Home Blog Pagina 52

Wie won vorig jaar de King Of Clubs 2018?

King of Clubs 2018

PIERRE BRONSGEEST – Ballinamore was de plaats waar 25 jaar geleden de eerste finale van start ging. En eerlijk gezegd is er niet veel veranderd; de gezelligheid en de warmte van de Ieren is juist eerder toegenomen. Zeven jaar geleden werd hier voor het laatst een finale van King of Clubs gevist. Morgen, dinsdag 27 augustus, gaat de King Of Clubs 2019 van start. Een mooie aanleiding om nog eens terug te blikken op King Of Clubs 2018 middels een uitgebreid verslag.

Voorafgaand aan de finale van de King of Clubs (KOC) zijn de vangsten hoopvol, net als het weer trouwens. Hoewel in de aanhef wordt benadrukt dat qua sfeer de tijd stilgestaan lijkt te hebben in Ierland, is dat qua ontwikkeling zeker niet zo. Zo moeten leef- en schepnetten bijvoorbeeld dagelijks ontsmet worden om overdraging van bacteriën en virussen te voorkomen. Een goede zaak!

De eerste wedstrijddag

Er werd gevist op vier sectoren: Sector A ‘The Rocks’ op Lough Scur, sector B ‘Connolly’s shore’ Garadice Lake, sector C ‘Deeps’ op Garadice Lake en sector D ‘Derrycasan’. Direct na de loting zwerven de deelnemers uit door het prachtige Ierse landschap naar de sectoren.

Op de nieuwe sector ‘Derrycassen’ wist Giovanni Janssen met de vaste stok met regelmaat voorn te vangen en af en toe een mooie hybride. Hij hield dat tot het eind vol en won de sector met 8.900 gram. Op de sector ‘Deeps’ hadden de vissers het moeilijk! Alles werd uit de kast gehaald en Pascal van der Venne won uiteindelijk met 4.040 gram.

King of Clubs 2018
De loting van de sectorvolgorde; Martin Marico begint op dag één in sector B.

Wat een prachtige sector is ‘The Rocks’; hier werd gestreden tussen Rick Buitenhuis, Bert van Gerven en Raymond Kivits. Rick had de vis kort bij zich gekregen en viste met drie deeltjes 5.440 gram bij elkaar, goed voor een derde plaats in de sector. Met 100 gram meer wist Bert van Gerven ook met de vaste stok tweede te worden met 5.500 gram. De winst ging hier naar Raymond Kivits met 6.200 gram.

Op ‘Connoly’s Shore’ ontwikkelde de wedstrijd zich gelijkmatig, met diverse kanshebbers op de sectorwinst. Uiteindelijk wist Peter van Lieshout met 6.300 gram te winnen voor Jos Jansen met 5.750 gram.

De tweede wedstrijddag

Het weer knapte gelukkig op, een zonnetje kwam er door, maar de wind bleef. Met name op de sectoren Deeps en Rocks deed deze van zich spreken.
Met name op Deeps werd het een spannend gevecht tussen Andre Multem, Peter van Lieshout en Martin Marico. De ene top na de andere ging krom en er werden mooie hybriden en grote baarzen gevangen. Het was uiteindelijk Martin Marico die met 7.020 gram winnaar werd.

Derrycasan is nog niet op stoom. Hopelijk gebeurt dat wel de komende dagen. Vandaag was het hier met name een strijd om kleine vis, die uiteindelijk werd gewonnen door Jan Willem Plekkenpol met 3.860 gram, tweede werd Martijn Kroes met 3.450 gram en derde Jeff Jacobs met 3.050 gram.

King of Clubs 2018

Op Connolly’s Shore stond de wind schuin op de visstekken. Direct was er vis voor Jeroen Gruys, Sipke Golstein, Raymond Kivits en later ook Ron van Oven. De eindsprint werd hier belangrijk, het ging om grammen. Sipke Golstein werd eerste met 4.940 gram, tweede Raymond Kivits met 4.900 gram, derde Ron van Oven 4.740 gram en vierde Jeroen Gruys met 4.660 gram.

Ook op the Rocks had de wind grote invloed. Giovanni Janssen zat op nummer 8 vol in de wind. Prachtige taferelen, maar hij kon niet opboksen tegende eerste drie nummers. Met de vaste stok was het hier goed toeven voor Otto Versteeg die de winst pakte met 5.580 gram, voor Jan Hendrickx die tweede werd met 4.500 gram en derde werd hier Peter Costerus met 4.000 gram.

De derde dag

De spanning vanmorgen bij de loting van de kantnummers voor de derde dag was duidelijk voelbaar. Net als de harde wind en motregen die het op alle sectoren de hengelaars moeilijk maakten

Op de sector Derrycasan werd direct bij het begin op de steiger vis gevangen, maar Michel Diepstraten had echt een vliegende start op nummer 9, naast de steiger! In het begin wisten zowel André Multem, Martin Snijders en Maurice de Smet nog te volgen, maar Michel hield de vis 5 uur lang aan de praat! Uiteindelijk ving hij 17.610 gram te vangen, tweede werd Martin Snijders met 5.100 gram en derde Maurice de Smet met 4.870 gram.

Op sector de Rocks hield de wind echt huis! Op nummer 8 was het Francis McGoldrick die zelfs met drie deeltjes kleine voorn in een rap tempo wist te vangen. Na 1,5 uur had hij er 80 in zijn net! Op de nummers 1, 2 en 4 ging het ook hard met respectievelijk Stephan Wauters, Martijn Kroes en Jan Willem Plekkenpol. Francis verhoogde het tempo en wist uiteindelijk 350 voorntjes te vangen met een gewicht van 9.800 gram. Tweede werd Martijn Kroes met 7.900 gram en derde Stéphane Wauters met 7.500 gram.

King of Clubs 2018

Op de sector Connoly’s stond de wind de eerste uren in de rug en werd er overal een visje gevangen, maar was het met name spannend op de nummers 1 t/m 3! Bevist door Jan Frederickx, Lee Munro en Andy Nuyts. Het was Lee Munro die bleef doorvangen na het draaien van de wind en hij werd eerste met 8.240 gram, Andy Nuyts tweede met 5.600 gram en derde Jan Frederickx met 5.300 gram.

Op de sector Deeps stond de regen en wind op een gegeven moment recht in je gezicht, koude handen en problemen met het inwerpen als gevolg. Het werd schrapen! De eindstrijd ging hier tussen Ron van Oven, Jeroen Gruys en jawel de leider in het klassement Raymond Kivits. Ron van Oven ving iets meer hybriden en werd winnaar met 4.150 gram, tweede werd Jeroen Gruys met 3.580 gram en derde Raymond Kivits met 2.770 gram!

Top-6 na drie dagen:

  1. Raymond Kivits – 6 punten – 13.870 gram
  2. J.W. Plekkenpol – 7 punten – 13.780 gram
  3. Martijn Kroes – 8 punten – 13.650 gram
  4. Martin Snijders – 9 punten – 16.160 gram
  5. Peter van Lieshout – 9 punten – 15.740 gram
  6. Ron van Oven – 9 punten – 11.070 gram

Bij deze wedstrijd telt het beste resultaat van drie dagen, slechtste resultaat valt af.

De beslissende vierde wedstrijddag

De laatste dag van de Beet King Of Clubs werd een thriller van de bovenste plank. Minimaal 10 hoofdrolspelers streden tot werkelijk de laatste minuut op de vier sectoren van deze geweldige finale. De leider in het klassement na drie dagen, Raymond Kivits trok het beste nummer op de sector Derrycasan. Een droom om op nummer 8 de laatste dag te mogen vissen. Ron van Oven, vierde in het klassement viste vanaf de steiger op nummer 5. De overige kanshebbers Jan Willem Plekkenpol, tweede in het klassement en Martijn Kroes, derde in het klassement trokken de nummers 6 en 5 op Connolly’s. Genoeg hengelvernuft voor een finale op het hoogste niveau.

Spanning om te snijden

Natuurlijk geeft het extra druk als je op de eerste plaats staat, maar alles leek rustig. Na een uur vissen had Raymond echter nog geen beet gehad! Na anderhalf uur ving hij zijn eerste visje. Iets verder op nummer 5 op de steiger zat Ron van Oven en hij wist met enige regelmaat mooie hybride en voorn te vangen. Net als Sipke Golstein die ze net iets dikker ving.

Op de sector the Rocks zat Andre Multem op nummer 3 en moest opboksen tegen Michel Diepstraten en John van Gastel op de nummers 2 en 1. Dat werd een geweldig gevecht, drie man met de korte stok op voorn. Het ging over en weer. Prachtig om te zien!

De eindsprint

Met nog een half uur te vissen werd het spannend. Op de sector Deeps wist Lee Munro te winnen met 6.840 gram. Goed voor een totaal van 7 punten en 18.280 gram. De sector Derrycasan was niet de uitverkoren sector voor Raymond Kivits. Hij haalde alles uit de kast en kwam niet verder dan 1.190 gram. Dat bracht hem op 6 punten en 13.870 gram. Deze sector werd uiteindelijk gewonnen door Sipke Golstein met 5.690 gram, een totaal van 7 punten en 12.260 gram. Ron van Oven kanshebber op de eindoverwinning werd tweede met 5.430 gram, goed voor een totaal van 6 punten 14.320 gram. Op de sector the Rocks nam Andre Multem tegen het einde een voor sprong en werd hier eerste met 9.440 gram dat zijn totaal op 6 punten en 20.840 gram bracht.

Nu moet het gebeuren

De twee kemphanen Martijn Kroes en Jan Willem Plekkenpol vissen naast elkaar en hebben beiden nog kans op de eindoverwinning! Martijn moest minimaal tweede worden, maar dat lukte niet. Hij werd vierde met 7.120 gram. Zijn totaal 8 punten en 18.470 gram. Nu naar zijn buurman Plekkenpol. Hij onderhield een hoog tempo met de feeder op een afstand van ruim 60 meter. De ene baars na de andere kwam richting het schepnet. De vis in het weegnet, ruim 50 baarzen en diverse voorns en hybride deden de weegschaal uitslaan tot een gewicht van 9.120 gram. Goed voor een tweede plaats in de sector en zijn totaal werd 5 punten met 16.680 gram. Genoeg voor de overall winst!

King of Clubs 2018
Jan-Willem Plekkenpol wint de King of Clubs 2018!

Top-10 einduitslag

De totale prijzenpot voor deze KOC met 33 deelnemers bedraagt € 8240, waarvan € 1500 voor de winnaar.

  1. Jan Willem Plekkenpol – 5 punten – 16.680 gram;
  2. Andre Multem, – 6 punten – 20.840 gram;
  3. Ron van Oven – 6 punten – 14.320 gram;
  4. Raymond Kivits – 6 punten – 13.870 gram;
  5. Lee Munro – 7 punten – 18.280 gram;
  6. Sipke Golstein – 7 punten – 12.260 gram;
  7. Martijn Kroes – 8 punten – 18.470 gram;
  8. Peter Costerus – 8 punten – 12.010 gram;
  9. Martin Snijders – 9 punten – 16.160 gram;
  10. Peter van Lieshout – 9 punten – 15.740 gram.
King of Clubs 2018
De King of Clubs 2018: het is een mooi stel.

Matchvissen met de vaste montage

Matchvissen met de vaste montage, hoe doe je dat? Er is een grote groep vissers waarvoor het vissen met de dobber de essentie van het vissen is. Voor sommigen is het vissen met de matchhengel het summum van het dobbervissen. Zo’n echte liefhebber is topwedstrijdvisser Lucien de Rade. In deel 1 vist hij op een ondiepe polderwetering met de vast montage.

Het belooft een hete dag worden en daarom is Lucien al vroeg in de morgen op de stek. Op dit water is dat, zeker op een zomerse dag, verreweg de beste periode van de dag. Het betreft een circa 30 meter brede polderwetering die vele kilometers lang is en hier in een bredere kom vol lelies stroomt. Wat hier zwemt? “Eigenlijk het gehele arsenaal aan witvis: brasem, blank- en ruisvoorn en ook best wat zeelt. Langs de oevers staat riet en groeien lelievelden, het is maximaal 1,5 meter diep en de bodem is zacht. ”

Waarom de Matchhengel?

Laten we direct in huis vallen: matchvissen is niet de makkelijkste witvistechniek. Zo kunnen wind en stroming ernstige spelbrekers zijn. In veel situaties vis je met een feederhengel veel productiever en vang je meer.

Waarom dan toch matchen? Ten eerste is het een troef in wedstrijdverband in de categorie dobber, waarbij je naast de vaste hengel dus ook met de match mag vissen. Tijdens sommige (internationale) wedstrijden is de match doorslaggevend gebleken ten opzichte van de vaste hengel.  Maar bovenal is het een geweldig leuke vistechniek.

matchvissen
Schitterende visserij met de matchhengel!

Vissen op een zachte bodem

Terug naar de sessie van vandaag: die zachte bodem is een eerste horde om te nemen.

“Ik wil dat de ballen grondvoer bij het raken van het water uit elkaar breken, zodat er een tapijt van aas op de zachte bodem ligt. Knetterharde ballen zakken weg in de modder en dat is niet ideaal.”

Om die reden voegt Lucien ook dode maden aan het voer toe, aangevuld met caster en geknipte wormen. Een tiental ballen gaan met behulp van een werppijp dicht tegen de lelies aan de overzijde te water, ongeveer op 25 meter.

Net als bij het vissen met de vaste stok maakt hij een tweede voerplek aan. Schuin naar links, op ongeveer 12 meter afstand, schiet Lucien met regelmaat los aas in het water. Het idee: starten met kleine vis, zoals voorn, op de dichtbij stek. Ondertussen de verre plek rust gunnen en hopen op grote vis.

[irp posts=”19422″ name=”Welke vaste hengel voor karper?”]

Matchvissen vast of schuivend?

In dit artikele behandelen we het matchvissen met de vaste montage, maar wanneer kies je voor schuivend?

Vaste dobbermontage Schuivende dobbermontage
Visdiepte maximaal circa de helft van de hengellengte. Visdiepte is onbeperkt, dus ook diep water is bevisbaar.
Verzwaarde dobber, klein beetje lood op lijn nodig. Dobber nagenoeg ongelood, meeste lood op hoofdlijn.
Dobber slank tot bodied. Dobber altijd bodied.
Dobbergewicht afhankelijk van visafstand, maar vanaf 3 gram. Minimaal 10 gram lood op hoofdlijn om montage te laten schuiven.

 

Matchvissen met de vaste montage.

Bij de vaste montage zit de dobber gefixeerd op de hoofdlijn. Daardoor is je visdiepte beperkt en afhankelijk van de hengellengte. Met een 4 meter lange lijn onder de dobber kun je immers niet inwerpen. Het fixeren van de dobber kan middels klemmen tussen rubber stuitjes of loodhagels, maar dat wil bij zwaardere dobbers wel eens gaan schuiven. Het best gebruik je speciale match connectors.

Wanneer Lucien de ‘dichtbij hengel’ erbij pakt, valt de grote molenspoel op, gevuld met 18/00 nylon; een grote spoel is erg belangrijk om relatief lichte dobbers makkelijk te kunnen werpen.

Aan het uiteinde van de hoofdlijn koopt Lucien een maat 22 Cresta wartel. Hier komt de onderlijn in te hangen: ongeveer 35 cm en van 10/00 nylon, met een Gamakatsu LS 1310N maat 16 als haak. De slanke dobber draagt 6 gram, daarvan bevindt zich 5,5 gram op de dobber, waardoor je dus nog 0,5 gram op de lijn moet aanbrengen om deze perfect uit te loden.

Net boven de wartel knijpt Lucien een klein loodhageltje en daar ongeveer 40 cm boven het bulklood, bestaande uit meerdere loodhagels. Met loodhagels ben je flexibeler dan met een olivette. De montage is zo uitgepeild dat de helft van de onderlijn op de bodem ligt.

Schuivende montage.

Peilen

Een dobber uitloden is niet zo moeilijk, maar nauwkeurig peilen is een stuk lastiger wanneer je hiervoor de montage gebruikt waarmee je vist. “Ik zie soms vissers er knijploodjes bijzetten om dit goed te kunnen zien, maar bespaar jezelf moeite en neem een oude hengel die je omtovert tot peilhengel. Simpelweg een stuitje op de lijn, gevolgd door een kraal, een flinke ongelode 15 grams dobber en 20 gram lood”, Aldus Lucien.

“Het lood is te zwaar voor de dobber. Bij een te ondiepe afstelling is de dobber niet zichtbaar, bij een te diepe afstelling gaat de dobber plat liggen. Als je de dobber goed hebt afgesteld, dan weet je exact hoe diep het is. Op de kant kun je jouw montage hier naast leggen en de dobber heel precies vastzetten op de visdiepte die je wilt, bijvoorbeeld exact met een staande haak of met de onderlijn 20 cm op de bodem. Met dank aan Jan van Schendel voor deze tip.”

Lijn ontvetten

Na 10 minuten komen de eerste aanbeten op de gevoelige, slanke dobber. Lucien vangt in het volgende kwartier een reeks kleine voorntjes, maar de beten zetten niet echt door. Na nog eens 10 minuten vindt hij het welletjes. “Ik ga het op de andere plek proberen.

Om deze plek te bevissen pakt hij een tweede hengel erbij. Het principe van de montage is hetzelfde, maar is op enkele punten wel gewijzigd. Omdat er verder geworpen moet worden is de dobber zwaarder; een 10 grams Didier Delannoy dobber van de firma Rive. “De antenne is van carbon gemaakt en daardoor heel stijf en kaarsrecht. Dat is met wat verder werpen erg handig, het gooit heel precies.

[irp posts=”12512″ name=”Karpervissen met de Matchhengel”]

Met een iets kromme antenne krijgt een dobber al snel een afwijking. De ene keer vliegt deze mooi recht vooruit, de andere keer weer naar links of naar rechts. Ook de hoofdlijn is een stapje dikker, in dit geval 20/00. Het is belangrijk dat je de hoofdlijn regelmatig ontvet zodat deze net gaat zinken. In dit geval een sprayfles met een oplossing afwasmiddel.

‘Waarom al die moeite als er ook snel zinkende feederlijnen zijn’, vraag je misschien af?

Deze zijn echter niet aan te bevelen omdat de lijn dan echt met een bocht van de dobber naar de hengeltop loopt. Het best gebruik je een daarvoor ontwikkelde dobbervis nylon.”

matchvissen met de vaste montage
De lijn ontvetten met behulp van een zeepsop mengsel en een plantenspuit.

Het duurt even voor er activiteit van de stek tegen de lelies aan de overzijde van het water komt. De dobber komt prachtig uit het water en zeilt vervolgens onder water. Met een ferme zwaai aan de hengel trekt Lucien het carbon in een ronde curve, die vervolgens een paar seconden goed krom blijft staan.

Het typische langzame gebonk wat volgt wijst op grotere vis, waarschijnlijk een brasem. Langzaam dirigeert Lucien de vis richting het schepnet, maar onder de kant besluit de vis naar rechts te duiken, richting de lelies. Als de vis aan een 10/00 onderlijn dit weet te bereiken, dan is het bijna zeker gedaan. Vlak voor het eerste lelieblad weet Lucien de vis te keren; de eerste brasem van de dag wordt geschept.

Werptechniek

Na het beazen van de haak vliegt de montage richting de overzijde van de wetering. “Nee, dit ging niet goed”, mompelt Lucien, terwijl hij de montage snel weer binnen draait.

Het aas zit om de dobber geslagen en de onderlijn zit in de war. Het valt gelukkig mee, de schaar hoeft er niet aan te pas te komen.

“Dit krijg je wanneer je de montage niet goed afremt. Het is essentieel dat de montage in een gestrekte lijn in het water komt. Daartoe moet je de montage afremmen, hierbij speelt ook de werptechniek een rol.”

Als Lucien het demonstreert is goed te zien dat hij de montage heel rustig werpt; niet met kracht, maar met souplesse. Nadat de dobber door de lucht vliegt brengt hij de hengel weer iets verticaler, de lijn bereikt de lijnclip en samen met de zachte top van de matchhengel ‘legt’ hij de montage bijna geruisloos in het water. ‘Lobben’ zoals één van zijn leermeesters Jan van Schendel het ook wel noemt.

In een daaropvolgende beweging duwt hij de top onder water en draait hij met twee slingerslagen de lijn deels onder water en strak.

Spot on!

Om precies op de stek te vissen maak je gebruik van de lijnclip en een richtpunt, maar daarmee ben je nog niet klaar! Omdat je bij het matchvissen na het neerkomen van de montage de lijn strak draait, haal je de montage dus dichterbij. Hoe weet je of je teveel of te weinig lijn binnen haalt? Je kunt een vast aantal slingerslagen hanteren, maar het kan nog preciezer! Nadat de dobber naar tevredenheid ligt, brengt Lucien met een speciale markeerstift een witte markering op de lijn aan. Als deze markering tussen het startoog en het volgende oog zit, dan ligt de montage spot on!

Leren van de meester

Om de brasem aan de praat te houden voert Lucien nog enkele balletjes voer bij. Zodoende komt hij over grootmeester Alan Scotthorne te spreken, één van de vissers die Lucien goed volgt in zijn doen en laten. Van zo’n goede visser kun je veel leren. “Tijdens een internationale wedstrijd staat er gewoon 60 man publiek alleen al te kijken hoe hij voert.

Ik heb het zelf ook gezien, het is bovendien één van de beste matchvissers ooit. Ongelooflijk hoe precies hij de voerballen op zijn stek schiet. Op het EK in België in 2014, dat was op het kanaal Pommerœul-Condé, voerde hij eerst ongeveer 40 kleine ballatjes op ongeveer 1 bij 1 meter.

Vervolgens kwamen er 10 ballen voer tevoorschijn, doorspekt met los aas. Deze schoot hij alle tien precies midden in de voerplek, recht op zijn dobber. En dan hebben we het niet over een afstand van 20 meter, maar veel verder, ongelooflijk! Dankzij de matchhengel won Engeland dat EK.

Het is schitterend om te zien hoe de dobber langzaam op de wind parallel langs de lelies naar links drift, om opeens met een schok iets naar boven te komen, dan zeilt deze langzaam schuin weg! Na die eerste brasem volgen de aanbeten elkaar in geleidelijk tempo op. Goudgekleurde brasems van tot dik 2 kg zwaar. “Nu kun je je wel voorstellen dat ik deze matchvissen zo mooi vind, misschien wel de leukste manier van vissen die er is!”.

Blind staren

Bij een vaste hengel visserij is het turen naar een dobberantenne soms al een beproeving, kun je je voorstellen dat je de dobber op 25 of 40 meter in de gaten moet houden. Natuurlijk is de antenne veel dikker, maar alle beetjes helpen. Gebruik een goede polaroid zonnebril.

https://youtu.be/YkJnkVVPJOg

Lees ook:

[irp posts=”19977″ name=”Matchvissen met de schuivende montage”]

[irp posts=”19428″ name=”Welke haken heb je bij commercial vissen nodig?”]

 

Voorn vissen in het voorjaar, zomer, najaar en winter

Voorn vissen in

Wanneer vang je blankvoorn? Blankvoorn is het gehele jaar vangbaar. Let wel op, of het voorn vissen in het voorjaar, zomer, najaar en winter betreft, want afhankelijk van het seizoen kunnen ze zich op andere plekken verscholen houden. Dit item beantwoord de vragen: wanneer moet je op voorn vissen en waar moet je wanneer voorn vangen?

Voorn vissen in het voorjaar?

In deze tijd zijn blankvoorns goed te vangen. Nadat ze de wintermaanden vaak op ‘beschutte’ plaatsen hebben doorgebracht, trekken ze in het voorjaar weer naar wat meer open water en zijn daar tot aan de paaitijd soms heel goed te vangen. Vooral de avonduren zijn bijzonder geschikt.

Voorn vissen in voorjaar
In het vroege voorjaar is de voorn vaak goed te vangen.

Voorn vissen in de zomer en het najaar?

Eigenlijk beginnen de blankvoorns, gezien vanaf de paaitijd, nu pas goed te azen. Op veel wateren zijn ze maandenlang amper zichtbaar aanwezig geweest, maar vanaf ongeveer eind juli of begin augustus komt daar verandering in. Het lijkt wel of blankvoorns een hersteltijd nodig hebben na de paaitijd. Voor ons vissers lijken ze soms wel niet meer te bestaan.

Voorn vissen in zomer
Het begin van de zomer kan soms lastig zijn om de voorn te lokaliseren. Deze visser probeert het met de matchhengel.

Einde zomer en najaar lijkt het wel of de voorns zich beginnen vol te vreten richting de winter. Overal lijken ze zich nu op te houden, want je vangt ze werkelijk overal. Kanalen, rivieren maar ook meren en putjes, werkelijk allerlei wateren kunnen interessant zijn.

Voorn vissen in de winter?

In de periode vanaf ongeveer half oktober tot aan begin maart zwemmen zowat alle voorns bij elkaar op beschutte plaatsen. Met name zijkanaaltjes en havens langs grotere waterwegen zijn nu de absolute hotspots.

Voorn vissen in winter
In de winter scholen de voorns samen op plekken waar het water net even warmer is en waar er sprake is van beschutting en voedselaanbod. Jachthavens voldoen vaak aan die criteria.

Vaak is het wel zaak om in deze wateren de hotspots te vinden. De vissen liggen vaak geconcentreerd bij elkaar. Zoek bijvoorbeeld naar plaatsen met beschutting, zoals bewoonde boten.

Lees nog meer over vissen op voorn!

De historie van feedervissen

Feedervissen

JAN VAN SCHENDEL  – Als we spreken over de internationale wedstrijdvisserij van de afgelopen 10 jaar, dan is zonder twijfel de grootste ontwikkeling de opkomst van de feedervisserij. Hoe is dat zo gekomen? Dat begon 9 jaar geleden, toen er voor het eerst een apart WK feedervissen werd georganiseerd. Inmiddels is dit uitgegroeid tot het tweede grootste kampioenschap. Ik zou er totaal niet van staan te kijken als dit kampioenschap doorgroeit naar het grootste kampioenschap van allemaal.

Waarom zou je gaan feedervissen?

De reden voor dit alles is eigenlijk heel simpel. Feedervissen is relatief goedkoop en bovendien enorm doeltreffend. Of het nu stroomt of waait; onder alle omstandigheden kun je het aas aan de haak stil tegen de bodem aanbieden, vlakbij de plek waar ook wat voer ligt. Nou, probeer dat maar eens net zo effectief te doen met de vaste stok of, nog erger, met een match- of bolo-hengel. Bovendien kun je de vissen bereiken op visafstanden die absoluut onbereikbaar zijn met welk ander vistuig ook.

Feedervissen Rotterdam
Je kunt op plekken, onder omstandigheden witvissen waar je met andere technieken niet uit de voeten komt.

Met name in Midden- en Oost Europa, waar heel veel stromende wateren zijn, is het feedervissen enorm in ontwikkeling. Maar ook buiten Europa, zoals in Zuid-Afrika spreekt deze visserij bijzonder aan. Feedervissen is daar vele malen meer populair dan ons klassieke vaste hengel vissen. Het zal niet lang meer duren totdat ook in dat werelddeel ‘zone-kampioenschappen’ tussen verschillende landen georganiseerd gaan worden; zo zal het feedervissen straks heel waarschijnlijk meer internationaal zijn dan welke andere discipline in de wedstrijdvisserij dan ook.

De geboorte van feedervissen

Al deze ontwikkelingen zijn deels begonnen doordat het feedervissen internationaal erkend is door het organiseren van een wereldkampioenschap. We hebben het dan over een tijdspannen van de afgelopen 10 jaar. Toch was het feedervissen in Nederland al veel langer populair. Je zou kunnen zeggen dat wij het eerste land op het Europese vasteland waren waar met de feeder werd gevist. België volgde vrijwel meteen; ons wedstrijdcircuit is nu eenmaal met elkaar vermengd. Met name in die eerste ‘feeder-jaren’ kwamen veel Belgen naar Nederland om aan onze wedstrijden mee te doen.

Het feedervissen is in Nederland ontstaan in 1980. In het jaar daarvoor was er een serie wedstrijden in waarbij een aantal van de finalisten zich kwalificeerden voor het meedoen aan een heus Iers Visfestival: het Fermanagh Bass Festival. Ik was zelf een van de gelukkigen die deze trip meemaakten, hoewel ik daar zelf heel weinig van het feedervissen heb gezien.

Feedervissen
De meegereisde journalisten waren dolenthousiast over deze nieuwe vismanier!

Bij dit festival waren alle vismanieren toegestaan en zo ook het feedervissen. Dat feedervissen bleek bijzonder doeltreffend en met name de meegereisde journalisten waren lyrisch over deze nieuwe techniek. Er waren ook enkele hengelsportwinkeliers betrokken bij deze reis. Toen Pierre Bronsgeest, destijds hoofdredacteur van Beet,  en Jaap Muda, de toenmalige eigenaar van Wout van Leeuwen Hengelsport, de visserij beginnen te promoten en naar Nederlands maatstaven producten werden ontwikkeld, was de geboorte van het feedervissen bij ons een feit.

Feedervissen begin
Mooie herinneringen aan de eerste feeder avonturen in Ierland!

Nederland feedermekka

Het duurde daarna niet lang voordat er ook bij ons ‘open wedstrijden’ werden georganiseerd. In eerste instantie vooral nog in het westen van Nederland; daarbij werden vaak vangstgewichten behaald waar we vroeger alleen maar van konden dromen. Als wedstrijdvisser zag ik meteen deze nieuwe ontwikkelingen. Bovendien moest ik het feedervissen wel onder de knie zien te krijgen, want ik viste vaak wedstrijden in met name Ierland; daar was dat feedervissen zowat de meest beoefende vismanier.

Feedervissen
Feedervissen is in de UK en Ierland gewoon één van de witvistechnieken. Grappig genoeg is (door het enorme aanbod grote wateren in Nederland) het feedervissen juist bij ons uitgegroeid tot de populairste witvistechniek.

Pas later besefte ik dat Nederland zo ongeveer het Mekka was voor het feedervissen. Met onze vele brasems (in die jaren was er een soort van brasemexplosie) en de vele grote, open wateren waarbij er altijd een hoop waterbeweging was, moest dat feedervissen wel de absolute nummer 1 vismanier gaan worden. Nou, dat is ook precies wat er is gebeurd sindsdien. In heel veel andere landen ligt dat trouwens heel anders en dat heeft vooral te maken met het aanwezige visbestand en simpelweg de visomstandigheden. Uiteraard is het feedervissen vooral gebaseerd op een bodemvisserij en dus op bodem azende vissen.

Later ontstond er wel belangstelling voor deze visserij. Zo werkte ik jarenlang maandelijks samen met een Frans hengelsportblad, Declic Peche, waarbij het altijd ging om het feedervissen. Frankrijk kent overigens ontelbaar veel viswateren waarbij het feedervissen bij uitstek de beste vismanier is en dan zijn de ontwikkelingen uiteindelijk absoluut niet tegen te houden.

Is feedervissen te overheersend geworden? 

Zoals bijna altijd komen de ontwikkelingen overgewaaid vanuit Groot-Brittannië, maar het gekke is dat de feedervisserij daar nooit zo overheersend is geweest als bij ons. Daar was het gewoon één van de mogelijke vismanieren, niet meer en niet minder. In Nederland werd het feedervissen tijdens vrijwel alle open wedstrijden volledig overheersend. Ik ken dan ook heel wat top-wedstrijdvissers die niet eens meer een vaste stok of match-hengel bezitten! Waarom zou men? Alle open wedstrijden worden toch beslist met het feedervissen.

Als wedstrijdvisser vind ik dat weleens jammer. Ik ben altijd een voorstander geweest van open wedstrijden. Dat neemt niet weg dat misschien het systeem van gescheiden wedstrijden, zoals je ziet in de meeste andere landen, ervoor zou hebben gezorgd dat er in ons land nu meer dobbervissers overgebleven zouden zijn.

Om nog even op Groot-Brittannië, en dan met name Engeland, terug te komen; sinds er internationale kampioenschappen worden georganiseerd is het feedervissen daar enorm in populariteit toegenomen. Ook daar worden feederwedstrijden georganiseerd, waardoor je een specialisme binnen het wedstrijdvissen krijgt.

Feederen op kleine vis

Als je het feedervissen nu onder de loep neemt, dan blijkt dat wij ons heel vaak moeten aanpassen tijdens internationale kampioenschappen. Het is natuurlijk prachtig dat wij allemaal 90 of misschien wel 100 meter ver kunnen werpen, maar wat heb je eraan wanneer je beseft dat we sinds de geboorte van het WK feedervissen zelden verder dan 50 meter hoeven te vissen. Bovendien zie je heel vaak dat er gevist dient te worden op wat wij ‘kleine vis’ noemen.

feedervissen
Op een WK, zoals hier aan de Gentse Watersportbaan, wordt bijna nooit de wedstrijd op meer dan 50 meter beslist. Vaak is het vangen van kleine vis een cruciaal aspect.

In ons gedeelte van Europa hebben we natuurlijk veel brasems, maar er zijn zo ook landen waar je nooit een brasem zult tegen komen. Afgelopen jaar tijdens het WK feedervissen in Portugal werd Italië vooral wereldkampioen door het vissen op alvers. Het jaar daarvoor speelden katvisjes een grote rol. Al met al zijn er meer WK’s beslist met visafstanden tot 15 meter, dan de feedertechniek die wij gewend zijn! Je ziet overigens steeds meer topvissers die zich bekwamen in het feedervissen. Alle Britse topvissers hebben de feedervisserij onder de knie, maar je ziet ook steeds meer hetzelfde fenomeen elders in Europa, dat is begrijpelijk natuurlijk!

Leer van combi feeder en vaste hengel!

Feedervissen is erg leuk om te doen en iedere wedstrijdvisser zal toch geïnteresseerd zijn om zo doeltreffend mogelijk te kunnen vissen. Ik hoor in ons land heel vaak dat ‘je maar één ding goed kunt doen’. Nou geloof me, je kunt heel veel leren uit het feedervissen. Dit zal je ook helpen bij de dobbervisserij, en andersom  trouwens ook. Bovendien, een echte visser is toch automatisch geïnteresseerd in alle aspecten van zijn sport? Een ding is zeker: het feedervissen heeft nog lang niet de top van zijn populariteit bereikt, neem dat gerust van mij aan!

Welke vaste hengel voor karper?

vaste hengel karper

REDACTIE – De stokvisserij op vijvers wordt steeds populairder. Maar de veelal grote en sterke (kruis)karpers vragen om aangepast materiaal. Wat is een goede vaste hengel? Hoe vis je met de vaste hengel? Hoe tuig je zo’n vijverhengel op en welk elastiek heb je nodig en tot slot: welke vaste hengel voor karper heb je nodig? Genoeg vragen, tijd voor de antwoorden van Peter Urscheler!

Wat is een goede vaste hengel?

Voor het vissen op karper met de vaste stok heb je een degelijke en sterke vaste stok nodig. Dit omdat de karper een krachtige vis is en er veel kracht op de hengel komt te staan tijdens het drillen. Mijn voorkeur gaat uit naar een Euro Carp 11,5 meter of een 13 meter voor de visserij op afstand. Voor kortbij vissen of in de kant vissen naar gebruik ik graag de Preston Edge Monster Margin 8,5 meter.

vaste hengel karper
Voor het vissen op karper met de vaste stok heb je een degelijke en sterke vaste stok nodig.

Hoe vis je met deze hengel?

Met de vaste stok maak ik meestal meerdere visplekken. Zo maak ik vaak op 4 delen uit de kant een plek en op 11,5 meter of 13 meter een plek. We beginnen altijd op de bodem en naar mate het warmer wordt kun je de vissen ook op half water of zelfs boven in het water vangen.

vaste hengel karper
Vaak weten de grotere karpers dat de vissers aan het einde van de dag naar huis gaan en het voer in het water gooien. Vergeet daarom nooit het laatste vis uurtje van de dag nog even in de kant te vissen.

 

Hoe tuig ik een vaste hengel op?

Stap 1. Uiteraard zetten we eerst de hengel in elkaar, dit gaat vandaag de dag bijna door middel van insteek of oversteek.

Stap 2. Vervolgens monteren we een degelijke lij,n omdat de karper een sterke vis is en erg groot en zwaar kan worden. Als hoofdlijn gebruik ik altijd een 18/00. Maak je lijn bij voorbaat wat langer plus minus 3 tot 4 meter, dan kom je op de meeste vijvers goed uit. Je kunt makkelijker je lijn inkorten dan langer maken.

Stap 3. Als dobber neem ik vaak een robuust model met een glasfiber of carbon onder antenne en met een drijfvermogen van 0,5 of 0,6 gram.

Stap 4. Dan komt de loodzetting; hier gebruik ik meestal 5 of 6 loodjes voor. Mijn voorkeur gaat uit naar Stotz loodjes, dit omdat deze over een groter oppervlak op je lijn zitten en deze er eigenlijk nooit vanaf gaan tijdens het drillen van een karper. Dit gebeurd nog wel eens met gewone loodhagels.

Stap 5. Zodra het lood op de lijn zit maak ik een lusje waar ik de onderlijn aan vast maak. Mijn onderlijnen zijn altijd 15 cm. Zodra ik een haak kwijt raak kan ik snel een nieuw onderlijntje vervangen en vis ik gewoon door op de juiste diepte. De dikte van de onderlijn is naar eigen voorkeur. Op dagen dat de vis goed aast kun je prima met 16/00 onderlijn vissen en op dagen dat het moeilijker wordt ga je iets dunner vissen, denk dan aan 14/00.

[irp posts=”19428″ name=”Welke haken heb je bij commercial vissen nodig?”]

Welk elastiek bij vaste hengel voor karper?

vaste hengel karper

Wanneer je karper wil vangen met de vaste stok, dan heb je een schokdemper nodig om de krachtige uitvallen van de karper op te vangen. Wij gebruiken hier elastiek voor dat hol (hollo) is van binnen en daardoor meer rek heeft. Met een hollo elastiek van 2,3 mm (hollo 13) of 2,5 mm (hollo 15) heb je een redelijk allround elastiek en kun je zonder problemen karpers vangen tot 3 tot 4 kg. Ga je op kleinere karpers tot 1,5 kg vissen kun je ook goed uit de voeten met elastiek van 2,1 (hollo 11)

vaste hengel karper
De Preston Hollo Elastic in de maat 11, 13 en 15 zijn perfect geschikt voor een vijvervisserij op karper.

Graskarper: Met de broodplak

graskarper

MARK FEKKES – De oppervlaktevisserij op graskarper is zenuwslopend. De vissen zijn op hete dagen vaak goed te spotten, maar ze zijn ook erg schuw. Dat vraagt om een doordachte aanpak, klinkt specialistisch of niet? Toch hoef je voor deze visserij geen super specifiek materiaal te hebben. Sterker nog, je hebt zelfs zeer weinig materiaal nodig. Ideaal voor de warme nazomeravonden!

Graskarper komt oorspronkelijk uit China, maar wordt sinds 1973 naar Nederland gehaald om de overvloedige groei van vooral zachte waterplanten aan te pakken. De graskarper richt zich voornamelijk op waterpest en kroos, maar naarmate hij groter wordt en er minder van dergelijke planten in zijn leefomgeving aanwezig zijn, eet hij ook taaiere waterplanten zoals lelies. Hij eet zelfs grassen die aan de kant groeien. De bek van de graskarper heeft een spitse vorm en is hard; gemaakt om planten vast te pakken, los te scheuren en op te eten.

Eerst vinden

Allereerst is het belangrijk om wateren te vinden waar graskarpers zwemmen. In een redelijk aantal wateren zijn graskarpers uitgezet, maar ze zwemmen lang niet overal! De meeste graskarpers zijn uitgezet in vijvers en in brede (polder)sloten. Grote kanalen en beken herbergen over het algemeen nauwelijks graskarpers.

Het is aan te raden om bij je lokale visvereniging na te vragen of en waar zij graskarpers hebben uitgezet. Een andere goede informatiebron zijn de rapporten van visserijkundige onderzoeken. Deze rapporten kun je onder meer op de sites van de federaties en sommige lokale verenigingen vinden. Vaak zijn de rapporten te downloaden onder het kopje ‘vis en water’. Uit deze rapporten kun je opmaken of ze graskarper hebben aangetroffen, wat hun formaat is en hoeveel er naar schatting per hectare zitten.

graskarper
Het ruikt hier naar graskarper.

In de regel zijn graskarperwateren te herkennen aan het -zo goed als- ontbreken van zachte waterplanten zoals waterpest en kroos. Zeker wanneer in de omliggende vijvers en sloten in de buurt deze planten wel aanwezig zijn, maak je een goede kans om in het ‘kale’ water graskarpers aan te treffen.

Schuwe vis

Op warme, zonnige dagen zijn graskarpers goed te spotten. Ze liggen vaak aan de oppervlakte hun ochtendmaaltijd te verteren. Let er op dat je deze vissen nog voorzichtiger benadert dan normale karpers. Ze zijn namelijk een stuk schichtiger! Ik gebruik voor het spotten een goede polariserende zonnebril, voor een paar tientjes verkrijgbaar bij de betere viszaken. Kleed je daarnaast het liefst met groene of donkere kleding.

Meestal benader ik de vissen vanaf de zonkant. Als ze mijn kant op kijken, dan kijken ze recht in de zon en zullen ze mij dus niet snel zien. Deze manier van benaderen heeft wel een keerzijde; je eigen schaduw valt over het water. Houd daarom goed in de gaten wat je schaduw doet. Maak je zo klein mogelijk, zodat je schaduw en ook die van je hengel niet in de buurt van de vissen komen, anders zijn ze weg! Als graskarpers van je schrikken, dan kan het lang duren voordat ze weer op hun gemak zijn en willen bijten. Kortom, je kunt beter langer de tijd nemen om ze te besluipen, dan vlug je slag te willen slaan en ze daardoor te verjagen.

graskarper
Houd je schaduw in de gaten als je aan de zonkant staat.

Vertrouwen

Stel, je hebt graskarpers gespot, hoe ga je dan te werk? Wanneer er een beetje wind of stroming staat, dan kun je het beste een eindje stroomopwaarts wat broodkorsten voeren en deze met de stroom mee laten voeren richting de vissen. Dit mogen gerust een aantal plakken zijn. In de zomer is een graskarper niet snel verzadigd. Zorg ervoor dat je de korsten op verschillend formaat maakt; van kleine stukjes tot hele plakken. Het is vervolgens de truc om te wachten tot er een graskarper tot eten overgaat. Laat hem eerst een paar korsten eten om vertrouwen te krijgen, waarna hij minder voorzichtig wordt.

Ben je uiteindelijk onopvallend dichtbij genaderd, werp dan het aas een heel stuk over de vissen zodat ze niet schrikken van de plons. Sleep dan het haakaas zeer langzaam in hun richting. Doe dit vooral niet te snel, anders hebben ze je door. Je kunt het aas het beste tegen een waterlelieblad of een andere plant aan leggen. Dit werkt vaak beter dan je aas middenin een schoon stuk water aanbieden.

Broodplak tactiek

Op plaatsen waar sprake is van dressuur heb ik goede ervaringen met de ‘hele plakken brood’ tactiek. Dus ik voer hele plakken, in plaats van stukjes brood, deze laten ze in eerste instantie namelijk links liggen.

Wanneer ze alleen hele plakken brood eten, dan kun je twee dingen doen. Optie 1: Je werpt een grote broodpluim over de vis en trekt deze langzaam naar het restant van het plak brood. De graskarper beschouwt dit als onderdeel van het in stukken gebeten plak brood. Optie 2: Je kunt ook met een heel plak brood vissen. Wanneer je voor het laatste kiest, dan kun je het beste een beetje afstand van de vissen nemen. Een heel plak brood geeft nogal een klap op het water waardoor er een kans is dat de vissen hier van schrikken.

graskarper

Ik vis een heel plak brood als volgt: haal van een boterham ongeveer een derde deel van het binnenste stuk eruit.

graskarper

Kneed dit brood en doe er je haak in.

graskarper

Daarna kneed ik dit stuk op een stevige hoek van het hele plak brood.

graskarper

Omdat deze combinatie niet gemakkelijk is te werpen zonder dat het geheel uit elkaar valt, moet je het brood met de hand in het water slingeren. Als je het plak brood met de hengel op tilt en er een zwieper aan geeft dan komt er zoveel druk op dit stuk te staan dat het plak breekt en van de haak af gaat. Schat hoeveel lijn je nodig hebt om de broodplak op de plek te krijgen waar je deze hebben wil. Leg je hengel op de grond, haal de hoeveelheid lijn van de hengel en leg dit voor de hengeltop. Slinger nu het brood uit de hand in het water. Op deze manier komt er niet veel druk op het stuk waar je haak in zit. De haak zal hierdoor beter in de plak brood blijven zitten. Het lijkt een beetje omslachtig, maar het werkt erg goed!

Schrapen

Wanneer de broodplak in het water komt, ligt deze negen van de tien keer met het aangedrukte stuk brood naar beneden. Als de graskarper voor het brood gaat, pakt hij vaak direct het dikke stuk onderaan, precies waar de haak zit! En als ze erg schuw zijn benaderen ze de plak recht van onder en schrapen ze als eerste het aangezette stuk brood er af. Dit gaat met zo’n voorzichtigheid dat het water om de broodplak nauwelijks beweegt, let dus goed op je lijn! Zelfs al zie je de vis niet, dan kan deze alsnog het aas te pakken hebben. Aangezien ze een hardere bek hebben dan karper mag je best stevig de haak zetten.

Broodsoorten

Voor graskarper werkt bruinbrood en maïsbrood het best. Witbrood steekt erg af tegen de natuurlijke kleuren en wekt daarom vaak argwaan op. Dit geldt echter niet voor wateren waar niet of nauwelijks op graskarper wordt gevist. Hier vang ik beter met witbrood, juist omdat het extra opvalt! Opmerkelijk genoeg ving ik op dressuurwater in een aantal gevallen erg goed op Blue Band brood met de karakteristieke geur van hun boter.

graskarper
Het ‘vangende’ brood kan per water verschillen. 

Materiaal

Graskarper is een erg explosieve vis. Het is daarom belangrijk om deze krachtexplosies goed op te kunnen vangen. Hiervoor gebruik ik een zachte, oude glashengel van Silstar met een testcurve van 1,75 lb en een lengte van 3,30 meter. Op wateren waar ik de kant dicht kan benaderen vis ik ook met een kortere hengel, zoals de Shimano Catana van 2,70 meter met een werpvermogen van 20 tot 50 gram. Als molen gebruik ik een Shimano 3500 Baitrunner op mijn glashengel en een Spro Vinura 9300 op mijn Catana. Beide molens hebben een goede slip en zijn sterk genoeg om in combinatie met de hengels de snelle uithalen op te kunnen vangen. 

graskarper
Veel meer heb je niet nodig.

Op beide hengels gebruik ik de Whiplash Pro lijn van Berkley in de groene kleur. Deze gevlochten lijn heeft een diameter van 12/00 en snijdt onder druk goed door waterplanten. Dit is handig wanneer een vis zich in de planten wil vast zwemmen.

Strak

De laatste 50 cm van mijn montage bestaat uit een transparante nylon lijn van 30/00 met een trekkracht van 9 kg. Ondanks de groene camouflagekleur van de gevlochten hoofdlijn, worden de graskarpers soms bang van deze lijn. Tevens werkt het laatste stuk nylon als schokdemper. Als haak gebruik ik een Gamakatsu G-Carp Specialist haak met een brede bocht in de maten twee of vier. Op wateren met graskarper tot 70 cm een maat 4, maar voor de echt grote vissen gebruik ik liever een maat 2.

graskarper
Als het net in zicht komt, heeft de graskarper vaak nog wat over…

Graskarpers kunnen zich na een korte dril snel gewonnen geven. Echter, dit verandert meteen zodra ze het net of de visser zien! Dit is vaak het moment waarop de vis verspeeld wordt. Houd er tijdens het drillen altijd rekening mee, dat ondanks dat de strijd gewonnen lijkt, de vis nog wel een paar keer flink kan uithalen. Zet de slip daarom niet te strak, ook al denk je dat het nu wel kan. 

Gevoelig

Graskarper is een gevoelige vis, onthaak de vis altijd op een goede onthaakmat. Land en onthaak de vis pas wanneer deze goed is uitgedrild, anders gaat hij op de kant spartelen. Hierbij kunnen de kieuwen kapot gaan, dit is een zeer zwakke plek.

graskarper
Een gevoelige vis die een voorzichtige behandeling verdient.

Tevens zijn ze erg stressgevoelig, dus niet te lang boven water houden. Graskarpers verzuren sneller en erger dan gewone karpers. Houd bij het terugzetten de vis vast en laat hem op adem komen. Pak de vis net als een grote snoek bij de staartwortel en beweeg een beetje heen en weer zodat er water langs zijn kieuwen stroomt. Pas wanneer de vis met kracht weg wil zwemmen laat je hem gaan.

Met een beetje zoeken naar de juiste wateren, warm en zonnig weer, goed observeren en een zak brood, kunnen ook jouw graskarperavonturen beginnen.

Zeevissen met natuurlijk aas

zeevissen natuurlijk aas
Zagers zijn stevig en blijven goed op de haak zitten. Ze zijn super beweeglijk en kunnen met hun kaken best agressief zijn.

REDACTIE – Voor het zeevissen kun je niet om natuurlijk aas heen; met geen ander type aas spreek je zo’n grote verscheidenheid aan vissoorten aan. Ter kennismaking dan wel opfrissing een lijstje met de meest gebruikte, maar ook minder bekende natuurlijke aassoorten. 

Zeepier

De zeepier is een echte allrounder voor het zilte water. Sterker nog, er is nauwelijks een vissoort die zich niet aan dit aas laat vangen. In hengelsportzaken die ook gericht zijn op de zeevisser kun je ze kopen dan wel bestellen. Je kunt ze natuurlijk ook zelf steken. Daarvoor moet je zoeken naar de spaghetti achtige hoopjes zand die hun aanwezigheid verraden. Dat kan bij ons in Zeeland of op de Wadden. Je hebt er wel een vergunning, te verkrijgen bij Sportvisserij Nederland voor nodig.

Ze hebben een zeer sterke geur, waarmee vis snel wordt gelokt. Het zijn tere beestjes, die je middels een speciale aasnaald het best op de haak en lijn kunt zetten. Je bewaart ze het beste in een krant; door elke dag de dode pieren te verwijderen, kun je ze ongeveer drie dagen goed houden.

Tap

De ‘grote broer’ van de zeepier is de tap, die ruim 30 centimeter lang kan worden. Deze koop je in de hengelsportzaak meestal uit de diepvries. Je kunt ze langs de stranden ook zelf steken, of beter pompen. De tap heeft een nog sterkere geur, en kan in kleine stukjes aan de haak bijvoorbeeld als stoppertje voor een zeepier. Gul lust uiteraard wel een hele tap. 

Bevestiging:  in zijn geheel op de haak middels een aasnaald of ook – in geval van de tap – een stukje als stoppertje. 

Vissoorten: alle platvissen, gul, wijting, zeebaars en aal.

zeevissen natuurlijk aas
De zeepier is onder de aassoorten voor op zee de ultieme allrounder. Bij het vissen op platvis kun je niet om dit aas heen.

Zandspiering

Zandspieringen zijn bij ons minder gangbaar als aas. Ze worden circa 15 cm lang, de rug is groenig en de zijden schitteren zilver. Deze visjes leven in scholen in de oeverzones, waarbij je ze soms kunt zien aan het oppervlak. Bij gevaar kunnen ze zich in de grond verstoppen. Sommige hengelsportzaken langs de kust verkopen dit aas, vrijwel altijd uit de diepvries. Je kunt ze ook proberen zelf te vangen met een verfijnde haringpaternoster. Tip: bied de zandspiering eens aan middels een dropshotmontage op een offset haak.

zeevissen natuurlijk aas
Zandspiering koop je meestal diepgevroren of je kunt ze zelf vangen.

Bevestiging: in zijn geheel onder een dobber of aan een dropshotmontage. Gebruik eventueel bindelastiek voor een steviger bevestiging. 

Vissoorten: gul, aal, zeebaars, tarbot, zeeforel.

zeevissen natuurlijk aas
Deze gul vergreep zich aan een zandspiering die middels een dropshotmontage werd aangeboden.

Garnalen

De garnaal heeft een langgerekt lichaam met dunne schalen, voelsprieten en kleine scharen complementeren het geheel. Niet alleen wij mensen zijn verzot op deze lekkernij, maar ook onder meer platvis, gul, wijtingen en zeeforel zijn er dol op. Ze hebben een eigenaardige lichaamsbeweging die bij actief binnen vissen na te bootsen is. Levende garnalen zijn natuurlijk het beste, dus dat zul je ook zelf moeten regelen. Garnaal uit de diepvries kan in stukjes soms ook vis opleveren.

Bevestiging: met een zeer dundradige, enkele haak.

Vissoorten: gul, alle platvis, wijting, steenbolk en zeeforel.

Zagers

Zagers bereiken in het wild soms ook een lengte van rond de 30 centimeter. Deze worden verkocht onder de naam steekzagers. De kweekzagers die je meestal in de hengelsportzaak treft zijn tussen de 10 en 12 centimeter. Ze zijn geelgroen tot roodbruin van kleur en in de paartijd hebben ze soms een blauwe gloed. Ook zijn er slikzagers te koop, kleine zagertjes die veel worden gebruikt tijdens wedstrijden. 

Zagers zijn lang niet zo kwetsbaar als zeepieren, maar moeten desondanks wel in een krant goed gehouden worden. Strandvissers gebruiken vaak een combi van een zager of een slikzagertje en pier als haakaas, eerst een pier op de haak, gevolgd door een zager als stopper. Zagers worden ook veel gebruikt bij het zeebaarzen met een dobber. 

Bevestiging: In zijn geheel op de lijn met een aasnaald of gewoon zoals een worm gehaakt door het lichaam.

Vissoorten: alle platvissen, gul, wijting, geep en zeebaars.

zeevissen natuurlijk aas
Zagers zijn stevig en blijven goed op de haak zitten. Ze zijn super beweeglijk en kunnen met hun kaken best agressief zijn.

Haring

zeevissen natuurlijk aas

Haringen smaken niet alleen goed, ze kunnen ook prima als aas worden gebruikt. Bij het vissen op geep is er geen beter aas denkbaar dan een reepje haring. Je kunt haring jaarrond bij de visboer kopen. Je kunt ze natuurlijk ook zelf vangen. Tijdens hun paaitijd, grofweg van april tot mei, kun je op specifieke plekken zoals de Brouwersdam of andere spui/sluiscomplexen langs onze kust in grote aantallen met een speciale haringpaternoster vangen. Een reepje haring is in de winter ook een gekend haakaas voor platvis. Een zijsprong: haring is een geweldig dood aas voor winterse snoek, maar moet je goed bevestigen, want ze zijn erg breekbaar. 

Bevestiging: Reepjes met huid, stukken of in zijn geheel (zonder ruggengraat).

Vissoorten: Geep, gul, makreel, fint, platvis, zeeforel.

zeevissen natuurlijk aas
Voor geep is er bijna geen aas zo goed als een reepje haring.

Strandkrabben

Strandkrabben hebben een hard schild, die ze regelmatig moeten ‘verversen’. Zodoende kunnen ze verloren delen herstellen of een maatje groter groeien. In deze fase worden ze ook wel zachte krab genoemd. Ze zijn alleseters en komen overal ter wereld in het zoute water voor en zijn ook algemeen in de Noordzee en de Waddenzee. Ook heremietkreeftjes worden vaker gebruikt als aas, zeker voor het vissen op haaien in Zeeland. 

Bevestiging: met een grote enkele haak door het achtereind of middels bindelastiek.

Vissoorten: gul, zeebaars, haaiensoorten.

zeevissen natuurlijk aas
Wanneer de krab ‘ververst’ zijn ze kwetsbaar en vaak een prooi voor de vissen.

Makreel

zeevissen natuurlijk aas

Een makreel wordt gemiddeld genomen tussen de 30 en 50 centimeter lang en wordt wel tot 17 jaar oud. Ze eten planton en visbroed van haring, gul en sprotten. In tegenstelling tot veel andere soorten heeft makreel geen zwemblaas, waardoor ze zonder problemen snel van diepte kunnen wisselen. De keerzijde is dat ze continue in beweging moeten blijven om niet naar de bodem te zinken. Dankzij hun taaie huid zijn ze een geliefd aas; je kunt ze zonder problemen ver werpen. Op zoet water worden ze veel voor snoek gebruikt.

Bevestiging: in zijn geheel, reepje.

Soorten: geep, makreel, fint, gul, poon, leng, rog, haai.

zeevissen natuurlijk aas
Deze rode poon kon niet vermoeden dat hij naast het meurende stukje vis ook een haak naar binnen werkte.

Vierkante boilies zelf maken

Hoekige boilies

GREGOR BRADLER – ‘Boilies moeten rond zijn’, zo luidt de gedachte van veel karpervissers. Gregor Bradler is het hier niet mee eens. Hij ziet juist voordelen in een andere, meer hoekige vorm. Welke voordelen en hoe je deze hoekige boilies het best zelf kunt maken, vertelt hij hier!

Ronde boilies zijn al sinds jaar en dag de norm in de karpervisserij, deze ronde vorm is er niet voor niets. Rond zijn ze namelijk het eenvoudigst te voeren op lange afstanden. Met een werppijp of katapult zullen deze perfect ronde balletjes koersvast door de lucht vliegen. Toch kan er ook met vierkante boilies gewoon gevoerd worden. Met een voerschep kan er nauwkeurig op korte afstanden worden gevoerd, terwijl een (voer)boot handig van pas komt op de wat langere afstanden.

Waarom altijd ronde boilies?

Bovendien hebben we natuurlijk te maken met een heilig huisje; boilies moeten rond zijn. Punt! Hier zijn vissers nu eenmaal aan gewend en afwijkende vormen zullen minder snel verkocht worden. Tja, en daar kan meteen een probleem in schuilen. Karpervissers vissen met bijna niets anders en de kans dat die slimme karpers ronde boilies met gevaar gaan associëren is wel degelijk aanwezig. Kortom, hoekige boilies kunnen erg dressuurdoorbrekend werken.

hoekige boilies
Moeten boilies altijd rond zijn? Welnee!

Nood breekt wetten

De tijd waarin ik begonnen ben met het vissen met vierkante boilies ligt inmiddels een aantal jaren achter me. Als jeugdige visser viste ik uitsluitend met zelfgerolde, ronde boilies. De kant-en-klare zakken met deze ronde lekkernijen waren mij veel te duur. Die kon ik me niet veroorloven, dus ging ik zelf aan de slag. Ik vond het perfect rond maken van boilies alleen wat lang duren. Ik wilde ze met de hand tot ronde balletjes draaien. Iedere visser die dat ooit heeft geprobeerd weet wat voor een tijdrovend en irritant klusje dat is. Na hooguit een kilootje met de hand gerold te hebben was ik er klaar mee. Maar wat moet je dan?

Gelukkig zijn er hulpmiddelen te krijgen in de vorm van rolplanken! Rolplanken zijn planken met een serie halfronde gootjes in een bepaalde diameter die het deeg tot balletjes moeten vormen. Om dit goed te laten verlopen moet je het deeg eerst tot een worst maken. Deze worst moet de juiste dikte hebben, anders worden je boilies niet rond, maar ovaal (of dumbell) vormig. Om deze worsten te maken heb je een deegspuit nodig. Al deze hulpmiddelen kosten natuurlijk geld. Hoe anders is het als je besluit kubusvormige boilies te maken?!

Het enige wat je dan nodig hebt is een deegroller en een mes. Met de deegroller rol je het deeg uit tot de gewenste dikte, om vervolgens met het mes de vierkante boilies te snijden. Ideaal! Met relatief weinig hulpmiddelen kun je in korte tijd veel boilies maken.

hoekige boilies
Maar liefst 44 pond, gevangen met een vierkante lekkernij.

Vierkantjes maken – stap voor stap

hoekige boilies

STAP 1 Breek tien eitjes in een kom.

hoekige boilies

STAP 2 Voeg er eventueel nog wat flavour aan toe en meng het geheel goed.

hoekige boilies

STAP 3 Voeg de boiliemix toe en begin met kneden.

hoekige boilies

STAP 4 Het deeg is goed als het niet meer aan je handen plakt; laat het dan een half uur rusten.

hoekige boilies

STAP 5 Met een deegroller of een wijnfles rol je het deeg uit tot de gewenste dikte.

hoekige boilies

STAP 6 Snijd eerst reepjes van het deeg.

hoekige boilies

STAP 7 Om er vervolgens kubussen van te snijden!

hoekige boilies

STAP 8 Tijd om ze te koken. Roer geregeld door de pan.

hoekige boilies

STAP 9 Als ze tijdens het koken boven komen drijven zijn ze klaar.

hoekige boilies

STAP 10 Verspreid ze en laat ze goed drogen!

Brasem met de feeder: simpel en effectief

brasem feederhengel

De kunst van het weglaten, iets zo simpel als mogelijk houden met maximaal resultaat, is nog niet zo gemakkelijk. Rob Wootton, lid van het Engelse nationale feederteam, heeft de nodige internationale ervaring. Tijdens deze reportage vist hij op Black Horse Lake in Buckinghamshire in een ondiep, stilstaand water op brasem met de feederhengel.

Het water waar ik vandaag vis heeft veel weg van de wateren die ik vroeger met mijn vader beviste. Het water is schitterend gelegen, met weinig andere vissers langs de oever. Dit doet me echt denken aan de vistrips die ik in mijn jeugd met mijn vader gemaakt heb.

Het feedervissen is sindsdien duidelijk veranderd; een enorme toename van feederwedstrijden heeft deze discipline een duidelijke push gegeven. De tactieken zijn verder verfijnd, net als de aassoorten. Het lijkt in niets op het verleden, toen ik een zelfgemaakte voerkorf gevuld met broodkorsten naar de voerstek slingerde.

We richten ons vandaag op brasem. Er is me verteld dat dit meer een goed bestand hiervan bevat. De vissen hebben een gemiddeld gewicht van een tot twee kilogram. Dit is een relatief ondiep meer, niet meer dan twee meter in het midden en met weinig variaties in diepte.

Ik verwacht niet dat ik vandaag op zeer grote afstand moet vissen. Er is me verzekerd dat een afstand van 45 tot 50 meter voldoende zou moeten zijn, een comfortabele afstand om te bereiken. Bovendien een afstand waarop ik er zeker van ben dat we een aantal brasems op het voer moeten kunnen krijgen.

Holle feedertop

De hengel die ik vandaag gebruik is een 3,90 meter lange Free Spirit Hi-S Power Feeder die voorzien is van een holle feedertop met een weerstand van 2,5 ounce. Deze topkwaliteit hengels zijn fantastisch om te gebruiken voor deze visserij, ze maken het werpen zo veel eenvoudiger. De speciale feedertoppen zijn hol in plaats van de gebruikelijke volcarbon of glasvezel feedertoppen.

Deze toppen bevallen me uitermate goed omdat ze bij verre worpen sneller stil staan en dus minder natrillen. Dit resulteert in minder knopen in de montage of lijnbreuk tijdens de worp, uiteindelijk betekent dit ook dat ik een zachtere feedertop kan gebruiken bij het vissen op grotere afstand.

brasem feederhengel
De afstand is vandaag geen probleem.

De werpmolen die ik gebruik is een Daiwa Cast’izm, waarvan de spoel gevuld is met 10/00 Guru Pulse Braid met een voorslag van 15 lb nylon. De voorslag is ongeveer vijf meter lang, dit om er zeker van te zijn dat er enkele slagen op de spoel liggen bij het begin van de worp. Dit is noodzakelijk om de krachten te weerstaan die ontstaan bij het regelmatig werpen met zware voerkorven.

Veel vissers gebruiken lichtere voorslagen van 8 of 10 lb nylon, maar ik gebruik liever zwaarder materiaal omdat de extra trekkracht me zekerheid geeft bij het maken van verre worpen. De grotere diameter maakt de gehele montage ook wat stijver, waardoor ik minder last heb van in de war raken.

Montage

Ik heb met allerlei soorten knopen voor het bevestigen van de voorslag aan een gevlochten lijnen geëxperimenteerd. Tegenwoordig kies ik er voor om een conventionele bloedknoop te maken met het voorslagmateriaal en een lus die in de gevlochten lijn gemaakt is.

Ik vis veel wedstrijden die gevist worden volgens internationale regels voor het feedervissen, wat betekent dat de voerkorf vrij over de lijn moet kunnen glijden en niet gefixeerd op de lijn. Zelf vis ik graag met deze soort van montages omdat een gehaakte vis minder snel los schiet door het bonken van de voerkorf aan de lijn waarbij de haak uit de bek van de vis getrokken wordt.

brasem feederhengel
Gebruik een zo licht mogelijke korf voor de te bereiken afstand.

Bij afstanden groter dan dertig meter gebruik ik graag gaaskorven met het gewicht onderaan omdat deze zich zo goed en gericht laten werpen. Mijn keuze valt daarbij op de AS gaaskorven (van AS Feeder Production uit Belgrado) of de Matrix Horizon Buller Feeders voor het werpen van extreme afstanden of bij het werpen tegen de wind in.

Een belangrijk aspect is om een zo licht mogelijke voerkorf te gebruiken voor het comfortabel bereiken van de gewenste afstand. Dit is met name van belang op ondiepe wateren zoals waar we vandaag vissen. Het plonzen van een zware voerkorf in een ondiep meer verjaagt niet alleen de vis. Het kan ook zijn dat de korf te diep wegzakt in de bodem.

Hair montage

Wanneer de reglementen het toestaan vis ik de maïskorrels graag aan een hair in combinatie met een maat 16 Matrix Feeder Riggers haak met weerhaak. Deze is geknoopt aan een 20/00 dikke en 40 centimeter lange onderlijn. Aanbeten op deze combinatie zijn normaal gesproken niet te missen!

brasem feederhengel
Mist normaal gesproken geen aanbeet.

Montage

Ik schuif een wartelconnector op de hoofdlijn en knijp dan twee maat 8 Middy Slot Shot loodhagels op de lijn onder de connector. Vervolgens knoop ik een tien centimeter lange getwiste lus in het eind van de hoofdlijn. De twee loodhagels worden vlak boven de lus gepositioneerd. Ze fungeren als een buffer voor de wartelconnector en helpen om de voerkorf weg te houden van de onderlijn. Het is vervolgens zaak om de onderlijn aan de getwiste lus te bevestigen en een voerkorf aan de wartelconnector te hangen.

brasem feederhengel
Loodhagels als buffer.

Vismeel

In Engeland vis ik normaal gesproken niet op brasem zonder een lokvoer met vismeel als basis, omdat ze daarop zeer goed  reageren. Vandaag gebruik ik een mix van Dynamite Baits Marine Halibut en Green Swim Stim lokvoeders in een verhouding van 50:50. Het lokvoer heb ik met water tot een zware consistentie gemengd omdat ik wil dat alle deeltjes goed doordrongen zijn met vocht, zodat ze goed in de buurt van de bodem blijven in plaats van wolken lokvoer te veroorzaken. Grote vis reageert naar mijn mening beter op een inactief lokvoer, terwijl kleinere vissoorten aangetrokken worden door wolkende en actieve lokvoermixen.

Om bij het vismeelthema te blijven meng ik ook nog wat Dynamite Baits XL 2 mm Carp Pellets door de mix. De pellets heb ik enkele minuten bevochtigd alvorens het water weg te gieten. Na een minuut of dertig zijn ze dan mooi zacht en perfect voor de brasem.

brasem feederhengel
Lokvoer en haakaas bij elkaar.

Een aassoort die ik van plan ben om te gebruiken, op de haak en om los bij te voeren, is maïs. Het meer bevat ook grote bestanden aan blankvoorn en ruisvoorn. Door maïskorrels te gebruiken hoop ik aan de aandacht van de kleinere vis op de stek te ontsnappen. Ook heb ik maden en wormen bij me. Naar verwachting komen die alleen in het spel voor wanneer ik moeite heb om aanbeten te krijgen.

Wachten op respons

Bij aanvang van de vissessie plaats ik tien grote gaaskorven gevuld met pellets, lokvoer en maïs op een afstand van vijftig meter. Voordat ik begon te voeren maakte ik enkele proefworpen met een wartellood. De bodem leek vlak en gelijkmatig te zijn op deze afstand.

Het is naar mijn mening belangrijk om het aas op een zo klein mogelijk gebied te plaatsen. Dit geeft me dan tevens de mogelijkheid om af en toe een proefworp buiten de voerplek te maken. Zo kan ik vissen zoeken die te schuw zijn om zich op een voerplek te begeven.

Na het voerbombardement gaat er een kleinere, medium AS gaaskorf aan de lijn. De mix die ik aanbied in de voerkorf varieert tijdens de sessie afhankelijk van de respons die ik krijg. Naar mijn verwachting zal ik nu enige tijd moeten wachten op de eerste aanbeet, misschien wel een uur of langer. Dit is heel normaal bij het vissen op brasem, maar het wachten is de moeite waard wanneer ze eenmaal op de voerplek beland zijn!

Nooit forceren

Zoals verwacht duurt het ongeveer een uur voordat ik de eerste aanbeet krijg. Enkele duidelijke rukken aan de top maken duidelijk dat een brasem zichzelf gehaakt heeft op het gewicht van de voerkorf en ik dril de vis voorzichtig in de richting van het landingsnet. De vis pakte twee maïskorrels.

brasem feederhengel
De eerste vissen vallen voor de maiskorrels aan de hair.

Ik neem altijd ruim de tijd met een gehaakte brasem en forceer ze nooit in de richting van het landingsnet. Brasem is een scholenvis en een vis die losschiet gaat terug naar zijn vriendjes om ze over het gevaar te vertellen. Nadat de eerste vis geland is, heb ik zeker een uur lang volop activiteit op de stek. Lijnzwemmers en de aanwezigheid van luchtbellen boven het gebied waar ik het lokvoer geplaatst heb, maken duidelijk dat er vis op de stek is.

Er volgen nog twee vissen van een mooi formaat, beide op de maïs aan de hair. En dan trekt een stormbui over het gebied. De vis lijkt opeens gestopt te zijn met azen. Na een lange periode van inactiviteit besluit ik om maden en wormen naar de stek te brengen om het azen weer op gang te krijgen.

brasem feederhengel
Er gaan nu ook maden en wormen naar de stek.

Vijf volle voerkorven gevuld met geknipte wormen, maden en lokvoer plaats ik op de voerplek. Direct daarop krijg ik weer indicaties van aanbeten op de feedertop… van kleine ruisvoorn! Dit is niet de vissoort waarop ik me wil richten, maar er is in ieder geval nog vis aanwezig.

Groter

Mijn volgende truc is om een grotere gaaskorf te bevestigen en te vissen met groter natuurlijk aas, zoals wormen of een bundel maden. Ik vervang de haak voor een maat 12 Tubertini Series 18, met ruimte voor acht maden of twee grote wormen. Ik hoop dat de grotere voerkorven gevuld met aas de brasem terug lokt naar de visplek en de kleine ruisvoorn daarbij verdrijft.

brasem feederhengel
Dankzij het natuurlijke aas keren de brasems weer even terug naar de stek.

Deze nadrukkelijke verandering in aanpak werpt gelukkig haar vruchten af. Kort voordat de volgende stormbui arriveert, land ik nog twee schitterende brasems aan een bundel maden. Met meer donkere wolken aan de horizon besluiten we de sessie voortijdig te beëindigen, maar met vijf brasems in het leefnet ben ik meer dan tevreden. Het was een schitterende visdag met de feeder in een prachtige omgeving – mijn idee van hoe de hemel er uit ziet!

Welke haken heb je bij commercial vissen nodig?

welke haak

REDACTIE – Zeg nu zelf, als je voor een winkelschap met haken staat, kom je er dan nog uit? Welke type haak heb je voor welke vis(serij) nodig? Welk type haak voor welk type aas? Welk formaat haak en hoe bevestig je de haak aan de lijn? Wij vroegen Peter Urscheler om advies!

Welk formaat haak heb je nodig?

Het formaat haak is vaak een persoonlijk iets. Ook hangt het natuurlijk af van de grote van het haakaas. Doorgaans wordt maat 14 het meest gebruikt en op dagen dat het moeilijk is kun je een kleinere haak gebruiken om zo te kijken of dit meer beet oplevert. Wanneer je groter aas vist, bijvoorbeeld paste, dan wordt er vaak een haak 10 gebruikt. je hebt namelijk ook wat volume nodig om de paste aan de haak te houden. Wanneer je in de kant vist op de grotere vissen, dan wordt er doorgaans een grotere haak gebruikt om meerdere maden of maiskorrels op de haak te zetten.

Dril haken
De haak kies je op basis van het haakaas.

Welke type haak voor welke vis en aas?

Ten eerste is het belangrijk om te constateren dat je met verschillende diktes/sterktes van haken van doen hebt. Je kunt een onderverdeling maken in light, medium en heavy. Het spreekt voor zich dat je met een light type haak dunnere lijnen en vaak ook kleiner aas gebuikt dan met een heavy model haak. Wanneer je de volgende type haken bij je hebt, dan kun je op elke situatie en type aas inspelen:

Dundradige haak – visserij op witvis en kleine karper, F1.

Haken voor commercials
Onder sommige omstandigheden, lees moeilijke dagen, moet je soms lichter, dunner en met kleiner aas vissen om beet te krijgen. Denk niet dat op commercials  natuurlijks aas niet werkt… Soms werkt een enkele made of caster velen malen beter dan een pellet! Dan heb je een dundradige, maar toch sterke haak nodig. Een goed voorbeeld van zo’n haak is de Preston SFL-B.

Medium dikte haak – oog naar achteren gebogen – visserij met een pellet op de vaste stok, method feeder & pelletwaggler.

Haken voor commercials
Wil je aan de slag gaan met harde pellets als haakaas, dan ontkom je niet aan een montage met een hair en/of baitbandje. Zo’n montage knoop je het makkelijkst met de zogenaamde knotless knot. Het is erg belangrijk dat je dan een haakmodel kiest waarbij het oog naar achteren is geboden; de Preston KKM-B is een goed voorbeeld van zo’n haak. De verbinding onderlijn haak is zo’n type haak optimaal, waardoor de inhaking kansen toenemen!

Medium dikte haak  – oog recht op steel – visserij met een pellet op de vaste stok en zacht aas, zoals maden, mais, expanders of wormen.

Haken voor commercials
GPM-B eyed/ (medium dradige haak) voor de visserij met een pellet op de vaste stok, method feeder, pelletwaggler. Het oog van deze haak staat recht op de steel. en GPM-B spade end (medium dradige haak) voor het vissen met zacht aas, maden,mais, expanders of wormen.

Medium dikte haak – circkle hook – visserij met de method of loodje.

Haken voor commercials
MCM-B (medium dradige haak) voor de visserij met de method of loodje is deze circle haak uitermate geschikt.

Heavy dikte haak – grote vis – vissen in de kant – vissen met paste, mais en grote expanders.

Haken voor commercials
XSH-B ( heavy dradige haak) voor het vissen in de kant of voor het vissen met zacht groot aas paste,mais,expanders, maden of wormen voor het vangen van grote vis. Deze haak heeft een brede bocht en als deze haak vast zit gaat hij niet meer los.

De hierboven afgebeelde haken is een nieuwe serie van Preston. Deze haken zijn weerhaakloos (vaak verplicht op visvijvers) en in drie verschillende draaddiktes beschikbaar. Dit kun je terug te vinden in de derde letter van de haaknaam, te weten light (L), medium (M) en heavy (H). Met deze haken dek je alle mogelijke technieken die je op commercials kunt toepassen.

Hoe bevestig je de haken?

knoop haken knotless knot
De haken met een oog knoop ik door middel van een knotless knot aan de haak.
bledknoop haken
Haken met een bledje knoop ik door middel van een bledknoop.

Megavangst in Senja in Noord-Noorwegen!

Senja Noorwegen

ARNOUT TERLOUW – Wil je 24 uur per dag vissen? Wil je jezelf met spinhengels uitleven op het geweld van beresterke koolvissen, lompe kabeljauwen en heilbotten die je materiaal tot het uiterste testen? Dan is Noord-Noorwegen, in de zomerperiode van juni tot september de ‘place to be’! Vissen, vissen en nog eens vissen tot je armspieren verzuurd raken. Slapen doe je wel weer als thuis bent. In juni 2015 vertrok ik samen met Juul Steyn en Hans Sibbel, beter bekend als Lebbis, naar het prachtige eiland Senja in Noord-Noorwegen, direct aan de oceaan gelegen, op zo’n 200 km van Tromsø. 

Senja is het op een na grootste eiland van Noorwegen, en wordt ook wel ‘Klein Noorwegen’ genoemd, omdat het een afspiegeling zou zijn van het hele land, met zijn ruige kustlijn met indrukwekkende fjorden en steile bergwanden.  Onze accommodatie, Senja Havfiskesenter, ligt in het gehucht Medby aan de westkust aan het beschutte Veidmannsbotn fjord, op zo’n 3,5 uur rijden van Tromsø. Zowel Cordes Travel als P&S Visreizen heeft deze bestemming in hun Noorwegen-programma zitten.

Maanlandschap met sneeuw en ijs

Na een prima vlucht naar Tromsø, rijden we met een gehuurde auto al snel de Gisund brug over, die tegenwoordig Senja met het vaste land verbindt. Na 2 uur rijden we een tunnel door en belanden dan van het ene op het andere moment in een volkomen ander landschap! De groene heuvels, bossen en meren hebben plaats gemaakt voor een ruig maanlandschap met scherpe rotsen, sneeuw en ijs! Het mag dan wel juni zijn, maar hier lijkt het nog wel winter. 20 minuten later duiken we plots weer steil de diepte in, wordt het weer groen en zien we de zee liggen. Even later zijn we op onze bestemming gearriveerd: Senja Havfiskesenter. 

Senja Noord-Noorwegen
Hier ziet het er rustig uit, maar we moeten toch even wachten tot de wind ons weer toestaat om te gaan vissen. 

Natuurlijk willen we zo snel mogelijk gaan vissen, maar die visdrang moet nog even geduld hebben. Het waait namelijk hard, te hard. Al twee weken lang wordt de kust geteisterd door harde wind, windkracht 6-8, die het vissen nagenoeg onmogelijk maakt, zeker richting open zee! De vooruitzichten zijn gelukkig redelijk, maar de eerste visdag wordt noodgedwongen besteed aan boodschappen doen en een beetje acclimatiseren. 

Knallende koolvis!

De tweede dag zijn we niet te houden, we moeten en zullen het water opgaan. Hoewel de wind iets is afgezwakt naar windkracht 5/6, is naar buiten gaan geen optie met onze open, maar zeer stabiele boten. In de beschutting van de steile bergwanden in het Sifjord is het gelukkig nog redelijk te doen. We maken een paar driften rond een uitloper van een eiland en een paar onderwaterrotsen in de hoop op pollak en koolvis. In 2 uur tijd vangen we vrijwel alle vissoorten die hier rondzwemmen, maar allemaal vrij klein, niet waarvoor we komen… 

Senja Noord-Noorwegen
Ook zeewolf wist onze stads te pakken.

In het fjord liggen een paar zalmkwekerijen, die zo te zien nauwelijks gebruikt worden en in de middag zien we aan de buitenkant van de netten een grote groep meeuwen fanatiek duiken. Het is doorgaans verboden om vlakbij de netten te vissen, maar we zien ook meeuwen wat verder er van af duiken en even later vliegen onze ‘Sandeels’ richting de commotie. We laten het kunstaas een paar seconden afzinken en draaien dan als een gek binnen. Binnen een paar seconden staan we alle drie met een tot in het handvat gekromde hengel! Koolvis en mooie ook…

Senja Noord-Noorwegen
Koolvis… en mooie ook! Senja, Noord-Noorwegen, in al haar glorie!

We beleven sport van de bovenste plank met het lichte materiaal en met de koolvissen die zich vol overgave op onze kunstaasjes storten. Een paar tikjes van staarthappers en dan vol er overheen, kicken! Met een voldaan gevoel varen we terug richting het beschutte haventje en de behaaglijke warmte van het huisje. Er moet tenslotte ook nog een keer gegeten en een paar uurtjes geslapen worden! 

Waar is de (aas)vis?

De volgende morgen zien we dat de wind aardig is gaan liggen. Tijd om het water buitengaats te verkennen, waar op zo’n 20 minuten varen een aantal interessante plateaus liggen, omring door diep water. Nog verder naar buiten ligt een ondiep gebied met rotseilanden wat er op de dieptekaart ook heel interessant uitziet. Mogelijkheden genoeg dus!

De verwachtingen zijn hoog als we bij het eerste plateau aankomen, maar tot mijn verbazing is nergens (aas)vis te bekennen, ook niet op de steile randen. Het lijkt wel een verlaten woestijn! Twee andere plateaus idem dito. Hopend op een zwervende heilbot vissen we de randen toch af, zowel spinnend met shads als met aasvis, maar het lijkt hopeloos. Ook de rand naar de eilanden en de ondiepere geulen tussen de eilanden leveren niets bijzonders op, ondanks dat het er ruikt naar heilbot!

Een beetje moedeloos besluiten we het voor gezien te houden en varen begin van de avond terug naar het fjord. Daar zien we de meeuwen weer jagen, nu ook verder het fjord in waar het volgens de dieptemeter zo’n 80 meter diep is. Maar als we bij de jagende meeuwen komen is de fishfinder de weg (beter gezegd de diepte) volledig kwijt! Het scherm slaat helemaal rood uit tot 2-3 meter onder het wateroppervlak, zoveel aasvis zit er blijkbaar! En waar aasvis zit… juist daar zitten ook de rovers! Het gaat wederom helemaal los en het valt niet mee om die avond te stoppen. Verslavend, zeker op het lichte materiaal. Niet alle koolvissen zijn even groot, maar gemiddeld toch zo’n 5-7 kg, met uitschieters richting de 8-10 kg en 100 cm+!

Senja Noord-Noorwegen
De koolvis ging weer helemaal los.

Onmisbare driftzakken

Van de andere vissers krijgen we ook te horen dat er buitengaats weinig vis zit, of je moet heel ver de oceaan op gaan, ver, heel ver voorbij de eilanden… Eén tot twee uur varen, zonder garantie op succes. Dat zien we niet zitten en besluiten het fjord, wat op 10 minuten varen om de hoek ligt nog wat beter te verkennen. Na ons eerst weer een uurtje te hebben uitgeleefd op de beresterke koolvissen, die nu wat dieper zitten, concentreren we ons op een plateau aan de ingang van een ander fjord. De wind waait nog behoorlijk strak het fjord in, maar met behulp van twee driftzakken kunnen we de drift aardig controleren.

Het duurt even voor we de juiste drift maken en de juiste stek gevonden hebben, maar dan gaat het weer los. Niet alleen grote koolvissen, maar dit keer ook prachtige kabeljauwen. Prachtig die lompe aanbeten! Secuur vissend weten we zo heel wat (grote) vissen te vangen, ondanks dat er niet of nauwelijks stroming staat.

Senja Noord-Noorwegen
Nu ook prachtige kabeljauwen.

Dat zal zo de hele week blijven, ondanks een bijna maximaal verval tussen hoog en laag water… vreemd. Heeft dat te maken met de constante, harde wind uit het westen? Is dat ook de oorzaak dat buitengaats vrijwel geen vis te vinden is? Is die allemaal de fjorden ingeblazen? Feit is dat er in het fjord een enorme berg aan aasvis zit. Misschien ook vanwege de vele, honderden meters lange lijnen waarmee de zalmnetten zijn afgespannen, die met dikke bossen kelp zijn begroeid – een ideale schuilplaats voor jonge vis!

Senja Noord-Noorwegen
Sandeels vielen goed in de smaak.

Spinmateriaal

Voor deze spinvisserij met shads zijn twee spincombo’s aan te raden. Nylon voorslag van 60/00 tot 1.00 mm is essentieel!

  1. Voor shads/loodkoppen van 30-80 gram, medium spinhengel van 2,10-2,60 meter, spinmolen type 3000-4000, gevuld met 15/00–19/00 braid.
  2. Voor shads/loodkoppen van 80-150 gram, medium/heavy spinhengel van 2,10 – 2,40 meter, spinmolen type 4000-5000 gevuld met 19/00-25/00 braid

Mijn combi 1:

  • Hengel: Illex Element Rider 225H 10-60 gram
  • Molen: Shimano Twinpower 4000 SW
  • Lijn: Daiwa TN8 braid 0.15 mm

Combinatie 2:

  • Hengel: Daiwa Saltiga Spin 2.10 m, 50-135 gram
  • Molen: Daiwa Saltiga 4500H
  • Lijn: Daiwa TN8 braid 0.20 mm
Senja Noord-Noorwegen
De kabeljauwen gingen voor de grotere loodkoppen en shads.

Bizar: supervisserij om de hoek!

Hoe het ook zij, wij zijn allang blij dat we een supervisserij om de hoek hebben, dat scheelt heel wat vaar- en vistijd! Even een (korte) pauze inlassen in het huisje om de batterijen, letterlijk en figuurlijk weer op te laden, is een fluitje van een cent en de benzinerekening is nog nooit zo laag geweest! We vermaken ons prima en meermaals zijn we nog tot 02.00 uur in de ‘nacht’ aan het vissen, terwijl de zon nog steeds de besneeuwde toppen van de steile hellingen verlicht. Een prachtige ervaring!

Senja Noord-Noorwegen
We vermaken ons uitstekend.

We vangen schitterende kabeljauwen met grote koppen, tot zo’n 120 cm, die onze shads volledig inhaleren en krijgen snoeiharde runs wanneer een grote koolvis de shad pakt. Vissen van 8/9 kilo met uitschieters tot 115 cm en 10 kg+. En dat op spinmateriaal waar je hier mee op snoek vist!

Senja Noord-Noorwegen
Senja, Noord-Noorwegen: genieten met een grote G!

Maar waar zijn de heilbotten? Die moeten toch ook op die enorme berg aan aasvis afkomen, zou je denken? Stroming moet je daarvoor hebben en die staat er niet. Tot de laatste middag. Dan begint het eindelijk een beetje te stromen en vangt Juul gelijk twee heilbotten van zo’n 10 kg op de rand van de plateaus in het fjord waar we de dagen ervoor al heel wat driften hebben gemaakt.

Senja Noord-Noorwegen
De heilbot was vooral onzichtbaar, maar Juul wist er toch nog twee te vangen.

Het is en blijft vissen! Je vraagt je wel af wat we hier gevangen zouden hebben als er af en toe ook nog eens een lekkere stroming had gestaan… 

Lees ook:

[irp posts=”6357″ name=”Rijkdom in Noorwegen”]

[irp posts=”15523″ name=”Pak eens de boot!”]

Maïspap: kabaal en attractie

Maispap

JON ARTHUR – Als iedereen dezelfde aanpak hanteert, dan is het misschien wel een goed idee om eens wat anders te doen om de vis te verrassen. Op alle commercials waar ik tegenwoordig kom vissen zie ik vissers met name pellets in het water schieten. Ik weet het, het is gemakkelijk en succesvol. Heb jij ooit gedacht aan gepureerde maïs?

Maïspap kan perfect werken op zonnige dagen, zoals vandaag. De karpers liggen hoog in het water en moeten op de ene of andere manier worden verleid. Natuurlijk kun je maïspap ook combineren met de meer gebruikelijke aanpak met pellets. Vandaag vis ik op een water waar ik nog niet eerder heb gevist. Marshes, een commercial op het prachtige Bishops Bowl Fishery, midden in Engeland. Een ideale testsituatie om mijn eenvoudige en doeltreffende aanpak met maïspap te laten zien!

Geluid lokt vissen aan!

We weten allemaal dat vissen, en met name karpers nieuwsgierig zijn. Om die reden kunnen ze soms goed reageren op geluid. Het geluid van vallende pellets of maden is een manier om hun smaakpapillen alvast te prikkelen. Hardere geluiden als een bal lokvoer of een cup vol aas van een hoogte laten vallen werken vaak ook prima.

maispap
Laat de maïspap van grote hoogte uit je ‘pot’ vallen…

Als je ooit hebt gekeken wat er gebeurt wanneer een zwerm vogels over een water vliegt terwijl ze ontlasten en hopelijk jouw hoofd missen, dan heb je waarschijnlijk weleens gezien dat het niet lang duurt voordat de vissen op onderzoek uitgaan om te zien wat daar zo’n commotie heeft gemaakt. Vissen zijn dol op die gratis mitrailleursalvo’s vol voedsel. In mijn gedachte werkt mijn topcupje met maïspap net zo!

maispap
…en je zult zien dat de vissen direct reageren op het geluid en de gele voerwolk.

Ook een ‘wolk’ lokt vis aan

Door een cup maïspap van een hoogte in het water te laten vallen, maak je een hoop lawaai. Feitelijk maak je de vissen er hiermee op attent dat er wat te snaaien valt. Er zijn wel een aantal dingen waar je rekening mee moet houden. Allereerst de kleur. Persoonlijk vind ik een felgeel gekleurde mix in deze tijd van het jaar wel prettig. Een bewezen kleur die al de nodige dikke vissen op de kant heeft gebracht. Andere opties zijn wit of rood, maar tijdens mijn visserij op witvis in stromend water heb ik gezien dat een gele wolk net wat langer in de bovenste waterlagen blijft hangen en dus is die bij mij favoriet.

Dan het volgende punt van aandacht: de consistentie. Voeg gerust veel water aan de mix toe! Het papje mag behoorlijk nat zijn, zodat je nog maar net in staat bent om de pap met je handen in de polepot te krijgen. Om de consistentie goed te krijgen maak ik mijn lokvoer aan zoals ik dat altijd doe en zeef het daarna om klonten te verwijderen. Vervolgens voeg ik extra water toe. Het zal je verbazen hoeveel water deze mix nog kan hebben. Waarschijnlijk verdubbelt het volume van het lokvoer!

Hoe maak je maispap?

Vandaag maak ik gebruik van een zakje Dynamite Swim Stim F1 Sweet, een sterk geurend vismeelmengsel. Een geelkleurig lokvoer waar ook nog eens melkpoeders in verwerkt zijn, wat het wolkend effect ten goede komt. Met een zakje van dit spul kom je een heel eind tijdens een sessie. Iets wat ik soms toevoeg om het wolkend effect te bevorderen is Dynamite Sweet Tiger Liquid. Probeer dat maar eens uit, gooi maar eens een heel klein beetje van deze vloeistof in het water en zie hoe lang er een prachtige wolk in het water hangt.

maispap
Met een simpele keukenblender maal je in enkele seconden je blikmaïs tot een aantrekkelijke puree.

Mijn laatste ingrediënt: een blikje maïs! ‘Maar maïs zinkt toch als een baksteen naar de bodem?’, hoor ik je denken. En dat klopt ook, maar niet als je het bewerkt zoals ik doe, dus eerst door een blender halen! Om dit te doen heb ik een handige handblender gekocht die ik mee neem naar het water. In enkele seconden heb je een heel blik maïs gedecimeerd tot pap.

Natuurlijk zou je dit ook thuis met een elektrische blender kunnen doen en de maïspap in een bakje meenemen. Wanneer je een klein handje van dit spul in het water gooit ontstaat er een wolk. En in deze wolk zweven maïsvelletjes en kleine eetbare deeltjes rond. Ik denk dat deze deeltjes de grotere vissen geïnteresseerd houden. En dat is alles wat betreft mijn voermengsel! Lokvoer, een liquid, maïspap en veel… heel veel water!

maispap
Jon zweert bij zijn geel gekleurde, wolkende maïspap-aanpak!

Voeren met de pole cup

Mijn onderlijn om in het ondiepe te vissen kan niet eenvoudiger. De dobber die ik gebruik is een Mick Wilkinson Cookie, een erg fijn, subtiel handgemaakt dobbertje dat in totaal vijf nummertjes 11 loodhagels kan dragen. Vandaag hangen die loodjes in een bulk direct boven het 15 cm lange onderlijntje. De dobber plaats ik op een 18/00 lijn, de onderlijn is gemaakt van 14/00 en geknoopt met een maat 18 Preston KKM-B haak. Qua topelastiek is de witte Daiwa Hydro een hele goede allrounder.

Het laatste essentiële stuk gereedschap is de polepot. Persoonlijk ben ik voor deze visserij fan van de zachte Preston Cad Pots. Tijdens het vissen wissel ik regelmatig tussen het medium en het grootste formaat. Welke pot je ook gebruikt, zorg er in ieder geval voor dat er gaatjes in de bodem zitten om te voorkomen dat het papje vacuüm zuigt. Hierdoor komt het papje er altijd gemakkelijk uit.

Fragiel haakaas

Vandaag presenteer ik een 6 mm pellet en een 4 mm Dynamite Durable pellet aan de baitband. Een geplette maïskorrel of twee tot drie maden zijn ook goede opties. Vandaag zijn er echter te veel voorns aanwezig om met zulk fragiel aas te vissen. Bij tijd en wijle explodeert mijn stek haast van de activiteit van voorns en dat vind ik helemaal niet erg! Ik weet bijna zeker dat deze kleinere vissen ook grotere vissen aantrekken.

Maispap
Pellets als haakaas om al te gretige voorns een beetje te mijden.

Natuurlijk kun je dit voertje eventueel ook met de hand voeren wanneer je bijvoorbeeld korter bij de kant wilt vissen. Dat is wat ik vandaag op 5 meter heb gedaan, voordat ik aan de slag ging op 13 meter. Het is wel verstandig om het mengsel iets steviger te houden als je er met de hand mee wilt gaan voeren. Let er wel op dat de ‘ballen’ bij impact met het water uiteenspatten, dat is cruciaal voor deze tactiek. Nog beter is het als je voerballen midden in de lucht uit elkaar vallen en er zo als een regen van maïsderrie op het water valt.

Omdat ik dit water nog niet eerder heb bevist, wilde ik graag zien hoe dichtbij de vissen durfden te komen. Op 5 meter ving ik een aantal lijvige karpers, maar met name de kroeskarpers kwamen zonder schroom dicht onder de kant. Deze normaliter zeer schuwe vissen komen mijn haakaas op 50 cm diepte halen waar het twee meter diep is. Als dat geen bewijs is van het potentieel van deze tactiek…!

maispap
Met name de kroeskarpers kwamen zonder schroom dicht onder de kant.

Pellet alternatief

Na een groot aantal prachtige vissen op vijf meter valt me plots op dat er een aantal karpers rondzwommen in het midden van het water. Door met mijn vaste hengel op 13 meter te vissen kan ik ze bereiken. Er zijn slechts twee potjes met mijn pap nodig om de vis op mijn stek te krijgen. Vissen van tussen de 1 en 2 kilo, heerlijk! Als ik moet wachten op een aanbeet dan schiet ik gewoon een of twee katapultjes met pellets richting de stek.

Maispap
Ook de grotere karpers reageerden op de maïswolken.

Om de stek op gang te krijgen liet ik een grote pot pap van een meter boven het water op de stek vallen. Toen de karpers dat eenmaal in de gaten hadden, schakelde ik om naar een pot van medium formaat zodat ik de karpers sneller kon vangen. Iedere keer als ik een beetje pap in het water laat vallen, probeer ik mijn haakaas middenin die voerwolk aan te bieden. De aanbeten volgen elkaar in rap tempo op. Toegegeven: door deze manier van vissen word je wel een beetje vies, maar het is een erg leuke visserij. Een prachtig alternatief voor het constant schieten van pellets.

Lees ook:

[irp posts=”6763″ name=”Commercial technieken onder de loep”]

[irp posts=”14571″ name=”De Basis van het Method Feederen”]

Beat Bob – wedstrijdverslag

Een tijdje terug plaatsten we deze oproep:Ooit al eens tegen Bob Nudd willen vissen? Dan is dit je kans! BEAT BOB: Een unieke mogelijkheid om je krachten te meten met deze legendarische visser, die meerdere keren wereldkampioen is geworden… en met gelijke middelen! Op een water in Nederland waar hij midden tussen de andere vissers zal gaan zitten, dus geen kop- of staartvoordeel. Versla je Bob, dan mag je de gehele uitrusting mee naar huis nemen t.w.v. € 900.” Geniet hier onder van een uitgebreid videoverslag van het geslaagde Beat Bob evenement! Een unieke witviswedstrijd met schitterende prijzen!

https://youtu.be/dW21cP4fn6o

Twee top onderlijnen voor karper

Hebben we het over karpervissen en onderlijnen, dan kun je als beginnend visser tussen de bomen het bos niet meer zien. De multi rig, withy pool rig, 360 rig, stiff rig, chod rig en combi rig; zo maar slechts een kleine greep uit de vele typen onderlijnen die karpervissers gebruiken. Wanneer gebruik je welk type onderlijn, waarom en hoe knoop je deze? Wij laten je stap voor stap de bottom bait rig en de chod rig zien!

 

1 – De Bottom Bait Rig

De kans is groot dat de eerste rig die jij ooit zelf maakte niet ver van deze rig verwijderd zal zijn. Zoals alle rigs is ook de Bottom Bait Rig te verfijnen met een line aligner of een stukje krimpkous. Ook het aanbrengen van een klein beetje putty of een loodhagel op de onderlijn kan werkelijk wonderen verrichten. In dit artikel zullen we de Bottom Bait Rig iets ingewikkelder maken door het toevoegen van een line aligner en een stukje putty. Deze combinatie zorgt ervoor dat het geheel sneller en effectiever zal prikken en draaien, precies in de onderbek, daar waar we de haak willen hebben!

Hoe je deze rig knoopt? Bekijk het hier!

 

2 – De Chod Rig

Hoe werkt het – Chod Rig

Het feit dat de chod rig momenteel zo in trek is, is eigenlijk heel logisch. Om te beginnen is deze rig perfect geschikt voor het vissen boven plantenbedden en modder. Maar kan hij voor elk bodemtype worden gebruikt. Daarnaast is de chod rig nagenoeg niet in de war te werpen. Ook blijkt het voor een karper bijzonder lastig om zich van de haak te ontdoen. De chod rig kan het beste in combinatie met pop-ups worden gebruikt.

Hoe je deze rig knoopt? Bekijk het hier!

 

Lees ook:

[irp posts=”5377″ name=”5X alternatief aas voor karper”]

[irp posts=”5855″ name=”Statisch op grazende grassers”]

 

Barbeel vangen op kleine rivieren

barbeel vangen

TIM JANSSEN & LEON HAENEN – Barbeel is een van de sterkste en mooiste riviervissen die in onze Europese wateren voorkomt. In dit artikel richten we ons op de kleinere rivieren. Barbeel vangen: we doen graag een en ander uit de doeken!

In onze zoektocht naar de barbeel nemen we jullie mee naar de meest geschikte locaties en de meest geschikte situaties om ze te vangen. Wij passen onze montages en de volledige strategie altijd aan de omstandigheden aan. Die flexibele houding en de bereidheid om aanpassingen te doen aan de manier waarop en waarmee je vist, dragen enorm bij aan de succesfactor. Zeker op de momenten als het lastig is om ze te verleiden.

Vraag 1 – Wat is een goede barbeelstek?

Het is natuurlijk belangrijk om zeker te weten dat er in de rivier die je wilt gaan bevissen een populatie aan barbeel huist. Wanneer je eenmaal weet op elke rivier je wilt gaan vissen, dan kan Google Maps een perfect hulpmiddel zijn om nieuwe stekken te zoeken. Geloof me, er bestaat niets mooiers dat je eigen stek zelf uitzoeken. Via Google Maps kun je heel gemakkelijk mooie bochten in de rivier vinden en vaak kun je zelfs ontdekken waar het dieper en minder diep is. Zeker op kleinere rivieren, zoals de Roer, de Semois in België en de Duitse Lippe, maken we er zelf veelvuldig gebruik van.

barbeel vangen
Barbeel vangen? Er bestaat niets mooiers dan zelf een stek te zoeken en vinden. Zeker wanneer je op zo’n wijze het rijk voor jezelf hebt!

Vraag 2 – Hoe pak je het aan op troebel water?

Als eerste maken wij onderscheid tussen helder en gekleurd water. Als we op een rivier gaan vissen met troebel water dan gaan we steevast uit van de volgende uitgangspunten. Troebel water zorgt er voor dat de barbeel minder argwanend te werk gaat. Ervaring leert dat de barbelen snoeihard aanbijten in troebel water; ze zien minder en gaan ook minder voorzichtig te werk. Ze foerageren op de rivierbodem en komen daarbij jouw haakaas tegen. Vrijwel zonder uitzondering wordt dit aas bij troebel water veel fanatieker opgezogen en dat uit zich meestal in een keiharde aanbeet.

barbeel vangen
De aanbeten op troebel water zijn in de regel snoeihard.

Vraag 3 – Hoe maak je een geurspoor?

Om hier optimaal van te profiteren, gaat onze voorkeur uit naar een vastloodmontage. We gebruiken hiervoor de unleaded leader van Avid Carp in combinatie met een helicopterrig montage van Korum. Als onderlijn kun je fluorocarbon of de nylon barbelline gebruiken. Aan de helicopterrig monteren we een voerkorf waar we geweekte pellets in vastdrukken. Deze zorgen voor een constant reukspoor in het troebele water. Daarbij ontsnapt af en toe een pellet uit de korf en daardoor ontstaat er ook een ontzettend interessant voerspoor. Twijfel er dus niet aan om na een periode van regen te gaan vissen in een chocoladekleurige rivier: hoe bruiner, des te beter! Op troebel water geldt natuurlijk wel: je kunt pas succesvol zijn als je op de juiste stek vist. Anders is het een zinloze missie. Ga dus bij helder water je stekken bepalen voor de troebelwatervisserij.

barbeel vangen
Voor een contant voerspoor drukken we de pellets stevig vast in de voerkorf.

Vraag 4 – Hoe vis je op helder water?

Helder water vereist een subtielere aanpak. Ondanks het feit dat er altijd uitzonderingen op de regel zijn, weten we uit eigen ervaring dat barbelen lastiger te verleiden zijn in helder water. Ze raken sneller verschrikt; als een barbeel geschrokken reageert, en hij was onderdeel van een school op je voerplek, dan vertrekken meestal de anderen ook verschrikt van de stek.

In helder water vissen we het liefst met een running rig montage. Een schuivende montage waarbij de lijn vrij kan bewegen. De voerkorf wordt met behulp van een zogenaamde running rig kit verbonden op de hoofdlijn. De onderlijn is vaak van fluorocarbon of nylon voor een zo onzichtbaar mogelijke presentatie.

barbeel vangen
Barbeel vangen in helder water vereist een subtielere aanpak, bijvoorbeeld met een schuivend systemen als basis.

Vraag 5 – Alles verfijnder?

Vaak is kleiner aas en een kleinere haak de ultieme combinatie om de barbelen te vangen. In helder water gebruiken we meestal maden en hennep als voer en vissen we ook graag met maden. In helder zijn maden met afstand het beste barbeelaas, maar vergeet ook 8 mm pellets of maximaal 12 mm boilies niet als haakaas.

Een ander aspect bij heldere, ondiepe, kleinere rivieren is dat je als visser ook een stuk voorzichtiger te werk zult moeten gaan. Als jij de vis ziet, dan kunnen ze jou ook gewoonweg zien… Ga daar altijd van uit. Zeker als je niet ver uit de oever vist, dan is verstoppen, voorzichtig lopen en zacht praten echt bevorderlijk voor het eindresultaat. Ook het dragen van opzichtige kleuren kan de vissen alarmeren. Ze zijn er gewoonweg op ingesteld om alert te zijn voor allerlei zaken die tot ‘gevaar’ kunnen leiden.

Vraag 6 – Hoe gebruik je maden voor barbeel?

Maden zullen zowel op hele grote als op kleine rivieren altijd barbeel op de mat brengen. Wanneer we met maden voeren in de voerkorf, dan is het erg zinvol deze met behulp van sticky maggot te laten plakken. Hierdoor blijven ze net iets langer in de voerkorf zitten en komen er eigenlijk constant een of twee maden los vanuit de voerkorf: dit werkt echt fantastisch! Maak eerst de maden vochtig met een plantensproeier. Daarna strooi je de sticky maggot poeder over de maden en meng je het geheel goed door elkaar. Niet te zuinig zijn met het gebruik van het poeder en water. De maden gaan heel sterk aan elkaar kleven. Je scheurt eenvoudigweg een stuk madenkleefsel los en propt dit in je voerkorf. Het is even oefenen voor de juiste verhoudingen, maar als je hier eenmaal mee werkt, wil je nooit meer zonder aan het water verschijnen.

barbeel vangen
Maden kunnen echt fantastisch goed voor barbeel werken!

Vraag 7 – Wat is de ideale combinatie?

Wanneer we met maden voeren, dan vissen we over het algemeen ook met maden. Op kleinere rivieren, zoals de Grensmaas, is dit met afstand het allerbeste aas. Je moet echter wel bereid zijn om enkele liters mee te nemen en te voeren. Met een half litertje ga je het niet redden. Wij geloven daarnaast heilig in het voeren van particles. Naast de maden brengen wij steevast ook gekiemde hennep en casters, meestal als een mengsel. Het is een ideale combinatie om in een gesloten madenkorf hennep en casters te voeren en aan de onderlijn een stuk of vier kronkelende maden te monteren. Voordat we de casters gaan gebruiken stoppen we ze altijd eerst in een bak met water. Hierdoor komen alle drijvende casters aan het oppervlak drijven. Die wil je niet in je voerkorf hebben. Deze kunnen er namelijk voor zorgen dat de vis stroomafwaarts wordt gelokt.

Vraag 8 – Kun je ook pellets voor barbeel inzetten?

Wij gebruiken bij onze barbeelvisserij ook heel veel pellets in alle soorten en maten. In het pakket van Sonubaits vind je een heel breed scala aan kwaliteitsproducten voor de barbeelvisserij, variërend van pellets tot flavours. Voordat we starten met vissen weken we de pellets. We voegen water toe aan de pellets en laten dit water ook weer direct weglopen uit de voerbak. Dan laten we de pellets tien minuten rusten. Hierdoor worden ze iets zachter en zijn ze beter in staat om een extra flavour op te nemen. Dan voegen we de flavour toe en is het geheel klaar voor gebruik. Vaak voegen we aan dit geheel ook gekiemde hennep toe.

barbeel vangen
Barbeel vangen, barbeel vangen; daar draait het om! Tim Janssen showt een beauty van een barbeel.

Vraag 9 – Barbeel vangen met luncheonmeat?

Op rivieren waar de hengeldruk laag is, kan luncheonmeat voor de allergrootste verrassingen zorgen. Je koopt eenvoudigweg een blikje spam of luncheonmeat en snijdt dit in blokjes. Hapklare blokjes die prima aan de hair gemonteerd kunnen worden. Wij gebruiken voor de montage de zogenaamde screws van Korum. We hebben nog geen product gezien dat minimaal even goed in staat is om het redelijk zachte vlees voor langere tijd aan de hair te houden. In de voerkorf stoppen we dan een mix van fijngesneden vleesblokjes, gemixt met hennep en casters.

barbeel vangen
Als er weinig wordt gevist, is ontbijtworst een echte topper.

Vraag 10 – Is barbeel gevoelig voor een weeromslag?

Barbeel vangen op kleinere rivieren is meestal redelijk gemakkelijk als je eenmaal weet waar ze zwemmen. We zijn echter afhankelijk van een aantal factoren die we vooraf niet in de hand hebben. Wij kunnen meestal onze visdagen niet uitkiezen en moeten het doen met de omstandigheden die gelden op de dag dat we tijd hebben om te gaan.

Zo zijn barbelen zeer gevoelig voor een weeromslag. Als je gaat vissen op een dag waarin het weer de dag ervoor omslaat van warm naar koud, of van lange tijd droog naar regen, dan reageren de vissen daar vaak op door niet meer te bijten. Dat wil niet zeggen dat je niet hoeft te gaan, maar het betekent vaak dat je het moet hebben van een bijtmoment of een zogenaamd bijtuurtje.

Vraag 11 – Hoe speelt de watertemperatuur een rol?

Barbelen houden er niet van als het water opeens veel kouder wordt. Een paar graden kan al een groot verschil uitmaken. Als de lagere temperatuur echter weer een paar dagen aanhoudt, dan worden ze vanzelf weer actief. Het lijkt wel of ze even moeten acclimatiseren op de lagere temperaturen. We vangen barbeel in watertemperaturen tot 5 graden Celsius. Als het water nog kouder is, dan worden ze meestal zeer passief en eten tijdelijk niks meer. Maar onthoud dit, je kunt met een gerust hart van huis gaan vanaf 5 graden watertemperatuur. We hebben barbeel al gevangen bij buitentemperaturen ver onder het vriespunt. Een thermometer meenemen naar de waterkant is in de winterse omstandigheden geen overbodige luxe. Hier zijn hele handige producten voor op de markt.

barbeel vangen
Houd het weerbeeld goed in de gaten en pluk de dag (als dat voor je mogelijk is) om een barbeelsessie in te plannen!

Barbelen bijten niet slechter of beter tijdens een hoge- of lagedrukgebied. Net als vele andere vissen duurt het even voordat ze zich hebben aangepast aan een nieuwe situatie, dat is althans onze ervaring. Dus vooral bij de omslag van laag naar hoog of omgekeerd kan het vissen veel lastiger zijn, maar als het lage drukgebed eenmaal een aantal dagen aanhoudt, dan hervatten de vissen hun vreetgedrag weer en kun je barbeel vangen.

Vraag 12 – Hoe bouw je een voerplek op?

Op kleinere rivieren is het ontzettend zinvol om je geduld te bewaren. Met andere woorden, wil je barbeel vangen? Begin dan niet direct met vissen, maar voer eerst de volgende stappen uit. Je prepareert het hennep, de casters en pellets. Misschien wel een lokvoer dat je wilt gaan voeren. Als dit gereed is voer je met korte tussenpozen van een minuut je voerplek aan. Je bouwt op het gemak en in alle rust de stek op; je blijft constant voeren, maar gaat nog niet vissen.

barbeel vangen
Bouw met geduld een voerplek op door steeds kleine beetjes aas te brengen.

Vraag 13 – Hoe breng je het voer?

Wij gebruiken op kleinere wateren graag een zogenaamde baitdropper. Met behulp van dit voergereedschap kun je heel snel en erg precies voer naar je stek brengen en daarmee heel snel de stek opbouwen. Als je de stek voldoende hebt aangevoerd, minimaal een kwartier, wacht je zeker een half uur voordat je start met vissen. Wij brengen soms een paar liter hennep, casters en pellets op de stek. Wellicht is het een idee om tijdelijk iets verder stroomopwaarts te vissen en de aangevoerde stek met rust te laten.

barbeel vangen
We gebruiken ook graag een baitdropper om los aas te brengen.

Vraag 14 – Wat willen we met deze tactiek bereiken?

Als de barbelen eenmaal het vertrouwen op de stek hebben, zullen ze zich vol overgave op het vreten storten. Ze worden veel minder vatbaar voor een soortgenoot die gehaakt wordt. Ze raken in een soort van vreetroes en laten zich dan door niets of niemand storen. Het werkt echt ontzettend goed, maar je moet wel het geduld op kunnen brengen om zolang niet te vissen. Je kunt dan, als je rustig vist en kalm drilt, meerdere vissen uit de aanwezige groep achter elkaar vangen. Geef het even de tijd en je zult zien dat deze tactiek meer dan zijn vruchten afwerpt! Als je te snel start, dan raken de aanwezige vissen vaak achterdochtig. Als je dan een barbeel haakt, dan reageren de overige barbelen enorm verschrikt.

Vraag 15 – Hoe goed kan barbeel ruiken en smaken?

Net als vele andere vissen kunnen barbelen ruiken. Niet zoals wij mensen dat doen, maar via speciale gaten boven de bek. Het water dat hierdoor heen stroomt passeert enkele hele gevoelige receptoren die onze flavours op afstand kunnen waarnemen. En geloof ons, barbelen kunnen ontzettend goed ruiken.

barbeel vangen
Geloof ons, barbeel kan ontzettend goed ruiken!

Het is dus heel erg belangrijk dat je het aas goed van een flavour voorziet. Ga niet te zuinig om met het gebruik ervan, want eenmaal in het water raakt dit erg verdund. Een ander bewijs voor het feit dat ze vreselijk goed kunnen ruiken: ze weten jouw 8 mm pellet feilloos te vinden in water dat chocoladebruin is… en of dat knap is!

Vraag 16 – Hoe goed kan barbeel trillingen waarnemen?

Daarnaast hebben barbelen een zeer goed gehoor en zijlijnorgaan. Ze zijn in staat om de kleinste trillingen waar te nemen. Waak er dus voor dat je niet al trappelend over de keien je stek benadert. De aanwezige vissen zijn direct gealarmeerd en zullen niet zo snel actief worden als wanneer je voorzichtigheid in acht neemt en als een echte jager te werk gaat.

barbeel vangen
Een gezamenlijke sessie met je vismaat is altijd gezellig, maar stel je verdekt op en maak vooral niet teveel lawaai, anders komt er van barbeel vangen weinig terecht!

 

Lees ook:

[irp posts=”7391″ name=”Barbeel zo veel je wil”]

[irp posts=”1477″ name=”Megavangst monsterbarbeel”]

Vissen op de Belgische Maas – Franse Maas: één groot avontuur

Visweekend: De Maas

RICHARD VAN DEN BROECK – Vissen, en dan bedoel ik gaan vissen, vind je natuurlijk altijd leuk. Maar iedereen heeft wel een favoriet water -een plas, sloot of rivier- dat iets extra heeft, een toegevoegde waarde. Dat kan de omliggende natuur zijn, een speciale belevenis, een supervangst, het onvoorspelbare, het magische. En soms is het gewoon niet te verklaren waarom een trip naar dat bepaalde viswater je de dag voordien al raar laat functioneren. Je eetlust is gestoord, je geliefde TV programma kan je niet in je stoel houden, je gaat nog maar eens je klaargezette spullen controleren. Natuurlijk vat je die nacht pas de slaap net voor die wekker gaat rinkelen.

Voor mij is dat ene speciale water, dat na al die jaren nog als een magneet aan me trekt, de Maas. Omdat ik vissen op rivier, onberekenbaar levend water, toch altijd iets meer avontuur vind dan je spullen neerpoten op een doordeweeks kanaal of afgesloten plas, waar je bijna zeker kunt voorspellen wie of wat nu je dobber gaat ondertrekken, of je feedertip laat hoepelen.

Waarom juist de Maas en niet die machtige Waal of IJssel, waar de vangsten zeker niet onderdoen? Deze rivieren zijn me een beetje te grof, te ruig en soms voor mijn oude knoken iets te moeilijk bereikbaar. Of misschien is het gewoon liefde voor de rivier die als een rode draad zowat mijn ganse vissersleven doorkruist.

Natte droom

Toen ik, nu bijna een halve eeuw geleden, mijn eerste stappen waagde in het nationale wedstrijdcircuit, was de Maas zowat de ultieme natte droom van elke wedstrijdvisser. Drommen Vlaamse wedstrijdvissers, toppers met duivenpoep en muggenlarven, plukten de prijzentafels kaal en laafden zich aan de rijkdom van dikke voorns in Nederlands Limburg.

Maar ook in eigen land, en wel het Waalse landsgedeelte, waren de legendarische voornvangsten in Ivo Ramet een trekpleister. Veel later, toen we ontdekten dat langzaam varen met een stel pluggen achter de boot niet alleen in Ierland maar ook op de Bergse Maas voor spektakel en adrenaline  kon zorgen, kreeg die Maas nog meer grip op mij. En dan, niet zo gek lang geleden, zeg maar mijn feederperiode, mocht ik na een Belgisch kampioenschap in die discipline, op de Maas bij Tianghe het podium op klauteren. Toch mijlpalen in een vissersleven, vandaar misschien mijn affectie met deze machtige rivier.

De Maas bij Lanaye

De Maas ontspringt in Frankrijk en is met zijn 925 km best een aardige streep water. Bij Givet – Hastiere (circa 45 km de Hoge Maas genoemd) komt ze België binnen, via Namen stroomt ze naar Ternaaien (Lanaye), waar ze net voorbij de taalgrens de Grensmaas vormt en onbevaarbaar is. Het Albertkanaal brengt soelaas voor de beroepsscheepvaart, maar voor de hengelsport is deze grillige onberekenbare Maasstrook een ware uitdaging.

Ik moet toegeven, ik was mijn grote liefde een beetje uit het oog verloren. Maar toen ik een selectiewedstrijd van onze internationalen ging volgen op de befaamde wedstrijdstrook te Lanaye, was de vonk meteen terug. Bijna gans de week voordien was er op de trainingen grof vis gevangen. Twee dagen voor de selecties opende de hemelpoorten en viel het water met baken uit de hemel.

De Maas is een regenrivier, zij wordt voornamelijk gevoed door regenwater, maar teveel is teveel. Vissen met de vaste hengel, een verplicht nummer, was haast niet meer mogelijk. Vlagdobbers van 50 gram gierden met een rotvaart over de voerplek. Als je jezelf koest hield en je beperkte tot de oeverzone, pakweg zes meter ver, kon je die mega vlagdobbers nog enigszins staande houden. Tegen alle verwachting in zag ik op deze afstand nog joekels van brasems vangen. Bronzen vechtmachines die vlot de stroming als bondgenoot maakten en haast niet te drillen waren. Ik dacht toen aan: feederhengels, ankerkorven en wormen…

Visweekend: De Maas
De helse stroming maakte de strook te Lanaye haast onbevisbaar en de brasems die daar gretig gebruik van maakten waren bijzonder moeilijk vangbaar.

Deze strook ligt niet alleen aan onze Belgische taalgrens, maar hier vormt de Maas ook de landsgrens met Nederland, wat zelfs met boeien op het water wordt aangeduid. De bereikbaarheid van de Maas kan hier (met de auto) plaatselijk een probleem vormen. Wanneer je in Lanaye (Ternaaien) de Rue du Cimetiére neemt, vind je hier ‘het Chalet’: een echt visserslokaal met ruime parkeergelegenheid. Via een poortje ben je in een paar stappen bij de Maas!

Arthur Le Pecheur

Zijn naam is eigenlijk Arthur Praet, maar iedereen in het Maasdistrict en ver daarbuiten kent hem als Arthur Le Pecheur. Wat hij niet weet over de Hoge Maas… dit kun je kwijt op de achterkant van een postzegel en is waarschijnlijk onbelangrijk. Arthur nodigde Remi Heymans, begenadigd feedervisser en lid van de nationale selectie, en Richard uit voor een sessie op deze onvoorspelbare Maasstrook.

Visweekend: De Maas
Arthur kent de Maas als zijn broekzak. Wat hij niet weet kun je kwijt op de achterzijde van een postzegel.

We namen eerst een kijkje te Hastière. Hier nog net op Belgisch grondgebied aan de brug van Heer (linkeroever) is het in het voorjaar en de zomer erg goed vissen. Hier toonde Arthur ons een huisje dat pal aan de Maasoever staat en dat per week of maand voor vissers beschikbaar kan zijn, kijk op www.gitesdewallonie.be.

Brasem, kopvoorn en sneep en helaas in de oeverzone ook van die zwartbekgrondels. Als de Maas wat te onrustig is (stroming) kun je 500 meter verder in het aanloopkanaal naar de sluis van Hastière vissen. Vanaf oktober een echte hotspot voor dikke voorns. Dan is er nog ‘Hastière plage’, de rechteroever, een mooi gazon waar in de zomer veel families gaan picknicken en vissen. Er is zelfs een kleine speelplein en bootjesverhuur. Maar onderschat deze visplek niet, wel wat meer stroming, maar voor de vaste hengel of feeder (en voor de vrouw en de kids) een leuke plek.

Visweekend: De Maas
Zeg nu zelf, op werpafstand voorbij de Belgische grens en een schatkamer vol geheimen.

Een visvergunning voor Wallonië kun je in Hastière op het postkantoor halen, maar je kunt ze ook online bestellen.

De Franse Maas bij Givet

Maar nu gaan we zelf vissen, naar mijn favoriete stek, even verder op Frans grondgebied. Arthur had niet overdreven, het was hier ‘pico-bello’: een knappe, vlakke grasstrook tot vlak bij de rivier en de auto vlak bij je. Arthur ging het met de vaste hengel proberen en Remi en ik zouden natuurlijk een voerkorf te water laten. Na al die jaren kan zo een nieuwe stek Richard nog altijd een beetje zenuwachtig maken; toen ik de draad voor de derde keer door de piepkleine oogjes van mijn hengel had gewurmd, doorbraken Arthur zijn voerballen al het gladde Maasoppervlak.

Visweekend: De Maas
Arthur schoot direct uit de startblokken, maar zijn plek bleef geteisterd door klein spul.

Remi zou het op 30 meter proberen, een stevige gele mix met voornamelijk casters. Een greepje kleine maden zou het hier goed doen volgens Arthur. Richard, altijd een beetje eigenwijs, koos voor een zwarte mix. De krenten in de pap waren hier ook casters en een flinke kluit geknipte wormen.

Ik ga voor sneep

Ik ging voor 45 meter. “Wat van ver komt is vaak groter, zeker met die kluit wormen” gniffelde ik. Arthur zijn voerplek werd onmiddellijk ingenomen door een bende klein spul. Alvers en minivoorntjes onderschepten het aas al tijdens het afzinken.

Visweekend: De Maas
Remi opende de score met een knappe sneep.

Op vaste hengel afstand stond zowat 4 meter water, op de feederafstand mag je er een paar meter bij tellen. De bodem was daar best grillig en ongelijk, maar dit heb ik altijd liever dan een saaie, gladde zandbodem. Het is even zoeken naar een ‘proper’ plekje, maar doorgaans tref je hier meer vis aan.

Visweekend: De Maas
Het lijkt op een voorn die een klap op de neus kreeg, maar beslist een knappe sportvis.

Remi wist een aantal leuke snepen te netten, ikzelf ving wat brasem. Niet echt van het slag om rode oortjes van te krijgen, maar ik was niet ontevreden. En Arthur viste zich in het zweet op dat kleine spul, dat maar niet van wijken wist.

Visweekend: De Maas
Af en toe een brasem, maar de echte joekels lieten zich niet zien.

Toch gaan we beslist terug naar Givet: verhalen van de grote meervallen die er al gevangen zijn, de flinke klappen van de roofbleien die met regelmaat Arthur zijn alverpopulatie de daver aandeed. En niet om zijn minst de heerlijke pot spaghetti die Arthur zijn vrouw Lieve ons achteraf voorzette.

Vergunningen

Een vergunning kun je in Givet bij Tony Pêche kopen, deze hengelsportzaak vind je op Route de Bon Secours. Het roofvisseizoen is gesloten van 26/01 tot 01/05, vissen uit een bootje vissen mag, maar deze zijn hier helaas niet te huur. Heb je een korte (of lange) vakantie op het oog, met aangepast verblijf: www.valdardennetourisme.com/noscommunes/givet.aspx

Visweekend: De Maas
Niet direct een mega buit (Arthur zijn 200 spetters mochten niet mee op de foto), maar het was toch volop genieten in Givet.

Voertip voor de Maas

Arthur, die hier in het circuit aardig aan zijn trekken komt, wist ons nog een voertip mee te geven waar zeker de snepen voor uit de bol gaan.

  • Wielco Gold Line kanaal – 1000 gram
  • Wielco Gold Line Voorn – 1000 gram
  • Coco Belge (bruin cocosmeel) – 500 gram
  • Donkere leem – 500 gram

In twee tijden bevochtigen en door de zeef drukken, niet te zuinig zijn met dode maden en/of pinkies onder het voer. Bij aanvang de helft als basis gebruiken en daarna met regelmaat een balletje bij werpen.

Watersportbaan Gent: Feeder versus vaste hengel

feeder versus vaste hengel
Als een raketje.

De Watersportbaan in Gent is een gekend water in het wedstrijdcircuit. Zowel met de vaste hengel als met de feederhengel kun je er goed vis vangen, maar wat nu als je die twee naast elkaar zet? Wat is dan de meest effectieve tactiek? De meer allround vaste hengel, of toch de gerichte aanpak op grotere vis met de feeder? Een experiment dat Kim Baert en Kris Huybrechts van Arca zeker niet schuwden!

Kim en Kris zijn op papier meer dan aan elkaar gewaagd. Kim is lid van het Belgische internationale damesteam en Kris vist al heel wat jaartjes mee op het hoogste niveau in het feederteam. De taakverdeling laat zich wat dat betreft dan ook eenvoudig raden. Kim zal uitpakken met een vaste hengel, terwijl Kris met korfjes zal zwieren.

feeder versus vaste hengel
De Gentse Watersportbaan, een ideaal water voor dit experiment.

Bombarie

Qua aanpak oogt die van Kris iets subtieler, hij brengt een korf of zes naar zijn gekozen 33 meter, terwijl Kim een bal of 12 met grof geweld in het water laat plonzen. Stevig aangeknepen voerballen die langzaam open moeten breken, gevuld met muggenlarven.

feeder versus vaste hengel
Muggenlarven in stevige ballen die langzaam open breken. 

Om toch ook al wat sneller kans op vis te maken cupt Kim nog twee minder compacte kleinere balletjes voer op de stek die als het goed is meteen openbreken en zo al hun lekkers direct prijsgeven. “Wat dat betreft is dit een vreemd water. In normale situaties moet je gokken: voorn of brasem. Hier kan het allebei en door elkaar! Dus is mijn aanpak niet heel erg toegespitst op een van beide vissoorten”.

feeder versus vaste hengel
Het verschil in aanpak blijkt ook uit de voerkeuze en -methode. Kim kiest voor wat grover voeren.

Dat is bij Kris toch echt wel anders. Die kiest met zijn voer op vismeelbasis heel bewust voor een aanpak die gericht is op het vangen van grote vis. “Op de een of andere manier lokt een vismeelvoer echt alleen maar grote vis aan. Je krijgt zelden voorns of andere kleine vissen op je stek.” Desondanks is het haakaas bij beiden wel gelijk. Ze kiezen in het begin allebei voor muggenlarven op de haak.

Kims voerrecepten

Kim mengt drie Arca Eurofish voeders in gelijke delen door elkaar, te weten: Eurofish Canal, Gros Gardon en Master Pro Mix Noir. Er komt geen boormachine aan te pas. “Ik wil de textuur van het voer in mijn handen voelen, alleen dan kan ik perfect bepalen of en hoeveel water er nog bij moet”, legt ze uit. Om het voer nog iets donkerder te maken gaat er nog wat potgrond doorheen.

feeder versus vaste hengel
Een mix van drie. Met de hand aanmaken laat je de textuur het best voelen.

“Potgrond is licht van gewicht, maar wel mooi donker van kleur, perfect voor nu. In de winter zou ik eerder kiezen voor zwarte leem.” Uiteraard gaat het voer voor gebruik tweemaal door de zeef zodat er geen grove delen meer inzitten. Dan een geheim van de smid. Kim blijkt bezeten van voer en voorbereiding, ze laat niets aan het toeval over en kiept nog een beetje versgemalen anijs door haar voer. ’s Winters voeg ik daar ook nog dille en tijm aan toe, alles versgemalen!

Het voerrecept van Kris

Kris kiest voor eenvoud en kiest als basis voor een lokvoer uit de Bait-Tech stal om precies te zijn: ‘The Juice Groundbait’. Een voer op vismeelbasis, maar ook met zoete ingrediënten. Dit voer mengt hij met een boormachine samen met Eurofish Groundbait en tot een klontloos geheel.

feeder versus vaste hengel
“Met de boormachine hoef je niet te zeven.”

“Met een boormachine is de noodzaak om te zeven niet zo aanwezig. Die machine klopt alle klonten er wel uit!” Als het water nog koud is voeg ik daar leem aan toe zodat het voer extra mooi wolkt en iets zwaarder en natuurlijker van kleur is.

Een flinke voorn

Ondanks dit alles blijft het bij beiden wat stil in het begin. Ongeduldig begint Kim meteen met het schuiven van haar montage, iets meer overdiepte, een andere topset die iets meer lood draagt voor een meer statische aanbieding. Uiteindelijk komt de eerste aanbeet aan een montage met iets overdiepte. Een subtiel, licht dobbertje en het onderlijntje ligt een centimeter of 10 op de bodem. Een vrij statische, maar wel natuurlijke aanbieding! Immers als een brasem flink met zijn vin wappert zal de vers de vase met haak wel opwaaien. De eerste aanbeet is van een flinke voorn, een mooi begin!

Kris bijt ondertussen nog op een houtje en wacht nog steeds op zijn eerste aanbeet. “Ze zijn duidelijk niet los”, merkt hij op. “Sinds kort werkt dat vismeelvoer hier bijzonder goed. Tijdens de laatste internationale wedstrijd hier pakte iedereen plots uit met vismeelvoer, daarna ging dat hier plots als een speer.”

Strike op de verkeerde baan

Vandaag blijkt wat dat betreft toch een ander verhaal te zijn. Kim vangt ondertussen regelmatig kleine vis, terwijl Kris nog steeds op zijn eerste aanbeet wacht. Zijn top is weliswaar al krom gegaan en ook heeft hij al brasemslijm aan zijn handen zitten, maar die vis heeft Kris zijn haakaas nooit tot zich genomen. Hij sleepte een afgebroken montage achter zich aan en die is blijven haken achter Kris zijn feederkorf. Qua gevoel een beetje alsof je een strike gooit met bowlen, maar dan op de verkeerde baan. Een raar soort van voldoening.

Om te kijken of er iets te forceren valt besluit Kris zijn voertempo iets op te schroeven. Van eens in de 8-10 minuten brengt Kris nu binnen 5 minuten drie korven en werpt daarna om de vijf minuten opnieuw. En jawel, dat levert hem de eerste paar knappe platten op! Maar komt dat door de verandering in tactiek, of berust dit plotse succes toch ergens anders op?

feeder versus vaste hengel
Uiteindelijk komen de platten toch wel even op de stek kijken.

Vrijheidsbeeld

Het lijkt erop dat de brasems hier op de Watersportbaan ineens aan het azen zijn geslagen, want ook Kim vangt nu een klein serietje brasems kort na elkaar. Zo is het voor Kris natuurlijk lastig concluderen, maar besluit hij toch maar door te zetten met ietsje regelmatiger voer brengen. Kim cupt nog eens twee los aangeknepen voerballen om ervoor te zorgen dat ze de vis op de stek houdt.

Meteen nadat ze deze balletjes gecupt heeft wordt haar muggenlarve gegrepen. In eerste instantie lijkt er wederom een flinke brasem in aantocht te zijn, maar onder de kant blijft de vis diep en dan wordt het elastiek plots wel erg ver uit de hengeltop getrokken… Karper! Als dit maar goed gaat, met een 10/00 hoofd- en 08/00 onderlijn in combinatie met 1 mm elastiek, voorzichtig drillen dus!

feeder versus vaste hengel
Een soort vrijheidsbeeld, maar de karper belandt wel in het net.

Kim laat zich niet gek maken en blijft rustig, houdt druk op de vis en wacht geduldig tot deze moe is. Meermaals komt de vis kort onder haar viskist, maar omhoogkomen doet hij nog niet. Om de druk ietsje op te voeren gaat Kim er maar bij staan, het geeft een komisch beeld. Kim met haar hengel in haar hand kaarsrecht omhoog. Een soort van modern vrijheidsbeeld. Uiteindelijk wordt Kims geduld uitbetaald en kan het net onder een schubkarper van bescheiden formaat. Gebouwd als een raket, vandaar die onwaarschijnlijk lange dril!

feeder versus vaste hengel
Als een raketje.

Langste eind

De vaste hengel trekt vandaag aan het langste eind en is duidelijk het meest effectief, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat dit altijd zo is. Op dagen wanneer de vis goed aast kan het maar zo zijn dat een feederhengel de beste keuze is. Als je gericht en in een redelijk tempo grote vis kunt vangen ben je lastig te kloppen!

Lees ook:

[irp posts=”13331″ name=”Vissen op de IJzer spaarbekken met de stok en feeder”]

[irp posts=”13296″ name=”Witvissen op visvijvers – Hoe pak je dat aan?”]

Hoe moet je (in het donker) op tong vissen?

Tong Noordpier

REDACTIE – ‘Tongen in het donker’, het had de titel van een slechte Nederlandstalige B-film kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een Beet-missie; vang minimaal één tong op de Noordpier te IJmuiden. Samen met John Beun en Dennis Cornielje, al jarenlang gekende zeevistoppers, moet dat wel lukken, toch?!

Waar moet je op tong vissen?

Onder de rook van de hoogovens moet het normaal gesproken wel lukken om een mooie tong te verschalken. Maar toch… het blijft vissen! De dagen voor onze missie blijkt de visserij bijzonder taai op de pier. Hoewel we met John Beun en Dennis Cornielje genoeg kennis in huis hebben, is het toch afwachten of die ruw aanvoelende platvissen het spelletje mee willen spelen. Dennis en John zijn realistisch ingesteld; het wordt moeilijk vandaag, zoveel is zeker. Maar zij gaan er alles aan doen om deze missie te laten slagen!

Tong Noordpier
We zijn voorlopig nog niet alleen.

De Noordpier te IJmuiden

Het is loeidruk op de pier. Begin september en kwikwaarden die tegen de 30 graden aanhikken, dan weet je het wel. Half Amsterdam vindt zijn weg naar de pier, parkeren is een ramp. Uiteindelijk vindt iedereen een plekje en kan de wandeltocht naar de stek beginnen. Slalommend tussen alle zonaanbidders banen Dennis en John, gevolgd door hun karretjes met vismateriaal zich een weg over de pier. “We moeten ergens halverwege zijn, zo rond de 1500 meter op de pier.” Op de stoeprand aan de rechterkant van de pier wordt om de 500 meter aangegeven hoe ver je al op de pier bent, handig in dit geval! “Halverwege de pier ligt een slibplaat op de bodem, terwijl je op de meeste stekken aan de pier een zandbodem aantreft. Tong heeft toch wel een duidelijke voorkeur voor een wat zachtere, slibachtige bodem.” 

Texelse zagers

Op bijna alle stekken vanaf de pier is de getijdestroming zo sterk, dat sediment wegspoelt en er een harde, schone zandbodem overblijft. Dat maakt deze stek halverwege de pier uniek! Strak onder de eigen kant vind je voornamelijk zand, maar iets verder uit de kant is het slib wat de klok slaat. Een heuse tonghotspot, volgens John en Dennis!

Aan het aas mag het natuurlijk nooit liggen, daarom heeft John vandaag kakelverse zagers, slikzagers en zeepieren bij. Deze heeft hij online besteld. Wonend in de omgeving van Callantsoog, is hij niet rijk bedeeld met stekken waar hij zelf goed aas kan steken. Zijn beste optie? De pont naar Texel nemen, dit juist timen zodat hij met eb zijn gang kan gaan op de wadden en vervolgens de pont weer terugnemen. Met zijn portie zagers. Nu is zagers steken sowieso een arbeidsintensief klusje, maar op deze manier wordt het wel heel bont.

Tong Noordpier
Hier moet een tong ook enthousiast van kunnen worden.

Wispelturige vissen

Eenmaal op de stek aangekomen vouwt John trots zijn doos met aas open. “Moet je zien Dennis, wat een prachtige slikzagers! Zulke grote, dikke slikzagers heb ik nog nooit gehad.” Instemmend knikt Dennis, het zijn inderdaad prachtige zagers. Normaal gesproken hebben tongen een voorkeur voor slikzagers. Maar er zijn zo van die dagen… Tongen kunnen, zoals bijna iedere vissoort overigens, best wispelturig zijn. Mocht je ze op zo’n wispelturige dag treffen, dan kun je maar beter ook normale zagers en pieren bij hebben!

Tong Noordpier
Zand onder de kant, maar verderop is de bodem bedekt met slib. 

Wanneer moet je op tong vissen?

Aangekomen op de stek worden de materialen uitgeladen en klaargezet. Ondertussen spreekt John zijn verwachting uit: “Voor 8 uur vangen we niets, denk ik. Daarna gaat het water zakken, neemt de stroming toe, de lichtintensiteit af en als het goed is gaan de hengeltoppen dan dansen!” Met opkomend water is de stroming nauwelijks waarneembaar op de Noordpier. De Zuidpier vangt als het ware alle klappen op en zorgt voor luwte. Als een soort van windscherm houdt de Zuidpier de Noordpier uit de stroming bij opkomend water, bij afgaand water is het omgekeerde het geval! Dé tijd om op de Noordpier te vissen.

Tot 8 uur blijkt John zijn voorspelling goed te kloppen, er is nog niets gebeurd. Om de haverklap vreten krabben de haken leeg en moet er opnieuw beaasd worden. “Als de stroming dadelijk wat harder inkomt, dan graven die krabben zich in en heb je daar weinig tot geen last meer van. Dan is het tongentijd!” Aldus Dennis.

Wat voor montage voor tong vissen?

De mannen vissen vandaag ongeveer hetzelfde. Dennis heeft zijn twee hengels voorzien van een onderlijn met drie wapperlijntjes en loodjes van 170 gram: een ter plaatse bewezen combinatie voor tong.

Tong Noordpier
Witte afhouders met rode Amnesia haaklijntjes kunnen soms het verschil maken.

John experimenteert met een hengel door met afhouders te vissen. De zijlijnen worden voorzien van andere aascombo’s zodat de heren snel kunnen achterhalen wat het is dat de vissen vandaag willen hebben. Door de harde wind hebben we geen een aanbeet gezien, maar wanneer John zijn hengel met zijlijntjes opdraait heeft een botje zich verslikt in een behoorlijke hap pieren. Ondanks dat het nog geen slagen van onze missie garandeert, lucht het toch op. De vis is actief en aast. Voor ons gevoel kan het nu ieder moment gebeuren!

Wat is een goede tongstek?

Op de pier vist eigenlijk iedereen aan de buitenkant, de zeekant van de pier. Dat is natuurlijk niet voor niets. Aan de binnenkant stroomt het sowieso minder hard en is het een stukje ondieper. Hoewel de bodem hier in theorie perfect zou moeten zijn voor tong verkiezen de vissen toch de buitenkant van de pier. Gebrek aan stroming zorgt voor een wel heel erg grote krabbenpopulatie die in no-time elk piertje of zagertje gevonden hebben. Om de proef op de som te nemen gooit Dennis een van zijn hengels aan de binnenkant, wie weet kan hij wat forceren. Na een minuut of 10 haalt hij de montage op en bungelt er een ondermaats zeebaarsje aan een van de zijlijntjes.

Inmiddels is de zon al achter de horizon verdwenen en wordt het steeds donkerder. Daarom grijpt Dennis naar zijn tacklebox. Uit een van de laatjes trekt hij een lichtgevend groen gevaarte. Een 170 grams ankerlood, gecoat met een glow-in-the-dark laagje. En lichtgeven doet hij! De bedoeling is dat deze lichtshow de interesse van vis opwekt waardoor ze de boel gaan inspecteren. Dan ruiken ze al snel een lekker hapje, kunnen zich niet inhouden en gaan pardoes aan een van Dennis’ haken hangen.

Tong Noordpier
Aantrekkingskracht voor op de zeebodem.

En dat is exact wat er gebeurt! Een kleine tien minuten na deze aanpassing voelt Dennis vis tijdens het indraaien. Zou dit hem dan zijn? Jawel! Een mooie tong heeft een hap slikzagers weggewerkt. De druk is van de ketel, de missie geslaagd!

Tong Noordpier
Pff… missie geslaagd!

Hoe bied je het aas bij tong vissen aan?

“Tong kan soms tricky zijn”, zegt John. “Over het algemeen willen ze het aas statisch aangeboden krijgen, maar als het wat harder stroomt accepteren ze compleet statisch aangeboden aas soms niet. Dan moet het plots heel langzaam mee driften. Laatst had ik zo’n dag. Op een gegeven moment ontdekte ik dat het aas wat meer moest bewegen en ik dus niet compleet verankerd moest vissen en plots ging ik vis vangen! Dat maakt vissen zo mooi, het is iedere keer compleet anders.”

Tong Noordpier

Ondertussen loodst ook John zijn eerste tong van de avond de pier op. Bij John geen lichtshow onder water, maar een wat meer standaard zijlijnmontage zonder fratsen. Ook dat werkt dus gewoon.

Tong Noordpier
Ook flinke botten gaan voor een hapje zagers.

Als de vissen maar azen! Later die nacht, als we de heren alleen hebben achtergelaten op de pier, ontvangen we nog een berichtje van ze. Ze hebben nog twee extra tongen gevangen. Missie meer dan geslaagd!

Tong Noordpier
Missie meer dan geslaagd!

 

 

Ook interessant voor jou:

[irp posts=”15654″ name=”Zout feederen op platvis”]

[irp posts=”13187″ name=”De Europoort – Industriële Pracht”]

Beat Bob & het gouden EK

Witvis Inside juni 2019

De maand juni begint zoals hij sinds ‘ik weet niet meer hoe lang’ begint: met mijn verjaardag…ergens in het buitenland. Ik kan me niet meer herinneren of ik op die dag ooit eens thuis was. Ieder jaar is dan er wel het een of ander kampioenschap of zoals nu, de trainingsmissie voor het Europees Kampioenschap in Noord Ierland. Begrijp me niet verkeerd hoor, ik klaag absoluut niet. Ik vind het tegenwoordig wel best dat die dag zo geruisloos mogelijk voorbij gaat en ja dat heeft met de leeftijd te maken.

Precies op deze dag hebben we de volgens mij best mogelijke trainingsdag in Noord Ierland. Het complete Ierse nationale team komt 3 dagen trainen op het parkoers dat hierna gesloten wordt tot de aanvang van de officiële trainingsweek die aan elk internationaal kampioenschap vooraf gaat. En hoewel het misschien niet helemaal gebruikelijk is kan Frans van Berkel aansluiten en meevissen op deze laatste dag van ons verblijf. Ergens in je eentje trainen is soms misschien mooi maar dat is ook totaal anders dan tijdens wedstrijdomstandigheden. Nu vissen we met 9 mensen op een rij wat een veel beter beeld geeft van de werkelijke vissituatie.

Taai

Waar Frans in de dagen ervoor nog best goed vis had weten te vangen, vallen de vangsten nu gewoon tegen. De onderstroomse kopplek vangt nog zo’n 4,5 kilo aan voorns, baarzen en hybrides. De staartplek vangt een kilo minder en tussenin vangt Frans nog ruim 2 kilo aan hele kleine visjes. Maar waren er ook mensen met amper of geen vis. Nou na zo’n dag weet je dan wel genoeg.

Er zou ons een heel taai EK staan te wachten en daarop zouden we ons moeten voorbereiden. Als op de morgen van onze terugreis ook nog eens alle sluizen opengaan om al het regenwater weg te leiden naar zee ben ik helemaal overtuigd van de taaie missie die voor ons ligt.

Witvis Inside juni 2019
Een taaie missie lag voor ons, maar de uitslag…

Hoe dan ook waren we blij dat we dit hadden meegemaakt. Je moet gewoon bij dit soort wedstrijden vooraf weten wat je kan verwachten. Zo maar op goed geluk beginnen aan zo’n kampioenschap kan natuurlijk wel maar meestal is het vragen om problemen.

Verslaafd

Na de Ierland-trip volgden twee relatief rustige weken waarin ik 6 wedstrijden viste. Op zich ging dat prima trouwens. Samen met Jan Zekveld winnen we een koppelwedstrijd op de Slothoeve en ook win ik mijn sector enkele keren op de Berenkuil. Nu schreef ik vorige maand over een gemiddeld gewicht van rond de 30 kilo, deze maand is dat helemaal bizar met een gemiddeld gewicht van bijna 49 kilo. Nou, dat heb ik al sinds vele jaren niet meer meegemaakt, als dat ooit al eens eerder is gebeurd. Bijna allemaal F1’s bovendien en maar een enkele karper. Op de warmere dagen azen die vissen soms tot pal aan het wateroppervlak en dan heb je een prachtige actieve visserij.

Ik verbaas me steeds meer over deze visserij en begin er aardig verslaafd aan te raken. Nu ben ik dat aan ieder soort visserij wel maar mijn favoriete visserij is toch altijd geweest het vangen van zoveel mogelijk vis zoals vroeger in Ierland. Dit is natuurlijk iets totaal anders maar ook op commercials kan je niet actief genoeg vissen en voeren. Het is gewoon fantastisch om te doen.

Beat Bob Nudd

Kort voor het vertrek voor het EK naar Noord Ierland is er deze maand nog iets heel bijzonders geweest waarbij ik was betrokken. Beet organiseerde samen met Browning een wel heel speciale wedstrijd, genaamd Beat Bob. Ik heb jarenlang bijna wekelijks gevist met Bob Nudd en ben altijd goed bevriend gebleven met hem dus dit was sowieso al speciaal en bovendien ben ik vroeger in twee verschillende periodes bij Browning als gesponsorde visser betrokken geweest. Ik ben altijd werkelijk prima behandeld en zoiets vergeet ik dus nooit. Leuk dan ook dat ik betrokken raakte bij de organisatie van deze wedstrijd.

Allereerst was er een visdag gepland met Bob en als visstek voor die dag hadden we gekozen voor De Berenkuil. Dat werd natuurlijk een prachtige dag met heel veel vis. Bob heeft veel ervaring met het vissen op dit soort wateren, veel meer dan ik in ieder geval, en ik was benieuwd naar zijn aanpak. Nou die was op zich redelijk hetzelfde als wat ik daar wekelijks zie. Wel was het interessant om te zien hoe hij de risico’s van het te dichtbij de overkant vissen heel eenvoudig wist te beperken door gewoon weg te blijven van de gevaarlijke plekken en de vissen iets verder uit de oever te lokken.

Bob is in al die jaren werkelijk geen haar veranderd. Ik ken heel veel mensen die graag vissen maar een grotere liefhebber als Bob ben ik nooit tegengekomen. Wel is hij nog veel professioneler geworden. Logisch ook, hij doet dit soort werk tegenwoordig zowat dagelijks. Ook Mandy en Twan Swart waren aanwezig bij deze visdag als ambassadeurs van Browning. Bob gebruikte zelfs hun materiaal. Ik weet bijna zeker dat zij net zo hebben genoten op deze dag als ik zelf. Bob is altijd een echte gentleman geweest en dat bleek ook nu weer. Wat een topper!!

Stroming

Als viswater voor de wedstrijd Beat Bob hadden we gekozen voor de (stille) Hollandsche IJssel in Haastrecht, een prachtig riviertje dat hier dwars door het stadje loopt. Geen van de deelnemers wist dit echter vooraf. Het idee van de wedstrijd was namelijk om zoveel mogelijk te vissen ’met gelijke wapens’ en onder dezelfde omstandigheden. Iedereen gebruikte dus hetzelfde materiaal, inclusief de dobbers, loodjes en haken. Ook kreeg iedereen exact hetzelfde voer en aas.

De Hollandse IJssel is maximaal net aan 30 meter breed maar wel relatief diep, ergens tussen de 3 en 3,5 meter. Ik had er vooraf zelf wel gevist en gemerkt dat hier gigantisch veel vis zit……maar ik zat toen wel alleen langs het water natuurlijk. Op de zondag voor de wedstrijd was ik nog even bij het parkoers en er was in de dagen daarvoor best wat regen gevallen. Ik zag toen dat het daar behoorlijk kan stromen. Vaak gebeurde dat echter niet, zo was me verzekerd.

Er was op de wedstrijddag een voorbereidingsperiode van 3 uur omdat alle deelnemers eerst de te gebruiken lijnen moesten maken. Tijdens deze voorbereiding stond het water gewoon stil. Ideaal dus. Toen de wedstrijd begon voer er een groot jacht midden op het parkoers dus ik besloot even te wachten met het geven van het startsignaal. Het jacht voer voorbij, ik gaf het signaal voeren en vissen, alle deelnemers voerden en…….vanaf dat moment stroomde het de gehele dag flink.

Genieten

Vrijwel meteen werden er enkele vissen gehaakt en ik zag een prachtige wedstrijd helemaal voor me. Ook Bob haakte binnen 20 seconden al een brasem. Toch vielen de vangsten daarna behoorlijk tegen.

Witvis Inside juni 2019
Bob haakt in no time een brasem van een kilo, maar veel meer wordt het niet.

Tja, alles was goed voorbereid, alles klopte ook, alleen de visserij heb je niet helemaal in eigen hand. Zo jammer dat de vissen deze dag niet net ietsje beter wilden meewerken. De visdag was misschien dan iets minder visrijk dan verwacht, het werd nog steeds een bijzonder interessante wedstrijd.

Ik had eigenlijk wel te doen met Bob die het middelste nummer had toebedeeld gekregen als onderdeel van het format van de wedstrijd. Eigenlijk had hij geen schijn van kans tegen vooral de uiteinden van het parkoers. Nou als er iemand was langs de waterkant die daar totaal niet mee zat dan was het wel Bob. Hij probeerde gewoon te vangen wat hij kon en genoot verder van de dag.

Iedereen met een hoger vangstgewicht dan Bob mocht de complete uitrusting die werd gebruikt tijdens de visdag houden en uiteindelijk waren er zo 8 vissers die Bob wisten te verslaan. Bovendien waren er nog enkele prachtige prijzen te winnen voor de beste 3 deelnemers van de dag. Ik weet zeker dat alle deelnemers echt hebben genoten van deze Beat Bob die trouwens werd afgesloten met een heerlijke barbecue bij de Vlisterstee in Vlist waar ook de loting en de prijsuitreiking was.

Witvis Inside juni 2019
Uiteraard reikt Bob zelf de prijzen uit.

Eigenaar Robert had me beloofd dat het goed zou zijn. Nou, het was meer dan goed. Uiteraard reikte Bob zelf de prijzen uit. Ik weet zeker dat hij ‘blij’ was dat een aantal vissers meer had weten te vangen dan hij zelf op deze dag. Daarna was het al snel tijd om hem naar Schiphol te brengen. Hij had alweer heel snel een andere wedstrijd …..waar hij trouwens zijn sector zou weten te winnen. Wat een prachtig voorbeeld voor iedereen in onze sport is die man!!

‘Lokale grond’

Meteen na Beat Bob is het tijd om naar Noord Ierland te vertrekken voor het E.K., absoluut een van de hoofddoelen van dit jaar voor mij als coach. Het team was al ter plaatse. Normaal rijd ik altijd met een van de auto’s en al het materiaal. Nu voor deze ene keer dus niet, mede ook omdat meteen na het EK er nog een wedstrijd ging volgen, namelijk het Meerlanden toernooi in Oostenrijk. Collega Stefan en ik arriveerden op de zaterdag en het bleek meteen dat de Bann, het viswater voor dit E.K., nog steeds flink stroomde. Ik verwachtte echt geen goede visserij. Enkele leden van het Engelse team waren aan het vissen op ‘het zwarte pad’ nabij Newferry, iets bovenstrooms van het EK parkoers en zij vingen trouwens wel redelijk vis. Toch bleef ik volop twijfels houden.

Zelf oefenden we op de zondag op een plek die ons was aangewezen door Derek Buckly, een vriend uit vroegere tijden die daar woont en als geen ander de vissituatie ter plaatse kent. We hadden daar een nuttige en ook best goede training. Ook nog best wat vissen gevangen trouwens. Ook vonden we daar mooie grond die we tijdens de hele week bleven gebruiken in ons voer. Dit is al vaak gebeurd in mijn jaren als coach, het is een soort bijgeloof geworden. Hoe vaak heeft ‘lokale grond’ al een rol gespeeld bij het winnen van medailles, overal in Europa? Al heel vaak.

Zalm

Op de maandag stroomde het water nog steeds maar Derek verzekerde ons dat dit later zou veranderen. Dat bleek ook precies te kloppen en vanaf de maandagmiddag stond het water tijdens de gehele week bijna stil. Precies zoals verwacht werd het een hele taaie oefenweek qua vangsten. Wat voorns, enkele baarzen, een hele enkele hybride en alleen voor Ramon Pasmans tijdens een oefensessie 2 kleine brasempjes. Overal langs het parkoers was dit vergelijkbaar, alleen in trainingbox 1, pal tegen de brug bij Portglenone, werd wat beter gevangen. Ook werd er regelmatig hier en daar een forelletje gehaakt en werd er zelfs een zalm gevangen maar game-fish, zoals forel en zalm hier worden genoemd, telt niet mee bij deze wedstrijden.

Je kon gewoon zien dat er niet echt veel vis op het parkoers aanwezig was en dan weet je al bijna dat later in de week de visserij alleen maar moeilijker wordt. De vissen die er wel zitten raken namelijk verzadigd en worden nog moeilijker te vangen. Het eerste uur van de wedstrijd zou op veel plekken het meest belangrijke worden.

Kansloos

Op de eerste wedstrijddag was ik zeker niet gelukkig met de loting. Met name in de B-sector niet waar Meindert de Boer precies terecht kwam op een van de twee plaatsen waar tijdens de hele trainingsweek werkelijk nooit meer was gevangen dan 500 gram, zelfs niet aan het begin van de trainingsweek. De hele week was er door iedereen gesproken over die plekken en precies daar zat Meindert. Niet te geloven maar goed. Meindert viste er trouwens een prima wedstrijd en kwam weg van die plek met 6 klassementspunten. Veel beter dan ik ooit had durven hopen.

Eigenlijk hadden we overal best redelijk gevist. In de tussenstand na de eerste wedstrijddag stonden we 6e op niet eens zo’n grote afstand van de medailles. Op Frankrijk na waren heel veel van de topfavorieten aardig uitgegleden. Dat maakte alles wel nog meer gecompliceerd om de achterstand in te halen. Uit ervaring weet ik dat in zo’n situatie vaak op de tweede dag het hele klassement aardig door elkaar wordt geschud maar ook dat je juist daardoor net niet genoeg meer kan inhalen. Hoe dan ook zouden we zelf een geweldige dag moeten vissen om nog een medaille te kunnen winnen.

Ook op de tweede wedstrijddag vond ik onze loting zeker niet geweldig. We hadden wel een staartplek in een van de vakken maar verder was het niet bijzonder. Wat alles nog veel moeilijker maakte was dat precies de landen die we moesten inhalen allemaal zaten op de goede lage nummers in het A vak waar een goede sectoruitslag bijna zeker was. Zelf zaten we daar pal in het midden met Stefan Hooiman. Zeker niet ideaal allemaal, maar goed.

Witvis Inside juni 2019
We visten als team redelijk, maar lang leek het alsof we buiten de prijzen zouden vallen, behalve Ramon Ansing.

Heel lang leek het erop dat we kansloos waren voor de medailles. Wel zag het er vanaf het begin van de wedstrijd naar uit dat Ramon Ansing kansen had op een individuele medaille. Constant stond hij aan de leiding in zijn sector en toen hij ook nog twee flinke hybrides wist te vangen kon hij een sectoroverwinning bijna niet meer mislopen. Dat samen met zijn 2e plek in zijn sector op de eerste dag gaf niet alleen kansen op een medaille maar zelfs op de winst!

Los voer

Zelf stond ik op een ander parkoersgedeelte en hoorde ik via de mobilofoons goede berichten uit het A vak van Stefan Hooiman maar verder zeker niet iets dat ons nog een teammedaille kon gaan opleveren. Zowel in het B, het D en het E vak zag de situatie er lang niet echt goed uit.

We vingen vrijwel allemaal iedere dag de vissen een eind boven de bodem. Dat varieerde van 30 centimeter of 50 centimeter tot soms zelfs wel een meter boven de bodem. Volgens mij waren er niet zoveel teams die dit ook bemerkt hadden. Met nog een uurtje te gaan hoorde ik plots een bericht dat Peter Post in het E vak goed reactie kreeg op het bijcuppen van los voer. Het wolkje wat naar de bodem zakte lokte bij hem zeker vissen naar zijn plek en in een ommezien verbeterde zijn positie in zijn sector gigantisch.

Bij mij in het B vak werkte dit bij Meindert ook fantastisch nadat zijn plek voor een lange tijd wel uitgestorven leek. Ook Meindert ving in korte tijd zo een aantal hele belangrijke vissen. Uit het A vak kwamen op hetzelfde moment ook steeds positievere berichten en leek Stefan Hooiman op weg naar een hele goede klassering. Tijdens het laatste half uur van de wedstrijd wist ik dat we op medaillekoers zaten, of beter gezegd dat we kansen hadden. Het was alleen de vraag of het allemaal genoeg zou zijn.

Podiumplek

Nou, genoeg was het. Stefan Hooiman bleek voor zijn plek een werkelijk ongelooflijk goede 3e plaats in de sector behaald te hebben, Meindert in het B vak viste zich naar een 4e plek, Ramon Ansing won dus inderdaad het C vak. In D bleef de situatie slecht op een dramatisch slechte plek met meer bomen in het water dan vissen. Maar wel werd het daar in plaats van de bijna ingecalculeerde laatste of voorlaatste plek toch nog een 11e plaats in de sector en in het E vak viste Peter Post zich naar een ook niet verwachte 5e plaats in de sector. Met 24 punten wonnen we daarmee de tweede wedstrijddag. Er waren nog heel wat concurrenten voor de medailles. Spanje waren we voorbij, zo bleek al snel. Ierland ook. Bijna hadden we het na de eerste dag onbereikbaar geachte Frankrijk zelfs nog ingehaald.

Heel lang dacht ik dat we ook Litouwen voorbij waren maar dat bleek een misrekening. Zij hadden ook een prima tweede wedstrijddag na ook al een hele goede eerste dag. Tot mijn verbazing wonnen zij het eindklassement met slechts 49 klassementspunten. Echt een voor iedereen verrassende uitslag maar volledig verdiend. Je ziet dit soort dingen steeds vaker. Steeds meer teams zijn tegenwoordig gewoon erg goed. Frankrijk werd uiteindelijk tweede met 55 punten en wij behaalden brons met 58 punten, vrij ruim nog voor het thuisland Ierland dat 4e werd. Een podiumplek voor ons dus na een prima week. Prachtig!!

Witvis Inside juni 2019
Toch nog een podiumplek voor ons!

Er was nog veel meer te vieren. Er bleek geen enkele visser te zijn die op allebei de dagen zijn sector had gewonnen en Ramon Ansing eindigde op 3 klassementspunten……..

Witvis Inside juni 2019
Een prachtmoment voor ons en voor Ramon!

Al met al duurde het nog een tijdje voordat we het zeker wisten maar deze 3 punten bleken genoeg te zijn voor de individuele Europese titel van Ramon. Tja, zoiets is wel een prachtmoment natuurlijk. Bizar mooi ook!

Piepjong

Ramon Ansing is iemand die, zoals ik het altijd zeg, helemaal ‘leeft’ voor zijn sport. Nu ken ik best wel wat vissers in ons land die veel doen voor hun sport maar geloof me, dat staat amper in verhouding met wat Ramon er al jarenlang allemaal voor doet en laat. Al jaren snappen we als coaches heel goed dat Ramon een uniek talent is en daarom krijgt hij ook al jaren lang de kansen die hij gewoon verdient.

We hebben daarop best wel eens wat kritiek gekregen en dat mag. Iedereen mag erover denken zoals hij/zij wil natuurlijk. Toch, getwijfeld hebben we nooit en Ramon bewees zijn waarde voor de verschillende teams waarvan hij deel uitmaakt door niet alleen gewoon prima te functioneren in zowel de feeder- als ‘dobber’teams waarvan hij deel uitmaakte maar ook door vaak prima te presteren.

Voor visbegrippen is hij nog steeds piepjong, maar toch eindigde hij al in de top 10 op zowel het E.K. als het WK dobbervissen en ook op het WK Feedervissen. Er zijn niet zo heel veel vissers op de wereld die hem dat kunnen nazeggen. Nu dus deze eerste winst met de Individuele Europese titel. Echt schitterend gewoon en een bewijs dat er altijd een moment komt in onze sport dat er een keer uitkomt wat er in zit wanneer je goed genoeg bent. Eerder dit jaar in Zuid Afrika bij het WK Feedervissen was er ook een kans na de vakwinst op de eerste dag waarna er een kansloze missie volgde op de tweede dag na een dramatisch slechte loting. Dit was de tweede kans en het resultaat staat. Echt prachtig!!

Witvis Inside juni 2019
Het komt er altijd een keer uit als je goed genoeg bent!

Al met al was juni dus een prachtige maand, zoveel is wel duidelijk. Tijd om even na te genieten? Nou niet echt eigenlijk. Meteen na aankomst vanuit Ierland alweer de volgende wedstrijd, het Meerlanden toernooi in Oostenrijk. De oudste internationale wedstrijd die we hebben. In mijn volgende Witvis Inside lezen jullie er meer over.

Vind de juiste feederhengel

Feederhengels

Waar moet je op letten bij de aanschaf van een feederhengel? Een vraag die velen zich stellen bij het aanzien van rekken vol, op het oog, gelijk uitziende feederhengels. Wij gingen op advies bij wedstrijdvissers André Schipper van Sensas, Maurice Prijs van Drennan en Preston frontman Arnout van de Stadt om de kaf van het koren te scheiden.

Wanneer we een feederhengel op de operatietafel uit elkaar zouden halen, dan blijven er grofweg de volgende hoofdelementen over: het handvat, de blank, ogen en feedertop. Doordat de opbouw van en de materialen zelf verschillen, krijgt iedere hengel zijn eigen specificaties ofwel karakter. Aan welke specificaties moet een feederhengel voldoen? Of zoals Arnout het omdraait: “De specificaties hangen af van hetgeen je met de feederhengel wilt doen”. Afijn, laten we eens door de bril van een hengelbouwer de opbouw van een feederhengel onder de loep te nemen, beginnend met de blank.

Wat voor type blanks zijn er?

De blank bepaalt in grote mate voor wat voor watertype en visserij de hengel geschikt is. Onze specialisten zijn het er over eens dat je met een strakkere blank over het algemeen verder en secuurder werpt dan een slappere blank. “Grotere afstanden en/of stromend water vragen om een langere (12 tot 14 ft) hengel met een goede ruggengraat en een minder progressieve actie.”, aldus Maurice. Een statement dat ook door André en Arnout worden benadrukt.

Feederhengels
Met een zachtere blank zul je minder vis verspelen.

Een strakke, snelle blank helpt om secuur te kunnen werpen. Vaak buigen dit soort hengels met name in het topdeel. Toch kleeft er aan zo’n strakke blank ook een nadeel, waar een zachte blank in het voordeel is. Arnout: “Daarentegen zul je met een zachtere blank minder vis verspelen, omdat je meer gevoel hebt met het drillen van de vis. Voor grotere vissen raad ik een zachtere, progressief buigende blank aan.” Logischerwijze zie je op commercials, met sterke karpertjes en feeder gerelateerde technieken, veelal tot 3 meter lange, zachte hengels. Ver werpen is hier ook niet noodzakelijk.

Feederhengels
Met een strakkere blank kun je verder en secuurder werpen.

Daarnaast bepaalt de visafstand ook de lengte van de feederhengel. André combineert de volgende lengtes hengels bij werpafstanden “Voor afstanden tot 25 meter een korte feederhengel van 2,70 meter, tot 45 meter eentje van 3,60 meter en verder dan 45 meter een hengel van 4 meter of langer.”

Strak maar toch soepel

Veel van de feederhengels die voor het kortbij werk worden verkocht hebben een zachtere blank en een progressieve buiging. Je kunt je afvragen of op openbaar water, waar deze hengel wordt gebruikt voor een kortbij visserij op kleine vis, wel de beste keuze is. Arnout, die in 2012 met het team wereldkampioen feeder werd en waarbij zowel kortbij als verder weg werd gevist, opteert voor een strakke hengel voor kortbij. “Voor een snelle visserij op kleine vis is een strakkere, snelle blank gewenst. Dat wil niet zeggen dat de hengel keihard moet zijn. Je hebt tegenwoordige hele lichte, strakke feederhengels die bij het haken van de vis toch prachtig krom staan en perfect drillen”, aldus Arnout.

De plaatsing van de oogjes

Goede ontwerpers van feederhengels besteden veel tijd aan de plaatsing van de ogen. Voor minder frictie tijdens het drillen en werpen is het van belang dat de lijn de curve van de blank volgt. Dus waar de hengel buigt zitten de meeste ogen. Een klassieke oneliner van gepensioneerde hengelbouwer Cor Spinhoven laat je dit principe beter begrijpen: ‘zou je met een bezemstok gaan vissen, dan heb je in principe alleen een startoog en topoog nodig’.

“Voorin de feederhengel zit over het algemeen de meeste buiging en daarom moeten daar de meeste ogen zitten”, aldus Arnout. Maurice voegt daar aan toe: “Hoe meer ogen, des te beter de lijn de curve volgt, maar ook des te meer onnodig gewicht er op de blank komt.” Meer gewicht zal de actie van de blank langzamer maken. Bovendien remmen te veel ogen de lijn tijdens het werpen. Kortom, de plaatsing van de ogen is zoeken naar een compromis.

Werpkanon? Groot startoog!

Van de meeste firma’s kun je verwachten dat ze de oogverdeling goed voor mekaar hebben. Je kunt een feederhengel in de winkel krom laten trekken en kijken naar de oogverdeling, maar de praktijk wijst dit vaak beter uit. Bij een hengel met een pure topactie, zie je de ogen in de top dichter bij elkaar staan. Bij een hengel die tot het handvat doorbuigt zullen de ogen verder uit elkaar staan.

Feederhengels
De afstand tussen het startoog en de molen mag nooit te kort zijn. 

“Ook de afstand en de grootte van het startoog is heel belangrijk. Het oog moet nooit tekort op de molen zitten. Wanneer het startoog te kort op de molen zit of te klein is, kun je problemen krijgen met werpen”, aldus Arnout. Je kunt dit aspect in de winkel wel nader bekijken.

Hierbij is het type molen en met name het formaat molenspoel een belangrijke factor. Op een werpkanon dient een groot startoog te zitten van soms wel 40 mm, om dit te matchen aan de grote, brede molenspoel die ver werpen nog gemakkelijker maakt. In de regel geldt ‘Hoe breder de spoel, des te groter dient het startoog te zijn’. Zou je met een formaat 5000 tot 6000 op een kortbij hengel vissen, dan slaat om de haverklap de lijn om het te kleine startoog. Maar met een 2500 formaat molen heb je geen problemen meer. Met het blote oog is vaak wel te zien of de hengel met de molen in verhouding is.

Feederhengels
Hoe breder de molenspoel, des te groter het startoog moet zijn.

Feedertoppen

Een feederhengel is niet compleet zonder de gevoelige top, voor de beetregistratie. De vaak standaard 2 tot 3 meegeleverde toppen dekken de meeste situaties. Ze worden geclassificeerd in buigweerstand oz (ounce). Hoe hoger de oz-waarde, des te meer weerstand is nodig om deze krom te trekken. Het eerste waar Arnout naar kijkt is de curve van de het topgedeelte, waarbij de overgang goed rond moet lopen. “In een goede feederhengel mag geen zogenaamde ‘hoek’ zitten. De toppen moeten netjes overlopen in de hengel.”

Een ander belangrijk punt is natuurlijk de actie en gevoeligheid van de toppen. Andre: “Als ze te verkrijgen zijn zal ik zeker lagere oz toppen erbij nemen, omdat deze de aanbeten beter registreren. Een glastop is altijd soepeler dan een carbontop en een langere top zal altijd een betere beetregistratie geven. Wanneer de vis slecht aast, dan zal bij een lagere oz top de beet beter doorzetten.”

Feederhengels
Kies bij twijfel eerder voor een lichte top dan een zware.

De juiste oz top bepaal je aan de hand van de visafstand, stroming, wind, het te verwachten formaat vis en het aasgedrag. Een lastig situatie, dat vindt ook Arnout. “Soms is het best lastig om de juiste keuze te maken. Daarom raad ik aan: beter een te lichte top dan een te zware. Kleine beetjes zie je namelijk wel op een lichte top, maar vaak niet op een te stugge top.”

Keuzes van de specialisten

De allround keuze van André: De Sensas Classic Competition 360. Met deze 3,60 m feederhengel heb je een werpvermogen van 60 gram. Er zit wel wat hardheid onderin de hengel, om de worp beter te kunnen te controleren. Met deze hengel kun je prima van 15 tot 45 meter vissen.

Feederhengels
Andre Schipper: “Voor afstanden tot 25 meter een korte feederhengel van 2,70 meter, tot 45 meter eentje van 3,60 meter en verder dan 45 meter een hengel van 4 meter of langer.”

De allround keuze van Maurice: De Drennan Matchpro Medium Feeder Combo 11ft 6in – 12ft 6 is een ideale allround feederhengel voor de Nederlandse omstandigheden. Wordt geleverd met vier verschillende toppen. De hengel heeft een verlengdeel (zonder ogen) dat ervoor zorgt dat zonder de hengel op of af te bouwen goed op de situaties ingespeeld kan worden.

Feederhengels
Maurice Prijs: “Hoe meer ogen, des te beter de lijn de curve volgt, maar ook des te meer onnodig gewicht er op de blank komt.”

De allround keuze van Arnout: De Preston Dutchmaster 12,8 ft. Deze hengel heeft een medium actie met een werpgewicht van 40-80 gram. Met deze hengel kun je in 75% van de gevallen goed uit de voeten. Deze feederhengel heeft zich inmiddels bewezen en is ook op internationaal niveau een echte topper voor veel feedervissers.

Feederhengels
Arnout van de Stadt: “In een goede feederhengel mag geen zogenaamde ‘hoek’ zitten. De toppen moeten netjes overlopen in de hengel.”

Kurk of EVA handgreep?

Of het handvat van kurk of EVA is, is vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur. Kurk heeft een luxere uitstraling, kurk is ook duurder dan EVA. André en Maurice vinden kurk fijner in de hand liggen. “Het is ook beter schoon te maken dan EVA”, aldus André. Arnout vindt EVA weer gemakkelijker schoon te maken en heeft bovendien de ervaring dat een natte of vieze EVA handgreep meer houvast biedt tijdens het werpen dan een kurken… Natuurlijk is een combinatie van kurk of eva ook een optie.

Feederhengels
De keus voor een handvat van kurk of EVA is erg persoonlijk…

Extra tips van de experts

TIP 1. Tweedelige feederhengels zijn veel gemakkelijker ‘visklaar’ mee te nemen dan driedelige hengels.

TIP 2. Gebruik 0,5 tot 1,5 oz toppen voor lichte hengels, 1 tot 2,5 voor medium en 1,5 tot 4 voor heavy feederhengels.

Feederhengels
Een klein bevestigingsoogje net boven het kurken handvat is ideaal om de haak in te haken op het moment dat je niet aan het vissen bent.

TIP 3. Check de hengel op ‘tikkende’ delen. De bussen van de delen en de toppen moeten perfect passen. Passen ze niet goed, dan voel je tikkende delen, en dat is een voorbode voor narigheid.

TIP 4. Samengevat is het bij de keuze voor een nieuwe feederhengel dus het belangrijkste om een bepaald doel in gedachten te hebben. De feederhengel moet voldoen aan de eisen en wensen die je daarbij hebt.

Gul in de zomer

gul
De auteur met een leuke gul aan de bottom ship jig.

MARC BORST – Wrakvissen op de Noordzee in de beginnende zomer biedt nog steeds goede kansen op een mooie klus dikke gullen. Ook is er goede kans op zomergasten zoals rode poon en makreel. Wij stapten aan boord bij de Wahoo vanuit de Marina-haven in IJmuiden. 

Om 06:30 uur varen we uit met in totaal tien vissers aan boord. Schipper Nick en deckhand Jan vormen de crew. De groep bestaat uit zogeheten opstappers; je boekt ‘solo’ of met vismaten een plek op de boot. Sommigen kennen elkaar en we gaan allemaal iets doen wat we leuk vinden, vissen! Dus met de sfeer zit het wel snor. 

44 mijl uit de kust

Het weer is vandaag ook prima. De zuidwestenwind blaast een Beaufortje 4 en ondanks een enkel buitje staan ons ook enige uren zonneschijn te wachten. De lichte deining wordt door je verslaggever deze keer prima bedwongen met hulp van een ‘primatourtje’. Tja, dat is wel eens anders geweest… Uiteindelijk zullen we tot 44 mijl uit de kust varen en pas na pakweg 20 mijl zie je het water helderder worden. Korter bij de kust lijkt het wel een groene bouillon. 

Nick legt uit: “Een paar weken geleden moesten we nog naar 40 mijl om helder water te vinden. Het is het resultaat van de late algenbloei van dit jaar, gecombineerd met de sterk wisselende weersomstandigheden. Begin dit jaar was er veel (ongunstige) noordenwind en de laatste maanden hebben we periodes van warmte snel afgewisseld zien worden met lagedrukgebieden. Was de watertemperatuur in de winter aan de hoge kant, op dit moment ligt de temperatuur te laag. Daardoor sterven de algen niet af en blijven ze in het water zitten.”

Octopuspaternoster

Na ruim een uur tegen de wind in varen bereiken we rond de kentering van het hoge water het eerste wrak. Vol verwachting gaan de shads op loodkoppen, pilkers en octopuspaternosters overboord. Ik vis een oranje/gele shad aan een 80 grams loodkop en kan prima bodem houden. “Weinig stroming nu, dus actief vissen, je aas goed in beweging houden!”, adviseert Nick. 

gul
Nick staat al met een kromme hengel.

Ik heb vandaag twee hengels bij me. Een van de keerzijdes van het wrakvissen is namelijk het verspelen van materiaal. Je vist immers zo dicht mogelijk bij de (onregelmatige) bodem, dat het risico op vastzitten groot is. Zit je eenmaal vast met de ene hengel en is de boel losgetrokken, dan kun je snel de tweede hengel pakken en de drift nog uit vissen. Tijdens het varen kun je de boel vervolgens restaureren. Kortom, zo win je vistijd!

Tijdens de tweede drift over het wrak krijg ik een serieuze tik op de hengel. Jawel, dit is er een! Mijn ooit in een opwelling gekochte Shimano Caranx Kaibutsu kromt zich behoorlijk. De hengel is wat zwaar voor deze omstandigheden, maar niettemin kan ik genieten van een lekkere dril. Een mooie maat gul van rond de 60 centimeter wordt even later vakkundig door Jan geschept. De eerste van de dag, een mooi begin. 

Wrakratten

Dezelfde shad verspeel ik helaas tijdens de volgende drift. De tweede hengel met een paternoster, beaasd met pieren, levert vervolgens steenbolken op. De tweede soort van de dag. Deze ‘wrakratten’ zijn eenvoudigweg veel sneller bij het aas dan een gul. Ze leveren nauwelijks sport en de echt grotere exemplaren zie je te weinig. Het pierenpaternoster gaat dus weer snel aan de kant. Een serieuze gul vang je tegenwoordig vooral aan kunstaas.

gul
Er komen soms meerdere gullen tegelijk naar boven.

Bottom Ship

Nick en Jan vissen zelf enthousiast mee. Er zijn dan ook visplekken gemarkeerd met een plaatje ‘crew’ in de bootrand. Regelmatig vliegt er ook een tip langs. Tja, deze mannen zijn gepokt en gemazeld. Nick weet tijdens het drillen van een vis zelfs ook nog even de motor te bedienen. Jan zal zich later die dag vooral als een allesvanger ontpoppen… Beiden wisselen ze regelmatig van kunstaas en gebruiken ze onder andere een bottom ship jig, oftewel een Japanse vinding, waarmee ze kort na elkaar een aantal mooie gullen vangen. 

gul
Jan vangt aan alles, ook aan de bottom ship jig.

Die bottom ship jig. Tja, ik had er wel eens over gehoord, maar nog nooit mee gevist. Het geheel bestaat uit een metalen jig met het gewicht onderin. Een tweehaaks assisthaaklijn komt uit het midden van de jig en wordt verstopt door een plastic octopusje. Je beweegt het aas met korte rukjes vlak boven de bodem. “Hier, probeer maar,” zegt Nick. Dat laat ik me geen twee keer zeggen…

gul
Ook aan ‘gewoon’ kunstaas wordt gul gevangen.

In ieder geval lukt het me er een paar driften mee te vissen zonder het kwijt te raken. Als extra attractie prik ik na verloop van tijd een zeepier en een reepje makreel aan de twee haken. Deckhand Jan ziet het en zegt: “Haal dat aas er maar weer af, met kale haken werkt de jig beter.”

Dat is een mooie!

Shit! Dan kom ik vast te zitten. Of toch niet? Het gewicht geeft mee! Wauw, dat voelt als een mooie! Met een flink gekromde hengel mag ik deze Noordzeegul van een meter of zestien diepte naar boven zien te krijgen. Jan staat klaar met het schepnet. Het is inderdaad een mooie en een slag groter dan m’n eerste vis. Fantastisch!

gul
De auteur met een leuke gul aan de bottom ship.

Makrelen vangen

Het zonnetje schijnt inmiddels voluit en we vissen met weinig succes enkele stekken af. Dan is er een flinke bui in aantocht en Nick besluit er dwars doorheen te varen, zodat we aan de andere kant kunnen vissen. Daar aangekomen leveren de wrakken hier en daar een mooie vis op. Dat niet alleen, ook blijkt het er te wemelen van de makreel. 

gul
Jan met een mega makreel.

Jan vangt een flink exemplaar aan een pilker bedoeld voor een gul. Scheepsmaat Jan spant de kroon met een verenpaternoster. Hij vangt niet alleen mooie dikke makrelen, maar ook gulletjes, steenbolken en horsmakreel. Hoewel het hoofddoel van de trip een kapitale Noordzeegul was, kan ik toch een (stokoude) makrelenlijn uit mijn viskist opdiepen. Leuk om zelf ook die mini-tonijn achter de vodden aan te zitten. Handig die twee hengels!

De school makrelen blijkt af en toe al op vier meter onder de boot te beginnen. Iedereen die wil kan zo een flink aantal (hors)makrelen vangen. Helaas aan te zwaar materiaal, maar de omstandigheden laten lichter vissen niet toe. De kers op de taart is nog een andere zomergast: een rode poon heeft zich aan een verenpaternoster vergrepen. 

gul
Ook rode poon zit bij de vangst vandaag.

Kabeljauwstand?

Uiteindelijk vangt iedereen twee of meer mooie gullen, niet heel veel, maar wel mooie dikke vissen tot over de 70 cm. “De kabeljauwstand in de Noordzee neemt momenteel voorzichtig wat toe”, aldus Nick.

gul
Iedereen vangt zijn gul.

Wrakvissen op de Noordzee anno nu biedt nog steeds een mooie dag op zee met mooie potentie. Af en toe is het nog steeds echt bingo met een veelvoud aan grote gullen die je in Nederland in ieder geval vanaf de kant nog zelden vangt.” 

Lees ook:

[irp posts=”15523″ name=”Pak eens de boot!”]

[irp posts=”18316″ name=”Giftige vissen langs Noordzeekust!”]

Hoe vis je het beste een wedstrijd?

Sensas Eric Tips Tricks

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakt hij dit aan, in de breedste zin van het woord? In dit slotdeel : Hoe vis je nu het beste een wedstrijd?

Hoe pak je nou zo’n wedstrijd het beste aan? Het begint met de loting. Hier zijn al vele boeken over vol geschreven, voor mij is het eigenlijk simpel. Als het even kan zorg ik ervoor dat ik ongeveer in het midden van de rij ga staan, dus niet als eerste, maar ook niet als laatste. Statistisch gezien is de kans op een goede plek dan het grootst.

Zie je activiteit van vis?

Wanneer ik bij het water aankom, kijk ik altijd eerst eens rond, zie ik vis springen? Zie ik bellen, zo ja, op welke afstand? Dit is al een heel belangrijk iets, dat je probeert te zien wat er op je visplek gebeurt. Mijn spullen leg ik altijd zo neer dat ik er gemakkelijk bij kan en er niet elke keer ergens overheen hoef te stappen, zo kan ik ook nooit per ongeluk iets kapot maken. Ook leg ik altijd mijn spullen op dezelfde plek neer, dit scheelt weer heel veel tijd wanneer ik niet hoef te zoeken.

wedstrijd winnen
Tijdens de wedstrijd wil je bezig zijn met het vissen en niet met andere zaken. Plaats de spullen overzichtelijk naast je, zodat je zonder teveel tijdsverlies iets kunt pakken, mocht dat nodig zijn.

 

Peilen voor een wedstrijd

Ik bouw mijn spullen op, en begin met peilen, erg belangrijk om dit juist en secuur te doen. Waar zit een randje, een richeltje, waar de vis zich op kan houden. Hoe is het bodemverloop, rollen mijn voerballen weg of niet, dit zijn de dingen die je uitzoekt tijdens het peilen.

wedstrijd peilen
Peil secuur je stek uit!

 

Kijk ook eens om je heen!

Wanneer de wedstrijd begonnen is, is het zaak om goed in de gaten te houden wat er om je heen gebeurt, waar anderen hun vis vangen, waar ze mee vissen als dat te zien is. Nu zeggen veel mensen, maar als ik aan het vissen ben, dan moet ik toch op m’n dobber letten? Ja, dat klopt, er zijn alleen veel momenten dat je wel even tijd hebt om rond te kijken. Tijden het aan- en afsteken, tijdens het liften van je dobber, tijdens de dril van een vis etc. Zie je nu dat iemand meer vis vangt op een andere diepte of afstand of met ander aas, dan kan het een goede zet zijn dit te volgen.

wedstrijd tips
Kijk ook af en toe om je heen. Misschien worden er wel dikke vissen onder de kant gevangen, of iets anders waar je ook op kunt inspelen.

 

Goed opletten bij de weging

Dan komt de weging, ik kijk altijd mee op de schaal of het juiste gewicht afgelezen en opgeschreven wordt, kijk ook goed of je bewaarnet echt leeg is, je zult niet de eerste zijn die nog een vis in zijn net vindt na de weging.

wedstrijd wegen
Kijk zelf ook altijd mee naar het wegen van de vis.

 

Eric van Otterloo

7 praktijktips karpervissen in Frankrijk

MIKE VAN DELFT – Het is 2015 wanneer ik afreis naar Frankrijk. De bestemming is een 12 hectare groot betaalwater ten noorden van de Champagnestreek met een ongekend groot bestand aan karper. Ik ben echter niet de enige visser; op dit water wordt veel gevist en de vissen staan stijf van de dressuur. Op dit type wateren moet je jezelf tactisch en technisch onderscheiden, om de kansen op succes te vergroten. Welke facetten van deze visserij leveren nu het beoogde resultaat op? Alles over karpervissen in Frankrijk!

Naar schatting zwemmen op dit water een kleine 450 karpers in allerlei soorten en maten. Het gros van de vissen schommelt op een gewicht tussen de 12 en 16 kilogram, van echte grote uitschieters is geen sprake. Ik begrijp dat mensen bij het lezen van zo’n visbestand vrij snel de mening zullen innemen ‘dat er vrij gemakkelijk een visje op de kant zou moeten kunnen komen’. Nou, niks is minder waar!

karpervissen in Frankrijk betaalwater
Niet groot, maar wel erg fraai!

Karpervissen in Frankrijk gemakkelijk? Echt niet!

Met name door het grote visbestand en het relatief kleine wateroppervlak, wordt hier het hele jaar gevist door collega’s uit alle hoeken en windstreken van de wereld! Een ieder komt weer met eigen tactieken naar de waterkant. Je kunt hieruit alvast concluderen dat het dressuurniveau van ongekende hoogte is en dat de vissen wel bekend zijn met het spreekwoordelijke klappen van de zweep.

Tip 1 – Hoe en waar is er de afgelopen weken gevangen?

Eenmaal aangekomen bij het betreffende water, na een voorspoedige reis, meld ik me bij de beheerder. Onder het genot van een warme bak koffie praten we het hele uur vol, waarna de vertrekkende collegavissers zich melden voor hun vertrek naar huis. Na nog een kleine 20 minuten de vangsten van de afgelopen week besproken te hebben, denk ik genoeg informatie te hebben gekregen. Ik weet voor het starten van deze sessie al dat ik mijn aanpak geheel op eigen wijze ga invullen.

Karper Frankrijk
Een alternatieve aanpak met klein aas, voor als de witvispopulatie niet al te hoog is.

Tip 2 – Research via internet

Dit is in mijn optiek een van de machtigst inzetbare wapens binnen het voor ons bereikbare arsenaal. Er is daadwerkelijk een schat aan informatie in te winnen alvorens je vertrekt naar een bepaald water. Persoonlijk struin ik graag alle voor de hand liggende forums af of benader ik personen via het web die dit betreffende water reeds hebben bevist. Ook is het vaak mogelijk om de laatste vangsten op het water in te zien. Als bijgevolg kun je zo in kaart brengen welke stekken succesvol zijn, en welke minder.

Tip 3 – Mijn voerstrategieën

Om te starten voer ik doorgaans zes tot acht stekken aan. Deze voorzie ik van kleine beetjes aas en dit blijf ik gedurende de gehele sessie volhouden. Dan voer ik ’s ochtends en ’s avonds twee kleine handjes voer per stek. Als er veel witvis zit voer ik zelfs tot drie keer per dag. Het doel van zoveel voerstekjes is dat je de hengels waarop geen aanbeet komt, kunt verleggen naar een reeds aangevoerde stek. De kans dat je zo op drie, of zelfs meer productieve stekken stuit is zeker aanwezig. Let wel, ook wanneer een stek na bevissing niet productief is geweest, blijf ik deze voorzien van aas. Zo kan ik ook later in de sessie er nog eens naar terug schakelen als de andere stekken wat tegen blijken te vallen.

Karper Frankrijk
Een stek voor later: nu van voer voorzien maar nog niet bevissen.

Tip 4 – Observeren en lokaliseren

Dit is een van de zaken waar ik van het begin tot het einde van de sessie non-stop mee bezig ben. Ik kan het belang hiervan niet vaak genoeg benadrukken. Door simpelweg één of meerdere rondjes rondom het meer te lopen, gewapend met een polariserende bril en een eventuele verrekijker, kun je al een schat aan informatie opdoen omtrent de zone waar je enige aanwezigheid van onze geschubde vrienden hebt kunnen constateren. Vaak zijn de zones waar de vissen zich verraden ook de zones waar geaasd wordt. Met het droppen van rigs in de zones waar je al activiteit hebt kunnen zien vergroot je de kansen op succes enorm. 

karpervissen in Frankrijk
Overdag kijken, ’s nachts vangen.

Tip 5 – Gebruik klein aas

Er heerst een groot vooroordeel over klein aas. ‘Je vangt hier doorgaans kleine vis mee’ luidt de mening van een groot deel van de karpervissers. Niks is minder waar. Klein aas, particles, pellets en 12 mm boilies hebben als voordeel dat het niet snel verzadigt en licht verteerbaar is. Het is een ideaal basisvoer om een goed lopende voerstek mee op te bouwen. Het creëert namelijk activiteit op je stekken. Wanneer er vis op je stek arriveert houdt het kleine aas de vissen lekker bezig, zeker wanneer je dat kleine aas over een wat ruimere voerstrook van ongeveer 20 meter breed voert. Karpers zijn er verzot op! Voor mij de ultieme aasaanpak, mits de witvispopulatie het vissen met deze genoemde aassoorten toelaat.

Karper Frankrijk
Klein aas kan grote vissen foppen.

Tip 5 – Stekbehoud

Het is doorgaans moeilijker om een stek lopend te houden dan er een lopend krijgen. ‘Feeling’ is naar mijn mening het sleutelwoord, maar waar doel ik dan op? Om het beestje bij zijn naam te noemen bedoel ik dan combinaties van een aantal dingen. Het aanvoelen van lijndruk en wat dat met vissen doet. Hoeveel voer gaat er te water? Hoe reageren vissen daarop? Hoe vaak krijg ik aanbeten? En de anderen? Door te spelen met deze factoren kun je succes afdwingen.

karpervissen in Frankrijk karper schubkarper
Eerst vertrouwen kweken en dan toeslaan.

Durf bijvoorbeeld op je hotspot al je lijnen een paar uur weg te halen, maar blijf deze ondertussen wel voorzien van de naar jouw gevoel benodigde hoeveelheid aas. De vissen kunnen nu even zorgeloos azen, zonder gevaar om gehaakt te worden. Hierdoor ontstaat er even totale rust op de stek. Hierdoor creëer je weer het volste vertrouwen bij de karpers. In mijn optiek haal je hier te allen tijde voordeel uit, ondanks de ‘verloren’ uurtjes. Let wel, dit geldt echter alleen wanneer een stek echt extreem goed loopt (frequentie van de aanbeten). Denk hierbij aan meerdere runs per dagdeel.

Tip 6 – De stek onder de eigen kant

Wanneer ik hier succes mee boek, dan geeft deze aanpak mij persoonlijk de meeste voldoening. Temeer omdat werkelijk haast niemand hierop inspeelt. Ik heb het over een stek onder de eigen kant. Karpervissen gaat vaak gepaard met veel voer, heel veel voer welteverstaan. Wat gebeurt er met voorbereid of niet langer houdbaar aas? Juist, in de meeste gevallen wordt dit net onder de eigen kant gedeponeerd. Emmers tegelijk heb ik door de jaren heen bij de dag van vertrek in het water zien gaan! Besef eens wat voor een mega voerstrook hier gedurende het gehele seizoen wordt aangelegd. Uit eigen ervaring kan ik wel stellen dat bijna geen enkele visser hierop inspeelt, terwijl dit een ultieme hotspot kan zijn…!

karpervissen in Frankrijk spiegelkarper karper
Een mooie snoeperd.

Bedenk dat er op deze stek structureel aas te vinden is en dat de meeste vissers geen vertrouwen hebben in het zo kort onder de toppen vissen. Hierdoor kunnen de karpers op dit soort stekken vaak zorgeloos snoepen van al het voer, zonder gehaakt te worden.

Mijn advies luidt dan ook: probeer de (onbewust) voorgevoerde stek van je collega vissers maximaal te benutten. Wat wel raadzaam is, zet deze hengel(s) zo ver mogelijk van je ‘basiskamp’ af. Ga dus niet te dicht bij de hengels rondlopen, maar geef de oever hier de nodige rust.

Tip 7 – Vertrouwen in je aas en materiaal

Dit is een van de aspecten waar je jezelf in vast moet bijten wanneer het even niet loopt zoals je gewenst had. Aas, aaspresentatie en vaste gewoontes waar voorheen blindelings op vertrouwd werd, worden na een aantal dagen zonder succes klakkeloos afgedankt, het vertrouwen is op. Nu wil ik niet zeggen dat wanneer het niet loopt je geen andere keuzes moet maken, maar probeer wijzigingen een beetje geleidelijk door te voeren. Begin bijvoorbeeld met een hengel iets totaal anders aan te bieden. Mocht dit het gewenste resultaat opleveren, dan is het gemakkelijker om dit ook bij andere hengels toe te passen. Zodoende kun je gestaag verder gaan met het opbouwen van goede voerstekken.

karpervissen in Frankrijk
Vertrouwen brengt mooie vissen.

Een sessie om nooit te vergeten 

Deze sessie werd er één om nooit te vergeten. In een week wist ik 47 karpers te vangen, met daarbij zelfs 2 uitschieters tot 18 kilo! In diezelfde week hielden collega vissers hun schepnetten droog… Ik dankte dit succes aan het feit dat ik er een totaal andere techniek en benadering op nahield dan het gros van de vissers dat hier in dezelfde week bivakkeerde. Door bovengenoemde facetten te hanteren wist ik mezelf te onderscheiden. Dit gaf eens te meer de bevestiging dat een andere aanpak het verschil kan maken. Karpervissen in Frankrijk: durf eens anders te vissen dan de standaard aanpak en trek je niets aan van de mening of fronsende wenkbrauwen van collega vissers. Geloof me, uiteindelijk ben jij degene die het laatst lacht.

Lees ook:

[irp posts=”5377″ name=”5X alternatief aas voor karper”]

[irp posts=”9329″ name=”Vissen tijdens een vakantie in eigen land”]

Haaivissen vanaf de kant

MARTIJN DEKKERS – Bij het woord ‘haai’ staan bij velen de haren recht overeind. De haai wordt geassocieerd met gevaar; niet geheel onterecht als je bedenkt dat er regelmatig haaiaanvallen in het nieuws voorbij komen. Toch zijn haaien niet zo gevaarlijk als je zou denken. Verspreid over alle oceanen en zeeën leven er meer dan 400 soorten haaien. Nog geen 10 daarvan zijn gevaarlijk voor de mens. De overige soorten bijten alleen van zich af wanneer ze zich bedreigd voelen.

Langs de Nederlandse kust komen maar een paar soorten haaien voor; de ruwe haai, de gladde haai, de gevlekte gladde haai en de hondshaai zijn de meest voorkomende. Van deze haaisoorten worden de gladde en gevlekte gladde haai het meeste gevangen. Beide ongevaarlijk en geheel tandloos. Ze eten enkel slakjes, wormachtigen en schelpdieren, die ze vermalen met keeltanden achter in de keel. Wat begon met een toevallige vangst een jaar of tien geleden, is tegenwoordig uitgegroeid tot een gerichte visserij op en aan zee in de zomer.

Een alles-of-niets visserij

De visserij op haaien is een visserij van alles of niets. Net als bij het vissen op karper en snoek kan een vis de beloning zijn voor het lange wachten. Vissen op haaien vanaf de kant is geduld hebben. Voordat ik het spelletje echt goed door begon te krijgen was ik al een heel seizoen verder. Dat seizoen stond in het teken van proberen, testen, blanken, verspelen en nieuwe lijnen knopen. Het seizoen erop ging het al stukken beter en tegenwoordig mogen we helemaal niet meer mopperen over de resultaten.

Wat voor hengel, molen en lijn?

Wie op haaien wil vissen vanaf de kant moet in het bezit zijn van een stevige strandhengel, een dito molen en een robuuste hengelsteun. De molen moet gevuld zijn met 16/00 tot 20/00 dyneema lijn. Nylon ben ik zelf geen voorstander van met deze visserij. Er moet nu eenmaal ver geworpen worden en een dunne dyneema lijn werpt beter dan een dikke nylon lijn. Zonder voorslag hoef je niet te werk te gaan. Haaien weten ieder obstakel te liggen en zwemmen er direct heen, je hoofdlijn is niet opgewassen tegen mossels, oesters of andere scherpe uitsteeksel onder water. Een voorslag van 55/00ste nylon volstaat prima.

haai vanaf de kant
Vissen zonder voorslag? Dan kun je net zo goed thuis blijven…

Hoe ziet de haaimontage er uit?

De montage is super simpel. We vissen met een wapperlijn van 150 centimeter en 60/00 dik. Deze kan op verschillende manieren bevestigd worden. De gemakkelijkste is met de speciale clipjes waarmee je hoofdlijn, onderlijn en lood aan elkaar bevestigd, verschillende merken leveren deze clips. Bovenaan bevestig je de hoofdlijn, onderaan het ankerlood en in het midden de onderlijn.

haai vanaf de kant
Handige clipjes voor een haaimontage.

Aan de onderlijn komt een stevige haak, de maat pas je aan op het aas dat je gebruikt. Als aas gebruik je het beste steekzagers of krabben. Reepjes inktvis kan ook nog wel eens werken. Om je aas niet van de haak te werpen en om de haak in de juiste positie te houden, bind je het aas vast op de haak. Dan weet je zeer dat de kans van inhaking optimaal is bij een aanbeet.

haai vanaf de kant
Prima haken om mee op haai mee te vissen! De Gamakatsu SC15 en F314, beide in maat 2/0.
HAAI VISSEN AAS
Het vastbinden van aas is een belangrijk aspect bij de visserij op haai!

Hoe ver en diep moet je vissen?

Wanneer de steun opgesteld staat geef je het lood een ferme zwieperd. ‘Hoe verder, des te beter’ is het motto op de meeste stekken. Je moet nu eenmaal een waterdiepte van 5 meter of meer zien te bereiken. Het is dan ook verstandig om rond het lage water te vissen, dan ligt het diepere water dichter bij de waterlijn. Daarna zet je de hengel op de steun en kun je niets anders doen dan afwachten.

haai vanaf de kant

Blanken hoort zeker bij het vissen op haaien, echter de beloning is groot wanneer je een mooie haai weet te vangen! En dat ze groot kunnen worden is een ding dat zeker is, vissen van 100 cm en meer zijn ook vanaf de kant geen uitzondering…

Waar kun je haai vanaf de kant vangen?

Stekken zijn langs de gehele Zeeuwse kust te vinden. Op bijna ieder strand en op de meeste dijken maak je kans op een haai.

  • De bekendste stek is toch wel Zoutelande
  • De dijken rond Neeltje Jans. Deze stek is overigens niet de gemakkelijkste stek, het ligt hier werkelijk bezaaid met stenen
  • Domburg en Dishoek leveren ook regelmatig een mooie haai op.

Ook interessant voor jou:

[irp posts=”18559″ name=”SHARKATAG 2019: Haaien vangen voor onderzoek!”]

[irp posts=”7902″ name=”Zeeuwse gepen”]

Forelvissen: hoe in de zomer op een vijver?

zomerse foreltechniek

REDACTIE – Tijdens de zomermaanden is het aan de forelvijvers vaak een drukte van belang. Gezelligheid ten top, maar door de drukte aan de waterkant en de hoge temperatuur kunnen forellen soms wispelturig gedrag vertonen. Voor een succesvol strijdplan tonen Lars Lindeman en Eusebio Bordetas Moran hun zomerse aanpak.

Stel, je staat op een vroege zomerse ochtend met al je materiaal aan een forelvijver. Met welke techniek, aas, onderlijnsysteem en op welke diepte moet je vissen? Tijdens deze reportage laten Lars en Eusebio drie verschillende methoden zien.

Hoe moet je (niet) op forel vissen?

Het verschil tussen niet, weinig en veel vangen zit hem vaak in de details. Het is een combinatie van kleine aspecten, die opgeteld, een groot verschil maken. Lars zet de drie meest gemaakte fouten op een rijtje. “Ten eerste dient de dobber secuur te worden uitgelood. Dit is tijdens het forelvissen net zo belangrijk als bij het witvissen. De weerstand na de aasopname moet minimaal zijn. Ten tweede is een forse haak, maat 4 tot 8, met een lange steel belangrijk. Dit lijkt erg groot, maar geloof me, dit is echt noodzakelijk als je bijvoorbeeld met wasmotlarven vist. De grote haakbocht zorgt ervoor dat de haak goed in de harde bek vast komt te zitten. Bovendien kun je met dit formaat haken het aas makkelijk in een L-vorm op de haak zetten.”

zomerse foreltechniek
Materiaal voor de dobbermontage. De wartel voorkomt dat de lijn te snel gekinkt raakt.

“Een derde veelgemaakte fout is het gebruik van de verkeerde hengel”, aldus Lars. Deze is vaak te stug. Forel kan tijdens de dril fel vechten en uit het water springen. Vis je met een dunne onderlijn en een stugge hengel, dan kan de lijn nog wel eens breken. De visser grijpt logischerwijze naar een sterkere, dikkere lijn, maar krijgt vervolgens minder beet. Een speciale forelhengel, tremarella; lengte van 2.70 tot 3.90 meter, is soepel en geschikt voor het vissen met dunne lijnen.

zomerse foreltechniek
Gebruik een soepele hengel om de sprongen van de forel tijdens de dril te pareren.

Techniek 1: Dobbermontage

Lars en Eusebio beginnen deze dag met een dobbermontage. De montage is simpel, maar effectief. Wanneer we de montage bekijken zien we dat de nylon hoofdlijn door een dobber met centraal gat loopt. Met zo’n type dobber werp je de montage minder snel in de war. Vervolgens zit het loodgewicht, rubber stuitje en de drietonswartel aan de lijn.

Voor het werpgewicht kun je kiezen uit een lood of glasgewicht. Omdat de forel in de ochtendperiode fanatiek aast en nog niet heel kieskeurig is, kiezen ze voor het loodgewicht. Het glas houden Lars en Eusebio voor moeilijkere tijden als troef achter de hand.

zomerse foreltechniek
Keuze voor glas of lood als werpgewicht. Glas wordt ingezet als de forellen kieskeuriger worden. 

Het rubber stuitje heeft twee doelen. Ten eerste beschermt deze de knoop van de wartel. Ten tweede maakt bij het binnenvissen het lood of glas een tikkend geluid tegen het stuitje. Aan de drietonswartel komt een circa 60 centimeter lange onderlijn van 16/00 fluorocarbon. Bij deze diameter kan het aas soepel en natuurlijk roteren. Dat is niet het geval met een dikke lijn.

zomerse foreltechniek
Wasmotlarven aan een grote haak.

Op de maat 6 Tubertini serie 22 haak worden twee wasmotlarven gezet. In het heldere water toont Lars hoe het aas door het water gaat. Als een spinnerblad tolt het haakaas door het water. Zonder een wartel zou je binnen de kortste keren de onderlijn kinken en in de war raken. Met een drietonswartel is dit velen malen minder.

Techniek 2: de oppervlaktemontage

Naarmate de dag vordert komt de zon steeds hoger te staan en ook het frisse briesje is weggevallen. Niet alleen de luchttemperatuur, maar ook de temperatuur van het water stijgt. Steeds meer forellen komen naar de oppervlakte. Door een polariserende bril is het verschil in gedrag goed te zien. Sommige vissen zoeken actief het wateroppervlak af naar insecten. Andere hangen onder de oppervlakte en lijken geen interesse in azen te hebben, enkel in zonnebaden.

Tijd voor de tweede montage: de oppervlaktemontage. Met deze montage gaat Lars het in de bovenste waterlaag proberen. Op de hoofdlijn wordt een drijvende sbirolino en vervolgens een rubber stuitje geschoven. In de sbirolino bevinden zich kogeltjes waardoor deze een ratelend geluid geeft. Tot slot komt aan de wartel bijna eenzelfde onderlijn als eerder beschreven, met het enige verschil dat deze tweemaal zo lang is.

zomerse foreltechniek
Tremarella techniek kan de forel nog wel eens verleiden.

Net zoals bij de dobbermontage wordt deze montage middels de tremarella techniek binnengevist. Deze techniek kenmerkt zich door tijdens het binnenvissen de hengeltop te laten trillen. Hierdoor stuitert de sbirolino over het wateroppervlak. Vaak wordt gedacht dat deze techniek de actie van het haakaas beïnvloedt, maar dit is volgens Lars te verwaarlozen. Het is met name het stuiteren van de sbirolino of dobber, met of zonder ratels, die de aandacht van de forel trekt. Hier komen ze op af en vervolgens zien ze een roterend aas door het water gaan.

Techniek 3: de geruisloze pauwenpen

Naarmate de dag vordert worden de forellen steeds schuwer. Op een drukke dag, zoals deze, belanden de montages honderden keren in het water. “Het (aas)gedrag van de forel wordt anders, als visser dien je dan jouw aanpak hier op af te stemmen. Waar eerder op de dag de tremarella techniek succes bracht, zo kan deze later op de dag ook averechts werken”, aldus Eusebio. De derde montage die Lars en Eusebio tonen is de pauwenpenmontage. Met een pauwenpen verkrijg je een optimale beetregistratie. De opzet van de montage is vergelijkbaar met de eerder beschreven dobbermontage: pauwenpen, lood/glas, rubber stuitje, drietonswartel en onderlijn.

De manier van binnenvissen is wel anders, het zogenaamd slepend vissen. Na de worp wordt de montage heel langzaam, bijna geruisloos binnengevist. Het aas wordt vlak boven de bodem binnen gevist.

zomerse foreltechniek
Slepend vissen kan zeer effectief zijn als de forellen tijdens de dag schuwer zijn geworden.

We kijken over de schouders mee als we plots een lichte tik op de dobber zien. Eusebio laat direct de lijn vieren om de weerstand tijdens de aanbeet te minimaliseren. Het is nu zaak om op het juiste moment de haak te zetten. De pauwenpen komt omhoog uit het water en loopt daarna langzaam onder water weg. Wat een prachtig gezicht! Eusebio zet resoluut de haak. De hengel kromt zich en de slip begint te tikken.

Na een spannende dril, waarbij de regenboogforel  meerdere keren het water uitspringt, ligt de vis in het net. Tegelijkertijd blijkt bij Lars de overschakeling naar de pauwenpenmontage ook zijn vruchten af te werpen, ook hij weet een forel te landen. Als vismaten gaan ze er gezamenlijk mee op de foto. Een geslaagd resultaat van een gezellige visdag met een inkijkje in een zomerse foreltechniek.

Wat zijn voerdobbers?

Witvis: voerdobbers

De tijd dat dobbers tijdens het vissen enkel de functie hadden als beetindicatie en werpgewicht is met de komst van speciale voerdobbers verleden tijd geworden. In eerste instantie werden deze dobbers ontwikkeld voor de visserij op karpervijvers, maar ze zijn breder inzetbaar.

Verschillende Engelse vissers gingen aan de slag met de opgave ‘hoe vis en voer je in de bovenste waterlagen’ en kwamen met speciale dobbers op de proppen die in eerste instantie werden ontwikkeld voor de visserij op commercials. Het antwoord: een dobber met een geïntegreerd voersysteem! Deze speciale dobbers zien er veelal uit als een kruising tussen een dobber en voerkorf. Het voer wordt net als bij een feeder in/om een spiraal aangebracht; in het water breekt dit voer uiteen en vormt een aanlokkelijk voerspoor. Van met name karper is wel bekend dat deze op half water ook prima te vangen is. Toch zijn dit soort dobbers, zeker later ontwikkelde, lichte varianten, ook inzetbaar op openbaar water zoals plassen, putjes en rivieren. We zetten er enkele op een rij

Dobber 1: Stonfo Feeder Float

De Stonfo Feeder Float ziet er in eerste instantie uit als een waggler van plastic. Maar nadere inspectie leert dat er in het onderste, brede gedeelte van deze voorgelode dobber een inkeping zit waar je voer in kunt aanbrengen; pellets, particles, maar ook met levend aas zoals maden kun je met deze voerdobber voeren en vissen tegelijkertijd! Het bleek een gouden greep op karpervijvers…

Witvis: voerdobbers
Aan de onderkant te vullen met maden of particles.

Wat betreft witvis kun je deze dobber ook voor winde, blankvoorn en ruisvoorn inzetten. Niet alleen Stonfo heeft zo’n type dobber, zoek ook maar eens naar de madenwaggler van Askari, een dobber die met exact dezelfde mindset gemaakt is! Het haakaas bied je het best 30-40 cm onder de dobber aan; midden tussen de vallende voedseldeeltjes.

Dobber 2: Matrix Bagging Waggler

Het tweede type voerdobbers (zoals de Impact Bagging Waggler en de Micro Bagging Waggler van Matrix) hebben een open, plastic korf aan de onderzijde van de dobber. Interessant is ook een bolvormige bovenantenne, die bij het neerkomen in het water te diep duiken voorkomt. Bovendien geeft deze antenne veel weerstand, waardoor karper zichzelf haakt.

Witvis: voerdobbers
De bolvormige antenne geeft veel weerstand..
Witvis: voerdobbers
…waardoor de karper zichzelf haakt.

Om de plastic korf kun je alleen bindend voer kneden, zoals geweekte pellets of fijn grondvoer. Je bevestigt de dobber op de hoofdlijn en klemt deze tussen twee verschuifbare rubber stoppers. Zo kun je ook makkelijk met de visdiepte variëren.

Witvis: voerdobbers
Je kneedt het bindend voer rond de korf.

Deze dobber heb ik tijdens de baarsvisserij gebruikt; door zijn grote draagkracht kun je makkelijk een grote dauwpier en zelfs een klein dood visje aanbieden. De korf vul ik met fijn witvisvoer dat voorn aanlokt, dat op zijn beurt als het goed is weer baars naar de stek toetrekt… De dobber ligt stabiel in het water en is daarmee ook ideaal op stromend water, zoals onder stuwen of bij een gemaal.

De gevoelige variant

Duidelijk gevoeliger dan de Impact Bagging Waggler is de Micro Bagging Waggler Loaded, eveneens van Matrix. Het principe en de montage is echter hetzelfde. Door de slankere vorm is deze dobber beter geschikt voor kleinere vissen; een beetje ruis- en blankvoorn en winde trekt de dobber met gemak onder.

Witvis: voerdobbers
Geschikt voor kleinere vis en perfect uit te loden.

Ik heb er zelfs alvers mee gevangen, kun je nagaan! Dit voorgelode dobbermodel is verkrijgbaar in 8 en 10 gram, waarbij aan de onderzijde afschroefbare ringvormige gewichten zijn gemonteerd. Zodoende kun je aan de hand van het gewicht van het voer op de korf en het haakaas, de dobber perfect uitloden.

Witvis: voerdobbers
Perfect uit te loden aan de hand van het voer op de korf en het haakaas.

Dobber 3: Nisa Bag Up Feeda & Splasha

Het laatste model voerdobber heeft een voerspiraal op de onderantenne. Zo heeft de Engelse firma Nisa twee modellen in hun pakket: de Bag-Up-Feeda en de de Splasha. Op het eerste oog vond ik deze dobbers er een beetje lomp er uitzien, maar ze zijn perfect voor het vissen op karper op grote afstand.

Witvis: voerdobbers
De Nisa Splasha, niet alleen voor karper. 

De vorm doet mij een beetje denken aan de traditionele, Engelse snoekdobbers. Met hetzelfde principe als de eerder beschreven baars-aanpak, gebruik ik deze dobbers voor snoek. Hierbij stop ik stukken witbrood in de spiraal, die blijven goed zitten.

Witvis: voerdobbers
Brood blijft goed in de spiraal zitten.

Bij het vissen op karper komen geweekte pellets of grondvoer om de hoek kijken. De laatstgenoemde hoeft niet zo fijn van structuur te zijn als bij andere voerdobbers. Beide modellen zijn in twee formaten leverbaar. Het kleine model, de small no. 1, is bijvoorbeeld zelfs gevoelig genoeg om in te zetten voor witvis. Net als bij de modellen van Matrix beschikt deze ook over een grote bolvormige bovenantenne.

Dobber 4: Albatros Soda Float

De Soda Float van Albatros is wellicht de breedst inzetbare voerdobber van dit moment. Dankzij de afsluitbare ‘aaskamer’ kun je alle soorten aas gebruiken. Het ‘laad- en lossysteem’ voor het aas werkt namelijk iets anders dan bij andere dobbers. Hoe het werkt? Simpel uitgelegd: een luchtkamer onder de kegelvormige antenne wordt gevuld met aas, deze wordt afgesloten door een bolvormig kapje. Bij het neerkomen in het water zakt het kapje naar beneden waardoor het aas vrijkomt.

De luchtkamer kun je vullen met allerlei soorten aas zoals losse maden, wormen, pellets, grondvoer; de mogelijkheden zijn eindeloos. De vorm van de dobber en het feit dat er altijd lucht in de aaskamer zit, zorgt ervoor dat deze dobber niet te diep duikt bij het inwerpen. Het duurt altijd een paar seconden voordat het klepje zakt en het aas vrijkomt. Ideaal om over een stek te werpen en deze naar de stek toe te trekken.

Zout feederen op platvis

feederhengel platvis

FABIAN FRENZEL – Zeevissen op platvis vanaf de kant, maar dan net een tikje gevoeliger en anders dan de meeste vissers dit doen. Geen lood maar gaaskorven voor het zoete water, geen strandpook, maar een feederhengel. Volgens Fabian Frenzel en zijn vismaten hét recept om veel en ook de grootste platvissen te vangen.

De kustvissers naast ons bereiden zich met zwaar geschut voor op een avondje platvissen. Hengels als poken, grote werpmolens en stukken lood van 150 gram; materiaal voor echte kerels. Naast dit materiaal valt ons ‘zoete’ feedermateriaal in het niets. Onze hengels en molens zijn fijner en kleiner, de voerkorven wegen minder dan de helft van een traditioneel stuk zeelood.

Wandelpier

De zon schijnt en het is windstil. Voor het vissen op platvis zijn dit wat mij betreft niet de beste omstandigheden. En juist onder dit soort omstandigheden heeft de voerkorf-visserij een meerwaarde ten opzichte van de traditionele aanpak. Met een beetje voer in de korf lok je de platvissen naar je haakaas.

De stek die we deze avond bevissen is een wandelpier, het deel waar ik plaats neem heeft meer iets van een kade weg. Ter versteviging van de kant liggen er grote stenen in het water, alwaar het getijde de stroming langs stuwt. Daar waar de stenen onder water ophouden loopt in de regel een geul, die ligt vaak parallel aan de pier. In deze geul verzamelt zich voedsel en daarom is het geen wonder dat dit vaak visrijke stekken zijn. Deze hotspots liggen binnen werpbereik en de zandbodem is hier schoon.

Montage

Bij deze techniek valt en staat alles bij het lokken. Bij het feedervissen hechten we veel waarde aan het voeren; je maakt eerst een voerplek, waar je later het haakaas op presenteert. Bij de voerkeuze dien je een bindend en zwaar voer te kiezen. Mijn voer bestaat uit een mix van Browning Lethal Feeder en Betain Mussel Mix; een voertje met een hoog aandeel vismeel en algen, wat na bevochtiging fijn van structuur is. Het voer wordt verrijkt met gemalen pieren, zagers en garnalen, evenals wat stukjes haring. 

feederhengel platvis
Het lokvoer bestaat uit een mix met een hoog aandeel vismeel en algen. 

Daarnaast voeg ik ook leem aan het voer toe. Dit maakt, naast dat het een bindende werking heeft, het voer een stuk zwaarder. Het blijft zo goed op de waterbodem liggen en verspreidt zich minder snel in het water. En wanneer de leem na een tijdje uit elkaar valt en er aast vis op de stek, dan ontstaat er een attractieve voerwolk die als een magneet op de vissen werkt!

Gevoelig

Het gewicht van de voerkorf bepaal ik aan de hand van de stroming, werpafstand en visdiepte. Het is belangrijk dat de korf op de bodem blijft liggen; het is een kwestie van proberen. In dit geval volstaat een korf van 50 gram, die in een eenvoudige lusmontage wordt gevist. Het betreft dus een schuivend systeem, waarbij na aasopname de weerstand geleidelijk toeneemt. Je verkrijgt zo een gevoelige beetregistratie.

De werpmolen onder mijn feederhengel is opgespoeld met 25/00 nylon of 10/00 gevlochten lijn. In alle situaties gebruik ik een 4 tot 5 meter lange voorslag van 30/00 nylon, waar ik direct de schuivende voerkorfmontage van maak. Het voordeel van zo’n relatief dikke montage is dat deze vrij stijf is en nauwelijks in de war werpt. Aan het uiteinde knoop ik een tweetonswartel, die het kinken van de onderlijn tegengaat. De onderlijn is een 50 cm lang stuk 25 tot 30/00 fluorocarbon. Voor platvissen gebruik ik een maat 4 langstelige haak; op zo’n model haak kun je goed pieren en zagers bevestigen.

feederhengel platvis
Gevoelige beetregistratie door de schuivende montage.

Wachten

Mijn zoute feedertactiek kent veel gelijkenissen met de zoetwatervisserij. Voor een accurate en compacte voerplek plaats ik de hoofdlijn achter de lijnclip. Ik maak eerst een voerplekje door drie gevulde voerkorven op de stek te werpen. Na het afzinken van de korf laat ik deze eventjes liggen, zodat het voer uit de korf kan komen. Daarna sla ik met een krachtige haal het resterende voer uit de korf. Reken maar dat het voeren an sich al de nodige interesse onder water opwekt.

Bonken

Na het voeren monteer ik een onderlijn aan de montage en voorzie de haak van een zager. Na een paar minuten zie ik op de hengeltop al tekenen van leven. Ik vermoed dat een platvis aan het haakaas zit te rommelen. Normaal gesproken heeft platvis even nodig om het aas goed in de bek te nemen, zodra dat het geval is haakt de vis zichzelf. Het is dus zaak om bij de eerste tikjes niet direct de haak te zetten, want dan sla je veel mis.

Ook nu weer krijg ik een beloning voor het wachten; ik signaleer een paar krachtige bonken op de hengeltop. Met een rustige aanhaal zet ik de haak, vis! Waar je met zwaar materiaal de platvis binnenrost, en soms nauwelijks voelt of de vis er nog aanzit, is dat met een feederhengel een ander verhaal. Het drillen is nu anders gezegd veel leuker!

Specimen

Deze avond loopt alles op rolletjes en kunnen we regelmatig onze feederhengels kromtrekken op sterk vechtende platvisjes. Groot zijn ze niet, maar we hebben veel actie en beleven hier veel plezier aan. Als de platte rakkers eenmaal de voerplek hebben gevonden, dan valt er veel te genieten. 

feederhengel platvis
Regelmatig gaan de hengels lekker krom.

In de loop van de avond komen tot ons genoegen ook de grotere vissen op de kant. Wellicht worden deze door het tumult van hun kleinere soortgenoten aangetrokken. Ik heb ook sterk het vermoeden dat de grootste vissen direct voor het grootste aas gaan, het haakaas dus. Daar waar de kleiner vissen eerst naar de gevulde voerkorf zwemmen.

Groter

Ondertussen verdwijnt de zon achter de horizon en kleurt de hemel oranje. De silhouetten van onze buren met het ‘echte-mannen’ materiaal vertellen ons dat zij ook regelmatig vis vangen. Wanneer de avondsessie er op zit maken we nog een praatje met hen. We deelden hetzelfde water en visten op dezelfde afstand, het is des te opmerkelijker dat zij niet de grote exemplaren wisten te strikken.

feederhengel platvis
De avond valt en de grotere exemplaren komen er aan.

Dit hebben wij ondertussen al een paar keer meegemaakt; met de voerkorftactiek vang je na verloop van tijd opvallend vaak de grotere exemplaren. Wat mij betreft nog een reden waarom deze lichte feederaanpak de moeite waard is.

Stap voor stap – Voermix voor platvis

feederhengel platvis

Alle ingrediënten en benodigdheden op een rij: emmer, zeef, hakmolen, lokvoer, pieren, zagers, garnalen en haringen.

feederhengel platvis

Meng het lokvoer en de leem, bevochtig met zeewater, meng het goed en laat het 10 minuten rusten. Bevochtig het uitgedroogde voer nogmaals met water en druk het voer door een zeef, zodat je een mooi consistent voer krijgt.

feederhengel platvis

Stop een paar handjes garnalen in de hakmolen en maal deze fijn.

feederhengel platvis

Voeg de pieren en zagers toe en als laatste de haringen.

feederhengel platvis

Klaar is deze extreme stinkbom. 

feederhengel platvis

Mix het ‘hakmengsel’ door het lokvoer.

feederhengel platvis

De voermix is klaar voor gebruik!

Landingsnet

feederhengel platvis
Vergeet je landingsnet niet.

Omdat bij deze zoute feederaanpak alles een stukje lichter is, en je de vis niet altijd eventjes uit het water kunt tillen, is een landingsnet met een lange steel aan te bevelen.

Zo kies je de beste vaste (vijver) hengel

vaste hengel
Bestaat de ideale vaste hengel eigenlijk wel?
Een vaste hengel, het aanbod is tegenwoordig gigantisch. Zoveel verschillende firma’s met vaak diverse series en typen hengels. Hoe maak je een keuze voor de juiste vaste hengel? Logisch dat je als visser het overzicht verliest. Waar moet je op letten wanneer je jezelf op een nieuwe lange lat trakteert? We vroegen het drie experts: Eric van Otterloo van Sensas, Koen Vandermolen van Arca en meervoudig UK kampioen Engelsman Jon Arthur.
In dit artikel richten we ons op de ‘vijverhengels’ en hun eigenschappen. Hengels waarmee je grote vis kunt vangen op de steeds drukker bezochte karpervijvers, maar waarmee je ook grote brasem, zeelt en andere witvis kunt vangen.

Wat is de ideale vaste hengel?

Een terechte vraag is of een typische vijverhengel wel bestaat? Vroeger, toen was het makkelijk. Met de vaste hengel werd puur op witvis gevist, van karpervijvers was nog geen sprake. Met de opkomst van deze ‘commercials’ steeg de vraag naar sterkere hengels. Volgens Koen Vandermolen, pro-staffer bij Arca en vijverspecialist, zijn de vijverhengels op te delen in brasemhengels en karperhengels. “Deze moeten een zekere sterkte hebben en toch nog licht zijn. Sterk omdat je op vijvers op verschillende lengtes vist, voor de voerplek, net er achter of onder het kantje”.
vaste hengel
Je vist in vijvers toch ook op verschillende afstanden.

Sterkere hengels nodig!

Eric van Otterloo, een echt vijverbeest en vertegenwoordiger voor Sensas, beaamt dit en ziet dat op veel vijvers de pure brasemvisserij door uitzet van karpertjes zich ontwikkelt tot een gemixte visserij, met de noodzaak voor sterkere hengels. Ook Jon Arthur, meervoudig UK-kampioen, benoemt sterkte, maar ook flexibiliteit. “In Engeland heb je de ‘slapping’ techniek; hierbij laat je met de hengel het aas rondslingeren en op het wateroppervlak kletsen, dit trekt de aandacht van karper. Het zorgt echter wel voor grote druk op de hengeldelen.” Om snel te reageren op beten is echter ook een strakke hengel gewenst.
vaste hengel
Een strakke hengel is nodig om snel op aanbeten te kunnen reageren.

Aan deze eigenschappen moet een vaste hengel voldoen:

Sterk, licht en strak; dat zijn eigenschappen van een goede vijverhengel waar de drie experts het over eens zijn. Daarnaast zijn er natuurlijk ook persoonlijke voorkeuren, zoals een dunne diameter wanneer je bijvoorbeeld wat kleinere handen hebt.
vaste hengel
Dun, licht en strak zijn gewilde eigenschappen.
Om terug te komen op de eerste drie eigenschappen; door nieuwe technologieën worden hengels steeds strakker, lichter en sterker. “Zo gebruikt Sensas de Nanoflex technologie, waarbij het hars, dat om de carbonblank wordt gebruikt, zorgt voor een sterkere, strakkere hengel”, aldus Eric. Ook Jon benadrukt de constante ontwikkelingen in de carbonmatten en hars/lijm die voor de hengelbouw wordt gebruikt. Sterk, strak, licht en het liefst zo dun mogelijk; zo zien we de hengels graag. Volgens Koen is er altijd wel één eigenschap die iets minder is. De afgelopen 10 jaar zijn er echter enorme vorderingen geboekt om deze eigenschappen in één hengel te gieten.

Is licht en dun ook kwetsbaarder?

Over het algemeen kun je stellen dat een dunne, lichte hengel kwetsbaarder is dan een zwaardere hengel. Zo kent Jon genoeg vissers die bewust een top-range vaste hengel mijden en voor de grove karpervisserij een goedkoper model gebruiken. Toch gaat dun en sterk tegenwoordig samen, maar vaak gaat dit ten koste van het gewicht. “De hengel is simpelweg iets zwaarder, maar nog altijd prima als vijverhengel te gebruiken”, volgens Eric. Of een dunne hengel lekkerder in de hand ligt is een persoonlijk aspect en een punt waarover de neuzen nooit in dezelfde richting gaan staan. Een sterk argument voor een dunne hengel krijgt Koen vaak tijdens opendeurdagen te horen, waar hij veel vissers ontmoet die graag met de lange slag vissen en de montage dus over het hoofd inwerpen: “Een hengel met een dikkere einddiameter gaat veel meer wind pakken en zo de hengel afremmen, wat het inleggen er niet gemakkelijker op maakt.”
vaste hengel
Hoe de hengel in de hand ligt is natuurlijk erg persoonlijk. Koen zijn favoriete hengel is de Arca Inferno Carp.
Wat is de ideale lengte? Op vijvers ben je veelal afhankelijk van de reglementen, zeker tijdens wedstrijden. In België mag je veelal 10 meter, in Nederland 11,5 meter en in Engeland zelfs 16 meter uit de oever vissen.

Grote opening voor elastiek

Elastiek is bij de vijvervisserij essentieel om grote vis te kunnen landen. Koen vraagt zich altijd eerst af wat het formaat van de karpers is en stemt daar zijn elastiek op af. Vervolgens moet het elastiek soepel uit de top komen; vaak moet deze worden ingekort. “Hier worden de meeste fouten gemaakt. De opening moet groot genoeg zijn, zodat het elastiek zonder haperen eruit komt, maar ook weer terug gaat.” Naast de noodzaak van het inkorten levert dit volgens Eric ook nog een ander voordeel op: de ingekorte hengel wordt sterker. Jon voegt toe: “Een stijve top met een grote opening waar het elastiek gemakkelijk uitkomt, heeft, in tegenstelling tot een dunne soepele top, minder wrijving. De kans op hengelbreuk is aanzienlijk kleiner.” Door een interne bus te monteren loopt het elastiek soepeler.
vaste hengel
Een stijve top met een grote opening waar het elastiek gemakkelijk uitkomt, heeft, in tegenstelling tot een dunne, soepele top, minder wrijving.
Net zoals de meeste vissers monteert Jon het elastiek in de eerste 2 delen. Bij de vijvervisserij zijn dit de delen waar je de vis mee drilt en die dus het meeste te verduren krijgen. Een sterke topset is daarom essentieel. Voor degene die hun, bijvoorbeeld, 10 jaar oude hengel willen vervangen, gaat er een hele nieuwe wereld open. Doordat er meer carbon in plaats van glasvezel wordt gebruikt, gaat een hengel lichter en strakker aanvoelen en in sommige situaties is deze ook sterker.

Wat ga je met de hengel doen?

Zijn er nog meer aspecten waar je bij de aanschaf op kunt letten? Al onze experts hameren er op dat je de hengel kiest op basis van de visserij en wat je er mee gaat doen. Eric: “Indien je voornamelijk op vijvers vist waar dikke karper zit, dan is het aan te raden een hengel aan te schaffen uit de sterkste series. Vis je echter veel op gemengde vijvers, dan kun je er wellicht beter voor kiezen een hengel te kopen die wat lichter is, maar waar je met een andere topset toch prima een dikke vis mee kunt vangen.”
vaste hengel
Wanneer er dikke karpers zitten, kies dan een hengel uit de sterkste serie. Enkele van Eric’s favorieten zijn de Sensas Hulk 75 of Sensas Mammoth 74.

Koop je een pakket of juist niet?

Daarnaast kun je er vaak voor kiezen om de hengel in een pakket te kopen, waarbij meerder topsets en andere extra’s worden meegeleverd. Voor Jon is dit een pluspunt. “Topsets met een geïntegreerd side-puller systeem zijn ook erg handig, maar denk ook aan miniverlengdelen of interne busjes voor het elastiek. Tot slot is een betrouwbare firma met een goede service en reserve onderdelen ook een aspect waar je rekening mee kunt houden. Altijd fijn voor als er onverhoopt iets misgaat.”

Zo gaat de hengel langer mee:

1. MAAK DE BUSSEN SCHOON. Goed onderhoud verlengt de levensduur aanzienlijk. De bussen van een vaste hengel zijn volgens Jon, Eric en Koen het meest aan slijtage onderhevig. Maak de bussen aan de binnenkant goed schoon. Wanneer je tijdens het in elkaar steken merkt dat er zand tussen zit, negeer dit niet en maak het schoon. Doe je dit niet dan zal keer op keer het gruis en zand krassen maken en de boel aantasten.
2. GEBRUIK EEN AFSTEEKROLLER. Overigens scheelt het al om een afsteekroller te gebruiken, in plaats van de hengel over de grond af te steken. Zo pik je minder snel vuil op. Ook doppen, zogenaamde ‘skid bungs’, op de delen plaatsen helpt zand happen voorkomen.
3. GA IN BAD MET JE HENGEL. Om vuil en zand te verwijderen kun je de delen compleet onderdompelen in water. Je zou niet de eerste zijn die met zijn hengels een douche neemt. Ook zijn er speciale borstels verkrijgbaar waarmee je de binnenkant kunt schoonmaken. Het zou toch zonde zijn als een dure hengel het begeeft door nalatigheid, nietwaar?

Extra tips:

Koen: De hengel moet eerst en vooral goed in de hand liggen, je moet er toch uren mee vissen.
Koen: Ik zal nooit een stok kiezen met een fluor kleur. Dit heeft volgens mij alleen maar nadelen wanneer de zon schijnt en via schitteringen in het water doordringt.
Jon: Welke firma dan ook, ik zie zelden nog slechte hengels.
Eric: Persoonlijke voorkeur is erg belangrijk. Maar als jouw voorkeur uitgaat naar de allerlichtste hengel en je wilt die gebruiken op een extreme visserij (bijvoorbeeld karpers van 10 kg) dan zou ik de hengelkeuze toch eens heroverwegen.
[irp posts=”8339″ name=”Experiment feeder vs vaste stok”]
[irp posts=”14793″ name=”Ready to paste? Alles over het vissen met deeg (deel 1)”]

Oppervlaktevisserij op karper

oppervlaktevissen

REDACTIE, BOUDEWIJN MARGADANT EN MARK NOORMAN – Het haakaas drijft tussen wat leliebladeren, van onder het lelieblad zie je twee roze, rubberen lippen en een log lichaam verschijnen. De roze lippen bewegen zich langzaam maar zeker naar je haakaas… Even geduld nog! Kan het nóg spannender? Dacht het niet! Mark Noorman en Boudewijn Margadant sparren over oppervlaktevissen op karper en dat levert interessante bevindingen op!

Het vissen aan de wateroppervlakte op karper is een prachtige visserij, de beleving is bij geen andere visserij zo intensief als tijdens het drijvend vissen. Je kunt vis zien azen en hierop inspelen. Bovendien kun je de aanbeet echt zien. Dat zijn vaak ‘hart-in-keel’ momenten. 

oppervlaktevissen
Je kunt de vis zien azen.

Zowel Mark als Boudewijn waardeert deze visserij dan ook het meest om deze reden. “Een ander pluspunt van deze visserij is dat je selectief kunt zijn! Wanneer je een bepaalde vis niet wilt vangen trek je het aas voor zijn bek weg. Op die manier kun je door blijven gaan tot de vis die je juist wel wilt, jouw target, van plan is om het haakaas te pakken”, aldus Boudewijn.

Niet teveel wind

Overdag kun je de vis goed spotten, maar ook de nachtelijke uurtjes kunnen productief zijn! Het is zelfs één van de favoriete tijden van Boudewijn, samen met de vroege ochtend. Het weertype maakt hem daarbij niet zo heel veel uit, zo lang het maar niet te hard waait en het water op temperatuur is!

oppervlaktevissen
Boudewijn met een zeer fraaie 20’er.

Mark denkt hier duidelijk wat anders over. Hij vindt het fijn als het wat warmer is buiten, een zonnetje en een klein briesje mag best. Dat zijn de dagen die hij als beste ervaart. “Wind kan je zeker enorm helpen. Het doorbreekt het zicht door de waterspiegel waardoor de vis jou en je haak moeilijker zien. Bovendien kan het helpen om op groter water je voer bij de vis te krijgen. De wind blaast jouw aas dan hun kant op.”

oppervlaktevissen
Een briesje op het water helpt, volgens Mark Noorman.

Vergeten hoekjes

Niet ieder water leent zich voor deze visuele visserij; sommige wateren zijn beter geschikt dan andere. Drijvend karpervissen op een snelstromende rivier is bijvoorbeeld een lastige zaak. Het ideale water is volgens de Amsterdamse Boudewijn bij voorkeur plantenrijk en niet heel groot. “De zogenaamde cultuurwateren en poldersloten zijn ideaal voor deze visserij! Deze wateren zijn vaak erg toegankelijk.”

oppervlaktevissen
Poldersloten lenen zich erg goed voor de oppervlaktevisserij op karper.

Mark Noorman voegt daar nog aan toe dat het vooral om persoonlijke voorkeur gaat. Zo is hij zelf fan van het afstruinen van vergeten hoekjes, waar hij de karpers vaak kan zien zwemmen nog voor er een drijvend voedselitem te water gaat. “Maar ook op diepe zandputten kun je karpers gewoon aan de oppervlakte vangen hoor!”

oppervlaktevissen
‘Vergeten’ hoekjes zijn altijd de moeite waard even te bezoeken…

Het juiste aas? Hondenbrokken!

Het is alleen een kwestie van het juiste aas op de juiste plaats aanbieden en vroeg of laat krijg je beet. Maar wat is nu het juiste aas? Moet je inspelen op heersende omstandigheden bij het kiezen van het juiste aas? Mark denkt in elk geval van niet. Zijn visserij aan de oppervlakte bestaat voor de volle 100% uit vissen met hondenbrokken. “Hondenbrokken zijn bij mij favoriet, omdat ze groter zijn dan kattenbrokken en daardoor meer gewicht kunnen dragen. Hierdoor zal dus ook de brok met haak nog prima drijven! Bovendien zijn ze lekker betaalbaar. Als je rondloopt en aan het voeren bent kunnen er zomaar wat kilo’s brokjes verdwijnen. Dus dan is het wel prettig dat het voer niet zo duur is.” Boudewijn gebruikt in tegenstelling tot Mark zo nu en dan wel kattenbrokjes. 

De foam tip!

Boudewijn heeft nog een gouden tip. “Zelf vis ik vaak met foam op de haak, dit prik ik er gewoon los op. Op de haakpunt van mijn haak (maat 8 of 10) doe ik een mestpier of maden. Dit werkt echt dodelijk effectief! Bijkomend voordeel is dat je zelf bepaalt of je drijvend, langzaam zinkend of snelzinkend vist. Door het foam bij te knippen bepaal je of het aas drijft, of niet. Dan is het slechts een kwestie van laten zakken naast een azende karper en reken maar dat je aas vroeg of laat gepakt wordt! Het enige nadeel is dat je met dit foam niet kunt werpen.” Boudewijn gebruikt het liefst haken met een wijde haakbocht en een halflange steel, Mark heeft toch liever een korte steel met een rechte punt. Wat haakkeuze betreft lijkt het voornamelijk om persoonlijke voorkeur te draaien.

Wat is een goede hengel?

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van een goede oppervlakte hengel? Waar de heren het al snel over eens zijn is dat de hengel fijn in de hand moet liggen en vooral niet te zwaar moet zijn. Deze visserij is er een waarbij je de hengel veel en langdurig in je handen hebt en dat moet niet gaan irriteren. Boudewijn vindt het daarnaast erg belangrijk dat de hengel een snelle topactie heeft. Zo kan de haak snel gezet worden en worden de krachten van het zetten van de haak goed overgebracht.

oppervlaktevissen
Je hebt de hengel meestal in de hand.

Een drijvende lijn

Wat vislijn betreft is de belangrijkste eigenschap genoeg drijfvermogen, er wordt hoe dan ook met een drijvende lijn gevist. Verder moet de lijn vooral schuurbestendig zijn.

oppervlaktevissen
Genoeg drijfvermogen om aan het oppervlak te blijven.

Mark vist met een vrijloopmolen, normaal gesproken zie je die voornamelijk bij de statische vissers. Mark vindt het vrijloopsysteem met oppervlaktevissen ook een nuttige toevoeging. “Als ik brokjes bij wil voeren kan ik de vrijloopstand activeren en de hengel wegleggen zonder bang te hoeven zijn dat deze in het water getrokken wordt.”

Hoe moet je vissen?

Net zoals bij het penvissen kun je bij het oppervlaktevissen meerdere strategieën toepassen. Hoe aanlokkelijk het ook lijkt, vaak is het niet effectief om het haakaas bij de eerste de beste karper die je spot direct voor zijn kop te werpen. Zelfs niet als deze aan het azen is! “Beter is het om eerst het gedrag van de vis(sen) te observeren. Vaak leggen mensen te snel de montage in het water. Het lijkt onbenullig, maar het zal je meer vis opleveren. Soms blijkt na 10 minuten dat er een nog grotere, argwanende vis rondzwemt”, aldus Boudewijn. 

oppervlaktevissen
Je kunt je vis ‘uitkiezen’. Even wachten wordt soms beloond met een grotere.

Is witvis een probleem of zegen?

Uit observaties blijkt namelijk dat karpers enorm in gedrag kunnen verschillen: zo zijn er gretige vissen die vrijwel altijd als eerste van een groep starten met azen, maar er zijn ook schuwere vissen die eerst de kat uit de boom kijken alvorens ze gaan azen. Vertrouwen is het sleutelwoord, met name voor die argwanende karpers. Het beste ‘voer’ voor dat soort vissen is het ongestoord kunnen zien azen van soortgenoten. Daarom ziet Boudewijn witvis eerder als een attractor dan als een probleem.

Om dezelfde reden voert Mark bij voorkeur voor, het liefst over meerdere dagen. “Instant vissend zullen al veel karpers de brokjes pakken, maar na een voercampagne helpen de onvoorzichtigere vissen de schuwere exemplaren het voer te vertrouwen.” Een strategie die ook Boudewijn geen windeieren heeft gelegd.

oppervlaktevissen
Verleid door hondenbrokken.

Tijdens, of vlak voor het vissen kun je op verschillende manieren voeren. “Je kunt net als met penvissen verschillende voerplekjes aanmaken en deze een voor een aflopen, op zoek naar actief azende vis”, aldus Boudewijn.

Overlast door vogels…

Een hoofdpijndossier voor veel oppervlaktevissers zijn watervogels en meeuwen. Uit het niets duiken ze plots op en doen zich tegoed aan de karpersnoepjes. “Vroeger, toen ik veel met brood viste, had ik er meer last van dan nu met hondenbrokken. Soms wil afleiding ook helpen, een emmertje maïs op ondiep water of een half brood in een uithoek”. Toch vindt Mark het helemaal niet erg als er brokjes worden weggepikt. “Het geeft naar karpers ook een signaal dat er wat te eten valt”. Boudewijn is het hier mee eens en vult aan: “Zijn ze er niet tijdens het vreetfestijn van de vogels, dan komen ze vaak later een kijkje nemen.”

oppervlaktevissen
Karpers komen vaak nog even een kijkje nemen als ze horen dat de vogels aan het eten zijn.

Stilstaan of lopen?

Houd bij het vissen goed in gedachte in wat voor een omgeving je vist. Een goede tip van Boudewijn: “loop je langs een sloot waar mensen hun hond uitlaten? Dan spot je vis het best lopend, wanneer je stil gaat staan kunnen de vissen zich opgemerkt voelen en zich laten zakken. In een rustigere omgeving kun je juist beter wat minder bewegen.”

Ga het maar eens proberen, trek erop uit met niets dan hengel, voer, net en mat en verbaas je over hoe effectief oppervlaktevissen kan zijn!

Hoe train je op de juiste manier?

Sensas Eric Tips Tricks

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakt hij dit aan, in de breedste zin van het woord? In deel 3: hoe train je op de juiste manier?

 

Ditmaal gaan we dieper in op het trainen voor een wedstrijd. Hoe belangrijk is dat trainen nu eigenlijk? Hoe train je op een goede manier? Vaak zeggen vissers tegen mij dat trainen niet nuttig is, omdat het toch elke keer anders is. Tot op zekere hoogte klopt dit wel. Als je gaat trainen is het belangrijk om dit zo kort mogelijk voor een wedstrijd te doen, de omstandigheden zullen dan zo vergelijkbaar mogelijk zijn als die met de wedstrijd.

 

Trainen op een commercial

Als wij op een commercial gaan trainen met ons Team Sensas zorgen we ervoor om altijd met zoveel mogelijk mensen te zijn. Hoe meer mensen tegelijkertijd gaan trainen, des te meer je de wedstrijdomstandigheden kunt nabootsen. Belangrijk is om een plan te maken, laat je iedereen hetzelfde doen, of juist niet?

Train eric vis
Wat mij betreft heeft het WEL zin om te trainen!

 

Train op een natuurlijk water

Ditzelfde geldt voor het trainen op een natuurlijk water; met hoe meer personen je bent, des te eerlijker en duidelijker een training wordt en hoe meer je er van kunt leren. De kopstekken worden bevist en met name de middenstekken gaan een goed beeld geven van wat er in de wedstrijd gaat gebeuren.

Sensas testen trainen
Het type voer is natuurlijk afhankelijk van de visstand, maar je kunt alsnog een beetje selectief te werk gaan!

 

Doel: hoe kun je meer vis vangen?

Elke training is even belangrijk en gericht op een doel: het uitvinden hoe je meer vis kunt vangen dan je tegenstanders. Op een natuurlijk water vraag je jezelf eerst af welk voer je nodig hebt; moet het brasemgericht zijn, of toch meer voorngericht? Komt die bonus-platte daar ook wel op? Vang je de vis kort, op 13 meter of toch aan de overkant met de match of feeder.

Sensas feeder trainen
Stok, feeder of match: wat is de meest vangende techniek?

 

Vragen voor op een commercial

Op een commercial kun je jezelf ook vragen stellen. Heb je meer pellets en voer nodig? Aast de vis beter op maden of wormen? Komt de dikke vis in de kant? Vang je ze beter ondiep? Dat zijn de dingen die je wilt uitproberen tijdens een training, en zo vorm je je een beeld van wat er tijdens de wedstrijd kan gaan gebeuren. Om deze reden is het belangrijk om zo kort mogelijk voor een wedstrijd te gaan trainen. De visserij veranderd namelijk constant.

Sensas testen trainen
Wat werkt het beste op een commercial. Zijn op dit moment pellets de beste keuze, en zo ja welk formaat, kleur en type?

 

Blijf flexibel en pas je aan

Als je na het trainen een plan hebt opgesteld, kun je dit toepassen in een wedstrijd. Maar houd er altijd rekening mee dat er iets kan veranderen en zorg ervoor dat je je hierop kunt aanpassen tijdens de wedstrijd.

 

 

In de volgende tips & tricks gaan we dieper in op het vissen van de wedstrijd zelf.

 

Eric van Otterloo

Pak eens de boot!

bootvissen

Martijn Dekkers – Steeds meer sportvissers kiezen voor het avontuur op zee. Het vissen op zee vanaf de boot wordt steeds populairder. Begrijpelijk, het is natuurlijk een ontzettend leuke dag wanneer je met vrienden de zee op  gaat en daar je beoogde vissoort gaat belagen. Gezelligheid gegarandeerd! Voor het bootvissen op zee ben je natuurlijk afhankelijk van een schipper met boot.

Er zijn twee soorten boten waaruit je kunt kiezen. Een grote kotter, dan ga je met maximaal 45 personen de zee op en de kosten bedragen ongeveer € 35,00 exclusief je aas en versnaperingen. Een andere optie is om een plaatsje te boeken op een offshore visboot. Deze nemen tien tot twaalf personen mee en de kosten bedragen gemiddeld € 65,00. Dat is inclusief aas, koffie, een drankje, soep en vaak ook nog een broodje met warme snack. De boten vertrekken vanuit alle havens die langs onze kust liggen. Denk dan aan Vlissingen, Neeltje Jans, Stellendam, IJmuiden enz..

bootvissen
Een offshore boot is sneller op de stek.

Een offshore visboot geniet mijn voorkeur. Niet enkel vanwege de versnaperingen, maar vooral om de ervaring van de schippers en de snelheid van de boten. Schippers van een offshore boot zijn vaak meer ervaren qua visserij dan de schippers op grote kotters. De boten zijn ook veel sneller en dus eerder op de stekken, wat meer vistijd oplevert. Ook zijn ze sneller op een nieuwe stek, mocht stek een of twee niet het gewenste resultaat opleveren.

bootvissen
Er zijn momenten genoeg dat je niet bang hoeft te zijn voor zeeziekte.

Het eerste waar mensen aan denken bij het vissen vanaf een boot is zeeziekte, maar waarom? Ik vis al decennia vanaf de boot en durf gerust te zeggen dat het percentage opstappers dat zeeziek wordt lager ligt dan een paar procent. De kans dat je zeeziek wordt is dus vele malen kleiner dan je denkt.

Duur?

Een ander veel besproken punt zijn de kosten. Natuurlijk betaal je wat meer voor een boot dan wanneer je vanaf de kant gaat vissen, maar je krijgt er ook meer voor terug! Het belangrijkste punt is dat je niet zelf naar je stekken hoeft te zoeken, de schipper weet dit prima. Een ander punt is dat de schipper iedereen kan voorzien van advies en hulp waar dat nodig is. Ook kun je aan boord een hengel lenen of huren. Deze is dan voorzien van een goede onderlijn voor de visserij van die dag en van een stuk lood, een complete set dus. 

bootvissen
In de scharrentijd kun je er veel vangen!

Naar gelang het jaargetijde weet de schipper op welke vissoort er gevist kan worden, hij stemt zijn agenda daar op af. In het voorjaar wordt er voornamelijk gevist op schar. Deze platvis is naast de tong een ware delicatesse en bijna de gehele vloot richt zich dan ook op de schar. Wanneer het water beduidend warmer wordt kunnen we gaan denken aan haaien.

bootvissen
Vanaf mei zijn er haaien te vangen langs de Nederlandse kust.

Meestal vanaf half mei tot eind september. Sinds de gladde haaien weer geregeld, dagelijks eigenlijk, aan boord komen, zien de schippers het aantal boekingen oplopen. Terecht als je het mij vraagt, vissen op haai is gewoon fantastisch en voor iedereen weggelegd, jong, oud, man, vrouw of kind, vanaf de boot kan iedereen een haai vangen!

bootvissen
Haaien voor iedereen, voor jong en oud.

Ondertussen wordt er ook nog uitgevaren naar de wrakken om te vissen op zomergul, pollak en zeebaars. Een dagje makreel takelen zit er ook nog wel in. Voor het vissen op tong boek je een plaatsje op een tripje in de avond, ook spannend.

bootvissen
Een mooie zeebaars van de wrakken, veel beter wordt het niet.

Tegen de herfst komen ook de wintergasten weer in beeld en heb je een gemengde visserij. Zo kun je op een dag haai, schar, wijting, zeebaars en tong vangen, veel beter wordt het niet. De wintermaanden leveren over het algemeen vooral schar, wijting, gul en wat verdwaalde zomergasten op. Prima visserij hoor! De echte avonturiers boeken nu een tripje naar de wrakken. Niet echt een gemakkelijke visserij in de winter, maar wel een die beloond kan worden met mooie gullen.

Checklist

Tot slot nog even een checklijstje met do’s en don’ts voor een tripje met de boot:

Don’t: ga niet te laat naar bed, uitgerust aankomen op de boot maakt de dag een stuk prettiger!

Do: sta op zoals je normaal doet, ontbijt normaal en drink normaal, ook gewoon je koffie, het zijn fabeltjes dat een aangepast ontbijt en geen koffie drinken helpt tegen zeeziekte, integendeel!

Don’t: ga niet vissen op de verkeerde vissoort, iedere vissoort vraagt om een ander jaargetijde. Op haai in de winter haalt niets uit, op schar en wijting in de zomer evenmin.

Do: vraag de schipper naar de beste periode voor de door jou gekozen vissoort.

Don’t: werp niet klakkeloos een onderlijntje overboord, iedere vissoort vraagt om een andere aasaanbieding.

Do: vraag aan de schipper een onderlijntje, of nog beter laat er een knopen door een van de vele hobbyisten die op verzoek onderlijnen maken, zij maken de beste.

Don’t: smeer je niet continu in met zonnebrand, zonebrand blijft lang aan je handen plakken en komt dan ook op je aas. Vissen ruiken en proeven dit en laten het liggen of spugen het direct uit.

Do: smeer voor vertrek een dikke laag hoge factor en je zingt de dag wel uit.

Don’t: gebruik geen al te licht loodje. Dit rolt weg en komt in de lijn van je buurman terecht. Dan raakt alles in de knoop.

Do: gebruik ankerlood. Een ankerlood van 200-250 gram blijft bijna altijd wel liggen.

Don’t: zet je lijn niet strak. Je onderlijn staat dan op de bodem i.p.v. dat ze ligt en je lood zal zich niet in de bodem ankeren.

Do: wanneer het lood de bodem raakt, geef je tien meter lijn en pas dan sluit je de beugel. Nu ankert je lood optimaal en ligt je onderlijn perfect op de bodem. De stroming zorgt voor een strakke lijn en aanbeten komen gewoon prima door.

Don’t: vis niet met twee hengels wanneer je nieuwkomer bent. Je vraagt om problemen met die extra lijn in het water. Je komt snel in de knoop en bent de gehele dag in de weer met knopen ontwarren.

Do: Vis relaxed met één hengel. Besteed je aandacht aan één hengel. Zo vis je lekker scherp, weet je wat je doet en het levert genoeg vis op. Bijten ze niet, dan bijten ze ook niet op twee hengels, bijten ze wel, heb je genoeg aan één hengel. Ik vis zelf zelden met twee hengels!

Don’t: zet je aas niet in de zon. Aas dat warm wordt gaat stinken en verliest aan vangkracht.

Do: zet je aas koel en droog weg. Een klein koelboxje met een koelelement werkt prima om je aas optimaal in orde te houden. Pak steeds kleine porties en laat de rest lekker koel liggen tot je portie op is.

Don’t: pak geen onbekende vissen vast. Een pieterman is een venijnig visje. Op zijn rug zit een giftige stekel. Wanneer deze je prikt ga je dat zeker als zeer vervelend ervaren.

Do: ken je je vangst niet, roep de schipper. De schipper weet exact welke vissoort je naar boven haalt. Ook een zeebaars heeft scherpe stekels en kieuwdeksels, niet giftig, maar een ‘jaap’ heb je zo te pakken. Let dus op.

Dus, trommel je maten op, boek een boot of een plaatsje op een boot, kies een vissoort en maak er een enorm leuke en spannende dag van…

Martijn Dekkers

Visweekend: Hollands Eldorado in de kop van Noord-Holland

visweekend Noord-Holland

RICHARD VAN DEN BROECK – Vroeger, heel lang geleden (zo beginnen zowat alle sprookjes) was een dagje vissen naar Nederland zowat de ultieme belevenis voor vissend Vlaanderen. Hank, Dordrecht, Willemstad, om er maar een paar te noemen, werden tijdens de weekends ware bedevaartsoorden. Het was die tijd dat je vier hengelaars en hun spulletjes nog in een doorsnee auto kwijt kon. Na een gouden tip houdt Richard nu een visweekend in de kop van Noord-Holland. 

Ik had ook het geluk om een plaatsje te mogen veroveren in zo’n ‘visauto’. Dolle pret, we vingen ons klem aan brasem en voorn. Was het eens wat minder, wat ook in dit eldorado wel eens gebeurde, dan kon dat de pret niet drukken. De week daarop was het weer klamme handjes en een slapeloze nacht voor het grote avontuur.

Oude Sluis

Jaren later, toen we afdropen van een in de soep gelopen visvakantie in Noord-Italië (op een half opgedroogd riviertje na was er geen water te bespeuren), kwamen we na een gouden tip in Noord-Holland terecht. 

Oude Sluis, een minuscuul plaatsje tussen Schagen en Den Helder, maar wel omgeven door een hoop schitterend viswater, althans dat ontdekten we later. Ik ving op het Oude Veer, een prachtig viswater omgeven door brede rietkragen, mijn eerste snoekbaarzen en mijn eerste metersnoek. Op de sloot achter Oude sluis, en wel bij het befaamde spoorbruggetje, ving ik een rasechte boerenkarper van 4 kg. Een lachertje als je nu dat gewicht uitspreekt, maar een slanke bronzen torpedo en loeiend sterk!

Friemelspul

Op brasem visten we toen nauwelijks, we lagen met ons bootje tegen de rietkraag aan en visten met twee werphengels met aasvis op snoekbaars. Aasvisjes vingen we met een hengeltje pal naast de boot tegen het riet. Er stond daar amper een meter water, maar met af en toe een greepje paneermeel lukte dat aardig. Tot de brasem de boel kwam verpesten, de aanbeten van het klein grut vielen weg en de eerste aasbelletjes melden zich. Massieve, bronzen, puntgave brasems sloopten in no time onze friemelspulletjes.

Zijperboezem

Nu, meer dan dertig jaar later, en de wijsheid dat het Oude Veer eigenlijk Boezem van de Zijpe heet, stond ik weer bij die imposante wuivende rietkragen, want wind heeft daar in de kop van Noord-Holland vaak vrij spel. Eigenlijk was er in al die tijd weinig veranderd.

visweekend Noordholland
Boezem van de Zijpe: goed voor knappe, puntgave, mokkende brasems. (Google Maps)

Ik herkende nog met gemak de hotspots waar we op snoekbaars lagen; het diepe gat bij de primitieve trailerhelling en aan de overzijde het langzaam aflopende talud even voorbij de grote inham in de rietkraag.

visweekend Noord-Holland
Dat is pas comfortabel vissen! Een megasteiger, vaak in de luwte, en de auto vlakbij.

Collega-vissers zag je nu ook niet of nauwelijks. Een enorme keuze aan viswater en mogelijkheden, en voor liefhebbers van het zilte, de zee ook vlak in de buurt. Voor een dagtrip vanuit Belgenland met het huidige fileprobleem toch even te ver. Maar een aanrader met stip voor een verlengd weekend of een midweeksessie. Brasem, en dan graag in combinatie met de feederhengel, stond nu wel bovenaan op mijn verlanglijstje. 

visweekend Noord-Holland
Peter wist ze te strikken op de method.

Dikke brokken

Langs de Lagedijk, de weg die vlak langs het water loopt en je van Oude Sluis naar Kleine sluis of Anna Paulowna voert, waren nu een zestal ruime vissteigers geplaatst. De auto kun je vlak achter je parkeren en door de beschutting van de hoge aanplanting zit je hier vaak uit de wind. Die steigers zijn dan ook de plekken waar je het vaakst andere vissers ontmoet. Vanaf die steigers is het goed vissen met de vaste hengel, er loopt een geul van pakweg 260 cm diep. Zo op krap 20 meter uit de oever loopt het dan terug op naar een ondiepe plaat, waar amper 150 cm water staat. Je kunt op die plaat best een visje vangen, maar voor de dikke brokken zul je eroverheen moeten naar dieper water. Met 50 meter zat ik ruim achter het talud dat afliep naar circa vijf meter diepte.

Na de derde korf liep mijn top krom, knappe, puntgave mokkende brasems moest ik voorzichtig over het talud loodsen. Soms liep de voerkorf vast in de kleilaag, maar met wat kunst en vliegwerk, even de druk op de lijn volledig laten wegvallen, kwam de buit meestal binnen. Moet het gezegd worden dat wormen er het best in gingen?

Giebels 

Wanneer je de weg langs het water even volgt richting Oude Sluis, dan heb je net voorbij de ‘trailerhelling’ prima visplaatsen. Je hebt hier direct dieper water, ongeveer zes meter, en ook hier de auto vlak achter je. Hier was het ook direct raak, en raar maar waar, we vingen tussen de brasems door een aantal knappe giebels. Ikzelf hield het bij wormen en mijn maatje ging het stel te lijf met de method en miniboilies.

De wateren in de kop van Noord-Holland zijn op het eerste gezicht niet direct ideaal kunstaas- en snoekwater; vaak een beetje dik, bruin water en weinig waterplanten. Het is eerder een snoekbaars- en brasembiotoop. Toch ving ik er (vroeger) niet veel maar wel grote snoeken, wat kenmerkend schijnt te zijn voor dit soort water.

visweekend Noord-Holland
Peuteren aan de vele sluisjes en kademuren (hier vlak bij ons visserhotelletje) levert altijd wat baars op.

De grote sloot en de polders achter Oude Sluis zouden volgens onze informatie tegenwoordig beslist de moeite zijn om er een stukje kunstaas door te trekken. Behoudens de sloten en vijvers in de bebouwing van Kleine Sluis en Anna Pauwlowna (HSV ‘t Voorntje) volstaat de VISpas.

Noordhollandsch Kanaal

Wedstrijdvissers zullen het je bevestigen: het Noordhollandsch Kanaal is een van de topwateren in Nederland. Dit water zou ook ik maar meteen eens aan de tand voelen. Ik maakte het mij niet al te moeilijk en zocht het vlakbij. Van Oude Sluis naar Het Zand is maar een paar kilometer, net voor de brug in het dorpscentrum van het Zand ging ik rechtsaf de Kanaalkade op. Voorbij de bewoonde kom lag een kleine industriezone waar het gemakkelijk parkeren en vissen was.

Bende

Ik had me dit kanaal toch iets imposanter voorgesteld. Toch was dit kanaal ooit in 1824 met zijn 80 km lengte, 40 meter breed en zes meter diep, het breedste en diepste kanaal ter wereld! Ik viste er pal tegen de overkant, een meter of vier uit de oever. En ook hier was het direct feest. Meer afwisseling in de vangsten dan op het Oude Veer. Brasem, winde, voorns en kolblei waren ook hier tuk op wormen. Toen er een potig en diep geladen binnenschip vis en voer van mijn visplek wegzoog, dacht ik dat de pret over was. Maar zie, na een paar flink gevulde voerkorven was de hongerige bende terug.

visweekend Noord-Holland
Ook hier was het genieten en werd je feedertip weinig rust gegund.

Dit kanaal en Oude Veer zijn twee absolute topwateren en aanraders met een stip. Maar vlakbij heb je ook nog de Van Ewijcksvaart, het Amstelmeer, Balgzandkanaal en zo kan ik nog wel even doorgaan…

Het Kinselmeer

Ik had op deze midweektrip beloofd om ook even een voerkorf te water te laten op mijn vismaat zijn favoriete brasemstek: het Kinselmeer. Dit water wordt bij Durgerdam alleen door de Uitdammerdijk gescheiden van zijn grotere broer het Markermeer. Even voorbij de laatste woonhuizen, waar de smalle weg vlak langs de dijk loopt, kun je langs een zandweg met de auto tot vlak bij het water rijden. Hier zijn een paar visplekken die je niet zullen teleurstellen en waar je vaak enigszins beschut zit tegen de wind. 

visweekend Noordholland
Kinselmeer: niet overal heel gemakkelijk toegankelijk, maar wel veel knappe brasems. (Google Maps) 

Ik viste hier op twee plaatsen en diep is het hier nergens, toen ik op 40 meter afstand wilde tellen, om enigszins mijn diepte te bepalen, kwam ik nergens verder dan 1, 2, en 3… Maar ook hier weer volop knappe brasems.

visweekend Noord-Holland
Ook hier scoorde een worm aan de haak en een handje geknipte wormen in het lokvoer.

Het Kinselmeer is alleen maar langs de kant van het Markermeer gemakkelijk te bereiken, langs de overzijde is een natuurgebied en verder moeilijk toegankelijk. Zelfs langs de Markermeer kant is het even zoeken om je auto vlakbij de visstek te kunnen parkeren, maar het loont de moeite!

visweekend Noord-Holland
Eigenlijk is er maar een kant goed bereikbaar en ja, net die kant waar het vaakst de wind op staat.

Dag twee reed ik even verder, waar een aantal knappe visplekken tussen het oeverriet lagen. Vlakbij de scherpe bocht aan de Uitdammerdijk kon je goed parkeren. Op dag twee kwam mijn vismaat even mee een hengeltje uitwerpen. We vingen ons helemaal klem en ook nu waren er geen andere vissers te bespeuren.

visweekend Noord-Holland
Het resultaat van een koppelwedstrijdje die mijn vismaat Peter er onlangs afhaspelde.

Volgens vismaat Peter zie je hier af en toe een tentje staan van karpervissers, maar verder is het Kinselmeer zowat voor jou alleen.

 

5 technieken voor geep

5 geep opties

Zilveren sprinters, mini marlijnen; niet voor niets heeft geep bijnamen die refereren naar snelheid en spektakel. De visserij op geep is dat dan ook; snel en spectaculair. Niet veel mensen weten hoe veelzijdig je op geep kunt vissen. Vaak wordt er alleen gedacht aan de dobber met daaronder een natuurlijk stukje aas. Tijd om daar eens verandering in te brengen!

 

METHODE 1 – Kunstaasvissen

Ben jij een actieve visser? Dan zou juist de geep wel eens hoog op je verlanglijstje kunnen komen te staan! Struinend op bijvoorbeeld een strekdam langs de kust met kunstaas. Met slanke (zeeforel)lepels die je relatief snel binnen mag vissen. Het liefst kies je deze lepels niet te zwaar; een gram of 20 is echt wel genoeg om je missie te doen slagen.

5 geep opties
Kleine lepels kunnen goed werken, pas de kleur aan aan de omstandigheden.

Qua kleurstellingen is er natuurlijk een hoop mogelijk. Hierbij geldt wel dat felle kleuren beter scoren in troebel water en met weinig licht en vanzelfsprekend scoren natuurlijke kleuren beter in helder water of met veel licht. Om ervoor te zorgen dat deze langwerpige snaveldragers het kunstaas – en dan met name de haak – goed tussen de snavels nemen, knoop je het best een 5 cm lang stukje 30/00 nylon tussen haak en aas.

5 geep opties
Een kort stukje nylon tussen lepel en haak verhoogt de kans op succes.

Hierdoor belandt de haak automatisch wat dieper in dat zilverkleurige bekje! Houd er overigens wel rekening mee dat deze zoute rovers puntige tandjes hebben. Het kan dus geen kwaad om na iedere vangst het stukje nylon op schade te controleren!
Zelf vind ik een hengel van ongeveer 3 meter met een werpvermogen van rond de 40 gram het prettigst vissen. Daaronder hang ik een werpmolen in formaat 3000, deze is gevuld met 12/00 gevlochten of 25/00 nylon. De beste omstandigheden om actief te vissen? Een aflandige wind en een situatie met (hard) stromend water!

METHODE 2  – Sbiroli… Wat?

Gepen zijn kieskeurige vissen. Waar je op dag één enorm scoort met bijvoorbeeld een streamer, kan het zijn dat ze diezelfde streamer op dag twee compleet negeren. Het is dus handig als je van meerdere markten thuis bent! Daar is een sbirulino ideaal voor. Achter dit doorzichtige werpgewicht kun je immers van alles (garnaalimitaties, stukjes vis, streamers, etc) vissen met weliswaar de tussenkomst van een transparante 25/00 nylon voorslag van 2 tot 3 meter lang. Het fijnst is een (langzaam) zinkende sbirulino van 15 tot 25 gram. Met deze doorzichtige werpgewichten kun je erg mooi variëren met je inhaalsnelheid. Door hier wat mee te experimenteren kom je er al snel achter welk aasje op welk tempo het beste werkt. 

5 geep opties
Zinkende sbirulino’s zijn ideaal om in diverse tempo’s te vissen.

Omdat je met een lange onderlijn vist kun je maar beter voor een langere hengel kiezen. Mijn hengel is drie en halve meter en heeft een erg gevoelige top zodat ik elke aanbeet kan waarnemen. Verder bezit de hengel nog wel over voldoende ruggengraat! Het liefst vis ik met gevlochten lijn omdat de aanbeten dan goed doorkomen.

Toch is gevlochten lijn ook niet heilig. Een inline sbirulino zal door het veelvuldig heen en weer schuiven de gevlochten lijn beschadigen. Niet zelden leidt dit tot lijnbreuk! Om die reden monteer ik een tussenstuk van slijtvast 35/00 nylon waar de sbirulino over kan schuiven. Denk er wel aan om een stoppertje te gebruiken, anders kan het werpgewicht toch nog op je gevlochten hoofdlijn terechtkomen. Doordat je sbirulino’s zo veelzijdig kunt inzetten, kun je er vrijwel altijd geep mee vangen. Het meest succesvol ben ik tijdens zonnige dagen geweest.

METHODE 3 – Vliegvissen

Een van de vele bijnamen van geep is mini marlijn, die bijnaam verdient deze vissoort met recht! Deze pijlsnelle rovers springen na de aanbeet vaak spectaculair uit het water! Of ze ‘tailwalken’ op hun staartvin over het wateroppervlak.

5 geep opties
Garnaalimitaties zijn vaak favoriet.

Dat is natuurlijk sowieso al spectaculair om te zien, maar helemaal wanneer ze aan de vliegenhengel gedrild worden. Dat is echt show van de buitencategorie! Een uitrusting voor de lijnklasse #5 is perfect geschikt voor deze snelle jongens. Met je haakaas kun je overigens prima variëren! Vis-, garnaal- en vlokreeftimitaties zijn bij mij favoriet. Je kunt het ook nog helemaal zonder haak proberen met de Deense Silkekrogen, een bosje zijde waar de tandjes van de geep in verstrikt raken. Lees hier meer over het gebruik van Silkekrogen.

5 geep opties
Deze bos draadjes kan zeer effectief voor geep.

METHODE 4 – Gezellig dobberen  

Een stoeltje, goed gezelschap,  zonnebrandcrème en vissen maar! Het kan als je op geep wilt vissen. Vanaf mei kun je op zonnige, rustige dagen al dobberend prima snavels vangen. Dit zijn dé dagen om met natuurlijk aas te vissen. Bijkomend voordeel: je vriendin/ familie gaat vaker mee. Het is een eenvoudige manier van vissen en je hebt er niet veel voor nodig. Een hengel van drie meter met een werpmolen, een makreeldobber of bolle dobber, natuurlijk aas, wat haakjes en klaar ben je!

5 geep opties
Een fraaie dobberstek voor het hele gezin.

Gepen zwemmen hun rondjes doorgaans erg ondiep. Om die reden maak ik mijn onderlijnen nooit langer dan een meter. Deze onderlijnen maak ik van 30/00 nylon en een langstelige haak in maat 2. Beazen kan met zagers, garnalen en/of stukjes vis. In de diepvries van de supermarkt vind je waarschijnlijk al genoeg aassoorten die gepen zeker niet links laten liggen! Wel is het handig om een kleine koelbox mee te nemen zodat het aas vers blijft. 

LEES OOK : vissen op geep

METHODE 5 – Strandhengel

De tweede ‘relaxmanier’ waarmee je geep kunt vangen en tegelijkertijd kunt relaxen in de zon is met strandhengels en natuurlijk aas. Wel moet je een paar extra items meenemen; een driepoot om de hengel tegen af te steunen en een kistje met wat onderlijnen en lood. Dat is alles!

Het is wel belangrijk dat het haakaas op een maximale diepte van 1 meter wordt aangeboden, dieper komen gepen in de zomer nauwelijks. Dit kun je gemakkelijk doen door drijvende kralen op je onderlijn te gebruiken. Als aas gebruik je het best een reepje vis, zagers of garnalen.

5 geep opties
Garnaal of makreel of allebei, het kan allemaal werken.

Het is dan natuurlijk wel belangrijk dat het haakaas niet te zwaar weegt, anders zou het geheel alsnog kunnen zinken. Om te checken kun je voor de zekerheid natuurlijk even de montage in het water voor je voeten laten zakken. Zo weet je snel genoeg of de kraal nog blijft drijven, of niet! Als je bang bent dat het zachte haakaas misschien niet blijft zitten dan kun je ervoor kiezen om het met baitelastiek te zekeren. Je aas simpelweg een paar keer omwikkelen met dit elastiek is genoeg, dan blijft het wel zitten! Op rustige dagen kun je deze visserij zelfs met je karper- of zware feederhengels doen. Echt een aanrader!

5 geep opties

Veelzijdig en spectaculair, met licht materiaal het meest plezier!

Wat is een geep? Hoe groot wordt geep? Wanneer paait geep? Hoe oud wordt geep?

Uiterlijk: Een langgerekt smal lichaam met sikkelvormige rug- en anaalvin kort voor de staartvin. Aan het uiteinde van zijn spitse kop vind je een langwerpige snavel die gevuld is met kleine, maar erg scherpe tandjes! Opmerkelijk: deze vissen hebben groene graten!
Afmetingen: Geep wordt maximaal 100 cm lang en weegt dan 1,5 kilo. De meeste exemplaren zijn 70-80 centimeter.
Leeftijd: Maximaal zes jaar.
Paaitijd: Mei tot juli.
Diepte: Gepen zwemmen op half water rond in scholen, in de zomer hoog in het water op maximaal een meter diepte.

LEES OOK : vissen op geep

 

 

 

 


 

Met welke spullen win je wedstrijden?

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakken hij en zijn teamleden dit aan, in de breedste zin van het woord? In deel 2: Met welke spullen vis en win je wedstrijden?

 

Vaak wordt er vanuit gegaan dat iemand die de duurste spullen heeft ook de meeste wedstrijden zal winnen. Dit is totaal onwaar. Het is belangrijk dat je weet hoe je je spullen moet gebruiken, hoe je ze op de juiste manier inzet. Wel zijn er een aantal belangrijke dingen waar je aan moet denken.

Sensas eric vis winnen
Degene met de duurste spullen is niet per se de beste visser!

 

Win op zitcomfort

Voor een wedstrijdvisser is het erg belangrijk om goed te zitten. De juiste viskist kan je extra vis opleveren. Wanneer je goed zit, zul je je meer op je visserij kunnen concentreren dan wanneer je niet op de juiste hoogte zit, of scheef zit etc. Daarom is de juiste kist zo belangrijk en deze is ook uitgerust met waterpasjes, zodat je altijd recht zit. Heel vaak zie ik vissers opstaan na of zelfs tijdens een wedstrijd en dan klagen ze over pijn aan hun rug of nek.  Dit betekent simpelweg dat je kist niet juist staat.

Viskist winnen
Als je dankzij zo’n waterpas comfortabeler zit, vis je ook met meer concentratie en meer plezier. Dit komt de vangsten alleen maar ten goede.

 

Netjes met de hengel omgaan

De hengel moet goed zijn. Dit is de grootste uitgavepost in het wedstrijdvissen, maar wanneer je netjes met je hengels omgaat, kan deze jarenlang meegaan. Dit is wel iets waar ikzelf nooit op bezuinigd heb, het is namelijk het belangrijkste gereedschap waarmee je je vis vangt.

Sensas topsets winnen
Een paar topsets is vaak al meer dan genoeg!

Maar is het dan nodig om een hengel te hebben met tien extra topsets? Nee, dat is niet perse nodig. Het juiste gebruik van je topsets is veel belangrijker. En daar komt het weer aan op trainen. Als je uitgevonden hebt in de training welke tuigen het beste zijn, dan gebruik je die. Vaak zie je vissers die wel tien extra topsets hebben liggen, dat ze er toch maar twee of drie gebruiken. Belangrijk is het om te kiezen voor een hengel waarvan de topsets op alle series passen, zodat je altijd topsets kunt bijkopen en als je ooit een nieuwe hengel aanschaft, je topsets weer passen op die hengel.

 

Goed voer en vers aas

Wat je in het water gooit moet wel van de beste kwaliteit zijn. Het beste voer, het beste aas. Daar kun je een enorm verschil op maken. Goed voer; voor de wedstrijdvissers op de natuurlijke wateren ons Sensas 3000 en ons Mondial assortiment. Voor de commercial vissers is ons IM7 assortiment gemaakt, daar win je wedstrijden mee.

Grondvoer IM7 winnen
Het Sensas IM7 is speciaal ontwikkeld voor de vijvervisserij.
Sensas testen winnen
Maar ook verse maden, casters en wormen zijn enorm belangrijk!

 

In de volgende tips & tricks gaan we dieper in op het trainen.

 

Eric van Otterloo

Ready to paste? Alles over het vissen met deeg (deel 2)

Deegvissen

BART DE CRÉE & HENDRIK VANDENBERGHE – Hoe je het best van start kunt gaan met een smeltend deegje, kreeg je in deel 1 reeds mee. Daarin werd vooral uitgelegd hoe belangrijk iedere component van je lijnopzet is en hoe je met al deze componenten samen een doordachte, vangende combo krijgt. Het deegvissen zelf vraagt, naast het juiste materiaal, ook wel wat oefening en ook hier zijn er best een paar tips en tricks om net dat visje meer te kunnen vangen.

Eerlijk is eerlijk, de meeste ‘deegvissers’ zweren bij home made stuff. Mixen die ze zelf samenstellen en zelfs gaandeweg het visseizoen bijsturen. Vaak klagen ze steen en been wanneer hun favoriete korrel opeens van samenstelling veranderd lijkt te zijn en hun ‘bol’ ook opeens een ander effect krijgt. Deegtovenaars met een pelletvoorraad van 100 kg, ze zijn geen uitzondering. Een aanzet voor een goed self made deegje, gaven we je vorige keer alvast.

3 mixen op de korrel

Nu geen nood, mocht je geen chef pâte zijn. In de handel zie je dezer dagen rekken vol ready pastes in alle geuren, kleuren en smaken. Wij namen drie mixen op de korrel en onderwierpen ze aan een praktijktest op de vijver van de Dominovissers te Waasmunster. Een (voorlopig nog) relatief ondiepe vijver waar het visbestand slechts sinds dit jaar deeg voor de kiezen krijgt. De drie fabrieksmengsels hebben alvast gemeen dat je 1 deel mix met 1 deel water mengt. Eénduidig en éénvoudig, maar toch nog zo veelzijdig.

Omdat het in het najaar geen vanzelfsprekendheid meer is dat je op om het even welke plek op een vijver je vis trekt, werd er ingezet op meerdere visplekjes. Eigenlijk komt het er op neer om te vissen waar de vis zit. Een plekje op 10 meter, een plaats kort onder de eigen kant en een plek met een lange aanslag op 15 meter moest het ons mogelijk maken om de verschillende ready pastes onderling objectief te kunnen vergelijken. Een belangrijk aspect dat we echter nog moesten verduidelijken is hoe je de dobber te water dient te laten.

Penplacement

Een pole pot geniet veruit de voorkeur om het deeg op je stek te krijgen wanneer er onder de top gevist wordt. Wel niet vergeten je hengelcup naar de juiste kant te draaien zodat je je lijn niet rond de top draait. Als je pen goed staat uitgelood, priemt er enkel een fractie van de bovenantenne boven het wateroppervlak uit. Dit wordt gedaan zodat je duidelijk kunt zien wanneer het deeg van de haak is ‘afgesmolten’. Dan rijst je dobber plots een stuk hoger het water uit. Komt je dobber helemaal niet boven na de inzet? Dan mag je iets verdiepen.

Deegvissen
Staat je pen zo hoog dat het lijkt dat er geen bol deeg aan de haak zit? Dan lig je te diep.
Deegvissen
Trek de hengel dan schuin naar achteren.
Deegvissen
Het deeg blijft liggen, maar de lijn loopt nu schuiner en de pen staat  .

Staat je pen na de deegdrop zo hoog zodat het lijkt dat er geen bol deeg aan de haak zit? Dan lig je te diep. In beide gevallen hoef je niet meteen je hengel weer achteruit te werpen. Je kunt je antenne wat dieper in het water laten zakken door schuin met je hengel te trekken. Je deeg blijft liggen en je maakt dat je lijn schuin meer centimeters aflegt. Bij je gezonken dobber kun je nog proberen om heel voorzichtig je deeg wat op te tillen en iets te verplaatsen. Vaak is een visplek op een karpervijver geen biljarttafel en ligt je deeg misschien net in dat iets diepere putje. Zo kun je in beide ‘net niet gevallen’ nog proberen een beet uit je deeginzet te trekken, alvorens bij te schuiven.

Lijnclip

Je hengeldiepte is wel iets wat je continu in de gaten zult moeten houden tijdens het vissen. Op een vijver met wat slib verandert de gedekte tafel snel van een plat bord naar een soepbord door de azende vissen! Houd zoveel als mogelijk je lijnopslag van het wateroppervlak. Dit om ervoor te zorgen dat je niet te laat komt wanneer een karper je haak naar binnen zuigt.

Staat er weinig wind, dan plaatsen wij het extra silicoontje op de bovenantenne helemaal op het uiteinde. Dit houdt de draad sowieso al in een boogje weg van de waterspiegel. Staat er een flinke bries, dan zullen de rukwinden er echter voor zorgen dat je je deeg zelf van de haak trekt. Houd bij winderig weer dus beter het tweede silicoontje op de bovenantenne ook tegen het dobberlichaam.Vis je met een lange opslag, dan blijft het silicoontje sowieso beneden en ligt je deeg ietsje verder op de bodem dan wanneer je net onder de top aan de slag zou gaan. Een lijnclip op de hengel om je deeg even achter te hangen, is echt wel handig. Raakt je deeg immers al het water voor je je zwaai inzet, dan zul je niet vaak met een beaasde haak op je verre stek geraken. Strek je wat uit wanneer je ingooit en probeer het deeg zo licht mogelijk te water te laten. Vermijd met andere woorden een luide plons om schuwe vissen weg te jagen. Vervolgens trek je je dobber wat dieper het water in door je hengel net zo ver achteruit te brengen tot je antenne scherp genoeg staat.

To the test

We zitten alleen aan het water, dus zetten we onder de kant (links en rechts) en op de 10 meter-stek meteen een volle cup korrels. Bij een wedstrijd ga je best iets minder voortvarend van start, maar nu zien we al snel belletjes op twee van de drie stekken (de linker stek laten ze koeltjes links liggen). Het duurt niet lang vooraleer de eerste ruiter zich laat verschalken en op de foto gaat.

Deegvissen
De eerste ruiter gaat op de foto.

Voortdurend wordt er afgewisseld tussen de verschillende deegmixen en de meerdere stekken. Beet genoeg en misschien net teveel om een duidelijk verschil te kunnen zien, getuige de mooie visjes die hongerig op al wat deeg is vliegen. Hoewel, het is snel duidelijk dat het rode deeg niet zo snel van de haak lost en minder snel vis binnen brengt.

Deegvissen
Diverse mixen om uit te testen.

Daarentegen is dit bolletje vele malen efficiënter op de plek veruit. Daar waar de andere twee deegmixen vaak al opgelost zijn nog voor er een vis de haak heeft kunnen binnenhappen, geeft het lookdeeg de zwemmers beduidend meer bedenktijd op 15 meter. De druk die je op het deeg zet, door je dobber scherp te trekken via de draad, speelt ongetwijfeld mee.

Deegvissen
Ook van de verdere plekken komt vis.

Onder de hengeltop op 10 meter onderscheiden de Sensas- en Sonubaitsdeegjes zich dan weer duidelijk van het Fun Fishingdeeg. Op de gebruikelijke visafstand hier op de vijver opteren de vissen resoluut voor de snel afbrokkelende deegmixen. Er komt wel vis aan de haak met het ‘veerkrachtig’ deeg, maar veel trager en bovendien ook niet groter.

Deegvissen
Belletjes van azende vis op een plekje onder de kant.

Een mooi contrast met de kantstek. Daar lijken de vissen vandaag niet zo kieskeurig en hoeven ze blijkbaar geen snel smelteffect. De snelle, typische ‘bolbeten’ blijven deels achterwege en maken al plaats voor zachte ‘wegzakkers’ van de dobber. Een teken dat de herfst, net als het ‘deegseizoen’ op zijn laatste benen loopt. Niettemin nog voldoende vrijwilligers om ons strijd te geven.

De geteste fabrieksmixen

  • Sonubaits – Natural: Een mooi sponsig deeg dat wel iets fijner gemalen mocht zijn. De kleur verandert nagenoeg niet wanneer je het deeg nat maakt en de 30 minuten wachttijd die worden aangeraden zijn ruimschoots voldoende. Brokkelt heel mooi af.
  • Fun Fishing – Red Garlic: Gaat vlot door de fijne zeef, al lijken er hier en daar nog een paar halve pellets in te zitten. Niet voor mensen met een zwakke maag, want de lookgeur is duidelijk aanwezig. Heeft z’n tijd nodig, dus gun het de tijd om wat te rusten nadat je het hebt aangemaakt. Veert redelijk terug en brokkelt niet zo snel af, wat het een ideaal deeg maakt om met een lange lijn te vissen.
  • Sensas – Carp IM7: Nieuwe generatie deeg van de Franse gigant. Mooi bruin deegje met interessant wolkje wanneer het afbrokkelt. Nog in testfase, dus mocht het nog bijgestuurd worden zal het alleen nog beter worden.

Ready mix tips

  • Net als in een eigen mix, wil je geen harde stukjes korrel meer. Het pak openen en nog even door een fijne zeef halen alvorens het nat te maken kan geen kwaad.
  • Let er op dat je deeg de vis vangt en niet de visser. Al die verscheidenheid aan kleuren en smaken maakt het niet simpel om door het bos de bomen nog te zien. Keep it simple! Een ‘natureldeeg’ kun je aan het water alsnog een flavour of kleur geven.
  • Vist iedereen met dezelfde mix? Waarom je deeg niet aanmaken met een (deel) liquid flavour of een scheut (vis)olie om je te onderscheiden van het pak. Wel even bekijken of je mix nog hetzelfde reageert.
  • Kijk verder dan de gebruiksaanwijzing van een one2one (1 deel ready paste + 1 deel water). Durf het ook droger en overnat te gebruiken.

Karper tussen het riet

Karper riet

Doe ik dit. MARK FEKKES – Karper zoekt plekken op waar ze kunnen rusten en zich veilig voelen, ongeacht het watertype. In deel 1 beschreef ik mijn aanpak in en tussen waterpest. In deel 2 kijk ik naar kleinschaliger, ondiep water, waar rietkragen vaak de hotspots zijn.

 

Voerstekjes maken

Wanneer ik bij het riet aankom leg ik voorzichtig mijn karpernet over het riet. Hierdoor buigen de stengels wat naar voren. Ik heb zo goed zicht op de stek en maak het riet niet kapot. Wanneer ik een aantal plekjes heb gevonden waarvan ik denk dat ik de vis goed uit het riet kan loodsen, dan maak ik daar een voerstekje. Meestal maak ik in een rietkraag van 20 meter ongeveer 3 voerplekjes. Op de middelste voerplek begin ik met vissen. Ik kan vanuit deze positie de andere plekken in de gaten houden. Wanneer karper gearriveerd is zie je de rietstengels vanzelf wel bewegen.

Karper riet
Het landingsnet duwt het riet zachtjes naar beneden. De snoei- of heggenschaar komt er niet aan te pas.

 

De karper uit het riet sturen

De meeste vissen zullen na het zetten van de haak vluchten in de tegenovergestelde richting. Ik zet daarom meteen de slip behoorlijk los, zodat de vis lijn kan pakken. Ik blijf echter wel genoeg druk uitoefenen om de vis te laten merken dat ik hem naar mij toe wil trekken. In de meeste gevallen zal de karper van mij af willen zwemmen, dus uit het riet richting het open water. Wanneer hij zich bedenkt en een andere route wil nemen, dan kan ik tijdelijk mijn hand op de spoel houden en extra druk uitoefenen. Vaak werkt dit goed en zwemt de vis weer richting het open water.

 

Tussen de stengels

Wanneer ik middenin het riet vis, dan pak ik wederom een strakke, lange hengel met een gevlochten hoofdlijn. De lijn mag dikker zijn dan wanneer ik in waterpest vis; ik pak in dit geval een lijn van 17/00 in een groene of bruine kleur. De lange hengel gebruik ik om de lijn zo hoog mogelijk te kunnen houden, waardoor er zo min mogelijk lijn in het water ligt en de vis zich moeilijk kan vastzwemmen in het riet. Wanneer de vis het riet uit is, laat ik hem een aantal meters lijn pakken en loop daarna met de hengel hoog houdend met de slip helemaal los richting het einde van de rietkraag. Vanuit deze positie zet ik de slip strakker en dril de vis naar mij toe.

 

Over de rietkraag vissen

Wanneer de rietkraag niet zo breed is, ongeveer 1 tot 2 meter, dan kun je er met een lange 3,9 meter hengel prima overheen vissen. Ik gebruik dan wederom mijn landingsnet, wanneer nodig, om meer zicht op mijn dobber te krijgen. Als ik een vis haak en bij een dichte rietkraag waar de vis moeilijk in kan duiken, dan zet ik meteen veel kracht en dril ik de vis langs de rietkraag. Tijdens het drillen stuur ik de vis naar een stuk waar ik hem kan scheppen. Is het een rietkraag met een open structuur, dan laat ik de vis in het begin weer veel lijn nemen en dril deze zoals ik eerder heb beschreven.

 

Met het pennetje Engelse stijl

Karper riet

In het riet vis ik altijd met een pennetje op de ‘Engels manier’. Dat houdt in:

  • Het onderste oogje klem ik vast met twee loodjes. De dobber zo uitloden dat deze net boven water staat wanneer het aas op de bodem ligt.
  • De vis zwemt op mijn compacte voerplek niet veel heen en weer. Pakt de vis het aas, dan zal hij meestal op dezelfde plek blijven liggen of een paar centimeter opschuiven om het volgende stukje voer te bemachtigen.
  • Je ziet dus niet veel beweging van de dobber zien en al helemaal niet wanneer een gedeelte van de lijn nog plat op de bodem ligt.

Vanaf de overkant

Wanneer ik vanaf de overkant tegen het riet vis gebruik ik een zware set-up: 20 kg gevlochten lijn, met als laatste meter een dikke nylon shockleader van 45/00. Als haak gebruik ik een dikke, stevige, grote karperhaak met brede bocht in maat 2, een model klauwhaak. Het is essentieel om een sterke, maar erg flexibele hengel met een stevige werpmolen te gebruiken! Een aanrader is de Ugly Stick van Shakespeare in de klasse 12 tot 30 lb met een lengte van 2,40 meter. Deze hengel is erg zacht, waardoor hij de klappen van de vis goed weet op te vangen en tevens zo goed als onbreekbaar is. Ik kan er dus enorm veel druk mee uitoefenen op de vis om deze bij het riet weg te houden.

Karper riet
Bestaat er een spannendere visserij dan zo ‘op zicht’ tegen het riet de vis besluipen?

Wanneer ik een grote karper haak die het riet in wil, dan doe ik dit. Ik zal de slip dichtzetten en door middel van langzaam achteruit lopen de vis bij het riet wegtrekken. In de eerste minuut kun je bij een grote vis nauwelijks lijn op je molen draaien. De vis probeert uit volle macht het riet in te gaan. Het is dan beter om onder maximale druk langzaam achteruit te lopen en zo de vis bij het riet weg te trekken. Nadat de vis op een veilige afstand is, kun je de slip losser zetten en de karper normaal drillen. Het volgende is erg belangrijk!

 

EXTRA BELANGRIJK!

Gebruik deze techniek alleen met een klauwhaak en een zachte, parabolische hengel. Deze kan de klappen van de vis opvangen, anders scheurt de haak uit en trek je de bek van de vis kapot! Helaas zie ik op een aantal vijvers bij mij in de buurt maar al te vaak jongeren die met een verkeerde combinatie van hengel, lijn en haak vissen. Riet en planten zijn plekken waar karpers veel vertoeven, met het nodige beleid en gezond verstand kun je hier prima vissen. Er zijn ook situaties waarbij je dit soort stekken links moet laten liggen.

Karper riet
Bij riet pas ik een aantal technieken toe. Zo vis ik middenin het riet of er tegen aan. Dat laatste kan door er vanaf de rietoever net overheen te vissen. Je kunt ook vanaf de overkant je haakaas er tegenaan plaatsen.

Lees ook:

[irp posts=”3878″ name=”Beet Missie: struinen op karper met Boudewijn Margadant”]

[irp posts=”5377″ name=”5X alternatief aas voor karper”]

[irp posts=”8166″ name=”Stalken vs statisch”]

Karper in de waterpest

karper waterpest

MARK FEKKES – Karper zoekt plekken op waar ze kunnen rusten en zich veilig voelen, ongeacht het watertype. Op groot, diep water zijn dit vaak kuilen, een talud of obstakels zoals bruggen en sluizen. Op kleinschaliger, ondiep water zijn rietkragen en andere waterplanten vaak de hotspots, die ieder om hun eigen aanpak vragen. In dit deel 1 richt ik me tot karpervissen in de waterpest.

 

Steeds meer waterpest

Door schoner water kom je op steeds meer kleine (stads)wateren waterpest tegen; dit vraagt om een aangepaste aanpak. Omdat ik middenin en tussen de waterpest vis gebruik ik een zo klein mogelijk dobbertje. Met een dobber kun je namelijk zien of het haakaas op de bodem ligt of in waterpest blijft hangen. Alhoewel ik in een gaatje tussen de waterpest vis, kun je met andere technieken zoals free-lining of een vastloodsysteem, vaak niet goed beoordelen of het haakaas op de bodem dan wel in de planten ligt.

karper waterpest
Op steeds meer wateren kom je waterpest en andere planten tegen.

 

Planten laten ruimen

Wanneer het water zo dicht is gegroeid dat er geen open plekjes te vinden zijn, kun je de vissen de planten laten opruimen. Dit doe je door een voerstek met klein aas aan te leggen, bijvoorbeeld van maïs of kikkererwten. De azende vis zal tussen de planten en ook in de bodem gaan wroeten, met als gevolg dat de stengels breken en de wortels loslaten. Zo ontstaat er na een aantal dagen vanzelf een open plek. Als er geen open plek is ontstaan kun en hoef je er ook niet te gaan vissen; kennelijk wil karper op die plek niet eten.

karper waterpest
Je kunt er ook altijd met een korst vissen.

 

Hoe dril je tussen de planten?

Wanneer ik tussen waterpest een karper haak, dan houd ik meteen de hengel hoog en zet veel spanning op de lijn. De lange, strakke hengel zorgt ervoor dat je sneller met de hengeltop boven de vis zit, waardoor je minder lijn in het water hebt en er minder waterpest aan de lijn kan komen. Met een korte, zachte hengel heb je een lagere hoek ten opzichte van de vis: er ligt dus meer lijn in het water. Dat geeft meer problemen tijdens het drillen en zal tot meer verspeelde karpers leiden.

karper waterpest

Dit materiaal gebruik ik

Hengel: Fox Extreme 3 lb van 13 ft – 390 cm
Lijn: groen gekleurde 10/00 tot 12/00 mm gevlochten lijn
Daarom:

  • Door de groene kleur valt de lijn niet op tussen het groene waterpest.
  • Een dunne lijn pakt minder snel waterpest dan een lijn.
  • Een gevlochten lijn snijdt makkelijker door de planten dan een nylon lijn.
  • Hoe dunner de lijn, des te gemakkelijker deze op spanning te houden is en hoe minder er een bocht in de lijn ontstaat waar waterpest aan kan blijven hangen.
  • Een gevlochten lijn blijft vaak drijven, een nylon lijn niet.

 

LEES IN DEEL 2 HOE IK KARPER VANG IN HET RIET, KLIK HIER!

Het complete voerkorven overzicht

JAN VAN SCHENDEL – Voerkorven hebben als voordeel dat je haakaas altijd in de nabijheid van voer kunt presenteren. Het is inmiddels 38 jaar geleden dat er in Nederland voor het eerst met zogenaamde feederhengels werd gevist. In die tussenliggende periode zijn er veel verschillende type korven ontworpen. We zetten de belangrijkste op een rij.

1. TRADITIONELE GAASKORF

De gaaskorven met het lood aan de zijkant waren de eerste voerkorven die verkrijgbaar waren. Waarschijnlijk is dit nog steeds het meest gebruikte type korf. Ze zijn effectief op werkelijk ieder soort viswater. Omdat er vanwege het gaasprofiel overal openingen zitten komt het lokvoer perfect los uit de korf en dat is normaal gesproken ideaal. Je moet wel opletten dat het lokvoer pas op de stek uit de voerkorf komt, op de bodem dus. De grootste fout die bij het feedervissen wordt gemaakt is dat het voer te snel uit de korf komt, of juist helemaal niet. In beide gevallen is dat funest, omdat je in het eerste geval de vissen naar de verkeerde plaats lokt en in het tweede geval je helemaal geen vissen aanlokt.

2. SPEEDKORF

Een speedkorf is een voerkorf waarbij het werpgewicht niet aan de zijkant zit, maar aan de onderkant. Vaak hangt dit middels staaldraad ‘los’ van de korf. Tijdens de vlucht van de voerkorf naar de visplek positioneert het lood zich naar voren; zo krijg je een maximaal ‘dart-effect’. Dit soort korven zijn perfect bij het vissen op grote visafstanden en dat is iets wat tijdens viswedstrijden nogal eens wil gebeuren. Ook bij veel wind zijn deze korven vaak ideaal. Vooral bij zijwind kan er tijdens de worp een bocht in de lijn waaien. Bereik je de lijnclip met zo’n bocht in de lijn, dan wordt de korf vaak met de bocht meegetrokken. Het resultaat: je vist niet nauwkeurig genoeg op de visstek. Hoe meer wind er staat, des te lastiger dat probleem kan zijn.

“Bij het feedervissen staat en valt alles bij precisie”

Je wilt dat de korf elke keer op dezelfde vierkante meter op de bodem valt. Hoe zuiverder en preciezer die plek wordt bereikt, des te groter de kans op succes. Zo simpel is het. Het is logisch dat naast de ‘standaard voerkorf’, de speedkorven de meest gebruikte korven zijn. Een nadeel van dit soort korven is dat ze werkelijk ieder obstakel onder water ‘vinden’, waardoor gehaakte vissen gemakkelijk vast kunnen raken. Vooral wanneer het vlakbij de oever ondiep is of wanneer er stenen liggen, kan dit grote problemen geven.

3. VOERKORF MET LOOD AAN DE ONDERKANT

Dit type korven zijn zowel in gaas als in plastic verkrijgbaar. Ze werden ontwikkeld om zuiver te kunnen werpen, bijvoorbeeld met zijwind. Dit soort korven worden vaak gebruikt bij normale visafstanden en met relatief lage werpgewichten. Ik kan heel goed de populariteit begrijpen en ik gebruik ze dan ook heel vaak. Wanneer je een zelfde gewicht standaard voerkorf vergelijkt met dit type, dan bereik je met de voerkorf met lood aan de onderzijde echt veel gemakkelijker de stek. Dat is gewoon een feit. En het belang van dat zuiver vissen, dus steeds op dezelfde stek werpen, kan ik nooit genoeg benadrukken. Dat kleine beetje voer dat je gebruikt moet zoveel mogelijk op dezelfde plek belanden.

4. PLASTIC VOERKORF

Plastic korven zijn in vergelijking met gaaskorven meer dicht, er zijn ook modellen die zelfs helemaal dicht zijn. Bij het vissen op diepe en/of stromende wateren kan het voer soms te snel uit de voerkorf komen wanneer je gaaskorven gebruikt. Het gebruik van plastic korven is dan ook echt aan te bevelen wanneer je dit soort visomstandigheden tegen komt. Liever ondervind ik een keer na het binnen draaien dat een gedeelte van het voer nog in de korf zit, dan dat het te snel uit de korf is gekomen. Zodra ik de minste twijfel hierover heb gebruik ik plastic korven. Ook voldoen deze korven prima wanneer je heel veel los aas wilt meevoeren, zoals geknipte wormen. Een hele goede manier is om simpelweg de korf te vullen met geknipte wormen en dan aan beide zijden de korf ‘af te toppen’ met lokvoer, waardoor het aas opgesloten zit en pas op de bodem uit de korf zal komen.

5. VOERKORF MET ANKER

Korven met ankers heb je zowel in gaas als in plastic. De ankers zorgen ervoor dat je bij een visserij op stromende wateren met minder gewicht kunt vissen en dat kan soms echt heel belangrijk zijn. Veel van onze rivieren en andere stromende wateren hebben stenen oevers. Je kunt heel gemakkelijk in die stenen vast komen te zitten. Vanwege de sterke stroming ben je echter genoodzaakt om veel gewicht te gebruiken; anders blijft de korf niet stil liggen op de visplek. Hoe meer gewicht je gebruikt, des te gemakkelijker je vast raakt in de stenen. Door korven met ankertjes te gebruiken kun je simpelweg vissen met minder gewicht en dat is soms van vitaal belang. Zonder ankers verspeel je veel vis, met ankers verspeel je er geen een.

6. MADENKORF

Wij gebruiken ze niet zo vaak, terwijl in andere landen ze soms met stip op nummer 1 staan. Dat heeft allemaal te maken met de beviste vissoorten. Bij ons is het vooral om brasems te doen. In het buitenland gaat het vaak om barbeel, kopvoorn, winde en karpers. Stuk voor stuk vissen die bijzonder geïnteresseerd zijn in maden en soms moeten er veel worden gevoerd. Deze korven zijn bijna altijd van plastic en hebben aan weerszijden een kapje dat de maden opsluit. Soms zijn de gaatjes bij deze korven aan de kleine kant, waardoor deze maar moeilijk uit de korf kunnen kruipen. Met een klein schaartje de openingen vergroten of er twee met elkaar verbinden is meestal een simpele een perfecte oplossing.

7. WINDOW VOERKORF

Dit zijn afgesloten voerkorven waarbij alleen aan de zijkant een opening is gemaakt. Ook deze korven zijn bijna altijd van plastic. Bob Nudd was de bedenker van deze korf. Bob vist zijn meeste wedstrijden tegenwoordig in Ierland. Bijna altijd is er veel vis te vangen en vaak komt hij een visserij tegen waarbij hij op grote afstanden uit de oever moet vissen. Als er veel vis zit, dan moet er vaak veel aas worden gevoerd. Daarvoor zijn deze korven ideaal. Je vult simpelweg de gehele korf met los aas en sluit alles af door een klein beetje lokvoer aan de zijkant in de opening te drukken. Het gewicht zit aan de onderkant en ze werpen werkelijk perfect. Ze snijden beter door de eventuele zijwind dan welk type korf dan ook en je kunt er visafstanden mee bereiken tot wel 100 meter. Een andere goede eigenschap is dat ze bij het binnen draaien heel gemakkelijk omhoog komen, waardoor je ze beter over eventuele richels en taluds kunt vissen. Hiermee beperk je het aantal verspeelde vissen tot een minimum.

8. METHOD VOERKORVEN

In België en Nederland heeft de karpervisserij op visrijke visvijvers (zogenaamde commercials) zijn intrede gedaan. Sterker nog, deze visserij begint (in Nederland) erg populair te worden, in België was dat al langer het geval. Karpers zijn op veel verschillende manieren te bevissen, maar de meest effectieve visserij is waarschijnlijk de method. Je vist vaak pal tegen een oever aan de overzijde of bevist stekken met struiken. Karpers zijn gulzige azers maar ook hele slimme vissen. Met behulp van een method feeder en een bijbehorend ‘malletje’, dat ervoor zorgt dat het lokvoer in (of beter om) de method feeder wordt gedrukt, kun je ze perfect bevissen.

“Het systeem is super simpel”

Je gebruikt uitsluitend voer of pellets, dus geen los aas, behalve het haakaas. Dat aas wordt met het beschreven malletje in het voer gedrukt. Het belangrijkste aspect van deze visserij is dat de korf op de bodem absoluut moet blijven liggen. Het voer is namelijk vaak licht en komt snel los van de korf. Bijna altijd vis je ook in (erg) ondiep water. De karpers bemerken het voer, vinden het (grootste) haakaas, zuigen dat onmiddellijk naar binnen en haken zichzelf dankzij de korte onderlijn. De gebruikte onderlijnen zijn vaak maar 10 cm lang. Echt een super effectieve vismanier.

9. PELLET VOERKORF

Pellet feeders zijn wat betreft het principe en de werking hetzelfde te omschrijven als method feeders. Alleen zijn deze specifiek ontworpen voor pellets. Vaak is de pellet feeder de beste vismanier wanneer er echt veel karpers aanwezig zijn op de visplek. Je drukt simpelweg voorzichtig de pellets in de voerkorf met het haakaas ertussen. Daar waar de voerkorf de bodem bereikt, moet deze blijven liggen. Maak je dus vooral niet teveel zorgen over het al te precies aanspannen van de lijn tussen korf en hengeltop. De vissen haken zichzelf en de meeste aanbeten zijn een poging om de hengel het water in te trekken.

[irp posts=”14020″ name=”Method Feeder of Bombs?”]

[irp posts=”1475″ name=”Feedervissen met Jan Willem Nijkamp”]

Op zoek naar Skrei vanuit Ålesund, Noorwegen

Skrei Alesund

MARTIJN DEKKERS – Het is al enige tijd geleden dat ik een echt grote kabeljauw heb weten te vangen. En met echt groot bedoel ik dan een kabeljauw van 10 kg+. In de tijd dat ik twintiger was, kwamen we deze nog gewoon tegen op de wrakken die we vanuit onze eigen kust konden bereiken, zeker in de maanden januari en februari had je hier een goede kans op. Deze tijden zijn helaas voorbij en voor een echt grote kabeljauw of ‘skrei’, dien je nu naar het noorden van Europa af te reizen.

Tijdens een sessie in de Europoort ontmoet ik Roel, mijn eerste twee worpen lagen direct over zijn lijn met lijnbreuk als gevolg. Hij bleef rustig en vriendelijk, we raakten aan de praat. Later dat jaar nam hij deel aan een van mijn workshops haaivissen vanaf de boot. Het klikte prima en na het vangen van de grootste haai van het jaar gaf hij aan nog grotere vissen te willen vangen, een reisje naar het buitenland in zijn uppie zag hij echter niet zo zitten. We zouden dus samen op pad gaan, we delen tenslotte dezelfde hobby, dus waarom niet!

Grote kabeljauw zag Roel ook wel zitten, we gaan vissen op skrei! Skrei betekent letterlijk zwerver. Skrei zijn paairijpe kabeljauwen die in het voorjaar elkaar opzoeken en voor de paai. Dat doen ze langs de Noorse kust en in de fjorden. Deze skrei kan erg groot en zwaar worden, 10, 15, 20, 25, 30 kg, the sky is the limit… Er worden zelfs kabeljauwen gevangen van meer dan 40 kg en in de netten van Noorse beroepsvissers zijn zelfs al 50 kg+ exemplaren gevangen. Dit gewicht bereiken ze omdat ze propvol met kuit zitten, de echt dikke zijn dan ook altijd de vrouwtjes.

Topspul

Ondanks ik al jaren droom van een grote kabeljauw lijkt me een week skrei vissen net iets te veel van het goede. Het is immers behoorlijk pittig om grote kabeljauwen van 100 meter diepte naar boven te halen. We vinden de oplossing bij Visreis.nl. In samenwerking met The Sport Fishing Company organiseren zij skreitochten vanuit Ålesund. Ålesund ligt nog redelijk zuidelijk in Noorwegen, in twee uurtjes vliegen ben je er! Nick, schipper van de Wahoo, vaart dit jaar voor het tweede jaar naar Ålesund en ligt daar direct aan het hotel in de haven. Er kan gekozen worden te vissen in Noorwegen voor een weekend, midweek of gehele week, vrijdag is de rustdag.

skrei Alesund
De Wahoo is voor de tweede keer in Ålesund.

Na een vlotte vliegreis en een korte rit met de taxi stappen we uit bij het hotel. Na het inchecken gaan we even kijken op de boot. De Wahoo, die normaliter vaart vanuit IJmuiden, staat bekend als een prima boot met een gedreven schipper. En ja, het is niet de goedkoopste boot om op te stappen of af te huren, maar er wordt dan ook niet gekeken op een uurtje langer vissen of een mijltje verder varen, Nick doet er alles aan om zijn klanten een mooie dag te bezorgen. Hier in Ålesund is dat niet anders! Het eerste dat me opvalt is het materiaal dat aan boord staat. De huurhengels en -molens liegen er niet om, allemaal topspul.

We zitten hier redelijk zuidelijk voor de skrei, we weten dat je noordelijker gemiddeld wat grotere vissen vangt. Maar dat hier ook grote exemplaren rond zwemmen bleek afgelopen jaar, de grootste aan boord van de Wahoo woog maar liefst 28 kg! Roel is niet echt bezig met de grootte van de vissen, hij is vooral op zoek naar een avontuur en wil gewoon lekker vis vangen, een prima uitgangspunt voor een mooie trip natuurlijk. Ik ben wel op zoek naar die ene grote vis, daar heb ik me dan ook volledig op voorbereid.

Bruut opgeslokt

Na een niet al te beste nachtrust stappen we met tien man om 8:30 uur aan boord, klaar voor avontuur. Er staat een behoorlijke mengelmoes aan boord, tandarts, schilder, huurbaas, communicatie-expert, het staat er allemaal. Ook de ervaring loopt uiteen. Sommige gaan jaarlijks op visvakantie, anderen vissen enkel wat in Nederland en we hebben er zelfs bij die maar twee keer per jaar vissen, maar dit avontuur gewoon een keer willen mee maken. Een gezellig ‘ploegje’ dus.

Na een paar minuten varen komen we aan op de eerste stek. 100 meter diep en vijftien meter boven de bodem ligt volop aasvis. De paar grote symbolen geven aan dat er grote rovers onder liggen. Links en rechts van me schieten de pilkers de diepte in. Zelf kies ik voor een shad. Deze leveren doorgaans wat grotere vissen op en die visserij bevalt me ook veel beter. Mocht ik zien dat de pilkers meer vis opleveren, schakel ik natuurlijk wel om. Helaas blijft de vis uit, ze hebben er echt geen zin in.

skrei Alesund
Het is even wachten tot ze gaan azen, maar dan komen er een paar.

Nick is ervan overtuigd dat het een kwestie van tijd is, ze gaan zo azen hoor ik hem nog zeggen. Ook Jan, deckhand van de Wahoo gelooft in deze theorie. Een uur later blijken ze gelijk te hebben, rechts van me een flink kromme hengel, een klein visje is het zeker niet. Tijdens deze dril wordt er achter me ook een mooie vis gehaakt. Beide blijken mooie kabeljauwen van in de 90 cm te zijn. Hiervoor zijn we gekomen!

skrei Alesund
Hiervoor zijn we gekomen!

Na het onthaken en het nemen van wat foto’s twijfel ik, doorvissen met de shad of overschakelen op de pilker. Als dan de Westin Crazy Daisy van Roel bruut wordt opgeslokt en hij met een stevige kabeljauw in gevecht raakt, is die twijfel voor even weggenomen. Ik draai mijn hengel binnen en help Roel met het landen van de vis. Na een mooie dril ligt er een kabeljauw van rond de meter aan het oppervlak, voor Roel een verbetering van zijn PR. Hij kan zijn geluk niet op.

skrei Alesund
Crazy Daisy opgeslokt. Roel blij!

De koek op deze stek blijkt op, maar er zijn stekken zat in de omgeving. Helaas staat er een stevig windje en kunnen we niet naar ‘buiten’, Nick zoekt dus de volgende stek in het fjord op. Ook hier schrijft de dieptemeter weer vis op tien tot vijftien meter boven de bodem, maar we krijgen helaas geen kabeljauw te pakken.

skrei Alesund
Koolvissen knallen 20 meter onder de boot op de bijvangers.

Gelukkig kunnen we ons vermaken met mooie koolvissen en pollakken. Deze worden vooral gevangen aan de bijvangers die boven de pilkers zijn gemonteerd. Om me heen zie ik regelmatig een kromme hengel, maar ik weiger vooralsnog over te schakelen. Ik weet dat er kabeljauw moet zitten, ik gok op die ene grote.

skrei Alesund
We vermaken ons met mooie koolvissen.

Deze visserij is eigenlijk het beeld voor de gehele eerste dag. Overal zien we vis liggen, maar de kabeljauwen willen niet echt bijten. Pollak, koolvis en schelvis komt er gelukkig nog wel regelmatig naar boven. De koolvissen knallen tijdens het indraaien op een diepte van 20 meter nog gewoon op je bijvanger, een erg leuke ervaring! Ook de locals weten dat hier de skrei ligt, maar ook zij krijgen ze niet te pakken.

skrei Alesund
Er komt gelukkig toch nog wel wat kabeljauw naar boven.

Deckhand Jan, die heel de dag klaar staat om te helpen, die al heel wat lijnen uit de knoop heeft moeten halen en nog steeds rustig oogt, pakt ook een hengel. Wanneer hij zijn pilker laat zakken grap ik nog dat die elfde hengel niet zal bijdragen tot het vangen van een grote kabeljauw. Wel dus, een ‘bully’ trekt meters lijn van de spoel. Roel en ik draaien onze shads in om Jan de ruimte te geven. Nick zorgt er vakkundig voor dat de boot recht boven de vis blijft, zo kan Jan optimaal drillen.

skrei Alesund
Jan drilt een beste.
skrei Alesund
15 Kilo kabeljauw voor Jan.

Even later is de eerste echt dikke kabeljauw binnen, 15 kg is al een behoorlijke vis. Na deze vis wordt er aan de andere kant van de boot ook nog een mooie kabeljauw gevangen. Dit bleek helaas ook de laatste kabeljauw van de dag te zijn, ze willen gewoon niet meer bijten.

Wanneer het einde van de dag nadert kunnen we de conclusie trekken dat het niet de beste, maar ook niet de slechtste visdag was. We hebben aardig wat koolvissen, pollakken, schelvissen en een aantal kabeljauwen weten te vangen.

Fireball

Nick heeft voor ons het diner geregeld. In het restaurant van het hotel schuiven we aan tafel en genieten van verse skrei met aardappelen en erwtenpuree, veel lekkerder wordt het niet, goed werk Nick! Na een afzakkertje aan de bar houden we het voor gezien.

skrei Alesund
Veel lekkerder wordt het niet.

Morgen komt er weer een dag, maar helaas ziet het weer er niet al te best uit. De wind gaat nog meer aantrekken en gaat waaien uit het noordoosten, altijd al een slecht windje geweest voor op zee….

Wanneer ik na een goede nachtrust in de lobby van het hotel aankom, staan de meeste vissers al ongeduldig te wachten tot ze kunnen aanschuiven aan het ontbijt. De golven in de haven zijn al behoorlijk hoger dan gisteren, naar ‘buiten’ zit er helaas weer niet in. In het fjord zit vis, en dat we er hard voor moeten werken weten we nu al. Ten opzichte van gisteren zal het nog wel wat lastiger worden. We zullen iets sneller driften en ook de golven zijn wat hoger.

Hoop is de goede drijfveer, allemaal stappen we vol goede moed weer aan boord van de Wahoo. De beste stek van gisteren wordt als eerste opgezocht. Wat meteen opvalt is dat de scholen aasvis nu niet vijftien meter boven de bodem verblijven, maar strak er tegenaan. Uit ervaring weet ik dat het nu wel een erg lastige visserij gaat worden, maar om de moed er in te houden houd ik dit voor me. En je weet immers nooit…

skrei Alesund
Een onverwachte vangst…

Na anderhalf uur vissen ligt er een enkele koolvis op het dek, magertjes mag dat wel genoemd worden. Stek twee en drie leveren hetzelfde resultaat op. We opperen om toch net iets verder naar buiten te varen. Nick is de beroerdste niet en vaart wat verder. Op een stekje net aan de rand van het fjord staan de witte koppen op de golven, benieuwd hoe lang het hier vol te houden is.

Hier blijkt eens en te meer het vakmanschap van de schipper. Ondanks de lastige omstandigheden weet hij de boot steeds zo te positioneren dat onze lijnen niet al te ver van de boot afdwalen. Zelf kies ik er voor om met een 500 gram zware shad te vissen. Die heb ik redelijk goed onder controle, maar het levert hier allemaal niets op. De eerste vissers zijn al binnen gaan zitten en hebben de fles drank om raad gevraagd, maar hier komt echt geen geest uit zodat je een wens kunt doen, we varen dus weer terug het fjord in.

Grote en kleine pilkers, grote en kleine shads, bijvangers, aas op de haken, het levert nog steeds niets op. Het is echt zo’n dag dat ze gewoon niets doen! Achter me wordt er een wijting gevangen en met zijn 40 cm is het de perfecte aasvis voor de fireball, wie weet pakken ze deze wel.

Opvallend genoeg kan ik de aasvis redelijk recht onder de boot aanbieden. Op deze manier heb ik in het verleden leuke vangsten gedaan. Twee uur later heb ik nog geen aanbeet weten te forceren, en dat geldt ook voor alle andere vissers op de boot.

skrei Alesund
Een voor Nederlandse begrippen grote wijting aan de fireball levert ook geen succes op.

Nick vaart van stek naar stek, Jan staat bijna de gehele dag mee te vissen, maar het haalt maar weinig uit. Vandaag komen er enkel koolvissen en pollakken op het dek. Dat we goed in de scholen aasvis zitten blijkt wel uit de vele wijtingen die we aan de dreggen naar boven halen, allemaal vals gehaakt.

skrei Alesund
Veel vals gehaakte wijting, maar geen grote jongens en meisjes meer.

De wind trekt nog harder aan en de kou neemt ook toe, niet gek met een NO 5-6. We staan nog met z’n drieën te vissen, de anderen hebben het prima naar hun zin in de kajuit. Tegen beter weten in vissen we nog door, maar na overleg besluiten we de handdoek ook in de ring te gooien. Nog even genieten van een visarend, de prachtige omgeving en dan varen we op ons gemak terug naar de haven.

Aquarium

We reizen morgen pas in de tweede helft van de middag terug naar Nederland. We hebben nog genoeg tijd om iets leuks te ondernemen, er is hier immers veel meer te beleven dan enkel vissen. In het hotel ontmoeten we het groepje dat komende week met Nick uitvaart. Zij hebben met z’n vijven de boot afgehuurd en zijn allen ervaren vissers. Ik ben dan ook reuze benieuwd wat de week hen brengt, hopelijk meer goeds dan ons vandaag.

Roel en ik besluiten maandagochtend niet uit te slapen, maar vroeg op pad te gaan om Ålesund van boven te bekijken. Na een stevige klim komen we bij het uitkijkpunt dat zicht geeft op Ålesund. Je hebt nu zicht op allerlei havens, visfabrieken en de fjorden, het is een prachtig gezicht om te zien hoe Ålesund is ingebouwd tussen het water.

skrei Alesund
Ålesund van boven.

Terug beneden besluiten we om de vijf kilometer lange wandeling naar het zeeaquarium te maken. Iedereen attendeert ons er op dat we dit aquarium zeker moeten bezoeken. Het aquarium blijkt groter dan gedacht. Alle zeedieren die je in de omgeving tegen komt kun je hier van dichtbij bewonderen, zelfs verschillende diepzeevissen.

skrei Alesund
De grote bak van het aquarium van Ålesund, vol met koolvis, kabeljauw, heilbot en pollak.

We vergapen ons aan dikke congers, grote koolvissen, kabeljauwen, roggen, heilbotten, zeewolven, noem maar op. In het buitengedeelte zwemmen zeehonden, otters en wat andere diersoorten in een groot bassin.

skrei Alesund
Makrelen in de grote ‘binnenvijver’ van het aquarium.

Ondertussen krijg ik van Nick een foto door, de andere groep heeft al een leng van 17 kg+ te pakken, gelukkig maar.

skrei Alesund
Een serieuze bijvangst, deze leng van meer dan 17 kilo.

De tijd om naar huis te vliegen begint te dringen. We doen er een tandje bij op de terugweg en komen op tijd aan in het hotel. Wie vis mee naar huis wil nemen, kan deze nu oppikken. Jan heeft gefileerd en de vis is al verdeeld in porties en diepgevroren, hoe gemakkelijk wil je het hebben…

skrei Alesund
Een andere groep treft het met de haven in zicht…grote kabeljauw en gezelligheid!
skrei Alesund
Grote pollak in het zonnetje, alle omstandigheden zijn mogelijk tijdens het Noorse voorjaar.

Qua vis had deze trip best wat beter gekund, gezellig was het zeker wel en op de Wahoo zal ik zeker nog terugkeren. In Nederland staat hij bekend als topboot met dito schipper. We hebben de eerste visdag al vast staan, dan gaan we de wrakken op om te kijken of een gerichte visserij op pollak in Nederlandse wateren mogelijk is, daarover later meer…

Ready to paste? Alles over het vissen met deeg (deel 1)

Deegvissen

BART DE CRÉE & HENDRIK VANDENBERGHE – Het vissen met paste, ofwel het zogenaamde deegvissen. Weinig Nederlanders die er kaas van hebben gegeten, voor veel Belgen is het gesneden koek. Hoe dan ook, het is killing op de visvijvers! De essentie? De haak wordt geborgen in ‘een bol’ paste ter grootte van een pingpongbal. Onder water brokkelt deze bol langzaam af. Zo lang de haak er in blijft geborgen, kun je vis vangen. Maar het gaat verder dan deze essentie. Bart en Hendrik, specialisten van het eerste uur, leggen het je haarfijn uit.

‘Kun je het recept van dat deeg niet geven man, neen? Of: ‘kan ik wat van je deegmix krijgen?’. Het laatste zal je af en toe nog wel eens lukken. Al moet je dan bekijken dat ze er geen bak geld voor vragen. Bij het deegvissen komt namelijk veel meer kijken dan gewoon een goede paste. Alsof je zo’n beetje het recept van Coca Cola vraagt… Echter, net zo belangrijk is dat je weet hoe je het moet aanmaken, hoe je het moet aanbieden en met welke lijntjes het net iets beter zal lukken.

Deegvissen
Deegvissen, killing op commercials. 

Dressuur

Daar waar vroeger een aardappel- of brooddeeg je de nodige vis op de kant bracht, zul je vandaag de dag waarschijnlijk uit een ander vaatje moeten tappen wil je bij commercial wedstrijden de benodigde kilo’s in je net kunnen verwelkomen. Nu, op een vijver waar tot vandaag de dag deegvissen verboden is en waar het morgen opeens wel kan, zul je ongeacht je deegsamenstelling een berg vis vangen. Gewoonweg omdat de karpers het niet kennen of niet herkennen als ‘gevaarlijk’. Naarmate de dressuur intensiveerde, veranderde ook onze deegaanpak. In het begin hadden we een stevig deeg, extra plakkend met wat eieren en de nodige olie, waar we net zo lang mee in het water konden liggen tot een aanbeet. Helaas werkt dit zo goed als niet meer op fel beviste ‘deegwatertjes’. Ze zullen het ook nog wel opeten hoor, maar dan na de wedstrijd wanneer het uiteindelijk toch wat begint te smelten.

Thans spelen we daar op in door onze haak te voorzien van een deegje dat relatief snel oplost. Dat is dan ook net het moeilijke aan het ‘huidige’ deegvissen. Eens in het water smelt het relatief snel tot een hoopje vismeelvoer zeg maar. Zolang je haak in dit afbrokkelende bolletje (of zelfs in het bultje ‘voer’) kan blijven hangen, heb je kans op een aanbeet. Het smelten en wolken van het deeg zorgen ervoor dat de karpers hun argwaan verliezen en durven toehappen. In dit tweedelige artikel leggen we uit hoe wij het aanpakken en wat de inside weetjes zijn om deze aanpak succesvol te kopiëren!

Radioantenne

Beginnen bij het begin. Het uitloden van de dobber gebeurt uiterst nauwkeurig… nu ja, wanneer je hem in het water ziet staan zonder aas denk je dat we het net niet al te precies hebben gedaan en de dobber klaar staat om eender welke radiozender te ontvangen. Hier zit uiteraard een reden achter. De dobber wordt tijdens het vissen goed gezet door het bolletje deeg. Is het deeg opgelost en komt de haak vrij, dan komt je dobber duidelijk omhoog en zie je ook dat je haak aasloos is. Doe je dit niet, lood je je dobber perfect uit en leg je je haak zo’n 5 cm op de grond, dan wordt het gokken of je paste er nog aan hangt of niet.

Deegvissen
De dobber wordt tijdens het vissen goed gezet door het bolletje deeg.

Vandaar dat ook de dobberkeuze valt op een model met een lange bovenantenne (circa 10 cm). Voor de stabiliteit is je onderantenne dan ongeveer even lang of zelfs nog langer. Een inlinelijfje is een plus, wat maakt dat de Dino Hendrik een model is dat de voorkeur draagt, ook al zijn er genoeg andere dobbers met hetzelfde model die voldoen. Wat geen slechte tip is om net als ons geliefd model een stukje silicone te voorzien dat in het dobberlijfje past. Dit dunne stukje steekt langs iedere zijde van het dobberlichaam uit (je draad gaat hier niet door!), maar door het te klemmen met de stukjes silicone die je op de lijn plaatst wordt het lichaam afgesloten voor lucht en water. Een beetje lucht tijdens het uitloden van je lijntje, of tijdens het vissen verandert de reactie van je dobber bij het omhoog kruipen bij deegverlies.

Inline

Ga ook vooral niet te licht aan de slag. De passe-partout is 0,75 tot 1 gram. Zeer belangrijk echter is om je haak mee te rekenen bij het afstellen van je deeglijntje. Prik hem even in je onderste silicoontje bij het uitloden. Sticklood is hier ons ding. Knijp ze om te beginnen niet helemaal vast  zodat je nog makkelijk lood kunt verwijderen met een goede nagelknipper, mocht het wat minder moeten. Het silicoontje dat op de bovenantenne het dobberlijfje klemt moet net boven water zitten! Geef enkele korte snokjes bij het checken van je loodplaatsing, zodat je zeker weet dat het lijfje net onder staat.

Deegvissen
Zeer belangrijk echter is om je haak mee te rekenen bij het afstellen van je deeglijntje. Prik hem even in je onderste silicoontje bij het uitloden.

Hang je er nog minder lood aan, dan ga je evengoed zien wanneer je deeg er niet langer aanhangt. Alleen gaat je dobber dan als het ware je haak uit het deeg trekken. Een extra voordeel aan een inlinedobber met een fiberantenne uit een stuk is dat je ze gemakkelijk kunt omdraaien mocht de zon het je moeilijk maken. Houd een kant gekleurd en de andere zijde kleur je zwart, omgeschakeld in een handomdraai.

Radio Maria

Wat betreft de haakkeuze, gaan we zelden kleiner dan een nummer 12, met een gemiddelde van een nummer 10. En ook hier kun je natuurlijk aanpassen aan je deeg. Een dikkere haak (idealiter zelfs oog in plaats van bled) blijft beter in het deeg zitten wat zeker handig is wanneer je verder dan 10 meter uit de kant moet gaan vissen.

Deegvissen
Een dikkere haak blijft beter in het deeg zitten.

Het uitloden vergt wat oefening. Begin met je dobber te peilen zodat je zo’n 4 of 5 cm van de bovenantenne boven het water ziet uitpriemen. Hang je er een balletje deeg aan en komt je dobber niet boven? Dan staat hij niet diep genoeg. Let er wel op dat je bij het inzetten nog een seconde of 2 moet wachten vooraleer je deeg je dobber zal goed trekken. Vaak gaat hij zelfs even onder om dan iets erna weer even boven te komen. Dit komt gewoon omdat je aas niet loodrecht naar beneden gevallen is. Komt de dobber niet boven? Dan kun je trachten even (heel rustig) wat te liften zonder je deeg van de haak te trekken, maar het beste is om wat te verdiepen. Heb je alles goed gedaan, dan staat je dobber perfect met paste eraan en wanneer je het deeg kwijt bent wijst hij duidelijk richting hemel, klaar om radio Maria te ontvangen.

Uitzonderlijk vervoer

Nu je deeg nog krijgen waar het hoort! Een pole pot is dan keuze nummer 1 wanneer je onder het topje zult vissen. Even voor de duidelijkheid, we transporteren het haakaas, het deeg, door te cuppen. Je hebt in de handel verschillende modelletjes die dienst kunnen doen. Het enige waar je op moet letten, is dat je het ver genoeg naar achter op je top kunt schuiven. Zit hij teveel aan het eind dan zal zelfs de strakste stok net genoeg buiging kennen waardoor je balletje deeg sneller uit de cup wipt dan dat jij het op je visplek wilt hebben. Eén ding waar je op moet letten is dat je je pole cup naar de juiste kant draait boven je plaats. Draai je je stok naar links om, leg je deeg dan links in je cupje.

Deegvissen
De haak met deeg komt op z’n plek door te cuppen.

Het voordeel aan een goed deeg is dat je snel kunt veranderen. Vaak hoeft het zelfs niet om eerst partikels of pellets te cuppen, je deeg zelf lost mooi op en zorgt voor een attractief voerplekje. Vandaar ook de filosofie om met een deegje te vissen dat er niet langer dan 5 minuten aan blijft hangen. Vergelijk het met feedervissen, op deze manier breng je met regelmaat van een Zwitsers uurwerk aas op je visplek. Wat niet wegneemt dat soms pellets of zaden brengen geen slecht idee is. Op sommige waters werkt dit gewoon beter. Al zul je zien dat je op een water waar geen massa’s vis zit, je het best resultaat zult boeken met deze minimale approach.

Goede startmix

Een goede en eenvoudige mix waar je overal wel een visje mee zult vangen is er een van gemalen softies met gemalen halibutpellets. Het aandeel softiesmeel is nooit minder dan de helft. De softies zorgen immers voor het brokkelend, smeltend effect van je deeg. Steek je er minder in je mix, dan gaat je deeg te veel naar plasticine neigen en ga je het op drukke commercials lastig krijgen. Je wilt ook geen harde stukjes korrel meer, dus zeven door een fijne zeef na het malen.

Deegvissen
Softies en halibut pellets. 
Deegvissen
Aanmaken met water.
Deegvissen
Kneden tot deeg.

MIX VOOR BEGINNERS

  • ½ gemalen softies (expanders)
  • ½ halibutpellets

Dit deeg gaat nog relatief lang aan de haak blijven. Misschien een goede mengeling om de eerste keer mee te starten, mocht je een deegmaagd zijn.

MIX VOOR GEVORDERDEN

  • ¾ gemalen softies (expanders)
  • ¼ halibutpellets

Dit deeg zal mooi oplossen. Ongeacht hoe hard of lang je het rond de haak kneedt, het zal opengaan!

Dit is een startpunt om te starten met uitzoeken van eigen deegmengelingen. Een gouden raad: zoek uit of de karpers worden bijgevoerd en met wat. Altijd een voltreffer om die korrel in je deeg te verwerken!

VOLGENDE WEEK in deel 2: Het deegvissen zelf en een eerlijke analyse van een aantal ready pastemixen die je in de winkel vindt op de vijver van de Dominovissers te Waasmunster.

Wedstrijddrukte

JAN VAN SCHENDEL – Het is een druk maandje geweest. Mei begon met het organiseren van de laatste van de 3 Anglo-Dutch visfestivals aan het Kanaal door Voorne (Don Slaymaker Memorial). Samen met een Engelse kennis van me doe ik dat nu voor het 22ste jaar en het zijn telkens weer hele leuke wedstrijden. In principe zijn het Engelse wedstrijden waaraan ook Nederlandse vissers kunnen meedoen. Bovendien hebben we bijna altijd ook wel een flink aantal Belgische en ook enkele Duitse deelnemers.

Tja, meer ideaal kan de situatie voor de Engelsen eigenlijk niet zijn. De Engelse vissers hoeven amper te reizen nadat ze van de ferry komen in Rotterdam of Hoek van Holland. Vakantiepark Citta Romana net buiten Hellevoetsluis is de ideale verblijfplaats voor hun. De vangsten zijn overigens de laatste jaren misschien niet slecht maar zeker niet meer wat ze ooit zijn geweest. Het gaat in deze tijd van het jaar bijna uitsluitend om brasems en het lijkt dat er gewoon steeds minder aanwezig zijn. Wel zijn die vissen groter dan ooit. Er zijn er dit jaar heel wat gevangen van tegen de 3 kilo en 2 kilo zijn ze bijna allemaal. Jan Weening won overigens dit laatste festival met over de 4 wedstrijddagen een vangst van toch altijd nog ruim boven de 100 kilo. Er was ruim 60 kilo nodig voor een eindprijs.

Wedstrijddrukte
Weinig maar grote brasems in het Voorns Kanaal (foto M.M. Minderhout).

Het valt me trouwens ieder jaar weer op hoe fantastisch de deelnemers zijn bij dit soort wedstrijden. De Engelse vissers klagen werkelijk nooit. Als er al eens een foutje wordt gemaakt of er is een probleem, dan wordt gewoon een oplossing gevonden en je hoort er niemand meer over. Al hebben de mensen nog zo slecht gevangen, altijd is er hulp bij het wegen en het is onvoorstelbaar hoeveel bedankjes je als mede-organisator na afloop krijgt.

Trots

Nog iets wat ieder jaar weer gebeurt: Citta Romana is ambassadeur van een stichting die ervoor zorgt dat terminaal zieke en vaak nog jonge kinderen met hun families de tijd die ze nog hebben zo aangenaam mogelijk kunnen doorbrengen. Wij organiseren een verloting voor de deelnemers waarvan de totale opbrengst naar datzelfde doel gaat. In soms maar 15 minuten halen we vaak meer geld op zo dan er in heel Hellevoetsluis wordt opgehaald via de jaarlijkse collecte. Daar ben ik nu trots op! Dat krijgen we als vissers ieder jaar toch maar weer mooi voor elkaar!

Beat Bob

Verder ben ik ook bezig geweest met de organisatie van Beat Bob. Dat belooft al met al een hele leuke dag te worden. Ik ga nog niets zeggen over het gekozen wedstrijdwater maar ik ben wel erg benieuwd naar de vangsten straks. Ik heb er iets langer dan een uurtje gevist en echt goed vis gevangen en ook nog eens allerlei soorten. Als de vissen die dag ook zo gaan bijten dan wordt het een prachtige dag. Daarvan ben ik overtuigd.

Wedstrijddrukte
Bob ziet het ook wel zitten.

30 kilo

Ook heb ik deze maand best wel wat wedstrijdjes in vijvers gevist en ik heb gemerkt, dat dat in deze tijd van het jaar zeker geen straf is. Nu het wat warmer is geworden begint de vis echt veel beter te bijten en dan zijn wedstrijden op dit soort wateren echt een aanrader. Ik heb afgelopen maand 9 wedstrijden gevist en in totaal ruim 275 kilo vis gevangen. Dat is ruim 30 kilo per wedstrijd. Nou, dan is vissen gewoon prachtig!! Wel moet ik erbij zeggen dat voor mij lang nog niet altijd alles volledig goed loopt. Ik heb nu wel een aantal goede resultaten behaald maar veel te vaak gaat het toch nog volledig mis.

‘Klantvriendelijk’

Je kunt ook zoveel fouten maken op dat soort wateren. Vooral door de wisselende weersomstandigheden zitten de aanwezige vissen telkens weer op andere dieptes, dus als je een keer goed hebt gevangen en je volgt de wedstrijd daarna blind dezelfde tactiek, dan kan het zo maar helemaal fout lopen omdat dan alles toch weer heel anders is. Ook de best te gebruiken aassoorten veranderen regelmatig. Maïs en wormen werkten voor mij nog het best. Met die aassoorten vang je alle vissoorten die rondzwemmen in dat soort wateren. Pellets zijn trouwens ook onmisbaar. In ieder geval kan ik best begrijpen dat dit soort visserij steeds meer populair wordt. Er is altijd wel vis te vangen, je hoeft zelden of nooit ver te lopen en heel vaak zijn de wedstrijden erg ‘klantvriendelijk’ met zelfs een pauze zodat iedereen iets kan eten.

Wedstrijddrukte
Pellets ook onmisbaar bij de vijvervisserij.

Tempo vissen

Zelf beperk ik me vooral tot Aquavita, De Berenkuil en De Slothoeve, allemaal mooie wateren waar in dit jaargetijde een leuke vangst bijna gegarandeerd is. Ook Tom’s Creek is trouwens een prachtige locatie. Voor de echte freaks zijn er natuurlijk nog veel meer prima mogelijkheden met soms zelfs nog veel meer te vangen vis. Ik beperk me zelf het liefst tot het dobbervissen omdat die visserij me het meest aanspreekt en het meest actief is. Een ding is zeker, ik heb niet altijd de mogelijkheden van dit soort wateren goed ingeschat. Zelfs voor die vissers die op internationaal niveau willen vissen valt er hier best veel te leren. Op de put bij de Slothoeve, waar de minste wedstrijden worden gevist, op de ‘oude’ put dus, zit bijvoorbeeld enorm veel kleine giebel. Een betere plaats om te leren op tempo te vissen ken ik in heel Nederland niet. Behalve dat sta ik er echt van te kijken hoe ‘technisch’ met name de visserij is op de F1’s. Het is gewoon een prachtige visserij.

Wedstrijddrukte
Tempovissen op giebels kan hier prima.

E.K. Senioren

Hoewel het qua internationale visserij een tijdje rustig is geweest, komen er nu verschillende toernooien aan met als eerste kampioenschap het E.K. Senioren op de rivier de Bann in Noord Ierland. Afgelopen week ben ik daar geweest met een van de teamleden, Frans van Berkel, voor enkele trainingsdagen op het helemaal nieuw aangelegde parkoers. Onvoorstelbaar hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Ik denk dan ook dat dit de voornaamste reden is waarom we juist daar vissen in deze tijd van het jaar. Ik kan wel betere plaatsen bedenken voor zo’n kampioenschap. Gevangen zal er zeker worden, maar totaal niet de gewichten die daar gevangen worden tijdens het najaar en eigenlijk de gehele winterperiode.

Wedstrijddrukte
Het nieuwe parcours aan de Bann in Noord Ierland.

In mijn komende column ga ik terugkomen op deze wedstrijd. Ik ben erg benieuwd of en hoe we ons staande kunnen houden daar. Ik ben in ieder geval blij dat ik er geweest ben afgelopen week. We weten nu in ieder geval wat we kunnen verwachten bij het E.K.

Voor nu, vang ze en tot over een maand!!

Meerval Mania 2019

Op zaterdag a.s. 8 juni houden Sportvisserij Oost-Nederland, Hengelsport Federatie Midden Nederland en meervalshop Tom-Cat de Meerval Mania 2019: een demo-dag langs de IJssel die in het teken staat van het meervalvissen. Bij Camping de IJsselhoeve in Veessen (bekend ook van de jaarlijkse Barbeeldag) staan bekende meervalvissers klaar om je alle tips & tricks te geven over het meervalvissen in de Nederlandse rivieren. Niet alleen vanaf de kant, maar ook op het water valt er deze dag veel te zien en te leren!

DEMONSTRATIES

Tijdens de Meerval Mania worden aan én op het water verschillende meervaldemo’s gegeven. Vissen vanuit een bellyboot, vissen vanuit de boot (waar de mensen kunnen opstappen en de beleving vanuit de boot mee kunnen maken), het vissen met onderwater dobbers, afspannen met boeien, uitleg over het spinvissen op meerval en het gebruik van het kwakhout met een ‘kwakbak’ waar je dat zelf kunt oefenen!

MEERVALSTANDS

Een meervalmarkt ontbreekt natuurlijk niet. In diverse meervalstands vind je allerlei (specialistisch) meervalmateriaal van gerenommeerde merken, zoals Zeck, MadCat en Black Cat. Er is ook een volledig uitgeruste meervalboot te bewonderen. Martin Plevier van www.thecatfishspecialist.com kan je alles vertellen over de meervalvisserij op de Ebro. Uiteraard is meervalshop Tom-Cat (www.tom-cat.nl) ook aanwezig.

LEZINGEN PROGRAMMA

Tijdens de dag zullen bekende meervalvissers als Roy Noom, Ronnie Jonker en Arnout Terlouw, pionier van het eerste uur, lezingen geven in het zaaltje van het restaurant.

11.00 uur Roy Noom – Meerval vanaf de kant

12.30 uur Arnout Terlouw – 28 jaar meervalvissen

13.30 uur Ronnie Jonker – Bellyboat vissen

GRATIS toegang & parkeren!

Op Facebook kun je de Meerval Mania 2019 volgen en kun je laten weten of je naar dit evenement toe komt. Meer details over Meerval Mania 2019 kun je vinden op de website en Facebookpagina’s van beide federaties.

www.sportvisserijoostnederland.nl

www.hfmiddennederland.nl

 

Bekijk ook:
https://beet.nl/top-tips-voor-meerval-op-de-po/
https://beet.nl/sleuren-met-karperhengel-op-meerval-op-de-ebro/
https://beet.nl/lezersreis-ebro-spanje/

Hoe win je wedstrijden?

Sensas Eric Tips Tricks

In deze 4-delige reeks ‘Tips & Tricks’ neemt wedstrijdvisser Eric van Otterloo je mee in de wereld van het wedstrijdvissen. Hoe pakken hij en zijn teamleden dit aan, in de breedste zin van het woord? In deel 1: hoe win je wedstrijden?

 

Goede en slechte stekken

Sensas trainen Wedstrijden
Je hebt nu eenmaal te maken met de loting en daar moet je soms een beetje geluk mee hebben.

Hoe win je wedstrijden? Dat is een vraag die vaak aan mij gesteld wordt; hoe komt het dat jij zoveel wedstrijden wint? Een eerste antwoord daarop is: veel wedstrijden vissen. Hoe meer je er vist, des te meer je er kunt winnen. Om een wedstrijd te winnen moet ten eerste de loting goed zijn, of dit nu op een natuurlijk water is of op een commercial, er zijn altijd goede en minder goede stekken en op een mindere stek is het erg lastig een wedstrijd te winnen, daar dien je het beste ervan te maken.

 

Meer vistijd

Een tweede antwoord op die vraag is: je spullen moeten in orde zijn, en dat bedoel ik op verschillende manieren. Uiteraard moet je in het bezit zijn van de juiste spullen, maar ook deze juiste spullen op de goede manier gebruiken. Dit klink allemaal heel logisch, en dat is het natuurlijk ook, maar toch zit hier heel erg veel in. Als je je spullen op de juiste manier gebruikt levert dit namelijk erg veel tijdswinst op en zul je meer effectieve vistijd hebben en daardoor meer vis vangen.

 

Trainen voor wedstrijden

Een derde antwoord op de vraag is: trainen. Ook dit is een erg belangrijk aspect bij het winnen van wedstrijden. Zo kun je in de periode voor de wedstrijd uitvinden wat de vis het liefste heeft, het juiste voer samenstellen, het juiste haakaas, de goede afstanden etc.

Wedstrijden vis
Het komt niet vanzelf aanwaaien: trainen, trainen en nog eens trainen!

 

Leren van een ander

Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken en te leren van betere vissers. Ga eens kijken bij een wedstrijd en ga dan eens achter een goede wedstrijdvisser zitten. Vraag hem tijdens de wedstrijd zelf niks, laat deze persoon vissen, maar kijk wat hij doet en probeer dat te begrijpen. Vraag vervolgens na de wedstrijd wat hij nou precies gedaan heeft.

Sensas drillen Wedstrijden
Ga eens een tijdje achter een visser staan en vraag hem na afloop over de keuzes die hij maakte!

 

Filmpjes kijken

Het is tegenwoordig erg gemakkelijk om overal informatie vandaan te krijgen, met name door internet. Het is goed naar dit soort filmpjes te kijken, maar nog belangrijker is om dit aan de waterkant te gaan toepassen.

https://youtu.be/3xQQp7kFr6E

Hoe meer je zelf vist, des te beter je zult gaan worden. Ervaring opdoen en deze ervaringen weer toe te passen in de volgende wedstrijden die je vist!

 

In de volgende tips en tricks gaan we dieper in op de spullen welke je nodig hebt en vooral hoe je deze op de juiste manier gebruikt.

 

Eric van Otterloo

50 Brasem Tips – Deel 2

50 brasem tips

Deel 2: Tip 26 t/m 50

LEES OOK: BRASEMTIPS DEEL 1

 

26 – SUPERZOET

Extra gezoete lokazen worden heel vaak gebruikt bij een brasemgerichte visserij. Er zijn allerlei artikelen in de handel om een lokaas extra zoet te maken. Zelf gebruik ik al vele jaren Van den Eynde Superzoet, een poederconcentraat. Simpelweg een kleine hoeveelheid, ongeveer een theelepel per kilo droog lokaas oplossen in het water waarmee je het lokaas bevochtigt. Echt een fantastisch product.

27 – WELKE KLEUR VOER?

Zeker grote brasems zijn veel minder een doelwit voor roofvissen dan voorn en andere kleinere vissoorten. Ze zullen zich dan ook veel minder zorgen maken om zich te begeven boven een wat lichter gekleurde voerplaats op een verder donkere bodem. Geel en bruin zijn de meest voorkomende kleuren bij brasemlokazen en deze werken volgens mij prima, hoewel ik heel goed weet dat sommige vissers daar heel anders over denken. Vertrouwen, daar gaat het allemaal om. Bijna alle veel gebruikte kant-en-klaar lokazen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in iedere populair te bedenken kleur. Dus iedere visser kan zijn eigen keuze bepalen.

Knoflook vissen

28 – VOERKORF MET DE VASTE HENGEL

Tijdens vaste hengel wedstrijden is het gebruik van voerkorven meestal niet toegestaan, maar dit kan echt een heel doeltreffende vismanier zijn, vooral bij het vissen op stromende wateren. Met de ‘pole feeder’ verkrijg je een volledig stille aasaanbieding, perfect voor de brasemvisserij. De montage is heel simpel: knoop de voerkorf aan het ondereinde van het gebruikte nylon; net boven de korf een zijlijn naar de onderlijn. Als beetregistratie kun je van alles bedenken, bijvoorbeeld een gewone dobber die boven de montage in het water staat of een fel gekleurd balletje op de hengeltop. Wanneer je met elastiek vist, kun je het elastiek zelf als beetregistratie gebruiken, deze komt bij een aanbeet namelijk echt wel uit de top.

29 – WERPEN POLE-FEEDER

Bij deze visserij moet je de gevulde voerkorf goed op de visplaats in het water kunnen krijgen, zonder dat deze eerder het water heeft geraakt. De oplossing is heel simpel. Je bevestigt een tie-wrap op de hengel, net boven het punt waar de voerkorf uitkomt als je de montage naast de hengel houdt. Vervolgens hang je de nylon achter de sluiting van de tie-wrap. Je steekt de hengel uit met de tie-wrap sluiting omhoog. Je moet wel de hengel zoveel mogelijk omhoog houden bij het uitsteken en wanneer je de volle lengte hebt bereikt, draai je simpelweg de hengel een kwartslag. Hierdoor komt de nylon achter de tie-wrap sluiting vrij, waarna je de voerkorf in het water plaatst.

30 – MATCHVISSEN OP BRASEM

Matchvissen is een vismanier die vooral op stille dagen heel doeltreffend kan zijn. De meeste vissers grijpen voor het vissen op grotere afstand, buiten bereik van de vaste hengel, al snel naar de feederhengel. Dat is vaak de beste optie, maar zeker niet altijd. De beste matchmethode voor een brasemvisserij op afstand is het vissen met een schuifdobber, oftewel de slider-methode. Met een vaste montage kun je vaak simpelweg niet genoeg lood op de lijn gebruiken om het aas goed tegen de bodem aan te bieden.

31 – VISSEN MET SCHUIFDOBBERS/SLIDEREN

Dit is zeker niet de gemakkelijkste vismanier om aan te leren. Alles aan de montage moet precies kloppen, zo niet, dan resulteert vrijwel iedere worp in een pruik. Mijn advies is om alles zo simpel mogelijk te houden. Dit is geen visserij voor een gecompliceerde loodverdeling of fijne lijntjes, althans als hoofdlijn. Bij het slider-vissen moet het onderste loodje gewoon minimaal een nummer 1 zijn en het liefst nog wat zwaarder. Dat onderste lood moet pal boven de onderlijn staan, waarbij een onderlijnlengte van 30 tot 40 centimeter prima is. Daarboven komt het hoofdlood; al het overig lood plaats je hier bij elkaar. De afstand tussen het hoofdlood en onderste lood moet net iets langer zijn dan die tussen het onderste lood en haak. Boven het hoofdlood glijdt de dobber over de lijn. Boven de dobber heb je een klein kraaltje nodig, wat tussen de dobber en het stuitje schuift als de montage in het water ligt.

32 – SLIDEREN/DE JUISTE DIAMETER HOOFDLIJN

Ik schreef het al, matchvissen is geen fijne visserij. Een hoofdlijn van 20/00 millimeter is gewoon noodzaak. Dunnere lijnen gaan tijdens het vissen absoluut voor lijnbreuk zorgen. Overigens kun je nog altijd dun vissen door een dunne onderlijn te gebruiken. Die dunnere lijn kun je monteren via een warteltje pal onder het hoofdlood waardoor de onderste meter van de montage nog altijd dun kan zijn.

33 – HET JUISTE STUITJE

Vooral wanneer je op diepe wateren vist, gaat tijdens een worp het stuitje door heel wat ogen van de matchhengel. Het stuitje moet dan wel stevig genoeg op de lijn zitten om niet te verschuiven. Ook moet je altijd van diepte kunnen veranderen tijdens het vissen, het stuitje moet je dus nog wel kunnen verschuiven. Tenslotte is het belangrijk dat je het stuitje goed kunt zien. Met al deze zaken in gedachte is de beste oplossing het maken van twee stuitjes. Een van 20/00 millimeter nylon, geel of rood gekleurd en daar pal tegenaan een tweede stuitje van tandfloss. Twee stuitjes van tandfloss zou nog beter zijn, maar deze verschuiven net iets te gemakkelijk. De beste knoop is super eenvoudig te maken. Zie tekening.

34 – MATCHDOBBERS

De beste schuifdobbers zijn voorgelood, omdat ze tijdens de vlucht van dobber en montage richting visplek absoluut tegen het hoofdlood moeten blijven. De dobbers zelf zijn hooguit enkele grammen voorgelood, meer dan 3 gram is zelden nodig. Verder moet de bovenantenne dikker zijn dan normaal en iets meer drijfvermogen hebben. Bij de beste dobbers is de bovenantenne gemaakt van een pauwenveer. De ideale antenne is vaak simpelweg het bovenste puntje van de pauwenveer of een holle antenne van dezelfde diameter die erop is geplaatst. Voor een moeilijke, fijnere visserij zijn dunnere, holle antennes te gebruiken, maar je bent wel afhankelijk van het gebruikte aas en vismanier. Te dunne antennes en de dobber gaat onder bij de minste aanraking met de bodem! Let op, dobbers onder de 8 gram drijfvermogen zijn maar zelden geschikt als schuifdobber en meestal moet je zelfs aanzienlijk zwaarder vissen.

35 – DE JUISTE WERPTECHNIEK

Bij het schuivend matchvissen moet je altijd meer dan zwaar genoeg durven te vissen om heel comfortabel de gekozen visafstand te kunnen bereiken. Kies bij twijfel meteen voor een iets zwaardere dobber. Werpen met kracht is bij deze visserij echt een kansloze missie, een recept voor in de war werpen en het verkrijgen van hele ingewikkelde pruiken. Je moet de dobber meer ‘lobben’ naar de plek dan werpen. Bij aanvang van de worp moet de afstand tussen dobber en hengeltop minimaal een meter zijn en liever nog wat meer.

36 – DE GOEDE VOERMANIER

Ik ben altijd jaloers op die vissers die uit de hand hun voerbal zomaar 30 tot 35 meter wegwerpen. De meeste vissers kunnen dat absoluut niet nadoen en ook ikzelf zal dat nooit kunnen. Zeker bij de brasemvisserij zul je toch een goede voerplek moeten aanleggen. Het met afstand beste hulpmiddel daarvoor is een voerkatapult. Met een beetje training en de goede katapult kun je haarzuiver voeren op afstanden tot wel 50 meter. In Nederland zijn die echter verboden, omdat ze als wapens worden gezien. Dan blijft enkel nog de voerwerppijp over, waarmee je kleinere voerballen ook wel op afstand kunt voeren. Wel is dat veel moeilijker om te leren, maar het kan.

37 – SCHIETEN MET EEN VOER-PULT

Zuiver schieten met een katapult is niet zo moeilijk als het lijkt. Je moet je houden aan enkele regeltjes om een en ander zo goed mogelijk te laten verlopen. Zo moeten de voerballen allemaal even groot zijn en houd je bij ieder schot de katapult in dezelfde positie. Als je bovendien ook elke keer dezelfde spanning op het elastiek krijgt en je richt de katapult op exact dezelfde plek, dan vallen alle voerbollen vrijwel op elkaar. Dat is de theorie, maar de praktijk is wel iets moeilijker. Hoe richt je de katapult op dezelfde plek? Dit doe je door de twee zijkanten te gebruiken als vizier en door de katapult zo vast te houden dat ze boven- en onderkant worden. Ook neem je een vast merkteken aan de overkant van het water, hierop ga je de ballen richten. De richting kan dan eigenlijk niet meer fout. Voor de juiste afstand dien je katapultelastiek te gebruiken, waarmee je die afstand maar net kunt bereiken. Geloof me, een klein beetje training en je zult verbaasd zijn over jezelf. De ideale voerkatapult voor alle omstandigheden bestaat niet. Wel de ideale katapult voor een bepaalde afstand.

38 – FEEDERVISSEN

De feedervisserij is bijna altijd de ideale vismanier voor het vissen op brasem. Er ligt altijd wat lokaas vlakbij de haak; het aas ligt altijd prachtig stil op de bodem, kortom een betere vismanier voor op brasem is er niet te bedenken. Wel is het belangrijk om zuiver te werpen. Je gebruikt eigenlijk maar heel weinig voer, dus dat wat je gebruikt moet wel perfect op dezelfde plaats terecht komen.

39 – ZUIVER WERPEN

Om zuiver te kunnen werpen met een feederhengel heb je een vast merkteken nodig aan de overkant van het water. Daarop ga je richten. Alles wat ik nu ga schrijven moet gaan in een en dezelfde vloeiende beweging.

  1. Bij het begin van de worp wijst de hengeltop, gezien vanuit je eigen gezichtsveld, precies in de richting van het merkteken. De gevulde voerkorf hangt ruim een meter onder de top.
  2. Je brengt het werpgewicht naar achter door de hengel naar achter te brengen. Hierdoor komt het werpgewicht (de gevulde korf dus) vlak langs hengel en lichaam achter je terecht.
  3. Op het moment dat je voelt dat het werpgewicht zijn achterste punt bereikt, breng je de hengel weer naar voor tot ongeveer dezelfde positie als bij het begin van de worp en laat je de lijn bij de molenspoel los, waardoor het gewicht weg vliegt. De hengel moet na die beweging dus weer richting het richtpunt wijzen. Het kan nu niet anders dan dat de korf in de richting vliegt van het merkteken. De juiste afstand bepaal je al eerder door enkele proefworpen te maken. Nadat de juiste visafstand is gevonden, plaats je op dat punt de lijn achter de lijnclip op de spoel van de werpmolen.

40 – VOER EN AAS GESCHEIDEN

Je weet meestal niet op voorhand hoe een visserij zich gaat ontwikkelen. Bijten de vissen beter dan gedacht of juist minder goed? Het toevoegen van allerlei soorten aas aan het lokvoer, vooral de hoeveelheid, zijn daarvan afhankelijk en kunnen behoorlijk verschillen. Zorg altijd voor het gescheiden bewaren van de aassoorten en het te gebruiken lokvoer. Je kunt dan allerlei kanten op en bovendien heeft het lokvoer zo altijd dezelfde vochtigheid.

41 – GEVLOCHTEN LIJN

Een gevlochten hoofdlijn biedt bij de feedervisserij enorme voordelen. Er zit namelijk totaal geen rek op. Vooral bij het vissen op wat grotere afstand geeft ‘braid’ je dan ook een vele malen betere beetregistratie dan nylon. Het is wel belangrijk om een nylon voorslag te gebruiken van ongeveer twee keer de hengellengte.

42 – VOORSLAG

Het gebruik van een voorslag is bij het feedervissen altijd aan te bevelen. Ook wanneer je gewoon een nylon hoofdlijn gebruikt, heb je best sterk spul nodig voor het werpen, hier komt namelijk ook behoorlijk wat kracht bij kijken. Op het moment dat het werpgewicht is vertrokken en door de lucht vliegt, heb je een voorslag niet meer nodig en kun je dunner nylon gebruiken. Zie de tekening voor de beste voorslagknoop.

43 – NYLON

Voor het vissen op kortere afstanden, minder dan 30 meter wat mij betreft, is een nylon hoofdlijn nog altijd de beste lijn om te gebruiken. Het is gemakkelijker onder water te krijgen en het geeft wat minder stroomdruk dan een gevlochten lijn.

44 – STILSTAAND WATER = GLADDE BREDE FEEDERSTEUN

Ook bij het feedervissen zijn er allerlei trucs om brasems tot een aanbeet te verleiden. Ietsje de korf binnendraaien of juist zorgen voor minder spanning op de lijn. Het kan allemaal net zorgen voor die extra aanbeet. In beide voorbeelden is het gebruik van wat bredere, gladde feedersteunen dan ook uitermate handig.

45 – STROMEND WATER = KARTELSTEUN

Op sneller stromende wateren proberen veel vissers om de hengel omhoog af te steunen waardoor er minder lijndruk ontstaat. Helemaal wegnemen kun je die lijndruk natuurlijk niet en op sneller stromende wateren is die druk behoorlijk groot. In zo’n situatie zijn gekartelde feedersteunen (wokkels) een must. Bij een gladde steun wordt door de spanning op de lijn de hengel simpelweg van de steun getrokken.

46 – FEEDERONDERLIJNEN

Ik zou echt niet de ideale lengte kunnen aangeven van een feederonderlijn. Alles hangt af van de vissituatie. Ik heb een vast principe; korter bij gemiste aanbeten en langer wanneer je geen beet krijgt. Al mijn onderlijnen maak ik op een lengte van ruim een meter. Bijna allemaal maak ik ze eerst korter voordat ik ermee vis, maar ik kan zo wel alle kanten op. Voor de feedervisserij en al helemaal niet voor een brasemvisserij, gebruik ik nooit onderlijnen dunner dan 12/00 millimeter.

47 – FEEDERHAKEN

In een van de eerdere tips beschreef ik al enkele haaktypes met daarbij de omschrijving van de meer stevige modellen. Dat zijn precies de haken die ik het best vind voor het feederen. Je hebt nu eenmaal iets meer robuuste haken nodig om de gehaakte brasems ook echt in het leefnet te krijgen.

48 – LIJNZWEMMERS

Iedere beweging van de hengeltop is nog lang geen aanbeet. Dat geldt al helemaal voor de brasemvisserij. Vooral voordat de vissen eenmaal goed gaan azen, zwemmen ze vaak rond de voerplek en daarbij raken ze ook soms de lijn waarmee je vist. De haak zetten resulteert dan vaak in het weer verdwijnen van de vissen, die vertrouwen het niet langer. Funest natuurlijk. Geduld en wachten is het credo! Zeker brasems bijten zich vaak vast, dus geen paniek! Het dringende advies dat ik ooit kreeg (toen ik nog niet eens wist wat een lijnzwemmer was) om op mijn ‘handen te gaan zitten’, één van de beste tips die ik heb gekregen.

49 – FEEDERVISSEN = STEK OPBOUWEN

Zeker brasems zullen vaak niet vanaf de eerste minuut bijten. Als je vertrouwen hebt dat er absoluut vissen zijn, dan is het langzaam en rustig opbouwen van de visstek vaak een prima manier. Regelmatig werpen met veel aas door het voer en het kan bijna niet anders of de vissen komen uiteindelijk op de visplaats. Dat kan soms ook best even duren, dus niet te snel alles veranderen wanneer het niet meteen lukt! Brasemvissen is dikwijls een kwestie van geduld.

50 – UITMETEN VISAFSTAND

Er kan altijd iets misgaan tijdens het vissen. Zoiets gebeurt natuurlijk altijd op een moment dat de brasems net je voerstek hebben gevonden. Lijnbreuk is dan echt fataal, zeker wanneer je niet heel snel weer op exact dezelfde plaats verder kunt vissen. Een reservehengel afgesteld op dezelfde visafstand is prima en ook het snel opnieuw maken van dezelfde montage kan best. Wel moet je dan kunnen terugvallen op dezelfde visafstand die je voor het begin van de vissessie hebt uitgemeten. Twee banksticks met daartussen bijvoorbeeld vijf meter koord en je hebt al een goede oplossing zonder dat je van je visstek weg hoeft te gaan.

ALTIJD ALS EERST OP DE HOOGTE VAN HET LAATSTE HENGELSPORTNIEUWS EN WINACTIES?

LEES OOK: BRASEMTIPS DEEL 1

Zeebaars met de dobber en zagers

dobberen op zeebaars

Een avondje vissen op zeebaars met de dobber en zagers met Willem Willemstein en Pim Troost van Hengelsport Wesdijk. Locatie is de Stenen Glooiing ofwel Slag Maasmond op de Maasvlakte. Een brute stek in alle opzichten: de ingang naar een van werelds grootste havens met een af- en aanvaren van flatgebouwen van schepen zo groot. Stroming van links naar rechts, spekgladde gigantische stenen en zeebaars van formaat klein tot xxl.

We parkeren de auto’s op de met stenen bepakte dijk; wel zo handig dat je deze vlak achter de stek kunt parkeren. Maar wie denkt dat het gaat om een heel eenvoudige stek komt bedrogen uit. “Het is nu hoog water, straks bij afgaand water komen de eerste stenen vrij te liggen. Dan kunnen we langzaam ons er tussen en bovenop positioneren. Let wel heel erg op, want de stenen zijn spekglad en de spleten ertussen zijn diep. Neem geen risico en klauter gewoon als een klein kind over de stenen. “Ik ken iemand die hier vorig jaar is gevallen en daar nu nog last van heeft”, aldus Willem.

Dobberen op zeebaars
De Stenen Glooiing, een prachtige stek om te dobberen op zeebaars.

Volop stroming

De stenen lopen onder water door en zijn begroeid met zeewier. Vis vindt hier voedsel en beschutting. “De stroming, stroomnaadjes en kolken zijn hier erg onvoorspelbaar. Ondanks afgaand water, waar je de stroming naar links verwacht, kan het zomaar een half uur keihard naar rechts stromen. Om dan vervolgens weer naar links te stromen en even later weer naar rechts”, zegt Pim.

 

Met dobber en zagers

Het leuke van zeebaars is dat je deze kunt vangen met veel verschillende technieken: voor ieder wat wils! Vanavond geen kunstaas, vliegenlat of strandvissen, maar dobbers en zagers. Ondertussen hebben Willem en Pim zich in het waadpak gehesen en laten ze hun effectieve en simpele set-up zien. Een minimaal 3 meter lange werphengel, molen met een 14/00 gevlochten hoofdlijn, tasje met aas, schepnet en een hoofdlampje; meer heb je niet nodig.

dobberen op zeebaars
Al het kleine materiaal wat er nodig is.

Zo maak je de montage

Op de hoofdlijn schuift een 20 grams dobber met centraal gat, die wordt gestopt door twee rubberen stuitjes. Neem een dobber die ruimte heeft voor een breekstaafje. Onder de dobber een langwerpig 15 grams lood, vervolgens een stuitje die de knoop naar de wartel beschermt. Aan de wartel een 160 cm fluorocarbon onderlijn van 38/00 Berkley Trilene met een maat 1 langstelige haak, een Gamakatsu VP-3113R. Om het aas bij de bodem te houden knijp je op ongeveer 20 cm van de haak een LG loodhagel.

dobberen op zeebaars
Een 20 grams dobber is meestal voldoende, het schuifloodje wordt aan twee kanten gezekerd met stuitjes.

Scherp vissen

Onder aan de dijk ligt nog een strook van ongeveer 20 meter grote keien, die inmiddels deels zijn drooggevallen, het moment voor Willem en Pim om al klauterend op een mooie vlakke steen plaats te nemen. Met een zwiep belanden de dobbers op het water. Willem: “Het is erg belangrijk om continu contact met de dobber te houden. Door de stroming ontstaat er namelijk gemakkelijk een bocht in de lijn. Krijg je op dat moment beet, dan moet je eerst die bocht uit de lijn slaan. Grote kans dat de zeebaars dan het aas al heeft uitgespuwd”. Het is dus geen visserij van ‘werpen en afwachten maar’. Stroomopwaarts werpen om driftjes te maken langs de stenen.

dobberen op zeebaars
Pim laat trots zijn in Zeeland zelf gestoken zagers zien. Sommige zijn gigantisch, wat een units! De haak eenmaal door het kopje is voldoende.

Zeebaars in een vreetroes

In het ideale geval hangt het lood net boven de bodem en sleept de onderlijn erachter aan. Zo danst de zager over de bodem en  langs stenen en zeewier. Maar ook de zager op halfwater vissen kan voor goede vangsten zorgen. Dit is een kwestie van ‘trial and error’. Dit is ook wat Willem en Pim toepassen. “Ja, ik heb er één! Wat een kracht voor zo’n kleine vis. Het is geen grote hoor!”, roept Willem. Even een foto in de avondschemering en dan zwemt de ongeveer 30 cm lange zeebaars weer zijn vrijheid tegemoet.

dobberen op zeebaars
Hangen, een zeebaars heeft de zager gepakt.

De zon is verdwenen en het wordt nu snel donker. Pim en Willem duwen een breekstaafje in de dobber en even later dansen twee lichtjes over de golven. Wat een prachtig gezicht. Regelmatig gaan de hoofdlampjes aan om de stuitjes die de diepte van de dobber regelen te verschuiven. Ook Pim heeft inmiddels zijn eerste baarsje binnen.

dobberen op zeebaars
Ook Pim heeft zijn baarsje binnen.

In het donker gaat het los

Maar dan gaat het los! Alsof er beneden een bel afgaat. Nagenoeg elke drift resulteert in een aanbeet. Het zijn allemaal baarzen van tussen de 30 en 40 cm. Willem haakt een betere zeebaars, maar helaas schiet deze vlak voor de kant los. Natuurlijk hopen ze altijd op die ene klepper, maar zo’n avond met actie is al leuk genoeg!

Willem en Pim weten dat zo’n vreetroes niet eeuwig kan duren, dus vol concentratie en op hoog tempo vissen ze door. Omstreeks 11 uur nemen de aanbeten weer af.

dobberen op zeebaars
Een avond vol actie, die ene klepper ontbreekt, maar de aantallen maken dit meer dan goed.

Wat een heerlijk avondje

Het laatste uur zijn de aanbeten compleet weggevallen. Twee uur geleden kon je achterstevoren een zeebaars vangen, nu lijken ze wel van de aardbodem verdwenen! Met een tevreden gemoedstoestand worden de materialen in de auto’s gedeponeerd. Het was een heerlijk avondje met de nodige actie.

50 Brasem Tips – Deel 1

50 brasem tips deel 1

De brasem (Abramis brama)

De brasem is in onze landen zowat de meest algemeen voorkomende vissoort en er zullen dan ook weinig vissers zijn die nog nooit een brasem hebben gevangen. In de wedstrijdwereld wordt deze vis bijzonder gewaardeerd. Soms hoor ik ook vissers die deze prachtige vissoort juist weer veel minder waarderen. Opmerkingen zoals ‘slappe vaatdoeken’ en ‘slijmjurken’ heb ik heel vaak gehoord en ik heb ze nooit begrepen.

Brasems kunnen in extreem voedselrijke wateren een lengte bereiken tot circa 75 centimeter. De zwaarste met de hengel gevangen brasem woog 10,4 kilo en werd in 2012 gevangen op Ferry Lagoon, Engeland. In Nederland staat het brasem record op 77 cm. Brasems zwemmen bijna overal in Europa, met uitzondering van Spanje en Portugal. De vis voedt zich met name met dierlijk planton, wormpjes, insectenlarven en kleine kreeftachtigen. Behalve de kleinere exemplaren is de vis gemakkelijk te onderscheiden van andere soorten.

1 – VISSEN OP DE BODEM

Brasems zijn echte bodemazers. Ze zullen eerst aarzelend een voerplek ‘aftasten’ voordat ze beginnen te azen. Vaak zwemmen ze in scholen en azen de vissen gezamenlijk nadat ze hun argwaan hebben overwonnen. Dat zijn hele belangrijke zaken om te weten als visser, want op basis van deze wetenschap kun je de vistactiek bepalen.

2 – STOFZUIGERS

Wanneer brasems eenmaal aan het azen zijn, zwemmen ze bijna niet. Ze gaan op dat moment letterlijk met de kop naar beneden richting de bodem staan, zuigen voer van de voerplek naar binnen en filteren totdat alleen het lekkers overblijft. Ook dat is belangrijk om te weten: te weinig voer op de voerplaats en de brasems zijn heel snel weer weg.

3 – WAITING GAME

Het vissen op brasem is heel vaak een kwestie van de lange adem; je moet geduldig kunnen zijn. Natuurlijk kun je ze soms meteen al in het begin van de vissessie vangen, maar dat zijn vaak uitzonderingen, die bijzondere visdagen. In de regel is het wachten, soms lang wachten, maar je kunt er bijna zeker van zijn dat je geduld uiteindelijk beloond wordt. Brasems zijn echte kuddedieren en zwemmen maar zelden alleen. Wanneer je dan eenmaal de vissen hebt aangelokt, vang je vaak meerdere vissen.

4 – STILLE AASAANBIEDING

Wanneer je uitgaat van de informatie uit de voorgaande tips moet bij het brasemvissen een stille aasaanbieding, zo dicht mogelijk tegen de bodem, vaak wel de beste vismanier zijn. Dat klopt, daarom is juist het feedervissen zo’n succesvolle vismanier voor de brasemvisserij. De haak ligt stil en altijd in de buurt van de voerkorf met inhoud, wat de precieze omstandigheden ook zijn. Verderop in dit artikel kom ik uitgebreider hierop terug.

Brasem tips

5 – ZWAARDER BIJ TWIJFEL

Wanneer je met een dobber vist, kan het best gecompliceerd zijn om je aas stil op de bodem aan te bieden. Je hebt soms te maken met stroming en zeker in onze Lage Landen, dikwijls ook met wind. Een gouden tip is om bij twijfel net dat grotere maatje dobber te gebruiken. Een grotere, of beter gezegd, zwaardere dobber heeft meer lood op de lijn nodig. Juist dat extra lood kan ervoor zorgen dat het haakaas toch zo natuurlijk mogelijk op de voerplek ligt.

6 – FRONTBAR

Je ziet de zogenaamde ‘frontbar’ tegenwoordig in allerlei variaties en als ze ergens onmisbaar voor zijn dan is het voor de brasemvisserij. In tip 4 ging het over een stille, statische aasaanbieding. Een frontbar is het beste hulpmiddel om juist dat te verkrijgen. Simpelweg de hengel op de bar leggen en het achterdeel in de uitsparing van de viskist. Zo gemakkelijk!

7 – DOBBERTYPES

Er zijn natuurlijk heel veel verschillende dobbertypes te koop en allemaal zijn ze ooit geproduceerd met een bepaalde visserij in gedachten. Wat de ideale dobber is bij het vissen op brasem hangt vaak helemaal af van het type water, want wateren kunnen onderling gigantisch verschillen. Wanneer het water stroomt gaat er niets boven een ‘bolletje’ dobbermodel: een klein rond dobberlichaam met een lange onderantenne en een holle bovenantenne. Op stilstaande wateren, met name op vijvers, is het vaak beter om met een lang en slank dobbermodel met een hele lange en relatief dunne bovenantenne te vissen. Vooral wanneer je vaak te maken krijgt met vissen die het aas vanaf de bodem pakken en ermee naar een hogere waterlaag zwemmen. Die zogenaamde ‘lift-beten’ of ‘opstekers’ worden met zo’n slank model het best geregistreerd.

Brasem tips

8 – VLAGDOBBERS

In Nederland en België zijn vlagdobbers niet populair. Op de meeste andere plekken in Europa worden ze vaker dan welk ander dobbertype gebruikt. Vlagdobbers zijn ideaal om in stromend water de montage te blokkeren en dus het aas zo stil mogelijk aan te bieden. Door de platte lollyvorm van het dobberlichaam stroomt het water om de dobber heen, wat extra helpt om deze stabiel in het water te laten staan.

9 – LOODMONTAGES

Bij het witvissen gaat het er om je haakaas op een zo natuurlijk mogelijke manier te presenteren. Dat moet uiteindelijk de vissen verleiden om het haakaas te pakken. Voor een groot gedeelte wordt die presentatie bepaald door de gebruikte loodmontage en daarin zijn allerlei varianten te bedenken die allemaal op bepaalde momenten perfect zijn. Je moet je als visser proberen in te beelden wat er onder water gebeurt en daarnaar handelen. Hoe is de bodem? Waar ligt er een obstakel? Hoe kan ik het aas stil tegen de bodem aanbieden? Geloof me, de vissers die op dit soort vragen de beste antwoorden vinden zijn degenen die het meest succesvol zijn.

10 – LOODHAGELS = MEER MOGELIJKHEDEN

Tijdens het vissen moet je altijd kunnen inspelen op de situatie. Die situatie kan anders zijn dan je had verwacht; dat vereist aanpassingen aan het gebruikte materiaal om toch de ideale aasaanbieding te verkrijgen. Zorg er altijd voor dat je gemakkelijk de gebruikte loodmontage kunt aanpassen. Loodhagels zijn hiervoor vaak de beste oplossing. Een of enkele loodjes wat meer naar boven of naar onder op de lijn schuiven kan soms een enorm verschil uitmaken!

11 – PEILEN OP HET ONDERSTE LOOD

Een simpele en goede manier om de juiste visdiepte te bepalen is het uitpeilen op de onderste valloodjes die je op de vislijn hebt geknepen. Je hebt daarvoor wel een knijppeillood nodig. Simpelweg het peillood om de loodjes knijpen, die tegen de onderlijnknoop zijn geschoven en de dobber zo uitpeilen dat de bovenantenne en een stukje dobberlichaam uit het water steken met het peillood op de bodem. Pas daarna is het tijd om de te gebruiken onderlijn te bevestigen. Je weet nu dat het onderlijnlusje en de onderlijn net op de bodem liggen. Afhankelijk van de omstandigheden kun je dan de aasaanbieding ‘fine-tunen’ door iets te schuiven met de valloodjes.

12 – DOBBER MARKEREN OP DE HENGEL

Met name bij de brasemvisserij, maar eigenlijk altijd, is het vaak nog wel eens een tijdje zoeken voordat je de precieze, beste visdiepte hebt gevonden. Je schuift dan ook nogal eens tijdens de vissessie je dobber naar boven of naar beneden. Om te verzekeren dat je altijd precies blijft weten waarmee je bezig bent, is het goed om meteen na het peilen de dobberpositie te markeren op de hengel. Je kunt dit perfect doen met een stukje vetkrijt of typex (in ieder geval iets dat je ook weer gemakkelijk van de hengel kunt verwijderen). Je kunt zo altijd en op ieder moment terug naar de basisdiepte.

13 – VERSCHILLENDE ONDERLIJNLENGTES

Je hoeft lang niet altijd de dobber omhoog te schuiven wanneer je verder op de bodem wilt vissen. Een goede manier is om simpelweg een langere onderlijn te monteren waardoor je hetzelfde bereikt. Bovendien krijg je een wat meer wapperende aasaanbieding.

14 – HAAKMAAT

Welke haak je ook wilt gebruiken, het is heel belangrijk dat de grootte van de haak juist is. Zeker bij een brasemgerichte visserij zijn hele kleine haakjes niet de beste optie. Heel veel is afhankelijk van het gebruikte aas. Het is nogal een verschil of dit bijvoorbeeld een enkele muggenlarve of een flinke tros wormen is. De ideale haakmaten? In mijn ogen zijn dit 12, 14 of 16 (ook afhankelijk van het precieze soort en merk, want de maten willen onderling weleens verschillen). Alleen bij een moeilijke visserij, waarbij een kleiner haakaas wordt gebruikt, gebruik je soms een maatje 18. Zelfs wanneer ik er van overtuigd zou zijn dat je met een kleinere haak meer aanbeten kunt krijgen, dan zou ik deze nog steeds niet gebruiken; een veel te grote kans op het verspelen van vissen.

brasem tips

15 – HAAKSOORTEN

Voor de brasemvisserij zijn er veel goede haken op de markt. Ik kan alleen spreken over mijn eigen ervaringen, met andere woorden, er zullen nog meer goede haken zijn dan degenen die ik opsom. De Kamasan B511, B611 (stevigere uitvoering van de B511), B911 en de Tubertini serie 2 (langsteel), 15 (roundbend) en 19 (wat stevigere serie 15) zijn allemaal haken die voor mij hun kwaliteit hebben bewezen en dat doen tot op de dag van vandaag.

16 – HOOG IN HET WATER

Brasems azen bijna altijd tegen de bodem, maar er zijn uitzonderingen. Vooral bij het vissen op warme zomerdagen kan het gebeuren dat alle vissen zich juist een eind boven de bodem ophouden. Vaak gebeurt dit op diepe wateren waar, bij die omstandigheden, dichter tegen de bodem gewoon te weinig zuurstof is. Als je zoiets weet kun je er natuurlijk prima op anticiperen. Door een licht dobbertje met een verdeelde loodmontage te gebruiken, zodat het aas zo langzaam als mogelijk naar beneden zakt, kan op dit soort dagen soms verbluffende resultaten opleveren.

17 – DRIJVENDE MADEN

Ik schreef er ook al over bij de voorntips, maar bij een brasemvisserij zijn drijvende maden zelfs nog veel belangrijker. Aas op de bodem aanbieden is belangrijk, maar heeft geen enkele zin wanneer het daar verdwijnt onder of tussen daar aanwezig wier of waterplanten. Juist wanneer de bodem niet schoon is, zijn drijvende maden onmisbaar. Ideaal is het om het gewicht van de haak overeen te laten komen met het drijfvermogen van de gebruikte maden. Je kunt zo het aas juist boven de bodem laten zweven, dus net boven de rommel die er ligt.

brasem tips

18 – CASTERS

Sommige vissers denken dat casters vooral een voornaas zijn. Het tegendeel is waar: brasems zijn verzot op casters. Ze zijn ideaal om te gebruiken in welk voertje dan ook en ze kunnen ook perfect als haakaas worden gebruikt. Ook casters zijn heel simpel drijvend te maken. Gewoon in de open lucht laten doorkleuren en ze bereiken vanzelf het stadium dat ze blijven drijven.

19 – WORMEN

Wormen zijn misschien wel brasemaas nummer 1. Vissen, en in het bijzonder de bodemazers onder de vissen, kennen wormen als natuurlijk aas. In de modder waar de vissen in wroeten, kruipen ook wormen. Iedereen die weleens muggenlarven heeft geschept zal begrijpen wat ik bedoel. Brasems zijn verzot op dit aas. Het is verstandig om de wormen die je in het lokaas gebruikt eerst in stukjes te knippen. Op die manier kruipen ze niet meer weg.

20 – MESTWORMEN OP DE HAAK

Mestwormen (eusenia) zijn ideaal voor op de haak. Ze zijn enorm beweeglijk en ook de bloedrode kleur wordt door veel vissers enorm gewaardeerd. Ook zijn ze zachter dan andere wormsoorten. Nadeel is dat ze daardoor ook niet voor iedere visserij geschikt zijn.

21 – DENDROBENA-WORMEN

In de sportvisserij zijn de dendrobena’s de meest gebruikte wormensoort. Iedere visser die wormen vaak verknipt en door het voer mengt, gebruikt dendrobena’s. Maar ook als haakaas zijn ze prima geschikt. Bij het feedervissen op grotere afstand zijn het bovendien de enige wormen die tijdens het werpen altijd op de haak blijven zitten.

22 – MAÏS

Wanneer brasems het doelwit vormen is ook maïs een vaak gebruikt aas. Prima als haakaas te gebruiken en door het voer. Een goede toevoeging voor in het gebruikte voer is zogenaamde gecrushte maïs. Dit kun je ook met een cup op de stek plaatsen.

23 – BROOD

Je ziet ze steeds minder, vissers die een broodpluim gebruiken voor op de haak. Toen ik begon met vissen was het zowat aassoort nummer 1. Het zachte, witte gedeelte van wit brood is het meest geschikt. Simpelweg een stukje uit een boterham plukken en voor ongeveer de helft ‘samendraaien’ en door dat samengedraaide stuk de haak steken. Nog altijd is brood een heel goed brasemaas.

24 – MEER AASSOORTEN VOOR BRASEM

Er zijn nog veel meer aassoorten die op sommige wateren bijzonder geschikt kunnen zijn om brasem mee te vangen. Van pellets en miniboilies kijkt inmiddels bijna niemand meer vreemd op, maar wat te denken van erwten, witte bonen, macaroni, knoflook, couscous en jawel, drop of stukjes cornedbeef? Al deze aassoorten hebben al (en vaak verrassend veel) goede brasemvangsten opgeleverd. Wanneer tijdens een visdag niets lijkt te werken, probeer dan eens iets aparts. De resultaten zijn soms verrassend.

25 – VOORVOEREN

Tijdens wedstrijden kun je natuurlijk niet voorvoeren, maar wanneer je weet dat er grote scholen brasem op een relatief groot water rondzwemmen, dan is het voorvoeren van de gekozen visstek dé oplossing om al te lange wachttijden te voorkomen. Al enkele dagen vooraf de plaats aanvoeren, geeft de vissen een langere tijd om de visstek te vinden en wanneer ze daar nog wat worden bijgevoerd is de kans op instant-succes vele malen groter dan wanneer je de sessie op goed geluk begint.

 

LEES OOK: BRASEMTIPS DEEL 2

 

Zeelt – Twijfelkonten

André Pawlitzki – Zeelt staat bekend als een van de, zo niet dé meest voorzichtige vis. Eeuwenlang twijfelkonten om na lang wikken en wegen te beslissen wel of niet dat ene voedselitem op te pakken. Maar dat hoeft helemaal niet zo te gaan! Met wat appetijtelijke overredingskracht is zelfs zeelt over de streep te trekken. Beter gezegd helpen we de vis een handje…

Enorm langzaam komt de dobber in beweging, ‘dipt’ kortstondig even onder en kruist vervolgens langzaam richting de overhangende struik. Snel hef ik de hengeltop en stuit ik op weerstand! De lichte hengel met een testcurve van 1 lbs staat direct zo krom als een hoepel en de gehaakte vis probeert keer op keer om de wortels van de overhangende bosjes te bereiken. Na een minuutje kan ik de vis overtuigen het wijd op te zwemmen. Dankzij het nerveuze gebonk weet ik dat een zeelt zijn best doet onder water. Als even later daadwerkelijk een goudgroene schoonheid in het wateroppervlak opduikt ben ik zo blij als een klein kind; wat een heerlijk begin van deze sessie!

Downsizen

Veel vissers gebruiken tijdens hun visserij op zeelt graag dauwwormen en daar is ook helemaal niets mis mee! Het is een mondvol voedsel voor zeelt en dat werkt vaak prima op dagen waarop de zeelten goed azen, maar er zijn natuurlijk ook genoeg momenten waarop dit niet het geval is. Dan kan het echt de moeite waard zijn om te downsizen! Gebruik eens een halve of een kwart dauwworm, of misschien nog beter; kleinere dendrobena’s of mestpiertjes. Een of twee van deze kleine wormen op een haak maatje tien of twaalf met een of twee dode of imitatiemaden op de haakpunt zijn voor mij echt het perfecte zeelt aas. Deze natuurlijke voorkeur voor kleiner aas is vervolgens iets waar je tijdens het voeren rekening mee kunt houden.

Zeelt is gek op dauwpiertjes.

Voer

Als opportunist kan een zeelt nergens zijn neus voor ophalen en moet hij meer dan eens genoegen nemen met (echt) kleine voedselitems. Daarom zijn maden onontbeerlijk in mijn ogen. In mijn zeeltvoer zitten ze dan ook altijd! Om te voorkomen dat ze wegkruipen in de eventuele sliblaag vries ik ze kortstondig in. Gedurende een paar uur plaats ik de maden hiervoor in een plastic zak in de vriezer. Hierdoor gaan ze dood en kruipen ze niet meer rond.

“Wormenpap”

Verder voeg ik nog minipellets van maximaal 4 mm en een handje wormen aan mijn voer toe. Om de geur van de wormen extra goed tot zijn recht te laten komen, knip ik de wormen fijn met een wormenschaar. Het wormenpapje wat je hierdoor krijgt heeft een magische aantrekkingskracht op zeelten.
Het hoofdingrediënt van mijn zeeltvoer is echter hennep. Met hennepkorrels kun je enorm gericht aan de slag gaan. Zeelt, maar ook karper is er gek op. Om je toch wat meer op zeelt te focussen laat ik de maïs achterwege in mijn voer. Maïs werkt namelijk enorm goed als lokkertje voor karper. En als er eenmaal karper op de stek zit, dan is het lastig om nog echt selectief op zeelt te werk te gaan!

 

zeelt
De basisingrediënten voor de wormenpap.

Binden

Om dit voer met toch enorm veel kleine voedseldeeltjes goed tot ballen te kunnen vormen, gebruik ik lokvoer met een enorm bindende werking. Geloof me, de bindende kracht van het voer mag echt enorm zijn! De bedoeling is dat het voer alle losse ingrediënten draagt en pas op de bodem loslaat. Met andere woorden moet de voerbal een worp plus plons overleven, dan nog heel afzinken en pas op de bodem openbreken. Een nadeel van lokvoer is dat het erg brasemgevoelig is. Brasems zijn dan weer niet zo dol op hennep, dus laten ze dat zeker weten liggen voor de zeelten. Fijn om te weten, mocht je te maken krijgen met brasem op de stek. Zodoende blijft in ieder geval één voerbestanddeel over voor de gewilde zeelt.

zeelt voer

 

Pietje precies

Het voer werp ik het liefst zo precies mogelijk op mijn voerstek. Topstekken voor zeelt kunnen kleine openingen in plantenbedden zijn, maar ook in het water gevallen bomen, overhangende bosjes en rietkragen kunnen rekenen op enorm veel aandacht van zeelten.
Vaak voer ik aan het begin van mijn sessie twee of drie voerballen. Pas als ik een of twee vissen gevangen heb gooi ik weer een voerbal op de stek. Het is echt van belang dat je steeds op dezelfde plaats voert. Grotere voerstekken kunnen voor andere vissoorten prima werken, maar mijn ervaringen met grote voerstekken en zeelt is dat dit niet goed samengaat. Meestal gooit brasem dan roet in het eten en blijft het zeeltenfestijn uit.

Aanvoeren

Naast precies aanvoeren is ook de samenstelling van je materiaal van belang. Kies je hoofdlijn en de rest van je montage zo licht mogelijk. Houd altijd visveiligheid in gedachte, maar bedenk je ook dat lichter minder weerstand en dus meer aanbeten betekent. Betracht zo ook bij het uitloden van de dobber de nodige finesse. Ik lood mijn dobber meestal zo uit dat er nog maar een centimeter van de antenne zichtbaar is. Vanzelfsprekend kies ik voor een lichte, slanke dobber. Alles om de weerstand bij aasopname zo minimaal mogelijk te houden. Ik kan het niet genoeg benadrukken, zeelt kan erg schuw zijn en bij de minste of geringste weerstand het haakaas meteen weer uitspugen.

ZEELT TIPS

BIJZONDERE HAAKJES
Om de voorzichtig azende zeelten te haken maak ik gebruik van bijzondere haakjes; de QM1 van Guru. Dit zijn weerhaakloze haakjes die een rond, haast cirkelvormig model hebben. Eigenlijk zijn deze haakjes ontwikkeld voor de visserij met zelfhaaksystemen. Toch doen deze haken het ook prima als er met een match, of vaste hengel gevist wordt! Door de bijzondere vorm wordt de dikke lip van een zeelt omsloten door de haak, en daardoor verlies je amper zeelten tijdens het drillen!

Dauwworm
Dauwwormen zijn geliefd aas voor zeelt, en volledig terecht! Zelf gebruik ik meestal een halve dauwworm. En dan met name het dunnere staartstuk van deze uit de kluiten gewassen pieren. Om ervoor te zorgen dat dit stukje pier optimaal kan bewegen bevestig ik het kleine haakje (maat 12 of 14) in de open kant van de worm. In de ‘breuk’ steek ik de haak en voer hem door de zijkant naar buiten. Als laatst schuif ik nog een dode of imitatiemade op de haak als stoppertje zodat de worm er niet afglijdt.

 

 

Voorjaarswinde – Korstvissen op de rivier

winde korstvissen rivier
kribben

PAUL DE WAL – Twijfelend staar ik naar het water. Dit vissen op winde moest wel de meest onlogische manier zijn, die ik ooit ging proberen. Met een sceptisch gevoel scheur ik een snee brood in stukjes en gooi het met moeite drie meter van de krib af. De hengel laat ik nog onopgetuigd op de stenen liggen, ik kon me niet voorstellen dat ik die vandaag nodig zou hebben. Terwijl ik de zak brood maar weer dichtknoop, hoor ik iets achter me. Het zal toch niet…? Vanuit mijn ooghoek zie ik nog net een klein kolkje verschijnen, tussen de inmiddels tegen de stenen aangedreven broodkorsten. Niet meer dan een paar seconden zijn er vervolgens nodig om mijn vertrouwen in deze visserij van 0 naar 100% te doen stijgen…

Zo zag een jaar of twee geleden mijn eerste ‘korsten op winde’ poging eruit. Van een vismaat had ik gehoord dat het prima mogelijk was om bakken van windes te vangen aan een drijvend broodkorstje op de rivier. De eerste poging werd snel gepland en pakte dus direct goed uit. Toeval? Nee, zeker niet. De volgende pogingen gingen eigenlijk nog beter en ik kan niet anders stellen dan dat deze visserij zowel erg leuk als eenvoudig is. Het enige wat je moet doen is je huidige opvattingen aan de kant zetten en de stap durven wagen om op de rivier te gaan korstvissen.

winde korstvissen rivier
De smaak te pakken gekregen.

Stekkenkeuze

Het korstvissen op winde heb ik eigenlijk uitsluitend gedaan op de rivier en de daarmee in verbinding staande wateren. Hoewel er op erg veel wateren winde voorkomt, denk ik dat er nergens zoveel en zo groot zwemmen als op de grote rivieren van ons land. En of je het dan over de Waal, de Lek of de Maas hebt, overal is het mogelijk en overal zwemt ook een goed bestand aan grote winde. 

winde korstvissen rivier

Echter zijn al deze rivieren gigantische wateren en zijn er wel degelijk een paar dingen waar je rekening mee moet houden… want waar moet je immers beginnen? Zelf richt ik me voornamelijk op kribben. Deze hoeven niet aan veel voorwaarden te voldoen om een goede ‘windekrib’ te zijn, maar toch enkele. Allereerst is het belangrijk dat het kribvak over het algemeen ondiep is; gemiddeld zo’n een tot twee meter. Deze kribvakken liggen bijna altijd bij (erg) lange kribben. Deze lange kribben vind je eigenlijk in elke buitenbocht van alle eerder genoemde rivieren. Wanneer je Google Maps (of een waterkaart) erbij pakt, is het bijzonder eenvoudig om een dergelijke krib te vinden. Zie je een of meerdere lange kribben naast elkaar liggen en bevinden ze zich in de buitenbocht van de rivier? Dan zijn de bijbehorende kribvakken vrijwel zonder uitzondering erg ondiep en daarmee een uitstekende stek voor het korstvissen op winde! 

Eenvoud

Het materiaal en de techniek van deze visserij is verrassend eenvoudig. Je hebt er echt niet veel voor nodig. Allereerst de hengel: het is vooral belangrijk dat deze niet te kort is. Alles vanaf 270 cm is in principe geschikt, maar de hengel mag gerust 300 tot 330 cm lang zijn. Denk aan een lichte penhengel of matchhengel. Hoe lichter de hengel, hoe beter. Hierop komt een werpmolentje dat past bij de hengel(lengte) met daarop 18 tot 20/00ste nylon. Het geheel wordt afgemaakt met een karperhaakje, rond, maat 6… eenvoudiger kan bijna niet, toch? Het enige wat ik verder meeneem is een rugzak met wat extra materiaal en één of twee broden, een landingsnet met een lange steel om over de stenen te kunnen komen en een onthaakmatje. 

winde korstvissen rivier
Het lichte materiaal krijgt er soms flink van langs.

In tegenstelling tot wat ik destijds verwachtte, is deze visserij eigenlijk net zo simpel als het materiaal. Wanneer je bij de krib aankomt, het liefst aan het begin van de avond, begin ik vaak halverwege. Je pakt twee sneden brood en scheurt ze in stukjes. Het liefst van gemiddeld formaat; je kunt zo’n acht tot tien mooie stukjes uit een snee brood halen. Deze gooi je vervolgens zo ver mogelijk van de krib af. Niet dat je veel verder dan een meter of vier komt, maar dat is niet erg. Voer aan beide kanten van de krib en beaas je haak alvast met een broodkorst, zodat alles klaar is. 

Werpen

Blijf goed naar het gevoerde brood kijken en laat je niet misleiden door de golven en de stroming. Je zult zien dat de stukken brood uit elkaar gaan drijven en dat het volgen ervan steeds lastiger wordt. Eigenlijk duurt het nooit lang voordat er een of meerdere windes beginnen te azen. Werp niet direct op het eerste kolkje of de eerste azende vis, maar wacht nog even.

winde korstvissen rivier
Onvoorspelbaar aasgedrag, goed opletten dus.

In tegenstelling tot karper, zijn windes vrij onvoorspelbaar in hun aasgedrag aan de oppervlakte. Al veel te vaak heb ik een worp gemaakt naar een azende vis, die nog voordat mijn aas in de buurt kwam alweer een paar meter verderop zwom. Wanneer je ziet dat een of meerdere windes bij een aantal stukken brood blijven ‘hangen’, kun je je worp maken.

Probeer je korst voor een seconde het water te laten raken zodat deze wat meer werpgewicht krijgt en werp hem vervolgens met beleid over de azende vissen heen. Gooi liever een paar meter te ver dan te dichtbij. Wanneer je ziet dat de vissen blijven azen, trek je voorzichtig je korst terug naar deze vissen. Doe dit zeer langzaam en rustig, zodat de korst goed op de haak blijft zitten en de vis niet schrikt. Zeer vaak is het dan binnen enkele seconden raak… de korst wordt naar binnen gewerkt, je wacht een seconde en zet dan rustig de haak. Wat volgt is een mooi gevecht met een grote rivierwinde!

winde korstvissen rivier
Ook in het donker kan het, een joekel van 63 cm!

Groot

Van origine ben ik eigenlijk een roofvisser, maar tussen 1 april en het laatste weekend van mei moet ik me noodgedwongen toch op andere visserijen richten. Vissen op winde is één van de leukste en mooiste manieren voor mij om de gesloten tijd door te komen. Op een zonnige dag of avond aan de rivier zitten is al prachtig, maar wanneer je tegelijkertijd op vrij eenvoudige wijze grote vissen kunt vangen, dan wordt het een heerlijke bezigheid.

winde korstvissen rivier
Grote vissen meer regel dan uitzondering.

En ja, groot zijn ze. Op een of andere manier selecteer je met deze oppervlaktevisserij enkel de grote windes en zijn vissen van 50 of zelfs bijna 60 centimeter meer regel dan uitzondering. Hoewel stukjes brood in de grote rivier strooien de eerste keer echt onnozel voelt, is het de poging zeker waard!

Stekken op het strand

Stekken op het strand

Op het moment dat deze blog uitkomt kunnen de eerste zomergasten van het zoute water al gearriveerd zijn. Zeebaars, tong, makreel, harder, haai enzovoorts, we kunnen ze weer vanaf het strand vangen. Aan de eettafel worden de vakanties besproken en met het goede weer van vorig jaar in het achterhoofd zullen veel gezinnen kiezen voor de Zeeuwse kust. Een goede keuze als je het mij vraagt!

Het blijkt dat steeds meer vakantiegangers kiezen om een hengel mee te nemen naar de vakantiebestemming. Opvallend genoeg staan de meeste vissers direct onderaan bij de duinovergang te vissen. Ik geef het eerlijk toe, het kan best pittig zijn om al je spullen mee over de duinen te slepen en door het mulle zand richting het strand te lopen. Maar zoals altijd en overal, moeite doen loont vaak! Uiteraard vang je hier best wel eens een visje, maar de beste stek is het meestal niet. Het strand is namelijk niet zo vlak als je zou denken… Ook hier zijn hotspots waar je beduidend meer vis kunt vangen dan wanneer je zomaar ergens naar toe werpt.

Stekken op het strand
Afgesteund aan het einde van de slijtgeul bij laag water.

Palenrijen

We gaan voor onze vissessie actief op zoek naar stekken die afwijken van het vlakke strand. Het eerste dat opvalt op Zeeuwse stranden zijn de rijen met palen. Dit zijn duidelijk zichtbare hotspots. De palen zijn bezaaid met zeepokken, oestertjes, mosseltjes enzovoorts. Vaak liggen er nog wat keien voor de kop en staan de palen in een iets diepere geul. Dit alles trekt diverse zeevissen aan. Eigenlijk kun je iedere vissoort in de buurt van deze palen verwachten. Nadeel is dat je met de stroming in de knoop komt.

Sta je te vissen met een vloedstroom, die altijd in noordelijke richting stroomt, dan sta je dus noordelijk van de palen te vissen. Wanneer de ebstroom nu zijn intrede maakt, zal je lijn richting de palen stromen en kom je in de problemen. Je zou aan de andere kant van de palen kunnen gaan staan, maar op een drukke dag of nacht staat je buurman daar al en krijg je natuurlijk meteen commentaar.

Geulen

Een andere optie is om eens goed rond te kijken op het strand. Er zijn namelijk veel meer hotspots. Denk dan aan muien, zwinnen, slijtgeulen, zandbanken en diepere kuilen. Wie het water goed kan ’lezen’, kan aan de stroming zien waar deze liggen.

Stekken op het strand
Diepere kuilen zijn bij hoog water lastiger ’te lezen’.

Zandbanken vallen natuurlijk het beste op. Deze zie je gewoon boven water uitsteken wanneer het water laag staat. Staat het water wat hoger dan kun je ze herkennen aan de golven die op de zandbank breken. Zowel links, rechts als achter de zandbank kun je vis verwachten!

Heb je twee zandbanken naast elkaar, dan zal het water er tussendoor in en uit stromen. Deze opening noemen we een mui en een mui is een van de beste stekken aan het strand. Het water dat door de mui spoelt neemt veel voedsel mee, er liggen dus vaak vissen te wachten op een gemakkelijk maaltje.

Een zwin is een natuurlijke geul die iets dieper is dan de rest van het strand en loopt parallel aan het strand. Met laag water zie je deze dan ook goed liggen, meestal blijft er wat water in staan. Ook dit is een goede stek. Voedsel is er haast altijd aanwezig. Vissen weten deze zwinnen al te vinden wanneer er nog maar krap een halve meter water staat.

Stekken op het strand
Zwinnen kunnen zeer lang zijn.

De diepere kuilen en slijtgeulen zie je haast niet wanneer het water hoog staat. Ze verraden zich enkel door gladde plekken aan het oppervlak, maar dat is erg moeilijk te onderscheiden wanneer je nog niet veel ervaring op het strand hebt.

Stekken op het strand
Een slijtgeul is vaak een vismagneet.

Je zult er met laag water op uit moeten om het strand te leren kennen. Nodig je partner dus uit voor een gezellige strandwandeling, bij laag water uiteraard. Nu kun je alle stekken in je opnemen, bij hoog water kun je deze dan prima aanwerpen. Die strandwandeling met laag water stelt niet enkel je partner op prijs, je zult ook versteld staan van de vangsten die je kunt doen wanneer je op de goede stekken aan de gang gaat.

Voor je voeten zwemmen soms de grootste botten!

Ik adviseer dan ook bijna iedereen om niet te ver te werpen, zeker niet in de warmere maanden. Je kunt dichtbij immers een leuk visje vangen en ook kinderen kunnen dan zelf werpen en binnen draaien; vinden ze het leukste natuurlijk! Vissoorten zoals bot, tong en zeebaars zijn echt niet bang om zich in ondieper water te begeven. Zit je in de buurt van een bovengenoemde stek dan hoef je echt niet ver te werpen, vaak is kniediep water al voldoende voor een leuke vangst. Zeker wanneer er een ZW 3-4 op het strand staat, voelen zeebaarzen en botten zich prima thuis tussen de muien, zwinnen en zandbanken.

stekken op het strand
Vissen op de juiste plek op het juiste moment…

Uiteraard kun je ook met laag water op het strand terecht. Zoek dan naar de muien, zwinnen en zandbanken door de verandering van stromingen te ontdekken. Wie goed kijkt zal deze zo gevonden hebben. Iedere verandering in stroming geeft aan dat er onderwater een afwijking in bodemstructuur is.

Wil je met laag water vissen dan adviseer ik om een hengel ondiep, dichtbij dus, te vissen en de andere wat dieper. Op deze manier heb je de vis sneller gevonden en kun je twee hengels op de beste stek werpen.

Martijn Dekkers

Lees hier meer Zoute Korrels

Op blieken en giebels in wijkwater

Jan van Schendel cityfishing

Het boegbeeld van witvissend Nederland is Jan van Schendel, een specialist pur sang. Met dit icoon trekken we door Nederland voor de mooiste visstekken en dan liefst in een stedelijke omgeving. Zo zijn steden als Amsterdam, Dordrecht, Rotterdam, Breda inmiddels de revue gepasseerd. Nu was het tijd voor een meer dorpsachtig karakter, de Blankershove in Oud Gastel. 

Tekst Jan van Schendel, foto’s en film redactie

Ik heb erg naar vandaag uitgekeken. Eindelijk kan ik dan zelf aan de slag op dat leuke water waar we laatst een jeugdclinic hebben gegeven. Tijdens deze vaste hengel clinic werd er echt leuk vis gevangen. Met name kleine vis, maar af en toe toch ook bliek, brasem en giebel! Grotere vissen werden regelmatig gehaakt, maar die waren onhoudbaar aan dat fijne materiaal. Ik dacht dat dit beter moest kunnen en dus wilde ik erg graag terug naar dit water, maar dan gewapend met feedermateriaal zodat ik ook die powervissen zou kunnen temmen.

Jan van Schendel cityfishing
Terug met feedermateriaal.

Strijdparcours

De Blankershove in Oud Gastel is een prachtig viswater dat zo’n 15 tot 20 jaar geleden is gegraven als retentiewater voor de woonwijk die hier is gebouwd. Je kunt dit soort wateren overal in Nederland tegenkomen. Natuurlijk volgde er snel een visuitzetting en zo is er hier een prachtig en divers visbestand met volop voorns, blieken, brasems, giebels, karpers en zelfs grote roofbleien ontstaan!

De Blankershove wordt beheerd door HSV ’t Bliekske uit Oud Gastel, maar is opgenomen in de landelijke lijst van viswateren. Iedereen die in het bezit is van een Vispas mag er dus vissen! Je vist hier aan de rand van een woonwijk, houd dus rekening met de omwonenden. Het is een schitterend viswater waar jong en oud terecht kan om te komen vissen, laten we dat vooral zo houden! Lees het geldende reglement en houd jezelf eraan, zo blijft deze prachtige plaats voor iedereen toegankelijk.

Jan van Schendel cityfishing
Strak tegen de overkant.

Hoe dan ook besluit ik om vandaag een van de smallere gedeeltes van dit meer te bevissen. Zo kan ik strak tegen de overkant, vlakbij de overhangende struiken vissen. Juist onder die struiken verwacht ik dat het barst van de karpers en giebels, het hoofddoel vandaag. Mijn aanpak is echt op karpers en giebels gefixeerd, maar of dat ook gaat lukken moet vandaag gaan uitwijzen.

De omschakeling

Ik start de dag met de methodfeeder, een geijkte methode om giebels en karpers te strikken. Ik maak een methodvoertje van Sonubaits aan en als haakaas heb ik vandaag keuze uit miniboilies, pellets, dode maden en mais. De verhalen die ik over deze vijver hoor zijn erg goed. Met name met de methodfeeder zou een netje vis vangen geen probleem moeten zijn… Wat heet, de laatste tijden is daar hier extreem goed mee gevangen. 

Jan van Schendel cityfishing
Dode maden en maïs voor aan de haak.

Dan dient zich iets aan wat we maar wat vaak terugzien bij het vissen. Met hoge verwachtingen heb je een heel plan uitgestippeld, de vissen springen nog net je net niet in, maar vervolgens lijkt het resultaat vies tegen te vallen. Met andere woorden, wat ik ook probeer, niets lijkt te werken met de methodfeeder. Ik kom niet verder dan wat lijnzwemmers en een schitterende giebel. Verder gebeurt er niets.

En dat is niet wat ik had verwacht. Om een lang verhaal kort te maken, ik geef de methodfeeder twee uur de kans, waarna ik de stellige indruk krijg dat het anders moet. Ik besluit om met een schuivende, standaard voerkorf te gaan vissen in combinatie met een iets langere onderlijn. Op de haak rijg ik wat wormen, het voer laat ik hetzelfde, ik voeg er alleen wat geknipte wormen aan toe. Het resultaat laat niet lang op zich wachten. Sterker nog, het levert een immens verschil op met de situatie van zojuist.

Jan van Schendel cityfishing
Overschakelen naar wormen blijkt een goede keus.

Vanaf het moment dat ik de eerste worp maak staat mijn hengeltop niet meer stil. De top beweegt niet door de vurig gehoopte karpers en giebels, maar door wat kleinere vissen. Heel af en toe een wat grotere brasem, maar vooral blieken. Stuk voor stuk prachtige, zilverkleurige, puntgave blieken. Echt fantastisch mooie vissen!

Jan van Schendel cityfishing
Puntgave blieken.

Experiment

Echt bizar hoe groot het verschil is met eerder vandaag. Ik vang plots echt goed! Als extra experimentje monteer ik een onderlijntje met een hair waar ik de wormen op rijg. Om heel eerlijk te zijn komen de ge-hair-rigde wormen niet echt uit de verf. Ik kan eigenlijk weinig verschil merken tussen deze montage en de montage met de wormen direct op de haak. Met beide methodes mis ik wat aanbeten, maar ik denk dat dit vooral komt doordat de vissen op de stek aan de kleine kant zijn. Zo’n zelfhakend systeem met een hair rig komt toch het best tot zijn recht als de te vangen vissen net een slag groter zijn. Zo blijkt nu.

Jan van Schendel cityfishing
Weer terug bij de method feeder (links), de gewone korf (rechts) heeft z’n werk voor even gedaan.

Later in de sessie schakel ik na verloop van tijd toch weer terug naar de montage waar ik mee begonnen ben; de method feeder. Het is nu al wat later in de middag en het zou zo maar kunnen zijn dat de grotere vissen nu wel beter azen. Vrijwel meteen vang ik nog een schitterende giebel en helaas verspeel ik er ook nog een. Die snelle actie is natuurlijk hoopvol. Maar toch blijft het bij die twee aanbeten, ik krijg nog wat lijnzwemmertjes maar actie waarop ik moet reageren blijft uit.

Jan van Schendel cityfishing
Meteen een mooie giebel.

En eigenlijk is dat ook wel logisch. Dit water is ontzettend ondiep en warmt om die reden snel op. Tijdens warme dagen als vandaag azen de vissen dan toch vaak het best wanneer het wat koeler is, in de vroege ochtend en late avond dus. Deze hitte heeft absoluut effect op het aasgedrag van de vissen, maar toch beleef ik een ontzettend leuke dag hier. Ik vang weliswaar niet waar ik voor gekomen ben. Maar langzaam maar zeker vult mijn leefnet zich met mooie blieken en ben ik toch tevreden aan het eind van de dag. Die karpers en giebels komen de volgende keer wel weer.

Pook

Voor deze visserij heb je absoluut geen poken van hengels nodig. Het tegendeel juist eerder. Hengels met een zachte actie werken veel beter en fijner. Mijn 3,30 meter JVS Patriot is zo’n hengel, een genot om mee te drillen! Verder is het aan te bevelen om met nylon te vissen. Zeker in geval van methodfeederen en giebels en karpers is beetregistratie geen enkel punt. De vissen haken zichzelf en je hengel wordt zowat van de steun getrokken. Dan is dat beetje demping van die nylon lijn wel zo fijn!