Home Blog Pagina 36

Elke dag is weer anders…

oppo_0

Twee weken terug zijn mijn vismaat Tom Ploeger en ik wezen vissen in het afvoerkanaal bij Terwolde. We hadden toen een geweldige dag. We vingen met enig geluk – we moesten de lijn binnenhalen met de hand omdat er een pruik om de molen zat – een snoek van maar liefst 116 cm lang (klik hier). Dat was samen met de regen en de kou een gedenkwaardige dag die volgens ons niet te overtreffen viel. Twee weken erna gingen we weer op pad…

Door Arend Disberg

Hoe anders was de dag en het weer nu. De zon kwam tevoorschijn en het was wel 4 graden warmer dan toen. We waren op alles voorbereid. Laarzen en dikke sokken aan, de pyjamabroek onder de spijkerbroek, het regenpak en droge kleding achter in de auto en het schepnet gereed voordat we van start gingen.

We besloten om op een andere stek te gaan, want het zou wel heel toevallig zijn als de grote snoek van twee weken terug weer zou bijten. We besloten om zo’n 30 meter van een smalle (loop)brug te gaan vissen. Het water stroomde langzaam.

“Ik zet de dobber iets hoger. Ik bied het aasvisje net boven de bodem aan,” zei Tom.

“Ik leg het gewoon op de bodem,” antwoordde ik.

“Moet je een kleine voorn of een grote,” vroeg Tom.

“Doe maar een middelmaat”.

“Oké, dan doe ík er een grote aan.”

Zo gezegd zo gedaan.

Hengel krom

De dobber van Tom lag ongeveer in het midden van het kanaal. Die van mij zo’n meter uit de kant en zo’n 10 meter bij mij vandaan. Het duurde ongeveer 40 minuten en toen kreeg ik beet. Ik wachtte een poosje en sloeg aan. De hengel stond krom. Na zo’n 15 tellen liet de vis los.

“Jammer man,” zei Tom.

“Jazeker. Maar mijn visje zit er nog goed aan. Ga het weer proberen”.

Zo’n 5 minuten later kreeg Tom beet. Zijn dobber ging loodrecht naar beneden en de vis zwom rondjes van 3 meter in doorsnede. Tom draaide het snoer wat op en sloeg aan.

“Het is een beste Arend. Pak jij het schepnet,” zei hij beheerst.

“Doe ik,” Was mijn antwoord.

Na een minuut of zes werd een grote snoek in het karpernet geland. Deze was bijna even groot als die van twee weken daarvoor. Alleen deze dame was duidelijk zwaarder.

Nadat de snoek onthaakt was werd deze op de meetlat gelegd.

Ze was 114 cm lang.

Slechts 2 cm korter dan de vorige grote snoek van twee weken geleden!

Tom begint direct goed…

Behoedzaam zette Tom de vis weer terug.

Na 20 minuten wachten ging mijn dobber weer onder. Als een raket vloog de dobber weg. Omdat ik een karperhengel en molen met vrijloop gebruikte kon de vis snel meters pakken.

Ik pakte de hengel op en sloeg aan. Mis!

“Je hebt mooi pech, ouwe,” riep Tom. Ik ben bijna 65 en Tom is 35, dus hij had wat dat betreft 2 x gelijk.

Mijn visje was er af.

Ik deed er een nieuwe aan en gooide het op dezelfde plek weer in het water.

Tom besloot nog een stukje verder van de loopbrug te gaan vissen.

Ook dit keer deed hij er een grote dode voorn aan.

Het duurde 15 minuten en ja hoor, Tom kreeg weer beet.

Deze snoek was sneller aan de kant dan de eerste snoek.

Na vijf minuutjes was ze binnen. Ze was 94 cm lang.

En nog eentje van 94 cm… 

Het stond dus 2-0 voor Tom.

We hadden beiden 2 x beet gehad, hij haalde ze binnen en ik niet. Maar zoals ze zeggen, de aanhouder wint. Want een winnaar geeft nooit op en een opgever wint nooit.

En ja hoor: na ongeveer 20 minuten ging mijn dobber onder. Dat wil zeggen: hij werd deels onder getrokken, want ik viste op de bodem. Ik sloeg aan en jawel, de vis zat goed gehaakt. Na een minuut of 7 lag mijn snoek op de kant. Deze werd gemeten en bleek 94 cm lang te zijn. Net zo lang als de tweede snoek van Tom.

Eveneens 94 cm…

In de leer

De ene dag is de andere niet zeggen ze altijd. Dat klopt.

Twee weken geleden hadden we een heel mooie visdag en vandaag was het nog mooier.

We beseffen dat we niet elke keer snoeken vangen. Maar ook dan kunnen we altijd nog genieten van de mooie omgeving en kunnen we terugkijken op twee zondagen vissen waarop we één snoek van 116 cm; één snoek van 114 cm en twee snoeken van 94 cm hebben mogen vangen.

En ik moet toegeven. Tom hoef je niks meer te leren. Ik ben nu als ‘oude man’ bij hem in de leer en dat bevalt me goed 😉

Arend mag de dag mooi afsluiten… 

 

 

Voorjaarsmeerval: vraag & antwoord van drie toppers

Nu de dagen weer langer worden, het zonnetje aan kracht wint, worden de vissen langzaamaan actiever. Dat geldt ook zeker voor de meerval! Met een stijgende watertemperatuur beginnen ze meer en meer te zwemmen, op zoek naar voedsel. Maar hoe pak je het in deze periode het beste aan? We vroegen het aan een drietal meervalexperts: Tobias Stuurman, Freek Janssen en Ivo van de Berghe.

Ready to rumble… 

Tekst & foto’s: Tobias Stuurman, Freek Janssen & Ivo van de Berghe

 TOBIAS STUURMAN

Favoriete vismethode: vanuit de bellyboot

Grootste Nederlandse meerval: 237 cm

Sponsor: Abu Garcia, Penn, FloatPlus

Vist al ? jaar op meerval: 5 jaar

Vist ? dagen/nachten per jaar op meerval: 1 tot 2 keer per week, ongeveer 75 dagen per jaar

Tobias (links) en Freek vissen graag vanuit de bellyboot.

FREEK JANSSEN

Favoriete vismethode: vanuit de bellyboot

Grootste Nederlandse meerval: 219 cm

Sponsor: FloatPlus

Vist al ? jaar op meerval: sinds 2005

Vist ? dagen/nachten per jaar op meerval: 1x per week, vrijwel altijd overdag.

Ivo  is met een ‘cat’ van 232 cm houder van het Belgisch record.

IVO VAN DE BERGHE

Favoriete vismethode: statisch/afspannen

Grootste Belgische meerval: 232 cm (huidige Belgische record)

Sponsor: BlackCat

Vist al ? jaar op meerval: sinds 1994

Vist ? dagen/nachten (per jaar) op meerval: elk weekend

 

Vraag & antwoord

Liggen de meervallen in maart/april verspreid of juist (nog) bij elkaar in groepen? Zijn het honkvaste vissen?

IVO: ‘s Winters vind je wel eens groepen met meerval in diepe gaten, maar in maart/april beginnen ze zich meer te verspreiden. Kleineren meervallen blijven wel vaker meer samen dan grote. Meerval is een honkvaste vis, vooral grote meerval. Je zal al wel eens gehoord hebben van de standplaats van een meerval, dit is de plaats waar hij in rust verblijft (zeg maar zijn huis), deze wordt enkel verlaten om te jagen.

FREEK: In maart en april liggen ze vaak nog redelijk bij elkaar. Wanneer de paaitijd aanstaande is (mei-juni), dan beginnen ze te trekken en gaan de meeste kleinere vissen de rivieren op. De grotere exemplaren blijven het gehele jaar door op de plassen liggen, dicht bij de plekken waar ze ook afpaaien.

TOBIAS: De meerval is een vrij onvoorspelbare vis. Rond de start van het voorjaar kan een plotselinge temperatuur daling/stijging er zomaar voor zorgen dat ze zich verplaatsen richting een comfortabele plek. Omdat de omstandigheden ieder jaar anders zijn kan het van jaar tot jaar verschillen; liggen ze al ondiep of juist nog op de winterstekken, of misschien de weg ertussen? Uit onderzoek blijkt dat de meerval over het algemeen een vrij honkvaste vis is en om en nabij dezelfde plek blijft liggen, mits de stand- en voedplek dichtbij elkaar liggen. Op ondieper water, zoals de Oude IJssel of de Lage Vaart is dit niet het geval, de meerval is hier meer geneigd om afstanden af leggen. Mijn vismaat Mark herkende een ‘geknakte’ vis die hij eerder dat jaar 7 km verderop had gevangen. De grotere exemplaren zwemmen vaak met een of twee vissen bij elkaar, de kleinere meervallen liggen vaak bij elkaar in groepen.

Tot zover een deel van een prachtig en leerzaam artikel over het vissen op meerval in het voorjaar, dat je kunt lezen in de Beet die net in de winkels ligt. Zorg dat je hem in huis haalt of dat je een abonnement hebt om alles als eerste te kunnen lezen: klik hier.

 

De Deel Jerkbait: enthousiasme en kennis delen!

Sinds de Facebookgroep ‘Vissen met jerkbaits’ tot leven geroepen is, zien we steeds meer bijzondere en interessante jerkbaits voorbij komen. Je raakt gewoon geïnteresseerd in al die soorten jerkbaits. En daarom is dit ook zo een leuk idee gebleken, je hebt nu de kans om echt eens één van die aasjes te bestuderen en er lekker eens mee te gaan vissen!

Is hij niet prachtig?


Het verhaal achter de Deel Jerkbait

Leon Prins: “De Deel Jerkbait was een idee uit het oude Roofvisforum. Ik kon mij het nog goed herinneren dat dit een idee was van een oud forumlid die later helaas ‘van de aardbodem verdwenen’ is.

Niet iedereen heeft het geld van de wereld om te besteden aan een heel assortiment van handgemaakte jerkbaits. Dat was gelijk de eerste reden voor mij om dit idee terug in leven te roepen. Als tweede reden kwam daarbij dat het een goede manier was om de leden van onze Facebookgroep een beetje in contact te laten komen met elkaar.

Het idee staat voor nieuwe vriendschappen en voor het delen van kennis en ervaringen tussen de leden van onze groep. We hebben twee Hökers van Eric de Lange gesponsord gekregen in een prachtige firetail kleur. De leden die mee wilden doen werden verdeeld over 2 groepen van 10 leden. Dus iedere jerkbait kreeg 10 personen waar hij dan 2 weken door ingezet mocht worden. Wel moest je dan zelf voor je vistijd zorgen natuurlijk. En dat pakt erg goed uit! Er is heel veel hulp en interesse tussen de leden, manieren van vissen en iedereen probeert er een stukje over te schrijven. Al hoop ik dat er de volgende keer een stukje beter meegedaan word door iedereen qua stukjes schrijven over de persoonlijke ervaringen met de Deel Jerkbait.

Een echte vanger!

Is er al enig succes met de Deel Jerkbait?

Leon Prins: “Ik kan zeker zeggen dat het succes heeft geboekt. Ik persoonlijk kan er echt enorm van genieten om te zien hoe iedereen respectvol met elkaar omgaat en iedereen kennis maakt met in dit geval de Höker. Sommige mensen hebben het model al eens gebruikt, waar anderen er voor het eerst mee vissen. Dit zal ook voor Eric in dit geval natuurlijk goed werken als stukje reclame voor zijn vakmanschap! Ook wordt er natuurlijk goed gevangen op de Deel Jerkbait, en dat geeft de bait ook weer een karakteristieke look natuurlijk! Vol tandafdrukken en krassen, zoals een goede jerkbait eruit hoort te zien gaan we ze uiteindelijk verloten aan de deelnemers.”

Klaar voor de tewaterlating… 

Komen er meer Deel Jerkbaits in de toekomst?

Leon Prins: “Als het aan mij ligt is dat zeker een optie! Enkel wil ik de volgende keren de tijd iets inkorten of de capaciteit groter maken. Ook ga ik dan iets scherpere regels maken, wellicht een kleine borg, mocht de Deel Jerkbait kwijtgeraakt worden en er een nieuwe jerkbait ingezet moeten worden. Graag zou ik in de toekomst ook meerdere typen jerkbaits inzetten, ook zodat de leden nu kunnen kiezen of ze liever meedoen met een glider, hybride of een zager. Ik vind het prachtig om te zien hoe iedereen beleefd naar elkaar is en interesse toont naar elkaar. Je kan zien dat we respect naar elkaar tonen.”

Sommige mensen hebben het model al eens gebruikt, waar anderen er voor het eerst mee vissen.

Grote vissen op kleine wateren…

Mitch van Grondelle is een fanatieke snoekvisser die in de regio Utrecht de wateren zoekt voor grote snoeken. Dat het niet altijd grotere wateren moeten zijn, ondervond hij onlangs weer in het mooie riviertje de Kromme Rijn, die tussen Utrecht en Wijk bij Duurstede stroomt…

Een fanatieke roofvisser… 

“Ik vis vaak op deze plek in het weekend zodat ik een langere sessie kan blijven, het liefst net voor het donker dus rond half 4 en half 10 uur, dan zijn daar de meeste aanbeten. Ik ga vaak samen met mijn vismaat Ricardo. De sessies voor de bewuste sessie hadden we al exemplaren van 91 cm; 97 en 104 cm en daarna eentje van 110 cm gevangen. Die laatste was meteen mijn pr.

Statisch

Niet te verbreken zou je denken. Enfin, we waren weer naar dezelfde stek. De hengels lagen nu al 2,5 uur zonder aanbeten. We visten statisch met een dode horsmakreel. Onze andere vismaat Jan sloot zich ook bij ons aan.

We hadden de vis tent op staan want was erg koud (3 graden die avond) en gingen maar een hapje eten op onze gas bbq. Tien ineens ging de ontvanger af en we renden erheen. Ik had die hengel verderop in een andere bocht gelegd van het water. Toen we eraan kwamen lag de pike swinger eraf en ging de pieper tekeer. Ik pakte de hengel en draaide de lijn strak en sloeg aan….raak!

 We konden het nauwelijks geloven…

Drie keer scheppen

De hengel boog helemaal door en wist het meteen: dit een hele grote snoek. Wij probeerden hem binnen te halen maar zodra die ons zag met onze hoofdlampen, ging de vis er weer ervan door, dwars door de slip. Toen hij moe werd kregen we hem dichtbij om te scheppen. Na 3x scheppen kregen wij hem erin. Hij paste amper! Het was een hele dikke snoek. Zodra we hem onthaakt hadden, legden we hem op het meetlint en konden het nauwelijks geloven: 119 cm lang! Een avond in ieder geval om nooit vergeten…

Een magische lengte voor een klein watertje…

Game on: de gemaskerde struikrover genaamd ‘roosterfish’

“Een van de mooiste vissen om te vangen is ongetwijfeld de roosterfish. Deze prachtige jager met zijn groenzwarte bovenlijf,  zijn goudwit onderlijf met in het oog springende zwarte strepen die in een gebogen lijn vanaf zijn kop en over zijn ogen naar het achterlijf lopen, vind ik nog steeds het meest lijken op een gemaskerde struikrover. Inclusief de werkelijk prachtige hanenkam die hij tevoorschijn tovert als de aanval wordt ingezet!” Aldus Peter Ouwendijk in zijn Zeehengelsport rubriek ‘Game on!’

Krijgen we ooit genoeg van deze vis? Never ever…

Een warme zonnige dag

Quepos, Costa Rica. Terwijl ik in mijn dromen nog heerlijk lig na te genieten van de toernooidag van de dag ervoor, met spectaculaire aanbeten en grote supersnelle zeilvissen, die een maximum snelheid van 108 km kunnen bereiken, gaat om 4.30 uur de wekker. Dat is altijd even afzien. Maar na een koude douche ben je weer  wakker en zo fris als een hoentje! Op dit vroege tijdstip is er natuurlijk geen uitgebreid ontbijt, maar gelukkig ligt er voldoende fruit in de koelkast om onze magen mee te vullen. Na een halve watermeloen en een handvol noten weggewerkt te hebben race ik naar de uitgang waar mijn vismaten Hein en Roderik al staan te trappelen van ongeduld. Gedrieën togen wij naar de haven. Het is nog vroeg in de morgen maar toch al drukkend warm, alles voelt  door de extreem hoge vochtigheidsgraad aan als een klamme deken. Je hoeft maar met je ogen te knipperen en je begint al spontaan te zweten. Het wordt dan ook weer een warme zonnige dag met temperaturen van rond de 35 graden Celsius. Dat betekent goed insmeren met factor 50 en vooral ook niet je Buff halsdoek, zonnebril en hoed of pet vergeten.

Peter Ouwendijk heeft er een te pakken… 

Roostertime!

John, eigenaar van drie ‘panga style’ 28 voets visboten (panga style’ betekent eigenlijk: vissen met smalle boten met een laag dak en weinig bewegingsruimte), opererend onder de naam Quepos Fishing Adventures, had  eerder deze week aan ons uiteengezet hoe de inshore visserij ter plaatse tussen de riffen en scherpe rotsen in zijn werk ging. Het allerbelangrijkste ingrediënt naast een goed humeur was plenty aasvis –  zonder deze twee ingrediënten konden we gelijk terug naar de haven. Aan ons humeur schortte in het geheel niets maar die aasvisserij bleek helaas toch wel een dingetje te zijn. Wat we ook probeerden, de felbegeerde sardines en horsmakreeltjes lieten het keer op keer afweten. Gelukkig brachten de door mij meegenomen haringpaternosters die ik in Nederland voor de fintvisserij gebruik, uitkomst: die bleken wel te werken. In een mum van de tijd was de bun vol en riep de captain: ‘Lets’s go to the real fish, it’s roostertime!’…

Meer lezen van dit prachtige avontuur? Je kunt het lezen in de Zeehengelsport Magazine die nu in de winkels ligt. Ben jij een fervent zeevisser dan wil je natuurlijk niks missen van de artikelen in dit enige zilte magazine van de Lage landen en neem je een abonnement: klik hier.

Pellet waggler en bomb vissen

De twee technieken pellet waggler en bomb vissen, zou iedere witvisser eigenlijk moet beheersen, of je nu wedstrijden vist of gewoon af en toe lekker een dagje naar één van de vele visvijvers in Nederland of België gaat. Je vist alle waterlagen af en haalt er het maximale mee uit je visdag. Hieronder enkele tips van Kris Sloof en Jorg Dekkers.

Tekst & foto’s: redactie

De twee genoemde vissers weten van wanten, want ze eindigden niet voor niets als kampioen bij het NK Commercial Teams Competitie. Enkele van hun tips:

 

Baitband of hair?

Bij het vissen met de pellet waggler wil je de pellet zo kort mogelijk tegen de haaksteel hebben en is een superkorte hair ideaal waar je het haakaas op rijgt. Voordeel daarvan is dat de pellet beter blijft zitten en je dus vaker met hetzelfde aasje kunt inwerpen. Een korte hair is ideaal. Bij het vissen met de bomb mag je iets meer ruimte creëren en is een baitband aan een hair vaak beter. Kies de micro versie, ook al gebruik je 7 tot 10 mm aasjes, ze rekken erg goed. De allerbeste qua kwaliteit, duurzaamheid en rekbaarheid zijn volgens Kris die van Drennan.

Hoe ziet je bomb montage eruit?

Mijn montage is simpel: je schuift het beoogde loodje op de 20 tot 22/00 mm hoofdlijn, in mijn geval Technium Invisitec. Tot 20 meter gebruik ik 8-10 gram, bij afstanden boven de 30 meter pak ik de 15 grams versie. Veel zwaarder is meestal echt niet nodig. Na het loodje bevestig ik een siliconen stoppertje en twist ik de eerste 10 cm door 20 cm lijn in een lus te leggen en dit te twisten. De getwiste lijn heeft een aantal voordelen: doordat de lijn dubbel is, is hij dus ook veel zwaarder en ligt perfect op de bodem en tevens dient de getwiste lijn als een ‘kicker’ en voorkomt zo in de war gooien. Aan het einde van het getwiste gedeelte monteer ik mijn onderlijn middels een lus-in-lus verbinding. Door de extra lengte van de lus zijn mijn onderlijnen maar 30 cm lang. Voordeel is dat ze in een veel subtielere en handzamere onderlijnenbox kunnen, samen met mijn 20 cm versie voor snelle visserij op F1 karper. Meest gebruikt is toch wel 15/00 en 17/00 mm als onderlijndikte in combinatie met een Guru QM1 haak in maat 16 en 14.

Een bomb montage die veel wordt gebruikt…

Hoe is de aanpak met de bomb?  

Voor het vissen met de bomb gebruik ik meestal harde 8 mm pellets om te schieten en ook een harde 8 mm pellet als haakaas. Op sommige wateren waar veel F1 karpertjes zitten of waar je relatief kort de vis met de bomb kunt vangen, kunnen 6 mm pellets dressuurdoorbrekend zijn. Hoofdregel: je moet de stek wel kunnen halen met de katapult, ook later op de dag als het bijvoorbeeld begint te waaien.

Hoeveel en hoe vaak? In de zomer schiet ik bijvoorbeeld in het begin zo om de 5 minuten een paar pellets. Aan het begin schiet ik telkens twee keer achter elkaar een pellet of 4 tot 6, omdat ik dan nog niet weet of de karper graag op de bodem wil azen of hoger (en dus de pellet waggler de beste techniek gaat zijn die dag). Als je de vis bovenin wil houden dan schiet je heel vaak en erg weinig zoals Jorg. Als je de vis omlaag wil houden, dan schiet je wat meer pellets per keer, maar minder vaak.

De reden dat ik meestal twee keer achter elkaar schiet is om secuurder te schieten en beter kan ‘afmeten’ hoeveel pellets erin gaan.

Pellet wagglers… 

Dobber afremmen!

Zorg dat je alles netjes naast je op het aasplateau hebt staan zodat je zonder de te kijken je katapult en je pellets kunt pakken. Ritme is alles! Zorg ook voor een reserve katapult.

Rem tijdens het ingooien op het laatste moment de dobber af zodat je lijn zich helemaal uitstrekt. Hierdoor zal de vis zich als het ware zelf haken op je top tijdens de aanbeet.

Deze Tips & Tricks kun je terugvinden in de Beet Magazine van oktober/november 2021, naast vele andere tips en wetenswaardigheden.

 

Casters en hennep in de juiste voerverhouding

Bij het witvissen is de juiste hoeveelheid voer en aas zien te vinden elke keer van groot belang. Het haakaas afstemmen op het voer en dan zorgen dat je de vis niet overvoert, afhankelijk natuurlijk van de watertemperatuur (zomer of winter). Het is een puzzel die steeds opgelost moet worden. Garbolino-visser Jo Adriolo geeft in onderstaande tip een voorbeeld.

 

Twee prima voornaasjes: casters en hennep.

De juiste mix

 “Tijdens de sessie op grote voorn schiet Jo met een katapult een mix van casters en hennep rondom de dobber. Heel belangrijk is de juiste verhouding van deze twee aassoorten. Op een mini handje mix, zo’n 35 korrels hennep, maar enkele casters. Waarom zo weinig casters? Jo: Ik zat ooit eens langs het Voorns Kanaal en was goed voorn aan het vangen. Ik begon bij te schieten met deze mix, waarbij de verhouding 1:1 was, om de vis op de stek te houden en de aanbeten te versnellen. Het tegenovergestelde gebeurde: het duurde juist langer totdat ik beet kreeg. Er vielen zoveel casters naar beneden dat mijn haakaas minder opviel. Kortom, als er vanuit het cupje of de katapult maar enkele casters zakken, dan zijn dit de krenten uit de pap die de vis makkelijker en sneller onderschept.”

Deze tip komt uit de Beet Magazine die momenteel in de winkels ligt uit het artikel ‘Limburgse Monstervoorns’ met Jo Adriolo.

 De juiste ratio casters-hennepzaad om bij te voeren.

 

Noord-Hollands kanaal: topwater het hele jaar door

Het Noord-Hollands kanaal is een van de bekendste wedstrijdwateren in ons land en er zijn hier de laatste jaren dan ook al heel wat nationale en internationale wedstrijden en kampioenschappen gevist. Jan van Schendel ging een dag op stap met Twan Swart, een van de jonge wedstrijdtalenten die Nederland rijk is.

 Tekst: Jan van Schendel, foto’s: redactie & Jan van Schendel

Het NH-kanaal is al bijna 200 jaar oud en diende in het verleden als een kortere route vanaf zee naar Amsterdam in vergelijking met de oorspronkelijke route die via de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer) liep. Uiteraard is die rol tegenwoordig volledig overgenomen door de nog veel kortere route via het later gegraven Noordzee Kanaal. In totaal is het Noord-Hollands kanaal zo’n 80 kilometer lang en loopt vanuit Amsterdam-Noord via Purmerend naar Alkmaar en van daaruit verder tot aan Den Helder. Langs het kanaal liggen diverse bekende visparkoersen zoals bij ’t Zand, Akersloot, Spijkerboor en aan weerszijden van Purmerend.

Goed voorbereid…

Voor deze visdag werd gekozen voor een stek op het stuk tussen de brug van de ringweg om Amsterdam en Ilpendam, om precies te zijn op zo’n twee kilometer voor het pontje bij Ilpendam. Met name in de koudere tijd van het jaar is hier bijna overal nog steeds volop vis te vangen, en met de VISpas mag je hier vissen. De leefomstandigheden voor de vissen op dit kanaal zijn optimaal. Over de gehele lengte van het kanaal heb je allerlei zijwateren die ideaal zijn voor de paai en dus is er jaarlijks volop nieuwe aanwas van vis. Nou, die vissen zwemmen er dan ook in overvloed en dan heb ik het over allerlei vissoorten ook. Wel zijn hier de brasem en kolblei de hoofdsoorten, maar ook blankvoorns zijn er meer dan voldoende.

Twan Swart is absoluut een van de grootste talenten die we hebben in ons land en komt uit een echte visfamilie. Hij wist dan ook vooraf al precies hoe hij de visdag ging aanpakken…

Tot hier een deel uit een artikel dat je kunt verwachten in de Beet Magazine die omstreeks 15 februari zal verschijnen. Wil je dit verhaal als eerste lezen, zorg dan voor een abonnement: klik hier. 

 

De Inu rig: ook voor baars en snoekbaars?

Het internet ontplofte onlangs toen een Japanner genaamd Hirosan de Inu rig via YouTube introduceerde, en terecht. De ‘spastische’ actie die je met de Inu rig aan een zachtplastic worm meegeeft is ongekend: extreem uitdagend en daardoor dressuur doorbrekend. Killing voor ‘bass’ en andere rovers, maar zou het ook voor onze baars en snoekbaars werken?

Zo ziet dat eruit, die Inu rig. Zou deze nog verbeterd kunnen worden voor onze baars en snoekbaars? 

Stof tot nadenken

Aangestoken door zijn enthousiasme ging Beet een dag met UFX visgids Juul Steyn op pad in het Amsterdamse havengebied. Een gebied dat hij als zijn broekzak kent. Hij heeft de afgelopen tijd al heel wat ervaring met de Inu rig opgedaan. “De eerste resultaten waren verrassend, maar gaven ook stof tot nadenken”, blikt hij terug. Juul zou Juul niet zijn als hij niet direct aan het knutselen sloeg om te kijken hoe hij de Inu rig het beste kan inzetten, kan verbeteren, effectiever kan maken voor de Nederlandse visserij.

Nieuwgierig geworden? Wij ook! Het artikel over de Uni rig kun je tegemoet zien in de Beet magazine (met extra Roofvisspecial) die zal verschijnen rond 22 maart 2022. Wil je er niks van missen, dan zorg je natuurlijk dat je een abonnement hebt: klik hier.

 

De code gekraakt

Gericht op Noordzeeheek De Europese heek is bij Nederlandse zeevissers vrij onbekend. Hier en daar wordt deze pelagische kabeljauwachtige gevangen door vissers die het hoge noorden van Noorwegen aandoen. Maar de heek komt ook in de Noordzee voor. En niet alleen dat: een groep charterschippers aan de Deense westkust lijkt de heekcode te hebben gekraakt. Zij bieden nu tochten aan waar je gericht op deze mysterieuze rover kunt vissen. Tekst en foto’s: Malthe Ryge Petersen Een nieuwe soort om op te ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Hank Ahoy

Loslaten Aangespoord door de vissers aan boord (dat je het volhoudt), de kinderen (jij bent echt gek), maar vooral Detteke, die het ondertussen 58-jarige vleselijke omhulsel van het vermetele knokenpakket zo langzamerhand van het ene pijntje in het andere zuchtje ziet veranderen, komt met de snelheid van een zojuist wakker geworden luiaard toch echt wel het besef dat het een ietsiepietsie rustiger aan moet. Stoppen? Ben je bedonderd! Maar in plaats van zeven dagen in de week op het water bivakke...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Roostertime!

Een van de mooiste vissen om te vangen is ongetwijfeld de roosterfish. Deze prachtige jager met zijn groenzwarte bovenlijf, zijn goudwitte onderlijf met in het oog springende zwarte strepen die in een gebogen lijn vanaf zijn kop en over zijn ogen naar het achterlijf lopen, vind ik nog steeds het meest lijken op een gemaskerde struikrover. Inclusief de werkelijk prachtige hanenkam die hij tevoorschijn tovert als de aanval wordt ingezet! Mijn eerste schermutselingen met deze ‘bandido’ stammen uit ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Haal meer uit de methodfeeder

Wanneer je met het methodfeeder systeem gaat vissen, dan kan je in veel situaties heel gemakkelijk, simpel en snel grote vissen vangen. Maar ook bij deze visserij kun je een stapje verder gaan door op de details te letten. Method-expert Jeroen Peters geeft hieronder wat tips over het methodvissen. Tekst & foto’s Jeroen Peters De JUISTE HENGEL Tot een meter of 30 en waarbij karper niet groter is dan een kilo of drie volstaat een lichte 2,7 of 3 meter lange feederhengel. Ga je verder vissen – tot circa 40 meter – of zijn de vissen groter, dan is een 3,3 meter feederhengel aan te raden. Besluit je ervoor om nog verder te vissen, dan is het raadzaam om een hengel van minimaal 3,6 meter te gebruiken. De aanbeten zijn zeer explosief en het is dan ook belangrijk dat je een goede steun gebruikt waar de hengel niet uit getrokken kan worden! Match de hengel aan het formaat vissen en de visafstand.  TYPE METHOD Wanneer je tegen oeverzones vist waar minder dan 1,5 meter water staat, zoals eilandjes, dan is een open method feeder absoluut mijn favoriet. Het voer valt snel van de feeder zodat de vis direct kan azen. Regelmatig inwerpen is met deze methode belangrijk. Kies je voor dieper water dan 1,5 meter of laten de beten langer op zich wachten, dan is een meer gesloten model zoals een Hybrid feeder aan te raden. Ook wanneer je op grote afstanden vist heeft deze feeder de voorkeur, omdat zo’n model opstaande randen heeft waarbij het voer beter beschermd wordt. Het blijft ook compacter op de bodem liggen zodat het langer aantrekkingskracht heeft. Voor grote afstanden is een hybrid methodfeeder ideaal. AFREMMEN! Het is belangrijk dat de worp op het laatste moment wordt afgeremd en de method met de hengel wordt ‘opgevangen’, zodat deze met de vlakke kant op het water landt. Zo blijft het voer intact en wordt het niet door de impact op het water eraf geslagen. Waak er ook voor als de method op de bodem ligt deze niet te verplaatsen. Alles moet zo compact mogelijk blijven liggen. Span de hengeltop daarom niet al te strak. Bovendien kan een te strakke lijn vissen afschrikken wanneer ze er tegenaan zwemmen.  Alle details helpen! STOPWATCH Een stopwatch is één van de belangrijkste items die ik mee heb. Een aanbeet vindt vaak binnen een bepaald ‘tijdslot’ plaats. Een stopwatch kan helpen om patronen te herkennen en te voorkomen dat je te lang wacht op een aanbeet. Wanneer je weet dat aanbeten vaak binnen een bepaalde tijd komen, dan kun je hier de visserij op aanpassen. Echt een heel handig hulpmiddel om patronen te ontdekken.   GEEN BLUBBER Zoek een stek die schoon en vrij van obstakels is. Een harde klei of zandbodem is het meest ideaal. Vermijd een bodem met een dikke laag slib. Het vooraf uitpeilen met een loodje geeft naast het meten van de diepte hier goed zicht op.  ERIN OF ERUIT? Pellets, boilies en wafters zijn de meest gebruikte aassoorten. Maar zelfs maden en mais zijn aassoorten die gebruikt kunnen worden, deze prik ik dan vaak wel direct op de haak. Bij gebruik van wafters is het belangrijk dat de haak vlak op de bodem blijft liggen en de wafter een beetje ruimte heeft om erboven te zweven (waften). Een bakje water op de aastafel om dit vooraf te testen is een must. Bij karper is het beter om het aas in het voer te verstoppen, terwijl het bij een brasemvisserij juist goed kan werken om het aas naast de feeder te laten hangen! Pellets, boilies en wafters zijn de meest gebruikte aassoorten. VOERMIX Voor beide systemen kan voer op basis van gemalen bestanddelen (grondvoer) of op basis van geweekte pellets worden gebruikt. Op heel ondiep water of bij het vissen op brasems gaat mijn voerkeur uit naar grondvoer. Je kunt er ook wat geweekte pellets bij mengen, dit houdt de vis beter op de plek. Bij de geweekte pellets is het toevoegen van gecrushte boilies ook een optie. Vooral op wateren waar met regelmaat met boilies op karper wordt gevist werkt dit erg goed. Wissel tijdens het vissen eens tussen voer of pellets en kijk wat beter werkt, dit kan het verschil maken. Het aandrukken van het voer kun je het beste doen met een bijbehorende mal. Dit maakt alles een stuk eenvoudiger. Tot slot: maak het voer en de pellets niet te nat. Na het aandrukken moet het nog wel los kunnen weken. Nog meer tips en tricks vind je in het artikel uit de Beet van september 2021  

Kiezen voor de juiste voerkorf

Ook de Duitse feeder-international Jens Koschnick is in Nederland geen onbekende verschijning aan de waterkant. Jens heeft al veel prijzen op zijn palmares en kent de nodige tips om veel vis te vangen. De Browning prostaffer vertelt iets over de verschillen tussen voerkorven en over zijn twee feedermontages.

Jens  Koschnick

Kun je uitleggen wanneer je kiest voor een gaaskorfje of juist voor een plastic exemplaar? Wat zijn de wezenlijke verschillen?

Het grootste verschil zit hem in het vrijgeven van aas en voer. Daar waar een gaasmodel reeds tijdens de afzinkfase voerdeeltjes verliest, brengt een plastic korf de inhoud compact en passief naar de bodem.

Wanneer je aan het begin van een sessie of wedstrijd snel vissen wilt aantrekken en activeren, is de gaaskorf de beste optie. Vaak lok je hier snellere aanbeten mee uit.

Zit er echter veel kleine vis rond je stek, dan worden deze zeker door de rondzwevende deeltjes aangetrokken. Een plastic korf zorgt dan voor een compactere benadering, waardoor kleine vissen minder getriggerd worden. Daarmee vergroot je de kans om juist de grotere vissen te vangen aanzienlijk. Tijdens een visdag kun je uiteraard wisselen tussen de verschillende modellen. Gaandeweg ontdek je welke manier van vissen en voeren de meeste en beste vissen oplevert.

Tenslotte heb je bij een plastic korf de optie om overbevochtigd voer te brengen. Zo breng je nog passiever voer op je stek, perfect voor de grotere vissen. Vooral bij het feederen op voorn is dit trucje zeer effectief en niet te overtreffen.

Met de keuze voor plastic of gaaskorf kun je enigszins op vissoort en formaat de vis selecteren.

Maak je bij het feederen altijd gebruik van dezelfde montage? Of zit er nog verschil in de diverse disciplines binnen het feedervissen?

Feitelijk maak ik gebruik van twee verschillende montages. De eerste is de free-running-rig, in de meeste gevallen en schuivend zijlijntje, zoals deze wordt voorgeschreven in de CIPS reglementen en de klassieke lusmontage. Beide montages hebben hun voordelen.

Indien mogelijk, kies ik bij voorkeur voor de free-running montage, temeer omdat dit bij internationale wedstrijden verplicht is. Dit is de meest gevoelige montage voor het feederen, vooral wanneer vissen de tijd nemen om het aas te pakken. De weerstand bij de aanbeet is minimaal en de feedertip geeft duidelijke aanbeten. Hoe meer ik met deze montage heb gevist, des te meer vertrouwen ik erin gekregen heb. Vertrouwen is heel belangrijk, zeker wanneer je internationale topwedstrijden zoals WK’s mag vissen.

De lusmontage gebruik ik graag bij het vissen op grote afstanden, denk aan 60 meter en verder, mede omdat deze montage minder gevoelig is om in de war te gooien. Deze feedermontage is perfect voor het vissen op grote brasem en het vissen op stromend water.

 Een schuivende montage op een zijlijn is verplicht bij internationale wedstrijden.

Bij het feederen is het belangrijk om het juiste ritme van ingooien uit te vinden en te hanteren. Zo voer je efficiënt en krijg je ook de meeste aanbeten. Hoe vind je uit wat het beste ritme is?

Ik denk dat ik wel kan zeggen dat de stopwatch tegenwoordig tot de standaarduitrusting van de moderne feedervisser behoort. Zo kun je goed waarnemen hoelang het gemiddeld duurt voordat een vis het aas pakt na het ingooien. De beste methode is om dit met meerdere vissers uit te proberen voor diverse en goede informatie. De praktijk is de beste leermeester. Bij het vissen op kleinere vissen werkt een hoog werpritme met een klein korfje vaak het beste. Grofweg gezegd werkt een trager ritme met een grotere korf beter voor grote vissen. Deze regel gaat echter zeker niet altijd op.

Feitelijk is ieder water anders en kan om een eigen aanpak vragen. Waterdiepte kan ook een grote rol spelen bij het bepalen van het goede ritme. In ondiep water worden vissen vaak schuw wanneer je te veel en te vaak ingooit en worden ze steeds moeilijker te vangen.

Wanneer tijdens het vissen de aanbeten afnemen, kun je proberen het ritme te verhogen om vissen weer te activeren. Krijg je echter veel lijnzwemmers en aanbeten die je mist, is het meestal een teken dat je teveel voert. Op die momenten moet je rust brengen op je stek en kleinere korfjes gebruiken.

De Browning Window Feeder is zeker het proberen waard!

Een bijzondere voerkorf is de windowfeeder. Het model verschilt nogal van de traditionele korven. Wanneer kies je ervoor om specifiek met een ‘window’ te vissen?

Ten eerste heeft een windowfeeder min of meer dezelfde eigenschappen als een plastic korf. Gesloten en compact maar ook zeer aerodynamisch. Het aan de voorzijde gemonteerde gewicht maakt dat je deze feeder verder en nauwkeuriger kunt werpen dan ieder ander model korf. Tevens is de weerstand bij het binnendraaien minimaal en blijft hij niet zo gemakkelijk hangen aan taluds met stenen of mosseltjes onder water.

Door het gesloten model kun je veel aas zoals casters, maden, maïs of wormen voeren zonder veel voer te hoeven gebruiken. Je gebruikt alleen een beetje voer om het luikje dicht te smeren na het vullen met aas. Beperkt voer gebruiken komt weer goed van pas wanneer je ‘last’ hebt van kleinere vissen op je stek die je haakaasje plunderen voordat grotere vissen een kans krijgen.

Van oorsprong komt de windowfeeder uit Ierland (waar deze veel gebruikt wordt); een idee van Barry Smith en samen met de inzichten van Bob Nudd en Browning is de Browning Window Feeder ontstaat. Zeker in de winderige omstandigheden komt de window feeder daar heel goed uit de verf. Een van mijn mooiste visdagen beleefde ik met een 35 grams Browning Windowfeeder aan Lough Erne in Noord Ierland tijdens het World Pairs Festival. Ik ving 45 kilo aan hybrides in 5 uurtjes en sindsdien ben ik ook groot fan!

 

 

 

 

Een bijzondere vangst op een regenachtige zondag

Het was donderdag 6 januari 2022 toen mijn vismaat Tom mij omstreeks 11.30 uur appte en vroeg of ik zin had om met hem te gaan snoeken. Hij stelde voor de eerstvolgende zondag te gaan, want volgens de weersvoorspellingen zou het die dag droog zijn.

Door Arend Disberg en Tom Ploeger

“Natuurlijk ga ik met je mee,” was mijn antwoord. “Goed dan zorg ik ervoor dat ik horsmakreel en dode voorns heb,” zei Tom, “Ik kom  je tegen 8.45 uur ophalen, dan gaan we richting Twello.”

Ik ben een fervent karpervisser, maar snoeken trekt mij ook wel. Ik ben naar mijn zolder gegaan, daar staan al mijn hengelspullen in een hoekje. Ik heb een spinhengel gepakt en ik heb een karperhengel omgebouwd tot snoekhengel. Daardoor had ik al de nodige voorpret. Ik keek er naar uit om met Tom te gaan vissen. Ook al zouden we die dag niets vangen, dan nog was de visdag geslaagd.

Tom kwam mij die zondag de 9e januari om 8.45 uur ophalen. Zoals gewoonlijk was hij een man van de tijd. Het regende heel erg zacht. “Maak je geen zorgen Arend, volgens de Buienradar gaat het tegen 14.00 uur pas heel hard regenen. Het wordt zo droog,” riep hij enthousiast.

Twello en Terwolde

De spullen werden ingeladen en we gingen op weg naar de Wetering nabij Twello en Terwolde. Toen we aankwamen was het droog en we hadden alleen wat last van een koude wind, maar daar kun je je tegen kleden.

Tom wist een plekje waar hij in november een snoek van 94 cm had gevangen. Daar moesten we maar eens beginnen. We zouden maximaal 4 stekken afvissen en maximaal 1 uur per stek, want tegen 14.00 uur zou het gaan hozen volgens de Buienradar.

We besloten om eerst naar de verste stek te gaan. Daarna zouden we zogezegd steeds weer afzakken in de richting van onze woonplaats Apeldoorn. Tom maakte twee hengels klaar en ik een. De spinhengel liet ik achter in de auto.

Tom zou aan een hengel een horsmakreel doen en aan de andere een voorn. Hij had de dode vis besteld bij de plaatselijke hengelsportzaak. Ik zou een voorn aan mijn haak bevestigen. Zo gezegd zo gedaan. Het stroomde behoorlijk. Het was duidelijk dat het gemaal open stond.

Voordat ik mijn aas ingooide kwam Tom bij me en zei dat hij het zwemblaasje ging doorprikken, zodat deze beter kon worden gepresenteerd. Ik wist dat niet. Weer wat geleerd.

Ik ben een fervent karpervisser, maar snoeken trekt mij ook wel. 

Beet!

We waren zo’n 50 minuten aan het wachten en vissen , toen we ineens wat visjes zagen wegspringen. Er werd dus op hen gejaagd. We besloten om het aas op zo’n 6 meter van elkaar in het water te werpen. Daar waar de visjes sprongen was het ongeveer 80 cm tot 110 cm diep. Het water stroomde nog steeds heel behoorlijk. Daarom besloten wij om de dobber op 130 cm van de haak te zetten. We visten nu dus met ons dode aas op de bodem, daarvoor visten we vlak boven de bodem.

Na circa 15 minuten wachten kreeg Tom beet. De dobber ging tegen de stroom in. Hij ging niet onder. Tom sloeg aan en hij slaakte een kreet van ontzetting. Hij had de slip te los gezet en daardoor was er een enorme warboel (een zogenaamde pruik ) rondom zijn molen ontstaan. De dobber kwam naar hem toe.

“Wat nu?” vroeg Tom hardop.

“Geef de hengel maar aan mij, dan haal ik hem wel met de hand binnen. Pak jij het schepnet maar alvast,” riep ik hem toe. “Oh nee. Dat ding ligt nog in de auto. Ik haal hem snel op,” was zijn antwoord.

Terwijl Tom het schepnet ging ophalen en in elkaar zette, haalde ik meter voor meter met de hand de lijn binnen. Ik moest opletten dat ik de vis niet zou verspelen. Ik had het snoer om mijn hand gewikkeld. Ik voelde meteen dat het een flinke vis was. We hadden geluk dat de vis naar een ondiep en smaller gedeelte zwom.

Ook een dode rat kwam met de snoek op de kant…

Dode rat

Het was een beste snoek. Uiteindelijk hebben we haar na zo’n 10 minuten naar de kant kunnen krijgen en heeft Tom haar geschept. Zij  bleek groter dan we eerst dachten en dus was het mooi dat we ons karperschepnet hadden meegenomen in plaats van een kleiner schepnet.

Nadat de snoek op de kant lag wilden we hem onthaken en toen zag Tom dat zij naast de voorn ook een dode rat in de bek had.

De snoek werd keurig onthaakt en op de meetlat gelegd. Ze lag iets met haar bek voorbij het beginpunt van de meetlat. Het einde ( bij de staart ) gaf een lengte van 116 cm aan. Dus misschien was ze wel 117 cm. Maar we houden 116 cm aan, want dan hadden we het maar goed moeten doen.

We hielden voor de zekerheid maar 115 cm aan…

Regenen

Voorzichtig werd de snoek weer teruggezet. Daar nam Tom alle tijd voor. Daar genoot ik net zoveel van als van de dril. We keken hoe de grote snoek langzaam weer wegzwom en op dat moment begon het keihard te regenen. De temperatuur daalde meteen fors. Buienradar had het dus helemaal mis. Het was nog geen 12.30 uur of de wolken braken open.

We besloten om nog niet naar huis te gaan, want de door ons gevangen kanjer gaf ons zoveel adrenaline dat we de regen voor lief namen. We gingen naar de volgende stek, maar na 10 minuten waren we het er over eens dat onze dag al geslaagd was en we beter naar huis konden gaan!

Wat hebben we nu geleerd deze dag? Een paar dingen:

Vertrouw de Buienradar niet blindelings.

– Wees op alles voorbereid.

– Neem regenkleding mee.

– Neem voor de zekerheid ook droge sokken en een droge broek mee, dan kun je je na het vissen  in de auto warm omkleden.

– Maak voordat je het aas in het water gooit, eerst je schepnet klaar.

– Blijf te allen tijden rustig.

– Respecteer de gevangen vis en zet het dier rustig terug.

– Deel de vangst met je maat, want je hebt de vis er samen uit gehaald.

Tom met de vangst van de dag op zondag 9 januari 2022… 

 

Baars fever: een flexibele strategie naar succes

Het is inmiddels geen geheim meer dat veel rivierplassen een mooi roofvisbestand kennen, zo ook grote baarzen. Zeker momenteel, in de winter tot de sluiting van het seizoen, is het één van de meest kansrijke watertypen om gericht grote baars te vangen, ook vanaf de kant! Shimano pro-staffer David van Maanen is verslaafd geraakt aan dikke winterbaars. We gingen een dag met hem op pad om te kijken hoe hij het aanpakt.

Nog één poging om de haak los te schudden…

Tekst en foto’s: Mark Pijnappels en David van Maanen

We treffen elkaar aan een rivierplas, maar dit had net zo goed midden in een stad of in de polder kunnen zijn. Want de variatie binnen het roofvissen, in de breedste zin van het woord, dat vormt een rode draad in de visserij van David. Een allround roofvisser, maar dan wel iemand die hetgeen hij doet tot in perfectie wil uitvoeren. Zo werd hij in oktober nog tweede bij het NK streetfishing in Utrecht, samen met Jordi Rakiman. Waar en hoe hij vist? Eigenlijk alle denkbare technieken en watertypen passeren de revue, zowel vanaf de kant, zijn bellyboot of bij vrienden in een boot; binnen het roofvissen kan je zo ongelooflijk veel kanten op.

Flexibiliteit in hengels en kunstaas om een stek met verschillende technieken af te vissen.

HOTSPOTS ZOEKEN

Vandaag ligt een dagje baarsvissen in het verschiet. “Er zijn ontzettend veel methoden om baars te vangen, dat maakt het zo leuk en uitdagend.” Echter, niet zomaar baars, maar het liefst zo groot mogelijk. Het is de aankomende periode zijn favoriete visserij. Gewapend met twee hengels, een rugzak, schepnet en onthaakmat loopt David naar de eerste stek.

Bij een kantvisserij gaat men het liefst zo licht bepakt op pad. Het is niet heel gebruikelijk om meerdere hengels mee te nemen, waarom doe je dit?

Wanneer ik het water goed ken, weet ik waar ik de vissen precies kan verwachten. Nét dat ene plateau of richeltje kan maar zo de plek zijn waar alle vissen zich samenscholen. Ik dek dan weinig water af, maar probeer juist op verschillende manieren de vis te verleiden. Twee hengels geven je het voordeel dat je jouw kunstaas zo optimaal mogelijk kunt presenteren. Natuurlijk zijn er ook mogelijkheden om dit met één hengel te doen. Een hengel is maar een stuk gereedschap; precies het juiste gereedschap gebruiken helpt je natuurlijk enorm. Voor sommige technieken is een kortere, strakke hengel het meest praktisch en voor andere juist een lange gevoelige hengel. Er zijn natuurlijk allround hengels waarmee je tot op bepaalde hoogte goed kunt werken met meerdere technieken. Echter zijn specifieke zogenaamde ‘nichehengels’ een werkelijk genot. Ik vis met de Poison Adrena en de Yasei LTD Perch Finesse Softbait, beide uit de stal van Shimano.

Met topmateriaal is het net even fijner vissen…

 En op een water waar je nog niet bekend bent?

Vis ik op een onbekend water vis, dan is mijn strategie totaal anders. Het heeft dan geen zin om één stek compleet uit te vissen. Het is belangrijker om zo snel mogelijk de baars te vinden. Struinen door het water, al het water blijven afvissen, dus meters maken en iets sneller vissen. De ondieptes vis ik snel af met twitchbaits, tubes en crankbaits. Hierbij is het bodemcontact niet zo belangrijk. Bij diepere delen wil ik meer gevoel krijgen van het bodemverloop. Ik zoek actief naar hotspots. Dat wil zeggen dat ik veel contact maak met de bodem. Dat kan met shads, tubes, c-rig, t-rig, dropshot of nedrig. Door gebruik te maken van een mustad fast tach, of een gewoon kunstaasspeldje, wissel ik gemakkelijk en snel van methode. Hierbij is licht bepakt en één enkele hengel een absoluut voordeel. Ook tel ik bij elke worp de afzinkfase. Zo ontdek je interessante stukken wat betreft bodemverloop, potentiële hotspots, ook als ik niets vang. Deze markeer ik op Google Maps, zodat we hier op een andere dag weer terug kunnen komen. Dat doe ik overigens ook met mijn vangsten.

Kantvissen is nu heel effectief!

We vissen vanaf de kant, maar is het bootvissen niet effectiever?

Stel, je hebt een plek die je zowel vanaf de kant als vanaf de boot goed kunt bevissen, dan durf ik te stellen dat in de meeste gevallen kantvissen op baars effectiever is. Ten eerste sta je stil op de kant of in het water. Je kunt dan heel gericht een stek afvissen. In het geval van een bodemaas, zoals met de c-rig, vis je het aas van diep naar ondiep. Als je wil kun je het kunstaas tergend langzaam, in sprongetjes van 10 centimeter het talud opvissen. Kleine aanbeten kun je als je stil staat goed zien. Vanuit een (belly)boot lig je nooit helemaal stil, dan heb je met een c-rig minder controle over de aasvoering. Wat dan ook mee speelt is dat je het aas het talud afvist, dus van ondiep naar diep, dat is toch echt anders.

De bellyboot is echter een fantastisch hulpmiddel om baars op een andere manier te belagen en geeft je de mogelijkheid om op plekken te komen die vanaf de kant onbereikbaar zijn. Daarnaast is het een hele andere beleving, dat dobberen op het water. Ook geeft het je de mogelijkheid om een fishfinder te gebruiken, te verticalen of met twee hengels te vissen.

Tot zover een deel uit een groot artikel over baarsvissen dat je kunt lezen in de Beet Magazine die nu in de winkels ligt. Zorg dat je een abonnement krijgt als je niet naar de winkel wilt en alles voortaan als eerste wil lezen: klik hier.

 

 

 

 

 

Exotenjacht op de Waal

 Het Nederlandse landschap wordt gekenmerkt door meerdere grote rivieren, die elkaar kruisen, samenkomen en ook soms weer afsplitsen. Wat ze gemeen hebben, is dat ze uiteindelijk allemaal in zee uitkomen. In 1992 werden het stroomgebied van de Rijn en de Donau verbonden doormiddel van het Main-Donaukanaal. Deze verbinding zorgt ervoor dat vissen die voorheen niet in ons land voorkwamen, nu vrije doorgang hebben. Vandaag de dag zijn er dan ook heel wat extra vissoorten, zogenaamde exoten, te vangen in onze rivieren. Een mooie kans voor een soortenjager als Sjors Waterschoot.

Tekst & foto’s: Sjors Waterschoot

De roofblei was al eerder in ons land gesignaleerd door Duitse uitzettingen in de Roer, maar komt sinds de verbinding van 1992 in alle grote rivieren en daarop aangesloten wateren voor. In 2007 werd de Kessler grondel voor het eerst in ons land aangetroffen. De grondelsoorten uit de Donau hebben sindsdien een ongelofelijke piek in aantallen doorgemaakt. Gelukkig is die piek voorbij en kan er op veel plekken weer leuk met de feeder gevist worden…

 Veelal niet gewenste Donau-soort: zwartbekgrondel.

Gunstige waterstand

Precies die techniek beoefenen is wat vismaat Roman Schaeken en ik van plan zijn. Begin april dit jaar is de waterstand van de Waal al vroeg gezakt. Als de waterstand te hoog is, is het zeer moeilijk om vis te vangen omdat de stroming dan ontzettend hard is en er veel ‘vuil’ in het water zit, vooral in de vorm van bladeren en takjes.

Doordat de waterstand dit jaar al zo snel gunstig is, maken wij daar dankbaar gebruik van. Roman wil graag een nieuwe stek bij Wamel uitproberen in de hoop dat hij daar zijn eerste witvinriviergrondel kan vangen. Na een poosje rondrijden parkeren we de wagen op een open veldje. Ik heb vandaag een feeder en een kortere reishengel bij me, die ik vlug klaarmaak voordat ik de krib op ga.

Ik kies een plek bij de kop, waar ik met de feeder net naast de stroomnaad een voerplek aanleg. Aan het kleine reishengeltje bevestig ik een schuivend wartelloodje van 25 gram, met daaronder een onderlijn van ongeveer 45 centimeter en een haakje maat 14. Deze gooi ik elke paar minuten opnieuw naar links uit en rolt dan langzaam door de stroming naar rechts. Op deze manier bied je je aas wat actiever aan dan met de feeder en daardoor kan het verrassende vangsten opleveren!

Roman kiest er voor om met lichte hengels wat dichterbij de kant te vissen, hopend op die ene witvin…

De pontische stroomgrondel (Neogobius fluviatilis).

Het duurt niet lang voordat we allebei onze eerste vissen hebben. Roman vangt een zwartbekgrondel en ik vooral blankvoorns. De vijfde voorn is een prachtige blankvoorn van 37 centimeter, een vis die je toch niet elke dag te zien krijgt. Even later krijg ik weer een prachtige aanbeet en deze keer is het een kolblei van 39 centimeter, wat voor mij een speciale vis is. De ‘bliek’ die ik meestal vang is meestal niet groter dan 15 centimeter…

Aspius aspius

Terwijl ik deze vis onthaak en fotografeer, is de feeder per ongeluk met de korf net onder water komen te liggen. Waardoor het aas in de kant gebungeld moet hebben… wanneer ik de kolblei vrij laat, hangt er een roofblei van een centimeter of dertig aan de lijn! Dat is de tweede exoot uit de Donau vandaag!

Roofblei (Aspius aspius) was al vanaf 1984 in ons land aanwezig, maar mede door het Main-Donaukanaal hebben ze echt een opmars gemaakt. Dit was feitelijk de eerste exoot die het (mede) dankzij het nieuwe kanaal maakte in ons land. Omdat het zo’n felle jager is, die ook nog eens groot kan worden, is er niemand die klaagde over deze nieuwkomer. Ze zouden zelfs meer dan een meter lang kunnen worden… Zo’n lengte is nog iets om van te dromen, maar het BNRZ-record staat ondertussen al wel op 87 centimeter! Wie weet hoeveel rek daar nog in zit? Grote roofbleien worden meestal met kunstaas belaagd, maar aan de feeder of tijdens het drijvend vissen met de korst op winde, komen er ook nog wel eens leuke exemplaren boven.

De roofblei is al vanaf 1984 aanwezig… 

Witvinriviergrondel

Zo vis ik heerlijk verder en is het bij elke aanbeet spannend wat erboven water komt. Hoe langer we zitten, des te beter de vis gaat bijten. Het rolloodje doet ook steeds beter zijn werk en levert de ene na de andere voorn op. Maar dan zie ik een klein tikje op de top van de feeder. Ik draai langzaam binnen en zie dat ik de witvinriviergrondel, waar Roman al die tijd al achteraan zit, heb gevangen! “Nee, dat meen je niet!” roep ik, waarop Roman direct komt kijken…

De witvinriviergrondel (Romanogobio albipinnatus) is een soort die ontzettend veel wegheeft van onze inheemse riviergrondel. Toch is het verschil best goed te zien, de witvin heeft namelijk geen vlekken in de rug- en staartvin. Als je hem goed bekijkt, dan zie je ook dat de baarddraden langer zijn en dat hij ietwat gestroomlijnder is dan onze inheemse riviergrondel. Ze worden zo’n veertien centimeter lang, dus als je er kans op wil maken, is een kleinere haak zeker aan te raden. Vaak worden ze op het ondiepe gevangen, maar hij kan dus ook gewoon op de feeder bijten!

Roman met een heuse donaubrasem!

Ik sta mijn hengels voor even af aan Roman, in de hoop dat er nog een tweede komt. Hij weet met mijn hengels ook de nodige vissen te haken en vangt al snel meerdere mooie voorns en even later zelfs een kleine pontische stroomgrondel. Dat is nummer vier van het Donau-lijstje!

De pontische stroomgrondel (Neogobius fluviatilis) heeft wel wat weg van de zwartbekgrondel. Maar ze zijn veel lichter van kleur, hebben geen kenmerkende vlek in de eerste rugvin en grotere exemplaren zijn zelfs meer zilverkleurig dan bruin. Pontische stroomgrondels worden zo’n 18 centimeter lang, maar zijn meestal kleiner. Ze zijn net als de zwartbekgrondel erg gulzig en hebben vaak geen moeite met een haakmaat 8 of zelfs groter.

Donaubrasem

Het rolloodje levert echt de meeste vis op voor Roman, vooral meer voorns en grondels, maar de volgende vis is wel heel speciaal: een heuse donaubrasem! Dit is naar mening de lastigste van het rijtje Donau-soorten om te vangen.

De donaubrasem (Ballerus sapa), heeft meer weg van een kolblei dan van een brasem. Het oog is groter dan de afstand tussen het oog en de punt van de neus. Maar het verschil is toch ook weer best goed te zien, de donaubrasem heeft namelijk een ontzettend lange anaalvin en een ongelijke staartvin. Daarbij valt het ook op dat hij erg zilver is en vaak donkere vinnen heeft, terwijl die van kolblei meestal rood of deels rood zijn.

De meeste donaubrasems die gevangen worden zijn zo’n 20-30 centimeter lang, dus niet erg groot, maar misschien dat dat nog komt wanneer ze hier wat langer aanwezig zijn. Ronnie van Beem wist er in elk geval eentje van 40 centimeter te vangen op een plek waar ik zelf ook vaak gevist heb! Ik denk niet dat deze soorten snel weg zullen gaan in ons land en misschien zelfs nog veel verder inburgeren, waardoor ze op steeds meer plaatsen voor gaan komen.

Een forse kolblei…

De typische kop van een blauwneus.

Wanneer de donaubrasem goed en wel op de foto staat, hopen we beide op nog een bonusvis. Roman zou graag die witvingrondel afvinken voor zijn soortenlijst, maar ik hoop eigenlijk dat één van ons twee een blauwneus te pakken krijgt.

Blauwneus (Vimba vimba) is een soort met een opvallende ronde neus en daardoor een duidelijke onderstandige bek. Ze hebben wel wat weg van een houting of een sneep. Toch zijn deze ook goed uit elkaar te houden; een houting heeft een vetvin en de sneep heeft echt een harde, rechte bekspleet. Dat zijn twee duidelijke kenmerken die de blauwneus niet heeft. De blauwneus kan zo’n 50 centimeter lang worden, misschien zelfs nog iets groter. Het record staat sinds dit jaar op 47 centimeter, wat echt al een prachtige afmeting is.

Gijs van Straten met het 47 cm lange NL record blauwneus (Vimba vimba), gevangen op de Waal (foto: Gijs van Straten).

===========================

DONAU EXOTEN

Donau-soorten die je hier kunt vangen:

  • Roofblei
  • Zwartbekgrondel
  • Pontische stroomgrondel
  • Witvinriviergrondel
  • Donaubrasem
  • Blauwneus
  • Kessler grondel
  • Marmergrondel

============================

Vijf van de acht

Helaas laat de blauwneus zich vandaag niet zien, terwijl dit voor Roman en mij een algemenere vangst is dan de donaubrasem. Ook die witvinriviergrondel wil niet nog een keer bijten en daarmee staat onze teller voor Donau-exoten vandaag op vijf van de acht.

Ik hoopte zelf dat we de zes vandaag zouden halen, maar de kessler grondel lijkt de laatste tijd vrij zeldzaam op de Waal, ik heb hem er al een paar jaar niet meer gevangen in elk geval… En de marmergrondel is een heel klein visje, wat ondiepere kleinere beken opzoekt en dus veel verder stroomopwaarts te vinden is. Ze zijn daarbij zeer klein, maximaal een centimeter of zeven, maar meestal kleiner. Doordat ze zo klein zijn, blijven ze meestal onopgemerkt door vissers.

 

De Kesslers grondel. 

Kesslers grondel (Ponticola kessleri) is de eerste grondelsoort die in ons land terecht is gekomen. Ze lijken nog het meest op de zwartbekgrondel, maar de kenmerkende vlek in de eerste rugvin ontbreekt. Daarnaast hebben ze ook een bredere plattere kop en als je ze vaker gevangen hebt, kun je het verschil vaak al snel zien aan het patroon op de flanken.

Marmergrondel (Proterorhinus semilunaris) is de laatste soort in ons lijstje en ook al is deze via de Donau in Nederland terecht gekomen, je vind ze eigenlijk niet op de grote rivieren. Ze lijken ook weer op de zwartbekgrondel, maar ze hebben twee duidelijke buisjes als neusgaten, vandaar dat ze in het Engels ‘tubenose goby’ genoemd worden. Verder ontbreekt ook weer de kenmerkende vlek in de eerste rugvin, die bij zwartbekgrondel altijd aanwezig is.

Wanneer het ongeveer half negen is, zit de beet er nog steeds heel goed in, maar toch besluiten we om er maar mee te stoppen. Hoewel we maar vier uurtjes gevist hebben, zijn we allebei tevreden met het resultaat en kijken we alweer uit naar de volgende sessie, op jacht naar exoten…

 

 

 

 

De charme van de dalende temperaturen

Zodra de thermometer onder of net boven de 0 graden komt, kijken mensen je toch wat vragend aan wanneer je zegt dat je in alle vroegte gaat vissen. En zeker met de bellyboot. De eerst reactie is vaak: ‘Het is toch veel te koud!’ of ‘De vissen bijten toch niet met dit weer?’ Maar zoals de meesten van jullie wel weten, valt dat reuze mee… 

 

Door Robbert-Jan Legtenberg

 

Waar begin je?

Zodra het kwik zakt laten veel rovers zich ook zakken richting de diepe gaten of aanliggende plassen van rivieren. De bijtmomenten worden korter maar zeker niet minder heftig wanneer je op de juiste plek op het juiste moment bent. Dit heb ik begin dit jaar ook weer mee mogen maken en dan is een grote snoekbaars vangen mooi, maar zeker geen must wanneer je met licht materiaal in een bellyboot vist.

Waar begin je dan, welke techniek gebruik je, wat voor aas doe je eraan en welk formaat pas je toe? De grootste vragen voor elke fanatieke visser, van karper tot witvis tot roofvis. Zo stel ik mijzelf deze vraag ook elke keer weer. De volledige focus en fanatisme op roofvis heb ik pas sinds twee jaar, aangezien ik voorheen meer gericht was op het feedervissen en karpervissen. Dit houdt in dat ik ook alle technieken nog aan het optimaliseren en uitproberen ben. Ik loop dus ook vaak nog tegen hetzelfde, altijd het frustrerende antwoord aan wat je krijgt wanneer je aan ervaren roofvissers vraagt naar het antwoord: proberen, proberen, proberen. Wat de ene dag niet werkt kan de andere dag wel werken.

Maar dit betekent niet dat er geen beredenering achter je strijdplan zit! Ik pak het vaak als volgt aan voor mijn eigen visserij qua techniek en aanpak.

Waar begin je dan, welke techniek gebruik je, wat voor aas doe je eraan en welk formaat pas je toe?

Jigging

Persoonlijk heb ik geen 10 hengels om alle technieken van te voren te monteren. Vaak laat ik het afhangen van het type visserij, vis je vanaf de boot, bellyboot of vanaf de kant? In dit specifieke geval gaat het om bellybootvissen op snoekbaars en dan kies ik er tot op heden eigenlijk altijd voor om één hengel te voorzien van een gevlochten hoofdlijn 10/00 met daaraan een speld, vervolgens monteer ik een fluorocarbon onderlijn van 28/00, direct op de loodkop gebonden om zo min mogelijk extra clipjes/bevestigingen bij de shad te hebben. Waarschijnlijk maak ik het mijzelf te moeilijk op die manier, maar het voelt goed om het op deze manier te doen.

Het gewicht van de loodkop is en blijft afhankelijk van de stroming en wind. Toch gebruik ik vaak 10 gram als uitgangspunt en varieer ik naar 5 tot 20 gram, afhankelijk van de situatie.

De avond van tevoren begint het al…

Shad keuze

Er is eigenlijk te veel keuze in kleuren, formaten en detaillering van de shads. Voor mij persoonlijk is belangrijk dat het een slanke flexibele shad is die makkelijk gepakt kan worden. Wat betreft staartvorm probeer ik zowel V-tails als schoepstaarten mee te nemen, zodat je kunt afwisselen als het stilvalt.

Qua kleur probeer ik aan te houden om bij helder water en helder weer natuurlijke kleuren te gebruiken en bij troebel en bijvoorbeeld mist opvallende kleuren. Dit betekent echter niet dat wanneer de zon schijnt en je kijkt op de bodem, dat ik er nooit voor kies om een knalpaarse shad te gebruiken en vervolgens toch goed te vangen. Probeer voor jezelf een standaard te ontwikkelen die voor jou werkt en word niet onzeker om af te wijken als het niet goed loopt.

Dropshot

Een van de voordelen van in een bellyboat zitten en je alle plekjes precies uit kan kammen, is dat er makkelijk een bijhengel in een steun gezet kan worden.

Tot op heden gebruik ik voor de bijhengel een dropshotmontage waar ik een kleinere shad aan doe met een andere kleur dan aan de jigging montage. Vaak gebruik ik voor het jiggen een shad van 7-12 cm, soms 15 cm, en aan de dropshot meestal een shad van 5-9 cm. Op deze manier bied je in één keer twee technieken aan en verschillende kleuren en formaten aas. Of meer mensen dit ervaren weet ik niet, maar wanneer het jiggen niet meer loopt vang je meestal nog wel een visje op de dropshot, merk ik vaak. Indien zowel jiggen als dropshot niet werkt en ik heb voor die dag de vriezer geraadpleegd, dan vervang ik de shad aan de dropshot nog wel eens door een klein dood voorntje.

De dag geboren zien worden…

Trotseer de kou

Eerlijk is eerlijk, het is niet altijd even warm in de wintermaanden op het water. Om dit tegen te gaan kun je honderden euro’s aan warmtepakken en speciale kleding kopen. Mijn totale uitgave aan kleding is circa 180 euro, waarvan 110 euro gebruikt is voor een 5 mm neopreen waadpak. Wanneer je je in de waadpakken gaat verdiepen is de kans op verdwalen bij de keuze aanwezig. Maar wanneer je praat met de ervaren vissers, dan kom je erachter dat alle waadpakken vatbaar zijn voor lekkage: de waadpakken van 60 euro maar ook de waadpakken van 300 euro. Wat ik belangrijk vind bij de keuze voor een waadpak is dat deze warm is in de winter. Mocht het in de zomer echt veel te warm worden koop ik er een ‘goedkope’ bij. Daarnaast kies ik er altlijd voor om veel lagen over elkaar heen te dragen. Startend met thermo-ondergoed, gewoon gekocht in de aanbieding bij de supermarkt voor 15 euro. Vervolgens een strak hardloop-shirt met lange mouwen, daarover een gewone hoodie en tot slot een softshell jas met daarover een ski-jas. Wat betreft het onderstel zorg ik naast het thermo-ondergoed voor dikke sokken en een trainingsbroek.

Mijn totale uitgave aan kleding is circa 180 euro, waarvan 110 euro gebruikt is voor een 5 mm neopreen waadpak.

Talkpoeder

Tijdens één van mijn vissessies vertelde een ervaren rot mij dat een goede laag talkpoeder in je sokken zweet opvangt en zo koude tenen tegengaat. Dit doe ik nu al een aantal sessies en ik moet zeggen dat het wel effect heeft. Na 4 of 5 uur dobberen voel je de kou nog wel, maar aanzienlijk minder. Daarentegen zijn er ook genoeg warmtesokken te koop die dit kunnen verhelpen indien je aanleg voor koude voeten hebt. Tot slot zorg ik dat ik altijd een lekkere warme muts bij me heb waar ik een capuchon overheen kan doen wanneer de wind aantrekt.

Geen must

Nogmaals; als je goed zoekt, kost het alsnog geld, maar kun je de kosten wel minimaliseren. Met visvrienden heb ik het ooit eens berekend dat je voor 250 euro een nieuwe bellyboot kun kopen en alle basis toebehoren. Daarentegen zijn er ook genoeg websites en webpagina’s waar fanatieke vissers hun startersset verkopen.

Uiteraard zie je de grootste en meest complexe fishfinders gemonteerd op een bellyboat wanneer je video’s bekijkt en verslagen leest. Zelf ben ik ook in het bezit van een fishfinder en het helpt ook wanneer de vis lastig bijt maar de aasvis wel aanwezig is volgens je fishfinder. Dit geeft meer zelfvertrouwen over de plek. Maar het is geen must en zeker niet om de smaak te pakken te krijgen! Bruggen en taluds uitgooien en verschillende dieptes af vissen, geeft je vanzelf de locatie van de actieve vis. Voor wie geen fishfinder heeft: er zijn ook gratis waterkaarten op internet te vinden.

Door overal over na te denken en veel te vragen en te lezen probeer ik het beste uit een vissessie te halen. Helaas komt het bij mij ook vaak genoeg voor dat er niks gevangen wordt. Hierover had ik laatst een gesprek met Luc Coppens van Westin en hij kwam met de levensles: “Je vist niet alleen om te vangen maar het gaat ook om de beleving”. En laten we eerlijk zijn: je vist inderdaad wel eens achter het net, maar wanneer je een onvergetelijke zonsopkomst meemaakt, dan zijn een paar koude tenen en geen vis slechts bijzaak. Gewoon blijven zoeken en proberen, dat komt de vis vanzelf!

Blijven zoeken en proberen, dan komt de vis vanzelf!

 

SUCCESVOLLE WINTER

Deze ‘brasem’ had ik even niet zien aankomen…

Geduld wordt beloond De meeste vissers lassen vaak een kleine winterstop in, maar ik ga juist dan weer vol aan de slag. Zeker afgelopen winter! Door de lockdown werden veel van de openbare wateren overrompeld door (karper)vissers. Daarom heb ik bewust gewacht tot de winter aanbrak, zodat ik het water weer voor mij alleen had. Tekst & foto’s: Lennert Van Loock Een beter begin kan ik me niet wensen. Locatie is alles in de winter. Als je niet in de buurt van de vis zit, dan kan je zomaar weken ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


NOORS VISPARADIJS

‘Beste fisken’ bij Lauklines Na twee prachtige vistrips in Noord-Noorwegen samen met Daniël Weyers, kon deze ondertussen jaarlijkse visreis vorig jaar om welbekende redenen helaas niet doorgaan. Toen begin dit jaar mijn collega en Nederlands' populairste vis-vlogger Daniël belde met de vraag om in september weer een paar dagen af te reizen naar het hoge noorden, was nadenken niet lang nodig; boeken en gaan! Tekst: Tamme Smit, foto’s: Daniël Weyers Veel landen die op slot zaten of erg strenge maa...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


PREDATOR TOUR

INTERNATIONAAL MEGA-EVENT Grote internationale roofviswedstrijden worden steeds populairder, steeds groter. Wedstrijden die tegenwoordig ook ‘live’ op smartphone te volgen zijn. Die trend zie je in heel Europa en Nederland dient vaak als wedstrijddecor voor dit soort mega-events. De Predator Tour is de oudste en de bekendste met de laatste edities een deelnemersveld van maar liefst 150 boten. De redactie ging op bezoek bij Evert Oostdam, de organisator en drijvende kracht achter de Predator Tour...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


BAARSFEVER

Flexibele strategie Het is inmiddels geen geheim meer dat veel rivierplassen een mooi roofvisbestand kennen, zo ook grote baarzen. Zeker momenteel, in de winter tot de sluiting van het seizoen, is het een van de meest kansrijke watertypen om gericht grote baars te vangen, ook vanaf de kant! Shimano pro-staffer David van Maanen is verslaafd geraakt aan dikke winterbaars. We gingen een dag met hem op pad om te kijken hoe hij het aanpakt. Tekst en foto’s: Mark Pijnappels en David van Maanen We tref...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


WINTER SURVIVAL

Overleven in de kou Bij vis bepaalt de omgeving de lichaamstemperatuur, dus vanaf het najaar koelen ze stevig af. Werkelijk alles gaat daardoor trager. Dat is zelfs merkbaar in stressreacties na catch & release. De grootste uitdaging komt als het ijs langdurig Elfstedendikte krijgt en de zuurstof geleidelijk opraakt. Alleen de kroeskarper kan het gek genoeg volhouden in verstikkend ijswater. Tekst: Arno van ’t Hoog, foto’s: redactie Hoe dichter je in de buurt van de polen komt, des te langer...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


LIMBURGSE MONSTERVOORNS

De vangsten van grote blankvoorns worden de laatste jaren steeds talrijker. Vroeger waren de ‘bakstenen’ beslist ook te vangen, maar tegenwoordig lijkt het wel of ze op powervoedsel zijn overgestapt, want ze worden groter en groter. Jo Adriolo vist op zo’n stek waar je ze gericht met de vaste hengel kunt vangen. Hij zal zeker geen grote aantallen gaan vangen, maar het formaat maakt alles goed… Tekst & foto’s: redactie Over het decor van vandaag hoeven we niet geheimzinnig te doen; het betref...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


VOORNVISSEN IN BUNSCHOTEN-SPAENBURG

Eén ding moet ik zeggen, ik heb al in veel jachthavens gevist, maar een mooiere locatie dan de jachthaven van Bunschoten-Spakenburg ken ik niet. Je zit pal tussen de oude jachten, zeilschepen en rondom de haven nog veel gebouwen in oude stijl. En het belangrijkste: vis is er meestal ook volop te vangen. Tekst & foto’s: Jan van Schendel Hoe vaak heb ik al niet mooie verhalen aangehoord over hele grote voorns die hier zijn te vangen in de winter. Zelf had ik hier pas één keer eerder gevist en ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Wintervissen in de praktijk met Guru toppers

Guru publiceerde recentelijk weer twee interessante video’s op haar YouTube-kanaal. Het vernieuwde concept Inside-Out XL van Guru bevat nog meer info en tips om succesvol aan de slag te gaan aan de waterkant. In de episode ‘Grote Voorn vangen met een Matchhengel’ kun je veel opsteken…

In die ‘Grote Voorn vangen met een Matchhengel’ vertelt Sjors Milder je werkelijk alles wat je moet weten om met de slider en de matchhengel aan de slag te gaan. Je kunt de video hier bekijken:

Koud!

Het water is koud en ook het feedervissen vraagt in dit jaargetijde om een andere aanpak. Anja Groot trok in de video ‘Feedervissen in de winter’ met Frank Van Waelderen naar een Belgische grindplas om een kijkje te nemen hoe hij dit aanpakt. Daarbij wordt er onder andere gevist met de Guru Ngauge 11ft feederhengel en Guru Xchange Feeders van 30 gram.

Klik hieronder om die video te bekijken.

 

 

 

Winterkarper met de pen

In de winter is het vinden van de vis vaak erg belangrijk. Het vaak heldere water maken dit gelukkig een stuk gemakkelijker in de koudere maanden. Door goed te observeren kun je zomaar een winter holding tegenkomen, zo ondervond ook Sjors Quaedackers.

Tekst & foto’s: Sjors Quaedackers

Wandeling

Tijdens een wandeling met de hond rond een plaatselijk water, kan ik natuurlijk mijn ogen niet van het water afhouden. De ondiepe stukken bekijk ik extra goed. Op een beschutte plek met obstakels (takken) zie ik donkere en lichtere stukken. De lichte stukken zijn schone stukken bodem, en de donkere stukken zijn stukken bodem met bladeren en takken… maar soms ook vissen! Daarom is het vaak niet verkeerd om vanuit meerdere hoeken het water goed te bekijken.

Op dit stuk zie ik een aantal vissen liggen en hoe langer ik kijk, hoe meer karpers ik zie. Ineens valt me op dat boven de donkere stukken ook vissen bewegen, die juist weer lichter zijn en goed afsteken tegenover de bodem. Uiteindelijk zie ik zo’n 50 vissen liggen op een stuk van ongeveer 20 vierkante meter. Bingo!

Bingo! 

GOUDEN KANS!

Gelukkig heb ik wat boilies in mijn jaszak, waardoor ik eens kan proberen wat de vis doet. Hoe ze reageren en of ze willen eten. Ik gooi wat boilies erin. De vissen zijn niet heel actief, maar ze zwemmen wel weg. Ik wacht een aantal minuten af en zie wat eenden aankomen. Ze duiken naar de boilies. Dit maakt de vissen zo nieuwsgierig dat ze een kijkje komen nemen en zowaar een paar boilies beginnen te snoepen.

Uiteraard zie ik hier mijn kans en snel gauw naar huis om mijn penhengel te halen. Omdat de vissen tussen de takken in zwemmen wil ik niet met mijn gehele uitrusting met een loodsysteem de boel verstoren. Door het rustig laten zakken van een dobbertje (schrikt de vis niet zo snel.

De penhengel, een onthaakmat, schepnet, blikje mais, brood en wat klein materiaal worden verzameld en terug richting waterkant. Aangekomen bij de stek zie ik dat de boilies al allemaal zijn verdwenen. Ik bevestig mais op de haak en gooi een klein handje mais erin. De vissen verdwijnen weer even maar ik weet dat het nu op geduld aankomt, het is afwachten tot dat de vis terugkomt. Dit duurt niet lang en binnen twee minuten gaat mijn pen de eerste keer onder. Ik sla aan en zie een schub boven komen. Helaas vals gehaakt… Ik leg de pen direct terug op dezelfde plek. Nog geen minuut later schiet de pen wederom weg. Ik sla aan en zie dat deze vis goed gehaakt is. Tot mijn verbazing zie ik een grijze torpedo, een graskarper! Na enkele minuten kan ik mijn net onder de vis schuiven, yes binnen!

Die had ik niet verwacht… 

LIJNZWEMMERS

Door de dril is de rest van de vissen een beetje geschrokken, maar omdat ik de vis niet direct boven de plek heb afgedrild, ligt er snel weer vis op de stek. Direct wat mais erin, en afwachten.. Doordat de mais geel van kleur is valt deze erg op in het heldere water en steekt goed zichtbaar af tegen de bodem. Na een keer of drie erover te zijn gezwommen zie ik dat sommige vissen beginnen te eten, wat de andere vissen triggert om ook te gaan eten. Dit is natuurlijk dé kans. Ik laat de mais rustig afzakken en niet veel later schiet de pen wederom weg. Ik zie een spiegel wegschieten tijdens het zetten van de haak. Tijdens de dril voer ik gelijk al wat mais op de plek, zo kan de vis weer rustig terugkeren naar de plek, terwijl ik rustig plaatjes kan schieten van deze vis.

Een leuke diversiteit aan karpers op dit water… 

Even later zie ik een andere donkere plek met vis, die ik eerst aanzag als en stuk met bladeren en takken. Omdat het hier om een iets dieper stuk gaat, kon ik deze inschatting lastig maken. Nu merk ik op dat ook hier een groep vissen bij elkaar ligt. Ik leg de pen er in eerste instantie niet middenin omdat ik bang ben dat de vis zal schrikken. Een aanbeet blijft uit dus probeer ik het er maar middenin op hoop van zegen. De vissen schrikken niet en de ene tik na de andere op de pen is het gevolg. Lijnzwemmers natuurlijk. Het is moeilijk om te bepalen of een vis met zijn lijf of vinnen de lijn beroert of dat het een echte aanbeet is. Het resultaat is wat teleurstellend, want ik verspeel een aantal waarschijnlijk vals gehaakte vissen, maar weet toch vier vissen op de mat te krijgen in 2,5 uur vissen.

De volgende penkarper…

PRACHTIGE WINTERKLEUREN

Twee dagen later ga ik terug naar de stek om te kijken hoe het is. In tussentijd hoorde ik al dat er iemand met een loodsysteem had gevist, wat duidelijk zichtbaar was. De vis was helaas helemaal verstoord op deze plek. Waar ze normaal lagen, is nu alleen nog een hoopje bladeren, met lege open stukken te zien. Ik besluit om het een aantal dagen rust te geven.

Een paar dagen later keer ik terug samen met mijn vriendin, om zo wat mooiere plaatjes te kunnen krijgen. De stek is nog steeds niet wat het geweest was. Toch probeer ik een gok te wagen, waar ik wel nog wat vis zie liggen. Het duurt ditmaal wel een stuk langer voordat ik de eerste vis kan haken. Na een kwartier schiet de pen toch weg. Ik sla aan en weet de vis gelukkig goed te haken, die me alle hoeken van het water laat zien en zich twee keer vastzwemt, maar uiteindelijk weet ik haar te landen. Gelukkig, de eerste is binnen, en in de tussentijd heeft mijn vriendin al wat actieplaatjes kunnen schieten. Een mooi beschubde spiegel in prachtige winterkleuren.

Actieplaatje…

Omdat het niet heel actief is op deze stek, besluit ik langs een ander water te lopen, om te kijken of daar iets te vinden is. Ook daar vind ik een winter holding. De vis ligt hier wat meer verspreid. Ik gooi wat mais erin en leg mijn haakaas net erbuiten. Omdat het hier iets dieper is, moet ik echt op de lichtere stukken in het water op de donkere schimmen afgaan. Onder de pen zie ik een aantal keren donkere schimmen langs zwemmen. Tot het moment dat er eentje een beetje blijft hangen. Ik zeg tegen mijn vriendin; “Let op, de pen zal zo gaan bewegen.” Enkele seconden later komt de pen inderdaad in beweging. Ik zet de haak en een prachtig gekleurde winterschub is het resultaat. Het slot van een prachtige sessie…

MIJN PENUITRUSTING

Het materiaal wat ik gebruik voor deze penvisserij is het volgende,

  • Hengel: Soul The Float Reloaded 13ft 1.75 lb. Lekker licht en flexibel, ideaal ook voor gevlochten lijn
  • Molen: Soul Nero FRS6000. Klein en licht, mooi in balans met de penhengel
  • Haak: Rigsolutions CE-4 Anti Eject Hook
  • Lijn: Rigsolutions Down2Earth silt 0.28 mm. Gevlochten lijn, voor het zetten van de haak en anticiperen op obstakels.

 

Zeevissen start-up: onderlijnen, haken, lood & aas

Over onderlijnen kan Martijn Dekkers zich soms behoorlijk opwinden: “Ikzelf ben niet zo van de tierelantijntjes op mijn onderlijnen. Begrijp me niet verkeerd; ik weet zeker dat wedstrijdvissers wél baat hebben bij verwerplijnen of lijnen met bepaalde versieringen. Alleen vind ik niet dat dit in de basisuitrusting van iedere (beginnende) zeevisser behoort te zitten, je maakt het voor de doelgroep van deze rubriek alleen maar moeilijker! Voor ons als recreant maakt het niet zo uit of we nu 10 of 15 vissen vangen, het gaat vooral om de beleving van je hobby. Met een paar verschillende en simpele onderlijnen vis je het gehele jaar rond…”In dit Artikel van Toen uit Zeehengelsport vertelt hij in deel 3 over onderlijnen, haken, lood en aas.

Neem alleen het meest noodzakelijke mee… 

Door Martijn Dekkers – foto’s Bram Bokkers

Het succes zit maar al vaak in de eenvoud. De onderlijn met wapperlijnen, de onderlijn met afhouders en een paar varianten van de éénhaaks lijn; meer dan dat gebruik ik eigenlijk niet.

Iedere zeevisser is begonnen met de driehaaks rode bezemafhouders. Deze zijn goed, super veelzijdig inzetbaar en overal te koop. Toch is er meer en zijn kleine aanpassingen vaak erg effectief en soms ook een must. Het grootste verschil zit hem in het materiaal waarvan de afhouders gemaakt zijn; kunststof of metaal, en verder is de lengte van de afhouders van belang.

 

Lang of kort?

Met een zwakke stroming kan de vis erg gevoelig azen. Op zo’n moment zijn lange afhouders met lange aaslijnen het beste in te zetten. Je geeft de vis hiermee net wat meer ruimte voor ze de haak ontdekken die dan al binnen zit – te laat om te spugen. Gebruik je deze in een harde stroming dan werkt het juist tegenovergesteld. Ze gaan nu last krijgen van de harde stroming en het aas wordt te bewegelijk. Nu kun je beter kiezen voor kortere stalen afhouders met een korte aaslijn die op zijn beurt weer van dikker materiaal is gemaakt. Dit blijft veel stabieler liggen en de vis werkt het bij deze stroming toch wel goed naar binnen. Bij andere vissoorten heb ik nooit veel verschil kunnen ontdekken. Stalen afhouders liggen meestal stabieler op de bodem dan kunststof afhouders. Hoe dikker het staal, hoe beter deze tegen de bodem blijft liggen. Verzwaarde afhouders raad ik instappers niet aan om te gebruiken vanaf de kant. Je gooit én sneller in de knoop én veel minder ver. Wil je verzekerd zijn dat je haken allemaal tegen de bodem liggen, vis dan goed uptide: tegen de stroming inwerpen en lijn geven tot alles plat tegen de bodem gedrukt wordt, ook al ligt je lijn dan in een bocht.

Voor onderlijnen zonder afhouders gelden dezelfde richtlijnen. Waar je de ene dag veel meer vangt met afhouders. vang je de volgende dag weer meer zonder afhouders. Over het waarom bestaan diverse theorieën, maar volledig echt onderbouwd is dit nooit. Feit is wel dat je ze altijd bij je dient te hebben!

Het gaat vooral om de beleving van je hobby…

 

Schuivend of vast

De éénhaakslijnen gebruik ik voor het vissen op grotere vissen zoals haaien, zeebaarzen, gullen en roggen. Wanneer je gericht op deze vissoorten vist wil je niet het risico lopen dat er twee vissen tegelijk aan je onderlijn hangen, dan vraag je om problemen.

Bij de aanbieding met een enkele haak kun je deze schuivend aanbieden of aanbieden via een vaste montage. De vaste montage kan je het beste inzetten bij een zwakke of gemiddelde stroming. Het beste gebruik je bij deze montage de zogenoemde ‘urfe’. Dat is een metalen stangetje dat voorzien is van een loodclip, een wartel voor de aaslijn en een wartel om de hoofdlijn te bevestigen. Verschillende merken hebben deze urfe in het pakket, maar zelf maken is ook een optie. De aaslijn dient 120 tot 150 cm lang te zijn. Vissend met de urfe kan het haakaas vrij worden opgepakt en pas wanneer de lijn zich strekt haakt de vis zich. De gehaakt vis zal direct een sprintje nemen en het lood mee trekken, aanslaan is niet meer nodig. Wanneer de vis van je af zwemt krijg je een snoeiharde aanbeet; komt de vis naar je toe dan valt je lijn slap, twijfelen is er dus niet bij. Het grote nadeel aan deze montage is dat de vis met lood en al blijft rond zwemmen wanneer de hoofdlijn breekt.

Afhouders: lang, kort, van metaal of kunststof?

Met een schuivend systeem vis je iets subtieler. Gebruik je een slider dan gebruik je een onderlijn met dezelfde lengte als hierboven beschreven. De vis kan nu ook de onderlijn rij oppakken en heeft nog wat bewegingsvrijheid. Je gaat dit wel zien op de hengeltop, een erg spannend moment, want aanslaan mag je nog niet meteen doen. Beter wacht je even tot de top zich helemaal kromt en dan pas pak je de hengel uit de steun en sla je aan. De schuifmontage is in te zetten op alle watertypen en met alle omstandigheden.

De urfe en de slider zijn waardevolle onderdelen.

 

Jojo-onderlijn

Bij een matige tot harde stroming kan je ook gebruik maken van een jojo-onderlijn, deze blijkt dan uitermate goed te werken. Dit is een onderlijn die semi-schuivend is. Deze jojo-onderlijn is niet zozeer bedoeld om te schuiven bij een aanbeet, maar vooral om te schuiven wanneer een grote vis zich gehaakt heeft. Bij het oppakken van het aas zie je dit direct op je top en vaak knalt de gehaakte vis er meteen als een malle vandoor. Wanneer de lijn strak staat schuift het lood tot ruim boven de vis, ideaal met veel obstakels in de buurt.

 

De aaslijn – het stukje lijn waar de haak aan geknoopt wordt –  kan bestaan uit een aantal materialen, maar altijd uit nylon of fluorocarbon lijn! Een gewone transparante nylon voldoet prima. Mijn voorkeur gaat meestal uit naar fluorocarbon. Niet omdat dit minder goed zichtbaar is onder water, maar puur voor de hogere slijtvastheid. Een ander nog slijtvaster materiaal is Amnesia, dit is nog slijtvaster en stugger. Deze bekende Amnesia is verkrijgbaar in vele kleuren en diktes. Overigens gebruik ik zelf maar twee kleuren, ik ben er namelijk niet van overtuigd dat al die kleuren ook daadwerkelijk meer vis opleveren. Ik geloof wel in het verschil tussen transparant, geel en rood als onderlijn. Die kleuren onderlijn heb ik dan ook voldoende bij me in de viskist.

De dikte van de aaslijn is afhankelijk van de vissoorten waar je op vist. De meerhaakse onderlijnen zijn vooral voor het vissen op wijting, schar en bot. Deze kun je prima vangen aan een aaslijntje van ongeveer 30/00. Voor de enkelhaaks onderlijnen gebruik je beter aaslijnen met een dikte van 40/00 tot 60/00.

Haken

Het belang van haken wordt vaak onderschat; er zit namelijk erg veel verschil tussen haken. Er bestaan dan ook veel soorten haken met ieder hun eigen eigenschappen. Ook hier gaan we ons weer beperken tot een overzichtelijke selectie. Het grootste verschil, en in mijn ogen ook het belangrijkste verschil, is een gezette of normale haak.

Een normale haak is zoals de meeste vissers die kennen, een rechte steel, een bocht en de haakpunt en dat alles in een rechte lijn. In de meeste gevallen de beste keuze. Ze worden gemakkelijk naar binnen gewerkt, pakken genoeg vlees en zijn ook weer gemakkelijk te onthaken.

Bij een gezette haak staat de haak iets naar buiten gebogen en is de ‘gape’, de afstand tussen de haakpunt en de steel, wat ruimer. Deze pakken sneller vlees en dringen vaak ook dieper in de bek zodat de gehaakte vis weinig kans heeft los te raken. Het nadeel van deze haak is dat hij iets minder goed naar binnen gewerkt wordt en wat moeilijker in een kleiner bekje past.

Lekker uitwaaien met zo min mogelijk bagage…

Je wisselt pas van haak als je er ook daadwerkelijk een reden voor hebt. Wanneer je geen aanbeten krijgt dan wissel je niet direct van haak, maar zoek je een andere oplossing. Sta ik op de goede plek? Heb ik de goede onderlijn? Of moet ik iets aan het aas of de presentatie veranderen? Allemaal mogelijkheden. Krijg je wel beet, maar blijven de vissen niet hangen, dán is het verstandig om van haak te wisselen. Bijvoorbeeld een ander model, groter, kleiner, het kan een enorm verschil maken! Ook een langere of iets kortere aaslijn wil wel eens helpen om de vis toch te haken. De gemakkelijkste manier om dit alles zo snel mogelijk uit te vogelen is door een onderlijn met lange aaslijnen te pakken, twee of drie verschillende haken en verschillende lengtes van haaklijnen gebruiken. Drie mogelijkheden op één onderlijn, dus je ziet dan snel wat werkt.

Onthaaktang

Natuurlijk kan een vis de haak ook diep slikken. Ga niet staan te prullen met een grote tang om de vis te onthaken. Gebruik een klein tangetje of veel beter een onthaker die gebruikt worden bij het vissen op forel. Deze heeft zowel een grote als een kleine onthaker, en deze is prima te gebruiken. Nog een leuke: een eetstokje van de Chinees werkt het allerbeste, maar dat is wel even oefenen.

Wie toch een tangetje wil gebruiken moet alert zijn op het beschadigen van zijn aaslijn net boven de haak, je beschadigt deze nog wel eens met een tang. Wil je de vis meenemen voor consumptie, dan is de keuze eenvoudig: dood hem met een flinke gerichte tik op de kop en hij hoeft niet te lijden.

Onderlijnen heb je in alle kleuren, maar beperk je tot enkele.

Lood en werpgewichten

Net als onderlijnen, bestaan er ontzettend veel soorten lood en loodvervangers. Loodvrije werpgewichten zijn sterk in opkomst, maar zeker nog niet ingeburgerd in de zeevisserij. Iedereen heeft zijn eigen reden waarom hij nog steeds met lood vist. Feit is wel dat we over een aantal jaren (2027) niet meer met lood mogen vissen, dus je een beetje verdiepen in loodvrije alternatieven is echt niet verkeerd. Tik op Google maar eens de woorden ‘loodvrij vissen’ in, en je vindt al aardig wat tips. Op Beet.nl met in de zoekfunctie ‘loodvervangers’ kom je een door mij geschreven artikel tegen met alternatieve werpgewichten.

Bij lood kiezen we in de basis uit twee soorten werplood: mét of zonder ankers. Werplood met ankers is wellicht de beste keuze voor een beginnende zeevisser, maar neem zeker ook een paar loodjes zonder ankers mee. De naam ankerlood zegt al genoeg natuurlijk, dit is lood met ankers, die dienen er voor om je lood op zijn plaats te houden. Net als bij het anker van een boot graven de ankers zich in de zandbodem in, zodat je lood ook in de stroming op zijn plek blijft liggen. Zodoende blijft ook je onderlijn keurig liggen.

 Klapankerlood; ingeklapt en uitgeklapt.

Ankers en klapankers

In lood met ankers heb je twee varianten: het lood met vaste ankers (die laten we thuis en gebruiken we enkel op de boot) en het lood met klapankers. Deze ankers klappen in wanneer je de spanning op de lijn opbouwt. Ideaal voor de kantvisserij. Zolang je lood ingegraven zit blijven de ankers netjes op hun plek, maar bouw je de spanning op wanneer je gaat indraaien dan klappen de ankers los en kan het geheel probleemloos binnengedraaid worden. Uiteraard zet je de ankers weer in de goede positie alvorens in te werpen!

Wat de meeste zeevissers niet weten is dat je heel simpel dit klapankerlood kunt upgraden. Door wat bindelastiek om de ankers van je lood te wikkelen kun je veel lichter vissen! Zo kun je onder de zwaardere omstandigheden toch wat lichter vissen. Het grote voordeel is dat je het bindelastiek ook nog eens gemakkelijk los kan trekken als je ankers vast zitten, dan klappen ze alsnog terug.

Hoe zwaar moet je lood zijn dat je meeneemt naar de waterkant? Met wat verschillende ankerloodjes tussen de 150 gram en de 200 gram zit je meestal wel goed. De meeste strandhengels kunnen dit wel aan. Ga je zwaarder vissen, check dan of je hengel dit wel aan kan. Welk lood je uiteindelijk aan je lijn hangt, hangt af van de stroming, je hengel en de te werpen afstand. Lood kies je altijd zo licht mogelijk. Wanneer de stroming hard is, vis je met zwaarder lood dan bij een zwakke stroming. Dit vergemakkelijkt het inwerpen en indraaien. Het kan natuurlijk gebeuren dat je lood door de toenemende stroming of door vuil in je lijn onverhoopt aan de wandel gaat. Draai dan direct in, voor je het weet ‘wandelt’ je lood in een obstakel en zit je muurvast.

 

Vis je dicht tegen de kant of vis je rond de kentering (dood tij) met weinig stroming, probeer dan eens een ankerloos loodje. De loodjes met een piramidevorm zijn bijvoorbeeld geweldig. Ze werpen goed en blijven prima liggen. Nu is het niet zo erg wanneer je lood een beetje verschuift, het kan zelfs je vangsten positief beïnvloeden doordat je een groter gebied afvist. Zolang het maar niet te snel verplaatst! Vissoorten als bot en zeebaars zijn ook niet vies van een aasje dat zich verplaatst, integendeel.

Dit Artikel van Toen verscheen eerder in Beet Magazine en Zeehengelsport nummer 377

Ervaring bouw je op door veel te vissen; succes!

 

 

 

 

 

 

 

 

Tips & tricks voor de winterse havenvisserij op voorn

????????????????????????????????????

Winter is tijd voor de havenvisserij. Witvissers gaan immers net als roofvissen de witvis achterna en in de diepe havens vindt de witvis rust, een iets hogere watertemperatuur en beschutting tegen wind en kou. Waar moet je aan denken als je hier gaat vissen? Jan van Schendel geeft wat tips. 

Goede uitpeilen, vaak vis je met staande haak of met overdiepte.

GOUDEN HAVEN REGELS

De standaard aanvang-strategie in havens is vaak een visserij met een staande haak. Dat houdt in: met het haakaas precies tegen de bodem. Als ik zo geen aanbeten mis, dan wijzig ik ook niks aan deze methode. Verder zijn er een aantal gouden regels.

  1. Bij het te vaak missen van aanbeten de dobber enkele centimeters dieper afstellen. Je kijkt het nu even aan, mocht je nog steeds veel beten missen, dan herhaal je dit net zo lang tot je minder beten mist.
  2. Als de vissen door het los bijgevoerde aas verder van de bodem worden gelokt, dan dien je juist verder boven de bodem te vissen.
  3. Ik voer vaak met gekookte en gekiemde hennep en casters. Met de casters ga ik tevens vissen; maden zijn niet altijd een optie omdat het vaak vol zit met kleine baarsjes. Dat is vaak zo in havens langs de Randmeren. Een made op de haak en de dobber gaat simpelweg nooit staan omdat het aas onderweg al door de baarsjes wordt onderschept. Casters zijn meestal de oplossing.

Een uitgebreid artikel over de havenvisserij met meer tips vind je in de Beet Magazine die momenteel in de winkels ligt!

Casters zijn meestal de oplossing…

LLV vlog: video terugblik op een grillige december 2021

Mist, dagenlang regen, nachtvorst, oostenwind, zuidenwind, westenwind, storm. Niets bleef de zeevisser bespaard in 2021 en ook de laatste maand december was grilligheid de enige zekerheid, ook voor de Pier- en Noordzeekanaal-vissers rond Wijk aan Zee en IJmuiden…

 Ook zonnige dagen…

Viskoorts en vangdrang

Maar viskoorts en vangdrang laten zich niet snel temmen en natuurlijk waren er ook mooie zonnige dagen en avonden die meer mensen naar de waterkant lokten, met name in de vrije dagen tussen kerst en oudjaar.

Een heiig Noordzeekanaal…

Gul, wijting en schar

In zijn nieuwste LLV Zeevissen vlog op YouTube blikt Luc Mom nog eens terug op een enerverende decembermaand vol gul, wijting en schar.

Klik hieronder om de video te bekijken.

 

Een scharretje vangen kan iedereen

In de winter staat schar en wijting centraal bij de zeevissers. Beide soorten zijn geliefd, zowel om te vangen als om er een paar mee te nemen voor het avondeten. Maar waar vind je de schar eigenlijk; van wat voor bodem houdt hij, en zit hij diep of ondiep? Vrijwel alle vragen over de schar worden beantwoord in een artikel van de Engelse site Talk Seafishing.

Mooie scharren vangen kan iedereen (foto’s John Willems en www.talkseafishing.co.uk)

In dit artikel vind je veel tips over het vangen van schar vanaf het strand of vanaf de boot. Scharren zijn niet zo gek op harde stroming en ook niet zo gek op een bruisende branding. Ze zoeken wat kalmer en dieper water op wanneer de omstandigheden wat ruwer worden. Maar als de stormen geluwd zijn, zoeken ze weer wat ondieper water op, en zeker ook in de winter.

Meer weten over de schar? Lees dan eens door het (Engelstalige) artikel op de genoemde website: klik hier.

Een triplet vanaf de boot… 

 

 

 ‘Out of the box’ feederen op de getijderivier Lek

Richting het einde van het jaar is de witvisserij op onze grotere rivieren misschien wel op zijn best. Natuurlijk zijn er ieder jaar weer uitzonderingen, maar op stromend water moet de vis in beweging blijven. En niet zelden kun je op sommige zones ook in de winter door blijven vangen. Ik noem zomaar even wat wateren op: de Rijn, Waal, Merwede, Maas, Dordtse Kil, Spui, Gelderse IJssel. En wat dacht je van de Lek?

 Stroming, grof water en veel beet; zo zie ik het graag!

Tekst & foto’s: Jan van Schendel

Getijdeverschil

Op de Lek kun je de komende maanden ook nog een visje vangen, dus ging ik met mijn feederhengel terug naar een plek waar ik al lang niet meer was geweest. Mijn stek bevond zich nabij Lekkerkerk. Op de rivier staat een sterke stroming en er is sprake va een flink getijdeverschil. Hoe vaak heb ik hier in deze omgeving al wedstrijden gevist? Lekkerkerk, Kinderdijk, Dordrecht, Capelle aan de IJssel, Alblasserdam en ook zowat het gehele Rotterdamse havengebied, allemaal waren het vroeger plaatsen waar ik bijna wekelijks wedstrijden viste. Vrijwel altijd was er volop vis te vangen. Brasems waren meestal de winnende vissen, maar soms ook zeker grote voorns en windes.

Net buiten de stroming

Het kan wel 25 jaar geleden zijn dat ik hier nog eens gevist heb, maar nog steeds wijzen de stekken zich vanzelf uit. Je zoekt altijd naar een gedeelte van het water dat goed bereikbaar is en als het even kan zoek je een stek net buiten de sterkste stroming. Probeer ook altijd te vissen op plekken waar de oever snel afloopt. Op die manier kun je vaak het gehele getijde blijven zitten nadat je eenmaal op een stek bent geïnstalleerd. Je hebt hier toch wel ongeveer een meter verschil tussen eb en vloed, vandaar.

Plaats je opstelling niet direct aan de waterlijn in verband met het getijde en flinke golven van grote schepen.

Vaak zijn het niet de meest eenvoudige stekken waarop je vist en dat bleek ook hier. De oever is overal verstevigd met flinke grote en gladde stenen en daarop moet wel het plateau of het visstation worden geplaatst. Ik begon de vissessie net een uur na hoogwater, toen het water al zo’n 20 centimeter was gezakt, eigenlijk het ideale getijde dat je kunt meemaken. Waarom? Het water gaat zeven uur af en de stroming zal tijdens de sessie misschien wel verminderen, maar in ieder geval kun je uren lang vissen onder min of meer gelijke omstandigheden.

 Een flinke dot aas valt extra op.

Meteen aanbeten

Ik heb niet eens echt een stek vooraf aangevoerd. Nadat ik eerst de stek op verschillende afstanden had uitgepeild – daarbij ook de bodemgesteldheid had bekeken – vond ik de juiste visafstand op precies dertig meter uit de oever, het was daar geschat zeven tot acht meter diep. Vanwege de niet zo grote visafstand besloot ik om te vissen met nylon ‘rechtdoor’. Bij het vissen op grote afstanden (veertig meter plus) zou ik kiezen voor een nylon voorslag van zeven of acht meter en een gevlochten hoofdlijn. Veel vissers beseffen het niet, maar je kunt in stromend water vissen met een lichtere voerkorf vissen wanneer je een 30/00 nylon hoofdlijn gebruikt…

Tot zover een deel uit het artikel dat Jan van Schendel maakte over het vissen op de Lek; een artikel dat zal verschijnen in de volgende uitgave van Beet Magazine die rond de jaarwisseling in de bus zal vallen bij de abonnees. Ben je nog geen abonnee? Voor nog geen 30 euro heb je een jaarabonnement van 9 nummers, ook leuk om als cadeau te geven: klik hier.

 

Onder de waterspiegel

Underfishing is een collectief van vier neven met een gezamenlijke passie voor vissen, duiken en snorkelen. Waar de meeste vissers alleen een foto maken van de vis die ze vangen, kijken zij onderwater mee met wat de vissen doen. Hier leren ze veel van én het is natuurlijk ook fantastisch om naar te kijken! De gemaakte beelden delen ze op Instagram en YouTube, zodat niet alleen zij maar iedereen van die fascinerende onderwaterbeelden kan leren. Tekst & foto’s: Underfishing Wij vissen al ruim ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Groot verschil

Op de attractieve toer Het gros van de kapervissers belaagt de karper op een inmiddels voor de hand liggende methode. Een vastloodsysteem gecombineerd met de bekende boilie in de vorm van een snowman of pop-up montage. Deze montage en aaspresentaties hebben zich lang en breed bewezen en geeft het benodigde vertrouwen. En met vertrouwen vang je vis. Toch is er nog zoveel meer mogelijk als het gaat om aas. Daarom ga ik wat dieper in op het inzetten van attractief aas en de verschillende mogelijkhe...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Herfstmagie

Koude najaarskarpers De karpervisserij in de late herfst heeft ten opzichte van andere jaargetijden zijn eigen charme, maar ook zijn eigen regeltjes. Bernd Brink beschrijft waarom koud water meer succes oplevert dan warmer water; welke watertypen interessant zijn in deze tijd en met welke voorbereidingen je de kans op succes kunt verhogen. Tekst & foto’s: Bernd Brink De auteur met een prachtige novemberkarper. De late herfst is voor veel karpervissers het moment op de karperspullen op te ber...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Debuut in de Alpen (deel 1)

Halfvier in de ochtend worden we gewekt door het alom gekende geluid van onze wekkers. Verassend genoeg is het deze keer niet zo moeilijk om zo vroeg uit bed te stappen. Na de nodige koppen koffie en een snel ontbijtje kunnen we eindelijk vertrekken naar het Franse land. Iets waar we al weken naar uit hebben gekeken. Bij vertrek is het even wennen om met het Russische voertuig de weg op te komen, maar al snel wordt het busje een onmisbare schakel in ons verdere avontuur. Tekst & foto’s; Wim ...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Koude karpers

Favoriete wintervisserij  We horen allemaal veel verhalen dat karpers in de winter niet eten. De vis is passief en beweegt niet. Toch heb ik mijn mooiste vissen in de winter weten te vangen; vissen die in de zomer nooit gevangen worden. Hoe steekt dit precies in elkaar? In dit artikel beschrijf ik mijn wintervisserij, welke keuzes ik maak en waarom ik zelfs nu liever vis dan in de zomer. Tekst & foto’s: Sjors Quaedackers De meeste karpervissers zien het voor- en najaar als de perfecte karper...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Kommer en kwel in de polder

In de polder  In de ochtend open ik meestal op mijn telefoon het fenomeen Facebook. Als frequente bezoeker en plaatser van karper gerelateerde content bemerkte ik dat ik af en toe de neiging had om het ding aan de kant te gooien… De reden? Jaloezie! Inderdaad jaloezie van mijn kant - niet te verwarren met afgunst! Ik kan eigenlijk wel zeggen dat het mij totaal geen moeite kost dat het grasgroener is bij de buren. Tekst & foto’s Richard Gans Geloof me als ik zeg dat ik iedereen zijn visjes gu...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Targetvisser

Interview met Mark Pansar  Het is ergens medio december 2019 wanneer ik word uitgenodigd door niemand minder dan Mark Pansar om mijn geluk te gaan beproeven op het syndicaatwater in België wat Mark zelf in beheer heeft. We vissen voor winterse begrippen een geweldige sessie en met twee vissen uit de toplaag van het bestand, verkerend in geweldige conditie, zijn we beiden uiterst tevreden. Tijdens deze social onderwierp ik Mark aan verschillende vragen en liep ons gesprek, zonder enige stilte, do...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Najaarsoffensief

Nog even alles uit de kast! Zodra alle zomervakanties er weer op zitten en het normale (werk)leven weer begint gaan we ons langzaam opmaken voor het najaarsoffensief. Zo eind augustus begin september worden de dagen namelijk alweer snel korter en koelt het in de avond/nacht al merkbaar een stuk af. De hoogste tijd dus om de herfstplannen te smeden. Voor mij betekent dit standaard minimaal één langere buitenlandtrip of eventueel twee kortere trips, afhankelijk van wat de bestemming gaat zijn. Daa...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Arrogantie afgestraft

Zonder gevoel, zonder feeling…  In het verleden behaalde successen bieden geen garantie voor de toekomt. Wie kent deze slogan niet? Afgelopen drie jaar is de boodschap keihard bij me binnengekomen. Door wentelingen in mijn leven verzeilen mijn visplannen naar een lager niveau. Lager dan ik me ooit kon voorstellen. Ze donderen gewoonweg in een diepe donkere kuil. Ik leid een ander leven. Het kan even niet anders. Tekst & foto’s: Gerard Schaaf En ik laat het me overkomen. Vanaf mijn jongenstij...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Tips en tricks: welke zeehengel past bij jou?

Martijn Dekkers ging in zijn vijfdelige serie ‘Zeevissen start-up’ Magazines Beet en Zeehengelsport) terug naar de basis om de instappers bij te praten over de beginselen van het zeevissen. In een van die artikelen gaat het over het kiezen van een zeehengel. Welke moet je nemen?

 Door Martijn Dekkers – foto’s Bram Bokkers

Je strandhengel is je gereedschap om het lood en de onderlijn daar te krijgen waar jij het nodig acht. De meest gangbare lengte voor een strandhengel is ergens tussen 390 en 500 cm. Een beginnende visser is het beste af met een hengel tussen de 390 cm en 420 cm en liefst niet te stug! Hiermee kan je prima leren werpen en vissen. Ben je wat meer gevorderd dan mag je gerust een langere en stuggere hengel gebruiken. Een ervaren visser werpt hier nu eenmaal gewoon stukken verder mee. Hoe langer je bent, hoe langer je de hengel mag kiezen, maar kies hem zeker niet te lang. Een te lange hengel is echt moeilijk te hanteren en levert meer nadelen dan voordelen op.

 

 

De auteur raadt instappers aan om bij een hengelsportwinkel advies te vragen en te gaan voor een soepele strandhengel tussen de 390 en 420 cm. Hiermee kun je al prima vooruit op de gangbare wijtingen of platvis en kun je de occasionele ‘kanjer’ zoals een gul ook op de kant krijgen.

Zomer of winter?

Dan bestaat er ook nog een wezenlijk verschil tussen de zomer- en de wintervisserij. Ben je een visser die zich vooral in de zomer aan de waterkant bevindt dan hoef je door de regel niet zo ver te werpen; 50 tot 100 meter is prima. Een korte lichtere strandhengel is nu meer dan voldoende. Strandfeeders zijn zelfs speciaal voor deze dichtbij-visserij gemaakt, zeker eens naar kijken dus. Vis je vooral in de koudere maanden op vissoorten zoals wijting en schar dan zijn verdere worpen met zwaarder lood vaak wel nodig. Een iets langere en stuggere hengel is dan een betere keuze.

De hengel moet bij jou passen qua lengte, gewicht en actie.

Vragen om problemen

Bij aanschaf van hengels wordt er vaak een vergissing gemaakt: te veel wordt gekeken welke hengels er bij een ander op de steun liggen. Uiteraard is dat wel een goede graadmeter voor welke hengels er op het moment populair zijn, maar het is vragen om problemen. Een hengel moet je passen, net als een kledingstuk. Is je kleding te groot, te klein of zit het om een andere reden niet lekker dan verdwijnt het in de kast.

 

Dijken

Ga je vanaf een dijk vissen op meer gangbare soorten zoals bot, wijting en schar dan kan je prima uit de voeten met een normale strandhengel. Je zult wel eens een lijntje verspelen vanwege vastzitten, maar deze vissoorten duiken niet de obstakels in. Wel dien je stevig door te draaien zodat je lood ruim over de obstakels binnen gehaald wordt. Gebruik dan bij voorkeur een loodlifter. Maak niet de fout onderweg te stoppen met draaien om te voelen of er een vis aan de lijn zit. Wie stopt met binnendraaien bij obstakels verliest zijn materiaal! In de betere hengelsportzaken kun je meerdere hengels vasthouden en er zelfs even buiten mee ‘oefenen’ voor je deze aanschaft. Maak daar gebruik van! Krijg je wat meer ervaring, dan kun je later eens kijken naar een zwaardere hengel van bijvoorbeeld 450 cm waarmee je zwaardere vissen kunt belagen vanaf stekken met meer stenen en obstakels. Succes!

Voor boothengels gelden weer andere normen dan voor strandhengels. Ga je met een charterboot mee, huur dan eerst eens een hengel aan boord en vraag de schipper welke lengte of gewichtklasse de juiste is.

 

 

Houd de maden in topconditie

Bij een blankvoornvisserij is het essentieel je maden in topconditie te houden. Hoe verser en zachter het aas, des te meer blankvoorns je zult vangen, zo simpel is dat. Een tip van Paul Garner helpt je daarbij, je leest het hieronder. Polenta

Vraag je lokale hengelsportwinkel wanneer zij hun verse maden geleverd krijgen en koop ze dan zo snel mogelijk na aankomst. Ik verwijder al het zaagsel en vervang het door polentabloem, wat hun huid zachter maakt.

Polenta…

Kerrie

Met kruiden kun je maden ook extra aantrekkelijk maken. Kurkuma geeft maden bijvoorbeeld een kerrie-achtige geur en geeft de huid een donkerder brons-achtige kleur. Voeg een theelepel bij een halve liter maden; het werkt vooral goed als het water erg koud is.

Zeker in de winter heb ik goede ervaringen met kurkuma als poederadditief.

Extra tip

Als je veel aanbeten mist met een enkele made aan de haak, prik de haak dan eens door het midden van de made in plaats van aan het eind. Vaak gaat je vangstgemiddelde omhoog.

 Een onconventionele manier van haken, maar soms schiet je hakingspercentage erdoor in de hoogte!

 

 

Het plaatsen van de laatste loodjes

Onze vissende tweeling Twan en Mandy Swart geven geregeld tips op deze pagina’s over het witvissen en wedstrijdvissen. De jeugdige pro-staffers van Browning hebben ondanks hun jonge leeftijd al heel wat ervaring hebben opgedaan tot op het hoogste niveau van de jeugdwereldkampioenschappen. Vandaag gaat Twan wat dieper in op de loodverdeling op je lijn…

Ook Twan vist al wat jaartjes op hoog niveau… 

Zoals Mandy in de vorige Tips & Tricks al schreef, is het gebruik van onderlijnen voor haar een must, ondanks de bezwaren die sommigen hebben tegen de knoopjes en lusjes van de lus-in-lusverbindingen: klik hier.

Loodverdeling

De loodverdeling op de lijn is een ander belangrijk onderwerp bij het vissen met de vaste stok en dobbers.  Twan geeft hieronder zijn visie op dit onderdeel:

“Je kan nog zo’n perfecte vislijn gebruiken; het blijft wel belangrijk om die vislijn zo optimaal mogelijk te laten functioneren tijdens het vissen. Een van de belangrijkste factoren die daarbij een rol spelen is de manier waarop de loodjes die je gebruikt voor het uitloden van de gebruikte dobber op de vislijn zijn geplaatst. Die loodjes bepalen de precieze aaspresentatie en die presentatie moet de vissen verleiden om het aas op de haak te pakken. Bijna nooit is de ideale aaspresentatie hetzelfde en vaak zal je dus de loodhageltjes moeten kunnen verplaatsen. Er kan van alles mis gaan bij dat verplaatsen. Als de loodjes te vast zijn gemonteerd zal de vislijn gaan beschadigen, als ze te los op de lijn staan verschuiven ze uit zichzelf en ook dat is natuurlijk niet goed.

Hagels van goede kwaliteit… 

Gelukkig zijn er tegenwoordig volop loodhagels verkrijgbaar van een goede kwaliteit. Dat wil zeggen hagels met een mooie gecentreerde en diepe inkeping (nerf) waarin het nylon komt. Die loodhagels zijn verkrijgbaar in allerlei maten die in cijfers worden ingedeeld. Hoe hoger het cijfer hoe kleiner de loodhagel. Ik gebruik zelf graag de verdeeldozen met daarin een stuk of tien verschillende maten hageltjes.

Loodtangetjes

De beste manier om een loodhagel vast te zetten op het gebruikte nylon is op zich vrij simpel. Even vooraf het nylon bevochtigen, het nylon in het nerfje van de hagel plaatsen waarbij het nylon onder spanning blijft en dan met een loodtangetje het nerfje van de hagel dicht drukken. Vaak echter zit nu het loodje te vast en daarom druk ik nog een keer met het loodtangetje haaks op de positie van het loodje toen ik het loodje dicht drukte en waardoor het loodje weer iets minder vast op de lijn komt te staan. Daarna schuif ik het hageltje naar boven op de vislijn en voel ik dan automatisch of het loodje goed op de lijn staat of niet. Als het niet goed voelt verwijder ik dat hageltje en plaats ik een nieuw hageltje op de lijn.

De misschien wel allerbeste manier is om het onderste stukje nylon ‘dubbel’ in het nerfje van de hagel te drukken voordat je het nerfje dicht drukt. Het is wel een bewerkelijke manier misschien maar als je nu het redelijk vast zittende loodje omhoog schuift op de lijn dan bereik je automatisch het punt waar het dubbele nylon ophoudt en daarna schuift vaak het loodje perfect op de nu ‘enkele’ lijn.

Houd de loodverdeling zo simpel mogelijk! Meestal is een hoofdlood (bulk) van een kettinkje van loodhagels met daaronder enkele kleinere valloodjes de beste manier. Zorg altijd voor minimaal vier valloodjes van dezelfde maat. Wanneer je ze niet allemaal nodig hebt schuif je de overbodige valloodjes tegen het hoofdlood en als je zwaardere valloodjes nodig hebt schuif je ze in groepjes van twee bij elkaar. Zo kan je maximaal inspelen op iedere vissituatie. Nummertjes 9, 10 of 11 zijn vaak de beste maten om als valloodjes te gebruiken. Succes!”

Vissen met vertrouwen!

Een tweeluik in het Franse land

Het is inmiddels november en in mijn hoofd zit nog één laatste roadtrip naar het Franse land, wat zo ongeveer mijn tweede thuis is geworden. De twee weken voorafgaand aan de trip heb ik de temperaturen en neerslag nauwlettend in de gaten te houden. Deze zijn mij dit keer beide gunstig gezind. De nachttemperaturen liggen nog ruim boven nul en overdag wordt de 17 tot 18 graden nog aangetikt. Ook heeft het niet noemenswaardig geregend. Dit zullen ook de omstandigheden worden voor mijn roadtrip.

 Tekst & foto’s Nico Breevaart

Na een 1000 km lange rit arriveer ik eind van de middag aan de oevers van de Lot. Ik krijg spontaan last van barbeelkoorts en binnen mum van tijd liggen twee Korum Trilogy hengels in! Deze hengels zijn ideaal voor als je meerdere rivieren in één sessie gaat bevissen omdat ze zijn uitgerust met drie tips. Naast een quivertip kan er ook worden overgeschakeld naar een 1.75 lb of zelfs 2.2 lb top, op alles voorbereid dus. Deze sessie kies ik gezien de matige stroming voor de 1.75 lb tip die met gemak de benodigde 120 grams korven kan wegzetten.

Met de 1.75 tips langs de Lot…

De temperaturen zijn nog ruim boven nul hier bij de Lot… 

Wat een start

Na 15 minuten wordt de lange reis al beloond. De eerste barbeel heeft zich brutaal aangediend en kon de 14 mm cheesy-garlic pellet niet laten liggen. Daarna blijf ik om het kwartier verse gevulde River Cage korven brengen om zo de vis aan het azen te krijgen en te houden. Deze korven zijn aan één kant afgesloten waardoor je het voer goed in de korven kan drukken en het voer mondjesmaat de korf verlaat, precies wat ik wil bereiken. Deze aanpak werkt duidelijk want met regelmaat giert de Baitrunner. Mijn uitzicht is trouwens geweldig en is ben intens aan het genieten. Na een paar uur vissen is het inmiddels donker en aardig afgekoeld en staan er al 11 barbelen op de teller, wat een start!

Zo telt het aardig op… 

Gedoseerd voeren met de juiste korf…

De volgende dag zoek ik een andere stek en pas ik dezelfde strategie toe. Na een frisse ochtend met toch nog drie barbelen breekt het zonnetje door en zit ik zo waar in een T-shirt en dat in november. Ook de barbelen worden blijkbaar geactiveerd want ik krijg de ene na de andere dreun op mijn hengel te verduren en heb ik na 2,5 dag 37 barbelen op de teller staan. Ik weet haast niet wat me overkomt!

Na een frisse ochtend breekt het zonnetje door… 

Rhône

De tweede rivier op het programma is de Rhône. Deze rivier is niet te vergelijken met de Lot. De 1.75 lb wordt meteen ingewisseld voor de 2.2 lb. De stroming is hier een stuk grimmiger, evenals het bodemverloop. Na een uur vissen heb ik schoon ‘traject’ gevonden en geeft een mooie kopvoorn mij een warm welkom. De barbelen volgen niet veel later en ook hier doet de cheesy-garlic pellet zijn werk. De barbelen zijn hier in combinatie met de stroming wel een stuk sterker dus moet ik nog vol aan de bak. Ik krijg zo nu en dan een pauze van een 1 tot 2 uur. Er zijn hier duidelijk aasperiodes en dat wetende blijf ik wel stug korven voer brengen om de tafel gedekt te houden. Dan geeft het weer extra voldoening als na zo’n pauze de hengel weer diep doorbuigt en het drillen weer kan beginnen.

De Rhône is weer een hele andere rivier…

Na 4,5 dag vissen is het tijd om de balans op te maken. Ik kan meteen stellen dat het een zeer geslaagde en gevarieerde trip was. In totaal 57 barbelen gevangen en nog een aantal kopvoorns en brasems als extra vangst. In ben voldaan, weer helemaal opgeladen en beloof mezelf plechtig om hier over een paar maanden weer achter de hengels te zitten!

Tot volgend jaar!

 

 

Bellybootvissen

Volwaardige éénpersoonbootjes

Bellyboten bestaan al lang, al minstens sinds 1915 toen een Nederlandse uitvinder zich liet fotograferen in een bizar ogende drijvende band op het IJ in Amsterdam. In die honderd jaar is er echter heel erg veel veranderd, waardoor de bellyboten van nu er steeds meer als volwaardige éénpersoonsbootjes zijn gaan uitzien! Steeds meer mensen maken de stap en kopen een bellyboot. Als verwoed bellybootvisser van het eerste uur vind ik dat prachtig. Deze kleine vaartuigjes hebben immers zo ontzettend veel te bieden!

Tekst: Tom Sintobin, fotografie: Tom Sintobin, Rudy van Duijnhoven, Kristof Sinnesael, Bart Debaes, Felix Taveirne, Michel Rijnberg en Feije Graphorn

Ze zijn makkelijk te vervoeren in gewone personenwagens, je hebt er geen grote stallingsplaats voor nodig en ook geen trailer. Je kunt op stekken komen waar je met een gewone boot of vanaf de kant niet bij kunt, je bent letterlijk één met de natuur, het drillen van een vis is gruwelijk spannend en zelfs als je maar een paar uurtjes hebt loont het de moeite om te gaan. Steeds meer mensen verkopen er zelfs hun gewone boot voor! Maar waar moet je nu als beginner op letten bij de aanschaf? Er is inmiddels heel wat te kiezen. Een en ander hangt natuurlijk af van je budget, maar ook wat je er precies mee wil gaan doen speelt een rol.

HET BEGIN

Those were the days…

Vroeger waren bellyboten helemaal rond. Er in- en uitstappen was een crime, veel opbergruimte had je niet, je zat tot aan je middel in het water en ook waren deze bellyboten niet zo stabiel. Ik ben ermee omgekanteld in Ierland, tijdens het vissen op pollak, dus ik weet waarover ik het heb. Ik was er dus niet rouwig om toen er U-vormige bellyboten op de markt kwamen, want die waren sneller én een stuk comfortabeler, doordat je hoger zat. ‘Hi and Dry,’ zo noemde een fabrikant zijn product – en terecht. Andere bekende merken uit die tijd waren Outcast, destijds de Rolls Royce onder de bellyboats, Guideline en Creek Company ODC. Met spanbanden kan je je dieptemeter en hengelsteunen monteren. Ze bestaan uit een nylon omhulsel (waarvan de duurzaamheid wordt aangegeven in ‘denier’), met daarin twee drijflichamen – oftewel ‘bladders’. Dat maakt ze best kwetsbaar, want zeker een standaard plastic drijflichaam raakt tamelijk makkelijk lek, vooral op de naden. Eerlijk is echter eerlijk: ik heb vele jaren met heel veel plezier gevist met dit type bellyboot – en gebruik ze soms nog! Ze zijn licht – met de Creek Company UL, die rond de 5 kilogram aantikt, als absoluut pluimgewicht – en heel compact opvouwbaar, waardoor ik ze bijvoorbeeld kan meenemen in het vliegtuig of meesmokkelen in de bagage op gezinsvakantie.

Veel veranderd: bellyboot in de 21ste eeuw.

Dat geldt echter niet voor een ander type bellyboot dat destijds ook op de markt was, de zogenaamde pontoonboot. Die bestaan uit twee drijflichamen die middels buizen aan elkaar vast hangen – een beetje zoals een catamaran. Dit type boot is lekker stabiel en biedt minder weerstand in het water door het ontbreken van een punt. Door de constructie vergt het echter wel behoorlijk wat handelingen om hem ‘ready for action’ te krijgen.

PVC-BOTEN

Sinds een jaar of tien worden bellyboten voornamelijk van PVC gemaakt: een dik en duurzaam materiaal, dat bijvoorbeeld ook voor het bouwen van Zodiacs wordt gebruikt. PVC-bellyboten die je veel ziet in de Lage Landen, zijn onder andere de Floatmaster UL of XL, de 12BB Stealth en de opvallend gekleurde Madcat. Deze boten zijn doorgaans tussen de 150 en 180 cm lang, kunnen tot 130 kilogram dragen, en wegen meestal zo rond de 12 kilogram. Met dat laatste hebben we meteen het voornaamste nadeel van dit materiaal te pakken: het is beduidend zwaarder en zeker ook duurder dan de modellen met bladders. Voor vliegreizen is zo’n PVC-bootje dus minder geschikt, maar ook aan de waterkant zal je het verschil gegarandeerd voelen. Gelukkig zijn er tal van creatieve oplossingen verzonnen die het extra gewicht makkelijker te slikken maken. Sommigen maken gebruik van een setje wielen die ze onder de boot zetten, maar dan moet je die natuurlijk wel ergens kwijt kunnen tijdens het vissen. Anderen hebben zelfs een heuse trailer gemaakt voor hun slagschip!

Een reuzenrugzak…

Nog anderen slepen hun bootje gewoon over de grond; als er geen scherpe stenen liggen gaat dat meestal wel goed want PVC is erg robuust. Mijn eigen voorkeur gaat uit naar draagriemen onder de boot, waardoor ik hem als een gigantische rugzak kan gebruiken. Het is even wennen om dat ding op je rug te krijgen, maar door hem op zijn punten te zetten en dan door de knieën te gaan, lukt het me prima – en ik kan er echt honderden meters mee rondlopen.

Ultieme vrijheid; gaan waar en wanneer je wilt.

NAAR EIGEN WENS

Je hoort wel eens dat je voor groot water een van de grotere modellen PVC-boot moet pakken, maar dat is niet mijn mening. Het voornaamste verschil zit hem mijns inziens in de hoeveelheid plek die je hebt om je boot naar wens af te bouwen. Dat kan met een PVC-bootje namelijk prima: met de juiste lijm kan je er immers van alles en nog wat op bevestigen. Een bekend merk is Scotty, maar recent timmert ook Railblaza aan de weg met diverse ingenieuze systemen om je bootje helemaal naar wens op te tuigen zoals jij dat wil. Van hengelsteunen tot dieptemeters, van drankjeshouders en tafeltjes tot een rondom schijnend licht: je kunt het zo gek niet bedenken of het is kant en klaar te koop. Wat trouwens ook handig is, zijn extra handvatten: die kan je precies plakken op die plekken waar je je boot wilt vast kunnen pakken om hem te dragen.

 

Behalve dat je meer plek hebt om accessoires vast te zetten, heeft een grotere boot ook meer drijfvermogen natuurlijk – dus voor de wat forser gebouwde medevissers is dat wel een uitkomst. Tot slot: als je een PVC-boot wil aanschaffen, vraag dan zeker even na hoeveel luchtkamers dat ding heeft. Hoe meer dat er zijn, hoe beter – want dan kom je niet in de problemen als er onverhoopt toch een lek raakt terwijl je vaart. Een dreg, de stekel van een snoekbaars, een ondiepe mosselbank… we komen met meer scherpe dingen in aanraking op het water dan je zou denken! Op het moment van schrijven is de volgende stap in de evolutie al gezet: de kruising tussen de PVC-bellyboot en de pontoonboot. De Floatplus One is daarvan de pionier. Het grote voordeel van deze boot is dat hij net zo makkelijk op te tuigen is als een gewone PVC-boot, maar toch een heel stuk sneller is doordat hij zoals een pontoonboot minder raakvlakken heeft met het wateroppervlak.

Zo’n goed uitgeruste bellyboot doet niet onder voor de meest geavanceerde (en dure) visboot!

THE NEED FOR SPEED

En daarmee zijn we bij een fantastische nieuwe ontwikkeling gekomen: bellybootmotoren. Zat ik vroeger soms te vloeken als ik weer eens helemaal aan lager wal was beland en een pokkeneind moest terugflipperen, of als er voor de zoveelste keer een kramp in mijn kuit schoot, nu draai ik vrolijk aan het knopje en mijn elektromotor vaart mij zacht zoemend naar mijn instapplek. Elektromotoren voor bellyboten zijn er tegenwoordig te kust en te keur: zelfbouw door al dan niet handige Harry’s (maar daar waag ik me niet aan, want vergeet nooit dat elektriciteit en water geen goede combinatie vormen), en professionele modellen. Van die laatste categorie zijn die van Floatplus en Haswing de bekendste in de Benelux. Goedkoop zijn ze niet, en al helemaal niet als je een waterdichte en ultralichte lithium-ion of LiFePO4 accu erbij wil, maar wát een spectaculaire verbetering van je visserij!

Een elektromotor vergroot je actieradius enorm.

Er zijn twee verschillende manieren om een motor op een bellyboot te monteren: achteraan op de punt of onder de zitting. Die laatste montage geniet mijn voorkeur. Ik vis namelijk graag pelagisch, waarbij ik precies boven de vis probeer te komen. Met de motor onder mij is mijn draaicirkel een stuk kleiner dan wanneer hij achter me op de punt staat, waardoor ik veel preciezer kan vissen. Een bijkomend voordeel is dat er niets uitsteekt onder water voorbij de punt van mijn bellyboot – een voordeel in havens, waar ik me anders de hele tijd zorgen zit te maken of ik niet tegen een meerpaal aanbots. Daarnaast vind ik het ook erg fijn om een motor te hebben die licht is en heel compact is op te bergen. Ik woon namelijk niet heel groot, en dan moet ik slim omgaan met bergruimte.

Voorstanders van de motor achterop wijzen erop dat ze de motor graag kantelen alvorens naar de kant te varen, om zeker te zijn dat ze de bodem niet raken, maar dat is voor mij geen issue omdat ik altijd achteruit vaar zodra ik bij de kant kom: dan zie ik precies wat ik doe. Een ander argument dat je wel eens hoort is dat je met een motor onder je in de problemen raakt als er troep in de schroef zou komen, maar als je de motor op de juiste plek zet, kan je er met je hand makkelijk bij. Maar goed: ieder zijn mening, en dit was de mijne.

Een bellyboot is ook ideaal voor het vissen op meerval… en steur!

PLAKKEN & VERLIJMEN

Een gaatje of beschadiging in je PVC-bellyboot is net als de binnenband van je fiets vrij eenvoudig zelf te plakken. Hetzelfde geldt voor het verlijmen van accessoires. Maar je moet wel goed op een aantal dingen letten, zo weet Leo van Kewi.nl als geen ander. Zij hebben jarenlange ervaring met het repareren/plakken van rubber- en bellyboten. Zij gebruiken al jarenlang Adeco Adegrip PVC-lijm: een hoogwaardige 2-componentenlijm. Het is eenvoudig te verwerken, geschikt voor de grootste reparaties en het verlijmen van grote onderdelen waar veel kracht op komt te staan.

  • Vind eerst het gat door zeepsop op de opgeblazen boot te smeren (net als bij het vinden van een gaatje in een binnenband van je fiets).
  • Zorg dat de boot helemaal leeg is, zonder lucht.
  • Zorg dat de ruimte goed droog is – geen vochtig weer en/of ruimte!
  • Zorg dat de plakker minimaal 5 cm rondom groter is dan het gat – heel belangrijk! Plakkers zitten meestal standaard bij aanschaf van de boot net als een tubetje lijm – let op; die lijm is na 2-3 jaar meestal wel verdroogd.
  • Goed schuren en daarna ontvetten met aceton.
  • Smeer beide delen goed in en wacht 5-6 minuten. Daarna stevig op elkaar drukken.
  • Leg een plankje boven en onder met tussen het materiaal en het plankje een stuk stevig schuimrubber/foam en klem vast met twee lijmklemmen. Zonder klemmen heeft het eigenlijk geen nut.
  • Minimaal 24 uur laten drogen

Leo voegt daar nog het volgende aan toe: “De 2-componentenlijmen van nu zijn helaas niet meer zo goed als vroeger door strenge milieueisen. Verlijmen van accessoires is vaak niet zo eenvoudig – vaak iets ander/vetter materiaal en goed aandrukken met klemmen soms moeilijk. Belangrijk is eerst grof schuren! Berg de boot droog op in een tas en zorg dat er geen muizen of ratten bij kunnen – die lusten namelijk ook PVC!”

VEILIGHEID

Tot slot nog wat losse tips. Lucht zet uit naarmate de temperatuur stijgt, zoals diverse bellybootvissers al hebben moeten ondervinden: een geweldige knal en hun in de zon bakkende bellyboot explodeert. Het is daarom verstandig om je bellyboot niet helemaal hard opgepompt weg te zetten, zeker niet de bladder-modellen. Anderzijds doe je er ook goed aan om je bellyboot niet helemaal leeg te laten lopen als je hem opbergt, want de kreuken in het materiaal kunnen lekken veroorzaken. Voor de rest zijn bellyboten en elektrische motoren onderhoudsvrij. Zorg er wel voor dat de accu’s regelmatig worden opgeladen: dat verhoogt de levensduur. En terwijl ik het toch over accu’s heb: hoe sympathiek de prijzen van Ali ook zijn, neem geen risico en koop accu’s enkel bij een gerenommeerd merk. Slechte batterijen zijn namelijk de belangrijkste oorzaak voor brand!

Zelfs in barre omstandigheden…

Bellyboten zijn tegenwoordig ontzettend stabiel – je kunt er zelfs op gaan staan! – en hebben een stuk minder last van de wind dan een gewone boot, zodat je ook bij wat ruigere omstandigheden kunt vissen. Gebruik echter ook aan het water altijd je verstand en denk aan je veiligheid. De Waal even oversteken in een drijvende sofa is niet het beste plan, net zo min als in het midden van de nacht zonder verlichting ronddobberen. Bekijk de richtlijnen van Sportvisserij Nederland even voor je op pad gaat en zorg dat je de Bellyboat Bewaarkrant bij je hebt (www.sportvisserijnederland.nl). Een reddingsvest is niet wettelijk verplicht maar wel slim, zeker als je je nog niet helemaal zeker voelt. Als beginner kan je het beste op een stilstaand en niet druk bevaren water gaan oefenen. Vissen met een bellyboot is niet moeilijk, maar je moet even door krijgen hoe je je benen als roer gebruikt. Of vraag een proefvaart aan bij een van de vele enthousiastelingen die die aanbieden – een lijstje vind je op Facebook bij het grootste bellyboatforum van de Lage Landen: Bellyboat Vissers.

Zoeken naar het beste…

It's all in the game… Roofvissen is voor mij meer dan een hobby. Het is een passie. Ons leven is erop aangepast. Dromen najagen en verhalen maken. Op het water. In de natuur. Samen en alleen. Zoeken naar het beste. Zo zijn we, Jochem Myjer en ik, onlangs gestart met ons eigen merk RIVER7 – we zijn bezig om de beste crankbaits, hengels, lijnen en andere producten te vervaardigen. Op zoek naar het beste van het beste. Ook met boten, motoren en andere zaken zoals sonar/gps wil ik het beste. Een zoe...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Vissen op nieuw water

Je kent het wel; je hebt een nieuw, groot water op het oog maar dan slaat de twijfel toe. Waar moet je beginnen, hoe en waarmee? Met een goede voorbereiding kom je al een heel eind, en ook tijdens een eerste (verkennende) visdag kun je al veel te weten komen. We gingen op stap met Raymarine prostaffer John Smit op een voor hem totaal onbekend water. Diep, kraakhelder en groot. Uitdagend water dus!

Tekst & foto’s: Arnout Terlouw

Het bewuste water dat we voor deze dag hebben uitgekozen is geen Vispas-water, dus de eerste voorbereiding bestond uit het regelen van een (dag)vergunning. Die kunnen we gelukkig ter plekke verkrijgen en nadat dat geregeld is varen we via een paar ondiepe sloten de plas op, denken we. Het is een bewolkte nazomerdag wat gezien de helderheid van het water niet zo slecht is. Minder is dat er heel weinig wind is voorspeld… snoeken houden wel van een windje, zo is de ervaring. Ik schenk een kop koffie in en ondertussen stelt John zijn apparatuur en beeldschermen in. Ik ben benieuwd naar zijn aanpak op dit water. Een water dat ik nog ken vanuit de tijd dat ik er af en toe op karper viste en waar ik ook twee keer eerder had gesnoekt, jaren geleden.

Als je een voor jou nieuw water wilt gaan bevissen, hoe ga je dan te werk? Vooraf en tijdens de visdag?

Vooraf kijk ik vooral naar bodemstructuur en dan met name de kant waar de wind op staat. Daar bevindt zich vaak de meeste vis. Als de bodemdiepte een verloop kent, of de nodige kuilen en andere onderwaterstructuren, dan is dat automatisch een plek waar roofvis zich op kan houden. De Navionics Boating app is daar heel behulpzaam bij. Ook zoek ik naar plekken waar stroming kan staan, bijvoorbeeld op kruisingen van water, of bij een sluis of duiker. Ook bijna altijd goede plekken. En ook bruggen en andere structuren op en rond het water zijn als eerste aan de beurt. Daarnaast google ik natuurlijk vooraf het water en kijk of ik foto’s vind van vis die daar eerder gevangen is, en waar.

Tijdens de visdag ga ik de vooraf bepaalde spots als eerste af, vaak door er te trollen zodat ik snel een flinke oppervlakte kan bestrijken en kan zien wat ik tegenkom. En ik kijk heel goed om me heen. Soms zie je dan zaken die je online niet kan waarnemen, zoals bijvoorbeeld overhangende bomen, schepen die aangemeerd zijn of jagende vis en/of meeuwen. Allemaal indicaties van de mogelijke aanwezigheid van roofvis. En natuurlijk maak ik optimaal gebruik van de op mijn boot aanwezige Raymarine apparatuur.

Voor mijn visserij doet deze opstelling precies wat ik nodig heb.

Welke apparatuur gebruik jij en waarom?

Ik heb aan boord een Raymarine Element12 en een Raymarine AxiomPro12, de laatste in een netwerk met een Raymarine Axiom9 voor de visser voorin. Voor mijn visserij doet deze opstelling precies wat ik nodig heb. Ik vis met name op groot open water en grote kanalen. De uitstekende locatiebepaling in combinatie met de HyperVision functie van de Element geeft me een zeer scherp beeld van wat er onder water onder mijn boot gebeurt en ook links en rechts naast mijn boot. Kijk maar eens naar de foto’s.

Hoe deel je jouw schermen het liefste in en waarom?

De AxiomPro12 heb ik vaak op volledig scherm op de kaartfunctie staan. Hiermee kan ik heel precies zien waar ik me bevind ten opzichte van de onderwaterstructuren. En ik heb hierop altijd de ‘sporen tracks’ functie aanstaan zodat ik goed kan volgen waar ik al ben geweest. Voor de oriëntatie heb ik de kaart altijd op ‘noorden boven’ staan. Dan blijft de kaart stilstaan en dat vind ik zeker bij het varen van rondjes achter een school prooivis aan of bij veel wind veel rustiger. De Element12 gebruik ik altijd voor de SideVision functie en afwisselend met of sonar of DownVision; dat hangt een beetje van de watersituatie af. Ik vis graag werpend op groot wild, de SideVision functie geeft me dan de meeste informatie over wat er zich naast de boot bevindt. De kaart geeft precies aan waar ik ben.

Heel interessant beeld. Hier varen we op de rand van het talud. Op de sidescan rechtsonder zien we planten (A), op het scherm linksonder en rechtsboven vissignalen (C). De vis ligt dus tegen de planten aan op de rand van het talud. Op sidescan linksonder (B) zien we ook kuiltjes in de bodem waar het dieper afloopt. De kuiltjes zijn vaak schaaldieren die deze graven (kreeften en krabben). Aas voor snoekbaars en baars!

Linksboven op de sonar: recht onder de boot signalen van grotere vis onder een wolk speldaas. Gezien de type signalen waarschijnlijk een school baars. Helemaal rechts onderin op de sidescan nog een groter signaal op ongeveer 3 meter (10-7 meter waterdiepte) buiten de boot.

Fonteinkruid gevonden!

HANGEN!

Eenmaal op de plas zelf bespreken we de aanpak. Het is nog vrijwel windstil en John besluit om eerst de ondieptes uit te vissen naar de aangrenzende sloten. De boot wordt net over het behoorlijk scherpe talud gepositioneerd op zo’n 4-7 meter diep, vanwaar we onze jerkbaits prima over het ondiepe kunnen binnentikken. Op het scherm is duidelijk te zien dat er behoorlijk wat planten staan, maar dat hadden we met onze ogen al gezien. Het water is zo helder dat je gemakkelijk drie, vier meter zicht hebt en zelfs met het bewolkte weer zien we hier en daar stengels fonteinkruid meters omhoog steken. Plekken waar je snoek zou verwachten, toch? Lang hoeven we niet te wachten op de bevestiging als een kleine snoek al bij de derde worp vol op mijn jerkbait knalt… en voor de boot net zo snel weer losschiet.

Helaas gebeurt er daarna niets meer en gaan we over op plan B. John wil eerst een stuk gaan trollen om al varend een beter idee te krijgen van de bodemstructuur en potentiële stekken.

Trollen om al varend een beter idee te krijgen van de bodemstructuur en potentiële stekken.

Hoe helpt jouw apparatuur bij het vinden van stekken, hoe zet je die in?

Ik zoek naar onderwaterstructuren waar vis zich kan ophouden, scholen prooivis, of naar grote signalen van roofvis. Hiervoor gebruik ik de sidescan en downscan van mijn Raymarine apparatuur. Zodra ik iets interessants tegenkom zet ik een waypoint en afhankelijk van wat ik zie ga ik of gelijk gericht erop vissen (groot signaal bijvoorbeeld) of ik trol door en kom later terug. Terwijl ik vaar heb ik ook de SonarChartLive functie aanstaan. Hiermee actualiseer ik ter plekke de onderwaterkaart en heb ik de laatste situatie in mijn scherm staan.

Op deze manier breng ik heel snel grote stukken water in beeld en kan ik snel gericht gaan vissen. Ik ga dan terug naar de gezette waypoints en maak dan een plan hoe ik die stek ga bevissen. Het hoeft overigens niet zo te zijn dat ik precies naar dat waypoint terug ga. Soms blijf ik op afstand en werp ik de stek af, met shads of jerkbaits bijvoorbeeld.

Navionics SonarChart Live

Navionics SonarChart Live

Raymarine toestellen kunnen in combinatie met SonarChart Live dieptekaarten verder detailleren en actualiseren. Je zet deze functie aan in je kaartfunctie en het toestel doet daarna de rest terwijl je vaart. Een zeer welkome aanvulling om je stekken net wat meer detail te geven of om uit te zoeken waarom je juist op die ene plek vaker beet krijgt dan op een andere. Ik heb een aantal spots zo echt beter leren begrijpen.

Wat bepaalt uiteindelijk voor jou waar je gaat vissen, welke stekken?

Oei, hier is zoveel over te zeggen. In dit nummer staat ook het laatste artikel van een drieluik over het vissen met jerkbaits waarin ik daar veel over vertel. Maar als ik moet kiezen waar ik het meest mee rekening hou dan zou ik zeggen:

1. Tijd van het jaar; wat doet de vis qua gedrag?

2. Watertemperatuur; bepalend voor de keuze van het kunstaas en snelheid van varen.

3. Bodemstructuur; planten, taluds, geulen.

4. Waterplanten; altijd goed, zeker fonteinkruid.

5. Aasvisconcentraties en type aasvis; cruciaal; vind je die dan zijn de rovers nooit ver!

Deze variabelen in combinatie met goed gebruik van de apparatuur en zelf superscherp zijn met wat er om je heen gebeurt is wat mij betreft allesbepalend.

Tussen, of beter gezegd achter de planten vandaan geharkt.

WAARDEVOLLE INFO

Tijdens het trollen en ondertussen in kaart brengen van de dieptes en het diepteverloop, blijkt al snel dat mijn kennis over dit gedeelte van het water toch niet helemaal strookt met de actuele werkelijkheid… en dat ook de Navionics kaart in dit geval niet helemaal klopt. Interessant om te zien en waardevolle informatie voor een eventueel later bezoek!

Na 1,5 uur trollen zonder aanbeet is het tijd voor plan C. We gaan weer werpen, maar nu bij een gedeelte met veel structuur, de nodige obstakels en een scherp diepteverloop. Ook hier vinden we weer de nodige bedden met fonteinkruid en als John zijn jerkbait bijna op de kant gooit, net achter de planten, knalt er vrijwel direct een snoek op met veel kabaal. Nou ja, snoekje, maar dat kan de pret niet drukken. De eerste snoek van de ochtend is binnen.

Na het terugzetten vraag ik hem wat hij het liefste doet als het op (grote) snoek aankomt. “Bij het vissen op grote snoek, wat ik het liefste doe, staan jerkbaitvissen en vissen met een dode aasvis aan een fireball of onder een dobber op nummer één. Daar kan ik geen genoeg van krijgen. Vissend op de andere roofvissoorten vind ik werpen met shads het allerleukst. Zowel op de grote meren als rivieren mag ik dat graag doen. Zoals eerder verteld kan ik deze technieken goed inzetten in combinatie met mijn apparatuur en levert dat veel resultaat en plezier op!”, aldus John.

BOOTBEHEERSING & VEILIGHEID

“Qua bootbeheersing zie ik nog vaak dat alle apparatuur aan boord is en er veel geïnvesteerd is in dure visspullen, maar dat vervolgens op het water er nog geen goed gevoel is hoe de boot beweegt ten opzichte van het water en dus de visstekken. Hoe verloopt je drift qua route? Hoe snel drift je? Hoe gebruik je je elektromotor optimaal om dat te beïnvloeden? Herrie aan boord (= lawaai onder water), door een stek heenvaren en onrust creëren. Ik zie het allemaal gebeuren en adviseer iedereen met een boot om hier ook goed over na te denken! De beste stek is een stek waar je NIET overheen bent gevaren tot je er vist! Oefen jezelf hier eens mee, daar ga je veel plezier van hebben.

Hoe gebruik je de elektromotor optimaal?

En als allerbelangrijkste: veiligheid! Leuk die schermen en continu erin staren maar vergeet de wereld om je heen niet! Veiligheid voorop! Ik heb al meerdere keren gezien dat visboten bijvoorbeeld de beroepsvaart niet eens in de gaten hebben en pas op het laatste moment “wakker” worden. En eerlijk is eerlijk, ook ik vind het mega spannend om dat grote signaal te zien en daar volop in te zetten. Maar geloof me; dat wordt allemaal onbelangrijk als je wel een keer een ongeluk krijgt, dan is het op het water al snel grote paniek, of erger. Probeer dat te voorkomen, wees alert en geniet gewoon van de natuur terwijl je de apparatuur inzet waar ze voor bedoeld is: navigeren, vis vinden, plekken vastleggen en meer vis vangen!”

Jij gebruikt geen speciale hi-tech ‘live’ apparatuur/transducers zoals nu veel vissers gebruiken? Daar hangt natuurlijk wel een pittig prijskaartje aan.

Ja, dat prijskaartje is wel een terechte opmerking. De apparatuur is echt heel kostbaar geworden; ik denk dat 10 jaar terug niet veel mensen voorspeld hebben dat vissers nu met gemak zoveel geld uitgeven aan hun fishfinders. Tsja, en wat is high-tech? Ik vind het allemaal high-tech als ik zie wat de apparatuur kan. Nogmaals, voor mijn visserij kan ik helemaal uit de voeten met mijn Raymarine setup en zeker de Raymarine Element is heel goed geprijsd voor wat dit apparaat levert. Ik denk dat iedere visser op deze manier moet kijken wat bij hem past en mijn ervaring leert dat je dan met de opstelling zoals ik die heb in bijna alle gevallen uitstekend uit de voeten kan!

‘Snoekig’ kantje… en niet alleen boven water!

HOPPA!

We vissen deze grillige kant verder secuur af en harken af en toe een bos fonteinkruid omhoog. Dat is niet te voorkomen en ook niet erg. We weten uit ervaring dat de snoek er graag tussen ligt of aan de randen hangt, zeker als daar een steil talud ligt. John blijft harken met een hybride jerkbait, terwijl ik ondertussen ben overgestapt op een harige Mouse, kijken of de snoeken die hier ook lusten. Na eerst een misser, waarbij ik een dikke snoek vlak voor de boot zie wegdraaien, is het tien minuten later wel raak. In het heldere water zie ik een mooie snoek uit de planten komen die zijn bek opent… en weg is de Mouse. Hangen! De vis gaat helemaal uit zijn dak en springt verscheidene keren geheel het water uit terwijl John probeert wat actieplaatjes te schieten. Een paar minuten later bewonderen we een mooie negentiger. Die hebben we wel verdiend!

Dat is ook gelijk het laatste wapenfeit van de dag. De bewolking breekt, het wordt warm, de wind is verdwenen en we besluiten er een einde aan te breien. Het was een taaie, maar zeer leerzame dag die hoogstwaarschijnlijk nog wel een vervolg krijgt.

Die hebben we wel verdiend!

Structuur zoeken

‘Onzichtbare’ hotspots Een uitdaging, daar houdt Luc Coppens wel van. Deze misschien wel bekendste roofvisser van de Lage Landen heeft zich de laatste jaren toegelegd op het werpend vissen met crankbaits. Hij vindt dit simpelweg een fantastische vistechniek, en het leerproces is een groot deel van het plezier. De stekken die hij hiermee aandoet liggen niet altijd voor de hand. Al tientallen jaren, beginnend bij de karpervisserij en momenteel het roofvissen, gebruikt Luc de dieptemeters van Lowra...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---


Grote Baarzen met de Streamer

De populariteit van het vissen op baars heeft enorm aan populariteit gewonnen. Met dank aan o.a. de heren van de Vistechnische Dienst die het finesse vissen op de kaart hebben gezet in Nederland. Dat alles heeft er wel voor gezorgd dat de baarzen, met name de grote exemplaren, niet zomaar meer elk kunstaas pakken. Het vissen met een streamer kan dressuurdoorbrekend werken, zo heeft Michel Dekker de laatste jaren ondervonden! Tekst & foto’s: Michel Dekker Werd er daarvoor niet op baars gevist...


Onbeperkt verder lezen?

Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?

Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50

ABONNEREN


--

Lees onbeperkt online - Digitaal Jaarabonnement Beet Magazine : € 49,50
---
--

Overzicht alle abonnementen

ALLE ABONNEMENTEN

---