Home Blog Pagina 52

Vijvertips met Eric van Otterloo

Sensas vijvertips

De Sensas IM7 is de meest complete aasrange voor de vijvervisserij op karpertjes, brasem, giebel, kruiskarpers en f1’s. Wanneer je dit combineert met de range hengels en kleinmateriaal, dan heb je een winnende combinatie te pakken! Om al deze producten aan een praktijktest te onderwerpen, gingen we samen met Eric van Otterloo op pad naar de karpervijver van Tom’s Creek.

 

De laatste jaren vist Eric vrijwel alleen nog maar wedstrijden op de commercials, zowel in Nederland als in België. Opvallend vaak behaalt hij het podium en dat is niet in de laatste plaats te danken aan het kwaliteitsvoer dat hij gebruikt. Rechtstreeks uit de zak werkt prima, maar soms moet je de boel aanpassen om net het verschil te kunnen maken. Met de Sensas IM7 range haal je het beste uit beide werelden!

Maar met goed voer ben je er nog niet. De ketting is zo sterk als de zwakste schakel. En zeker met een vijvervisserij, waar je te maken hebt met hard vechtende karpertjes of giebels, is dit spreekwoord erg relevant. Dus hengels, montage, kleinmateriaal; het moet allemaal perfect op elkaar worden afgesteld. En dan ben je er nog niet, want ook het tactisch inzicht is van groot belang. Zijn de vissen op half water of bovenin te vangen, welk haakaas moet je gebruiken, hoe aast de vis en op welke manier kun je bijvoorbeeld de loodzetting aanpassen om meer beet te krijgen? Allemaal aspecten waar never nooit één antwoord voor is.

 

Vijf tips van Eric van Otterloo om af te trappen

Vijvertips met Eric van Otterloo
Op karpertjes vist Eric vaak zonder onderlijn, dus aan het uiteinde van de hoofdlijn is de haak geknoopt. Omdat je geen knopen hebt, zoals de lus-in-lus verbinding, heb je minder zwakke plekken en kun je uiteindelijk met een dunnere hoofdlijn aan de slag. Voorbeeld: in plaats van een 18/00 hoofdlijn en een 14/00 onderlijn, kun je ook met een 16,5/00 lijn (Super Competition) aan de slag gaan.
Vijvertips met Eric van Otterloo
Met een horloge zo gemonteerd op de frontbar, kun je goed in de gaten houden hoe lang het duurt alvorens je beet krijgt, zoals na het inleggen of bijvoeren. Vaak kun je hier patronen in ontdekken, waardoor je nog efficiënter kunt voeren of vissen.
Vijvertips met Eric van Otterloo
Elastiek is niet meer weg te denken bij de vijvervisserij. Eric kiest voor kwaliteit en gebruikt de Crazy Hollow Elastic.
Vijvertips met Eric van Otterloo
Bij een commercial water wordt, als we het over haakaas hebben, automatisch aan pellets, paste en mini boilies gedacht. Er zijn echter ook dagen dat je met maden verreweg het meeste vangt. Eric schiet er dan extreme hoeveelheden maden op een dag doorheen, het gaat dan over vele liters.

Vijvertips met Eric van Otterloo

Drie verschillende haakmodellen en maten die perfect inzetbaar zijn op commercials. De iets grotere maat 12 in model 4210 BZ  is perfect voor het vissen met de bol, oftewel deeg. De 4410 BZ (maat 18) en de 4435 BN (maat 16) zijn erg mooi voor kleiner aas, zoals een zachte pellet, expander of een made.

Eric van Otterloo neemt de gehele nieuwe range IM7 voer door

https://youtu.be/l4SQO1mFLNo

 

Nieuwe hengels en topsets van Sensas

https://www.youtube.com/watch?v=9AbeAsH-1vg

72 brasems per uur op Skanderborg

Ed Willems zal voor velen in het wedstrijdcircuit geen onbekende zijn! Een begenadigd witvisser, met name met de vaste hengel, en bovenal een sympathieke persoonlijkheid, die graag zijn waardevolle info deelt. Met leermeesters als Bert van Gerven en Ton van Lent kon hij zich al snel in de top roeren. Zo werd hij in 2003 zelfs opgenomen in de nationale selectie, vlak nadat hij zijn Magnus opus had beleefd op het meer van Skanderborg!

Augustus 2002, Denemarken. Aan de oevers van het grootse meer Skanderborg begint Ed Willems aan zijn derde wedstrijddag van de prestigieuze Queen of Hearts, een vierdaags festival, georganiseerd door Beet. Vandaag de dag is het betreffende water een transformatie ondergaan. Hoe helder het nu is, des te troebeler was het destijds. Brasem was er heer en meester en maar wat vaak sierde de platten dan ook de netten van witvissers.

Skanderborg 2002, vissen op plateaus voor de dikke rietkragen. Deenser ga je het niet krijgen.

De eerste dag heeft Ed al prima gevist en na een langdurige opstartfase met wat voorn, weet hij met de matchhengel de brasem te lokaliseren en 56 kilo te vangen! Deze derde dag lijkt hetzelfde te beginnen. Met de nadruk op ‘lijkt’!

Droomscenario

Natuurlijk draait het bij een goede vissessie om de juiste plek op het juiste moment en ook moet daar iemand staan die weet wat hij doet. Ed benadrukt echter dat je ook de ‘juiste’ buren moet hebben. Dat laatste betaalt zich uit tijdens die bewuste derde dag. Zowel hijzelf als zijn twee buren beginnen met de vaste hengel. Toch schakelen die buren al snel over op de feeder. Beiden vangen ze meteen brasem! Niet één, maar inzet na inzet is het raak!

Met de feeder halen de buren weliswaar meer afstand, de waterdiepte blijft nagenoeg hetzelfde.

Bij Ed gebeurt er nauwelijks iets en zijn geduld wordt op de proef gesteld. Hij laat zich echter niet verleiden en blijft halsstarrig met de vaste hengel op 8 meter vissen en vooral doorvoeren. Als doorgewinterde wedstrijdvisser voorziet hij een droomscenario. Met de feeder halen de buren weliswaar meer afstand, de waterdiepte blijft nagenoeg hetzelfde. Met zowel links als rechts van hem voerstekken op afstand en zijn eigen voerstek kortbij, ontstaat er nu een trechter. Een soort flessenhals, waarbij het zomaar kan gebeuren dat de brasem zichzelf daar gaat verdringen.

Fietsband

Drie kwartier verstrijken, maar dan ziet Ed zijn waggler wegschieten. Hangen! Brasem! Het is het startsignaal voor een waanzinnige sessie. Een once-in-a-lifetime gebeurtenis. De rest van de dag zal hij niets dan vis na vis binnenslepen. Op een gegeven moment staat verslaggever Pierre Bronsgeest bij hem. Pierre probeert het een en ander te klokken en weet vast te stellen dat Ed in één uur tijd 72 brasems vangt. Meer dan 1 brasem per minuut! Onder water moet het een gekkenhuis zijn! Achteraf vermoedt Ed dat er duizenden platten op dit stuk van Skanderborg krioelden.

Ook typisch Skanderborg, vooraf controleren van het voer.

Na twee uur lijkt er een eind te komen aan dit gekkenhuis. Inmiddels vist Ed reeds op zo’n 6,5 meter afstand vanaf zijn plateau op nog geen 1,4 meter water. Plotseling komt hij muurvast te zitten. Frustratie ten top! Wat nu? Hij heeft twee opties: of hij probeert de boel met kracht los te trekken, of hij waadt er naar toe.

Natuurlijk doe je geen concessies bij een grove visserij als deze.

De eerste optie mag dan wel het meest logisch klinken, schijn bedriegt. Ed vist met een supersterke 25/00 hoofdlijn en 3 mm dik (vol) elastiek (maat 18) en geen plastic connector op de top, maar een metalen wartel. Natuurlijk doe je geen concessies bij een grove visserij als deze, waarbij snelheid van het grootste belang is! Probleem is nu echter dat hij deze robuuste montage niet zomaar los kan trekken, zonder dat de hengel breekt.

Bert van Gerven alias Dagobert, een van Eds leermeesters. In 1996 verbr4ak hij het wereldrecord met 189 kg in vijf uur vissen.

Zodoende kiest Ed voor optie 2! Hij draagt een waadpak met op borsthoogte twee zakken, die hij volpropt met voer en begint voorzichtig schuifelend zijn weg naar de vastzittende montage. Onderweg voert hij links en rechts. Wat er dan gebeurt, kan Ed nog steeds niet geloven. Hij begeeft zich midden in een massale school brasem en voelt ze.

Bert van Gerven in actie tijdens de Queen of Hearts een van de laatste jaren.

Dat is nog zwak uitgedrukt! Met harde tikken voelt hij brasemkoppen tegen zich aan stoten. Geloof het of niet, ze willen het voer tussen de plooien van zijn waadpak wegplukken. Het is maar goed dat brasems geen tanden hebben, anders was hij met huid en haar opgevreten.

Jaren terug stikte het van de brasem in Skanderborg.

Dan komt hij op de stek aan en kan hij zijn montage lostrekken. Een fietsband was de boosdoener. Eenmaal terug op zijn plateau is het de eerste inzet al weer raak. Alsof er niets is gebeurd, alsof Ed gewoon een van hen was. Het duurt niet lang of hij kan van 6,5 meter op zelfs slechts 5 meter gaan vissen.

Veel en snel

Het kost Ed nog enige moeite om deze sessie terug te halen. Op dat moment stond hij niet zozeer bij dit ongekende tafereel, maar verkeerde hij in een roes. Veel vangen en snel ook! Nagenieten kon altijd nog! Alles draaide om twee zaken. De vis op de stek vasthouden en snelheid!

Dat eerste natuurlijk door efficiënt te voeren! En niet zo’n klein beetje ook! Bij elke aanbeet, ging er meteen een bal voer het water in. Een lokvoer van vis-icoon Bert van Gerven, het zogenaamde ‘Absolute’ van Geers. Een heel naturel basisvoer, wat veel water opneemt, makkelijk pakt en waarmee je dus snel kunt voeren tijdens het vissen zelf.

Ed Willems tijdens die beroemde visdag.

Dan nog de voertechniek. Feitelijk voerde Ed allesbehalve geconcentreerd, maar juist rondom zijn plateau. Ving hij vis op de ene stek, dan voerde hij tijdens het drillen op de andere om daar na het onthaken van de brasem meteen te gaan vissen.

Dat onthaken zelf is een verhaal apart. Stel je voor dat je 72 brasems in een uur tijd moet onthaken. Dat terwijl je vingers week worden van het water. Je kunt je voorstellen dat dat zijn tol gaat eisen. Een manicure specialist zal er haar handen vol aan hebben.  Ed had in ieder geval een truc in petto, geleerd van Bert van Gerven.

Weke ‘badvingers’ leken de das om te doen, maar ook hier wist Ed een antwoord op.

Een drupje secondelijm op de duim, even laten drogen en vervolgens met een spijker een kleine inkeping maken, waar precies het bledje van de haak in past. Met zo zijn duim als hakensteker kon hij zo razendsnel de haak uit de brasembek duwen.

Grof geschut

Nogmaals, snelheid stond centraal. Natuurlijk was de montage daar volledig op afgestemd. Grof geschut; volgens Ed had hij wel met 40/00 hoofdlijn kunnen vissen! Het had niets uitgemaakt! Finesse was hier absoluut niet op zijn plaats!

Een obstakel vormden de voorns op de stek. Het is en blijft een prachtige vis om te vangen, maar ze zijn sterker en leggen minder gewicht in de schaal dan een brasem. Die dag mochten ze nog niet in de schaduw staan van het gemiddelde slag brasem van zo’n 700 tot 800 gram; het ultieme wedstrijdformaat! Zo gooide hij met regelmaat los voer buiten de voerstrook om de voorns weg te lokken. Niettemin zou hij deze dag hoe dan ook 30 tot 40 kilo voorns vangen.

Ed met de eindzege. Links Leo Koot en rechts Bert van Gerven.

Zo waren er nog tal van maatregelen om de snelheid op te voeren. Het meest in het oog springende was zijn katapultsysteem. Ed had zijn opslag ingekort en elke keer dat hij brasem landde, trok hij zelf meteen nog een stukje elastiek uit de top. Vervolgens drukte hij de haak uit de bek van de brasem en liet hij de montage op de elasticiteit van het elastiek wegschieten, terug op de voerplek. Met de vis nog in de hand en hengel onder de oksel kon hij dan meestal alweer de volgende vis aanslaan. Brasem in het net, balletje voer in het water, de volgende vis landen en het proces herhaalde zich. Keer op keer! Geen zandkorreltje die deze vismachine kon laten stagneren.

Netten vol brasem.

Verlossende cijfers

En toen het eindsignaal. Hoeveel dacht hij dat hij zelf had gevangen? 100 kilo? Misschien wel 120 kilo vis? Hij wist het eigenlijk niet, hij was net uit een roes ontwaakt! De tel was hij lang geleden kwijt geraakt. Toen er 4 man aan te pas moesten komen om de netten uit het water te tillen begon het toch enigszins te dagen. Het wegen duurde even, het rekenen ook, maar toen de verlossende cijfers! 156,7 kilo! Een waanzinnig gewicht. Euforie maakt zich meester van Ed. Niet zozeer, omdat dit hem heel dicht bij de eindzege bracht (hij moest nog een dag). Integendeel, Ed had iets meegemaakt, dat vrijwel niemand hem kan navertellen. Dat is al meer dan genoeg!

Vissen op Nederlandse haai

Dat we gericht op haaien kunnen vissen op de Noordzee langs de Nederlandse kust is al lang geen geheim meer. In 2010 trokken we er voor het eerst op uit om gericht op de gevlekte gladde haaien te vissen en met succes. Die eerste dag kwamen er maar liefst 11 aan boord, de grootste mat 97 cm, een echt grote vis voor die tijd.

Tekst en foto’s: Martijn Dekkers

De laatste jaren wordt er door steeds meer vissers gericht op deze haaiensoort gevist en met succes. Bij bijna alle charterboten die op de Westerschelde en de Noordzee varen is het mogelijk om gericht op haai te vissen

Dat haaien tot de verbeelding spreken is goed merkbaar wanneer er een haai aan boord komt. Tijdens onze workshops zien we dan ook grote, stoere kerels zo blij als een kind wanneer het net onder de haai schuift.

Een erg gevarieerde visserij.

Het vissen op haai kan op twee manieren: gericht op grote haaien met weinig bijvangst, een selectieve visserij, of het veredelde vissen op plat- en rondvissen.

Deze laatste techniek is wellicht de leukste wanneer je voor het eerst op haai gaat vissen. Met een driehaaks paternoster die speciaal aangepast is voor het vissen op haai maak je kans op de meest uiteenlopende vissoorten. Schar, wijting, steenbolk, zeebaars, bot, tong en natuurlijk haaien.

De techniek

Voor deze visserij gebruiken we drie stalen afhouders voorzien van een loodje om het geheel lekker plat op de bodem te houden. De haaklijntjes worden voorzien van wat grotere haken dan normaal bij het vissen op platvis. Het maatje 4 wordt vervangen door een maat 2. Nu heb je een zeer gevarieerde visserij. Enig nadeel hier aan is het vangen van een echt grote haai. Haaien boven de 90 cm zijn sterk en op bovengenoemde manier is het niet zeker dat je deze weet te landen.

Extra gewicht voor het vlak boven de bodem aanbieden van het aas.

Zelf kies ik liever voor een gerichte visserij op de haaien, maar dan die je rekening te houden met het feit dat je niet veel beet krijgt op een dag, maar de beten die je krijgt zijn doorgaans wel van haaien!

Een kind kan de was doen 😉

Sterke haaien

Nu zetten we enkel onderlijnen met één haak in en dat dient dan ook een flinke, stevige haak te zijn. Haakmaat 0/2 is niets overdreven. Deze haak wordt ruim voorzien van aas zodat het lekker opvalt. Steek en -kweekzagers zijn goed aas, net als krab, reepjes makreel en inktvis.

Speciale haaien onderlijn.

Net als karpers en snoeken zijn de grotere haaien echt sterke vissen. Het is dus zeer belangrijk om met een goed afgestelde slip te gaan vissen. Wanneer het nodig is moet de haai lijn kunnen nemen, kan hij dat niet zal je haaklijntje snel breken. Neem dus de tijd voor het drillen van een haai, alleen dan zal je hem binnen halen en kan je er even mee poseren voor een mooie foto en daar kan je dan je vismaten weer jaloers mee maken….

Wil je nu alles weten over de visserij op grote gevlekte gladde haaien, check dan de Beet van juni!

Lees ook:

Geep

Zeebaars

 

Dutch Fishing Stuff

Ontstaan uit pure passie voor de sportvisserij heeft Martijn Dekkers DutchFishingStuff opgericht. “Al decennia lang vissen wij op iedere vissoort die in Nederland te vangen is. Van voorn tot meerval en van wijting tot haai, het heeft allemaal aan onze haken gehangen. Naast het sportvissen op zich houden wij ons al jaren bezig met het verzorgen van vislessen op basisscholen, assisteren op beurzen en actieweekenden voor hengelsportzaken, het verzorgen van artikelen voor diverse hengelsportbladen enz. Vanaf 2018 zullen wij ons vooral gaan richten op workshops, gidsen en het assisteren bij groepsaangelegenheden!” Martijn geeft tal van workshops:

Barbeel zo veel je wil

Een tijd terug ging Beetlezer Glenn Veek op pad met barbeel specialist Tim Janssen van Korum. Dit onder de noemer Meet, Greet & Fish. Ofwel, wij willen onze lezers de kans bieden om met een echte pro bepaalde visserijen onder de knie te krijgen. Wij twijfelden er niet aan dat dat tot een hoop enthousiasme zou leiden, maar dat dit zo’n impact zou hebben…

Interessante stekken genoeg!

De meeste van ons leerde het hengelen wel van iemand in onze naaste kring: je vader, je grootvader, een oom, de buurman. Er was meestal wel iemand in de buurt die paraat stond om jou de kneepjes van de hengelsport onder de knie te krijgen.

“Helaas overleed mijn grootvader op jonge leeftijd en verloor ik het vissen uit het oog”

Bij mij was het mijn grootvader die het mij leerde op 6-jarige leeftijd. De kortste vaste hengel werd tevoorschijn gehaald, tuigje eraan, wat brood erbij en naar de waterkant. Helaas overleed mijn grootvader op jonge leeftijd en verloor ik het vissen uit het oog.

Hoe mooi wil je het hebben?
Zo misschien?
Zo?
Of zelfs zo?

Op latere leeftijd nam ik dit weer op, helaas niemand die mij nog kon helpen. Gelukkig leven we in het digitale tijdperk en is er voldoende materiaal te vinden, maar alsnog slaagde ik er niet echt in om mezelf te lanceren en werden targetvissen zoals barbeel en zeelt niet gehaald.

Meet, greet & fish

Gelukkig kreeg ik een tijd terug van Beet Magazine de kans om met barbeelspecialist Tim Janssen van Korum mijn eerste barbeel ooit te kunnen vangen. Van een beter iemand kun je het niet leren. Tijdens dit gezellige samenzijn werd de eerst barbeel gevangen en vertelde hij me, dat er in ergens in een ver land een echte barbeelguru leeft. Een man, die net als mijn grootvader, weliswaar tientallen jaren ervaring en duizenden barbelen heeft gevangen.

Bizar hoe alles in een stroomversnelling is gegaan.

Zodoende nam ik contact op en een tijd later reisde ik samen met mijn vismaat Yves af naar deze guru in Frankrijk. Aangekomen in Fumay ontmoette we Ade Kidell van Kingfisher Maison, een man die bekend staat om zijn geweldige barbeelvisserij. Het ontvangst was hartelijk en de koffie was nog niet op of we konden al beginnen met vissen. We konden onze hengel uitwerpen in één van de mooiste omgevingen die ik ooit gezien had. De omgeving is gewoonweg een plaatje.

Bizar mooie omgeving. Vive la France!

We kregen een erg uitgebreide uitleg, wat mij direct deed terugleven aan de tijd met mijn grootvader. Plots voelde ik me enorm thuis en luisterde ik naar zijn verhalen. Ondertussen lagen onze montages als in het water, en nog niet veel later kwamen de eerste barbelen al boven water.

Prachtvis.

Wat een ongelooflijke visserij is dit. Dat weekend vingen we een mooi aantal vissen, maar het belangrijkste, we kregen de nodige kennis waar we ons hele leven van zouden kunnen gaan genieten. Tijdens de avonden zaten we, samen met nog een aantal vissers, gezellig rond het houtvuur. Heet van de naald kwamen dan ook de grootste vissersverhalen, een tijd om nooit te vergeten. Yves en ik waren zo van onder de indruk dat we een tweede weekend boekten, ditmaal in het voorjaar.

“We hadden al wel een aantal mensen leren kennen die ons op weg hadden geholpen maar helaas lukte het nog niet zo best.”

Na een paar lokale barbeelpogingen kwam, er op een forel en één barbeel na, niet veel vis op de kant. We hadden al wel een aantal mensen leren kennen die ons op weg hadden geholpen, maar helaas lukte het nog niet zo best. Nu moet het lukken dat één van deze mensen ook aanwezig was tijdens ons lang weekend in Frankrijk. Na twee uur rijden kwamen we Jos Essers, zijn zwager en neefje tegen op de plek waar we het laatst met een voldaan gevoel wegreden.

Double hook ups zijn een voorbode voor dat de vis los is.

Erg leuk om zo met eensgezinden samen te kunnen vissen en elkaars ervaringen te delen. Dit is voor mij dan ook de kern van vissen, niet het vangen, niet het materiaal, maar het samen met andere mensen te leren vissen. Dat was ook zo toen ik 26 jaar geleden naast mijn bompa zat. Zeg nu zelf wat is er mooier om een passie met elkaar te delen om zo samen een vriendschap op te bouwen.

Grondel en hoogstwaarschijnlijk een prooivis voor barbeel. Vergeet niet dat ze ook actief kunnen jagen.

Terug aan het idyllische water. We zijn gewapend met diverse visies en ontwikkelen onze eigen aanpak. Op deze manier landen we nog meer vis als ervoor.  We vangen allen een mooi aantal prachtige vissen: barbeel, kopvoorn, brasem, karper, voorn, alver en zelfs sneep wordt verwelkomd op de mat.

Brasem tussen de bedrijven door…
Kopvoorn.
Zelfs sneep.
Maar toch vooral de vis waar alles om te doen was. Barbeel!

We mogen genieten van een uitbundig gezellig weekend. We hebben gelachen, gezweet en af een toe zelfs een dansje gedaan van geluk. Soms zit geluk in een klein hoekje. Ben ik blij dat dit hoekje maar net over de franse grens ligt.

Wereldrecord brasem?

We worden overladen met informatie op Facebook. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Zo wordt je overstelpt met inhoudsloze onzin en zo krijg je toch interessante items voorgeschoteld. Zo ook vandaag. Tussen alle berichten van mensen die naar hartenlust laten weten wat ze per minuut doen, kregen we deze plaat van een onwerkelijk grote brasem.

Je hebt echte snoekvissers die de bijvangst van een snoekbaars vervelend vinden. Andersom bestaat ook. Natuurlijk kenn we allemaal ook de karpervissers. Ofwel vissers die het feitelijk op een soort hebben voorzien. Minder bekend zijn we met fenomeen brasemvissers. Vissers die zich specialiseren in het vangen van xxl platte.

Arnout Terlouw, hij reist de hele wereld over en vangt arapaima tot king barbus in Iran. Toch blijft die voorliefde voor grote brasem. Rare jongen…

Hier op de redactie hebben we maar liefst  twee van die rare snuiters rondlopen, Arnout Terlouw en Mark Pijnappels. Toegegeven, hun visserij dwingt respect af en de vangstfoto’s die ze hier laten zien, zijn indrukwekkend.

Mark Pijnappels. Je kunt hem letterlijk midden in de nacht wakker maken voor grote platte.

Nu hebben we uiteraard ook deze foto van Facebook aan hen voorgeschoteld. En jawel, warempel, er was een blik van verbazing, maar dat maakte rap plaats voor ongeloof. Laten we eerlijk zijn, jaloezie zal ook op de loer liggen. Enfin, mocht dit een echte foto zijn, dan schat Arnout deze vis op 20 kilo. Lengte? Ruim over de meter. Een bizar gewicht, te meer als je je beseft dat het wereldrecord, gevangen in Engeland op zo’n 10,2 kilo staat. In Nederland staat het record brasem op 7 kilo en 77 cm.

Die zepia tint van de foto… Het geeft een historisch tintje aan het geheel. Maar die bril… Erg modieus voor die tijd of retro nu?
Als je iets moet aanwijzen, dan is het dat gekke linkerhandje. Die lijkt sowieso de staartwortel van de vis niet op natuurlijke wijze te omvatten.
Als het Photoshop is dan is het knap gedaan! Zonder meer! Knap hoe die schaduw van de vis op de vanger is aangebracht.

Broodje aap?

Natuurlijk gonzen hier meteen allerlei verdachtmakingen in het rond. “De foto is getrukeerd.” “Met wat dan?”, grapte Arnout, Photoshop hadden ze toch niet in die tijd.” Hoe dan ook, beide brasemknuffelaars zijn het er over eens dat dit een broodje aap verhaal is. De normale jongens van team Beet hebben zo hun twijfels. Wat denk jij? Laat het weten in een reactie hieronder.

In Beet juli een speciaal artikel over xxl brasems. Ook te zien, een two tone gigant van een brasem!

Kanaal door Voorne

De vorige column schreef ik toen we net aan de 2e “Engelse” week begonnen waren (de wedstrijden die ik al jarenlang organiseer in het voorjaar langs het Kanaal door Voorne. De grootste week ook dit jaar. De Don Slaymaker Memorial wordt gevist op punten en dat was ook maar goed dit jaar!

Tekst:  Jan van Schendel

Dit was namelijk een bijzonder vreemde visweek. Er waren enkele redelijk goede sectoren en op alle andere sectoren was de visserij ongelooflijk slecht.  Na bijzonder goed voorjaarsweek kwam er een flinke terugslag van het weer en het werd koud, nat en vaak winderig. Dat had een gigantische impact op de visserij, lees hier verslechtering.

De Engelsen raken niet uitgesproken over het Voorns Kanaal.

Zo werd het een week met nog steeds enkele redelijke vangstgewichten maar bijvoorbeeld Arjan Klop eindigde op een top 10-positie met over de 3 beste uitslagen in totaal nog geen 5 kilo. Dat is echt ongekend voor dit water in dit jaargetijde. Het mooie van zo n week is dan dat het wel lijkt dat niemand zich verder ergens druk over maakt. Men accepteert de situatie en maakt er gewoon het beste van. Ik kreeg na die week bedankjes van mensen die amper vis gevangen hadden. Wat dat betreft zijn de Engelse wedstrijdvissers echt uniek.

Arjan Klop in de top 10.

Om eerlijk te zijn, ik maakte me best zorgen over de laatste visweek want er waren amper tekenen van verbetering ook aan het einde van de week. Ook tijdens enkele kleine “knock ups” tijdens het weekend waren de vangsten zeker niet goed te noemen. Best wat vissers dachten zelfs al dat de vissen weer het kanaal uitgezwommen waren. Nou dat viel erg mee. Bij het begin van deze week verbeterde het weer en meteen was de visserij weer best goed. Uiteindelijk won Billy Reynolds jr. deze week met 4 punten en 162 kilo vis in totaal. Voor een gewichtsprijs had je net iets minder dan 100 kilo nodig.

Opeens bijna alles op de feeder….

Wat kunnen viswateren toch veranderen soms!! Het is nog niet zo lang geleden, hooguit zo’n 10 jaar, dat tijdens deze Engelse weken werkelijk alle vissen gevangen werden met de vaste stok. Nu lijkt dat wel totaal voorbij. Zeker 95% van alle vissen worden gevangen met de feeder en dat op allerlei verschillende afstanden. Waarom dit nu zo is? Ik kan er totaal geen logische verklaring voor vinden. We denken vaak veel te weten over de vissen die we proberen te vangen, nou soms weten we in werkelijkheid er maar heel weinig over.

Aasdrang is een wezenlijk iets bij onze visserij.

Wat gebeurt er nu met al die vissen in zo’n week dat ze absoluut niet bijtlustig zijn zoals tijdens de 2e Engelse week van dit jaar? In tegenstelling tot wat veel vissers dachten zijn ze in ieder geval niet weg geweest want meteen toen het weer verbeterde (en zo natuurlijk ook de watertemperatuur hoger werd, aasden ze weer. Ik kan me alleen maar voorstellen dat, door de weersomstandigheden die vissen allemaal gewoon heel stil liggen ergens zonder belangstelling voor welk aas dan ook. Geen azende vissen wil lang niet altijd zeggen dat ze er gewoon niet zijn. Dat weet ik zeker!

In den verre

Na deze 3 weken had ik het gelukkig even iets rustiger, hoewellll. Ik viste enkele wedstrijdjes op karpervijvers met behalve een 2e en een 3e plaats niet bijster veel succes. Verder kwam nu de voorbereidingstijd voor de verschillende Internationale kampioenschappen. Ik ben inmiddels 2 dagen in Wroclaw, Polen, geweest voor een trainingsweek-end met ons Damesteam en nu op het moment dat ik dit schrijf zit ik in een hotel in Minsk, Wit Rusland, waar ik ben voor het Wereldkampioenschap Feedervissen voor Clubteams.

Jan in actie op Toms Creek tijdens de Beet-Arca Battle. Team Arca zou winnen en dat lag niet aan Jan…

Morgen begint hier de trainingsweek en ik kan niet wachten!! Wat een schitterend water hebben we dit jaar met de Zaslawia roeibaan net buiten de stad hier. Ik verwacht eigenlijk een prachtige visweek met volop voorns en ook hier en daar brasems die gevangen zullen worden. Al met al een technische visserij.

“Tactisch hebben we, en daarmee bedoel ik zeker ook mezelf, het toen niet helemaal goed gedaan.”

Enkele jaren geleden werd hier een Europees Kampioenschap Dobbervissen gehouden en toen vond ik het resultaat, ondanks de prima 3e plek Individueel van Ramon Pasmans, wat teleurstellend. Tactisch hebben we, en daarmee bedoel ik zeker ook mezelf, het toen niet helemaal goed gedaan. Veel te weinig aandacht besteed toen aan de destijds overal te vangen voorns en teveel tijd aan de brasems die lang niet overal te vangen waren. Nu is de situatie overigens hooguit gedeeltelijk vergelijkbaar. Er lijkt nu gewoon meer vis aanwezig te zijn en Ik hoop dat de aanpak van komende week wat beter zal uitpakken.

 

De bondscoach (linksboven) met zijn team in den verre.

Een ding weet ik in ieder geval zeker, aan de hulp van onze contacten hier gaat het niet liggen want die is echt fantastisch. Echt indrukwekkend hoe de mensen hier ons behulpzaam willen zijn. Zelfs fout rijden in Minsk toen we aankwamen was gewoon onmogelijk. Men stond ons al op te wachten op de vluchtstrook van de snelweg.

Jullie horen binnenkort meer over deze wedstrijd in mijn volgende column en tegelijkertijd ook over het Masters Wereldkampioenschap in Kroatië wat vrijwel meteen volgt op dit kampioenschap. Vang ze!

Lees ook:

Internationaal presteren

Start van het coachseizoen

De mooiste wintervisserij

 

Dropshotten in kanalen en vanaf de kant

‘Dropshotten kan iedereen’ wordt er vaak gezegd. Veel mensen zullen inderdaad de basis al redelijk onder de knie hebben. Helaas denken er ook veel mensen te makkelijk over. Zij vangen heel weinig of zelfs niets, terwijl je, mits je weet wat je doet, zoveel meer kunt vangen!

Over de basis van het dropshotten is al genoeg informatie te vinden, dus ik zal proberen net iets meer details toe te lichten en je op weg te helpen wanneer je dropshotvisserij nog niet zo gaat zoals het hoort te gaan…

Mijn Materiaal

Dropshotten doe je, zoals je waarschijnlijk al weet, met een hengel met een gevoelige top. Dit om de beetregistratie te bevorderen. Ik vis zelf met de Hart Absolut Rock & Street, een hengel met een werpgewicht tot 7 gram. De top is erg zacht, de blank is redelijk stevig, zodat je wel goed de haak kunt zetten.
Onder mijn hengel hangt een Shimano Rarenium, een 1000-serie werpmolen. Tijdens het dropshotten heb je geen grote, zware molen nodig, je werpt geen gigantische afstanden, dus een grote molen met diepe spoel is overbodig. Daarnaast is het fijn om zo licht mogelijk te vissen, zeker als je de hele dag op pad bent. Op mijn molen heb ik 6/00 Varivas zitten, een gevlochten lijn die mij erg bevalt. Onderlijnen maak ik van 24/00 tot 27/00 fluorcarbon, dit is wat dikker dan waar de meeste mensen mee dropshotten. Dit doe ik omdat er op mijn thuiswater veel snoek zwemt, het komt dan ook zeer regelmatig voor dat ik snoek vang op de dropshot en dan is 27/00 nog niet altijd snoekbestendig, maar het kan wel redelijk wat hebben.

De welbekende setup. Op kanalen mag je best ‘groot’ vissen, shads van 10 á 12 cm kan zeker!

Stekkeuze

Mijn thuiswater is een kanaal, zonder stroming. Hier en daar gaat er een brug over het kanaal en staan er wat meerpalen langs de kant. Ik krijg vaak de vraag waar je moet beginnen in zo’n kanaal. Het antwoord spreekt vaak voor zich, de standaardstekken: bij de bruggen, meerpalen, bootjes die langs de kant liggen. Soms leveren die ‘hotspots’ niks op. Wat dan weleens goed kan werken is zomaar een worp naar het midden doen. Een kanaal is vaak op eenzelfde manier gegraven; voor de kant ondiep, vanaf vijf tot zes meter uit de kant heb je het talud naar de vaargeul en aan de overkant weer een talud naar het ondiepe. De vis ligt vaak rondom de taluds, soms liggen ze hoog, soms onderaan het talud. Daarom is het geen gek idee om gewoon die ene worp naar het midden te wagen, ik heb op die manier een aantal nieuwe stekken ontdekt. Stekken waar je van  bovenaf zou denken, er is hier niets interessants  voor de vis. Maar onderwater schijnt een mooi steil talud te lopen, wat wel weer interessant is. Ook langs de kanten wil weleens een mooie vis liggen, maar daarover straks meer.

Een willekeurige worp naar het midden kan zomaar succesvol zijn!

Techniek

De juiste techniek is erg belangrijk, dropshotten kan op vele manieren en iedereen doet het weer een beetje anders. Maar ook al zijn er veel manieren, vaak zie ik dezelfde ‘fouten’ terugkomen.

Fout 1: 
Ik zie veel mensen die continu de lijn strak houden, dit moet je niet doen! Probeer een klein beetje ‘slack’ (je lijn een klein beetje slap laten hangen) te creëren. Als je een klein beetje ‘slack’ in je lijn heb, zinkt je shad langzaam naar de bodem, en dat is, net als met vertikalen, precies het moment dat de aanbeet komt! Hoe creëer je een beetje ‘slack’? Nadat je een tik hebt gegeven doe je je hengeltop ongeveer twee tot drie centimeter omlaag, je zult zien dat je lijn dan een beetje gaat hangen. Nadat je een paar seconden gewacht hebt, geef je weer een subtiele, maar felle tik, zodat alleen even je slappe lijn strak tikt. Vervolgens doe je weer hetzelfde, laat je lijn iets hangen en geef na een paar seconden weer een tik. Let wel op dat je lijn niet té slap hangt, anders loop je de kans een aanbeet te missen.

Fout 2:
Ik zie veel mensen als ze tikken steeds het lood meetikken. Ook dit kan je beter niet doen. Ten eerste is het dropshotten bedoeld om langzaam een stek af te vissen, als jij dan steeds je lood mee tikt kan je net zo goed gaan jiggen. Ten tweede, als je steeds je lood mee tikt, gaat je lood functioneren als een pilker en zal je aanbeten krijgen maar ook veel missen. Dit komt omdat de vis – meestal baars – gewoon op je lood aan het happen is! Natuurlijk kun je niet continu je lood laten liggen, en zal je lood bij iedere tik een klein beetje verplaatst worden, maar dit is zeker te minimaliseren door subtiele tikken vanuit de pols te geven. Na een paar tikken draai je een slag en verplaats je je lood een stukje dichterbij. Zie onderstaande illustratie om een beeld te krijgen van wat je net allemaal hebt gelezen.

Langs de kantjes

Zorg ervoor dat je het kanaal goed kent, neem de tijd om stekken te zoeken, ga gewoon een dagje op bodemverkenning, durf het risico te nemen om even een dagje niks te vangen. Door dit te doen zal je merken dat je stukken tegenkomt waar de bodem anders is dan elders in het kanaal, dieper/ondieper, harde grond/zachte grond, veel planten/weinig planten noem maar op. Die informatie moet je goed onthouden, misschien zal je op de dag dat je aan het verkennen bent niks vangen. Maar als je bijvoorbeeld tijdens het verkennen een mooie kuil vindt, ergens halverwege het kanaal, dan zal het zeker lonen om daar af en toe terug te komen. Daar ligt gewoon vis! Zo heb ik op mijn thuiswater ook een zeer fraaie stek ontdekt. Ik liep de kantjes af en merkte dat ik opeens lijn bij moest geven, een stuk verder moest ik juist weer wat opdraaien. Zo gaat dat door op ongeveer een stuk van zo’n 50 meter. Op die stek kom ik regelmatig terug en met resultaat! Meerdere 40-plus baarzen en zelfs twee vijftigers! Ook komt het met enige regelmaat voor dat er een 90 cm-er snoek of zelfs snoeken over de meter opknallen! En dat alles heb ik op dat ene stuk mogen vangen!

Verderop in het kanaal kwam ik erachter dat het op een bepaald stuk van ongeveer honderd meter ongeveer anderhalve meter dieper was dat de rest van het kanaal. Op dat stuk heb ik al meerdere snoekbaarzen gevangen. Door veel tijd te investeren in je stekken zal je uiteindelijk beloond worden…

Dikke baarzen kunnen soms recht onder je voeten liggen!

Zijslootjes en splitsingen

Zoek in het kanaal kleine zijslootjes op. Die zijn vaak ondieper dan rest van het kanaal waardoor er vaak een mooi talud voor ligt. Daarnaast is het water in de slootjes warmer en zal het stuk waar het uitkomt in het kanaal ook net iets warmer zijn dan de rest van het kanaal en daar komt juist vis op af.
Soms heb je ook stukken waar een kanaal in twee of drie verschillende richtingen splitst, ook dit zijn mooie stukken voor snoekbaars! Vaak zijn het op die stukken net iets dieper dan op de rest van het kanaal en ook daar trekt de roofvis heen!

Hier zie je mooi hoe het kanaal soms in tweeën splitst.

  • 1- Op dit soort plekken is het vaak net wat dieper.
  • 2- Bij zijslootjes liggen vaak mooie taluds!

Jiggen en Dropshotten

Het duurt je waarschijnlijk veel te lang om met de dropshot heel het kanaal te verkennen omdat dropshotten een relatief langzame visserij is. (Het kan wel snel, maar dat is weer een ander verhaal.)
Met een loodkop daarentegen kun je snel, grote stukken afvissen. Ik neem daarom ook  negen van de tien keer twee hengels mee. Eén jighengel en een dropshothengel. Als ik op nieuwe stekken kom gooi ik eerst een paar keer met de loodkop om de bodem te verkennen, soms krijg je dan al aanbeten. Op dat moment switch ik naar de dropshothengel om die stek secuur uit te vissen. Op die manier krijg je snel een beeld van het bodemverloop en maak je tegelijkertijd kans op mooie vissen!

Tijdens het verkennen kan je zomaar in een school dikke baarzen terecht komen!

Aaskeuze

Aaskeuze… Tja, daar kun je over blijven praten. Er zijn zo veel soorten, kleuren en maten shads. Ik geloof er persoonlijk niet in dat één bepaald soort shad super goed vangt, wel kun je door in te spelen op bepaalde (weer)omstandigheden je aaskeuze bepalen. Als je de juiste keuzes maakt kun je goed vangen! Maar, wat zijn de juiste keuzes?

Om te beginnen het verschil tussen zomer er winter. Zomers zijn de vissen actief, ‘s winters passief. Er wordt vaak gezegd dat je zomers moet vissen met shads die veel bewegen en veel trillingen afgeven onder water, omdat de prooivis dan ook actief is. En in de winter zou je met slanke V-staart shads die weinig bewegen moeten vissen, omdat de vissen dan passief zijn, dit zou een realistische aaspresentatie geven.

Ik doe precies het tegenovergestelde! Ik denk juist omdat de vissen zomers al actief zijn, je shad nog maar weinig actie nodig heeft om de roofvissen tot bijten te verleiden. En ’s winters, als de vissen passief zijn, moet je ze juist extra triggeren door gebruik te maken van shads met een schoepstaart en/of geribbeld lijf. Ik heb weleens een filmpje gezien waar te zien was hoe een stuk kunstaas door een grote school voorns werd getrokken, midden in die school werd het kunstaas gepakt door een snoek.

Waarom zou die snoek nou juist dat stuk kunstaas pakken, terwijl deze in principe elke vis uit de hele school voorns zou kunnen pakken? Het stuk kunstaas was uniek, anders dan de rest van de school, daarom wordt het gezien als een prooivis. Dat is precies hetzelfde als met dropshotten op snoekbaars/baars. Jouw shad moet opvallen, niet perse qua kleur, maar qua gedrag, je moet niet je shad niet zo presenteren dat het wegvalt tussen al de andere vissen die de (snoek)baars zou kunnen eten. Je moet ervoor zorgen dat het opvalt.

De actie moet dus anders zijn dan de rest, daarom vis ik ’s winters met aas zoals bijvoorbeeld de Crazy Fish Vibro Fat, een shad met een compleet geribbeld lijf en een mooi bewegende schoepstaart. Die shad geeft dus veel vibraties af onder water en onderscheidt zich van de rest van de vissen die zich rustig en passief gedragen. Zomers doe ik het precies andersom, waar de prooivissen zich actief gedragen, vis ik bijvoorbeeld met de Crazy Fish Glider, een strakke, slanke shad die weinig vibratie afgeeft.

Keuze zat!

Aaskleur

Over de kleur kan ik heel kort zijn, er zijn geen kleuren die beter vangen dan een andere kleur, dat is puur een kwestie van vertrouwen. Ik heb het al meerdere keren meegemaakt; staan we met z’n vieren te vissen, allemaal met een andere kleur en iedereen vangt gewoon vis. Als jij vertrouwen hebt in een bepaalde kleur zal je die kleur er sneller aanhangen en ook langer laten zitten, daardoor ga je dus nog meer op die shad vangen en je vertrouwen zal alleen maar groeien. Mocht het nou zijn dat je al de hele dag met een bepaalde kleur staat te vissen en zeer weinig vangt dan is het misschien verstandig om toch even van kunstaas te wisselen, vervang dan niet alleen de kleur, maar probeer ook een andere vorm, ik denk namelijk dat de vorm van de shad wél uitmaakt in sommige omstandigheden. Dat heeft weer te maken met wat ik eerder benoemde; het kan zijn dat je aas ongeveer hetzelfde doet als de rest van de vissen onderwater. Door van shad te wisselen heb je kans dat je shad weer anders wordt  dan de rest van de prooivissen en zal je wellicht meer vangen.

Doorzettingsvermogen

Tot slot, vissen op een kanaal is moeilijk en kan heel erg taai zijn! Je moet vaak echt de plekjes weten wil je een visje kunnen vangen, daarom is het belangrijk dat je rustig de tijd neemt om het kanaal te verkennen. Als je dan eenmaal een leuke stek gevonden hebt kan het nog steeds erg lastig zijn… Ik heb op mijn thuiswater een stek waar we de ene dag met twee man 15 snoekbaarzen vingen, (bekijk de video) een dag later vingen we er nul!

Maar door daar steeds terug te blijven komen had ik twee weken later weer een goede dag daar. Zo zie je maar, vissen zwemmen; de ene dag zitten ze er, de andere dag niet. Geef niet op als je na twee keer vissen op een stek niks hebt gevangen. Als je techniek goed is en je hebt vertrouwen in je stek en je aas zal er ongetwijfeld een keer vis gaan uitkomen!

Werpen met grote shads

JOUKE JANSMANaast verticalen, diagonalen en dropshotten wordt er de laatste jaren steeds meer werpend gevist met klein rubber. Het wat grotere plastic kunstaas, zeg maar vanaf een centimeter of 20, wordt echter veelal gebruikt om te slepen, maar juist veel minder vaak om werpend vissen. Dat is wat Jouke Jansma  betreft een gemiste kans, we laten hem hierover aan het woord.

Jouke: “De aanbeten zijn bijna altijd keihard en bijna niet te missen!”

Juist grote shads kunnen, mits goed uitgelood, een oplossing zijn om sommige lastige omstandigheden te omzeilen. Dat maakt het wat mij betreft tot een vast en vaak favoriet wapen om grote snoek te slim af te zijn!

EVEN BACK TO BASIC

Als er al geworpen wordt met shads, worden ze vaak in een lijn binnen gevist, net zoals dat met een wobbler of een spinner zou gebeuren. Over het algemeen uitgevoerd met  loodkoppen met een gewicht dat varieert al naar gelang de diepte waarop en de snelheid waarmee gevist wordt. Door tijdens het binnen vissen de top van de hengel dan wel hoog, dan wel wat  lager te houden, kan de zwemdiepte van een shad, zeker bij niet te zwaar loodgewicht,  ook nog redelijk eenvoudig worden beïnvloed.

Deze werd na een aantal worpen en een diversiteit aan binnen vissen tussen de obstakels vandaan geplukt.

Op de een of andere manier zul je de shad aan je lijn moeten bevestigen en meestal wordt deze daarom op een loodkop met een grote enkele haak geprikt. Om een shad goed te kunnen laten zwemmen, is het erg belangrijk, dat deze goed recht op de jigkop zit. Om dat voor elkaar te krijgen, bestaat er een eenvoudig trucje. Leg de jigkop op de shad. Op het punt waar de haak naar buiten moet komen wordt met de haakpunt een klein gaatje geprikt in de bovenkant van de shad. Als vervolgens na het riggen dat gaatje wordt opgezocht met de punt van de haak, zit de shad altijd recht en goed op de jigkop.

Vaak worden de shads al tijdens het afzinken opgevangen.

Het gebruik van stingers, ook wel takels genoemd, is zeker bij grote shads geen overbodige luxe. Tot een lengte van circa 18 centimeter wordt vaak één dreg gebruikt, daarboven zelfs twee. Het voordeel van een langs de buitenkant gevoerd takeltje is, dat de dreg los schiet uit de shad als een vis wordt gehaakt. De snoek hangt op dat moment aan de stalen lijn met de dreg. Veelal zal de shad dan buiten de bek van de snoek komen te hangen en minder snel kapot scheuren tussen de scherpe tanden.

Meestal pas ik tijdens het afvissen van een stek de volgende variaties van binnen vissen toe. Eerst vis ik de shad rustig in een lijn binnen, zoals je dat met het merendeel van het kunstaas doet. Als dat geen resultaat oplevert, draai ik in een ritme van twee keer normaal en een keer snel de shad binnen.  Daardoor  wordt deze af en toe even versneld en soms is dat net hetgeen dat een volgende rover doet toebijten. Op een ander moment geef ik met de top van de hengel korte tikjes, ook wel twitchen genoemd. De shad maakt dan vaak wat ongecontroleerde en kantelende bewegingen.

Deze vis werd van het talud geplukt.

VANUIT DE BOOT

Naast slepen en diagonalen zijn we in de vele vaarten die we bevissen de laatste jaren veel meer gaan werpen met grote shads vanuit een driftende boot of vanuit een boot die langzaam wordt voortgetrokken door de fronttroller.

Daarbij wordt de boot door  het midden van het kanaal gestuurd, als de scheepvaart dit tenminste toelaat. We werpen onze shads in de richting van de rietkraag of steenstortoever en plaatsen deze op ongeveer een meter uit de kant. Daar eindigen de luchtwortels van het riet en er ligt vaak een klein richeltje. Tegen dat richeltje, hoe klein ook, liggen vaak de nodige vissen… Vaak begint een meter dichter naar het midden het talud naar het diepe middenstuk en ook daar liggen vaak rovers te wachten. Zeker in de wat dieper uitgesleten gaten die je in de buurt van versmallingen en bruggen vindt, is dat het geval. Zo worden er in een dergelijk gat vaak meerdere vissen gevangen.

Volg aasvis… Als de aasvis diep zit, zit de snoek dat meestal ook. Onder: Een handige en effectieve montage.

De techniek is daarbij eenvoudig. Na de inworp laat ik de shad, met een loodkop van een gram of twintig, aan een strakke lijn gecontroleerd naar de bodem zakken. Als deze de bodem bereikt heeft wordt vanuit de onderarm de hengeltop omhoog getikt, terwijl ik tevens een paar langzame slagen aan de slinger draai. Daardoor maakt de shad een wat langere sprong dan anders het geval zou zijn. Mede omdat de shad als het ware van het talud wordt getrokken en dus een langere zweefvlucht maakt voor hij de bodem raakt, dan bij een vlakke bodem het geval is.

Bovendien is een dergelijke presentatie van een niet fitte aasvis, want dat probeer jee te imiteren, veel natuurlijker. Deze scharrelen ook eerder langs het talud naar beneden richting het diepe, dan tegen het talud op. Bovendien liggen snoeken vaak met hun kop iets omhoog gericht tegen het talud en zien het kunstaasje op zich af komen.

Een heuse obstakelsnoek…

Vanuit de boot vis ik overigens het liefst met een baitcaster, omdat ik de lijnafgifte dan, door mijn duim bij de spoel te houden, goed kan controleren. Soms gebeurt het namelijk al dat de shad tijdens het afzinken wordt opgevangen. Het is met name daarom dat ik bij deze techniek graag een felgekleurde Dyneemalijn gebruik.

Soms is een aanbeet daardoor wel zichtbaar, terwijl je hem nog niet voelt.

Een wat langere spinhengel of desgewenst baitcaster met een werpgewicht tussen de 40 en 80 gram voldoet vaak uitstekend, omdat deze hengels voldoende ruggengraat hebben om de haak goed te zetten en toch soepel genoeg zijn om de plotselinge uitval van een snoek onder de hengeltop te pareren.

Eentje uit het uitstroomgebied van de rivier

GROOT WATER

Op groot water zoeken we altijd naar steile taluds, waarbij we in het diepe de nodige aasvis aanwezig is. Het kan zijn dat het gaat om een ondiepere bult ten opzichte van het diepere water er omheen of juist om een dieper gat, ook wel trog genoemd, met een scherp aflopende rand.

Ook nu wordt er weer vanaf het diepe gevist en werpen we de shads richting het ondiepe. Bij voorkeur driften we langzaam langs en over de stek en sturen we met behulp van de elektromotor bij. Indien gewenst kan de boot eenvoudig op de plek worden gehouden met behulp van de ankerfunctie van mijn Motorguide.  Dat geeft me zelfs de mogelijkheid om stukje voor stukje op te schuiven.

Op die manier kan een stek echt secuur worden afgevist en aangezien groot water op dit soort stekken ook vaak grote snoeken oplevert, wil ik zeker zijn dat ik geen kansen voorbij laat gaan. Bij meer wind is het goed om de boot op twee ankers te leggen.

Veel obstakels, zoals hier oude boomstammen, vragen veel concentratie.

Ook nu heb je door na een tik vanuit de hengeltop een slag aan de slinger van je reel te geven, de mogelijkheid om de glijvlucht van een shad te verlengen. Hoe steiler het talud is, hoe minder dat nodig is. We gebruiken nu meestal wat grotere shads (18-23 cm) en als het diep is iets zwaardere loodkoppen, zeg maar tot zo’n 25 gram. Dit omdat op die manier de controle op het zakken van de shad langs het talud beter controleerbaar is. De aanbeten zijn bijna altijd keihard en bijna niet te missen!

Je kunt met deze techniek prachtig de contouren van het talud volgen. Het is zaak om meerdere keren achter elkaar op nagenoeg dezelfde plek in te werpen, ook al is er al vis gevangen. Vaak scharrelen er meerdere grote snoeken rond op dit soort plekken. Er zijn stekken waar we in een paar uur tijd rond de vijftien forse snoeken vingen.

We hebben al op vele wateren in binnen- en buitenland ons voordeel gedaan met deze techniek. In Noorwegen vingen we in korte tijd meerdere grote vissen van een bultje dat maar nauwelijks een paar vierkante meter groot was.

Maar ook in Nederland zijn op de wat grotere wateren en zeker ook op de grote rivieren heel veel mogelijkheden voor deze manier van vissen met shads. Als er tijdens het trollen een interessante richel wordt gevonden is het niet onverstandig om het eens te proberen. In ieder geval heeft dat uitproberen mij tot nu toe al prachtige  resultaten opgeleverd.

Klaar voor ondiepe actie! En klaar voor diepere actie…

MAAR ER IS MEER

In Zweden vissen we de laatste jaren veel in de uitloop van rivieren, waarbij we soms op een diepte rond de vijf tot zes meter alle waterlagen afvissen. We imiteren dan grote spieringen, die na de paai het grote water weer optrekken. Dat betekent een slanke shad tot een centimeter of 25 op een specifieke manier binnen vissen. De shad wordt nu niet in één lijn binnen gevist, maar af en toe stoppen we even een paar tellen met draaien om de shad weer wat te laten afzakken.

Vervolgens starten we hem weer op met een tik vanuit de hengeltop en draaien hem weer omhoog. Op die manier imiteren we de zwembeweging van spieringen, die vaak met een soort sprongetjes gaat. De loodkoppen die we gebruiken zitten zo rond de 25 gram, afhankelijk van het type van de shad.

Er is een plek bij een oude papierfabriek waar de bodem werkelijk bezaaid ligt met oude boomstammen. Niet alleen de baai voor de oude fabriek, maar ook de riviermonding ligt vol met bomen. Een grote shad was eigenlijk het enige kunstaas dat zonder al te veel problemen over en om deze obstakels te voeren was, omdat we de dreggen hoog in de flanken konden prikken. Jerkbaits liepen niet diep genoeg en andere stukken kunstaas hadden niet de gewenste actie.

We visten de shad langs de contouren van de oude boomstammen door ze tijdens het binnen draaien, dan weer met de hengeltop omhoog te laten zwemmen en vervolgens weer gecontroleerd af te laten zakken als er ergens ruimte voor was. Met behulp van de stroming van de rivier was de shad heel goed te sturen en na een paar dagen wisten we precies waar de risico’s lagen. Al met al een hele spannende visserij, die veel concentratie vroeg maar als beloning daarvoor ook prachtige vissen opleverde.

Hier doen we het voor!

ONDIEP OF VEEL PLANTEN?

Soms is het water zo ondiep dat er met kunstaas van een beetje formaat nog maar nauwelijks te vissen is. Een grote niet verzwaarde shad inzetten  is dan de oplossing, maar hoe kun je die recht laten zwemmen zonder allemaal ‘toeters en bellen’ aan te brengen?

Inmiddels is er een systeem ontwikkeld, dat de mogelijkheid biedt om shads speciaal te riggen voor het gebruik in ondiep water of boven de planten. De basis daarvoor vormt een spiraal, die je in de neus van de shad kunt schroeven. Met behulp van een splitring kun je een takeltje bevestigen aan de voorkant van de spiraal. Daaraan zitten twee dreggen die je onder in de buik van de shad kunt prikken. Eventueel zijn er ook pinnetjes met kleine weerhaakjes verkrijgbaar, waardoor je de dreg los onder de shad kunt laten hangen en er dus drie haakpunten vrij blijven.


 

Zet de haak pas als je de aanbeet voelt, anders sla je gegarandeerd mis

 


Omdat met het werpen nog wel eens een dreg in de zijde van de shad terecht wil komen, geef ik er de voorkeur aan om een van de haakpunten van de dreg in de shad te prikken. Zorg er wel voor dat deze precies midden onder komt, anders heb je de kans dat de shad scheef gaat zwemmen.

Shads blijven altijd een aantrekkelijk kunstaas, dit ongeacht het jaargetijde. Hier de auteur met een prachtige veensnoek.

Om dat scheef zwemmen tegen te gaan – met name de hoge wat plattere modellen hebben daar soms last van -,  zijn er kleine loodgewichtjes met een spiraaltje beschikbaar. Die kun je simpelweg in de shad draaien op elke gewenste plek. Voor de liefhebber zijn er zelfs glazen buisjes beschikbaar met kogeltjes om je shad ook nog eens te laten rammelen. Voor ieder wat wils!

In de winterperiode vissen we, zeker als het water weer een beetje opwarmt, graag erg ondiep. Veenplassen bevriezen niet alleen zeer snel, maar warmen ook snel weer op. Het langzaam binnen vissen van een grote shad valt niet alleen heel erg op, maar is zeker ook voor grote snoeken vaak dé trigger om zich tot een aanval te laten verleiden. Er is niks spannender dan op enige afstand achter je shad een bobbel op het water te zien, die steeds dichterbij komt. Zet de haak pas als je de aanbeet voelt, anders sla je gegarandeerd mis.

Waar is mijn shad gebleven?’

Eigenlijk geldt voor vissen boven plantenbedden hetzelfde. Zeker aan het eind van de  dag, als ze vaak al met allerlei kunstaas zijn bestookt, wil een langzaam geviste shad net onder de oppervlakte de ban nog wel eens breken. Probeer het maar eens.

Zout succes zonder zout aas

Bot
Al tijdens de eerste inzet een mooie bot!

Zonder zagers of zeepieren ben je niets aan het strand toch? Een misvatting! Uit noodzaak experimenteerden we met regenwormen. Je weet wel… Die dingen die je gewoon in je eigen achtertuin kunt oprapen. En dat werkt onverwacht goed.

’s Avonds in het donker struin ik met een hoofdlamp door mijn achtertuin. En hop! Weer een mooie pier die in de emmer verdwijnt. In het donker is het , zeker bij vochtig weer, enorm simpel om pieren te rapen. Een hoofdlampje met (niet te fel) licht en een emmertje zijn de enige dingen die je nodig hebt. In het donker komen deze wormen gedeeltelijk uit de grond. Hun achterlijf zit altijd verankerd onder de grond.

Regenwormen
Na een uurtje zoeken hebben we wel genoeg wormen voor een dagje vissen.

Hebbes!

Zie je een worm? Grijp hem dan vliegensvlug zo dicht mogelijk tegen de grond vast. En hou hem zo vast. Je zult voelen dat de worm zich aanspant en na een tijdje weer ontspant. Dan kun je hem zonder problemen uit de grond trekken. Na een uurtje zoeken heb ik denk ik wel voldoende wormen voor een dagje vissen. Morgen gaan we een dagje vissen vanaf het strand, helaas is de hengelsportwinkel gesloten en moet ik dus vindingrijk zijn voor wat betreft mijn zeeaas. Vandaar deze nachtelijke zoektocht naar regenwormen. Morgen ga ik dus met regenwormen op het zoute aan de slag! Het zal mij benieuwen.

Dauwwormen
Zoete wormen op zout water? Waarom ook niet!

Sceptisch

Ik moet toegeven dat ik er zelf ook sceptisch tegenaan kijk, maar aan de andere kant… Waarom niet? Qua vorm en kleur verschelen die dauwwormen niet veel van hun broeders en zusters van het zoute water. Ik vind het in elk geval het proberen waard. Die volgende ochtend vertrekken we, bewapend met heavy feederhengels en bijpassende molens naar het strand.

Haak beazen worm
Ik rijg de wormen op de haak net zoals ik dat met zagers of zeepieren zou doen.
Onderlijn platvis
Dit is de onderlijn die ik ga gebruiken! Met felgekleurde drijvertjes en kraaltjes om snel aandacht te trekken… Al ben ik nog wel wat sceptisch.

Zoetekauw

Wat er dan gebeurt kunnen we zelf nauwelijks bevatten. Meteen bij de eerste inworp staat de top al te tikken! Na het aanslaan kunnen we een mooie bot het strand opdraaien. Goed voor het vertrouwen dit en reden om het experiment door te zetten. Na nog een aantal aanbeten weten we het zeker: er is helemaal niets mis met deze huis-tuin-en keuken piertjes! Schol en bot hebben al aangegeven dauwwormen te lusten, maar wij zijn erg benieuwd of gullen ook zoetekauwen zijn. En… Jawel! Niet veel later komen er zelfs nog twee gulletjes tegelijkertijd de kant op. Een geslaagd experiment!

Bot
Al tijdens de eerste inzet een mooie bot!
Gul wormen
En ook gul vindt dauwwormen heerlijk!

Bekijk ook: Heilbot mania in Noors paradijs

De Fiiish Shad

We kunnen er eigenlijk niet meer om heen. Die dekselse Fiiish Shad Black Minnow is met stip het meest populaire kunstaas voor de zeebaars! Jawel, goedkoop zijn ze zeker niet, maar ze vangen als een malle. Geen specialist aan onze kust die deze shad niet weet te waarderen en er nauwelijks mee vist.

Het riggen van de Black Minnow kan echter nog wel een dingetje zijn. Zeebaarscrack Mehmet Buyukilmaz liet het ons zien.

Prik de speciale loodkop in het voorgeprepareerde gaatje.

 

Draai de kop nu up-side-down en laat de hook retainer er aan de onderkant uitkomen.
Schuif nu de speciale off set hook van Fiiish over de retainer, maar let op, up side down.
Rijg de haak helemaal door tot in de uitstulping van de retainer. Je ziet dat de haak nu vrij van links naar rechts kan bewegen.
Vervolgens prik je de haakpunt in het rubberen lichaam door het andere voorgeprepareerde gaatje.
Klaar is je Black Minnow.
De Black Minnow is een vanger pur sang!

Pikeproof Dropshotten

DANIEL VAN DER KRAAN – ‘Tik tik…’ Ja! Aanslag, en niks… Alleen een wapperend stukje fluorocarbon als aandenken aan je mooie presentatie. Weer een puntje-puntje-snoek die er met het hele zaakje vandoor is!

Iedere dropshotvisser zal dit scenario zeer bekend voorkomen. Als allround roofvisser ben ik uiteraard ook liefhebber van vriend Esox, maar op sommige momenten zijn ze gewoon even niet gewenst. Deze überrover kun je het natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij je subtiel gepresenteerde shadje te grazen neemt. Er staat immers nooit een waarschuwing bij welke soorten je op dat moment zou willen vangen. Toch blijft het gewoon zonde om op deze manier een mooie snoek te missen. Ten eerste uiteraard omdat de vis in kwestie weer rondzwemt met een ongewilde versiering, ten tweede ook omdat een snoek (van een beetje formaat) toch altijd voor een spectaculaire dril zorgt en het niet zelden hele beste formaten zijn die wel wat zien in je friemelende rubber.

Een nieuw PR op de Bleak!

Ik zie wel zo nu en dan snoekvangsten aan de standaard dropshotmontage voorbijkomen op social media dus het gaat zeker wel eens goed. Alleen hoeveel vissen vang je daadwerkelijk voordat je de mazzel hebt dat de fluorocarbon een keer niet genadeloos wordt afgebeten? Alleen als de haak in ‘het scharnier’ zit, maak je een redelijke kans en dan nog is het niet altijd zeker of het goed afloopt. En tuurlijk zijn er vangsten gedaan met de haak helemaal achterin de bek, maar dat is in mijn ogen een typisch voorbeeld van ‘meer geluk dan wijsheid’. Blijkbaar heb ik daar zelf niet veel mazzel mee, want ik overdrijf niet als ik zeg dat ik zeker 80 procent van mijn snoekaanbeten verspeel(de).

VERSPELEN GAAT VERVELEN!

Toen ik op een avond weer even lekker aan de rivier stond te droppen met mijn favoriete shad en ik na de zoveelste ‘mislukte’ aanslag  wat onvriendelijke dingen begon te mompelen, besefte ik dat het tijd werd om het anders aan te pakken. Mijn target is op zo’n moment snoekbaars en die vang ik ook zeker.

“Op een avond pakte ik al mijn haken, wartels, staaldraad etc. bij elkaar voor een flinke brainstorm- en knutselsessie…

Tevens hier en daar een baars, maar ook met grote regelmaat gaat er een snoek aanhangen. Soms blijft zo’n vis nog even hangen en trekt de relatief lichte hengel krakend krom en moet de molen alle slipschijven bijzetten om mij luttele seconden later alsnog beteuterd achter te laten. Ik heb toen op een bepaald moment een stevige stok gepakt met een flinke shad en uiteraard een stalen onderlijn, echter dan krijg je ze niet meer te pakken… Misschien toch meer gefocust op kleiner aas? Of was het de manier van aanbieden? Hoe dan ook, ik moest iets aanpassen aan mijn montage om dat eeuwige verspelen te voorkomen!

Dit soort vissen werden de aanleiding voor de ‘PP-rig’.

Ik heb een aantal jaren terug wel eens artikel gelezen over veilig dropshotten op snoek maar dat ging voornamelijk over XXL aas en is dus niet geschikt voor mijn visserij. Hiervoor gebruik ik voornamelijk shads van zeg tussen de tien en 14 cm, soms een tikje groter maar meer dan 16 cm wordt het niet. Het zit dus een beetje in tussen streetfishing waar kleine tot zeer kleine shadjes en ragfijne lijntjes worden ingezet en de zojuist genoemde XXL presentatie. Hetgeen wat ik voor ogen had moest aan aantal zaken voldoen:

  • De rig moet snoekbestendig zijn.
  • De montage mag de actie van de shad niet (teveel) beïnvloeden.
  • Makkelijk te maken zijn, want de kans op verspelen aan de bodem blijft altijd aanwezig en ik heb geen zin om tien minuten te knutselen op iets wat in een paar seconden weer verdwenen kan zijn…
  • Om diezelfde reden als hierboven moet het ook geen dure montage gaan worden.

KNUTSELEN

Op een avond pakte ik al mijn haken, wartels, staaldraad etc. bij elkaar voor een flinke brainstorm- en knutselsessie. Alle types staaldraad die ik voorhanden had, zijn snoekbestendig maar zeker niet allemaal geschikt. De ‘7-strand’ en titanium types vallen al gelijk af omdat ik ze te stug vind. De veel soepelere 49-strand is al een stuk beter geschikt en dan het liefst niet gecoat omdat de coating dan toch weer iets afdoet aan de soepelheid en je bij een zo’n ongecoate draad direct kunt zien of er een aantal vezels beschadigd geraakt zijn na een vangst en daardoor vervangen dient te worden. Achteraf bleek dat ik me veel te druk had gemaakt over de soepelheid maar daarover straks meer.

Mijn eerste poging was een standaard dropshotlijntje met de gebruikelijke knoop alleen dan gemaakt van dun ‘49-strand’ in plaats van fluorocarbon. Buiten het feit dat deze knoop niet bepaald soepel gaat met dergelijk materiaal zag het er ook gewoon niet uit en is het ook nog eens zonde omdat ook het ‘loodlijntje’ onder de haak nu uit het niet altijd even goedkope strand bestond. Dat was hem dus niet.

De haak kan in principe nergens heen tijdens de dril.

Ik herinnerde me ineens die mooie draaiende, kant en klare dropshothaken waarbij de haak vrij om een asje draait. De winkels waren al dicht dus dan maar zelf aan de slag. Zoals zo vaak bleek de oplossing achteraf vrij simpel. Ik nam mijn favoriete haak, de Gamakatsu Worm 39 in ‘maatje 1’, schoof deze met het oog over een stuk 49-strand van ongeveer 30 cm en knoopte onderaan een klein tonwarteltje. Waarom niet met een sleeve?

Tijdens een dril zou dan het haakoog tegen de sleeve aangetrokken worden en zou door de druk wel eens kunnen gaan schuiven. Met een knoopje gebeurt dat niet. Nu moest de haak nog gefixeerd worden zodat hij niet naar boven schuift tijdens de worp. Ook hier gold weer: denk simpel! Een zo dun mogelijke sleeve, de onderlijn hoeft er immers maar één keer doorheen, een paar millimeter boven de haak vastknijpen en voilà: die gaat nergens meer heen. De rest ging eigenlijk vanzelf. Het loodlijntje kun je nu eenvoudig aan het onderste oogje van het warteltje knopen en de lengte natuurlijk zelf bepalen. Je kunt nu dus eventueel voor gewoon nylon kiezen aangezien je niet meer van fluorocarbon afhankelijk bent, maar dat is een persoonlijke keuze.

Set-up: Alles wat je nodig hebt voor de pikeproof-rig!

De verbinding van je rig aan je hoofdlijn kan op twee manieren. Je kunt aan de bovenzijde een tonwarteltje knopen en die dan weer aan je gevlochten lijn bevestigen óf hem met een verbindingsknoop direct aan je hoofdlijn knopen. Voor mensen die niet zo behendig zijn met deze allbright knoop kunnen dan kiezen voor optie één. Ikzelf geef de voorkeur aan de tweede. Het scheelt je weer een warteltje en het ziet er net even wat gelikter uit, al maakt het voor de functionaliteit in de praktijk niks uit.

…er gingen in twee dagen tijd twéé metersnoeken met de hele handel er vandoor…

Waar je wel op moet letten bij het leggen van deze knoop moet is het volgende. De 49-strand moet niet te dik zijn want dan krijg je geen mooie knoop. Een diameter tussen de 28/00 en 40/00 werkt voor mij prima. Dunner kan ook natuurlijk maar de dunnere varianten zijn vaak iets duurder en een ander gevaar is dat het gebruik van de allbright knoop dit dunne lijntje in je hoofdlijn snijdt met als gevolg dat de knoop breekt.

Dit heb ik helaas zelf op ‘the hard way’ moeten ontdekken want er gingen in twee dagen tijd twéé metersnoeken met de hele handel er vandoor! Stom achteraf en gelijk een wijze les: test deze knoop eerst goed voordat je er daadwerkelijk mee gaat vissen! Bij de trektest van de rig achteraf, met het dunne strand trok ik inderdaad vrij eenvoudig de knoop kapot, dat terwijl ik de eerste keer nog dacht aan een obstakel. Die fout maak je daarna dus niet meer! Een ander puntje waar je op moet letten bij het gebruik van ongecoate ‘49-strand’ is dat deze vrij ruw is. Bij het dichttrekken van je knoop moet je dan voorzichtig te werk gaan omdat je gevlochten lijn veel minder makkelijk schuift nu in vergelijking met fluorocarbon.

Een van de weinige keren dat het wel goed afliep…

Trek hem dus in het begin langzaam dicht en bevochtig de knoop eerst. Zodra je bij het einde van het lusje bent, kun je meer kracht zetten om de knoop ook daadwerkelijk te testen. Je hoeft overigens niet als een malle te gaan staan trekken want de hoofdlijn die ik gebruik is dun (10/00 tot 13/00) en daarbij komt er, mede door de niet al te zware hengel en de molenslip, natuurlijk vrijwel nooit een immense kracht op de knoop te staan.

Bij het gebruik van een warteltje als bevestiging heb je natuurlijk van deze eventuele problemen geen last. Wil je toch iets meer zekerheid dan kun je ook het trucje toepassen waar mijn maat Collin mij op wees. Wanneer je de allbrightknoop gaat leggen, neem je het uiteinde van de hoofdlijn dubbel en gaat dan pas wikkelen. Hierdoor krijg je een sterkere verbinding en krijgt het dunne staaldraad minder kans om in de hoofdlijn te snijden. Dit kun je trouwens ook bij normale fluorocarbon lijnen toepassen omdat het insnijden ook daar nog wel eens voorkomt met de hedendaagse flinterdunne lijntjes.

De Mustad, de Spro en de eigenbouw, alle drie prima voor deze montage. Snel en eenvoudig haken verwisselen!

HAKEN EN OGEN…

Het type haak wat je hiervoor gebruikt, is vooral een kwestie van voorkeur. Voor mijn favoriete aasjes voldoet de al eerdergenoemde ‘Worm 39’ uitstekend. De maat pas je dan weer aan op het formaat van je shad. Ik heb in de loop der tijd met verschillende types geëxperimenteerd. Het enige waar je op moet letten, is dat haak niet te dundradig is en kan uitbuigen want wanneer er een rivierbuffel aan gaat hangen, krijgt je haakje flink op z’n donder!

De zogenoemde spinning dropshothooks zijn ook prima te gebruiken voor deze montage. Hier hoef je slechts je staaldraadje aan de wartel te knopen en je loodlijntje aan de andere kant en je bent klaar. Zowel de versie van Gamakatsu als Mustad heb ik getest en voldoen prima. De enige ‘maar’ is dat deze haken niet heel goedkoop zijn en je dus voor jezelf moet nagaan of de prijs opweegt tegen het gebruikersgemak óf dat je zelf aan de slag gaat. Het enige wat je extra kwijt bent ten opzichte van de klassieke dropshotrig is een stukje ‘49-strand’, een sleeve en één of twee tonwarteltjes. En dat is zeker niet te veel geld als je die dikke snoek eindelijk wel boven het net kan krijgen!

Het DAM rolling dropshotloodje zorgt voor minder vastlopers

Goed, de montage is klaar voor gebruik! Ik neem overigens altijd minimaal zes van deze kant en klare onderlijnen in een mapje mee naar de waterkant zodat bij eventueel verspelen  of wanneer deze niet meer naar mijn zin is, ik er snel een nieuwe aan kan knopen.

Dolenthousiast begaven we ons weer naar de rivier om de rigs uit te testen en je raadt het al: de eerste paar keer geen snoek te bekennen…! De snoekbaarzen die we vingen ondervonden in ieder geval geen enkele hinder van de vernieuwde presentatie. Iets waar ik me vooraf misschien iets te druk over gemaakt heb, want in het veelal troebele rivierwater valt zo’n donkerbruin staaldraadje totaal niet op. Ook de soepelheid die fluorocarbon biedt, wordt bij deze manier van vissen niet erg gemist. Ik heb een aantal jaren terug al eens een artikel geschreven over het werpend dropshotten op de rivier en inmiddels de nodige ervaringen rijker besef ik dat het niet zo subtiel hoeft allemaal.

Op z’n kantje gemonteerd komt de Bleak perfect tot z’n recht.

VERDERE UITRUSTING

We vissen zelden lichter dan 17 gram in verband met de stroming en de grootte van de shads. Er zit gewoon voldoende beweging in je aas, mede ook doordat de haak vrij kan ronddraaien. Dat de haak nu niet netjes exact haaks op de lijn staat, maakt ook niks uit. Door het drijfvermogen van de shads hangt deze vrijwel horizontaal of in ieder geval met de kop naar beneden wat er natuurlijk het meest natuurlijk uitziet.

Mijn absolute topper voor deze visserij is de 3D Bleak Realtail en dan met name de 13,5 centimeter lange uitvoering. Toen ik een aantal jaren terug aan de slag ging met de test-samples ving ik al vrij rap mijn snoekbaarzen en zeker bij het gebruik van de grootste maat leek het wel of ik geen ondermaatse vis kon vangen. Je vist zeker selectiever door het gebruik van groter aas en hoewel er tussendoor ook zeker kleinere exemplaren aan gaan hangen, durf ik wel te beweren dat deze shad een grote-vissen-magneet is. Gemonteerd op z’n zij imiteert hij een stervend visje, dat zeer aantrekkelijk is voor alle rovers. Het duurde niet lang voordat de eerste snoek op deze rig gevangen werd en met een lengte van 110 cm een prachtig voorbeeld waarom ik voortaan met dit systeem vis.

Een shad als de Goby Tube vereist weer een andere haak.

Inmiddels heeft de snoekproof-rig zich meer dan bewezen voor mij en mijn vismaat Alrik, die ook al de nodige mooie snoeken heeft weten te vangen op deze manier. De uitrusting die we gebruiken is eigenlijk niet anders als die we voorheen gebruiken. Zelf gebruik ik graag de Custom Coastal hengel in de 274 cm uitvoering met een werpgewicht van 10/30 gram met daarop een molen maatje 40 opgespoeld met 10/00 gevlochten lijn. We vissen immers nog steeds op snoekbaars en dat drilt nou eenmaal veel leuker op een dergelijke hengel dan op een keiharde spinstok! Deze setup lijkt misschien aan de lichte kant, in de praktijk gaat het echter vrijwel altijd goed wanneer je wel rekening houdt met eventuele obstakels.

Mijn favoriete kleuren van de Realtails.

Tijdens het testen van een nieuwe softbait recent kwam ik er achter dat het best wel handig zou zijn als je snel van haak zou kunnen wisselen doordat de gebruikte shads verschillende vormen en afmetingen hebben. Al speurend in het rek bij de plaatselijke hengelsportzaak viel mijn oog op de zogenaamde ‘hanging snaps’ mét en zonder wartel. Zoals je op de foto iets verder terug kunt zien, is het hiermee zeer eenvoudig om van haak te wisselen.

Bij het drillen van een vis komt alle kracht op het ronde gedeelte van de snap en er is geen kans dat de haak eruit schiet. De eerste vis die tijdens het testen aan deze montage ging hangen, was direct een fraaie metersnoek. Na een pittige dril kon ook deze vis geland worden. Een betere test dan dit kan je je niet wensen! Enige kanttekening was dat de haakpunt in het net was blijven hangen, door de bek heen waardoor deze door het kopschudden wel uit de snap wat geschoten.

Is dit erg? Nee niet echt. Tijdens de dril zie ik niet hoe de haak ooit los kan komen doordat de kracht altijd recht naar beneden gaat en nooit omhoog, richting de opening van de snap. Maar goed, ik kan me voorstellen dat je toch een beetje huiverig bent. We vingen die avond ook nog een paar snoekbaarzen en dat ging verder prima. Voorlopig goedgekeurd!

De hoofdmoot voor deze visserij blijft snoekbaars

Deze rig is dus geen altijd vangende rig maar eentje die er voor zorgt dat bijvangsten in de vorm van snoeken wel veilig geland kunnen worden. Voor het pielen met klein spul op een licht hengeltje gebruik ik nog steeds fluorocarbon omdat ik deze rig dan te grof vind. Voor het werpend vissen op rivieren en ander groot water vind ik dit een uitkomst. Ook voor bootvissers is dit natuurlijk prima in te zetten. Dropshotten kan naast verticalen ook zeker lonend zijn en met deze onderlijn hoef je je niet druk te maken of je die gehaakte dikke bak wel gevangen krijgt. Snoekproof weet je nog?

Geen risico’s meer nemen, hier liep het goed af. Kies voortaan voor een pikeproof-rig!

Zeker nu het kouder is, vind ik dropshotten effectief, omdat je lekker langzaam de goede plekken kunt afvissen. Het middelgrote aas is ideaal voor vrijwel alle formaten vis, maar onze ervaring is dat toch voornamelijk de grotere exemplaren hier wel blij van worden. Wij hebben natuurlijk ook soms slechte dagen en avonden. De bijtuurtjes worden schaarser en ook al zijn de omstandigheden op dat moment ideaal, ze doen het dan gewoon niet! Dat lijkt me trouwens toch nog wel eens leuk om tegen je baas te zeggen, onderuithangend achter je bureau en met de ogen dicht: “Vandaag doe ik het gewoon niet! Misschien aan het eind van de middag nog een uurtje…”

Barbeel beulen

De uit Hardinxveld-Giessendam afkomstige Gert Visser heeft er superveel zin in! Hij is de gelukkige winnaar van ‘Meet, greet & fish’, die deze keer in het teken staat van barbeel. Hij heeft al eens wat barbeelpogingen ondernomen, echter zonder noemenswaardig succes. Hoogstwaarschijnlijk komt hier vandaag een einde aan. Deze dag gaat hij vissen met niemand minder dan dé barbeelspecialist van Hollandse bodem: Frans Vogels!

In het dagelijkse leven is Gert werkzaam als vrachtwagenchauffeur, hij levert goederen aan bij supermarkten. Daarnaast is hij helemaal gek van vissen. Het maakt hem niet zoveel uit welke visserij, alleen de zeevisserij en de statische karpervisserij spreken hem niet aan. Verder maak je hem overal wel gelukkig mee, vooral karpervissen met de vaste stok op commerciële vijvers vindt hij super! Vandaag staat er geen karper op het programma. Hoewel, op de grote rivier weet je het natuurlijk maar nooit!

Frans legt alles uit wat je moet weten van de montage.

Topstek

Het is een zonnige, winderige dag en met ongeveer 23 graden is het erg aangenaam aan de rivier. Voorzichtig lopen we de krib op, aan het uiteinde zien we Frans en Gert al. Het is toch altijd weer oppassen op die kribben, je moet goed kijken waar je je voeten neerplant. Elke steen kan losliggen! Na een stevige klauterpartij komen we aan op de kribkop. Frans en Gert zijn al een half uurtje aan het vissen, maar hebben nog niets gevangen.

Werp de montage in de snelle stroming, dat is noodzaak op de Waal.

De Waal is een rivier met een ruig karakter; veel stroming en scheepvaart zorgen dat er altijd beweging is. Volgens Frans was dit vroeger nóg meer het geval, de laatste jaren is de scheepvaart behoorlijk afgenomen. Hierdoor is er minder commotie onder water, de vis verbruikt minder energie, hoeft minder te eten en dat vertaalt zich in mindere barbeelvangsten. Toch is het nog steeds mogelijk om goed barbeel te vangen! Gelukkig maar!

De rubberen tubes vormen één geheel en fungeren bovendien als een afhouder.

Als er iemand is die de kneepjes van de barbeelvisserij kent, dan is het Frans Vogels. Zowel in binnen- als buitenland heeft hij zijn sporen verdiend en enorme hoeveelheden barbeel gevangen. Hij is een wandelende barbeel encyclopedie.

Groot geheim

Er wordt statisch gevist met twee hengels. “Drie hengels is toch echt wel het maximum op één krib”, aldus Frans. Frans heeft alle materialen vandaag verzorgd, maar alle aanbeten zijn voor Gert! Beide hengels zijn van ander aas voorzien: pellets en een blokje kaas. Zo kun je een in de smiezen krijgen of ze vandaag een bepaalde voedselvoorkeur hebben.

“Op andere rivieren kan de voedselvoorkeur weer anders zijn. Zo vang ik op de Roer wel barbeel aan Smac.”

Gert is benieuwd naar andere aassoorten, hoe zit het bijvoorbeeld Smac? “Op de Waal heb ik de beste resultaten met kaas en pellets. Op andere rivieren kan de voedselvoorkeur weer anders zijn. Zo vang ik op de Roer wel barbeel aan Smac.”

Drillen halverwege de krib.

Ook stekkeuze is een topic waar Gert benieuwd naar is. Frans hierover: “Nu verklap ik een groot geheim. We zitten op een kribkop die recht tegenover een ingang van een grindgat ligt, dat is niet geheel toevallig. Bijna al mijn topstekken liggen tegenover zo’n opening naar een plas. Al jarenlang houd ik een logboek bij en op een gegeven moment viel het kwartje en zag ik een patroon in echt goede stekken. Dit geldt ook op de Gelderse IJssel”. Waarom dit zo is weet hij niet, alleen dat het zo is. Kortom, vind een opening naar een grindgat en grote kans dat de tegenoverliggende krib een topstek is!

Communiceren

Bij aanvang heeft Frans een dozijn voerballen in het water gegooid. Deze ballen, rijkelijk gevuld met geweekte pellets, gooit hij een meter of 10 voor de kribkop in het water, de stroming doet de rest. Met deze stroming wordt alles wat je voert zo meegenomen, maar het voeren kan er wel voor zorgen dat de barbeel actief wordt en op zoek gaat naar meer.

De derde barbeel is meteen de grootste!

Gert vist ook wel eens op de rivier, hij woont zowat aan de Merwede en met de feederhengel kun je hier nog leuk witvis vangen. De montage die Frans gebruikt is geen abacadabra voor hem, maar bij enkele aspecten knipperen de ogen van Gert toch een keer extra. En volgens Frans zijn juist die details zo belangrijk. Wanneer hij zijn montage toelicht wordt duidelijk waarom hij dé barbeelspecialist van Nederland genoemd mag worden; aan werkelijk alles is gedacht en niets wordt aan het toeval overgelaten!

Barbelen zijn kwetsbare vissen.

Als basis vist Frans met een schuivende montage, waarbij het totaal een kruising is tussen feeder- en karperproducten. “De 25/00 onderlijn is minimaal 1,5 meter lang. De reden voor deze lengte zit hem in trillingen. Omdat de hoofdlijn strak opgespannen wordt fungeert deze als een goede geleider van geluiden. Ter vergelijking: span tussen twee blikken een touw. Staat dit touw op spanning dan kun je over een afstand van meer dan honderd meter gewoon met elkaar communiceren! Onder water kun je geluiden tot rondom 1 meter van de voerkorf of bodemlood horen. Met een 1,5 m onderlijn heb je (beter gezegd, de barbeel) hier geen hinder meer van.”

“Hij spant een halve meter gevlochten materiaal tussen twee handen en schuurt het over een steen.”

Kortom, door een langere onderlijn te kiezen wordt een schuchter azende barbeel echt verrast door het haakje! “Gebruik je ook wel eens een gevlochten onderlijn?”, vraagt Gert. Frans pakt een rolletje gevlochten materiaal en een rolletje nylon uit zijn materiaalbox. Hij spant een halve meter gevlochten materiaal tussen twee handen en schuurt het over een steen. Na drie halen is het materiaal al door. Ditzelfde herhaalt hij met de nylon, die houdt het beduidend langer! “Daarom dus!”, antwoordt Frans droog.

Hufterproof

De montage die Frans op de Waal gebruikt is afgestemd op het snel stromende water. Belangrijke aspecten: voorkom beschadigingen en in de war raken.

Uitleg over de beste stekken.

Op de 35/00 hoofdlijn schuift Frans een schuivende ring waar hij makkelijk zijn voerkorf aan kan bevestigen. Vervolgens komt een speciaal gevormd, conisch rubber op de hoofdlijn, gevolgd door een quick change wartel. De ring met daaraan de voerkorf kan vrij over de hoofdlijn schuiven, wordt gestuit op de rubber tube en kan nooit op de onderlijn terechtkomen. Bovendien hangt de ring met voerkorf niet direct op de hoofdlijn, waardoor deze ook minder snel beschadigt.

Aan de 1,5 meter lange 25/00 nylon onderlijn bevestigt de barbeelman middels de knotless knot een haak met hair, waarin het aas komt te hangen. Aan het andere uiteinde van de onderlijn schuift Frans een lange anti tangle sleeve over de wartel.

Probeer het water te lezen.

Clip vervolgens de wartel van de onderlijn in de speld en schuif de rubbers naar elkaar toe. Het is erg belangrijk dat het op elkaar aansluit en één stijf geheel vormt, als een afhouder.

Zo kan de onderlijn tijdens de worp niet in de knoop raken, bovendien ligt het geheel onder water ook een stuk beter. Het is niet erg als de stroming de korf enkele meters meevoert, want deze montage is ‘hufterproof’!

Felle aanbeet

Ademloos luistert Gert naar alle tips die Frans geeft. En dat zijn er nogal wat! Het hebben van succes zit hem echt in de allerkleinste dingen, alles moet kloppen!

Een barbeel besluit Frans zijn waterval aan informatie te beëindigen. De linkerhengel tikt twee keer voorzichtig, maar slaat dan volledig krom! “Ik doe het een keer voor” roept Frans terwijl hij de hengel uit de steun grist. Met een ferme haal wordt de haak gezet, waarna de hengel aan Gert wordt gegeven. Op aanwijzingen van Frans loopt

“Indien je een barbeel in de hoofdstroom zou afdrillen ben je niet alleen enorm lang bezig, je zou de barbeel er ook teveel mee af kunnen matten.”

Gert een stukje over de kribkop richting het strandje van het kribvak. Hierdoor trek je de barbeel snel uit de hoofdstroom en kun je ze gemakkelijker afdrillen. Indien je een barbeel in de hoofdstroom zou afdrillen ben je niet alleen enorm lang bezig, je zou de barbeel er ook teveel mee af kunnen matten. Dat is helemaal niet nodig!

Groen gekleurde aas wanneer de beten uitblijven. Gewoon proberen.

De barbeel komt vrij vlot naar binnen, tot hij de stenen ziet. Het gaat exact zoals Frans voorspelde. Al kopschuddend probeert de barbeel zich nog uit de voeten te maken, maar hij moet zijn meerdere in Gert erkennen. Frans schuift snel zijn net onder de barbeel en laat de barbeel even rustig op adem komen in het net.

Pas dan wordt de barbeel uit het water getild om samen met Gert en Frans op de foto te gaan. Ook tijdens het terugzetten laat Frans de barbeel even rustig op adem komen. Deze barbeel is aan een pellet gevangen, maar één zwaluw maakt nog geen zomer. Frans wacht op een tweede aanbeet voor hij zijn aanpak omgooit.

De top 3 flavours voor barbeel; curry, knoflook en karamel.

Gelukkig hoeven we daar niet heel lang op te wachten! Een felle aanbeet, wederom op de linkerhengel. Ditmaal mag Gert laten zien wat hij vandaag geleerd heeft. Als een volleerd barbeelvisser grijpt hij de bonkende hengel uit de steun en loopt, al balancerend over de losliggende stenen, richting het kribvak. “Deze vis voelt iets groter aan”, zegt Gert. Eenmaal bij de kant blijkt het een barbeel van hetzelfde slag, maar hij heeft gewoon wat feller gevochten. De vis wordt boven het water onthaakt en teruggezet. Met een glimlach van voldoening geeft Gert Frans een high-five! De dag is nu al meer dan geslaagd.

Kruisenkaas

Vrij snel volgt barbeel nummer 3, maar daarna valt de boel compleet stil. “Dat is geen gunstig voorteken”, zegt Frans. Zijn ervaring vertelt ons dat het weleens helemaal klaar kan zijn… Tijd om wat anders te proberen en alsnog een barbeel te verleiden! Frans haalt zijn rechterhengel binnen en vervangt de 240 gram zware voerkorf voor een veel lichter loodje van 50 gram.

“Hierdoor drijft een behoorlijk deel van de hoofdlijn met de stroming mee.”

We gaan ze zoeken! De montage wordt in de stroming gegooid en nadat het loodje de bodem bereikt heeft laat Frans de beugel van zijn molen een tijdje openstaan. Hierdoor drijft een behoorlijk deel van de hoofdlijn met de stroming mee.

Geweekte pellets in een 240 gram zware korf.

Wanneer de molenbeugel gesloten wordt, wordt de montage op sleeptouw genomen door de stroming. Barbeel is een vis die in korte tijd beslist: pakken of niet pakken. Zo’n bewegende montage kan daarom soms de sleutel tot succes zijn. Vandaag helaas niet! De zoekende montage levert niets op, er moet dieper in de trukendoos gegrabbeld worden.

“Naast kerriekaas krijgt ook groen gemaakte kaas een kans.”

Frans grist twee plastic zakjes uit zijn tas, wanneer hij deze opent ontsnapt er een geurige lucht; Met kerriepoeder gekruide kaas. Naast kerriekaas krijgt ook groen gemaakte kaas een kans. Helaas werkt de barbeel nog steeds niet mee.

Ondanks dat de sessie als een nachtkaars uitgaat is het met 3 barbelen voor Gert een geslaagde, leerzame visdag geweest. “Het was een geweldig en leerzame dag. Ik ga het zelf maar eens in de praktijk laten zien dat ik heb opgelet!”.

Frans Vogels

Sinds 2006 vist Frans Vogels gericht op barbeel, zowel in het binnen- als buitenland. Hij is een echte pionier; altijd opzoek naar nieuwe barbeelwateren en stekken, maar ook naar de perfecte producten. Is iets niet te koop? Dan deinst Frans niet terug om het zelf te ontwikkelen, bijvoorbeeld de speciale zware gaaskorven. Frans biedt ook gidsservice aan, kijk voor meer info op www.barbelen.nl.

Halve boilies

Het maakt niet uit of je nu beginnend visser bent of geoefend karpervisser, het hoofddoel is altijd het haken van vis en niet vis vetmesten met je voer. Wanneer er sprake is van het aan- of voorvoeren van een stek, dan wil je hiermee natuurlijk positieve invloed op je vangsten uitoefenen. De vissen zullen je aas met meer vertrouwen tot zich gaan nemen en bovendien gaan ze de stek herkennen als een voedselrijke plaats.

Hoe vaker karpers je aas hebben gegeten zonder negatieve gevolgen, des te groter het vertrouwen in dit aas zal zijn. Vaak proberen karpervissers het aas nog wat te boosten met behulp van dips en andere lokkende stoffen. Hierdoor laat je de toch al hongerige karpers met ongekende voedselnijd op je stek azen, precies wat je wilt!

Half werk, maximaal rendement.

De juiste balans

Als je het maximale uit je voerstrategie wilt halen moet karper zoveel mogelijk van je aas hebben gegeten, maar aan de andere kant mogen ze niet verzadigd zijn… Dit laatste gebeurt onherroepelijk wanneer je zoals veel karpervissers een forse voerstek aanlegt. De karpers zitten vol en weigeren je haakaas op te pakken.

“Ik voer een bepaalde stek heel licht aan met gehalveerde boilies.”

De uitgedachte strategie, kosten, tijd en moeite; het is allemaal voor niets geweest! Het ligt voor de hand dat je nu minder voer moet gebruiken. Dit heeft consequenties voor het vertrouwen van de visser, er ligt namelijk minder voer in het water dus de vissen zullen niet zo vertrouwd zijn met je aas. Dit is voor mij een van de redenen om gehalveerde boilies te gebruiken. Ik voer een bepaalde stek heel licht aan met gehalveerde boilies.

Alles voor het wegnemen van negatieve vangstassociaties.

Omdat zo één boilie twee voedseldeeltjes oplevert is het volume van je aas alsnog indrukwekkend, maar de karpers raken er niet door verzadigd. Het vertrouwen is weer als vanouds want de karpers kunnen alsnog naar hartelust smikkelen van het aas. Hierdoor zul je weer meer gaan vangen. Vroeger nam ik altijd een aardappelschilmesje mee naar het water, maar sinds de komst van de Korda ‘Cutter’ is dit verleden tijd. Ik neem gewoon een ‘Cutter’ in de juiste maat mee en boilies halveren is een fluitje van een cent. En dat alles zonder gevaar voor mijn vingers. Het mesblad van de ‘Cutter’ bevindt zich namelijk in een kunststoffen buis waardoor je geen risico loopt op snijwondjes.

“De argeloos vretende karper vreet gulzig verder zonder na te denken of het voer nu wel of niet veilig is.”

Met een bijgeleverd staafje druk je moeiteloos boilies door het buisje waarna ze er perfect gehalveerd weer uitkomen en opgevangen worden in een klaargezette emmer. Het halveren van boilies heeft nog een ander voordeel. Het voer heeft een totaal andere vorm dan de vaak gebruikte ronde boilies. Vanuit het oogpunt van de karper kan dit van doorslaggevend belang zijn, de ronde vorm wordt vaak met gevaar geassocieerd, terwijl de gehalveerde bolletjes vaak iets nieuws voor hen zijn. Omdat de karpers hier zelden mee geconfronteerd worden kan er eigenlijk geen sprake zijn van negatieve conditionering op halve boilies. Nog een groot voordeel dus! De argeloos vretende karper vreet gulzig verder zonder na te denken of het voer nu wel of niet veilig is.

Killercombi als haakaas.

Andere structuur

Het halveren van de boilies zorgt voor nog een ander groot voordeel: Wie eens goed naar de structuur van een boilie kijkt zal zien dat de mantel vaak egaal en glad is. Hier zit alles veel meer op elkaar geperst dan in het midden, wat vaak luchtig en brokkelig is. Dit komt door het rollen van het deeg, de buitenlaag wordt op elkaar geperst. Hierdoor krijg je als het ware een seal om je aas, de uitlekking van lokstoffen is veel minder wanneer je dit intact laat.

“Ook kan de binnenkant van een boilie veel gemakkelijker lokstoffen opnemen.”

Met gehalveerde boilies heb je hier geen last meer van, alle lokstoffen kunnen vanuit de kern van de bol moeiteloos en veel sneller het water in wasemen en zo onze gevinde vrienden lokken. Ook kan de binnenkant van een boilie veel gemakkelijker lokstoffen opnemen, voor de vissers die graag gebruik maken van dips en flavours erg goed om te weten! Op deze manier benut je de werking van deze lokstoffen optimaal.

Overtuigend bewijs dat het werkt.

Rollen

De nieuwe vormgeving van het aas bezit nog een groot voordeel! Wanneer je deze halve bolletjes in het water gooit zul je zien dat de ronde kant vaak op de bodem komt te liggen. Door de afgevlakte bovenkant blijven de boilies zo liggen, wegrollen gebeurt niet meer. Wanneer een boilie verplaatst wordt door de stroming rolt hij om op de vlakke kant en blijft vervolgens zo liggen. Erg handig in water waar sprake is van stroming, bijvoorbeeld op een rivier. Ook op kanalen met veel scheepvaart is het erg handig om halve boilies te gebruiken. Zodra de boilie op zijn vlakke kant is gerold heeft de stroming geen vat meer op de boilie.

“Soms komt het echter voor dat de afstand te groot is om te overbruggen met een van deze twee.”

De vlakke kant zorgt voor zoveel grip op de bodem dat zelfs de grootste olietanker jouw boilie niet meer verplaatst! Dit houdt wel in dat karpers ook meer moeite moeten doen om deze boilies op te zuigen, een halfbakken poging tot het opnemen van wat aas is niet genoeg. Ze moeten er echt vol voor gaan, dit vertaalt zich in heftig azende karpers die daardoor gemakkelijker te vangen zijn. Om te voeren met deze halve balletjes maak ik meestal gebruik van een katapult of voerschep. Soms komt het echter voor dat de afstand te groot is om te overbruggen met een van deze twee. Dan zet ik mijn spod en spodhengel in.

De Cutter van Korda. Een ontzettend handige tool.
Halveren van je boilies in een handomdraai.

Nieuwe combinatie

Met het verzadigen van vissen moet je vooral rekening houden in het vroege voorjaar en de winter. Wanneer je van alles wat je normaal gebruikt nu slechts de helft gebruikt zul je geen last meer hebben van verzadigde vissen, zelfs in de winter niet. Een vaak geziene presentatie is de zogenaamde ‘snowman’ bestaande uit een zinkende en een drijvende boilie. Deze kun je ook halveren! Wanneer je van beiden een halfje neemt en samenvoegt krijg je exact hetzelfde effect alleen is je aas wat kleiner. Hierbij monteer ik meestal nog een PVA-stick gevuld met gehalveerde boilies. Een perfect functionerende presentatie!

Vlijmscherpe vistactiek.

 

Zo vis je op meerval

Vissen op meerval wordt vaak vanuit een boot gedaan, maar kan natuurlijk ook fantastisch vanaf de kant. In onderstaand filmpje zie je hoe Roy Noom van Madcat dat aanpakt en we kunnen ons voorstellen dat het allemaal wat ingewikkeld lijkt.

https://youtu.be/w77L0SeB4O0
Roy Noom blankte die sessie helaas, wel is hier te zien hoe je de kantvisserij op meerval aan zou kunnen pakken.

Daarom nu op Roofvisnet  een compleet artikel van Toby Beeloo van Black Cat die onlangs naar Noord-Frankrijk is geweest om daar te meervallen… Vanaf de kant! Het werd een onvergetelijke sessie met meerdere prachtige vissen. Nu eens niet een successtory waarbij alles angstvallig geheim wordt gehouden. Toby doet een boekje open over zijn aanpak, laat al zijn montages zien en legt daarbij ook nog uit hoe hij die inzet! Lezen dus.

Meerval, kant, vissen, how, to, zo, moet het
Ga nu naar dit artikel voor tekst en uitleg over deze wirwar aan materialen!
Vissen op meerval doe je zo Toby
En hier bewijs dat de systemen meer dan prima werken!

Hoe vis je op zeebaars?

Als iets ontzettend populair is dan is dat wel het vissen op zeebaars. Vreemd eigenlijk, want het is geen gemakkelijke visserij, integendeel. Het vereist kennis, kunde en een dot aan oefening. Sjoerd Beljaars van Beet-Rovers legt uit hoe hij het spelletje onder de knie kreeg en er uiteindelijk nog steeds elke sessie weer bijleert.

Door Sjoerd Beljaars

Ik merk dat we in artikelen vaak geneigd zijn om te zeggen dat iets makkelijk is. Gewoon doen, doorzetten, vertrouwen hebben en oefenen. Dan komt de rest vanzelf. Natuurlijk komt het daar vaak genoeg op neer en moet je iets niet moeilijker maken dan het is. Toch wil ik de tendens doorbreken voor wat betreft het zeebaarsvissen.

De Europoort, in mijn optiek het aller’mooiste’ zeebaarsgebied.

Specifieker het vissen met softbaits op zeebaars. Het is in mijn ogen gewoonweg een zeer moeilijke visserij. Vorig jaar heb ik voor mezelf een target gesteld. Niet zozeer het vangen van zeebaars, maar met name het doorgronden van de techniek. En dat is niet meegevallen.

Die dekselse Fiiish Shad. Een tijd lang heb ik gefrustreerd geweigerd om mee te gaan in de marketingmolen, maar het is onomkeerbaar. Dit is de absolute topshad voor vriend zeebaars. By far!
Begin je met zeebaarsvissen, ga dan niet meteen met peperdure shads op obstakelrijke stekken vissen.

Het is een periode geweest van vallen en opstaan in de Europoort met een enkel uitstapje naar de Pier bij Hoek van Holland. Ja, ik ving wel eens een zeebaars en soms twee, maar dit met de nadruk op ‘wel eens’. Van het doorgronden van de techniek was nog geen sprake. Sterker nog, meer en meer moeilijkheden stapelden zich op. De stroming, de stenen op de bodem, wind, het getijde, stuk voor stuk elementen waar ik maar geen grip op kreeg.

Het vissen met pluggen op zeebaars. Nog totaal geen idee hoe ik dat moet aanpakken. Als iemand tips heeft…

In theorie kan het makkelijk klinken. Vis je shad dicht bij de bodem naar binnen, vergelijkbaar met het snoekbaarzen. Wel, in de praktijk zul je zien dat daar heel wat meer bij komt kijken. Beter gezegd, dat op een goede manier aanbieden van de shad vlakbij de bodem is ronduit rocket science met als uitersten vastzitten of volledig buiten de strikezone vissen.

Door het dolle met elke vangst. Denken dat je het spelletje door hebt en dan weer keihard op je bek gaan.

Daarnaast tal van vragen die mijn zelfvertrouwen aantastten. Moet ik de vis wel per definitie strak tegen de bodem zoeken of is dat niet noodzakelijk? Welke shads moet ik wanneer gebruiken? Hoe belangrijk is de kleur van de shad?

“Is die peperdure Black Minnow shad van Fiiish nou echt dé killer voor zeebaars?”

Is die peperdure Black Minnow shad van Fiiish nou echt dé killer voor zeebaars? Wat zijn topstekken en bij welk getijde moet je waar zijn? Die augustusmaand, de zogenaamde krabbenmaand waarin zeebaars volledig gefocust is op zachte krab, heeft het dan überhaupt wel zin om ze te belagen?

Augustus krabbenmaand, de krab werpt zijn pantser af en de zeebaars gaat massaal op jacht naar deze zachte lekkernij. Deze maand staat te boek als erg lastig, ondanks allerlei trucs om ze alsnog aan de haak te krijgen.

tussen water en wind

Wat betreft visgronden had ik met de Europoort weinig reden tot klagen. Het is voor mij relatief makkelijk en snel aan te rijden en voor Nederlandse begrippen waan je je hier in zeebaarsparadijs. Hetzelfde geldt voor wat betreft mijn leermeesters. Met Joop Folkers van Total Fishing en Mehmet Buyukilmaz van Cinnetic hebben we het misschien wel over ‘s lands allerbeste zeebaarsvissers.

Zeebaars whisperer Joop Folkers.

Ik heb de eer gehad om een paar keer met ze mee te gaan, het zijn super leerzame sessies geweest. Beiden overigens met hun eigen theorieën. Joop die de zeebaars ‘tussen water en wind’ zoekt, Mehmet die toch graag strak tegen de bodem vist. Alsof het allemaal niet moeilijk genoeg was. Toch begon het me langzamerhand te dagen. Stroomopwaarts ingooien, bodemcontact zoeken en daarna binnenvissen. Tot dusverre de basis. Nog lang niet genoeg, maar het begin was er.

Mehmet Buyukilmaz geconcentreerd strak tegen de bodem. Focus is een must bij deze visserij.

zure appel

Het licht zag ik bij het lezen van een interview met Mehmet in de mei uitgave van Rovers, waarin hij sprak over zijn beginperiode. Prachtig om te lezen hoe hij door een uiterste zure appel moest bijten om uiteindelijk het spelletje door te krijgen. Maar met name de volgende passage opende mijn ogen: “…tegen de stroming in werpen, laten zakken tot de bodem, lijn strak houden voor goed contact met je kunstaas en je shad met de stroming mee laten zweven…” “…bij elk obstakel die je voelt een tik naar boven, je lijn corrigeren en weer verder zweven…”

Kunstaas specialist Peter de Kock.

Wat mij betreft kun je de essentie van deze visserij niet beter omvatten. Mijn gedachten gingen meteen terug naar mijn snoekbaarssessie met de Vlaming Peter de Kock op de Dordtse Kil. Peter heeft het kantvissen op snoekbaars op de rivier tot een ware kunst verheven.

“Peter noemde de techniek ‘fly weight jigging’ en ook dat dekt de lading perfect.”

Bizar hoe kundig hij daar in is! Hoe dan ook is het bovenstaande van Mehmet feitelijk één-op-één-copy-paste toepasbaar op de kantvisserij op riviersnoekbaars. Peter noemde de techniek ‘fly weight jigging’ en ook dat dekt de lading perfect mijns inziens.

Peter maakte vooraf een compleet schema voor ‘op welke tijdstip op welke stek te vissen. Dit ivm schommelingen in het getijde.
Peter langs de Dordtse Kil, de stenen rivier. Het is zijn favoriete water. Niet alleen omdat je er goed kunt vangen, maar vooral omdat het er simpelweg moeilijk vissen is. Dat spelletje doorgronden, daar is het hem om te doen.

‘Moet’

[irp posts=”6055″ name=”De zoute korrel – zeebaars met de dobber”]

Met een hoofd vol nieuwe kennis en met name een sloot aan vertrouwen keerde ik dit seizoen terug naar de Europoort. De eerste sessie was er een om van te janken. Zonder veel acht te slaan op de bak wind en een totaal verkeerde windrichting stond ik niets anders dan te hannesen aan het Hartelkanaal. Ik ving een zeebaarsje, maar die kon me gestolen worden, het was geluk, 0,0 wijsheid.

Zeebaarsselfie. Elke vis gaat op de foto.

De sessie daarop het wenselijke tegenovergestelde. Geen wind, een mooie niet al te krachtige stroming, geen vuiltje aan de lucht. Ik kon mijn ding doen, de theorie die ik me eigen had gemaakt uitvoeren en dat voelde heerlijk.

Natuurlijk kan het allemaal wat makkelijker. Zeebaarsvissen met de dobber en zager.
Willem Willemstein van Hengelsport Wesdijk heeft het dobbervissen tot zijn specialisme gemaakt.

Waar deed ik het voorheen fout? Ik denk met name met het corrigeren van de lijn tijdens het laten zweven van de shad vlak boven de bodem. Dat is een kunstig spelletje waar je feeling voor moet zien te krijgen. Inderdaad ‘moet’, ik denk namelijk dat dit een essentieel onderdeel is van deze visserij.

“Niet teveel bocht, want dan kom je onherroepelijk vast te zitten; niet te strak, want dan vis je buiten de strike zone.”

Vrijwel meteen na het inwerpen is het zaak je lijn zo strak mogelijk te houden. Beter gezegd, zo strak als de wind en stroming toelaten. Niet teveel bocht, want dan kom je onherroepelijk vast te zitten; niet te strak, want dan vis je buiten de strike zone. Het gewicht van de loodkop is je speelruimte.

Vlakbij de Stenen Glooiing vanuit de boot.

Te licht en je komt niet tot nauwelijks bij de bodem; te zwaar en je hebt een onnatuurlijke presentatie, waardoor baars het kunstaas links laat liggen. Heb je het perfecte loodgewicht gevonden dan ben je in staat om de shad op de stroming perfect over de bodem te laten zweven zonder ook maar enigszins lijn binnen te draaien. Aldus de ideale, bijna utopische, situatie; gelukkig ben je met minder al kansrijk genoeg. Al met al schipper je met het loodgewicht zo rond de 8 tot 20 gram, waarbij ik denk dat 12 gram het meest gehanteerde gewicht is.

[irp posts=”7947″ name=”Dobberen op zeebaars”]

Ben ik er? Kan ik me meten met figuren als Mehmet en Joop? In de verste verte niet. Nog steeds zijn er genoeg zaken die ik niet tot nauwelijks onder controle heb, maar het begin is er en dan nu echt. De basis staat. To be continued!

Bijtperiodes

Ook al heb je de techniek tip top in de vingers, vriend zeebaars moet wel willen meewerken en dat is niet zomaar altijd het geval. Op deze foto het display van een fishfinder met boven de bodem massa’s zeebaars. Of we ons het schompes vingen? Not at all

Een scherm vol zeebaars, maar bijten ho maar!

[irp]

Waar vind je de eerste zeebaarzen?

Vastgeroest in je visserij en behoefte aan nieuwe input? Nieuwe aassoorten, technieken, producten, etc? Houd de Beetsite in de gaten. Wekelijks bij ons een tiptop toptip van een specialist uit de witvis-, karper, zee- of roofvisscene. Dit keer van Mehmet Buyukilmaz van Cinnetic. Mehmet vist met name in de Europoort en kent het gebied op zijn duimpje.

Het begint bij iedereen te kriebelen. Mooi zomers weer en de watertemperatuur begint lekker op te lopen. En uiteraard zien we hier en daar al wat zeebaarsvangsten voorbij komen. De eerste vangstberichten zijn meestal de baarzen die hier hebben overwinterd. Waar moeten we opletten om de eerste baarzen te kunnen verleiden?

Mehmet vorig jaar in april met een van zijn eerste baarzen in de Yangtzeehaven in de Europoort.

Deze baarzen kunnen we op plekken vinden waar de watertempratuur het eerst lekker opwarmt (zie www.rijkswaterstaat.nl voor actuele watertemperaturen). Dus dat wil ook zeggen dat ik meestal met opkomende tij vis de eerste 2 weken. Het verse water wat binnen stroomt is namelijk veel warmer. De watertemperatuur zal zodoende zomaar 2 graden verschil kunnen hebben met hoog/laag water.

Havens

Ik zelf vang mijn eerste baarzen normaal begin april, maar dit jaar is het water wat later gaan opwarmen. Dus de eerste vangst berichten verschenen eind april. In havens zoals de Yangtzeehaven of het Beerkanaal heb je goeie kans om je eerste baarzen te verleiden die hier hebben overwinterd.

Vooral veel verplaatsen!

De reden dat ze eerder in deze havens zitten is omdat zich daar warmwateruitlaten bevinden. De Nieuwe Waterweg is een gebied waar juist heel veel vers ‘warm’ water binnenkomt, ook hier kunnen we onze eerste zeebaarzen verleiden. Blijf vooral niet lang hangen en blijf lopen tijdens je sessie. Een school met baarzen zal nog niet makkelijk lukken. Probeer vooral je pijlen te richten op die solitaire vissen.

Lees ook:

Winde met Nick Landman

Karper met Sjoerd Beljaars

Zeelt met Gijs Kok

Plekkenpol wint King of Clubs

 De laatste dag van de Beet King Of Clubs werd een thriller van de bovenste plank. Minimaal 10 hoofdrolspelers streden tot werkelijk de laatste minuut op de vier sectoren van deze geweldige finale.

De leider in het klassement na drie dagen, Raymond Kivits trok het beste nummer op de sector Derrycasan. Een droom om de laatste dag op nummer 8 te mogen vissen. Ron van Oven, vierde in het klassement viste vanaf de steiger op nummer 5. De overige kanshebbers Jan Willem Plekkenpol, tweede in het klassement en Martijn Kroes, derde in het klassement trokken de nummers 6 en 5 op Connolly’s, Andre Multem op nummer drie op de Rocks en Lee Munro nummer 7 op Deeps. Genoeg hengelvernuft voor een finale op het hoogste niveau.

foto van Pierre Bronsgeest.
Voor de derde keer de zege binnenslepen. Waanzinnig!

Raymond Kivits

Natuurlijk geeft het extra druk als je op de eerste plaats staat, maar alles leek te rustig. Na een uur vissen had Raymond nog geen beet gehad! Na anderhalf uur ving hij zijn eerste visje. Iets verder op nummer 5 op de steiger zat Ron van Oven en hij wist met enige regelmaat mooie hybride en voorn te vangen. Net als Sipke Golstein die ze net iets dikker ving.

foto van Pierre Bronsgeest.
In het lijstje bijzondere vangsten. Helaas telden ze niet mee.
foto van Pierre Bronsgeest.
Plekkenpol met baars. Hij ving er vele die laatste dag.
foto van Pierre Bronsgeest.
Sipke Grolstein op de sector Derry Casan, deze sector zou hij uiteindelijk winnen.

Op Deeps visten Lee Munro en Giovanni Janssen, op deze sector was het redelijk toeven en er werd vis gevangen. Lee Munro wist een aantal mooie dikke hybriden te vangen en ook Giovanni die niet vaak met de feeder vist deed goed mee.
Op de sector the Rocks zat Andre Multem op nummer 3 en moest opboksen tegen Michel Diepstraten en John van Gastel op de nummers 2 en 1. Dat werd een geweldig gevecht, drie man met de korte stok op voorn. Het ging over en weer. Prachtig om te zien.

foto van Pierre Bronsgeest.
Ron van Oven werd tweede in de sector en derde in het eindklassement.

Op Connolly’s was het met name Jan Zekveld op nummer 2 die grove vis wist te vangen. Een grote concurrent voor zowel Plekkenpol als Kroes. Hier werd alleen met de feeder gevist op afstanden van zestig meter en meer! Plekkenpol had naar het einde de vaart er goed inzitten en ving slag over slag grote baarzen. Martijn Kroes ving ook baarzen, maar ook af en toe hybride of voorn.

De eindsprint

Met nog een half uur te vissen werd het spannend, bloednerveus werden sommigen en smeekten om een snelle aanbeet. Op de sector Deeps wist Lee Munro te winnen met 6840 gram. Goed voor een totaal van 7 punten en 18.280 gram.
De sector Derrycasen was niet de uitverkoren sector voor Raymond Kivits. Hij haalde alles uit de kast en kwam niet verder dan 1190 gram. Dat bracht hem op 6 punten en 13.870 gram. Deze sector werd uiteindelijk gewonnen door Sipke Golstein met 5690 gram, een totaal van 7 punten en 12.260 gram. Ron van Oven kanshebber op de eindoverwinning werd tweede met 5430 gram, goed voor een totaal van 6 punten 14.320 gram.

foto van Pierre Bronsgeest.
Kroes ving tijdens het eindsignaal nog een hybride, wat hem een lek gaf bij de best of seven.

Op de sector the Rocks nam Andre Multem tegen het einde een voor sprong en werd hier eerste met 9440 gram dat zijn totaal bracht op 6 punten en 20.840 gram. Alle ogen waren nu gericht op het gevecht op Connoly’s. Jan Zekveld bleef hier gestaag doorvangen en wist de sector winnend af te sluiten met 9.500 gram. Nu naar de twee kemphanen Martijn Kroes en Jan Willem Plekkenpol, naast elkaar vissend en beiden nog kans op de eindoverwinning.

foto van Pierre Bronsgeest.
Winnaar Plekkenpol met veel baars die laatste dag.

Martijn moest minimaal tweede worden, maar dat lukte niet. Hij werd vierde met 7.120 gram. Zijn totaal 8 punten en 18.470 gram. Nu naar zijn buurman Plekkenpol. De vis in het weegnet en de ruim 50 baarzen en diverse voorns en hybride deden de weegschaal uitslaan tot een gewicht van 9120 gram. Goed voor een tweede plaats in de sector en zijn totaal werd 5 punten met 16.680 gram. Genoeg voor de overall winst!

Willem Jan Plekkenpol kon het niet geloven. Voor de derde maal in het bestaan van de King of Clubs weet hij deze felbegeerde titel op zijn naam te schrijven.

foto van Pierre Bronsgeest.
Plekkenpol (links) met in het midden John Huussen van Beet en rechts Joseph Gilhooly.

Prijsuitreiking

In de prachtige zaal van het Commercial hotel in Ballinmore werden de prijzen uitgereikt, onder het genot van een drankje. De eerste 7 van het eindklassement ontvingen geldprijzen, uitgereikt door Joseph Gilhooly van Leitrim County Council.
Organisator Pierre Bronsgeest bedankte Joseph Gilhooly voor de support van Leitrim County Council, Gormac Goulding van IFI, Francis McGoldrick, Teresa Kennedy van Glenview, Laura Maloney en Fred Walsh van het Commercial hotel!

foto van Pierre Bronsgeest.
V.l.n.r. organisator Pierre Bronsgeest, Ron van Oven, Jan-Willem Plekkenpol, André Multem en John Huussen van Beet.

De top 7
1. Jan Willem Plekkenpolmet 5 punten met 16.680 gram hij ontving uit handen van Joseph Gilhooly de eerste prijs van 1500 euro, een heerlijke fles Ierse whiskey en natuurlijk even de speciale Ierse muts!
2. Andre Multem met 6 punten en 20.840 gram, hij ontving uit handen van Joseph Gilhooly een bedrag van 1200 euro.
3. Ron van Oven met 6 punten en 13.870 gram. Hij ontving een bedrag van 1000 euro eveneens uit handen van Joseph Gilhooly.
4. Raymond Kivits6 punten en 13.870 gram, hij ontving een Sensas cheque ter waarde van 1000 euro.
5. Lee Munro 7 punten en 18.280 gram, ook Lee ontving een Sensas cheque ter waarde van 1000 euro.
6. Sipke Golstein 7 punten en 12.260 gram, hij ontving ook een Sensas cheque ter waarde van 1000 euro.
7. Martijn Kroes 8 punten 18.470 gram.

Deze King of Clubs wordt mede mogelijk gemaakt door: Leitrim County CouncilSensas, BBI TravelIerland toerisme en Beet.

Lees ook: King of Clubs samenvatting dag 3.

Lees ook: King of Clubs samenvatting dag 2.

Lees ook: King of Clubs samenvatting dag 1.

Geep – het voorjaar is begonnen!

Maandelijks een reportage van onze zeeviscorrespondent Martijn Dekkers van Dutch Fishing Stuff. Martijn is wat je noemt een echte allrounder en schuwt het zoete niet, maar een sterke voorliefde voor het zoute valt niet te ontkennen. Zeebaars, wijting, platvis, gul, haai,… hij neemt het allemaal op de zoute korrel. Dit keer de acrobatische geep. 

Mei is toch echt wel dé maand voor de geep. Wanneer de geep exact voor onze kusten arriveert is sterk weersafhankelijk. Het ene jaar is dat eind april, het andere jaar dien je nog een weekje geduld te hebben. Ondertussen is het al weer mei en dat is misschien wel de mooiste maand voor de zeevissers. Zomergasten zoals geep, tong, harder, zeebaars en makreel komen de komende weken weer op werpafstand en de gepen arriveren als een v.d. eerste….

De zilveren pijl

De zilveren pijlen van Neptunus hebben een hoog acrobatisch gehalte. Wanneer gepen jagen schieten ze als pijlen door het wateroppervlak en wanneer ze gehaakt worden springen ze alle kanten op in een poging zich van de haak te ontdoen. Visueel een erg aantrekkelijke visserij. Vooral voor kinderen is de geep misschien wel de leukste vis die ze op het zoute water kunnen vangen. Een lekker lichte visserij, niet moeilijk  en ze halen de mafste capriolen uit bij het binnen draaien.

“Met een fluorcarbon onderlijn van anderhalve meter zit je altijd goed, korter zou ik niet gaan.”

Geep is een echte oppervlakte jager, dieper dan een meter hoef je dan ook echt niet te vissen. De dobber is een van de beste methodes. Bevestig de speciale geepdobber schuivend op de hoofdlijn. Met een fluorcarbon onderlijn van anderhalve meter zit je altijd goed, korter zou ik niet gaan. Dikker dan 20/00 hoeft deze echt niet te zijn. Een langstelig haakje maat 8 gaat er gemakkelijk in bij de geep.

Uitrusting voor een serieuze geepvisserij, maar houdt het simpel…

Werp de dobber zo ver mogelijk in, daarna vis je langzaam binnen. Zo lijkt je aas, een reepje zalmhuid, stripje vis of een zagertje echt te zwemmen en is daardoor onweerstaanbaar voor de gepen. Bij een harde stroming is een hagelloodje op 15 cm boven de haak noodzakelijk om het aasje onder het wateroppervlak te houden.

“Gevoelsmatig bepaal je wanneer je aanslaat, niet te vroeg, gepen hebben even de tijd nodig om het aas naar binnen te werken.”

Een aanbijtende geep verraadt zich meestal al door een kolk achter de dobber of een klein tikje op de hengeltop. Nu is het een kwestie van lijn geven. Met een open beugel laat je de lijn door je vingertoppen schieten wanneer de geep trekt. Gevoelsmatig bepaal je wanneer je aanslaat, niet te vroeg, gepen hebben even de tijd nodig om het aas naar binnen te werken.

Swivel

Bovengenoemde techniek is ook erg goed, zo niet beter, te doen met een drijvende bombetta. Prima te vissen met een spinhengel of een matchhengel, sport op en top. Met beide technieken gaat de voorkeur naar tripple  swivels om je onderlijn te bevestigen aan je wartel. Deze zorgen ervoor dat je onderlijn niet draait tijdens het drillen van een geep. Zo vis je vele malen langer met een onderlijn.

Jawel, je maakt ook prima kans op makreel.

Stekken voor de geep zijn doorgaans de standaard stekken aan zee. Onderbrekingen en stroomnaden zijn favoriet. Hotspots zijn zowel de binnen- als buitenkant van Neeltje Jans en de dijk van Westkapelle. De zee dient vlak te zijn, met zonnig weer en een vlak zeetje heb je de meeste kans op een goede vangst.

Wat verder in de maand maak je ook nog een prima kans op makreel! Deze zijn overigens de gehele zomer te vangen….

Dutch Fishing Stuff

Ontstaan uit pure passie voor de sportvisserij heeft Martijn Dekkers DutchFishingStuff opgericht. “Al decennia lang vissen wij op iedere vissoort die in Nederland te vangen is. Van voorn tot meerval en van wijting tot haai, het heeft allemaal aan onze haken gehangen. Naast het sportvissen op zich houden wij ons al jaren bezig met het verzorgen van vislessen op basisscholen, assisteren op beurzen en actieweekenden voor hengelsportzaken, het verzorgen van artikelen voor diverse hengelsportbladen enz. Vanaf 2018 zullen wij ons vooral gaan richten op workshops, gidsen en het assisteren bij groepsaangelegenheden!” Martijn geeft tal van workshops:

 
 

Oplossing voor karpervissers

Plantenbedden, mosselbanken en gezonken bomen: karpers zijn dol op dergelijke voedselrijke stekken. Maar hoe vis je op deze lastige stekken en vang je karper zonder ze hier te verspelen? De subfloat montage kan zomaar eens dé oplossing zijn.

De beetmelder gilt het uit en ik gris de hengel uit de steunen. Yes, een aanbeet! Mijn hoop is van korte duur want plots valt de lijn stap. Wat is er gebeurd? Als ik de lijn bekijk zie ik dat de vis de montage langs een obstakel heeft getrokken, de lijn is daarbij kapot gescheurd. Elke karpervisser overkomt dit wel eens, zo ook mij in het verleden.

“Als ik de lijn bekijk zie ik dat de vis de montage langs een obstakel heeft getrokken, de lijn is daarbij kapot gescheurd.”

Op mijn ‘geheime stekken’ (vaak op grindputten) heb ik veel te maken met obstakels onder water. Industrieel afval uit de tijd van de zand- en grindwinning, in het water gezonken bomen, mosselbanken, maar ook aanlegsteigers voor het waterskiën en boeien ter begrenzing van de zwemstrandjes; alles maakt het vissen op karper hier moeilijker.

Mosselen vormen echt lijnkillers. Met de subfloat-montage kun je de lijn direct naar het oppervlak leiden en veilig over de scherpe hindernissen heen.

Deze problemen omzeil ik door eigenlijk altijd met een subfloat-montage te vissen. Het vissen met de subfloat-montage betekent dat er een drijflichaam voor de montage wordt geschakeld, zodat de lijn rechtstreeks naar het wateroppervlak loopt. Een stopperknoop houdt het drijflichaam op zijn plaats, zodat deze niet verder naar voren, in de richting van de hengel kan glijden. Bij mijn eigen montage let er ik op dat ik altijd met een safety-clip vis, om het schuiflood of een steen als gewicht eventueel als eerste te kunnen verliezen en vervolgens de gehaakte vis zo snel als mogelijk naar het oppervlak te kunnen drillen.

Schuurbestendig

Ik gebruik als (lood)gewicht meestal stenen tot ongeveer 140 gram. Zo’n relatief hoog gewicht is nodig om met de montage inclusief drijflichaam toch tot een goede zelfhaking te komen. Zo ben ik er zeker van dat de haakpunt bij een aanbeet gegarandeerd in de karperbek zal penetreren. Het materiaal voor de onderlijn moet zo dik en schuurbestendig worden gekozen dat het bijvoorbeeld bestand is tegen mosselbanken op de waterbodem. Het meest geschikt is een sterke stiff rig, bestaande uit dik monofilament, die zelfs bij scherpe mosseltaluds niet doorscheurt.

Stel dat je zo’n vis aan de rand van een talud zou verspelen.

Maar aan de subfloat-montage kunnen ook andere rigs gebruikt worden. Uiteindelijk heeft elke karpervisser zo zijn eigen favoriete rig waar hij of zij het meeste vertrouwen in heeft. Met de subfloat-montage vis ik niet alleen in wateren met veel mosselbanken, maar ook in recreatieplassen waar veel wordt gezwommen. Wanneer op de zomerse avonden het zwemplezier ten einde loopt en de badgasten het water en het strand verlaten, stap ik in mijn kleine rubberboot en vaar schuin vanaf het strand over de boeienlijn waarmee de grens van het veilige zwemwater wordt gemarkeerd.

“Enige nadeel van deze opstelling is dat je bij elke run weer de rubberboot in zult moeten om de karper uit te drillen en over de boeienketting heen te kunnen landen.”

Een paar meter achter die boeienketting laat ik dan mijn montage zakken naar de waterbodem. Vervolgens plaats ik het voorgeschakelde drijflichaam. Zo stuur ik mijn montage en voorslag op de meest directe wijze naar de oppervlakte en kan ik mijn hoofdlijn eenvoudig over de boeienketting heen richting oever spannen. Dankzij deze tactiek heb ik al menig mooie karper op de onthaakmat kunnen vleien. Enige nadeel van deze opstelling is dat je bij elke run weer de rubberboot in zult moeten om de karper uit te drillen en over de boeienketting heen te kunnen landen. Maar dat mag als probleem eigenlijk geen naam hebben, wanneer aan het einde van de dag enkele fraaie vangsten als resultaat kunnen worden opgetekend.

Plateautactieken

Met eenzelfde techniek bevis ik ook zand- en mosselbanken, en plateaus. Ook hier plaats ik met behulp van mijn rubberboot mijn favoriete subfloat-montage precies op de hotspot. Bij een aanbeet spring ik direct in de rubberboot en vaar met een slappe lijn tot over de stek. Met voorzichtig binnen draaien van de lijn breng ik spanning op de montage om te kunnen voelen in welke richting de vis wegzwemt. De reden is simpel. Wanneer ik direct de hengel uit de steun zou nemen en de lijn op spanning zou brengen, dan loop ik grote kans dat de lijn langs de scherpe mosselen of andere obstakels op het plateau wordt afgesneden.

De subfloat montage stap-voor-stap

1. Om te voorkomen dat het drijflichaam langs de lijn naar boven glijdt maak je een stopper van gevlochten lijn of speciaal stuitjesmateriaal middels…
3. …de stuitjesknoop. Maak een lus, leg deze op de nylon lijn en steek de gevlochten lijn viermaal door zijn eigen lus en rond de nylon voorslag.
3. Na het aantrekken van de knoop worden de uiteinden van de gevlochten lijn strak afgeknipt. Klaar is je stuitje.
4. Schuif het drijflichaam op de hoofdlijn en schuif aan weerszijden twee rubber of plastic kralen. Deze dienen om de stopperknoop niet te beschadigen.
5. Voor het vissen in sterk begroeid wateren wordt de montage ook nog eens gecamoufleerd met het zogenaamde Weed Effect.
6. Het groene draad wordt in een lengte van 40 tot 70 centimeter rond de hoofdlijn gewikkeld of middels een aasnaald op de lijn geregen.
7. Aansluitend worden de losse onderdelen van de safety-clip op de lijn aangebracht (tailrubber en clip). Het einde van de hoofdlijn wordt van een wartel voorzien.
8. Een lood- of steengewicht van rond de 140 gram wordt met zijn eigen wartel in de safety-clip gehangen en met het tailrubber gefixeerd.
9. Het aan de hoofdlijn gemonteerde Weed Effect kan nu met behulp van de verschuifbare stopperknopen tot bij de Safety-clip worden geplaatst.

Camouflage

Ook in zeer dicht begroeide wateren, waar ik over hoge plantenbedden heen moet vissen, gebruik ik de methode met het drijflichaam. In dergelijke plassen is het water vaak glashelder en gebruik ik een gecamoufleerde montage. Dit speciale materiaal wikkel ik rond de voorslag en lijkt hierna op een stengel van een plant. Door het drijfgewicht staat deze vrijwel recht omhoog gespannen (zie stap voor stap in het kader).

“Bovendien is een bootje ook handig om vanuit te drillen.”

Vanwege die goede camouflage wekt de lijn geen argwaan bij de vis op. Bij het op de stek plaatsen van de subfloat-montage heb je eigenlijk een bootje nodig, aangezien de montage maar erg moeilijk precies op de stek valt te werpen. Bovendien is een bootje ook handig om vanuit te drillen. Uit de boot verloopt het drillen gemakkelijker en comfortabeler, de lijn zal niet zo snel kapot scheuren langs een obstakel, dan wanneer vanaf de oever gedrild moet worden.

Internationaal presteren

De vorige column schreef ik vanuit Hongarije waar ik was voor de Walterland Masters. Ik zal dan ook nu nog even jullie “bij praten” over de behaalde resultaten. Het werd een prachtige week daar met ook best goede resultaten trouwens. Ik had bijna hier kunnen schrijven over bijzonder goede resultaten zelfs maar dat liep net mis uiteindelijk. We misten door wat minder vangstgewicht uiteindelijk net de 5e plek in de einduitslag en meer frustrerend kan zo’n uitslag niet zijn dan ook natuurlijk. Prima gevist maar uiteindelijk “net niet”.

Tekst: Jan van Schendel

Natuurlijk mogen we best tevreden zijn met onze 6e plek in een deelnemersveld van 38 teams uit 18 verschillende landen. We hebben het ook echt goed gedaan. Dat hele kleine beetje dat we te kort kwamen hier zie ik vooral als nog wat gebrek aan ervaring met deze niet bepaald Nederlandse visserij. Het had allemaal zo mooi kunnen zijn. Gelijke punten met plek 5, maar een puntje meer dan nummer 4 in de einduitslag en zelfs de eerste plek was absoluut mogelijk geweest. Het verschil met het winnende team van Colmic Hongarije was maar 13 punten en dat is echt niet veel in vakken met 19 vissers, 5 vissers per team en dat over twee wedstrijddagen.

Tijd om ook even aan mezelf te denken 😉

Als coach heb ik dit soort uitslagen inmiddels net een aantal keren te vaak meegemaakt, maar dat zullen wel meer coaches zeggen. Zeker degenen die net zoveel wedstrijden meemaken als ik ieder jaar. Zooooo frustrerend natuurlijk. We hebben met een heel team er echt alles aan gedaan meer dan een week lang en dan zitten we zo dichtbij een echt top-resultaat. Toch zal bij mij in dit geval het positieve gevoel de overhand hebben uiteindelijk. Vroeg of laat komen de echt goede dingen die ik hier zag tijdens deze week ons absoluut nog van pas. Dat weet ik absoluut zeker!

Sportvisserij Nederland

Nog iets, ik hoor uit de “visserswereld” best weleens kritiek op Sportvisserij Nederland wanneer iets (nog) niet helemaal top is georganiseerd. Begrijpelijk en soms ook wel terecht. Complimenten richting SVN hoor ik echter maar zelden en ik vind dat ze dat in dit geval echt verdienen voor het uitzenden van een team naar bijvoorbeeld deze wedstrijd als prijs bij de Nationale Teamtopcompetitie.

“Complimenten richting SVN hoor ik echter maar zelden en ik vind dat ze dat in dit geval echt verdienen voor het uitzenden van een team naar bijvoorbeeld deze wedstrijd als prijs bij de Nationale Teamtopcompetitie.”

De vissers doen bij dit soort wedstrijden werkelijk een schat aan ervaring op en juist dat is zo broodnodig voor onze resultaten bij de grote Internationale kampioenschappen die jaarlijks worden gevist. Deze uitzending naar de Walterland Masters is echt een schot een de roos.

Pareltje van Toms Creek door de Vlaming Richard van den Broeck.

Na de Walterland Masters was het tijd om weer wat zelf te vissen. Met overigens heel wisselend resultaat. Na het winterseizoen zijn de meeste wedstrijden die ik nu vis wedstrijden op de karpervijvers. Ik kies dan wel bepaalde vijvers uit waarvan ik weet dat ze normaal altijd wel goed zijn voor heel wat aanbeten op zo n dag. Met name de Berenkuil in Nijkerk, Aquavita in Driel en zeker nu ook de Slothoeve in Vinkel bevallen me goed. En ook Tom’s Creeck is prachtig trouwens. Op die vijvers zal ik dan ook het meest vissen als ik ff tijd heb. Nog iets, tijdens bepaalde weekdagen zijn er altijd ergens op een van die plekken wel wedstrijden. Precies wat ik zoek dus.

Aquavita, nog zo’n mooie karpervijver.

Verder ben ik op het moment dat ik dit schrijf bezig met het organiseren van de verschillende visfestivals die ieder jaar aan het Kanaal door Voorne worden gehouden met behalve veel Engelse deelname ook deelname uit Duitsland, België en Nederland. Heel wisselend zijn de vangsten trouwens en dat is ook logisch natuurlijk. De ene dag denk je dat het “Hoog zomer” en de volgende dag lijkt het weer wel nog winter. Het voorjaar verloopt heel extreem dit jaar en dat is te merken aan de visserij. Afgelopen week viste ik zelf mee tijdens de eerste week.

“De ene dag denk je dat het “Hoog zomer” en de volgende dag lijkt het weer wel nog winter.”

Op de eerste wedstrijddag was ik met bijna 32 kilo slechts 20e in de wedstrijd. Dat was de beste dag van de laatste 7 of 8 jaar op dit water volgens mij. Op de laatste wedstrijddagen ving ik respectievelijk 3 en 1 vissen. Dat waren dan wel slechte resultaten maar ook in de omgeving werd er zeker niet goed gevangen toen.

Kunstaasestafette met Peter de Kock

De kunstaasestafette, het idee is simpel. Een roofvisser geeft zijn top 3 kunstaas weer en vraagt vervolgens een ander om hetzelfde te doen. Dit in 3 categorieën, namelijk snoek, snoekbaars en baars. In de categorie ‘snoekbaars’ dit keer de Vlaamse living legend Peter de Kock.

Als er nu eens één moeilijke opdracht was om het jaar te starten, was het wel de keuze te maken spreekwoordelijk mijn kunstaasdoos te vullen met maar 3 shads. Hier volgt mijn top 3. Ik bekijk deze opdracht als oefening wanneer ik mijn keuze zou moeten beperken tot 3 shads.

Peter de Kock is een echte kunstaasspecialist!

NUMMER 1  Relax turbo twist 10 cm. Heeft vooral een meerwaarde in 2 zeer verschillende toepassingen. Op een loodkop van 1 à 2 gr werpend op ondieptes of afzinkend vissen langs de taluds. Uit de boot of belly-boat met  10 of 14 gr onbeweeglijk houdend aan de onderkant van het talud presenteren. Dit is de enige shad die ik ken, die vis kan vangen zonder er beweging of voortgang in te brengen.

Zorg dat je deze shad altijd bij je hebt.

Benieuwd naar de nummer 2 en nummer 3 van Peter de Kock, lees HIER verder!

 

 

Interview met een winnaar!

Terwijl wij hier in de Lage Landen tijdens de gesloten tijd op een houtje bijten, hebben zich in Zweden doldwaze roofvistaferelen afgespeeld. De meest spraakmakende, de Predatortour Sweden 2018 op Vänern. Ongekend hoeveel metersnoeken er gevangen zijn tijdens de wedstrijd! Roofvisspecialist Sean Wit van Savage Gear ging er met de eindzege vandoor! Namens Beet, Rovers en Roofvisnet, gefeliciteerd Sean! Wat een ontzettend knappe prestatie!

Tijdens de Predatortour Sweden werden bizar veel grote snoeken gevangen.

De Predatortour in Zweden is misschien wel de meest prestigieuze snoekcompetitie in de wereld met deelnemers vanuit heel Europa, inclusief zeer bekende vissers. Dit jaar was het enigszins anders aangezien de deelnemers nu alleen werpend mochten vissen op snoek.

“Dit jaar was het enigszins anders aangezien de deelnemers nu alleen werpend mochten vissen op snoek.”

Centraal in het regelement is het zogenaamde CPR-principe, oftewel vangen (catch), foto maken (Photographed) en terugzetten (Release). Punten konden gescoord worden in teamverband; in een boot of kayak. Daarbij zou het gemiddeld aantal centimeters van de 6 grootste snoeken als puntenaantal gelden.

Links Jesper, rechts Sean. Toppers van het eerste uur.

Vanuit Savage Gear deden er meerdere vissers mee, met onder andere Savage Gear pro staffer Sean Wit samen met Jesper Smorenberg, die vrijwel het hele toernooi aan kop ging. Zijn team eindigde met een gemiddelde van 115 cm over hun 6 grootst gevangen snoeken, met Seans allergrootste snoek van maar liefst 121,5 cm! Onlangs werden Sean de volgende vragen voorgeschoteld?

Lees HIER het volledige interview met Sean Wit.

Een zoet voorjaarsvoer

Zodra de eerste zonnestralen van het jaar het water beginnen op te warmen worden de vissen actiever. Zij gaan opzoek naar voedsel in het ondiepe , warmere water. Als je deze vissen nu het juiste voer weet aan te bieden kan succes haast niet uitblijven!

In het voorjaar doe je vooral met zoet lokvoer goede zaken. Het beste resultaat heb ik geboekt met ingrediënten als vanille en speculaas. De basis van mijn voermix bestaat uit paneermeel en normaal karpergrondvoer, beide in gelijke delen. Een karpervoertje bevat in mijn ogen altijd grotere voerdeeltjes. Dit zorgt er namelijk voor dat de vis langer op de voerstek aanwezig blijft. Als zoethoudertje voeg ik nog wat maden en blikmaïs toe.

Ideaal voor het vissen met de pen op karper.

Kleur

De kleur van je voermix is ook van belang, dit heeft effect op de bijvangsten die je doet. Met donkergekleurd voer zul je in de regel meer soorten, maar kleinere vis vangen. Met een lichte, felle kleur vang je waarschijnlijk minder maar grotere vis. Om tijdens het vissen geen onnodige onrust op je stek te veroorzaken voer ik in het begin van de sessie direct al een groot deel van mijn voer.

Niet te stevig aandrukken.

Voerwolk

Hierdoor kunnen de karpers de voerplaats snel ontdekken, het is belangrijk om de voerballen niet te stevig aan te drukken, anders zou een groot deel van de attractie al verloren gaan. Een losjes aangedrukte voerbal laat een mooie wolk van voedseldeeltjes achter wanneer je deze in het water werpt.

“Zodra ik de eerste aanbeet krijg voer ik zeer spaarzaam bij met particles en mijn lokvoer.”

Deze wolk lokt natuurlijk ook kleinere vissen aan, maar dat is niet erg. Een beetje variatie in je vangsten houd het juist leuk. De meeste witvis is al verzadigd voordat de eerste aanbeet van een karper komt. Dit komt door de grote hoeveelheid particles. Zodra ik de eerste aanbeet krijg voer ik zeer spaarzaam bij met particles en mijn lokvoer.

Zelf maken? Geen probleem. Het is doodeenvoudig.

Benodigdheden: 1 kilo paneermeel, 1 kilo karperlokvoer, 1 blikje zoete maïs, maden en om het geheel wat zoeter te maken voeg ik een zakje vanillepudding of drie schepjes speculaaskruiden toe. Een zeef kan ook erg handig zijn om de grote klonten te verwijderen.
1 Giet het paneermeel, het karperlokvoer en de zoetstof in een emmer en mix ze goed door elkaar.
2 Maak het droge voer vochtig met het vocht uit het blikje maïs en een klein beetje water. Kneed het voer nu goed!
3 Laat het vocht ongeveer 15 minuten op het voer inwerken.
4 Zeef het voer goed, zorg ervoor dat er geen klonten inzitten.
5 Strooi de maden en maïs door het voer en meng het geheel goed door elkaar. Vervolgens kun je er voerballen van maken.

Kick Back Rig

In Beet-Rovers 5 (mei) een artikel van roofvisspecialist Chris Chew met super bruikbare tips voor het vangen van XXL baarzen. Een daarvan handelde over de zogenaamde kick back rig en zoals in het magazine beloofd, aanvullende online informatie. Op de beetsite een preview, voor meet details klik HIER.

De rig waar Chris zulke bakken emt baarzen op heeft gevangen. Klik HIER om te zien hoe je hem kunt knopen.

Kunstaasestafette met Bart Mylle

De kunstaas estafette. Het idee is niet nieuw en heeft reeds plaatsgevonden op het Roofvisforum. Nu wordt het nieuw leven in geblazen op Roofvisnet. Het idee is simpel. Een roofvisser geeft zijn top 3 kunstaas weer en vraagt vervolgens een ander om hetzelfde te doen. Dit in 3 categorieën, namelijk snoek, snoekbaars en baars. In de categorie ‘snoekbaars’ dit keer allround roofvisser Bart Mylle.

Een tijd terug werd ik door Marc Stoelinga genomineerd om mijn kunstaas top 3 voor te stellen.  Normaal gezien wordt de kunstaas top 3 per categorie gegeven. Maar eigenlijk wil ik mezelf niet zien als snoek, snoekbaars of enkel baars visser. Doordat we hoofdzakelijk werpend vissen op groot water, komen we natuurlijk deze 3 soorten bijna iedere visdag tegen, omdat het kunstaas een gemiddelde maat heeft. (+/- 14 cm). Mijn favorieten zijn op te delen in 2 soorten, shads en een allround jerkbait.

De numero uno van Bart Mylle.

NUMMER 1.  De Stager of Ribstager shad van Fishkix (14 cm). De stager of rib stager is een slanke shad van 14 cm met een kleine staart en weinig weerstand. Voor mij is het een shad die het gehele jaar door kan ingezet worden. Hiermee bedoel ik, kan perfect snel gevist worden met een iets grotere loodkop (7-14 gr) maar ook traag gevist worden met een kleinere loodkop (2-4 gr). Zowel snoekbaars, snoek als baars hebben er geen moeilijkheden mee.

In de winter vis ik het liefst traag, op ondiepe platen met een stager (loodkopje van 2 tot 4 gr). Vis je dieper tot 12 m, kan de Stager perfect gevist worden op een loodkop van 7 g, indien de weergoden natuurlijk meezitten.

In de zomer wordt de Stager hoofdzakelijk gevist op een loodkopje van 7 gr, omdat het in die periode van het jaar iets sneller mag gaan en meestal ondiep gevist zal worden.

Zowel voor de zomer als de winter een regelrechte topper.

Bij iedere combo van loodgewicht en shad komt het er altijd op neer om zo lang mogelijk het glijmoment van de shad te behouden en soms op hetzelfde moment de talud te volgen. Zit de combo lood en shad niet juist, zal het kunstaas niet in de strike-zone van de rover gepresenteerd worden en zal er ook geen aanbeet volgen. Voor snoekbaars is dit van groter belang dan voor snoek en baars. De Stager is in vele kleuren verkrijgbaar, de kleuren discussie ga ik niet aan, omdat dit is voor iedereen persoonlijk is.

Benieuwd naar de nummer 2 en nummer 3 van Bart Mylle, lees HIER verder!

Gouden bergen met ruisvoorns

Een compact lichaam bekleed met gouden schubben, bloedrode vinnen en maïsgele ogen. Rasechte riet- of ruisvoorns zijn echt een lust voor het oog! In de warme zomermaanden liggen deze schuwe goudstaven vaak wat te zonnen in het wateroppervlak. Maar ook hun voedsel zoeken ze nu vaak in het wateroppervlak.

Ruisvoorns zijn ware schoonheden. Om deze prachtige gouden vissen met hun bovenstandige bek om de tuin te leiden moet je met een aantal dingen rekening houden. Je kunt natuurlijk een doodnormale stek aanmaken met maïs, paneermeel, maden en casters om vervolgens de hele dag als een vogelverschrikker achter je hengels te blijven zitten. Op die manier zul je best wat ruisvoorns vangen, maar deze visserij is niet echt mijn ding. Naast ruisvoorn zul je tal van andere vissoorten vangen, er zijn immers genoeg vissen te porren voor deze lekkernijen.

“Met hun bovenstandige bek doet een rietvoorn niets liever dan vliegjes, slakjes en sprinkhanen van het oppervlak afslurpen.”

Er bestaan spannendere manieren van vissen, bijvoorbeeld penvissen. Op warme zomeravondjes met een polariserende bril en een verrekijker op zoek naar de vis, heerlijk! Op zoek naar bloedrode vinnen en gouden schichten. Vaak zijn de ruisvoorns daar te vinden waar drijfvuil zich verzameld heeft. Rietvoorns vinden het heerlijk om zulke plakkaten drijfvuil te onderzoeken. Zij pikken hier verdronken insecten tussenuit.

Nog even en de natuur baadt in het groen. Maar je kunt nu al goed je slag slaan met ruisvoorn.

Deze insecten zijn trouwens prima aas voor de rietvoornvisser. Met hun bovenstandige bek doet een rietvoorn niets liever dan vliegjes, slakjes en sprinkhanen van het oppervlak afslurpen. Een traditioneel ruisvoornaas is een langzaam zinkende pier maar ook een klein broodvlokje werkt prima. Vaak wordt als werpgewicht gebruik gemaakt van een kleine dobber die bedoeld is voor het oppervlaktevissen. Deze dobbers zijn vooral bekend uit de karpervisserij maar zijn ook in deze visserij prima inzetbaar, echter houd ik het liever wat subtieler. Vaak volstaat een beetje drijvend deeg, om de lijn heen gekneed, als werpgewicht en indicator. Gebruik vooral niet te grote haken, maat 12 of 14 is perfect. Als onderlijn gebruik ik een 16/00ste nylon.

Levendig aangeboden

Ook met vliegjes laten ruisvoorns zich prima in de luren leggen. Een hengel in de klasse #4 tot #6 is prima, vis in combinatie met een 14/00ste leaderpunt. Meestal wordt er met drijvende lijnen en droge vliegen gevist. Ruisvoorns zijn over het algemeen niet erg kieskeurig, ze storten zich vol overgave op allerlei imitaties, van de kleinste muggen tot (te) grote meivliegen!

De ruisvoorn is ideaal voor beginnend vliegvissers.

Het meeste succes boek ik eigenlijk niet met de droge vlieg maar met een nimf, en dan wel de fazantenstaartnimf. Hier vang ik praktisch altijd wel een vis op. Je hoeft ook niet al te voorzichtig te zijn met werpen, wanneer de nimf met een plonsje in het water belandt is dit helemaal niet erg. Sterker nog, rietvoorns zijn nieuwsgierig van aard en gaan vaak op onderzoek uit, ze willen weten waar dit plonsje vandaan komt… Precies wat je wilt! Zet voor je gevoel vrij laat de haak, zeker wanneer je het aas niet kunt waarnemen is het beste gewoon te wachten tot je de aanbeet voelt.

“Wanneer je met een drijvend korstje niets gevangen krijgt, kun je het altijd nog proberen met een langzaam zinkend stukje brood.”

Op windstille avonden zoeken ruisvoorns gretig het oppervlak af op zoek naar insectjes. Op dergelijke avonden gris ik mijn vliegenhengel mee en presenteer ik een muggenlarve imitatie in de kleur rood of zwart. Vaak zijn de aanbeten op deze vlieg erg voorzichtig. Houd dit in je achterhoofd, het kleinste plukje aan je lijn kan al genoeg reden zijn om de haak te zetten. Vaak draaien de voorns eerst een keer onder het aas door, het is verleidelijk om hier al op te reageren. Toch kun je beter wachten tot de lijn duidelijk een aanbeet registreert. Vooral in ondiep water, onder bomen en struiken wordt regelmatig aan het oppervlak geaasd door de ruisvoorns.

Drijfvuil vormt altijd een hotspot voor vis. Het biedt niet alleen natuurlijk voedsel, ook beschutting.

Het beste gooi je wat geweekt brood in het water waarvan het merendeel blijft drijven. Zodra je kolkjes en bellen ziet maak je jezelf klaar. Ik beaas de haak vervolgens met een broodkorst van twee of drie centimeter lang. Hiermee werp je tot ongeveer vijftien meter ver. Wacht altijd met de haak zetten tot je lijn in beweging komt! Op deze manier heb ik mijn grootste ruisvoorns gevangen. Wanneer je met een drijvend korstje niets gevangen krijgt, kun je het altijd nog proberen met een langzaam zinkend stukje brood. Qua formaat houd ik altijd een euromunt in gedachte, ik vis eigenlijk nooit met groter aas. Het aas wordt aan een haak maatje 10 gehangen. Tijdens moeilijke dagen zijn deze vissen namelijk erg schuw en laten zich maar zelden aan het oppervlak zien. Een tergend langzaam naar beneden duikelend vlokje brood willen ze dan nog wel eens tussen de lippen nemen. Ook nu is het zaak om te wachten met het zetten van de haak tot je lijn in beweging komt.

Het regent maden

Wanneer je de voorns niet kunt zien kun je ze door het voeren van maden goed naar je toe lokken. Voor de visserij met maden maak ik gebruik van een 4,20 meter lange penhengel met een zware matchdobber. De meeste loodhagels bevinden zich zowat tegen de dobber aan, daardoor kan ik de montage tot wel 50 meter ver werpen. Op mijn haak maat 14 of 16 rijg ik een made en een caster. Na het werpen van de montage begin ik met regelmaat maden en casters met de katapult bij te voeren. Ik schiet telkens tien tot vijtien maden, genoeg om te lokken, te weinig om te verzadigen. Indien aanbeten uitblijven kun je de dobber een klein stukje naar je toe trekken en weer stil laten vallen, hierdoor zal je haakaas omhoogkomen en sierlijk weer naar beneden dwarrelen, het moment voor de aanbeet!

Velen vinden de baars de mooiste vissoort van ons viswater. De meningen zijn verdeeld.

Vaak helpt het ook om naast een echte made, een kunstmade aan je haak te prikken. Tijdens koudere, winderige of regenachtige omstandigheden verblijven de ruisvoorns meestal op half water of nabij de bodem. Hier bevis ik ze met een voerkorfmontage, een onderlijn van anderhalve meter en een haak maatje 8. De voerkorf vul ik met extreem nat geweekt brood. Hierdoor kan het tijdens de worp nergens heen. De uiteinden van de korf sluit ik vervolgens af met broodkorst, wat ik erg stevig aandruk. Het mooie van deze broodkorst is dat je prima kunt volgen wanneer je lokaas vrijkomt. De korsten zullen waarschijnlijk drijven. Dus zodra je de korsten boven ziet komen weet je dat de ‘broodpap’ vrij is gekomen. Met de voerkorf vang ik vaak ruisvoorns op afstanden van 80 tot 90 meter. Ik gebruik dan een 20/00 nylon hoofdlijn en een 18/00 onderlijn. Let er als je op zulke afstanden vist wel op dat de haak stevig gezet moet worden! Zodra je een teken van leven in de hengeltop ziet mag je best stevig de haak zetten!

Rijkdom in Noorwegen

Jaren geleden mocht ik voor Beet Magazine en Visit Norway een paar dagen op Visvakantie naar Noorwegen om in Svolvaer op de Lofoten de mogelijkheden voor het vissen op Skrei, de roemruchte grove kabeljauwen uit de Barentzsee, te beschrijven. Samen met de toenmalig hoofdredacteur Pierre Bronsgeest reisde ik destijds begin april af naar het hoge Noorden om aan boord van Nigel Hearns ‘No Problem ll’ de kabeljauw te belagen. Man, man! Wat een ongelofelijke visserij beleefden we voor de kust van Kabelvag en Henningsvaer. Op amper een kwartiertje varen vanuit Svolvaer. De ene na de andere megakabeljauw kwam toen uit de diepte naar boven.

Tekst en foto’s Toine van Ierland

De herinnering aan trip is altijd bijgebleven en toen mijn vismaten onlangs opperden om een keertje naar Noorwegen te gaan was de keus snel gemaakt. Tijd is bij ons de beperkende factor. Vandaar dat we kozen om niet zelf te pionieren, maar aan boord te stappen bij een lokale gids. Dan komt bij mij al snel de naam van Nigel Hearn naar boven.

Noorwegen, thuishaven van grote kabeljauwen.

Twee emails later en de boot/schipper is geboekt. Op advies van Nigel boeken we een huisje bij Svinoya Rorbuer. Tickets regelen en we zijn weg. Vier dagen, zes uur per dag vissen. En, een mooie gelegenheid om wat hengels en nieuw kunstaas aan een stevige test te onderwerpen.

Geen verkeerd decor voor doldwaze avonturen.
Beamer met spijkerbanden, geen overbodige luxe in deze oorden.
Het beoogde doel. Kabeljauw met hoofdletters

Prognose

Bij aankomst op het vliegveld van Evenes staat onze huurauto voorzien van spijkerbanden keurig klaar. Die spijkerbanden bleken geen overbodige luxe. Geteisterd door zware sneeuwval reden we de ruim 175 kilometer over wegen die alleen te herkennen waren aan de ruim een meter hoge sneeuwwallen aan de zijkant van de weg.

Oh Yeahhhh!

Aanzienlijk later dan verwacht bereikten we Svinoya Rorbuer. Daar werden we ondanks het late uur bijzonder hartelijk ontvangen.

“Seems that over the weekend the Skrei have left the bay!”

Binnen no time stonden we vervolgens op het terras van ons prachtige verblijf deze week naar een afmerend Hurtigruten cruiseschip te kijken. “Seems that over the weekend the Skrei have left the bay!”, dat waren zo’n beetje de eerste woorden van Nigel nadat we de eerste dag in de middag aan boord van No Problem ll stapten.

Met een biertje al het materiaal inventariseren en plannen maken. Voorpret in het kwadraat!
Noorwegen is en blijft een walhalla voor de zeevisser.

Eerder was ons al opgevallen dat het aantal afgemeerde Noorse kotters in de haven aanzienlijk lager was dan verwacht. Normaliter liggen in de ‘Skrei-periode’ honderden kotters in alle soorten en maten ‘s avonds afgemeerd in Svolvaer. Geen goed teken dus!

Meterhoge sneeuwwallen langs de weg.
De boot ‘No Problem’.

De eerste uren

De eerste uren bleken taai. Af en toe kwam er een plukje vis op de dieptemeter voorbij. Schelvis, lom, lengetjes en koolvis, de kabeljauw bleef uit. Totdat we voor Henningsvaer eindelijk een brede band vis op het scherm kregen. Vrijwel direct kwam de ene na de andere kabeljauw aan boord en zeker niet de kleinste. Vissen met een gewicht van tussen de 10 en 20 kilogram volgden elkaar in rap tempo op.

De droom van iedere groep vismaten!
Ideale omstandigheden om nieuw materiaal en kunstaas aan de tand te voelen.

De eerste 20 plus vis voor was Mike. Trots als een pauw poseerde hij met zijn nieuwe ‘personal best’ van 21,5 kilogram. Ook Patrick en ik mochten al rap de 20 kg aantikken. Het beetje wind dat er stond nam nog verder af, de zon, het gladde zeetje en de witgekuifde bergen om ons heen maakte het plaatje compleet. Wat een genot om hier te mogen vissen….

Je kunt het slechter treffen.
Weinig wind en zelfs een heerlijke zon. Hier is dat verre van een vanzelfsprekendheid.

De baai voor Svolvaer is één van paaiplaatsen voor de Skrei. In de maanden februari, maart en april is de kans om deze grote kabeljauwen te vangen het grootst. En, eerlijk is eerlijk, er wordt dan ook vrijwel uitsluitend gevist op deze kabeljauwen die in grote scholen tussen de 70 en 100 diepte  zwemmen. De kunst van ‘het grote vissen vangen’ is om je kunstaas net boven de school aan te bieden. Op de momenten dat de vis aast, zie je dan ook solitaire vissen boven de school op het scherm van de dieptemeter voorbij komen. Dat zijn de targetvissen. Dat zijn de grootste. En, met groot aas, vang je grote vis. Dat is geen fabeltje! Dat is realiteit en dat bleek eens te meer!

De MC Beats valt in de smaak bij de monsterkabeljauwen en niet zo’n klein beetje ook.

Het materiaal

Terugkijkend op deze week die gekenmerkt werd door grandioos weer; oplopende temperaturen tot 5 graden Celsius, nauwelijks wind en een stralend zonnetje, bleken nagenoeg alle grotere vissen en alle 20+ kabeljauw gevangen te zijn aan een Abu Garcia Mc Beast. Beste kleur bleek de zwart/gouden, gevolgd door de oranje/geel/goud combinatie.

“Zowel 17, 2 x 19, 21 en een prachtige 24,5 kg kabeljauw vielen deze dag ten prooi aan deze killer lure!”

Topper op de laatste dag bleek de witte Mc Beast. Zowel 17, 2 x 19, 21 en een prachtige 24,5 kg kabeljauw vielen deze dag ten prooi aan deze killer lure! De zware Mc Beasts vragen wel om een hengel die wat kan verdragen qua gewicht.

Materiaal dat zich dubbel en dwars heeft uitbetaald.

Voor ons was dat de gloednieuwe PENN Battallion Jig hengel in combinatie met PENN Slammer lll 5500 en een 17/00 Spiderwire Smooth Stealth 8 lijn voorzien van een 80 ponds leader.

Kabeljauwen van dit formaat willen wel, geloof me maar.

Targets

Het spreekt voor zich dat we vrijwel uitsluitend voor Henningsvaer op een diepte tussen 70 en 100 meter hebben gevist. Hoeveel we gevangen hebben? Geen idee! Maar reken maar dat het richting de twee ton kabeljauw ging. En, eerlijk is eerlijk, dat voel je aan je lijf! En natuurlijk hebben we de nodige vissen gemist, verspeeld. Dat waren dan zonder uitzondering de grootste! Dat  is gewoon een feit. De grootste vissen verspeel je……

“En vergeet vooral niet dat de ondiepere delen van de vele baaien en waterwegen massieve platvissen waaronder heilbot en met name schol herbergen.”

De kans op bijvangst vissend voor Hennigsvaer is vrijwel nihil. Gezien ons korte verblijf is dat geen issue maar, zeker wanneer er voor een langer verblijf wordt gekozen, zijn de mogelijkheden om gericht op koolvis. Leng, pollak en schelvis op korte afstand van Svolvaer groot. En vergeet vooral niet dat de ondiepere delen van de vele baaien en waterwegen massieve platvissen waaronder heilbot en met name schol herbergen. Wellicht een doel voor een volgend keer.

Gedroogde rottende vis, in Noorwegen is het een delicatesse, maar dat moeten ze lekker zelf weten…

Droom

Al met al was het een prachtige week. Het bijzonder goed uitgeruste huis met heerlijke bedden, twee badkamers, sauna en een groot terras aan redelijk diep water maakte het compleet. Elke dag even een visje vangen vanaf je eigen terras is toch iets waar elke visser van droomt! En dat doe je dan nadat je heerlijk gedoucht bent en een heerlijk maaltje vis verorberd hebt na een fantastische dag op zee. Dat is toch absolute rijkdom…….

Lees ook:

Avontuur – Meerval met Arnout Terlouw

Mokumse joekels

Grote voorn, meer is er bij Jan van Schendel niet nodig om hem enthousiast te krijgen. Als het dan ook nog eens om grote aantallen gaat is hij al helemaal niet meer te houden! Liever gisteren dan vandaag ging hij op pad om ze te vangen. Vlakbij de woonboot van ex-Beet redacteur Juul Steyn houden zich enorm veel en grote voorns op. Ideale ingrediënten voor een nieuwe aflevering Cityfishing!

Door Jan van Schendel

https://www.youtube.com/watch?v=IQetF8weci0

Er is enorm veel viswater in Amsterdam, maar er zijn erg weinig goed bereikbare plekken. Nog maar kort geleden had ik de mogelijkheid om Amsterdam eens aan de tand te voelen. De Da Costakade om precies te zijn en hoewel ik ervan overtuigd ben dat daar normaal gesproken echt goed te vangen is, vroor het precies in de nacht voor de visdag pittig en vielen de vangsten (waarschijnlijk daardoor) iets tegen.

Met dank aan de baitdropper en de duivenmest.

Binnen twee weken zag ik wat foto’s van ‘bakken van voorns’, die werden gevangen op maar enkele kilometers van waar ik had gevist in heel diep water. Al snel werd besloten tot een nieuwe Amsterdamse visdag en wat een prachtige dag is dat geworden!

De Borneokade ligt net iets ten oosten van het centrum van de stad en het eerste wat me bij aankomst opvalt is hoe relatief rustig het hier is. Je hebt hier echt niet het gevoel dat je middenin de grootste Nederlandse stad aan het vissen bent.

Al snel blijkt dat we ons midden in een school grote voorns bevinden.

Royaal

Het water is hier langgerekt, langs de kade liggen woonboten en één van die boten wordt bewoond door ex-Beet redacteur Juul Steyn. Hij was het die me naar hier had gelokt. Zijn enthousiaste verhalen hebben ervoor gezorgd dat we nu voor een tweede maal in Amsterdam zijn neergestreken.

Het voeren start Jan met twee ballen tjokvol met duivenmest, casters en maden.

Juul is zelf visser in hart en nieren, hij begrijpt als geen ander wat wintervissen inhoudt. Vlak voor onze aankomst heeft hij de stek pal tegen een woonboot nog van wat voer voorzien. De stek is luxueus. Een royale houten steiger die aan één kant aan een woonboot grenst. En dat is als het goed is waar de vissen zich bevinden; onder die woonboot. Een prettige bijkomstigheid is dat het een perfect beschutte plek is. Geen overbodige luxe want het is echt hondenweer met volop regen en storm.

Hartverwarmende voorns.

Het wordt hoe dan ook een bijzondere visdag, want dit is absoluut de diepste visplaats die ik in jaren heb bevist; zelfs pal tegen de eigen oever is het al 6 meter diep, op de stek tegen de 7 meter. Gedurende de hele dag heb ik om die reden ook met een compleet hengeldeel achter me gevist. Telkens als ik een vis haak moet ik dat extra hengeldeel volledig gebruiken om de vis uit het water te kunnen tillen! Zo diep is het hier.

“Het is veel moeilijker om aas en voer op exact de goede visplek te krijgen in vergelijking met het vissen op ondiepere wateren.”

Het vissen op diep water zorgt altijd voor een extra uitdaging. Het is veel moeilijker om aas en voer op exact de goede visplek te krijgen in vergelijking met het vissen op ondiepere wateren. Gelukkig is er maar weinig stroming en is de bodem redelijk vlak.

En dat gewoon midden in Amsterdam.

Ik besluit om het lokvoer iets extra te bevochtigen. Dit voer bestaat overigens uit precies dezelfde samenstelling die ik altijd en overal gebruik tijdens de wintermaanden bij het vissen op voorn; 1 liter van den Eynde Supercrack Voorn zwart en dat aangemaakt met zoveel mogelijk verse duivenmest. Duivenmest bevat vocht, wat in principe genoeg is om het voer mee aan te maken. Ik voeg er (in principe) dus geen extra water aan toe.

Baitdropper

Ik heb het nooit precies gewogen maar uit ervaring weet ik ongeveer hoeveel duivenmest er nodig is om deze hoeveelheid droog voer te bevochtigen. Ik schat dat je toch wel 1 kilo duivenmest kunt gebruiken om die ene liter droog voer de juiste vochtigheid te geven.

“Dit zorgt onder water voor een enorm lokkende werking op voorns!”

Voor ondiepere wateren houd ik er van om dit voer zo droog mogelijk te gebruiken. Door het grote percentage duivenmest verkrijg je een behoorlijk bindend lokaas met heel veel ‘werkende’ (stijgende en weer dalende) voerdeeltjes. Dit zorgt onder water voor een enorm lokkende werking op voorns!

Met de baitdropper kun je heel accuraat los aas op grote diepte krijgen, zelfs…
…als het stroomt.

Zo zonder extra bevochtigen vissen op deze grote diepte zou echter te riskant zijn. Vandaar dat ik het voer toch ietsje natter heb gemaakt. Ik voer 4 flink stevig aangedrukte voerballen met daarin flink wat casters en hennepkorrels. Ik ben ervan overtuigd dat mijn voerballen de bodem compact bereiken en pas daarna openbreken.

De voorns blijven komen.

Om er nog zekerder van te zijn dat er ook los aas op de juiste stek belandt, maak ik gebruik van een zogenaamde baitdropper. Dat is een metalen kooitje met dekseltje die je heel makkelijk aan je haak kunt bevestigen. Dit kooitje kun je vervolgens volstoppen met voer naar keuze. Het ingenieuze aan dit ding is dat de onderantenne ergens tegenaan moet tikken om het aas vrij te geven.

Hennep, top voor voorn.

Met andere woorden, zet de baitdropper met de hengel op de bodem van het water, het dekseltje springt open en de inhoud komt naar buiten. Met deze dieptes heb je dit gewoon nodig. Het bijvoeren van los aas is geen optie; omdat je nooit weet waar het op de bodem terecht gaat komen. Daarnaast is de kans erg groot dat je onnodig veel kleine vis gaat aanlokken.

Puzzel

Ook al is er dan weinig tot geen stroming, je kunt op dit soort dieptes gewoon niet licht vissen. Ik besluit om vandaag mijn zwaarste handgemaakte ‘jachthavendobber’ te gebruiken: een lang, slank model met net onder de antenne een plat, wit vlakje.

“De dobber is 4,5 gram zwaar, de hoofdlijn is 14/00 en de onderlijn 12/00 mm.”

Een ongebruikelijk dobbermodel misschien, maar geloof me, voor mij werkt het prima. De dobber is 4,5 gram zwaar, de hoofdlijn is 14/00 en de onderlijn 12/00 mm. De gebruikte haak is een B711 Kamasan maat 15. Niet bepaald fijn materiaal, maar dat zou vandaag ook echt niet nodig zijn.

Het elastiek zet Jan een tandje strakker zodat hij sneller voorn kan landen.

Het duurt misschien 30 seconden nadat de dobber voor het eerst in het water staat voordat ik de eerste vis al haak. Bij de volgende inzet gaat de dobber al niet meer staan en wordt het aas onderweg al gepakt. Tja, dan weet je natuurlijk dat er heel veel vis aanwezig is!

“Verder worden de maden die ik in het begin gebruikte als haakaas vrijwel meteen vervangen door twee casters.”

Het grootste ‘probleem’ in het begin is de relatief kleine vis; het is even puzzelen om de juiste manier te vinden om ook die grotere voorns aan de schubben te komen. Ik besluit allereerst om iets op de bodem te vissen, ongeveer een halve dobberlengte en verder zo direct mogelijk met al het lood bij elkaar pal tegen de onderlijnbevestiging. Verder worden de maden die ik in het begin gebruikte als haakaas vrijwel meteen vervangen door twee casters.

Voorzichtig het lood tunen voor nog meer scherpte.

Nadat ik aardig wat kleinere vissen vang, wordt al snel duidelijk dat er wel degelijk grotere voorns aanwezig zijn. Vissen van 200 gram en meer wel te verstaan! Ik moet alleen zien uit te vinden hoe met name die te gaan vangen.

Gebulkt lood om het aas snel op diepte bij de voorns te krijgen.

De oplossing is eigenlijk simpel; ik besluit al snel om flink wat aas bij te voeren, casters en hennep. De baitdropper bewijst vandaag absoluut zijn waarde! Al dat aas bereikt via de baitdropper de bodem en juist daar houden die grotere voorns zich nu op.

Slanke dobber voor de nodige scherpte en finesse.

Deze tactiek werkt super, na een poos vang ik alleen nog maar grote voorns. Met zelfs een exemplaar dat zeker de 500 gram haalt. Fantastisch! Met in het achterhoofd die 6 meter diepte pal tegen de oever, kan ik het niet laten om daar ook  twee ballen voer te droppen. Ik zal en moet daar ook even de dobber laten zakken! Meteen nadat het haakaas de bodem bereikt gaat de dobber onder en ook hier zijn de voorns van stevig formaat!

Feeder

Alles bij elkaar is dit echt een fantastische vissessie geworden. Mijn verwachtingen zijn waargemaakt en zelfs overtroffen! En dat ondanks de vrij korte duur van deze sessie. Het weer verslechterde en er werd sneeuw voorspeld, reden om op tijd in te pakken. Alles bij elkaar heb ik slechts een ruime twee uur gevist en toch wel een kilo of zes aan voorn gevangen. Als ik hier nog eens neer mag strijken dan is er één ding dat ik anders ga doen.

Knotsen van voorns.

Ik zal dan zeker ook voeren met maïskorrels, al dan niet gecrusht of geknipt in het voer. Ik weet bijna zeker dat je op die manier helemaal de grotere vissen kan uitsorteren. Tijdens die remise zal ik overigens ook mijn feederhengel meebrengen. Ik heb begrepen dat hier, naast al die voorns, ook enorm veel brasem te vangen is! Wat een schitterende visserij.

Duivenmest

Als je duivenmest in je voer wilt gaan gebruiken is het belangrijk dat je een goede duivenmelker vindt. Liefst iemand die net zo begaan is met zijn duiven als jij met de hengelsport. Zo iemand zal dagelijks de duivenkooien schoonmaken en juist dat is belangrijk. Duivenmest moet vers zijn om ermee te vissen.

Dit kun je makkelijk checken door eraan te ruiken. Ruik je ammoniak? Dan is het niet vers! Verder is het allemaal betrekkelijk simpel. De mest wordt verzameld in een vorm naar keuze. Ik druk het in bakjes en vries het dan meteen in.

Even zeven om veren en andere rommel eruit te filteren.

De beste tijd om mest te verzamelen is van november tot januari. In deze tijd krijgen de duiven geen medicatie en laten ze het minst veren lost. Met als resultaat; erg schone mest! Zelf gebruik ik de mest gewoon zo, rechtstreeks uit de kooi. Je kunt er echter voor kiezen om de mest te spoelen.

Duivenmest werkt als een magneet op voorn.

Dit doe je door de mest in een panty te kappen en te spoelen met stromend water tot het moment dat het water dat de panty verlaat niet meer groen van kleur is. Door de mest te spoelen verliest de mest wel zijn bindende eigenschappen, dat is iets om rekening mee te houden!

 

Statisch op grazende grassers

Het is hoogzomer, als je het mij vraagt de beste tijd om graskarper te bevissen. In deze tijd van het jaar zijn deze schubben dragende grazers extreem actief. In water waar de temperatuur tot wel 25 graden Celsius op kan lopen voelen deze zwemmende grasmaaiers zich letterlijk als een vis in het water! 

In mijn omgeving zijn er helaas niet veel wateren die bevolkt worden door graskarpers. In de weinige wateren waar ze wel zwemmen zijn het er helaas niet veel, slechts een handjevol graskarpers maken er de dienst uit. Om graskarperrijke wateren te vinden is het handig om regelmatig te observeren, alleen zo kun je erachter komen in welke wateren deze grazers te vinden zijn.

Graskarper observeren
Regelmatig observeren is de enige manier om erachter te komen of er ergens graskarper zwemt.

Zonaanbidders

Om ze te kunnen zien speelt het weer een erg belangrijke rol. Graskarpers zijn ware zonaanbidders. Hoge drukgebieden, hete zomerse dagen zijn bij mij als beste uit de bus gekomen. Ze liggen dan niet meer lam op de bodem van het water, maar komen omhoog om zoveel mogelijk zonnestralen op te vangen. Vaak steken ze zelfs met hun brede ruggen door het wateroppervlak, alsof ze jou attent willen maken op hun aanwezigheid. Overigens doen ze dit vaak alleen in de windstille hoek van het water.

“Probeer te voorkomen dat je schaduw over het water valt… Funest voor graskarper!”

Ik maak me op voor de zoektocht naar koudbloedige, zwemmende grasmaaiers in de zon. Een zonnebril met hoogwaardig gepolariseerde glazen is hierbij onmisbaar. Tijdens mijn zoektocht zijn ook de aanwezige watervogels een goede aanwijzing van waar ik moet zoeken. Vaak zie je ze krijsend wegstuiven, dit doen ze vaak niet voor niets…

Graskarper gespot
Windstille hoekjes zijn het bezoeken vaak wel waard.

Let trouwens goed op je schaduw, zodra je schaduw op een groepje zonnende graskarpers valt kunnen ze ineens verdwenen zijn, een grote kolk en weg zijn ze. Tijdens mijn zoektocht naar actieve graskarper aan de oppervlakte speur ik niet alleen de luwten af, maar eigenlijk heel het water. Zodra ik vis aan de oppervlakte heb gevonden is het belangrijk om vast te stellen om welke vissoort het gaat.

Ik bezuinig niet op de hoeveelheid voer is gebruikt, mijn hobby mag best wat geld kosten.

Herkenning

Over het algemeen heb ik het op graskarper voorzien en niet op karper of andere schubbendragers. Meestal kun je graskarpers prima herkennen aan hun rugvin die ze sierlijk door het wateroppervlak steken, deze rugvin is goed te herkennen aan zijn driehoekige vorm. Een ander herkenningspunt van graskarpers zijn de uitzonderlijke grootte, vaak kun je ook zijn opvallende bek goed zien. Zeker wanneer zijn bek geopend is kun je de vis goed herkennen; het wit van de binnenkant van de bek steekt sterk af tegen de verder donkergekleurde omgeving. Laatstgenoemde is, als je het mij vraagt, het beste herkenningspunt.

Graskarper bekkie
Zie je dat witte streepje onder zijn kop? Zo weet je 100% zeker dat het om graskarper gaat.

Zoektocht

Wanneer ik denk een goed water gevonden te hebben, dan ga ik met een boot en dieptemeter het betreffende water op of met een peilhengel naar de oever. De dieptemeter gebruik ik om goede stekken op te sporen, de stekken waar ik graskarper verwacht! Hierbij let ik op plekken die net wat ondieper zijn dan het omliggende water. Wanneer zo’n plateau in de buurt van wat waterplanten ligt is het helemaal feest. Ook langzaam aflopende oeverzones kunnen interessant zijn, zeker wanneer er een dikke rietkraag in de buurt is te vinden gaan alle alarmbellen af!

Statisch graskarper
Zelf bevis ik graskarper eigenlijk alleen maar statisch, dat is in mijn ogen het meest effectief.

Voeren

Voordat mijn montage het water raakt probeer ik altijd om de graskarpers eerst aan het aas te laten wennen. Naast kippenmaïs vind ik tijgernoten ook erg goed. Ik vermoed dat de zoete kenmerkende smaak van tijgernoten erg geliefd is bij de graskarpers. Om deze smaak perfect te krijgen moet de bereidingswijze van de tijgernoten wel te kloppen. Eerst kook ik de nootjes een half uur tot een uur in ruim kokend water. Daarna houd ik ze nog zo lang als mogelijk warm. Door ze bijvoorbeeld in een afgesloten emmer weg te zetten.

Tijgernoten voor graskarper
Graskarper is dol op die zoetige tijgernootjes!

Om de lokkende werking nog meer te vergroten voeg ik na het koken een speciale particlesiroop toe. Deze heeft een zeer geconcentreerde, zoete tijgernootsmaak. Na het toevoegen van deze lokstof zet ik alle nootjes in een emmer in de zon en laat ze hier net zo lang staan tot de nootjes in een slijmerige massa drijven.

“Ik voer twee tot drie keer 2-3 kilo tijgernootjes!”

Mijn visstek voorzie ruim met dit aas. Ik doe met voorvoeren niet al te moeilijk over de hoeveelheid voer, waar gehakt wordt vallen spaanders en mijn hobby mag best wat geld kosten. Vergeet niet dat hoe hoger de temperatuur is, des te actiever de graskarper zal zijn. Ze vreten een hoop weg gedurende de warmere dagen van het jaar. Daar komt nog bij dat graskarpers een uiterst ineffectieve spijsvertering hebben en je zult snappen waarom ik veel voer.

Mijn tijgernoten maak ik wat zoeter voor graskarper
Door wat siroop over de tijgernootjes te gieten worden ze nóg aantrekkelijker.

Drijvend

Ik voer rustig 2-3 kilo per keer en ga 2-3 keer voorvoeren. Dit voorvoeren doe ik met een spod of voerschep. Wanneer ik de stek ga bevissen arriveer ik ’s avonds in de schemer en voer de stek ruim aan en vis dan meestal door tot de volgende middag. Het best vang ik wanneer mijn haakaas zich onderscheidt van de rest van het voer. Om dit te bereiken maak ik gebruik van een zogenaamde pop-up montage. Om ervoor te zorgen dat mijn haakaas drijft hol ik hem deels uit met een boortje. Vervolgens druk ik in het holletje, wat ik met het boortje heb gemaakt, een beetje kurk. Hierdoor drijft mijn haakaas!

Onderlijn graskarper klaar
Drijvend haakaas en heerlijk geurend voer eromheen, beter kan in mijn ogen niet!

Aan de hair hang ik één of twee tijgernootjes. Soms maak ik ook gebruik van een tijgernootje en een neppe maïskorrel. Door het sterke contrast valt dit haakaas eerder op. De graskarper kan deze combinatie slechts zelden weerstaan. Om het geheel nog wat attractiever te maken zet ik pva sticks in. Deze vul ik met een bijzondere stickmix die onder andere tijgernootmeel bevat. Om het maximale eruit te halen bevochtig ik de stickmix met dezelfde particlesiroop waarmee ik ook mijn tijgernootjes klaar heb gemaakt.

Graskarper pva stick voermix
Als ik statisch op graskarper vis dan maak ik altijd gebruik van attractieve pva sticks!

Pva

Door het gebruik van pva sticks weet ik ook zeker dat mijn onderlijntje nooit in de war raakt. De pva voorkomt dat mijn onderlijntje in de war kan draaien. Waar ik altijd veel aandacht aan besteed zijn mijn haken. Deze moeten vlijm- maar ook echt vlijmscherp zijn! Graskarpers hebben een erg harde bek, met haken die niet superscherp zijn weet je zeker dat je vis tijdens de dril gaat verspelen, dat is natuurlijk zonde!

Lees ook

 Toptip over penvissen

 5x alternatief aas voor karper

Wie wil met echte toppers vissen?

Op donderdag 3 mei zullen Stefan Altena en Timo Vuits van onder andere Okuma een ‘vriendschappelijke’ battle tegen elkaar vissen, maar daar hebben zij hulp bij nodig. Beide heren hebben hun sporen in binnen-en buitenland verdiend en gooien hoge ogen op internationale podia. Wil met jij een van deze toppers de zege binnenhalen? Dit is je kans!

Geef je nu op! Scroll naar onderen en laat in een reactie kort weten waarom jij de ideale aanvulling voor een van de teams bent! Mailen kan ook: redactie.beet@vipmedia.nl

We zijn in totaal op zoek naar twee deelnemers voor deze battle. Er zal met matchhengels worden gevist op de vijver van De Walvissers in Hamont (België). Om het internationale tintje van deze battle te onderstrepen zijn we op zoek naar één Vlaming en een Nederlander om Stefan of Timo aan de overwinning te helpen.

“Er zal gevist worden met de matchdobber en de method feeder!”

Scroll naar onderen en motiveer kort waarom jij de ideale aanvulling voor team Nederland, of België bent. Aanmelden kan ook via de mail. Mail dan naar redactie.beet@vipmedia.nl met een korte motivatie en wie weet zien we je op 3 mei!

BELANGRIJK

– Visdag op donderdag 3 mei.
– Locatie: De Walvis Hamont (België).
– Eigen vervoer.
– Zelf eten en drinken meenemen.
– Eigen vismateriaal meenemen.
– Er is een goodiebag
– Aas en voer wordt verzorgd.
– Over deze dag volgt een uitgebreid verslag met film!
– Geef hieronder een korte motivatie waarom jij graag mee wil.
-Woensdag 18 april maken we de winnaars bekend
– Houd zo goed mogelijk Facebook Messenger of je email in de gaten. Win je deze dag, dan zul je hier namelijk privé voor benaderd worden.
– Reageer je niet op tijd op de bevestiging dat je deze dag mee mag, dan zijn we genoodzaakt een andere winnaar te kiezen.
– Verdere details volgen in nader overleg.

Timothy Vuits, nog steeds een crack op het gebied van witvissen en in het recente verleden zijn sporen verdiend in het wedstrijdvissen. Zijn messen zijn geslepen.
Stefan Altena maakt al weer enige tijd deel uit van het Nederlands Team witvissen. Hij heeft reeds menig EK en WK gevist.

Start van het coachseizoen

Wat vliegt de tijd! Het lijkt wel gisteren dat ik de eerste column schreef en nu is het alweer de hoogste tijd voor een nieuwe. Niet te filmen wat er allemaal alweer is gebeurd in de laatste weken. Jammer genoeg niet alleen maar leuke dingen trouwens.

Wat een drama was het overlijden van Youri van Lieshout! Zo’n jong ventje nog en dan zo’n rotziekte. Wat kun je dan nog zeggen? De wereld is gewoon niet eerlijk soms! Een van de wensen die Youri nog had was om een keer te vissen met Alan Scotthorne. Alles was geregeld daarvoor want Alan dacht daarin op een geweldige manier mee. Zelfs dat mocht echter allemaal niet meer zo zijn want Youri was inmiddels te ziek en verzwakt. Ik wens de hele familie van Youri en ook zijn vriendin veel sterkte toe voor de komende tijd.

Het overlijden van Youri van Lieshout is een drama. De wereld is gewoon niet eerlijk soms! (Foto: Sportvisserij Nederland)

 

Trainingsdag

Afgelopen week bezocht ik de tweede trainingsdag van onze Nationale Jeugdselectie die werd gevist in de Coophaven in Zeewolde bij temperaturen onder nul. Ik vond dat echt een prachtige dag. Voor het eerst sinds jaren, ik zeg het heel eerlijk, kreeg ik het gevoel dat we met onze jeugdteams voor betere resultaten kunnen gaan in de komende jaren. Er moest in Zeewolde ‘stekend’ worden gevist op aantallen. En de kwaliteit van een behoorlijk aantal jonge vissertjes verbaasde me in positieve zin. In drie uur vissen waren er heel wat die 200+ stuks vingen. Hoe je het ook wendt of keert, bij dit soort visserij is dat een knap aantal!

Coophaven
De jeugd streek neer in de Coophaven in Zeewolde, de visserij hier komt ongeveer overeen met die in Italië waar ze later dit jaar heen gaan.
Zeewolde visserij
In Zeewolde vis je het best met enkele deeltjes kort onder eigen kant.

Vriendschap

Nog iets, Ik zie bij die jeugdvissers allerlei vriendschappen en contacten ontstaan en bijna iedereen gaat goed met elkaar om. Wat een verademing is dat toch in vergelijking met het verleden! Geloof me, er komen absoluut enkele vissers aan waarmee Nederland nog goed voor de dag zal komen in de wat verdere toekomst!

 

Coachen eerst

Ik voel op dit moment precies hetzelfde gevoel wat ik ieder jaar weer heb rond deze tijd. Het coachen komt vanaf nu weer op de eerste plaats en het wedstrijden vissen is normaal gesproken voorbij voor een tijdje. Toch ga ik het dit jaar echt anders doen. Ik heb zoveel plezier in dat vissen dat ik er nu echt niet meer helemaal mee stop. Ik zal ook in de komende tijd wat wedstrijden vissen, waarschijnlijk vooral op de commerciële wateren want veel anders is er simpelweg niet te vissen. Nu geeft dat op zich niks want ik betrap mezelf er op dat ik meer plezier aan die visserij beleef dan ik had verwacht.

Jan van Schendel commercial vis
Ik beleef steeds meer plezier aan de visserij op commercials.

Polen-Duitsland-Nederland

Afgelopen weekend hadden we ook al de eerste Internationale ontmoeting van dit jaar met wat een Interland had moeten zijn tussen Polen, Duitsland en ons eigen land. Dat kwam er echter niet van omdat de Polen het, op een veel te laat tijdstip lieten afweten; zo ergerlijk! Alles is dan eigenlijk al georganiseerd natuurlijk.

 

Nederland-Duitsland

Nu werd het dus een Nederland-Duitsland en daarmee is ook niks mis. We visten op het Beukerskanaal vlakbij Steenwijk, een parkoers dat bekend staat om zijn goede vangsten in het vroege voorjaar. Die goede vangsten zijn dan wel gebaseerd op normale temperaturen natuurlijk en die hebben we dit jaar niet bepaald. Ik werd op dinsdagavond al gebeld door een bezorgd Duits teamlid nadat men met 3 vissers 1 vis had gevangen tijdens de eerste trainingsdag. Op de tweede trainingsdag waren het 3 vissen met 8 vissers dus dat schoot nog steeds niet bepaald top. Op de donderdag werd het weer iets beter en toen werden er eindelijk enkele vissen meer gevangen. Op de vrijdag was de officiële trainingsdag. Het parkoers is dan uitgezet en iedere plek van de wedstrijd wordt bevist en niet onbelangrijk. Vaak aangevoerd natuurlijk.

“Binnen twee uur hadden de Duitsers die achterstand al weer goedgemaakt.”

 

Fameus

Al met al werd het zeker geen fantastische maar nog steeds een hele interessante wedstrijd. De vangsten waren nu wel iets minder slecht. Beter kan ik het niet uitdrukken, maar fameus was het allemaal zeker niet. Op beide dagen een topgewicht van net boven de 3 kilo aan bliekjes en ook hier en daar enkele flinke voorns. Deze wedstrijd van 10 tegen 10 vissers werd gevist in 5 vakjes van 4 vissers waarbij de visser met het hoogste vangstgewicht in de sector 1 punt krijgt en het 2e hoogste gewicht 2 punten enzovoorts.

 

Gelijkspel

Het land met de minste punten over de twee wedstrijddagen wint dan. Op de eerste dag won ons team de wedstrijd met een voorsprong van 6 punten. Dat lijkt heel wat maar in de praktijk valt dat vaak flink tegen. Om eerlijk te zijn denk ik dat na de eerste 2 uren van de 2e wedstrijddag onze Duitse tegenstanders de opgelopen achterstand helemaal weggewerkt hadden. Tijdens de laatste 2 uren wisten wij op precies de juiste plekken enkele hele belangrijke vissen te vangen die er uiteindelijk voor zorgden dat op de tweede dag de wedstrijd eindigde in een gelijke stand.

 

Individueel

Dat hield dus in dat ons team de wedstrijd uiteindelijk won door die voorsprong van de eerste dag. Individueel werd de wedstrijd gewonnen door Thomas Delfabro, de enige visser die op beide dagen zijn sector won. Hij werd gevolgd door maar liefst 5 vissers met 3 punten over twee dagen met daarbij Peter Post als 2e, Nick Eestermans als 4e, Stefan Altena als 5e en Patrick Broekhuizen als 6e.

Anja Groot
De tweede wedstrijddag gaat Anja Groot met de overwinning aan de haal, terwijl ze gewoon zomaar ergens middenin het parcours zat. Klasse!

 

Anja Groot

De tweede wedstrijddag werd gewonnen door Anja Groot die, gewoon ergens midden in het parkoers het hoogste gewicht wist te vangen. Best bijzonder en vooral bijzonder knap. Het niveau in het Internationale damesvissen mag gemiddeld misschien iets minder hoog zijn dan bij de mannen, hier bewijst Anja toch dat ze, na overigens een moeilijke eerste wedstrijddag, ook dit niveau gewoon aan kan. Prachtig!

 

Jan Van Schendel

Brood punch vlokken voor voorns

Tijdens het voornvissen is brood een erg goed alternatief voor de gebruikelijke maden en casters. Vlokjes brood zijn naast bewezen vangers ook nog eens erg goedkoop! Maar hoe zet je dit gebakken deeg het best in en hoe bevestig je het op de haak?
Tijdens het voornvissen is brood een erg goed alternatief voor de gebruikelijke maden en casters. Vlokjes brood zijn naast bewezen vangers ook nog eens erg goedkoop! Maar hoe zet je dit gebakken deeg het best in en hoe bevestig je het op de haak?

Tijdens het voornvissen is brood een erg goed alternatief voor de gebruikelijke maden en casters. Vlokjes brood zijn naast bewezen vangers ook nog eens erg goedkoop! Maar hoe zet je dit gebakken deeg het best in en hoe bevestig je het op de haak?

Welk aas voor vissen op voorn? – bekijk hier de top 14 aassoorten!

Voorn broodpunch haak bevestigen
Ga je met brood vissen? Lood je dobbertjes dan niet te scherp uit!

Voor het vissen met brood met de zogenaamde ‘bread punch’ ben ik met een aantal vismaten neergestreken langs een kanaal. Dit kanaal verbindt een industriële haven met een groter kanaal. Over het algemeen zwemt op dit type water veel voorn en biedt het de visser daarom een leuke sport.

Om tijdens het vissen nog enigszins flexibel te kunnen zijn leggen we twee voerplekjes aan. Op deze plekken zullen we gaan voeren met het zogenaamde ‘liquidised bread’, wat niet meer is dan fijngemalen boterhammen met een beetje water. Omdat grote voerballen in de stroming snel af zullen drijven maken we gebruik van wat kleinere voerballetjes, deze gaan dan met een wat grotere regelmaat te water.

Broodpunch voorn sport
Maak het voer kort van tevoren aan, anders kan het zijn dat de consistentie niet goed is!

Precisie

In het begin brengen we, met een pole cup, op iedere voerplek een voerbal ter grootte van een walnoot. Hierbij is voorzichtigheid wel belangrijk. Door het lichte gewicht van de voerbal kan deze zomaar uit je cup veren. Neem daarom de tijd en rust bij het aanvoeren van de stekken. Wat de montage betreft is het vooral belangrijk om je dobber niet op het scherpst van de snede uit te loden. De reden hiervoor is dat brood in het water vocht opneemt. Dit kan dan net genoeg zijn om de dobber onder te trekken.

Broodpunch voorn sport
Cup voorzichtig! Deze lichtgewicht voerbal kan voor je het weet uit de cup veren.

Om de vlokjes uit het brood te halen maken we gebruik van een bread punch. Hiermee steek je vlokjes uit het brood die 5-7 millimeter groot zijn. Kleinere vlokjes van 2-4 millimeter zijn in de winter of bij erg kleine voorns aan te bevelen. Als ik mijn montage voor de tweede keer inleg duikt mijn dobber resoluut onder, gelukkig zet ik direct met succes de haak en glijdt niet veel later de eerste voorn in het net. In de volgende minuten is het op deze plaats achter elkaar raak, voorn na voorn belandt in mijn net en de vlokjes brood doen hun werk meer dan prima!

Broodpunch voorn sport
Actief blijven vissen en veel wisselen brengt vandaag de meeste voorns.

Ook op de tweede voerplek wordt goed geaasd. Na circa 45 minuten hebben we al 20 voorns gevangen. Omdat voorns soms erg goed reageren op geluiden besluiten we om hennep bij te voeren. Elke drie tot vijf minuten gaan er naast een voerballetje ook vijftien korreltjes hennep te water. Om de een of andere reden lijkt dit altijd voor extra vis op de voerplek te zorgen.

Verandering van spijs

Als de zon hoog aan de hemel staat duurt het iets langer voor we aanbeten krijgen. Nu is het de hoogste tijd om de trukendoos open te gooien zodat we toch nog een aantal voorns kunnen strikken. Om de lokkende werking van het ‘liquidised bread’ en de broodvlokken nog te verhogen kun je gebruik maken van lok- en kleurstoffen. Om een aasorgie te bewerkstelligen besproeien we de vlokjes met een vanille lokspray van Sensas.

Voorn broodpunch haak bevestigen
Stap 1: Steek een stukje brood uit met een breadpunch.
Stap 2: In de breadpunch zit een gleufje waar de haak doorheen past.
Stap 3: Zodoende is het heel makkelijk om een broodvlokje op de haak te bevestigen.
Stap 4: Trek de punch van de haak af… Et voila!

Na het inleggen van deze lekkernij wordt duidelijk dat dit goed werkt. Al snel vangen we er twee voorns bij. Wanneer de werking van dit goedje uitgewerkt lijkt te zijn kun je nog meer dingen doen. We besluiten de grootte van de broodvlok te veranderen; van 7 schakelen we over op 3 millimeter grote vlokjes. Het gevolg laat niet lang op zich wachten, al snel zijn wederom enkele voorns de klos. Ook de tweede voerplaats werd hoe langer we hem bevisten des te minder succesvol. Daarom besloten we om na tweeënhalfuur vissen te stoppen, een domper? Welnee! Zeker niet als je bedenkt dat deze sessie hooguit 90 cent heeft gekost!

Broodpunch voorn sport
En tevreden weer huiswaarts, prachtig!

Bekijk ook:

voorn vissen met casters Welk aas voor vissen op voorn? – bekijk hier de top 14 aassoorten!

Maden en pinkies in topconditie deel 2

Tiptop toptip – op bot met Sjoerd Beljaars

Vastgeroest in je visserij en behoefte aan nieuwe input? Nieuwe aassoorten, technieken, producten, etc? Houd de Beetsite in de gaten. Wekelijks bij ons een tiptop toptip van een specialist uit de witvis-, karper, zee- of roofvisscene. Dit keer van Sjoerd Beljaars van Sportvissersmagazine Beet-Rovers.

Dit weekend stijgt het kwik naar heerlijke hoogten en zal zelfs de 20 graden grens bereikt worden. Lang leve de lent. De witvisssers en karpervissers wrijven likkebaardend in hun handen, plannen worden gesmeed. De onderwaterwereld wordt wakker en gaat eten, daar moet je als sportvisser van profiteren. Wat zielig voor ons roofvissers, wij hebben van doen met de gesloten tijd van 1 april tot de laatste zaterdag van mei, maar niet teveel getreurd!

Het mooist is een kayak, bellyboot of opblaasboot op het Oostvoornse Meer, maar je kunt er ook wadend terecht.

“Het Oostvoornse Meer, iets ten westen van Brielle. Bekend om haar forellenbestand, maar er is meer…”

Forellen en meer

Allerlei clichés voor alternatieven voor de roofvisser in nood. Dan maar een keer karper, zeelt of winde. Of? Naar Scandinavië! Geen gesloten tijd daaro en snoek te over. Snoekbaars? Jazeker, met name in Zweden. Waarom niet in eigenland op zeebaars, geloof maar dat ze weer snel langs onze kust zwemmen en langs de kust geldt geen gesloten tijd voor aassoorten. Een aanrader aldus. Zo kom ik langzaam bij de tip die ik mee wil geven. Het Oostvoornse Meer, iets ten westen van Brielle. Bekend om haar forellenbestand, maar er is meer…

botvissen op oostvoornse meer
Der Botmeister, Vincent Tobé.

Bot! Jawel, die gekke platvis. Ze zwemmen met massa’s in het Oostvoornse Meer. Gaat het hier om een visje die op het gemakkie de bodem afstruint naar piertjes en kleine krabbetjes? Nee hoor, we hebben hier te maken met een agressief rovertje die bereid is om actief vanaf de bodem visjes het leven zuur te maken. Feitelijk en heilbot, maar dan in het klein.

Zelf heb ik daar nog nooit echt bij stilgestaan, tot enkele jaren geleden toen ik hoorde dat slechte enkele vissers hier gericht op bot visten. Vorig jaar kreeg ik zelf het op de heupen toen ik in contact kwam met roofvisser Vincent Tobé van Fox Rage en Salmo. Gewapend met een kayak was hij al geruime tijd bezig op de platvis en had hij er zijn specialisme van gemaakt.

“Ondertussen ontpopte Vincent zich tot een crack en was hij niet meer bij te houden.”

Zodoende gingen wij vorig jaar in de gesloten tijd met hem op pad, samen met enkelen van onze lezers die we hadden uitgenodigd. Vincent had via Kayakwinkel.nl nog twee extra kayaks geregeld, wijzelf (collega Stef Jansens en ik) gingen met een opblaasboot het water op.

Het werd een superdag. Voor de lezers was het even wennen met die lichte loodkoppen van 7 gram, maar het duurde niet lang voordat ze het onder de knie kregen en hun eerste botten vingen. Ondertussen ontpopte Vincent zich tot een crack en was hij niet meer bij te houden. en jawel, wij vingen ook letterlijk bot vanuit onze boot.

Kleine shadsjes op dito loodkopjes.

 

Letterlijk bot vangen

De techniek is niet heel anders dan het werpend vissen op snoekbaars met shads, liefst met lekker lichte loodkopjes van 5 tot 7 gram ten behoeve van een mooie zweef/afzinkfase. Bij snoekbaars is het belangrijk om het kunstaas voortdurend dicht bij de bodem te houden. Bij botten maakt dat niet zoveel uit. 1 tot 2 meter erboven? Geen probleem. Bot komt de shad wel halen.

Vincent Tobé ging als een trein.

Hotspots zijn vooral de openingen tussen de vele strekdammen die aan de rand van het Oostvoornse Meer liggen. Met de kayak kun je prima je ding doen en dat geldt natuurlijk ook voor de bellyboot.

“Niet schikken als je zo’n lerp er op krijgt, die gillend door je slip heen trekt. Bonus!”

Dat sluit niet uit dat je vanaf de kant ook de bot kunt belagen, een goed waadpak is dan wel een must. Oh ja, vergeet niet dat er bizar dikke forel rondzwemt op het Oostvoornse Meer. Niet schikken als je zo’n lerp er op krijgt, die gillend door je slip heen trekt. Bonus!

Lees ook:

Tiptoptoptip zeelt-Gijs Kok

Tiptoptoptip karper-Richard Gans

Tiptoptoptip roofvis-Sander Paans

De zoute korrel – zeebaars met de dobber

zeebaars met de dobber met martijn dekkers

Maandelijks een reportage van onze zeeviscorrespondent Martijn Dekkers van Dutch Fishing Stuff. Martijn is wat je noemt een echte allrounder en schuwt het zoete niet, maar een sterke voorliefde voor het zoute valt niet te ontkennen. Zeebaars, wijting, platvis, gul, haai,… hij neemt het allemaal op de zoute korrel. Dit keer zeebaars met de dobber. 

Zeebaars kan op verschillende manieren gevangen worden, vanaf het strand met lood op de bodem, met kunstaas en met de dobber in combinatie met natuurlijk aas. Persoonlijk vind ik die met de dobber de mooiste. Lekker stekhoppen langs de kust, in de havens of langs de kanten van de Ooster- en Westerschelde. Het Noordzeekanaal biedt ook diverse mogelijkheden om met de dobber op zeebaars te vissen.

Kies je voor kunstaas dan kan het best een dure bedoeling worden, dat is dit niet. Daarnaast is het ook nog eens erg simpel. Met een pakje stuitjes, wat kraaltjes, een dobber, fluorocarbon en wat haken ben je klaar. Inclusief aas, wat drinken en onthaakgereedschap past dit alles met gemak in een rugzakje. Een netje is geen overbodige luxe, het voorkomt een hoop geklungel bij het landen van een goede zeebaars.

Easy going op zeebaars.

Niet te licht

De montage ziet er als volgt uit: vanaf de hengeltop gezien komt er eerst een stuitje op de lijn. Gevolgd door een zacht kraaltje, dobber, kraaltje, stuitje, loodje, kraaltje en de wartel. Op deze manier kun je het lood fixeren tegen de wartel. Zo gooi je minder snel in de war dan wanneer het lood tijdens het inwerpen over de lijn kan schuiven. Vergeet ook je breekstaafjes niet wanneer je in het donker gaat vissen. Doe niet te moeilijk over het materiaal en ga zeker niet te licht vissen. Wordt er een zeebaars gehaakt, dan wil je hem er uit halen ook en dat valt niet altijd mee in de buurt van steenstort en golfbrekers.

Een net is zeker geen overbodige luxe bij dit slag krachtpatsers.

Standaard vis ik met een 30 grams dobber, gemaakt van schuim. Deze gaan niet te snel kapot tegen de stenen. Ik gebruik maar één soort haak: Gamakatsu F314. Maat 2 voor de grote steekzagers en krabben, maat 6 voor kweekzagers en reepjes inktvis. Standaard knoop ik deze aan een 40/00 fluorocarbon onderlijntje. Enkel wanneer het echt windstil is en er maar een lichte stroming staat schakel ik over op een 20 grams dobber en 35/00 fluor.

“Zeebaars heeft geen enkele moeite met wat zwaarder materiaal, doorgaans verdwijnt het geheel in een vloeiende beweging onder het wateroppervlak.”

Zeebaars heeft geen enkele moeite met wat zwaarder materiaal, doorgaans verdwijnt het geheel in een vloeiende beweging onder het wateroppervlak. Een karperhengel, liefst een lange penhengel, heeft de voorkeur, maar met een stevige spinstok kan het zeker ook. Het allerbelangrijkste vind ik een drijvende dyneema hoofdlijn. Deze wip je gemakkelijk in een rechte lijn richting de dobber wanneer de wind of stroming een bocht in je lijn hebben gemaakt. Met een te grote bocht in je lijn ga je veel aanbeten missen.

Zeebaars kan echt zo zijn aastijden hebben.

Zoeken van stekken

Stekken zijn overal te vinden, palen, steenstort, zandbanken en stroomnaden zijn de sleutelwoorden. Wie zoekt zal vinden. Baarzen azen niet de gehele dag, maar met momenten. Rond hoog of rond laag water is een goede uitgangspositie. Vis dicht tegen de blokken of palen of gooi ook eens een stroomnaadje dat wat verder uit de kant ligt aan, wedden dat het gaat lukken! In diepte kan je variëren. Beheers je wanneer je dobber onder gaat. Tel tot drie en zet de haak. Zorg dat de slip goed afgesteld staat, je zult hem nodig hebben.

 

Ontstaan uit pure passie voor de sportvisserij heeft Martijn Dekkers DutchFishingStuff opgericht. “Al decennia lang vissen wij op iedere vissoort die in Nederland te vangen is. Van voorn tot meerval en van wijting tot haai, het heeft allemaal aan onze haken gehangen. Naast het sportvissen op zich houden wij ons al jaren bezig met het verzorgen van vislessen op basisscholen, assisteren op beurzen en actieweekenden voor hengelsportzaken, het verzorgen van artikelen voor diverse hengelsportbladen enz. Vanaf 2018 zullen wij ons vooral gaan richten op workshops, gidsen en het assisteren bij groepsaangelegenheden!” Martijn geeft tal van workshops:

Op giebel in een woonwijk

Jan ging aan de slag midden in een woonwijk van het Brabantse dorpje Raamsdonksveer. Een klein, cirkelvormig plasje met een diepte van ongeveer anderhalve meter wordt het toneel waar Jan zijn kunsten gaat vertonen. Naar verluidt moet het er wemelen van de karper(tje)s en giebels!

Door Jan van Schendel

Op veel plaatsen in Nederland wordt het steeds moeilijker om witvis te vangen. Dat klinkt erg negatief, maar gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen! Zo vind je bijvoorbeeld steeds vaker enorm visrijke wateren middenin een woonwijk of een stad. Wateren die door hengelsportverenigingen voorzien zijn van een visbestand om van te smullen, waar het vangen van vis haast garantie is.

Bij iedere inzet vult Jan zijn pole pot.
Om verspilling te voorkomen drukt Jan als laatst wat bevochtigde pellets in de pole pot.

Gelukkig zien steeds meer visverenigingen en ook Sportvisserij Nederland in dat er veel vraag is naar dit soort wateren en probeert men zoveel mogelijk op die vraag in te spelen. Een prachtig voorbeeld ondervind ik in levende lijven aan een typische stadsvijver in Raamsdonksveer.

Geruchten

Midden maart is niet echt de beste periode om op dit soort water te vissen, maar ik verwacht toch wel wat vis. Ik heb namelijk goede berichten over dit vijvertje gehoord. Het visbestand bestaat vooral uit giebel en karper; juist giebels staan bekend als een vissoort die ook bij koudere watertemperaturen nog steeds goed azen.

Ieder moment kan het pennetje onderschieten.

Daarom durf ik een visdag hier best aan! Karpers en giebels gedragen zich echt heel anders dan de meer ‘standaard’ vissoorten zoals brasem en voorn. Iedere keer verbaas ik me weer met hoe weinig voer en aas je toch goed kunt vangen. In dit geval weet ik absoluut niet wat de beste aassoorten zullen zijn, dus heb ik wat mais meegenomen, verschillende maten voerpellets en voor op de haak ook wat softpellets, wormen en een kleine hoeveelheid maden. Gewapend met een vaste hengel begin ik aan de sessie.

Voorzichtig

Aan het begin van de vissessie besluit ik om op twee verschillende afstanden een enkel cupje aan te voeren met wat geknipte wormen, mais en enkele pellets, alles bij elkaar zeker niet meer dan 100 ml. Ik wil vissen op 11 meter, niet recht naar voren, maar iets naar links.

De stek wordt opgestart met een cupje voer bestaande uit geknipte wormen, Maïs en pellets in verschillende diameters.

Daarnaast maak op een kortere afstand van zo’n 8 meter uit de oever een plekje, deze is iets naar rechts georiënteerd. Op beide plekken hanteer ik precies dezelfde voertactiek. Verder besluit ik een klein pole-cupje op de hengeltop te plaatsen om daarmee bij iedere nieuwe inzet kleine beetjes van dezelfde aassoorten bij te voeren.

“Het duurt zo’n 20 minuten voordat mijn dobber voor de eerste keer in beweging komt.”

Ik verwacht een moeilijk begin en dat blijkt redelijk te kloppen. Het duurt zo’n 20 minuten voordat mijn dobber voor de eerste keer in beweging komt. Daarvoor heb ik al wel wat kleine aasbelletjes gezien, waardoor ik er bijna zeker van ben dat er al vissen aanwezig zijn op de voerplek op 11 meter.

Een gegroepeerde loodzetting maakt snel omschakelen mogelijk.

Typisch, de eerste vis is een karpertje van zo’n 800 gram die ik aan een maiskorrel vang. Meteen daarna is het hek van de dam en begin ik regelmatig giebels te vangen, mooie visjes van tussen de 200 en 350 gram. Die vissen reageren perfect op mijn aanvoeren, nooit krijg ik teveel lijnzwemmers en constant blijven de vissen azen. De meeste aanbeten leveren ook prachtige vis op!

Dominant

Later vallen de beten plotseling vrijwel helemaal weg. Ik kan me amper voorstellen dat de giebels niet meer willen azen. Er moet iets aan de hand zijn onder water. Is het misschien de wisselende windrichting of het naderende slechte weer? Als ik na tien minuten plots toch nog een aanbeet krijg en een sterke vis jammerlijk verspeel is het voor mij klip-en-klaar; er is karper op de stek gearriveerd waardoor de giebels verdreven zijn!

De Kamasan B611 haak laat Jan zelden in de steek.

Na die losschieter van een vermoedelijk vals gehaakte karper vang ik nog een enkele giebel. Een durfal zo blijkt later, want al zijn soortgenoten zijn van de stek verdrongen door de dominantere karpers. Niet veel later haak ik kort na elkaar twee karpers, waarvan er eentje losschiet en de ander gelukkig wel in het net belandt.

“Op de een of andere manier willen de vissen daar gewoon niet zijn.”

Het blijft gek en interessant hoe het aasgedrag op zo’n stek kan omslaan. Ik begon veel meer aanbeten te missen, en dat zonder al teveel te veranderingen aan de vismanier. Het andere vreemde aan deze vismiddag was dat ik op de acht meter stek nooit een aanbeet heb gehad! Op de een of andere manier willen de vissen daar gewoon niet zijn.

Karpers terroriseren de voerstek en verjagen de giebels.

Het is daar misschien twintig centimeter ondieper dan op de elf meter stek. Ik weet dat hier in de zomer de meeste vissen pal tegen de oever worden gevangen, dus een en ander moet gewoon met de tijd van het jaar te maken hebben.

Nauwkeurig

Ik heb deze middag gevist met een 14/00 hoofdlijn en een 12/00 onderlijn met daarboven een dobbertje van 0,6 gram. Een haak 16 Kamasan B611 en iets later een wat grotere maat 14 Tubertini Serie 18. Nauwkeurig peilen is erg belangrijk bij deze visserij. Direct vissen, met niet teveel overdiepte is aan te raden. Slechts een paar centimeter van mijn onderlijn ligt op de bodem. Zodoende krijg ik enorm directe beetindicatie en kan ik snel reageren op een aanbeet.

Schitterende vissen die ook nog eens flink wat gewicht in de schaal leggen.

Voor het uitpeilen van de stek gebruik ik een knijppeillood van 25 gram. Daarmee tast ik de bodem af op zoek naar reliëf en verschillen in hardheid. Het liefst vind ik een stukje bodem dat zo hard mogelijk is. Immers, hoe zachter de bodem, des te groter de kans dat hetgeen je voert wordt bedekt onder een filmlaagje modder.

Na een paar uurtjes vissen.

En dat wil je natuurlijk liever voorkomen! Als je toch gaat vissen op zo’n zachte bodem dan resulteert dat maar al te vaak in grote schuimplakkaten aan het wateroppervlak, maar weinig vangsten. Om de een of andere reden lijken vissen minder goed te azen op zo’n zachte bodem. Hetzelfde geldt voor veel voeren. Veel voeren werkt eigenlijk contraproductief. Je lokt teveel vissen tegelijkertijd aan waardoor de vis heel erg onrustig gaat azen. Het resultaat? Enorm veel lijnzwemmers!

Direct

Je zit hier middenin een woonwijk en ik denk dat dit de reden is waarom het visbestand zo goed blijft. Aalscholvers blijven hier over het algemeen weg en van beroepsvissers is natuurlijk al helemaal geen sprake.

Een mooie visserij waarbij de vissen het elastiek makkelijk uit de top trekken.

Terwijl ik aan het vissen ben bedenk ik hoeveel van dit soort wateren we in ons land wel niet moeten hebben. Bij bouwprojecten zoals woningen en bedrijven wordt tegenwoordig retentiewater aangelegd; alleen al daardoor zijn er overal in ons land te midden van allerlei bebouwing sloten, vlieten en kleine vijvers te vinden.

Hartje zomer moet het hier een gekkennuis zijn.

Fantastisch! Stuk voor stuk bieden deze watertjes kans om net zo´n visrijk water te worden als dit watertje in Raamsdonksveer. Het grootste voordeel van dergelijke watertjes is de bereikbaarheid. Voor jong en oud zijn ze prima te bereiken en dat zorgt hopelijk voor nieuwe aanwas in de toekomst!

Jan vist met een heel klein beetje overdiepte zodat zijn aas altijd op de bodem ligt.

Over enkele maanden zal de visserij nóg beter zijn op plaatsen als deze, maar zelfs nu is de visserij al goed te noemen. Het is nu nog koud en halverwege maart, maar toch verzamelen we over de dag verspreid een leuk net vis. Als het wat warmer wordt kan het qua activiteit weleens storm gaan lopen!

Haak of hair?

Vandaag heb ik mijn aas op de haak geprikt, maar je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om het aas aan een hair te vissen. Je aas zit dan vlak onder de haak waardoor de hakende eigenschappen van de haak maximaal blijven. De reden waarom ik toch voor aas direct op de haak kies? Ik heb het idee dat ze het haakaas dan net wat langer vasthouden en met voorzichtig azende vis kan dat in mijn ogen net het verschil maken.

Op de haak wordt het aas met meer vertrouwen gepakt denkt Jan.

Vandaag reageerden de vissen het best op een enkele zachte 6 mm pellet op de haak, of een enkele maiskorrel. Pieren lieten ze vandaag links liggen, maar als het over een paar weken wat warmer is kan die situatie zomaar heel anders zijn!

Vergunning

De visrechten van dit watertje (Bergingsvijver Omschoorweg) in Raamsdonksveer zijn van H.S.V Ons Genoegen uit Geertruidenberg. Voor € 39 euro word je lid van deze vereniging en mag je in al haar wateren vissen. Je kunt ook een dagvergunning halen. Die kosten slechts € 5 en zijn verkrijgbaar bij Fauna Hengelsport.

Maden, pinkies en casters in topconditie deel 2

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie

In Beet – Rovers april beschreef onze witvisfluisteraar Jan van Schendel hoe hij zijn maden, pinkies en casters wedstrijdklaar maakt. Helaas is door een fout een deel van de tekst weggevallen. Om dat recht te zetten plaatsen we het artikel nu in twee delen online. In deel 2 beschrijft Jan dode maden, drijvende maden en casters.

Maden doden – hoe doe je dat?

In Nederland zie je vaak dat maden met name als haakaas worden gebruikt en dat pinkies meer als voer worden ingezet. Daarachter schuilt waarschijnlijk het principe van ‘de grote hap moet aan de haak hangen’. Op zich is daar niks mis mee, maar maden kunnen ook prima gebruikt worden in/als lokaas en pinkies kunnen een fantastisch haakaas zijn. Vooral als de te vangen vissen klein van stuk zijn.

Een probleem dat je met maden en pinken kunt hebben is dat ze wegkruipen in een zachte bodem en daardoor onvindbaar worden voor de vissen. Om dit probleem te verhelpen is het in mijn ogen het best om de maden en/of pinken eerst dood te maken voor ze te voeren. Er zijn verschillende manieren waarop je dit kunt doen. Zeker, je kunt ze invriezen. Als ze ontdooien krijgen ze alleen vrijwel meteen een bruine kleur… Niet ideaal dus.

 

Wat ik met afstand de beste manier vind is de volgende:

maden doden
Stap 1. Eerst zet je de maden/pinkies onder een lauw laagje water. Dan overgiet je ze met net niet kokend water.
maden doden
Stap 2. Zodra je ziet dat de larven zich strekken en stoppen met bewegen giet je er koud water overheen. Op deze manier behouden de maden hun natuurlijke look, maar stoppen ze met bewegen.
Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
Ook dit dode aas kan je het best bewaren (in of beter onder een laagje water) in een koelkast. Vergeet niet dat deze dode maden ook killing kunnen zijn als haakaas! In ons land zie je het nog niet zo vaak, maar in landen als Engeland en Italië is het haakaas vaker dood dan levend.

 

Het grote voordeel bij een dode made of pinkie is dat de kans op een dubbel over de weerhaak geschoven haakaas, en daardoor een verspeelde vis, vele malen kleiner is. Bovendien zien steeds meer vissers het voordeel van weerhaakloze haken bij het vissen op grote en sterke vissen. Het haakaas wordt veel minder beschadigd dan op een haak met weerhaak en bovendien blijft het wondje van een weerhaakloze haak veel kleiner in de vissenbek en juist ook dat kan voorkomen dat de vis wordt verspeeld.

 

Drijvende maden

Er zijn enkele kleine visserstrucjes die ervoor zorgen dat je onder verschillende bijzondere omstandigheden toch maximaal effectief kan vissen. De belangrijkste daarvan is absoluut het vissen met drijvende maden boven een vuile bodem.

Het is heel simpel om een made drijvend te maken. De eerste vereiste is dat de made vers moet zijn. Voor drijvende maden heb je tevens een aangepaste madendoos en bijbehorende deksel nodig. Die laatst genoemde offer je op: je knipt de binnenste helft er uit. Een deksel met een centraal gat dus. Daarna zet je een kleine hoeveelheid maden in de madendoos en zet die zo waterpas mogelijk weg. Je overgiet de maden met een kleine hoeveelheid water, precies zoveel dat de maden half in het water en half boven water kruipen. Even laten staan en klaar is kees.

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
Mijn doos voor drijvende maden met de custom made deksel.

Je zult zien dat de maden wat van het water en ook wat lucht opnemen. De maden-maag zal namelijk groter worden. Even een ‘proefmade’ in het water gooien; zodra je ziet dat die blijft drijven, dan zijn de andere maden klaar voor gebruik. Het drijfvermogen van de maden zal groter zijn of gelijk aan het gewicht van de gebruikte haak. Zo kan je ervoor zorgen dat het haakaas net boven de met rotzooi besmeurde wordt aangeboden in plaats van dat het aas tussen bijvoorbeeld wier of bladeren verdwijnt.

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
Zo zien de drijvende maden er uit. Natuurlijk even testen of ze drijven door er ééntje in het water te gooien.

 

Casters maken

Maden verpoppen op een gegeven moment. Ze kruipen weg van het licht en krimpen samen. Eerst zijn ze nog wit gekleurd en daarna worden ze (in de open lucht) steeds donkerder bruin. Een andere naam voor zo’n madenpop is caster. Nou, die casters zijn zo ongeveer het beste aas voor bijna alle vissoorten die we hier kunnen bevissen.

Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar ik weet nog dat casters als aas totaal onbekend waren. Tegenwoordig zijn ze absoluut niet meer weg te denken in het aas arsenaal van iedere witvisser. Verreweg de meeste vissers kopen hun casters en daarmee is ook zeker niks mis.

Degenen die wel hun casters zelf willen maken hebben daarvoor nodig: een ruime bak, een passende 3 en een 4 mm zeef en ook wat fijn zaagsel. Daarnaast heb je goede maden nodig die ook echt verpoppen. Er zijn tegenwoordig namelijk ook veel zogenaamde bewaarmaden verkrijgbaar en dat zijn larven van weer een andere vliegensoort. Die verpoppen amper of nooit en zijn als castermaden totaal ongeschikt!

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
Elementen om van maden casters te maken.

Het beste is om de maden te kopen wanneer ze nog vers zijn. Daarna simpelweg de maden tweemaal of zelfs drie keer per dag over de zeef laten kruipen, nadat je eerst wat fijn licht bevochtigd zaagsel aan de maden hebt toegevoegd. Ook al verpoppen de maden nog niet, toch moet je ze iedere dag zeven. Zo verwijder je alle ‘zwakke broeders’ voordat de maden beginnen te verpoppen. Verder is het heel simpel. De casters blijven op de zeef liggen en die bewaar je in een afgesloten plastic zak in de koelkast. De casters moeten niet door de mazen van de zeef vallen. Omdat maden niet altijd dezelfde grootte hebben, is soms een 3 mm en dan weer een 4 mm zeef beter geschikt.
In dit artikel heb ik alleen nog mijn licht over maden laten schijnen, maar er zijn natuurlijk nog tal van andere voor witvissers interessante aassoorten. Geen zorgen, die worden heus niet vergeten! In een vervolgartikel zal ik de nog resterende aassoorten behandelen.

 

Koelkast

Misschien is het niet haalbaar voor iedereen om een koelkast speciaal en alleen voor het visaas te kopen en gebruiken, hoewel… Waarom eigenlijk niet? Een tweedehands koelkastje hoeft helemaal niet veel te kosten en verbruikt veel minder stroom dan menigeen denkt. Als je nagaat dat de meeste aassoorten die we gebruiken niet zo goedkoop zijn, dan is het die investering eigenlijk best wel waard. Onder de streep ben je op lange termijn wellicht voordeliger uit. En alleen met een koelkast kun je jouw aas zo lang mogelijk vers houden.

 

Lees ook:

 Vissen met brood: een instant topaas

Witvis voer maken Spelen met melen: maak je eigen visvoer

5 tips om je pellets te boosten 5 tips om je pellets te boosten

Maden en pinkies in topconditie deel 1

In Beet/Rovers april een artikel van onze witvisfluisteraar Jan van Schendel over hoe hij zijn maden, pinkies en casters wedstrijdklaar maakt. Helaas is door een fout een deel van de tekst weggevallen. Om dat recht te zetten plaatsen we het artikel nu in twee delen online. 

Als wedstrijdvissers het over een ding eens zijn, dan is het wel dat het aas en voer perfect in orde moet zijn. Dit aas en voer moet er immers voor zorgen dat aangelokte vissen op de voerplaats blijven rondhangen. Uiteindelijk moet er dan een ding tussen uitspringen zodat die vissen ook echt gevangen kunnen worden: het haakaas! Zo simpel is het dus allemaal op papier.
Hoe krijg je dat aas en voer in topconditie? En misschien wel net zo belangrijk; hoe houd je het goed en hoe zet je het in? Het is heus geen raketwetenschap, maar er zijn wel enkele weetjes waar je anders misschien niet snel bij stil zou staan.

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
Pinken en casters in topvorm krijgen vergt heus geen raketwetenschap!

Vliegenlarven

Even voor alle duidelijkheid, zowel maden als pinkies zijn vliegenlarven, het grootste verschil is dat pinkies veel kleiner zijn. Het zijn simpelweg de larven van een andere, kleinere vliegensoort. Er zijn nog meer soorten vliegenlarven die interessant kunnen zijn voor ons vissers, maar in de praktijk zijn in ons land maden en pinkies de enige twee algemeen gebruikte soorten. Ik zal me dan ook alleen hierop concentreren.

“Voor je het weet kruipen die larven door de hele koelkast!”

Koud bewaren

Als je een made of een pinkie vrij zou laten rondkruipen, dan verpopt hij tot een caster. Uiteindelijk zal uit die madenpop een vlieg ontstaan. Dat gehele proces vanaf het eitjes leggen door de vlieg, het groot worden van de larve, het verpoppen ervan en het ontstaan van de uiteindelijke vlieg, wordt aangestuurd door temperatuur. Heel simpel gezegd: hoe warmer het is, des te sneller dat hele proces gaat. Als visser wil je dat dit proces zo sloom mogelijk gaat natuurlijk. Hoe langzamer dit gaat, des te langer je kunt beschikken over (verse) maden. Met bovenstaande theorie in je achterhoofd is het logisch dat er eigenlijk maar een oplossing is om dit proces te vertragen. De temperatuur laag houden! Bewaar de maden en pinken in een koelkast op een temperatuur van slechts enkele graden boven nul, dan gaan ze het langst mee.

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
De benodigdheden om de maden van zaagsel en ander vuil te ontdoen.

Grijszwarte stip

De ideale manier om maden en pinkies goed te bewaren is in een bak met een open bovenkant. Hierdoor zullen ze niet gaan zweten. Als maden vochtig worden dan gaan ze kruipen.  En dat wil je natuurlijk niet, voor je het weet kruipen die larven door de hele koelkast!
Juist om dat te voorkomen kun je maden en pinken het best in wat polenta of maisbloem bewaren, of desnoods in fijn zaagsel. Hoe minder de maden kruipen, des te langer ze vers blijven. In het ideale geval liggen die maden dus doodstil in de koelkast.

https://youtu.be/BDvRoC5l4So

Als je maden hebt gekocht… Wat dan? Bekijk hierboven hoe Jan zijn maden wedstrijdklaar maakt.

De versheid van maden is op een makkelijke manier te bepalen. Bij pinkies is het wat lastiger te zien (te klein), maar bij maden kun je perfect zien hoe vers ze zijn. Bij een verse maden zie je altijd een grijze of zwarte stip in het lichaam. Dat is de maag en die maag verdwijnt langzaam naarmate de made ouder wordt.

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
Dat grijze stipje is de maag van de made, een goede indicatie of hij vers is!

Herkenning

Waarom zijn maden en pinken eigenlijk zo’n geaccepteerd aas voor zoveel verschillende vissoorten? Heel simpel, dat komt omdat die vissoorten maden en pinkies in de natuur ook tegen komen en ze hebben dit leren kennen als aantrekkelijk voedsel.
Op ieder karkas van een dier dat sterft in de vrije natuur, maar ook bijvoorbeeld op een koeienvlaai in een weiland zullen vliegen hun eitjes leggen. Die eitjes komen uit en het karkas of de koeienvlaai vormt het voedsel voor de maden en pinkies. Ze vreten zich vol en wanneer ze volwassen zijn kruipen ze weg van het voedsel. Zodoende komen ze ook in het water terecht, want vliegen leggen hun eitjes niet alleen op het land. Ook dode eenden en vissen zijn bijvoorbeeld de klos. Heel veel vissen kennen maden als natuurlijk aas en bijna altijd is zo’n natuurlijk aas het beste om te gebruiken.

Jan van Schendel maden en pinkies voer in topconditie
In deel twee gaat Jan onder andere in op hoe je maden drijvend kunt maken!

Lees ook

Tiptop zeelt toptip van de week van Gijs Kok

Afwijkend aas voor grote blankvoorn

Tiptop toptip – zeelt met Gijs Kok

Vastgeroest in je visserij en behoefte aan nieuwe input? Nieuwe aassoorten, technieken, producten, etc? Houd de Beetsite in de gaten. Wekelijks bij ons een tiptop toptip van een specialist uit de witvis-, karper, zee- of roofvisscene. Dit keer van zeeltspecialist Gijs Kok van de Facebook groep Tinca Hunters.

zeelt met gijs kok. Tiptoptoptip van de week
Nog net voor dageraad. Zorg dat je dit moment niet mist.

Zeelt is een vis die van rust houdt. Daarom vis ik graag in de vroege morgen. Ongeveer een uur voordat het licht wordt zit ik aan het water, bouw mijn spullen op en leg ik 2 voerplekken aan. In het donker? Yes! Zodra het eerste licht aan de hemel komt zal de zeelt namelijk gaan fourageren.Als je de wekker dus een uurtje eerder zet zal dit zeker lonen!

zeelt met gijs kok. Tiptoptoptip van de week
Hoe kun je zo’n beauty nou als bijvangst rekenen?

Het is sowieso de moeite waard om eens een keer op je gemakje langs het water te lopen als het licht begint te worden. Als de zeelt ‘wakker’ wordt en naar voedsel begint te zoeken zul je ze ongetwijfeld kunnen lokaliseren door de plakkaten kleine luchtbelletjes die ze produceren als ze de bodem omwoelen.

Forceren

Hoe kun je nu forceren dat zeelt juist op jóu voerplek zal gaan azen? Door veel klein aas door je voer te mengen. Gekiemde hennep, maden/casters, mais, zorgen ervoor dat een zeelt de bodem om gaat woelen om deze kleine deeltjes te kunnen verorberen. Het (zoete) voer moet ze aanlokken, de kleine aasdeeltjes zal ze tot azen aanzetten. Een scheutje anijs door het vocht waarmee je je voer aanmaakt, en in de zomer als het water warm is een scheut Scopex, zijn ook zeker aanraders!

zeelt met gijs kok. Tiptoptoptip van de week
Kleine zoete lokvoer- en aasdeeltjes. Laat die zeelt maar scharrelen.

Als je de zeelten ziet azen op je voerplek maar ze pakken je aas niet? Niet te lang wachten, ga geen uur lang jezelf op lopen vreten van frustratie omdat ze je aas niet pakken terwijl je gek wordt van de bellenplakkaten boven je voer.. veranderen van aas! Een worm, een trosje maden, zoete mais, miniboilies, zorg dat je diverse aassoorten bij je hebt. Of je nu vist met de pen, met de feeder, de vaste stok, het maakt niet uit. Soms is een zeelt een alleseter, maar soms ook zijn ze vreselijk kieskeurig.

zeelt met gijs kok. Tiptoptoptip van de week
Het moet wel heel gek lopen wil je op dit soort wateren geen zeelt aantreffen.

Pas je aas ook aan op de seizoenen. Ik bedoel nu niet direct het soort aas, maar wel de grootte van je aas. Zo van maart tot mei klein aas. Enkele maden, een worm, een kleine mini-boilie van 8mm, als het maar niet te groot is. Als het echt warmer begint te worden en de watertemperatuur stijgt flink gebruik dan grover aas. Een trosje wormen, een flinke haak vol maden, boilies tot 15mm, geen probleem.

“In de zomer leg ik gerust voerplekken aan van 12 tot 15 flinke gaaskorven voer per voerplek!”

Begint de watertemperatuur weer te zakken zo vanaf september/oktober, ga dan weer naar klein aas. Dit geldt ook voor de hoeveelheid voer die je gebruikt om een voerplek aan te leggen. In het voor en naseizoen zijn enkele korfjes/voerballen voldoende om te starten. Maar in de zomer leg ik gerust voerplekken aan van 12 tot 15 flinke gaaskorven voer per voerplek!

zeelt met gijs kok. Tiptoptoptip van de week
Wasmotlarven, al eens geprobeerd?

Dan nog iets wat maar weinig sportvissers weten: een wat onbekendere aassoort voor zeelt zijn wasmotlarven. Deze zijn heel bekend in de forelvisserij maar witvissers hebben ze zelden bij zich.. Vooral als het water warmer wordt en de zeelt niet vies is van een flinke hap aas is dit echt een aanrader!

Gijs Kok – Tincahunters

Lees ook:

Tiptoptoptip karper-Richard Gans

Tiptoptoptip roofvis-Sander Paans

Tips voor karper haakaas

Karpers kunnen ontzettend voorzichtige vissen zijn. Zo voorzichtig zelfs dat ze aan ‘standaard’ aas aanbiedingen nauwelijks nog vangbaar lijken. Dan is het dus tijd voor wat anders! Balans, dat is het toverwoord. Uitbalanceren van het haakaas kan die haast onvangbare karpers plots tot gewillige slachtoffers maken. En dat is wat je wil natuurlijk!

 

Karperdril eindfase
Karpers kunnen lastige klanten zijn! Lees hier hoe je die slimme jongens toch een stapje voor kunt blijven.

 

SCHEEPSRECHT

Voor de derde keer al deze morgen grijp ik naar mijn hengel die rechts op de rodpod ligt. Na het zetten van de haak en een korte dril dirigeer ik een mooie schubkarper van twintig pond tussen de armen van mijn schepnet. Op mijn andere hengel heb ik deze sessie geen enkele aanbeet gehad. Natuurlijk vraag ik mezelf af waarom dit zo is, waarom staat het nu 3-0 voor rechts? Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het gekozen haakaas. Natuurlijk heb ik het hier niet over de een of andere wonderboilie, ik geloof er niet in dat die bestaan namelijk. De presentatie is gewoon net even anders dan de linkerhengel.

Schubkarper derde snowman
Voor de derde keer deze ochtend loopt dezelfde hengel af… Heus geen toeval!

 

AAS OP DE PRUTBODEM

In het water drijft de pop up boilie direct bovenop de zinkende boilie waardoor het geheel eruit ziet als een heen en weer schommelend sneeuwmannetje. Vandaar de naam snowman dus. Een snowman ziet er niet alleen goed en opvallend uit, maar hij heeft nog enkele voordelen ten opzichte van een normale bodempresentatie. Het gewicht van de zinkende boilie wordt min of meer opgeheven door de pop-up boilie. Daardoor kunnen karpers het haak aas heel gemakkelijk naar binnen zuigen. Een zo goed als gewichtsloze presentatie dus! In karperjargon wordt dit een ‘perfect uitgebalanceerde presentatie’ genoemd. Doordat het geheel in het water bijna geen gewicht heeft zal het niet wegzakken in een zachte prutbodem. Iets dat met een normale boilie wel kan gebeuren. Op die manier is een visloze sessie bijna gegarandeerd. Met een snowman presentatie zal dit onheil je bespaard blijven. De presentatie zal altijd netjes bovenop de bodem blijven liggen.

Snowman karper presentatie
Deze presentatie zal altijd netjes bovenop de prut blijven liggen!

Maar dit is slechts één voordeel, er zijn er nog meer! Omdat de snowman zoals gezegd haast geen gewicht heeft onder water zuigt een karper hem moeiteloos naar binnen. Wanneer een vis op je voerstek komt hoeft hij praktisch alleen zijn bek open te doen en het aas glijdt al naar binnen. Nog voordat de karper het goed en wel doorheeft zit de haak al in zijn onderlip geprikt en krijst de beetmelder het uit. Zo’n uitgebalanceerde presentatie is vooral geschikt in water met een hoge hengeldruk. Hier hebben karpers vaak al negatieve ervaring(en) gehad met boilies. Vaak nemen ze elke boilie afzonderlijk tussen de lippen om te beoordelen of deze veilig is of niet.

“Voor de karper het in de gaten heeft hangt de haakboilie dan al in zijn strot!”

In principe is je haakaas altijd zwaarder voor de karper om op te pakken dan de gevoerde boilies. Dit vanwege de haak die aan het balletje vast zit. Door de drijvende boilie wordt het gewicht van de haak teniet gedaan en zuigt de karper het geheel moeiteloos naar binnen. Maar je hebt dan natuurlijk wel twee boilies aan de hair hangen, wanneer je gebruik wilt maken van slechts 1 boilie kun je dezelfde presentatie verkrijgen door een zinkende en een popup boilie door midden te snijden en van beiden een helftje aan de hair te rijgen. Je rijgt dan eerst het drijvende aas op je naald en dan het zinkende. Hierdoor komt het op de juiste manier aan de hair te hangen.

 

UITGEBALANCEERD MET KURK EN LOOD

Ook wie niet met twee verschillende soorten boilies wil vissen kan toch met uitgebalanceerd aas vissen! Met wat hulpmiddelen kun je een drijvende boilie iets zwaarder maken en een zinkende boilie wat lichter. Een zinkende boilie kun je opvullen met een klein beetje kurk. Hierbij kun je handig gebruik maken van een aasboortje en kurksticks. Je doorboort de boilie met het boortje. Dan schuif je een kurkstick in het ontstane gat en knipt de stick op maat af. Hierdoor krijg je hetzelfde effect als  een snowman. Alleen dan zonder gebruik te maken van een andere boilie.

Lichtgewicht boilie voor karper
Het voordeel van een snowman presentatie, zonder dat er twee verschillende typen aas aan de hair hangen.
Uitbalanceren boilie benodigdheden
Alle benodigdheden voor het uitbalanceren van boilies op een rijtje!

Ook een pop-up boilie kun je uitbalanceren. In tegenstelling tot de bodemboilie zul je een pop up iets moeten verzwaren om hem te laten zinken. Dit kun je doen met behulp van een loodhagel. Eerst boor je een klein holletje in de pop up. Vervolgens rijg je de pop up op de hair. Laat het holletje richting de haak wijzen. Vervolgens knijp je het loodhageltje op de hair en schuif je hem in de pop up. Nu is je montage klaar om vis te vangen!

Pop up boilie uitbalanceren karper
Ook pop up boilies kun je uitbalanceren.
Pop up uitbalanceren karper beet knijplood
Door een loodhageltje in de pop up te verstoppen is deze pop up boilie nu heel langzaam zinkend.

 

EXTRA TIP

Wie geen waardevolle vistijd wil verkwanselen met het in elkaar knutselen van aasjes kan ook voor de snelle, gemakkelijke manier kiezen. In jouw lokale viswinkel kun je potjes met zogenaamde 50/50 hookbaits van (bijvoorbeeld) Dynamite Baits kopen. Deze zitten perfect uitgebalanceerd verpakt in een potje. Klaar om te vissen!

kant-en-klaar uitgebalanceerd haak aas karper
Wie geen zin heeft om te knutselen kan ook naar de hengelsportzaak om kant-en-klaar uitgebalanceerd haak aas te kopen.

Lees ook:

 Karpervissen in de winter

5 tips om je pellets te boosten

5 tips om je pellets te boosten

Pellets oefenen niet alleen op karper een magische aantrekkingskracht uit. Ook brasem, kopvoorn, blankvoorn en barbeel prikken graag een vorkje mee. Toch is het mogelijk om dit, van zichzelf al goede aasje, extra aantrekkelijk te maken! Wij geven 5 tips om je pellets te boosten.

 

TIP 1: pellets dippen

Karpervissers zijn over het algemeen wel bekend met het fenomeen dippen. Zij dippen hun boilies vaak om ze aantrekkelijker te maken. Met pellets kan dit ook! Met behulp van een dip kun je de smaak van de pellet net wat veranderen. Zo zijn in kaasdip gedoopte maïspellets uitermate geschikt voor het vangen van barbeel en kopvoorn. Diezelfde pellet maar dan gedoopt in een scopex sausje zal hoofdzakelijk dikke brasem op de kant brengen; ook zoete smaken zoals tuttifrutti en aardbei zijn erg goede brasemverleiders.

5 tips om je pellets te boosten
Net als boilies kun je pellets ook prima dippen.

 

TIP 2: pellets sprayen

Behalve dippen kun je pellets ook erg goed behandelen met loksprays. Een spraytje over de pellet geeft direct het gewenste effect. Met dips worden vaak alleen de haakaasjes aangepakt, maar sprayen is ook ideaal om direct een grotere hoeveelheid aas te behandelen met een welriekend laagje. Net als de dips zijn de sprays ook verkrijgbaar bij de betere hengelsportzaken. Vaak staat op het flesje wel voor welke vissoort het bedoeld is, dit klopt natuurlijk lang niet altijd. Wel is het zo dat bepaalde vissoorten een voorkeur hebben voor bepaalde smaken. Wie het op grote voorn gemunt heeft moet bijvoorbeeld honing maar eens uitproberen.

5 tips om je pellets te boosten
Met een spray kun je een pellet een bijzonder geurtje meegeven.

 

TIP 3: pellets en liquids

Liquids als de Aromix van Sensas of de Liquids van Mondial zijn erg geschikt om grotere hoeveelheden aas mee op te smukken. Hierdoor nemen je vangkansen zienderogen toe. Wel is het belangrijk dat wanneer je dit met grote hoeveelheden aas doet, je deze ook snel voert. Anders lossen de pellets namelijk al een beetje op. Sommige      brasemvissers doen dit bewust, zij maken een deegje waarmee ze gaan vissen. Ze kneden een hompje deeg om hun lood en hangen een zachte pellet aan de haak. Deze pellet maken ze zacht met behulp van een vacuümpomp. Deze zorgt ervoor dat de structuur van de pellet veel meer open wordt waardoor alle lokstoffen sneller met het water meegevoerd worden.

5 tips om je pellets te boosten
Deze brasem ging voor de bijl. Een pellet met een scopex lokstof was de boosdoener.

 

TIP 4: pellets poederen

Ook lokstoffen in poedervorm kunnen ingezet worden om de pellets geheel naar eigen inzicht te personaliseren. Alleen heb je hiervoor een hulpmiddel nodig, namelijk een beetje olie. De behandeling gaat dan als volgt: giet een eetlepel olie (bijvoorbeeld maïs- of zonnebloemolie) over 100 gram pellets en strooi een goedgevulde lepel met poederlokstof over de pellets. Door de olie trekt het poeder in de pellets, op die manier kun je niet alleen de smaak, maar ook de kleur van de pellets veranderen. Wel moet ik erbij vertellen dat het aanpassen van de kleur alleen werkt bij pellets die van zichzelf een lichte kleur hebben.

5 tips om je pellets te boosten
Stap 1. Om pellets te kleuren giet je een eetlepeltje olie over je pellets, laat dat eventjes intrekken en bestrooit ze dan met de lokstof naar keuze. Nu trekt de lokstof goed in de pellets.
5 tips om je pellets te boosten
Stap 2. Met gekleurde poederlokstoffen kun je vooral de lichtgekleurde maïspellets goed kleuren.

 

TIP 5: combinaties

Een andere goede tuningtip is het combineren van verschillende soorten haakaas. Naast de pellet die in een elastiekje hangt, een ander aasje op de haak te prikken. Dat kan bijvoorbeeld een maïskorrel, made of een worm zijn. Deze tip is goud waard, hij heeft mij vele vissen opgeleverd.

5 tips om je pellets te boosten
Een gouden combinatie: een pellet-maïskorrel combi.

 

Lees ook:

Witvis voer maken Een witvis voer maken: spelen met melen

 Anders met brood: een instant super aas

5X alternatief aas voor karper

Alternatief aas

Zelfhaak montages, karpers en boilies… Onlosmakelijk zijn ze met elkaar verbonden. Het is dan ook een winnend team gebleken! Maar om nou dwangmatig iedere gekochte kogel aan een hair te rijgen gaat net wat te ver. Echter, onder sommige omstandigheden scoort alternatief aas beter dan boilies, daarom vijf alternatieven op een rij.

 

Alternatief aas nr 1: mini salami 

Als klein vissertje kende ik de kracht van vlees al. Menigmaal heb ik een lijntje nat gemaakt met als aas een bi-fi worstje. Vele brasems en andere witvis vonden hiermee hun weg naar mijn schepnet. Niet alleen witvis hebben graag vlees, karpers zijn er ook bepaald niet vies van! Deze kleine salamiworstjes hebben een sterke geur en smaak, en zijn behoorlijk zout. Hierdoor zijn ze enorm attractief voor karper. Met een klein mesje kun je een stukje in elke grootte afsnijden en op je onderlijn rijgen. Of je het worstje in de lengte, of breedte op de hair rijgt is een kwestie van smaak; beide werkt. Zelf heb ik wel een voorkeur voor het beazen in de breedterichting, het huidje van deze worsten is redelijk taai waardoor een stoppertje goed blijft zitten en je aas dus niet zomaar van de hair valt.

Alternatief aas

 

Alternatief aas nr 2: gnocchi 

Gnocchi is een Italiaans deeg wat van aardappelen, griesmeel en eieren gemaakt wordt. In de gekoelde afdeling van de beter gesorteerde supermarkten kun je dit spul zeker weten vinden. Terwijl ik door de supermarkt liep dacht ik: ‘Waarom niet eens op de Italiaanse toer?’ Deze taaie deegklompjes zijn goed aan de hair te bevestigen, wel zeker ik ze altijd met pellet stops in plaats van met normale stoppers. Deze bieden net wat meer houvast zodat ik zeker weet dat deze Italiaanse lekkernij aan mijn hair blijft hangen.

Alternatief aas

 

Alternatief aas nr 3: rozijnen

Gedroogde druiven, pruimen of andere soorten fruit. Beter bekend als rozijnen, zijn een enorm goed aas. Onder witvissers is het in elk geval al langer bekend als een echte vanger. Op lastige wateren kan dit aas weleens de sleutel tot succes zijn! Het enige nadeel is dat ze behoorlijk witvisgevoelig zijn. Daarom bied ik ze aan met een dubbele hair, een beste witvis die dat hele hapje weggewerkt krijgt! Tijdens het beazen moet je er rekening mee houden dat rozijnen in het water opzwellen, daarom laat je het best nog wat ruimte over tussen de bovenkant van de hair en -in mijn geval- de rigring. Het kan namelijk gebeuren dat de haakpunt in een rozijn prikt, hierdoor functioneert je rig niet meer en daar zitten we natuurlijk niet op te wachten.

Alternatief aas

 

Alternatief aas nr 4: aardappel

Die goeie ouwe aardappel is uitermate geschikt als haakaas en jawel, ook op de hair! Ik heb voornamelijk met aardappeltjes uit een potje gevist, puur uit gemakzucht. Deze kun je immers rechtstreeks uit het potje aan je hair schuiven. Of, nou ja, rechtstreeks, je moet ze eerst wat bijsnijden. Vaak zijn de aardappeltjes net wat te groot om als haakaas te dienen, maar na het nodige snijwerk zijn het perfecte aasjes. Ook bij dit aas geldt, gebruik pellet stops voor meer houvast!

Alternatief aas

 

Alternatief aas nr 5: kidney Bonen

Persoonlijk vind ik kidneybonen nog beter dan blikmaïs! Ze zijn iets groter en worden wat minder vaak gebruikt dan maïskorrels. De meeste vissen hebben nog nooit kennis gemaakt met deze dieprode bonen. Een schrikreactie blijft vaak ook uit. Ook deze aasjes laten zich goed aan een hair vissen. Ik rijg meestal vier tot zes bonen op de hair. Een nadeel is dat de hair door de huid van de kidneybonen kan snijden. Op een water met veel witvis zijn kidneybonen daarom niet de meest ideale aaskeuze.

 

Extra tips en tricks

Alternatief aas

Wie zijn gnocchi nog wat wil oppeppen kan ervoor kiezen om ze ’s nachts te weken in bijvoorbeeld het sap van ingeblikte tonijn. De oliën trekken in het deeg en zorgen voor een langdurige aanlokkende werking onder water.

Alternatief aas

Met een beetje creativiteit kom je letterlijk een heel eind! Natuurlijk is het lastig om kleine voedselitems als rozijnen of bonen op lange afstand te voeren, gelukkig vind je ook hier een oplossing voor in de supermarkt. Paneermeel! Maak ballen van paneermeel, kneed hier rozijnen en/of bonen in en je kunt ze wel op lange afstand voeren. In de oeverzone is voeren met dergelijke aasjes natuurlijk geen probleem. Neem bijvoorbeeld allerlei soorten pasta. Deze zijn prima met een voerschep recht onder de kant te voeren!

 

Lees verder:

Groot, karper, winter, vissen, vangst, Karpervissen in de winter: hoe pak je dat aan?

Witvissen in Amsterdam

JAN VAN SCHENDEL – Al jarenlang heb ik de wens om ooit eens te vissen in onze hoofdstad, Amsterdam. Ik heb al zo vaak gehoord dat het daar overal vol zit met vis. En ik geloof het van harte. Zoveel singels en grachten en alles staat in open verbinding met het IJ. In theorie echt ideaal dus! Nooit eerder kwam het ervan, maar nu dus wel.

‘Dat heb ik weer’. De visdag is eindelijk zo ver, krijgen we precies de nacht ervoor te maken met een venijnige vorst Op verschillende plekken in ons land vriest het de nacht 10 graden en om eerlijk te zijn heb ik grote vraagtekens of mijn dobber wel water gaat raken. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat het water helemaal dicht ligt, zeker na wat ik onderweg gezien heb. Een hoop andere wateren waren helemaal dichtgevroren.

https://www.youtube.com/watch?v=qb1jze8lURg

Gegroepeerd hoofdlood met daaronder 2 valloodjes, die iets uit elkaar geplaatst zijn.
De druppelvormige 0,75 grams dobber is een prima en gevoelige allrounder.

 Kristal

Ik was al ruim op tijd bij de Da Costalaan aanwezig en er was werkelijk geen kristalletje ijs te zien. Een dikke meevaller dus. Zo zie je maar dat de watertemperatuur op dit soort beschutte plaatsen iets hoger is. En juist daardoor is daar in dit koude jaargetijde vaak vis te vangen! De omstandigheden zijn werkelijk prachtig: weinig wind en volop zon.

Wanneer ik het later probeer met wormen op baars vang ik ineens een mooie wintervoorn. Zo gek kan het lopen.

Ik heb vooraf geen enkel idee over de te verwachten visserij. Maar dat is geen probleem, ik heb gewoon alles meegenomen, zelfs mijn feederhengels. Meteen nadat ik het water heb gezien moet ik denken aan de Rotte in Rotterdam. Precies dezelfde omstandigheden zo op het eerste oog. Nadat ik heb gepeild blijkt het hier, met bijna twee en een halve meter diepte, alleen iets dieper te zijn. Ideaal!

Alsnog wat baarzen op de worm.

Dun

Onder dit soort omstandigheden gebruik ik altijd dezelfde dobbers, een beetje een ‘langgerekt’ bolletje dat heel subtiel vist maar waarmee je ook uit de voeten kan wanneer er wat waterbeweging is. Het water is redelijk helder en ik besluit om niet al te dik te vissen. Een 10/00 hoofdlijn met daaronder een 08/00 onderlijn lijken ideaal voor vandaag. Een 0,75 grams dobbertje is meer dan zwaar genoeg. Het water trekt iets heen en weer, waarschijnlijk door de invloed van voorbij varende schepen op het IJ.

Mijn favoriete aas, casters.

Ik heb geen idee of er voorn of brasem te vangen is en bij dat soort omstandigheden heb ik al verschillende keren met succes Van den Eynde Supercrack Voorn Zwart gebruikt als lokaas. Dat leek me dan ook de beste keuze voor vandaag. Zwaar en bindend genoeg voor deze omstandigheden en ook donker genoeg om geen al te groot contrast te krijgen met de donkere bodem.

“Maden lijken me het meest waarschijnlijke aas maar ik heb ook meer dan genoeg casters en wormen meegenomen.”

Ik heb bovendien alle opties open gehouden qua aas. Maden lijken me het meest waarschijnlijke aas maar ik heb ook meer dan genoeg casters en wormen meegenomen. Zo kan ik inspelen op wat de onderwaterwereld maar wil!

Schraal en weinig voer als het koud is.

Een voorzichtige aanpak lijkt me vandaag de meest logische keuze. Ik werp in het begin van de sessie zo’n acht voerbollen met daarin een handvol casters en wat maden. Geknipte wormen kan ik eventueel altijd later nog bijvoeren. Ik kijk, voordat ik begin te vissen, eerst nog eens om me heen en besef meteen dat dit toch wel een aparte en unieke locatie is. Recht voor me de Jordaan en op misschien 2 kilometer het centrum van onze hoofdstad. Prachtig!

Onder deze omstandigheden moet je blij zijn met enkele platten.

Vraagtekens

Het water ligt er zo mooi bij dat het me niks zou verbazen als de dobber meteen bij de eerste inzet onder water zou verdwijnen, maar dat gebeurt nu niet bepaald. De eerste aanbeet laat uiteindelijk behoorlijk lang op zich wachten. Zo lang zelfs dat ik een moment heb getwijfeld of er wel vis boven water zou gaan komen. Niet vreemd ook bij deze omstandigheden. Het is misschien over de gehele dag gezien net een paar uurtjes boven het vriespunt geweest.

Ook eens vissen in Amsterdam down town, kijk eens rond op bookahouseboat van Juul Steyn (links op foto).

De eerste aanbeet resulteert in een flinke brasem, ruim boven de kilo, even later gevolgd door een tweede, iets kleinere brasem. Als je normaal gesproken kort achter elkaar twee van dergelijke vissen vangt dan zitten er absoluut meer. Het gekke is dat ik hierna heel lang geen aanbeet meer krijg. Ik had, pal tegen de woonark, nog een tweede voerplek gemaakt waar ik bovendien wat geknipte wormen gevoerd heb.

“Ik snap niets van deze puzzel en krijg de stukjes ook niet op de goede plaats.”

De diepte is hier hetzelfde, maar misschien vinden de vissen hier beschutting tegen dit koude weer. Maar helaas, ook hier krijg ik geen beet.  Ik snap niets van deze puzzel en krijg de stukjes ook niet op de goede plaats. Ik besluit nog wat bij te voeren, ook op langere afstand.

Wat ik ook doe, geen enkele aanbeet totdat uit het niets de dobber verdwijnt en ik een baars vang. Elke logica ontbreekt vandaag. Uiteindelijk vang ik nog enkele baarzen en zelfs nog een voorn terwijl ik juist toen met wormen op de haak ging vissen.

Ontdekken

Al met al is dit zeker een leuke en uitdagende visdag geweest op een meer dan schitterende locatie. Wat zou ik hier graag nog eens terug keren bij wat warmere temperaturen!

Desnoods vis je vanuit het keukenraam.

Ik ben er absoluut van overtuigd dat hier soms heel veel vis te vangen is. Zo zonde dat het net nu zo koud moet zijn, maar goed. In deze tijd van het jaar kan zoiets natuurlijk altijd gebeuren.

“Ik hoef niet altijd een vol net vis te vangen, integendeel.”

Geen probleem, ik heb een hele dag kunnen zoeken naar allerlei mogelijke dingen die de visserij kunnen verbeteren en zo was een en ander zeker interessant. Ik hoef niet altijd een vol net vis te vangen, integendeel. Soms is dat zoeken, peuteren en ontdekken juist veel leuker.

 

Drie feedermontages voor witvis

Feeder montage
Bij de lusmontage glijdt de korf in een 20 tot 30 centimeter lange lus.

Michael Zammataro behoort tot een van Europa’s beste feedervissers. Met zijn team bereikt hij tijdens wedstrijden vaak het podium. Zijn resultaten zijn daarbij terug te voeren op de in dit artikel beschreven drie feedermontages.

De schuivende montage

De eenvoudigste montage bij het feedervissen is de schuivende montage. Deze bestaat uit een voerkorf die door middel van een wartelconnector over de hoofdlijn glijdt. Aan het uiteinde van de hoofdlijn knoop je de onderlijn. Na de wartelconnector wordt een langwerpige lijnstopper op de lijn geschoven, deze moet zeer stroef over de lijn schuiven. Omdat er tijdens het feedervissen met zware korven geworpen wordt, moet de lijnstopper gezekerd worden met een stuitje, zodat het geheel niet tegen de microwartel schuift die aan het uiteinde van de hoofdlijn geknoopt wordt. Het stuitje knoopt Michael met speciaal stuitjesmateriaal op de hoofdlijn. De afstand tussen de microwartel en het stuitje bedraagt ongeveer 20 centimeter.

Feeder montage
De voerkorf glijdt aan een wartelconnector vrij over de hoofdlijn.

Het voordeel van de schuivende montage bestaat eruit dat de vis eerst zonder weerstand te voelen het aas op kan pakken en ermee weg kan zwemmen, totdat de feedertop de aanbeet signaleert. De vis heeft zo een speelruimte van circa een meter en het aas compleet in de bek wanneer de top de aanbeet weergeeft. Nog een voordeel van deze montage ligt in het feit dat de vis zich bij lijnbreuk weer van de voerkorf kan bevrijden. Om die reden ben je bij diverse landelijke en internationale viswedstrijden ook verplicht om dit type montage te gebruiken.

LEES OOK: | 12 TIPS VOOR HET FEEDERVISSEN IN DE WINTER

De lusmontage

Michaels tweede succesmontage is de lusmontage. Bij het gebruik hiervan glijdt de korf in een ongeveer 20 tot 30 centimeter lange lus. De vis kan hierbij zonder veel weerstand te voelen het aas oppakken en ermee wegzwemmen, ze wordt echter na hoogstens 30 centimeter gestopt door het gewicht van de voerkorf, wanneer de korf bij het einde van de lus aanbeland is. Door het gewicht van de voerkorf zal de vis zichzelf haken, de montage functioneert min of meer hetzelfde als een vastloodmontage bij het karpervissen. Ook bij de lusmontage let Michael er op dat er zich onder de lus nog een stuk lijn van circa 20 centimeter lengte bevindt.

Feeder montage
Bij de lusmontage glijdt de korf in een 20 tot 30 centimeter lange lus.

De montage is het eenvoudigst te maken door eerst een 50 centimeter lange lus in de hoofdlijn of voorslag te maken. In die eerste lus wordt dan in het onderste gedeelte een tweede, kleinere lus geknoopt. Wanneer deze lus doorgeknipt wordt, dan heb je een stuk lijn van circa 20 centimeter waaraan de microwartel geknoopt wordt. Aan de microwartel komt de onderlijn met de haak. De lusmontage wordt vooral gebruikt bij het vissen op brasem, ze kan zowel op stilstaand als op stromend water gebruikt worden.

LEES OOK : | WELKE HAAK GEBRUIK JE VOOR HET FEEDERVISSEN

De zijlijnmontage

Bij het feedervissen op kleinere vis geeft Michael de voorkeur aan een montage met een vaste zijlijn. De zijlijn maakt hij door het uiteinde van de lijn dubbel te nemen, waarbij hij de lijn simpelweg in elkaar twist. Michael houdt hierbij een uiteinde van de lijn vast, het andere gedeelte twist hij zo lang totdat er een strak in elkaar gedraaid gedeelte ontstaat. Bij een lengte van 15 tot 20 centimeter wordt de in elkaar getwiste lijn gezekerd met behulp van een achtknoop. Dit getwiste gedeelte is aanzienlijk stijver dan de rest van de lijn en voorkomt het in de war raken. Het afstaande stuk lijn kort Michael in tot een lengte van tien of twaalf centimeter en aan dit uiteinde knoopt hij weer een microwartel waaraan later de onderlijn bevestigd wordt.

Feeder montage
De in elkaar gedraaide lijn plus de afstaande zijlijn zorgen ervoor dat deze montage niet snel in de war raakt.

Ook bij deze montage heb je te maken met een zelfhaakeffect, wanneer de vis bij het wegzwemmen met het aas op het gewicht van de voerkorf stuit. De zijlijnmontage is zeer gevoelig. De aanbeten worden rechtstreeks op de feedertop overgebracht. Michael vist met deze montage graag op blankvoorns. Door de zijlijn komt het aas bij een lichte onderstroming wat omhoog van de bodem.

Feeder montage
Feederexpert Michael Zammataro richt zich bij het vissen met de voerkorf vooral op brasems van dit mooie formaat.

BEKIJK : | VOORDELIGE FEEDERHENGELS

LEES OOK: | WELKE MOLEN VOOR HET FEEDERVISSEN

LEES OOK: | HOE VOER JE EEN STEK AAN BIJ HET FEEDERVISSEN

 

 

 

 

Tiptop toptip van de week

Vastgeroest in je visserij en behoefte aan nieuwe input? Nieuwe aassoorten, technieken, producten, etc? Houd de Beetsite in de gaten. Wekelijks bij ons een tiptop toptip van een specialist uit de witvis-, karper, zee- of roofvisscene. Dit keer van roofvisspecialist Sander Paans van Rozemeijer.

Nog heel eventjes en wij worden als roofvissers gedwongen om voor even de kunstaasbakken dicht te laten, de verplichte rusttijd komt met rasse schreden naderbij. Die laatste weken staan altijd garant voor mooie vissen en bij mij de laatste twee jaar vaak in het teken van grote baarzen en snoekbaarzen. De watertemperatuur loopt momenteel erg achter, begin maart lag ik met mijn bellyboat in het water met een watertemperatuur van 1 graden. Normaal ligt dat al hoger in deze tijd van het jaar. De komende twee weken belooft de temperatuur te gaan stijgen en daarmee zal de temperatuur van het water langzaam aan gaan oplopen.

Roofvis op het ondiepe

Dit is het moment dat de witvis de ondiepe plekken weer gaat opzoeken en zich te goed doet aan het kleine onderwaterleven dat door het lentezonnetje weer wakker wordt geschud. Ook de roofvis weet dit maar al te goed en gaat de ondiepe platen op, zich voorbereidend op de paai. En voorbereiden voor de paai houdt ook in dat er gevreten moet worden. Nu zijn de grote baarzen op hun mooist, vol van kleur en tonnetje rond. Beter kan het niet worden.

Snoekbaars shad jiggen sander paans
Ook de snoekbaars komt nu ondieper te liggen.

De aanpak die mij het meeste succes heeft opgeleverd is die met shads, werpend met een loodkop. Pak deze niet te zwaar en kies het gewicht afhankelijk van de omstandigheden. Probeer zo licht mogelijk te vissen, maar wel contact te houden. Als het even kan vis ik met kopjes van rond de 7 gram en naar gelang het harder waait of stroomt wordt dit verhoogt naar 15 gram.
De afgelopen weken heb ik erg goed gevangen op kleinere shadjes en dan met name de 9 cm Westin Shad Teez in de kleur Bass Orange, een bruin/witte shad met een rood staartje. Een geweldig mooi aasje met een verleidelijke actie voor grote baars. Voordeel van de kleinere shadjes is dat er geen stinger nodig is, alleen de jigkop is genoeg. Shads tussen de 9 en 12 cm hebben mijn voorkeur, zijn ze groter dan 10 cm dan kies ik vaak wel voor een extra stinger. Is het water helder, dan kies ik vaak voor een natuurlijke kleur. In troebel water mag er best een fel kleurtje gebruikt worden.

Snoekbaars shad jiggend sander paans
Vissen met een loodkopje heeft nu mijn voorkeur.

Denk nu niet dat alleen de baarzen hun heil ondieper zoeken, ook snoek en snoekbaars gaat graag de ondiepte op. Vanwege de snoek is het daarom raadzaam een staaldraadje te monteren, er zijn al genoeg grote snoeken gevangen op kleine shadjes. Vanwege de oplopende temperaturen begint er onder water van alles te leven en te krioelen. Misschien is dat wel juist de reden dat kreeftachtige softbaits in deze periode ook heel goed kunnen werken. Vis ze met een Carolina/Texasrig of juist met een Cheburaska montage, in ieder geval rustig over de bodem met kleine hupjes en je zult versteld staan vande aanbeten.

grote baars, jiggen, voorjaar sander paans
De baarzen zijn nu tonnetjerond. Prime time!

Pak nu je kans nog even voordat het seizoen er weer op zit. De vissen zijn op z’n mooist en de aanbeten het hardst. Zet ‘m op de laatste dagen en succes met het wachten tot de opening!

In Karper 110… ‘out of the box’ denken!

Op wateren waar de karpers het hele jaar onder druk staan zal je toch echt met een goed plan moeten komen, zal je soms ‘out of the box’ moeten denken…

Ernesto Kamminga is zo iemand die heel goed nadenkt over zijn visserij in alle facetten. Van aasaanbieding tot rigs, maar vooral toch heel goed en bewust nadenkt over zijn aanpak en strategie. Niets gebeurt zomaar… Dat blijkt eens te meer uit zijn artikel ‘Weerspiegelingen’ over zijn (voorjaars)aanpak op een klein, drukbevist water.

Frank Warwick is misschien wel het beste voorbeeld van een visser die ‘out of the box’ denkt, die eigengereid zijn eigen gang gaat om op die manier tot verrassende inzichten te komen. In dit nummer een tweeluik ‘Aasverslaving’ van hem over zijn continue zoektocht naar het ultieme ‘wonderaas’, al weet hij als geen ander dat dat niet bestaat… Uitermate inspirerend om te lezen!

Iemand die ook graag naast de lijntjes piest is Rolf Bouman. Rolf is iemand met een uitgesproken mening die hij niet onder stoelen of banken steekt. Meer een vissende schrijver, dan een schrijvende visser. In dit nummer de eerste bijdrage van ‘Rolfs KRONKELS’ waarin hij de oplossing bij zichzelf zoekt. Dat zouden meer karpervissers moeten doen!

Verder in karper 110: een artikel van Andy Macgregor over de karpervisserij in Spanje die volop in beweging is… en waar meer en meer hele grote, wilde karpers worden gevangen, die groot gegroeid zijn op een natuurlijk voedsel. Wetenschapsjournalist Arno van’t Hoog onderzoekt of het reëel is dat we over 50 kg+, of zelfs 60 kg+ karpers dromen. Mark Bartlett laat zien dat zigs heel effectief zijn in deze tijd van het jaar en Chamel Keen verhaalt over zijn Randmerenobsessie.

 

Dit en nog veel meer in Karper 110 die donderdag 15 maart de winkel ligt. Direct online bestellen in onze shop

Op brasem vissen met pellet cones

Pellet cone

Dat de ‘pellet cone’ is in oorsprong ontwikkeld voor gebruik met pellets. Maar in plaats van geweekte pellets kun je ook lokvoer in de cone persen. Zo ontstaat een goede methode om brasem te vangen, deze vissoort is immers verzot op lokvoer. met de vanuit Engeland overgewaaide pellet cones is het mogelijk om je haakaas werkelijk tussen het voer te presenteren.

 

Zo werkt de pellet cone met grondvoer

De pellet cones zijn gemaakt van plastic, cilindervormig en ontwikkeld om geweekte pellets in samen te drukken. Maar ook lokvoer laat zich in de cones prima tot een cilinder persen, hoe het werkt? Het samengeperste lokvoer bevindt zich in de cone, steek een aasnaald door het voer, rijg deze op de onderlijn (met aan uiteinde een lus) en laat het voer zakken tot aan de haak. Verwijder de plastic cone en hang de lus van de onderlijn in de montage. Het voer is zo stevig aangeperst dat het zich makkelijk laat werpen zonder uit elkaar te vallen. Op de bodem van het water valt het voer binnen enkele minuten uit elkaar en zo ontstaat een presentatie waarbij het haakaas is omgeven door lokvoer.

Pellet cone
Aan het einde van de visdag is dit het resultaat: een toch niet onverdienstelijk net brasem!

 

Een goede combi met opvallend haakaas

Omdat het haakaas gedeeltelijk ligt bedolven onder het lokvoer kun je gebruik maken van een opvallend haakaas, bijvoorbeeld een oranje mini boilie. De boilie wordt bevestigd op de hair, maar ook de haak (maat 10 of 8) wordt voorzien van een paar lekkere maden. Een ideale combinatie voor brasems. De montage is voor de rest heel simpel, een 18/00 onderlijn. Op de hoofdlijn bevindt zich een schuivend 20 gram zwaar wartellood middels zijlijn. Aan het einde van de hoofdlijn knoop je een speldwartel waarin de lus van de onderlijn komt te hangen.

Pellet cone
Een opvallend haakaas: op de haak zijn een paar maden geprikt en op de hair is een miniboilie geregen.

 

Pellet Cones met grondvoer – stap voor stap in beeld!

Pellet cone
Pellet Cones, zoals deze van Guru, zijn vaak verkrijgbaar in verschillende formaten. Voor de montage heb je ook een aasnaald nodig.

 

Pellet cone
Vul de cone met het lokvoer.

 

Pellet cone

Druk het voer stevig aan.

 

Pellet cone

Pak de aasnaald en steek deze door het lokvoer en de cone heen.

 

Pellet cone

Plaats de lus van de onderlijn achter het haakje van de aasnaald en schuif de gevulde cone op de onderlijn. Verwijder de cone en hang de onderlijn in de speldwartel van de montage.

Pellet cone

De montage is gereed om in te werpen. Duidelijk zichtbaar is het schuivende wartellood aan een zijlijntje.

 

Lees ook:

Witvis voer maken Een witvis voer maken: spelen met melen

 Anders met brood: een instant super aas

De mooiste wintervisserij

Dit wordt de eerste column van Jan van Schendel in een hopelijk hele lange reeks. Gemiddeld komt deze zo’n twee keer per maand op deze website te staan. We geven het woord aan Jan: “Het is mijn idee om allerlei verschillende actuele dingetjes te gaan beschrijven waarmee ik te maken krijg in mijn ‘vis- en vissersleven’. De ene keer zal het gaan over geviste wedstrijden maar net zo goed zal ik wel eens dingen beschrijven die te maken hebben met de Internationale wedstrijdvisserij en met name de Internationale hengelkampioenschappen zoals Wereld- en Europese kampioenschappen.”

 

De wintervisserij is bijna afgelopen

Op het moment dat ik dit schrijf zitten we precies in de periode dat de wintervisserij ophoudt en dat het nieuwe wedstrijdseizoen begint. Afgelopen zondag werd de eerste wedstrijd gevist van de 4-Daagse van John Kooy Hengelsport. Traditioneel het begin van het nieuwe wedstrijdseizoen. Ik heb nog geen uitslag gezien, maar ik begreep dat er, zoals eigenlijk ieder jaar, nog niet super is gevangen.

Column Jan
Het ijs is ook maar nog net van het water af.

Dat is ook niet meer dan logisch. Het ijs is nog maar net van het water af. Toch zijn er altijd uitschieters. Van wat ik heb gehoord is het in vergelijking met andere jaren in elk geval niet minder geweest qua vangsten.

 

Jan, je hebt best nog veel wedstrijden gevist

Zelf viste ik afgelopen zondag mijn 47e wedstrijd van deze winter. Daar komen nu nog twee havenwedstrijden bij in de komende 14 dagen, dat maakt in totaal dat ik deze winter 49 wedstrijden gevist zal hebben. Tel daar nog de 17 wedstrijden bij op die ik van maart 2017 tot begin december 2017 viste en je komt op een totaal van 66 wedstrijden. Verbazingwekkend veel!

Column Jan
De teller stopt deze winter op 49 wedstrijden, dat zijn er best veel!

Sinds ik als een van de coaches betrokken ben bij zo’n beetje alle wedstrijden van onze Nationale teams staat dat coachen namelijk absoluut op nummer één en vis ik uitsluitend als er geen nationale wedstrijden zijn. Het aantal van nu staat absoluut niet in verhouding tot het aantal wedstrijden dat ik vroeger viste. Tegenwoordig zijn het bovendien vooral kleinere wedstrijden. De wedstrijden die ik viste op karpervijvers zijn sowieso altijd klein van omvang. De meeste winterwedstrijden hebben ook zeker geen gigantische deelnemersaantallen. In Drimmelen, de haven waar ik het meest heb gevist afgelopen winter, valt dat dan weer mee. Er werd daar goed gevangen en dan heb je zomaar 30 vissers op de steigers. Soms zelfs nog iets meer!

 

Afgelopen winter heb ik goed gevangen

De afgelopen winter was echt fantastisch. Het is lang geleden dat ik zoveel vis heb gevangen. Zeker in Drimmelen was de visserij ronduit geweldig met bijna iedere wedstrijd minimaal 10 kilo voor de winnaar. En soms zelfs nog aanmerkelijk meer. En dat in drie uurtjes vissen. De vissen zijn daar bovendien gemiddeld niet zo groot dus je moet echt wel een groot aantal vissen vangen voor een dergelijk gewicht. Prachtig!

Jan van Schendel wedstrijd Twan Swart
Drimmelen was fantastisch dit jaar. Dat kan Twan Swart ook beamen, samen visten we er een goede koppelwedstrijd.

 

De visserij in Huizen was matig

Op de een of andere manier komen de vissen daar gewoon niet meer de haven in en ik hoor van de vele roofvissers dat er daar net buiten de haveningang volop vis rondzwemt. Ik denk echt dat de vissen daar de haveningang niet meer kunnen vinden. Als je tijdens de zomermaanden in zuidelijke richting over de Stichtse Brug rijdt op de A27 dan lijkt het wel of je tegen een grasveld aankijkt. Een en al wier en waterplanten. Ik kan me voorstellen dat dit de zoektocht naar de ingang van de haven bemoeilijkt voor de witvis. Die planten bieden dan weer wel bescherming tegen de watervogels maar goed, ze komen dus niet meer de haven in. Er zit nog wel vis in de haven maar het stukje waar ze nog zitten is nu veel kleiner en er zijn nog maar amper grotere voorns bij.

Haven huizen winter vissen Jan van Schendel witvis
Gek genoeg was het in de haven van Huizen iets minder dit jaar, alhoewel… Zo gek is dat ook weer niet.

 

Wintervissen vind ik het mooiste wat er is

Huizen is dan een negatieve uitzondering maar verder wordt er op heel veel plekken goed gevangen. Elburg, Harderwijk, Werkendam, Drimmelen en ook heel wat plaatsen in het noorden en oosten van ons land, allemaal plaatsen waar best goed gevangen is. Dan is dat wintervissen wat mij betreft echt de mooiste visserij die er is!

Jan van Schendel Haastrecht Beet
Binnenkort gaan mijn coachingswerkzaamheden weer van start, maar tot dan probeer ik nog een paar wedstrijdjes te vissen.

 

Internationale wedstrijden

Geloof het of niet maar al op 24 en 25 maart vissen we onze eerste Interland aan het Beukerskanaal nabij Steenwijk tegen de teams van Polen en Duitsland. Daar ga ik meer uitgebreid op terugkomen in de volgende column.

Column Jan
Het internationale vissen begint al weer snel.

Sowieso komen er heel wat prachtige internationale wedstrijden in 2018 en bovendien hebben we al in februari 2019 de zogenaamde wereldvisspelen in Zuid Afrika. Daar worden dan (bijna) alle WK’s in de sportvisserij op hetzelfde moment in hetzelfde land gevist. Volop gespreksstof dus alleen al daarover. Genoeg stof voor aankomende columns!

Jan van Schendel team bondscoach
Binnenkort alles over de ontwikkelingen van onze nationale visteams!

 

Column Jan van Schendel

 

Bekijk ook:

Witvis voer maken Een witvis voer maken: spelen met melen

Afgelopen vrijdag is er een gloednieuwe video online gekomen met Matrix consultant Luciën de Rade in de hoofdrol. Vaste hengel tactieken met Luciën de Rade

Testverslag: Illex Nitro Shad

Illex is een high end, Frans roofvismerk dat staat voor kwaliteit. Onder de vlag van Illex zijn al talloze kwalitatief hoogstaande producten geproduceerd. Een daarvan was de Nitro shad. De Nitro shads waren eigenlijk shads ontworpen voor de zoutwater rovers, maar snel kwam Illex erachter dat de zoetwater rovers ze ook lusten!  Vandaar deze uitvoeringen van de Nitro shads in vangende kleuren. Tenminste vangend?  Dat moeten we nog testen natuurlijk!

Tekst en foto’s: Koen Sipma

Nitro Shad

Wat een kleurenpracht!

 

INFORMATIE

Merknaam:  Illex.

Productnaam:  Nitro shad .

Type product: softbait.

Lengte:  9 en 12 cm.

Gewicht: afhankelijk van de gebruikte loodkop.

Diepte: afhankelijk van de gebruikte loodkop .

Kleur:  atomic chicken, bangkok tiger, magical shad, perch, pike en rudd.

Winkeladviesprijs: 1,51 euro per stuk.

Materiaal waarop dit getest is:   Fox Rage terminator pro twitch & jig, als molen een prism-c1000 ook van Fox Rage met daarop spider wire stealth smooth 06/00.

 

EERSTE INDRUK

Mijn eerste indruk van de Illex Nitro shads is eigenlijk gelijk goed, beetje cliché misschien, maar zeker niet minder waar. Voor deze tackle test heb ik de Nitro shads in 9cm en 12cm in verschillende kleuren ontvangen. Maar wat een kleuren! Qua kleuren is het eigenlijk precies wat ik zoek in een shad, maar dan nog beter. De shads die ik mag testen hebben mijn favoriete kleurenpatronen.
Ook de vorm van de shad is erg mooi, wat mij wel iets tegenvalt is de stugheid van de shad dit kan juist heel goed zijn voor de actie of juist niet… Er is hoe dan ook maar een manier om daarachter te komen!

 

PRAKTIJKTEST

Aangezien ik de 12 cm versie net te groot vind voor het streetfishen ben ik met de 9 cm versie aan de slag gegaan (de grotere versie vind ik wel ideaal voor het verticalen). Ik was erg benieuwd naar de actie dus richting een erg helder meer gegaan om de actie eens te bekijken en daar heb ik maar een woord voor: geweldig!  Ze hebben een enorme bijna rollende, flankende actie met genoeg staart actie. Ik zelf was om, maar nu de snoekbaarzen nog. Om ze eens flink aan de tand te voelen ben ik meerdere keren richting onze hoofdstad gegaan. Al snel merkte ik dat als je ze optikte en wat rustmomenten gaf, de snoekbaarzen en ook de baarzen er niet vanaf konden blijven. Goedgekeurd dus! Qua kleuren waren de favorieten: de bangkok tiger, perch en rudd voor overdag. ’s Nachts of ’s avonds was de atomic chicken echt favoriet.

Nitro Shad

Op de atomic chicken, een van mijn favoriete kleuren!

 

DUURZAAMHEID

Duurzaamheid en shads gaat meestal niet erg goed samen, gelukig was dat in dit geval niet zo. Na een aantal vissen waren de shads nog steeds top. Natuurlijk krijg je er tand afdrukjes in, maar niks wat de actie verandert of verpest. Ook na een aantal staartbijters niet. Het patroon of kleur blijft ook goed op de shad zitten, wat er bij andere shads nog wel eens af wilt gaan.

Downtown Mokum actie met de Nitro shad!

Downtown Mokum actie met de Nitro shad!

 

VERKRIJGBAARHEID

Illex is niet erg goed verkrijgbaar in Nederland naar mijn mening. In de meeste hengelsport winkels hebben ze het niet of erg beperkt, online is het  hetzelfde het geval jammer genoeg .

Nitro Shad

Niet erg makkelijk te krijgen, maar wie zijn handen aan een paar Nitro’s kan krijgen die zit gebakken!

 

EINDOORDEEL

De Nitro shads zijn erg goed bestendig tegen onze zoetwater rovers en zal ook meerdere vissen ‘overleven’. De kleurstellingen die illex levert zijn te gebruiken in elk type water of het nou helder of zo bruin als koffie is, je hebt de juiste kleur er tussen zitten. Waar ik in mijn eerste indruk me afvroeg of de stugheid van de shads niet iets te was en het de actie negatief zou beïnvloede. Ik ben erachter dat dat juist niet het geval is. doordat ze wat stugger zijn krijgt de Nitro shad een prachtige flankende actie die je niet snel tegenkomt met dan ook nog eens genoeg staart actie. De Nitro shads zijn echte killers voor snoekbaars maar ook bij snoeken en baarzen van formaat vallen ze goed in de smaak. En dacht je dat ze alleen overdag werkte? Probeer eens de atomic chicken een echte aanrader voor in de schemer of ’s nachts!

6 tips voor bijvoeren tijdens het witvissen

voeren witvis tips beet
Wie bovenstaand rijtje materialen bezit weet een ding zeker; goed voeren is geen probleem!

Tijdens het vissen op witvis kan lokvoer echt essentieel zijn. Het brengt meer vis naar jouw stek en kan daardoor resulteren in meer vangsten. Maar zomaar klakkeloos voeren door het lukraak in het water te smijten brengt je zelden dat gehoopte succes. Hoe dat dan wel moet? Daar geven we je hier 6 tips voor!

 

Grote voorn dankzij voeren tips
Grote voorns als deze zijn vaak het resultaat van een goed doordachte voer aanpak.

 

TIP 1. KATAPULT

De voerkatapult wordt al vele jaren gebruikt. Hoewel deze in Nederland bij wet gezien wordt als een wapen, tref je ze toch nog vaak genoeg langs het water aan. Ze worden vooral gebruikt om stevige voerballen richting de beoogde plaats te slingeren. Met een klein beetje oefening kun je kleine voerballetjes erg nauwkeurig richting je stek schieten. Het is belangrijk dat je naar een exemplaar zoekt waarvan de siliconen banden robuust aanvoelen. Katapulten slijten over het algemeen vrij snel en dit elastiek is eigenlijk altijd het onderdeel dat als eerst kapot gaat.

“Hou de consistentie van je voerballen goed in de gaten om splijten te voorkomen.”

Gelukkig kun je deze rubberen slangetjes vaak prima nabestellen en hoef je een ‘kapotte’ katapult dus niet meteen in de vuilnisbak te mikken. Wanneer je aan de slag gaat met een katapult is het handig om het voer net wat vochtiger te maken dan je normaal zou doen. Hierdoor is de binding iets groter en zullen de ballen in de lucht heel blijven. Ook is het beter om er niet al te veel losse bestanddelen aan toe te voegen. Hierdoor zullen de voerballen brosser worden en makkelijker open splijten tijdens de vlucht.

Katapult voertips
Als je graag met een katapult voert is het handig om de kwaliteit van de siliconen slangetjes goed te checken.

 

TIP 2. DE VOERSCHEP

De voerschep, ook wel groundbaiter genoemd. Is zeer geschikt om grotere voerballen weg te zetten. Deze is uitgerust met een schroefdraad die precies op een schepnetsteel past. De ballen vliegen in de regel minder ver dan de ballen die vanuit een katapult worden gelanceerd. Daarom is de voerschep ook meer geschikt om te gebruiken wanneer je wat dichter onder de eigen kant vist. Ook kun je met de schep in een kort tijdbestek een grotere hoeveelheid voer brengen. Wanneer je relatief rustig werpt, met niet al teveel kracht. Dan kun je met de voerschep zelfs voerballen wegzetten die veel losse deeltjes bevatten. Bij het aanschaffen van een voerschep is het goed om te letten op de overgang naar het schroefdraad. Dit is het punt waar de meeste krachten op komen te staan tijdens een worp. Daarom moet het erg stevig zijn.

Voerschep, voeren tips witvis
Het grootste voordeel van een voerschep? Je kunt er vrij veel ineens mee voeren!

 

TIP 3. POLE CUP

De pole cup wordt vooral gebruikt bij het vissen met de vaste stok. Een pole cup is een beker die je op de top van de vaste hengel kunt monteren. Nadat je het bekertje gevuld hebt met voer schuif je de hengel naar voren tot de lengte waar je wilt gaan vissen. Daar kieper je het bekertje leeg. Recht onder de hengeltop. Als er stroming staat moet je daar rekening mee houden en iets stroomopwaarts voeren. Op die manier zal het voer na het afzinken ongeveer op de beoogde plek terechtkomen. Met de pole cup voer je het liefst niet te grote voerballen. Het risico bestaat dat je hengel onder het gewicht van een grote voerbal breekt. Aas zoals pellets, casters, wormen en maden zijn met deze cup perfect op de stek te brengen.

Polecup voeren tips witvis
Veel nauwkeuriger voeren dan met een polecup gaat bijna niet.

 

TIP 4. VOERKORF

Voerkorven worden door feedervissers in stromend, maar ook in stilstaand water ingezet. Er zijn veel verschillende modellen: de voerkorf met gaas, ook wel ‘cagefeeder’ of ‘gaaskorf’ genoemd is het meest gebruikte model. Het voer wordt met de hand in de korf geduwd en weekt er op de waterbodem vanzelf uit. Hoe vochtiger je het voer maakt en hoe harder je het aanduwt, des te langer het duurt voor het uit de korf is verdwenen. De laatste tijd is de visserij met een methodfeeder steeds populairder geworden. Bij het vissen met de methodfeeder wordt gebruik gemaakt van een speciale voerkorf. Het voer kneed je om of op de methodfeeder. Als haakaas wordt vaak gebruik gemaakt van een pellet of een boilie aan een kort onderlijntje.

Voerkorf gaas witvissen tips voeren
De voerkorf is niet meer weg te denken uit de (wit)visserij!

 

TIP 5. SPOD & SPOMB

Deze voerraketten zijn een hulpmiddel waarmee je het lokvoer en losse deeltjes erg precies over een langere afstand kunt voeren.  Het grote voordeel van een voerraket tegenover een katapult is dat je met een raket wel erg vochtig voer weg kunt brengen. Je hoeft er immers geen ballen van te maken. Je schept gewoon wat voer in je spod en je bent klaar om te werpen! Zo’n volle raket weegt behoorlijk wat, om die reden is het vrij essentieel om een stevige karperhengel in je bezit te hebben wanneer je wilt gaan spodden. Een feederhengel zou je namelijk ogenblikkelijk in drieën gooien.

Spod en spomb voeren witvis
Spods (links) en spombs (rechts) vragen om zwaardere hengels, maar stellen je wel in staat om veel voer erg nauwkeurig te brengen.

Een karperhengel met een testcurve van 5 lb is niet gek voor dit werk, een molen gevuld met gevlochten lijn maakt het geheel af. Om de klappen van de worp op te vangen wordt gebruik gemaakt van een nylon voorslag die twee keer de lengte is van de hengel. Wanneer je de spod werpt, moet je vlak voor deze in het water valt even tegenhouden zodat je hem volledig leeg kunt schudden.

“Een Spomb vliegt als een raket door de lucht en lijkt daar met wat fantasie ook wel op. Daardoor is iemand al eens in de penarie terechtgekomen op een vliegveld (echt waar!)”

De Spomb is nog een ander hulpmiddel, maar wel een erg handige! Deze beschikt over een hol lichaam dat je met voer kunt vullen. Dan kun je de raket dichtklikken en werpen. Omdat de Spomb in tegenstelling tot de spod geen gaatjes bevat heeft hij minder weerstand en zal hij tijdens de worp geen voer lekken. Op de voorkant van de Spomb zit een knopje, als de Spomb het wateroppervlak raakt wordt dit knopje ingedrukt en springt de Spomb open.

voeren witvis tips beet
Wie bovenstaand rijtje materialen bezit weet een ding zeker; goed voeren is geen probleem!

 

TIP 6. PVA

Pva is een wateroplosbaar goedje dat vooral bij het karpervissen veel wordt ingezet om boilies, pellets of particles in de nabijheid van de haak aan te bieden. Binnen het pva zijn verschillende varianten, zoals draad, tape en zakjes verkrijgbaar. Voor het voeren van grondvoer is het pva in de net/kous-variant het meest geschikt. Met dit type kun je zogenaamde voersticks maken.

witvissen, voeren, pva tips
PVA wordt met name veel in de karpervisserij gebruikt, maar wie zegt dat het ook niet van meerwaarde kan zijn tijdens het witvissen?

Je stopt wat licht bevochtigd grondvoer in het net, stampt het aan met het stampertje en knoopt het netje strak dicht. Het is belangrijk dat je het voer niet te vochtig maakt, anders lost het netzakje al op voor het in het water beland! Deze voersticks kun je zo groot of klein maken als je zelf wilt. Vervolgens kun je de stick aan de haak hangen of je onderlijn door de stick heenrijgen. Zodra de montage in het water ligt lost de pva op en ligt er een aanlokkelijk hoopje voer bij je haak.

[irp posts=”13140″ name=”Witvissen: hoe, waar , wanneer en waarmee?”]

[irp posts=”5185″ name=”Zo maak je een voer met duivenmest”]

[irp posts=”4084″ name=”Feederen als een pro: twee professionele montages”]

 

 

Vaste hengel tactieken met Luciën de Rade

Afgelopen vrijdag is er een gloednieuwe video online gekomen met Matrix consultant Luciën de Rade in de hoofdrol.

Luciën laat zien hoe hij op een effectieve manier enorme aantallen vis weet te vangen met de vaste hengel. In deze video gaan we dieper in op de gekozen aanpak en materialen. Matrix Fishing TV is de thuisbasis van een enorme collectie wedstrijd- en witvisvideo’s.