COR JUFFERMANS - Zo rond deze tijd zit er nog volop schar en met een beetje mazzel valt er ook nog wel een wijting te vangen. Van schar weten we dat die van wat dieper water houdt en bij voorkeur op een zandbodem verblijft. Vang je de eerste, dan kan je er (bijna) gif op innemen dat er op die plek nog meer vertoeven.
Schar mag graag in grote scholen rondscharrelen en de term ‘ze liggen gestapeld’ wordt dan vaak gehanteerd. Ver in zee stekende pieren en havenhoofden, zoals die van IJmuiden en Sch...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Voor onze rubriek Noordzee Kanjers zijn er weer de nodige spraakmakende vangsten binnengekomen. Een bonte mix aan kanjers, want haai, zeebaars, pijlstaartrog én een zeer beroemd vlogger staan dit keer centraal… Vergeet ook zeker niet om de cartoon van Jaap van de Heide te checken!
Vlogger Enzo Knol naar de haaien
’s Lands bekendste vlogger Enzo Knol heeft de smaak van het sportvissen goed te pakken. Een aantal van zijn vlogs staan inmiddels al in het teken van zijn nieuwe virus. Met de 2,25 milj...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Weet je welke manier van vissen vrijwel totaal veronachtzaamd wordt wanneer je een keer je in het Hoge Noorden, in IJsland komt? De kantvisserij. En die verdient toch echt wel veel meer aandacht dan nu het geval is.
Door: Thomas Sinbotin
Bij mijn tripje naar Flateyri in IJsland enige jaren geleden, met visreis.nl kon ik dat aan den lijve ondervinden. Ik had een 50-grams spinhengel meegenomen en besloot al de eerste avond vanop het steigertje in de haven te gaan vissen. Een licht loodje en een paternostermontage was snel geregeld. Als haakaas nam ik een reepje kabeljauw van een van de karkassen die ik bij de vismijn vond. Na 10 seconden ving ik mijn eerste drie IJslandse vissen: drie scharren. En geen kinderachtige postzegeltjes, nee – stevige en opvallend donker gekleurde vissen. Ongeveer een uur en een paar dozijn scharren later ging ik met een grijns van oor tot oor naar het huisje – zo makkelijk had ik het nog nooit meegemaakt!
SCHARREN BONANZA
Later die week, op een winderige dag die het uitvaren lastig maakte, besloot ik wat te gaan experimenteren om het spelletje wat uitdagender te maken en voorwaar: alles lukte. Ik ving scharren op shads, op lepeltjes, in de oppervlakte met een reepje vis, noem maar op. Omdat ik van de gids begreep dat er soms heilbot komt azen in de haven monteerde ik een haak 8/0, met daaraan een kort lijntje geknoopt met een haakje nummer 4 en een klein stukje vis. Ik vond mijn idee briljant: een schar zou zich vergrijpen aan dat kleine haakje, en ik zou niet opdraaien bij de aanbeet zodat die schar dan als springlevende aasvis net onder mijn haak 8/0 zou hangen… Na een half uur draaide ik toch maar eens in en ik had twee scharren: een aan de kleine haak en een aan de 8/0. Ik snap nog altijd niet dat dat beest zo’n kolossale haak in zijn bek kreeg maar goed…
KANTVISSEN OP ZEEFOREL
Een ziljoen scharren later was ik die vissoort meer dan beu – en dat terwijl het thuis in België toch echt wel een van mijn favoriete zeevissen vormt! – zodat ik geen twee keer moest nadenken toen de gids me vroeg of ik meewilde om een paar uurtjes te zeeforellen op een rivier een eindje verder. Die vissoort heeft de reputatie een erg lastige klant te zijn: de vis van de duizend worpen is zijn omineus klinkende bijnaam. Dat moest ik daar inderdaad ondervinden… Visgids Julius en ik stonden urenlang zij aan zij te werpen in dezelfde stroomnaad vlakbij een brug, en net op het moment dat ik dacht dat die vervloekte rivier totaal visloos moest zijn, klapte mijn hengel dubbel en mocht ik na een stevige dril met een forse forel op de foto…
SPINHENGEL MEE!
Moraal van dit verhaal: neem een spinhengel mee en wat kleinmateriaal waarmee je alle kanten op kunt: loodjes, haakjes in verschillende maten, shadjes en zeker ook een set lepeltjes en werppilkertjes in gewichten van 10-45 gram. De IJslandse wateren zitten echt helemaal ramvol met vis en die komen tot vlak onder de kant – dus je weet nooit wat je gaat vangen. De dag komt dat ik naar IJsland ga met als doel niets anders dan kantvissen met mijn strandhengels. Ik weet vrijwel zeker dat kabeljauw van 100 cm+ tot de mogelijkheden behoren!
EWOUT SMEERDIJK - In het doolhof van tweeduizend hectare zijn de grotere en kleinere plassen onderling verbonden via honderden kreken, sloten en een enkel kanaal. Zelfs onder de vele rietlanden en moerasbossen door lopen er watergangen waarin de karper wekenlang kan verdwijnen…
In de boterzachte veenbodems onder al dat water zakt het meeste aas al snel diep weg. Van eind mei tot half juni wordt het vissen er vrijwel onmogelijk gemaakt door miljoenen meurzen die er vanuit de moerasbodems opstijge...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
ED CREMERS - De zon komt op boven het water. De lucht in het oosten zit vol gloed en over het meer ligt een felle, gekleurde schijn te glinsteren alsof hij nooit zal doven. Het is voorbij half november als ik achter mijn hengels zit, wachtend op wat misschien zal komen. Broer Bert is weer mijn vaste metgezel deze tweedaagse sessie.
Na de eerste nachtvorsten zijn de bladeren gevallen, de bomen kaal geworden, de meeste dragen al bijna geen blad meer. Het grijs van de overwegend ontbloot geraakte t...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Een mysterieuze platvis
ARNOUT TERLOUW - Tot 10-20 jaar geleden was het vangen van een heilbot in Noorwegen nog een uitzondering, vaak een onverwachte bijvangst tijdens het vissen op kabeljauw en koolvis. Hoe anders is het nu! Wie gericht op heilbot aan de gang gaat, met het juiste materiaal en op de juiste stekken, heeft een goede kans om een heilbot te vangen, zelfs meerdere op een dag!
We weten inmiddels veel meer over hoe en waar we op heilbot moeten vissen. Maar toch blijft heilbot een myst...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
ARNO VAN ‘T HOOG – Warmer zeewater is goed geweest voor de komst van zeebaars, heek, ansjovis en inktvis. Tegelijkertijd lijkt kabeljauw geleidelijk uit de Noordzee te verdwijnen. De visstand wordt gevarieerder en dat komt niet doordat sommige soorten koelere wateren opzoeken. De Noordzee is onzichtbaar en ingrijpend aan het veranderen en sportvissers gaan dat merken.
Noodsituatie voor de kabeljauw.
Het heeft de kranten niet gehaald, maar hartje zomer luidden visserijbiologen de noodklok voor kabeljauw in de Noordzee. Ondanks jaren van strenge visquota en herstel staat het kabeljauwbestand er slecht voor. Visserijinstituut ICES adviseert om de vangst in 2020 met 60 procent te beperken. Er was al eerder zorgelijk nieuws, toen in april 2019 een totaalverbod werd ingesteld voor de kabeljauwvisserij in het Kattegat, de ooit rijke kabeljauwgronden tussen Denemarken en Zweden. De vangsten in dat gebied lopen al jaren terug, en zelfs als volgend jaar alle boten aan de ketting blijven zal er in 2021 waarschijnlijk geen herstel te zien zijn.
Het Kattegat.
MIGRATIE?
Toch is het niet overal kommer en kwel. Biologen adviseren namelijk om de kabeljauwquota voor de Barentszzee en de wateren rond IJsland met 2 tot 3 procent te verhogen. De vangsten bij IJsland gaan sinds 2007 elk jaar verder omhoog. De ontwikkeling van de kabeljauwstand in het noorden van de Noordzee is een beetje omgekeerd aan de wateren in het zuiden.
Die noordwaartse trend is al 30 jaar stapsgewijs aan de gang. Het lijkt alsof kabeljauw ‘wegtrekt’, omdat de vis van kouder water houdt. Alsof de voorkeur van de kabeljauw bepaalt waar de vis wordt gevangen. Die verklaring is toch iets te eenvoudig om waar te zijn: kabeljauw is geen watje en vlucht niet zomaar weg als het water een of twee graden warmer wordt.
Zo zijn er interessante proeven gedaan met 3000 kabeljauwen met een zendertje in de Noordzee, Barentszzee, Kattegat, en wateren in rond IJsland en Noorwegen. De gezenderde vissen zwemmen honderden kilometers kriskras rond op zoek naar voedsel. Het blijkt dat kabeljauw zich prima voelt bij zeer uiteenlopende temperaturen. Variërend van minus anderhalve graad in het noorden, tot bijna plus twintig graden in het zuiden van de Noordzee.
Afgelopen zomer hadden we extreem hete dagen, op zee is dat ook goed te merken.
Ook bijzonder: kabeljauw zwemt niet automatisch weg als de temperatuur oploopt, zelfs niet als koeler water in de buurt is. Volwassen kabeljauw laat de keuze voor zijn leefomgeving in ieder geval door veel meer zaken bepalen dan door temperatuur. Als er voldoende voedsel te vinden is, dan is een paar weken bij 18 graden ook prima.
Toch speelt oplopende watertemperatuur wel degelijk een belangrijke rol in de levenscyclus van de kabeljauw, zelfs al gaat het maar om een of twee graadjes temperatuurstijging. In milde jaren paaien kabeljauwen bijvoorbeeld een week of twee eerder dan na een elfstedenwinter. Bij koudbloedige dieren als vissen bepaalt de watertemperatuur namelijk de ontwikkeling van eitjes en de timing van de voortplanting.
De noordwaartse trek van kabeljauw is al 30 jaar stapsgewijs aan de gang.
2 GRADEN WARMER
Iedereen kent de grafieken die vertellen dat de gemiddelde temperatuur in Nederland de laatste decennia is gestegen. We hebben mildere winters gekregen, en meer warme perioden in voorjaar en zomer. De jaargemiddelde temperatuur ligt nu bijna twee graden hoger dan in 1906. In zee is dat ook te merken; de Noordzee is gemiddeld 1,7 graden warmer geworden. Gemiddelden vertellen niet alles, want er zijn grote verschillen. In ondiep water kan het in de zomer stukken warmer worden dan op twintig meter diepte op de Doggersbank. Zo was de Waddenzee in augustus 2018 na twee hittegolven 4 graden warmer dan het langjarig gemiddelde, met een piektemperatuur van tegen de 24 graden. Gevolg: sterfte onder kokkels, die in de zon op droogvallende wadplaten bij temperaturen boven de 32 graden massaal het loodje legden. De opwarming verderop in het diepere deel van de Noordzee gaan veel trager en kent ook minder uitschieters: de gemiddelde temperatuurstijging in de Noordzee bedraagt sinds 1990 ongeveer 0,6 graden per tien jaar.
COMBINATIE VAN…
De laatste dertig jaar zijn er dus verschuivingen te zien. In de Noordzee paaien kabeljauwen tegenwoordig enkele weken eerder. Vooral in het zuiden is die verschuiving groot. Kabeljauwlarven eten piepkleine roeipootkreeftjes, die op hun beurt grazen op de massale algenbloei die elk voorjaar optreedt. De vislarven komen tegenwoordig vroeger uit het ei, terwijl hun geboorte netjes moet samenvallen met de komst van roeipootkreeftjes en daar zit een probleem: de komst van de roeipootkreeftjes is in al die jaren niet mee veranderd.
1 van 3
Detailopname van algenbloei in de Noordzee.
De piepkleine roeipootkreeftjes voeden zich met de algen.
Tenslotte doet kabeljauw zich tegoed aan de roeipootkreeftjes.
Kabeljauwlarven vinden daardoor waarschijnlijk in het zuiden van de Noordzee minder voedsel en dat is weer van invloed op de overleving. In de zee voor de kust van Nederland en Duitsland worden tegenwoordig nog maar weinig 1-jarige kabeljauwtjes gevangen, terwijl dat rond 1985 nog belangrijke gebieden waren voor jonge kabeljauw.
Tot slot speelt commerciële visserij een rol in alle verschuivingen. De kabeljauwstand in Schotse en Engelse wateren is sterk achteruit gegaan, en dat heeft veel te maken met een te hoge visserijdruk. Het is kortom lastig om klimaatverandering als de enige of belangrijkste oorzaak aan te wijzen. Het is in ieder geval zo dat de combinatie van overbevissing en warmer water de kabeljauw de verkeerde kant op helpt.
De combinatie van overbevissing en warmer water helpt de kabeljauw de verkeerde kant op.
Kabeljauw is een van de best onderzochte vissoorten en deze vis laat zien dat gevolgen van warmer zeewater eigenlijk altijd indirect en via omwegen de visstand beïnvloeden. Wat we nu weten: de meeste vissen gaan echt niet op de vlucht omdat ze last krijgen van hittestress. Veel Noordzeevissen kunnen als ze eenmaal volwassen zijn prima omgaan met zeewater dat gemiddeld 2 graden warmer is.
Opwarming van het water werkt meer via de jonge levensfasen, zoals de voortplanting en het voedsel dat vissenlarven nodig hebben om snel te groeien. Dat is ook bij andere, minder opvallende vissen te zien. Zeer talrijke soorten zoals haring, zandspiering en sprot doen het in de Noordzee minder goed dan in de jaren negentig. Dat heeft alles te maken met veranderingen in de soortensamenstelling en rijkdom van de belangrijkste prooien: algen en roeipootkreeftjes. Zandspiering en sprot blijven daardoor tegenwoordig wat kleiner, en de jaarlijkse populatieaanwas is fors afgenomen. Dat werkt ook door op de groei van andere visbestanden, want vis zoals zandspiering is een belangrijke prooi voor opgroeiende kabeljauw, schelvis en makreel.
PROFITEURS
Toch levert opwarming van het zeewater ook positieve veranderingen. Want waar de ene vissoort in aantal vermindert, komt er ruimte voor andere soorten. En dat is precies wat er op beperkte schaal al zichtbaar is. Sinds een aantal jaren vangen beroepsvissers vaker heek (Merluccius merluccius), vooral tijdens pelagische visserij op makreel en blauwe wijting. De vis heeft een opmars gemaakt naar noordelijker wateren. Heek zwemt verder uit de kust, dus de kans op hengelvangsten vanaf de wal is niet zo groot.
Een andere vis in opmars is de zeebaars, die steeds vaker in de Noordzee wordt gevangen, niet zelden vanaf havenhoofden in IJmuiden, Hoek van Holland of de Maasvlakte. De zomerse verspreiding van deze vis reikt van Marokko tot Noorwegen, maar de paai vindt grotendeels plaats ten zuiden van het Kanaal, al zijn er al in 2004 en 2005 ook paairijpe zeebaarzen gevangen in een beschut Noors fjord.
Zeebaars is met een opmars bezig en daar zijn we als sportvissers natuurlijk erg blij mee!
De verklaring voor de opmars in onze kustwateren heeft iets te maken met klimaatverandering. Mildere winters zorgen er waarschijnlijk voor dat zeebaars minder vaak en ver wegtrekt naar zuidelijker water. De vis heeft een groter leefgebied gekregen, waar andere vissoorten bovendien minder talrijk zijn geworden. Mogelijk paait de zeebaars nu zelfs in noordelijker streken. Toch floreert de zeebaarsstand niet: door overbevissing staat de soort nog altijd zwaar onder druk. Commerciële en sportvisvangsten zijn fors beperkt, maar herstel tot oude niveaus gaat nog jaren duren.
NOG MEER BIETSERS
Soorten pijlstaartinktvissen zijn echt een blijvertje!
Opvallende andere succesvolle nieuwkomers zijn enkele soorten pijlstaartinktvissen (Loligo forbesii, Allotheutis subulata), waarvan de vangsten sinds de jaren negentig spectaculair zijn toegenomen. Milde winters zorgden ervoor dat pijlinktvissen konden overleven; sommige soorten hebben inmiddels een groot deel van de Noordzee gekoloniseerd. Onderzoekers vermoeden dat niet alleen de watertemperatuur een rol speelt; de lage visstand biedt leefruimte en minder competitie. Het is goed mogelijk dat inktvissen een open plek innemen en bij verdere opwarming nog talrijker kunnen worden. De inktvis is een blijvertje en gericht vissen wordt steeds interessanter.
Krijgen pijlstaartinktvis-imitaties binnenkort een vaste plek in de kunstaasdoos?
Warmer water biedt ook kansen voor kleinere soorten als sardines en ansjovis. Echte nieuwkomers zijn het niet, want ansjovis deed het voor de aanleg van de Afsluitdijk ook al goed in de ondiepe, lauwe wateren van de Zuiderzee. Het inleggen van gezouten ansjovis was ooit een winstgevende activiteit in veel vissersplaatsen.
Tot slot zijn er soorten in opmars, met een uiterlijk die echt aan de subtropen doen denken: mul, zeekarper, zeebrasem en verschillende soorten lipvissen. In 2016 werden zelfs bonito’s gevangen vanaf de pier in IJmuiden, en ook uit Scandinavië kwamen meldingen. Ten zuidwesten van Engeland wordt de blauwvintonijn vaker gespot, net als in Deense en Noorse wateren, terwijl in 2018 een Urker visser per toeval een blauwvin van bijna twee meter uit de Noordzee haalde.
BLAUWVINTONIJN
Blauwvintonijn is geen nieuwkomer of profiteur van een veranderend klimaat. In Noorwegen en Denemarken bestond in 1965 een florerende blauwvinvloot. Denemarken kende zelfs een sportvisvereniging – de Scandinavian Tuna Club – die jaarlijks een toernooi hield. De leden schreven jaarlijks zo’n vijfhonderd vissen in de boeken. Ook op de Doggersbank werd op haring en makreel jagende blauwvin gevangen, totdat het bestand door overbevissing verdween.
Dat we meer blauwvintonijn zien is geen gevolg van alleen warmer zeewater. Het is vooral te hopen dat de vis de kans krijgt om zich verder te herstellen. De soort zou een opmerkelijke toevoeging zijn aan het visbestand van de Noordzee. Op dit moment loopt er onderzoek waarbij sportvissers en onderzoekers blauwvintonijn proberen te vangen om ze van een zender te voorzien. Dat moet meer gaan leren over de migratie: waar de vissen vandaan komen en overwinteren.
VISSERIJ BIJSTELLEN
Als de klimaatscenario’s kloppen, dan zal de gemiddelde temperatuur van het Noordzeewater geleidelijk verder oplopen. Toch is het lastig om te voorspellen wat dat precies betekent voor verschillende vissoorten, laat staan de vangsten van sportvissers. Het is niet zo dat de ene vissoort simpelweg de andere soort vervangt: dat heek en zeebaars de plaats innemen van kabeljauw, of inktvis de plek van tong, en mul de plaats van schol. Het is waarschijnlijker dat al die soorten door elkaar gaan voorkomen, en dat de aantallen geleidelijk verschuiven.
Onderzoekers hebben met historische gegevens berekend dat de productiviteit van veel vispopulaties in de Noordzee fors is teruggelopen door een oplopende watertemperatuur. Dat is een gevolg van de onzichtbare veranderingen in het ecosysteem van algen en plankton die doorwerken op alle vissoorten van zandspiering tot tarbot.
Als vissers dienen we ons aan te passen op de nieuwe situatie, met nieuwe soorten, maar dat hoeft niet per definitie negatief uit te vallen!
Opwarming van het zeewater betekent dus ook dat sportvissers net als de beroepsvisserij ook veranderingen merken in aantallen en soorten. Aanpassen is onvermijdelijk en dat begint met nadenken over de eigenschappen en stekken van nieuwe soorten plus ander vismateriaal. Of de balans van alle verschuivingen onder water uiteindelijk positief of negatief uitpakt op vangsten en visplezier weten we pas over een aantal jaar.
Literatuur:
Christopher M. Free (2019) Impacts of historical warming on marine fisheries production. Science 363: 979-98
David Righton (2010) Thermal niche of Atlantic cod Gadus morhua: Limits, tolerance and optima. Marine Ecology Progress Series 420: 1-13
Lotte W. Clausen (2018) Shifts in North Sea forage fish productivity and potential fisheries yield. J. Appl Ecol 55: 1092-1101
COR JUFFERMANS - De Hondsbossche en Pettemer Zeewering waren zwakke schakels in de kustverdediging van Nederland. Als oplossing is er destijds gekozen voor een volledig zandige versterking in plaats van de traditionele dijkversterking of ophoging. In zee, voor de dijk, is een compleet nieuwe duinenrij en strand aangelegd ter grootte van ongeveer 300 voetbalvelden. Hiervoor werden tientallen miljoenen kubieke meters zand aangebracht…
Het hele project startte in maart 2014 en nog binnen een jaar w...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Het is half oktober wanneer ik na een drukke dag mijn bed opzoek. Het raam staat op een kier en het suizen van de wind verraadt een stevige bries. De oktoberwind drukt het rolgordijn van het raam en zorgt voor een frisse slaapkamer. Ik kruip onder het eendendons en het duurt niet lang of de karpers sluipen mijn gedachten binnen en wakkeren de plannenmakerij aan.
Ik blijf hangen bij een vergeten klein watertje in een uitgestrekt weidegebied. Een water met een schraal bestand aan vis maar sowieso ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
In het vorige magazine heb je kunnen lezen hoe de beginjaren van Nick Beuvink aan het stort zijn verlopen. In dit artikel beschrijft Nick de meer recentere jaren. Het verhaal hieronder maakt de kroniek rond.
Na al die uren kijken, proeven en ruiken in onze vroege jeugd waren de vangsten van Anes eigenlijk de eerste echte bevestiging van het prachtige bestand dat er zwom.
Een klein voorproefje zijn de twee mahoniehouten spiegels die hij ving. Wat zwemt er eigenlijk nog meer rond? Voor ons was he...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
MAARTEN VAN DER SPOEL - Na jarenlang vissen met vrienden aan de waterkant in allerlei slootjes en parkvijvers, merkte ik dat ik het steeds uitdagender vond om vooral de grotere vissen op te sporen en mijn eigen plan te trekken.
Het begon allemaal zo’n 18 jaar geleden. Toen het pennetje - gecombineerd met wat Smac als haakaas - de eerste karpers op de kant toverde voor me. In de loop der jaren groeide de liefde voor het karpervissen en dan vooral voor de statische aanpak. Dat is waarmee ik aan d...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
ERIK KORNER - Sommigen gaan hun leven lang achter één vissoort aan, terwijl weer anderen getriggerd raken door verschillende andere species… Behoorlijk wat karpervissers zijn in de loop der tijd geswitcht van karper op roofvis, maar soms is ook wel eens het tegenovergestelde het geval. Precies zoals dat ook met Erik Korner het geval is. Hierbij zijn debuut in ons magazine…
Het gericht vissen op grote karpers was voor mij een aantal jaren geleden nog een onbekende visserij. Vroeger viste ik namel...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Soortenjagen
In Zeehengelsport 366 kondigde Pieter Beelen in zijn artikel over Dover al aan dat hij revanche wilde nemen op de griet. Deze vissoort is hem al een paar keer ontsnapt. Hij reisde daarvoor af naar een van de Kanaaleilanden: Alderney. Een eiland dichtbij, maar toch ver weg! In dit artikel lees je hoe hem dat verging.
De Kanaaleilanden zijn helaas niet eenvoudig te bereiken en al helemaal niet als je naar Alderney wil. De eerste keer dat ik er kwam ben ik via Weymouth met een lokale c...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Panvisser
Een tijdje terug zette Nathalie van den Berg een filmpje op Facebook waarin ze het villen van tong en het pellen van Hollandse garnalen demonstreerde. Dat ze dit goed kan, is niet toevallig: Nathalie en haar familie brengen namelijk al hun zomervakanties door aan zee. Daar ligt hun hart.
Lekker met de blote voeten op het strand. Genieten van hun zelf gevangen vis en het pellen van zelf gevangen garnalen. ‘Quality time’ doorbrengen met elkaar, ‘quality food’ vangen – én maken – met elka...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Hollandse zeebaars
SIU DE MOOR - Wie wel eens op zeebaars heeft gevist, weet hoe wispelturig deze visserij kan zijn. Soms bijten ze op alles wat beweegt, maar er zijn altijd ook heel wat uren waarin ze wel van de aardbol verdwenen lijken te zijn. In deze bijdrage beschrijft Siu de Moor een nieuwe techniek om de zilveren stekels aan de haken te komen…
Wie veel vist, leert veel bij – het is een eenvoudige waarheid. In het seizoen gids ik 3 tot 4 keer per week vanuit de boot op zeebaars, en in de l...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Botenpraat
JOHN WILLEMS - Al jarenlang vist John Willems met veel plezier met zijn Elan van 5,70 meter lengte. Een zeer stabiele consoleboot, waarmee hij graag op allerlei vissoorten jaagt. Een tijd terug besloot John dat het de hoogste tijd was voor een flinke upgrade van zijn Visling-boot… Dit is het relaas van de bewuste metamorfose…
Mijn visboot ligt in de Seaport Marina van IJmuiden, op circa twintig minuten van mijn woonplaats. De Evinrude Etec 75pk buitenboordmotor brengt me in korte tijd...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Inshore & Offshore
Na ruim een jaar voorbereiden staan we met 16 vissers op Schiphol. We verzamelen, checken in en vliegen met de KLM naar Panama. Na een rechtstreekse vlucht van 10 uur zijn we dan eindelijk gearriveerd. Het is warm als we het vliegtuig uitkomen…
Tekst & foto’s Maurits de Wolf
Wanneer we uit de slurf komen, staan er twee dames en een heer ons op te wachten met een bordje met daarop het logo van Cordes Travel. Dit is de VIP-service die Linda en Raffie van het bewuste reis...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Het is de nachtmerrie van elke zeevisser: harde wind die je visvakantie vergalt. Op sommige bestemmingen zit er dan niets anders op dan gaan zitten kniezen in het huisje. Maar gelukkig liggen de haventjes vaak in een fjord dat beschutting biedt tegen zelfs zeer harde wind. Er is daar vrijwel altijd wel een mooie luwe kant te vinden waar je comfortabel kunt driften, zeker in IJsland! Alleen: om ook dan van je visdagje te genieten, moet je vaak je verwachtingen wat naar beneden bijstellen, zo ook je materiaal.
Door: Thomas Sinbotin
Hoewel fjorden beslist ook veel vissen bevatten, is het gemiddelde formaat er doorgaans een heel stuk kleiner dan op open zee. Natuurlijk zijn er uitzonderingen – elk jaar worden er meterkabeljauwen en grote heilbotten gevangen diep in zo’n fjord, maar meestal is dat niet het geval. Om dan toch optimaal plezier te beleven, pas ik mijn vistechniek aan. Ik ga dan namelijk zoveel mogelijk werpend vissen met lichte loodkoppen en shads.
SPIN-/SNOEKHENGEL
Als hengel gebruik ik een wat zwaardere spin-/snoekhengel of lichte meervalhengel met een werpgewicht tot een gram of 80-100, en een lengte van 250 cm of meer. Daarop zet ik een 5000 molen volgespoeld met 20/00 gevlochten lijn. Een voorslag van 1,5 meter fluorocarbon in de dikte 0.80 mm maakt het af. Met deze uitrusting gooi ik interessante kantjes uit waarbij ik de shad allerhande kunstjes laat doen. Soms laat ik hem snoekbaarsstijl huppelen over de bodem, soms vis ik hem zoals je op snoek zou vissen in half water, en wat ook altijd werkt is de shad een mooie lange glijvlucht langs het talud te laten maken. Dat laatste doe je door zo dicht mogelijk bij de kant in te gooien en de shad dan aan een strakke lijn te laten zwemmen tot hij weer onder je is.
LOODKOPPEN – NIET TE ZWAAR!
Het gewicht van de loodkop hangt af van de omstandigheden: diepte, wind, bodemstructuur en eventuele stroming. Met 20-100 grams loodkoppen in combinatie met een shad van een centimeter of 15 zit je vrijwel altijd goed. En als je écht spektakel wil, raad ik je aan om een keer met een lichte spinhengel aan de slag te gaan. Een gul van drie kilo blijkt dan plots in staat tot zeer lange runs en bizarre gevechten! Zet die hengel echter enkel in als de bodem schoon is en je niet te dicht bij kelpbedden vist… Moraal van het verhaal: steek een lichte hengel in je koker als je Up North gaat want je kunt er in noodgevallen veel plezier aan beleven.
Wat een griezel! Dat is zo’n beetje de gedachte die veel mensen bekruipt als ze voor de eerste keer in hun leven een levende zeewolf zien in Noorwegen of IJsland. Nee, dit beest heeft zijn uiterlijk niet mee. Het ziet er wratterig uit, zijn imposante tanden staan schots en scheef. En hij heeft rimpels rond zijn ogen… Ook de dril is nagenoeg altijd een grote teleurstelling: ze verweren zich zo’n beetje zoals een plastic zak zou doen, en dan niet een grote vuilniszak, maar zo’n klein zielig supermarktzakje…
Door: Thomas Sinbotin
En toch vind ik de zeewolf een van de meest fascinerende vissoorten die je in IJsland kunt vangen, misschien juist omdat hij zo lelijk is dat hij op een manier toch weer een soort van mooi wordt. Maar voor je er een kunt ‘bewonderen’, moet je er een weten te haken natuurlijk. Gelukkig is dat niet al te moeilijk als je weet hoe het moet.
ZEEWOLF STEKKEN
Eerst en vooral moet je een goede stek vinden. Deze wolven houden van prooien die tussen rotsen en stenen wonen: krabben, zeesterren, zee-egels. Ook houden ze van wat dieper water… Het komt er dus op aan om een stenige ondergrond te vinden waar het minstens 25 meter diep is, en liever nog een heel stuk meer. Een goede zeekaart kan je helpen, alsmede een babbeltje met de gids of met Joris (van Visreis.nl) want die weten heel goed waar deze vissen graag huizen. Nabij kliffen hebben wij altijd goeie zaken gedaan…
ZEEWOLF MONTAGE
Ten tweede moet je montage goed zijn. Voor het vissen op zeewolf heb je een afhoudersysteem nodig. Onderaan hang je een bonk lood (of een pilker) dat je middels een breeklijntje vastmaakt zodat je enkel je loodje kwijt bent als je vastloopt tussen de stenen. Aan de afhouder zelf monteer je een korte onderlijn in minstens 60/00 nylon, waarop je een plastic octopusje schuift en waaraan je een stevige haak 3/0 of groter knoopt. Als het hard stroomt is het verstandig om een wartel te monteren op de onderlijn zodat de in de stroming ronddraaiende zeewolf de onderlijn niet zozeer kinkt dat hij breekt.
ZEEWOLF AAS
Ten derde heb je aas nodig – dat is the easy part want eender welk stuk vis will do. Een lap koolvis, lom of kabeljauw of wat dan ook is prima – en prik het uiteinde een of twee keer op de haak zodat de lap zelf verleidelijk wappert.
ZEEWOLF- TECHNIEK
Last but not least: de techniek. Zeewolven hebben een territorium dat zij beschermen. Het komt er dus op aan om hen zo erg op de zenuwen te werken dat ze je montage aanvallen om de indringer te verdrijven. Dat doe je door tijdens de drift met je lood op de bodem te bonken: bonk, bonk, bonk, en dan even de hengeltop omhoog om wat verder te driften. Dan weer bodemcontact zoeken, bonk, bonk, bonk, en dan weer optillen… Vroeg of laat komt je montage voorbij het Hol van de Wolf en heb je er een te pakken.
VOORZICHTIG!
Ten slotte: wees voorzichtig als je dit beest aan boord tilt want ook al verzet hij zich amper tijdens het bovenhalen, toch beschikt hij over zowat de sterkste kaakspieren van het noordelijke halfrond want hij is gewend hard gespuis te vermorzelen.
Nog een allerlaatste ding: behalve de gewone, grijze zeewolf bestaat er ook nog een gevlekte zeewolf. Deze luipaardvariant wordt veel groter en is waanzinnig mooi, maar helaas ook erg zeldzaam. Wij hebben hem zelf nog niet kunnen vangen, maar in IJsland is je kans op zo’n ‘beauty’ groter dan waar dan ook ter wereld. De truuk schijnt te zijn op zeer diep water te vissen… Succes!
Ik weet niet hoe dat met u zit, maar ik vang graag de allergrootste vissen. Begrijp me niet verkeerd: als ik in België vanaf de pier een gul van een kilo of 2-3 vang dan dans ik naar huis, maar in IJsland stelt zo’n visje echt niets voor want er zitten er een ziljoen. En als ik de een na de andere vis vang van hetzelfde formaatje, dan is de spanning er snel uit.
Door: Thomas Sinbotin
In de loop der jaren ben ik er echter achter gekomen dat er wel degelijk manieren zijn om de betere kabeljauwen te selecteren. Twee sleutelwoorden: snelheid en kunstaas. Toen ik met Joris Nieuwenhoff in IJsland viste, inmiddels al bijna tien jaar geleden, viste ik langzaam met grote shads omdat ik hoopte op een heilbot. Joris was energiek aan de slag met pilkers en bottom ships en viste mij qua aantallen gul totaal naar huis. Alleen: meerdere van de vissen die ik ving, waren fors groter dan zijn vangst, op een enkele gup die aan de stingerhaak bleef hangen na dan.
GEEN STINGERHAAK!
Op de tweede avond vertelde visgids Julius Drewe ons zijn truuk om gericht op grote kabeljauw te vissen: “Everthing that does not take a run immediately after I strike, I try to get rid of”. Vrij vertaald: als hij iets haakt dat niet meteen een run neemt doet hij alles wat hij kan om ervan af te komen: de lijn slap laten vallen bijvoorbeeld, in de hoop dat de haak losschiet. Julius raadde ons ook aan om de extra stingerhaak maar achterwege te laten en op de grote enkele haak van de loodkop te vertrouwen…
KABEL-U
De rest van de week visten we dus inderdaad met shads van 25 cm die slechts van 1 grote enkele haak waren voorzien. We verspeelden heel regelmatig aanbeten na hooguit enkele seconden drillen, maar ik maakte me er niet druk om want ik wist nu dat dat kleinere kabeljauwen waren die niet goed gehaakt waren omdat hun bek niet groot genoeg was om de zeer grote shad/haak goed te pakken. Daar stond tegenover dat we een hele school kabeljauwen om ‘u’ tegen te zeggen (kabel-u zoals iemand dat een keer noemde) aan boord kregen: loeisterke vissen van dik over de meter met gigantische bekken…
Dus zit je in een kabeljauwrijk gebied als IJsland en wil je de kneiters van 10 kg+ er tussenuit plukken, vis dan traag en met groot rubber dat van slechts 1 haak is voorzien. Succes verzekerd!
Welke haak gebruik je voor feedervissen? Een veel gestelde vraag, waar ook niet één en hetzelfde antwoord voorhanden is. In dit item geeft Arnout van de Stadt zijn visie over dit onderwerp.
Welke type haak voor welke vis?
Eigenlijk is er geen goed antwoord op deze vraag mogelijk, want het uitgangspunt moet het aas zijn. De vraag zou moeten zijn ‘waar vang je vandaag het beste de vis mee?’
Welke haak gebruik je voor feedervissen? Ga eerst uit van het best vangende aas, daar pas je de haak op aan.
Wanneer je gaat vissen schakel je vaak tussen verschillend aas; lusten ze deze dag meer maden, of juist dikke pieren of een maiskorrel. Op basis van het meest vangende aas kies je de haak.
Welke type haak voor welk aas?
Mijn favorieten zijn de N20 en N30, beide uit de Natural serie van Preston. Ik zal ze kort even toelichten
De N20 is een echte allround haak, met een rechte haakpunt. Een mooie haak voor een visserij op voorn met maden of casters. Deze haak is voor het feedervissen ontworpen, is erg sterk, maar de draad van de haak is nog opvallend dun. Je zou deze haak ook prima voor het vissen met de vaste hengel kunnen gebruiken.
De N30 is een haak die zich uitstekend leent voor een bodemvisserij. Door de naar binnen gebogen haakpunt pakt deze minder snel rommel op en wordt daardoor ook minder snel bot dan een haak met een rechte haakpunt. Een mooie haak voor brasem of bliek met maden of wormen.
Welk formaat haak?
Ook voor deze vraag geldt dat het formaat aas leidend is voor het formaat van de haak. Om je enigszins een richtlijn te geven:
Groot aas? Grote haak! Met een formaat 12 haak kun je prima tot wel twee wormen vissen.
Met een maat 14 haak kun je goed een mestpier vissen.
Haakjes maat 16 en 18 lenen zich prima voor een visserij met maden en casters.
Vond je dit leerzaam?
[irp posts=”22437″ name=”Welke gevlochten lijn bij het feedervissen?”]
[irp posts=”22279″ name=”Hoe vis je op een commercial visvijver?”]
Spreek je over de hoofdlijn bij feedervissen, dan heb je grofweg de opties: ga je voor een nylon of een gevlochten hoofdlijn? Het merendeel van de wedstrijdvisser gebruik tegenwoordig een gevlochten hoofdlijn, met een nylon voorslag. Maar welke gevlochten lijn? Je hebt dan wel een goed zinkende variant nodig, en die zijn er steeds meer! Arnout van de Stadt geeft zijn tips & tricks over vislijnen.
Welke gevlochten lijn?
Er is nogal een kwaliteitsverschil tussen gevlochten lijnen. Een relatief dikke, drijvende lijn is voor het feedervissen minder geschikt. Het is een ramp om dit op bijvoorbeeld op kanalen met scheep- en pleziervaart te gebruiken. Wat je nodig hebt is een gevlochten lijn die glad is, fijn knoopt en zinkt.
De Preston Absolute Feeder Braid is een betaalbare 8-braid die uitstekend zinkt voor een gevlochten lijn. Zo heeft de wind en stroming minder vat op de lijn. Ook de ‘gladheid’ speelt hierbij een positieve rol; daardoor werpt deze ook als een zonnetje. Het is één van de best, zo niet de beste gevlochten lijn voor het feedervissen.
Hoe spoel je de lijn op?
Ik vind het belangrijk om de lijn hoog op te spoelen, tot aan de rand van de spoel, waar deze schuin wegloopt. Hoe beter de lijn is opgespoeld, des te makkelijker je ermee werpt. Het is makkelijk om dit thuis te doen.
Wat je nodig hebt is:
een emmer
afwasmiddel
een sponsje
Zo zet ik de lijn op de spoel
Vul de emmer met water, doe er een scheutje afwasmiddel bij en gooi de klos gevochten lijn in het water. Laat dit eventueel eventjes, 10 minuten staan. Vervolgens haal je de lijn door het startoog, monteer je deze aan de backing (bijvoorbeeld dik nylon) en draai je de lijn op de spoel. Omdat ik de lijn zo strak mogelijk op de spoel wil hebben, zet ik de slip behoorlijk dicht en klem ik de lijn op spanning tussen een sponsje. Gebruik uiteraard niet een schuursponsje, maar zo’n egale spons.
Zonder enige twijfel één van de beste gevlochten feederlijnen die Arnout ooit heeft gebruikt!
RONNY DE GROOTTE – Hoe maak je de wier rig? Karpers houden van waterplanten en je kunt er bijna zeker van zijn dat als je wier vindt, de karper niet ver weg zal zijn. Maar hoe presenteer je het aas tussen het wier?
WAAROM LIGGEN KARPERS TUSSEN HET WIER?
In de zomer, wanneer het zuurstofgehalte van het water door de hogere temperatuur gaat zakken, heeft dit als gevolg dat het metabolisme van de karpers naar een lagere versnelling gaat omschakelen. Net zoals ieder ander levend wezen hebben karpers zuurstof nodig om hun voedsel te verteren. Is dit in mindere mate aanwezig dan gaat dit logischerwijs de vertering bemoeilijken.
Kijk ook maar naar jezelf, in de winter kies je eerder voor een zware maaltijd dan in de zomer. Bij karpers wil dit zeggen dat ze eerder natuurlijk aas zullen gaan verorberen dan het aas dat door karpervissers wordt aangeboden. De zuurstofrijke wierbedden zorgen bij de karper voor een optimale spijsvertering, dit verhoogt de kans dat ze het karperaas pakken aanzienlijk. De zuurstofrijke omgeving trekt ook andere waterdieren aan zoals garnalen, mosselen en zoetwaterkreeftjes. De wierbedden zijn voor de karper een rijk gedekte tafel, wat wil je dan als karper nog meer?
Een prachtige schub lag tussen het wier.
ZOMER EN WINTER
Liggen de karpers alleen in de zomer tussen het wier? Neen! Ook tijdens de winter zul je er regelmatig karpers aantreffen. Het zuurstofgehalte op de plas mag dan wel overal optimaal zijn. Nu gaat het wier echter als een soort ‘deken’ fungeren. Dikwijls is de temperatuur van het water in het wier net ietsjes hoger dan dit van de plas. Dit gegeven, in combinatie met dat er wel wat te smikkelen valt, is een reden voor de karpers om zich hier op te houden.
HOE VIS JE TUSSEN HET WIER?
Echter nu ga ik me focussen op een rig die ik bij voorkeur vis op de bodem tussen het wier, de wier rig. Wanneer je een beetje zoekt dan vind je gegarandeerd open plekjes in wier. Misschien lijkt op het eerste zicht het wier volledig dichtgegroeid maar als je een beetje zoekt dan zie je de ‘karpergangen’ of open plekken. Bied je hier nu je aas aan dan is de kans heel groot dat de karper ook zal aanbijten. Om je presentatie doeltreffend aan te bieden moet de rig wel aan een aantal zaken voldoen.
Heel belangrijk is dat je deze rig doeltreffend kunt gaan aanbieden midden in het wier en daarom is het natuurlijk van belang dat je haak zich niet gaat vastzetten in de wierstengels tijdens het afzinken naar de bodem. Hiervan ben je enkel zeker als je je haakpunt gaat maskeren. De gemakkelijkste manier is de haakpunt gaan omwikkelen met PVA tape. Echter je haak opbergen in het midden van een PVA zakje met voer is nog stukken beter.
Mosseltjes op het wier, smullen voor de karper.
WIER RIG PRESENTEREN
Vul eerst een PVA zakje met allerlei lekkers zoals lokvoer, hele en gebroken boilies, pellets enz. Als je echt 100% zeker wilt zijn dat die ook tot op de bodem komt stop dan ook je lood in dit PVA-zakje. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar een zo plat mogelijk lood met centraal gat en dit plaats ik dan aan één zijde tegen het PVA-zakje aan. Door het gewicht komt dit nu tegen de bodem aan te liggen met daarboven het voer en de pop-up. Als je er nu voor zorgt dat je lijn je lood kan lossen, mocht de karper zich vastzwemmen in het wier, dan is de vangst bijna gegarandeerd.
Om er zeker van te zijn dat mijn haakaas opvalt kies ik voor een pop-up. De stap per stap foto’s zullen veel verduidelijken. Aangezien ik de karper wil haken terwijl hij de volledige inhoud van het PVA zakje binnenzuigt, kies ik voor een zeer korte onderlijn. Als standaard is de lengte van mijn rig bij deze aaspresentatie ongeveer 7, maximaal 10 cm lang en zoals bijna al mijn onderlijnen kies ik voor een 100% dyneemalijn waarvan ik de buitenmantel volledig strip.
Onweerstaanbaar voor iedere karper.
Verder breng ik twee stukjes kneedbaar lood aan, waarvan deze die het dichtst bij de haak wordt aangebracht best wel een behoorlijke ‘klomp’ mag zijn. Ten eerste moet deze voorkomen dat de pop-up de volledige onderlijn gaat strekken en ten tweede kan dit overgewicht eveneens nog eens voor een beter inhaking van de haak zorgen.
Verder gebruik ik voor deze rig zo klein mogelijk haakaas. Meestal kies ik hier voor een 15 mm pop-up. Enkel als ik op lange afstand vis met deze rig en de kans op het vangen van brasem groot is, kies ik voor een iets groter haakaas. Echter dit heeft niet mijn voorkeur.
Hoe vis je op een commercial visvijver? Hoe vis je hier met de vaste hengel, method feeder of pellet waggler? Welk materiaal heb je nodig, en welk aas en voer moet je hier gebruiken? Wat zijn de beste commercial visvijvers van Nederland?
Wat is een commercial visvijver?
Dit type wateren zijn niet meer dan visvijvers met een hoge bezetting vis. De visstand is door middel van de uitzet van kleine karper, kruiskarpers en giebels tot stand gekomen. Dit soort type wateren is vanuit Engeland komen overwaaien en biedt iedere visser een goede kans op succes.
Wat zijn de beste commercial visvijvers van Nederland?
Het aantal commercials is het afgelopen decennia enorm toegenomen. Maar wat zijn de beste commercial visvijvers van Nederland? Wij zetten er een aantal voor je op een rij en beschrijven tevens hoe je de visserij hier aan kunt pakken:
In dit item geeft Peter Urscheler antwoord op de vraag: hoe bevestig je een method feeder? Hij laat je de 3 meest gebruikte systemen zien! Niet alle method feeders zijn hetzelfde en bevestig je op dezelfde manier op of aan de lijn. Lees ook ‘hoe vis je met een method feeder‘.
Zo pak je het vissen met de method aan
Eerder gaven we al antwoord op de vraag ‘hoe bevestig je een method feeder‘. In dit vervolgdeel gaan we verder in op de vraag ‘hoe vis je met de method feeder’. Hoe werkt de method , welk gewicht method heb je nodig en tot slot welk voer moet je gebruiken?
De ideale methodhengel ziet er zo uit…
De keuze van een hengel voor het vissen met de methodfeeder is niet gemakkelijk. Het aanbod is groot en alle firma’s beweren uiteraard het beste product in huis te hebben. Fanatiek commercial visser Peter Urscheler geeft zijn mening en visie over dit onderwerp! Lees hier verder…
TIPS VOOR HET VISSEN MET DE VASTE HENGEL
Tip: Vaste hengel – vis in de kant en op afstand
De stokvisserij op vijvers wordt steeds populairder. Maar de veelal grote en sterke (kruis)karpers vragen om aangepast materiaal. Wat is een goede vaste hengel? Hoe vis je met de vaste hengel? Hoe tuig je zo’n vijverhengel op en welk elastiek heb je nodig en tot slot: welke vaste hengel voor karper heb je nodig?
Tip: kies de juiste dikte elastiek
Om bij het vissen met de vaste hengel op karper en andere grote, sterke vissoorten te kunnen landen is elastiek onmisbaar. Wellicht vraag je jezelf af: welke dikte en sterkte elastiek heb je voor karper nodig? Hoe ziet een elastiek montage er uit? Hoe monteer je elastiek in de top? Lees in dit artikel alles over hoe met elastiek op karper te vissen.
Tip: voer geconcentreerd en zuiver met een pole cup
Een zogenaamde pole cup is in feite een klein, kunststof potje, dat je op de top van de vaste hengel klemt. Door het potje te draaien kun je aas bijvoeren. Er zijn verschillende varianten beschikbaar, elk met hun unieke eigenschappen. Waar moet een pole cup aan voldoen?
TIPS VOOR HET VISSEN MET DE PELLET WAGGLER
Ieder jaargetijde kent zo haar charmes en vereist een specifieke benadering voor wat betreft techniek of tactiek. Waar de koude periode vraagt om zuinig vissen en soms veel geduld, is dat in de zomer vaak precies omgekeerd. De watertemperaturen zijn inmiddels flink opgelopen en de vissen zijn aanzienlijk actiever op zoek naar voedsel… Tijd voor de pellet waggler. Lees hier het complete artikel over de pellet waggler!
TIPS VOOR COMMERCIAL MATERIAAL
Tip: De haak match je bij het aas en techniek
Zeg nu zelf, als je voor een winkelschap met haken staat, kom je er dan nog uit? Welke type haak heb je voor welke vis(serij) nodig? Welk type haak voor welk type aas? Welk formaat haak en hoe bevestig je de haak aan de lijn? Lees hier verder
Tip: Organiseer je materiaal!
Het volgende is voor veel vissers vast herkenbaar: in welke tas, vak of lade liggen mijn onderlijnen? Ah, ze zijn op… Dan maar even eentje knopen, maar waar ligt het juiste klosje onderlijn materiaal, en dat ene zakje haakjes, heb ik die niet thuis op een onlogische plek in de garage zien liggen…? Tijd voor orde: hoe organiseer je het vismateriaal?
TIPS VOOR COMMERCIAL VOER & AAS
Tip: Laat je pellets kleven – stap voor stap
Hoe maak je pellets klaar? Leer in deze stap-voor-stap hoe je in 10 stappen harde pellets kunt laten kleven. Na afloop kun je de bewerkte pellets op een method feeder laten kleven of er een balletje voer van kneden.
Hoe maak je pellets klaar? Leer in deze stap-voor-stap hoe je in 10 stappen harde pellets kunt laten kleven. Na afloop kun je de bewerkte pellets op een method feeder laten kleven of er een balletje voer van kneden.
Stap voor stap: hoe maak je pellets klaar
STAP 1. Je hebt nodig: 2 mm pellets, water en een aasbakje. De Preston Supera Pellet Wetter is erg handig voor het nat maken van pellets.Stap 2. Haal het gaasmateriaal ‘lekbakje’ uit de waterdichte bak.Stap 3. Vul de waterdichte bak met water.Stap 4. Open de rits van het lekbakje.Stap 5. Voeg de benodigde hoeveelheid 2 mm pellets in het lekbakje en sluit deze met de ritssluiting af.Stap 6. Plaats de lekbak in het water.Stap 7. Zorg dat de pellets helemaal onder water staan. Houd als vuistregel aan 2 mm is 2 minuten laten staan.Stap 8. Simpelweg middels de handige greep het bakje uit het water halen en uit laten lekken.Stap 9. Roer de pellets goed door elkaar. Als het goed is zijn de pellets nu klaar voor gebruik.Stap 10. In slechts enkele stappen hebben de harde, droge pellets het water opgenomen en zijn ze iets zachter en kleverig geworden. Deze pellets kun je gebruiken om een method feeder. Je kunt er tevens een klein voerballetje van maken, niet te hard aandrukken!
Leer meer over het vissen met de method feeder:
[irp posts=”19431″ name=”Hoe bevestig je een method feeder?”]
RONNY DE GROOTTE – Hoe maak je de snowman rig? De ‘snowman rig’ of sneeuwman rig is waarschijnlijk de meest gebruikte rig sedert jaren. Deze rig heeft reeds een ontelbaar aantal karpers verschalkt en behoort tot het basis arsenaal van vele karpervissers. Ronny De Groote neemt in het derde deel van zijn onderlijnleer deze rig nader onder de loep.
Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen, de sneeuwman rig is verre van mijn favoriete rig. Een groot gedeelte van het karpervisserslegioen zweert echter bij deze rig, er wordt veel karper mee gevangen. Volgens mij worden er enkel zoveel karpers aan deze rig gevangen, omdat er simpelweg heel veel vissers zijn die deze rig als hun standaard rig beschouwen en hem daarom te pas en te onpas gebruiken. Qua finesse blinkt deze rig zeker en vast niet uit. Ik durf te stellen dat deze rig lomp is ten opzichte van andere rigs. Ik zal uitleggen waarom ik zo tegen deze rig aankijk en waarom ik deze rig soms zelf ook gebruik.
Een rivierschub die de aantrekkingskracht van een sneeuwman montage niet kon weerstaan.
WAAROM SNOWMAN RIG?
De term ‘sneeuwman’ komt van het feit dat als haakaas twee boilies van verschillende diameters op de hair worden gebruikt. Een zinkende grote boilie zorgt voor het visuele aspect en een kleinere zwevende boilie balanceert het geheel uit. De combinatie kan met een beetje verbeelding dan ook gezien worden als een sneeuwpop. Het feit dat het haakaas relatief groot is creëert een natuurlijke aversie bij mij. Ik ben er namelijk van overtuigd dat kleiner aas sowieso veel sneller wordt genomen dan groot aas. Dit heb ik tijdens het vissen op karper, maar eveneens bij het vissen op roofvissen zoals steur en meerval mogen constateren.
Daarom gaat mijn persoonlijk voorkeur uit naar klein haakaas. Bovendien kun je kleiner aas met meer finesse vissen; je begrijpt misschien waarom ik in eerste instantie niet wild ben van de sneeuwman rig. Echter, na vele jaren karpervissen, maar ook het vissen op andere vissoorten over de gehele wereld, heb ik geleerd dat je soms je overtuigingen aan de kant moet schuiven. Dat je voor de gegeven omstandigheden de beste rig moet gaan gebruiken. In sommige situaties is dat de sneeuwman rig. De visser die dit niet wil inzien, is hoogstwaarschijnlijk ook de persoon die op langere termijn minder succes zal hebben.
Om dit soort bijvangsten te vermijden moet je soms naar groter aas grijpen. Ervaring heeft me geleerd dat dit pas echt lukt vanaf een combinatie van een 20 mm pop-up en een 24 mm zinkende boilie.
WANNEER GEBRUIK JE DE SNOWMAN RIG?
De sneeuwman rig gebruik ik op het ogenblik dat een fijne aaspresentatie van minder belang is. Een fijne, uitgebalanceerde aaspresentatie heb je nodig als die ene, solitaire karper je stek aandoet en als die karper alle tijd heeft om ieder aasdeeltje te onderzoeken. Indien de aaspresentatie dan te wensen overlaat, dan zul je deze karper moeilijk, of misschien zelfs helemaal niet vangen. Ontstaat er echter voedselnijd op de stek, dan mag de rig ietsjes ‘lomper’ zijn. Echter, dit wil niet zeggen dat niet alle details van deze rig tot in de puntjes verzorgd moeten zijn. Dit hoor je me ook weer niet zeggen.
Ik gebruik deze rig op plaatsen waar het visuele aspect van de aaspresentatie van primair belang is. Met andere woorden, daar waar je haakaas het onderwerp van voedselnijd kan zijn. Onder welke condities kun je aan deze eis voldoen? Heel simpel, op het ogenblik dat de karpers zich in een (grote) groep voort bewegen. Deze omstandigheden krijg je bijvoorbeeld wanneer je op groot en weinig bevist water aan de slag gaat. Grote meren zijn hiervan een voorbeeld. De karperpopulatie komt daar niet elke dag in contact met karpervissers en zeker in het begin, als er gevist wordt, bestaat de karperpopulatie uit een paar (grote) scholen karper. Krijg je dan een school op de stek, dan zal haakaas dat goed opvalt ook eerder genomen worden in vergelijking met een haakaas dat moeilijk waarneembaar is. Rivieren zijn een ander voorbeeld waar de waarneembaarheid van je haakaas een dominantere rol krijgt bij het boeken van succes.
Voorafgaande aan deze vangst hadden diverse karpers zich meermaals aan de oppervlakte laten zien. Een teken dat er zich meerdere karpers op de stek bevinden en er dus voedselnijd is.
WAAR MOET JE OPLETTEN?
Karpers zijn van nature egocentrisch ingesteld en net die eigenschap zorgt ervoor dat ze als eerste iets zullen proberen te verorberen als ze zich in een groep voortbewegen. Op dat ogenblik kies je dus voor de waarneembaarheid en mag de finesse een beetje naar de achtergrond worden geschoven. Een ander voordeel van groot haakaas is dat je bepaalde vissoorten kunt selecteren. Met groot haakaas zul je vanaf een bepaald ogenblik bijvangsten van brasems en barbelen grotendeels kunnen vermijden. Op bepaalde rivieren houdt dit in dat er een combinatie van een 20 mm pop-up en een 25 mm zinkende boilie gebruikt moet worden.
Bij groot aas is het vanzelfsprekend dat ook de individuele componenten van de rig aangepast dienen te worden. Het haakmaatje 6 of 8 zal worden ingeruild voor een maatje 4. Maar ook andere dimensies zullen iets toenemen, bijvoorbeeld de lengte van de hair. Zo zal de afstand tussen de zinkende boilie en de haak minimaal 2 cm, of zelfs meer moeten bedragen. Dit is nodig om te voorkomen dat het grotere haakaas de haak gaat maskeren en zodoende de inhaking bemoeilijkt. Een veel gemaakte fout is dat karpervissers een te korte hair gebruiken. De inhaking verloopt hierdoor niet optimaal en de haakbocht wordt slechts voor de helft gevuld.
Tijdens de dril komt alle kracht dan ook op de haakpunt in plaats van de haakbocht te staan. Nu zijn er twee mogelijkheden: de haak buigt uit en/of de haak gaat snijden in de bek van de karper. Het resultaat is steeds hetzelfde, een karper die tijdens de dril verspeeld wordt. Gebruik dus een langere hair als het formaat van het haakaas toeneemt. Ik hanteer reeds een kwart eeuw de ‘1 op 10 regel’. Is mijn onderlijn 20 cm lang, dan laat ik ongeveer 2 cm tussen mijn haakaas en de bocht van de haak. Bij het vissen met een sneeuwman rig gebruik ik een onderlijn van minimaal 30 cm lang. Dit is ongeveer de dubbele lengte van de rigs die ik doorgaans pleeg te gebruiken.
Waterkracht is een duurzame vorm van energieopwekking en daar zijn steeds meer mensen groot voorstander van. Energie uit waterkracht wordt opgewekt uit stromend water. Doordat bij de productie van elektriciteit geen schadelijke stoffen vrijkomen en de bron onuitputtelijk is, lijkt deze vorm van energieopwekking zeer duurzaam. Echter zijn waterkrachtcentrales gevaarlijk voor vissen en veroorzaken deze vissensterfte. Daarnaast kunnen stuwdammen plaatselijke ecosystemen aantasten. Er zijn dus uitgebreide voorzieningen nodig die voorkomen dat vissen sterven doordat ze te dicht bij de centrales komen.
Waterkracht en vissterfte
De waterkrachtcentrales zijn voornamelijk gevaarlijk voor vissen die stroomafwaarts zwemmen. Deze vissen komen in aanraking met turbinebladen als ze te dicht bij zwemmen en worden vervolgens vermalen. Voor de vissen die stroomopwaarts zwemmen, zoals de forel, zijn namelijk al diverse oplossingen verzonnen en zijn er vistrappen aangelegd. Vissen die de andere kant op zwemmen, lopen een stuk meer risico. De afgelopen 30 jaar is de kwaliteit van het Nederlandse rivierwater sterk verbeterd, waardoor juist vele vissoorten zijn teruggekeerd. De bouw van waterkrachtcentrales kan dit tenietdoen waardoor de verbetering van de visstand wordt belemmerd. Sportvisserij Nederland volgt de ontwikkelingen rondom waterkrachtcentrales in Nederland dan ook op de voet.
Mogelijke oplossingen
Er zijn verschillende oplossingen om vissterfte als gevolg van waterkrachtcentrales tegen te gaan. Er worden momenteel verschillende visgeleidingssystemen ontworpen om de vissterfte tegen te gaan. Deze systemen zorgen ervoor dat de vissen naar goten en buizen geleid worden, waardoor ze niet in aanraking komen met de turbinebladen. Momenteel worden deze systemen nog nergens toegepast en niet alle systemen zijn specifiek ontworpen om vissterfte te voorkomen. Een andere mogelijke oplossing is door de turbine gericht te beheren. Zo kan deze bijvoorbeeld stop worden gezet tijdens de palingtrek en kunnen er vistrappen worden ontwikkeld waardoor vissen stroomopwaarts langs de waterkrachtcentrales kunnen zwemmen. Diverse Nederlandse centrales hebben deze vistrappen al geplaatst of zijn deze aan het installeren. Een belangrijk punt dat daarmee nog niet is opgelost is de sterfte onder vissen die stroomafwaarts zwemmen, die momenteel tot wel 30 procent bedraagt.
Voordelen van waterkracht
Waterkracht is een goedkope en onuitputtelijke vorm van energie. Zo kunnen consumenten dankzij waterkracht nog voordeliger uit zijn bij de goedkoopste energieleverancier. Voor de bouw van een waterkrachtcentrale is wel een flinke investering nodig, maar zodra de centrale eenmaal staat zijn de kosten laag. Daarnaast gaat de centrale tientallen jaren mee. De energieopwekking is nauwelijks afhankelijk van het weer, waardoor het een betrouwbaardere oplossing is dan windenergie of zonne-energie. Er hoeft geen grondstof te worden gewonnen waardoor waterkracht een zeer schone vorm van energie oplevert, zonder afvalproducten.
REDACTIE – De keuze van een hengel voor het vissen met de methodfeeder is niet gemakkelijk. Het aanbod is groot en alle firma’s beweren uiteraard het beste product in huis te hebben. Fanatiek commercial visser Peter Urscheler geeft zijn mening en visie over dit onderwerp!
Welke hengel heb je voor het methodfeederen nodig?
De hengel en de werpmolen die gebruikt worden voor de methodfeeder visserij verschillen niet heel veel van de ‘normale’ feedervisserij. Er zijn speciale hengels op de markt voor deze visserij, maar een lichte feederhengel voldoet perfect. De lengte is afhankelijk van de afstand waarop gevist wordt en natuurlijk persoonlijke voorkeuren.
Tip van Peter: “Bekijk eens in de hengelsportzaak of op een beurs de Monster X Rods van de Britse firma Preston. Zij hebben een uitgebreide range met o.a. speciaal voor het methodvissen ontworpen hengels”.
Een checklist met mijn voorwaarden:
Over het algemeen voldoet een lengte tussen de 3,00 meter en 3,60 meter op de meeste wateren.
Belangrijk is wel dat deze een parabolische actie heeft. Zo kan de vis de kleine weerhaakloze haak niet uit de bek kan schudden.
Omdat de method feeder vooral wordt ingezet op de wat kortere afstanden, tot ongeveer 40 meter, is het niet nodig om een enorme big-pit werpmolen in te zetten. Een 320, 420 of 520 model is zeer geschikt voor deze visserij.
Welke lengte en werpvermogen heb je nodig?
Dit hangt af van de afstand die je vist en uiteraard het gewicht van de method dat je gebruikt. Vis je tot 15 meter, dan kun je prima uit de voeten met een 20 grams method en een hengel van 2,15 of 2,75 meter. Vis je tot 30 meter, dan is het gebruik van een 3,00 meter method feeder in combinatie met een 30 grams method een aanrader. Wanneer je verder vist dan 30 meter, gebruik dan een 3,30 of 3,60 meter lange methodhengel.
Welke werpmolen past erbij?
Voor een 2,15 en 2,75 meter hengel zou ik een 320 model molen adviseren, voor de 3,00 meter een 420 model en voor de 3,30 & 3,60 meter een 520 model molen.
Doorslaggevend details bij de keuze voor een hengel: dankzij de plat afgewerkte eva handgreep, ligt deze hengel een stuk comfortabeler en stabieler in de hand! Je ziet tevens dat de molen van een bescheiden formaat is.
Lees ook:
[irp posts=”19434″ name=”Hoe vis je met de method feeder?”]
[irp posts=”19428″ name=”Welke haken heb je bij commercial vissen nodig?”]
RONNY DE GROOTTE- Hoe maak je de Chod Rig? Laat ons eens de geschiedenis van de Chod rig onder de loep nemen. Wanneer je het over een Chod rig hebt dan kom je steeds bij twee namen uit. Terry Hearn is de eerste, aangezien hij de uitvinder van de Hinged Stiff rig is. Een gedeelte van die rig is de Chod. Later zou mijn goede vriend Frank Warwick zijn huidige twist geven aan deze rig.
Frank is zonder meer een van de meest vooruitstrevende karpervissers van de laatste twintig jaar. Frank was de eerste die dit Chod-gedeelte direct op een leadcore leader gebruikte. De combinatie van Terry’s Chod, gemonteerd op Franks leadcore leader, zorgt voor deze spraakmakende rig.
In tegenstelling tot de meeste rigs, die alleen op of laag tegen de bodem gevist kunnen worden, kun je met een Chod rig terecht op modderbodems (chod). Bodems waar allerlei rotzooi ligt, maar je kunt hem ook hoger op de leader vissen tegen het wier aan. Met een beetje verbeelding kun je het ‘3D vissen’ noemen.
Karpers die reeds meermaals zijn gevangen associëren boilies die op de bodem worden aangeboden dikwijls met gevaar. Persoonlijk heb ik reeds mogen ondervinden dat de karpers mijn haakaas, dat op de bodem werd aangeboden, volledig negeerden. Zodra ik mijn haakaas in het wier en op 40-50 cm hoogte aanbied komen de aanbeten.
Eigenlijk is dit best logisch aangezien vissers dikwijls in de buurt van wier vissen en daar ook voeren. Een deel van hun voer blijft op verschillende hoogten in het wier hangen. Karpers zijn in feite in de loop van tijd positief geconditioneerd op dat aas dat daar maar ergens hangt. In ieder geval ze associëren het niet met gevaar en daar moet je als visser van profiteren.
Een Chod rig gevist in of op het wier kan dus productief zijn daar waar rigs aangeboden op de bodem onaangeroerd blijven. Om nu te stellen dat dit de ultieme rig is, is wellicht een beetje overdreven. Maar de visser die de moeite neemt om deze rig te knopen en aanpast aan de omstandigheden, vist met een rig die daadwerkelijk ook ‘vist’! Dit kan niet van iedere andere rig gezegd worden.
Het feit, dat het gewicht van de leadcore leader voor een constante druk zorgt op de haakpunt wanneer de karper het haakaas in de bek heeft genomen, zorgt er voor dat deze karper meer problemen zal hebben om zich van deze haak te ontdoen. Hierdoor zal hij vroeg of laat nerveus worden en van de stek wegvluchten.
Wanneer de karper eenmaal zwemt, zal de haak zich echt vastzetten in zijn bek. Die constante druk op de haakpunt kun je alleen bewerkstelligen met een rig waar een elastisch element is ingebouwd, zoals bij een bungee rig, een Trigga link rig of met een zeer laag geviste pop-up rig, waarbij een veel te zwaar lood (15 tot zelfs 30 gram) wordt gebruikt.
Iedere andere rig, waarbij de visser een loodgewicht gebruikt om de haak te zetten, heeft steeds die 100%-0% druk op de haakpunt situatie. Volledige druk op het ogenblik dat de onderlijn wordt gestrekt en het loodgewicht van de bodem wordt getrokken. Komt de karper echter terug in de richting van de bodem dan valt deze druk volledig weg, op dat moment kan de karper door spiercontracties in de bek zich van de haak ontdoen. Karpers die eerder zijn gevangen zijn hier heel bedreven in.
Dus die constante druk op de haakpunt is de sleutel tot het haken van karpers die het haakaas schichtig opnemen. Automatisch wil dit ook zeggen dat je het best met slappe lijnen vist, aangezien anders het gewicht van de leadcore leader gedeeltelijk teniet kan worden gedaan door de druk op de lijn.
Wanneer ik een Chod rig op de bodem presenteer, plaats ik meestal de eerste Rig Bead op ongeveer 20 cm boven de rig ring, die beide delen van de leadcore leader verbindt. De tweede Rig Bead komt daar ongeveer 20 cm boven, zodat de Chod rig over deze afstand vrij kan bewegen.
Door deze ‘speelruimte’ aan de Chod rig te geven vermijd ik dat die 100%-0% situatie snel ontstaat en zo probeer ik te voorkomen dat de karpers zich van de haak kunnen ontdoen. Wanneer ik echter mijn haakaas tegen het wier aan of zelfs boven op het wier wil aanbieden, zal ik beide rig beads zo ver opschuiven op de leadcore leader als nodig mocht zijn. Het is niet ongewoon voor mij om de Chod Rig 1,5 meter hoog op de leadcore leader te vissen en vanzelfsprekend moet deze dan minimaal 2 meter lang zijn.
De minimum lengte van de leadcore leader die ik gebruik is in ieder geval 1,2 tot 1,5 meter, anders is het gewicht van de leader te laag om een constante druk op de haakpunt te houden.
Los tijdens dril
Met enige regelmatig hoor je dat er karper wordt verspeeld tijdens de dril. Wellicht kunnen de volgende kleine tips je helpen om dit te voorkomen.
TIP 1. Allereerst is het loodgewicht dat je gaat gebruiken bij het vissen met een Chod rig heel belangrijk. De functie van je lood wordt grotendeels beperkt tot het werpen van de rig. Op het moment dat je rig zich op de gewenste plaats bevindt is de vorm van je lood en zijn gewicht van ondergeschikt belang. Herinner dat het gewicht van de leadcore leader aanwezig is om een constante druk op de haakpunt uit te oefenen. Natuurlijk is de druk die het lood ontwikkelt de eerste seconden van de run van belang, echter zodra de hengelaar zijn hengel in de hand neemt en zodoende zelf druk creëert via zijn hengel, verliest in feite het lood zijn positieve eigenschappen.
TIP 2. Een veel gemaakte fout is dat de hengelaar te zwaar lood gebruikt en dit zorgt er voor dat de haak tijdens de dril zijn grip kan verliezen. De hengelaar oefent druk uit van bovenaf en het lood creëert een druk van onderaf. Deze twee krachten worden via de korte, stijve onderlijn getransformeerd naar de haakpunt en dit zorgt er voor dat de haak in feite verandert in een snijdend voorwerp. Lees: De haak verliest zijn grip en de visser blijft gedesillusioneerd achter.
TIP 3. In een ideale situatie zul je je lood dus gebruiken voor de bovenvermelde doeleinden en dril je eenmaal de karper dan zul je er voor zorgen dat je je lood kwijtspeelt. Op dit ogenblik worden hiervoor allerlei soorten zwakke verbindingen gebruikt. Sommige vissers gebruiken een 4 lb nylonlijn om het lood met de leader te verbinden. Bij een aanbeet is er genoeg tegendruk om de haak volledig te laten indringen, maar zodra het lood ergens blijft hangen breekt de breeklijn. Vanzelfsprekend moet deze verbinding voor het werpen verstevigd worden en daar wordt PVA lijn voor gebruikt, die oplost zodra het in het water komt.
Met een beetje ervaring kan de rig een heel eind worden weggezet. Dit heeft echter als nadeel dat, zodra de leader nat is en je wilt opnieuw werpen, de PVA reeds tijdens de worp zal oplossen en dan verliest het vanzelfsprekend zijn eigenschappen. In een ideale wereld zou een systeem moeten bestaan met een hele sterke verbinding, maar zodra de karper is gehaakt heel gemakkelijk je lood loslaat. (Redactie: Nog beter stenen of ander milieuvriendelijk materiaal gebruiken i.p.v. lood. Zeker met PVA als hulpmiddel is dit een goede optie. Kom maar op met je suggesties en ideeën! Stuur ze naar de redactie redactie.beet@vipmedia.nl).
TIP 4. Persoonlijk gebruik ik geen zware loodgewichten wanneer ik met een Chod rig vis. Meestal houd ik het bij 40 tot 50 gram. Met een 40 grams lood kun je 60-70 meter ver werpen. Ten tweede zal een licht lood minder druk creëren op de haakpunt, waardoor deze minder snel zal gaan snijden. Aangezien ik eveneens probeer te vermijden dat het lood, door de korte onderlijn welke een Chod rig nu eenmaal is, constant tegen de bek van de karper klapt tijdens de dril, plaats ik op ongeveer 10 cm van het lood vandaan een rig ring waar de Chod rig tegen blokkeert. Deze kleine verandering zal er dus voor zorgen dat de karper rustiger reageert.
Deze karper kon het aas aan de Chod rig niet weerstaan.
Hoe lang is een chod rig? Wat is de ideale curve?
Afhankelijk van waar ik de chod rig wil presenteren, zal de lengte variëren van 3 tot maximaal 8 cm. Kort tegen de bodem aan en iets langer wanneer ik het tegen of bovenop het wier vis. Bedenk, zoals eerder omschreven, dat we de druk zo lang mogelijk op de haakpunt willen houden en dan is vanzelfsprekend een kortere onderlijn beter.
Om de druk die het gewicht van de leadcore leader creëert zo goed mogelijk over te zetten op de haakpunt, is de beste optie dat de hoek van de haakpunt naar de leader zo dicht mogelijk de 90° benadert. Vanzelfsprekend mag met een heel scherpe haak deze hoek een beetje afwijken. Meestal bewaar ik mijn Chod rigs onder druk op de insert van een Deep Box Chod en aangezien fluorocarbon een sterk geheugen heeft, zal dit ongeveer de hoek gaan vormen.
Heb je nog nooit met een Chod rig gevist, neem dan eens de moeite om er eentje in elkaar te knutselen en je zult zien dat moeilijk vangbare karpers iets gemakkelijker vangbaar worden.
PAUL GARNER- We zijn nu aangekomen bij mijn favoriete periode van het jaar voor het barbeelvissen, waarbij korte avondsessies tot in het donker de beste kansen bieden. De barbelen zijn zich aan het volvreten en hebben nu een fantastische bronzen gloed. Barbeel gedraagt zich voorspelbaar in deze tijd van het jaar. Als je je trip kunt plannen tijdens mild, regenachtig weer, is succes bijna gegarandeerd. Dit is het moment dat barbelen zich aan het volstoppen zijn.
Barbeel tactiek
Helaas hebben we niet altijd de tijd om te gaan vissen als de omstandigheden perfect zijn. Dus hoe maken we het beste van die trips waarbij de vis minder trek heeft? Tijdens de laatste paar jaar heb ik me met deze kwestie bezig gehouden en heb ik mijn barbeelvisserij aangepast om het beste uit de gegeven condities te halen. Vaak is de meest consistente tactiek, in alle behalve de slechtste condities, om spaarzaam te zijn met boilies en deeg. Dit is een verbazend flexibele benadering en ook nog eentje die de grotere exemplaren kan selecteren.
Simpel voer voor barbeel
Hoewel boilies vrij prijzig lijken en lastig zelf te maken, heb je er voor een barbeelsessie in deze tijd van het jaar niet veel nodig. Dus zijn ze eigenlijk een van de zuinigste aassoorten die je kunt gebruiken. Als ik een avond aan een stek zit, drop ik elke tien minuten een paar boilies, om de barbeel attent te maken op het gratis maaltje. Zeer regelmatig bevis ik diverse stekken een uurtje en dat maakt het mogelijk elke stek van wat voer te voorzien, en elk uur nog wat extra voordat ik op een stekje ga vissen.
Omdat ik zo’n kleine hoeveelheid aas gebruik, is het zeer belangrijk te weten dat het blijft liggen op de plek waar ik het hebben wil. Het aas met een katapult naar het midden van de rivier schieten, staat gelijk aan het snel meegevoerd zien worden. Zoek naar stekken bij een stroomnaad waar het voer in het langzamer stromende deel kan blijven liggen of gebruik een aasdropper om het zeer precies te plaatsen.
Spaarzaam voeren op de juiste plek.
Welk aas gebruik ik voor barbeel?
Mijn vuistregel bestaat er uit dat hoe hoger het water staat en hoe troebeler het is, hoe groter het aas is dat ik zal gebruiken. In de kern betekent dit een zo klein aas als mogelijk gebruiken; 8 mm aas is niet te klein. In normale herfstomstandigheden zal mijn doorsnee aas uit 15 mm boilies bestaan en bij hoogwater zet ik graag aas in zo groot als een walnoot.
Dezelfde logica gaat op voor de tijd van de dag. Op het midden van de dag vis ik met klein aas en in het donker zijn de grotere aassoorten aan zet. Deze regels gaan vooral op als ik niet heb kunnen voorvoeren. Want algemeen genomen, hoe meer voer de vis al is tegengekomen dankzij het voorvoeren, hoe minder ik me druk maak over de aasgrootte. Er is natuurlijk geen reden waarom je niet hetzelfde aas zou gebruiken als waarmee je hebt gevoerd, maar heb het wel in verschillende formaten voor de verschillende omstandigheden.
Boilies van 8 mm tot 15 mm zijn mijn favoriet voor de herfst.
Flexibel deeg
Deeg heeft veel voordelen, het grootste is dat je a la minute het formaat kunt aanpassen waarmee je voert of aan de haak doet. Het moet een hele rare dag zijn, wil ik geen bal deeg bij me hebben als ik op barbeel vis, het is zo veelzijdig. Een laagje over een boilie voor extra attractiewaarde of juist als extra grote bal als haakaas om de kleine vis te ontmoedigen, deeg geeft je zoveel extra opties in vergelijking met alleen een boilie.
De meeste voer- en aasfabrikanten bieden deeg aan dat past hun boilielijnen en voor mij is dat essentieel. Als je liever niet zelf aan de slag gaat, koop het dan kant en klaar. Maar het is goedkoper en, ik denk ook, effectiever als je zelf je deeg maakt. Het geeft je totale controle over de consistentie, versheid en smaaklevel.
Deeg is een echte attractor voor barbeel.
Aan ieder begin van de herfst besteed ik een avond om mijn barbeelaas voor de komende maanden te maken, de vriezer vullend met verschillende soorten ballen deeg die passen bij diverse boilies. Een klomp ter grootte van een vuist is ideaal voor een sessie. Ik bewaar dit aas in luchtdichte zakken om het in topconditie te houden. Op deze manier blijft het de hele winter goed en is er geen gedoe om voor elke trip nieuw deeg te maken.
Barbeel flavours
Er zijn hele debatten gaande over wat voor barbeel de beste wintersmaken en -geuren zijn en iedere barbeelvisser heeft zijn eigen voorkeur. Dit zegt mij dat barbeel in ieder geval een brede smaak heeft, hoewel sommig aas nog steeds duidelijk de voorkeur kan hebben. Ik denk dat de echte test eruit bestaat een smaak te vinden die vangt tijdens erg koude en zeer slechte omstandigheden. Een aassoort die consequent vangt tijdens een slechte visserij, zal het altijd goed doen.
Zoete, romige smaken zoals Scopex hebben een goede winterscore en het is de moeite waard er wat intense zoetstof aan toe te voegen om de smaak nog beter te laten uitkomen. Aan de andere kant van het spectrum, ik heb tijdens echt ijskoude dagen een verbazend aantal barbelen gevangen aan deeg met een paar druppeltjes pepermuntolie. Er moet dus wel iets zijn wat barbeel erg lekker vindt aan deze doordringende, penetrante olie.
Flavours voor de herfst.
Verkassen
Een ander groot voordeel van vissen met deeg of boilies is dat je licht bepakt bent en veel stekken kunt afvissen. Een uur per stek moet meestal voldoende zijn voor een aanbeet op een boilie. Dat betekent dat ik regelmatig kan verkassen op zoek naar de vis. In vergelijking met een andere standaardbenadering: het kan tijd kosten een stek op te bouwen met klein voer, zoals maden en casters, waardoor je feitelijk lang vast staat op deze ene stek. Als het koud is ga ik liever achter de vissen aan, liever dan lange tijd moeten hopen dat ik de goede stek heb gekozen. Dus kies ik meestal voor de boilietactiek.
Snelle tip – Boilie/deeg combo
Mijn normale haakaas bestaat uit een boiliekussentje aan de hair met een plukje deeg er omheen. De boilie raakt niet los, dus zelfs als kleine vis het deeg wegplukt, vis ik nog steeds effectief. Het perfecte haakaas krijg je door het deeg om de boilie en de haak te kneden, laat de haakpunt vrij.
10 minuten recept – Boiliekussentjes
Mijn zelfgemaakte boilies zijn afgeplat, wat helpt ze op de bodem te houden. Aas in deze vorm maken is eenvoudiger dan ronde boilies en je hebt er weinig gereedschap voor nodig.
STAP 1. Tik een paar eieren in een kom en voeg je vloeibare geur- en smaakstoffen toe.STAP 2. Doe een theelepel zout bij de eieren en klop ze goed door.STAP 3. Voeg langzaam boiliepoeder toe aan de eieren en blijf goed kloppen.STAP 4. Stop met poeder toevoegen als het deeg een klei-achtige substantie is geworden en laat het 10 minuten staan.STAP 5. Neem ongeveer een derde van het deeg, doe het in een zak en bewaar het als deeg dat bij deze boilies past.STAP 6. Neem een klein stukje van wat er is overgebleven en rol dit tot een worstje. Strooi wat bloem of boiliemix op het werkblad om plakken te voorkomen.STAP 7. Snijd met een mes het worstje in plakjes van ongeveer 15 mm lengte. Het maakt niet uit dat ze wat plat zijn, ze zullen hierdoor minder gaan rollen.STAP 8. Kook de aasjes ongeveer een minuut en leg ze uitgespreid op keukenpapier te drogen.
Ook interessant voor jou:
[irp posts=”18413″ name=”Barbeel vangen op kleine rivieren”]
Matchvissen met de schuivende montage, hoe doe je dat? Deze keer zet Lucien de Rade zijn uitrusting neer aan de oevers van het prachtige riviertje de Linge. Op grote afstand vist hij hier met een grote, schuivende matchdobber op een diepte van ruim 4 meter. Deze techniek wordt ook wel het vissen met de slider genoemd.
In deel 1 van deze serie viste Lucien op een ondiepe polderwetering met een vaste dobbermontage en matchhengel. Door de geringe waterdiepte was het mogelijk om zijn dobber te fixeren op de lijn, net zoals bij een vaste hengel, en alsnog goed te kunnen werpen en drillen. Die dag werd het een schitterende demonstratie met volop mooie, bronzen brasems.
Hoe vis je op diep water met de dobber en werphengel?
Vandaag is de situatie anders. Lucien heeft een stek uitgekozen aan het riviertje de Linge. Uit eerdere sessies weet Lucien dat het water hier ruim 4 meter diep is. Een dobber kun je op zo’n diepte wel vastzetten op de lijn, maar de montage is vanuit een praktisch oogpunt niet te werpen. Zelfs niet met een 4,20 meter lange matchhengel. Ook tijdens het drillen en scheppen ga je zo tegen problemen aanlopen. De oplossing: een schuivende dobbermontage, ook wel de slider genoemd!
Hoe peil je de dobbermontage uit?
Stap 1 is het peilen van de stek. Tijdens reportages gaan we vaak met niet de minste witvissers op pad en het is opvallend hoe belangrijk zij dit vinden; of het nu gaat om het vissen met een dobber of met de feeder. Een klein geultje kan bijvoorbeeld net een spot zijn waar van nature meer natuurlijk voedsel ligt. Een hotspot waar vissen met vertrouwen azen. Aan de andere kant: wie zegt dat zo’n plek een hotspot is… misschien ligt deze wel vol met afgestorven waterplanten, prut en bladeren.
Speciaal voor het peilen heeft Lucien een oude matchhengel omgebouwd tot peilhengel. Op de hoofdlijn zit, van boven naar beneden, een nylon stuitje, kraaltje, matchdobber en 3 loodjes. De loodjes bestaan uit een kleine loodhagel van 1 gram, een iets grotere loodhagel van 4 gram en tot slot een 15 grams lood. Op matchdobbers kom je vaak codes tegen die iets zeggen over het draagvermogen en het eigen gewicht, in dit geval staat op de dobber ‘3+15 gr’.
Wat betekent dit? Het eerste getal staat voor het eigen gewicht van de dobber, dus in dit geval weegt deze 3 gram. Het tweede getal staat voor de hoeveelheid verzwaring die nodig is om de dobber perfect uit te loden, in dit geval dus 15 gram lood.
De verzwaringen op de peilhengel worden als volgt op de lijn gezet.
Omdat er 20 gram lood op de lijn zit, zal de dobber altijd op dit gewicht onder worden getrokken. Werp je de peildobber en verdwijnt deze onder water, dan is de waterdiepte groter dan de afstand van het lood tot het stuitje. Blijft de dobber plat op het oppervlak liggen, dan is de afstand van het stuitje tot het lood groter dan de waterdiepte. Staat de dobber met het puntje van de antenne net boven water, dan staat deze op exact de waterdiepte.
Hoe bepaal je de juiste visdiepte en visafstand?
Lucien laat het in de praktijk zien. In het midden van het water ligt een diepere vaargeul, maar eigenlijk is deze vrijwel zo plat als een pannenkoek. Als de dobber van de peilhengel naar tevredenheid op een stek staat, laat Lucien deze in het water liggen en pakt zijn ‘vishengel’ erbij.
Deze werpt hij ongeveer 5 meter verder dan de dobber staat. Vervolgens plaats hij de lijn achter de lijnclip. Met een aantal slingerslagen staat de dobber precies naast de peildobber. De visafstand is dus geregeld, dat is werpen tot op de clip en vijf slingerslagen binnen halen. Tezamen met een richtpunt aan de overkant vis je ‘spot on’.
Nu is het enkel nog zaak om de vishengel op de juiste diepte af te stellen. Lucien draait de peilhengel binnen en legt hiervan een gestrekte lijn van lood tot stuitje op het gras. Hiernaast plaats hij de montage van de vishengel. De haak legt hij tegen het lood, het stuitje verplaatst hij naar boven. Wanneer de twee stuitjes exact gelijk liggen, vist hij feitelijk met een staande haak, zo nauwkeurig kun je de vishengel instellen. Omdat hij met ongeveer 15 cm van de onderlijn op de bodem wil vissen, schuift hij het stuitje ook 15 cm naar boven. Wat een perfecte en handige manier om snel en nauwkeurig te peilen!
Welk voer gebruik je bij het matchvissen?
De hengel en montage is klaar; nu is het tijd om het voer te maken! Wanneer je bij de bodem vist, dan wil je dat de voerballen pas op de bodem uiteen breken. De samenstelling van het voer en de waterdiepte zijn belangrijke factoren. Omdat Lucien op ruim 4 meter water vist gebruikt hij ‘rivierklei’ als verzwarend en bindend element. In een emmer gaan gelijke delen rivierklei, Vijver Geel en Turbo Classic, allemaal uit het gamma van Marcel Van Den Eynde. Met behulp van een accuboormachine met mixer wordt het geheel tegelijkertijd gemengd en bevochtigd. Als los aas voegt Lucien een handje dode maden, casters en wormenstukjes toe.
Hoe gevoelig is matchvissen met de schuivende montage?
De montage ziet er op het eerste oog lomp uit; de dobber, het lood en de lijndikte is in vergelijking met een vaste hengel aanpak een stuk groter, zwaarder en dikker. Je vervalt dan snel in de veronderstelling dat verfijnd vissen niet mogelijk is. Dit wordt echter vrijwel direct door Lucien onderuit gehaald, want al bij de eerste inzet is het raak; een klein voorntje heeft de made gepakt. Het vis je is nauwelijks 10 cm lang, maar zorgde voor een duidelijke aanbeet op de dobber!
Matchvissen met de schuivende montage
In de daarop volgende uren vangt Lucien een netje mooie blankvoorns, wat kleine en iets grotere brasems. Lucien geeft grift toe dat je hier met een feederhengel meer vis zult vangen, maar met een dobber op zo’n afstand; het is gewoon een schitterende en leuke techniek! Zo zonnig en droog deze zomerse dag begon, zo donker wordt het in de middag. Als de donkergrijze wolken steeds dichterbij komen, wordt voor de zekerheid de weer-app op de telefoon bekeken… Er komt noodweer aan, tijd om de spullen in te pakken!
Visstekken: vissen op de Linge
Tijdens deze sessie heeft Lucien plaatsgenomen op de Lingedijk, om precies te zijn op de westoever tussen Arkel en Gorinchem. Dit deel van de Linge mag je bevissen wanneer je in het bezit bent van een VISpas. Hier is de Linge nog breed en bevaarbaar voor schepen. Ook de visstand is enorm gevarieerd. Hoe meer je naar het oosten gaat, des te smaller wordt de Linge. In het oostelijke deel van de Betuwe is de Linge niet meer dan een brede sloot met kraakhelder water en veel planten.
Hoe ziet de schuivende montage er uit?
Stuitje gemaakt van 25/00 Gorilla Red nylon, plastic kraaltje met klein gaatje waar het stuitje nooit doorheen past, Rive 3+15 slider, loodhagels en een Cresta miniwartel maat 20 waar de onderlijn met een lusverbinding in gehangen wordt.
HENGEL: 4,2 meter lange matchhengel.
HOOFDLIJN: 24/00 mm Gamakatsu G-Line Flex.
ONDERLIJN: 40 cm 12/00 G-Line Neo met een Gamakatsu LS1310 in de maat 14 tot en met 18.
Bij matchvissen met de schuivende montage heb je grote dobbers nodig. Die lijken lomp, maar kun je erg gevoelig afstellen!
Lees ook:
[irp posts=”19953″ name=”Matchvissen met de vaste montage”]
Normaal gaan we met JVS Cityfishing naar openbaar water, deze keer niet. We zijn afgereisd naar de Slothoevevijver, een commercial vijver in Brabant. De visserij op commercials is niet meer weg te denken uit Nederland. Voor wie wedstrijden vist zijn het immers ideale wateren. Er is altijd wel een vis te vangen en gelijke kansen voor iedereen!
Ik bezocht deze vijver hier niet voor de eerste keer. Enkele dagen voorafgaand aan dit bezoek viste ik er een koppelwedstrijd. Er werd toen prima gevangen, met bijna 37 kilo werden Mandy Swart en ik 2e in ons vak. Dat was volgens mij het laagste vangstgewicht wat een prijs opleverde. En dat zijn echt veel vissen! De F1’s wegen misschien gemiddeld 300 tot 400 gram en de gewone karpers wegen gemiddeld genomen ongeveer een kilo. Veel vis dus!
Hoewel ik het gevoel had dat we de geviste wedstrijd tactisch niet helemaal goed hadden aangepakt, leek het me leuk om alles nog eens op precies dezelfde manier over te doen. Dat betekende vissen op verschillende visafstanden. Allereerst tegen het eiland, althans op zo’n meter van de oever ervan. Daar is het water ongeveer 1 meter diep, De oever is vrij steil aflopend vanaf het eiland gezien en het idee was dan ook om pal tegen die oplopende kant te vissen.
De tweede visafstand was tegen de behoorlijk steil aflopende eigen oever. Waar ik viste was het ruim 2 meter diep en dat op zo’n 5 meter uit de oever! Net een meter verder wordt de maximale diepte van het water bereikt met ongeveer 2,7 meter diepte.
Slothoevevijvers.
De Slothoevevijvers in Vinkel bestaan al langer. Er ligt al enkele jaren een vijver die vol zit met vooral F1 karper en karpertjes. Ik was daar al eens voor een clinic met de Nationale jeugdteams en de visserij was toen ronduit fantastisch. Ik hoorde toen over de plannen van een nieuwe vijver, die is inmiddels dus af!
Het eerste wat opvalt wanneer je de vijver ziet is de rechthoekige vorm, met in het midden een reeks van eilandjes met overal openingen daartussen. Daar is echt wel goed over nagedacht. Aan beide lange kanten van het water liggen de visplekken. Vanaf iedere visplek is het mogelijk om vlakbij de eilandjes te vissen met een 13 meter vaste hengel. Ook voor wedstrijden is dat natuurlijk ideaal want alle deelnemers hebben zoveel mogelijk vergelijkbare omstandigheden.
Weinig voer
Ik besloot om op de korte visafstand een hoeveelheid van zo’n 150 ml (een halve cup) aan te voeren met geknipte wormen, maïs en ook wat 4 mm pellets. Vanwege de steil aflopende oever moest dat uiterst secuur gebeuren en om er absoluut zeker van te zijn dat ik op de juiste plek zou vissen, bevestigde ik een elastiekje op het hengeldeel dat ik in de hand had tijdens het vissen.
Ik begon daarna met vissen tegen het eiland. Ik bevestigde een pole cup op de hengeltop en zo voerde ik constant en bij iedere nieuwe inzet wat maïskorrels en later ook 4 mm pellets. Als je erover nadenkt belachelijk weinig voor de vele vissen die hier rondzwemmen.
Het belangrijkste verschil tussen het vissen op dit soort wateren ten opzichte van het vissen op natuurlijke wateren is de manier van voeren. Bijna altijd maak je op de natuurlijke wateren een voerstek waarna het wachten is totdat de vissen de voerstek hebben gevonden. Op dit soort vijvers echter kun je er veel meer vanuit gaan dat de vissen niet meer hoeven te worden aangelokt. Ze zwemmen bijna altijd al in de buurt.
Teveel vissen tegelijk aanlokken is heel vaak een recept voor vals gehaakte vissen en veel teveel onrust op de plek. Daarom werkt het voeren via een pole cup vaak zo goed. Constant kleine hoeveelheden aas bijvoeren, vlakbij de plek waar de dobber in het water staat, zal de in de buurt zwemmende vissen continu geïnteresseerd houden, zonder daarbij een overvloed aan vissen aan te lokken.
Ultrakort
Het duurde vrij lang voordat de eerste aanbeten kwamen tegen het eiland en stuk voor stuk waren de gevangen vissen F1 karpers. Wat zijn dat toch prachtige vissen! Carassio’s, giebels en ook de F1’s, allemaal lijken ze familie van elkaar te zijn en deze vissen zijn werkelijk gemaakt voor dit soort wateren.
F1’s worden niet veel groter dan 2 kilo en het zijn echte vechters. Hun kenmerk is bovendien dat ze nog steeds azen bij behoorlijk koude temperaturen, dus ook tijdens de herfst en winter zijn ze meestal nog goed vangbaar. Na een tijdje besloot ik om over te stappen naar de korte visafstand en meteen kreeg ik daar volop aanbeten. Het frustrerende was echter dat de vissen echt heel moeilijk te vangen waren tegen die steile oever.
Uiteindelijk lukte het me om veel meer aanbeten te verzilveren door te vissen met een ultra korte afstand tussen dobber en hengeltop en dan niet zozeer de haak te zetten bij een aanbeet, maar simpelweg de hengel op te lichten. Door de ultra korte opslag kon ik exact de plek uitkiezen waar de maïskorrel op de haak precies de bodem raakte, zonder met heel veel overdiepte te vissen. Wat een verschil maakte dat zeg!
In de kant
Uiteindelijk kreeg ik er nog een visafstand bij. Dat gebeurde toevallig nadat ik een op de haak gezette maïskorrel vlak tegen de oever in het water liet zakken, waarna ik enkele hengeldelen wilde opsteken. Op het moment dat ik dat deed haakte ik een flinke F1 die dus vlakbij de oever het haakaas had gepakt.
Ik besloot daarna om constant enkele maïskorrels bij te voeren, werkelijk vlak onder de oever op misschien 2 meter uit de kant. Daar waar normaal het leefnet in het water ligt.
Bizar hoeveel vis er vlak onder de oever zat en dat gebeurt heel vaak op dit soort wateren. Ik viste hier met flink wat overdiepte en legde eigenlijk gewoon de lijn van dobber tot haak zodanig in het water dat alles pal tegen de oplopende oever lag. Daar ving ik een tijdje echt goed en bovendien bleken het zowel de gemiddeld grootste F1’s te zijn. En hier ook karpertjes!
Analyse
Terugkijkend op die sessie zou mijn aanpak zeker anders zijn. Die eilandstek was prima, denk ik. Die zou ik aanhouden. Maar de stek op kortere afstand zou ik veranderen. Ik zou nu de plek kiezen waar de volledige diepte van het water is bereikt.
Ik zou het daarmee voor mezelf veel gemakkelijker maken omdat de bodem veel vlakker zou zijn daar. Daarnaast zal ik in een toekomstige sessie zeker ook weer een stek extreem kort aanvoeren. Maar in plaats van recht voor mijn voeten dan iets meer schuin opzij.
Vanaf het begin van een wedstrijd steeds kleine beetjes maïs om daar dan het laatste wedstrijdgedeelte op te gaan vissen.
Al met al waren het een paar heerlijke visuurtjes hier en waren het ook vooral interessante en leerzame uurtjes! Ik vis al heel lang en vaak op natuurlijk water en probeer nu steeds meer te leren over deze visserij.
Geloof me, het vissen op dit soort vijvers is echt iets anders! Anders, maar ook heel mooi. Voor iedereen die een dag gaat vissen lijkt het me belangrijk dat er simpelweg iets te vangen valt. Nou, dat kan tegenwoordig nergens beter dan op dit soort wateren waar je eigenlijk zowat vangstgarantie hebt! Ik kan het iedereen aanraden!
PAUL GARNER– De kortere dagen en de dalende watertemperaturen zetten alle witvis aan om nog even goed te eten voordat de karige maanden weer aanbreken. Vrijwel zonder uitzondering, netten vol witvis zijn er te vangen in deze beste vistijd van het jaar. Een soort die het meest met de herfst wordt geassocieerd is de brasem en voor mij de specimen brasems. Vanaf nu tot december, zolang de omstandigheden mild blijven, zijn brasems erg goed vangbaar, met elke herfst weer prachtfoto’s van grote vangsten en grote vissen.
Specimen brasems
Ik ga in deze tijd van het jaar graag specifiek achter de grote specimen brasems aan, maar dezelfde regels gelden eigenlijk voor elk formaat vis: zorgvuldig voeren met aas van goede kwaliteit in plaats van een berg goedkope meuk te storten. Dit laatste werkt prima als de scholen brasems groot zijn en er honderden monden te voeden zijn. Een groot voerbed neerleggen of zelfs voorvoeren om de vis langer op een plek te houden zijn goede keuzes. Als de vis minder talrijk is en aanbeten uiterst schaars, dan gaat kwaliteit op zeker boven kwantiteit.
Een boilie in combinatie met een opvallend aasje.
Kers op de taart
Mijn benadering van brasemvissen in de herfst bestaat uit zo min mogelijk voeren, in balans met het aantal aanbeten dat ik verwacht. Zeer vaak vis ik door tijdens de nacht, dus heb ik ook haakaas nodig dat stevig genoeg is om tijdens de donkere uren op de haak te blijven zitten. Ik stel me mijn rig en haakaas voor als de ‘kers op de taart’, het meest attractieve ding op de stek. Dus de brasems die dankzij het voer komen kijken, zullen, ik hoop liever eerder dan later, het haakaas vinden omdat het meer opvalt.
[irp posts=”7795″ name=”Specimen hunten op brasem”]
Mijn voer bestaat uit veel kleine partikels die de brasems op de stek zullen houden zonder ze te verzadigen. Kleine pellets zijn een goede start – 3 mm halibut pellets zijn ideaal, want ze zijn erg attractief en ze zullen de brasems ook nog wel even bezig houden. Een goede portie maden mag er bij, geknipte wormen mag ook als je dat liever hebt. Uiteindelijk doe ik er wat boiliekruimels bij van dezelfde smaak als de boilies die ik als haakaas gebruik. De brasems krijgen een voorproefje van het aas zonder ze af te vullen.
Deze mix wordt accuraat met de spod gebracht naar het gebied waar ik wil vissen. Een licht bevoerde plek van ongeveer tien vierkante meter is ideaal, wat neerkomt op ongeveer twintig spodladingen, oftewel ongeveer een kilo voer.
Met deze gedekte tafel heb ik twee opties die ik kan gebruiken voor de kers op de taart. In beiden zit een bijgeknipte boilie, omdat ik er zeker van kan zijn dat die de nacht meegaat. Plastic maïskorrels zijn een geweldig alternatief, ofwel in combinatie met een miniboilie voor de balans. Ik heb mijn haakaas graag helder gekleurd dus ik gebruik vaak gele of zandkleurige aasjes.
Mijn spodmix: dode maden, gemalen boilies en pellets.
Method bommen
Ik zou gokken dat ik waarschijnlijk meer specimen brasems aan de method feeder heb gevangen dan aan welke feeder tactiek ook, maar het is de laatste jaren een beetje uit de gratie geraakt. De method heeft veel voordelen. De korf geeft die belangrijke aantrekkingskracht vlakbij het haakaas. Ik gebruik graag een trilobe (Bait Up) korf, liever dan een platte korf, omdat er meer lokvoer in past. Omdat de rig nu meer symmetrisch is, werpt hij accurater.
[irp posts=”15183″ name=”Mega brasems 7 en 8 kg+”]
Mijn method korven zijn gevuld met lokvoer op basis van vismeel, vrij plakkerig zodat het onder water vrij langzaam uit elkaar valt. Het laatste wat ik wil als de hengels er urenlang in liggen, is dat het lokvoer snel uiteenvalt. Als dit gebeurt zal de eerste brasem die voorbij komt het voer verstoren en het in de wervelingen laten wegdrijven van de korf. Een combinatie van de helft vismeel lokvoer en de helft gecrushte pellets geeft een mix die beter kleeft dan alleen het lokvoer.
Ik voeg geen ander haakaas aan de mix toe omdat ik zeker niet wil dat per ongeluk een pellet of een made de haakpunt maskeert. Ik vertrouw volledig op de lokvoermix.
De method feeder is een perfecte methode voor het creëren van compacte voerplekken.
Karpertactieken
Er kunnen in deze tijd van het jaar nog steeds veel planten staan in zandwinputten, wat het gebruik van de method minder effectief kan maken. Niet alleen zal de korf planten pakken tijdens de dril van een vis, hij kan ook verborgen raken onder het wier op de bodem. Als ik denk dat dit aan de hand is, dan schakel ik over naar een karperstijl set-up en gebruik een PVA stick lokvoer geregen op de haaklijn voor die belangrijke concentratie van aantrekkelijkheid.
De stick op de haaklijn rijgen in plaats van aan de haak te hangen, maakt dat de rig tijdens de worp minder snel in de knoop raakt – belangrijk als je de hengels ’s nachts wil laten liggen. In de PVA stick gaat weer de eenvoudige mix van vismeel lokvoer en gecrushte pellets, stevig aangedrukt.
Met zoveel vissoorten die op het moment zo mooi te belagen zijn, kan het lastig zijn een keuze te maken. Brasem is toch nog steeds een van m’n favorieten, want er zijn weinig mooiere momenten dan een dikke bronzen rug over de netrand te zien schuiven. Met deze simpele tactiek is grote brasem vangen nooit gemakkelijker geweest.
Snelle tip – bevroren maden voer
Levende maden trekken vaak kleine baars en voorn aan, die ze dan snel opruimen voordat de brasems arriveren. Ik gebruik daarom dode maden en alles wat ik overhoud gaat in diepvrieszakken, alvast klaar voor het brasemvissen in de herfst.
10 minuten specimen brasem recept
1 Mix vismeel lokvoer en pellet poeder half om half.
2 Voeg een theelepel superzoet Betalin toe aan een glas van het water waar je aan het vissen bent.
3 Voeg een soeplepel molasse toe aan het water.
4 Giet de vloeistof langzaam bij de lokvoermix, goed roeren totdat het gaat plakken.
5 Doe wat van dit lokvoer in een PVA stick.
6 Duw het lokvoer in de PVA vorm en pers het er aan de andere kant van de buis uit.
7 Knoop de PVA stick dicht met een halve knoop zodat het voer onder druk blijft staan.
RONNY DE GROOTTE – Hoe maak je een standaard rig? In dit stap voor stap item laat karpervisser Ronny De Groote zien hoe je zelf een standaard rig knoopt. Deze gebruikt hij op een schone bodem.
Er vanuit gaan dat er zoiets bestaat als een ultieme rig die onder alle omstandigheden alle karpers zal vangen is een utopie. Karpers azen op verschillende manieren, dit kan gemakkelijk worden waargenomen als ze aan de oppervlakte azen. De ene karper zwemt in een rechte lijn naar het drijvende aas en slikt het aas weg zonder aarzelen, terwijl andere vissen veel voorzichtiger azen.
De ene vis is de andere niet. Dat geldt ook voor aasgedrag. Kortom: de ideale rig bestaat niet.
De boodschap die ik wil overbrengen: gebruik verschillende rigs als je zoveel mogelijk kans wilt maken om de volledige populatie karpers te haken die je visplek bezoekt. Wanneer ik met deze reeks artikelen er in slaag om een paar vissers de basismechaniek van een rig bij te brengen en aan het denken te krijgen, zodat ze hun eigen rigs kunnen ontwikkelen, dan ben ik in mijn opzet geslaagd. Laat ik om te beginnen een rig ontleden die ik als standaard beschouw tijdens het vissen op een ‘propere’ zandbodem.
Welk haakaas?
Meestal kies ik voor een zinkend haakaas omdat deze zich hetzelfde gedraagt als alle andere losse voerdeeltjes op de stek. Op water met een hoge hengeldruk kies ik daarentegen voor een heel langzaam zinkend haakaas.
Aangezien ik er van overtuigd ben dat karpers klein aas sneller tot zich nemen dan groot aas, kies ik in eerste instantie voor 10-15 mm groot aas. Ik schrijf ‘aas’ en niet boilies omdat ik alle opties wil openhouden. Met klein aas vang je niet enkel karper, maar ook witvis zoals brasem. Geen probleem om een paar brasems op korte afstand te vangen, maar vis je ver uit de kant, dan gebruik ik groter aas. Besef echter wel dat het gebruik van groter aas ten koste van de efficiency kan gaan. Trouwens, in vergelijking met mensen verschillen karpers niet veel wat voedselvoorkeur betreft. In grote lijnen wil dit zoveel zeggen dat je met één type aas nooit de volledige populatie karper gaat vangen.
Relatie haakaas – haak
Omdat ik graag klein aas gebruik, laat dit me eveneens toe om een kleine haak te gebruiken. Meestal kies ik voor een formaatje 6 of 8 van een zogenaamd ‘curved hook’ type. Zelfs als ik groter aas (20 mm+) gebruik, ga ik zelden voor een grotere haak.
De reden waarom ik voor dit formaat haken kies is dat ze sneller gevuld zullen worden zodra ze zich vastzetten in het vlees in de karperbek. Is de bocht van de haak eenmaal gevuld, dan zal tijdens de dril alle kracht hierop getransporteerd worden. In tegenstelling tot een haak die slechts gedeeltelijk is gevuld, zul je met een kleine haak zelden lossers hebben.
Bij een te grote haak komt de kracht voornamelijk op de haakpunt te staan en dit is zelden goed tijdens een dril. Ik krijg regelmatig vragen omtrent rigs, lossers blijken meestal het probleem te zijn. Een te korte hair is vaak het eerste euvel dat ik vaststel. Deze zorgt ervoor dat de haak door het haakaas wordt gemaskeerd en weinig gelegenheid krijgt om zich te vullen. Enkel de haakpunt vindt een houvast, waardoor de haak gaat insnijden in de karperbek: een geloste karper is het resultaat.
Meestal kies ik voor een formaatje 6 of 8 van een zogenaamd ‘curved hook’ type.
Andere opties zijn dat de haak uitbuigt of breekt. Steeds zal er met een beschuldigende vinger gewezen worden naar de haak. Als natuurlijke reactie grijpt de twijfelende hengelaar bijna altijd naar een groter formaat haak. Veelal resulteert dit in een rig die volledig uit balans is en daardoor minder karper op de mat brengt. Daarom is een iets langere hair met een normale haak altijd beter dan een enorme haak in combinatie met een korte hair.
Agressievere inhaking
Om je haak beter zijn werk te laten doen zijn er verschillende kleine details die kunnen helpen. Als allereerste is er de line aligner. Op het ogenblik dat Jim Gibbinson de line aligner ontwikkelde, realiseerde hij zich dat het verlengen van de haaksteel, waarbij hij ook de onderlijn door de wand van het krimpkous liet komen aan de binnenzijde van de haak, de agressiviteit van de haak vele malen zou verhogen. Hoewel kant-en-klare aligners verkrijgbaar zijn, gaat mijn voorkeur nog steeds uit naar een ouderwetse krimpkous.
Om de agressiviteit bij het inhaken te bevorderen is het aan te raden om de hair daar te laten vertrekken waar de bocht van de haak begint. Wanneer karper het haakaas in zijn bek neemt en de onderlijn strak zwemt, dan zal de combinatie van het gewicht van de haak plus het gewicht en de weerstand dat het haakaas in de bek opwekt, de neerwaartse beweging van de haakpunt positief beïnvloeden.
Om op dat punt de hair te fixeren gebruik ik een 2 mm grote hook bead, een soort rubberen kraal. Je kunt hiervoor echter eveneens een 3-4 mm lang stukje zachte silicone gebruiken. Een bijkomend voordeel is dat de plek waar de hook bead of stukje siliconen slang op de haak zit, je aanwijzingen kunnen geven over onopgemerkte aasopname.
Is de kraal of slang richting haakoog, tegen de line aligner opgeschoven, dan is de kans heel groot dat een karper er in is geslaagd om zich van de rig te ontdoen. In plaats van na de inhaking weg te vluchten van de stek, heeft de vis zich rustig gehouden en doormiddel van spiercontracties in de bek zich van de haak weten te ontdoen. Dit moet dan voor jou een teken zijn om in te grijpen. In een later artikel zal ik hier zeker op terugkomen.
Welk onderlijnmateriaal?
Er zijn veel verschillende typen onderlijnmateriaal verkrijgbaar. Mijn voorkeur gaat uit naar gecoat onderlijnmateriaal: een zachte, dyneema kern dat omhuld wordt met een plastic mantel.
Dit type materiaal laat je toe om deze op meerdere manieren te gebruiken. Je kunt de coating van de lijn strippen, zo blijft enkel de soepele dyneema kern over. Met de coating is de lijn stugger en stijver. Dyneema bezit een zeer geringe diameter t.o.v. de treksterkte en blijft vaak drijven.
Door de soepele kern te omwikkelen met een plastic buitenmantel, heft het gewicht van de mantel het drijfvermogen van de dyneema kern op. Ook al is dit het geval, toch zal ik een paar stukjes kneedbaar lood op de onderlijn aanbrengen om deze tegen de bodem aan te drukken.
Gecoat onderlijnmateriaal: wel of niet strippen?
Hoe lang moet de onderlijn zijn?
Wanneer ik op een harde bodem vis, ligt de lengte van mijn onderlijnen op tussen de 15 en 20 cm. Indien de kans bestaat dat mijn lood (en daarmee ook het aas) wegzakt in een zachtere bodem, dan gebruik ik een langere onderlijn.
Wil je regelmatig karpers vangen dan moet je je haakaas waarneembaar maken voor de karpers. Wordt je boilie in de modder getrokken dan is dit niet het geval. Een eenvoudige truc om te weten of mijn haakaas in de modder is getrokken of niet is door er simpelweg aan te ruiken. Ruikt deze sterk naar een stinkende modderbodem dan is een langere onderlijn, al dan niet in combinatie met een zwevende boilie hier de oplossing.
Wil je de ideale lengte van je onderlijn aan de weet komen dan moet je eveneens telkens de inhakingsplaats in de bek van de karper controleren. Bevindt deze plaats zich verder dan vijf centimeter in de bek dan is je onderlijn hoogstwaarschijnlijk te lang. Omgekeerd is eveneens waar. Ik probeer de karper steeds tussen de anderhalf en drie centimeter diep in de bek te haken.
JAN VAN SCHENDEL – Eigenlijk is augustus een iets andere maand geworden voor me als dat ik had gepland. Het lukte me niet om het aantal wedstrijden te vissen dat ik in gedachten had, maar goed, ik heb er nog altijd 6 gevist. De resultaten waren wat je noemt ‘wisselend’. Enkele keren m’n sector gewonnen en een keer zelfs de wedstrijd maar ook twee keer een echte ‘ketser’ erbij. Geen probleem, de visserij op commerciële visvijvers is prachtig, maar je moet wel constant volledig bezig zijn ermee als je echt wilt meedoen op topniveau en dat lukt me gewoon niet met al het coachwerk erbij. Het plezier is er niet minder om zo kan ik iedereen verzekeren. Tevens vond ook het WK in Servië plaats; lees hoe het ons daar verging in dit aparte artikel!
Ik maak me trouwens best wel zorgen over de ontwikkelingen in de wedstrijdvisserij. Toen ik ergens in augustus eens de beschikbare wedstrijden na zocht voor een weekend vond ik sowieso helemaal niets voor de natuurlijke visserij op kanalen en rivieren. Dat is echt ongekend voor deze tijd van het jaar. Ik besef natuurlijk best dat ik een wedstrijd heb kunnen missen misschien omdat ik niet helemaal in ‘het wereldje’ zit op dit moment, maar zo weinig te vissen wedstrijden in dit jaargetijde is echt bizar. Niks, of bijna niks te vissen in wat het hoogseizoen van het wedstrijdvissen was, kan nooit een goede ontwikkeling zijn.
Op de commerciële vijvers is altijd wel ergens een wedstrijd natuurlijk maar ook zijn dat regelmatig competities waaraan de meeste vissers die zich specialiseren in deze visserij wel op de een of andere manier meedoen en dan blijft er ook daar al snel weinig ruimte over voor een open wedstrijd.
Nummer 1181 geloot
Al met al nemen de aantallen wedstrijdvissers in ieder geval zeker niet toe de laatste jaren. Het is echt nog niet zo lang geleden dat je ieder weekend wel ergens een wedstrijd kon vissen met 100 of meer deelnemers en vaak meer dan een tegelijk. Kom daar tegenwoordig maar eens om. Ik heb ooit als jonge visser nog eens nummer 1181 geloot tijdens een Nederlandse viswedstrijd. Dat soort aantallen deelnemers gaan we nooit meer zien. Ik zou al heel blij zijn als het nog eens nummer 181 zou kunnen zijn zelfs. Beter kan ik het niet omschrijven.
Reislustige vissers
Volgens mij is er behoefte aan goede vangsten en goed georganiseerde wedstrijden. Kijk bijvoorbeeld eens naar hoeveel Nederlandse wedstrijdvissers tegenwoordig een of meerdere reizen per jaar maken naar wedstrijden in het buitenland. Dat is echt een nieuwe ontwikkeling.
Reislustige vissers tijdens de King of Clubs.
Zelf heb ik nooit anders gedaan vroeger en ik kwam toen zelden of nooit een andere Nederlandse wedstrijdvisser tegen. Nu zat ik eens een beetje te tellen en kwam ik tot de conclusie dat er op dat moment, eind augustus, minimaal 50 Nederlandse wedstrijdvissers in Ierland aan het vissen waren. En dan heb ik het nog niet eens over de meer op de commerciële vijvers gerichte vissers die naar Engeland reizen om daar wedstrijden te vissen. Daarvan zijn er ook tientallen inmiddels.
Behoefte aan goede organisatie
De goede vangsten waarover ik het hierboven had heb je niet echt in de hand natuurlijk. Met name in Ierland is in dit jaargetijde vaak veel vis te vangen, vooral voorn en ook wel wat brasempjes, afhankelijk van waar precies je vist. Toch zijn de gewichten normaal gesproken nu ook weer niet zo heel veel hoger dan wat er regelmatig ook in Nederland te vangen is. Daarom denk ik dat de behoefte aan goed georganiseerde en wat grotere wedstrijden er nog zeker wel is. Ik zou me er zeker meer mee bemoeien ook als ik niet zoals nu gewoon veel tijd kwijt ben met al het coachwerk.
Een goede organisatie tijdens de King of Clubs: Michel Kelly links en James rechts van de IFI (Inland Fisheries Ireland) kregen een verdiend applaus van alle deelnemers voor hun hulp tijdens deze week aan de waterkant om de vissers veilig op hun nummer te brengen.
Topcompetitie Kanaal door Voorne
Verder was er eind augustus ook weer een Topcompetitie-weekend. Er werd gevist in het Kanaal door Voorne. Er was speciaal gekozen om daar iets vroeger in het jaar te vissen omdat we het gevoel hadden dat we afgelopen jaar iets te laat waren daar. Eind augustus moest wel ideaal zijn. Nou op zich was het dat ook wel. Het was zelfs bloedheet tijdens dat weekend. Op zich prachtig maar wel betekende dat ook dat de aanwezige brasems daar een wel hele grote rol speelden tijdens de wedstrijden.
Persoonlijk zie ik het veel liever dat er tijdens zo’n wedstrijd veel meer voorn is te vangen. Bij zo’n visserij worden de ‘afwachters’ wat minder beloond en komen wat meer de technische vissers aan bod. Heel veel anders zou de uitslag er misschien toch niet uitzien trouwens want ik vind het verschil tussen de toppers en de rest van de deelnemers wel erg groot. Dat blijkt telkens weer.
PETER URSCHELER – Eerder gaven we al antwoord op de vraag ‘hoe bevestig je een method feeder‘. In dit vervolgdeel gaan we verder in op de vraag ‘hoe vis je met de method feeder’. Hoe werkt de method , welk gewicht method heb je nodig en tot slot welk voer moet je gebruiken?
Hoe werkt de method feeder?
De method feeder werkt als een zelfhaaksyteem. Het haakaas wordt verstopt in het voer en zodra de vis dit oppakt, haakt hij zich zelf aan het gewicht van de korf en de weerstand van de onder- en hoofdlijn. In de volgende 6 stappen laat ik je zien hoe ik het haakaas in het voer verstop.
STAP 1. Plaats een beetje voer in de speciale Preston ICS Distance Method mal en leg het haakaas er boven op.STAP 2. Vul de mal met voer zodat het haakaas verstopt zit.STAP 3. Plaats de Preston In-Line Dura Flat Method op het voer/de mal.Stap 4. Druk de method feeder stevig in het voer.STAP 5. Keer de mal om en druk op de release knop, zodat de gevulde method los uit de mal komt.STAP 6. Klaar voor de worp. Het haakaas is omhuld met voer.
Welk gewicht method feeder?
Het gewicht method feeder is voor een groot deel afhankelijk van de visafstand.
Voor het vissen op korte afstanden, tot 20 meter, gebruik ik een 20 gram method feeder.
Wanneer ik verder moet vissen, schakel ik over naar een 30, 45 of zelfs een 60 gram method feeder.
Welk voer voor de method feeder?
Het is belangrijk dat het voer tijdens de worp niet loskomt van de method. Daarom gaat voor het method feederen mijn voorkeur uit naar een echt method voer met fijne voerdeeltjes, in dit geval de Match Method mix van Sonubaits. Om het geheel goed te laten plakken mix ik daar doorheen 2 mm sticky pellet.
Lees ook:
[irp posts=”19428″ name=”Welke haken heb je bij commercial vissen nodig?”]
[irp posts=”19422″ name=”Welke vaste hengel voor karper?”]
De echte hengelsportliefhebber weet als geen ander dat kwaliteit zo zijn prijs heeft. Wie deze activiteit echt serieus neemt, breidt zijn collectie professionele hengels steeds verder uit. Of hij kiest ervoor om steeds duurdere en geavanceerdere varianten langs de waterkant in te zetten om daarmee zoveel mogelijk vissen te kunnen vangen.
Ga je liever het water op in plaats van aan de kant te blijven zitten? Dan is de kans groot dat je dan ook over een eigen bootje beschikt. Het zijn stuk voor stuk onderdelen die er na verloop van tijd voor zorgen dat de waarde van je hengelsportuitrusting steeds verder toeneemt en daardoor ook een steeds interessantere buit wordt voor gespuis dat met ‘hengelen’ iets anders bedoelt dan vissen vangen.
Bescherming tegen binnen opgeslagen apparatuur
Voor een boot kun je bij verschillende verzekeringsmaatschappijen en specifieke bootverzekering afsluiten en zolang je hengelsportapparatuur binnenshuis staat opgeslagen, maakt dat deel uit van je inboedelverzekering. Zorg er in dat geval wel voor dat die laatstgenoemde verzekering altijd up-to-date blijft als je je collectie hengels door de jaren heen steeds verder uitbreidt. Het komt namelijk geregeld voor dat verzekerden pas hun poliswaarde onder de loep nemen op het moment dat er diefstal heeft plaatsgevonden en dan tot de conclusie komen dat ze drastisch onderverzekerd zijn omdat ze nooit de moeite hebben genomen om de poliswaarde met de groeiende waarde van hun bezittingen mee te laten stijgen.
Ook buiten goed verzekerd
Uiteraard neem je je hengelsportmateriaal mee naar buiten. Hoe is het dan met de verzekering ervan gesteld? Voor dat soort gevallen zou je een aparte hengelsportverzekering af kunnen sluiten die je wereldwijde dekking biedt bij diefstal. Maar waarom moeilijk doen als het uiteindelijk ook veel gemakkelijker kan? De kans is groot dat je op dit moment al over een inboedelverzekering beschikt. Inmiddels bieden talloze verzekeraars hun verzekerden de mogelijkheid aan om deze verzekering uit te breiden met een zogenoemde buitenhuisdekking. Deze extra dekking is vaak wel aan een maximum gebonden, dat overigens per verzekeraar sterk kan verschillen. Zorg er dus voor dat je goed op de hoogte bent van de specifieke claimvoorwaarden voordat je dit aanvullende verzekeringspakket afsluit. Het kan in dit kader zelfs raadzaam zijn om nog wat meer onderzoek te doen naar alternatieve opties bij andere verzekeraars die je wellicht een betere dekking tegen een scherpere premie kunnen bieden. In vrijwel alle gevallen wordt je buitenhuisdekking overigens niet beperkt tot alleen maar je hengelsportapparatuur, maar vallen er ook zaken zoals bijvoorbeeld kampeer- en duikuitrustingen onder.
Veilig op visreis
Ga je met je vismaten een hengelsportreis naar een verre bestemming maken? Vergeet dan ook vooral niet om een reisverzekering af te sluiten. Je apparatuur is dankzij de hierboven genoemde verzekeringsopties dan misschien wel goed gedekt, maar ook in persoonlijke zin wil je tijdens zo’n trip natuurlijk genieten van het relaxte gevoel dat je in het geval van onverwachte vervelende omstandigheden goed beschermd bent en uiteindelijk weer veilig thuis kunt komen.
Nachtvissen op barbeel word nog niet heel veel toegepast en dat is jammer, want wat er tussen de avondschemer en de ochtendschemer gebeurt is zeker de moeite waard, zo heeft Martijn Dekkers ondervonden.
Waar vis je op barbeel?
De zoektocht naar barbeel begint bij velen op het internet. Laat je niet gek maken door alle informatie die op je afkomt! Onthoud om te beginnen drie punten: rivieren, stroming en kiezels, de rest komt later. Wie met deze trefwoorden op zoek gaat naar een stek zal barbeel tegenkomen. De barbeel heeft een serieuze voorkeur voor (grove) kiezels op de bodem en schuwt de stroming dus niet.
Iedere rivier heeft zo zijn eigen bekende barbeelstekken; veel vissers weten ondertussen dat je hier barbeel kunt verwachten. Ook bij een hoge hengeldruk komen hier nog geregeld vissen boven. Maar barbeel is niet gek, ook zij leren het klappen van de zweep kennen: er heerst zeker dressuur! Nu zijn er allerlei onderlijnmontages, hakingstechnieken, aassoorten enzovoorts bedacht om de barbelen alsnog te foppen.
Vissen in de nacht, de tijd dat barbelen normaal gesproken met rust gelaten worden, komt niet vaak naar voren. Jammer, want al dat voer dat overdag op de stek belandt wordt echt wel opgegeten hoor…
Kribvakken zijn potentiële barbeelstekken. Foto: beeldbank RWS
Nachtvissen op barbeel – nacht 1
Het zal ergens in augustus geweest zijn; onze eerste nachtelijke barbeelsessie. Om de lat niet te hoog te leggen kozen we voor een aantal kribben waarvan we weten dat ze barbeel opleveren. We beginnen halverwege de middag en kiezen ieder voor een andere krib, zo vissen we er zes af, echter nog zonder resultaat. Hopelijk wordt vannacht de grote vraag beantwoord: zitten ze er wel, maar vangen we ze alleen in de nacht?
Wanneer de avond valt kiezen we er voor om op de middelste krib de nacht door te brengen. Echt veel vertrouwen hadden we eerlijk gezegd niet meer, zeker als er rond middernacht nog niets is gebeurd. Maar dan gaat plots de knop om… Een keiharde aanbeet, gevolgd door een mooie dril, levert de eerste nachtbarbeel op. Niet heel groot, maar meer dan welkom!
“EN DOOR…”
We twijfelen nog even of het een toevalstreffer betreft, maar al snel volgt barbeel nummer twee. Weliswaar een kleintje, maar dit duidt er wel op dat de barbelen in de nacht azen. Het lijkt me dan ook sterk dat ze overdag niet aanwezig waren op de stek…
De gedachte gaat al snel uit naar barbelen die zich veilig wanen in de nacht en zonder schroom al het voedsel van de bodem opzuigen. De kers op de taart volgt rond een uurtje of 3 in de nacht. Ik ben ondertussen aardig gebroken, toch zal ik me nog even moeten focussen op deze brute vis.
De lijn loopt haast kaarsrecht naar beneden, de diepte in. Met ongelofelijke krachten probeert de barbeel de stenen te bereiken. Het valt niet mee om in het donker de vis uit de stenen te houden. Ik kan er aardig wat druk op houden.
Na een prachtig gevecht schuift het net onder een dikke barbeel die net de tachtig centimeter niet aantikt, wat een bak. Wat een mooie visserij!
[irp posts=”18413″ name=”Barbeel vangen op kleine rivieren”]
Hoe vis je ’s nachts op barbeel?
Ondertussen weten we dat de nachtvisserij niet het hele jaar effectief is. Wanneer het water in het voorjaar begint op te warmen en de eerste barbelen overdag worden gevangen, loont het nog niet echt de moeite om ’s nachts te gaan vissen.
Anders is het in de zomer, dan zijn ze 24/7 te vangen, maar in het najaar gaat het pas echt los in de nacht. Wie al een tentje wilt opzetten en verwacht te gaan slapen zal af en toe toch bedrogen uitkomen, de aanbeten kunnen elkaar snel opvolgen!
Als je in het donker op barbeel gaat vissen, dan ga je beter niet alleen op pad. Overdag is het vaak al lastig op de kribben, laat staan wanneer het donker is. Zorg er dus voor dat je met zijn tweeën bent zodat je elkaar kunt helpen.
Vaak is het toch wat behelpen op zo’n kribkop. En natuurlijk kun je vanuit het kribvak vissen, maar dan staat er veel meer lijn uit en heb je minder controle over gehaakte (grote) vissen. Vandaar dat ik er toch voor kies om vanaf kribkoppen te vissen.
Passief vissen vanaf de kop van een kribvak.
Actief of passief vissen op barbeel?
Het is heerlijk om overdag lekker met weinig materiaal wat kribben af te struinen. Uurtje hier, uurtje daar. In de nacht kies ik er zelf voor om passief te vissen. Ik heb vertrouwen in mijn stekken. Is het niets? Dan heb ik pech. Verkassen in het donker is namelijk niet zonder risico’s! Vaker dan verwacht gebeurt het dat we pas na een paar uur de eerste beet krijgen, maar dan komen er vaak wel een paar achter elkaar.
De stekken die ik uitkies voor de nacht zijn stekken waarvan ik zeker weet dat er barbeel gevangen kan worden. Om het een beetje eerlijk te houden tossen mijn vismaat en ik om de eerste vis, de volgende is dan voor de ander.
“STATISCH OP Z’N KARPER’S”
De statische visserij is bijna gelijk aan die van het vissen op karper. Om je in het donker niet suf te staren op de top kies ik er voor mijn hengels in de piepers te leggen. De heavy feederhengels worden voorzien van stevige molens, in mijn geval baitrunners die ik ook voor het vissen op karper gebruik. Bij deze nachtvisserij is het handig om gebruik te maken van zelfhakende systemen met vaste lood montages. Het aas wordt op een hair bevestigd, puur voor een betere inhaking.
Het grootste en tevens allerbelangrijkste verschil tussen het vissen op barbeel en het vissen op karper is de lengte van de onderlijn. Waar je bij het vissen op karper een rig gebruikt van 15-30 cm gebruik je bij het vissen op barbeel een lengte van minimaal 130 cm, zelf ga ik zelden korter dan anderhalve meter. Ik maak de onderlijnen van 32 of 35/00 fluorocarbon. Dit kan tegen een stootje en in tegenstelling tot gevlochten onderlijnmateriaal schuurt het niet meteen kapot wanneer er een steen of rotsblok geraakt wordt. Een (karper)haakje maat 8 volstaat.
Zelf gebruik ik wel altijd een stukje krimpkous of speciale line aligner voor een goede inhaking. Check regelmatig op scherpte, bij het indraaien van de montage kan de haakpunt van alles tegenkomen en daardoor bot worden… opletten dus!
Speciale line aligner voor een goede inhaking.
Wel aas en voer voor barbeel?
We kunnen het aas onderverdelen in twee groepen: zacht en hard aas. Onder het zachte aas verstaan we alle soorten kaas en worst. Beide super voor de barbeel, helaas met een nadeel voor de nachtvisserij, het moet geregeld ververst worden. Vis je actief de nacht door? Dan is het natuurlijk geen probleem om met deze aassoorten te vissen.
Wie toch even plat gaat en zeker wil zijn dat zijn aas niet door witvis of een halve aanbeet van de hair verdwijnt, kan beter een harder aas inzetten. Denk dan aan pellets, die blijven, afhankelijk van de watertemperatuur, enkele uren aan de haak zitten. Wil je 100% zekerheid dat het aas de hele nacht aan de hair blijft hangen? Vis dan met boilies. Kies deze niet te groot; 14 mm is zeker groot genoeg.
Het voertableau voor barbeel, boilies, pellets…
Barbeel is gek op de reuk en smaak van knoflook, dat is geen geheim meer. Zoals eerder beschreven is hij ook gek op worst, een logische stap dus om het eens met salami te proberen! Blijkt dat even een super aasje te zijn! Niet alleen omdat het vele malen steviger is dan lunchworst en kaas, maar vooral omdat de barbelen er soms helemaal gek op zijn. Het is al regelmatig het aasje geweest dat de dag of nacht heeft gered! Het is ook prima bestand tegen gefriemel van witvis en in de nacht betrouwbaar. Het blijft echt wel aan de hair zitten.
“BARBEEL IS GEK OP KNOFLOOK”
Of wat te denken van een combinatie van een blokje kaas en een pellet? Pak een blokje oude kaas, maak er met een boortje ter dikte van je pellet een holte in en druk je pellet er stevig in. Nu heb je een blokje kaas met de geur van de pellet. Super stevig op de hair te zetten en net even wat anders dan anders.
Een goede tip voor wie graag met zacht aas vist: snijd het aas thuis al in blokjes en vries ze in, dan komen ze bevroren op de bodem aan en blijven ze opmerkelijk langer hangen!
Kaas, worst, pellets of een combinatie van kaas en pellets kan goed uitpakken.
Is voorvoeren nuttig?
Voorvoeren op barbeel kan heel goed, een paar avonden op een rij een kilootje voer op een bepaalde stek doet wonderen. Maar houd er wel rekening mee dat anderen hier ook kunnen gaan zitten. Door de afstand die ik moet rijden voer ik niet voor. Ik verspreid een halve kilo lokvoer, verrijkt met maïs, gebroken boilies, pellets en wat losse, hele boilies over de stek en vis daar gewoon midden in.
Levert dat in de eerste anderhalf uur geen vis op dan werp ik wat verder stroom afwaarts, het kan zijn dat het voer wat weg gestroomd is. Mocht je het geluk hebben een paar aanbeten te krijgen, voer dan wat bij, maar niet te veel. Ze moeten je haakaas natuurlijk wel kunnen vinden.
Het droge lokvoer mix ik met polentabloem, dit zorgt voor een betere binding. Op die manier vallen er stevige ballen op de bodem en zullen ze langzamer oplossen, exact wat we willen. Nachtvissen op barbeel is een erg leuke en efficiënte manier van vissen, zeker op de stekken waar al regelmatig gevist wordt. Je zult versteld staan van de mogelijkheden!
RICHARD VAN DEN BROECK – Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar als je als wedstrijdvisser op de voor jou bestemde plek aanbelandt, speur je eerst het wateroppervlak of er zich daar wat roert wat eventueel aanspraak zou kunnen maken op je bewaarnet, om vervolgens de concurrentie in ogenschouw te nemen. Gaat van makkie, valt nog mee, link, tot bloedlink. Bloedlink, of noem het maar een haast onoverkomelijke hindernis is Benny Mertens.
Solo, of met zijn vaste gabber Wesley Wuyts (koppelmaat) beiden trouwens A internationals, hebben geen zwakke plek. Kortbij of héél ver, dikke brokken op een hap wormen, of friemelen met muggenlarven. En daarbij zijn ze indien nodig razendsnel. Zo strandde Benny tijdens het WK in Servië verleden jaar met 165 katvisjes op 120 gram van snelheidsduivel Felix Scheuermann, die toch aangezien wordt als de onklopbare van het internationale feedercircuit.
Over Benny
Benny heeft zoals de meeste toppers een vaste hengel verleden, van ukkie tot niet zo gek lang geleden, maakte hij het vijvercircuit onveilig, tot hij in het feedervissen een nieuwe uitdaging vond. Benny maakt nu zowat vijf jaar deel uit van de vaste kern A internationalen.
Ja, als ik mag kiezen dan graag wormen!
Fort van Wommelgem
“Voor leuke foto’s kunnen we best naar het vestingwater van het fort van Wommelgem”, zegt Benny tegen mij. Hij zag aan mijn blik dat dit voor mij niemandsland was. Het was inderdaad een oase van rust in de schaduw van de grootstad. Rond heel het fort mooie ruime visplaatsen en nergens verder dan 75 meter afstand van je wagen. “Inwoners van Wommelgem en 60+’ers betalen € 10 voor een jaarvergunning, woon je buiten de gemeente, dan betaal je € 25”, deed Benny mijn mond verder openvallen. Een habbekrats voor al dat moois.
Stekken
Wat hengelkeuze betreft maakt het weinig uit, ik vis al een hele poos met Dutch Master feeders vervolgt hij, terwijl hij zijn 40 grams hengel optuigt. Het water is hier ongeveer 45 tot 50 meter breed en zowat 3 meter diep. Eigenlijk kun je hier kiezen tussen twee afstanden. Op driekwart; ongeveer 30 meter dus, en als het hier wedstrijd is loont het vaak om tegen de overzijde te vissen. Heb je overhangende struiken tegenover je, dan ben je het heertje. Vis er maar strak tegenaan, of beter nog er net onder (wel een uitdaging). Bij wedstrijddrukte trekt de vis zich daar graag terug.
Zin en onzin over wormen.
Benny had een viertal korfjes voorgevoerd, maar het was toch even wachten tot de tip aangaf dat er vis gearriveerd was op de visplek. Twee korfjes later ging de tip resoluut krom, het zware bonken op de lichte hengel beloofde een beste vis. “Het fort staat bekend om zijn dikke brasems”, verduidelijkte Benny. “En nog een maandje verder krijg je met regelmaat karper op bezoek.” Die brokkenmakers vertoonden nu duidelijk paaigedrag, je zag ze regelmatig net onder het wateroppervlak voorbij stomen.
Benny vist hier steevast met twee wormpjes aan de haak. Toch wel mijn geliefkoosde aas gaf hij aan. Mestwormpjes? “Nee, eigenlijk nooit, gewoon twee kleine dendro’s die ik uit de voorraad knipwormen kies, wel graag rood en levendig. Met stip mijn favoriete visserij!”
Elke zichzelf respecterende brasem maakt hier toch een ommetje voor.
Over lokvoer
Het meest ‘schimmig’ doen vissers altijd over hun voedersamenstelling. Wel bij dat kransje absolute toppers is dat meestal niet het geval, ze hechten meer belang aan ‘de krenten’ dan aan het brood. Natuurlijk moet je samenstelling oké zijn, kleefkracht, geur, kleur, maar verwacht niet het onmogelijke, is er geen azende vis aanwezig, dan zit je voor Piet snot.
Door actief te vissen, kun je natuurlijk de aandacht trekken, een geurspoor is dan nooit verkeerd. Ik heb Benny nu waar ik hem hebben wil.” Geloof je in additieven?”, vraag ik hem. Even terzijde, Benny is bedrijfsleider van een stevige Confiserie handel (of hoe noem je zo een fabriek waar truffels, pralines, paaseieren en meer van dat spul over de band gaan?)
Hij is natuurlijk als geen ander bekend met essences en geurstoffen die je tong prikkelen, aardbei, pistache, vanille, noem het maar…”Is dat ook zo met vissen Benny?” “Ja, ik geloof heilig in een vleugje vanille extract. Kun je ook niet verbergen”, lacht hij, “mijn auto en ik stinken uren in de wind naar dat spul. Verder doe ik goede zaken met Turbo Zwart en Supercrack Brasem uit het gamma van M. V D Eynde.
Bij al mijn samenstellingen gaat 1/3 broodmeel dat ik altijd zelf maak. Op cultuurwater kun je aan vismeel niet meer voorbijgaan (karper). Daar ga ik voor één derde vismeel (Expanda Gold,) een derde Supercrack brasem en natuurlijk een derde broodmeel.
Wat kleuren betreft, op helder water, en dat kom je steeds vaker tegen, zeker een donkere mix. Op echt diep water is volgens mij de kleur van minder belang.”
High tech, ja ook in het feedervissen.
Nieuwpoort de Bloso plas.
Benny vervolgt: “Mijn uitverkoren water? Eigenlijk overal, als er maar veel vis te vangen is! Kijk mijn thuiswater is het zeekanaal in Willebroek, maar ik ben erg graag in Nieuwpoort.” Logisch, want daar heeft Benny een mooie visboot liggen.
Maar die boot komt steeds minder uit de haven, de teruglopende vangsten en het steeds meer afhankelijk zijn van de weersomstandigheden zijn daar mede schuldig aan. “Dan richt ik mijn aandacht maar op die knappe Bloso plas. Een topwater, vissen met muggenlarven aan de allerlichtste combinatie om je snelheid aan te scherpen, helemaal top. En, het feedervissen en het internationaal ook aanwezig willen zijn, slurpen zowat al mijn vrije tijd op.
Zo kan ik op bepaalde piekperiodes zeker niet weg van de zaak voor meerdaagse hengelfestivals.” Het voorbije jaar was voor Benny een echt ‘boerenjaar’, twee WK’s gevist, knappe overwinning met het team van de drielandenontmoeting in Duitsland (Duitsland – Nederland – België) en als kers op de taart de eindoverwinning in Beker van Vlaanderen.
Nee echt vlot ging het niet, maar daar is dan toch de eerste vis.
Iedereen welkom
Toch nog even naar dat schitterende vestingwater van het fort van Wommelgem. Houd er wel rekening mee dat er zondag zowat altijd een wedstrijd is, maar er blijft altijd een strook beschikbaar voor recreatievissers. Er zijn een veertigtal knap aangelegde visplaatsen beschikbaar.
Niets let je om een wedstrijdje mee te draaien, er is een sector voor de vaste hengel liefhebber en een feederstrook (de feeder blijkt steeds populairder te worden). En nog een belangrijke tip: houd de oevers netjes, er wordt streng toezicht gehouden.
Het vestingwater, is het knap of is het knap?
Techniek
Benny Mertens is een adept van flinterdunne feedertopjes, het is niet alleen je beetindicator, je tip moet zowat alles aangeven wat er daar op je voerplek gebeurt. Vergelijk het met een haast verzopen dobberantenne.
Het nadeel is dat die topjes erg kwetsbaar zijn(!) Als ik maar één hengel mocht kiezen dan is dat deze (Dutch Master 40 gram) En dan graag met zo een wit topje (0,5 oz), kun je natuurlijk niet mee weg bij sterke stroming. Met deze combinatie kun je erg geraffineerd tot op pakweg 45/50 meter vissen.
Mijn voorslagen knoop ik met Shimano Technium 22/00 voor het lichte spul, tot 30/00 voor het grovere werk. Mijn onderlijnen zijn meestal 70 cm lang, en Preston Reflo 13/00 is zowat standaard mijn brasemsnoertje.
Als haak graag Tubertini Serie 18, maatje 14. Volgens de FIPS regels moeten we schuivend vissen (de voerkorf moet vrij kunnen schuiven over de hoofdlijn, zodat bij lijnbreuk de vis de korf kwijt kan), maar ik vind dat een vaste montage (de onderlijn bevestigd in een lus) een betere beetregistratie geeft…
Kijk dit is natuurlijk de montage die ik nu gebruik en die toch wel het meest aan de bak komt. Gaan we natuurlijk een stel wormen zwiepen aan het Ketelmeer, of met een ankerkorf de bodem van de IJssel omploegen dan komt er natuurlijk ‘heavy stuff’ aan te pas.
MARTIJN DEKKERS – Wie er van houdt om onder het genot van een hoop gezelligheid een hengeltje uit te werpen en dan ook nog kans te maken op een lekker maaltje zeevis, moet nu zeker even verder lezen!
Wat is zeevissen tegenwoordig?
De ene dag is de andere niet, maar een goede vangst ligt zeker wel binnen de mogelijkheden. Tijden veranderen, de watertemperatuur stijgt wel degelijk en er wordt ook veel te veel beroepsmatig gevist in de Noordzee en alle andere zeeën en oceanen, dat merkt iedereen die iets te maken heeft met de (sport)visserij! Toch ben ik van mening dat deze overbevissing niet direct de reden is van de matige vangsten van bijvoorbeeld kabeljauw. Een kleine stijging van het zeewater zorgt voor veel meer ‘problemen’. Iedere vissoort voelt zich het lekkerste bij een bepaalde watertemperatuur en de laatste decennia is deze in de Noordzee zeker wel wat gestegen.
Een dikke kabeljauw van de Noordzee, tegenwoordig helaas een toevalstreffer…
Kabeljauw zit er nog wel, maar wat noordelijker van ons land is de temperatuur een stuk aangenamer voor deze vissoort. Vandaar dat ze langzaam verhuisd zijn van onze wrakken richting de wat noordelijker gelegen wateren, buiten bereik van de Nederlandse sportvisvloot. Daar tegenover staat dat vissoorten die hier voorheen wat minder algemeen voorkwamen, nu de weg steeds beter weten te vinden en een gerichte visserij op deze soorten goed mogelijk is.
Waar moet je zeevissen?
Zo’n 20 jaar geleden voer je met de boot naar de wrakken en wist je zeker dat je koelbox gevuld was met mooie grote kabeljauwen, flinke wijtingen en nog wat andere wrakbewoners. Die tijd is echt wel voorbij. Hoewel er zeker nog van deze dagen mogelijk zijn, mag je daar niet meer vanuit gaan. Toch kan er nog meer dan genoeg gevangen worden op zee, je moet alleen weten waar en wanneer en dat weten de schippers heel goed. Laat je dus goed informeren naar de mogelijkheden voordat je boekt.
Wanneer moet je op welke soort zeevissen?
De ‘nieuwe’ vissoorten blijken prima sportvissen: gevlekte gladde haaien, ruwe haaien en roggen bepalen nu de visserij voor onze kust in de zomer. Daarnaast gaat het met de zomergul, dit zijn jonge kabeljauwen, steeds beter op de wrakken. Naast de zomergul zijn er altijd wel makreel, horsmakreel, steenbolk en wat bijzondere soorten te vangen op de wrakken. Denk dan aan zeekarper, ponen en pietermannen.
Wie wil gaan vissen op zee zal zich moeten verdiepen in wanneer welke vissoort het beste te vangen is.
In de winter op zeebaars gaan vissen heeft weinig zin, net als in de zomer op wijting vissen, dat is ook niet de beste optie. Om je een beetje op weg te helpen nemen we even het jaar door. We beginnen in het voorjaar, de tijd dat er voor iedereen vis te vangen valt en nog veel ook…
Zeevissen op schar – eind april
Eind april begint de schar binnen te lopen, bijna alle boten gaan nu achter de schar aan. Dagen met meer dan 40 mooie vissen is nu eerder regel dan uitzondering. Twee hengels zijn zeker niet nodig, dat kost een hoop aas en je gaat dat echt niet bij houden, beter vis je met een hengel. Met een simpele verzwaarde driehaaks paternoster ga je gegarandeerd schar vangen. Scharren hebben een smal bekje, haakje 6 is dan ook de beste keus. Vang je liever iets grotere scharren gebruik dan een of twee haakmaten groter. Je vangt iets minder, maar wel de betere exemplaren. Naast deze scharren vang je geregeld een mooie grote bot en wat wijtingen. Gewoon een prima visserij in het voorjaar!
Zeevissen op gevlekte en gladde haaien
Vanaf pak-hem-weg half mei voegen de gevlekte gladde haaien zich tussen de scharren en gaan de hengels regelmatig hoepeltje krom. Gewoon met dezelfde paternosters als op de scharren komen ook de haaien naar boven. Dat kost enigszins wat meer moeite, maar wie beheerst drilt haalt ze gegarandeerd naar boven. Het mooie aan de eerste haaien is dat het bijna altijd de grotere vrouwtjes zijn, zij verzamelen zich om samen verder te trekken richting de paaigronden. Opvallend is dat de grotere haaien zich eerst verzamelen voor de kust van Walcheren, houd daar rekening mee wanneer je een boottripje boekt. Vanaf half juni, een beetje weersafhankelijk, lijkt het erop of alle scharren van de zeebodem verdwenen zijn, van de ene op de andere dag zijn ze weg. Dan blijven alleen de haaien nog over.
Haaien, roggen, tong en horsmakreel
De zomer staat in het teken van de haaien, roggen, tong, (hors)makreel en met een beetje geluk een mooie poon of een andere leuke vissoort. Zeebaars zit er ook natuurlijk, maar een gerichte visserij vanaf een opstapboot is echt erg lastig!
Omdat we in de zomer toch haast geen bijvangst hebben richten we ons geheel op de grove visserij. Het scharrenpaternostertje wordt vervangen door een twee haaks paternoster met stevige haaklijntjes en haken vanaf maat 2. De zagers en pieren die we voor de schar gebruiken blijven thuis. nu vissen we uitsluitend met grote steekzagers en kleine harde krabben, het aas voor de haaien. De visserij op haaien en scharren is overigens verder exact dezelfde visserij. Het lood wordt stroomopwaarts geworpen en wanneer het lood de bodem raakt geef je nog een aantal meter lijn bij, uptide vissen dus.
De meeste haaien worden gevangen rond de Oosterscheldekering, Neeltje Jans dus. Gemiddeld zijn ze wat kleiner dan voor Walcheren, maar je bent wel iets zekerder van je zaak als je vanuit Neeltje Jans vertrekt. En ja, de zomervisserij is een visserij die niet ontzettend veel vis oplevert, maar eerlijk is eerlijk, wie op karper en snoek vist vangt ook niet iedere sessie een grote vis. Zo moet je het ook zien met de visserij op haaien.
Makkelijke makreel
Makreelvissen is al sinds jaar en dag een algemeen bekende visserij in de zomer. Wanneer de eerste blauwe makrelen gevangen worden, staan bijna alle boten vol met vissers die de vriezer eens goed willen vullen. Makreelvissen is echt de allermakkelijkste visserij die er is. Je huurt een plaatsje op de boot en de schipper gaat op zoek naar de makrelen, maar de meeuwen doen vaak het belangrijkste werk. Makrelen jagen aasvissen richting het oppervlak, net als tonijnen dat doen. Eenmaal aan het oppervlak worden ze zowel door makrelen aangevallen als door de meeuwen. Schippers zien deze meeuwen al van veraf op de radar en varen zo recht op het doel af. De toeter is het teken om de verenpaternosters te laten zakken. Waarschijnlijk hangen je haken binnen no-time vol met makrelen. Dat gaat een tijdje door tot de makrelen weg gezwommen zijn, maar dan heb je er genoeg. Niet zelden varen de boten die een makreeltrip hebben gepland dan ook weer voor de middag terug, simpelweg omdat alle koelboxen tot de nok toe gevuld zijn. Sommige boten bieden dan ook combinatietrips aan, half dagje makrelen en half dagje op de wrakken om een zomergul te vangen, prima keuze als je het mij vraagt!
Ruwe haaien en roggen
Met de makrelen komen ook de ruwe haaien en roggen binnen bereik. Deze visserij staat nog een beetje in de kinderschoenen, maar neem maar aan dat het wel degelijk mogelijk is om gericht op deze twee soorten te vissen. Wekelijks komen er berichten voorbij van vissers die gericht een ruwe haai of een rog weten te vangen.
Deze visserij is niet echt gemakkelijk en vraagt om aanpassingen van materiaal. Het aas, een makreelflapper of -filet wordt aangeboden op een stevige haak, een 4/0 of zelfs nog groter. Een stalen onderlijn is een must, niet voor de roggen, maar puur voor de ruwe haaien. Ze hebben namelijk erg scherpe tanden en weten wel raad met een nylon lijn, al gebruik je 90/00. Dit is echt een visserij voor de pioniers onder ons of voor degene die graag eens op bijzondere vissen vist en het voor lief neemt eens niets te vangen.
Zeevissen op tong
Tong staat natuurlijk bekend als lekkerste platvis uit de Noordzee, in de zomer kan deze prima gevangen worden. Dat je tongen enkel in de avonden en nachten kan vangen is onzin. In diep water en water dat troebel is zijn tongen prima overdag te vangen. Tijdens de schemer en de nacht zijn er wel wat meer stekken waar de tong actief wordt.
Overdag op diep en troebel water kun je gewoon tong vangen!
Als onderlijn is een verzwaarde driehaaks paternoster met kleine, langstelige haakjes de beste keuze. Een weegschaaltje kan ook, maar is niet de echte favoriet bij de die-hard tongvissers. Wel mag er gezegd worden dat deze gemakkelijker te vissen zijn, twee haken liggen immers altijd plat op de bodem, een must voor de tongen. Daarom zijn deze weegschaaltjes ook het beste keus voor de minder ervaren bootvissers onder ons.
Zeevissen op scharren
Tegen het najaar is het weer feest en komen de scharren terug, maar zal de wijting nu voor het meeste plezier gaan zorgen. Grove wijtingen van meer dan 30 cm zijn echt een leuke vis om te vangen. De schipper kent ook nu weer de beste stekken en je mag er eigenlijk vanuit gaan dat je wel een leuke vangst zult hebben. De visserij op wijting vraagt om wat kleine aanpassingen. Wijting aast niet alleen maar tegen de bodem, maar ook vlak daar boven. Verzwaarde onderlijnen zijn dus niet nodig. De zwaardere metalen afhouders die we voor schar en haaien gebruiken worden verruild voor plastic varianten met een haakje 4 of twee, wijting is namelijk een felle rover met een grote bek vol kleine tandjes. Zeepieren en zagers dienen als aas, maar een garnaal of mesheft (schelpdier) kan je dag ook goedmaken. Echt uptide vissen is niet nodig, sterker nog, vaak vang je met een strakke lijn beter. Met een breeklijn van een meter tussen het lood en de onderlijn kun je alle haken een stuk boven de bodem aanbieden in het geval de wijting wat hoger blijkt te zwemmen. In de herfst zwemmen alle soorten door elkaar en kan de lol op de boten niet op. Onze zomergasten vreten zich nog even vol voor vertrek en onze wintergasten vreten zich vol na een lange tocht, boeken dus!
Grote kotter of kleine offshore boot?
Vanuit onze havens varen twee soorten boten die diverse vistripjes aanbieden: de grote kotters en de kleinere offshore boten. Voor welk type boot je ook kiest, ook zonder ervaring kun je overal terecht. Op de boten loopt altijd een deckhand rond die je tekst en uitleg kan geven over de visserij van die dag. Vaak is een van je buurmannen ook wel behulpzaam, ervaring niet vereist dus!
Grote kotters: De grotere kotters zijn over het algemeen wat voordeliger met de opstapprijzen. Je huurt dan gewoon een plaatsje op de boot en samen met 30 tot 40 andere vissers vaar je uit op weg naar een mooi avontuur. Aan boord is van alles te krijgen. De keukens op deze boten liegen er niet om, van broodje hamburger tot friet biefstuk, het kan allemaal! In combinatie met een koud drankje een ware traktatie voor de innerlijke mens. Super gezellig natuurlijk met een paar vrienden of bijvoorbeeld een personeelsfeest. Het nadeel aan deze grote kotters is dat ze wat trager zijn dan de offshore boten en er wat langer gevaren moet worden naar de beste stekken en dat gaat natuurlijk van je vistijd af. Het grote voordeel is dat ze stabieler in het water liggen en de kans op zeeziekte een heel stuk minder is.
Offshore: Deze boten zijn kleiner, meestal kan hier met maximaal 12 vissers opgestapt worden. Deze boten zijn wat duurder qua opstappen, maar ook weer veel sneller op de goede stekken. Hier zorg je wel zelf voor je eten en drinken. Een bakje koffie, een koud drankje, een soepje of een broodje bal of worst zit altijd bij de prijs inbegrepen op deze boten, omkomen van de honger doe je dus niet. Uiteraard zijn ook hier de nodige hengelsportmaterialen te verkrijgen.
Over het algemeen zijn de schippers van de offshore boten zelf ook echt actieve vissers en weten ze daarom toch wat beter de beste stekken te vinden. Zeker op dagen dat het moeilijk gaat hebben ze nog wat stekken verder uit de kant achter de hand waar een kotter niet naar toe kan varen, een groot voordeel dus. Met een kleinere groep is het voor de schipper ook goed te doen om iedereen te helpen waar nodig en dat is echt fijn als je die hulp nodig hebt! Het nadeel is dat de boot wat kleiner is en daarom wat meer schommelt bij een stevig windje. Ideaal is het om met een groepje vrienden een offshore boot af te huren. Dan mag je zelf bepalen achter welke soort je aan gaat en hoe je deze gaat bevissen. Uiteraard is het wel verstandig om te overleggen met de schipper, hij zit namelijk elke dag op de zee…
Waar kun je opstappen?
Langs de gehele kust is het mogelijk om op te stappen. Zo heb je havens in Vlissingen, Stellendam, Scheveningen en IJmuiden. Maar ook op de Ooster- en Westerschelde is het mogelijk op te stappen. Bootvissen op de zee is zo in populariteit gestegen dat er dagelijks volle boten vanuit de havens vertrekken, zeker in de weekenden. Dat is natuurlijk niet voor niets. Trommel een paar vrienden op en boek een tripje op de boot, wedden dat je een gezellige dag beleeft…
Vraag & antwoord: extra tips zeevissen vanaf een boot
Voor welke boot je ook kiest, de schipper bepaalt de avond vooraf of er wel-of-niet wordt uitgevaren. Bij te veel wind blijven ze veilig aan de ketting liggen. De schipper wil namelijk iedereen een veilige trip aanbieden.
Het aas bestel je ook altijd op de boot, mocht je dag niet door gaan dan hoef je ook je aas niet af te rekenen.
Zeker in de zomer dien je wel te denken aan genoeg drinken en zonnebrand, de zon komt namelijk twee keer zo hard aan op het water en met een windje erbij merk je daar niets van, uitkijken dus!
‘Heb je voor zeevissen een vergunning nodig?’ is een veelgestelde vraag. Het antwoord is simpelweg nee.
COR JUFFERMANS - De bootinstructie is om 09.00 uur en mijn broer Léon luistert aandachtig naar alle do’s en don’ts. Ondertussen zijn wij al bezig op onze boot met het optuigen van de hengels en het inruimen van de viskisten. Onze eerste visdag in IJsland gaat dan toch eindelijk beginnen!
Ons onderkomen overdag is een ruime, zeven meter lange boot met aan de voorkant een flinke stuurhut. Op het achterdek is ruimte voor maximaal zes vissers. De inboarddiesel is goed voor 130 pk en de gps heeft, we...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Skates
DAVE LEWIS - Schotland, het land van de doedelzak, mannen in kilt; een ruig land en volgens menigeen ook het mooiste land ter wereld. In dit mooie land vind je de Hebriden, een eilandengroep aan de noordkant van Schotland. Dave Lewis struinde er enige tijd rond en ving er vissen van het formaat waar we in de Lage Landen van dromen…
De Hebriden bestaan uit ruim vijfhonderd eilanden, waarvan er ongeveer honderd bewoond zijn. Deze groep kan in tweeën gedeeld worden, de Binnen-Hebriden en de...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Met tips & tricks voor beginners!
RICO 'T MANNETJE - Als we het hebben over vliegvissen dan gaat het vaak over forel en zalm. We hebben in de Zeehengelsport het al weleens gehad over het vliegvissen op ‘het zoute’, maar nog niet eerder over het vliegvissen op zeebaars voor beginners… Met de tips & tricks van Rico ’t Mannetje kan iedereen die het graag wil eens gaan proberen en dat zonder meteen diep in de portemonnee te moeten duiken.
Tijdens de kentering van het tij is het vaak goed vis...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Vispret op 70 graden noorderbreedte
JEROEN SCHOONDERGANG - De Atlantische heilbot is een vissoort die synoniem staat voor poken van hengels, zware reels en kunstazen van een halve kilo en zwaarder. De logische reden daarvoor is dat deze ‘zwemmende schuurdeur’ honderden kilo’s zwaar kan worden. Is het dan slim en verantwoord om met snoekspullen als enige bagage achter deze iconische platvis aan te gaan? Jeroen Schoondergang wilde dat uitvinden. Hij trok naar het Valhalla van de heilbotvisserij: T...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
Klein eiland, grootse mogelijkheden
TIES ITTMAN - Smøla, een klein eilandje ter hoogte van Trondheim aan de westkust van Noorwegen. Niet direct een sportvislocatie die bekend in de oren klinkt. Op Hitra en Frøya daarentegen, twee eilanden die slechts een aantal zeemijlen hoger liggen, kan je bijna over de sportvisboten naar het vasteland lopen. De populariteit van deze nabijgelegen bestemmingen, waar veel sportviscamps en haventjes zijn gevestigd, ligt vele malen hoger. Dat is dan meteen ook de ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
FRITS KROMHOUT VAN DER MEER - Het is alweer enige jaren geleden dat ik met John Willems een artikel heb gewijd aan de scholvisserij op de Noordzee. Dit deden wij in samenwerking met Sport Fishing Company, die hun boot de MS Wahoo ter beschikking stelde.
Die bewuste dag deed schipper Nick Marinus zijn stinkende best om ons deze targetvis te laten vangen. Dit lukte overigens goed en sindsdien zijn er bij de bewuste company dan ook scholtrips te boeken. Mocht het wrakvissen eens even wat minder zi...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
COR JUFFERMANS - Achter elke onderlijn zit een idee. Echt waar! Er is geen onderlijn zonder idee bedacht. Is ook wel logisch. Al vanuit de oudheid is men uitdagingen aangegaan om problemen of ongemakken op te lossen…
Eerst was er het paard. Daar kon, uitzonderingen daargelaten, één persoon opzitten. Zolang je vrijgezel was ideaal, maar toen het lonken begon, kon het begrip ‘vrijgezel’ opzijgeschoven worden en vormde men ‘een paar’. Twee op een paard kan, maar dat is niet echt comfortabel en de ...
Onbeperkt verder lezen?
Om het hele artikel te lezen, heb je een abonnement nodig op Beet Magazine. Ben je al abonnee? LOGIN om verder te lezen. Nog geen abonnement?
Lees onbeperkt online + 6x Beet Magazine thuis op de mat: € 62,50
In dit item geeft Peter Urscheler antwoord op de vraag: hoe bevestig je een method feeder? Hij laat je de 3 meest gebruikte systemen zien! Niet alle method feeders zijn hetzelfde en bevestig je op dezelfde manier op of aan de lijn. Lees ook ‘hoe vis je met een method feeder’.
Wat is een method feeder?
Een methof feeder is een platte voerkorf waar je fijne deeltjes voer en kleine pellets (die goed plakken) mee kunt voeren. Het method feeder systeem is een zelfhaaksysteem. Je verstopt het haakaas in het voer. Zodra de vis dit oppakt haakt hij zichzelf.
Hoe monteer je een method feeder?
METHODE 1 – METHOD MET ELASTIEK
Wanneer je gebruikt maakt van een method met intern elastiek, een zogenaamde elasticated stem, monteer je middels een speldwartel de hoofdlijn aan de method.
De Preston In-Line Dura Flat Method met intern elastiek. Het elastiek geeft extra demping tijdens de dril en voorkomt losschieten.Middels het bevestigingsoog aan de bovenzijde van de ‘stem’ kun je deze aan de hoofdlijn monteren. Het is aan te bevelen om eerst een speldwartel aan het uiteinde van de hoofdlijn te zetten. Zo kun je gemakkelijk de method in de speld clippen. tevens kun je zo binnen een handomdraai wisselen van korf.
METHODE 2 – Montage method feeder met een Inline quick change bead
Stap 1. Gebruik de Preston In-Line Dura Flat Method (dus zonder elastiek) en schuif deze op de hoofdlijn.Stap 2. Pak een Method Feeder Quick Change Bead, haal de twee delen uit elkaar en schuif het inline onderdeel op de lijn.Stap 3. Pak het tweede, overgebleven deel van de quick change bead en schuif de hoofdlijn er door.Stap 4. Zet deze vast middels een halve bloedknoop. Wikkel daarvoor het losse uiteinde van de lijn een keer of 6 om de andere lijn en…Stap 5. Steek het uiteinde door de opening aan ‘het begin’ van de knoop. Bevochtig het geheel en trek het aan.Stap 6. Het lusje van de onderlijn (links) hang je achter het lipje in het ‘mannelijke’ deel van de connector.Stap 7. Schuif de connector in elkaar; zo verkrijg je een oersterke verbinding.Stap 7. De inline quick change bead druk je in het interne busje van de method feeder. Hierdoor krijg je een gefixeerd zelfhaaksysteem. Deze verbinding is overigens niet muurvast; wanneer een grote vis met de kop begint te schudden zal de method vrij komen en over de lijn schuiven. De vis kan het gewicht van de korf minder goed gebruiken om de haak te lossen.
METHODE 3 – Montage met een schuifende quick change bead
Stap 1. Haal de twee delen van de schuivende quick change bead uit elkaar en zet eerst het ‘vrouwelijke’ deel op de lijn.Stap 2. Haal de lijn door het oog van het ‘mannelijke’ deel van de bead.Stap 3. Leg een knoop.Stap 4. Het tussentijdse resultaat moet er zo uitzien.
Stap 5. Leg de lus van de onderlijn om het haakje.
Stap 6. De onderlijn hangt achter het haakje (links), de kraal kun je nu dichtdrukken om de verbinding te fixeren.Stap 7. Het eindresultaat: de method feeder hangt tegen de kraal, maar kan vrij schuiven over de hoofdlijn.
Hoe wissel je van method feeder?
De veelzijdigheid van Preston’s ICS systeem: dankzij de gleuf in de verschillende korven kun je binnen een handomdraai van type en gewicht korf veranderen zonder de schaar in de montage te hoeven zetten!
Wanneer ik vis met de elasticated method feeders gebruik ik een speldwartel waardoor ik snel kan wisselen met method.
Wanneer ik het ICS inline systeem gebruik dan schuif ik bijvoorbeeld de method korf er af en zet ik er een pellet korf op. Hiervoor hoef je geen lijnen door te knippen en kun je in een hand omdraai je korven wisselen.
Ook interessant om te lezen!
[irp posts=”19434″ name=”Hoe vis je met de method feeder?”]
[irp posts=”19428″ name=”Welke haken heb je bij commercial vissen nodig?”]
[irp posts=”19422″ name=”Welke vaste hengel voor karper?”]
GREGOR BRADLER – Boilies, pellets en particles zijn de haakaas opties als je karper wilt vangen. Altahans, dat is zo’n beetje de standaard instelling van de meeste karpervissers geworden… Dat er genoeg andere keuzes zijn wordt vaak vergeten. Terwijl dat vaak minstens net zo goed werkt! Wat dacht je bijvoorbeeld van Frolic hondenbrokjes?
Mijmerend zit ik achter mijn karperhengels, in gedachten passeren alle recente ontwikkelingen binnen de karpervisserij de revue. Op de meeste wateren is het gemiddeld gewicht van een gevangen karper de laatste jaren alleen maar toegenomen. Een mooie statistiek, ook een statistiek die ervoor zorgt dat meer mensen hun geluk besluiten te beproeven om zo’n gigant te vangen.
En ook voor wat betreft de voorbereiding is het er alleen maar beter op geworden voor beginners. Je kunt zo kant-en-klare onderlijnen, geschikte hengels en aas kopen en voilà, je bent een karpervisser!
Frolic: goedkoop en goed karperaas
Als ik het dan over aas heb, dan bedoel ik met name boilies. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende smaken en kleuren, maar ook pellets en particles kun je zo in iedere hengelsportzaak kopen en rechtstreeks uit de verpakking gebruiken. Zo makkelijk was het allemaal niet toen ik nog jong was en de karpervisserij in de kinderschoenen stond! In de meeste winkels kon je helemaal geen boilies kopen. Bovendien waren die knikkers aardig aan de prijs en kon ik me dat met mijn zakgeld niet veroorloven.
Ik moest dus kort gezegd op zoek naar een alternatief. Dit alternatief vond ik in Frolic… Hondenbrokken dus! En geloof maar dat karpers hondenbrokken eten en graag ook. Nog iets wat meewerkt is dat je deze brokjes aan een hair kunt vissen, net als een boilie.
Net als een boilie…
Ga voor de rundvlees variant!
En natuurlijk hoeven hondenbrokken heus niet per se van dit merk te zijn, karpers kunnen toch niet lezen. Er zijn andere merken die ook zinkende harde brokjes maken. Het is wel van belang om te zoeken naar zinkende brokjes. Je vist er immens niet alleen mee aan de hair, maar je voert ook met dit hondenvoer. Drijvend voer wordt door de wind in no time van de stek afgeblazen. Op die manier wordt het aanvoeren van een stek wat zinloos en niet erg productief.
Frolic wordt in twee smaken gemaakt: rund en gevogelte. Ik geloof er niet in dat de ene smaak beter werkt dan de andere. Toch kies ik vaker voor rundvlees dan voor gevogelte, puur vanwege persoonlijke voorkeur.
Het alternatief! Met de schep tot op zo’n 20 meter afstand nauwkeurig te voeren.
Hoe snel vallen ze uit elkaar?
Frolic brokjes gedragen zich in het water een beetje zoals pellets. De ringetjes lossen langzaam op en geven daarbij geur en smaak af aan het water. Dit houdt meteen ook in dat je bij de visserij met deze brokjes dus iets actiever mag zijn dan bij de visserij met boilies. Waar je boilies zorgeloos een nacht in het water kunt laten liggen, is dat bij deze hondenbrokken wel even anders. Zeker wanneer je ook nog te maken hebt met kreeften of witvis. Dan is regelmatig verversen geen overbodige luxe.Om te ontdekken hoe lang dat ongeveer duurt, heb ik een aantal brokjes gedurende 9 uur in een glas water van ongeveer 15 graden gelegd. Ongeveer de duur van een nachtje vissen.
Witvis maakt hier snel korte metten mee.
Na die 9 uur waren de brokjes zo zacht dat witvis er zonder enige twijfel in mum van tijd korte metten mee zou maken. Dus om de paar uur verversen kan in mijn ogen geen kwaad, zeker wanneer de watertemperatuur wat hoger is. Je zou er ook voor kunnen kiezen om met meerdere Frolics tegelijk aan de hair te vissen. Dat doet de levensduur van de brokjes in het water ook verlengen!
Lastig nauwkeurig te voeren
Nauwkeurig stekken aanvoeren is met ronde boilies natuurlijk geen enkel probleem, hier zijn brokjes wel in het nadeel. Beroerde aerodynamische vormen zorgen dat het aanvoeren van een stek met bijvoorbeeld een werppijp lastig is. Op korte afstand is het nog allemaal prima te doen, maar vanaf 20 meter wordt het toch erg moeilijk om nog nauwkeurig te zijn.Maar daar zijn natuurlijk (voer)boten voor in het leven geroepen, probleem opgelost! Dankzij mijn mijmeringen ben ik weer enthousiast geworden over Frolic. Ik besluit mijn volgende sessie weer eens met deze brokjes te vissen.
Die sessie vis ik dus uitsluitend met hondenvoer. Alle hengels liggen al voor een aantal uur op de stekken, maar ik heb nog geen teken van leven gezien. Ik begin te twijfelen… Lusten karpers deze brokjes nog wel? Of zijn ze verworden tot dikbuikigeboilievreetmachines?De twijfel is kort van duur, want ik word abrupt onderbroken door een snijdend fluitend geluid. Na een korte dril ligt er een fotogenieke spiegelkarper in mijn net. ‘Ha, zie je wel. Dat werkt nog prima!’ denk ik in mezelf. Nu jij nog!
Een fraaie spiegelkarper ging voor de brokken.
Stap voor stap
Er zijn meerdere mogelijkheden om Frolic aan te bieden. Bij de door mij gebruikte variant hangt het aan een hair. Ik sluit een brokje op in een lus, in mijn ogen de makkelijkste manier van beazen. Het is hierbij wel handig om gebruik te maken van een (quick change) safety systeem zodat je snel je onderlijn kunt demonteren.
In het uiteinde van je onderlijn knoop je een lus.Steek de lus door het centrale gat in de brok.Trek het losse uiteinde terug door de lus.Trek het geheel aan, dan hangt het brokje goed vast.Met een no-knot knoop je de haak aan de onderlijn.Schuif een conische anti tangle sleeve op de onderlijn.Knoop in het uiteinde van de onderlijn tot slot ook een lusje. De onderlijn is klaar en kan aan de safety montage bevestigd worden.Gebruik een zogenaamde quick change wartel zodat je de onderlijn makkelijk weer los kunt halen.Hang het lusje van de onderlijn in de open quick change wartel.Schuif de anti tangle sleeve over de quick change wartel, en klaar ben je!
Lees ook:
[irp posts=”5377″ name=”5X alternatief aas voor karper”]
[irp posts=”18513″ name=”Vang karper met popcorn!”]
DJON OKKERSE – Het is half april wanneer ik vanuit de in de bloei staande Betuwe afreis naar mijn visvriend Reggy de Vries. Hij staat net zoals ik te popelen en heeft zijn gear al in de auto geladen, we laden samen mijn spulletjes erbij en vertrekken snel richting het zuiden voor een paar dagen barbeelvissen op de Franse Maas.
We rijden grotendeels binnendoor en we genieten van de prachtige natuur in de Ardennen. Voor we het weten staan we al ruim voor de middag aan de rivier de Franse Maas. Het huis van een bekende Engelse barbeelkoning en zijn gastvrije prinses was helaas al volgeboekt voor deze week. Daarom hebben we, anders dan vorig jaar, een hotelletje geboekt. We hebben een paar uur de tijd voordat we kunnen inchecken in het hotel. Van vorig jaar weet ik nog een fraaie stek en we besluiten om daar het visavontuur te starten.
De vorige week heeft het flink geregend en daardoor is er een mooie stroming op de rivier. We tasten het water af en besluiten dat we 130 grams voerkorven moeten gebruiken. De montage bestaat uit 90 cm fluorcarbon onderlijn met haakmaat 10 en een 12 mm pellet op de hair. Het voer bestaat uit fijne babycorn, gekiemde hennep, 4 mm pellets en een vleug knoflook/chili olie.
We hebben vooraf besloten bij een aanbeet om en om te drillen; we genieten meteen al volop en krijgen beide prachtige aanbeten. De brasem zijn hier prachtig gaaf en hebben bijna alle het formaat van een deurmat.
We vissen op barbeel, dus besluiten we dat ze niet meetellen voor ‘om de beurten drillen’. In deze uurtjes weten we meteen elk wat mooie brasems en ook barbeel te landen. Dat geeft een goed gevoel!
Kopvoornmissers
In het hotel pakken we de koffers uit en onder het genot van een plaatselijk biertje bespreken we de tactiek voor de avondvisserij. In het dorp waar ons hotel ligt loopt de Maas er in een lus omheen en vlak voordat hij het dorp verlaat is hij aan de kanten vrij ondiep, ik schat tot zo’n 5 meter uit de kant 1.30 meter diepte. Met zonnig weer, en dat hebben we, zie je de kopvoorn op zo’n 4 meter uit de oever liggen.
We vissen met twee hengels en 80 grams korven gevuld met het restant voer van de middag en brengen wat extra mais. Op de haak vissen we met maden en mais. In de hooguit twee uur dat we hier vissen krijgen we mooie aanbeten, maar helaas weten we er niet 1 te landen! Behalve een paar misslagen, typisch kopvoorn. Ook lijden we onderlijnbreuk op de met scherpe stenen bezaaide rivierbodem. Gelukkig vissen we met een systeem waarbij het lood bij lijnbreuk van de hoofdlijn direct vrijkomt. Wij vissen nooit de korf in een zogenaamde lus, gewoon een stuitje boven de korf is voldoende.
Achteraf gezien hebben we hier een foute inschatting gemaakt. We hadden beter met een wat lichter gekozen vast druppellood uit het handje kunnen vissen, waarbij we het voer dan met de katapult op de plek hadden kunnen schieten. Altijd moeilijk hoor, een onbekend water. Om 20.00 uur ruimen we op en schuiven we ergens aan tafel.
Niet alleen kopvoorn en barbeel, er zwemmen ook bakken van brasems op de Franse Maas
De Barbaar
Na een Frans ontbijt staan we om 9.00 uur op een voor ons nieuwe stek in een volgend stuwvak. Omdat we wat verder van een stuw vissen, kunnen we hier met 100 grams korven vissen. We maken gebruik van de brugpijlers, waar we achter vissen; hier ontstaat door werveling extra zuurstof. We zitten vlak achter mijn hengels. De hengels van Reggy plaatsen we zo’n 50 meter stroomopwaarts en staan op beetverklikkers.
Het voertje wordt vers bereid en op de haak vissen we met 12 mm vismeelpellets en 12 mm Sonubaits Code Red boilies. In de ochtend mogen we al tientallen vissen landen en de meeste aanbeten zijn op de stroomafwaarts gelegen hengel. In de middag wordt het een stuk rustiger en vangen we ook vis aan de stroomopwaarts gelegen hengel.
Nu moeten we wat meer moeite doen en wanneer we wat gaan dippen met de mierzoete DSK Barbel Special en deze afwisselen met de hartig door mijzelf gekookte garnalenfond komen de aanbeten terug. Samen vangen we deze dag tientallen prachtige barbelen en bijna evenzoveel brasem.
Terwijl Reggy staat te drillen vraagt een grijs bebaarde man hem in gebrekkig Frans waar een pinautomaat te vinden is. Reggy roept om mijn hulp, waarna de man plots roept “Oh, jullie zijn ook Nederlanders, haha!” We maken kennis met Jan, een aangemeerde schipper uit Nederland. Hij ligt hier noodgedwongen een week voor anker met zijn boot De Barbaar. Geen schipbreuk, maar een defecte sluis wat stuwvakken stroomopwaarts.
[irp posts=”7391″ name=”Barbeel zo veel je wil”]
Trotten
We gaan terug naar ons hoteldorp en besluiten om de avond te wijden aan de kopvoornvisserij. Ditmaal gaat Reggy het wat subtieler aanpakken; vissen uit het handje met een 60 grams druppellood. We hebben een voertje aangemaakt van kleine pellets, hennep, wat maden en mais. Bij deze visserij houd je de (pen)hengel in de hand zodat je bij een aanbeet direct kunt aanslaan.
Zelf hijs ik me in het waadpak en vis met een stevige 15 ft matchhengel met centrepin. Ik gebruik hier een 6 grams floatdobber, 22/00 lijn en een haakje 12 met hierop maden of mais. Na iedere tweede drift breng ik een klein beetje voer (maden en hennep) mee. Circa 10 meter voor mij ligt een rioolpijp en wanneer deze begint te spuien, zie je de kopvoorn er direct op afkomen.
We krijgen na het eerste uur controle op de Carte de la Peche, en ik besef dat deze in mijn andere vistas in het hotel ligt… Reggy herinnerd mij er aan dat deze online per e-mail is bevestigd, dus kunnen we deze op de telefoon tonen. Gelukkig neemt de controleur hier genoegen mee en wenst ons een fijne avond toe. Ondanks de vele pogingen lukt het ons niet een kopvoorn te vangen, wel mag ik met de centrepin riviergrondel, blankvoorn, serpeling en een alver haken.
Topvangsten
De volgende ochtend besluiten we om naar deze stek terug te keren met het voornemen tot het schemer door te vissen. De barbelen geven direct al thuis en het vreemde is dat deze nu starten op de stroomopwaarts gelegen hengels.
Wanneer het Reggy zijn beurt is gaat de stroomafwaarts gelegen hengel helemaal krom en spint de beetrunner zijn melodie! Niet veel later ligt een sterke 70’er barbeel van ruim 8 lb op de mat ligt: een topper! Ook vangen we beide eindelijk een prachtige kopvoorn en ik mag mijn pb daarbij verbeteren met een schitterende 57 cm!
Schipper Jan komt regelmatig even langs voor een babbel en serieus gesprek waarbij hij een stukje van zijn leven uitlicht. Jan verteld dat hij 6 jaar geleden zijn vrouw heeft verloren aan botkanker en dat hij sindsdien alleen reist. Tijdens de laatste bootreis met zijn vrouw heeft zij hiervan een volledig verslag geschreven met alle vaarinfo, bijzondere belevenissen en natuurlijk prachtige sprekende foto’s.
Later in de middag krijgen we de eer om dit te mogen inkijken en ik kan je vertellen, dat maakte best wel indruk! We mogen deze dag, ondanks dat de avond wat tegenviel, afsluiten met tegen de dertig barbelen, 16 brasems en enkele kopvoorns vangen; achteraf de beste dag van de vakantie.
Foetsie
De een na laatste dag, wat vliegt de tijd om, besluiten we wederom een nieuwe stek te proberen. We instaleren ons inmiddels geroutineerd en komen tot de conclusie dat we wat materiaal missen… Blijkbaar zijn we de avond ervoor in het donker de net nieuwe rolling onthaakmat van Reggy en mijn zo geliefde barbel spoon landingsnet vergeten. Stom van ons, altijd nog een laatste keer de stek controleren na het opruimen! Reggy rijdt tevergeefs nog terug, en ook Jan de Schipper heeft helaas niets gevonden. De spulletjes zijn al foetsie! Gelukkig hebben we alles dubbel mee en tegen de tijd dat Reggy terug is sta ik al de eerste barbeel te drillen.
Het is wederom 28 graden en er is volop zon. Dit heeft ook zo zijn invloed op de rivier, want de afvoer van de stuw is wat zuiniger. Daarom kiezen we de nieuwe stek wat dichter bij een stuw, waar we 140 g voerkorven met ons beproefd receptje het water in werpen.
We vangen weer heel veel vis; dubbele runs met barbeel, brasem en barbeel met brasem. Ook vangen we kopvoorns, voor de middag al tientallen. We zijn er gewoon heerlijk druk mee samen.
[irp posts=”7064″ name=”Barbeel beulen”]
Alles zwemt
Met het ongekende zomerse weer, en dat in april, dragen we beide een polo en korte broek. Wanneer het Reggy zijn beurt is, gaat er een hengel krom en aan de aanbeet is goed te zien dat het om een barbeel gaat. We zijn inmiddels geoefend: een paar ferme tikken en dan flink doorbuigen met een spinnende spoel is barbeel, een paar tikjes en vervolgens een slappe lijn is brasem, twee flinke tikken met een licht buigende hengel is kopvoorn.
Reggy begint aan zijn dril en uit het niets komt ineens een schip langs. Vanwege de defecte sluis waren we dit niet gewend. Ik ren snel naar de andere hengels en probeer zo de lijnen op tijd in te draaien. Vlak voordat ik de laatste hengel wil indraaien krijg ik beet. Ik loop met mijn hengel over de kant in de richting van Reggy en het schepnet. Terwijl we allebei een barbeel staan te dirigeren naar het enige net wat we nog hebben, horen we vlak voor Reggy’s voeten een klein plonsje. O nee, de autosleutels liggen in het water!
Die bleken door een gaatje in Reggy zijn broekzak in het water beland… We laten de vissen weer zwemmen en leggen de elektronische sleutel zonder batterij in de zon te drogen. Gelukkig loopt alles goed af en staan we samen, alsof er niets gebeurd is op de foto met onze vangst.
Niet veel later komt er nog een schip voorbij en dat blijkt de Barbaar van Jan te zijn. De meleur bij de sluis blijkt verholpen, we zwaaien Jan uit en wensen hem een goede reis en behouden vaart.
Afscheid
Op de laatste avond hebben we in een plaatselijk restaurant genoten van een Plate du Charcuterie en een Entrecote Grille. We hebben voor de laatste ochtend het ontbijt overgeslagen en in het dorp bij de Boulangerie wat lekkere broodjes ingekocht, zodat we vroeg aan het water zouden zijn. We zijn weer terug op de stek van gisteren en we vissen tot 2 uur in de middag. Wederom met de hengels flink uit elkaar opgesteld, wat ons gedurende de hele vakantie lekker fit houd.
Tijdens deze ochtend krijgen we bezoek van dezelfde controleur die mij twee dagen eerder (terwijl ik in mijn waadpak stond) ook al om de Carte de La Peche gevraagd heeft. Blijkbaar was ik voor hem ineens onherkenbaar en met een ferme zwaai, zoals die van een FBI agent in een Amerikaanse gangsterfilm, slaat hij zijn pasje met daarin zijn id licentie open. Man, man, wat stoer! Reggy lag meteen dubbel van het lachen en na een korte uitleg van hoe en wat aan het adres van de controleur viel het kwartje weer.
Tegen twee uur in de middag nemen we met een goed gevoel afscheid van de Meuse en kunnen we wederom tientallen barbelen en brasem bijschrijven in ons logboek. Inmiddels zijn we weer thuis en kunnen we terugkijken op een heel gezellig en geslaagd visavontuur.
Tekst en Foto’s: Djon Okkerse
[irp posts=”18413″ name=”Barbeel vangen op kleine rivieren”]
Wij gebruiken cookies om onze website en onze service te optimaliseren.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.