wordt alleen op die hele gekke dagen alsnog direct door de vis gepakt…
45 Afwijkend
Vooral op dressuurwater kan een afwijkende aasaanbieding vaak een aanbeet uitlokken. Een combinatie van maden en een stukje felrode ‘honey worm’ of met die onovertroffen imitatie muggenlarven (Berkley) ziet er niet alleen anders uit. Door het drijfvermogen (honey worm) gedraagt het zich ook anders. Als de stroming doorzet of veranderd gaat je aas plots luchtiger, zwevend over de bodem en dat is soms net genoeg om een forse aanbeet uit te lokken.
46 Zwevende maden
Zwevende maden moet je natuurlijk ook altijd achter de hand hebben. Voor de aanvang een handvol kruipers apart in een madendoos zetten, een bodempje water erbij zodat ze nog net het kopje bovenhouden en lucht kunnen opzuigen. Dit maakt ze zwevend/drijvend en anders dan de rest. Gevist aan een wat langere onderlijn zorgt dat weer voor een heel aantrekkelijke hap. Wel een aangepaste deksel op je madendoos zetten, want het zijn nu eenmaal meesteruitbrekers.
47 Forellendeeg
Wat dacht je van die potjes felgekleurd deeg bedoeld om forellen het leven zuur te maken, dat deeg heeft ook een hoog drijfvermogen. Prima aas voor de method, maar ook goed te combineren met maden, casters, maïs of wormen. Als je niet gaat ‘hengsten’ blijft het prima op de haak zitten.
48 Wormenschaar
Een wormenschaar hoort natuurlijk bij je feeder- en witvisuitrusting. Een vaste hengel cup is het ideaal recipiënt om je wormen in te knippen. Het mooie bolle bodempje zorgt dat de schaar feilloos haar werk kan doen. Bovendien is zo een cupje wormenprak het dynamiet op je vaste hengel plek!
49 Wie het vaakst werpt…
Wie het meest ‘werkt’ met zijn visserij, bezig zijn noemen ze dat, vangt vaak de meeste vis. Bij het feedervissen kun je stellen: wie het vaakst werpt, en zo steeds wat aas en voer op de visplek brengt, die zal het meeste oogsten. Overvoeren met een dergelijk ‘korfje’, ik dacht het niet. Vergeet trouwens die cowboyverhalen over voerkorven maatje colablik waarmee kilo’s wormen worden weggezet…
50 Vertrouwen
Het beste additief dat er bestaat: Vertrouwen! Vertrouwen in je materiaal, in je mix, in je gekozen afstand en natuurlijk in jezelf. Kortom, vertrouwen in alles wat je aan het doen bent en dan komt het succes vanzelf. En ja… vertrouwen krijg je dan weer door succes…
Tekst & foto’s Richard Van den Broeck
ALTIJD ALS EERST OP DE HOOGTE VAN HET LAATSTE HENGELSPORTNIEUWS EN WINACTIES?
De Snoekbaars is een zeer geliefde sportvis die zich zowel aan een aasvis als aan kunstaas laat vangen. Wij hebben een aantal snoekbaars experts gevraagd antwoorden te geven op de meest gestelde vragen over het vissen op snoekbaars.
Hoe groot wordt een snoekbaars?
Snoekbaarzen boven de 90 cm lang worden als echt groot aangemerkt. Vissen van 50 tot 60 cm komen veelvuldig voor. 70ers zijn niet zeldzaam en 80ers worden regelmatig bij de Beet aangemeld. 100 cm is een droomgrens die nog maar in weinig gevallen overschreden wordt.
Snoekbaarzen van dergelijke afmetingen zijn niet alledaags
Vang je snoekbaars overdag of ’s nachts?
Snoekbaarzen zijn altijd actief! Dat bewijzen de sportvissers die lange dagen maken en op elk moment van de dag of nacht snoekbaars gevangen hebben. Anders dan de snoek, die tijdens rustperioden geen voedsel pakt, is de snoekbaars een vraatzuchtige en vooral nieuwsgierige rover. Om die reden speelt het bij deze vis geen rol of dat je ze bij stralende zonneschijn en 30 graden in de schaduw of toch midden in de nacht bevist. Doorslaggevend is niet wanneer, maar waar! Wanneer je ’s nachts de glasogen wilt bevissen, bedenk dan dat ze in het donker graag in de hogere waterlagen jagen, in de grotere wateren jagen ze dan zelfs in de nabijheid van het wateroppervlak. Ondiep lopend kunstaas levert dan de meeste aanbeten op, donkere kleuren zijn steeds het proberen waard.
Snoekbaars vissen vanaf de kant – 10 tips
Vang je snoekbaars in de winter?
Uiteraard: in de winter liggen de vissen gegroepeerd naar jaargangen op de rustige en diepe plekken van een water, om daar met een laag energieverbruik door de winter te komen. Ze staan diep omdat er op water dieper dan zes meter een constante temperatuur van 4 graden heerst. Deze zaken maken het eenvoudiger om groepjes snoekbaarzen op te sporen. Vang je een mooi exemplaar, dan zal de volgende vis dit zeker ook zijn!
Ook in de winter kun je snoekbaars vangen
Snoekbaars in helder of troebel water?
Veel mensen beweren dat vadertje glasoog de voorkeur geeft aan troebel water, maar ook glasheldere wateren beschikken over goede bestanden. Het doorzicht maakt de snoekbaars niet zo veel uit, zolang het voedselaanbod maar goed is. Dankzij de goede ogen kunnen ze ook in erwtensoep met een zicht van slechts enkele centimeters nog met succes jagen op prooivis.
Zit snoekbaars op lichte of donkere plekken?
Snoekbaarzen hebben een voorkeur voor schaduwrijke plekken. Iets wat je bij je speurtocht naar stekken in de gaten moet houden. Juist op kanalen oefenen door mensen geschapen bouwwerken een magische aantrekkingskracht uit. Dit kunnen bruggen en peilers zijn, maar zeker ook damwanden. De damwand, die juist nog schaduw in het water werpt, kan zeer veelbelovend zijn. De roofvissen staan hier dicht tegen de wand aan
Zijn snoekbaarzen kannibalen?
Juist op helder wordende wateren met een teruglopend bestand aan alver, specialiseren de snoekbaarzen zich vaak in het bejagen van hun eigen soortgenoten. Het lijkt er op dat ze hun eigen broed systematisch willen decimeren. Wanneer je dit gedrag tegenkomt in je eigen water, dan ben je het meest succesvol wanneer je op de proppen komt met kunstaas dat een duidelijke horizontale overgang heeft van licht naar donker. Simpel maar erg effectief zijn dan standaardkleuren zoals zwartwit of zilverpaarlemoer, omdat hiermee kleine snoekbaars goed geïmiteerd wordt.
Snoekbaars imitaties vangen snoekbaars
Hoe diep staan snoekbaarzen?
Snoekbaarzen zijn liefhebbers van warm water en trekken om die reden in de koude wintermaanden de diepte in. Beneden de spronglaag heeft het water een constante temperatuur van 4 graden Celsius. In de zomer jagen ze, wanneer de prooivissen hier aanwezig zijn, ook in ondiep water. Niet alleen de watertemperatuur is van belang, ook de aanwezigheid van prooivissen. Dit laatste speelt bij grote meren en stuwmeren steeds een doorslaggevende rol bij het zoeken naar snoekbaars. Op wateren waar houtingen of spieringen voorkomen, zal de roofvis zich steeds hierop oriënteren; dit kan betekenen dat ze op diepten tot meer dan 20 meter te vinden zijn.
Hebben snoekbaarzen een territorium?
Geen werkelijke territoria, maar ze zoeken in kleine groepen regelmatig plekken af waarvan ze weten dat er daar prooivissen te verwachten zijn. Zoals een single die regelmatig cafés of bars bezoekt omdat daar leuke vrouwen of mannen te vinden zijn. Snoekbaarzen bezitten dus een repertoire aan vreetplaatsen, die ze regelmatig opzoeken, afhankelijk van temperatuur, waterstand en jaargetijde. Alleen de vrouwtjes betrekken in mei/juni hun vaste paainesten die ze ook verdedigen.
Grote aantallen snoekbaars vangen op één stek?
Snoekbaarzen zoeken hun buit en zijn vaak in groepen onderweg. Daarom kun je het best na elke aanbeet of elke gevangen vis direct doorvissen, een snoekbaars komt nu eenmaal zelden alleen. Snoekbaarsspecialisten weten dat de roofvissen vaak in jaargangen van gelijk formaat gezamenlijk onderweg zijn.
Vang je snoekbaars met pluggen?
Niet altijd staan de rovers in de nabijheid van de bodem. Een plug die op twee meter boven de bodem loopt, levert snoekbaarzen op die in hogere waterlagen jagen. Vooral in de zomer komen de stekelridders ook op ondiep water om op visbroed te jagen. Op zo’n moment zijn kleine, ondiep lopende pluggen dodelijk.
Actief werpend met pluggen levert ook snoekbaars op
Vang je snoekbaars ook met lepels en spinners?
Vangsten van snoekbaarzen op spinners of lepels moet je eerder tot de uitzonderingen rekenen. Beide kunstaasvormen zijn nu eenmaal moeilijk op een bepaalde waterdiepte te vissen. Met shads of pluggen heb je dan een betere kans op succes.
Welke kleur is het beste voor snoekbaars?
Om hierop een antwoord te kunnen geven, dien je te weten hoe goed snoekbaarzen eigenlijk kunnen zien. Onderzoeken hebben aangetoond dat snoekbaarzen niet alle kleuren kunnen herkennen, maar vooral op contrasten en bepaalde intensieve kleurtonen reageren. Om deze reden dien je er bij de keuze van je kunstaas vooral op te letten dat dit een duidelijk verschil in licht en donker heeft. Dit kan het beste horizontaal aangegeven worden met twee verschillende kleuren (licht en donker) of in de vorm van strepen of punten. Goede kleurcombinaties zijn zwarte rug en witte buik, Firetiger (groengeel met zwarte strepen), Clown (goudgeel met zwarte punten), Browny (bruine rug met zwarte punten en een witte buik plus allerlei felle combinaties met chartreuse en gifgroen. Een echte topper is de kleur ‘motoroil’.
Welke kleur voor snoekbaars? Firetiger mag niet ontbreken
Vang je snoekbaars aan zacht plastic?
De meeste snoekbaarzen worden met zachtplastic gevangen. Twisters zijn vaak minder succesvol, misschien omdat ze in veel gevallen wat kleiner zijn. Belangrijk is dat de shads met hun loodkoppen daar landen waar de snoekbaarzen doorgaans te vinden zijn: op de bodem. Het maakt daarbij niet uit of dat je ze met de werpmolen of de hengeltop tot leven brengt, belangrijk is dat je continu lijncontact houdt met het kunstaas.
Welke aasvis imitaties zijn goed voor snoekbaars?
Ruisvoorn en blankvoorn zijn alom aanwezig en ze leveren steevast snoekbaars op. Veel specialisten zweren echter bij de pos. Deze leveren soms een ware voedselnijd op. Om deze reden wordt bij het shadvissen ook veelvuldig gekozen voor de kleur ‘motoroil’ die lijkt op die van pos.
Hoe voorkom je missers?
Een extra staartdreg (stinger) levert duidelijk meer vangsten op. Belangrijk is dat deze ‘stekel’ niet helemaal achteraan de shad geplaatst wordt, dan gaat de actie van de staart voor een belangrijk deel verloren. Het is het beste om het laatste eenderde deel van het kunstaas vrij te laten.
Hoe voorkom je vastlopen bij het gebruik van stingers?
Stingers leveren duidelijk minder missers op, ook het aantal vastlopers kan echter duidelijk oplopen wanneer je enkele zaken niet in het oog houdt. Er zijn meerdere bevestigingsmogelijkheden:
De dreg simpelweg aan de zijkant in de shad steken.
De dreg met een aasnaald in de shad trekken, ze blijft daarbij aan de buikzijde uit de shad steken waarbij alle drie de haakpunten vrij liggen. De bodem dient voor deze methode wel vrij van modder en obstakels te zijn, anders loop de shad steeds vast.
Bij een ondergrond met hindernissen wordt de extra haak op de rug van de shad vastgezet.
Stingers leveren minder missers op
Wat is een goede stingerhaak?
Wanneer je je stingers niet zelf wilt knopen, dan vind je in de vakzaken een breed assortiment aan kant-en-klare stingers. Ze zijn vervaardigd uit staaldraad of hardmono en wel in verschillende varianten. Belangrijk zijn de verschillen in kwaliteit, stingers vervaardigd uit staaldraad met een plastic mantel zijn een ‘no-go area’; een grote vis trekt de haak zeer snel los van de stinger. Hetzelfde geldt voor de, op het eerste oog, handige bevestigingsclips. Het beste kies je voor stingers waarbij de lussen (van staaldraad of hardmono) goed vastgezet zijn met sleeves.
Wat levert een visvinder op?
Wanneer je alleen maar oog hebt voor je scherm en wacht op het visalarm, dan zul je eerder gefrustreerd raken dan een mooie snoekbaars haken. Visvinders dienen vooral om ons standplaatsen en diepten van scholen prooivis te tonen. Zijn deze eenmaal gevonden, dan zijn de roofvissen vrijwel zeker ook niet ver weg. Ofwel zijn het de prooivissen waarop de snoekbaars het voorzien heeft, of het is een school brasem, die weliswaar niet aangevallen zullen worden, maar door hun activiteiten voor veel onrust onder de bodembewoners zorgen. En juist op die opgeschrikte kreeften, pos en grondels maken de snoekbaarzen graag jacht.
Welke aasvissen gebruik je voor snoekbaars?
Verse spiering is bij vele snoekbaarsvissers veruit favoriet voor het vissen met doodaas. Maar er zijn tegenwoordig meerdere aasvissen zoals windes, roofblei, voorn. Zelf je aasvis vangen is natuurlijk het leukste, maar tegenwoordig kun je online zelfs je aasvissen bestellen.
Hoe presenteer ik aasvissen succesvol?
Snoekbaarzen staan bekend als voorzichtig azende vissen. Een te dikke onderlijn of te grote haken en aanbeten blijven uit. Ook een teveel aan weerstand bij het pakken van het aas zien ze liever niet. Gebruik om die reden kleine dobbers met weinig draagvermogen bij het vissen met prooivissen, soepele onderlijnen en laat de beugel openstaan bij een aanbeet.
Hoe vis je met een aasvis op snoekbaars?
Vanuit de boot kun je beter met de dobber vissen omdat de aanbeet dan beter te herkennen is. Vanaf de oever en bij een hindernisvrije bodem zijn beide methoden even goed te gebruiken, het hangt van de voorliefde van de sportvisser af welke hij liever gebruikt of beter kan.
Wat is verticaalvissen?
Staat er ‘vertical’ op een hengel, dan betekent dit ze bedoeld is voor het vissen vanuit de boot en wel met een loodrecht naar beneden gaande lijn. De bewegingen komen overeen met die van het vissen met kleine pilkers op baars, alleen kunnen hiervoor meer kunstaassoorten gebruikt worden, o.a. shads, aasvissen, zinkende pluggen. Zij allen worden vlak boven de bodem aangeboden en met lichte rukjes gevist. Verticaalvissen heeft alleen zin in combinatie met een visvinder, tenzij je een water als je broekzak kent.
Verticalend vissen vanuit de boot
Dreg of Enkele haak?
Bij het vissen op de bodem met een dode aasvis, wanneer de snoekbaars met vertrouwen het aas pakken moet, daar zijn dunne en scherpe enkele haken de juiste keuze. Wil je snel de haak zetten, kun je beter kiezen voor een dreg. Wat beter vangt zul je als sportvissers steeds zelf uit moeten proberen.
Staal de juiste keuze?
Wanneer met het oog op aanvallen van snoek met staaldraad gevist wordt, is fijndradig staaldraad (1×19) de juiste keuze. Hoe dunner, des te beter en in ieder geval in matbruin of zwart. 3 to 5 kg trekkracht zijn afdoende voor een zekere dril en de enkele snoek krijgt het niet doorgebeten. Staaldraad dus, maar geen sleepkabel!
Nylon of gevlochten?
Bij het vissen met de aasvis (op de bodem of met de dobber) heeft nylon het voordeel dat het niet zinkt en dus niet vast komt te zitten op de bodem. 22 tot 25/00 is precies goed. Bij het kunstaasvissen, wanneer een direct contact met het kunstaas belangrijk is, is de gevlochten lijn – zonder rek – t.o.v. het nylon duidelijk beter.
Waarom een rode lijn?
Het rode gedeelte van het licht wordt als eerste door de breking van het water opgeslokt, een gevlochten rode lijn zou dus onder water het minst zichtbaar moeten zijn. Veel snoekbaars vissers zweren dan ook bij ‘code rood’. Het is, zoals zo vaak bij het vissen. Ook een kwestie van vertrouwen…
Monofilament onderlijn aan gevlochten lijn?
Omdat bij het kunstaasvissen met gevlochten lijn steeds meer sportvissers een nylon of fluorocarbon onderlijn gebruiken, is een goede knoop van groot belang. Het beste is de dubbele Uni-knoop die ook wel Double Grinner genoemd wordt. Het zijn eigenlijk twee stuitjesknopen die tegen elkaar getrokken worden. Met het monofilament worden drie tot vijf wikkelingen gelegd, bij de gevlochten lijn leggen we acht tot tien wikkelingen. Er bestaat nog een eenvoudiger variant. Hierbij worden alleen bij de gevlochten lijn acht tot tien wikkelingen gelegd, bij het monofilament wordt er alleen een eenvoudige achtknoop gelegd. De wikkelingen van de gevlochten lijn worden dan tegen de achtknoop van het nylon of fluorocarbon gelegd. De achtknoop is duidelijk kleiner dan de enkele Grinner en glijdt dan ook beter door de geleideogen.
Is een landingsnet schadelijk?
Wanneer je vis terug wilt zetten en toch een landingsnet wilt gebruiken, dan kun je het best een net kopen met rubber net. Deze zachte hulp bij het landen heeft meer voordelen, het net is zwaar en opent zich gemakkelijker in het water. Bovendien voorkomt dit type net dat je kunstaas er vast in komt te zitten, dat spaart weer kostbare vistijd.
Rubber schepnet goed voor de vis en haak vriendelijk
Begin maart, voor velen het startsein van het nieuwe karperseizoen! Ondanks de geringe watertemperatuur, kun je nu toch al aardig vangen. Het is wel handig om je tactiek op de nog koude omstandigheden af te stemmen. Karper is anders gezegd nu nog niet in zijn comfortzone.Met een lichte matchhengel in het vroege voorjaar op karper vissen. Veel visserijen vind ik mooi, maar dit is toch wel een van mijn favorieten. Doordat het water nog koud is, valt het met de plantengroei nog mee. Bovendien staat de stofwisseling van karpers zelf ook nog op een laag pitje.
mais en wormen zijn favoriet in het vroege voorjaar
Deze twee gegevens zorgen ervoor dat zelfs grotere vissen vangbaar zijn met ontzettend licht materiaal, zoals mijn matchhengel. Het enige wat de karpers nodig hebben om uit hun haast lethargische wintertoestand te komen is een warm voorjaarszonnetje. Enkele dagen met zonneschijn zorgen er voor dat het ondiepe water in de buurt van de oevers al flink opwarmt. Dit zijn dan ook de plaatsen waar karpers als eerste op zoek gaan naar wat te happen.
Het water hoeft slechts 30 tot 60 cm diep te zijn, genoeg om al lekker op temperatuur te kunnen komen. Ieder jaar weer sta ik er van versteld hoe gluiperig grote vissen kunnen zijn. Ondanks hun lompe afmetingen komen ze toch redelijk ongezien de ondiepte op. Topstekken zijn bijvoorbeeld kanten met riet, oude plantenbedden en in het water gevallen bomen. Vooral riet verdient nu extra veel aandacht; riet is namelijk enorm goed in het ‘opslaan’ van warmte. De eerste warme zonnestralen gaan namelijk niet zo snel verloren in de wirwar van rietstengels. De stengels geven de ‘opgeslagen’ warmte vervolgens langzaam af aan het water, waardoor het water hier net iets warmer wordt dan elders… Hotspot!
Precies aanvoeren
Zo vroeg in het jaar is het enorm van belang om niet teveel te voeren. Waar je normaal gesproken drie tot vier handjes voer brengt, volstaat nu één hand! Daarnaast is het nu crucialer dan ooit dat het voer ook precies daar ligt waar je vist.
Zelf maak ik graag gebruik van donkergekleurd grondvoer om de eetlust van de karpers op te wekken. Voor het visuele aspect voeg ik er nog wat maïskorrels en maden aan toe, maar absoluut niet teveel! Deze vaste voedselitems verzadigen snel, en verzadigde karpers vang je nu eenmaal niet.
donker grondvoer, mais en maden zijn de ingrediënten die ik gebruik
Als haakaas gebruik ik twee korrels maïs die ik op zo’n manier op mijn kleine haakje prik dat het voor de karper net lijkt alsof het twee losse korrels zijn. Soms maak ik ook gebruik van pieren of maden als haakaas. Als ik dat doe, dan voeg ik ze ook altijd aan mijn voer toe.
Ik plaats het voer altijd direct op mijn onderlijn. Niet met pva of dergelijke producten, maar met een aas mal van Preston. Dit dingetje stelt mij in staat om los voer op de lijn te knijpen. Als er water bij komt lost het voer op en valt het van de lijn af. Op die manier ligt er een mondje vol lekkers rechtstreeks bij mijn haakje.
handige aasmal van Preston
Als haak gebruik ik een maatje tien, waarbij ik er goed op let dat deze niet te dundradig is. We vissen immers op karper en de eerste uitval van een gehaakt exemplaar kan enorm hard zijn, ook in koud water. Met dundradige haken resulteert dit in het uitbuigen van de haak en dus verspeelde vissen…
Het resultaat: een samengeperste voerkubus
Sluipmeesters
Het materiaal moet ook aangepast worden aan de koudere omstandigheden; zware dobbers van 5 tot 8 gram hebben niets te zoeken in dit ondiepe, koude water. Bij voorkeur gebruik ik een 1,2 grams Crystal dobber van Drennan. Deze dobber bevestig ik met een ‘dobber adapter’ op de lijn, die ik vastzet tussen twee siliconen stoppertjes zodat de dobber niet kan schuiven.
Tijdens het vissen gedraag ik me zo rustig mogelijk, zeker wanneer ik vanuit de boot vis. Je hoeft maar iets in de boot te laten vallen en dat klinkt onwijs hard door onder water; weg karpers! Dat wil je niet natuurlijk! Datzelfde geldt natuurlijk voor wanneer je vanaf de kant vist; gewoon zo rustig mogelijk bewegen en zo min mogelijk geluid maken. Tijdens deze visserij ben je in de regel niet ver van de karper verwijderd, en geloof maar dat karpers jou eerder doorhebben dan je zou denken.
Deze grote voorzichtigheid voer ik door in mijn kleding; camouflage kleding dus. Om goed te kunnen zien of er karper op je stek aanwezig is moet je er kort op zitten. Een kleine werveling kan alles zijn wat je ziet, maar dat kan al meer dan genoeg zijn om te weten dat er activiteit gaande is. Met een fel oranje t-shirt zul je zien dat dat vis afschrikt als je dichtbij komt!
Overigens zul je in de meeste gevallen niet meer zien dan wat belletjes. De karpers zijn niet enorm actief, het water is immers nog koud. zelfs als ik kleine visjes weg zie springen op mijn stek, kan dat al een goed teken zijn en zal mijn vertrouwen toenemen. Vaak doen ze dit omdat ze verjaagd worden door een grote vis, karper bijvoorbeeld! Als dit gebeurt kan de dobber ieder moment wegwandelen, of onderduiken! Zelfs als je niets ziet, wil dat niet zeggen dat er geen karper op de stek aanwezig is. Karpers zijn meesters in het sluipen.
Parabolisch
Karpervissen met de matchhengel vraagt om een blank met een snelle actie, in mijn geval een Carp-Match II van Sensas. Deze hengels zijn eigenlijk bedoeld voor de visserij op commerciële karpervijvers, waarbij een parabolische actie gewenst is, omdat er vaak kort onder de kant gevist wordt. De zachte hengels vangen alle uitvallen van de hard vechtende karpers goed op, precies zoals ik het graag zie.
Een snelle parabolische matchhengel heeft mijn voorkeur
Sowieso is dit een visserij van het lichtere materiaal, in het koude water kun je anders gezegd maar beter lekker subtiel aan de slag gaan. De vis is nog extra schuw en daar kun je maar beter goed op voorbereid zijn.
Of je het nu wilt of niet, loodvervangers komen er aan binnen de sportvisserij. Sterker nog, 22 mei 2018 is er, door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Green Deal Sportvisserij Loodvrij ondertekend. Die houdt in dat binnen drie jaar het gebruik van lood fors verminderd moet zijn en zelfs verboden moet worden in 2027; terecht als je het mij vraagt! En nee, ik ben geen milieufreak, maar waar we een steentje kunnen bijdragen moeten we dat niet nalaten natuurlijk. Zeker als zeevisser kun je een steentje bijdragen, wij verbruiken namelijk het meeste lood van alle disciplines binnen de sportvisserij!
Door Martijn Dekkers
De zeevisserij verbruikt veel lood.
In Nederland mag er al jaren niet meer gejaagd worden met patronen die gevuld zijn met loodhagel. Een logisch gevolg is dat de sportvisserij volgt en de wet aangepast wordt. Tijd dus om alvast te gaan zoeken naar alternatieven.
Gelukkig wordt er al volop nagedacht over loodalternatieven. Steeds meer sportvissers stappen over op het gebruik van alternatief lood. Karpervissers vissen tegenwoordig veel met stenen. Deze stenen zijn voorzien van een wartel en werken prima. Ook de roofvissers hebben alternatieven gevonden in tungsten, een zwaar metaal dat prima eigenschappen heeft, maar helaas wat duurder is dan lood. Binnen de visserij op forel zijn glazen verzwaringen niet meer weg te denken. Vissers die de steeds populairder wordende Light Rock Fishing beoefenen zouden geen lood meer in hun tacklebox hoeven te hebben. Voor zulke geringe gewichten kun je allerlei vervangers bedenken.
“Tijd om al vast op zoek te gaan naar loodalternatieven”
Als zeevisser heb je iets minder opties, het ligt een beetje aan de visserij, maar er zijn toch een paar prima alternatieven. Wie vanaf het strand een wedstrijd vist en erg ver moet werpen komt niet onder lood uit, zo ver zijn we nog niet. Wie daarentegen lekker in de branding op zeebaars of bot gaat vissen hoeft echt geen lood meer te gebruiken. Het zelfde geldt voor stekken met weinig stroming zoals diverse zoutwaterkanalen en -havens.
Vastgelopen tussen de stenen, maar een verloren betonnen gewichtje of stuk oud ijzer doet het milieu nauwelijks kwaad.
LOODVERVANGERS: BETONNEN GEWICHTJES
Betonnen gewichten zijn nu een prima vervanger. Ik maak ze zelf, een fluitje van een cent en spotgoedkoop! Met een zak kant en klare beton maak je erg veel gewichten. Nadat je de droge mix hebt aangemaakt met water giet je het in een malletje. Daarna maak je er met ijzerdraad een wartel aan en laat het drogen. Je kunt hier nog wat staafjes betonijzer in doen, zodat ze nog wat zwaarder worden.
Betonnen gewichtjes zijn eenvoudig en goedkoop te maken.
Ook zijn er al loodvrije gewichten met ankers. Deze worden al veelvuldig gebruikt bij de strand- en bootvisserij en ik ben er erg tevreden over! Ze zijn wat groter dan je ‘normale’ loodgewichten, maar doen exact hetzelfde: je onderlijn op zijn plaats houden.
IJzeren gewichten zijn al enige tijd op de markt.
Op de wrakken is het niet anders, het enige dat je lood doet is je beaasde haken naar het wrak dirigeren. Dat kan ook met ieder ander gewicht. Aangezien we hiervoor redelijk zwaar lood gebruiken, is tungsten geen oplossing want dat is gewoon te prijzig. Oud ijzer werkt daarentegen weer wel. Bij de oud-ijzerhandel ligt van alles, grote bouten, oude kettingen enzovoorts.
Betonijzer voldoet prima bij het wrakvissen.
Over een paar jaar zijn er volop loodvervangers te vinden in de hengelsportzaken, daar ben ik van overtuigd. Tot die tijd is een beetje creativiteit de oplossing.
Maandelijks de rubriek ‘Kronkelen met Rolf ‘ waarin ras-Mokummer Rolf Bouman tal van onderwerpen de revue zal laten passeren. Rolf trapt af met een onbeduidend elastiekje… zo veelzijdig en handig, fantastisch!
Het gebruik van elastiek is niet meer weg te denken binnen de hengelsport. Denk aan topelastiek dat vaste hengel vissers graag gebruiken wanneer zij gericht op kleine karper vissen of een karper als bijvangst kunnen verwachten. Karpervissers gebruiken stukjes elastiek om de lijn te markeren op de spoel zodat zij steeds op exact dezelfde plek kunnen werpen. En roofvissers zetten het graag in om de dode aasvis te fixeren of om een iets andere aanbieding te kunnen presenteren, over die twee laatste gaan we het hebben! Elastic Fantastic dus.
MOOI BLINKEND
Zoek de voorn!
Wanneer ik op pad ga met dood aas, dan doe ik dat het liefste met zelf gevangen voorns. Je kunt natuurlijk ook voorns bestellen, maar ik vind het leuk om zoveel mogelijk zelf te doen. Daarnaast zijn die gekochte voorns vaak slap en papperig, daar houd ik niet van. Nee, geef mij maar kakelverse blankvoorns die het liefste nog dezelfde dag zijn gevangen, lekker stevig en mooi blinkend. Ga je zelf voorns vangen dan kan het zomaar gebeuren dat je een emmer vol hebt met diverse formaten, van 12 cm tot wel 25 cm, alles kleiner of groter zet ik terug. De grote voorns zorgen voor de voortplanting van de vis en de kleintjes zijn, nou ja, die zijn simpelweg te klein voor mijn visserij.
ELASTIEKMONTAGE 1
Vis ik kort onder de kant of hooguit een meter of 5 uit de oever dan prik ik een enkele dregpunt vlak voor de rugvin dunnetjes door de rug. Moet ik daarentegen een flinke zwiep geven dan komt steevast het elastiekje om de hoek kijken. Ik kan er verdraaid slecht tegen als mijn voorn van de dreg vliegt wanneer ik hard en ver werp. Het moge vreemd klinken, maar ik vind het ook een beetje lullig voor die voorn, is-ie helemaal voor niks doodgegaan! Dan prik ik op dezelfde manier de voorn aan de dreg, doe het elastiek om de haakpunt die door de rug gaat, haal het elastiek onder de vis door en dan vervolgens om de twee vrije dregpunten. Bij een aanbeet is het wel zaak om goed hard de haak te zetten, zodat de voorn loskomt.
De ene kant…… en de andere zijde.
ELASTIEKMONTAGE 2
De tweede methode is er eentje die eigenlijk is afgekeken van karpervissers. Zij vissen vaak met een hair waarbij het aas onder de haak hangt en waarbij die haak helemaal vrij blijft. Het komt voor dat ik alleen maar hele grote voorns heb, de 25 cm units dus. Nu kan ik natuurlijk kiezen voor een takel met twee dreggen, maar dat vind ik niks, met 1 dreg lukt het prima mits je de juiste bevestiging kiest. Deze keer fleur ik een elastiekje door de rug van de aasvis en bevestig deze met wat mastworpen en lussen aan de dreg, zo zijn alle dregpunten vrij en is de kans op goede inhaking enorm toegenomen.
Met elastiek zijn grote voorns prima te vissen met een enkele dreg, alleen nog gaatjes er in prikken.
TIP: PRIKKEN MAAR!
Vis je met kakelverse voorns? Vergeet dan niet de zwemblaas lek te prikken, die zit net voor de buikvin en ietsje omhoog. Heb je de voorns ingevroren en ontdooid? Prik er dan met een mes nog steeds wat gaten in, snoeken kunnen uitstekend geur waarnemen en lekkende lichaamssappen zijn ware magneten voor onze groene rakkers.
Zelfs kleine snoekjes pakken grote voorns, wel dun gehaakt.Ready to go!
Maandelijks een reportage van onze zeeviscorrespondent Martijn Dekkers van Dutch Fishing Stuff. Martijn is wat je noemt een echte allrounder en schuwt het zoete niet, maar een sterke voorliefde voor het zoute valt niet te ontkennen. Zeebaars, wijting, platvis, gul, haai… hij neemt het allemaal op de zoute korrel. Dit keer de pollak.
Pollak is een vissoort die niet voor iedereen weggelegd is, het is namelijk niet mogelijk om deze vissoort in ons land gericht te bevissen vanaf de kant. Vanaf de boot is dat wel mogelijk, mits je de goede stekken kent, of beter gezegd, de goede wrakken. Er is namelijk een aantal wrakken waar de pollak zich prima thuis voelt. Waarom dat is weet eigenlijk niemand, maar wellicht zijn het scheepswrakken waarvan de romp en boeg hoog boven de bodem uitsteken.
Ook op Nederlandse wrakken te vangen.
Pollakken houden namelijk van steile rotsranden maar wanneer deze steile wand een deel van een wrak is zullen de polakken zich hier ook best thuis voelen. De meeste schippers weten prima waar ze de pollakken moeten zoeken. Ga je eens op wrakkentocht, schroom dan niet te vragen of je ook een pollak-wrak aandoet.
Steile wanden
Het uiterlijk van de pollak is opvallend gestroomlijnd. Ze jagen dan ook in de volle stroming. Hun grote bovenstandige bek is gemaakt om prooivissen van onder af aan te vallen. De vis verschilt per stek wel eens in kleur, net als een kabeljauw. De ene keer vang je vooral lichtgekleurde pollakken, de andere keer zijn ze vrij donker van kleur, maar vechten doen ze allemaal…
“Een aanbeet kun je niet missen, in een ruk gaat je top al dan niet onder water en giert de slip het uit.”
In landen als Noorwegen, Engeland en Ierland komt de pollak veel algemener voor. Met een lepeltje vanaf de kant maak je al een prima kans. Echter voor de echt grote vissen dien je met een boot onderwaterbergen op te zoeken. Langs de steile wanden foerageren de pollakken.
Martijn met een Ierse pollak.
Op welke diepte ze zich bevinden scheelt van dag tot dag, maar ze zijn er eigenlijk altijd. Door een drift te maken over de bergtop vis je alle dieptes af, op het moment dat je een pollak haakt werp je een blik op de dieptemeter en voilà, je hebt de goede diepte gevonden. Pas hier nu keer op keer je drift op aan.
Stevige shads
Vissen op pollak is wellicht een van de gemakkelijkste visserijen die er is. Pak een langwerpige shad met een loodkop van pak ‘m weg 40 tot 80 gram en laat deze naar de bodem zakken. Na aankomst draai je in een rechte lijn naar boven, op tempo graag! Vaak voel je een pollak eerst een keer de shad pakken en soms een tweede keer. Wordt niet zenuwachtig maar draai gewoon door. Een aanbeet kun je niet missen, in een ruk gaat je top al dan niet onder water en giert de slip het uit. Een pollak zal zich enkele malen een aantal meters lijn nemen en daarna is de koek wel op. Kopschuddend en mokkend komt hij naar boven en kan hij geschept worden.
Doe niet te moeilijk over de shads, kies stevige shads die tegen een stootje kunnen. Pollakken vallen zo gezegd van onder af aan, vandaar de opvallend bovenstandige bek. Zodoende trekken ze vaak aan de staart van de shad. Een zachte shad is na een paar keer kapot, een stevige kan hier uiteraard beter tegen.
Kies stevige shads, vooral met een stevige staart
Als consumptievis kan pollak het beste vergeleken worden met kabeljauw: mooi wit vlees en vrij neutraal van smaak. Hij wordt dan ook veel gebruikt voor kibbeling, niemand die dat proeft. Kortom, een erg mooie sportvis en het zal me niet verbazen dat er binnen enkele jaren een gerichte visserij op pollak mogelijk is, in zoverre dat nu al niet mogelijk is…
Ontstaan uit pure passie voor de sportvisserij heeft Martijn Dekkers DutchFishingStuff opgericht. “Al decennia lang vissen wij op iedere vissoort die in Nederland te vangen is. Van voorn tot meerval en van wijting tot haai, het heeft allemaal aan onze haken gehangen. Naast het sportvissen op zich houden wij ons al jaren bezig met het verzorgen van vislessen op basisscholen, assisteren op beurzen en actieweekenden voor hengelsportzaken, het verzorgen van artikelen voor diverse hengelsportbladen enz. Vanaf 2018 zullen wij ons vooral gaan richten op workshops, gidsen en het assisteren bij groepsaangelegenheden!” Martijn geeft tal van workshops.
Lood moet bij het vissen op karper zwaar genoeg zijn om de beoogde stek te bereiken en vis te haken. Maar dat is niet alles!
Wie succesvol op karper vist dient ook bij de keuze van het lood met de loodvorm rekening te houden.
Lood moet bij het vissen op karper zwaar genoeg zijn om de beoogde stek te bereiken en vis te haken. Maar dat is niet alles! Karperexpert Gregor Bradler weet dat de vorm erg belangrijk is. Daarom zet hij de bekendste loodvormen op een rijtje en beschrijft hoe deze het beste in te zetten zijn.
Tekst & foto’s Gregor Bradler
De montage en rig zijn bij het karpervissen een belangrijk thema. Over haken, onderlijnen en aaspresentaties wordt enorm veel gesproken, maar over lood daarentegen… Dat is een beetje een ondergeschoven kindje. Over lood wordt vaak gesproken dat ze enkel twee functies hebben: de montage ver genoeg weg zetten en genoeg tegendruk bieden zodat het puntje van de karperhaak zich in de vlezige onderlip van een karper prikt. Wie het assortiment aan verschillende kleuren, vormen en maten lood in de lokale viswinkel bekijkt kan door de bomen het bos niet meer zien. Dit assortiment doet echt niet onder voor de doorsnee toetjes afdeling in de supermarkt! Zeker wat betreft wartellood heb je enorm veel keuze.
Veel vissers baseren hun keuze op de prijs of welke vorm hen optisch het meeste bevalt, zo belangrijk zal de vorm van het lood niet zijn, toch?! Niets is minder waar, de vorm van je lood kan van essentieel belang zijn! In sommige situaties durf ik zelfs te stellen dat de vorm van het lood kan bepalen of je chagrijnig en visloos of juist enorm blij huiswaarts keert. Ik realiseer me dat dit ongeloofwaardig klinkt, daarom geef ik een voorbeeld uit de praktijk waaruit blijkt dat het wel degelijk zo is.
Onderwaterheuveltje
Een aantal jaren geleden beviste ik een water waar ik vlak onder de kant aan de overkant wilde vissen. Hier liep het talud steil af. Ik viste met zogenaamde ‘flat pear’ loden. Uit ervaring wist ik dat de gekozen stek een goede was, hij lag op de trekroute van de vissen en bovendien stopten ze vaak eventjes op deze stek voor een kleine lunchpauze. Het duurde niet lang voor ik de eerste aanbeet kreeg, een mooie spiegel van begin twintig pond was voor heel eventjes de sigaar.
Tijdens de aanbeet was mijn lood losgekomen uit de safetyclip, dus moest ik opzoek naar een nieuw lood. Snel grabbelde ik uit mijn tacklebox een nieuw loodje. Er lagen alleen nog maar kogelvormige loodjes in mijn tacklebox, met enige nonchalance hing ik deze in de safetyclip. Ik dacht nog ‘ach wat maakt dat uit, welke vorm het loodje heeft’. Vol vertrouwen stapte ik in het roeibootje en roeide de montage naar dezelfde stek. Ik liet de montage rustig naar de bodem zakken en voelde direct hoe het kogelloodje van het talud afrolde en pas aan de voet van het talud tot stilstand kwam. Maar daar wil ik mijn haakaas niet hebben, bedacht ik me. Snel haalde ik de montage omhoog om een nieuwe poging te ondernemen. Wederom rolde de hele zaakje zo het onderwaterheuveltje af.
Dankzij het juiste lood bleef de montage op zijn plek liggen, anders was deze karper waarschijnlijk niet op de kant gekomen.
Omdat ik geen ander lood bij me had besloot ik het erbij te laten zitten. Ik voerde nog een paar handjes voer bij en bedacht me dat die karpers het vast niet erg zouden vinden om eventjes wat dieper af te zakken. Om een lang verhaal kort te maken: ik ving die sessie nog drie karpers. Echter ving ik wel alle drie de vissen op mijn andere hengel, daar waar nog een plat lood aan de montage hing! Ik vraag me tot op de dag van vandaag nog steeds af hoe deze sessie verlopen zou zijn als de montages van beide hengels van een plat lood waren voorzien. Deze gebeurtenis heeft mijn ogen doen openen. Ik weet nu het belang van de loodvorm op waarde te schatten. De enige vraag die nu onbeantwoord is gebleven is: welk loodje gebruik je in welke situatie? Hieronder volgt een handig overzicht.
Goed gecamoufleerd
In sommige heldere wateren kan het voorkomen dat karpers het lood waarnemen omdat het contrasteert met de kleur van de bodem. Om die reden is het verstandig om je lood aan te passen aan de kleur van de bodem. De meeste fabrikanten bieden hun loden aan in veel verschillende kleuren. Het handigst is om eerst het te bevissen water goed te bekijken zodat je kunt zien welke kleur de bodem er heeft.
Met die gedachte in je achterhoofd kun je het beste lood uitzoeken, de juiste kleur lood kan zeker meer vis op de mat brengen.
Gewichtige argumenten Kogellood: Lood in de vorm van een ronde bal is misschien wel de oudste vorm van lood. Door zijn ronde vorm is het erg compact. Hierdoor is het hakend vermogen met kogellood erg direct; wanneer een vis het onderlijntje strak zwemt is er niet eerst een hefboom of een kantelpunt voordat de vis het volle loodgewicht voor zijn kiezen krijgt. Het is meteen raak!
Kogellood heeft erg goede werpeigenschappen, maar is niet geschikt bij het gebruik op taluds of zachte bodems. Het lood zakt hier te diep in weg of rolt van het talud af.
Afgevlakt peerlood: Normaal peervormig lood worden bij het karpervissen amper nog ingezet. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van afgevlakte peerloodjes, ook wel ‘flat pears’ genoemd. Ze liggen stabiel en kunnen niet zo gemakkelijk verplaatst worden.
Bovendien zakken deze loodjes niet zo makkelijk weg in een zachte bodem.
Als dit toch gebeurt is dat geen ramp, door de vorm van het lood bieden ze dan nog meer weerstand wanneer een karper zichzelf haakt.
Tri-bomb lood: Het tri-bomb lood van Fox is zeer geliefd bij karpervissers. De combinatie van extreem goede vluchteigenschappen, stabiliteit op de bodem en goed hakend vermogen zorgt ervoor dat dit lood een goede allrounder is waarmee je in veel situaties prima uit de voeten kunt.
De meeste karpervissers gebruiken dit lood op de korte tot middellange afstand.
Torpedo lood: Wie zijn montage een flink eind weg wil slingeren om de schuwe karpers te bereiken heeft aan dit lood de beste keuze. Door de aerodynamische vormgeving vliegt dit lood als een raket door de lucht.
Omdat het zwaartepunt van dit lood zich in het midden bevindt is het hakend vermogen duidelijk minder dan dat van bijvoorbeeld kogellood.
Riser lood: Tijdens het vissen in stromend water heb je vaak te maken met steenstorten en andere obstakels waar je het lood liever vandaan wilt houden. Je hebt dus een lood nodig dat bij het binnen halen een eind van de bodem afblijft.
Dit lood beschikt over twee kleine vleugeltjes die ervoor zorgen dat het lood ‘opstijgt’ wanneer je het binnendraait.
Hierdoor hoef je niet meer bang te zijn om vast te komen te zitten wanneer je inhaalt, wel zo handig!
Profiel lood: Profiel lood is eigenlijk geen echte loodvorm, het is een samenraapsel van allerlei vormen lood waar een noppenprofiel op is aangebracht. Deze noppen hebben twee grote voordelen: ze zorgen ervoor dat het lood niet zo makkelijk wegglijdt van taluds en de noppen bieden grip aan deeg.
Hierdoor kun je deze loodjes prima van een smakelijk jasje voorzien en deze met volle kracht uitwerpen zonder bang te hoeven zijn dat je het deeg van het lood afwerpt.
Het maximale aan precisie bij het voeren op afstand bereik je met een voerboot. Nieuwe modellen beschikken zelfs over GPS, dieptemeter en zelfs een onderwatercamera!
Op afstand gevoerd en gevangen: Moritz Rott heeft een succesvolle tactiek ontwikkeld voor het vissen op karper op grote afstanden.
Het aanvoeren van een stek is zeer belangrijk in de karpervisserij. Sterker nog, het kan bepalend zijn of je wel of geen vis vangt. Wanneer je op grote afstand vist wordt het pas een echte uitdaging om het voer nauwkeurig op je stek te brengen. Gelukkig zijn er tegenwoordig een paar luxeartikelen die je hierbij helpen. Met deze artikelen kun je ook op grote afstand het voer nauwkeurig brengen.
Tekst en foto’s Moritz Rott
Vooral onder karpervissers is het vissen op grote afstanden een erg geliefde bezigheid. Met hun karperhengels wordt het haakaas vaak op afstanden van 80 meter of meer weggezet. Hierdoor kunnen zij vaak stukken water bevissen die anderen over het algemeen links laten liggen, puur en alleen omdat zij deze stekken niet kunnen bereiken. Toch brengt het vissen op dergelijke afstanden problemen met zich mee. Het is namelijk erg lastig om accuraat bij te voeren, zeker wanneer het gaat om grote hoeveelheden; of de afstand wordt niet gehaald, of de spreiding van je aas is enorm.
Er zijn veel verschillende middelen verkrijgbaar om je voer op grote afstand te krijgen.
Dit geldt voor boilies maar ook zeker voor partikels, pellets en lokvoer. Indien mogelijk moet je altijd zo doelgericht als mogelijk aanvoeren zodat de vissen niet naar de verkeerde stek gelokt worden. Hier bestaan een aantal zeer nuttige hulpmiddelen voor, niet allemaal zijn ze even geschikt om op grote afstand mee te voeren, maar voor de afstandvisser zitten er zeker onmisbare gadgets bij.
Werppijp
De klassieker onder de voerhulpmiddelen bij het karpervissen is de werppijp. Het aanvoeren van grote hoeveelheden wordt hiermee eigenlijk niet gedaan. Logisch, want wie wel eens twee kilogram heeft weggezet met een dergelijke werppijp weet hoe je arm de dag erna aanvoelt. Indien er veel watervogels in het water rondzwemmen dan is een werppijp helemaal niet zo handig. Vaak weten de watervogels de boilies al te onderscheppen voordat deze op de bodem liggen. Qua afstand scoort de werppijp prima. Je haalt ongeveer tweederde van de afstand die je met de hengel kunt werpen.
Gevederd bezoek, watervogels zoals deze eend maken de natuur liefhebbende karpervisser altijd blij. Zelfs als hij je zojuist gevoerde boilies oppeuzelt.
Voerschep
De zogenaamde groundbaiter is als hulpmiddel voor het voeren al wat langer bekend. Met deze aan de landingsnetsteel vastgedraaide schep kun je grote hoeveelheden voer in korte tijd voeren. Gewoonlijk worden afstanden tot 30 of 40 meter bereikt, verder wordt lastig. Zeker wanneer er veel kleine deeltjes als pellets en partikels door je voer zitten. Ondanks deze nadelen is de voerschep een uiterst nuttig en goedkoop hulpmiddel.
De reikwijdte van de voerschep is een beetje beperkt, bij 30 of 40 meter houdt het wel op.
Wanneer je er een wilt aanschaffen is het goed om bij de koop op een aantal dingen te letten, dit om een miskoop te voorkomen. Vooral kwaliteit is erg belangrijk; goedkoop is duurkoop. Goedkope scheppen hebben de neiging om snel te breken. Dat is erg vervelend wanneer je nog vier kilogram moet voeren. Wat ik persoonlijk nog een handige eigenschap van een voerschep vind is dat je er een kort steeltje op kunt schroeven. Handig wanneer je niet ver hoeft te voeren. Ook kun je dit als mixer gebruiken wanneer je lokvoer aan moet maken met water.
Spomb & spod
Bij het aanvoeren van stekken op grote afstand wordt ook vaak gebruik gemaakt van voerraketten of de Spomb. Vaak zijn de zogenaamde spods helaas niet ideaal. Tijdens de worp gaat veel voer verloren waardoor er behalve op je stek ook op andere plekken voer komt te liggen. Naast dat dit voor jezelf erg frustrerend is, is het ook niet bijster effectief voor het vissen. Wie zich hier ook aan ergert doet er goed aan om de gadget aan te schaffen genaamd de Spomb! De naam is een samenvoeging van het Engelse spot (plaats, stek) en bomb (bom, raket).
In de Spomb is plaats voor alle mogelijke vormen en soorten aas.
Het bijzondere van deze voerraket is het gesloten systeem, hierdoor zal tijdens de worp nooit voer verloren gaan. Met de Spomb kun je tot 250 gram voer in een keer wegzetten; hierbij maken de vorm, formaat en het soort aas niet uit! Op de punt van de Spomb zit een knopje, zodra de Spomb het water raakt, wordt deze knop ingeduwd en treedt een veermechanisme in werking. De Spomb klapt open en zijn inhoud wordt vrijgegeven. Een erg handig systeem en geweldige gadget, ook om grote hoeveelheden voer in korte tijd weg te zetten. De geoefende visser kan erg accuraat voeren met deze voerraket, zelfs afstanden van meer dan 100 meter zijn geen enkel probleem. Wel dien je met een speciale hengel te voeren vanwege het hoge gewicht wat een volle Spomb. Hengels met testcurves van 5 lb of meer zijn geen overbodige luxe.
Mini-Spomb Tegenwoordig is ook een mini-Spomb verkrijgbaar, de werking is exact hetzelfde als zijn grote broer alleen, zoals de naam al suggereert, is deze bescheidener van formaat en met normale karperhengels te gebruiken. Voor het gebruik van de grote Spomb en normale spods loont het zeker om een speciale spodhengel te kopen. Normale karperhengels kunnen het begeven, die zijn simpelweg niet gebouwd om een hoog werpgewicht weg te zetten.
De werppijp is dé klassieker onder de voerhulpmiddelen.
Bij de aanschaf van een spodhengel moet je letten op de afbouwkwaliteit. Dat wil zeggen: de ogen, het handvat en de reelhouder dienen robuust te zijn, aangezien hier veel kracht op komt te staan. Zelf maak ik gebruik van de ‘Catapult Spod’ van Sportex. Soms zie ik vissers met snoek- of snoekbaarshengels aan de gang gaan. In principe kan dit ook, maar het is niet ideaal. Dit zijn vaak kortere hengels waardoor de afstand bij lange na niet gehaald wordt, toch zonde! Wat betreft werpmolenkeuze let ik op dezelfde dingen als met mijn karpermolens. Ik houd van grote, taps toelopende spoelen zodat je er moeiteloos ver mee kunt werpen. Als hoofdlijn kies ik voor een felgele gevlochten lijn in een dunne diameter. Deze is goed te zien en heeft weinig weerstand.
Baitsling
Wie voerballen wil voeren heeft aan de baitsling zijn ideale metgezel. Dit is een tuigje waar exact een formaat sinaasappel grote voerbal in past en wat je aan een spodrod kunt hangen. Wanneer je dit geheel werpt zal het tuigje als een soort katapult gaan werken. Hierdoor kun je ver en nauwkeurig voeren. Onder andere de firma Gardner heeft een baitsling, de ‘Balls Out Bait Launcher’, in hun assortiment. Je zult het misschien niet geloven maar met deze gadget kun je afstanden van rond de 150 meter bereiken! Dit komt omdat de voerbal kort na de worp uit het tuigje vliegt waardoor de bal geen weerstand van de lijn meer ondervindt.
Met de baitsling kun je voerballen tot wel 150 meter katapulteren!
Omdat de voerballen zo ver dienen te vliegen moeten ze wel stevig zijn. Om ze stevig te maken maak ik gebruik van een mal. Zo worden ze ook nog eens perfect rond, dat komt de aerodynamica ten goede. De mallen die ik gebruik komen uit de gastronomische sector, hier zijn siliconen mallen te krijgen die, wanneer je ze op elkaar legt, perfect rond zijn. Een tennisbal die je door de helft hebt gesneden werkt ook prima.
Het lokvoer zelf is ook van belang, het dient een goed bindend voertje te zijn aangezien er stevige ballen van gemaakt moeten worden.
Als basis voor mijn voermix gebruik ik lokvoer met goede bindeigenschappen of stickmix. Hier kun je naar eigen smaak tot 15% boilies, pellets en partikels aan toevoegen.
Pva zak
Bij het gebruik van een pva-zakje worden twee vliegen in één klap geslagen. Er belandt voer in de directe nabijheid van je haakaas en doordat de hele montage in zo’n wateroplosbaar zakje verdwijnt kun je het geheel onmogelijk in de knoop werpen, superhandig!
Bij het voeren met een pva zakje kan de montage tegelijkertijd met het voer worden gebracht. Hierdoor liggen voer en haakaas praktisch op dezelfde plek.
De gehele montage verdwijnt inclusief het voer in een pva-zakje, het is wel belangrijk om het geheel goed aan te kloppen en alle hoekjes naar binnen te vouwen. Op die manier krijg je een zakje wat gericht en ver te werpen is. Dit vraagt wel om enige ervaring maar met een beetje geduld kom je er wel. En voor diegenen die geen geduld hebben heeft de firma Avid Carp een ‘pva bag loading kit’ ontwikkeld, hiermee is het maken van pva zakjes een fluitje van een cent.
Voerboot
Het luxepaardje onder de voergadgets. Hiermee kun je behalve het voer ook je haakaas naar de beoogde plek brengen. Vijftien jaar geleden stond deze technologie nog in de kinderschoenen, maar vandaag de dag is ze langs de waterkant haast niet meer weg te denken. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het bestaat: boten met een dieptemeter, met GPS en zelfs zijn sommige boten met een onderwatercamera uitgerust!
Het maximale aan precisie bij het voeren op afstand bereik je met een voerboot. Nieuwe modellen beschikken zelfs over GPS, dieptemeter en zelfs een onderwatercamera!
Voerboten zijn al heel lang onderwerp van discussie. Een groep vissers is jubelend over deze handige voerhulpjes en de tegenstanders vinden het niets, zij vinden dat het de kunst van het vissen weghaalt. Ik vind dat voor beide partijen wat te zeggen valt, qua accuratesse is er niets preciezer dan een voerboot, dat valt niet te ontkennen. Wel is het zo dat mensen de kunst van het precies werpen verleren door het gemak van de voerboot. Zelf maak ik vrijwel nooit gebruik van een voerboot. Op veel van mijn wateren is het gebruik verboden en bovendien heb ik ook niet veel trek om een smak geld uit te geven voor zo’n bootje. Want duur zijn ze, een beetje voerboot kost al snel 500 euro!
Toch kan ik niet ontkennen dat wie voerboten kan en mag gebruiken zeker een stijging in zijn vangsten zal merken.
Als het mooi weer is, dan zie je vaak veel mensen vissen, zeker in de zomer en vakantieperiode. In de winter bergen veel mensen hun spullen op; het weer is vaak slecht en men denkt dat de witvis slecht bijt. Toch is dat zonde, want juist nu is er heel veel vis te vangen. Sterker nog, op winterstekken zelfs meer vis dan tijdens de warmere maanden in het jaar! Jan van Schendel geeft een overzicht van de beste winterstekken voor witvis.
De beste winterstekken op een rij!
We hebben dit jaar natuurlijk een fantastisch mooie zomer gehad. De meeste vissers zitten liever langs de waterkant bij mooi weer, dan in regen en wind. Dat is logisch. In het najaar en al helemaal tijdens de wintermaanden heb je natuurlijk vaak ban die ‘mindere dagen’; alleen al daardoor zijn er heel wat vissers die in deze periode minder vissen of zelfs stoppen. In de winter kun je echter vaak meer vis vangen tijdens mooie, zomerse dagen. Wel moet je in deze koudere periode jezelf meer dan ooit aanpassen aan het gedrag van de vissen. In Beet-Rovers december omschrijft Jan van Schendel verschillende tips die zullen helpen bij het vinden van de juiste visplekken; ook zal hij uitleggen wat de beste aanpak is om juist nu succesvolle visdagen te beleven. Maar het belangrijkste zijn winterstekken, vissen op de plaats waar de vis is.
1. De haven van Elburg
De haven van Elburg is één van Nederlands bekendste en beste winterstekken voor witvis. Het water staat rechtstreeks in verbinding met het Dronter- en Veluwemeer. Tijdens wedstrijden zijn winnende gewichten van meer dan 20 en zelfs 30 kg niet ongewoon. De vangst zal voor 95% uit blankvoorn bestaan.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
2. De haven van Sprang-Capelle
In deze jachthaven komen soms in de wintermaanden heel veel vissen samen die via het Oude Maasje uit de rivier de Maas komen. De vangsten bestaan vooral uit voorns en ook soms grote baarzen. Er zijn een aantal visplekken vlakbij het brugje bij de “dorpskern”. Daar zitten vaak ook de meeste vissen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
3. Groningen (stad)
Deze stad wordt zowat omringd door grote kanalen zoals het Noord-Willemskanaal, het Van Starkenborghkanaal en het Eemskanaal. Via allerlei kleine verbindingen staat een heel netwerk van grachten en kanaaltjes in verbinding met deze wateren. Kortom, genoeg winterstekken. In de stad is parkeren soms moeilijk en er is nooit genoeg ruimte om een wedstrijd te vissen, maar wel zijn er overal enkele visplekken te vinden en is er overal heel veel vis te vangen, vooral ook tijdens de wintermaanden!
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
4. Leeuwarden
Ook hier in deze stad is er een heel netwerk van kanaaltjes en grachten. Ook hier is parkeren niet altijd gemakkelijk, maar net als in Groningen is er wel vrijwel overal volop vis te vangen. Soms brasem, op andere plaatsen juist weer veel voorn. Ook de Harlinger Vaart bij de Snekertrekweg is al vaak een prima stukje viswater gebleken.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
5. Zuidlaren
Hier heb je een doodlopend kanaaltje van amper 12 meter breed waar tijdens de wintermaanden heel veel vissen zwemmen die hier overwinteren. De vissen komen van het Zuidlaardermeer en verzamelen zich hier vooral in het redelijk beschutte gedeelte van het kanaal; bij de molen tot waar het dood loopt. Zowel voorns als blieken zijn hier te vangen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
6. Beerta
Je hebt bij Beerta een klein, smal kanaaltje; het deel aan de oostkant van Beerta is erg interessant, met een klein haventje erbij. De totale lengte van het kanaaltje is enkele kilometers, het staat in verbinding met het Oldambtmeer, ook wel bekend als Blauwe Stad. Het water hier staat bekend om zijn soms enorm grote voorns, maar ook worden er steeds meer blieken en brasems gevangen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
7. Oude jachthaven van Drimmelen
Opgelet, want in Drimmelen hebt je verschillende jachthavens. In de Nieuwe Jachthaven mag niet (meer) gevist worden, dus wat overblijft is de zogenaamde Tussenhaven en de Oude Jachthaven. Let op, er mag maar in een gedeelte van de Oude Jachthaven gevist worden en ook dien je lid te zijn van één van de plaatselijke visverenigingen. Bijna ieder jaar weer is er hier volop voorn te vangen en worden er hier wekelijks verschillende wedstrijdjes gevist.
Vissen vanaf de steigers in de oude jachthaven van Drimmelen. Jan hier in actie van een steiger te bereiken via Watersport Botenverhuur.
In en rond het stadje Sneek ligt een heel stelsel van kanaaltjes. Net zoals op veel goede winterstekken, staan de soms zeer smalle sloten en kanaaltjes in verbinding met de grootste wateren van ons land. In dit geval staat het meeste water rechtstreeks in verbinding met enorme plassen zoals het Sneekermeer en de Fluessen. In de winter kun je op tal van plaatsen met name heel veel voorn vangen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
9. Willemstad
Je hebt hier verschillende mogelijkheden. Voor de feedervisserij-liefhebbers zijn er enkele goede winterstekken niet ver van de sluizen en in de buurt van de afmeerplek van de politieboten. Voor de vaste stokliefhebbers is er de haven waar in de winter vaak veel voorn is te vangen
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
10. Stad aan het Haringvliet
De naam zegt het al; een stadje aan het Haringvliet. En waar je een stad aan het water hebt, is vaak een jachthaven. Op deze plek is in de winter vaak veel voorn is te vangen. Het spreekt voor zich waar de witvissen vandaan komen, uit het Haringvliet dus.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
11. Brielle
Je hebt in dit prachtige stadje een soort van binnenhaven die dwars door het stadje loopt. Sinds jaar en dag is deze haven een top-winter stek. Je moet wel lid zijn van de plaatselijke vereniging of een dagvergunning hebben om hier te kunnen vissen. Een precieze stek is moeilijk aan te duiden hier. Kijk naar de kleur van het water. De meeste vissen vang je op de plekken waar het water het minst helder is. Grote voorns en soms ook wat blieken en brasems zijn er hier te vangen. Die vissen komen uit de Brielse Maas.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
12. Hellevoetsluis
Je hebt hier natuurlijk allereerst het bekende Kanaal door Voorne. Vooral op de plekken richting de uitgang van dit kanaal is soms enorm veel vis te vangen. Verder heb je hier een haven die zowat dwars door het centrum van het stadje loopt. Hier verzamelen zich in de winter soms heel veel voorns die vanuit het Haringvliet de haven intrekken. Uniek is hier een tijd van hooguit enkele weken aan het einde van de winter, wanneer er hier heel veel enorm grote voorns te vangen zijn.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
13. Dordrecht
Ook weer zo’n stad die werkelijk is omgeven door allerlei wateren, meest rivieren in dit geval. De Merwede, de Noord, de Dortse Kil, de Lek en het Wantij; allemaal stromen ze vlak in de buurt of zelfs door de stad! Verschillende kleinere watertjes in de stad staan hier weer mee in verbinding en er is dan ook soms veel vis te vangen, vooral in de havens langs deze rivieren. Verder is het Wantij natuurlijk al sinds jaren een bekende stek voor de feedervissers, juist in de wintermaanden!
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
14. Huizen
In Huizen heb je 2 jachthavens die allebei in verbinding staan met de nabij gelegen Gooimeer. Ook hier weer trekken in de winter heel veel vissen heen om te overwinteren: typische winterstekken. Vooral de Aanloophaven is een bekende winterstek. Wel is het stuk waar de vissen nog te vangen zijn steeds kleiner geworden de laatste jaren. Er komen schijnbaar minder vissen de haven in de laatste jaren en die vissen die er wel zijn zitten vrijwel allemaal samen in het laatste stuk van het kanaaltje, daar waar het eindigt in een kommetje midden in een winkelcentrum. Daar is vaak nog steeds goed te vangen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
15. Bunschoten-Spakenburg
Ook weer zo’n haven langs één van de de Randmeren (Eemmeer – Nijkerkernauw) waar de vissen zich gedurende de wintermaanden verzamelen. Meestal bestaat de vangst hoofdzakelijk uit voorns, er genoeg verschillende plaatsen waar gevist kan worden.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
16. Zeewolde
Je hebt hier een heel netwerk aan slootjes en kanaaltjes, waar soms heel veel vis is te vangen, vooral op die plekken waar het water niet te helder is. Een van de bekendere stekken is de de Coophaven; een klein haventje waar verschillende kanaaltjes bij elkaar komen en dood lopen. Het zit hier vol met voorns en soms ook windes en ruisvoorns. Let op! Je hebt hier wel een dagvergunning nodig van de plaatselijke visvereniging.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
17. Harderwijk
Deze plaats is natuurlijk bekend van het Dolfinarium en iedereen die daar wel eens is geweest zal wel de havens gezien hebben. Dat zijn perfecte winter-visplaatsen waar veel voorns en ook windes zich ophouden gedurende de wintermaanden. Let op, bijna overal heb je hier betaald parkeren en in het laatste stukje van de Binnenhaven heb je een vergunning nodig van de plaatselijke visvereniging.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
18. Kampen
De witvissen trekken vanuit de Gelderse IJssel soms het stadje in. Deze plek staat bekend om zijn soms grote blankvoorns.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
19. Vianen
Ook dit is weer zo’n echte waterstad. De rivier de Lek, het Zederikkanaal, de Buitenhaven en maar een klein stukje verderop het Amsterdam-Rijnkanaal. Allemaal zijn het wateren waar in de winter soms goed vis is te vangen. Op de meeste winterstekken zeker ook met de feederhengel.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
20. Veghel
Enkele jaren geleden is de Zuid-Willemsvaart aanmerkelijk verbreed, dit om zwaardere scheepvaart mogelijk te maken. Aan de rand van Veghel ligt er een hele diepe haven die vanaf de Zuid-Willemsvaart komt. Daar trekt soms veel vis in tijdens de wintermaanden. Er zijn niet zoveel visplekken, maar op de juiste dag en de juiste plek kan je daar soms echt volop vis vangen juist in die tijd. Tevens heb je een haventje dat vanuit de Zuid-Willemsvaart het stadje inloopt. Hier is soms leuk te vangen in de winter. Ook heb je het verbrede en uitgediepte kanaal zelf waar zowel met de vaste stok als de feederhengel soms goed vis is te vangen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
21. Roermond
Limburg staat nu niet bepaald te boek als de meest visrijke provincie van Nederland. Toch zijn er weer steeds meer berichten over vooral voornvangsten en winterstekken. Vooral in de omgeving van Roermond zijn een aantal wateren waar ik goede dingen over hoor, zoals steeds meer voorn op de Maas, maar ook op het Lateraalkanaal. Ook is er hier een soort van haven en een groot grindgat waar in de winter best goed is te vangen.
Klik op de kaart voor meer informatie over de visrechthebbende, vergunning en bepalingen.
Steeds meer Duitsers komen in het noorden van Nederland hun hengel uitwerpen. Dat zegt Sportvisserij Groningen-Drenthe.
“Er zijn inmiddels al 4000 Duitsers die een vispas hebben aangeschaft om hier te mogen vissen, zegt directeur Henk Mensinga van de belangenorganisatie tegen RTV Noord. “Dat is een flink deel van de 50.000 geregistreerde sportvissers in deze twee provincies.”
Volgens hem steken de Duitse sportvissers graag de grens over omdat ze in eigen land te maken hebben met een woud aan regels. “Ze moeten een soort examen doen.”
Dierenkwelling
Verder mogen de vissers daar gevangen vissen niet terugzetten; ze moeten hun vangst doden. “Dat staat daar in de wet, sportvisserij wordt gezien als onnodige dierenkwelling. Vissen staat daar gelijk aan de jacht.”
Hierdoor is de visstand daar over het algemeen een stuk lager. Dat is nog een reden voor Duitsers om uit te wijken naar Nederland.
Mirko Schlüsselburg en Julian Weber uit Leer komen een à twee keer per week naar Groningen om een hengeltje uit te werpen. Vandaag staan ze in het haventje van Stedum. “Een van de belangrijkste redenen om hier te komen is dat we die mooie grote vissen weer terug kunnen zetten”, zegt Schlüsselburg.
Mensinga is in elk geval blij met het geld dat de Duitsers betalen voor hun vispas. “Met dat geld kunnen we hier ook weer leuke dingen doen voor onze vissers.”
Hengelsportlegende Bob Nudd verklapt Beet de kneepjes en de geheimen van het vaste hengel vissen met pellets.
Met een pellet op de haak op brasem? Dat werkt, maar ook met de vaste hengel? Zeker weten! Hengelsportlegende Bob Nudd verklapt Beet de kneepjes en de geheimen van het vaste hengel vissen met pellets.
Tekst & foto’s Bob Nudd
‘Bream only’, Bob Nudd gaat met de vaste hengel op brasem!
Het is geen nieuws meer dat je ook brasem kunt vangen met niet-levend aas zoals met de pellet. Vooral met de feeder wordt brasem al een behoorlijk lange tijd met pellets bevist. Alle kampioenen en vooral Bob Nudd gebruiken pellets graag als aas. Zoals we Bob kennen doet hij altijd iets speciaals: “there is no way like Bob’s way”. Getrouw aan deze slagzin zet Bob in dit artikel de feeder opzij en grijpt naar de vaste hengel om de grote brasems het leven zuur te maken.
Met pellets op brasem, Bob kiest voor dobbers met 3 gram draagvermogen.
Met de vaste hengel of feederhengel?
Wie zegt dat je verplicht met de feeder moet vissen als je de brasems met pellets achter de vinnen zit? Niemand! In Engeland vissen mensen regelmatig met de vaste hengel en pellets als aas. De meeste vissers grijpen nog steeds naar natuurlijk aas zoals muggenlarven en maden, maar pellets zijn in opkomst. In Engeland zijn er al wateren waar het vissen met pellets gereglementeerd wordt met het oogmerk dat er niet massaal wordt gevoerd zoals bij het karpervissen. Met pellets vissen op brasem gebeurt gericht en een voerplek moet precies worden opgebouwd.
De dag begint en Bob plaats zijn viskist heel precies, ondersteunt door een platform gedragen op houtblokken want de sompige ondergrond lijkt wel drijfzand.
Er staat een behoorlijke wind, maar daar trekt de Brit zich niets van aan, hij wil en zal brasem vangen met pellets! Hierbij gaat hij heel technisch te werk. Links van de kist komt een voertafel, hierop worden enkele kleinere tafeltjes gemonteerd om het aas en ander klein spul in of op te leggen. Dan komt de rollersteun zo’n vier meter achter de kist te staan. Rechts van de viskist komen op een rekje de reservetoppen/extra hengeldelen te liggen, desnoods nog een scherm of grote paraplu om zich te beschermen tegen de wind. Dan monteert Bob als een ervaren rot zijn hengel en is klaar voor de demonstratie.
Proefondervindelijke montage
In de eerste drie topdelen plaatst Bob, dubbel 0,6 mm dik topelastiek. Topelastiek dubbel gebruiken is een rage in Engeland. Bob vist dus niet met een dikke 1,2 mm topelastiek, maar kiest voor de lichtere, dunnere 0,6 mm topelastiek. Wat is het voordeel daarvan? Dubbel gebruikt 0,6 mm topelastiek rekt ook bij de kleinste vis die je weet te haken, maar komt er een kanjer het aas nemen dan werkt ook deze montage feilloos. De dubbele topelastiek vangt de vluchtpogingen beter op, dempt als het ware elke onverwachte beweging van een grote vis. Een ideale montage voor wateren waar je nog nooit hebt gevist en dus niet weet welke vissoorten je mag/kunt verwachten. Dat kan van een klein voorntje tot een supergrote brasem of zeelt zijn.
De voerpellets worden in een pelletpomp geweekt zodat ze meteen naar de bodem kunnen zakken.
Aan het uiteinde van het topelastiek (het deel dat uit de top komt) brengt Bob een connector aan, waar het tuigje aan wordt bevestigd. Een heel eenvoudige montage. De aangebrachte verzwaring om de dobber uit te loden zit op twee verschillende afstanden, dat blijkt het beste voor het vissen met pellets op brasem in winderige omstandigheden te zijn. Op de 14/00 hoofdlijn komt een buikvormige dobber te zitten met 3 gram draagvermogen. Het grootste deel van de verzwaring bestaat uit een olivette, die gefixeerd wordt door een kleine loodhagel op ongeveer 30 cm boven de kleine loodhagel (nr. 8). Dit zogenaamde ‘verklikkerloodje’ knijp je precies boven de verbinding hoofdlijn-onderlijn. Dit om het in de war raken van hoofd- met onderlijn te voorkomen bij het plaatsen van de montage of het zetten van de haak. Door dit kleine loodje registreert de dobber de geringste aanbeet van een brasem. De onderlijn is 12/00 dik en heeft een lengte van ongeveer 20 cm. Een eenvoudige maar zeer efficiënte montage!
Uitgekiend uitloden
Beheerst neemt Bob plaats op zijn viskist en begint het water uitgekiend uit te peilen. Zorgvuldig uitpeilen is bij het vaste hengel vissen één van de belangrijkste zaken. Wie de bodemgesteldheid waar gevist moet worden kent, is heer en meester van de situatie. Je weet ook meteen of er takken of andere obstakels op je stek liggen want dat kan je zuur opbreken wanneer je een grote vis aan de haak hebt. Ook bodemoneffenheden zijn van belang om te weten want dan kun je inschatten waar het voer moet komen en hoe je het aas moet aanbieden. Het gemakkelijkste om uit te peilen is gebruikmaken van een knijppeillood die je over de haak aanbrengt. Bob treedt in detail: “zodra je de juiste diepte hebt gevonden, haal je de montage uit het water en maakt met een viltstift een markering op de hengel, zo weet je exact de juiste diepte. Handig als je dieper of ondieper wilt vissen om dan later terug de oorspronkelijke diepte in te stellen”.
De pellets worden rechtstreeks op de fijndradige haak geprikt.
Zonder verder veel tijd te verliezen bereidt Bob het voer. Hij gebruikt daarvoor lokvoer, grotendeels gebaseerd op vismeel en mengt er behoorlijk veel pellets onder. De pellets hebben een diameter van 4 mm zodat je ook kleinere witvis zoals ruisvoorn kunt lokken. Dan bevochtigt Bob de voermengeling, met een spons, beetje bij beetje en mengt alles grondig tot hij een kneedbare substantie heeft gekregen. Dan laat hij het voer een kwartiertje rusten en drukt het vervolgens zorgvuldig door een voerzeef (mazen van 4 mm zodat de pellets er doorheen kunnen vallen). Zo is het voer fijn en ‘luchtig’, want klonters in het voer is niet meteen het beste wat je in het water kunt werpen.
Pellet pomp
Nu komen de pellets aan bod. Dit zijn zogenaamde Expanda pellets die je voor gebruik eerst moet bevochtigen. Hiervoor gebruikt Bob een speciale pelletpomp die de pellets vacuüm zuigt. Het gebruik van zo’n pomp is heel eenvoudig. De nodige pellets in de pomp doen, water toevoegen en het hele zootje luchtledig trekken. Gedurende 30 seconden de pellets water laten opzuigen en dan weer lucht toevoegen. De pellets zullen nu meteen naar de bodem zinken. Zijn er nog pellets die blijven drijven dan de handeling opnieuw uitvoeren of de drijvende pellets gewoon verwijderen en niet gebruiken.
Pellet power: Bob net brasem na brasem.
Subtiel: 1 pellet op een dundradige haak
Vijf sinaasappelgrote voerballen worden met een cup precies op de visplek te water gelaten. Bob pakt dan de vierdelige topset in de hand en prikt op een haak 14 de eerste pellet van de dag, brengt de hengel op lengte en laat behoedzaam de pellet op de voerplek naar beneden zakken. De montage staat zo afgesteld dat de haak met de onderlijn ongeveer vijf centimeter op de bodem ligt. Geregeld tilt Bob de pellet heel behoedzaam enkele centimeters van de bodem en laat die dan weer op de bodem zakken.
Ook brasems zijn liefhebbers van pellets!
Na ongeveer vijftien minuten komt de eerste aanbeet, waarop Bob direct de haak zet. Het dubbele topelastiek schuift meteen uit de hengeltop en Bob is meteen helemaal ‘over the moon’ en schreeuwt het uit: “bream on”!
Het resultaat van een dagje pelletvissen met de vaste hengel.
Wie succesvol in de winter met de feederhengel wil vissen moet zijn tactiek, voer en materiaal enigszins aanpassen. De winter is immers niet de gemakkelijkste periode om witvis te vangen. Beet geeft je twaalf tips voor strakke lijnen, kromme hengels en natte landingsnetten.
Door Marco Beck
1. Twee verschillende voertjes
In de winter loont het om te experimenten met verschillende typen voertjes. Bijvoorbeeld een licht gekleurd (Sensas Feeder 3000) en een zwart gekleurd lokvoer (Sensas Super Black Feeder).
Met deze kleuren kun je kiezen om het voer te laten opvallen of aan de kleur van de waterbodem aan te passen. Beide genoemde voertjes zijn speciaal ontwikkeld voor het feedervissen.
2. Aarde door het voer
Een bestandsdeel wat niet in een winters feedervoertje mag ontbreken is aarde, jawel, doodsimpele aarde.
Te koop in de betere hengelsportzaken. De aarde zorgt ervoor dat een bal lokvoer op de bodem snel uit elkaar valt. Bovendien creëert dit een wolk die vissen erop attendeert dat er wat lekkers te halen valt. Vaste hengelvissers gebruiken aarde vaak om hun voertje zwaarder te maken.
3. Met de voerkorf voeren
In de winter is het niet verstandig om een voerplek te maken door voerballen met de hand of met een katapult in het water te deponeren of veel te voeren.
Wat beter werkt is om een gevulde, grote voerkorf vijf tot tien keer op de stek te plaatsen. Zo creëer je een compacte, niet-verzadigende voerplek.
4. Korfjes plakken Om te voorkomen dat tijdens de zinkfase voer of losse partikels zoals maden uit de korf komen, kun je dit met een zeer eenvoudige en effectieve tip tegengaan.
Door de gaaskorf met plaktape te omwikkelen, komt minder voer tijdens de zinkfase los. Zo kun je naar gelang de situatie je eigen, perfect gesloten voerkorf maken.
5. De sandwich
In de winter moet je de vissen niet teveel voedselrijk voer voorschotelen, zoals maden. Anders eten ze binnen de kortste tijd hun buikje helemaal rond.Plaats eerst een beetje lokvoer in de in tip 4 aangepaste korf, plaats dan enkele maden en tot slot weer een laagje lokvoer.Druk het geheel aan en je hebt een ‘light’ sandwich. Op de bodem komt eerst het voer los en pas later de maden.
6. Werpen met concentratie
In de winter is het belangrijk dat je de voerkorf op dezelfde plek plaatst en een geconcentreerde voerplek maakt. De juiste werprichting is hierbij essentieel. Concentreer je voor de worp.
Neem een vast punt aan de overkant van het water, zoals een boom of mast, in het vizier en werp die richting op door de hengel boven je hoofd te houden en met een gecontroleerde beweging naar voren te brengen.
7. Kleine porties
Veel witvissers zijn het er over eens: maden zijn het winterse topaas. In deze periode moet je de vissen echter maar kleine hoeveelheden voorschotelen.
Twee tot drie maden aan de haak zijn ruimschoots voldoende.
In het koude water staat alles op een lager pitje en verorberen ze niet, wat ze in de zomer wel doen, zes of zeven maden aan de haak. Bovendien vangt levend aas in de winter beter dan niet-levend aas.
8. Verschillende korven
Gebruik verschillende korven voor verschillende situaties.
De ronde gaaskorf gebruik je op stilstaand of licht stromend water. De vierkante gaaskorf blijft dankzij zijn vierkante vorm goed op de bodem liggen. De gesloten, kunststof voerkorven gebruik je wanneer weinig voeren gewenst is. Ook als er zich veel obstakels in het water bevinden is een plastic voerkorf beter. Deze komt eerder naar de oppervlakte en blijft minder snel achter obstakels haken.
9. Aroma verleiding
Lokstoffen die je op de gevulde voerkorf kunt sprayen horen eigenlijk in de vistas van elke feedervisser thuis. Aroma’s zoals vanille en scopex hebben ook in de winter hun waarde bewezen. Een klein beetje spray geeft de voerkorf net een extra beetje aantrekkingskracht om de lastige wintervissen over de streep te trekken.
Gebruik de aroma’s niet bij aanvang, maar juist wanneer je geen vis vangt.
10. Maïs
In de winter vangt klein aas beter dan groot aas, maar er zijn ook uitzonderingen…
Er zijn soms dagen dat een enkele maïskorrel wonderen verricht.
Een opvallend gekleurde korrel lijkt vissen hier eerder attent op te maken. Een voordeel van groot aas zijn de duidelijke, doorzettende aanbeten. Als ze het aas namelijk naar binnen zuigen, spuwen ze het vaak ook niet meer uit, dat kost simpelweg teveel energie.
11. Zachte demping
Om telkens dezelfde afstand te werpen leggen veel vissers hun dunne gevlochten hoofdlijn achter de clip op de molenspoel. Gevolg is wel dat hier een zwakke plek in de lijn kan ontstaan. Met behulp van een tien centimeter lang stuk powergum (soort elastiek) kun je dit probleem voorkomen.
Werp de montage op de stek. Knoop de powergum tot een lus en leg deze achter de lijnclip.Leg de lus driemaal om de molenspoel en haal de montage binnen.
Door de lussen op de molenspoel krijg je hetzelfde effect als met de lijnclip.
12. Betere beten
Een zogenaamd ‘target board’ met verticale strepen helpt je om de kleinste trillingen van de feedertop waar te nemen.
Wanneer de vis voorzichtig aast, vaak het geval in de winter, kun je zo de minste of geringste aanbeet zien. Je hebt een vaste, stilstaande referentie. Dit in tegenstelling tot wanneer je geen target board hebt en de achtergrond van de top bewegend water of wuivend gras is. Het board plaats je zo dicht mogelijk tegen de feedertop aan.
Het doet even zeer als de wekker af gaat, maar zoals altijd: ’s avonds de man, ’s morgens de man.
Blog Martijn Dekkers
Vannacht zijn we om 02.00 uur de pub uitgezet, ik kan niet anders zeggen dan dat het beregezellig was, echt Ierland. Het doet even zeer als de wekker af gaat, maar zoals altijd: ’s avonds de man, ’s morgens de man. Een full-Irish breakfast en een bak koffie doen wonderen. Eenmaal op de boot zal het wel weer gaan.
Dag zes begint wederom met het vangen van makrelen, maar anders dan de afgelopen dagen nemen we er nu de tijd voor. Het duurt immers nog twee uur voor we een kans hebben om de haven uit te varen. De dropshothengeltjes zorgen de eerste anderhalf uur voor veel plezier. Makrelen en wijtingen vliegen als gekken op de aangeboden stripjes makreel. Rond tien uur voelen we de wind duidelijk afnemen en besluiten te kijken of het buiten de haven bekwaam is om te vissen. We roepen de andere boot op, maar zij liggen al buiten en raden ons af om ook die kant op te komen. Ploegend door de golven zijn ze dan wel aangekomen op de plek, maar op de grote congerstek geeft niemand thuis. We moeten dus snel een ander plan bedenken. Aangezien de echt grote congers niet te bereiken zijn, zullen we het met middelgrote moeten doen. Vlakbij de monding weten we een stek die in het verleden veel congers heeft opgeleverd, laten we daar dan maar eens op de deur kloppen.
Onderweg naar nieuwe avonturen.
Op deze stek dient het anker boven op de punt van de rots te liggen, maar dat is een heel karwei met golven die je constant van je route duwen. Na een paar keer op en neer varen laat Bart het anker vallen. Op de dieptemeter zien we al dat we eigenlijk niet goed liggen, de gele bodemlijn geeft aan dat we op een zandbodem liggen en we willen toch echt op de rotsen liggen, herkenbaar aan een rood/zwarte bodemlijn. Aangezien het zoveel moeite heeft gekost kijken we het even aan, maar wanneer de eerste hondshaaien aan boord komen weten we genoeg, we moeten opnieuw ankeren.
De dag start zoals altijd met de vangst van aasvissen.
Een half uur later liggen we wel beter, maar er is veel kostbare tijd verloren, om 13.00 uur komt de wind opzetten en zullen we weg moeten, nog een uurtje te gaan dus. Geen geprul deze keer, alles of niets, we moeten een goede conger vangen! De makreelfilets laten we voor wat ze zijn en zetten enkel flappers in. Flappers zijn makreelkoppen met de filets er nog aan, aas voor grote congers. Deze keer vallen we met onze neus in de boter, het wordt een hectisch uurtje. Bart bijt de spits af, hij vangt de eerste conger. Congers hebben de eigenschap rond hun as te draaien en met een lichaam dat bestaat uit spieren gaan ze ontzettend lastig op de foto. De golven werken ook niet bepaald in ons voordeel.
De doggies vallen ons weer lastig…
Op het moment dat ik foto’s sta te maken heeft Geert ook beet en ook mijn top tikt wat. Ik zet snel de slip open en geef ruim lijn zodat de conger geen weerstand voelt. Snel ga ik verder met het nemen van foto’s. Geert mist zijn conger en werkt de fotoshoot af. Zelf kan ik succesvol de haak zetten, maar de vis heeft zich al vastgelegd. Langzaam de druk op voeren blijkt te werken en de conger komt naar boven. Deze voldoet beter aan de gezochte exemplaren. Ook nu zien we weer af met het nemen van foto’s. Geert doet zijn best, maar moet terug naar zijn hengel. Ik neem de gok en hoop op een goede foto, de vis gaat snel terug. Gelukkig weet Geert deze vis ook aan boord te krijgen en hebben we waar we voor kwamen, hoog tijd om hier te vertrekken.
De rest van de middag gaan we op zoek naar roggen in de haven, de golven zijn we ondertussen helemaal beu geworden. Ook vandaag blijkt het hopeloos te zijn in de haven, we denken nog even aan zeebaars, maar de roggen winnen het vandaag. Die baarzen kunnen we thuis ook vangen. Helaas levert het niets meer op.
De congers worden al groter.
Het einde van de vakantie is dan daar, morgen gaan we nog even Cobh in. Het is jammer van de winderige dagen, maar mopperen doen we absoluut niet. We hebben veel vis op een leuke manier gevangen. De boten worden schoongemaakt en de hengels opgeborgen. De boten hebben hun waarde bewezen, echt prima boten met een snelle motor, je bent zo op de stekken. Deze staan overigens allemaal in de kaartplotter die op iedere boot aanwezig is. Wij staren ons daar overigens niet blind op, er zijn stekken zat te vinden. Gegarandeerd dat we snel een keer terug keren, maar dan iets vroeger in het jaar, dan heb je iets meer kans op mooi weer en zijn de pollakken beter te bereiken, want dat is toch wel een van de mooiste visserijen aldaar!
Bedankt voor het volgen van deze blog, dit was het laatste deel!
Op dag vijf is het absoluut niet bekwaam de haven uit te varen, wanneer we bij de monding van de haven aankomen is het eigenlijk al niet meer te doen, de haven zal vandaag dus alle vissen moeten opleveren.
Blog Martijn Dekkers
Op dag vijf is het absoluut niet bekwaam de haven uit te varen, wanneer we bij de monding van de haven aankomen is het eigenlijk al niet meer te doen, de haven zal vandaag dus alle vissen moeten opleveren.
Rog wordt het doel van vandaag. Als eerste is de blonde rog aan de beurt, deze zijn wat groter dan de veel voorkomende thornback ray. Op het menu van de blonde rog staat geen makreel, ze pakken het wel, maar inktvis is nu een veel beter aas. Het hotel heeft genoeg in de vriezer zitten, we nemen een pakje mee en vissen twee hengels met inktvis en een met een cocktail van inktvis en makreel. Helaas hebben we na twee uur nog geen enkele aanbeet gehad, niet van een blonde en niet van een thornback ray. Dat blijkt een beetje het gehele verhaal van de dag te worden.
Fraai gekleurde poon.
Wat we ook proberen, niets werkt. Alle dieptes worden bevist, van vijf meter tot twintig meter, opkomend en afgaand water, noord, oost, zuid, west geen rog te bekennen. Het enige dat we vangen zijn makrelen en flinke ook!
Om 16.00 uur staat de teller op een thornback ray voor Bart, we gooien de handdoek in de ring. We besluiten van de makrelen maar een sport te maken. De dropshothengeltjes worden opgetuigd en de haken voorzien van kleine reepjes makreel. Op een diepte van drie meter vinden we een school enorm grote makrelen, ze trekken de hengeltjes krom tot in het handvat. Even maakt het niet meer uit dat het ‘maar’ makrelen zijn, op en top sportvissen!
Thornback ray uit de haven van Cobh.
Ondertussen bestudeer ik de waterkaart en valt mijn oog op een gat van 25 meter diep midden in de haven, typisch een stek om veel vissoorten te vangen. De makrelen hebben ons genoeg voldoening gegeven, het anker wordt gelicht en het diepe gat wordt opgezocht. We gokken nog op een grote vis, maar wanneer die zich na een uur nog niet gemeld heeft, knoop ik snel een simpele paternoster met drie haken, deze worden voorzien van stripjes makreel en inktvis. De put blijkt, zoals gehoopt, vol met kleinere vis te liggen. Ponen, (hors)makrelen, wijting, pollakjes, gulletjes enz., het zit er allemaal. De grootste vis die we hier weten te vangen is een XXL-horsmakreel, zo heb ik ze nog nooit gezien. Ik ben er enorm blij mee.
Makrelen met lengtes boven de 40 centimeter.
Het daglicht wordt al wat minder en we varen rustig terug naar de haven, vanavond staat er een avondje live muziek in de pub van het hotel op de planning. Met een beetje geluk kunnen we morgen tot een uurtje of een ‘s middags de haven uit om ons geluk op de stek voor grote conger te gaan beproeven en misschien nog wat driften op pollak te doen.
We moeten vroeg op pad, de wind trekt om 13.00 uur aan en om 14.00 uur breekt de hel los op open zee en geloof me, daar wil je dan echt niet zijn!
Blog Martijn Dekkers
Slapen was geen enkel probleem deze nacht. Na een goed diner ging het lichtje snel uit, pas toen de wekker van zich liet horen schrok ik wakker, tijd voor een nieuwe visdag!
We moeten vroeg op pad, de wind trekt om 13.00 uur aan en om 14.00 uur breekt de hel los op open zee en geloof me, daar wil je dan echt niet zijn! Om 7.30 uur varen we uit, je raadt al wat er op het programma staat, blauwe rakkers! De eerste stop is op de alternatieve makreelstek en binnen 20 minuten is het klusje geklaard, op naar nieuwe zoute avonturen.
Aas voor de blauwe haai.
Begeleid door een tiental dolfijnen varen we al hobbelend naar de stek. We mogen van geluk spreken dat we een regenpak aan hebben getrokken, het water sloeg langs alle kanten over de boot. Wanneer we aankomen gaat de zak rubby dubby overboord en worden de hengels in gereedheid gebracht.
Sterke onderlijn voor het vissen op blauwe haai.
De omstandigheden zijn zwaar, we zijn aan het einde van het seizoen, de meeste haaien zijn al weg en ook de wind werkt niet mee. De watertemperatuur biedt dan wel weer hoop, vijftien graden is net iets hoger dan de ondergrens van 13,5 graden. Met de juiste omstandigheden van gisteren was het iets gemakkelijker geweest, maar dat was gisteren…
De ballonnen zijn onderweg…
Het enige dat we op het spoor krijgen is wat meeuwen, zelfs een geep blijkt onmogelijk te vangen. Na ruim anderhalf uur worden we lichtjes zenuwachtig, maar met vissen weet je het nooit en het beetje geluk dat je nodig hebt komt er dan ook. Uit het niets een keiharde run op de verre hengel, blauwe haaien-maagd Coen mag als eerste, maar die staat aan de grond genageld. Snel pak ik de hengel en zet de haak, Coen komt na een paar seconde bij en neemt het over. Een kort maar stevig gevecht wordt beslist in het voordeel van Coen. Een mooie blauwe haai tovert een grote glimlach op zijn gezicht.
De zak met rubby dubby hangt overboord om een voerspoor te maken.
Na het nemen van wat foto’s wordt alles weer in orde gebracht en dobberen de ballonnen weer heerlijk rond. Er gebeurt lange tijd niets en de wind wordt steeds heftiger, we besluiten om het nog een half uur te proberen. Net voor we besluiten te vertrekken cirkelt er een grote haai rond de boot, we blijven dus nog even. Het duurt een half uur en dan krijgen we een aanbeet. Wanneer ik de haak zet worden er in no-time een heel aantal meters lijn van de spoel gerost, wat een feest.
Blauwe haai voor Coen.
Het is een heel karwei om de haai naar de boot te dirigeren, maar het lukt. Er zijn twee man voor nodig deze brute vis op dek te hijsen. De haak wordt verwijderd en foto’s worden genomen, we willen hem niet te lang aan dek laten, ze breekt namelijk alles af!
Topsport op niet al te zwaar materiaal.
We zitten ondertussen op het randje van veilig wanneer we klaar zijn en de boot weer op orde is. We gooien de hengel niet meer in, de andere ligt er nog wel. De rubby dubby is ondertussen op en het spoor met olie lost op, we starten de motor om te vertrekken als Bart plots met een kromme hengel staat. Helaas verliezen we na een spannend gevecht deze vis. Helaas voor Bart, maar we willen nog wel veilig in de haven aankomen.
Blauwe haai voor Martijn Dekkers.
We eindigen deze zeer geslaagde dag met het zoeken naar nieuwe stekken in de haven, de komende twee dagen verwijst moedertje natuur ons namelijk naar dit gebied. We besluiten om de komende dagen op roggen, congers en misschien nog wat zeebaars met levende makrelen te gaan vissen, maar nu eerst een koude Guinness…
Dag drie in Cobh verloopt iets anders dan gepland. Na een slapeloze nacht met hoofd- en keelpijn krijg ik ook nog last van mijn maag, niet de ideale omstandigheden om de zee op te gaan voor de blauwe haaien.
Blog Martijn Dekkers
Dag drie in Cobh verloopt iets anders dan gepland. Na een slapeloze nacht met hoofd- en keelpijn krijg ik ook nog last van mijn maag, niet de ideale omstandigheden om de zee op te gaan voor de blauwe haaien. We besluiten dan ook dat de andere groep de eerste dag hun geluk op het ‘wijd’ gaat beproeven.
Lipvis uit de haven.
Zelf blijven we in de haven voor het geval we terug moeten, uiteraard is dat geen straf aangezien we mogelijkheden genoeg hebben op de stekken die we hier aandoen. De eerste ronde is wederom de lastig te vangen makrelen, zonder ben je nergens. De vaste makreelstekken leveren niets op, een poging in een beschut hoekje met drie meter water levert in no-time wel genoeg makrelen op, tijd voor actie.
Een doggy van dag drie.
De mooie visserij op pollak lonkt meer dan de kans dat we terug naar de haven moeten, we besluiten ze dan ook net buiten de haven te belagen. Na een aantal driften weten we ze te vinden en haken we mooie, grote vissen. Ze rammen op de shads als gekken en duiken vervolgens de diepte in. Eigenlijk weten we exact wanneer ze zullen bijten, wanneer we op een bepaald punt langs de drop-off driften gaan alle hengels hoepeltje krom, wat een geweldige visserij zeg. Na een tweetal uren vinden we het welletjes en plannen de volgende visserij, we zitten namelijk in een gebied waar we legio mogelijkheden hebben!
Kunstaas voor de pollak.
Het gaat al weer wat beter en we komen hier om te vissen dus het gas gaat erop en we varen richting een stek die acht kilometer buiten de haven ligt. We weten dat we hier diverse soorten mogen verwachten en de visserij is erg gemakkelijk. Goede stevige verenpaternosters met stripjes makreel op de haak is alles dat we nodig hebben. Het lood laten we naar de bodem zakken en liften het daarna een halve meter. Af en toe zoeken we contact met de bodem en wachten we op wat er gaat komen. In de paar uur die volgen weten we wat kleine lengen, lipvissen, kabeljauw, pollak en wat steenbolken te vangen. Je kunt hier werkelijk vele vissoorten verwachten!
Wij en de pollakken krijgen er geen genoeg van.
Tot besluit ankeren we op de congerstek. De eerste keer liggen we wat van de stek af en vissen we op het zand, we worden gek van de hondshaaitjes. Leuk, maar niet met zwaar materiaal, die gaan we komende dagen nog wel bevissen met onze spinhengels. We halen het anker op en ankeren opnieuw, de beten worden minder, maar wel allemaal congers. Helaas blijft die ene grote weer uit. We moeten dus nog eens terug…
Fraai gekleurde lipvis.
De andere groep wist vandaag vier blauwe haaien te vangen, ik kan niet wachten tot we morgen zelf er op uit kunnen. Hopelijk gooit de wind geen roet in het eten, maar dat zien we morgen wel weer.
Het is maandagochtend wanneer het vliegtuig vertrekt vanuit Schiphol richting Cork, Ierland. Na een korte vlucht landen we op Ierse bodem waar de taxi al staat te wachten en ons naar het hotel in Cobh brengt.
We hebben twee kamers geboekt in het Bella Vista hotel aldaar. Ook de boten zijn geboekt bij het hotel, daar zit dan gelijk de dagelijkse transfer bij richting de haven waar de boten aangemeerd liggen en ook weer terug richting het hotel natuurlijk!
Altijd wat te zien.
Helaas gaat het vandaag niet meer goed komen, de veel te harde wind gooit roet in het eten, zelfs in de haven is het eigenlijk niet te doen. De zeebaarzen die we hier nog wel zouden kunnen vangen laten we voor wat het is. We wachten wel tot we morgen verder uit kunnen varen voor spannendere avonturen. Niet dat we zeebaars niet leuk vinden, maar in Nederland zitten we daar ook al geregeld achter aan. We duiken dus maar op tijd de pub in… Uiteraard was het weer veel te gezellig in de pub en komen we aardig laat terug in het hotel aan, daar eten we nog wat en gaan snel plat, dromen van de komende dagen…
Bart met een pollak.
Op dag twee is de wind gelukkig flink afgenomen, maar de deining staat er nog wel. Ik schat deze toch wel op een tot anderhalve meter. De geankerde visserij op conger moeten we noodgedwongen uitstellen en we zetten koers richting een onderwaterberg net buiten de haven. De spinhengels worden voorzien van de alom bekende Fiiish Black Minnows en de Fiiish Sandeels. We beginnen boven op de top en laten ons met de stroom mee driften. Op deze manier krijgen we een beeld van hoe de komende driften zullen gaan verlopen.
Geert met een knappe pollak.
De volgende drift positioneren we de boot zo dat we over de gehele berg heen driften. Onder aan de voet is het 28 meter, op de top zeven meter. Wanneer we de tien meter naderen gaan alle drie de hengels krom, alle drie pollak. Tot een diepte van acht meter gaat dat zo door en dan vallen de beten weg. Pas wanneer we over de top zijn en de acht meter weer passeren, gaan de hengels weer krom. Tot, je raadt het al, we over water dieper dan tien meter driften.
De eerste conger komt aan boord.
Na een paar uurtjes en vele pollakken verder besluiten we te stoppen en richting de roggenstek te varen, maar daar komen we niet aan. Een zieke aan boord doet ons besluiten terug naar de haven te varen en deze af te zetten. Nu is het al aardig laat geworden en terug varen naar de roggenstek is geen optie. We blijven in de haven en zoeken een congerstek op. Van de paar makrelen die we vanmorgen met veel moeite wisten te vangen snijden we flappers en laten deze aan een stevige 6/0 haak richting de bodem zakken.
Mooie pollak voor Martijn.
Onze up-tide hengels zijn perfect voor deze visserij. Na vijf minuten melden de eerste voorzichtige tikjes zich op de top. Congers hebben tijd nodig en dat geven we ze dan ook. Na een tijdje worden de tikjes snukken en zet ik de haak. Een kleine conger meldt zich op het dek. Snel wordt deze gevolgd door een wat groter exemplaar. Uiteraard missen we er een paar en hebben we een keer lijnbreuk, we vissen nu eenmaal op de rotsen. Bart weet een goede vis te haken, we schatten hem op een ruime anderhalve meter, maar hij schiet voor het net los, wat een pech zeg!
Pollak is een liefhebber van kunstaas.
Ondertussen komt de andere ploeg langszij en wordt de visdag gestaakt. Zij wisten in het laatste uur een mooie gladde haai en vijftien (!) hondshaaien te vangen. Daar laten we het anker later in de week ook eens vallen natuurlijk. Voor nu is het genoeg geweest en tuffen we richting de haven en het hotel. Met een warme douche, een warme maaltijd en wat koude pinten in het vizier geven we al snel wat gas bij…
Morgen staat er voor de ene ploeg blauwe haai op het programma en de andere wat conger, rog en pollak. Hoe we het gaan verdelen bespreken we bij het diner…
Vergeleken met hele boilies hebben gehalveerde boilies een veel opener structuur waardoor alle aanwezige flavours en lokstoffen maximaal kunnen uitlekken.
Thomas Talaga is normaliter geen fan van halve zaken. Je zult hem nooit de kantjes ergens vanaf zien lopen, maar wanneer het op zijn aaskeuze aankomt lapt hij die regels geregeld aan zijn laars.
Tekst en foto’s Thomas Talaga
Het maakt niet uit of je nu beginnend visser bent of geoefend karpervisser, het hoofddoel is altijd het haken van vis en niet vis vetmesten met je voer. Wanneer er sprake is van het aan- of voorvoeren van een stek, dan wil je hiermee natuurlijk positieve invloed op je vangsten uitoefenen. De vissen zullen je aas met meer vertrouwen tot zich gaan nemen en bovendien gaan ze de stek herkennen als een voedselrijke plaats. Hoe vaker karpers je aas hebben gegeten zonder negatieve gevolgen, des te groter het vertrouwen in dit aas zal zijn. Vaak proberen karpervissers het aas nog wat te boosten met behulp van dips en andere lokkende stoffen. Hierdoor laat je de toch al hongerige karpers met ongekende voedselnijd op je stek azen, precies wat je wilt!
Deze fantastische schub kon niet van de halfjes afblijven.
De juiste balans
Wanneer je het maximale uit je voerstrategie wilt halen, moet de karper zoveel mogelijk van je aas hebben gegeten, maar aan de andere kant mogen ze niet verzadigd zijn… Dit laatste gebeurt onherroepelijk wanneer je zoals veel karpervissers een forse voerstek aanlegt. De karpers zitten vol en weigeren je haakaas op te pakken. De uitgedachte strategie, kosten, tijd en moeite; het is allemaal voor niets geweest!
Het ligt voor de hand dat je nu minder voer moet gebruiken. Dit heeft consequenties voor het vertrouwen van de visser, er ligt namelijk minder voer in het water dus de vissen zullen niet zo vertrouwd zijn met je aas. Dit is voor mij een van de redenen om gehalveerde boilies te gebruiken. Ik voer een bepaalde stek heel licht aan met gehalveerde boilies. Omdat zo één boilie twee voedseldeeltjes oplevert is het volume van je aas alsnog indrukwekkend, maar de karpers raken er niet door verzadigd. Het vertrouwen is weer als vanouds want de karpers kunnen alsnog naar hartenlust smikkelen van het aas. Hierdoor zul je weer meer gaan vangen.
Vroeger nam ik altijd een aardappelschilmesje mee naar het water, maar sinds de komst van de Korda ‘Cutter’ is dit verleden tijd. Ik neem gewoon een ‘Cutter’ in de juiste maat mee en boilies halveren is een fluitje van een cent. En dat alles zonder gevaar voor mijn vingers. Het mesblad van de ‘Cutter’ bevindt zich namelijk in een kunststoffen buis waardoor je geen risico loopt op snijwondjes. Met een bijgeleverd staafje druk je moeiteloos boilies door het buisje waarna ze er perfect gehalveerd weer uitkomen en opgevangen worden in een klaargezette emmer.
Zodra de helftjes zich op hun vlakke kant gedraaid hebben zullen zij niet meer wegrollen.
Het halveren van boilies heeft nog een ander voordeel. Het voer heeft een totaal andere vorm dan de vaak gebruikte ronde boilies. Vanuit het oogpunt van de karper kan dit van doorslaggevend belang zijn, de ronde vorm wordt vaak met gevaar geassocieerd, terwijl de gehalveerde bolletjes vaak iets nieuws voor hen zijn. Omdat de karpers hier zelden mee geconfronteerd worden, kan er eigenlijk geen sprake zijn van negatieve conditionering op halve boilies. Nog een groot voordeel dus! De argeloos vretende karper vreet gulzig verder zonder na te denken of het voer nu wel of niet veilig is.
Andere structuur
Het halveren van de boilies zorgt voor nog een ander groot voordeel: Wie eens goed naar de structuur van een boilie kijkt, zal zien dat de mantel vaak egaal en glad is. Hier zit alles veel meer op elkaar geperst dan in het midden, wat vaak luchtig en brokkelig is. Dit komt door het rollen van het deeg, de buitenlaag wordt op elkaar geperst. Hierdoor krijg je als het ware een seal om je aas, het uitlekken van lokstoffen is veel minder wanneer je dit intact laat. Met gehalveerde boilies heb je hier geen last meer van, alle lokstoffen kunnen vanuit de kern van de bol moeiteloos en veel sneller het water in wasemen en zo onze gevinde vrienden lokken. Ook kan de binnenkant van een boilie veel gemakkelijker lokstoffen opnemen, voor de vissers die graag gebruik maken van dips en flavours erg goed om te weten! Op deze manier benut je de werking van deze lokstoffen optimaal.
Rollen
De nieuwe vormgeving van het aas bezit nog een groot voordeel! Wanneer je deze halve bolletjes in het water gooit, zul je zien dat de ronde kant vaak op de bodem komt te liggen. Door de afgevlakte bovenkant blijven de boilies zo liggen, wegrollen gebeurt niet meer. Wanneer een boilie verplaatst wordt door de stroming rolt hij om op de vlakke kant en blijft vervolgens zo liggen. Erg handig in water waar sprake is van stroming, bijvoorbeeld op een rivier. Ook op kanalen met veel scheepvaart is het erg handig om halve boilies te gebruiken. Zodra de boilie op zijn vlakke kant is gerold heeft de stroming geen vat meer op de boilie. De vlakke kant zorgt voor zoveel grip op de bodem dat zelfs de grootste olietanker jouw boilie niet meer verplaatst!
Voor het voeren zijn een katapult en voerschep perfect!
Dit houdt wel in dat karpers ook meer moeite moeten doen om deze boilies op te zuigen, een halfbakken poging tot het opnemen van wat aas is niet genoeg. Ze moeten er echt vol voor gaan, dit vertaalt zich in heftig azende karpers die daardoor gemakkelijker te vangen zijn. Om te voeren met deze halve balletjes maak ik meestal gebruik van een katapult of voerschep. Soms komt het echter voor dat de afstand te groot is om te overbruggen met een van deze twee. Dan zet ik mijn spod en spodhengel in.
De combinatie van een zinkende en een felgele, drijvende boilie is vaak enorm succesvol gebleken.
Nieuwe combinatie
Met het verzadigen van vissen moet je vooral rekening houden in de winter en het vroege voorjaar. Wanneer je van alles wat je normaal gebruikt nu slechts de helft gebruikt, zul je geen last meer hebben van verzadigde vissen, zelfs in de winter niet. Een vaak geziene presentatie is de zogenaamde ‘snowman’ bestaande uit een zinkende en een drijvende boilie. Deze kun je ook halveren! Wanneer je van beiden een halfje neemt en samenvoegt krijg je exact hetzelfde effect alleen is je aas wat kleiner. Hierbij monteer ik meestal nog een PVA-stick gevuld met gehalveerde boilies. Een perfect functionerende presentatie!
Messcherpe techniek voor het halveren van boilies
Vroeger halveerde Thomas Talaga zijn boilies met een mesje, een erg arbeidsintensieve manier… Vandaag de dag maakt de auteur gebruik van de zogenaamde ‘Cutter’.Allereerst wordt het buisje gevuld met boilies.Dan zet je het stampertje in de schacht van de buis bovenop de boilies.Onder lichte druk duw je de boilies tegen het mesje aan, waardoor alle boilies perfect en zonder veel moeite gehalveerd worden.Aan het einde van dit proces vallen de boilies in helften onderuit het buisje.Vergeleken met hele boilies hebben gehalveerde boilies een veel opener structuur waardoor alle aanwezige flavours en lokstoffen maximaal kunnen uitlekken.
Lijkt de vis te zijn verdwenen of nemen de aanbeten in aantal af, dan is de lever-behandeling zeker de moeite waard om de vissen weer wakker te schudden.
Lokkend leverextract.
Veel feedervissers zullen het volgende probleem herkennen: na de eerste voerbeurt aast voorn en brasem fanatiek en krommen de hengels. Echter, na een tijdje komt de klad er in, de aanbeten worden voorzichtiger of vallen helemaal weg. Probeer in zo’n situatie de vissen eens met een leverextract weer wakker te schudden.
Tekst & foto’s Michael Schlögl
Michael Schlögl serveert de brasem in de zomer aas voorzien van lever-lokstof.
Het lijkt een mooie dag met de feederhengel te worden. Na slechts een uurtje vissen zwemmen er al tien brasem in het leefnet, dat belooft veel voor de rest van de dag. De hoop is van korte duur, want al snel valt de frequentie van aanbeten terug. Af en toe trilt de top, maar het aas wordt niet meer met volle overtuiging gepakt en een krom trekkende hengeltop lijkt een droom te worden. In dit soort situaties grijp ik naar leverextracten om het voer en de visserij een boost te geven.
Als eerste komt er een sterk ruikend poederextract om de hoek kijken. Deze strooi ik over de wormen of maden, samen met wat lokvoer duw ik dit in de voerkorf. Onder water veroorzaakt het poeder een grote wolk, de smaakstoffen verspreiden zich ook snel door het water. Aspecten die de eetlust van de vis doet toenemen, karpervissers kunnen hier wel een woordje over meepraten. Om het voer nog aantrekkelijker te makken verknip ik de wormen, zodat de sappen zich ook door het water verspreiden. Ik meng bewust een poederextract door het lokvoer, dus geen vloeibaar extract, omdat ik ook natte casters en geknipte wormen aan het voer toevoeg. Zo blijft de vochtigheid van het voer in balans en wordt het geen natte drab die geen houvast meer heeft in de korf.
Wanneer de feedertop bij het brasemvissen niet meer wordt kromgetrokken, is het de tijd om het voer en/of aas te boosten met leverextracten. Door de wormen in de levervloeistof te dippen gaan deze veel heftiger bewegen.
Om mijn haakaas extra aantrekkelijk te maken kan ik wel gebruik maken van een vloeibaar leverextract. Hiertoe dip ik mijn haakaas in de vloeistof. Vooral wormen zullen na deze behandeling extreem levendig gaan bewegen, onder water valt dit zeker op. Lijkt de vis te zijn verdwenen of nemen de aanbeten in aantal af, dan is de lever-behandeling zeker de moeite waard om de vissen weer wakker te schudden.
Deze brasem kon na een lever-boost van het voer niet van het haakaas afblijven.
Krachtig leverextract
Het poederextract van lever brengt de schuwe vis weer aan het azen.Voeg eerst een paar wormen aan je voer toe.Strooi vervolgens wat leverpoeder over de wormen.Knip de wormen met een schaar in kleine stukjes. De vloeistof die hierbij vrijkomt, wekt ook eetlust op.De gevulde voerkorf, klaar voor de worp.
Wie als witvisser in het najaar en de winter niet zijn passie verleren wil, moet brasem en co uit zijn winterse schuilplaatsen tevoorschijn halen.
Wie als witvisser in het najaar en de winter niet zijn passie verleren wil, moet brasem en co uit zijn winterse schuilplaatsen tevoorschijn halen. Tobias Klein weet dat het loont om het dieper te zoeken, waarbij het vissen met de matchhengel zeer kan lonen.
Tekst & foto’s Tobias Klein
Zaterdagmorgen, een tafel in het clubgebouw van de lokale hengelsportvereniging. Een tafel die het domein is van roofvissers, echter heeft een van de aanwezigen het niet gemunt op snoek, baars of snoekbaars. De leden kennen mij als de lokale witvis-fanaat, die rare kwibus die het voorzien heeft op de aasvissen waarmee zij de roofvis achterna zitten. In plaats van me te ergeren aan de denigrerende grappen en grollen aan mijn adres, concentreer ik me om uit de fabelachtige roofvisverhalen de waarheid te filteren.
Eindelijk kromt de hengeltop zich. In de winter kan het vaak een tijdje duren alvorens vis begint met azen.
Na het zoveelste verhaal over hoe groot die gemiste en verspeelde snoek wel niet was, wordt het voor mij interessant. “Gisteren was ik bij de dode rivierarm aan het roofvissen en het stikte er werkelijk van de witvis. Daar moet zelfs jij iets kunnen vangen”, zegt Rudy de roofvisser met enig cynisme tegen mij. Schuddebuikend en onder het gejoel van zijn vismaten maak ik me snel uit de voeten. Ik heb mooi een laatste bevestiging voor wat betreft mijn waterkeuze. Het water in kwestie is een dode rivierarm met een gemiddelde diepte van ongeveer zeven meter. De onderstroom die er vrijwel altijd staat maakt het vissen met de matchhengel er hier niet gemakkelijker op. Toch zit er in de winter niets anders op. Wanneer de vis niet naar mij komt, zal ik naar de vis moeten gaan.
Werpen met de match
Op de door mij uitgekozen stek staat ongeveer acht meter water. Hierdoor is het enkel mogelijk om met een schuivende montage mijn aas in de nabijheid van de bodem aan te bieden. Als dobber gebruik ik een 14-grams waggler met een dunne antenne die ook de kleinste aanbeten duidelijk registreert. Dankzij de afschroefbare gewichtjes aan de onderkant van de matchpen kan ik het drijfvermogen beïnvloeden. Ook ik hanteer de vuistregel ‘per meter diepte, één gram lood. In combinatie met acht gram lood werp ik met gemak 40 meter. Op die afstand bevindt zich een steil talud, een plek waar in deze periode nog wat natuurlijk voedsel is te vinden en waar witvis vanzelfsprekend samenschoolt. Vrij snel heb ik de juiste visdiepte gevonden en plaats ik twee stuitjes op de hoofdlijn. Mijn ervaring is dat twee stuitjes beter blijven zitten dan één stuitje. Met een stift markeer ik de lijn op de juiste werpafstand. Bij het werpen van de montage moet je in acht nemen om een paar meter voorbij de stek te werpen. Enerzijds om door de plons de stek niet te verstoren en anderzijds, veel belangrijker, om de eventuele bocht uit de hoofdlijn te halen en deze in een rechte lijn onder water te krijgen. Zodoende gaat het zetten van de haak ook een stuk gemakkelijker.
De felle dobberantennes maken het mogelijk om ook op grote afstand een aanbeet goed waar te nemen.
Vlak voordat de montage het water raakt, rem je deze door je vinger op de werpmolenspoel te leggen. Hierdoor strekt de montage zich en dit voorkomt het in de war raken. Sluit vervolgens de beugel, plaats de hengeltop 50 centimeter onder water en draai snel wat lijn binnen totdat het gemarkeerde stuk lijn op de molenspoel ligt. Door met een lichte zijwaartse beweging de top uit het water te slaan, zorg je ervoor dat ook het laatste stuk lijn mooi recht door het water komt te lopen. Tot slot open je de beugel en het lood van de montage zakt richting de bodem. Met deze laatste stap kun je tevens controleren of de montage in de war is geraakt.
Zoute opkikker
Deze keer heb ik het voorzien op brasem. De stuitjes plaats ik op zo’n wijze dat 20 centimeter van mijn 40 centimeter lange 10/00ste onderlijn plat op de grond ligt. Door de onderstroom in deze dode rivierarm sleept het haakaas heel langzaam over de bodem. Op deze wijze probeer ik de trage brasems te prikkelen. Mocht dit niet lukken dan zijn er alternatieven, zoals de montage nog dieper afstellen en met een loodje het aas te verankeren op de bodem of het haakaas net boven de bodem te laten driften.
Ik heb vertrouwen in een mix van twee kant-en-klaar voertjes van Fishing Tackle Max: Euro Master Spice Mix en de Euro Master Mix Lake. Hier maak ik twee kilogram lokvoer van klaar. De kruidige voermix heb ik een avond van tevoren aangemaakt en door een zeef gedrukt om een gelijkmatige mix te bewerkstelligen. Ik heb de ervaring dat een zoutig voertje de vis wat actiever maakt, zeker in de winter. Doordat de mix de avond van te voren is klaargemaakt is het vocht goed ingetrokken. Er zitten geen deeltjes in die, wanneer de voerballen op de bodem uiteen breken, richting half water stijgen en hiermee ook de vissen van de grond omhoog lokken.
Minder is meer: stop in een winterse mix niet teveel aas.
Omdat het water helder is, voeg ik een zwarte kleurstof toe. Zodoende durft ook kleine vis op de voerplek te komen. Op helder water reageert kleine vis vaak argwanend tegenover een lichtgekleurde voerplek. Ze steken af tegen de lichte kleur en vormen zo een gemakkelijk doelwit voor roofvis.
Adrenalinestoot
Tien voerballen schiet ik met een katapult op de stek, waarvan door vier ballen maden en pinkies gemengd zijn.
De maden en pinkies moet de vis aan het azen brengen, echter is het zaak dat ze niet te snel verzadigd raken van deze eiwitrijke kost. Aan de laatste twee ballen voeg ik gele kleurstof toe, je kunt bijvoorbeeld Korda Goo gebruiken, hiermee ontstaat er een aantrekkelijke wolk in het heldere water. Zeker in de winter kan zo’n extra visuele attractie net het verschil maken.
Tobias schiet met een katapult ongeveer tien ballen in het water.
Na ongeveer een uur te hebben gevist zie ik het eerste teken van leven. De dobber verdwijnt onder de oppervlakte en rustig tel ik tot twee in de hoop dat de vis de haakmaat 16 (Tubertini serie 2) die beaasd is met twee maden goed in de bek heeft. Met een haal zet ik de haak en mijn soepele 4,20 meter lange matchengel buigt door. Het adrenaline stroomt door mijn aderen en binnen no-time ben ik mijn koud geworden vingers vergeten. Het typische bonken op de hengeltop doet vermoeden dat er een winterse brasem aan de andere kant van de lijn hangt. Even later heb ik de eerste winterbrasem in mijn handen.
Na ongeveer een uur arriveert de eerste vis. Dit maakt het wachten meer dan de moeite waard.
Op veel pluggen vind je niet alleen de naam van het betreffende model vermeld, maar ook enkele gegevens die de actie in het water aangeven.
Bij de keuze van de juiste plug moet je een aantal zaken goed in het oog houden. De eerste keuze die ik maak is of de plug zinkend, zwevend of drijvend na het onderduiken moet zijn.
Op veel pluggen vind je niet alleen de naam van het betreffende model vermeld, maar ook enkele gegevens die de actie in het water aangeven.Pluggen zijn in de meeste gevallen zeer doordachte vangmachines. Zo veelzijdig als dit type kunstaas is qua vorm, kleur en zwemeigenschappen, zo gevarieerd is ook de waterlaag waar ze ingezet kunnen worden.Om alle eigenschappen en voordelen van pluggen te benutten moet je wel over de kennis beschikken om het kunstaas op de juiste plaatsen in te zetten.
Toch klinkt dit erger dan het is, met een beetje onderhoud gaat je materiaal jaren mee, geen enkel probleem.
Zout water is echt slecht voor je hengelsportmateriaal, dat kan niemand ontkennen! Of het nu gaat om je werpmolens, hengels, haken, wartels enz., alles gaat kapot aan zout water. Toch klinkt dit erger dan het is, met een beetje onderhoud gaat je materiaal jaren mee, geen enkel probleem.
Mijn bootwerpmolens zijn ondertussen minimaal achttien jaar oud maar draaien nog heerlijk en ook de slip werkt zoals hij hoort te werken, soepel en zonder schokken of stoten. Haal ik deze werpmolens dan vaak open voor onderhoud? Nee hoor, één keer per jaar gaat het kapje eraf en dat volstaat prima.
Alles wat je nodig hebt.
Na een dagje vissen aan of op het zoute water blijft er altijd een laagje zout achter op je materiaal, daar ontkom je niet aan. Al dat zout gaat vreten op alle metalen onderdelen van je hengel, het vreet aan je gehele werpmolen en al je andere materiaal. Wie thuis komt en het zooitje in een hoekje legt en het weer oppakt wanneer hij gaat vissen, komt er op een bepaald moment achter dat zijn materiaal niet meer functioneert zoals het hoort. Wie een klein beetje aandacht aan zijn materiaal besteedt, zal er jaren plezier aan beleven!
Na een heerlijke dag vissen ben je blij dat je onder de douche staat. Zand en vuil spoel je dan lekker van je af, waarom dan niet gelijk ook bij je hengels? Ik zet ze tijdens het douchen gewoon onder de douche en als ik klaar ben spoel ik mijn hengels even goed af, zeker rond de geleideogen, deze gaan anders gegarandeerd roesten. Met de werpmolens doe ik exact hetzelfde. Spoel het zout er af en alles even goed schoon spoelen onder de douche.
Wanneer ik dat gedaan heb, schud ik het water er af en zet het geheel netjes op een handdoek te drogen.
De volgende dag draai ik de hengels en werpmolens een keer om zodat ook de andere kant goed droogt. Dan berg ik alles pas op, schoon en wel. Meer dan vijf minuten duurt het niet en het scheelt je een hoop ellende.
Het is verstandig om na een paar keer vissen je gereinigde en gedroogde werpmolens en zeehengels eens in te spuiten met siliconenspray. Dit beschermt een behoorlijke tijd tegen vuil en werkt ook afstotend tegen water, minder zoutaanslag dus! Ik zeg siliconenspray en absoluut geen WD40 zoals ik hier en daar wel eens opvang. WD40 heeft de eigenschap om vuil aan te trekken en dat willen we nu net niet hebben.
Eens per jaar haal ik de slinger en het kapje van mijn werpmolens af en spuit de binnenkant schoon met een spuitbusje lucht. Daarna wordt er een klein beetje vet aangebracht en schroef ik alles weer dicht, daarmee zijn ze klaar voor nog een jaar.
Klein materiaal dat ik gebruikt heb aan of op zee berg ik in een apart bakje op. Denk dan aan wartels, spelden, haken, dreggen enz.. Berg je deze op bij nieuw materiaal dan slaat de corrosie zo over en kun je alles weggooien.
Vertrouwen in je materiaal is belangrijk.
Wil je zelf je materiaal goed onderhouden dan heb je niet eens zoveel nodig: spuitbusje lucht om de boel schoon te blazen, kogellagervet om de molens te smeren, siliconenspray, een handdoek en een schroevendraaier.
Martijn Dekkers
Ontstaan uit pure passie voor de sportvisserij heeft Martijn Dekkers DutchFishingStuff opgericht. “Al decennia lang vissen wij op iedere vissoort die in Nederland te vangen is. Van voorn tot meerval en van wijting tot haai, het heeft allemaal aan onze haken gehangen. Naast het sportvissen op zich houden wij ons al jaren bezig met het verzorgen van vislessen op basisscholen, assisteren op beurzen en actieweekenden voor hengelsportzaken, het verzorgen van artikelen voor diverse hengelsportbladen enz. Sinds 2018 richten we ons met name op workshops, het gidsen en het assisteren bij groepsaangelegenheden!” Martijn geeft tal van workshops:
In het Poolse Wroclaw vindt aankomend weekend het WK Sportvissen voor dames op zoetwater plaats. Het vijfkoppige Nederlandse team zet zaterdag en zondag van 10.00 tot 14.00 uur alles op alles om zoveel mogelijk vis te vangen. ‘Sterspeler’ Anja Groot zal daarnaast haar wereldtitel verdedigen. Vorig jaar pakte zij, net als in 2015, het goud in het individuele klassement.
Aangezien de Nederlandse dames sterke jaren achter de rug hebben, zijn de verwachtingen voor komend weekend hooggespannen. Het team werd in 2015 knap tweede in België en viel vorig jaar in Hongarije met de vierde plaats net buiten het podium.
Elke dag trainen
In aanloop naar het wedstrijdweekend traint het Nederlandse team deze week al dagelijks in Wroclaw. Zo zoeken ze uit hoe de vis precies aast en welke manier van voeren en vissen het beste resultaat oplevert. Het wedstrijdwater – het Oder Canal, een vertakking van de rivier de Oder – staat bekend als uitdagend: de visvangst, waterstand en stroming wisselen er sterk.
Mandy Swart is pas vijftien jaar en vist dit weekend al haar tweede WK.
Hechte groep
“De sfeer in het team is goed en de dames hebben er zin in”, zeggen Jan van Schendel en Stefan Verhoeven, de twee Nederlandse bondscoaches. “Na elke trainingsdag steken we de koppen bij elkaar en overleggen we uitvoerig. Het is een hechte groep met een sterke mix van jong talent en ervaring.” De Nederlandse damesploeg bestaat uit Anja Groot (30), Mandy Swart (15), Ingeborg Audenaerd (36), Wanda de Schouwer (34), Floor Verhoeven (24) en Kira Epping (15).
Online updates
Anja Groot, die in 2015 en 2017 al individueel wereldkampioen werd, wil dit jaar graag opnieuw goud pakken. “Ik ga opnieuw proberen om alles eruit halen wat er in zit. Een individuele gouden plak zou mooi zijn, maar de teamprestatie staat voorop.” Of haar dat gaat lukken, lees je op www.sportvisserijnederland.nl. Daar vind je updates over de trainingen en prestaties van het Oranje damesteam.
Een zeer belangrijke factor voor succesvol feedervissen is de keuze van de juiste visstek. Om deze te vinden moet je het viswater goed kennen en waar mogelijk de diepte peilen.
Met behulp van een ‘verlichte’ korf kun je zeer precies de waterstructuur bepalen.
Stekken zoeken & vinden.
Een zeer belangrijke factor voor succesvol feedervissen is de keuze van de juiste visstek. Om deze te vinden moet je het viswater goed kennen en waar mogelijk de diepte peilen. In dit artikel zie je hoe je met minimale middelen een perfect onderwaterbeeld vormt van jouw viswater.
Tekst & foto’s Stefan Orth
Vaak zie ik sportvissers die hun visplek min of meer op de gok uitkiezen. Ze werpen hun montage te water, plaatsen de lijn achter de lijnclip en slepen de korf over de bodem binnen. Wanneer de korf zich gemakkelijk laat verslepen en de waterbodem schoon aanvoelt, dan hebben zij hun plek gevonden. Echter, met het peilen van de diepte heeft dit niets van doen. Op de vraag hoe diep het op de plek is, krijg ik vaak de meest uiteenlopende antwoorden. Veel visser hebben geen enkel idee op wat voor een diepte ze aan het vissen zijn. Soms kunnen, hoe klein ze ook zijn, de kleinste diepteverschillen het verschil betekenen tussen vangen of blanken! Vaak is dat net een dieper kuiltje of een verhoging op de waterbodem. In principe is elke onderbreking in de monotone waterbodem een potentiële vismagneet. Hier bevindt zich het natuurlijke voedsel en komt de vis samen. De kunst is om deze plekken te vinden.
Een stuk geëxtrudeerd polystyreen snijd je met een mesje in de juiste vorm.
Theorie & praktijk
In theorie weten de meeste sportvissers hoe het peilen van de diepte werkt. De praktijk is echter weerbarstiger. In veel situaties werpen ze de korf totdat deze door de lijnclip gestopt wordt. Vervolgens tellen ze het aantal seconden totdat de korf de waterbodem bereikt. De duur van het afzinken is de relatieve maatstaf voor de waterdiepte. Hoe je telt, wanneer je begint met tellen is niet van belang, zolang je dit maar consistent doet. De één doet dit door zelf gelijkmatig te tellen, de ander gebruikt misschien een stopwatch. Aan beide methoden kleven zo hun voor- en nadelen. Zelf tellen is gemakkelijker, maar wie zegt dat je elke keer even snel telt? Een stopwatch is nauwkeuriger, maar tijdens het werpen moeilijker te hanteren. Druk je wel tijdig op de start- of stopknop? Wat beide methoden gemeen hebben is dat ze gevoelig zijn voor onjuist tellen. Zeker wanneer je een zware korf gebruikt kan het niet juist tellen een verkeerd inzicht geven in de bodemstructuur. Dat kan zomaar 50 tot 100 centimeter schelen.
Fouten minimaliseren
De zuiverheid van de peilmethode kan worden vergroot door een lichte 20-grams voerkorf te gebruiken. In vergelijking met een 60-grams korf zinkt deze minder snel naar de bodem. Hoe langer de afzinkfase is (bij dezelfde waterdiepte), des te minder groot is het effect van het niet juist tellen. Kortom, de diepte laat zich met een lichte korf nauwkeuriger meten. Zo’n lichte voerkorf laat zich in de regel niet verder dan een meter of 30 werpen. Binnen deze afstand kunnen we dus nauwkeurig de diepte ‘meten’, maar wat als je meer wilt weten over het diepteverloop verder dan 30 meter uit de kant? We hebben meer gewicht nodig om deze afstanden te overbruggen, echter enkel een zwaardere voerkorf is niet de oplossing. De opdracht was om meer werpgewicht en een langzaam zinken te verkrijgen.
Met verschillende geprepareerde korven kun je de stek nog preciezer peilen.
Simpele oplossing
De oplossing voor het bovengenoemde probleem was vrij simpel. Een stuk isolatiefoam, het meest geschikt is geëxtrudeerd polystyreen, snijd je met een mesje in de juiste vorm zodat het in een korf past. Bij deze methode is het niet noodzakelijk om de montage aan te passen. Simpelweg het foam drijflichaam in de korf duwen en fixeren met wat lijn. Na het meten van de diepte verwijder je dit en kun je direct beginnen met vissen. Als uitgangspunt neem je de korf die je bij het afstandsvissen gebruikt, op basis van deze korf maak je het foam drijflichaam. Vis je bijvoorbeeld op afstand met een 60 grams speedkorf, dan dien je het foam groter te maken dan wanneer je een normale 40 grams korf gebruikt. Het grote stuk foam wel goed vastmaken, anders vliegt deze tijdens de worp wellicht uit de korf.
Een stopwatch is een handig hulpmiddel.
Wie het knip- en snijwerk goed onder de knie heeft kan de zinkfase van een zware korf terugbrengen tot ongeveer 1 meter per drie seconden. Met deze mate van zinken is het belanden van de korf op de bodem alleen maar met een gevlochten lijn voelbaar. Bij een nog langzamer afzinken neemt de precisie toe, maar wordt het steeds lastiger om het neerploffen waar te nemen. Dit is ook afhankelijk van het type bodem: bij een zachte bodem is dit veel lastiger te voelen dan bij een harde kiezelbodem. Met deze variabelen moet je zelf experimenteren en na enige oefening neemt de precisie van jouw peilen alleen maar toe. Momenteel ben ik in staat de diepte tot op ongeveer 20 centimeter in te schatten.
Hoe groter het stuk foam, hoe langzamer het afzinken, des te nauwkeuriger kun je peilen.
Veertien seconden diep
Wanneer ik ga peilen noteer ik de seconden van de afzinkfase in een vijfmeterplan op een vel papier. Wanneer ik op een bepaalde afstand een interessante diepte vind, ga ik het nauwkeuriger onderzoeken. Door meerdere malen op één afstand te werpen en het gemiddelde resultaat te nemen, reduceer je fouten tijdens de telfase. Misschien klinkt je dit allemaal overdreven in de oren en lijkt het gecompliceerd, na enige oefening wordt dit een fluitje van een cent. Op de vraag hoe diep mijn gekozen stek is heb ik één nauwkeurig antwoord, die de wenkbrauwen van de meeste vragenstellers zal fronsen. Het antwoord is bijvoorbeeld ‘veertien seconden diep’. Veel belangrijker dan de exacte diepte is hoe lang de afzinkfase duurt. Het maakt mij niet uit of hier nu 3,8 of 4,2 meter water staat. Wel weet ik zeker dat ik een plek heb gevonden waar het iets dieper is. Een plek die in de wereld van de topografie onder water, een welkome afwisseling is in de vrij monotone bodem in de omgeving.
Stefan Orth
Op een vel papier noteer je hoe lang de afzinkfase duurt.
Grote ruisvoorns, brasems en zeelten gedragen zich soms ook als echte rovers en attaqueren kunstaas dat bedoeld is voor roofvis.
Witvis pakt niet alleen maden, maïs en wormen. Grote ruisvoorns, brasems en zeelten gedragen zich soms ook als echte rovers en attaqueren kunstaas dat bedoeld is voor roofvis. Thomas Hohnsbein probeert de rovende witvis met zogenaamde ‘skirted jigs’ aan de schubben te komen.
Tekst & foto’s Thomas Hohnsbein
Het is hoogzomer en met mijn vismaat Marco bevind ik me aan een dode arm van de rivier die hier in de omgeving ligt. De watertemperaturen zijn zeer hoog en de activiteit van de vissen heeft haar jaarlijkse hoogtepunt bereikt. We zijn hier met de bedoeling om baarzen te vangen. Als kunstaas gebruiken we dit keer uitsluitend ‘skirted jigs’ met de daarbij horende ‘trailers’. Nadat we enkele baarzen geland hebben naderen we voorzichtig een groot plantenbed aan waterlelies. Daar gebeurt vervolgens iets wat ons een heel nieuwe kijk op deze visserij geeft. Het zijn niet langer baarzen die onze skirted jigs aanvallen, maar in plaats daarvan zeer grote ruisvoorns. Gefascineerd door deze gebeurtenis houden we ons sinds die tijd intensiever bezig met deze bijzondere bijvangsten.
Goede stekken vinden
Deze ervaring was geen toevalstreffer, ze kon in de daarop volgende weken op verschillende wateren herhaald worden. De moeilijkheid bestond er eigenlijk alleen uit om de juiste stekken voor deze vismethode te vinden. Als pure roofvisvissers moesten we ons hierop opnieuw instellen. Al snel kwam er een belangrijke voorwaarde bovendrijven: de methode functioneert uitsluitend op plaatsen met veel plantengroei onder water. Op zwak stromende wateren betekent dit in de meeste gevallen dat je je moet concentreren op de oeverzone, omdat het water hier wat warmer is en er minder stroming staat is de plantengroei hier dichter.
Witvis met roofvisneigingen. Deze mooie ruisvoorn stortte zich tijdens het vissen op baars op een jigkop met zachtplastic versierselen.
Op stilstaande wateren was de zoektocht naar geschikte stekken wat gecompliceerder, omdat hier de plantengroei zeer uitgestrekt zijn kan en evengoed ook midden op het water kan voorkomen. Hier waren we met de boot het meest succesvol wanneer we, vanaf het midden van het water, voorzichtig de oeverzones benaderden. De stekken moesten waterplanten bevatten die vooral de bodem bedekten maar minder in de hoogte groeiden. Het meest succesvol waren we op stekken waar achter de plantengroei de bodem direct verder de diepte in ging.
Wanneer we de vismethode nauwkeuriger bekijken, wordt ook duidelijk waarom de skirted jigs ook alleen functioneerden op deze dichtbegroeide plekken. Met dit kunstaas worden hoofdzakelijk insecten en zeer kleine vissen geïmiteerd, de natuurlijke voorbeelden bevinden zich voornamelijk in die plantenrijke zondes en daartoe behoren, bijvoorbeeld, libellenlarven, wormen, slakken en allerlei visbroed.
Een jigkop met een rokje
Inmiddels vind je voor deze visserij ook in de Benelux een aanzienlijk aanbod aan geschikt kunstaas. Ga je een keer de plas over, dan wordt de keuze gigantisch groot. Skirted jigs zijn te verkrijgen in veel verschillende uitvoeringen, formaten en gewichten, met al dan niet een haak die afgeschermd is tegen vastlopen in de planten. Voor onze visserij op witvis hebben we kleine jigs nodig waarbij de haak niet of slechts in geringe mate afgeschermd wordt en in zeer lage gewichten. Zelf gebruik ik het liefst de Reins Platon in gewichten van 1,8, 2,6 of 3,5 gram en de Keitech Mono Spin Jigs in gewichten van 1,8 en 2,6 gram. Wanneer de plantengroei dikker wordt, kun je ook nog teruggrijpen op de Reins Platon Guard of de Keitech Guard Spin Jig in vergelijkbare gewichten. Bij de ‘Trailer’, het zachtplastic rokje dat op de jigkop geplaatst wordt, is de keuze zo groot dat er volop ruimte is om te experimenteren.
Ruisvoorn. Met deze vis begon het voor de auteur. Min of meer toevallig ving de auteur deze vis tijdens het vissen op baars.
We zijn steeds op zoek naar zachtplastic dat het natuurlijke voedsel van de witvis zo goed mogelijk nabootst. Alles wat er uitziet als een klein insect of een visje is dus zeker prima. Het kunstaas dient echter alles bij elkaar niet groter te zijn dan 8,5 centimeter, dit omdat je anders veel last hebt van missers. Voor mij zijn enkele trailers zeer succesvol geweest. Dat zijn de 3,5” Hog Impacts, de 2” Swing Impacts en de 2,5” Live Impacts van de firma Keitech, verder de 2” Rockvibe Shads van Reins en de 3” HellGies van Lunker City. Deze zachtplastic versierselen bieden samen met de skirted jigs een zeer ruime keuze aan succesvol kunstaas.
Niet te licht
Omdat we hierbij met zeer licht kunstaas vissen, moet ook de uitrusting relatief licht gekozen worden. Het mag echter ook weer al te licht zijn, omdat ook kapitale witvissen grote krachten kunnen ontwikkelen. Al naar gelang het viswater kies ik voor korte spin- of werphengels met een werpvermogen van 10 tot 15 gram. Hierop gebruik ik een werpmolen model 2500 met een dunne gevlochten lijn op de spoel. Bij de keuze van de onderlijn ben ik wat voorzichtig. Ook al vissen we nu op witvis, het kunstaas dat we gebruiken wordt ook nog wel eens aangevallen door roofvissen met tandjes. Om die reden gebruik ik, wanneer het haken van een snoek niet voor de volle 100 procent uitgesloten kan worden, een dunne stalen onderlijn. Ik ben er niet voor om deze vissen met het kunstaas diep in de bek aan hun einde te laten komen, alleen omdat ik andere vissoorten wilde vangen. Daarnaast is dit kunstaas ook behoorlijk duur. Het verlies van dit kunstaas gaat op den duur aardig in de papieren lopen. Is de kans op het haken van snoek vrijwel uitgesloten, dan is een onderlijn van fluorocarbon of nylon ook goed te gebruiken.
Bij het vissen op witvis geeft de auteur de voorkeur aan kleine, lichte jigs met slechts een geringe bescherming tegen vastlopen in de planten.
Reflexen onderdrukken
De manier waarop het kunstaas gevist wordt onderscheidt zich op enkele punten van de kunstaastechnieken die je anders gebruikt bij het vissen op roofvis. Witvis pakt het aas volledig anders dan roofvis, dat is iets dat we bij het vissen op witvis in het oog moeten houden. De skirted jigs worden te midden van de plantengroei geplaatst en je laat ze aan een strakke lijn naar de bodem zakken. Vervolgens wordt het kunstaas met zeer kleine sprongetjes of slepend over de bodem teruggevist. De sprongetjes moeten vlak boven de bodem of de plantengroei gemaakt worden, iets wat je zeer goed vanuit de pols kunt realiseren. Belangrijk is dat het kunstaas zeer langzaam bewogen wordt en tussen de sprongetjes steeds weer een rustpauze maakt.
Blankvoorns, brasems en zeelten hebben een eind- of onderstandige bek en pakken het aas met de kop naar beneden van de bodem op. Om die reden is het belangrijk dat het aas bijna aan de bodem kleeft. Bij een aanbeet moet je je als doorgewinterde kunstaasvisser compleet aanpassen. De reflex om bij de geringste aanwijzing van een aanbeet direct de haak te zetten, is hier niet op haar plaats; het levert slechts doorlopend missers op. Witvis heeft vaak, in verhouding tot hun lichaam, een vrij kleine bek. Bovendien zuigen ze hun voedsel niet op dezelfde wijze naar binnen zoals een snoekbaars of baars. Met hun kleine bekken hebben ze duidelijk meer tijd nodig. In de praktijk is het niet alleen nodig dat het zetten van de haak wat vertraagd gebeurt.
Brasem. Thomas wist deze 45 cm lange brasem met kunstaas te landen.
Ook het zetten van de haak zelf dient minder krachtig te geschieden dan bij het vissen op roofvis. Het is raadzaam om na een aanbeet voor een of twee seconden de spanning min of meer van de lijn te halen om daarna de hengeltop omhoog te brengen, zonder daarbij een krachtige beweging te maken. Doe je het niet zo, dan trek je het aas vaak uit de bek van de witvis voordat de haak gezet kan worden. Omdat de meeste trailers gearomatiseerd zijn, houden de meeste vissen het aas lang genoeg in de bek om op deze wijze te kunnen vissen. Toch zal het aantal missers altijd op een hoger peil blijven dan bij het vissen op roofvis. Alleen door veel te oefenen kun je het aantal missers reduceren.
Grote verrassingen
Deze vismethode op witvis levert vrijwel alleen vangsten op van grote exemplaren van de verschillende vissoorten. Ook wanneer het kunstaas voor roofvisvissers klein overkomt, zijn het voor de witvissen toch behoorlijke brokken. Wanneer je deze techniek gaat proberen en daarbij het nodige geduld op kunt brengen, dan zul je voornamelijk grote witvis vangen. Mijn vismaten en ik hebben tot nu toe grote ruisvoorns, blankvoorns, brasems en ook zeelten met deze techniek gevangen. ‘Halfbroers’ zoals roofbleien en kopvoorns waren er ook al bij. Wat in onze vanglijst nog ontbreekt is een karper. Ik ben er echter zeker van dat het slechts een kwestie van tijd is totdat een karper een skirted jig oppikt.
Thomas Hohnsbein
Zeelt. Marco lokte deze 40+ cm zeelt met een skirted jig uit een plantenbed.
Wanneer je je bij het kunstaasvissen op snoekbaars laat leiden door bepaalde aannames en mythes die hardnekkig rond de snoekbaarsvisserij blijven hangen, maak je het jezelf niet gemakkelijker.
In het donker is de plug vaak beter geschikt voor het snoekbaarzen dan de rubber shad.
Wanneer je je bij het kunstaasvissen op snoekbaars laat leiden door bepaalde aannames en mythes die hardnekkig rond de snoekbaarsvisserij blijven hangen, maak je het jezelf niet gemakkelijker. In het ergste geval vang je minder vis.
Kies jij altijd hetzelfde wittebrood, ook als je bij de warme bakker nog uit vijftien andere soorten brood kunt kiezen? En waarom zouden vissen niet net zoals mensen een voedselvoorkeur hebben?
Henric Plass experimenteert met brood en schotelt de vissen enkele gevulde broodballen voor.
Kies jij altijd hetzelfde soort brood, ook wanneer je bij de warme bakker nog uit vijftien andere soorten brood kunt kiezen? En waarom zouden vissen niet net zoals mensen een voedselvoorkeur hebben? Immers, verandering van spijs doet eten! Als experiment serveert Beet een gevarieerde boterham aan de vissen voor.
Door Henric Plass
Broodkruim of chapelure is een top-ingrediënt en erg geliefd bij witvis. Terwijl de stevig samengedrukte voerbal van brood in het water langzaam openbreekt, worden kleine deeltjes loskomend brood gulzig naar binnen gezogen. Als haakaas komt een klein stukje brood (uit de breadpunch) om de hoek kijken. Met name in de winter heeft deze methode zich al vaak bewezen. Het is echter vissers eigen om voer en techniek te blijven verbeteren. Daarom ontstond het idee om het brood wat extra’s mee te geven, bijvoorbeeld een toevoeging om het nog lekkerder te maken, kortom het brood wat te pimpen!
Keuze genoeg! Met verschillende ingrediënten kun je meerdere varianten broodballen maken.
De kracht van het voeren met een stevig aangedrukte broodbal is de enorme kleefkracht en de langzame afbrekingstijd. Als toevoegingen komen er ingrediënten aan te pas die de kleefkracht en de mate van openbreken nauwelijks beïnvloeden. Kruiden, specerijen en zaden zijn een goede keuze en ook kleurstoffen zijn een mogelijkheid. Bovendien wil ik ook proberen om met natuurlijk aas een broodcombinatie te maken. Hier volgen zes van mijn favoriete broodvarianten.
De klassieker
Neem een getoaste boterham, snijd de korsten weg en maal het brood in een mixer. Het zachte, gemalen brood kun je tot een stevig balletje knijpen en voeren. Het kan wel twee tot drie uur duren alvorens de bal uit elkaar begint te breken en brooddeeltjes vrijkomen. Als haakaas prik je met een breadpunch uit een getoaste witte boterham een schijfje brood. Dit haakaas zal kort nadat het in het water komt uitzetten tot een broodvlok.
In de hengelsportzaak vind je veel vloeibare lokstoffen; zoet, visachtig, fruitig en kruidig.
Hennepzaad
Grote blankvoorn is dol op brood en hennepzaad, waarom beide niet combineren? Mix wat korrels door het broodmengsel en vis afwisselend met brood en hennep op de haak. Het hennepzaad dien je te drogen alvorens je dit met het brood mengt, anders wordt het voer te nat en valt het te snel uit elkaar. Een andere variant is een broodbal met gemalen, geroosterd hennepzaad: dit is een buitengewone voermagneet. Het heeft in water soortgelijke eigenschappen als koriander, maar als het puur om voorn gaat, is gemalen hennep mijn eerste keuze. De gemalen hennep laat zich goed door het brood mengen. Hierna moet je het brood wel extra bevochtigen, anders wordt de broodbal te droog. Een te droge bal heeft minder kleefkracht en valt te snel uit elkaar.
Koriander
Vers gemalen koriander heeft een goede aantrekkingskracht op alle witvissoorten en is een zeer actief ingrediënt. Ik maal de koriander in een koffiemolen fijn en mix deze door de broodkruimels. Het brood laat zich zo goed tot een bal kneden. Onder water komen kleine brooddeeltjes vrij en vallen op de bodem. De actieve deeltjes koriander komen ook los en drijven naar de oppervlakte, een geniale combinatie.
Met een zogenaamde ‘breadpunch’ wordt uit het getoaste brood een schijfje gedrukt en op de haak geprikt.
Rode kleurstof & muggenlarven
Wanneer het water enigszins troebel is, kun je met een kleurstof en muggenlarven goede zaken doen. Rood wekt interesse en met name een rode wolk lokt grote brasem naar de stek. Kleine muggenlarven door het gemalen brood zijn voor de brasem de kers op de taart. Mijn tip: gebruik wat oudere muggenlarven. Deze zijn niet meer zo levendig en laten de broodbal niet snel uiteen breken. Wel dienen ze zorgvuldig door het gemalen brood te worden verspreid, anders ontstaan er klonters vochtige larven, wat een te natte broodbal tot gevolg kan hebben. Als haakaas gebruik ik een stukje naturel broodvlok of een broodvlok gedipt in een muggenlarvenlokstof of een grote muggenlarve.
Geknipte wormen
Wil je naast witvis ook kans maken op baars, dan is een ‘broodje worm’ een interessante optie. Met wormen is het oppassen geblazen omdat ze veel vocht bevatten en het brood al snel te nat wordt. Voor de perfecte wormenbroodbal knip ik de wormen in stukjes en laat ze één uur staan, ze moeten er bewegingsloos bij liggen. Daarna voeg ik de wormen bij het gemalen brood en kan ik het overgebleven wormensap beetje bij beetje toevoegen totdat het voer de juiste consistentie bereikt. Ook hier geldt dat de broodbal niet te droog en niet te nat moet zijn. Vis met een stukje worm op de haak.
Het schijfje broodvlok zet na in de lokstof te zijn gedipt uit en zal het aroma in het water uitwasemen.
Pietje precies
Om de verschillende broodballen te testen ga ik voor een experiment naar de waterkant. Hier maak ik zes voerballen klaar die met de ‘pole cup’, dat is een voercup die op de top van de vaste hengel wordt geklemd, precies op drie verschillende stekken worden gebracht: op zeven, negen en elf meter afstand. Hierbij worden op elke stek verschillende soorten broodballen gevoerd: met koriander, hennep, muggenlarven en met wormen. De bedoeling is dat we ook met het haakaas per plek variëren. Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken kan ik de broodvlok als haakaas ook nog in diverse lokstoffen dippen. Zo kan ik kijken welke lokstof deze dag het beste werkt. Ik heb zeven potjes met verschillende typen lokstof meegenomen. De broodvlokken worden gedipt in een zoet, visachtig, fruitachtig en kruidige vloeibare lokstof.
Ik begin het vissen met een klassieke broodvlok op een haak 18. Mijn montage bestaat verder uit een anderhalve grams dobber, gegroepeerd lood en twee nummer 12 valloodjes. De laatstgenoemde zorgen ervoor dat de broodvlok de laatste meter heel langzaam en natuurlijk richting de bodem zakt. De eerste aanbeet laat niet lang op zich wachten; de eerste vis is een kleine blankvoorn. Er volgen meerdere kleine blankvoorns en het is tijd om van haakaas te wisselen. Een hennepkorrel levert geen aanbeet op, een grote muggenlarve een kleine kolblei.
Na het voeren van de ballen vist Henric met de vaste hengel de plekken af.
Daar waar twee voerballen gevuld met wormen op de bodem liggen probeer ik het met een stukje worm. Hiermee krijg ik nauwelijks aanbeten en de beten die ik krijg weet ik niet te verzilveren. Misschien heb ik de vis teveel soorten aas aangeboden en ik twijfel of minder in dit geval meer zou zijn geweest. Ik experimenteer wat met de dips als plotseling de dobber wegschiet en het elastiek uit de top komt. Een flinke brasem heeft op de voerplek, bestaande uit een van brood-gemalen hennep combinatie, een broodvlok met koriander dip naar binnengezogen. Korte tijd later ligt de brasem in het landingsnet. Het is moeilijk om hier een conclusie uit te trekken, laten we het erop houden dat voedselvoorkeur niet te voorspellen is en dat vissen geen hengelsportwebsites lezen.
Variatierijk vangen
Een poging met vijf grote muggenlarven op de haak, gevist naast de muggenlarven-broodballen, levert weer een mooie brasem op. Op dezelfde plek blijft een broodvlok onaangeroerd. Het lijkt erop dat op deze plaats de vis massaal op de larven aast en de broodvlok negeert. Op de twee voerplekken met koriander en geroosterde gemalen hennep blijf ik wel met de broodvlok blankvoorn vangen.
Bij de dips bewijst de Sweet Cream zich vandaag als een favoriet voor de blankvoorn. Op de leverdip weet ik nog één brasem te vangen. Na afloop van de testdag is het onduidelijk welke voerplek en welk aas het meest succesvol is. We kunnen wel concluderen dat het wisselen van stek en haakaas steeds weer vis in het net heeft gebracht en alleen dat al is waardevolle kennis.
Henric Plass
Deze brasem pakte een in koriander gedipte broodvlok.
In je lokale viswinkel kun je potjes met zogenaamde 50/50 hookbaits van Dynamite Baits kopen. Deze zitten perfect uitgebalanceerd verpakt in een potje.
De snowman is de klassieke uitgebalanceerde presentatie en heeft al menig karper op de onthaakmat gebracht.
Voor de derde keer al deze morgen grijp ik naar mijn hengel die rechts op de rodpod ligt. Na het zetten van de haak en een korte dril dirigeer ik een mooie schubkarper van twintig pond tussen de armen van mijn landingsnet. Op mijn andere hengel heb ik deze sessie geen enkele aanbeet gehad. Natuurlijk vraag ik mezelf af waarom dit zo is, waarom staat het nu 3-0 voor de rechter hengel?
Dit soort kanjers van windes kun je vangen in afgesloten meren. De vis kan er vrijwel ongestoord uitgroeien omdat er bijna niemand gericht op vist.
Opvallend aas zoals deze kunst-maïskorrels en het roze geschilderde schuiflood maken de grote windes nieuwsgierig.
Modern, statisch en opvallend
De winde is een klassieke riviervis, maar ook in stilstaand, afgesloten water zwemmen windes en juist op dit soort wateren groeien ze uit tot respectabele formaten. Robert Illner beschrijft hoe hij op glasheldere meren met moderne technieken specimen formaat windes weet te vangen.
Tekst & foto’s Robert Illner
De zon schijnt diep in het kristalheldere water. Op ongeveer zes meter diepte kan ik mijn montage duidelijk zien liggen, net zoals mijn drijvend haakaas. Wat was dat? Ik loer door mijn polariserende zonnebril. Een grote vis doorbreekt met overmacht de dichte plantengroei. Een karper was het niet en ook niet één van de vele grote brasems die in dit heldere water huizen. Er is geen twijfel mogelijk, een van de zeldzame en extreem grote windes is zojuist even over mijn voerplek heen gezwommen.
Het gericht vissen op grote, kapitale windes op de stilstaande wateren is echt een uitdaging. Daarbij zijn bijvangsten van karper en brasem onmogelijk te vermijden. Bovendien moet je het geluk hebben om een water te vinden waar de winde uitgroeit tot gewichten boven de zes pond. Het aantal grote windes in dit meer is behoorlijk groot, dus loont het de moeite om de winde hier gericht te bevissen. Tijdens eerdere vissessies heb ik steeds weer grote windes op een afstand van 30 tot 40 meter vanaf de kant uit het water zien springen. Vooral vroeg in de ochtend en bij het invallen van de schemering zijn de windes het meest actief. Een blik op de visvinder laat mij zien dat er zich precies op deze afstand een steil talud onder water bevindt.
Topstekken, zoals steile taluds, zijn snel en eenvoudig met een dieptemeter te vinden.
De bodem loopt hier af van rond vier meter naar ruim zes en een halve meter diepte. Aan de voet van het talud verandert bovendien de bodem van structuur en gesteldheid. Tref je in de ondiepere gedeelten vooral kiezel en grotere stenen, aan de voet van het talud heeft zich een voedselrijk sediment afgezet waar de waterplanten (hoofdzakelijk Canadese waterpest) goed gedijen. De vissen vreten tussen de waterplanten de slakken, vlokreeften en andere klein gedierte. De tafel is er rijk gedekt en voor een vis met een eindstandige bek is dit biotoop ideaal voor de voedselopname.
Anti-camou montage
Mijn strategie bestaat eruit om in dit heldere water door middel van opvallend haakaas de aandacht van de vis te trekken. Hiervoor gebruik ik met succes kunstmaïs in felle, opvallende kleuren. Aangezien de aanbeten doorgaans enige tijd op zich laten wachten, adviseer ik het gebruik van een klassieke zelfhaakmontage waarmee de vis zich na de aasopname haakt. Ik gebruik een haak in maatje 10 waar ik een ongeveer zeven kilogram sterk onderlijntje aan knoop middels de no-knot-knoop. Het aas bevestig ik aan de haarlijn die onder de haak hangt. Over het haakoog plaats ik een ‘line aligner’, zodat ik een optimale kans tot inhaking heb. De line aligner is een stukje tube dat ervoor zorgt dat de haak in de vissenbek draait en de haakpunt eerder in het vlees penetreert. Deze maak ik door een stukje krimpkous op de onderlijn te schuiven, tot over het haakoog. Vervolgens wordt de krimpkous met waterdamp verwarmd, de slang laat zich nu gemakkelijk in de gewenste positie vormen en zal na het afkoelen weer uitharden.
Dit soort kanjers van windes kun je vangen in afgesloten meren. De vis kan er vrijwel ongestoord uitgroeien omdat er bijna niemand gericht op vist.
Een pop-up-montage is zinvol bij het vissen op winde. De vis heeft namelijk een eindstandige bek waarmee een drijvend haakaas perfect naar binnen gezogen kan worden. Ik vis zelf bij voorkeur met een zogenaamd ‘kritisch uitgelood’ aas. Dat wil zeggen dat ik het drijvende haakaas slechts in zoverre uitlood dat het vrijwel gewichtloos in het water blijft zweven. Daarbij is het van groot belang om er voor te zorgen dat het haakaas niet verstrikt raakt in de aanwezige waterplanten. Waterpest groeit vaak in dichte bossen, met daartussen open plekken vrij van plantengroei. Die open plekken zijn ideaal voor de plaatsing van de montage. In plaats van een onopvallend schuiflood gebruik ik liever een 60 gram zwaar lood (Korda Big Grippa of Fox Kling On) dat ik knalroze geverfd heb. De vis wordt hierdoor sneller naar mijn voerstek gelokt en zo nog sneller opmerkzaam gemaakt op mijn haakaas. De nieuwsgierigheid van de vis wordt vooral gewekt door de kleurige veelvoud van lood en aas. In het extreem heldere water valt een fel gekleurd aas heel erg op. Deze methode werkt overigens vaak alleen in wateren met een geringe hengeldruk. Zodra de aanwezige vis het felgekleurde aas associeert met gevaar, lopen de aanbeten drastisch terug.
Partikels en pellets behoren beslist op de voerstek thuis.
Afwisselende kost
Mijn lokvoer bij de windevisserij bestaat uit een mix van verschillende kiemzaden en granen. Windes zijn voedselopportunisten en vreten naast vegetarische kost net zo graag insecten, larven en kleine visjes. Ik schotel ze graag een afwisselende kost voor van gekookte hennep, granen, blikmais en vispellets. De pellets voer ik los. Van de partikels doe ik twee kilo in een grote emmer en meng dat met twee kilo droogvoer. Goede vangsten heb ik geboekt met een mengsel van een Browning Etang en een vanillepoeder. Zoete voersoorten vindt de winde onweerstaanbaar. Als bron van proteïnen gebruik ik versnipperde wormen, die ik in grote aantallen via het internet bestel. Ook een goede portie maden is een must en de maden worden door mij scheutig over de voerstek uitgestrooid. Bovendien worden de kleine boilies, die ik ook nog los op de voerstek schiet, door de windes maar wat graag genomen. Zoete soorten boilies met een doorsnede van 16 millimeter hebben zich in de loop der tijd als prima aas bewezen. Als haakaas gebruik ik eveneens graag zoete boilies, maar dan in een grootte van 8 tot 12 millimeter.
Om de windes een zo afwisselend mogelijke kost aan te bieden, horen maden (boven) en versnipperde wormen (onder) in het lokvoer.
Aanbeten bij bewolkt weer
De meeste aanbeten heb ik verzilverd in de vroege ochtend en bij het invallen van de schemering, voor een deel ook zelfs ’s nachts. De periode rond het middaguur lijkt voor windes minder geschikt als aastijd. Ik vermoed dat de winde zich dan bij voorkeur in de diepere en minder door de zon beschenen gedeelten van het meer ophoudt. En dat kan zo nu en dan zomaar op dertig meter diepte zijn! Een reden voor dit gedrag is ongetwijfeld de verhoogde bescherming die wordt geboden tegen de dreiging van grote roofvis zoals snoek. Op warme en zonnige dagen was dit gedrag echt heel uitgesproken zichtbaar. Een bewolkte hemel afgewisseld met buien en wat zonneschijn zorgde voor de beste vangstresultaten.
In het vaak glasheldere water van de meren azen de windes hoofdzakelijk in de ochtend- en avondschemering.
Beetweetjes over de winde
Komt met name voor in stromend water en grote meren.
Voedsel: plankton, wormen, kreeftachtigen, insectenlarven, mosselen en kleine vis.
Beste aas: wormen, maden, maïs, miniboilies, klein kunstaas.
Paaitijd: april tot juni.
Soms bereik je alleen met verre worpen de topstekken voor grote winde.
Waarom weten we niet, maar nu jaren later levert deze stek met regelmaat nog grote vissen op en het allermooiste van allemaal: we hebben er nog nooit een zeebaarsvisser gezien…
Bij het lezen van deze kop gaat ieder (zee)vissers hart wat sneller kloppen, dat kan niet missen! Toch is de kop mooier dan de werkelijkheid, de grote baarzen liggen nu eenmaal niet voor het oprapen.
Hoewel foto’s op het grote web wel eens anders doen vermoeden moet er toch gewoon hard gewerkt worden voor grote baarzen. Er kan er eens eentje tussendoor lopen, maar wil je ze met regelmaat vangen dan moet je toch veel tijd en moeite investeren. Gelukkig zijn er wel stekken die meer grote baarzen opleveren dan andere stekken en zo’n stek kwam ik bij toeval tegen tijdens een vakantie in Zeeland….
Het is ergens midden in de zomer wanneer ik met mijn dobbertje een stek af aan het vissen ben. Het begint met een schooltje makreel, ik zie ze jagen in de verte en besluit een spinhengeltje en klein kunstaas in te zetten en wat makrelen te gaan vangen. Dertig worpen later en 20 makrelen verder besluit ik te stoppen, het wordt immers al aardig donker.
Nu heb ik nog wat zagers over en wil nog wel een poging op zeebaars wagen, maar het water staat al dusdanig hoog dat de stek niet meer te bevissen is. Een eindje verder ziet het er wel ‘baarsachtig’ uit, laat ik daar maar eens een poging wagen dan. Binnen vijf minuten loopt de dobber weg en zet ik de haak in een stevige zeebaars, helaas zwemt deze zich vast in de stenen en gaat verloren. Ik besluit dan ook maar te stoppen, eerst wil ik met laag water even de stek goed bekijken zodat ik het volgende hoogtij weet waar de vis wel en waar de vis niet heen mag zwemmen als hij gehaakt is. Precies zoals ik al dacht ligt de stek bezaaid met grove stenen, die stuk voor stuk begroeid zijn met mossels en andere scherpe schelpdieren. Toch zijn er mogelijkheden, zo is er een groot open stuk waar de dobber een mooie drift kan maken.
Die avond keer ik terug met enigszins aangepast materiaal, hier wordt het namelijk buigen of barsten. Ook nu haak ik gelijk een mooie zeebaars. Bij die ene baars blijft het niet die avond, geregeld haak ik een mooie vis.
Ze komen niet allemaal op de kant, maar gelukkig het overgrote deel wel. Aan het einde van de avond heb ik een stuk of tien baarzen. Ik bel direct mijn maat op om het hem te verwittigen!
Geert heeft er wel zin in en springt de volgende dag in de wagen voor een ritje Zeeland, maar daar krijgt hij heel wat voor terug. Wanneer het donker is staan we letterlijk tussen de jagende zeebaarzen, overal om ons heen gaan ze tekeer, een ‘feeding frenzy’ zoals ik het nog nooit heb gezien! We weten hiervan te profiteren en vangen aan de lopende band, allemaal grote vissen vanavond met als toppers 72, 74 en 76 cm. Dan is het plots gedaan met de pret en besluiten we te stoppen, Geert gaat terug naar huis en ik kom de dag erna weer terug.
Ik weet op deze stek in totaal meer dan dertig zeebaarzen te verleiden, daarvan was één vis onder de 40 cm en drie boven de 70 cm, de rest allemaal 50ers en 60ers!
Waarom weten we niet, maar nu jaren later levert deze stek met regelmaat nog grote vissen op en het allermooiste van allemaal: we hebben er nog nooit een andere zeebaarsvisser gezien…
Martijn Dekkers
Ontstaan uit pure passie voor de sportvisserij heeft Martijn Dekkers DutchFishingStuff opgericht. “Al decennia lang vissen wij op iedere vissoort die in Nederland te vangen is. Van voorn tot meerval en van wijting tot haai, het heeft allemaal aan onze haken gehangen. Naast het sportvissen op zich houden wij ons al jaren bezig met het verzorgen van vislessen op basisscholen, assisteren op beurzen en actieweekenden voor hengelsportzaken, het verzorgen van artikelen voor diverse hengelsportbladen enz. Vanaf 2018 zullen wij ons vooral gaan richten op workshops, het gidsen en het assisteren bij groepsaangelegenheden!” Martijn geeft tal van workshops:
De swingtip is wellicht de meest gevoelige beetregistratie voor wie op stilstaand water de witvis op de bodem belaagt.
Met de bekende type swingtippen, inclusief geleideogen, verloopt het werpen (in tegenstelling tot een inline model) een stuk minder soepel.
De swingtip is wellicht de meest gevoelige beetregistratie voor wie op stilstaand water de witvis op de bodem belaagt. Deze typische beetregistratie zag je een aantal decennia geleden regelmatig langs de waterkant, maar tegenwoordig is deze een beetje – en geheel onterecht – in de vergetelheid geraakt.
Tekst & foto’s Lutz Hulsse
Voor het vissen op stilstaand of zeer licht stromend water is er wat mij betreft geen betere beetregistratie dan de swingtip. Wie de bedenker van de swingtip was is helaas niet meer te achterhalen. Wel staat vast dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw de Engelsen als eerste met deze tip visten en mooie voorn- en brasemvangsten hiermee beleefden. De werking en eenvoud van de swingtip is geniaal. Het is niets meer dan een glasvezel of carbon tip die middels een flexibel stukje rubber verbonden is aan de hengeltop van de werphengel. Na de worp komt de lijn op het gewicht van de swingtip op spanning te staan. Wanneer een vis het aas pakt, strekt de lijn zich en komt de swingtip omhoog.
Met de gevoelige beetregistratie van de swingtip ben je op druk bevist water in het voordeel.
Wanhoop
Door de flexibele verbinding tussen de hengeltop en de swingtip verloopt het werpen iets anders dan bijvoorbeeld met een feederhengel. Het werpen met zo’n bungelende swingtip verloopt wat minder soepel, een feit wat veel swingtipvissers tot wanhoop drijft. Zo kan tijdens de worp de swingtip dubbelslaan, wat de zuiverheid en werpafstand ondermijnen zal. Door een geleidelijk ingezette worp kan het dubbelslaan van de tip worden verminderd, maar nooit helemaal worden uitgesloten. Het gevaar is niet zozeer het dubbelslaan als wel het niet goed geleiden van de lijn door de geleideogen op de swingtip. Plots kan de hoofdlijn om de oogjes slaan en lijnbreuk veroorzaken. Om deze problemen op te lossen zijn er speciale swingtiphengels ontworpen die een wat zachtere, soepele actie hebben.
Zo stel ik de swingtip af. Mocht het flink waaien, dan steek ik de tip gedeeltelijk onder water.
De inliner
Zelf vis ik het liefste met strakke hengels met een snelle actie, hiermee werp je simpelweg zuiverder. Bij dit type hengels is de kans op het zwabberen en dubbelslaan van de swingtip tijdens de worp erg groot. Voor dit soort hengels zijn er speciale inline swingtips ontworpen. De lijn loopt door de swingtip en kan niet achter een geleideoog blijven steken. Inline swingtips dienen wel bij zowel de in- als uitgang voorzien te zijn van hard plastic, zodat de lijn niet in de swingtip kan snijden en daarbij vastklemt. De door mij gebruikte modellen zijn uitgevoerd met een Silicon Carbide (SiC) laag, materiaal ook wel bekend van geleideogen. Met dit type swingtip wordt het werpen vergemakkelijkt. Ook zijn krachtigere worpen mogelijk en kun je dus verder werpen. Het is wel lastig om je hoofdlijn door de inline swingtip te voeren, met name als deze soepel is. De dunne, soepele lijn slaat dubbel en is er niet makkelijk doorheen te duwen. Dit euvel is op te lossen door middels een stijf stuk lijn, zoals een afgedankte stalen onderlijn, de soepele lijn door de swingtip te voeren.
Bij een inline swingtip loopt de lijn door de swingtip, wat het werpen veel makkelijker maakt.
Markeren
Tot zover de ingewikkelde materie, want het swingtipvissen is voor de rest kinderspel en toont veel gelijkenissen met het feedervissen. Zo maak ik veelvuldig gebruik van de lijnclip op de molenspoel om steeds dezelfde visafstand te bewerkstelligen. Omdat ik regelmatig grotere vissen haak, haal ik eerst de lijn achter de clip vandaan en markeer ik de lijn over een lengte van ongeveer tien centimeter met een markeerstift of Typex. Zo vind ik snel de werpafstand terug en kan ik de lijn weer onder de clip leggen. Voor een optimale beetregistratie moet na de worp de hoofdlijn niet aan de oppervlakte liggen, maar onder water worden getrokken. Daarna brengen we de lijn ietwat op spanning, zodat de swingtip niet verticaal, maar onder een lichte hoek scheef staat. Staat er te veel wind en bungelt de swingtip daardoor heen en weer, dan kan het lonen om de hengel lager af te stellen zodat de punt van de swingtip in het water hangt, dat scheelt al veel. Bij een aanbeet wordt de tip uit het water getrokken en je boet ook qua gevoeligheid niets in.
Vrijloop
Bij een krachtige aanbeet wordt de swingtip in één keer omhoog getrokken en voelt de vis plots weerstand van de hengeltop. Om deze weerstand te verminderen gebruik ik een molen met een vrijloopsysteem, de vrijloop stel ik zo licht als mogelijk in. Een handig foefje, alleen is snel de haak zetten met een vrijloopwerpmolen niet mogelijk omdat je eerst de vrijloop moet uitschakelen. Blokkeer de spoel met je wijsvinger en zet op die manier de haak, je kunt vervolgens het vrijloopsysteem uitschakelen door lijn binnen te draaien of door de hendel om te zetten.
Wanneer je de lijn ter hoogte van de clip markeert met een stift, kun je de afstand nog terugvinden wanneer je de lijn uit de clip hebt gehaald
Soepele lijn
Voor het vissen met de swingtip moet de hoofdlijn niet te stijf zijn, anders kun je de swingtip niet nauwkeurig afstellen. Met de swingtip zijn alle denkbare systemen en aassoorten te gebruiken, voor welke gewenste vissoort dan ook. Zeker op druk beviste wateren, waar de vissen zich argwanend gedragen, ben je met een extreem gevoelige swingtip in het voordeel. De beten zijn sneller te herkennen en zodoende komt meer vis binnen bereik.
Nederland onder 25 jaar (U25) is dit weekend wereldkampioen vissen geworden. In het Italiaanse Novi di Modena pakten de oudste junioren van Team Holland – onder aanvoering van een ontketende Luciën de Rade – het goud voor Engeland (zilver) en Kroatië (brons). De Rade pakte ook nog goud in het individueel klassement en daarnaast won Nick Eestermans in de jongste categorie (U20) individueel brons. Nooit eerder presteerden de Nederlandse vistalenten zo goed op een WK.
Luciën de Rade.
Twee wedstrijddagen zoveel mogelijk vis vangen met de vaste hengel. Dat was het devies voor de twee Nederlandse teams die Sportvisserij Nederland afgevaardigde naar het WK Zoetwatervissen voor junioren. Team Holland U25 en U20, onder leiding van bondscoaches Nico Bakkernes en Dieter Friederichs, hielden zich keurig aan die opdracht. Naast de wereldtitel van de U25-ploeg werd Team Holland U20 keurig vijfde.
Luciën de Rade Wereldkampioen Individueel U25!
Team Holland U25
Nederlands beste vissers onder 25 jaar bewezen ook de beste van de wereld te zijn. Luciën de Rade (1e), Danny Flipsen (8e), Jefrrey Bakkernes (21e) en Stefan Hooyman (23e) visten op de tweede wedstrijddag (zaterdag) slechts acht strafpunten bij elkaar. Onder toeziend oog van reserve Johnno van der Haar en bondscoaches Bakkernes en Friederichs klommen ze zo van de zesde plaats in de tussenstand naar de hoogste trede van het podium. Een ongekende inhaalrace die werd bekroond met een gouden plak.
Nick Eestermans.
Team Holland U20
Ook de jongste Nederlandse jeugd heeft een puike prestatie neergezet in Italië. De ploeg van coaches John Savelkoul, Ron Steijvers en Eddy Rijken werd vijfde van de wereld en dat is zeer verdienstelijk te noemen. Eestermans gaf de prestatie van Team Holland U20 nog wat extra glans door individueel brons te pakken. Zijn ploeggenoten haalden de top 10 van het individueel klassement niet. Berjan Bruggink (16e), Twan Swart (36e), Siem Dorssers (53e) en Collin Besseling (55e) completeerden Team Holland U20.
Nick Eestermans haalde individueel brons (U20).
Huldiging
Zaterdagavond hebben alle winnaars hun medailles omgehangen gekregen tijdens de officiële prijsuitreiking van het WK en inmiddels zijn beide teams onderweg naar Nederland. Sportvisserij Nederland zal de Nederlandse medaillewinnaars eren op zaterdag 17 november van dit jaar, tijdens het Sportvisserij Nederland Topsportgala op Topsportcentrum Papendal. Reacties van De Rade, Eestermans en de bondscoaches volgen spoedig op de website van Sportvisserij Nederland.
Na het succes van dit jaar wordt de King Of Clubs 2019 volgend jaar van 24 tot en met 31 augustus gevist in de wateren van County Leitrim, met Ballinamore als centrum. Ondanks het hoogseizoen is er een geringe prijsverhoging. In tegenstelling tot dit jaar vissen we volgend jaar op dinsdag 27 augustus, woensdag 28 augustus, donderdag 29 augustus en vrijdag 30 augustus. Dit heeft te maken met de overtochten van de ferries. Aansluitend aan de King Of Clubs wordt de World Pairs gehouden die op maandag 2 september 2019 begint.
Naast de bestaande wateren van dit jaar breiden we het aantal viswateren uit, ook omdat we in een andere periode vissen. Samen met Francis McGoldrick hebben we al een selectie gemaakt die we dit jaar nog gaan bekijken en bevissen.
Op de website www.bbi-travel.nl/koc2019 staat alle informatie over de King Of Clubs 2019 en kun je doorklikken naar de World Pairs 2019.
De reissom per persoon bedraagt vanaf € 707 per persoon:
€ 810 bij twee personen in één auto (inclusief tweepersoons hut);
€ 766 bij drie personen in één auto (inclusief driepersoons hut);
€ 707 bij vier personen in één auto (inclusief vierpersoons hut).
Pierre Bronsgeest
Jan Willem Plekkenpol, de winnaar van dit jaar van de King of Clubs.
INBEGREPEN:
– Retourovertocht per ferry van Hoek van Holland naar Harwich met de Stena Line, inclusief een bed op basis van indeling in een tweepersoons binnenhut met douche/toilet, inclusief één auto (per twee deelnemers) tot 6,00 meter lang en lager dan 2,00 meter.
– Retourovertocht per Irish Ferries van Holyhead naar Dublin, heen met de Fast Ferry, terug met de Cruise Ferry, inclusief één auto (per twee deelnemers).
– Zes overnachtingen in B&B accommodatie, op basis van logies en ontbijt.
– Vijf keer lunchpakket (niet op de laatste dag).
– Vijf keer diner in jouw B&B (niet op de aankomstdag).
Voor voertuigen hoger dan 2,00 meter is voor de Stena Line overtochten een toeslag van € 60 per voertuig retour van toepassing. Bij Irish Ferries is er een toeslag voor bestelwagens van hoger dan 2,25 meter (maximale hoogte 2,60 meter) van € 60 retour per voertuig.
De volgende ferryovertochten zijn inbegrepen:
24 augustus: Hoek van Holland – Harwich, 22.30 uur vertrek, aankomst 06.30 uur (volgende dag);
25 augustus: Holyhead – Dublin, 17.15 uur vertrek, aankomst 19.15 uur (Swift, Fast Ferry);
31 augustus: Dublin – Holyhead, 08.05 uur vertrek, aankomst 11.30 uur (Ulysses, Cruise Ferry);
31 augustus: Harwich – Hoek van Holland, 23.00 uur vertrek, aankomst 08.00 uur (volgende dag).
Met een toeslag van € 45 per voertuig kan voor de terugreis over de Ierse Zee ook geboekt worden voor de Dublin Swift Fast Ferry, vertrek om 08.30 uur, aankomst 10.30 uur. De afstand Harwich – Holyhead bedraagt circa 550 km, waar je onder normale omstandigheden ongeveer zes tot zeven uur over rijdt.
BOEKINGEN:
Aanmelding is uitsluitend mogelijk via de website www.bbi-travel.nl/koc2019.
Na het maken van de prijsopgave kun je een definitieve boekingsaanvraag doen door het invullen van de namen, adres en geboortedata in het boekingsformulier. Belangrijk: vermeld bij het maken van de boeking het merk, kenteken en de lengte en hoogte van jouw auto in het veld ‘Overige opmerkingen’. Zonder deze gegevens kunnen wij de boekingsaanvraag niet in behandeling nemen! Na het afsluiten van jouw boekingsverzoek ontvang je een e-mail met een referentienummer. Vervolgens ontvang je per e-mail onze nota/bevestiging op het door jou opgegeven e-mailadres. Samen reizende personen dienen samen één boekingsaanvraag te doen. Het is mogelijk om voor elke persoon de betaling voor zijn eigen deel van de factuur aan ons over te maken onder vermelding van het factuurnummer.
Volg de website van Beet, www.beet.nl, en de Facebookpagina voor meer info en updates.
De King Of Clubs wordt mede mogelijk gemaakt door: Leitrim County Council, BBI Travel, Sensas, Ierland Toerisme en Beet.
Sportvisparadijs Ierland met ongekende mogelijkheden voor witvissers, die zonder visvergunningen mogen vissen. Catch and Release is de enige regel voor de witvissers.
De vistechnieken die je hier kunt toepassen zijn de vaste hengel, de feederhengel en de matchhengel. De wateren lijken voor deze technieken te zijn gemaakt, geschapen is misschien een betere omschrijving. Soms diep water, geschikt voor de vaste hengel en feeder, soms langzaam aflopende oevers die ideaal zijn voor matchhengel, vaste hengel en feeder. De vissen die je hier kunt vangen hebben vaak nog geen haak gezien, maagdelijk viswater dus.
Het Garadice Lake, met beroemde stekken zoals Deeps, Connolly’s en Church zijn ideaal voor de witvissers met de vaste hengel, maar zeker met de feederhengel. De weg rondom deze stekken op het schiereiland, Deeps en Church, is geheel vernieuwd en bij sector Deeps zijn ruime parkeerplaatsen achter de stekken gemaakt.
Glenview ligt ideaal in County Leitrim, landelijk langs het Woodford River Canal op slechts vijf autominuten van Ballinamore. Glenview beschikt in totaal over 28 bedden, waarvan zestien in het hoofdgebouw van de B&B, de overige bedden bevinden zich in de Irish Cottage en de twee ruime bungalows met eigen opslag tegenover het hoofdgebouw. Het Glenview Guesthouse beschikt over een gezellige bar in de lounge room, een ontbijtruimte en een grote eetkamer.
De keuken in Glenview is voortreffelijk. Hier wordt gekookt door lokale koks met een voorkeur voor de Franse keuken. Het Ierse breakfast dat je hier krijgt voorgezet is overdadig en heerlijk. De ideale basis voor een inspannende en succesvolle visdag.
Glenview House is ook voor 2019 partner van de King Of Clubs 2019. Eigenaresse Teresa Kennedy helpt bij de totstandkoming van het sociale programma van de medereizigers van de King Of Clubs 2019.
Wat werkt beter, stalken of statisch vissen? Een wetenschappelijk onderbouwd antwoord zullen we hier waarschijnlijk nooit op krijgen, maar we wilden het toch eens testen. Gewoon eens lukraak op een dag met twee vissers, elk met een van de disciplines. Eens kijken wat er zou gebeuren….
Reeds in de ochtend kan het festijn beginnen. Jamie Lamine heeft zich geïnstalleerd als statisch visser en stalker Marco Deckers struint al vlijtig de oevers af. Het duurt niet lang of Jamie heeft twee vissen op de mat liggen; een schub van zo’n 8 kilo plus een heuse two tone spiegel die nog een stukje zwaarder is. Marco volgt met een schubje die hij wegplukt bij het veelbelovende eilandje in het midden van het water.
Op zoek in ‘voedselrijke’ kantjes.
Daarna wordt het rustig aan het front en rijst het vermoeden dat Marco deze dag spekkoper zal worden. Jamie zit vastgepind op zijn stek en heeft nog net het geluk gehad dat hij twee actief azende vissen heeft weten te strikken. ‘Wachten op de volgende aanbeet’, veel meer kan Jamie niet doen. Marco daarentegen heeft het rijk voor zich alleen en kan actief op zoek naar karper. Het stalken zal nu een behoorlijk streepje voor hebben, zo lijkt het.
De stalking rig. Simpel maar effectief.
Stroompjes
Het water waar het experiment plaatsvindt bevat eigenlijk 6 ondiepe vijvers (1 tot 2 meter) van Hengelsport Strijthagen te Landgraaf, die met kleine stroompjes met elkaar in verbinding staan; wij hebben voor een van de grootste gekozen waar een flink bestand aan karper en brasem gehuisvest is.
Voor Marco zijn die in- en uitlaat van die stroompjes al meteen interessant. Sowieso zijn zogenaamde afwijkingen in het patroon zoals eilandjes, kuiltjes in de bodem, rietkragen, etc. potentiele stekken, maar dit verdient extra aandacht. Door de stroming is de bodem er net even wat harder en in de luwte er van kunnen voedseldeeltjes bezinken en zich ophopen. Bij het inloopstroompje is er bovendien sprake van meer zuurstof in het water. Hoe mooi wil je het hebben?
Stalkend succes voor Marco.
Marco staart zich echter niet blind op dit gebeuren en maakt tal van voerstekjes; zo’n twaalf in totaal. Overal waar het ‘monotone’ wordt doorbroken, gaan twee handjes met pellets en hele en gebroken boilies het water in. Vervolgens heeft hij het plan om deze stekken systematisch af te vissen. Elke stek krijgt zo’n 20 minuten aandacht; is het niets dan verplaatst Marco zich. Uiteraard houdt hij ondertussen zijn ogen open. Wie weet openbaart zich ergens anders een bellenplakkaat, een staart of een draaiende karper in het oppervlak. Drie keer raden waar de rig dan komt te liggen.
Plons
Inderdaad, een rig bij het stalken en dus niet het klassieke pennetje. Het heeft alles van doen met de filosofie van Korda om de lijn over de bodem te laten lopen. Die lijn moeten ze niet voelen, vanwege eventuele negatieve associaties en bij de omhoog lopende lijn van het pennetje wordt dat een moeilijk verhaal. Nee, die lijn wil Marco zo strak mogelijk over de bodem laten lopen. Vandaar een snelzinkende 33/00 Kontour fluorocarbon hoofdlijn van Korda en zelfs nog wat kneedbaar lood (putty) ‘to be sure’.
Volledig uit het niets een aanbeet voor Jamie en meteen afstoppen vanwege de obstakels.
Niks moet de karper er op wijzen dat hij zich in een ‘onveilige’ situatie begeeft. Vandaar dat Marco een licht wartelloodje gebruikt van iets meer dan 40 gram. “De plons van het lood kan wel degelijk vis afschrikken. Ik heb dat wel eens kunnen testen bij een groepje azende karpers. Ik begon met het voeren van een kleine pellets; niks aan de hand. Een maïskorrel? Niks aan de hand. Een boilie? idem dito. Een method? Bam, alle vis stoof weg”, aldus Marco.
Een welkome schub.
De finishing touch van Marco bestaat uit een kant-en-klare standaard rig van Korda, beaasd met een opvallande, licht gekleurde 15 mm wafter van Mainline; kritisch uitgebalanceerd op het gewicht een haakmaatje 6. Anders gezegd heeft deze boilie onder water nauwelijks tot geen gewicht en schiet die extra gemakkelijk de bek in bij een azende karper.
Psychologisch
Meelopend met Marco lijken de voordelen voor een stalkende visser zich op te stapelen. Marco kan veel meer water afdekken. Niet alleen kan hij daarom veel potentiele hotspots bevissen, ook leert hij het water en in het beste geval de karper op dit water kennen. Verder kan hij inspelen op de omstandigheden. Denk aan een draaiende wind, waarbij hij meteen de windkant op kan zoeken, of juist de luwte.
Flying backlead. Vanwege een parachutewerking schiet dit lood terug op de lijn bij het uitwerpen. Geniaal.Goed te zien op deze foto.
We krijgen bijna medelijden met Jamie die op één stek vastgepind zit. Kansloos? Daar denkt Jamie zelf toch anders over. Allereerst geeft hij aan dat je als statisch visser helemaal niet passief hoeft te zijn. Zo kun je prima eventuele karper activiteit aanwerpen, zij het in een beperkte ruimte.
Uitgebalanceerd haakaas. Proeven is hangen.
Verder is Jamie misschien wel psychologisch in het voordeel. Inderdaad, Marco heeft dan wel de mogelijkheid om veel meer stekken bevissen, maar kan dat juist niet tegen je werken? Loopt de nodige focus anders gezegd geen gevaar? Jamie is weliswaar beperkt tot één stek, maar kan deze dan ook wel volledig observeren en naar zijn zin opbouwen met voer. En dat met twee hengels in plaats van één.
Chodrigs in verband met de zachte bodem.
Conclusie
Bovenal heeft Jamie toch wel de mooiste stek te pakken; een oeverrand met overhangende en verzonken struiken. Een echte holding area voor karper en al helemaal bij de omstandigheden van vandaag. Na een periode van veel regen, overheerst deze dag de zon en die is nog bijna zomers warm. Ook is er nauwelijks wind, waarbij we ons afvragen of die hier überhaupt wel eens een stempel kan drukken; de vijver is omringd met hoge bomen. Het zijn de omstandigheden waarbij je verwacht dat karper er niet lustig op uit trekt voor voedsel. De hoge luchtdruk van deze dag sterkt dat vermoeden. Onze geschubde vrienden zullen nu eerder beschutting en schaduw op zoeken.
De hoofdprijs is voor Jamie.
Vanochtend was er dan ook hier en daar wel wat activiteit op en in het water te bespeuren, maar midden op de dag is dat als sneeuw voor de zon verdwenen. Daar waar Marco zijn ogen uit zijn gezicht tuurt, vergeefs op zoek naar tekenen van leven, krijgt Jamie uit het volledige niets en midden op de dag een run. Nummer drie voor de statische visser tegenover de ene vis voor de stalker.
Kant-en-klare onderlijnen van Korda. Wel zo gemakkelijk.
Dus: ‘Statisch vang je meer dan stalkend?’ Nee, dat zeker niet! Bij een ander weerbeeld, bijvoorbeeld, lage luchtdruk, regen, veel wind had de sessie zomaar in het tegenovergestelde kunnen resulteren. Ook al gaat het hier om een enkele sessie en is het lastig hier conclusies uit te trekken, toch lijkt het er wel sterk op dat je bij actieve vis als stalker in het voordeel bent. Is de vis passief, dan kun je als statisch visser wel eens streepje voor hebben, mits je de goede stek uitkiest.
Vandaag zijn we op pad met Erik Nijland. Aan de oevers van de visrijke Amstel laat deze sympathieke man uit Overijssel zijn feederaanpak zien. In deze zomerse periode van het jaar kun je op dit water heel veel witvis vangen! Hierbij grijpt hij terug naar kwaliteit, de keuze voor Erik is dan eenvoudig: de Feeder Tech range van Sensas!
Het recept voor vandaag is al vaker een winnende combinatie gebleken!
Bij aanvang heeft Erik vijf korfjes voer gebracht op ongeveer 20 meter uit de kant. Het voer bestaat twee gelijke delen kant-en-klaar voer: Mondial-F Bio-Mix en Sensas 3000 Fine Lake. “Dit voer is fijn van structuur en behoorlijk droog aan. Het voer explodeert uit de korf. Het losse voer (casters, pinkies en geknipte wormen) komt uit de korf en zakt langzaam naar de bodem. Deze tactiek is alleen mogelijk op ondiep water tot circa 2,5 meter, er moet geen stroming staan en niet zoveel kleine vis zitten.”
Krachtige wolk
Erik heeft nog een apart bakje met geel gekleurd voer staan. “Dat komt uit de karperschappen van Starbaits, de Add It Spod Cloud Generator. Een poeder tot korrelachtige substantie die ik door mijn mix meng, wel nog wat water erbij.
De speciale toevoeging die tijdens sommige wedstrijden het verschil kon maken!
Als ik even geen beet krijg, breng ik een korf met deze toevoeging.” Erik laat de werking zien. Er ontstaat een enorme gele wolk in het water. “Het kan vis triggeren om terug te keren en te gaan azen. Houdt het dus als joker achter de hand en gebruik dit niet bij elke worp!”.
Na bevochtiging ziet het voer er zo uit.Wow, zo’n exploderende gele plons is een groot verschil ten opzichte van de inslag van een standaard voer.
Black Arrow feederhengel
Erik vist met een FeederTech Black Arrow hengel uit de 500 serie. Met het 3.30 meter model dat Erik gebuikt werp je tussen de 10 en 50 gram. Een schitterend afgebouwde, strakke hengel die ook nog eens erg soepel is; het beste van beide werelden gecombineerd.
In deze 500 serie vind je zes hengels vanaf 2.70 meter (method feeder), via 3, 3.30, 3.60 tot en met 3.90 meter. Voor elke situatie de ideale hengel. De serie wordt geleverd met 3 carbon toppen en heeft een extreem goede prijs-kwaliteit verhouding!
De Black Arrow hengels uit de 800 serie kun je rekenen tot het topsegment. Hier zitten enkele modellen bij die echte werpkanonnen zijn; voor wanneer de visserij echt extreem is.
Check deze vangst eens! Heb jij nog twijfels of je op de Amstel vis kunt vangen? En dat was slechts een deel van de vangst…
Extra tip 1: handig monteren
In de FeederTech range een compleet pakket kleinmateriaal. Erik is fan van deze quick change swivels, waarmee je binnen een handomdraai een nieuwe onderlijn kunt monteren.Het oog-gedeelte van de wartel is aan de hoofdlijn geknoopt, aan het andere uiteinde zit een ‘haakje’ met rubber kapje. Door het rubber kapje richting wartel te schuiven, wordt het haakje zichtbaar. Hier achter breng je de lus van de onderlijn aan.De laatste stap is het naar beneden schuiven van het rubber kapje; zo komt de onderlijn vast te zitten. Een prachtige en handige manier om onderlijnen te bevestigen.
Extra tip 2: schuivend systeem
Kant-en-klare 6 cm lange feederlinks van Sensas FeederTech. Ideaal in situaties waarbij je de voerkorf schuivend wil vissen, maar je tevens te maken hebt met een boterzachte bodem zoals hier op de Amstel. Het schuivende gedeelte blijft dan te allen tijde boven de bodem en zakt niet weg in de modder.
Extra tip 3: gevlochten hoofdlijn
De voordelen van een gevlochten hoofdlijn zijn groot. Zo heb je te maken met een heel directe beetregistratie, dankzij het ontbreken van rek. Echter, geen rek, dunne lijnen en kleine haakjes zijn geen goede combinatie. Daarom heeft Erik een nylon voorslag (circa 2 keer de hengellengte) aan de gevlochten lijn aangebracht. Zo heb je net iets meer rek, wat met name in de laatste fase van de dril essentieel is!
Extra tip 4: gevlochten hoofdlijn
Bij het feedervissen komt veel meer directe kracht op de haak te staan dan bij het vissen met de vaste hengel. Een dunne haak zou bij een betere vis snel uitbuigen. Daarom kiest Erik altijd voor speciale feederhaken, zoals deze 3180 BZ van Sensas. Door het speciale model wordt de kracht goed verdeelt, hierdoor is het mogelijk geworden om de draad van de haak relatief dun te houden. En met een dunnere draad haak je simpelweg makkelijker een vis.
Extra tip 5: hier heeft Erik aan de Amstel gevist!
De forel heeft de lepel onderschept. Ook baars, winde en andere roofvis kun je vangen met de spoons...
Een nieuwe vorm van forelvissen is momenteel aan een opmars bezig die langs de forelvijvers in de Benelux een leuke actieve manier van vissen voorstelt. Het vissen met kleine lepeltjes (spoons) komt overgewaaid uit Japan, en via Zweden en Duitsland is nu ook de Benelux ‘om’. Het is bovendien niet alleen forel wat het vissen met kleine lepeltjes oplevert; ga je hetzelfde doen op natuurlijk water, dan zul je zeker roofblei, baars, snoekbaars, winde en ook snoek aan de hengel krijgen. Eddy ‘The Spoonmaster’ Vandevin legt het uit.
Tekst en foto’s: Eddy Vandevin
Team Forelshop België
Het vissen met de spoons heeft al menig Nederlandse en Belgische sportvisser weten te bekoren waaronder ikzelf. Met ons Team Forelshop België (je kent ons misschien van de Visma 2018), heb ik na een tijd oefenen het vissen met de spoon (voorzien van één enkele haak) al vrij aardig onder de knie en mag zeggen met lovende vangstresultaten. Dat ondervinden wij ook wanneer we met het team en onze Nederlandse vrienden aan de Nederlandse en Belgische forelvijvers vissen, wanneer we demo’s verzorgen aangaande technieken en aasmontages – zowel voor het vissen met de spoon en het tremarella vissen
Mooie spoons in alle kleuren en gewichten…
Spoons
Bij het vissen met de spoon maakt men bij voorkeur gebruik van een lichte spoon- of spinhengel, variërend van 1,80 tot 2,40 meter voorzien van een degelijke, maar niet al te zware molen (serie 1000 of 2000) en een hoofdlijn op de molen van 16/00 of 18/00 trekkracht. Je kunt de spoon op twee manieren monteren. Een eerste montage is door de spoon rechtstreeks te bevestigen aan de hoofdlijn. De meest voor de hand liggende en tweede manier is de montage met een speld voor het snel wisselen van de spoon. Nee: het gebruik van een wartel is deze keer uit den boze. Waarom? Bij deze montage maakt de spoon een volledig draaiende beweging, wat leidt tot vele missers tijdens de aanbeet.
Eddy lepelt de spoon geconcentreerd binnen. Let op: bij een aanbeet ook hier niet meteen aanslaan!
Wasmotlarve
De uiteindelijke beweging van de spoon tijdens het inhalen is dat deze een links en rechts kantelende beweging maakt in het water. Op deze manier komen de contrastkleuren (zwart-geel, groen-geel, oranje-zwart, enzovoort) optimaal tot hun recht om de vissen aan te zetten tot de aanbeet. Je kunt ook levend aas (wasmotlarve) combineren met de spoon maar zeker niet meer dan één wasmot – en enkel door de kop op de haak te bevestigen. Alles wat je immers bij de haak toevoegt zal de oorspronkelijke werking van de spoon beïnvloeden en tot mindere vangstresultaten leiden. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat men bij helder weer meer succes heeft met aan één zijde van de spoon een donkere kleur te gebruiken. Bij donker weer kun je omschakelen naar de lichtere en felle contrastkleuren.
Je hoeft niet per se naar de forelvijvers om met de spoons vis te vangen. Ook de baars en andere roofvissen trappen erin…
Blijven draaien
Wat zeer belangrijk is als je gaat vissen met de spoon, is dat je steeds blijft doordraaien. Ook tijdens de aanbeet van de forel! Wat je zeer zeker niet mag doen is lijn geven of aanslaan tijdens een aanbeet, dit kan leiden tot vele missers. Dit is even wennen in de beginfase als je gaat spoonvissen, maar wanneer je dat gevoel te pakken krijgt, zullen de resultaten voor zich spreken. De aanbeten tijdens het vissen met de spoon zijn snel en krachtig, waardoor de vis zich als het ware zelf aan de haak slaat.
Lichte hengel, klein molentje en een lepeltje van enkele grammen…
Gewichten
De geschikte spoons zijn verkrijgbaar in diverse kleuren en gewichten gaande van 0,9 tot 4,2 gram. Dit is al naargelang de diepte waarop de vis zich die dag bevindt. Op de website www.forelshop.be kun je over deze materialen alles terugvinden aangaande de forelvisserij, de soorten spoons en spoonhengels, alsook alle andere artikelen voor de forelvisser.
Het is een aanrader om deze nieuwe aangename en leuke manier van vissen op forel eens uit te proberen aan de waterkant ergens bij jou in de buurt op andere vissoorten. Veel succes!
Tijdens het vissen op platvis en wijting kwam er sporadisch een haai naar boven. Natuurlijk zijn er dan de vissers die gaan pionieren en deze soort gericht willen gaan bevissen. De vangstmeldingen namen toe en steeds meer vissers raakten geïntrigeerd door deze vissoort. Met de jaren zagen we ook de gemiddelde lengte van de haaien toenemen. In het begin waren vissen van 70 cm nog groot. Later werd deze grens verlegd naar 80 cm. Met een vis van 90 cm verdiende je een badge. Met deze afmeting had je namelijk een echte Noordzee-kanjer te pakken, maar twee jaar geleden is de lengte voor een Noordzee-kanjer bijgesteld naar 100 cm, maar daarmee houdt het niet op. Exemplaren van boven de 110 cm komen geregeld naar boven. En zelfs vissen die over de 120 cm gaan worden steeds vaker gevangen. Tijd voor een verandering van tactiek!
Tekst en foto’s: Martijn Dekkers
Martijn denkt samen met zijn vismaatjes een tactiek uit die enorm scoort! Met de nadruk op ENORM.
Hengel kwijt!
Vooral vanaf de boot is het goed mogelijk deze haaien te vangen. Vanaf de kant is het ook wel mogelijk. Alleen het is een stuk lastiger en de stekken liggen ook niet voor het oprapen. Vaak wordt er wel gesproken van haaivissen en haaientrips, maar meer dan het vissen op platvis, wel op haaienstekken, is dat dan niet. Met een driehaaks paternostertje op platvis vissen en tussendoor enkele haaien aan boord. Gegarandeerd plezier voor iedere visser! Toch komen er zo hoofdzakelijk de ‘kleinere’ exemplaren aan boord, met hier en daar een uitschieter.
“Met veel geweld worden haaklijnen gebroken wanneer een grote haai zich aandient.”
De grotere haaien dienen zich wel aan, maar meestal is het binnen een paar seconden gedaan met de pret. Met veel geweld worden haaklijnen gebroken wanneer er een flinke haai aanbijt. Andere redenen voor het verlies van een grote haai zijn vooral het niet goed afstellen van de slip. Met als gevolg lijnbreuk. Andere redenen van verspelen zijn: het bereiken van lijnen van andere vissers en last-bu-not-leas, het overboord trekken van de hengel… Tijd om de aanpak te veranderen en eens gericht op grote gevlekte gladde haaien te gaan vissen. En ja, dat kan gewoon in de Nederlandse kustwateren!
Lees alles over deze unieke Nederlandse visserij in Beet-Rovers Juli 2018!
Scharrentapijt
Ergens in mei besloten Sjors Waterschoot en ik een poging te wagen om gericht op de grotere haaien te gaan vissen. Ik had er net een tripje op schar opzitten. Honderden wisten we er totaal aan boord te krijgen. Daarnaast ook nog drie haaien en enkele aanbeten die we niet wisten te verzilveren. Ik had sterk het idee dat we veel meer haaien hadden kunnen vangen, maar het tapijt van schar leek wel een meter dik. Iedere inworp bleken er twee tot drie aan de lijn te hangen. De haaien kregen simpelweg de kans niet om bij het aas te komen. Die paar aanbeten hadden er waarschijnlijk veel meer kunnen zijn.
Sjors is een soortenjager. Een exemplaar van een bepaalde soort betekent voor hem dan ook veel meer dan tien van dezelfde soort. We besloten om een tactiek toe te passen die de scharren zo goed als buitenspel zou zetten en met succes. Voor deze ‘grote haaien trip’ stappen we vandaag op bij Hank Perree, een welbekende naam binnen de bootvisserij op de Noordzee en de Westerschelde. Zijn Wiesje bracht ons richting de haaiengronden voor een sprong in het diepe! Lees alles over deze prachtige visserij in het nieuwe magazine.
Een avondje vissen op zeebaars met Willem Willemstein van Hengelsport Wesdijk. Locatie is de Stenen Glooiing ofwel Slag Maasmond op de Maasvlakte. Een brute stek in alle opzichten: de ingang naar een van werelds grootste havens met een af- en aanvaren van flatgebouwen van schepen zo groot. Stroming van links naar rechts, spekgladde gigantische stenen en zeebaars van formaat klein tot xxl.
Genoeg parkeergelegenheid op de Stenen Glooiing.
20:35 uur
We parkeren de auto’s op de met stenen bepakte dijk; wel zo handig dat je deze vlak achter de stek kunt parkeren. Maar wie denkt dat het gaat om een heel eenvoudige stek komt bedrogen uit. “Het is nu hoog water, straks bij afgaand water komen de eerste stenen vrij te liggen. Dan kunnen we langzaam ons er tussen en bovenop positioneren. Let wel heel erg op, want de stenen zijn spekglad en de spleten ertussen zijn diep. Neem geen risico en klauter gewoon als een klein kind over de stenen. “Ik ken iemand die hier vorig jaar is gevallen en daar nu nog last van heeft”, aldus Willem.
Simpel maar o zo doeltreffend.
20:50 uur
De stenen lopen onder water door en zijn begroeid met zeewier. Vis vind hier voedsel en beschutting. “De stroming, stroomnaadjes en kolken zijn hier erg onvoorspelbaar. Ondanks afgaand water, waar je de stroming naar links verwacht, kan het zomaar een half uur keihard naar rechts stromen. Om dan vervolgens weer naar links te stromen en even later weer naar rechts”.
Keep it simple.
21:15 uur
Het leuke van zeebaars is dat je deze kunt vangen met veel verschillende technieken: voor ieder wat wils! Vanavond geen kunstaas, vliegenlat of strandvissen, maar dobbers en zagers. Ondertussen hebben Willem en Pim zich in het waadpak gehesen en laten ze hun effectieve en simpele set-up zien. Een minimaal 3 meter lange werphengel, molen met een 14/00 gevlochten hoofdlijn, tasje met aas, schepnet en een hoofdlampje; meer heb je niet nodig.
zo bizar indrukwekkend.
Op de hoofdlijn schuift een 20 grams dobber met centraal gat, die wordt gestopt door twee rubberen stuitjes. Neem een dobber die ruimte heeft voor een breekstaafje. Onder de dobber een langwerpig 15 grams lood, vervolgens een stuitje die de knoop naar de wartel beschermt. Aan de wartel een 160 cm fluorocarbon onderlijn van 38/00 Berkley Trilene met een maat 1 langstelige haak, een Gamakatsu VP-3113R. Om het aas bij de bodem te houden knijp je op ongeveer 20 cm van de haak een LG loodhagel.
21:40 uur
Onder aan de dijk ligt nog een strook van ongeveer 20 meter grote keien, die inmiddels deels zijn drooggevallen, het moment voor Willem en Pim om al klauterend op een mooie vlakke steen plaats te nemen. Met een zwiep belanden de dobbers op het water. “Het is erg belangrijk om continu contact met de dobber te houden. Door de stroming ontstaat er namelijk makkelijk een bocht in de lijn. Krijg je op dat moment beet, dan moet je eerst die bocht uit de lijn slaan. Grote kans dat de zeebaars dan het aas al heeft uitgespuwd”. Het is dus geen visserij van ‘inwerpen en afwachten maar’. Stroomopwaarts inwerpen om driftjes te maken langs de stenen.
Magische luchten bij de schemering.
Pim laat trots zijn in Zeeland zelf gestoken zagers zien. Sommige zijn gigantisch, wat een units! Dan is het een kwestie van de haak door de kop prikken en zover opschuiven dat de gehele haaksteel door de zager zit.
Tegen de klok van 11 gaat het helemaal los.
21:55 uur
“Ja, ik heb er één! Wat een kracht voor zo’n kleine vis. Het is geen grote hoor!”, roept Willem. Even een foto in de avondschemering en dan zwemt de ongeveer 30 cm lange zeebaars weer zijn vrijheid tegemoet.
De zon is verdwenen en het wordt nu snel donker. Pim en Willem duwen een breekstaafje in de dobber en even later dansen twee lichtjes over de golven. Wat een prachtig gezicht. Ook Pim heeft inmiddels zijn eerste baarsje binnen.
Probeer het allemaal zo licht mogelijk te houden.
22:30 uur
Het gaat los! Alsof er beneden een bel afgaat. Nagenoeg elke drift resulteert in een aanbeet. Het zijn allemaal baarzen van tussen de 30 en 40 cm. Willem haakt een betere zeebaars, maar helaas schiet deze vlak voor de kant los. Natuurlijk hopen ze altijd op die ene klepper, maar zo’n avond met actie is al leuk genoeg!
Willem en Pim weten dat zo’n vreetroes niet eeuwig kan duren, dus vol concentratie en op hoog tempo vissen ze door. Omstreeks 11 uur nemen de aanbeten weer af.
Verse zagers. Een absolute must!
00:45 uur
In het ideale geval hangt het 15 grams lood net boven de bodem en sleept de onderlijn erachter aan. Zo danst de zager over de bodem en langs stenen en zeewier. Maar ook de zager op halfwater vissen kan voor goede vangsten zorgen. Dit is een kwestie van ‘trial and error’. Dit is ook wat Willem en Pim toepassen. Regelmatig gaan de hoofdlampjes aan om de stuitjes te verschuiven. Het levert nog enkele zeebaarzen op.
De haak prik je net achter de kop van de zager.
01:45 uur
“Wil je ook zeebaars vangen, maar heb je wat hulp nodig, dan kun je aansluiten bij één van onze meevisdagen. Kijk op de Facebook van Hengelsport Wesdijk voor meer info. Naast zeebaarzen met de dobber organiseren we ook dagen waarbij we met strandhengels zeevis belagen. Ook voor de zoetwatervissers organiseren we meevisdagen”.
Het laatste uur zijn de aanbeten compleet weggevallen. Twee uur geleden kon je achterstevoren een zeebaars vangen, nu lijken ze wel van de aardbodem verdwenen! Met een tevreden gemoedstoestand worden de materialen in de auto’s gedeponeerd. Het was een heerlijk zomers avondje met de nodige actie.
Het roofvissen mag weer en allerlei technieken en roverssoorten maken het ons moeilijk te kiezen. Toch blijft die roofblei in de zomermaanden immer een zeer interessante optie, alleen al om die snoeiharde aanbeten. Expert Roy Vanstreels helpt je op weg met de noodzakelijk do’s en don’ts.
De Pro Series van Fox Rage, ideaal gereedschap voor de zilveren sprinters.
VARIEER -doen
Om direct een veelbesproken tactiek aan te pakken, varieer je inhaalsnelheid. Roofbleivissen staat vaak synoniem voor rook uit de molens draaien, maar dat hoeft echt niet altijd. Zeker voor stekken met dressuur of het vissen op een plas mag het gerust wat langzamer. In snelstromend water kun je dit oplossen door wat meer stroomopwaarts te staan en het aasje langer in het hol van de leeuw te laten dwarrelen. Deze manier van vissen heeft mij al leuke resultaten opgeleverd en zeker ook niet de minste. Vergeet echter niet dat ook het tegendeel kan kloppen. Er zijn wateren waar het niet snel genoeg kan gaan om de bleien in actie te laten komen.
Roofblei is een kwetsbare vis, zorgvuldig mee omgaan dus.
ZONDER SCHEPNET -niet doen
Ga nooit roofbleien zonder een schepnet. Roofbleien zijn vaak wilde vissen en de omgeving waar je vist is meestal niet bepaald visvriendelijk. Een schepnet voorkomt heel wat gedoe en zorgt dat je de roofblei vlot kunt scheppen en eventueel zelfs in het water kan onthaken. Ook wanneer je een echte kapitale vis gehaakt hebt is er niets zo relax dan deze snel en veilig het net in te zien glijden.
NOTEREN -doen
Noteer je vangsten. Informatie als tijdstip en het debiet van de rivier zijn voor mij heel belangrijk. Ook zul je merken dat heel vroeg en heel laat op de dag een gouden uurtje kan plaatsvinden, zelfs op taaie dagen. Vooral in de zomer houden rooflbeien er zeer specifieke aastijden op na. Zo maakte ik afgelopen jaar een gouden avondsessie mee met mijn vismaat. De jagende roofbleien deden het water werkelijk koken. Maar na 20 minuten was alles voorbij alsof er niks gebeurd was en liet geen enkele vis zich nog strikken.
LANG DRILLEN -niet doen
Dril niet overdreven lang op een roofblei. Door de stroming geven ze vaak alles en dat kan na een eindeloze dril fataal zijn. Dril ze zo vlot mogelijk af en gebruik je schepnet. Ook terugzetten doe je het best in een kalmer hoekje van de stroming zodat de vis op adem kan komen. Zeker een groot exemplaar kan kwetsbaar zijn na een hevige dril. Een grote vis vangen is mooi, maar hem ongeschonden terug zien wegzwemmen is zonder twijfel het mooiste wat je als sportvisser kunt wensen.
Fluorocarbon is een absolute must!
FLUOROCARBON -doen
Gebruik altijd een fluorcarbon leader wanneer je op roofblei vist. Doorgaans zijn de snelstromende stekken bezaaid met stenen en is het vooral de schuurbestendigheid van dit materiaal dat je goed kunt gebruiken. Qua dikte van de leader ga ik zelf nooit dunner dan 28/00. Je zult zien dat de felle aanbeten en heftige drils gerust dat beetje extra kunnen gebruiken. Wees ook niet zuinig op de lengte. Een goeie leader is voor mij minstens 50 cm en eventueel zelfs nog langer. Vergeet na een hevige dril ook niet je leader en knoop te checken.
De SSR plug van Fox Rage, een regelrechte roofbleikiller. Staar je er echter niet blind op.
ÉÉN TYPE KUNSTAAS -niet doen
Vis niet met één type kunstaas. Ik heb al roofbleien gevangen op het meest uiteenlopende kunstaas. Van mini-spinners tot jerkbaits voor het snoeken. Er is dus zeker ruimte voor experimenteren. Zeker wanneer er in jouw regio veel met hetzelfde soort aas gevist wordt is het goed om net wat anders te proberen. Laat ook softbaits niet links liggen. Veel slanke shads zijn perfect om hard stromend water mee te bestoken. Ook hier is variatie echt belangrijk voor succes. Hengeldruk heeft wel degelijk invloed op deze vissen en een flexibele sportvisser heeft altijd een streepje.
SIZE DOES MATTER -doen
Qua hengels mag het voor mij allemaal een beetje langer. Ik vis minstens met een spinhengel van 2,70 meter en zelfs 3 meter is niet overdreven. In sterke stroming zijn langere hengels ideaal om je kunstaas te sturen. Ook zetten ze klein aas goed weg en is er genoeg body om de haak te zetten. De actie van de hengel mag snel zijn. Het perfecte wapen om de roofbleien mee te lijf te gaan is voor mij de Fox Pro Series 2,7 meter met een werpgewicht van 7-21 gram. Deze heeft een gevoelige top maar een enorm sterke body. Wil je graag wat zwaarder vissen dan is de 14-42 gram beter geschikt. Vis je vanuit de boot dan kan de lengte minder van belang zijn.
Knalharde roofblei-aanbeten, daar zal niemand genoeg van krijgen.
VERGETEN VAN RIVIERPLASSEN -niet doen
Vergeet de aangrenzende rivierplassen niet. Hoe spectaculair het vissen op de rivier ook is, de logge zware roofbleien zijn maar al te vaak op de plassen te vinden. Hier staat het investeren in het zoeken van de juiste stekken centraal. Heb je deze gevonden, dan is het vroeg of laat raak en kun je een onvervalste bak verwachten. Op plassen kan het zinvol zijn om tijd de investeren in het vinden van speldaas. Ook zijn factoren zoals windrichting hier plots veel belangrijker dan op de rivier. Een ding is zeker, waar speldaas zit, zit meestal ook roofblei. Vergeet ook hier de vroege en late avonduurtjes niet.
Grotere roofbleien dien je net even anders te bevissen.
FOX SWIM MAPPER -doen
Gebruik tijdens de sessie je smartphone om waterstanden in de gaten houden als je op een rivier vist. Vergeet niet dat verder stroomopwaarts of stroomafwaarts het debiet anders kan zijn. Dat betekent dat ook de activiteit van de vis kan verschillen. Sinds dit jaar gebruik ik hiervoor de Swim Mapper app van Fox. Oorspronkelijk gemaakt voor karpervissers, maar perfect te gebruiken tijdens het roofbleien. Aan de hand van foto’s kun je een bepaalde stek vol van informatie voorzien. Je zult zien dat de grotere vissen vaak van dezelfde soort ‘pockets’ in een stek komen.
Probeer een plan te maken van goede stekken en aastijden.
HONKVAST ZIJN -niet doen
Wed niet op één paard. Als ik een dagje roofbleien inplan probeer ik mijn wateren divers te kiezen. Zo is de kans groter dat het op een bepaalde plek goed loopt en kun je voor de rest van de dag je pijlen zetten op dat ene water. Vooral in de lente zijn roofbleien wispelturig. Dan switch ik net zo lang totdat ik het water met de juiste omstandigheden heb en daar focus ik mij de rest van de dag op.
Onder zomerse omstandigheden actief vissen in je T-shirt met een lichte hengelsportuitrusting? Dan ga je vissen op geep! Vanaf mei tot en met september zwemt deze attractieve snavelvis in onze kustwateren en biedt voor ervaren, maar zeker ook voor de beginnende sportvissers leuke sport.
Tekst en foto’s Henri Karremans
Geep is tot ver in september te vangen.
Zelfs voor de zoetwatervisser is geep een reden om een uitstapje te maken naar de kust. De mannen van het zoute Spro wedstrijdvisteam (Eric Goossens, Jan Hennekam, Jan Stam en Remco Geuze) gingen naar het Zeeuwse Ritthem om de drukke dagelijkse beslommeringen in te ruilen voor een avondje heerlijk relaxen en veel geep vangen.
De montage is simpel maar doeltreffend. Sbirolino, wartel en onderlijn met aas.
Zodra in het voorjaar de watertemperatuur begint op te lopen, krijgen veel zoutwatervissers de kriebels. Elk moment kan ‘Belone belone’ in ons kustwater arriveren. Op de hotspots, zoals bij de Oosterscheldekering en de dijk bij Westkapelle, zie je vanaf half mei de liefhebbers de dijken bevolken.
Langs de Zeeuwse kust liggen vele kilometers dijken met uitstekende geepstekken. (foto: Beeldbank Rijkswaterstaat)
Dijkspots
Dijken zijn hotspots, omdat geep daar hun eitjes af komen zetten en dan met name de al wat oudere begroeide dijklichamen met losse, grotere stenen. De recent vernieuwde dijken in de Oosterschelde laat de geep links liggen, omdat daar geen mogelijkheden zijn om de eitjes op wier en dergelijke af te zetten.
Voor het paaien trekken gepen net als veel andere vissoorten naar ondiepe wateren.
Dat worden in de loop der jaren vanzelf weer aantrekkelijke stekken. Vandaar dat de ervaren Spro wedstrijdcracks kiezen voor de dijk bij Ritthem, waar diep stromend water gemakkelijk bereikbaar is. Geep aast namelijk in de stroomnaden van het water. Op het moment dat het niet stroomt, rond hoog en laag water, toont de vis geen belangstelling voor je aas.
De tijd van de grote kuitzieke gepen, die in mei vooral in de Oosterschelde worden gevangen, is op deze zomerse juniavond al voorbij. De kleinere exemplaren zijn de hele zomer echter tot ver in september nog te vangen. Als je dan met licht materiaal aan de slag gaat is er evenwel veel sport te beleven.
Zorg voor licht materiaal en je hebt pret voor tien.
Montage
Voor het geepvissen gebruiken de heren lichte 3,6 meter lange feeder- of karperhengels, die uitgerust zijn met volledig zoutwaterbestendige molens. Hiermee kun je een dobber, buldo (half gevuld met water) of een sbirolino makkelijke een veertigtal meter gooien. Hoe meer tegenwind, hoe zwaarder het gewicht van het drijflichaam moet zijn. Je moet namelijk wel de stroomnaden van het water zien te bereiken!
Grote koffiemolens zijn zeker niet nodig.
Het verschil tussen de traditionele geepdobbers en de sbirolino is dat bij laatst genoemde de lijn door het drijflichaam loopt. Hierdoor ondervindt de geep nog minder weerstand na de aasopname. Bovendien is het contact met de vis direct en beleef je nog meer plezier aan het drillen van een gehaakte geep. De montage maak je als volgt: Schuif de sbirolino op de hoofdlijn en knoop vervolgens een tonwartel aan het uiteinde van de hoofdlijn. Knoop 20/00 nylon aan de tonwartel maak een onderlijn van circa 1 meter, voorzien van een Gamakatsu LS 5013 of F314 haak in de maat 8 tot en met 12. Met deze montage komt de beet nog steeds heel direct door op de feeder- of karperhengel.
Vlijmscherpe haken. Dan zit je bij Gamakatsu goed!
Techniek
Als aas gebruiken Eric Goossens en zijn teammaten verse reepjes runderhart, een klein kweekzagertje of een stukje zalmhuid, geknipt in de vorm van een mini-visje. Ook wil de geep nog wel eens graag een klein zeebliekje grijpen. Na het inwerpen beweegt dit door de stroming attractief in het water, het visje hoeft dus niet levend te zijn. Bovendien benader je de geep actief, door de dobber of sbirolino heel langzaam binnen te vissen. Je kunt de montage gelijkmatig binnen te draaien, maar af en toe het aasje afremmen levert soms nog meer aanbeten op.
Ideaal voor de lange zomeravonden!
Het aas wordt aangeboden in de stroomnaad, want daar azen de gepen op kleine visjes, die door de stroming in moeilijkheden zijn gebracht. Of geep op je stek aanwezig is wordt al snel duidelijk, want vaak speelt de vis met je dobber en soms springen ze uit het water wanneer de dobber of sbirolino het water raakt. Geef geep de tijd het aas te pakken, want ze hebben dan wel een lange snavel, maar geen brede bek. Zodra de vis zichzelf gehaakt heeft voel je, omdat je licht materiaal gebruikt, de weerstand op je hengel en zie je de geep soms spectaculair uit het water komen. Het lijkt wel een circusacrobaat! Je kunt de vis rustig naar de kant drillen en je zult merken dat zelfs een relatief klein geepje veel sport en dus visplezier oplevert.
Delicatesse
Eenmaal op de kant zijn er twee opties: of je doodt de vis onmiddellijk, omdat je de geep voor consumptie mee wilt nemen, of je onthaakt de vis netjes met natte handen en zet hem zo snel mogelijk terug. Zit de haak te diep geslikt, knip dan het aaslijntje zo dicht mogelijk bij de snavel af, waardoor de vis er geen hinder van ondervindt. Deze sportvis dient met respect te worden behandeld. We zijn naast sportvissers ook natuurliefhebbers!
Topaas? Reepjes runderhart, stukjes zalmhuid en kleine zeebliekjes.
Dinnertime
De beste tijd voor een spannende geepsessie zijn de vroege ochtend of de avond. Op de warmste uren van de dag, wanneer de zon hoog aan de hemel staat, is de geep meestal niet actief. Rustige, bewolkte dagen vormen soms de uitzondering op de regel. Vroege vogels onder de vissers en iedereen die in de avonduren wil afkoelen aan het water zijn dus in het voordeel. Bovendien heb je tijdens deze uurtjes van de dag weinig of geen last van ‘dijktoeristen’, die op zomerse dagen soms massaal het strand of de dijken bevolken. In principe kun je tot in september op geep blijven vissen, waarbij gezegd moet worden dat de geepjes in het najaar bijna allemaal klein van stuk zijn, het plezier van het vangen blijft echter hetzelfde! Voordat de geep in september vertrekt, zijn ze meestal nog een paar weken te vangen langs de Walcherense kust. In de Oosterschelde is dan al geen geep meer te vangen.
Spektakelgarantie.
Hier moet je zijn
Ritthem is een klein dorpje in de gemeente Vlissingen en ligt aan de Westerschelde. De mannen van het Spro-team kozen bij deze reportage voor een stek aan de zeedijk, bij het Kortenswegje; een doodlopende weg van de Zeedijkweg. De Zeedijkweg herkent elke TomTom! Parkeer onder aan de dijk, steek via de trap de dijk over en na 100 meter linksaf sta je direct aan het diepe water van de Westerschelde, waar de stroming tegen de hoek van de dijk botst.
Hier vind je een ideale stroomnaad, parallel met de zeedijk. Daar aast de geep! Er is plaats voor een redelijke grote groep vissers, die driftend op geep willen vissen. Vanwege de steenstort en het steil aflopende talud is het niet aan te raden om hier met bodemlood te vissen.
Materiaal
Hengel: feeder- of karperhengel van 3.60 meter Molen: Formaat 3000-4000, zoals de Spro Zalt-Arc XS 1202 type 730/745 of de Soraia, type 525/540 Hoofdlijn: 22/00 tot 25/00 Gamakatsu Super G-line nylon of 08/00 G-Power Ultra Braid Onderlijn: 1 meter 20/00 nylon met een tonwartel en Gamakatsu LS 5013 of F314 haak in de maat 8 tot en met 12.
Gericht vissen op kapitale brasems is zeker niet voor iedereen weggelegd. Het is misschien nog wel een grotere uitdaging dan de targetvisserij op karper… Al zullen de meeste karpervissers dat maar moeilijk kunnen begrijpen. Voor hen is en blijft een brasem, hoe groot ook, een ongewenste slijmjurk. Voor Arnout Terlouw, specimen hunter bij uitstek, is de jacht op specimen brasems iets waar hij zijn nachtrust graag voor opgeeft!
Een tijdrovend klusje dat gericht vissen op giga vloermatten!
[irp posts=”7471″ name=”72 brasems per uur op Skanderborg”]
Specimen
Kapitale brasems. Zogenaamde specimen van 5 kg of meer kom je lang niet overal tegen. Integendeel! Wil een water een brasem van dat formaat, of beter gezegd van dat gewicht, kunnen produceren dan zal dat aan een aantal specifieke voorwaarden moeten voldoen. Extreem voedselrijk en weinig competitie van andere vissen, met name kleinere soortgenoten. Op wateren met een groot bestand aan brasem zal je vrijwel nooit de echt kapitale vloermatten tegenkomen. Zelfs niet als de doorsnee vloermat daar 3-4 kilo is! Nee, op wateren met specimen brasems zwemmen over het algemeen maar heel weinig brasems. Soms maar 30 vissen op een water van 10-15 hectare. Dat kan dus zoeken zijn naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg! Dat gegeven alleen maakt het vissen op deze kapitale brasems vaak al uitermate lastig en tijdrovend! Waar moet je beginnen, op welke stekken maak je de meeste kans? Daarbij komt nog dat op de wateren waar specimen brasems zwemmen, de vissen meer dan genoeg natuurlijk voedsel tot hun beschikking hebben. Meestal zitten ze niet hongerig te wachten op jouw voer. Ze zijn niet voor niets zo groot geworden…
Vissen als deze zijn de krenten in de pap, hier doe je het voor!
Ongekend!
Meestal vind je specimen brasems op twee geheel verschillende typen wateren. Heldere, redelijk diepe zand-/grindafgravingen met veel wier en waterplanten. Of juist ondiepe wateren met een kleibodem, al dan niet met wier en planten, maar beslist met een overvloed aan natuurlijk voedsel in de vorm van watervlooien en/of zoetwatergarnalen. Die kom je vaak tegen op wat ziltige wateren. Een mooi voorbeeld daarvan is (of eigenlijk was) het Bovenwater bij Lelystad waar we 20 jaar geleden onze eerste 5 kg+ brasems vingen. Ongekend in die tijd!
“Wil je nóg grotere vissen vangen, dan wordt de spoeling enorm dun zo is gebleken!”
Inmiddels zwemmen op heel wat wateren grote brasems rond tot zo’n 4 kg. Omdat veel wateren helderder zijn geworden met meer plantengroei… En vooral minder vis: lees minder competitie! Maar wil je kans maken op een specimen van 5 kg of zelfs 6 of 7 kg (!) dan wordt de spoeling toch wel dun! Zo is gebleken. Een dagje feederen op zo’n water kan heel af en toe een gewichtige verrassing opleveren, zeker in het voorjaar, maar doorgaans zal je er heel wat meer tijd en moeite in moeten steken om zo’n kapitale vis op de mat te krijgen. Ook al om dat die grote brasems vaak alleen in de nacht en vroege ochtend actief zijn.
[irp posts=”15183″ name=”Mega brasems 7 en 8 kg+”]
Nu ik erover nadenk, het gebeurt de laatste tijd maar zelden dat ik eens een keer een column schrijf terwijl ik in Nederland ben. Ook nu gebeurt dit niet. De laatste column schreef ik bij het begin van de trainingsweek voor het WK Feeder voor Clubs en nu schrijf ik vanuit Kroatië waar vanaf vandaag de trainingsweek begint voor het Masters WK.
Door Jan van Schendel
Ik wil eerst nog eens even terug komen op het afgelopen Feeder WK voor Clubs. Wat een schitterende week was dat zeg! Wedstrijdvissen kan gewoon niet mooier zijn. Allereerst was het wedstrijdwater, de Zaslawye roeibaan net Buiten Minsk in Wit Rusland, een van de allermooiste parkoersen die ik ooit ben tegen gekomen. Hoe ideaal kan een water zijn?
Allereerst een lange rechte oever en breed genoeg om vanaf beide oevers bevist te worden en met overal een vrijwel gelijke waterdiepte. De kleine verschillen die er dan wel waren hadden we op een waterkaart letterlijk van plek tot plek in ons bezit, dus op dat gebied kon er nooit een verassing zijn.
Dit water werd bovendien gevoed door een riviertje dat pal langs de roeibaan liep en dat vanuit het enorme Meer van Minsk kwam gestroomd. Vanuit dat meer moeten er enorm veel vissen op het parkoers terecht zijn gekomen, want er zat nu gewoon veel meer vis dan tijdens het EK dat hier enkele jaren geleden werd gehouden.
De trainingsweek
Er waren eigenlijk twee vismanieren hier, zo bleek tijdens de trainingsweek. Allereerst de visserij op brasems. Die bleken het best te vangen op zo rond 40 meter uit de oever. Verder waren er best veel voorns te vangen en die kon je het best veel dichter bij de oever vangen, zo rond de 15 tot 20 meter uit de oever, net achter de vele waterplanten die er overal in het water stonden.
We hadden een interessante trainingsweek waarin we soms best veel brasems vingen. Maar soms waren er ook, gelukkig zou ik bijna zeggen, momenten dat die brasems zich maar amper lieten vangen en dus ook de voornvisserij belangrijk werd. Het bleek bovendien dat de sectoren onderling nogal wat verschillen gaven en ook dat plekken die eerst goed waren later veel slechter werden en ook andersom.
Best georganiseerde wedstrijd ooit?
We hadden zo een perfecte trainingsweek waarbij het ons bovendien werkelijk aan niks ontbrak. Ik ben maar zelden betrokken geweest bij een kampioenschap waarbij we beter georganiseerd waren dan hier. Hoe kan het ook anders? Er werden verse muggelarven voor ons geschept en wat we ook nodig hadden, de mensen die ons hielpen zorgden ervoor. Werkelijk fantastisch! Tijdens de wedstrijd hadden we in ieder vak verschillende helpers zo en bij dit soort wedstrijden heb je dat eigenlijk altijd nodig.
Wedstrijddag 1
Tijdens de eerste wedstrijddag bleek dat er hier verschillende manieren waren die tot succes konden leiden. Er stonden landen hoog in de tussenstand die vrijwel alleen brasemgericht gevist hadden, maar ook stonden er landen goed voor die uitsluitend op de voorns gevist hadden. Zelf hadden wij een combinatie bedacht van beide visserijen. Het viel daarbij op dat we de beste resultaten behaalden daar waar het om de voorns ging. We stonden vierde na de eerste dag, maar de verschillen met de podiumplekken waren erg klein en alles zat er nog in voor ons.
Feeder WK voor Clubs: dag 2
We besloten om niks te veranderen qua tactiek voor de tweede dag en dat liep zeker niet slecht. Om eerlijk te zijn, Wit-Rusland, het thuisland dus, was hier net iets te sterk en al snel was duidelijk dat we hier niet gingen winnen. Eerlijk is eerlijk, de Wit Russen hadden hier het sterkste team. De tweede plek zat er echter zeker wel in.
De landen die voor ons stonden na de eerste dag verging het op de tweede dag zeker niet vlekkeloos en al snel bleek dat we heel goed gingen meedoen om die tweede plek. Ook nu weer vingen we de voorns daar waar ze gevangen moesten worden. Wat echter misschien een beetje tegen werkte was dat die voorns nu veel minder goed te vangen waren en dat we hier en daar iets teveel concessies deden aan de brasemvisserij waardoor we die niet overal even goed vingen. Zo’n kampioenschap is nu eenmaal een teamwedstrijd en soms is het echt rekenen om tot het beste resultaat te komen.
Het werd een close-call
Zo tegen het einde van de wedstrijd was wel duidelijk dat het allemaal erg close ging worden. De Russen waren we voorbij, het was kantje boord of we de Esten ook voorbij zouden gaan. Er kwam echter een groot ‘probleem’ bij in de vorm van Duitsland. In eerste instantie dacht niemand aan hen, men stond ook 20 punten achter op ons na de eerste dag. Toch had ik al na een half uur gezien dat verschillende van hun vissers al grote vissen gevangen hadden die bijna een garantie waren voor een hele goede sectoruitslag.
Uiteindelijk bleef brons over voor ons team!
Hun tactiek was er echt een van “de dood of de gladiolen” maar het leek er hier al snel op dat dit de dag was die de uitzondering was op de regel en dat men een geweldig resultaat ging behalen. Dat gebeurde ook en zo werd Duitsland, na dus Wit-Rusland, verdiend tweede. Alleen de bronzen medaille bleef dus nog over en uiteindelijk was die voor ons.
Tevreden met brons!
Om eerlijk te zijn dacht ik dat we die medaille op gewicht gingen verliezen. Na de resultaten van alle sectoren te hebben gezien bleek dat we op gelijke punten uitkwamen als de Esten en zij hadden veel meer vangstgewicht. Gelukkig bleek er ergens in een van de sektoren 1 puntje verkeerd gerekend in ons nadeel en dat ene puntje maakte dus het gehele verschil tussen best grote teleurstelling en nu grote blijdschap.
Tevreden met brons op het WK Feeder voor Clubs.
We hadden echt een prachtweek en hebben ook absoluut goed gevist hier. Ik had vooraf in stilte gehoopt op een andere kleur medaille maar die zat er gewoon niet in. Een tweede plek zat er zeker wel in maar de bizar goede tweede dag van de Duitsers voorkwam die. Prima. Ik was meer dan tevreden met brons al met al.
Ontwikkeling van het internationale vissen
Ook hier zag je weer hoe het internationale vissen in ontwikkeling is. Wit-Rusland heeft nooit eerder een kampioenschap gewonnen en ook Estland wordt normaal gesproken nooit genoemd als favoriet. Hier had men echter de nodige waterkennis en zoiets is heel belangrijk. Goud vorig jaar bij het eerste Feeder WK voor Clubs en nu dus derde bij de tweede editie. Dat doet voorlopig niemand ons na! Een prima begin dus van het internationale seizoen!
Wit-Rusland op de hoogste treden van het podium; het toont aan hoe de internationale ontwikkeling van het vissen niet te stoppen is!
Hopen op bijtende katvissen
En nu dus Kroatie. Er wordt hier gevist op een dood armpje van de rivier de Mura. Om eerlijk te zijn heb ik wel eens mooiere parkoersen gezien, hoewel men er alles aan heeft gedaan om alles zo bevisbaar mogelijk te maken. Er wachten ons hier carassio, blieken en ook katvissen en wat mij betreft mogen die katvissen met name zo goed mogelijk bijten. Met die vissen hebben onze teams al goede resultaten behaald de laatste jaren. In de volgende column horen jullie meer over deze wedstrijd.
Wij gebruiken cookies om onze website en onze service te optimaliseren.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.